CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-04-16 BP_Achterweg_en_Herenweg_Toelichting

Gemeenteraadsvergadering 5 juni 2024, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 15122.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151 Bestemmingsplan

Toelichting

procedure

datum

Voorontwerp

-

ontwerp

24 november 2023

vastgesteld

d.d. 2024

onherroepelijk

P.M.

opdrachtgever

Gemeente Noordwijk

opdrachtnemer

Van Riezen & Partners

status

Vaststelling

plan-idn

NL.IMRO.0575.BPLGAchterHerenwNW-VA01

documentdatum

16 april 2024 :

Inhoud Inhoud 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Plangrenzen 1.4 Vigerende bestemmingsplannen 1.5 Leeswijzer

3 4 4 4 6 6 8

2. 2.1 2.2 2.3

Beschrijving plangebied Ontstaansgeschiedenis Bestaande situatie Beoogde situatie

9 9 10 15

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Beleidskader Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

18 18 18 18 23 27

4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

Onderzoek Milieueffectrapportage (m.e.r.) Verkeer en parkeren Geluidhinder (Wet geluidhinder) Bedrijvigheid Luchtkwaliteit Bodemkwaliteit Externe veiligheid Natuur en ecologie Archeologie en cultuurhistorie Water

33 33 33 34 36 38 39 40 42 44 47

5. 5.1 5.2 5.3

Juridische planbeschrijving Algemeen Planvorm Opbouw regels

49 49 49 50

6.

Economische uitvoerbaarheid

54

7. 7.1 7.3 7.4 7.5

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bewonersinformatie Ontwerpfase Vaststellingsfase Handhaving

55 55 55 55 55

Bijlagen: 1. Kavelpaspoort Achterweg 2. Kavelpaspoort Herenweg 3. Akoestisch onderzoek 4. Bodemonderzoek 5. Quick scan ecologie 6. Aanvullend onderzoek rugstreeppad 7. Stikstofonderzoek Achterweg en Herenweg 8. Archeologisch bureauonderzoek Achterweg 9. Archeologisch booronderzoek Achterweg 10. Archeologisch bureauonderzoek Herenweg 11. Nota van beantwoording zienswijzen

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting 3

1. 1.1

Inleiding

Aanleiding

De uitbreidingswijk Offem-Zuid bij Noordwijk-Binnen wordt gefaseerd aangelegd. Voor de aanleg van de rotonde ten behoeve van de ontsluiting van deze nieuwe wijk op de Verlengde Beeklaan was extra grond nodig. De te verwerven percelen grenzen aan de beoogde woningbouwlocatie in het Achterweggebied waarop sinds september 2019 de Wet voorkeursrecht gemeente is gevestigd. Met de eigenaar van de grond is overeenstemming bereikt over een grondruil waarbij de gemeente de benodigde percelen H 1364 en H 1365 in eigendom verkrijgt en de verkoper percelen krijgt, zijnde het perceel Achterweg tussen 7 en 9 (I 640) en het perceel Herenweg naast 151 (H 1475). Naast de grondruil is de gemeente een inspanningsverplichting overeengekomen met de eigenaar van de gronden om een planologische wijziging van de betreffende percelen te bewerkstelligen. Het voornemen is om op de voormalige agrarische percelen Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151 in totaal twee greenportwoningen te realiseren. Ter realisatie van de woningen is medio 2023 door de initiatiefnemer een overeenkomst gesloten met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek (GOM). Er kan zodoende medewerking worden verleend aan de bouw van de twee nieuwe woningen op de betreffende percelen. De beoogde herontwikkeling van twee Greenportwoningen past echter niet in het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

Om de twee woningen te kunnen realiseren is het voorliggende nieuwe bestemmingsplan opgesteld. Het ontwerpbestemmingsplan is op 20 december 2023 ter inzage gelegd. Inmiddels is sinds 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, lid 2, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft bij de vaststelling van het bestemmingsplan het oude recht, de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing. Zodra het voorliggende bestemmingsplan van kracht is, wordt het bestemmingsplan onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit volgt uit artikel 4.6, lid 1, van de Invoeringswet Omgevingswet.

1.2

Ligging plangebied

Het bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen Achterweg tussen 7 en 9 (kadastraal bekend gemeente Noordwijk (NWK02), sectie I, nummer 640) en het perceel Herenweg naast 151 (kadastraal bekend gemeente Noordwijk (NWK02), sectie H nummer 1475).

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

4

Afbeelding: globale situering plangebied in groter geheel (bron: Bing maps)

De beide percelen bevinden zich in het landelijk gebied van Noordwijk, ten zuiden van de woonkern van Noordwijk-Binnen. Ten noordoosten van het perceel Achterweg tussen 7 en 9 wordt op circa 150 meter afstand de uitbreidingswijk Offem-Zuid in fases aangelegd. Ten noorden van het perceel Herenweg naast 151 ligt de woonwijk Vinkeveld, op circa 250 meter afstand. Beide percelen zijn in het verleden in gebruik geweest voor agrarische doeleinden.

Afbeelding: luchtfoto van het met rode lijn aangegeven plangebied en de directe omgeving (links Herenweg naast 151 en rechts Achterweg tussen 7 en 9, bron: Bing maps)

In hoofdstuk 2 zal uitgebreider worden ingegaan op het plangebied.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

5

1.3

Plangrenzen

De begrenzing van het plangebied volgt (grotendeels) de kadastrale grenzen van de beide percelen. Het zijn daardoor twee plandelen.

Afbeelding: plangrenzen bestemmingplan “Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151” (links Herenweg naast 151 en rechts Achterweg tussen 7 en 9)

Voor het perceel Achterweg tussen 7 en 9 gaat het om het gehele kadastrale perceel I 640. Bij het perceel Herenweg naast 151 bestaat de plangrens uit het noordwestelijke deel van het kadastrale perceel H 1475. Het eveneens op het kadastrale perceel H 1475 gelegen volkstuinencomplex en de groenstrook ten noorden van het volkstuinencomplex maken geen onderdeel uit van het plangebied.

1.4

Vigerende bestemmingsplannen

Ter plaatse van het onderhavig plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied’ (inclusief wijzigingsplan ‘Verwijderen geurzone en Waarde Archeologie 2 Offem-Zuid en Landelijk gebied’). Daarnaast is voor heel Noordwijk op 30 mei 2018 een parapluherziening vastgesteld met betrekking tot parkeernormen (Paraplubestemmingsplan Parkeren). 1.4.1

Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied’

Voor de gronden in het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied', vastgesteld op 13 april 2017. In dit bestemmingsplan hebben de beide percelen de bestemming ‘Agrarisch – Bollenteelt - Bollenzone 1’ (artikel 3). Daarbinnen is de uitoefening van een bollenteeltbedrijf toegestaan, alsmede ten behoeve van behoud en versterking en herstel van de voorkomende natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden, in de vorm van bollenvelden, grootschalige openheid, kenmerkende landschapsstructuur en natuur- en landschapselementen in de vorm van houtwallen en -singels, geriefhoutbosjes en overige groenvoorzieningen. Ook mogen de gronden worden gebruikt voor de bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water op perceelsniveau, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en toegangswegen.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

