Bijlage LIOR
Tekst van het document
Pagina 50 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bruggen Bijlage Nr.
Omschrijving
301 Checklist GWW 302 Specificaties betonelementen bruggen 303 Detail brugleuning
Brondocumenten Nr. Omschrijving 301 Regionaal Duurzaam Bouwen plus Richtlijn: https://www.odwh.nl/Bedrijven/Thema_s/Duurzaam_ondernemen/Duurzaam_bouwen 302 Criteriadocument duurzaam inkopen Kunstwerken: http://www.pianoo.nl/document/3236/productgroep-kunstwerken-waterbouwkundige-constructies 303 Voorschriften voor het ontwerpen van stalen bruggen (NEN 6788): https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-67882009-nl.htm 304 Leidraad energiezuinig ontwerp civiele kunstwerken (CUR rapport 99-8): http://publicaties.minienm.nl/documenten/leidraad-energiezuinig-ontwerpen-energiezuinig-ontwerpen-van-inf 305 Keur Hoogheemraadschap Rijnland: https://www.rijnland.net/regels/downloads-keur-algemene-regels-en-beleidsregels/1-keur-rijnland-2015.pdf 306 Handboek sociale veiligheid in de verplaatsingsketen (CROW publicatie 237): http://www.crow.nl/publicaties/handboek-sociale-veiligheid-in-de-verplaatsingsket 307 PKVW Nieuwbouw: http://www.politiekeurmerk.nl/fileadmin/w/politiekeurmerk-2015_nl/Professionals/Downloads_handboeken/Handboek_nieuwbouw_2015.pdf 308 Specificatieblad Bouwstoffen: ????? 309 NEN 5950 - Voorschriften beton technologie.
Eisen, vervaardiging en keuring: https://www.nen.nl/NEN-Shop/NEN-59501995A32001-nl.htm 310 NEN 6720 - Voorschriften beton TGB 1990 Constructieve eisen en rekenmethoden: https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-67201995A32004-nl.htm 311 NEN 6722 - Voorschriften beton, uitvoering: https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-67222002-nl.htm 312 NEN 6723 - Voorschriften beton-bruggen (VBB 1995): https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-67231995-nl.htm 313 NEN 3180 - Kwaliteitseisen voor hout voor bouwkundige en waterbouwkundige doeleinden: https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-31801970-nl.htm 314 Bouwbesluit: http://www.onlinebouwbesluit.nl/?v=10 315 ASVV: http://www.crow.nl/publicaties/asvv-2012-aanbevelingen-voor-verkeersvoorzieningen 316 WMO Meedoen in Noordwijk - Vierjarenplan 2013-2016: http://www.noordwijk.nl/zorg-en-welzijn/wet-maatschappelijke-ondersteuning-wmo_41421/
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 51 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bijlage 301*
*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 52 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bijlage 302*
*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 53 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bijlage 303*
*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 54 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Hoofdstuk 4 Nutsvoorzieningen
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 55 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Hoofdstuk
4
Datum
1-6-2016
Versie 1 Objecten en eisen Stedenbouwkundigniveau Gebiedssoort Onderwerp Alle gebieden Definitie
Beleid Vergunningverlening
Inrichtingsniveau Straatsoort Onderwerp Alle straten Leidingprofiel
Nutsvoorzieningen
Controle
Kabels & leidingenbeheerder
Vrijgave
Manager OW
Eigenaar
Kabels & leidingenbeheerder
Hardheid Beleidseisen (en eventuele gebruikerseisen) Eisen en richtlijnen die in dit hoofdstuk aan "nutsbedrijven" worden gesteld gelden in gelijke mate voor telecombedrijven, tenzij één van beide partijen expliciet is uitgesloten of benoemd. Indien in dit hoofdstuk sprake is van "vergunningen" gelden dezelfde eisen en richtlijnen voor "instemmingsbesluiten", tenzij dit expliciet anders vermeld is. Houd rekening met de criteria duurzame inkoop voor kabels en leidingen. Voor het (ver)leggen van kabels en leidingen dient minimaal 6 weken voor geplande aanvang van de werkzaamheden een instemmingsbesluit bij de gemeente te worden aangevraagd en door de gemeente te worden afgegeven. Deze dient te worden aangevraagd via het MOOR platvorm. De aanleg van kabels en leidingen moet waar mogelijk in combinatie met werkzaamheden van andere nutsbedrijven worden uitgevoerd. De aanleg van kabels en leidingen moet, in afstemming met de gemeente, vóór de aanleg van de rioolaansluitingen worden uitgevoerd (indien van toepassing).
R W
Als voor de werkzaamheden een rijbaan of fietspad geheel of gedeeltelijk moet worden afgesloten moet de aanvrager de te treffen maatregelen en eventueel bebordingsplan minimaal drie weken voor de aanvang van het werk aan de gemeente Noordwijk afdeling Openbare Werken instemming vragen.
R
404
Indien voor de uitvoering van de werkzaamheden bronbemaling noodzakelijk is dient een ontheffing, op grond van de wet Milieubeheer, voor het lozen van grondwater op het gemeentelijk riool te worden aangevraagd bij de gemeente, Noordwijk, afdeling Openbare Werken. De geldigheid van de vergunning bedraagt zes maanden na de in de brief vermelde startdatum. De vergunning is alleen van toepassing voor grond die in (aankomend) eigendom is van de gemeente Noordwijk.
W
405
Ontwerp- en gebruikseisen (en eventuele prestatie-eisen) Volgens het normprofiel van Noordwijk (zie bijlage).
B B
Uitgangspunten: snelle toegankelijkheid tot kabels en leidingen en zo klein mogelijke kans op ligging in verontreinigde grond. Dit heeft geleid tot de volgende eisen: • In openbare grond. • In voetpaden of loopstroken. • Langs de bebouwing of perceelgrens. • Niet in rijwegen en parkeerstroken. • Niet in groenvoorzieningen. • Bij voorkeur niet onder fietspaden aanbrengen, maar in het trottoir of in de berm. De ligging van kabels en leidingen dient altijd afgestemd te worden met de groen-, wegen-, en rioolbeheerder. • Indien fundering wordt toegepast in leidingtracés dienen mantelbuizen aangelegd te worden.
R
Afstanden
Minimale afstand zijkant boom tot kabel en/of leiding, m.u.v. riolering (zie specificatieblad Riolering): 1,00 m. De minimale horizontale afstand tussen een riool, waarvan de bodem (binnenkant) zich 2,00 m onder straathoogte bevindt, en een kabel- en leidingstrook bedraagt 2,00 m. Bij grotere diepte van het riool moet ook de horizontale afstand worden vergroot. Kabels en leidingen stroken mogen in principe niet aangebracht worden in de groeiplaats van bomen (ook geen mantelbuizen). Uitzondering op deze regel is als er ter plekke van de bomen een wortelgeleidingssysteem aangebracht kan worden, waarbij voldoende groeiplaats en volume resteert voor de boom zodat hij het gewenste eindbeeld kan halen.
R R
Brandkranen Uitvoeringsniveau Elementsoort Onderwerp Alle elementen Voorwaarden Graafproces Afstemmingsoverleg Graven Kabelschade Afwijkende ligging
LIOR2016 versie november 2016
401 403, 402
R R
R
Ontwerp- en gebruikseisen (en eventuele prestatie-eisen) Afmetingen en uitvoering zijn afhankelijk van het bouwplan en de wensen van het nutsbedrijf. Transformatorstations bij voorkeur inpandig plaatsen. Houdt bij gasstations rekening met de milieu-, geluid- en veiligheidsvoorschriften en afstanden tot bebouwing. Alle te plaatsen kasten, zowel boven als ondergronds, dienen gemeld te worden bij de gemeente (afdeling Openbare Werken). Indien de plaatsing van een kast niet vergunningsplichtig is, wordt de plaats bepaald in overleg met de afdeling Openbare Werken. Rondom brandkranen obstakelvrije ruimte met een straal van 0,90 m.
