BIJLAGE I. Toelichting bestemmingsplan
Tekst van het document
Bij het bepalen van de regionale behoefte voor wonen gelden de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van de actuele Woningbehoefteraming (WBR) en Bevolkingsprognose (BP) per gebied die worden beschreven in het Programma ruimte, alsmede eventuele afspraken over het accommoderen van
Hoofdstuk 3
25
een bovenregionale behoefte. De behoefteramingen geven een bandbreedte aan en worden driejaarlijks geactualiseerd. Regio’s geven hier invulling aan via regionale woonvisies. Aanvullend kan het Programma Ruimte ook kwalitatieve- en locatiecriteria formuleren als uitgangspunten voor de regionale visies. De provincie heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking ook opgenomen in de Verordening Ruimte (inmiddels Omgevingsverordening Zuid-Holland). De Ladder voor duurzame verstedelijking vormt een belangrijk handvat in de fase van regionale visievorming. Als de visies voor wonen en kantoren voldoen aan de behoefteramingen, de locatiekeuzes en kwalitatieve uitgangspunten, zullen Gedeputeerde Staten de visies formeel aanvaarden en beoordeelt de provincie niet langer individuele bestemmingsplannen die overeenkomen met deze regionale visies. Als het plan qua regionale behoefteraming past in een actuele regionale visie die de instemming heeft van Gedeputeerde Staten, is daarmee voldaan aan de eerste trede van de Ladder. Gedeputeerde Staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. Voor aanpassing en het afronden van de regionale visies voor wonen en kantoren geldt als uiterste termijn 1 juli 2019.
Nieuwe verstedelijking moet passen in regionale visies en de kwaliteitskaart van de Visie Ruimte en Mobiliteit (inmiddels Omgevingsvisie Zuid-Holland) en andere in de visie en verordening aangegeven ruimtelijke kaders. Tevens moet nieuwe verstedelijking passen binnen wettelijke voorschriften. Doorwerking plangebied Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van de locaties Gat van Palace en Esplanade. Met het bestemmingsplan worden de toegestane functies nader ingekaderd. Zodoende krijgt de gemeente Noordwijk de regie in handen over welke ontwikkelingen gewenst zijn op de locaties Gat van Palace en Esplanade. Voorliggend bestemmingsplan voorziet daarnaast in het mogelijk maken van woningbouw. Hoewel vanwege de specifieke locatie niet geheel wordt aangesloten op de in de woonvisie 2020-2030 aangegeven kwalitatieve verdeling van woningen, zijn met initiatiefnemer anterieur afspraken gemaakt om op andere locaties een zodanig programma te realiseren dat in het totaliteit wel wordt voldaan aan de doelstellingen vanuit de woonvisie. Daarnaast wordt voornamelijk aangesloten op de toegelaten functies die op grond van de vigerende bestemmingsplannen reeds zijn toegestaan met dien verstande dat maatschappelijke en dienstverlenende functies in de toekomst eveneens zijn toegestaan.
Hierbij geldt dat enkel maatschappelijke functies en dienstverlening zijn toegestaan van milieucategorie 1 (relatief beperkte effecten op omgeving, verkeersgeneratie). Een toevoeging van (kleinschalige) maatschappelijke en dienstverlenende centrumfuncties wordt passend geacht omdat de locatie tussen het centrum en de boulevard ligt en bovendien goed bereikbaar is per auto. Dit biedt in praktijk een goed vestigingsmilieu voor openbaar toegankelijke functies als maatschappelijke (zorg, cultuur, sport) en publieksgerichte dienstverlening.(persoonlijke verzorging, ambachtelijk, zakelijk, etc.). Veelal zaken die men op afspraak of doelgericht bezoekt, maar vaak, waar mogelijk combineert met een bezoek aan winkels of horeca. De vermelde, qua karakter deels sterk uiteenlopende, functies kennen landelijk een blijvende en deels groeiende behoefte. Wel verandert de aard, omvang en uitstraling van bedrijven in deze branches, inspelend op de doorlopend veranderende consumentenbehoefte. De behoefte aan in zorg, cultuur en sport groeit in algemene zin sterk en geschikte vestigingslocaties zijn schaars, zeker in Zuid-Holland.
Hoofdstuk 3
26
Kenmerkende trends bij veel maatschappelijke voorzieningen zijn de groeiende commercialisering, ketenvorming en schaalvergroting. Hoewel de sector digitalisering kent, blijft een persoonlijke benadering van mensen en ontmoeting, middels fysieke voorzieningen, voorop staan. De sector dienstverlening professionaliseert ook verder en kan de wervingskracht van centrumgebieden verbreden. Hoewel de sector nogal is veranderd door digitalisering (mensen kunnen veel zaken tegenwoordig thuis uitzoeken en regelen), blijven er goede vestigingskansen bestaan voor publieksgerichte zaken gericht op bijvoorbeeld ambacht, reparatie, persoonlijk advies en inspiratie. Relevante functies die goed passen in het plangebied (begane grond, dus in de plint) zijn onder andere eerstelijns zorg (huisarts, tandarts, fysiotherapeut, etc.), kapsalon/schoonheidssalon, financiële dienstverlening, makelaar, reis-adviesbureau, etc. We verwachten op grond van de beschreven behoefte en trends niet, dat dit zal leiden tot leegstand (van enige omvang) elders in gemeente of regio. Maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening kunnen bovendien de wervingskracht van het centrum en de boulevard en de looproute hiertussen versterken. Daarnaast is door wijziging in hoogte en footprint een aanpassing in woningaantallen mogelijk.
Vandaar dat zorgvuldigheid halve voor de functie ‘wonen’ een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie hoofdstuk 3.1.3) heeft plaatsgevonden. Het plan is gelet op het bovenstaande in overeenstemming met het Programma Ruimte. 3.2.3 Omgevingsverordening De Omgevingsverordening Zuid-Holland is vastgesteld op 20 februari 2019. In deze verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De provinciale omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van het provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de omgevingsvisie. In zekere zin vormt deze verordening een aanvulling op de provinciale omgevingsvisie, aangezien het in deze visie geformuleerde beleid in de verordening wordt gecomplementeerd met toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Ladder voor duurzame verstedelijking Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stadsen dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. De ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat het handelingskader.
De provincie heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking ook opgenomen in artikel 6.10 van de verordening, om het provinciale belang bij toepassing van deze ladder te benadrukken. Dit biedt de provincie de mogelijkheid om enkele begrippen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn te verduidelijken voor de specifieke Zuid-Hollandse situatie. In artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a) de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b) indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.'
Hoofdstuk 3
27
Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is opgenomen dat een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a) de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b) als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid; c) als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1.
een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Doorwerking plangebied Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van de locaties Gat van Palace en Esplanade. Met het bestemmingsplan worden de toegestane functies nader ingekaderd. Zodoende krijgt de gemeente Noordwijk de regie in handen over welke ontwikkelingen gewenst zijn op de locaties Gat van Palace en Esplanade. Zoals voorgaand aangegeven is het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking verplicht bij iedere nieuwe stedelijke ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling maakt geen nieuwe functies mogelijk, daar wonen en de voorgenomen functies reeds zijn toegestaan. Wel is door wijziging in hoogte en footprint een aanpassing in woningaantallen mogelijk. Vandaar dat zorgvuldigheidshalve voor de functie ‘wonen’ een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie hoofdstuk 3.1.3) heeft plaatsgevonden.
Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte in de Omgevingsverordening is een betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling dienen daarom primair plaats te vinden binnen bestaand stedelijk gebied. Met voorliggend bestemmingsplan worden mogelijkheden geboden voor toekomstige ontwikkelingen waarbij de ruimtelijke ontwikkeling wordt gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied. Daarnaast de ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt binnen de bestaande gebiedsidentiteit van de kern Noordwijk en voorziet geen wijziging op structuurniveau (functies zijn reeds toegestaan). Ook passen de juridisch-planologische mogelijkheden van voorliggend bestemmingsplan bij de aard en schaal van het gebied. Voorliggend bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsverordening.
Hoofdstuk 3
28
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie 2020 Holland-Rijnland Op 24 juni 2009 heeft het Algemeen Bestuur de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland vastgesteld. Op 28 maart 2012 is door het Algemeen Bestuur ingestemd met de eerste partiële herziening. De structuurvisie van de regio Holland-Rijnland is de toekomstvisie op de ruimtelijke kwaliteit en ontwikkeling van de regio tot 2020, met een doorkijk naar 2030. De visie gaat in op het behouden en versterken van haar kwaliteiten, zoals de hoge landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van de regio en de ruimtelijke structuur gebaseerd op een compacte historische centrumstad, een stedelijke kern midden in het Groene Hart, de vele hechte dorpen en de groene omgeving. De structuurvisie kent zeven kernpunten, te weten: 1. Holland-Rijnland als een topwoonregio; 2. Leiden vervult een regionale centrumfunctie; 3. concentratie stedelijke ontwikkeling; 4. groenblauwe kwaliteit staat centraal; 5. het Groene Hart, de Bollenstreek en Duin, Horst en Weide blijven open; 6. twee speerpunten voor economische ontwikkeling: kennis en Greenports; 7. verbetering van de regionale bereikbaarheid. Doorwerking plangebied Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van de locaties Gat van Palace en Esplanade.
Met het bestemmingsplan worden de toegestane functies nader ingekaderd. Zodoende krijgt de gemeente Noordwijk de regie in handen over welke ontwikkelingen gewenst zijn op de locaties Gat van Palace en Esplanade. Door het juridisch-planologisch mogelijk maken van de beoogde nieuwe ontwikkeling sluit de indeling aan op de omliggende bebouwing van het plangebied. De ruimtelijke kwaliteit in de kern Noordwijk, aan een toeristische hotspot, wordt hierdoor versterkt. Ook wordt met voorliggend bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt binnen de kern Noordwijk. Hierdoor bestaat de mogelijkheid het plein te herontwikkelen en een attractieve omgeving te creëren waar de belevingswaarde en gebruikswaarde is versterkt en de toekomstwaarde van de locatie en de kern Noordwijk wordt verhoogd. Met het plangebied wordt een maximum gesteld aan de hoeveelheid te realiseren woningen. Noordwijk is in de Regionale structuurvisie aangegeven als zijnde een topwoonregio. Holland Rijnland wenst dit kenmerk te benutten en uit te breiden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet derhalve in de mogelijkheid tot het realiseren van woningen in de topwoonregio en speelt in op de wens van Holland Rijnland. Onderhavig initiatief is derhalve in overeenstemming met de Regionale Structuurvisie 2020 Holland-Rijnland.
3.3.2 Regionale Woon Agenda Holland Rijnland 2017 In de Regionale Woon Agenda 2017 'Kwaliteit voor kwantiteit' voor de regio Holland Rijnland (vastgesteld op 14 maart 2018) is de kwalitatieve koers voor woningmarkt op regionaal, subregionaal en lokaal niveau geschetst. De regionale woonagenda helpt gemeenten bij de afstemming van woningbouw op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio en vormt een onderbouwing voor plannen in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking.
Hoofdstuk 3
29
In de regio Holland Rijnland is snel vraag naar meer woningen die kwalitatief aansluiten bij de veranderende bevolkingssamenstelling. Om aan deze ambitie te kunnen voldoen en tegelijkertijd de woonaantrekkelijkheid van de regio te behouden, in te kunnen blijven spelen op de behoefte en verdringing van kwetsbare groepen op de woningmarkt te voorkomen, heeft de regio Holland Rijnland de volgende keuzes gemaakt: 1. tempoversnelling noodzakelijk, zeker voor de korte termijn; 2. groei vraagt goede ruimtelijke ordening, balans tussen inbreiding en uitbreiding met prioriteit voor inbreiding; 3. een kwalitatief programma dat borgt dat verdringing beperkt is; 4. bevorderen doorstroming voor een betere werking van de woningmarkt; 5. een programma dat recht doet aan de behoefte aan verschillende woonmilieus, centrumstedelijk, suburbaan en dorps/landelijk; 6. groeien met aandacht voor duurzaamheid en bodemdaling; 7. langer zelfstandig wonen met zorg faciliteren; 8. bereikbaar bouwen; 9. solidariteit. Doorwerking plangebied Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van de locaties Gat van Palace en Esplanade. Met het bestemmingsplan worden de toegestane functies nader ingekaderd. In de regio Holland Rijnland is snel vraag naar meer woningen die kwalitatief aansluiten bij de veranderende bevolkingssamenstelling.
Met voorliggend bestemmingsplan wordt uitgegaan van maximaal 83 woningen. Over de ontwikkeling van sociale huurwoningen is tussen initiatiefnemer en de gemeente een anterieure overeenkomst afgesloten. De segmentering van de woningen zal niet plaatsvinden op het Gat van Palace, maar elders in Noordwijk aan Zee. Het plangebied is gelegen in bestaand stedelijk gebied waardoor voorliggend bestemmingsplan voorziet op het mogelijk maken van een ontwikkeling op een inbreidingslocatie. Daarnaast is de locatie van het plangebied van voorliggend bestemmingsplan gelegen aan een nationale hotspot en in een internationaal aantrekkelijke kern. Voorliggend bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met de Regionale Woon Agenda Holland Rijnland 2017.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie 1.0: Samen maken we toekomst voor Noordwijk In februari 2022 is de nieuwe ‘Omgevingsvisie 1.0: Samen maken we de toekomst voor Noordwijk’ vastgesteld door de gemeenteraad van Noordwijk. Deze nieuwe omgevingsvisie vervangt de Omgevingsvisie Noordwijk 2030. De Omgevingsvisie vormt enerzijds een uitnodiging voor nieuwe ideeën en initiatieven vanuit de samenleving en anderzijds een afwegingskader voor concrete ingediende initiateven. Noordwijk kent diverse typen gebieden met elk hun eigen kenmerken, karakteristieken en waarden. De Omgevingsvisie gaat daarom uit van een gebiedsgerichte aanpak. In de gemeente Noordwijk is het goed wonen, werken en recreëren in de luwte van de Randstad en door de bijzondere waarden van de dorpen en het landschap. Het is belangrijk dat die bijzondere waarden worden behouden.
