Bijlage A. Ruimtelijke onderbouwing Shortstay Huygensstraat 40 Noordwijk
Tekst van het document
5.4
Kwaliteit van de buitenlucht
Toetsingskader Als een plan betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, is het plan uitvoerbaar als de omgevingswaarden als bedoeld in artikel 8.17 Bkl voor deze stoffen in acht worden genomen. Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In deze gebieden (aangewezen in artikel 5.51 lid 2 Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. De gemeente Rotterdam is zo'n aandachtsgebied voor zowel stikstofdioxide als fijnstof. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteit daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden. Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In artikel 5.54 Bkl zijn standaardactiviteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen. Het gaat onder andere om het toelaten van gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met: 1. één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of 2. twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen.
Toetsing Het projectgebied bevindt zich niet in artikel 5.51 (van het Bkl) vermeldde aandachtsgebieden voor stikstofdioxide en fijnstof. Vervolgonderzoek naar de bijdrage voor stikstofdioxide of fijnstof is niet benodigd. Ten behoeve van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) 2023. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Zwarte weg, ten noorden van het projectgebied. Uit de CIMLK-tool blijkt dat in 2022 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2022; 16,16 µg/m³ voor NO2, 16,59 µg/m³ voor PM10 en 16,59 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Conclusie De ontwikkeling draagt voor het aspect luchtkwaliteit bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties omdat er ter plaatse van de projectlocatie, de achtergrondwaardes voldoen aan de grenswaardes vanuit het Bkl. De artikelen 5.50 en 5.51 van het Bkl zijn niet van toepassing. Gelet hierop wordt er voldaan aan de instructieregels voor het aspect luchtkwaliteit.
Er zijn geen voorschriften nodig om te voldoen aan etfal en instructieregels
5.5
Geluid door activiteiten
Toetsingskader In een omgevingsvergunning van een BOPA moet rekening gehouden worden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Op grond van artikel 5.9 dient er rekening te worden gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen; er wordt in voorzien dat het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar
27/57
is. Dit vergt dus een goede onderbouwing in de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Hiervoor dient bekend te zijn welke activiteiten geluid veroorzaken en wat de optelsom is van dit geluid op een geluidgevoelig gebouw. Daarnaast zal de omgevingsvergunning moeten waarborgen dat het geluid door een activiteit aanvaardbaar is. Dit kan door de standaardwaarden voor het toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw (zie tabel 5.65.1 van het Bkl) en grenswaarden voor het toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen (tabel 5.65.2 van het Bkl) in de omgevingsvergunning op te nemen. Op grond van artikel 5.66, eerste lid, Bkl kan van de standaardwaarden worden afgeweken. Het toelaatbaar geluid op de gevel wordt begrensd door de grenswaarde van de binnenwaarde. Handreiking Ac viteiten en Milieuzonering 2024 De invoering van de Omgevingswet maakt het gewenst om te komen tot een Handreiking Activiteiten en Milieuzonering 2024. Deze handreiking vervangt de publicaties Bedrijven en milieuzonering uit 2009 en Milieuzonering Nieuwe Stijl uit 2019, die zijn gebaseerd op de Wro respectievelijk de Crisis- en herstelwet. Handreiking Activiteiten en Milieuzonering 2024 vindt zijn grondslag in de Omgevingswet en biedt een werkwijze voor het regulieren van bedrijven(terreinen).
Tevens biedt de handreiking een hulpmiddel voor het inschatten van de bedrijfsruimte van bestaande bedrijven. Dit hulpmiddel betreft Bijlage A5 Indicatieve lijst met activiteiten met inschatting geluid en geur. Deze lijst bevat bedrijfsactiviteiten met richtafstanden voor geur en geluid. Het hulpmiddel is tot stand gekomen op basis van expertanalyse. Er zijn voor dit hulpmiddel geen milieuonderzoeken uitgevoerd. Bij overschrijding of twijfel van de richtafstand is specifiek onderzoek benodigd.
Toetsing De nieuw te realiseren appartementen worden aangemerkt als een geluidgevoelig gebouw; er sprake is van gebouwen of gedeeltes van gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan. Aan de hand van de hulpmiddelen van de Handreiking Activiteiten en Milieuzonering 2024 wordt een indicatie gemaakt ten aanzien van de geluidbelasting van nabij gelegen milieuhinderlijke activiteiten (bedrijven). De omgeving is getypeerd door verschillende functies met een stedelijk karakter: woningen ten zuidwesten, sportvelden en uiteenloop van bedrijvigheid en kantoorfuncties op de nabij gelegen Estec en de Noordwijkse bedrijvenparken. Zodoende is de omgeving gedefinieerd als gemengd gebied. Bedrijventerrein Estac en Noordwijk In het tijdelijke deel van het omgevingsplan ‘Estec en de Noordwijkse bedrijvenparken’ is te zien dat de projectlocatie is gelegen in de rand van het bedrijvenpark, zie figuur 5-3.
Figuur 5-3 Uitsneden tijdelijke deel van omgevingsplan 'Estec en de Noordwijkse bedrijvenparken'.
28/57
De projectlocatie is gelegen op de bestemming Bedrijventerrein- 2. Deze bestemming geldt ook op de nabij gelegen bedrijfspercelen ten oosten en noordoosten. Bij deze bestemming zijn de volgende functies toegestaan: 1. kennisintensieve bedrijven; 2. kennisintensieve kantoren; 3. parkeren ten behoeve van de onder a t/m b genoemde functies; 4. fiets- en voetpaden; 5. groenvoorzieningen; 6. nutsvoorzieningen; 7. tuinen en erven; 8. water. Aan de hand van Bijlage A5 van de handreiking VNG 2024 blijkt dat de bedrijfsactiviteiten van Bedrijventerrein-22 zijn getypeerd als ‘functiemenging’ en beslaan de lichtste vorm van bedrijfsvoering. Bij dit type (bedrijfs)activiteit is er geen sprake van een indicatieve richtafstand. Deze bedrijvigheden zijn gekenmerkt door een beperkt milieuruimte en kunnen, zeker in gemengd gebied, zonder knelpunten plaatsvinden naast woningen en logiesgewijze huisvesting. Het perceel ten zuidoosten is bestemd als Bedrijventerrein-1. Deze bestemming laat uitsluitend bedrijven toe met een zeer beperkte of geen milieuruimte. Gezien de afstand (circa 100m) tussen de projectlocatie en deze bestemming is er geen nader onderzoek benodigd. In de werkelijk situatie zijn er aan weerszijden van de projectlocatie kantoorfuncties gevestigd. De afstand tot deze bedrijven bedragen circa 30 meter, hiermee wordt geluidshinder aan de beoogde appartementen niet verwacht.
Tevens worden deze bedrijven niet beperkt in haar bedrijfsruimte. De bedrijfspercelen ten noorden en oosten zijn momenteel braakliggend, zie figuur 5-4.