406, 407, 408
401
409, 410
401
R
R R R R
411
R
412
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen Van toepassing is de AVOI d.d. ……….., versie……… Van toepassing is de AVOI d.d. ……….., versie………
R R
406
Van toepassing is de AVOI d.d. ……….., versie……… Van toepassing is de AVOI d.d. ……….., versie……… Van toepassing is de AVOI d.d. ……….., versie……… Van toepassing is de AVOI d.d. ……….., versie………
R R W W
406, 408 413 413
Pagina 56 van 154
Bijlage
R
Inrichting leidingtracés
Inrichtingsniveau Straatsoort Onderwerp Bovengrondse nutsvoorzieningen
Bron
Openbare Werken Noordwijk
Onbekende ligging Weesleidingen Herstelwerkzaamheden Revisiegegevens
Van toepassing is de AVOI d.d. ……….., versie……… Van toepassing is de AVOI d.d. ……….., versie……… Van toepassing is de AVOI d.d. ……….., versie……… Van toepassing is de AVOI d.d. ……….., versie………
W W R R
413 413
Nutsvoorzieningen Bijlage Nr.
Omschrijving 401 Principeprofiel Kabels & leidingen
Brondocumenten Nr.
Omschrijving 401 Criteria duurzaam inkopen K&L: https://www.pianoo.nl/themas-markten/maatschappelijk-verantwoord-inkopen-mvi-duurzaam-inkopen/productgroepen 402 Telecommunicatiewet: http://wetten.overheid.nl/BWBR0009950/geldigheidsdatum_02-02-2016 403 Telecommunicatieverordening: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Noordwijk/26607/26607_4.html 404 CROW publicatie 96b: http://www.crow.nl/over-crow/pers/persberichten/vernieuwde-crow-richtlijnen-werk-in-uitvoering-96b 405 Wet Milieubeheer: http://wetten.overheid.nl/BWBR0003245/geldigheidsdatum_02-02-2016 406 CROW publicatie 250: http://www.crow.nl/publicaties/graafschade-voorkomen-aan-kabels-en-leidingen-__-r 407 NEN 7171-1 - Ordening van ondergrondse netten - Deel 1: Criteria: https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-717112009-nl.htm 408 NPR 7171-2 - Ordening van ondergrondse netten - Deel 2: Procesbeschrijving: https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NPR-717122009-nl.htm 409 Groenbeleidsplan: ?? 410 Specificatieblad Riolering: ?? 411 NEN 1059 (2003) - Gasvoorzieningssystemen - Gasdrukregelstations voor transport en distributie: https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-10592010-nl.htm 412 Eisen brandweer: https://www.brandweer.nl/hollandsmidden/organisatie/kazernes-hollands/kazernes/noordwijk/ 413 WION: http://wetten.overheid.nl/BWBR0023775/geldigheidsdatum_02-02-2016
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 57 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bijlage 401*
*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 58 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Hoofdstuk 5 Riolering - vrij verval riolering
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 59 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Hoofdstuk
5
Datum
1-6-2016
Versie 1 Objecten en eisen Stedenbouwkundigniveau Gebiedssoort Onderwerp Alle gebieden Beleid en Regelgeving
Inrichtingsniveau Straatsoort Alle straten
Onderwerp Dimensionering / ontwerp stelsel
Riolering - vrij verval riolering
Beleidseisen (en eventuele gebruikerseisen) Het rioleringsbeleid van de gemeente is verwoord in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP). Het VGRP loopt van 2012 tot en met 2016. Van 2017 t/m 2021 is het rioleringsbeleid verwoord in het IAWKP.
Onderwerp Ligging stelsel
Vrijgave
Manager OW
Eigenaar Hardheid
Rioolbeheerder Bron
501
Uitgangspunt voor nieuw aan te leggen rioolstelsels is een gescheiden rioolstelsel. In bepaalde situaties kan, na toestemming van de gemeente en het HHR, worden volstaan met een verbeterd gescheiden rioolstelsel of een gemengd rioolstelsel. Het Rioleringsplan/type stelsel en hydraulische berekeningen opstellen conform Leidraad Riolering uitgegeven door de Stichting Rioned en de geldende NEN-normen (zie voor laatste versie de website van de NEN).
B
502, 503
Waar mogelijk verhard oppervlak afkoppelen. Hiertoe dient de beslisboom aan- en afkoppelen verharden oppervlakten van het HHR gehanteerd te worden. Zie ook "Leidraad aan- en afkoppelen verharde oppervlakken" van de Werkgroep Riolering West-Nederland. Waar mogelijk dient regenwater middels infiltratie in de bodem afgevoerd te worden. De mogelijkheden voor infiltratie van regenwater afkomstig van verhard oppervlak in de bodem dient middels een onderzoek en in overleg met de afdeling Openbare Werken vastgesteld te worden. Maak hierbij gebruik van de afkoppelkansenkaart.
B
504
R
Bijlage
701
Voor het aanbrengen van zinkers onder sloten/waterpartijen dient vooraf een vergunning van het HHR verkregen te worden.
W
Ontwerp- en gebruikseisen (en eventuele prestatie-eisen) Alle nieuwe aansluitingen worden aangesloten met minimaal PVC 125 mm. Bij huisaansluitingen dient de binnen onderkant van de buis op 0,60 m onder straathoogte/maaiveldhoogte te liggen, verticaal gemeten in de erfscheiding. De ontstoppingsstukken voor de huisaansluitingen (plaats 0,50 m uit de rooilijn, op openbaar terrein) en de kolken moeten bereikbaar zijn voor ontstoppings- en reinigingswerkzaamheden.
R R R
401
R
503
R R
Maak een tekening waarop alleen riolering staat. Zie bijlage "kwaliteitseisen civieltechnische werken" voor nadere tekeningspecificaties. Maak een tekening waarop verhard oppervlak staat waarmee is gerekend. Minimaliseer het aantal uitlaten. “Laadkuilen” aansluiten op het vuilwaterriool (max. 10 m3/uur). Ontwerpberekeningen overeenkomstig de Leidraad riolering module C2100. Ontwerp de riolering zodanig, dat doodlopende strengen zoveel mogelijk worden voorkomen, met andere woorden: zorg dat rioolwater, bij verstopping in een rioolstreng, via een andere streng alsnog kan afstromen.
R R W R R R
De afvalwaterproductie is 12 liter per inwoner per uur. De minimale bodemschuifspanning moet zijn 1 á 1,5 N/m². Maximale stroomsnelheid bij geheel gevulde vrij verval buis moet zijn : v = 1,5 m/s. Uitgangspunt ontwerp voor afvalwaterstelsel: verhang tussen 1:300 en 1:750, minimum afmeting dwa-riolen 250 mm en minimum gronddekking op de leidingen 1,20 m.
R R R R
De gemiddelde woningbezetting voor nieuwbouwwijken kan veiligheidshalve 2,8 inw/woning worden aangehouden. Injecties op bestaande stelsels kunnen zowel voor de gemeente Noordwijk als voor de waterkwaliteitsbeheerder aanleiding geven tot het laten treffen van compenserende maatregelen. De kosten zowel van de fysieke maatregelen als het uitvoeren van de benodigde berekeningen komen ten laste van de aanleiding gevende ontwikkeling c.q. de initiatiefnemer.
R R
Ontwerp- en gebruikseisen (en eventuele prestatie-eisen) Hoofdleidingen (nieuwe aanleg): aanvullend c.q. in afwijking van het in de meest recente Standaard RAW Bepalingen gestelde, dient onderstaande in acht te worden genomen. De minimale horizontale afstand tussen een riool, waarvan de bodem (binnenkant) zich 2,00 m onder straathoogte bevindt, en een kabel- en leidingstrook bedraagt 2,00 m. Bij grotere diepte van het riool moet ook de horizontale afstand worden vergroot. Afstand tussen bomen en ondergronds verkeer. Bij het aanbrengen van een nieuwe (of vervangende) rioolleiding of boombeplanting moet rekening worden gehouden met de volgende afstanden tussen boom en rioolleiding: • Bomen van de 1e grootte minimaal: 1,75 m. • Bomen van de 2e grootte minimaal: 1,25 m. • Bomen van de 3e grootte minimaal: 1,00 m.
LIOR2016 versie november 2016
Rioolbeheerder
B
Per kolk mag niet meer dan 100 m2 asfaltverharding afwateren en niet meer dan 120 m2 elementenverharding. Kolkafstand maximaal 20 m. Deze aansluitingen dienen te worden uitgevoerd volgens de in de bijlage opgenomen details. Er mogen niet meer dan 2 kolken op één leiding van 160 mm worden aangesloten. Bij het ontwerp van een rioolstelsel uitgaan van recent verkregen hoogtes, en dus niet van hoogtes die in het rioolbeheersysteem zijn opgenomen of die van revisietekeningen afkomstig zijn. Indien de gemeente tekeningen aanlevert van de bestaande situatie, kunnen geen rechten worden ontleend aan de hoogtegegevens die op deze tekeningen vermeld zijn.