6

Afbeelding: uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Landelijk gebied” ter plaatse van Achterweg tussen 7 en 9 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Afbeelding: uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Landelijk gebied” ter plaatse van Herenweg naast 151 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Het plangebied is ter plaatse van het plandeel aan de Achterweg voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en ter plaatse van het plandeel aan de Herenweg van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Deze dubbelbestemmingen zijn ter bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Daarnaast waren beide percelen (deels) gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - geurzone' maar deze gebiedsaanduiding is ter plaatse van de beide plandelen geheel komen te vervallen door het Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

7

op 18 september 2018 vastgestelde wijzigingsplan ‘Verwijderen geurzone en Waarde Archeologie 2 Offem-Zuid en Landelijk gebied’. Ter plaatse van de beide plandelen is niet voorzien in bouwvlakken of bouwgerelateerde aanduidingen. De gronden mogen daardoor alleen worden bebouwd met erf- en terreinafscheidingen tot 1 meter. 1.4.2

Paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’

Op 30 mei 2018 is voor grote delen van Noordwijk, inclusief het voorliggend plangebied, een paraplubestemmingsplan vastgesteld met betrekking tot parkeren. Als gevolg van het paraplubestemmingsplan geldt dat het gebruiken en/of bebouwen van gronden uitsluitend is toegestaan indien voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernormen (met bijbehorende eisen voor locatie en inrichting) ten behoeve van (vracht)auto's en overige verkeersvoertuigen (zie subparagraaf 3.5.4 voor een beschrijving van het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen). Van deze bepaling kan onder voorwaarden worden afgeweken in een situatie dat het voldoen aan de bepalingen niet noodzakelijk is en/of op overwegende bezwaren stuit. Het afwijkingsbesluit moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder geval blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit en een goede parkeersituatie geborgd is.

1.5

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit een planverbeelding en regels en wordt vergezeld van een toelichting. De planverbeelding en de regels vormen het juridische deel van het bestemmingsplan en regelen tezamen het gebruik van de gronden en de bebouwingsmogelijkheden. De toelichting bij het bestemmingsplan geeft achtergrond- en aanvullende informatie. De toelichting is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 aandacht geschonken aan het beleidskader. Er wordt ingegaan op het relevante beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau en sectoraal beleid. In de hoofdstuk 4 wordt ingegaan op diverse uitvoerbaarheidsaspecten zoals bodem, water en luchtkwaliteit, archeologie, etc. In hoofdstuk 5 komt de bestemmingsregeling aan de orde. Er wordt uitleg gegeven over de planvorm en de regels. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en ten slotte komt in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod. Er wordt daarbij onder meer ingegaan op de ter inzage legging en het gevoerde overleg met betrokken (overheids)instanties (conform artikel 3.1.1-overleg Besluit ruimtelijke ordening).

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

8

2.

Beschrijving plangebied

2.1

Ontstaansgeschiedenis

2.1.1

Periode tot de Middeleeuwen

In het verre verleden vormden Noordwijk en de toenmalige kuststrook een ideaal vestigingsgebied ten opzichte van het uitgestrekte veengebied dat zich tussen de kust en de huidige provincie Utrecht uitstrekte. De strandwallen en strandvlaktes boden het decor voor de eerste menselijke bewoning en waren een relatief veilige en droge plaats om te wonen vanwege de verhoogde ligging van de strandwallen. De zandgrond was een stevige basis voor het bouwen van woningen en was begroeid met bossen, beuk, eik en iep. Landbouwers trokken naar dit gebied tussen de zee in het westen en de veenmoerassen in het oosten. Omstreeks het jaar nul leidde de tot dan toe ongebreidelde expansiedrift van Rome tot de verovering van de nu Nederlandse gebieden ten zuiden van de Rijn. De Rijn vormde de noordgrens van het Romeinse Rijk. Deze grens wordt aangeduid als limes. Noordwijk had in deze periode een interessante ligging direct ten noorden van de limes. Ten zuiden van de gemeente lagen twee belangrijke Romeinse nederzettingen: de nederzetting in en mogelijk rond Brittenburg te Katwijk en het Romeinse castellum te Valkenburg. De rijksgrens was geen ijzeren gordijn, integendeel, er was juist een levendige communicatie over en weer tussen de gebieden ten noorden en zuiden van de limes.

Na het vertrek van de Romeinen regeerden tot de Vroege Middeleeuwen in dit gebied de Friese koningen, gevolgd door de Franken vanuit het zuiden. De vele bomen boden ooit een goede bescherming tegen de Romeinen, maar werden vanaf het jaar 700 meer en meer gekapt vanwege de groeiende houtconsumptie en de behoefte aan landbouwgrond. 2.1.2

Middeleeuwen

Gedurende de periode van de Volle en Late Middeleeuwen (1000-1500) ontwikkelde Noordwijk zich verder. Het werd een ambacht onder de Graven van Holland. Noordwijk-Binnen is ontstaan door een verdichting langs de centraal gelegen weg op de strandwal vanaf circa 930 na Christus. Deze route, waar de Gooweg onderdeel van uitmaakt, werd later onderdeel van een lint van landgoederen dat loopt van de kop van Noord-Holland via Haarlem, Vogelenzang en Wassenaar naar Den Haag. Tijdens de Volle en Late Middeleeuwen ontwikkelde de oude dorpskern van Noordwijk-Binnen zich kortstondig tot een bedevaartsplaats voor Sint Jeroen. Tussen de strandwallen liggen de lager gelegen strandvlakten. Grond is hier van oorsprong veen. De begroeiing werd hier gedomineerd door de wilg, els en iep. Vanaf het jaar 1400 werden deze gronden ontgonnen en omgevormd tot weilanden. Door begrazing en ontbossing en een destijds relatief droog klimaat heersten grote zandverstuivingen waardoor de strandvlakten verzandden. Door verzanding en ander gebruik was een andere manier van afwatering nodig. Diverse weteringen zijn aangelegd voor de afwatering vanaf de duinen en strandwallen. Wateringen (waterlopen) omringden ook de dorpskern van Noordwijk-Binnen. De wateringen houden verband met het verlenen van stadsrechten aan Noordwijk in 1398. Voor het behouden van stadsrechten moest er een muur om de stad komen.