Figuur 5-4 Luchtfoto huidige situatie
Conclusie De projectlocatie bevindt zich in de rand van het bedrijventerrein Estec. In de huidige situatie is het park voor het merendeel braakliggend en in ontwikkeling; geluidhinder in de huidige situatie ter plaatse van de beoogde appartementen is zeer onaannemelijk. De planologische regelingen van het bedrijvenpark laten voornamelijk kennisintensieve bedrijven en kantoren toe. De kans op geluidshinder aan deze vormen van bedrijvigheid is zeer beperkt en vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling is in overeenstemming met instructieregels voor geluid (door activiteiten). En er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties gezien er een goed woon- en leefklimaat is ter plaatse van de huisvesting en dat de (toekomstige) bedrijven niet worden beperkt in haar bedrijfsruimte. 2 Onder andere: SBI-code 941, 942 Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren) – SBI 461 Handelsbemiddeling (kantoren) – SBI 50, 51 Vervoersbedrijven (uit-
sluitend kantoren)
29/57
5.6
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
Toetsingskader Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.4.2a instructieregels voor geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Hierin wordt beschreven dat een omgevingsplan rekening moet houden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op nieuwe geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied en erin voorziet dat het geluid aanvaardbaar is. Het geluid is aanvaardbaar als wordt voldaan aan de standaardwaarden volgens tabel 1. In een aantal gevallen kan een waarde hoger dan de grenswaarde aanvaardbaar worden geacht: ● ● ● ● ●
bij vervangende nieuwbouw maximaal 5 dB hoger dan de grenswaarde en het aantal geluidgevoelige gebouwen met meer geluid dan de grenswaarde mag niet wezenlijk toenemen; bij functiewijziging maximaal 5 dB hoger dan de grenswaarde (transformatie); bij zeehavengebonden activiteiten maximaal 5 dB hoger dan de grenswaarde; bij een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen; bij een niet-geluidgevoelige gevel;
Een overschrijding van de grenswaarden is alleen mogelijk als er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de grenswaarden te voldoen en de overschrijding zoveel mogelijk wordt beperkt. Geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Verder wordt rekening gehouden met het belang van een geluidluwe gevel. Bij het overschrijden van de standaard- of grenswaarden wordt het gecumuleerde geluid beoordeeld en het gezamenlijk geluid bepaald en vastgelegd in het omgevingsplan. Tabel 1 Standaardwaarden en grenswaarden geluid per geluidbronsoort
Geluidbronsoort
Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Industrieterreinen
Standaardwaarde Lden [dB]2,3
Grenswaarde Lden[dB]
Grenswaarde Lden[dB]
50
Vaststellen geluidproductieplafonds Nieuw geluidgevoelig gebouw Aanleg/wijziging wegen/lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds 651 60
53
70
70
55
70
65
50 Lden/40 Lnight
60 Lden/50 Lnight
55 Lden/45 Lnigh
Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente Noorwijk beschikt zelf niet over geluidbeleid (onder de Omgevingswet). De Omgevingsdienst West-Holland heeft echter wel geluidbeleid3 welke werd toegepast onder de Wet geluidhinder. Het voornemen van de Omgevingsdienst West-Holland is om dit beleid zo neutraal mogelijk over te laten gaan naar de Omgevingswet. Daarom wordt ervan uitgegaan dat:
3 Richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder, Omgevingsdienst West-Holland, vastgesteld op 04-03-2013.
30/57
●
●
Waar voorkeurgrenswaarde of maximale ontheffingswaarde staat geschreven, standaardwaarde of grenswaarde gelezen mag worden gelezen met bijbehorende waarde in Lden. En dat voor 30 km/uur wegen dezelfde beleidsregels gelden als voor 50 km/uur wegen; Indien er in het geluidbeleid sprake is van geluidbelasting met aftrek deze nu zonderaftrek gelezen moet worden.
In hoofdstuk 6.2.2 ‘Specifieke criteria voor vaststellen hogere waarde wegverkeerslawaai’ zijn voorwaarden opgenomen die op dit project van toepassing zijn. Onder de Omgevingswet worden voor gemeentewegen geen hogere waarden meer verleend. Desondanks zijn onderstaande voorwaarden wel van toepassing op het project: ● ●
● ●
bij een gevelbelasting hoger dan 53 dB (onder de Omgevingswet 58 dB) wordt akoestische compensatie toegepast; voor nog niet geprojecteerde woningen kan alleen een hogere waarde dan 53 dB (onder de Omgevingswet 58 dB) als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld als voldoende verzekerd wordt, dat de verblijfsruimten, alsmede ten minste een van de tot de woning behorende buitenruimten niet aan de uitwendige scheidingsconstructie worden gesitueerd waar de hoogste geluidsbelasting optreedt, tenzij overwegingen van stedenbouw of volkshuisvesting zich daar tegen verzetten; in dat geval wordt de buitenruimte afsluitbaar uitgevoerd; bij een waarde vanaf 53 dB (onder de Omgevingswet 58 dB wordt gestreefd naar ten minste een stille gevel (< 48 dB, onder de Omgevingswet <53 dB); dove gevels worden bij voorkeur niet toegepast; indien toch noodzakelijk dan maximaal een dove gevel, bij voorkeur niet als voor- of achtergevel.
Toetsing De nieuw te realiseren appartementen liggen binnen het tijdelijke geluidaandachtsgebied van 200 meter breed van de gemeentewegen Huygensstraat, Eisingastraat, Kapteynstraat en Huizingalaan. Op deze wegen geldt een maximum snelheid van 60 km/uur. Hiervoor is een akoestisch onderzoek opgesteld zie bijlage 3. Onderstaand betreft een samenvatting van de resultaten en conclusies. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting op de gevels van het appartementencomplex ten hoogste Lden = 61 dB bedraagt. De standaardwaarde van Lden = 53 dB wordt zodoende overschreden. Er wordt wel voldaan aan de grenswaarde van Lden =70 dB. Gelet op de overschrijding van de standaardwaarde van Lden = 53 dB vanwege de geluidbronsoort gemeentewegen zijn geluidreducerende maatregelen nader beschouwd. Verlagen rijsnelheid Op dit moment is de maximum toegestane snelheid 60 km/uur op de onderzochte gemeentewegen. De gemeente Noordwijk kan overwegen om de snelheid op de Huygensstraat te verlagen naar 30 km/uur. Uit de berekening blijkt dat indien de snelheid op de Huygensstraat wordt verlaagd naar de 30 km/uur de geluidbelasting op de gevels ten hoogste Lden = 54 dB zal bedragen. Dit is slechts 1 dB boven de standaardwaarde van Lden = 53 dB. Het verlagen van de rijsnelheid levert zodoende forse geluidreducties op.