Inrichtingsniveau Straatsoort
Controle
Pagina 60 van 154
504 504 505 502
R R
506
R
Openbare Werken Noordwijk
Inspectieputten
Ontwerp het riool in een vrij profiel van ontgraving met minimaal 1,0 m vrije ruimte aan beide zijden. Maak de onderlinge afstand tussen horizontaal kruisende rioolbuizen minimaal 200 mm opdat de buizen elkaar niet raken bij eventuele zettingen. Inspectieputten worden aangebracht op alle kruisingen, knikken en bijzondere voorzieningen in het rioolstelsel. Tevens bij wijzigingen in het verhang en van diameter.
R R R
De inspectieputten moeten te allen tijde toegankelijk zijn en worden geplaatst buiten de tracés voor kabels, leidingen en dergelijke. Er mogen géén verdekte inspectieputten worden toegepast, met uitzondering van koppelputten. Als in een bestaand rioolstelsel een deel van de riolering wordt vervangen, dienen, bij hoekverdraaiingen in het nieuw te leggen riool, de prefab putten voorzien te zijn van vierkante sparingen. Waar het te vervangen riool weer aansluit op een bestaande put, kan deze put worden aangepast. Bij de aanleg van een geheel nieuw rioolstelsel (dus geen vervanging), is het wel toegestaan de inspectieputten te voorzien van een aansluiting met hoekverdraaiing.
R
R
Aansluitleidingen groter dan 160 mm moeten altijd door middel van een inspectieput op de gemeentelijke inzamel- of hoofdleiding worden aangesloten. Kolken dienen voorzien te worden van een achter aansluiting. Indien dit niet mogelijk is in verband met ruimtegebrek dient een zijaansluiting toegepast te worden. Zie de detailtekening die als bijlage is opgenomen. De gemiddelde afstand tussen kolken is 17,5 m h.o.h. Kolken dienen aangelegd te worden volgens de NPR 3218. Kolken zoveel mogelijk tegenover elkaar plaatsen. Fiets- en voetpaden zodanig ontwerpen dat kolken niet nodig zijn. Als dit niet mogelijk is dan prevaleert de trottoirkolk op de straatkolk. Plaats bij parkeervakken de kolken op de kruising van de molgoot en de scheiding tussen de parkeerplaatsen. Houd bij de situering van gehandicapten parkeerplaatsen, verkeersdrempels, –plateaus en invalidenopritten rekening met straatkolken en vice versa. Voorkom zoveel mogelijk het plaatsen van kolken onder bomen en lichtmasten. Plaats de kolk minimaal 1 m uit de tangentpunt van de bocht. Herstel in een bocht is namelijk lastig en dus duurder. Houd minimaal 3 m afstand tussen kolken en snelheidsremmende drempels om te voorkomen dat bij herstelwerkzaamheden aan de kolk de drempel niet meteen verzakt, of andersom.
R R
Kolk- en huisaansluitingen
Minimale diameter aansluitleiding appartementen 160mm. Zijaansluitingen op het hoofdriool zijn niet toegestaan. Koppeling aansluitingen woningen en kolken is niet toegestaan.
R R R
Onderwerp
Ontwerp- en gebruikseisen (en eventuele prestatie-eisen) Elke woning een eigen gescheiden aansluiting op het gescheiden hoofdriool. Minimale dekking op de kolk en huisaansluitleidingen 90cm. (Huis)aansluitleidingen dienen aangelegd te worden volgens de NPR 3218. Aansluitlengte: < 15 m De afstand tussen inlaten aangebracht op kunststofleidingen bedraagt h.o.h. minimaal 1,25 m. Inlaten bevinden zich minimaal 1,25 m uit het einde van een buis.
R R N R R
Buizen Relining
De minimale diameter in de rioolleidingen bedraagt voor: Gemengde stelsel, Dwa- en Rwa-riolen Ø 250 mm. Voorafgaand aan of tijdens het afstemmingsoverleg tussen ontwerper /initiatiefnemer en beleidsmedewerker water & riolering/rioolbeheerder de afweging maken tussen relining en vervanging van riolering. Deze afweging per project maken.
Onderwerp Ontwerp en afmetingen
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen De aansluiting van een PVC-standpijp 125 of 160 mm op een betonriool geschiedt door middel van een ingeboorde of ingestorte PVC-inlaat. De aansluiting van een PVC-standpijp 125 of 160 mm op een PVC-riool geschiedt door middel van een knevelinlaat. Het inzamelriool heeft tenminste een diameter van 250 mm.
Aansluitprincipes
LIOR2016 versie november 2016
R
503
R R R R R R R R R
503
R R
R
De aansluiting van een gresstandpijp 150 mm op beton-, gres- en GVK-riool geschiedt door middel van een gresaanboorstuk DN150/70 (b.v. Eurotop). Het inzamelriool heeft tenminste een diameter van 400 mm.
R
Indien nieuwe inlaten op een bestaand riool moeten worden aangebracht, dienen deze te worden geboord. De maximale aansluitdiameters hierbij zijn: buizen 300/400, 300 en 400 mm: 160 mm buizen 400/600, 500 en 600 mm: 200 mm Grotere aansluitdiameters behoren door middel van inspectieputten op het riool te worden aangesloten. Aansluiten van hoofdriolering op bestaand rioolstelsel dient plaats te vinden middels het bijplaatsen van een inspectieput (zgn. ‘hondehokconstructie’) . Het inhakken/inboren op een hoofdriool is niet toegestaan. Aansluitingen op een bestaande inspectieput geschiedt uitsluitend middels een boring.
R
Pagina 61 van 154
401
R
R R R
Aansluiting uitlegger op hoofdriool
Uitvoeringsniveau Elementsoort Rioolstelsel
R
Klimijzers mogen niet worden toegepast. De inspectieputten dienen voorzien te zijn van een stroomprofiel. De putrand met ronde deksel moet geschikt zijn voor zwaar verkeer. Putranden met vierkante deksel mogen niet worden toegepast. Bestaande putranden met vierkante deksel binnen de werkgrenzen dienen vervangen te worden door putranden met ronde deksels. Indien twee tegenover elkaar geplaatste kolken zijn aangesloten op dezelfde spruit, dan dient de aansluiting te geschieden met behulp van een dubbel T-stuk 45º 3xmof/1xspie. Kolken
Inrichtingsniveau Straatsoort
Afstand tussen bomen en zijkant riool/duiker: • Indien de kap van het riool zich onder de grondwaterspiegel bevindt: 1,50 m. • In alle andere gevallen: 2,00 m.
R R
503, 506 (versie 1t/m2)
Openbare Werken Noordwijk
Kleur Uitvoering
Rioolleidingen
Inspectieputten
Ontwerp en afmetingen Materiaal Uitvoering
Ontwerp en afmetingen
Inspectieputranden
Uitvoering
Kolken
Materiaal
LIOR2016 versie november 2016
DWA-leiding uitvoeren in grijze PVC klasse SN8, minimale diameter 125mm. HWA-leiding uitvoeren in groene PVC klasse SN8, minimale diameter 125mm. Maximaal 2 kolken op een aansluiting via een T-stuk (stroomstuk). Afvoerleiding 1 t/m 3 kolken 125mm, 4 t/m 6 kolken 160mm, daarboven 200mm. Kleur codering: HWA-riool groen PVC, DWA-riool grijs PVC. Alle vervallen huis-/en kolkaansluitingen dienen te worden verwijderd en afgestopt bij de spruit. Bij asfaltverhardingen kan worden volstaan met afstoppen achter de band.
R R R R R R
Rioolsleuf altijd aan te vullen met zand in aanvulling (conform de meest recente Standaard RAW bepalingen). De diameter van het nieuwe riool moet ten minste een gelijk "nat-oppervlak" hebben als de oude leiding. De keuze van het materiaal dient minimaal gelijkwaardig te zijn aan het te vervangen materiaal. Het nieuwe riool dient op bestaande of nieuwe putten te worden aangesloten door middel van pendelstukken (spie-spie of mof-spie met rubberring-verbindingen) van minimaal 1,00 m.