Hoofdstuk 3
30
De gemeente zet in de Omgevingsvisie haar koers uit om deze en andere doelstellingen te bereiken aan de hand van vijf thema’s: 1. Een ondernemende gemeente met voldoende welvaart voor iedereen; 2. Prettig wonen met voldoende woningen voor iedereen; 3. Een betrokken gemeenschap, een plek waar we prettig samenleven en gelukkig oud worden; 4. Goede bereikbaarheid en minder (parkeer)overlast op topdagen; 5. Een duurzame gemeente Noordwijk, klimaatneutraal en -bestendig. Doorwerking plangebied Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van de locaties Gat van Palace en Esplanade. Met het bestemmingsplan worden de toegestane functies nader ingekaderd. Zodoende krijgt de gemeente Noordwijk de regie in handen over welke ontwikkelingen gewenst zijn op de locaties Gat van Palace en Esplanade. De toekomstige bebouwing op de locaties Gat van Palace en Esplanade dienen volledig gasloos gerealiseerd te worden. Door het grote oppervlak aan platte daken bestaat de mogelijkheid om zonnepanelen op te richten om zodoende (deels) te voorzien in de energiebehoefte van de toekomstige bebouwing. Voorliggend bestemmingsplan maakt het juridisch-planologisch mogelijk om de beoogde nieuwe ontwikkeling aan te laten sluiten op de omliggende bebouwing van het plangebied.
De ruimtelijke kwaliteit in de kern Noordwijk, aan een toeristische hotspot, wordt hierdoor versterkt. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid tot een herontwikkeling van het plein naar een attractieve omgeving waar de belevingswaarde en gebruikswaarde is versterkt en de toekomstwaarde van de locatie en de kern Noordwijk wordt verhoogd. De sociaaleconomische vitaliteit van de kern Noordwijk wordt hierdoor versterkt. Onderhavig initiatief is in overeenstemming met de ‘Omgevingsvisie 1.0: Samen maken we de toekomst voor Noordwijk’. 3.4.3 Woonvisie 2020-2030 De gemeenteraad van de gemeente Noordwijk heeft op 26 januari 2021 de ‘Woonvisie 2020-2030: Alle zeilen bij voor voldoende en juiste woningen’ vastgesteld. Bij nieuwe bouwaanvragen voor realisatie van 3 woningen of meer worden woningbouwplannen aan de hand hiervan getoetst. De druk op de nationale woningmarkt is hoog als gevolg van een onbalans in de vraag naar en het aanbod van woonruimte. De gemeentelijke woningmarkt vormt hierop geen uitzondering. Het aantal sociale huurwoningen is beperkt. De koopwoningen in de gemeente zijn relatief duur, waardoor doorstroming van huur naar koop lastig is. Gevolg is dat mensen niet altijd passend kunnen wonen gemeten naar het inkomen of levensfase. Mede hierdoor is het voor starters lastig hun plek te vinden op de woningmarkt.
Voor de leefbaarheid is het belangrijk dat verschillende generaties kunnen wonen in de kernen, waarbij mensen met een zorgvraag langer zelfstandig kunnen wonen, bij voorkeur in een beschutte omgeving. Daarnaast vragen klimaatveranderingen en energievraagstukken aandacht voor het verduurzamen van de woningvoorraad. Deze opgaven staan centraal in de woonvisie. Daarin gaat het om een passend woonaanbod en om een aantrekkelijke woonomgeving: groen, met voorzieningen, ruimte voor recreatie, werkgelegenheid en goed bereikbaar. Dit vraagt een afweging rond benutting van schaarse ruimte.
Hoofdstuk 3
31
De gemeente Noordwijk zet vol in op het ontwikkelen van nieuwbouw. Er wordt gezocht naar meer bouwmogelijkheden om de drukte op de woningmarkt te verlichten. Hierbij worden kansrijke woningbouwlocaties geïnventariseerd en krijgen inbreidingslocaties voorrang voor een optimale benutting van de ruimte. Daarnaast streeft de gemeente Noordwijk naar het toevoegen van de juiste woningen en stuurt hierbij op een meer passend woningaanbod voor lage- en middeninkomens. In het bijzonder wordt er hierbij ingezet op woningen voor jongeren en jonge gezinnen. De gemeente verleent medewerking aan nieuwbouwprojecten mits er voldoende sociale huur, middeldure huur, goedkope en betaalbare koopwoningen zijn opgenomen in het woningbouwprogramma. Daarnaast zet de gemeente Noordwijk in op mogelijkheden voor prettig thuis wonen. Er is een groeiende zorg voor een leefbare, veilige en betaalbare woon- en leefomgeving. Dit verdient extra zorg en aandacht omdat ouderen en andere mensen met een ondersteuningsbehoefte of zorgvraag hun plek zoeken in de samenleving. Dit vraagt passende huisvesting, afgestemd op voorzieningen bij de woning en in de kern. De gemeente zet zich in voor leefbare buurten en een sluitende woonzorginfrastructuur in de kernen, waardoor mensen langer thuis kunnen wonen. De gemeente Noordwijk streeft ernaar om in 2050 volledig klimaatneutraal te zijn.
Hieraan levert een energiezuinige woningvoorraad een belangrijke bijdrage. Daarom bevorderd de gemeente de energetische verbeteringen van bestaande huur- en koopwoningen. Ook worden maatregelen doorgevoerd voor een klimaatbestendige woonomgeving. Zo worden bij nieuwbouw afspraken gemaakt over aanvullende eisen ten aanzien van duurzaam bouwen. Daarnaast wordt ingezet op een groene klimaatadaptieve openbare (buiten)ruimte waardoor hittestress of waterlast beperkt worden. Doorwerking plangebied Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van de locaties Gat van Palace en Esplanade. Met het bestemmingsplan worden de toegestane functies nader ingekaderd. De druk op de Noordwijkse woningmarkt is hoog door een onbalans tussen vraag en aanbod. Door de locatie voorziet het bestemmingsplan in het mogelijk maken van woningen op een toeristische hotspot voor nieuwbouw. Het voorliggend bestemmingsplan voorziet daarmee op een ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied (inbreiding). Met voorliggend bestemmingsplan wordt uitgegaan van maximaal 83 woningen waarvan 26 appartementen < 90 m² en 57 appartementen > 90 m²). Er worden zowel kleinere als grotere eenheden gerealiseerd, geschikt voor meerdere doelgroepen.
