2024-04-16 BP_Achterweg_en_Herenweg_Toelichting
Tekst van het document
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Omgevingsvisie 2030 ‘Noordwijk voor elkaar’
Op 12 oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Noordwijk (oud) de Omgevingsvisie 2030 ‘Noordwijk voor elkaar’ vastgesteld. De Omgevingsvisie wordt regelmatig geactualiseerd, de laatste actualisatie is vastgesteld op 13 november 2018. In de Omgevingsvisie is de visie voor Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
27
Noordwijk (oud) richting 2030 aangegeven. Omdat op 23 februari 2023 een nieuwe Omgevingsvisie is vastgesteld (zie hierna), fungeert de Omgevingsvisie 2030 inmiddels als ruimtelijke structuurvisie. De hoofdopgaven voor de toekomstige ontwikkeling van Noordwijk zijn: • hoe kunnen we Noordwijk economisch, toeristisch, sociaal en cultureel vitaler maken? • hoe maken we Noordwijk beter bereikbaar? • hoe zorgen we dat Noordwijk een aantrekkelijke woongemeente blijft, welke rol willen we in de regio spelen en wat zijn de mogelijkheden om meer te bouwen in de sociale sector dan in het verleden is gebeurd? • hoe wil Noordwijk zich profileren op het gebied van duurzaamheid en waar zetten we dan op in? De kern van de visie voor 2030 is: Noordwijk is een energieke, duurzame, inspirerende en gastvrije kustplaats met topkwaliteit en allure. Een aantrekkelijke leefomgeving is daarbij noodzakelijk. Om in te spelen op de verwachte vraag van een grote diversiteit aan doelgroepen is er een ambitieus woningbouwprogramma. De Noordwijkse woningmarkt is onderdeel van de regionale woningmarkt. Tot 2030 wil de gemeente gemiddeld ruim 200 woningen per jaar bouwen in een aantrekkelijke woonomgeving. Daarvoor dienen onderscheidende woongebieden te worden ontwikkeld die voorzien in de woningbehoefte van de Noordwijkers, maar ook inspelen op een regionale en zelfs bovenregionale vraag.
Aandachtspunt bij deze groei is het bereikbaar houden van Noordwijk. De gemeente zet zich in het bijzonder in op de bouw van woningen voor starters, senioren en mensen met een beperking. Voor hen is er een gebrek aan mogelijkheden om door te stromen naar een andere woning. Bij nieuwbouw is het uitgangspunt: minimaal 30% bouwen in de sociale sector, zowel bij binnenstedelijke ontwikkelingen als in uitleggebieden. Voor situaties waarin dit door aantoonbare redenen niet realiseerbaar is, moet de ontwikkelaar/initiatiefnemer storten in de bestemmingsreserve Sociale Woningbouw. Hiervoor is een ‘Verordening Bestemmingsreserve ter bevordering van middeldure en sociale huurwoningen Noordwijk 2022’ ingesteld (2022).
Afbeelding: uitsnede visiekaart ‘Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief’
Woningbouw in het Greenportgebied is niet toegestaan met uitzondering van Bronsgeest, ‘Greenportwoningen’ (in het bijzonder op de locatie Vinkeveld Zuid) en zogenaamde ‘Ruimte voor Ruimte-woningen’. Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
28
Bij vaststelling van de Omgevingsvisie is een amendement aangenomen dat bepaalt dat de geldende ruimtelijke (structuur)visies van kracht blijven opdat daarmee een toereikend ruimtelijk toetsingskader geborgd blijft in afwachting van de vaststelling van de Omgevingsvisie 2.0 (zie hierna). - Consequenties bestemmingsplan De voorziene woningbouw in onderhavig plangebied maakt deel uit van het buitengebied. Ter realisatie van de woningen is medio 2023 een overeenkomst gesloten met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek. 3.5.2 Omgevingsvisie Noordwijk 1.0 ‘Samen maken we de toekomst voor Noordwijk!’ Vanwege de samenvoeging van Noordwijk en Noordwijkerhout heeft de gemeente op 23 februari 2022 een nieuwe Omgevingsvisie voor het gehele grondgebied vastgesteld. De omgevingsvisie is samengesteld uit 30 toekomstvisies, gemaakt door inwoners, ondernemers, ambtenaren en andere betrokkenen bij de gemeente Noordwijk. De Omgevingsvisie is voor de gemeenteraad het strategisch toetsinstrument waar het gaat om de fysieke leefomgeving. Op basis van deze visie stuurt de gemeenteraad op de lange termijn. De Omgevingsvisie is bindend voor de gemeente: voor de raad en ook voor het college van B&W. Alleen met een inhoudelijke onderbouwing kan het gemeentebestuur ervan afwijken. Er blijft altijd sprake van belangenafweging.
Daarbij zal uiteindelijk de gemeenteraad beslissen wat binnen de visie het zwaarste weegt. In de Omgevingsvisie zijn vijf thema’s voor de toekomst geformuleerd: 1. Ondernemende gemeente; voldoende welvaart voor iedereen 2. Prettig wonen met voldoende woningen voor iedereen 3. Welzijn en gezondheid (cultuur en sport) 4. Bereikbaarheid 5. Duurzaam, klimaatneutraal en klimaatbestendig (natuur). Ten aanzien van het voorliggende bestemmingsplan is thema 2 relevant. Dit hoofdthema is onderverdeeld in een aantal deelopgaves: • Variatie in wonen met voldoende woningen voor jong en oud(er). • Betaalbaar bouwen, juist voor inwoners van de gemeente. • Bouw starterswoningen actief stimuleren. • Duurzaam bouwen en wonen, verduurzamen bestaande bouw. • Levensloopbestendige woon-/zorgconcepten voor senioren. Nieuwbouw vindt bij voorkeur plaats in de dorpen, of er tegenaan. Met bouwen in het buitengebied wenst de gemeente terughoudend om te gaan. Wanneer daar wel wordt gebouwd, geldt ook hier dat wordt aangesloten op de identiteit. Ook innovatieve woonvormen, behoren tot de mogelijkheden. Er wordt momenteel gewerkt aan een herziening van de Omgevingsvisie (Omgevingsvisie Noordwijk 2.0).
- Consequenties bestemmingsplan Het plangebied is niet specifiek benoemd als woningbouwlocatie maar de herontwikkeling naar wonen op deze locatie geeft uitvoering aan het thema ‘Prettig wonen met voldoende woningen voor iedereen’. Door de bouw van maximaal twee woningen wordt bijgedragen aan voldoende woningen. Tegelijkertijd kan worden bijgedragen aan het bouwen van duurzame woningen. De nieuwe woningen zullen qua vorm, architectuur en beeldkwaliteit aansluiten op de identiteit van de bestaande linten in het buitengebied.
Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
29
3.5.3 Woonvisie Noordwijk 2020-2030 ‘Alle zeilen bij voor voldoende en de juiste woningen’ Op 26 januari 2021 is de Woonvisie ‘Alle zeilen bij voor voldoende en juiste woningen’ vastgesteld. In deze woonvisie zijn de belangrijkste dilemma’s en opgaven tot 2030 geschetst. De basis voor de woonvisie is het in 2019 uitgevoerde woonbehoefteonderzoek. In de woonvisie staan twee prioriteiten voorop: zorg voor het toevoegen van voldoende woningen in de gemeente Noordwijk én zorg voor de juiste woningen in het bijzonder voor mensen die zonder onze aandacht geen huis kunnen krijgen. Daarnaast wordt ingezet op prettig zelfstandig thuis wonen en verduurzaming. Dit heeft geleid tot de volgende opgaven: • volle inzet voor meer nieuwbouw; • juiste woningen toevoegen; • mogelijkheden voor prettig thuis wonen; • naar een klimaatneutraal Noordwijk. Om de doelstellingen te realiseren is in de Woonvisie een verplichte segmentering, bij plannen vanaf drie woningen, opgenomen. Deze is als volgt: • Minimaal 30% sociale huur tot €879,66 (prijspeil liberalisatiegrens 2024) • Minimaal 15% middeldure huur van €879,66 tot van 186 WWS-punten of €1.123,13 (CPI, prijspeil juli 2023) • Minimaal 25% middeldure koop tot € 390.000 (aangehouden op basis van regionale Woonvisie en rijksbeleid), er is geen aparte grens opgenomen voor energiebesparende maatregelen.
Dit betekent dat woningbouwplannen (vanaf drie woningen of meer) conform bovengenoemde segmentering moeten worden gerealiseerd. Het voorliggende bestemmingsplan heeft echter betrekking op twee woningen zodat de verplichte segmentering hier niet van toepassing is. Bij de woonvisie is een vastgestelde woningbouwplanlijst opgenomen. Hier zijn de beide locaties in het plangebied niet specifiek vermeld. Wel zijn er reserveringen voor greenportwoningen in Noordwijk opgenomen, namelijk in totaal 97 Greenportwoningen binnen categorie 4b (bestuurlijke afspraken voor een (sub)bovenregionale vraag met aangewezen locaties (harde plannen)). De woningen die via het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt behoren tot deze categorie en maken daarmee onderdeel uit van het gemeentelijke woningbouwplan. - Consequenties bestemmingsplan Omdat het bestemmingsplan betrekking heeft op minder dan drie woningen is er geen segmentering van toepassing. De twee woningen zijn greenportwoningen en maken onderdeel uit van categorie 4b (bestuurlijke afspraken voor een (sub)bovenregionale vraag met aangewezen locaties (harde plannen)). 3.5.4
Nota Parkeernormen 2020
De gemeente heeft in 2020 een integrale Nota Parkeernormen vastgesteld. De gemeente Noordwijk zet in deze Nota Parkeernormen 2020 in op meer flexibiliteit in de omgang met parkeernormen door meer gebiedsgerichte en meer doelgroep specifieke normen. De Nota Parkeernormen 2020 beschrijft de eisen ten aanzien van het aantal te realiseren parkeerplaatsen voor fiets en auto bij nieuwbouw of transformatieprojecten. De nota is relevant voor iedereen (projectontwikkelaars, woningcorporaties, zelfbouwers, bedrijven, inwoners) die een omgevingsvergunning ‘bouwen’ aanvraagt waar een parkeercomponent aan zit. In de nota is een gebiedsindeling gehanteerd. Het doel hiervan is dat gebiedsgericht gewerkt kan worden aangezien parkeren in bijvoorbeeld de winkelgebieden een ander afwegingskader kent dan in buitengebieden aan de rand van de dorpen. Per gebied is sprake van een ander bereikbaarheidsprofiel, een ander voorzieningenniveau en een ander aanbod aan alternatieve vervoerwijzen zoals het openbaar vervoer. Op basis van de gehanteerde specifieke gebiedsindeling is per gebied de hoogte van de parkeerkencijfers gedifferentieerd en de wijze waarop deze wordt toegepast.
Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
30
De te realiseren woningen betreffen vrijstaande koopwoningen. Gelet op de parkeernorm uit de Nota geldt er voor een vrijstaande woning in het buitengebied een parkeernorm van 2,2 plaatsen. Op de beide woonkavels is meer dan voldoende ruimte om meerdere auto’s te parkeren. - Consequenties bestemmingsplan Voor de herontwikkeling dienen de parkeernormen auto’s en fiets te worden toegepast conform de Nota Parkeernormen 2020. Daaraan kan op eigen terrein worden voldaan. 3.5.5
Welstand, beeldkwaliteit
De gemeente Noordwijk heeft op 15 maart 2019 haar welstandsnota geharmoniseerd. In deze Welstandsnota staan algemene uitgangspunten (hoofdstuk 1), criteria voor kleine bouwwerken (hoofdstuk 2), specifieke gebouwen als bollenschuren, boerderijen en strandbebouwing (hoofdstuk 3) en objectgerichte criteria (hoofdstuk 4) aangegeven. Een bouwplan wordt door de welstandscommissie getoetst aan de Welstandsnota.
Afbeelding: uitsnede kaart ‘Welstandsgebieden’
Het plangebied is gelegen in het welstandsgebied ‘Agrarisch landschap’ (18). Het buitengebied bestaat hoofdzakelijk uit geestgronden en de bebouwing voornamelijk uit woningen, bedrijfsgebouwen en schuren aangevuld met enkele boerderijen en landhuizen. Het grootste deel van de bebouwing is te vinden langs wegen zoals aan de Zwarteweg, Herenweg en Achterweg. De woningen en bedrijfsgebouwen met daartussen enkele boerderijen liggen veelal iets terug op ruime kavels. De gebouwen zijn met de voorzijde gericht op de hoofdweg. Rooilijnen volgen de weg en verspringen ten opzichte van elkaar. De woningen zijn voor het overgrote deel individueel en afwisselend, maar bij rijen is herhaling een hoofdkenmerk. Woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw, bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap. Op-, aan- en uitbouwen komen veel voor. Deze zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels van de woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen en boerderijen zijn verticaal geleed met staande ramen. De detaillering is zorgvuldig en gevarieerd, wisselend van eenvoudig tot rijk en soms voorzien van elementen als siermetselwerk, gevellijsten of windveren. Ook bij traditionele boerderijen komen veel rijke details voor. De gevels zijn van baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal en/of hout.
De daken van de woningen zijn gedekt met pannen. Oorspronkelijke structuurelementen zoals de akker, velden en watergangen zijn waardevolle landschapselementen. Bebouwing speelt in het buitengebied een ondergeschikte rol. Er staan enkele cultuurhistorisch waardevolle boerderijen en bollenschuren, maar de grote waarde ligt in de structuur en de openheid. Ook de aanwezige traditionele boerderijen bepalen mede het cultuurhistorisch waardevolle beeld. Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
31
Voor het buitengebied is het normale welstandsniveau van toepassing. De beoordeling is gericht op het behoud van de oorspronkelijke landschappelijke kenmerken, de cultuurhistorische bebouwing en het karakteristieke profiel van de lintwegen en het inperken van grote oppervlakken verharding. De beoordeling van de woongebouwen is gericht op afwisseling en individualiteit, zorgvuldige detaillering en traditioneel materiaal- en kleurgebruik. Bouwplannen voor woningen worden in samenhang met de gebiedsbeschrijving beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: • Ligging: o Bebouwing speelt in het landschap een ondergeschikte rol. o Hoofdbebouwing staat aan de straatzijde, bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie. o De rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar. Rooilijnen van een cluster of rij zijn in samenhang. o De bebouwing is met de voorgevel gericht op de weg. o Opslag uit het zicht houden. Doorzichten behouden en waar mogelijk versterken. • Massa en vorm o Gebouwen zijn individueel en afwisselend. o Woongebouwen bestaan uit een onderbouw van één laag tot twee lagen met kap. o De nokrichting is evenwijdig aan of haaks op de weg en is per rij in samenhang. o Zijgevels van vrijstaande woningen hebben vensters. o Op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa.
o Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en hebben een eenvoudige vorm. • Gevelkarakteristiek o Wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking zijn afgestemd op het hoofdvolume. o De detaillering is zorgvuldig en afwisselend. o Zeer grote lengtes zijn door middel van geleding van de wand (in materiaal of vorm) doorbroken. • Materiaal- en kleurgebruik o Gevels van woongebouwen zijn van baksteen. o Hellende daken van woningen/boerderijen zijn gedekt met pannen. o Grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur. o Kleuren contrasteren niet met de omliggende bebouwing. o Houtwerk is geschilderd of gebeitst. o De kleuren zijn traditioneel en terughoudend. o Aanbouwen en bijgebouwen in materiaal- en kleurgebruik zijn afgestemd op de hoofdmassa. - Consequenties bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen het welstandsgebied ‘Agrarisch landschap’. In het voorliggende bestemmingsplan is, daar waar mogelijk, al rekening gehouden met enkele criteria die gelden voor woningen in dit gebied. Zo mogen de woningen uit één laag met kap bestaan en is de nokrichting bij voorkeur haaks op de weg. Bij aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen zal de Welstandscommissie aan de hand van de Welstandsnota beoordelen of de nieuwbouw past binnen de welstandseisen zoals deze op dat moment gelden voor het buitengebied.
Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
32
4.
Onderzoek
In het vorige hoofdstuk is beschreven wat de gevolgen van het beleid van verschillende overheden zijn voor de onderhavige herontwikkeling. In dit bestemmingsplan dient ook aangetoond te worden dat de ontwikkeling geen belemmeringen op het gebied van milieu oplevert. In dit hoofdstuk wordt op diverse thema’s als geluid, zonering van bedrijvigheid, archeologie en water ingegaan.
4.1
Milieueffectrapportage (m.e.r.)
Gemeenten en provincies moeten bij bouwprojecten beoordelen of een milieueffectrapport (MER) dan wel een m.e.r.-beoordeling nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, moet worden bepaald of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of dat de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. In het plangebied wordt de herontwikkeling van bollenteeltgronden naar twee woonkavels met elk één woning mogelijk gemaakt. In de bijlagen C en D bij het Besluit M.e.r. is aangegeven voor welke projecten het maken van een m.e.r. (bijlage C) of een m.e.r. beoordeling (bijlage D) verplicht is. De ontwikkeling moet in beginsel onder de categorie D11.2 ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject’ gerangschikt worden. Hiervoor gelden de volgende drempelwaarden: • een oppervlakte van 100 hectare of meer, • een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
De omvang van het project ligt ver beneden de drempelwaarde zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Een tweetal woningen valt volgens vaste jurisprudentie bovendien niet onder de definitie van D11.2 een stedelijke ontwikkeling. Er is zodoende geen vormvrije m.e.r.beoordeling nodig. Conclusie De omvang van het project is zodanig dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is daarom niet nodig.
4.2
Verkeer en parkeren
Voor de onderdelen verkeer en parkeren dient op basis van de Wet ruimtelijke ordening sprake te zijn van goede ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat er in het plan voor de beide woonkavels rekening gehouden dient te worden met een goede en verkeersveilige afwikkeling van het verkeer (auto, fiets en voetgangers) en voldoende parkeergelegenheid. 4.2.1
Verkeer
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van een tweetal woningen op percelen aan de Achterweg en de Herenweg in het buitengebied van Noordwijk. De woonkavels worden ontsloten via de Achterweg dan wel de Herenweg en krijgen ieder een eigen in- en uitrit.
Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
33
Autoverkeer Zowel de Achterweg als de Herenweg zijn aan de oostzijde via de Beeklaan verbonden met de Provincialeweg (N206). Meer westwaarts komt de Herenweg (en indirect ook de Achterweg) uit op de Noordwijkerweg (N449) en ook weer de Provincialeweg (N206). Op basis van de CROW publicatie Toekomstbestending parkeren - Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' kan de verkeersgeneratie per woning worden berekend. Uitgaande van een vrijstaande koopwoning in 'het buitengebied' bedraagt de verkeersgeneratie per woning 7,8 tot 8,6 mvt/dag. Een dergelijke toename van het aantal verkeersbewegingen op de genoemde wegen heeft geen relevante gevolgen voor de verkeersafwikkeling. Fietsverkeer De Achterweg is een ontsluitingsweg die vanwege de aard en inrichting van de weg geschikt is voor langzaamverkeer. De Herenweg is een drukkere weg die is voorzien van een vrijliggend fietspad. Dit vrijliggende fietspad bevindt zich aan de overzijde van de Herenweg. Beide woonkavels zijn voor fietsers goed en veilig ontsloten. Openbaar vervoer De woonkavel aan de Herenweg ligt op circa 150-450 meter afstand van de bushaltes op de Herenweg. Dit woonkavel zal daardoor goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer. Voor de Achterweg geldt een wat langere loopafstand, namelijk 700 tot 750 meter.
Ook voor een woning in het buitengebied is daarmee nog steeds sprake van een redelijke bereikbaarheid per openbaar vervoer. 4.2.2
Parkeren
Voor parkeren in het woongebied wordt getoetst aan de gemeentelijke ‘Nota Parkeernormen 2020’ (zie paragraaf 3.5.4) waarin minimale parkeernomen zijn voorgeschreven. Deze minimale parkeernormen zijn door middel van een algemene (overige) regel vastgelegd in het bestemmingsplan. Daarbij is ook rekening gehouden met eventuele toekomstige beleidswijzigingen (wijziging parkeernormen). Uitgangspunt is dat de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd zodat er geen overlast ontstaat in de bestaande omgeving. Door het vastleggen van de parkeernormen in de algemene (overige) regel is gewaarborgd dat er ook daadwerkelijk voldoende autoparkeergelegenheid wordt gerealiseerd en behouden zodat er geen overlast in de omgeving zal ontstaan. De te realiseren woningen betreffen vrijstaande koopwoningen. Gelet op de parkeernorm uit de Nota geldt er voor een vrijstaande woning in het buitengebied een parkeernorm van 2,2 plaatsen. Op de beide woonkavels is meer dan voldoende ruimte om meerdere auto’s te parkeren. 4.2.3
Conclusie
Het project heeft geen relevante gevolgen voor de verkeersafwikkeling op de bestaande wegen. Beide woonkavels zijn verder voor fietsers goed en veilig ontsloten en redelijk tot goed bereikbaar per openbaar vervoer.