R R R R
Als er ‘eivormige zijriolen’ aanwezig zijn, die niet worden vernieuwd, dient de aansluiting van deze riolen op het te vervangen riool als volgt te geschieden: a. Het niet te vervangen riool dient te worden verwijderd tot ca. 1,00 m. voorbij de lijn van de aanliggende bebouwing. Bedoeld wordt hier de bebouwing, die gesitueerd is in de straat waarin de te vervangen riolering is gelegen. b. De aansluiting van het te handhaven zijriool op het te vernieuwen riool geschiedt door een koppelput van beton met een inwendige afmeting van minimaal 1000 x 1000 mm. De verbinding vanaf de koppelput naar het te vernieuwen riool dient minimaal hetzelfde "nat-oppervlak" te hebben als het te vervangen riool.
R
Boren in betonnen buizen dient te geschieden met diamantboren. Oude, niet meer in gebruik zijnde rioleringen, dienen te worden gereinigd en op een milieuverantwoorde wijze te worden afgevoerd. Indien het riool niet kan worden verwijderd is dicht schuimen vereist. E.e.a. dient in overleg met de gemeente te geschieden.
R R
Specificatie inspectieputten: • Beton (NB: afwijking uitsluitend mogelijk na goedkeuring door OW) • Minimale inwendige maatvoering: 80x80 cm (zie bijlage 'maatvoering inspectieputten') • Voorzien van stroomprofiel • Aansluitingen: af fabriek ingestort • Inboren aansluitingen alleen bij hoge uitzondering. • h.o.h. afstand inspectieputten ca. 50 m, met een maximum van 70 m. • Onder KIWA/KOMO-keur. • Tussen maaiveld en bovenkant inspectieput dient 40 cm ruimte vrijgehouden te worden. (24 cm voor putrand en 16 cm voor metselwerk).
R
De putnummers worden door de rioolbeheerder bepaald. Voor inspectieputranden gebruik maken van onderstaand of een gelijkwaardig product: • Leverancier: TBS te Soest • Type: RB3223 Vepro, 240mm hoog • Afhankelijk van type stelsel voorzien van opschrift: “VW”, “RW” (in de rand) • Deksels; bij RW deksel type 500-W Vepro, bij VW bijbehorende deksel RB 3223 Vepro • Opmetselen inspectieputranden volgens moederbestek (zie bijlage). • Bij het opmetselen van inspectieputranden dient het berapen van het metselwerk te gebeuren met R3-mortel, die geschikt is voor het duurzaam beschermen van beton in milieuklasse XA3 Wanneer sprake is van zogenaamde valputten moet onder de hoger gelegen riolen gestabiliseerd zand worden toegepast. Inspectie- of bijzondere putten mogen niet worden gemetseld indien dit aanleiding geeft tot onnodige vertraging (= extra verkeersoverlast) in de uitvoering van het werk. Overstortputten altijd in prefabbeton uitvoeren.
R R
R R
506 (versie 1t/m2) 506 (versie 1t/m2)
Tussen kegelstuk en putrand dienen twee stellagen van kelderklinkers te worden aangebracht. Bij gescheiden stelsels putranden toepassen met opschrift VW (vuilwater) en RW (regenwater) toepassen. Pompputten moeten schoon en droog ter beschikking van de installateur worden gesteld. De stroomprofielen in de gemetselde toegangskokers te maken van stampbeton en/of metselwerk, daarna vlak afwerken met cementspecie type 1. Van het bestaande werk de aansluitvlakken ruw hakken. Putten aanbrengen op een droge ondergrond. Tijdens de bouwrijpfase de mangaten in de putten tijdelijk afdekken met een staalplaat, voorzien van opgelaste strippen om verschuiven tegen te gaan (ook tijdens schaft)
R R R R
506 (versie 1t/m2) 506 (versie 1t/m2) 506 (versie 1t/m2) 506 (versie 1t/m2)
R R
506 (versie 1t/m2) 506 (versie 1t/m2)
Per situatie is hieronder aangegeven welk type kolk dient te worden toegepast: Bij infiltratie in de bodem: • Straatkolken: STR 9737 voorzien van “waaier”deksel ST-102W (TBS) • Trottoirkolken: TRK 4718 voorzien van “waaier”deksel TR-001W (TBS) • Gootkolken: STR 3545 (TBS)
R R
Bij een gescheiden of verbeterd gescheiden rioolstelsel: • Straatkolken: STR 9737 voorzien van “waaier”deksel ST-102W (TBS) of of Nebo D 1302 DR met Fernco-koppeling (Nering Bogel) • Trottoirkolken: TRK 4718 voorzien van “waaier”deksel TR-001W (TBS) of G 127 LD met Fernco-koppeling (Nering Bogel) • Gootkolken: STR 3545 (TBS)
R
Bij een gemengd rioolstelsel: • Straatkolken: STR 9737 (TBS) • Trottoirkolken: TRK 4718 (TBS)• Gootkolken: STR 3545 (TBS). Bij toepassing van RWS-opsluitbanden (rotondes en gebiedsontsluitingswegen): • RWS-kolken type TRK 2000 (TBS) of • RWS-kolken type TRK 2000 met waaierdeksel (TBS)
R R
Pagina 62 van 154
505
507
Openbare Werken Noordwijk
Aansluitingen
Aansluitingen/ verbindingen
Zinkers
Putten Algemeen
Spindelafsluiters
Algemeen
Relining
Algemeen
Voorbereidingswerk
Eigenschappen kous; systeemomschrijving
Uitvoering
LIOR2016 versie november 2016
Aansluiting boven op hoofdriool (klok 12) via standpijp 125 of 160 mm voorzien van zettingsmof (minimaal 10 cm zetting). Standpijp doortrekken tot minimaal 1 m onder straatniveau/maaiveld. Bochten maximaal 45 graden bij richtingsverandering. Bij gemengde stelsels een ontlastput toepassen nabij de gevel. Indien mogelijk het gebruik van zinkerconstructies voorkomen. De kabel/leiding aan weerszijden van de watergang aangeven door middel van zinkerborden. Zinkers aan beide zijden voorzien van inspectieputten (verticaal). In de inspectieputten (verticaal). In de inspectieputten spindelafsluiters aanbrengen. Inkomende leidingen voorzien van mede te leveren en te monteren rioolspindel schuiven. Spindelafsluiters gefabriceerd uit materiaal HDPE/RVS en dubbel kerend uitvoeren, type KWT-MD o.g. De spindelafsluiters uitvoeren met niet-stijgende RVS AISI 316 spindels en tot vlak onder het betonnen dek middels een RVS spindelverlenging AISI 316 aanbrengen. De spindelverlenging draaibaar fixeren met een RVS steunlager en kunststof geleidebus. Bediening schuif vanaf het betonnen dek door middel van een mede tot de levering behorende T sleutel met een lengte van ca. 1 meter. Spindelafsluiters tegen de wand van het ontvangstkanaal van het riool aanbrengen. De spindelafsluiter dient het toevoerkanaal waterdicht af te sluiten en zuiver vlak uitgelijnd en afgesteld te zijn.
R
Maximale benodigde kracht op de bedieningssleutel voor handmatig bediening: 150 N bij een arm van 300 mm. Bij rioolrenovaties m.b.v. een kous (relining) worden specifieke eisen aan de kous en de uitvoering gesteld. Maatwerk wordt bepaald door de afdeling Openbare Werken a.d.h.v. door ontwikkelaars aangeleverde gegevens. Bij rioolrenovaties d.m.v. relining dient de meest recente versie van het moederbestek aangehouden te worden. De aannemer verzorgt uiterlijk vijf werkdagen voor uitvoering een vooraankondiging bij aanwonenden/belanghebbenden. Hierbij geeft de aannemer aan welke maatregelen genomen moeten worden om overlast te voorkomen alsmede de startdatum en einddatum van het werk. Ook vermeldt de aannemer dat stankoverlast kan optreden als de huisaansluiting mankementen vertoont.