Onderzocht dient te worden of het reduceren van de maximale rijsnelheid naar 30 km/uur op de Huygensstraat leidt tot verkeerskundige bezwaren. Stiller wegdek De gemeente Noordwijk kan overwegen om het referentiewegdek te vervangen door een stiller wegdek. Op stille wegdekken produceert het verkeer minder lawaai omdat er minder trillingen worden opgewekt en/of omdat geluid door het wegdek deels wordt geabsorbeerd. Van de mogelijke bronmaatregelen hebben stille wegdekken de grootste potentie. Ten opzichte van standaard DAB (‘glad asfalt’) zijn in de praktijk reducties van 4 tot 6 dB mogelijk. Nadeel van geluidabsorberende wegdekken is dat zij duurder zijn – zowel in aanleg als onderhoud – dan de ‘traditionele wegdekverharding. Bovendien hebben dergelijke wegdekken in het algemeen een geringe mechanische sterkte. Een optie is het toepassen van steenmastiekasfalt SMA NL8 G+. Dit type asfalt heeft een lange levensduur door zijn hoge weerstand tegen slijtage, met name door intensief verkeer, waaronder zwaar vrachtverkeer. Dit maakt het geschikt voor
31/57
wegen met een hoge verkeersintensiteit. Daarnaast is het minder geschikt voor wegen met veel optrekkend en afremmend verkeer, zoals bij kruisingen en rotondes. Dit type asfalt is echter duurder in aanleg en onderhoud dan sommige andere typen asfalt. Onderzocht is hoeveel geluidreductie SMA NL8 G+ kan bewerkstelling indien dit type wegdek wordt toegepast op de Huygensstraat. Uit de resultaten blijkt dat het toepassen van SMA NL8 G+ een maximale geluidreductie oplevert van 2,9 dB. Dit is niet voldoende om de overschrijdingen weg te nemen. Overdrachtsmaatregelen Om de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen in voldoende mate terug te brengen, is gezien de hoogte van de nieuwbouw een relatief hoog geluidscherm benodigd. Gezien de omgeving van het projectgebied en de afstand tot de weg heeft het toepassen van een dergelijk scherm een grote ruimtelijke impact. Hierdoor wordt het plaatsen van schermen ondoelmatig en onwenselijk. Geluidbeleid van de Omgevingsdienst West-Holland Bij geluidbelastingen hoger dan Lden = 58 dB dient gestreefd te worden naar een geluidluwe gevel en dient akoestische compensatie te worden toegepast. Een geluidluwe gevel (stille gevel) is een gevel met een geluidbelasting van Lden 53 = dB of lager. Het appartementengebouw heeft aan de zijde van de Huygensstraat een geluidbelasting hoger dan Lden = 58 dB.
Hierdoor dient voor de appartementen gesitueerd aan deze gevel akoestische compensatie te worden toegepast. Bij de andere drie gevels van het appartementencomplex blijft de geluidbelasting onder Lden = 58 dB. Omdat de standaardwaarde voor gemeentewegen wordt overschreden is het nodig om het gecumuleerde en het gezamenlijke geluid te bepalen. Geluid vanwege gemeentewegen is de enige relevante geluidbron voor dit project. Het gecumuleerde en gezamenlijke geluid is daarom ten hoogste Lden = 61 dB. De geluidkwaliteit op de hoogst belaste gevel wordt geclassificeerd als tamelijk slecht. Het gecumuleerde geluid op de laagst belaste gevel bedraagt 41 dB. Dit wordt gekwalificeerd als zeer goed. Indirecte hinder Voor indirecte effecten vanwege veranderend verkeer geldt de “1,5 dB-toets”, wat neerkomt op een verkeerstoename van 40%. Uit de verkeersparagraaf blijkt dat de toename van verkeer op de omliggende gemeentewegen hier ruim onder ligt. Er is geen sprake van een relevant indirect effect. Conclusie Omdat de grenswaarde niet wordt overschreden kunnen de geluidbelastingen aanvaardbaar worden geacht. In de omgevingsvergunning voor de BOPA dient een voorschrift voor geluid door gemeentewegen opgenomen te worden. Het is aan het bevoegd gezag om te beoordelen of en in welke mate het verantwoord is de afwegingsruimte boven de standaardwaarde te benutten.
Het gezamenlijk geluid moet worden vastgelegd in het omgevingsplan, maar in eerste instantie in de voorschriften van de BOPA-vergunning. De voorschriften richten zich op dat: De geluidwering dient te worden bepaald op basis van het gezamenlijk geluid; Er moet worden gestreefd naar het realiseren van een geluidsluwe gevel voor elk appartement. De gevel is geluidluw als deze voldoet aan de standaardwaarde vanwege de geluidbronsoort gemeentewegen.
32/57
5.7 Trillingen Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.4.4 instructieregels voor trillingen. Op grond van artikel 5.83 van het Bkl moet bij het wijzigen van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning rekening worden gehouden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen; het plan moet erin voorzien dat deze trillingen aanvaardbaar zijn. Het toepassingsbereik van deze instructieregel omvat alle activiteiten die met het omgevingsplan zijn toegestaan, met uitzondering van de activiteit wonen. Het gaat hier onder andere om het toelaten van een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaakt door een activiteit. Deze instructieregels gelden niet voor trillingen door doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. Gemeenten kunnen in die gevallen zelf bepalen of en zo ja, welke regels zij voor trillingen van activiteiten in het omgevingsplan opnemen in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de beoordeling van trillingen kan bijvoorbeeld de SBR-richtlijn en de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen worden gebruikt. De instructieregels van het Bkl zijn overigens wel van toepassing als in het omgevingsplan een trillingaandachtsgebied langs het spoor is vastgelegd. Daarvan is vooralsnog nog geen sprake.
Omgevingsverordening Zuid-Holland De omgevingsverordening bevat geen specifieke instructieregels met betrekking tot het thema trillingen die betrekking hebben op omgevingsplannen. Toetsing Met de wijziging van het omgevingsplan worden geen trillingenveroorzakende activiteiten toegestaan. Wel worden er trillinggevoelige gebouwen gerealiseerd, namelijk appartementen. Er is beoordeeld of er sprake is van trillingen door activiteiten op de beoogde trillinggevoelige gebouwen. Dit is niet aan de orde. In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen bronnen (zoals een spoorlijn) die trillinghinder veroorzaken. Zodoende is er geen trillinghinder op een trillinggevoelig gebouw. Gelet hierop is in voldoende mate rekening gehouden met de instructieregel in artikel 5.83 van het Bkl in de paragraaf over trillingen. De realisatie van de appartementen binnen de planlocatie is gelet op het aspect trillingen aanvaardbaar. Conclusie Vanwege de afwezigheid van bronnen van trillinghinder is er geen directe aanleiding om voor de locatie nader in te gaan op trillinghinder. Gelet hierop is in voldoende mate rekening gehouden met de instructieregel in artikel 5.83 van het Bkl in de paragraaf over trillingen. De ontwikkeling draagt voor het aspect trillingen bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties door trillinggevoelige gebouwen buiten bronnen van trillinghinder te realiseren.
5.7
Bodemkwaliteit
Toetsingskader Uit de Omgevingswet volgt dat gemeenten primair verantwoordelijk zijn voor de zorg voor de fysieke leefomgeving, waaronder ook de zorg voor (de kwaliteit van) de bodem wordt verstaan. Het wettelijk instrumentarium onder de Omgevingswet is voor wat betreft de bodem gebaseerd op drie pijlers: 1. het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie); 2. het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies); 3. het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer van historische bodemverontreinigingen). Om een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie toe te staan, dient op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.89i en 5.89j) aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik. Een locatie is bodemgevoelig als hier een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning.
33/57
Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend of toebehorend aan een bodemgevoelig gebouw, zoals een tuin of terrein. Onder een bodemgevoelig gebouw wordt verstaan; een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Om aan te tonen of de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de beoogde ontwikkeling. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zijn (op grond van artikel 5.89i Bkl) opgenomen in het omgevingsplan. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Omgevingsverordening Zuid-Holland De omgevingsverordening bevat geen specifieke instructieregels met betrekking tot het thema bodem die betrekking hebben op omgevingsplannen. Toetsing De beoogde ontwikkeling voorziet in bouwactiviteit van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.