Deze stadsmuur kwam echter niet tot stand. Zodoende werden de rechten door Graaf Albrecht van Beieren weer teruggenomen en bleef Noordwijk onder het Bourgondische en Oostenrijkse Huis een ambachtsheerlijkheid. Niet alleen in Noordwijk-Binnen vonden ontwikkelingen plaats. Buiten dit dorp ontstonden nieuwe nederzettingen. Zo ontstond er een vissersnederzetting bij de zee: de basis van Noordwijk aan Zee. 2.1.3

Periode na de Middeleeuwen tot heden

Noordwijk aan Zee heeft jarenlang haar functie als vissersdorp behouden maar rond 1860 nam deze functie af en ging Noordwijk aan Zee zich meer richten op de opkomende Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

9

toeristenindustrie met als uiteindelijk resultaat dat Noordwijk aan Zee een badplaats werd met verschillende uitbreidingen in de duinen ter weerszijden van het vissersdorp. Pas na de Tweede Wereldoorlog groeide Noordwijk Binnen sterk. De strandwallen boden ook een uitstekende plaats voor de vestiging van landgoederen en buitenhuizen. Deze landgoederen lagen aan weerszijden van de zogenaamde ‘herenwegen’, die midden over de strandwallen liepen en de dorpen met elkaar verbonden. Een voorbeeld van een ‘herenweg’ is de aan de noordwestzijde van het plangebied gelegen Gooweg. Zowel Noordwijk aan Zee als Noordwijk-Binnen zijn inmiddels uitgegroeid tot volwaardige kernen maar de ruimtelijke scheiding tussen Noordwijk-Binnen en Noordwijk aan Zee is tegenwoordig evengoed nog steeds aanwezig. Ook de verbindingen die van oudsher tussen Binnen en de badplaats liepen (de Oude Zeeweg, de Pickéweg en de Nieuwe Zeeweg/ Schoolstraat) zijn nog steeds in gebruik, evenals de verbindingswegen met omliggende kernen. De Zwarteweg (voorheen ‘Catwijckerwegh’) is de verbindingsweg die van oudsher richting Katwijk loopt en de Herenweg is de historische verbindingsweg met Rijnsburg.

Afbeelding: historische kaart (1839-1859) met diverse strandwallen en strandvlakten in en rond het plangebied

De beide plandelen in het plangebied zijn in de loop van de 19e eeuw in gebruik genomen voor agrarische doeleinden. De Achterweg ontwikkelde zich als een typisch tuinderslint en de Herenweg als een zandnederzettingslint, beide in open landschap.

2.2

Bestaande situatie

2.2.1

Plandeel Achterweg en directe omgeving

Het plandeel ligt ten zuidoosten van de Achterweg. Tot omstreeks 2020 zijn de gronden van het plandeel en de omliggende gronden verpacht geweest ten behoeve van bollenteelt. Het plandeel is momenteel begroeid met een evenwijdig aan de Achterweg gelegen haag. Voor de rest bestaat het plandeel uit een ruigte begroeiing van onder andere gras en riet. Aan de noordoostzijde is verder nog een smalle sloot aanwezig, welke haaks op de Achterweg is gesitueerd.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

10

Afbeelding: de evenwijdig aan de Achterweg gelegen haag en de ruigte begroeiing, gezien in zuidwestelijke richting (links) en de haaks op de Achterweg gesitueerde sloot, gezien vanaf de Achterweg (rechts)

Het plandeel wordt aan de noordoost, oost- en zuidoostzijde omringd door weidevelden. Op circa 65 meter afstand van het plandeel bevindt zich ten zuidoosten nog wel kasbebouwing maar die is niet meer in gebruik voor agrarische doeleinden. Ten zuidwesten van het plandeel, op circa 10 meter afstand, zijn de gronden in gebruik als erf met daarop een agrarische bedrijfswoning met tuin en bijgebouwen (Achterweg 9). De bedrijfswoning is éénlaags en voorzien van een langskap. De woning ligt op circa 45 meter afstand van de rijweg van de Achterweg. Tussen de voortuin en de rijweg bevindt zich een smalle sloot.

Afbeelding: de agrarische bedrijfswoning op nummer 9, gezien vanaf de Achterweg (bron: Google Maps)

Aan de overzijde van de Achterweg zijn de gronden in gebruik bij een bollenteeltbedrijf (Achterweg 6) en een naastgelegen agrarische bedrijfswoning met tuin en bijgebouwen (Achterweg 4). Beide gebouwen zijn éénlaags met een dwarskap. Achter de bedrijfswoning bevindt zich agrarische bedrijfsbebouwing.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

11

Afbeelding: het bollenteeltbedrijf op nummer 6 en de agrarische bedrijfswoning op nummer 4, gezien vanaf de Achterweg (bron: Google Maps)

Tenslotte bevinden zich circa 55 meter ten noordoosten van het plandeel een woonkavel (Achterweg 7). De woning is éénlaangs met dwarskap.

Afbeelding: de woning op nummer 7, gezien vanaf de Achterweg (bron: Google Maps)

2.2.2

Plandeel Herenweg en directe omgeving

Het plandeel ligt ten zuidoosten van de Herenweg, tussen het bedrijfsperceel op nummer 151 en het voormalige agrarische bedrijfsperceel met bedrijfswoning op nummer 199 in. Het plandeel is in het verleden in gebruik geweest ten behoeve van bollenteelt. Momenteel is sprake van een grasveld. Het gehele grasveld is aan drie zijden omringd door een sloot van ongeveer een meter breed zonder beschoeiing.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

12

Afbeelding: het grasveld, gezien in noordwestelijke richting

Aan de achterzijde van het grasveld ligt een kleine heuvel met begroeiing. Deze heuvel vormt de noordwestelijke begrenzing van het gemeentelijke volkstuinencomplex aan de Achterweg. Tussen de heuvel en de volkstuinen bevindt zich een watergang.

Afbeelding: de heuvel met begroeiing, gezien in zuidwestelijke richting (links) en de watergang en een deel van de volkstuinen (rechts)

Ten zuiden/zuidwesten van het plandeel ligt een agrarisch bedrijfsperceel met bijbehorende bedrijfswoning, tuin en bijgebouwen (Herenweg 199). De bedrijfswoning is éénlaags met een langskap en bevindt zich op circa 110 meter afstand van de rijweg van de Herenweg.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

13

Afbeelding: de agrarische bedrijfswoning op nummer 199, gezien vanaf de Herenweg (bron: Google Maps)

Aan de overzijde van de Herenweg bevinden zich een groothandels- en exportbedrijf in decoratie- en woonaccessoires (Herenweg 100) en een naastgelegen voormalig agrarisch perceel. Het perceel van het groothandelsbedrijf is bebouwd met een kantoorgebouw met achtergelegen magazijnruimte.

Afbeelding: het groothandelsbedrijf op nummer 100 en het naastgelegen voormalig agrarisch perceel, gezien vanaf de Herenweg (bron: Google Maps)

Op de gronden ten noordoosten van het plandeel staat voormalige bedrijfsbebouwing. De loods is éénlaags met een dwarskap.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

14

Afbeelding: de voormalige bedrijfsloods op nummer 151, gezien vanaf de Herenweg (bron: Google Maps)

2.3

Beoogde situatie

Dit plan voorziet in de bouw van een tweetal woningen op voormalige agrarische bollenteeltgronden. De aanleiding om deze voormalige bollenteeltgronden te gaan bebouwen met woningen is dat voor de aanleg van de rotonde ten behoeve van de ontsluiting van de nieuwe wijk Offem Zuid op de Verlengde Beeklaan extra grond nodig was. Daarnaast grenst het te verwerven perceel aan de beoogde woningbouwlocatie in het Achterweggebied waarop de Wet voorkeursrecht gemeente sinds september 2019 gevestigd is. De gemeente is een inspanningsverplichting overeengekomen met de eigenaar van de gronden om een planologische wijziging van de betreffende percelen te bewerkstelligen. 2.3.1