R R
R R R R R R R R
R
R R
De aannemer reinigt het riool voorafgaand aan het invoeren van de kous. Eventuele obstakels (bijv. wortels) in het riool verwijderen. De aannemer voert na reiniging een video-inspectie uit, waarbij de inlaten worden ingemeten. Dragermateriaal van de kous: Glasvezelversterkende kunststof (GVK) of polyester naaldvilt. Hars: Epoxy, polyester, vinyl ester of andere hars die leverancier als geschikt beoordeeld heeft voor de gekozen toepassing (op basis van het bestek of programma van eisen van de gemeente Noordwijk). Uithardingssyteem: Hitte geïnitieerd (water of stoom), straling geïnitieerd (bij voorbeeld UV licht) of omgevingsklimaat geïnitieerd. Fysische eigenschappen van het eindproduct (zowel korte termijn als lange termijn, na minimaal 50 jaar) dienen vooraf opgegeven te worden in de statische berekeningen en dienen na de uitvoering gecontroleerd te worden.
R R R R
Chemische resistentie: de gebruikte materialen moeten chemisch resistent zijn tegen H2S. Een en ander aan te tonen met chemische resistentietabellen van de hars.
N
Deelliners kunnen toegepast worden als (tijdelijk) reparatiemiddel en mogen niet als renovatie methode voor lange termijn (minimaal 50 jaar) gekozen worden. Zowel GVK als naaldvilt deelliners zijn toegestaan.
R
De voorkeur gaat naar de GVK deelliners (minder krimp, betere hechting tegen de betonnen buis, betere hydraulische eigenschappen van gerepareerde buis). Ook zijn deze systemen met verschillende kwaliteitscertificaten voorzien (met 10.000 uur test en vaak met Duitse DIBT Zulassung waarmee alle relevante kwaliteitsaspecten omschreven zijn).
R
Waterdichtheid conform de eisen die zijn opgenomen in APS richtlijn (vacuüm van 0,5 bar tijdens 30 minuten, zonder folielaag van de liner). De toe te passen mechanische sterkte (dikte) van de kous bepalen m.b.v. een statische berekening volgens ATV-DVWK-M 127-2. Voor de berekening uitgaan van een waterstand van minimaal 1,50 m boven b.o.b. De berekening vooraf aan de rioolbeheerder ter beschikking stellen. De opdrachtgever bepaalt de Altrohrzustand klasse van de te renoveren buis conform de ATV richtlijnen (klasse I, II of III). Minimale veiligheidscoëfficient is 2,0 (ARZ klasse I en II) en 1,5 ( ARZ klasse III) conform ATV M 127. De opdrachtgever geeft de grondwaterstand, verkeersbelastingen en grondeigenschappen in het plangebied aan.
N N
De aansluiting van de kous op de put waterdicht afwerken. De aannemer overlegt een testcertificaat van de 10.000 urenproef van de gebruikte kous-/harssoort aan de rioolbeheerder. Deze test dient uitgevoerd te worden in een geaccrediteerd laboratorium conform NEN EN 761 en mag niet ouder dan 5 jaar zijn (zoals aangegeven in NEN EN 13566-4). De datum van uitvoering in overleg met de toezichthouder en rioolbeheerder bepalen. De aannemer treft voorzieningen opdat op/in openbaar dan wel particulier eigendom geen overlast optreedt t.g.v. belemmerde afstroming. Hij verwijdert het in een afgesloten rioolleiding geloosd water periodiek.
N N
Indien nodig plaatst de aannemer afsluiters. Voor het inbrengen van de kous brengt de aannemer een preliner (beschermfolie) aan. De styreenconcentratie in het afvalwater mag maximaal 1 mg per liter bedragen. Het afvalwater mag niet verdund worden om deze concentratie te verkrijgen.
R R R
Styreen houdend water mag niet op het oppervlaktewater geloosd worden. De uitvoerder overlegt de resultaten van de styreenmetingen aan de toezichthouder. De maximum temperatuur van het afvalwater bedraagt 30° C. Na het aanbrengen van de kous herstelt de aannemer de inlaten. Verwijderen bovenste helft van de kous ter plekke van de inspectieputten. Leveren van de proefstukken (1proefstuk per kous) aan de directie, deze worden in het geaccrediteerd laboratorium beoordeeld om mechanische eigenschappen, wanddikte, waterdichtheid en uitharding.
R R R R R R
Pagina 63 van 154
507
R R
N
503
507, 508
R R
Openbare Werken Noordwijk
Werkzaamheden na relining
Garantie
Oplevering
Algemeen
Oplevering bouwrijp gemaakt terrein en na aanvullen sleuf
Oplevering woonrijp gemaakt terrein
LIOR2016 versie november 2016
Het beproeving- en beoordelingsproces is weergegeven in bijgaande beslisbomen (zie beide bijlagen). Uitgangspunt is dat standaard procedures (1e ronde) door de opdrachtgever betaald worden, en dat aanvullende onderzoeken (indien de kous niet aan de gestelde eisen voldoet, dus 2e ronde) door de opdrachtnemer betaald worden. Dit is ook conform Standaard.
R
Als kousen op basis van de gestelde eisen niet goedgekeurd kunnen worden, krijgt de opdrachtnemer de kans om alsnog aan de gesteld eisen te voldoen (bij voorbeeld een “reboil” proces, of andere methode ter keuze van de aannemer). Als kous op basis van de gestelde eisen afgekeurd wordt, dient de opdrachtnemer op eigen kosten oude kous te verwijderen en nieuwe kous aan te brengen.
R R
Na relining inspecteert de aannemer de gerelinede leiding d.m.v. een video-inspectie (eisen: zie aspect “oplevering bouwrijp maken”). Indien uit de inspectie blijkt dat er schades aan het riool voorkomen van schadeklasse > 1, dan herstelt de aannemer deze op eigen kosten. Protocol tijdens uitharding: Tijdens het uitharden dienen de meetgegevens betreffende de uitharding (bij voorbeeld temperatuur, duur, of snelheid UV trein) gemeten te worden. Deze gegevens dienen vastgelegd te worden en overhandigd te worden aan de directie.
R
De aannemer verstrekt een garantieverklaring als bedoeld in paragraaf 22 van de UAV 1989, voor een termijn van tien jaar na oplevering van het werk. De garantie moet gegeven worden op de volgende aspecten: • Mechanische sterkte • Chemische resistentie • Waterdichtheid • Slijtvastheid Oplevering volgens de meest recente versie van het moederbestek (keuringsplan). Voor oplevering dient de riolering gereinigd en geïnspecteerd te worden. Omwonenden die zijn aangesloten op het betreffende riool minimaal 3 werkbare dagen voorafgaand aan de reiniging huis-aan-huis op de hoogte brengen van de werkzaamheden en de te nemen maatregelen.
R
R
R R R
Bij oplevering dient minimaal 2 jaar garantie op de gehele drukriolering te worden gegeven. Alle instructieboeken, certificaten en gegevens dienen aangeleverd te worden aan de afdeling Openbare Werken. Voor oplevering van het riool in de bouwrijp fase (nieuwbouw) en vóór het aanbrengen van de verharding in geval van reconstructie moet aan de volgende eisen zijn voldaan: • Riool reinigen: omwonenden die zijn aangesloten op het betreffende riool minimaal 3 werkbare dagen vooraf huis-aan-huis op de hoogte brengen van de werkzaamheden en te nemen maatregelen. • Op de reinigingswerkzaamheden is van toepassing NEN-EN 14654 "Aanpak en controle reiniging buitenriolering - Deel 1: Rioolreiniging" • De riolen, putten en kolken moeten worden ontdaan van alle verwijderbare materialen, die geen deel uitmaken van de constructie van het riool, de put en de kolk. De belemmering van de buisdoorsnede ten gevolge van vervuiling is nergens meer dan 0%. • Rioolinspectie: rioolleidingen en inspectieputten vanuit het riool inspecteren met een 3D kogelbeeldcamera. De registratie van opnamen moet direct tijdens de inspectie digitaal plaatsvinden. • De waarnemingen dienen te worden geregistreerd volgens NEN 3399 (2004) en NEN/EN 13508-2. Minimaal moeten de normatieve beeldcodes volgens NEN 3399 worden geregistreerd.
Ingeval van twijfel over de aard en omvang van een toestandsaspect dient dit te allen tijde op de commentaarregel te worden vermeld en beargumenteerd. • De beeldopnamen moeten beschikbaar worden gesteld zonder dat daarbij gebruik is gemaakt van beeld comprimerende software. • De beeldopnamen moeten zodanig zijn geregistreerd, dat alle toestandsaspecten > klasse 1 door de rioolbeheerder scherp op een beeldmonitor kunnen worden waargenomen.