Om aan te tonen dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde ontwikkeling is er bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 4. Onderstaand betreft een samenvatting van de conclusies van dit onderzoek. Vooronderzoek Uit het vooronderzoek is niet gebleken dat op of nabij de onderzoekslocatie bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Daarom is de locatie als "onverdacht" aangemerkt ten aanzien van bodemverontreiniging. De locatie is als nietasbestverdacht aangemerkt. Verkennend bodemonderzoek Zintuiglijk zijn geen afwijkingen waargenomen. Uit laboratoriumonderzoek is gebleken dat in MM1 de kwaliteitseis voor klasse landbouw/natuur wordt overschreden voor PCB. Bij toetsing aan de Bbk normen voldoet het monster aan klasse Industrie. In de overige mengmonsters zijn geen overschrijdingen aangetoond. Getoetst aan de Bbk normen voldoen de monsters aan klasse landbouw/natuur. In het grondwater zijn geen overschrijdingen van de streefwaarde aangetoond. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd, dat de hypothese onverdacht voor bodemverontreiniging dient te worden verworpen. Dit naar aanleiding van de aangetroffen lichte verontreiniging in de grond met PCB. Deze verontreiniging geeft geen aanleiding tot het verrichten van een nader onderzoek of het nemen van saneringsmaatregelen.
De locatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Meldingsplicht In het omgevingsplan staat een verbodsbepaling opgenomen ten aanzien van het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden (artikel 5.89l, eerste lid, Bkl). Deze melding gaat gepaard met de in artikel 5.89l, tweede lid, Bkl verplichte gegevens, waaronder de bodemonderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Bal. Het voorgaande geldt niet als voor de bouwactiviteit op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist (artikel 5.89l, vierde lid Bkl). Conclusie De ontwikkeling is in overeenstemming met instructieregels voor bodem, omdat uit het onderzoek blijkt dat er aan de geldende waardes voor de bodemkwaliteit wordt voldaan. De locatie mag worden aangewend voor de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling draagt hierbij voor het aspect bodem bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er zijn geen voorschriften nodig om te voldoen aan etfal en instructieregels.
34/57
5.8
Ladder voor duurzame verstedelijking
Toetsingskader In artikel 5.129g Bkl is voorgeschreven dat initiatieven die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, in het omgevingsplan rekening moeten houden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling groter dan 500 m2 of het toevoegen van 12 woningen of meer in beginsel wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling. De geldende planologische mogelijkheden zijn vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. De aangevraagde activiteit(en) is/zijn relevant voor duurzame verstedelijking, omdat de ontwikkeling ziet op de realisatie van een logiescomplex met 69 appartementen op een locatie waar huisvesting nu niet planologisch mogelijk is. Gelet op de omvang en functieverbreding is de ontwikkeling voldoende substantieel. Daarom is hierna de behoefte beschreven. De instructieregel voor de ladder voor duurzame verstedelijking vanuit het Bkl is vertaald naar instructieregels in de ZuidHollandse omgevingsverordening.
Hieronder worden de artikelen uit de omgevingsverordening waaraan voor dit onderwerp getoetst dient te worden opgesomd: Artikel 7.44 (afgestemde regionale behoefte) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor wonen, bedrijventerreinen of kantoren mogelijk maakt houdt rekening met de op de behoefteramingen van gedeputeerde staten gebaseerde regionale afgestemde behoefte aan deze ontwikkeling. De regionaal afgestemde behoefte kan blijken uit een geheel of gedeeltelijke instemming met regionale bestuurlijke afspraken door gedeputeerde staten of uit een door gedeputeerde staten openbaar gemaakt document. Artikel 7.45 (ladder voor duurzame verstedelijking) 1. Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de motivering in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. Als over de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling regionale bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld, dan kan de motivering van de behoefte, bedoeld in artikel 5.129g, tweede lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bestaan uit een verwijzing naar die afspraken.
Omdat het in dit geval gaat om een logiesfunctie op een bedrijventerrein, zijn artikel 7.52 lid 1 en 5 ook relevant. Na de inwerkingtreding van de herziening 2024 (verwacht in februari 2025), ziet de regeling er als volgt uit: Artikel 7.52 (bedrijven) 1. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein laat bedrijven toe met de grootst mogelijke gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf, vastgelegd in een hoogst mogelijke geluidruimte zone en geurruimte zone of vergelijkbare milieuzonering, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen die zijn opgenomen in een onherroepelijk omgevingsplan of ontwikkelingen als bedoeld in artikel 7.47. 5. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein kan functiemenging mogelijk maken, door in beperkte mate te voorzien in bedrijfswoningen, tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten en andere functies die ondersteunend zijn aan het profiel van het bedrijventerrein, voor zover dit niet in strijd is met het eerste lid en de aanwezige bedrijven niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering.
In de toelichting staat hierover het volgende: Functiemenging is op grond van deze verordening mogelijk, door in beperkte mate te voorzien in bedrijfswoningen, tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten en andere functies die ondersteunend zijn aan het profiel van het bedrijventerrein. Het
35/57
toelaten van deze functies mag niet tot gevolg hebben dat de maximaal toelaatbare milieucategorie of milieuzone wordt verlaagd. Ook mogen de aanwezige bedrijven niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Voorkomen moet worden dat functiemenging ten koste gaat van courante bedrijfskavels of bedrijfspanden. Tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten is mogelijk voor een periode van maximaal 10 jaar, mits een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden geboden. De mogelijkheden van huisvesting van arbeidsmigranten op bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie of milieuzone, zijn daarom in de praktijk beperkt tot delen van het bedrijventerrein waar in de huidige situatie alleen bedrijven in een lagere milieucategorie of milieuzone zijn gevestigd. Mocht een transformatieplan niet in de programmering van de regionale bedrijventerreinenstrategieën zijn opgenomen en toch een goede bijdrage leveren aan het halen van de doelstellingen, dan zijn er mogelijkheden om maatwerk te bieden. Bijvoorbeeld voor een plan waarbij de ruimte slim wordt benut en het areaal voor bedrijven per saldo niet verminderd. Als het gaat om een relatief beperkte afwijking van de regels van de omgevingsverordening dan is zo’n plan nog mogelijk te maken door een beroep te doen op de balansregeling uit artikel 7.86 van de omgevingsverordening.
Bij een grotere afwijking kan eventueel een verzoek om ontheffing worden gedaan. Beschrijving behoefte De ontwikkeling bestaat uit een logiescomplex met 69 appartementen waarin (buitenlandse) werknemers en studenten op de nieuwe space campus voor de duur van maximaal één jaar kunnen verblijven. De 22 lidstaten van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA werken samen om een breed scala aan ruimtevaartdoelen te realiseren. Samen ondernemen ze projecten die de afzonderlijke lidstaten niet zouden kunnen realiseren. Deze projecten genereren nieuwe wetenschappelijke kennis en nieuwe, praktische toepassingen in de ruimtevaart. Ook dragen ze bij aan een vitale Europese ruimtevaartindustrie. ESA heeft locaties in verschillende Europese landen. Het European Space Research and Technology Centre (ESTEC) is de grootste locatie en het technisch hart van ESA, gevestigd in Noordwijk. De meeste ESA-projecten worden hier ontworpen en langs verschillende fasen in hun ontwikkeling geleid. Meer dan tweeduizend specialisten werken op ESTEC aan tientallen ruimtevaartprojecten. ESA ESTEC is voor de bedrijfsvoering mede afhankelijk van buitenlandse werknemers en studenten, maar op dit moment is er weinig tot geen huisvesting voor deze groep, terwijl de werknemers en studenten wel hard nodig zijn voor de economie en specifiek de ruimtevaartindustrie. Wie ergens werkt of studeert, moet ergens wonen.