Gezien deze prominente locatie in Noordwijk (eerstelijns bebouwing) en de gewenste beeldkwaliteit en gewenste hoge kwaliteit van het ruimtelijk-stedenbouwkundig plan is de voorgeschreven segmentering uit de woonvisie 2020-2030 niet passend op deze locatie. Daarom is voor deze locatie gekozen af te wijken van de segmentering uit de woonvisie. Met initiatiefnemer zijn anterieure afspraken gemaakt in een ondertekende samenwerkingsovereenkomst waarin is opgenomen op welke wijze er invulling wordt gegeven aan de woningsegmentering. Voor onderhavig plan is deze segmentering vanwege de specifieke locatie uitgewerkt in deze overeenkomst. Er worden in het bouwplan ‘Gat van Palace en Esplanade’ geen sociale huurwoningen mogelijk gemaakt. Ter compensatie hiervan worden er elders in Noordwijk voor de gehele opgave van de initiatiefnemer minstens 55 sociale huurwoningen gerealiseerd. Om dit te borgen wordt een aanvullende anterieure overeenkomst opgesteld waarin is opgenomen dat de ontwikkelaar voor elke niet-gerealiseerde sociale huurwoning binnen Gat van Palace/Esplanade de gemeente financieel compenseert. De compensatie wordt naar rato (aantal te bouwen woningen) vastgesteld bij het verlenen van de omgevingsvergunning (onherroepelijk) voor het ‘Gat van Palace’. Het college van Burgemeester en Wethouders heeft hier tevens mee ingestemd.
Hoofdstuk 3
32
De toekomstige gebouwen dienen volledig gasloos te worden gerealiseerd. Doordat het bestemmingsplan een groot oppervlak aan platte daken mogelijk maakt kunnen de toekomstige gebouwen worden voorzien van zonnepanelen. Hierdoor wordt de mogelijkheid geboden om (deels) in de eigen energiebehoefte te voorzien. 3.4.4 Welstandsnota Noordwijk 2019 In de Welstandsnota van de gemeente Noordwijk (vastgesteld op 13 juni 2019) zijn de gemeentelijke welstandscriteria gegeven waaraan ontwikkelingen moeten voldoen ten aanzien van het straatbeeld. Doordat de gemeenten Noordwijk en Noordwijkerhout op 1 januari 2019 gefuseerd zijn, heeft er een harmonisatie van beide nota’s plaatsgevonden. De welstandsnota die gevolg is uit deze harmonisatie heeft betrekking op het gehele grondgebied van de gemeente Noordwijk. Binnen de gemeente Noordwijk komen er verschillende welstandsniveaus voor: Beschermend: gericht op het beschermen van de waardevolle cultuurhistorische karakteristieken in het betreffende gebied; bijzonder: extra inspanningen gewenst ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. De welstandsbeoordeling is gericht op het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit; normaal: Welstandsbeoordeling is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit; eenvoudig: Eenvoudigere beoordeling van bouwplannen door beperkte invloed op het straatbeeld.
In de gemeente Noordwijk zijn geen welstandsvrije gebieden gelegen. De gemeente wenst in alle gebieden tenminste een basiskwaliteit te handhaven. Naast de welstandsniveaus per gebied zijn er ook welstandscriteria opgesteld voor gebouwen: Monumenten: Door het Rijk, de provincie of gemeente aangewezen. De welstand is gericht op het handhaven van het hoge kwaliteitsniveau, herstellen en versterken van de historische karakteristieken van de gevel en de samenhang met de omgeving Bijzonder niveau: Extra inspanning ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit gewenst. Welstandstoezicht gericht op het voorkomen van aantasting van de karakteristieken en het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. Normaal niveau: Basiskwaliteiten dienen te worden gehandhaafd. Welstandstoezicht gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van de bouwwerken. Daarnaast zijn er criteria gesteld voor de beoordeling van de bouwplannen: Ligging (bestemmingsplan is leidend); Massa en vorm (bestemmingsplan is leidend); Gevelkarakteristiek; Materiaal- en kleurgebruik. Doorwerking plangebied Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van de locaties Gat van Palace en Esplanade. Met het bestemmingsplan worden de toegestane functies nader ingekaderd.
Met voorliggend bestemmingsplan wordt geregeld dat de gemeente regie kan voeren met betrekking tot de gewenste functies voor de locaties Gat van Palace en Esplanade. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt het nieuwe juridisch-planologische kader aangescherpt.
Hoofdstuk 3
33
Het plangebied voor voorliggend bestemmingsplan is gelegen in welstandsgebied Koningin Wilhelmina Boulevard/Koningin Astrid Boulevard waarvoor een bijzonder welstandsniveau geldt. Afwisseling, individualiteit en toch eenheid zijn daarbij uitgangspunt hetgeen tot uiting komt in de maat van de bebouwing, geleding en detaillering. Met het ontwerp van de toekomstige gebouwen dient rekening worden gehouden met de in de Welstandstandsnota Noordwijk 2019 met betrekking tot de ligging, massa en vorm, gevelkarakteristieken en de materiaal- en kleurkeuze zodat de toekomstige gebouwen voldoen aan de Welstandsnota Noordwijk 2019. De Welstandsnota vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan. 3.4.5 Beleidsnotitie Gebruik Woningen Het college van de gemeente Noordwijk heeft op 8 december 2020 ingestemd met de ‘Beleidsnotitie Gebruik Woningen’. De gemeenteraad van Noordwijk heeft deze notitie vastgesteld op 16 februari 2021. In de ‘Beleidsnotitie Gebruik Woningen’ zijn de beleidsuitgangspunten en het juridisch instrumentarium voor het gebruik van woningen vastgelegd. Het doel hiervan is om oneigenlijk gebruik van woningen en onrechtmatige woningonttrekking tegen te gaan. De aanleiding voor het opstellen van de beleidsnotitie is de ontwikkeling dat in toenemende mate woningen worden onttrokken aan de woningvoorraad doordat ze toeristisch worden verhuurd in plaats van bewoond.
Recreatieve verhuur van woningen met een woonbestemming is de laatste jaren erg in trek. Met name in toeristische gebieden zoals in grote steden en kustplaatsen heeft deze vorm van recreatieve verhuur een grote vlucht genomen. Ook in Noordwijk is deze ontwikkeling merkbaar. Steeds vaker worden woningen recreatief gebruikt of verhuurd. Dit heeft effect op de woningmarkt. Woningen die recreatief (toeristisch) worden gebruikt worden onttrokken aan de woningvoorraad, zijn niet beschikbaar voor woningzoekenden en beperken de doorstroming. Naast de overlast als gevolg van de toeristische verhuur van woningen worden ook (overlast)situaties in woonwijken gemeld ten aanzien van woningen die worden (onder)verhuurd (via kamerverhuur) dan wel met betrekking tot woningen waarin meerdere huishoudens woonachtig zijn. De situatie verschilt per kern. Zo speelt de toeristische verhuur vooral in de kernen Noordwijk aan Zee en in Noordwijk Binnen. Bewoning van woningen door meerdere huishoudens doet zich vooral voor in de kernen Noordwijkerhout, Noordwijk aan Zee en Noordwijk Binnen. Er is dus sprake van een bredere problematiek waarbij niet enkel sprake is van een illegale woonsituatie maar ook van ander, strijdig gebruik.