R R R
De inspectie door een gecertificeerd bedrijf laten uitvoeren. Hiervoor geldt het volgende: • Laten verrichten door een bedrijf dat in het bezit is van een vigerend ISO 9001:2000 certificaat en VCA*-certificaat uitgegeven door de Nederlandse Raad van Accreditatie erkende certificerende instelling. • De inspecteur dient in het bezit te zijn van een diploma van de cursus "Visuele inspectie conform NEN 3399" van de stichting RIONED. • Omwonenden die zijn aangesloten op het betreffende riool minimaal één dag vooraf huis-aan-huis op de hoogte brengen van de werkzaamheden en de te nemen maatregelen. De inspectiegegevens twee weken voor de oplevering aanleveren bij de rioolbeheerder als schriftelijke rapportage volgens hoofdstuk 12 van NEN-EN 13508-2, waarbij de volgende specificaties van toepassing zijn: • beeldopname op DVD of harde schijf, inclusief (meelopend) SUF-bestand; • inspectieresultaten te leveren in SUF 2.1 format; • de data van de hellingshoekmeting in Excel format; • digitale foto-opnamen op DVD of harde schijf; • de schriftelijke rapportage dient eveneens volledig digitaal beschikbaar te worden gesteld.
R
503
R
Bij het inspecteren dienen unieke putnummers en rioolsecties, aangegeven door de rioolbeheerder, verwerkt te worden in de aan te leveren SUFRIB 2.1. Bij putten die niet bekend zijn in het beheersysteem altijd de dichtstbijzijnde putnummer hanteren aangevuld met de letter A en opvolgend.
R
Tevens de coördinaten van de inspectieputten aanleveren (dienen ingemeten te worden m.b.v. GPS). Hellingmeting uitvoeren o.b.v. revisiehoogtes. Het riool, de putten en de kolken nogmaals reinigen en een inspectie uitvoeren met een 3D kogelbeeldcamera (eisen: zie aspect “oplevering bouwrijp maken”). Op de reinigingswerkzaamheden is NEN-EN 14654 "Aanpak en controle reiniging buitenriolering - Deel 1: Rioolreiniging" van toepassing.
R R R
Putranden, inclusief uittrekgaten schoon- en bitumenvrij maken. De inspectie door een gecertificeerd bedrijf laten uitvoeren. Hiervoor geldt het volgende: • Laten verrichten door een bedrijf dat in het bezit is van een vigerend ISO 9001:2000 certificaat en VCA*-certificaat uitgegeven door de Nederlandse Raad van Accreditatie erkende certificerende instelling. • De inspecteur dient in het bezit te zijn van een diploma van de cursus "Visuele inspectie conform NEN 3399" van de stichting RIONED. • Omwonenden die zijn aangesloten op het betreffende riool minimaal één dag vooraf huis-aan-huis op de hoogte brengen van de werkzaamheden en de te nemen maatregelen.
R R
Pagina 64 van 154
507
503
Openbare Werken Noordwijk
Oplevering reconstructie
Revisiegegevens
De inspectiegegevens twee weken voor de oplevering aanleveren bij de rioolbeheerder als schriftelijke rapportage volgens hoofdstuk 12 van NEN-EN 13508-2, waarbij de volgende specificaties van toepassing zijn: • beeldopname op DVD of harde schijf, inclusief (meelopend) SUF-bestand; • inspectieresultaten te leveren in SUF 2.1 format; • de data van de hellingshoekmeting in Excel format; • digitale foto-opnamen op DVD of harde schijf; • de schriftelijke rapportage dient eveneens volledig digitaal beschikbaar te worden gesteld.
R
Het riool, de kolken en de putten nogmaals reinigen (kolken en putten schoonzuigen). Op de reinigingswerkzaamheden is NEN-EN 14654 "Aanpak en controle reiniging buitenriolering - Deel 1: Rioolreiniging" van toepassing.
R
503
Putranden, inclusief uittrekgaten schoon- en bitumenvrij maken. Revisiegegevens aanleveren conform het meest recente moederbestek. Van de nieuw aangelegde riolering dient een deugdelijke revisietekening conform NPR 3218 vervaardigd te worden. Hierop dient gemaatvoerd minimaal aangegeven te zijn de plaats van alle uitleggers, de maatvoering van de eventuele opzetters, de plaats van de ontstoppingsstukken alsmede de exacte ligging en diepte van het riool. Daarnaast ook detail aanleveren van randvoorzieningen en bijzondere constructies (bovenaanzicht en langsdoorsnede).
R R R
507 503
Riolering - vrij verval riolering Bijlage Nr.
Omschrijving 701 Afkoppelkansenkaart Noordwijk 401 Principeprofiel Kabels & leidingen 503 Detail kolk- en huisaansluitingen 504 Kwaliteitseisen civieltechnische werken 505 Maatvoering inspectieputten gemeente Noordwijk 506 Details aansluitingen en inspectieputten (1v2) 506 Details aansluitingen en inspectieputten (2v2) 507 Beslisboom 1e beproeving relining 508 Beslisboom 2e beproeving relining
Brondocumenten Nr. Omschrijving 501 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) 2012-2016: https://digitaalloket.noordwijk.nl/intranet/notas_42639/rubriek/wonen-en-ruimte_2113.html 502 Leidraad riolering: http://www.riool.net/home 503 Website www.nen.nl 504 Leidraad aan- en afkoppelen verharde oppervlakken: ?? 505 Wet Milieubeheer: http://wetten.overheid.nl/BWBR0003245/geldigheidsdatum_02-02-2016 506 Specificatieblad Nutsvoorzieningen: ?? 507 Moederbestek gemeente Noordwijk: ??
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 65 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bijlage 701*
*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 66 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bijlage 401*
*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 67 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bijlage 503*
*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 68 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bijlage 504*
*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 69 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bijlage 505*
*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 70 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bijlage 506 (1v2)*
*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 71 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bijlage 506 (2v2)*
*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 72 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bijlage 507*
*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 73 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Bijlage 508*
*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 74 van 154
Openbare Werken Noordwijk
R Hoofdstuk 6 Riolering - persleidingen, drukriolering, gemalen, pompen
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 75 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Hoofdstuk
6
Datum
1-6-2016
Versie
1
Riolering - persleidingen, drukriolering, gemalen, pompen
Objecten en eisen
Controle
Rioolbeheerder
Vrijgave
Manager OW
Eigenaar
Rioolbeheerder
Hardheid
Bron
Beleidseisen (en eventuele gebruikerseisen) Het rioleringsbeleid van de gemeente is verwoord in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP). Het VGRP loopt van 2012 tot en met 2016. Van 2017 t/m 2021 is het rioleringsbeleid verwoord in het IAWKP.
B
601
Houd rekening met de criteria duurzame inkoop voor riolering.
R
602
Overige beleidseisen zijn conform specificatieblad 7 Riolering - vrij verval.
B
603
Ontwerp- en gebruikseisen (en eventuele prestatie-eisen) Houd al in de planvorming rekening met de bepalingen van de benodigde milieuvergunning. Stank- en geluidscirkels bepalen de afstand tot bebouwing en welke voorzieningen de initiatiefnemer moet treffen.
R
Situeer de vuilwatergemalen zodanig, dat de minimale afstand tot de meest nabijgelegen woning 50 meter bedraagt. Bij kleinere afstand dient het gemaal stankdicht te worden ontworpen.
R
Uitgangspunt is een natte pompopstelling. Daar waar het specificatieblad Riolering niet in voorziet is de Leidraad Riolering van toepassing. De detaillering en aanleg van een rioolgemaal dient altijd in overleg met de afdeling Openbare Werken (rioolbeheerder) plaats te vinden.
R
Plaatsing van de pompput buiten de rijbaan of het voetpad. Gemaal moet bereikbaar zijn voor onderhoudsauto's. Maak bij het gemaal een opstelplaats voor de onderhoudsauto in de vorm van een parkeerplaats. Indien het gemaal in een groenstrook ligt voldoet een opstelplaats van grasbetontegels.
R
Plaats een rioolgemaal met dubbele pompinstallatie altijd op gemeentegrond. Voorzie de gebiedsgebonden rioolgemalen (bemalingsgebied) altijd van een dubbele pompinstallatie. Dat wil zeggen een systeem met twee dezelfde pompen die elkaars reserve zijn (ongeacht het te verpompen medium). Na het uitvallen van één pomp moet minimaal 70% van de totale RWAcapaciteit (indien van toepassing) nog kunnen worden verpompt. Indien het bemalingsgebied minder dan 10 woningen omvat (geldt ook voor mechanische rioleringssystemen), kan volstaan worden met één pomp, mits voorzien van een afstand-alarmering. Bergbezinkvoorzieningen uitvoeren met minimaal één ledigingspomp en spoelkleppen of spoelpompen.