Arbeidsmigranten en studenten zijn belangrijk voor de economie. De provincie Zuid-Holland wil dat de mensen die hier werken een goede plek hebben om te wonen. De provincie constateert in het Programma Flexwonen Zuid-Holland (2021) een tekort aan woningen in het algemeen, voor spoedzoekers in het bijzonder, en ziet in flexwonen een (deel)oplossing. Daarbij gaat het om zowel tijdelijke huurcontracten in bestaande woningen (of vastgoed) als tijdelijke (nieuwe) woningen en/of locaties. De doelgroep spoedzoekers wordt breed opgevat: inwoners die buiten de reguliere ‘urgentie’-mogelijkheden van gemeenten vallen, met spoed een woning nodig hebben en niet kunnen wachten tot er voldoende inschrijftijd is opgebouwd, waaronder arbeidsmigranten/expats. Flexwonen is specifiek benoemd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland. In Zuid-Holland is een enorme druk op de woningmarkt. Flexwonen kan als flexibele schil om de bestaande woningvoorraad deze druk verminderen en kan fungeren als ‘ventiel’ voor de druk op een gespannen woningmarkt. Flexwonen kan bijdragen aan een snelle verlichting voor de woonvraag. Dat is nodig omdat de provincie Zuid-Holland ziet dat de huidige woningmarkt te weinig woonruimte voor spoedzoekers biedt. Spoedzoekers zijn mensen die met spoed een woonruimte zoeken.
Spoedzoekers betreft een brede groep mensen, zoals vergunninghouders, (buitenlandse) studenten, starters op de woningmarkt, gescheiden mensen, mensen die uit hun woning zijn gezet, mensen afkomstig uit een (woonzorg)instelling, arbeidsmigranten en mantelzorgers. De provincie hoopt met Flexwonen ook een aantal minder gewenste huisvestingsoplossingen die spoedzoekers nu door gebrek aan alternatieven gebruiken, zoals de permanente bewoning van recreatieterreinen, te verminderen.
36/57
Gebouwen voor flexwonen worden beschouwd als stedelijke functie die in beginsel in bestaand stads- en dorpsgebied moeten worden gerealiseerd. In dit geval is sprake van een binnenstedelijke locatie. In regionaal verband (Woonagenda Holland Rijnland 06 juni 2023) is naast de reguliere woningzoekende, een aantal aandachtsgroepen geïdentificeerd waar de regio extra ruimte voor wil creëren op de woningmarkt, waaronder arbeidsmigranten. Veel bedrijven in de regio zetten in toenemende mate arbeidsmigranten in om aan de groeiende arbeidsvraag te voldoen. Arbeidsmigranten werken voor een korte of langere periode in Nederland. In de praktijk is er weinig onderscheid in de huisvestingsvraag tussen short-stay (tot ongeveer 3 maanden tot een half jaar) en mid-stay (tot drie jaar). Het gaat hier met name om tijdelijke huisvesting in het flexibele segment. Voor short stay, wat vaak seizoensarbeid is, gaat het om huisvesting in grotere complexen bij de werkgever. Bij midstay gaat het ook om tijdelijke huisvesting in grotere complexen maar ook om gewone woningen. Voor lang- of permanent verblijvende arbeidsmigranten is de huisvestingsvraag gelijk aan een reguliere woningvraag: zowel in de huur- als koopsector. In Holland Rijnland zijn er relatief veel arbeidsmigranten.
Recent onderzoek (Arbeidsmigranten in de provincie Zuid-Holland (Decisio 2022) laat zien dat er ongeveer 20.500 arbeidsmigranten in de regio werken. Het aantal arbeidsmigranten in de regio blijft richting 2030 groeien, naar verwachting met 2,4 - 4,4%. Dit betekent een geschatte toename van het aantal werkende arbeidsmigranten in de regio tussen de 1.000 – 1.450 tot 2030. Er ligt dus een opgave om arbeidsmigranten beter te huisvesten. De gemeenten formuleren hun eigen beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Gemeente Noordwijk werkt met netwerkpartijen samen om lokaal maatwerk te bieden en om de woningvoorraad uit te breiden. Met name voor die woningzoekenden die zitten te springen om een woning. Twee belangrijke documenten wijzen de weg: de Woonvisie Noordwijk 2020-2030 en de Prestatieafspraken 2022-2025. Gemeente Noordwijk zet in op voldoende en betaalbare woningen. In de gemeentelijke woonvisie 2020-2030 is aangegeven dat dat internationale werknemers (arbeidsmigranten en expats) een essentieel onderdeel van de Noordwijkse samenleving zijn. Een deel van hen woont permanent in de gemeente Noordwijk. Hun vraag is onderdeel van het woningbouwprogramma, zodat er ook voor hen voldoende huisvestingsmogelijkheden zijn, in de huur- en koopsector. Daarnaast is een deel van de internationale werknemers tijdelijk in de gemeente Noordwijk; de zogenoemde short- en midstay.
Ook voor hen is voldoende en kwalitatief goede huisvesting van belang. Hoe de gemeente inspeelt op de behoefte aan tijdelijk logiesgewijs van arbeidsmigranten is uitgewerkt in de (regionale) beleidsregel “Ruimtelijke randvoorwaarden logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Duin- en Bollenstreek” (2022). De gemeente ziet ook dat door onvoldoende plekken voor logiesgewijze huisvesting een deel van de arbeidsmigranten een plek vindt in de reguliere woningvoorraad. Vanuit het gemeentelijk beleidskader ‘gebruik woningen’ vindt de gemeente het belangrijk dat woningen ook voor permanent wonen beschikbaar zijn. Dit betekent dat de gemeente bij huisvesting in de bestaande woningvoorraad wil handhaven, als daardoor onvoldoende de reguliere vraag bediend kan worden en als er geen vergunning is afgegeven. Dit doet de gemeente hand-in-hand met realisatie van nieuwe huisvestingsvormen, mogelijk in een mix met andere doelgroepen. In dit geval gaat het om specifieke huisvesting voor buitenlandse werknemers en studenten, waarbij het bedrijf zelf bijdraagt om te voorzien in voldoende huisvestingsmogelijkheden. Als er voldoende huisvestingsmogelijkheden zijn, neemt de druk op de reguliere woningvoorraad af. Motivering logiesgewijze huisvesting op bedrijventerrein De gemeente is voorstander van de vestiging van logiesgewijze huisvesting op NL Space Campus.