De uitgangspunten in de ‘Beleidsnotitie Gebruik Woningen’ zijn als volgt: Hoofdverblijf (woning wordt permanent bewoond en bewoner staat ingeschreven in BRP): permanente bewoning van een woning door maximaal één huishouden; bed & Breakfast tot vier personen in alle kernen, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden; - tot acht personen en maximaal vier kamers in het agrarisch/landelijk gebied, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden; - kamerverhuur (inwoning) aan maximaal twee personen, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden; - vakantieverhuur uitsluitend tot maximaal dertig dagen per kalenderjaar, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.
Hoofdstuk 3
34
Geen hoofdverblijf (woning wordt niet permanent bewoond, er is geen inschrijving in BRP, dan wel de ingeschrevene verblijft niet in de woning): tweede woning voor eigen gebruik binnen een hiertoe aangewezen zone in Noordwijk aan Zee. aanvullend geldt dat vakantieverhuur in deze zone, tot maximaal dertig dagen per kalenderjaar en indien wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden, mogelijk wordt gemaakt; shortstay is uitsluitend toegestaan als aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Voor shortstay is zowel een omgevingsvergunning als onttrekkingsvergunning nodig. De beoogde beleidsrichtingen ten aanzien van woonvormen en nevenfuncties en de beoogde effecten van dit beleid kunnen in hoofdlijnen worden gevat in de volgende uitgangspunten: wonen waar gewoond moet worden; toeristische verhuur van een woning niet toegestaan; bed & breakfast tot een max. aantal personen en max. gebruiksoppervlak vakantieverhuur van eigen woning (hoofdverblijf) max. 30 dagen per kalenderjaar; recreatief gebruik van een woning alleen voor eigen gebruik in een hiertoe aangewezen zone; kamerverhuur (inwoning) tot max. 2 personen; consequent uitvoeren van het handhavingsbeleid.
Op basis van bovenstaande uitgangspunten moeten – onder de gestelde voorwaarden – de volgende woonvormen en functies mogelijk in reguliere woningen, dus niet zijnde bedrijfswoningen, zomerhuisjes, bijgebouwen bij woningen, pensions en hotels, mogelijk zijn: Hoofdverblijf in de woning 1. permanente bewoning van een woning door maximaal één huishouden; 2. bed & breakfast tot maximaal vier (bebouwde kom)/acht (buitengebied) personen; 3. vakantieverhuur tot maximaal 30 dagen; 4. kamergewijze verhuur tot maximaal twee personen (inwoning); Geen hoofdverblijf in de woning 1. tweede woning voor eigen gebruik binnen aangewezen zone; 2. shortstay onder voorwaarden. In de beleidsnotitie wordt een aanzet gegeven voor een begrippenkader dat is verfijnd in onderhavig plan. Het gaat hierbij om het definiëren van de termen Bed & Breakfast, huishouden, inwoning, kamerverhuur, onzelfstandige woonruimte, shortstay, toeristische verhuur en vakantieverhuur. Voor de uiteindelijke definitie is het plan – en niet de beleidsnotitie – leidend. De ‘Beleidsnotitie Gebruik Woningen’ gaat over het gebruik van ‘gewone’ burgerwoningen in Noordwijk. Bedrijfswoningen, zomerhuisjes, bijgebouwen bij woningen, pensions en hotels worden hierin buiten beschouwing gelaten. Ook woningen gelegen op de recreatieparken met de bestemming ‘recreatie’ worden hierbij niet meegenomen.
Het beleid is op een integrale wijze tot stand gekomen en in samenspraak met de disciplines Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Toerisme, Bestuurszaken, Brandweer en Belastingen opgesteld. Naar aanleiding van de debatraad over de beleidsnotitie, die plaatsvond op 26 mei 2020, is besloten om ten aanzien van shortstay separate beleidsregels op te stellen. Hiervan zal een vergunningsplicht voor het toestaan van shortstay onderdeel gaan uitmaken. In de planregels van onderhavig plan is wel opgenomen dat shortstay wordt aangemerkt als strijdig gebruik van een woning.
Hoofdstuk 3
35
Doorwerking plangebied De beleidsnotitie Gebruik Woningen gaat voornamelijk in op de oneigenlijk gebruik van woningen en onrechtmatige woningonttrekking tegen te gaan. De aanleiding voor het opstellen van de beleidsnotitie is de ontwikkeling dat in toenemende mate woningen worden onttrokken aan de woningvoorraad doordat ze toeristisch worden verhuurd in plaats van bewoond. De beleidsnotitie betreft uitgangspunten voor het bestemmingsplan ‘Gebruik Woningen’ (ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen), waarmee voornamelijk de juridische aspecten met betrekking tot wonen, huisvesting en recreatieve mogelijkheden nader worden ingekaderd. De regels uit het bestemmingsplan ‘Gebruik Woningen’ zijn in de regels van voorliggend bestemmingsplan overgenomen. Hiermee is voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming met de Beleidsnotitie Gebruik Woningen.
Hoofdstuk 3
36
4.
OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald. Het plan wordt aan deze aspecten getoetst. Een en ander dient ter onderbouwing waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening bij realisatie van de in het plan opgenomen planologische mogelijkheden.
4.1 Verkeer en parkeren 4.1.1 Toetsingskader Een toename of wijziging van functies kan gevolgen hebben voor de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte van de functies binnen het plangebied. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen waarbij hiervan sprake is moet voldoende parkeergelegenheid aanwezig zijn. Ook moet rekening gehouden worden met de verkeersdrukte en –veiligheid. De parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie van voorliggend bestemmingsplan dient in beeld te worden gebracht aan de hand van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ en het vigerende gemeentelijke parkeerbeleid de ‘Nota Parkeernormen 2020’. 4.1.2 Onderzoek Verkeersgeneratie Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het nader inkaderen van de mogelijkheden van de locaties Gat van Palace en Esplanade. De beoogde functies zijn reeds toegestaan, maar worden nader ingekaderd. Onderhavig initiatief zal voorzien in het juridisch planologisch toestaan van detailhandel, horeca in categorie 1 en 2 (restaurants uitgezonderd), wonen, dienstverlening en maatschappelijke functies. De voorgenomen ontwikkelingen hebben een effect op de verkeersgeneratie van het plangebied en de directe omgeving. In de bijlage staat de gedetailleerde berekening. Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: ‘Nota Parkeernormen 2020’ gemeente Noordwijk d.d.
december 2020; ’Nota Parkeren en Stallen Noordwijk 2013’ april 2013 (voor aanwezigheidspercentages ’s); CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’; Ligging; centrum; Stedelijkheidsklasse III (matig stedelijk) Voor de maatschappelijke functie is het kencijfer van commerciële dienstverlening toegepast. Parkeren Op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid zijn hierop de volgende parkeernormen van toepassing: Woningen: >90 m² bewonersparkeren 1,3 pp/won 70-90 m² bewonersparkeren 1,1 pp/won Elke woning bezoekersparkeren 0,3 pp/won Commercieel: Hoofdwinkelcentrum 30.000-50.000 inw.