Plandeel Achterweg tussen 7 en 9

De kavel van de nieuwe woning aan de Achterweg krijgt een oppervlak van 1.000 m² waarbij de kavel een breedte heeft van circa 40 meter en een diepte van circa 23 tot 28 meter. De kavel zal via een eigen in- en uitrit worden ontsloten via de Achterweg. Op de kavel mag een woning worden gebouwd met een maximum inhoud van 750 m³ (hoofdgebouw en eventuele aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen) en een gooten nokhoogte van respectievelijk 5 en 9 meter. Dergelijke maxima komen doorgaans neer op een éénlaagse woning met grondvlak van circa 100 m² en een bovengelegen laag in de kap. De kap heeft een hellingshoek tussen 35 en 50 graden waarbij de nokrichting bij voorkeur haaks op de weg staat. Met de maximum goot- en bouwhoogte en hellingshoek wordt aangesloten bij de maatvoering van de bebouwing in het landelijk gebied. Eventueel mag de woning nog worden voorzien van een kelder. Deze kelder maakt geen onderdeel uit van de maximum inhoud van 750 m³.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

15

Afbeelding: beoogde invulling woonkavel Achterweg (zie ook bijlage 1)

De woning dient op enige afstand van de nieuwe perceelgrenzen te worden gepositioneerd. Zo bedraagt de minimale afstand tot de noordoostelijke en zuidoostelijke perceelgrens 6 meter. Bij de zuidwestelijke perceelgrens (zijde woning Achterweg 9) dient de minimale afstand 9 meter te bedragen. Ook dient de voorgevel op enige afstand van de Achterweg te komen. De bestaande afwateringssloot haaks op de Achterweg dient minimaal in stand te worden gelaten. Omdat de omliggende gronden nog in pacht zijn en dus gebruikt mogen/kunnen worden voor bollenteelt dienen de naar het noordoosten en zuidoosten gekeerde perceelgrenzen te worden beplant met een volblad windhaag (of vergelijkbare voorziening). Hiermee wordt eventuele drift vanwege het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voorkomen. De haag dient ook na aanleg in stand te worden gehouden. Voor het Achterweggebied heeft de gemeente de wens/ ambitie om dit gebied vanaf 2030 te gaan ontwikkelen voor woningbouw. De plannen hiervoor zijn momenteel nog in voorbereiding. 2.3.2

Plandeel Herenweg naast 151

De kavel van de nieuwe woning aan de Herenweg krijgt een oppervlak van 1.000 m². De kavel heeft een breedte van circa 29 meter en een diepte van circa 35 meter. Het te bebouwen deel bevindt zich aan de zijde van het volkstuinencomplex, hierdoor zal de woning op enige afstand van de rijweg van de Herenweg komen te liggen. De kavel zal via een eigen in- en uitrit worden ontsloten via de Herenweg. Op de kavel mag een woning worden gebouwd met een maximum inhoud van 750 m³ (hoofdgebouw en eventuele aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen) en een gooten nokhoogte van respectievelijk 5 en 9 meter. Dergelijke maxima komen doorgaans neer op een éénlaagse woning met grondvlak van circa 100 m² en een bovengelegen laag in de kap. De kap heeft een hellingshoek tussen 35 en 50 graden waarbij de nokrichting bij voorkeur haaks op de weg staat. Met de maximum goot- en bouwhoogte en hellingshoek wordt aangesloten bij de maatvoering van de bebouwing in het landelijk gebied. Eventueel mag de woning nog worden voorzien van een kelder. Deze kelder maakt geen onderdeel uit van de maximum inhoud van 750 m³.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

16

Afbeelding: beoogde invulling woonkavel Herenweg (zie ook bijlage 2)

De woning dient op enige afstand van de nieuwe perceelgrenzen te worden gepositioneerd. Zo bedraagt de minimale afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen en voorste perceelgrens 5 meter. Bij de achterste perceelgrens (zijde volkstuinencomplex) dient de minimale afstand 11 meter te bedragen. 2.3.3

Beeldkwaliteitseisen bebouwing en landschappelijke inpassing

Voor de beide kavels zijn beeldkwaliteitseisen in de vorm van kavelpaspoorten opgesteld met stedenbouwkundige randvoorwaarden voor wat betreft bebouwing en landschappelijke inpassing. Deze kavelpaspoorten zijn ook opgenomen in de bijlage van de toelichting. In de kavelpaspoorten is aangegeven dat de woningen een eenvoudige hoofdvorm in de lengterichting van de kavel dienen te krijgen. De bedoeling is om de woningen een natuurlijke en moderne uitstraling te laten hebben, bij voorkeur door het gebruik van hout en beplanting. Gewenst is een simpele hoofdvorm waarbij bijgebouwen los en achterop het erf staan. Voor de Achterweg is de wens dat de kavel zal worden beplant met erfbeplaning vanwege de groene uitstraling van het erf. Langs de noordoostelijke en zuidoostelijke erfgrens is een windhaag nodig vanwege de regels omtrent spuitzones door de bollenteelt. Voor de kavel aan de Herenweg is de wens om erfbeplanting en beplanting langs de erfgrens te stimuleren vanwege de groene uitstraling van het erf en effecten zoals reductie van wind en geluid. 2.3.4

Compensatie bollengrond

De nieuwe woonkavels gaan ten koste van circa 2.000 m² bollengrond. Conform de diverse beleidsstukken dient dit areaal te worden gecompenseerd binnen het gebied van de Greenport Duin- en Bollenstreek. De Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) en de gemeente hebben inmiddels al enkele concrete afspraken gemaakt over bollengrondcompensatie, welke uiteindelijk hebben geleid tot een bollengrondcompensatie-overeenkomst. De daadwerkelijke uitvoering van de compensatie zal daarbij door de GOM worden ingevuld conform de uitvoeringsparagraaf in de ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016’. De GOM heeft daartoe de totale compensatiebehoefte geïnventariseerd (inclusief de opgave als gevolg van de ontwikkeling van beide woonpercelen) en daaruit de conclusie getrokken dat de totale behoefte aan bollengrondcompensatie uitvoerbaar is met behulp van het uitvoeringsinstrumentarium uit de ISG.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

17

3. 3.1

Beleidskader

Inleiding

Het bestemmingsplan vindt zijn basis mede in ruimtelijk beleid zoals dat in nota's en plannen van het rijk, de provincie, de regio en de gemeente is vastgelegd. Dit hoofdstuk bevat het beleidskader dat op dit bestemmingsplan van toepassing is.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is al op 30 december 2011 in werking getreden en is onder meer op 1 oktober 2012 en 16 mei 2014 aangevuld. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Enkele in het Barro opgenomen onderdelen zijn kustfundament, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Ecologische hoofdstructuur, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. - Consequenties bestemmingsplan Geen van de in het Barro geregelde onderwerpen heeft directe invloed op het nu in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Doordat de concrete doorwerking van het Barro bij een aantal onderwerpen is vertaald in de provinciale Verordening kan er wel sprake zijn van indirecte invloed (zie subparagraaf 3.3.2). 3.2.2

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 aan de Tweede Kamer verzonden en richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. De NOVI helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes: 1. Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. 3. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. - Consequenties bestemmingsplan De beoogde herontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van twee woonkavels in de linten in het landelijk gebied van Noordwijk waardoor onder meer bij kan worden gedragen aan een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het voornemen is in overeenstemming met de NOVI.