R
Op de wederzijdse oevers van de watergang moet d.m.v. borden of anderszins de aanwezigheid van kabels en/of leidingen duidelijk waarneembaar zijn.
R
Bij persleidingen in het gemaal een leidingsnelheid van het medium aanhouden van tenminste 1,5 m/s.
R
Bij persleidingen buiten het gemaal dient de leidingsnelheid van het medium minimaal 0,8 m/s en maximaal 3 m/s te bedragen.
R
Onderwerp Normen en richtlijnen
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen De aanleg van persleidingen en rioolgemalen dient te gebeuren volgend de meest recente normen en richtlijnen.
N
Tekeningen, berekeningen, schema's
De initiatiefnemer of aannemer dient in tweevoud ter goedkeuring in: • de overzicht- c.q. samenstelling tekeningen en conserveringsschema's van de installatiedelen; • de werktekeningen van de speciaal voor dit werk te vervaardigen onderdelen, voorzien van stuklijsten en materiaalaanduidingen; • de tekeningen betreffende sparingen en in te storten onderdelen. De initiatiefnemer of aannemer moet met betrekking tot de onderdelen van de installatie, voor zover die van elektrotechnische of regeltechnische aard zijn, tekeningen en schema’s in 2voud en digitaal als Pdf-bestand aan de rioolbeheerder verstrekken.
R
De te verstrekken tekeningen en schema's (A4/A3 formaat) zijn de volgende: • stroomkringschema's van het kracht, stuurstroom, signalering en alarmering gedeelte; • schema's van de meet- en regelinstallatie; • stroomdiagrammen en in- en uitgangenlijsten voor PLC besturingen; • configuratieschema’s PLC apparatuur e.d.; • installatietekeningen voor de kracht, licht en meet en regelinstallaties; • aansluitschema's van alle in de kast aan te brengen klemmen met de hierop aan te sluiten leidingen; • constructietekeningen van de panelen, voor wat betreft de aanzetinrichtingen en alle andere onderdelen van werktuigbouwkundige en/of constructieve aard; • overzichtstekeningen van de indeling van de panelen, van de montageplaten, de verdelingen e.d.; • lijst van gebruikte afkortingen met verklaringen; • lijst van alle gebruikte apparatuur (stuklijst); • lijst van alle vervaardigde tekeningen, schema's en I/O lijsten. Teksten op (niet CAD) tekeningen mogen uitsluitend met inkt en sjabloon zijn aangebracht.
R
R
Teksten dienen in de Nederlandse taal gesteld te zijn.
R
Hydraulische berekeningen dienen ter goedkeuring aan de rioolbeheerder te worden voorgelegd.
R
Van de gecontroleerde tekeningen, berekeningen en schema's zendt de rioolbeheerder één exemplaar retour naar de aannemer voorzien van haar opmerkingen. De door de rioolbeheerder gewenste wijzigingen dienen door de initiatiefnemer of aannemer onmiddellijk op tekening te worden verwerkt.
R
Bijlage
Stedenbouwkundigniveau Gebiedssoort Alle gebieden
Onderwerp Algemeen
Inrichtingsniveau Straatsoort Alle straten
Onderwerp Algemeen
604
Uitvoeringsniveau Elementsoort Algemene bepalingen van technische aard
Tekeningcontrole
LIOR2016 versie november 2016
Pagina 76 van 154
605
R
Openbare Werken Noordwijk
Opschriften materieel
Te leveren documentatie
De initiatiefnemer of aannemer werkt de door de rioolbeheerder aangegeven wijzigingen bij en dient deze tekeningen nogmaals in tweevoud plus digitaal in. De goedkeuring door de rioolbeheerder van de tekeningen en de daarin onder haar goedkeuring aangebrachte wijzigingen ontheffen de initiatiefnemer of aannemer niet van zijn verantwoordelijkheid voor de door hem verrichte ontwerp arbeid en van zijn verplichtingen om het werk naar de uit de overeenkomst voortvloeiende eisen uit te voeren en tijdig te voltooien.
R
De definitieve benaming en volgnummers in overleg met de rioolbeheerder bepalen.
R
De volgende opschriften, aanduidingen en merken aanbrengen: • Op pompen, motoren e.d. installatiedelen duidelijk gemerkte, solide bevestigde, corrosiebestendige metalen plaatjes waarop de hoofdgegevens zijn vermeld; • Bij (werk)schakelaars van de diverse installatiedelen en bij instrumentatieonderdelen e.d. met schroeven bevestigde resopal plaatjes, waarop duidelijk de functie van de schakelaars en de instrumentatie is aangegeven; • In verdelingen en schakelpanelen solide bevestigde aanduidingen bij klemmen, elektrische apparaten, zekeringen, bedrading e.d.,overeenkomende met de aanduidingen op de door de aannemer te verstrekken tekeningen en schema's; • Apparatuur codering in verdelingen en panelen aan te brengen door middel van resopal plaatjes (wit zwart wit) of gelijkwaardig van een nader te bepalen soort, kleur en afmeting. De aan te sluiten verbruikers coderen overeenkomstig de codering op de schema's.
R
Alle handleidingen en documentatie in de Nederlandse taal opstellen en digitaal aanleveren.
R
Onder bediening en onderhoudsvoorschriften wordt verstaan een samenstel van voorschriften voor bediening, onderhoud en revisie van de door de aannemer (onderaannemer/toeleverancier) geleverde installatie en/of onderdelen daarvan. De bediening en onderhoudsvoorschriften uitvoeren conform de gebruikershandleiding als omschreven in de machinerichtlijn.
R N
Tenminste 1 week voor de oplevering de concept bediening en onderhoudsvoorschriften in 2-voud ter goedkeuring indienen.
R
De bediening en onderhoudsvoorschriften overzichtelijk samenvoegen in stevig uitgevoerde 4-gaten ringmappen, die tenminste onderstaande inhoud c.q. gegevens moeten bevatten: • een titelblad met namen, adressen en telefoonnummer van het project, de opdrachtgever, de aannemer en de eventuele onderaannemers; • een inhoudsopgave, onderverdeeld in hoofdstukken per installatiedeel; • de ontwerpgegevens van de installatie, over te nemen uit het bestek of technische omschrijving; • een stuklijst met alle toegepaste fabricaten en typenummers alsmede een leveranciersoverzicht van toegepaste apparatuur; • de fabriek/service documentatie van alle toegepaste apparatuur; • de garantiegrafieken en beproevingsschema's, als mede keuringscertificaten en materiaalattesten; • NEN 3140, EMC en CE verklaringen; • van tekeningen en schema's de revisie-exemplaren (as built).
R, N
Het werktuigbouwkundig installatiedeel dient te bevatten: • een omschrijving; • de opstellingsplaats(en); • de capaciteiten; • de vermogens; • de werking; • de detailtekeningen en onderdelenlijsten; -een onderhoudsschema incl. smering intervallen. Het elektrotechnisch installatiedeel dient te bevatten: • een omschrijving en doel van het onderdeel; • de toegepaste apparatuur; • de bedieningsmogelijkheden (lokaal/centraal); • de signaleringen (lokaal/centraal); • de storingen; • de noodzakelijke acties bij storingen; • de besturingsbladen (revisie-exemplaar) per installatiedeel; • de meetstaten en bijbehorende situatietekeningen van de aarding en bliksemafleiderinstallaties. Documentatie EMC markeVoor alle in aanmerking komende geïnstalleerde onderdelen geldt dat de aannemer een conformiteitverklaring betreffende EMC richtlijnen als apart document moet archiveren. Deze ringen originele documenten moeten gerubriceerd verzameld worden in aparte ringmappen welke tegelijkertijd met de overige documentatie ter goedkeuring moeten worden ingediend en op verzoek ter beschikking stellen aan de opdrachtgever.
Keuring, beproeving, opleve- De initiatiefnemer of aannemer stelt op de bouwplaats hulpmiddelen/meetapparatuur en mankracht kosteloos ter beschikking voor het uitvoeren van: ring • een algemene visuele inspectie van de installatieonderdelen; • een beoordeling van de geluidsproductie van werktuigen; • een capaciteitsmeting.