Hoofdstuk 4
3,5 pp/ 100 m² bvo
37
De parkeerdruk van bewoners, bezoekers van woningen en centrumbezoekers lopen niet parallel in de tijd. Dit effect wordt verdisconteerd door het toepassen van aanwezigheidspercentages, zoals deze door CROW worden gepubliceerd. Voor bewoners/ bezoekers zijn deze aanwezigheidspercentages ook in het gemeentelijk parkeerbeleid opgenomen, gezien het gemengde karakter van de centrumvoorzieningen in Noordwijk zijn aangepaste aanwezigheidspercentages toegepast, met als basis de cijfers voor detailhandel, met grotere uitloop naar de avonduren. Met deze uitgangspunten wordt de volgende parkeervraag, naar functie en periode, berekend zoals opgenomen in tabel 4.1. Figuur 4.1 parkeerbalans
Parkeerbalans
App. <90 m² bewoners App. >90 m² bewoners Woningen bezoekers
28,6
Werkdag ochmidtend dag 14,3 14,3
74,1
37,1
37,1
66,7
59,3
74,1
44,5
59,3
51,9
24,9
2,5
5,0
19,9
17,4
0,0
14,9
24,9
17,4
Centrumvoorzieningen
45,2
13,5
27,1
18,1
33,9
0,0
45,2
22,6
45,2
67,4
83,4
130,4
133,5
102,7
121,7
129,6
134,5
max
Totaal
avond
koopav.
nacht
25,7
22,9
28,6
Zaterdag midavond dag 17,2 22,9
Zondag middag 20,0
De parkeervraag is het grootst in de avonden en weekenden. De parkeervraag bedraagt op die momenten 130 -135 parkeerplaatsen. Naast de eigen parkeervraag moet ook rekening worden gehouden met compensatie voor de bestaande parkeercapaciteit van het gebied: de 9 bestaande parkeerplaatsen in het gebied (Olieburg). Deze compensatie moet worden opgeteld bij de parkeervraag van de nieuwe functie, waarmee de totaal te realiseren parkeercapaciteit uitkomt op 144 parkeerplaatsen. Parkeren in plan Het parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. Het stedenbouwkundig model voorziet in het realiseren van een ondergrondse parkeergarage van twee lagen met circa 176 parkeerplaatsen. Het bestemmingsplan maakt parkeren zowel ondergronds als bovengronds mogelijk. Hierdoor is er voldoende juridisch planologische ruimte om te voorzien in een potentiële parkeeroplossing. Om te borgen dat er daadwerkelijk voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd, is in het bestemmingsplan vastgelegd dat de omgevingsvergunning voor het bouwen pas verleend kan worden als er sprake is van voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de geldende parkeernormen. Vanuit het aspect parkeren worden daarom geen belemmeringen verwacht. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie van de woningen is berekend aan de hand van de CROW-381 publicatie. Tabel 4.2. geeft de verkeersgeneratie in de beoogde situatie weer.
De totale verkeersgeneratie voor de 83 geplande appartementen is 514.5 mvt/etm.
Hoofdstuk 4
38
Tabel 4.2 verkeersgeneratie appartementen
Type App. < 90 m² App. > 90 m² Totaal
Aantal 26 57 83
Norm 5,1 6,7
Verkeersgeneratie 132,6 381,9 514,5
Bij de commerciële invulling van de plint (functie centrumvoorzieningen) moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van Noordwijk. De geplande centrumvoorzieningen maken een integraal deel uit van het centrumgebied van Noordwijk. In tegenstelling tot standaard centrumgebieden heeft een badplaats als Noordwijk veel grotere fluctuaties in parkeer- en verkeersdruk. In de berekening van de verkeersgeneratie is hiermee rekening gehouden. Deze afweging is opgenomen in de bijgevoegde rapportage. Het gehanteerde kencijfer voor de verkeersgeneratie van de centrumvoorzieningen is 15,12 mvt/etm per 100 m² bvo. Voor een totale oppervlakte van de centrumvoorzieningen in de plint van 1.290 m² bvo resulteert dat dan in een verkeersgeneratie van 195,0 mvt/etm. In totaal wordt verkeersgeneratie van de ontwikkeling van het Gat van Palace op deze wijze berekend op 709,5 mvt/etm. 4.1.3 Conclusie Omdat voorliggend bestemmingsplan planologisch gezien vergelijkbare gebouwen mogelijk maakt dan het vigerend bestemmingsplan, blijft de potentiële parkeerdruk en verkeersgeneratie nagenoeg gelijk. In de regels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen pas wordt verleend als er sprake is van de realisatie van voldoende parkeerplaatsen.
Omdat het binnen het voorliggend beschermingsplan mogelijk is om zowel onder- als bovengronds te parkeren, is er planologisch gezien voldoende ruimte om de parkeervraag op te vangen. Het aspect verkeer en parkeren vormt derhalve geen belemmering ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan.
4.2 Geluid 4.2.1 Toetsingskader Wegverkeer Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg.
Hoofdstuk 4
39
De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Tabel 4.3: Breedte geluidszones langs wegen
Stedelijk gebied
Buiten stedelijk gebied
Aantal rijstroken
Zone breedte
1 of 2
200 meter
3 of meer
350 meter
1 of 2
250 meter
3 of 4
400 meter
5 of meer
600 meter
In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient middels een ontheffing een hogere waarde te worden vastgesteld. Tabel 4.4: Maximale ontheffingswaarden Situatie
Maximale ontheffings-
Artikel
waarde Stedelijk gebied
Nieuwe woningen
63 dB
Artikel 83, lid 2 Wgh
Vervangende nieuwbouw
68 dB
Artikel 83, lid 5 Wgh
Buiten stedelijk gebied
Nieuwe woningen
53 dB
Artikel 83, lid 1 Wgh
Agrarische bedrijfsbebouwing
58 dB
Artikel 83, lid 4 Wgh
Vervangende nieuwbouw
58 dB
Artikel 83, lid 7 Wgh
Vervangende nieuwbouw* binnen de zone van
63 dB
Artikel 83, lid 6 Wgh
een autoweg of autosnelweg
*Met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige func tie of structuur en een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogte 100 woningen.
4.2.2 Onderzoek Door De Roever omgevingsadvies is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. In dit onderzoek is de geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai berekend voor Gat van Palace in Noordwijk. Navolgend worden de belangrijkste conclusies weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. Hogere waarden Voor het verlenen van een hogere waarde zal spuiventilatie en extra gevelwering nodig zijn bij verschillende appartementen. In het akoestisch onderzoek is een toetsing aan de voorwaarden voor een hogere waarde conform het hogere waarde beleid opgenomen.