Het zorgt voor een impuls voor de campus. Voor campusvorming, ontmoeting en een levendig ecosysteem is het belangrijk dat tijdelijke huisvestingsmogelijkheden worden gecreëerd. Voor studenten, voor werknemers van ESTEC en van de bedrijven op de NL Space Campus. De gemeente Noordwijk herbergt het grootste ruimtevaartcentrum van Europa op de NL Space Campus met duizenden directe banen. Met alle economische, technologische en educatieve voordelen voor de gemeente. De verwachting is dat het Noordwijkse ruimtevaartcluster een aanzienlijke groei zal doormaken. De gemeente werkt hard aan een gezamenlijke ambitie om het Space Business Park van een bedrijventerrein te veranderen in een volwaardige hechte campusomgeving.
37/57
Waar ondernemen, onderwijs, onderzoek en overheid samenkomen gericht op innovatie en nieuwe bedrijvigheid. De doorontwikkeling van de NL Space Campus is een grote ambitie van zowel Rijksoverheid, Provincie Zuid-Holland, ESTEC en gemeente Noordwijk. Hierover is in 2018 een Regiodeal gesloten. De doorontwikkeling van NL Space Campus is ook recentelijk met de Lange Termijn Ruimtevaartagenda op nationaal niveau als belangrijke prioriteit opgenomen en door het kabinet omarmt. Ook Holland Rijnland en de gemeenten uit de Duin- en Bollenstreek staan voor de ambitie om de NL Space Campus als belangrijk kenniscluster in onze regio verder te ontwikkelen. De gemeenteraad heeft in 2020 ingestemd met de gebiedsvisie, spelregels en financiële strategie voor de NL Space Campus. En steunt dus de uitvoering van de ruimtelijke visie NL Space Campus. In het raadsvoorstel en de gebiedsvisie wordt ook de mogelijkheid voor shortstay faciliteiten en de noodzaak genoemd van een flexibele interpretatie van het vigerende bestemmingsplan Noordwijkse Bedrijventerreinen zodat de Space Campus planologisch mogelijk gemaakt kan worden. Het coalitieakkoord uit 2022-2026 stelt dat de gemeente mogelijkheden voor shortstay voor de NL Space Campus onderzoekt. Het college heeft zich eerder positief uitgelaten over shortstay op de NL Space Campus.
Daarbij is het belangrijk dat de doelgroep studenten en werknemers van ESA ESTEC en de andere bedrijven op NL Space Campus ook mogelijkheden krijgen om te verblijven. Deze ontwikkeling is in lijn met het voorgenomen ruimtelijk campusbeleid van de provincie waarin de voorwaarden voor functiemenging op de aangewezen campusterreinen (inclusief NL Space Campus) worden verruimd. Motivering huisvesting op bedrijventerrein In de nieuwe Omgevingsverordening (herziening 2024, art.7.52, lid 5) wordt functiemenging in beperkte mate mogelijk gemaakt voor o.a. huisvesting van arbeidsmigranten voor een periode van maximaal 10 jaar, mits: ● de maximaal toelaatbare milieucategorie of milieuzone niet wordt verlaagd; ● de aanwezige bedrijven niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering; ● er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden geboden. In dit geval wordt aan deze voorwaarden voldaan met uitzondering van de voorwaarde van tijdelijkheid. De (buitenlandse) werknemers en studenten kunnen in dit logiescomplex weliswaar maximaal één jaar verblijven maar de logiesfunctie is permanent. Via de balansregeling in artikel 7.86 van de Omgevingsverordening is het mogelijk om medewerking te verlenen. De aantasting van in het geding zijnde provinciale belangen is in het algemeen nihil.
De bepaling biedt bovendien de ruimte voor maatwerk om tot een beter eindresultaat te komen, voor zowel de betrokken provinciale belangen als de betrokken gemeentelijke belangen. Logiesgewijze huisvesting van werknemers en studenten is erg belangrijk voor de verdere doorontwikkeling van NL Space Campus. Deze ontwikkeling is bovendien in lijn met het voorgenomen ruimtelijk campusbeleid van de provincie waarin de voorwaarden voor functiemenging op de aangewezen campusterreinen (inclusief NL Space Campus) verruimd zullen worden. Een harde voorwaarde aan de toepassing van de balansregel is de borging van de tijdelijkheid van de verhuurcontracten. Deze borging vindt plaats in een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemer. Daarmee wordt voldaan aan de balansregeling. Conclusie De aangevraagde activiteit is in overeenstemming met instructieregels voor duurzame ontwikkeling omdat invulling wordt gegeven aan de specifieke huisvestingsbehoefte van buitenlandse werknemers en studenten op de nieuwe space campus. Er is een groot woningtekort en specifiek een tekort aan huisvesting voor buitenlandse werknemers en studenten.
38/57
Logiesgewijze huisvesting van werknemers en studenten is erg belangrijk voor de verdere doorontwikkeling van NL Space Campus. En de groei van de NL Space Campus is ontzettend belangrijk voor de gemeente en regio. Het zorgt voor een versterking van de kenniseconomie, voor economische groei, voor technologische, educatieve en maatschappelijke voordelen die een sterk ruimtevaartcluster voor Noordwijk met zich meebrengt. De ontwikkeling draagt voor het aspect duurzame verstedelijking bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties omdat invulling wordt gegeven aan de logiesgewijze huisvestingsbehoefte op een binnenstedelijke locatie, op een nieuwe campus nabij het bedrijf waar de buitenlandse werknemers en studenten werken en studeren.
5.9
Cultureel erfgoed en werelderfgoed
Toetsingskader Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.5.5 instructieregels voor het beschermen van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Cultureel erfgoed en werelderfgoed zijn een element van omgevingskwaliteit. Hieronder vallen UNESCO-werelderfgoed, kenmerkende stads- en dorpsgezichten en rijksmonumenten. Daarnaast moet in het omgevingsplan rekening worden gehouden met cultuurlandschappen, zoals historische verkavelingsstructuren met houtsingels of landgoederen. Onder cultureel erfgoed vallen ook archeologische monumenten, gebouwde en aangelegde monumenten. Het gaat hierbij om cultureel erfgoed dat deel uitmaakt van of anderszins relevant is voor de fysieke leefomgeving. Bij verlening van een omgevingsvergunning voor een BOPA dient rekening gehouden te worden met het belang van het beschermen cultureel erfgoed en werelderfgoed. Toetsing De aangevraagde activiteiten zijn relevant voor cultureel erfgoed en werelderfgoed omdat het bouwen van een bouwwerk van invloed kan zijn op mogelijk aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden.
Relevante instructieregels Voor cultureel erfgoed en werelderfgoed zijn: de volgende instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl van belang: ● Artikel 5.130 (behoud cultureel erfgoed) lid 1: In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. ● Artikel 5.131 (behoud werelderfgoed): In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het belang van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed. Onderzoek De Cultuurhistorische waardenkaart van Noordwijk geeft een overzicht van cultuurhistorisch waardevolle objecten, structuren en gebieden in de gemeente Noordwijk. Ter plaatse van het projectgebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. De Archeologische beleidskaart van Noordwijk geeft een overzicht van de archeologische verwachtingswaarden binnen de gemeente. Op deze kaart is het projectgebied aangewezen als vrijgesteld gebied, zie figuur 5-5. Vanwege diepe bodemverstoring is het gebied volledig vrijgegeven. Op de beleidskaart is het gebied wel provinciaal aangewezen als Limeszone, een zone ter bescherming van archeologische waarden van de Neder-Germaanse Limes. Na de vaststelling van de gemeentelijke archeologische beleidskaart heeft de provincie Zuid-Holland de beschermingszone van de Limes aangepast.