LIOR2016 versie november 2016
605
R
R
R
R
Indien bij een keuring en/of beproeving een onderdeel van de installatie niet aan de gestelde eisen voldoet, onverwijld tot verbetering/vervanging overgaan, waarna een herkeuring plaatsvindt.
R
De volgende beproevingen uitvoeren: • een druk- en lekkagetest; • het afstellen van beveiligingen; • een capaciteitsmeting van de pompen op basis van een schijfmeting; • een controle van de goede werking van de installatie.
R
Ten aanzien van de gemaal besturingsinstallatie gelden voorts de volgende aanvullende testen/beproevingen, waarbij de aannemer moet aantonen dat: • de werktuigen correct functioneren in de zgn. nood, hand en bedrijfssituatie, dus buiten de gemaalcomputer om; • de aansluiting van alle meetsignalen, schakelaars, kontakten etc. vanuit het proces tot op de klemmenstrook tussen proces en gemaalcomputer juist is; • de functionele werking van deze "ingangen" juist is; • de uitgangen van de gemaalcomputer, de signaallampjes, relais, aanwijsinstrumenten etc. aansturen vanaf de klemmenstrook op de juiste wijze zijn aangesloten; • de functionele werking van deze "uitgangen" juist is; • de functionele test van alle geleverde programmatuur is uitgevoerd.
R
Pagina 77 van 154
606
Openbare Werken Noordwijk
Certificering en CEmarkering
Werktuigbouwkundige Pompinstallaties - algemeen installaties
Dompelpompen - algemeen
Dompelpompen - uitvoering
LIOR2016 versie november 2016
Aantonen dat de thermische beveiligingen van de elektromotoren de stroom afschakelen bij de op te geven stroomsterkten en belastingsperioden.
R
Fouten en gebreken die de initiatiefnemer, de aannemer of de gemeente Noordwijk gedurende de beproevingen constateert, onmiddellijk in overleg met de gemeente Noordwijk verhelpen. Na geslaagde beproevingen en nadat de installatie minimaal 48 uur in bedrijf is geweest met een goede werking van de installatieonderdelen zal de installatie door de aannemer schriftelijk dan wel mondeling voor oplevering kunnen worden aangemeld.
R
Het juiste tijdstip van de algehele oplevering zal door de gemeente Noordwijk in overleg met de initiatiefnemer en/of aannemer(s) worden vastgesteld.
R
De maatregelen, die nodig zijn om de algehele opleveringsbeproeving onder bedrijfsomstandigheden te kunnen uitvoeren, zullen door of namens de opdrachtgever worden getroffen.
R
Na een algehele goedkeuring van de installatie zal deze als opgeleverd mogen worden beschouwd.
R
Indien bij de oplevering alsnog een restpuntenlijst wordt vastgesteld van nog uit te voeren werkzaamheden, dienen deze binnen 1 maand naar tevredenheid van de gemeente Noordwijk te zijn uitgevoerd. De certificering CE markering van alle in de technische beschrijving of bestek of overeenkomst omschreven werktuigen en installaties dient te worden verzorgd door of namens de initiatiefnemer of aannemer van het onderhavige werk.
R
De levering van de installaties dient voor elk gemaal vergezeld te gaan van een door de initiatiefnemer of aannemer ondertekende EU-verklaring van overeenstemming volgens bijlage II punt A van de Machinerichtlijn Richtlijn Machines 98/37/EG (zal vervangen worden door de Machinerichtlijn 2006/42/EG).
N
Alle kosten nodig ter verkrijging van de conformiteit verklaring (CE certificering) zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
R
Minigemalen uitvoeren met 1 pomp, tenzij anders aangegeven.
R
Gemengd stelsel gemalen uitvoeren met minimaal 2 pompen (elkaars reserve).
R
HWA gemalen uitvoeren met minimaal 2 pompen, tenzij anders aangegeven.
R
Gescheiden- en Verbeterd gescheiden stelsels 1 DWA pomp en 1 HWA pomp, tenzij anders aangegeven.
R
Bergbezinkvoorzieningen uitvoeren met minimaal 1 lediging pomp en 1 spoelpomp tenzij anders aangegeven.
R
Indien een HWA-pomp aanwezig is, moet het HWA-inslagpeil zo laag mogelijk worden afgesteld, zodanig dat de vulling van de kelder samen met het gevulde deel van het stelsel voldoende is voor ca. 10 minuten draaitijd.
R
Pompputten moeten schoon en droog ter beschikking van de installateur worden gesteld.
R
Bij oplevering dient minimaal 2 jaar garantie op de pompen (mechanische onderdelen) te worden gegeven.
R
De pompen dienen met de aandrijvende elektromotoren zonder koppeling te zijn samengebouwd en geschikt te zijn voor continubedrijf en voor gehele onderdompeling, alsmede voor lange tijd onderwater, IP 68. Elke pomp dient geschikt te zijn voor het verpompen van vuil water met grotere vaste delen en klitvormende bestanddelen. De voorkeur gaat uit naar units met een zo laag mogelijk nominaal toerental.
R
Tenzij anders voorgeschreven dienen de pompen te zijn voorzien van een teruggetrokken waaier, indien dit niet volstaat kan in overleg een schroef centrifugaal of enkel kanaal waaier gebruikt worden, de waaiers dienen een zogenaamde minimale ‘vrije kogeldoorlaat’ te hebben. Bij drukriolering versnijdende pompen gebruiken of ter beoordeling van de opdrachtgever.
R
Bij bestaande gemalen dient gecontroleerd te worden of de inwendige diameter van de achterliggende persleiding groter is dan de vrije kogeldoorlaat van de te plaatsen pomp(en).
R
De pompen dienen te zijn van het fabricaat Flygt. Eventuele gelijkwaardigheid van andere merken is ter beoordeling van de beheerder riolering.
R
De motoren voorzien van waterdichte voedingskabel, pompen dienen voorzien te zijn van voedingskabels van voldoende lengte. Kabellengte moet toereikend zijn om de pompen met motoren uit de pompput te kunnen hijsen. Ook moet de kabel richting bedieningskast van voldoende lengte zijn.
R
De elektromotor van de onderwaterpomp uitvoeren in de beschermingsgraad IP 68, isolatieklasse F. Bij een vermogen > 3 kW geschikt voor aansluiting op een frequentieomvormer of softstarter (incl. thermistor beveiliging). De pompen kunnen voor onderhoud en inspectie op een eenvoudige wijze uit de pompput gehesen en teruggeplaatst worden zonder dat enige handelingen in de pompput behoeve plaats te vinden.
R
R
R
R
R
Ten behoeve van het hierboven gestelde, elke pomp, lichter dan 250N (25kg), voorzien van een RVS AISI 316 hijsketting (schalmdikte 4 mm (langschalm)) van voldoende lengte.
R
Ten behoeve van het hierboven gestelde, elke pomp, zwaarder dan 250 N (25kg), voorzien van een RVS AISI 316 hijsketting (schalmdikte 6 mm (langschalm)) van voldoende lengte.
R
Ten behoeve van het hierboven gestelde: elke pomp, zwaarder dan 800 N (80kg), minimaal voorzien van een RVS AISI 316 hijsketting (schalmdikte 8 mm (langschalm)) van voldoende lengte, pompen met een gewicht zwaarder dan 2500N in overleg met de beheerder riolering.
R
De kettingen voorzien van RVS AISI 316 harpsluitingen respectievelijk M6 – M8- M10 en ophangen aan een mede te leveren RVS haak, aan te brengen in elke luikrand.
R
Alle hijskettingen dienen geleverd te worden met een veiligheidscertificaat.
R
De pompen voorzien van een compleet RVS geleidingsconstructie AISI 316 en een RVS of gietijzeren geleidesteun en voetbocht met ondersteuningen.
R
Pagina 78 van 154
Openbare Werken Noordwijk
Leidingen - algemeen
Leidingen - uitvoering
Leidingen - verbindingen
Leidingen - ondersteuningsconstructies
Leidingen - materialen
Roestvast stalen leidingen materialen
Roestvast stalen leidingen -
LIOR2016 versie november 2016
Eén-kanaalwaaier pomp minigemaal: • Waaier RVS of gietijzer • Vrije kogeldoorlaat rond ≥ 48 mm. • Uitgevoerd met vervangbare slijtring of slijtplaat aan zuigzijde.