Hoofdstuk 4
40
Tevens is er in de regels van onderhavig bestemmingsplan opgenomen dat er op de gevel(s) van de geluidsgevoelige objecten waar een hogere grenswaarde van 53 dB of meer is vastgesteld, alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen van geluidsgevoelige objecten wordt verleend, indien is aangetoond dat aanvullende akoestische compensatie wordt gerealiseerd voor de betreffende geluidsgevoelige objecten. Hierbij gelden de volgende aandachtspunten: 1. een karakteristieke geluidwering die tenminste 5 dB hoger ligt dan benodigd volgens het Bouwbesluit 2012, en 2. extra geluidisolatie tussen de woningen onderling van ten minste +5 dB voor contactgeluid ten opzichte van de eis uit het Bouwbesluit 2012, en 3. het karakteristieke installatiegeluidniveau ten gevolge van de liften in de verblijfsruimten binnen de woningen is ten minste 3 dB minder dan vereist volgens het Bouwbesluit. Bij woningen met een geluidsbelasting hoger dan 53 dB onder de cumulatieve geluidsbelasting zal de betreffende eis aan gevelwering worden toegepast (zie hiervoor paragraaf 3.4.1 in de bijlage met het akoestisch onderzoek). Er zal zeker geen toename zijn van meer dan 100 geluidgehinderden.
Aangezien de wettelijke maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden zal een dove gevel niet nodig moeten zijn, echter blijkt het wel mogelijk om naast extra gevelwering spui ventilatie toe te passen op basis van een Loggia, Harbour fenster of SilentAir. Bouwbesluit en woon- en leefklimaat Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai) De geluidbelasting bedraagt op zijn hoogst 68 dB ter plaatse van de oostgevel op de begane grond en 1e verdieping. De vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan ten hoogste 68 – 33 = 35 dB (eis uit het bouwbesluit). Naar verwachting zal een onderzoek naar de gevelwering nodig zijn. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning. Woon- en leefklimaat De geluidniveaus ter plaatse van de gewenste gebouw variëren van 29 tot 68 dB. De milieukwaliteit bij het gebouw wordt geclassificeerd als ‘Zeer Goed’ tot ‘Zeer Slecht’. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van het gebouw wordt als acceptabel aangemerkt. Op basis van het akoestisch onderzoek kan gesteld worden dat de cumulatieve geluidbelasting (wegverkeer) een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg staat. 4.2.3 Conclusie Het bevoegd gezag heeft op 14 juni 2024 een hogere waardenbesluit genomen. Hier zijn voorwaarden in opgenomen die als eis bij de te verlenen omgevingsvergunning gelden.
Deze voorwaarden zijn tevens in de planregels voorwaardelijk verplichtend gesteld. Er zijn vanuit het aspect geluid geen belemmeringen.
4.3 Luchtkwaliteit 4.3.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen.
Hoofdstuk 4
41
Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM10 (1,2μg/m3). 4.3.2 Onderzoek NIBM In het kader van dit bestemmingsplan een luchtkwaliteitsonderzoek in de vorm van een ‘NIBM’ toets uitgevoerd. Hiermee is bepaald in hoeverre de ontwikkeling zal bijdragen aan de luchtkwaliteit ter plaatse.
Als basis voor de berekening zijn de volgende uitgangspunten genomen: maximaal 709,5 motorvoertuigen per etmaal (gebaseerd op paragraaf 4.1 Verkeer en parkeren). Aandeel vrachtverkeer van 2%. Met deze uitgangspunten is de NIBM-toets uitgevoerd, waarbij is uitgegaan van realisatie/oplevering in 2025, zie tabel 4.5.
Tabel 4.5 NIBM-toets
De berekening laat zien dat het extra verkeer ten gevolge van het plan maximaal 0,42 μg/m³ bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2,. Voor de concentratie PM10 zal het verkeer maximaal 0,07 μg/m³ bijdragen. Dit betekent dat het plan aan de concentraties voor NO2, (stikstofdioxide) en PM10 (fijnstof) in niet betekende bijdraagt aan de luchtkwaliteit.
Hoofdstuk 4
42
Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Het is in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang om ook te bekijken of er ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit. Hierover kunnen uitspraken gedaan worden aan de hand van achtergrondwaarden voor NO2, PM10 en PM2.5. Die konden tot voorkort worden bepaald aan de hand van de NSL-monitoringstool. Vanaf 1 januari 2023 is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) echter het te gebruiken instrument voor de monitoring van luchtkwaliteit1. Voor vier van de meest nabijgelegen toetspunten is bekeken wat de achtergrondwaarden voor NO2, PM10 en PM2.5 zijn en wat het aantal PM10-overschrijdingsdagen is. In onderstaande figuur is aangegeven waar betreffende toetspunten zijn gesitueerd. Tabel 4.6: Achtergrondwaarden voor NO2, PM10 en PM2.5
Coördinaten
NO2 μg/m³
PM10 μg/m³
PM10 overschrijdingsdagen
PM2.5 μg/m³
13,23
16,10
6,02
7,83
13,86
16,22
6,01
7,87
15,38
16,53
6
7,97
14,74
16,40
6
7,93
40
40
35
25
toetspunten X: 89666.2 Y: 473340.9 X: 89616.2 Y: 473291.4 X: 89632.5 Y: 473277.8 X: 89602.4 Y: 473242.7 Norm
Figuur 4.1 Coördinaten toetspunten (bron: CIMLK kaart)
Gelet op de uitkomsten uit de NIBM-tool is het geheel onwaarschijnlijk dat de verkeersgeneratie die samenhangt met de functies binnen het plangebied leidt tot een overschrijding van de gestelde grenswaarden. 4.3.3
Conclusie
Er bestaan geen belemmeringen ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. 1
https://www.cimlk.nl/kaart
Hoofdstuk 4
43
4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.4.1 Toetsingskader Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’2. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied, natuurgebied of een gemengd gebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. 4.4.2 Onderzoek Vanwege de ligging in het centrum dient uitgegaan te worden van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk centrumbestemmingen gelegen, met uitzondering van enkele maatschappelijke- en gemengde en woonbestemmingen.
Voor de beschrijving van het aspect bedrijven en milieuzonering wordt getoetst op basis van de vigerende bestemmingsplannen ‘Zeewaardig’, vigerend vanaf 18 december 2014 en bestemmingsplan ‘Correctie Zeewaardig, fase 2’, vigerend vanaf 17 januari 2019. Het bestemmingsplan ‘Correctie Zeewaardig, fase 2’ betreft voornamelijk locaties rondom Gat van Palace en Esplanade. Voor de volledigheid wordt er wel getoetst aan dit bestemmingsplan.
2
‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.