4.3
Geluidhinder (Wet geluidhinder)
Voor geluidsgevoelige functies zoals wonen, zorg en onderwijs zijn in de Wet geluidhinder ten hoogst toelaatbare geluidsbelastingen vastgesteld voor de geluidsbelasting op gevels. In de Wet is bepaald dat rond of langs verkeerswegen met een snelheidsregime van 50 km/uur of meer, treinspoorwegen en industrieterreinen zones in acht genomen moeten worden. Binnen deze zones is akoestisch onderzoek verplicht wanneer daar op grond van een nieuw bestemmingsplan nieuwe geluidsgevoelige bebouwing geprojecteerd wordt. Uit het akoestisch onderzoek moet blijken of er wordt voldaan aan de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Indien de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting op een gevel wordt overschreden is onder bepaalde voorwaarden een hogere grenswaarde mogelijk. Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
34
De herontwikkeling van het plangebied leidt tot nieuwe geluidsgevoelige functies (woningen). Deze nieuwe geluidsgevoelige functies zijn gelegen in de zones van de Achterweg, de Beeklaan, de Herenweg, de Menakkerweg, de Zwarteweg en/of de Provincialeweg (N206). De nieuwe geluidsgevoelige functies liggen niet binnen de geluidszone van een spoorweg of op grond van de Wet geluidhinder vastgestelde zone rond een industrieterrein. Vanwege de ligging binnen de zones van diverse wegen is akoestisch onderzoek naar wegverkeer noodzakelijk. Door Cauberg-Huygen is akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd (referentie 09385-57175-01, d.d. 22 mei 2023, zie bijlage). Achterweg tussen 7 en 9 Uit de berekeningen blijkt dat het wegverkeer op de Achterweg en de Beeklaan leidt tot maximale geluidsbelastingen van respectievelijk 40 en 42 dB. Deze geluidsbelastingen voldoen aan de voorkeurgrenswaarde (48 dB). Het wegverkeer op de N206 leidt echter bij de zuidoostgevel tot een maximale geluidsbelasting van 50 dB. Deze geluidsbelasting is hoger dan de voorkeurgrenswaarde (48 dB) maar lager dan de maximale ontheffingswaarde (53 dB). Ook is er sprake van een geluidsluwe zijde en een geluidsluwe buitenruimte.
Omdat maatregelen aan de bron (N206) niet haalbaar zijn of niet voldoende reductie opleveren zal er vanwege het wegverkeer op de N206 een hogere grenswaarde van 50 dB worden aangevraagd. Herenweg naast 151 Uit de berekeningen blijkt dat het wegverkeer op de Achterweg, de Menakkerweg en de Zwarteweg leidt tot maximale geluidsbelastingen van respectievelijk 29, 32 en 40 dB. Deze geluidsbelastingen voldoen aan de voorkeurgrenswaarde (48 dB). Het wegverkeer op de Herenweg leidt echter bij de noordwestgevel, vanaf een hoogte van 4,5 meter, tot een maximale geluidsbelasting van 54 dB. Deze geluidsbelasting is hoger dan de voorkeurgrenswaarde (48 dB) en ook hoger dan de maximale ontheffingswaarde (53 dB). De noordwestgevel van de woning dient daarom als een dove gevel te worden uitgevoerd, voor zover de gevel hoger dan 4,5 meter is gelegen. Een dove gevel is een gevel zonder aanwezige te openen delen en die voldoet aan een karakteristieke geluidwering van tenminste het verschil van de geluidbelasting en een waarde van 33 dB, onderscheidenlijk 35 dB(A). Ook een gevel met bij uitzondering te openen delen, mits deze delen niet grenzen aan een geluidgevoelige ruimte (slaap-, woon- of eetkamer) is een dove gevel. Voorbeelden zijn: • een raam in een gevel van een besloten keuken met een vloeroppervlakte van minder dan 11 m²; • een raam in een hal van een woning; • een nooduitgang.
Indien de noordwestelijke gevel vanaf een hoogte van 4,5 meter als dove gevel wordt uitgevoerd dan bedraagt de geluidsbelasting op de overige gevels maximaal 52 dB. Een dergelijke geluidsbelasting voldoet wel aan de maximale ontheffingswaarde (53 dB). Ook is er sprake van een geluidsluwe zijde en een geluidsluwe buitenruimte. Omdat maatregelen aan de bron (Herenweg) niet haalbaar zijn of niet voldoende reductie opleveren zal er vanwege het wegverkeer op de Herenweg een hogere grenswaarde van 52 dB worden aangevraagd. Conclusie Voor de beide kavels zijn hogere grenswaarden nodig om te voldoen aan de Wet geluidhinder. Het ontwerpbesluit voor de hogere grenswaarden heeft tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Tegen het ontwerpbesluit hogere grenswaarden zijn geen zienswijzen ingediend. Het college zal voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan een (definitief) hogere grenswaardenbesluit nemen.
Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
35
4.4
Bedrijvigheid (milieuzonering)
Bedrijven zijn milieubelastende functies die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient bij een bestemmingsplan(wijziging) waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Daartoe is in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009; hierna te noemen B&M) een categorie-indeling opgesteld met bijbehorende richtafstanden. Deze afstanden geven voor gemiddelde functies aan op welke afstand geen hinder te verwachten is. De meer fijne afstemming voor de voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. De afstanden in B&M zijn naast de factoren aard en omvang van het bedrijf mede afhankelijk van de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor andere gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. De betreffende VNG-publicatie vormt geen wettelijk kader. De in de publicatie opgenomen afstanden betreffen richtafstanden. De richtafstanden de VNG-publicatie kunnen in dat geval met één afstandsstap verlaagd worden zonder dat dit ten koste gaat van het woonen leefklimaat van een milieugevoelig object.
Voor de beide woonkavels geldt dat deze zijn gelegen in het landelijke gebied waardoor de richtafstanden in de VNG-publicatie in dit geval met één stap kunnen worden verkleind. Achterweg tussen 7 en 9 De toekomstige woonkavel aan de Achterweg is tot voor kort in gebruik geweest als bollenteeltgrond maar inmiddels niet meer. De omliggende percelen in de omgeving zijn nog wel bestemd voor bollenteelt en andere agrarische doeleinden maar de percelen ter plaatse van nummers 4 en 9 zijn in gebruik als (bedrijfs)woning. De iets verderop gelegen percelen op nummers 5, 7 en 9 zijn bestemd voor wonen en het perceel met 2C voor de bedrijfsmatige opslag van bouwmaterialen. Ook bevinden zich ten zuidwesten van de woonkavel een waterzuiveringsinstallatie (Achterweg 11) en een bedrijf voor afvalstoffenverwerking (Achterweg 11A). Voor deze functies geldt het volgende: • Voor de als bollenteelt bestemde gronden dient op basis van de VNG-publicatie in landelijk gebied een richtafstand van 10 meter te worden gehanteerd. Doordat de als bollenteelt bestemde gronden en de toekomstige woonkavel deels aan elkaar grenzen wordt er in beginsel nog niet voldaan aan deze richtafstand. • Voor de bloemenkwekerij bij Achterweg 4 en de kassen ten zuidoosten van het plangebied geldt in beide gevallen een richtafstand van 10 meter.
Het plangebied is op respectievelijk 40 en 45 meter gelegen zodat er ten aanzien van deze activiteiten ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstand. Er is naar aanleiding van de activiteiten (bloemkwekerij en kassen) ook geen aanleiding om te veronderstellen dat de agrarische activiteiten een nadelig gevolg kunnen hebben voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woning. Andersom zullen de agrarische activiteiten ook niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering. • Voor de gronden die mogen worden gebruikt voor bedrijfsmatige opslag van bouwmaterialen is in het bestemmingsplan bepaald dat dit ten hoogste categorie 2 mag bedragen. Hiervoor geldt in landelijk gebied een richtafstand van 10 meter. Omdat de woonkavel op circa 80 meter afstand is gelegen wordt er ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Er is naar aanleiding van de activiteiten (opslag bouwmaterialen) ook geen aanleiding om te veronderstellen dat deze activiteiten een nadelig gevolg kunnen hebben voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woning. Andersom zullen de bedrijfsmatige activiteiten voor opslag ook niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering. • In het bestemmingsplan is ter plaatse van de waterzuiveringsinstallatie bedrijvigheid tot ten hoogste categorie 3.1 toegestaan. Hiervoor geldt in landelijk gebied een richtafstand van 30 meter.