In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is de aangepaste beschermingszone opgenomen. Hierin ligt het projectgebied buiten de beschermingszone, zie figuur 5-6. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk.
39/57
Figuur 5-5 Archeologische beleidskaart Noordwijk
Figuur 5-6 Begrenzing gebieden met archeologische waarden binnen de Neder-Germaanse Limes Zuid-Hollandse Omgevingsverordening
Conclusie De aangevraagde activiteiten zijn in overeenstemming met instructieregels voor het aspect landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed omdat ter plaatse geen cultuurhistorische en archeologische waarden aanwezig zijn.
40/57
5.10
Mobiliteit en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt te worden onderbouwd dat er voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid van het omliggende wegennet. De CROW publicatie 744 en de Nota Parkeernormen 2020 van de gemeente Noordwijk om de aspecten verkeer en parkeren te onderbouwen.
ONTSLUITING Langzaam verkeer De projectlocatie is gelegen aan de Huygensstraat op het Space Business Park in de gemeente Noordwijk. Dit bedrijvenpark is bedoeld voor hoogwaardige bedrijven in de ruimtevaartsector en andere hoogwaardige (kennisintensieve) bedrijven. Aan één kant van de rijbaan bevindt zich een vrijliggend voetpad. Het voetpad wordt gescheiden met de weg door middel van een groenstrook. Voor fietsers zijn er aan weerzijden van de weg fietssuggestiestroken aanwezig. Richting het noorden gaan de fietssuggestiestroken op in gescheiden fietspaden langs de Huygensstraat waardoor veilig de rotonde overgestoken kan worden. Richting het zuiden vormen de fietssuggestiestroken een T-splitsing met een apart van de weg gelegen tweerichtingsfietspad op de Kapteynstraat. Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde OV-halte vanaf de projectlocatie is gelegen op circa 350 meter loopafstand aan de ’s Gravendijckseweg. Vanaf deze halte kan gebruik worden gemaakt van buslijn 21 richting Leiden Centraal of Noordwijk Duinpark. Deze bus rijdt 3 á 4 keer per uur. Daarnaast bevindt zich op 650 meter lopen bushalte Katwijk Sportpark de Kom. Vanaf deze halte kan gebruik worden gemaakt van buslijnen 90 (Lisse) ,385 (Sassenheim Station) en 430 (Katwijk ESA Estec). De ontsluiting van het projectgebied per openbaar vervoer is voldoende gewaarborgd.
Gemotoriseerd verkeer De projectlocatie wordt ontsloten via de Huygenstraat. Deze weg is gelegen buiten de bebouwde kom. De maximumsnelheid is 60 km/uur. In noordelijke richting bevindt zich de rotonde waar de Huygenstraat in verbinding staat met de Zwarteweg. In zuidelijke richting vormt de Huygensstraat een T-splitsing met de Kapteynstraat. Via de Kapteynstraat kan via de ’s Gravendijckseweg de oprit van de provinciale weg N206 bereikt worden. Deze weg verbindt Leiden met Aerdenhout. De Eisingastraat, welke in verbinding staat met de Huygensstraat, is afgesloten voor gemotoriseerd verkeer.
VERKEER Planontwikkeling De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van het appartementengebouw ‘Giotto’, waar 69 appartementen voor (internationale) werknemers en studenten van de nieuwe Space Campus voor de duur van maximaal één jaar via logiesgewijze verhuur kunnen verblijven. De ontwikkeling bestaat uit het volgende programma: ● 24 studioappartementen type 1 (27 m2 GO); ● 15 studioappartementen type 2 (41 m2 GO); ● 30 studioappartementen type 3 (41 m2 GO); Verkeersgeneratie Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van kencijfers uit CROW-publicatie 744. Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers wordt op basis van CBS-data voor de gemeente Noordwijk is een stedelijkheidsgraad van ‘matig
41/57
stedelijk’ aangehouden. De ligging van de projectlocatie is gelegen in het gebiedstype ‘buitengebied. Tenslotte wordt vanwege het gemiddelde autobezit in de gemeente Noordwijk ten opzichte van gemeenten in Nederlands met een vergelijkbare stedelijkheid het gemiddelde van de bandbreedte aangehouden. Met behulp van de CROW-kencijfers is de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde weekdag en werkdag berekend. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid is de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde werkdag maatgevend. Conform CROW-744 wordt voor het omrekenen van weekdag naar werkdag voor woonfuncties een omrekenfactor van 1,11 toegepast. Tabel 2 Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling
Functie
Aantal
Kencijfer
Weekdag (mvt/etmaal)
Werkdag (mvt/etmaal)
Huur appartement, vrije sector of sociale huur, <30 m² bvo
24 appartementen
1,95 per kamer
46,8
51,9
Huur appartement, sociale huur, <75 m² bvo
45 appartementen
3,3 per appartement
148,5
164,8
196
217
Totaal
De beoogde ontwikkeling leidt tot een verkeersgeneratie van 196 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag, wat neerkomt op een generatie van 217 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Verkeerstoedeling Voor het bepalen van de verdeling van het gegenereerde verkeer over het omliggende wegennet is gebruikgemaakt van de navigatietool van Google Maps. De ontwikkeling wordt ontsloten via de Huygenstraat. Vanaf de aansluiting op de Huygenstraat wordt ongeveer 40% van het verkeer in noordelijke richting geleid naar de rotonde die verbonden is met de Zwarte Weg. Er wordt aangenomen dat 30% van het verkeer naar het oosten rijdt en 10% richting het westen. Vanaf de aansluiting op de Huygenstraat rijdt ongeveer 60% van het verkeer in zuidelijke richting naar de Kapteynstraat. Hier wordt aangenomen dat 40% van het verkeer naar het oosten rijdt, richting de N206. De overige 20% rijdt in westelijke richting naar Katwijk. Zie voor een illustratie figuur 5-7.
Figuur 5-7 Verkeerstoedeling
42/57
Verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid De ontwikkeling is gelegen op een bedrijventerrein in het buitengebied van de gemeente Noordwijk, maar aan de rand van de bebouwde kom van de gemeente en de plaats Katwijk. Het bedrijventerrein kent nog een aantal lege percelen welke nog ontwikkeld zullen worden. Op basis van verkregen verkeersgegevens uit het milieumodel van de gemeente Noordwijk zal de verkeersintensiteit in het jaar 2037 op de Huygensstraat 5.337 mvt/etmaal bedragen voor een gemiddelde weekdag. De toename vanwege de beoogde ontwikkeling bedraagt 196 mvt/etmaal, waardoor de toekomstige verkeersintensiteit stijgt naar maximaal 5.533 mvt/etmaal op de Huygensstraat. Het aandeel middelzwaar vrachtwerk en zwaar vrachtverkeer zal in de dagperiode respectievelijk 21% en 7% bedragen. Er geldt momenteel een maximumsnelheid van 60 km/uur. Deze maximum snelheid in combinatie met een relatief hoog percentage vrachtverkeer zonder de aanwezigheid van vrijliggende fietspaden kan tot onveilige verkeerssituaties leiden. Om de verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling te verbeteren wordt geadviseerd om een verkeersbesluit bebouwde kom grens te nemen. Het bedrijventerrein dient hierin binnen de bebouwde komen te vallen en de maximale snelheid dient gereduceerd te worden naar 30 km/uur.