Hoofdstuk 4
44
Figuur 4.2 Uitsnede vigerende bestemmingsplannen (plangebied rood omlijnd)
Werking omliggende milieubelastende functies Voor de beschrijving van het aspect bedrijven en milieuzonering wordt uiteengezet of voldaan wordt aan de geldende richtafstanden op basis van de publicatie Handreiking Bedrijven en Milieuzonering van de VNG. Door de verscheidenheid aan functies in de omgeving van het plangebied is besloten om het aspect ‘Bedrijven en milieuzonering’ per zijde van het plan te toetsen. Ten oosten van de locatie liggen de volgende bedrijven / inrichtingen: Bedrijf/activiteit Adres SBI-2008 Milieu cat. Calis Sandwich & Snacks/Gelateria Domini Taj Mahal (horeca) Pannenkoekenhuisje Hans en Grietje Restaurant De lamme goedzak
Hoofdstuk 4
Palaceplein 6
561
1
Minimale gewenste afstand 0 meter
Huidige afstand tot het plangebied > 20 meter
Parallel boulevard 2A - 4 Parallel boulevard 14 Parallel boulevard 18
561
1
0 meter
+/- 20 meter
561
1
0 meter
22 meter
561
1
0 meter
> 25 meter
45
Naast deze bedrijven zijn meerdere horecaondernemingen en winkels aanwezig, maar die staan verder van het plangebied af en hebben geen hoge milieucategorie. Deze gronden hebben de volgende bestemmingen: a. detailhandel; b. dienstverlening; c. horeca-activiteiten van categorie 1 en 2; d. horeca-activiteiten van categorie 1 tot en met 3 ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 3'; e. horeca-activiteiten van categorie 1 tot en met 4 ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 4'; f. wonen, uitsluitend op de verdieping; g. aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven; h. wonen op de begane grondlaag ter plaatse van de aanduiding 'wonen'; i. aan de onder a tot en met g genoemde functies gebonden (ondergrondse) parkeervoorzieningen; j. een garage ter plaatse van de aanduiding 'garage'; k. bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen, waaronder groen, water, erven, tuinen en paden. Inrichtingen/ bedrijven die zich hier vestigen zullen niet boven milieucategorie 2 uitkomen. Het nieuwe gebouw staat op minstens 20 meter afstand en voldoet daarmee aan de minimaal gewenste afstand van tenminste 10 meter in gemengd gebied. Ten zuiden van het plangebied is de inrichting met de zwaarste milieucategorie de volgende: Bedrijf/activiteit Adres SBI-2008 Milieu Minimale Huidige cat.
gewenste afstand tot het afstand plangebied Club M B.V (discotheek) De Grent 14 563 2 10 meter 137 meter Zoals aangegeven in het nieuwe bestemmingsplan bevindt Club M B.V. zich ver buiten de richtafstand. Ook hier zijn weer een aantal horeca bestemmingen aanwezig die allemaal aan de afstandseisen voldoen. Hetzelfde type inrichting/ bedrijven dat in het centrumgebied ten oosten van het plangebied kunnen zich ook hier vestigen. Ook hier wordt voldaan aan de richtafstanden. Ten noorden ligt een gebouw waar de nieuwe locatie Esplanade naast komt te liggen: Bedrijf/activiteit Adres SBI-2008 Milieu Minimale Huidige cat. gewenste afstand tot het afstand plangebied Casino de Wereld Parallel boulevard 11 9200 2 10 meter 2 meter Casino de Wereld staat op ongeveer 2 meter afstand van de nieuwe appartementen. Omdat er boven het casino ook al appartementen aanwezig zijn, moeten zij hier al rekening mee houden, bijvoorbeeld qua geluid. De nieuwe appartementen zullen Casino de Wereld niet in haar maximale planologische mogelijkheden beperken, omdat er al appartementen op kortere afstand staan. Behalve het casino zijn er een aantal restaurants aan het strand aanwezig. De gronden hebben aan deze kant met name de bestemming wonen. Qua bedrijvigheid zal hier niet hoger dan milieucategorie 2 komen. De aanwezige restaurants liggen op meer dan 20 meter afstand.
Hoofdstuk 4
46
Maatschappelijke bestemmingen De locatie van Gat van Palace is volgens de vigerende bestemmingsplannen ‘Zeewaardig’ en ‘Correctie Zeewaardig, fase 2’ gelegen op circa 40 meter ten noordwesten van de meest nabijgelegen maatschappelijke bestemming (ter hoogte van de Hoofdstraat 96). De locatie van Esplanade is volgens de vigerende bestemmingsplannen ‘Zeewaardig’ en ‘Correctie Zeewaardig, fase 2’ gelegen op circa 50 meter ten zuidwesten van de meest nabijgelegen maatschappelijke bestemming (functieaanduiding museum) ter hoogte van het Jan Kroosplein 4. Op de locaties met de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn maatschappelijke voorzieningen, ondergeschikte horecavoorzieningen, musea, wonen, zorginstellingen en zorgwoningen toegestaan. Vanuit juridisch-planologisch oogpunt is het mogelijk om op de locatie een zorginstelling op te richten. Voor een zorginstelling geldt milieucategorie 2, met een bijbehorende richtafstand van 30 meter. Door de ligging in ‘gemengd gebied’ kan de richtafstand met één traptrede worden verlaagd. De richtafstand wordt hierdoor 10 meter. Er wordt voldaan aan deze richtafstand. Voor de maatschappelijke bestemming aan de noordzijde van het Jan Kroosplein geldt de aanduiding ‘museum’. Op deze locatie is het uitsluitend mogelijk om een museum op te richten. Voor een museum geldt milieucategorie 1 met een bijbehorende maximale richtafstand van 10 meter.
Door de ligging in ‘gemengd gebied’ kan de richtafstand met één traptrede worden verlaagd. De maximale richtafstand bedraagt hierdoor 0 meter, waardoor deze vervalt. Aan de richtafstand wordt derhalve voldaan. Woonbestemming ‘Zeewaardig’ en ‘Correctie Zeewaardig, fase 2’ De locatie van Esplanade is volgens de vigerende bestemmingsplannen ‘Zeewaardig’ en ‘Correctie Zeewaardig, fase 2’ direct aangrenzend aan de locatie Esplanade. Op de locaties met de bestemming ‘Wonen’ binnen de locatie aangrenzend aan Esplanade zijn woningen, aan-huis-verbonden beroepen, bedrijfswoningen, cultuur en ontspanning, horeca categorie 1 en 2 en bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2 toegestaan. Momenteel zijn er uitsluitend woningen, restaurants en een casino (op de begane grond) gelegen binnen de woonbestemming. Echter is het vanuit juridisch-planologisch oogpunt mogelijk om op de locatie een bedrijf met maximaal milieucategorie 2 op te richten, waaronder een casino. Voor een bedrijf met maximaal milieucategorie 2 geldt een bijbehorende richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Voorliggend bestemmingsplan betreft een correctie op de voorgaande bestemmingsplannen ‘Zeewaardig’ en ‘Correctie Zeewaardig, fase 2’ waarbij de juridisch-planologische mogelijkheden op de locaties ten noorden en zuiden van Gat van Palace en Esplanade nader zijn ingekaderd.
De beoogde functies zijn op basis van het vigerend bestemmingsplan ‘Zeewaardig’ reeds toegestaan op de locatie van het plangebied. Gezien het feit dat er in werkelijkheid geen verandering optreedt ten opzichte van het huidige vigerende juridisch-planologische regime, en er binnen de bestemming wonen reeds bedrijvigheid tot en met milieucategorie 2 is toegestaan, kan worden verondersteld dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor voorliggend bestemmingsplan. Werking milieubelastende functies vanuit het plangebied Binnen het plandeel Gat van Palace worden de volgende functies mogelijk gemaakt: Horeca cat. 1 en 2, met uitzondering van restaurants; Detailhandel; Maatschappelijk cat. 1; Dienstverlening cat. 1.