3.3

Provinciaal beleid

Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen, zoals het Omgevingsprogramma. Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

18

In de Omgevingsverordening is het beleid in de Omgevingsvisie in regels vertaald. Het betreft regels omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Zuid-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. De Omgevingsverordening is bindend voor gemeenten, de visie en de overige onderdelen niet – die zijn alleen bindend voor de provincie zelf. In het navolgende wordt daarom slechts kort ingegaan op de Omgevingsvisie en meer op de Omgevingsverordening. 3.3.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

De Omgevingsvisie is op 20 februari 2019 vastgesteld en voor het laatst op 1 april 2023 gewijzigd/herzien. Op het gebied van wonen voorziet de provincie op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen op de juiste plekken voor de verschillende doelgroepen. Gemeenten en de provincie stellen daarvoor jaarlijks gezamenlijk een regionaal woningbouwprogramma op. Regionale woonvisies bevatten de algemene uitgangspunten voor de regionale woningbouwprogramma’s. Voorzien in voldoende en passende woningen op de juiste plekken voor de verschillende doelgroepen in Zuid-Holland is van provinciaal belang. Omdat het aanbod van woningen onvoldoende aansluit op de vraag en de ontwikkelingen op de woningmarkt zich niet beperken tot gemeente- en/of regiogrenzen, is een samenhangende aanpak op bovenlokale en bovenregionale schaal noodzakelijk. Ook hebben de woonopgaven nauwe samenhang met andere (ruimtelijke) opgaven op het vlak van bijvoorbeeld regionale economie, groen en recreatie en infrastructuur. De provincie houdt toezicht op de gemeentelijke uitvoering van de Huisvestingswet 2014. De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar (toekomstige) inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gebouwd, waar de behoefte zich manifesteert: de juiste woningen op de juiste plekken en op het juiste moment.

Om in voldoende en passende woningen op de juiste plekken voor de verschillende doelgroepen te voorzien worden regionale behoefteramingen vastgesteld. Voor de verdeling over de woningbouwprogramma’s (de lijst projecten per regio) zijn vitale dorpen en steden een relevante invalshoek. Dat gaat allereerst over voorraadontwikkeling en voorraadbeheer. De toevoeging en onttrekking van woningen moet bijdragen aan een adequate en gedifferentieerde woningvoorraad, de regionale schaal van de woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Daarnaast gaat het over de ruimtelijke ordeningskant van het wonen: het toekomstbestendig bouwen en wonen zo situeren dat het - in samenhang met (investeringen in) infrastructuur, klimaatadaptatie en -mitigatie, werklocaties en een aantrekkelijke groenblauwe leefomgeving - bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven en transities waarvoor de provincie staat. Het toevoegen van woningen als de enige of primaire oplossing voor behoud van de sociaaleconomische vitaliteit in steden en dorpen is in de ogen van de provincie geen duurzame lange termijnstrategie. De voorkeur gaat uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied (verdichting) en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer (nabij mobiliteitsvoorzieningen).

Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Het eindoordeel over stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten bestaand stads- en dorpsgebied ligt bij de provincie. Deze worden door de provincie integraal afgewogen en afhankelijk daarvan opgenomen op de 3 hectare-kaart. - Consequenties bestemmingsplan De beoogde herontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van twee woonkavels buiten bestaand stads- en dorpsgebied maar in de bebouwingslinten in het landelijk gebied van Noordwijk. De omvang van de beide locaties is (beduidend) minder dan 3 hectare waardoor het eindoordeel in beginsel niet bij de provincie ligt.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

19

De gemeente ziet in de Omgevingsvisie verder een uitdaging in het ‘klimaatbestendig’ inrichten van de fysieke leefomgeving. Om dat te bewerkstelligen wilt de gemeente dat bij ieder bouwproject en gebiedsontwikkeling er rekening wordt gehouden hiermee door het borgen van klimaat adaptieve maatregelen in de bestemmingsplannen. Dat geldt niet alleen voor de aangewezen woongebieden, maar ook voor de bollengebieden en natuurgebieden. Dat vraagt om de realisatie van voldoende tijdelijke opslagcapaciteit en goede afvoermogelijkheden voor hemelwater. In het voorliggende bestemmingsplan is daar rekening mee gehouden door regels op te nemen over het verharden van gronden buiten het bouwvlak (zie ook paragraaf 4.10). 3.3.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

De Omgevingsverordening is op 20 februari 2019 vastgesteld en voor het laatst op 1 april 2023 gewijzigd/herzien. In de verordening is een onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande ruimtelijke ontwikkelingen. Op basis van de in artikel 6.8 van de verordening gehanteerde criteria voor ‘bestaand’ moet de beoogde herontwikkeling worden gezien als ‘nieuwe bebouwing’ of ‘nieuw gebruik van grond of bebouwing’. Dat betekent dat de ontwikkeling dient te worden getoetst aan de relevante regels uit de Omgevingsverordening. Het plangebied maakt geen deel uit van het bestaand stads- en dorpsgebied (bestaand stedelijk gebied als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro). Voor het plangebied zijn de volgende onderwerpen uit de Verordening van belang: a. Ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9); b. Stedelijke ontwikkelingen (artikel 6.10); c. Bollenteeltgebied (artikel 6.17). Ad a: Ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9) In artikel 6.9 worden voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen regels gegeven met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft.

Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. Op deze kaart zijn beide locaties aangewezen als ‘beschermingscategorie 3’, zoals op de navolgende afbeelding wordt getoond.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

20

Afbeelding: de als beschermingscategorie 3 (gele vlak) aangewezen gronden binnen het plangebied

a.

Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder de noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. In het eerste lid van dat artikel is bepaald dat een bestemmingsplan voor een locatie binnen het buitengebied kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast.

Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap (kwaliteitskaart); of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid van artikel 6.9. De kwaliteitskaart is opgenomen in de Omgevingsvisie. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Voor de voor de planlocatie vastgestelde kwaliteiten zijn de volgende richtpunten aan de orde: Laag van de Ondergrond • Richtpunten Rivierdeltacomplex, jonge zeeklei (Achterweg): o Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. • Richtpunten Kustcomplex, zeezandafzettingen (Herenweg): o Ontwikkelingen versterken en gebruiken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (duinen, strand en voordelta/vooroever).

o Ontwikkelingen houden het verschil herkenbaar tussen “hoog en droog” en “laag en nat” en bouwen voort op de parallelle kuststructuur. o Veiligheidsmaatregelen zijn mede gericht op het versterken van het natuurlijk kustkarakter. Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

21

•

Richtpunten Strandwallen en oude duinen (Herenweg): o Ontwikkelingen dragen bij aan of versterken de bijzondere landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van het strand en de duinen. o Ontwikkelingen dragen zorg voor het behoud van het openbare karakter en de afwisseling in de belevingskwaliteit (van druk naar rustig) langs de kust van Zuid-Holland. Nieuwe strandbebouwing voor verblijfsrecreatie nabij duingebied op rustige stranden is daarmee niet toegestaan. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen • Richtpunten Bollenlandschap (plangebied geheel): o Ontwikkelingen dragen bij aan het contrast tussen de open en nog gave strandvlakten en de voor de bollenteelt in cultuur genomen (afgezande) oude duinen en strandwallen. o Verdichting vindt plaats in reeds bestaande verdichte zones. o Ontwikkelingen dragen bij aan behoud en versterking van het zicht op de bollenvelden en de aantrekkelijkheid van het bollenlandschap. Laag van de stedelijke occupatie • Richtpunt Bouwwerken voor energie-opwekking (plangebied geheel): o Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energie-opwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving.

Ad b: Stedelijke ontwikkelingen (artikel 6.10) Artikel 6.10 regelt dat een bestemmingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling, ingaat op de toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Op basis van jurisprudentie blijkt dat bij woningbouw in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724). Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De herontwikkeling van het plangebied van (voormalige) bollenteeltgronden naar twee woonkavels is gelet op de definities in de Verordening en het Bro niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ad c: Bollenteelt (artikel 6.17) In artikel 6.17 is in het eerste lid bepaald dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het bollenteeltgebied primair bollenteeltbedrijven, bestaande gemengde bollenteelt- en glastuinbouwbedrijven en bestaande stekbedrijven toelaat, alsmede de daarbij behorende voorzieningen. Beide plandelen zijn aangewezen als bollenteeltgebied.

In afwijking van het eerste lid, kan het bestemmingsplan ook voorzien in greenportwoningen en ‘ruimte voor ruimte’ woningen als bedoeld in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek. In de toelichting van de Omgevingsverordening is vermeld dat over dergelijke woningen afspraken zijn gemaakt in het kader van de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek en de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek. Maximaal 600 Greenportwoningen kunnen zowel binnen als buiten het bollenteeltgebied worden gerealiseerd. Voor het bollenteeltgebied is hierover een specifieke uitzonderingsbepaling opgenomen in de verordening, omdat de verordening binnen het bollenteeltgebied slechts een beperkt aantal functies mogelijk maakt. De Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) verstrekt bouwtitels voor de realisering van Greenportwoningen. De opbrengst hiervan wordt ingezet ten behoeve van de projecten uit het meerjarenprogramma van de GOM. - Consequenties bestemmingsplan Voorliggend plan betreft de bouw van een tweetal woningen in het Bollenlandschap van Noordwijk. Ter realisatie van de woningen is medio 2023 een overeenkomst gesloten met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek.

Alhoewel er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (want minder dan twaalf woningen) dient de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk te blijven.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

22

In het kader van de Omgevingsverordening is de toevoeging van twee greenportwoningen relatief gezien een kleinschalige ontwikkeling; hierdoor blijft de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk. Voor wat betreft de Laag van de Ondergrond vinden met voorliggend bouwplan geen wijzigingen plaats. Het plan bevindt zich buiten de invloedssferen van het Rivierdeltacomplex, Kustcomplex en Strandwallen en oude duinen. Voor de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen is van belang dat het plangebied (en directe omgeving) niet meer in gebruik zijn als bollenteeltgebied. Het gebied wordt in de bestaande situatie al gebruikt voor o.a. wonen, opslag en volkstuinen. De greenportwoningen zijn juist gesitueerd binnen de bestaande lintbebouwing. Door toevoeging van de woningen wordt het lint verder afgemaakt. De woningen voegen zich qua vorm, massa, richting en uitstraling binnen het bestaande lint. Op andere plekken blijft daardoor het zicht op en de aantrekkelijkheid van de bollenvelden behouden. In relatie tot de Laag van de stedelijke occupatie gaat het niet om bouwwerken voor energieopwekking. Door realisatie van de twee woningen blijft de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk. 3.3.3

Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek

De ‘Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek’ is vastgesteld door Provinciale Staten van Noord- en Zuid-Holland op respectievelijk 24 en 26 april 2006. In de gebiedsuitwerking worden 12.900 woningen buitenstedelijk gebied en 11.700 woningen binnenstedelijk gebied voorzien. Binnen de Greenport Bollenstreek wordt het bollencomplex behouden en waar mogelijk verder ontwikkeld, samen met landschapsontwikkeling. Het beleid is erop gericht de ontwikkelruimte voor het bollencomplex te vergroten en de bestemming zeker te stellen. Uitgangspunt is het behoud van minimaal 2.500 tot 2.625 hectare bollenteeltareaal. Hierbinnen is ruimte voor schaalvergroting. Eventueel verlies aan bollengrond moet gecompenseerd worden in de streek zelf. - Consequenties bestemmingsplan De voorziene woningbouw in onderhavige plangebied maakt deel uit van het buitenstedelijk gebied. Ter realisatie van de woningen is medio 2023 een overeenkomst gesloten met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek.

3.4

Regionaal beleid

Noordwijk is gelegen binnen de regio Holland Rijnland en maakt tevens onderdeel uit van de Greenport Duin- en Bollenstreek: • Holland Rijnland is een samenwerkingsverband van de gemeenten Katwijk, Leiden, Hillegom, Lisse, Teylingen, Oegstgeest, Voorschoten, Leiderdorp, Zoeterwoude, Kaag en Braassem, Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop, Rijnwoude en Noordwijk. De regio werkt gezamenlijk aan ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, natuur en landschap, verkeer en vervoer, samenleving en welzijn. Daarin wil men een goede balans vinden tussen de ontwikkeling en het behoud van het oorspronkelijke karakter met als doel dat de streek aantrekkelijk blijft voor bewoners, bedrijven en toeristen. • De Duin- en Bollenstreek is één van de door het rijk aangewezen Greenports in Nederland. In de Greenport Duin- en Bollenstreek werken de gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen met elkaar samen. Dit heeft geleid tot de oprichting van een regionaal ontwikkelbedrijf voor de herstructurering van de Duin- en Bollenstreek: Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM). 3.4.1

Regionale Structuurvisie Holland Rijnland 2020

Het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland heeft op 24 juni 2009 de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland vastgesteld, welke op 28 maart 2012 is herzien. In de Regionale Structuurvisie wordt inzicht gegeven in de ruimtelijke ontwikkelingen tot 2020 (met doorkijk naar 2030). Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

23

Binnen de Regionale Structuurvisie wordt de ruimtelijke positie van de regio bepaald en gekeken hoe deze zich verhoudt tot haar (Randstedelijke) omgeving. Het bestemmingsplangebied is aangewezen als ‘bollenlandschap’. Voor de regio zijn enkele kernbeslissingen geformuleerd waarbij kernbeslissingen 1 en 5 relevant zijn voor de herontwikkeling van het plangebied: • Holland Rijnland is een top woonregio: Het reserveren van grond voor woningen heeft ruimtelijke prioriteit. Knelpunt is dat het woningaanbod (in kwantiteit en kwaliteit) achterblijft bij de vraag. Het is noodzakelijk dat er niet alleen voldoende, maar ook gevarieerd, gedifferentieerd en kwalitatief goed wordt gebouwd om de doelgroep van jonge beroepsbevolking te behouden. Het reserveren van grond voor woningen heeft ruimtelijke prioriteit. De gemeenten in de regio bouwen netto 40.000 woningen in de periode tot 2020 waarbij de Duin- en Bollenstreek een extra opgave heeft op basis van de afspraken die zijn gemaakt in de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek. • Het Groene Hart, de Bollenstreek en Duin, Horst en Weide blijven open: Holland Rijnland kent een aantal kenmerkende open landschappen, waaronder de Bollenstreek (bloemen/bollen). Ruimtelijke ontwikkelingen mogen geen inbreuk plegen op de openheid van deze gebieden.