In het algemeen wordt voor een waterzuiveringsinstallatie echter een richtafstand van 100 meter aangehouden aangezien een waterzuiveringsinstallatie tot categorie 4.1 behoort. De woonkavel komt op een afstand van circa 175 meter waardoor er ruimschoots aan de beide richtafstanden wordt voldaan. Bovendien bevindt zich nog een bestaande woning (Achterweg 9) tussen de waterzuiveringsinstallatie en de nieuwe woning. Er is daarmee voldoende zeker dat de waterzuiveringsinstallatie geen nadelig effect heeft op het woon- en
Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
36
•
leefklimaat bij de nieuwe woning. Vanwege de tussengelegen bestaande woning wordt de waterzuiveringsinstallatie ook niet beperkt in de bedrijfsvoering. In het bestemmingsplan is voor het bedrijf voor afvalstoffenverwerking ten hoogste categorie 4.2 toegestaan. Hiervoor geldt in landelijk gebied een richtafstand van 200 meter. De woonkavel komt op een afstand van circa 220 meter waardoor er aan de richtafstand wordt voldaan. De eerdere geurcontour van het bedrijf is inmiddels aangepast waardoor de woonkavel buiten de geurcontour is gelegen. Bovendien bevindt zich nog een bestaande woning (Achterweg 9) tussen de het bedrijf voor afvalstoffenverwerking en de nieuwe woning. Er is daarmee voldoende zeker dat het bedrijf voor afvalstoffenverwerking geen nadelig effect heeft op het woon- en leefklimaat bij de nieuwe woning. Vanwege de tussengelegen bestaande woning wordt het bedrijf voor afvalstoffenverwerking ook niet beperkt in de bedrijfsvoering.
Gelet op het voorgaande komt de beoogde woonkavel aan de Achterweg op grotere afstand te liggen dan dat de meeste richtafstanden voorschrijven. Ook is op grond van de bedrijfsmatige activiteiten en/of de tussengelegen woning voldoende zeker dat een goed woon- en leefklimaat mogelijk is ter plaatse van de nieuwe woning. Uitzondering zijn de direct omliggende gronden die zijn bestemd voor bollenteelt aangezien deze op kortere afstand zijn gelegen dan waar de richtafstand van uitgaat. De gronden achter en direct naast de beoogde woonkavel zijn in de praktijk niet meer in gebruik voor bollenteelt. Het gebruik hiervan is medio 2020 beëindigd en de omliggende gronden zijn in eigendom van de gemeente. De gronden zijn echter nog niet uit de pacht gehaald zodat het gebruik als bollenteelt kan en mag plaatsvinden. De gemeente heeft voor het Achterweggebied de wens/ ambitie om dit gebied vanaf 2030 te gaan ontwikkelen voor woningbouw. De plannen hiervoor zijn momenteel nog in voorbereiding. Zolang het gebruik als bollenteelt echter niet is uitgesloten dient hier rekening mee te worden gehouden bij het woonperceel.
Om nadelige gevolgen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen van de omliggende gronden te voorkomen en ter plaatse van de woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen zal zekerheidshalve op de naar het noordoosten en zuidoosten gekeerde perceelgrenzen een aaneengesloten volblad windhaag met een minimale hoogte van 1,5 meter worden geplant (en in stand worden gehouden). Hiervoor is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Uit onderzoek van het RIVM uit 2019 blijkt bovendien dat er geen gezondheidsproblemen naar voren zijn gekomen die samenhangen met het wonen in de nabijheid van bollenteelt. Dit is door het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen (CTGB) bevestigd. Dit komt mede omdat telers in de regel niet spuiten bij harde wind of een windrichting richting woningen. Veiligheidshalve zullen toekomstige bewoners worden geïnformeerd over de mogelijke risico’s en handelingsperspectieven om uit voorzorg tot een minimum te beperken. Herenweg naast 151 De toekomstige woonkavel aan de Herenweg is in het verleden in gebruik geweest als bollenteeltgrond. Momenteel is sprake van een grasveld.
Een deel van de percelen in de omgeving is nog wel bestemd voor bollenteelt en andere agrarische doeleinden maar het naastgelegen perceel ter plaatse van nummer 199 is in gebruik als (bedrijfs)woning terwijl het perceel ter plaatse van nummer 201 ook mag worden gebruikt voor een veehouderij. Het perceel van nummer 151 is bestemd voor bedrijfsactiviteiten en de achtergelegen gronden zijn bestemd als volkstuinencomplex. Aan de overzijde van de Herenweg bevindt zich op nummers 100-102 verder nog een groothandels- en exportbedrijf en aan de Achterweg bevindt zich een bedrijf voor afvalstoffenverwerking (Achterweg 11A). Voor deze functies geldt het volgende: • Voor de als bollenteelt bestemde gronden dient op basis van de VNG-publicatie in landelijk gebied een richtafstand van 10 meter te worden gehanteerd. Doordat de als bollenteelt bestemde gronden en de toekomstige woonkavel deels aan elkaar grenzen wordt er in beginsel nog niet voldaan aan deze richtafstand. • Op nummer 201 is een rundveehouderij toegestaan. Volgens de VNG-publicatie geldt voor een rundveehouderij (categorie 3.2) in landelijk gebied een richtafstand van 50 meter. De afstand tussen de veehouderij en de toekomstige woonkavel bedraagt circa 32 meter waarmee niet wordt voldaan aan de richtafstand. Er bevindt zich echter al een bestaande woning (Herenweg 199) tussen de veehouderij en de nieuwe woning.
Er is daarmee voldoende zeker dat de veehouderij geen nadelig effect heeft op het woonen leefklimaat bij de nieuwe woning. Andersom zullen de agrarische activiteiten ook niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering vanwege de tussengelegen woning. Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
37
•
• •
•
Voor de naastgelegen gronden op nummer 151 die mogen worden gebruikt voor bedrijfsmatig gebruik is in het bestemmingsplan bepaald dat dit ten hoogste categorie 2 mag bedragen. Hiervoor geldt in landelijk gebied een richtafstand van 10 meter. Doordat het bedrijfsperceel en de toekomstige woonkavel aan elkaar grenzen wordt er in beginsel nog niet voldaan aan deze richtafstand. Eind 2023 is voor het bedrijfsperceel een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd dat uitgaat van een nieuwe woning. Dit bestemmingsplan is weliswaar nog niet in werking maar het is voldoende aannemelijk dat de functie op korte termijn definitief wordt omgezet van bedrijf naar wonen. In de VNG-publicatie is geen richtafstand aangegeven voor een volkstuinencomplex. Een dergelijke functie is echter passend in een woonomgeving zodat een richtafstand niet nodig is. Het huidige groothandels- en exportbedrijf op Herenweg 100-102 valt onder categorie 2. Hiervoor geldt in landelijk gebied een richtafstand van 10 meter. De woonkavel komt op een afstand van circa 50 meter waardoor er aan deze richtafstand wordt voldaan. Volgens het geldende bestemmingsplan mag de kavel op Herenweg 100-102 echter ook worden gebruikt voor een handels- en exportbedrijf in een hogere categorie.