Vooropgesteld dat de verkeersafwikkeling afhankelijk is van de inrichting van wegvakken en kruispunten, kan worden gesteld dat uit de verkeerskundige praktijk blijkt dat het verkeer op ETW Type I (30 km/u) wegen tot een omvang van 4000 à 6000 mvt/etmaal veelal vlot en veilig kan worden afgewikkeld. Aangezien de toekomstig verkeersintensiteit ook na realisatie van het plan hier binnen blijft, kan worden geconcludeerd dat de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid voldoende gewaarborgd zal zijn indien de maximumsnelheid wordt gereduceerd tot 30 km/uur. Parkeren Auto De gemeente Noordwijk heeft een eigen parkeerbeleid, de Nota Parkeernormen 2020. De parkeerbehoefte van de ontwikkeling kan bepaald worden op basis van deze nota. De nota is gebaseerd op de kencijfers die zijn opgesteld door het CROW. Voor Noordwijk wordt de stedelijkheidsgraad “matig stedelijk” gehanteerd. De ontwikkeling is gelegen in de “Zone C” wat geschaard kan worden in de categorie buitengebied. Voor logiesgewijze huisvesting zijn geen gemeentelijke parkeernormen opgenomen. Hierom wordt aangesloten bij de functie Wonen, 1-kamer appartement. Voor deze functie geldt in het buitengebied (Zone C) een parkeernorm van 1,1 per woning, inclusief bezoekersaandeel voor bezoekers 0,3. De beoogde 69 appartementen hebben op basis van deze normen een parkeerbehoefte van 76 parkeerplaatsen.
Het naastgelegen-en nog te bouwen GAIA bedrijfsverzamelgebouw-deelt een gezamenlijk maaiveld met parkeerplaatsen voor fietsen en auto’s. De parkeerbehoefte van dit bedrijfsverzamelgebouw is 51 parkeerplaatsen (1.95 per 100 m2 BVO). Rekening houdend met de aanwezigheidspercentages uit het gemeentelijk parkeerbeleid van parkeren voor het bedrijfsverzamelgebouw (overdag parkeren) en het GIOTTO logiesgebouw (’s avonds parkeren) is de gezamenlijke parkeerbehoefte op het maatgevende moment (werkdagmiddag) 83 parkeerplaatsen. Op het maaiveld bevinden zich 85 parkeerplaatsen, wat voldoende is voor het beoogde gebruik. In onderstaande situatietekening is op een situatietekening een overzicht van de parkeerplaatsen weergegeven.
43/57
Figuur 5-8 Situatietekening parkeerplaatsen
Fiets Voor de functie Wonen, 1-kamer appartement geldt in het buitengebied (Zone C) een parkeernorm van 2 fietsparkeerplaatsen per appartement, inclusief bezoekersaandeel voor bezoekers van 1 fietsparkeerplaats. De beoogde 69 appartementen hebben op basis van deze normen een parkeerbehoefte van 138 parkeerplaatsen. Het naastgelegen-en nog te bouwen GAIA bedrijfsverzamelgebouw-deelt een gezamenlijk maaiveld met parkeerplekken voor fietsen en auto’s. De parkeerbehoefte voor fietsen van dit bedrijfsverzamelgebouw is 45 parkeerplaatsen (parkeernorm 1,4 per 100m 2 voor personeel en 8 per balie voor bezoek). Rekening houdend met de aanwezigheidspercentages uit het gemeentelijk parkeerbeleid van parkeren voor het bedrijfsverzamelgebouw (overdag parkeren) en het GIOTTO logiesgebouw (’s avonds parkeren) is de gezamenlijke parkeerbehoefte 124 fietsparkeerplaatsen op het maatgevende moment (zaterdagavond). Op het maaiveld bevinden zich 129 fietsparkeerplaatsen, wat voldoende is voor het beoogde gebruik. Daarnaast is achter het logiesgebouw een gezamenlijke berging ingepland voor 20 fietsen.
44/57
Conclusie ● De planlocatie is goed bereikbaar voor fietsers als met behulp van het openbaar vervoer en voor het gemotoriseerde verkeer. ● Er geldt momenteel een maximumsnelheid van 60 km/uur. Deze maximum snelheid in combinatie met een relatief hoog percentage vrachtverkeer zonder de aanwezigheid van vrijliggende fietspaden kan tot onveilige verkeerssituaties leiden. ● Om de verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling te verbeteren wordt geadviseerd om een verkeersbesluit bebouwde kom grens te nemen. Het bedrijventerrein dient hierin binnen de bebouwde komen te vallen en de maximale snelheid dient gereduceerd te worden naar 30 km/uur. ● De beoogde 69 appartementen in het GIOTTO gebouw delen het maaiveld voor het parkeren van auto’s en fietsen met het naastgelegen bedrijfsverzamelgebouw GAIA. Zowel voor de auto’s als voor de fietsen zijn er voldoende parkeerplaatsen.
5.11
Ecologie: soortenbescherming
Toetsingskader In het Bkl zijn regels opgenomen voor de soortenbescherming van te beschermen planten- en diersoorten. Het soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en /of houtopstanden). Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling. Bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling dient met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aangetoond te worden wat het effect is op de flora en fauna. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het daarom noodzakelijk om een quickscan uit te voeren om de aanwezigheid van en de effecten van de ontwikkeling op beschermde soorten te bepalen. Hieronder worden de bevindingen van de quickscan beschreven. Toetsing In het kader van een evenwichtige toedeling van functies dient te worden aangetoond dat de beoogde ontwikkeling evident uitvoerbaar is en dient te worden onderzocht of de ontwikkeling in lijn staat met het provinciaal beleid ten aanzien van beschermde soorten.
Het gebied is mogelijk geschikt als biotoop voor beschermde soorten. Deze kunnen worden aangetast door aanleg- en/of bouwactiviteiten. Om dit uit te sluiten, is er een quickscan naar beschermde soorten uitgevoerd, zie bijlage 5. Onderstaand betreft een samenvatting van de conclusies en aanbevelingen. Uit het onderzoek is gebleken dat het projectgebied geen potentieel leefgebied vormt voor beschermde soorten. Het uitvoeren van nader ecologisch onderzoek niet noodzakelijk. Direct grenzend aan het projectgebied zijn wel potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. Door het nemen van mitigerende maatregelen kan nader onderzoek voorkomen worden. Indien niet aan de mitigerende maatregelen gehouden kan worden, wordt nader onderzoek alsnog nodig geacht. Mitigerende maatregelen Vogels zonder jaarrond beschermd nest: diverse algemene broedvogels kunnen broeden in de bomen en struiken binnen het projectgebied. Algemene vogelsoorten die broeden zijn gedurende deze tijd beschermd (grofweg van 15 februari tot 15 augustus, in gebruik zijnde nesten zijn ook buiten deze periode beschermd). Het advies luidt om de werkzaamheden buiten dit broedseizoen te laten plaatsvinden. Indien het niet mogelijk is om de werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten, dient een broedvogelinventarisatie gedaan te worden door een deskundig ecoloog.