In het geval van de Greenport Duin- en Bollenstreek wordt een forse herstructurering uitgevoerd om de landschappelijke kwaliteiten te behouden en te versterken. De Greenport Ontwikkelingsmaatschappij zet een herstructurering van de Greenport Duin- en Bollenstreek op, waarbij de hoeveelheid bollengrond gelijk blijft op 2.625 hectare. Ook dient binnen de Greenport ten minste 158 hectare natuurgebied te worden beschermd en dient verrommelde bebouwing in het open landschap te worden verwijderd. Daarnaast maakt de Regio de keuze voor concentratie van woningbouw binnen bestaand stedelijk en dorpsgebied (conform de Provinciale Structuurvisie 2010 en de Verstedelijkingsafspraken Zuidvleugel 2010). De regio realiseert in de periode 2000-2020 netto 40.000 woningen. De Duin- en Bollenstreek heeft een extra opgave op basis van de afspraken die zijn gemaakt in de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek. De regio kiest niet voor meer bebouwing om te voorkomen dat een te grote druk op het landschap ontstaat. - Consequenties bestemmingsplan De voorziene woningbouw in onderhavig plangebied maakt deel uit van het open landschap in de Bollenstreek. Ter realisatie van de woningen is medio 2023 een overeenkomst gesloten met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek. 3.4.2

Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016

De ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016’ is een uitwerking van de Regionale Structuurvisie en een herziening van de in december 2009 vastgestelde structuurvisie. De structuurvisie vervangt het 'Pact van Teylingen' en het 'Offensief van Teylingen'. In de visie worden de gemeenschappelijke ruimtelijke ambities van de zes Greenpoortgemeenten voor het gehele buitengebied weergegeven. De ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016’ is op 16 juni 2016 vastgesteld door de gemeenteraad van Noordwijk (en nadien ook door de gemeenteraden van de overige gemeentes) en vormt een toetsingskader voor nieuwe bestemmingsplannen. Met de ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport’ kiezen de gemeenten, in navolging van de Regionale Structuurvisie, duidelijk voor economische en landschappelijke structuurversterking van de Greenport Duin- en Bollenstreek. Dit vanuit het besef dat een vitale Greenport niet kan zonder vitaal landschap. In het onderstaande is een overzicht opgenomen van de verschillende beleidsuitgangspunten van de ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport’ die mede ten grondslag liggen aan het onderhavige bestemmingsplan: • •

De economische herstructurering van de Greenport staat centraal; Deze herstructureringsopgave dient te worden gecombineerd met landschapsverbetering;

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

24

• •

• • •

Het uitvoeren van de woningbouwopgave overeenkomstig de afspraken zoals gemaakt in de Gebiedsuitwerking (zie subparagraaf 3.2.2) waardoor de maximale woningbouwbijdrage van de Duin- en Bollenstreek is bereikt; Hoewel in het kader van het herstructureringsproces tijdelijke krimp onder nader te bepalen voorwaarden (waaronder harde tijdgebonden compensatiegaranties) wordt toegestaan, dient het areaal aan eersteklas bollengrond duurzaam te worden gehandhaafd op 2.625 hectare; De herstructurering in combinatie met landschapsverbetering moet spoedig en slagvaardig ter hand worden genomen; De wateropgave zal zoveel mogelijk worden geïntegreerd in concrete initiatieven; Bij de woningbouwopgaven geldt als uitgangspunt dat de eigen behoefte alsmede de regionale behoefte zoals overeengekomen in de Gebiedsuitwerking HaarlemmermeerBollenstreek zoveel mogelijk binnen de (toenmalige) streekplancontouren dient te worden geaccommodeerd. Uitzonderingen vormen o.a. Bronsgeest in Noordwijk.

In de intergemeentelijke structuurvisie staat het faciliteren en het accommoderen van een gezonde ontwikkeling van de Greenport Duin- en Bollenstreek voorop. Hierbij is van groot belang dat er duidelijkheid is over waar stedelijke functies (waaronder wonen) zich zullen ontwikkelen.

Afbeelding: uitsnede visiekaart ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport’, het plangebied bevindt zich ter plaatse van de rode stip

In de visiekaart van de intergemeentelijke structuurvisie is het plangebied aangewezen als ‘Clusterlocatie greenportwoningen’. Om in de eigen behoefte te voorzien is volgens de Regionale Woonagenda in de zes gemeenten van de Greenport Duin- en Bollenstreek tot 2030 een netto toevoeging van 11.000 woningen noodzakelijk. Daarnaast bedraagt de bovenregionale opgave waarover in het kader van de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek bestuurlijke afspraken zijn gemaakt 5.200 woningen. Daarbij gaat het om 4.000 extra woningen voor de bollengemeenten, zoveel mogelijk te realiseren binnen bestaand stads- en dorpsgebied en aanvullend op de in de ISG en in het provinciale programma ruimte opgenomen locaties binnen de voormalige contouren, 600 woningen specifiek voor de ontwikkeling van de locatie Bronsgeest te Noordwijk en 600 greenportwoningen op niet nader geduide locaties in het buitengebied van de zes bollengemeenten. In het buitengebied staat de verbetering van de landschappelijke kwaliteit en de economische vitaliteit voorop en worden geen nieuwe woningen gebouwd, met uitzondering van Greenportwoningen of compensatiewoningen op grond van de Ruimte-voor-Ruimteregeling. Daarnaast is het toekennen van een woonfunctie aan vrijkomende cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, bijvoorbeeld een monumentale bollenschuur, onder voorwaarden mogelijk.