Deze planologische mogelijkheid heeft echter geen gevolgen voor het plangebied aangezien bestaande woningen in de omgeving (Herenweg 151, 199 201 en 203) op kortere afstand zijn gelegen en daardoor maatgevend zullen zijn voor de (theoretische) bedrijfsvoering indien zich een handels- en exportbedrijf in een hogere categorie zou vestigen. Vanwege de tussengelegen bestaande woningen wordt het bedrijf niet beperkt in de bedrijfsvoering. In het bestemmingsplan is voor het bedrijf voor afvalstoffenverwerking ten hoogste categorie 4.2 toegestaan. Hiervoor geldt in landelijk gebied een richtafstand van 200 meter. De woonkavel komt op een afstand van circa 300 meter waardoor er aan de richtafstand wordt voldaan. De eerdere geurcontour van het bedrijf is inmiddels aangepast waardoor de woonkavel buiten de geurcontour is gelegen. Bovendien zijn er enkele bestaande woningen aan de Achterweg die op kortere afstand van het bedrijf zijn gelegen. Er is daarmee voldoende zeker dat het bedrijf voor afvalstoffenverwerking geen nadelig effect heeft op het woon- en leefklimaat bij de nieuwe woning. Vanwege de tussengelegen bestaande woning wordt het bedrijf voor afvalstoffenverwerking ook niet beperkt in de bedrijfsvoering.
Gelet op het voorgaande komt de beoogde woonkavel aan de Herenweg op kortere afstand te liggen dan dat de richtafstanden tot omliggende bedrijven voorschrijven. De gronden direct naast de beoogde woonkavel zijn in de praktijk niet meer in gebruik voor bollenteelt. Het gebruik hiervan is medio 2020 beëindigd en de omliggende gronden zijn in eigendom van de gemeente. De gronden zijn uit de pacht gehaald zodat voldoende zeker is dat er geen gebruik als bollenteelt meer zal plaatsvinden. Conclusie Op basis van de analyse van de bedrijvigheid in de omgeving kan worden geconcludeerd dat milieuzonering geen belemmering vormt voor de realisatie van twee woningen in het plangebied.
4.5
Luchtkwaliteit
Ten aanzien van luchtkwaliteit is de Wet luchtkwaliteit (titel 5.2 luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer) van belang. Voor bestemmingsplannen waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, is het noodzakelijk te toetsen aan de normen van de Wet luchtkwaliteit. Er dient te worden onderzocht of een project 'in betekenende' mate van invloed is op de luchtkwaliteit: in artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is aangeven dat een bestuursorgaan bevoegdheden kan uitoefenen of wettelijke voorschriften kan toepassen indien aannemelijk kan worden gemaakt dat de uitoefening of toepassing niet 'in betekenende mate' bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur. Projecten die de concentratie NO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. In concentraties uitgedrukt betekent dit een verslechtering van 1,2 µg/m3 voor beide stoffen. De 3%-grens geldt sinds 1 augustus 2009, de datum waarop het Nationaal Samenwerkingsprogramma Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
38
Luchtkwaliteit (NSL) van kracht werd. De 3%-grens is voor een aantal categorieën van projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen. Zo gaat het bij woningbouw om de toevoeging van 1.500 woningen netto bij één ontsluitingsweg, of 100.000 m² kantoor. In het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit worden door de gemeente en Omgevingsdienst West-Holland voortdurend gegevens verzameld over maatregelen die in het kader van de luchtkwaliteit worden genomen en tevens gegevens over alle grote projecten die van belang zijn voor de luchtkwaliteit. Daarbij moet worden gedacht aan grote infrastructurele projecten en grote woningbouw- en/ of andere bouwprojecten. Deze gegevens worden doorgegeven aan de provincie Zuid-Holland en zo nodig rechtstreeks aan het Rijk, via onder andere een digitale monitoringstool. Op basis van deze monitoring is gebleken dat er in Noordwijk geen luchtkwaliteitsknelpunten zijn. De herontwikkeling van dit project betreft de toevoeging van maximaal twee woningen. Het plan leidt nauwelijks tot extra verkeer en is ruimschoots kleiner dan de drempelwaarde van 1.500 woningen die volgens de Regeling niet in betekenende mate bijdragen is vrijgesteld van toetsing. De ontwikkeling draagt zodoende ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentraties in de buitenlucht. Dat blijkt ook uit de toepassing van de NIBM-tool.
Met behulp van deze rekentool (zie de navolgende afbeelding) is de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald. Hierbij is uitgegaan van 2 extra woningen met in totaal 18 extra voertuigbewegingen. Uit de berekeningen met de NIBM-tool blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 ug/m³) niet overschrijdt. Het project kan worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan achterwege blijven.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie
2024
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
18
Aandeel vrachtverkeer
0,0%
NO2 in μg/m3
0,01
3
0,00
Maximale bijdrage extra verkeer
PM10 in μg/m Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m
3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
Afbeelding: uitkomst NIBM-tool
Conclusie Op basis van de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ en de toepassing van de NIBMtool kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van twee woningen in het plangebied.
4.6
Bodemkwaliteit
Ten aanzien van de bodem zijn de Woningwet, het Besluit ruimtelijke ordening en de Wet bodembescherming / het Besluit bodemkwaliteit van belang. De relevante regelgeving ten aanzien van de bodem heeft tot doel om het bouwen op verontreinigde bodem tegen te gaan.
Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
39
In het kader van de te voeren bestemmingsplanprocedure en de toekomstige omgevingsvergunningaanvraag dient er conform de Woningwet en het Besluit ruimtelijke ordening een bodemonderzoek te worden verricht ter plaatse van de nieuwe bebouwing. Dit bodemonderzoek dient aan te geven wat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse is. Vervolgens zal aan de hand van dit onderzoek worden getoetst of de bodem milieuhygiënisch gezien geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Zoals bepaald in de Wet bodembescherming wordt in een beschikking vastgelegd of de bodem ernstig verontreinigd is en of sanering noodzakelijk is. Door Landview BV is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer: 2022632, d.d. 14 februari 2023, zie bijlage). Op beide locaties zijn in de mengmonsters van de bovenen ondergrond maximaal lichte verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. In het grondwater zijn eveneens maximaal lichte verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het instellen van vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locaties bestaan, op grond van de resultaten van het onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen met tuin.
Tijdens de onderzoeken is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht (plaat)materiaal of potentieel asbestverdacht puin aangetroffen. Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. Om cijfermatig uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 noodzakelijk. De uitvoering van asbestonderzoek wordt door Landview BV echter op geen van beide locaties noodzakelijk geacht, aangezien alleen niet asbestverdachte baksteen resten zijn aangetroffen. Conclusie Op basis van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van twee woningen in het plangebied.
4.7
Externe en fysieke veiligheid
4.7.1
Externe veiligheid
De wetgeving ten aanzien van externe veiligheid richt zich primair op inrichtingen, routes en leidingen die risico’s met zich meebrengen voor de in de omgeving gelegen risicogevoelige objecten. Op grond van de wettelijke regelingen moet het bevoegde gezag bij ruimtelijke ontwikkelingen zoals genoemd in de Wet ruimtelijke ordening toetsen. De risicobenadering kent twee begrippen om het risiconiveau voor activiteiten met gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Er zijn normen gesteld voor het plaatsgebonden risico (PR, locatiegericht) en groepsrisico (GR, gericht op grootte van een slachtoffergroep). Uit de toetsing van de Atlas leefomgeving blijkt dat zich in de nabijheid van het plandeel Achterweg een risicovolle inrichting bevindt op Achterweg 7. Het betreft mestvergisting. Uit de risicocontouren op de Atlas leefomgeving blijkt echter dat het plandeel volledig buiten het aandachtsgebied van de mestvergisting is gelegen. Het voornemen om op het plandeel een woning te realiseren heeft dan ook geen gevolgen voor wat betreft externe veiligheid vanwege de mestvergisting op het perceel Achterweg 7.
Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
40
Afbeelding: aandachtsgebied mestvergisiting Achterweg 7 (bron: Atlas leefomgeving)
Volgens de Atlas leefomgeving vindt er in de nabijheid van de beide plandelen geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. Wel is het zo dat over de Provincialeweg (N206) gevaarlijke stoffen kunnen worden vervoerd. De beide plandelen bevinden zich echter op meer dan 350 meter afstand van de N206. Het eventuele vervoer van gevaarlijke stoffen over de N206 is beperkt en de beide locaties (aan de Achterweg en Herenweg) zijn ruim buiten het invloedsgebied van de N206 gelegen. Verder bevindt zich volgens de Atlas leefomgeving langs de Beeklaan een buisleiding (W-53503). Deze aardgasleiding heeft een diameter van 168,00 mm en een druk van 40,00 bar. De afstand tussen de beoogde woonkavel aan de Achterweg en gasleiding bedraagt 150 meter waardoor het plandeel net buiten het invloedsgebied van de buisleiding is gelegen. Het voorliggende plan heeft zodoende geen gevolgen voor het PR of GR van deze buisleiding. Bij een eventuele brand in de omgeving (of een toxische wolk) is het handelingsperspectief voor de aanwezigen om te schuilen binnen een bouwwerk. Bouwwerken kunnen hiervoor enige tijd bescherming bieden, mits de ramen en deuren gesloten kunnen worden en de (mechanische) ventilatie afgeschakeld kan worden. Er wordt dan ook door de veiligheidsregio geadviseerd om de bouwwerken te voorzien in de mogelijkheid om de ventilatie met één druk op de knop af te kunnen schakelen.
In het toekomstige Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) is in artikel 4.124, lid 4 geregeld dat de mechanische ventilatievoorziening bij een externe calamiteit handmatig moet kunnen worden uitgeschakeld. 4.7.2
Fysieke veiligheid
De wens om beide locaties te herontwikkelen is voorgelegd aan de Veiligheidsregio Hollands Midden. Er zijn door de Veiligheidsregio geen bijzonderheden geconstateerd ten aanzien van de bereikbaarheid voor hulpdiensten aangezien beide locaties goed bereikbaar zijn. Wel is het zo dat de Achterweg slechts eenzijdig bereikbaar is vanwege de tunnel. Bij een wegopbreking is deze locatie tijdelijk dan niet goed bereikbaar. Ten aanzien van de bluswaterwinning is er bij beide locaties een brandkraan aanwezig. Ook is er open water aanwezig. De komst van WTS 500-voertuigen kan bij dergelijke vrijstaande woningen uitkomst bieden in geval van een calamiteit. De beide locaties zijn volgens het Regionale dekkingsplan gelegen in een buurt met de classificatie ‘Categorie 3’ met het overheersende kenmerk ‘Verspreid liggende woningen’ / ‘Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen’. De nieuwe ontwikkeling past binnen het profiel van de vastgestelde categorie. De referentiewaarde voor deze categorie is Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
41
15 minuten. De daadwerkelijke opkomsttijd valt voor beide locaties binnen deze tijd. Er zijn in het kader van het Dekkingsplan geen aanvullende voorzieningen benodigd. De te verwachten preventieve voorzieningen en opkomsttijd voldoen aan de uitgangspunten van het Dekkingsplan. 4.7.3
Conclusie
Het aspect (externe en fysieke) veiligheid vormt geen belemmering voor het beoogde plan.
4.8
Natuur en ecologie
Voor de bescherming van plant- en diersoorten is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen plantenen diersoorten op grond van deze wet. Indien uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende bouwwerkzaamheid c.q. activiteit pas kunnen plaatsvinden na ontheffing van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming heeft ook betrekking op beschermde natuurgebieden, zoals de Natura 2000-gebieden. Dergelijke gebieden maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. In en rondom Natura 2000-gebieden gelden strikte voorwaarden in verband met de instandhouding en de bescherming van de natuur. 4.8.1
Gebiedsbescherming
Binnen het plangebied is geen (provinciaal) beschermde natuur aanwezig. Het plangebied ligt wel op korte afstand van het Natura 2000-gebied ‘De Coepelduynen’ (1,1 km). De Natura 2000-gebieden ‘Kennemerland-Zuid’ en ‘Meijendel en Berkheide’ liggen op grotere afstand. Omdat achtergronddeposities ter plaatse van de Natura 2000-gebieden deels hoger zijn dan de kritische depositiewaarden van de beschermde habitattypen en het Programma Aanpak Stikstof niet meer geldt kunnen significante effecten niet op voorhand worden uitgesloten. De effecten van de mogelijke toename in stikstofdepositie moeten daarom in een nader onderzoek worden geanalyseerd.
Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
42
Afbeelding: Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebied De Coepelduynen
Door MBH Consult B.V. is voor beide locaties onderzoek uitgevoerd (d.d. 9 april 2024, zie bijlage). Uit de berekening blijkt dat het projecteffect voor beide woningen ten hoogste 0,00 mol/ha/j bedraagt. Het aspect stikstofdepositie vormt daarmee geen belemmering voor de beide woningbouwlocaties. 4.8.2
Soortenbescherming
Ten behoeve van het bestemmingsplan is het nodig om na te gaan of de ontwikkeling van een deel van het plangebied tot woongebied gevolgen heeft voor beschermde soorten. Door By Nature is een quick scan ecologie uitgevoerd (rapportnummer: 2306-01v0.1, d.d. 14 maart 2023, zie bijlage). In het onderzoek is gekeken naar zowel de locatie van de toekomstige woonkavels als de omgeving: • Op basis van de quickscan flora en fauna kan aanwezigheid van voortplantingswateren en overwinterlocaties van de rugstreeppad niet uitgesloten worden. Door de geplande werkzaamheden kan, indien aanwezig, zowel voortplantingswater als overwinterhabitat van de rugstreeppad verloren gaan. Ook kunnen aanwezige individuen verstoord, verwond en gedood worden door de geplande werkzaamheden. Rugstreeppadden en hun leefgebieden zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek naar aanwezigheid van rugstreeppadden en hun leefgebied in het plangebied is noodzakelijk. • Negatieve effecten op overige beschermde soorten worden op basis van verspreidingsgegevens, ontbreken geschikt habitat en/of ligging plangebied uitgesloten. • Hiernaast maakt de haas gebruik van in ieder geval het perceel aan de Achterweg. De haas staat in Zuid-Holland op de lijst vrijgestelde soorten. Voor verstoring van deze soorten en vernielen of beschadigen van leefgebied is geen ontheffing in het kader van de Wnb noodzakelijk.