Om het herstructureringsproces en de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit te financieren is in de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek afgesproken om 500 Offensiefwoningen (dun en duur) en 100 zogenaamde landgoedwoningen (heel dun en duur) in het Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

25

buitengebied te bouwen. In de Regionale Woonagenda zijn deze twee categorieën samengevoegd tot 600 Greenportwoningen. Het voornemen is om (tenminste) 60 procent van die woningen te concentreren op enkele locaties in de Greenport, waaronder de locaties Vinkeveld-Zuid in Noordwijk, Abeelenpark in Noordwijkerhout en Voorhouterweg in Rijnsburg. - Consequenties bestemmingsplan De voorziene woningbouw in onderhavig plangebied maakt deel uit van het buitengebied. Ter realisatie van de woningen is medio 2023 een overeenkomst gesloten met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek. 3.4.3

Regionale Woonagenda Holland Rijnland 2023

De regio Holland Rijnland heeft op 28 juni 2023 een nieuwe regionale woonagenda (RWA) vastgesteld. De RWA helpt gemeenten bij de juiste woning op de juiste plek, en afstemming van woningbouw op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Daarmee biedt de RWA een onderbouwing voor plannen, in het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Op die manier wordt er voor gezorgd dat voor de inwoners van Holland Rijnland de juiste woningen worden gebouwd en wordt tegelijkertijd geborgd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De regio is opgedeeld in een aantal subregio’s. Noordwijk behoort samen met de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen tot de subregio Noord. De RWA sluit aan op het door de provincie als uitgangspunt gehanteerde realistische kwalitatief en kwantitatief onderbouwde woningbouwprogramma. In de periode tot 2030 is de totale vraag voor regio Noord 6.500-7.500 woningen, waarvan in Noordwijk 780 woningen. - Regionaal afwegingskader woningbouwplannen (RAW) Per subregio brengen de gemeenten de plancapaciteit in overeenstemming met de opgave tot 2020 volgens het regionaal afwegingskader woningbouwplannen (RAW) dat is opgenomen in hoofdstuk 4 van de regionale woonagenda. Aan de hand van dit model kunnen regiogemeenten bepalen of een bestemmingsplan sub- of bovenregionale afstemming behoeft en waarmee het plan wordt verantwoord bij de provincie.

Gemeenten toetsen hun woningbouwplannen aan het RAW als voor het plan een nieuw bestemmingsplan of een wijziging of herziening van het bestemmingsplan nodig is. Het gaat om zowel plannen uit de (actuele) lijst projecten als om reserveplannen en nieuwe initiatieven. Het resultaat is een dynamische lijst van woningbouwplannen met een realistische planning die jaarlijks wordt gemonitord en besproken. In het RAW is een indeling in verschillende categorieën gehanteerd die bepalen of en in welk verband afstemming noodzakelijk is. Het voorliggende project behoort tot categorie 4b als bedoeld in het RAW. Dit betreft plannen waarover bestuurlijke afspraken zijn gemaakt voor een (sub)bovenregionale vraag met aangewezen locaties. - Woningbehoefteraming 2021 (WBR 2021) en Trendraming 2019 (TR2019) De Zuid-Hollandse Woningbehoefteraming 2021 (WBR2021) is bedoeld als “neutrale” kwantitatieve basis voor het provinciale woningbouwbeleid. Voor elke regio is berekend hoeveel extra woningen er nodig zijn, voor het huisvesten van nieuwe huishoudens. Elke drie jaar maakt Zuid-Holland een nieuwe WBR, de vorige raming was WBR2019. De toegestane woningvoorraadgroei is het resultaat van twee scenario-berekeningen, te weten binnenlands migratiesaldo ‘nul’ en binnenlands migratiesaldo ‘trendmatig’.

Door per woonregio de hoogste van deze twee scenarioramingen te nemen komt de totale woningvoorraadgroei op de schaal van Zuid-Holland hoger uit dan beide scenarioramingen voor Zuid-Holland afzonderlijk. Per woonregio geldt dat om op de toegestane woningvoorraadgroei uit te komen de provincie een plancapaciteit kan aanvaarden die 130 procent van de toegestane woningvoorraadgroei bedraagt.

Bestemmingsplan Achterweg tussen 7 en 9 en Herenweg naast 151- Toelichting

26

In de WBR2021 is voor de regio Holland-Rijnland een toegestane woningvoorraadgroei aangegeven van 27.450 woningen voor de periode 2021-2030. - Consequenties bestemmingsplan In de Planmonitor Wonen van Zuid-Holland is rekening gehouden met de realisatie van diverse greenportwoningen in het buitengebied. De twee nieuwe woningen in het plangebied zijn greenportwoningen. De bouw van de nieuwe woningen binnen het plangebied maakt zodoende deel uit van de plancapaciteit en de bouwopgave waarover eerder afspraken zijn gemaakt. Op de meest recente subregionale woningbouwlijst is voor de locatie uitgegaan van twee woningen. De herontwikkeling maakt verder ook onderdeel uit van het woningbouwprogramma van Noordwijk (zie subparagraaf 3.5.3). 3.4.4

Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw

Door de gemeenten in de regio Holland Rijnland is een Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw (RBDS) opgesteld. Het RBDS beschrijft een planproces en prestatieafspraken, gekoppeld aan ambitieniveaus. Hierbij geldt dat duurzame stedenbouw een vorm is van stedenbouw die in alle stadia van het planproces kansen en mogelijkheden benut om een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een lage milieubelasting tot stand te brengen en die beide in de tijd weet te handhaven, zodat ook toekomstige generaties daarin delen. Op basis van de drie kwaliteitspijlers people, planet en profit zijn duurzaamheidsthema’s benoemd en is elk thema opgedeeld in deelaspecten. Per deelaspect zijn twee ambitieniveaus basis en extra - geformuleerd, waarvan de maatlat hoger ligt dan wettelijk vereist. De duurzaamheidsthema’s en deelaspecten zijn opgenomen in de Ambitietabel DS met als basisambitie het vigerend beleid en een extra ambitie. Alle basisambities en extra ambities zijn weergegeven in bijlage 2.5 van het RBDS. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen. Tijdens het planproces worden de relevante deelaspecten geselecteerd, waarvoor de basisambitie geldt. Daarbovenop wordt van minimaal een duurzaamheidsthema een extra ambitie (inclusief alle deelaspecten) gekozen. De geselecteerde ambities worden daarna vertaald naar maatregelen en in het ontwerp geïntegreerd.

Het beleidskader en de ambitietabel DS worden toegepast bij ruimtelijke plannen groter dan een ha grondoppervlak en ≥ 10 woningen en/of ≥ 5.000 m² bedrijvigheid. - Consequenties bestemmingsplan Het Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw is niet van toepassing op het onderhavige plan omdat er sprake is van minder dan 10 woningen. Desalniettemin zal er wel sprake zijn van enkele duurzaamheidsmaatregelen, aangezien er geen gasaansluiting komt (Gaswet) en de woningen moeten voldoen aan de BENG-norm (Bouwbesluit). 3.4.5

Regionale ambitie energie

Binnen de regio Holland Rijnland hebben gemeenten hun ambities en doelstellingen rondom klimaat/energie uitgesproken door het opstellen en ondertekenen van een Energieakkoord. De regionale ambitie is om in 2050 een energie neutrale regio te zijn en daarmee bij te dragen aan de nationale en internationale doelstellingen op het gebied van klimaat en energie. Tevens is afgesproken nieuwbouw niet meer aan te sluiten op het gas, aangezien het aardgas eindig is. Ook wordt energieneutrale bouw gestimuleerd. - Consequenties bestemmingsplan De woningen worden gasloos gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=ad25a9cb-149b-4e11-ad6d-10a3fcfdb8f3