Wel is de zorgplicht van toepassing. Aanbevolen wordt om bij werkzaamheden met groot materieel in de periode maart-september, voorafgaand aan de werkzaamheden, de percelen te schouwen op aanwezigheid van een leger met jonge hazen. Voor de beide plandelen is in de periode mei-juni 2023 door By Nature aanvullend onderzoek naar rugstreeppadden uitgevoerd (rapportnummer 2306-02v1.0, d.d. 4 juli 2023, zie bijlage). Uit het aanvullende onderzoek blijkt dat er in de omgeving geen rugstreeppadden aanwezig Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
43
zijn. Op basis van de afwezigheid van koren in en om de percelen en de afwezigheid van eisnoeren en larven wordt aanwezigheid van habitat voor de rugstreeppad uitgesloten. Dit betreft zowel voortplantingshabitat als terrestrisch habitat. 4.8.3
Conclusie
Op basis van onderzoek naar stikstofdepositie en ecologisch onderzoek kan worden geconcludeerd dat gebiedsbescherming en soortenbescherming geen belemmering vormen voor de realisatie van twee woningen in het plangebied.
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
4.9.1
Archeologie
Op basis van het Verdrag van Valletta worden archeologische bodemvondsten beschermd. Uitgangspunt van beleid is behoud ‘in situ’ van archeologische waarden. Op basis van de Erfgoedwet zijn overheden gehouden om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. Als een gemeente geen eigen archeologiebeleid heeft vastgesteld, geldt het beleid zoals opgenomen in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de Provincie Zuid-Holland. Dit houdt onder meer in dat archeologisch onderzoek nodig zou zijn bij het uitvoeren van werken of werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 100 m² en waarbij de grond dieper wordt geroerd dan 30 cm onder het maaiveld. Het RAAP-rapport 2852 en het archeologisch rapport “Graven in archieven. Een niet-gravend verstoringenonderzoek in de bollengemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen”, vormen de basis voor de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart gemeente Noordwijk (2020) en de bijbehorende Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Noordwijk (2020). Op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart zijn de waarden en verwachtingen weergegeven. Aan deze verwachtingszones worden in ruimtelijke plannen verschillende voorschriften verbonden. Al naar gelang de trefkans op het vinden van archeologische resten groter wordt, zijn deze regels strenger.
Op grond van de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart gemeente Noordwijk (2020) en de bijbehorende Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Noordwijk (2020) gelden in het plangebied hoge verwachtingen op archeologische sporen.
Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
44
A H
Afbeelding: uitsnede Archeologische beleidsadvieskaart waarbij het plandeel aan de Achterweg met de letter A is aangegeven en het plandeel aan de Herenweg met de letter H
Het plangebied bevindt zich volledig binnen de zone Duinen en Strandwallen - Hoge Archeologische verwachting vanaf het neolithicum op, de Waarden- en verwachtingenkaart. In combinatie met het verstoringenonderzoek heeft dit geresulteerd in één categorie archeologische waarde op de beleidsadvieskaart, categorie 5. Het betreft gebieden met een hoge verwachting. Door archeologenbureau Argo is voor beide locaties een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Achterweg tussen 7 en 9 Uit het bureauonderzoek van Argo (kenmerk Argo 364, d.d. mei 2023, zie bijlage) blijkt dat in het plandeel een lage kans is op het aantreffen van bewoningsresten uit het Neolithicum en de Romeinse Tijd tot en met de Nieuwe Tijd. Voor de Bronstijd geldt een middelhoge verwachting en voor de IJzertijd een middelhoge tot hoge verwachting op resten van bewoning. De over het algemeen lage trefkans is toe te schrijven aan het natte karakter van het plandeel en de nabijheid van hoger gelegen strandwallen. De middelhoge tot hoge verwachting op bewoningsresten uit de IJzertijd is gebaseerd op het feit dat er twee boerderijen uit dezelfde periode zijn aangetroffen iets ten zuiden van het plandeel, op dezelfde ingesloten strandvlakte. De kans op het aantreffen van sporen die in verband gebracht kunnen worden met agrarische activiteiten is voor alle perioden middelhoog.
De archeologische niveaus worden verwacht op een diepte tussen 1,0 m en 2,0 m -mv. Het plandeel is gelegen in een regio waar de bollenteelt de bodem plaatselijk tot wel 3,0 m -mv verstoord heeft. Delen van het landschap zijn echter nog wel intact, de bovengenoemde trefkansen op archeologische waarden gelden alleen bij een intacte bodem. Geadviseerd wordt om een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek. Zo kunnen eventuele recente verstoringen door de bollenteelt in kaart worden gebracht en kan worden vastgesteld of een archeologische relevante laag, of lagen, aanwezig zijn. Naar aanleiding van het bureauonderzoek is door Argo een verkennend booronderzoek uitgevoerd (kenmerk Argo 392, d.d. augustus 2023, zie bijlage). Uit het onderzoek blijkt dat Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting
45
binnen de grenzen van het plandeel twee archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden aanwezig zijn. Hoewel in de boringen geen archeologische indicaties aangetroffen zijn, kan op basis van het booronderzoek niet worden uitgesloten dat een archeologische vindplaats aanwezig is. Hoewel nu nog niet duidelijk is wat de ontgravingsdiepte van de geplande werkzaamheden zal zijn, wordt verwacht dat hierbij behoudenswaardige archeologische resten zullen worden verstoord. Er wordt dan ook geadviseerd om vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Dit proefsleuvenonderzoek is momenteel in voorbereiding. Het daarvoor benodigde Programma van Eisen is door Argo opgesteld en inmiddels door het bevoegd gezag goedgekeurd. Het proefsleuvenonderzoek wordt voorafgaand aan de bouw uitgevoerd. Herenweg naast 151 Uit het bureauonderzoek van Argo (kenmerk Argo 365, d.d. mei 2023, zie bijlage) blijkt dat voor het plandeel geldt dat archeologische waarden vanaf het Laat Neolthicum verwacht kunnen worden in de top van het begraven duinlandschap, dat verwacht wordt op een diepte tussen ca. 0,9 m en 1,2 m -mv. Omdat het plandeel op een strandwal is gelegen, is de verwachting op Neolithische nederzettingsresten middelhoog en de verwachting op bewoningsresten uit de Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen hoog.
Strandwallen zijn namelijk aantrekkelijke vestigingslocaties vanwege de relatief hoge en droge ligging in het landschap. De verwachting op nederzettingsresten uit de Nieuwe Tijd is laag vanwege het ontbreken van bebouwing op historisch kaartmateriaal. Het onderhavige plandeel bevindt zich binnen de grenzen van een eerder uitgevoerd archeologisch booronderzoek. Dit onderzoek heeft uitgewezen dat de bodem ter hoogte van het plangebied verstoord is tot ca. 0,6 m -mv. Hieronder is de bodem nog intact. De boringen waarop dit gebaseerd is bevinden zich aan de noord- en zuidgrens van het onderhavige plandeel (buiten het bouwvlak). Op basis van het reeds uitgevoerde booronderzoek wordt vanaf 0,6 m-mv een intacte bodem verwacht. Hierom wordt geadviseerd om een archeologisch proefsleuvenonderzoek (IVO-p) uit te voeren. Voor het plandeel is momenteel eveneens een proefsleuvenonderzoek in voorbereiding. Het daarvoor benodigde Programma van Eisen is door Argo opgesteld en inmiddels goedgekeurd door het bevoegd gezag. Het proefsleuvenonderzoek wordt voorafgaand aan de bouw uitgevoerd. 4.9.2
Cultuurhistorie