D09 02 Eindrapportage_digitaal+samenvatting.pdf
Tekst van het document
Ambities: In de kernen op het platteland zijn Mienskip en Noaberschap centrale kernwaarden. Mensen kennen elkaar, voelen zich onderling verbonden en zijn trots op de hechte sociale banden, de buurt, de wijk, de cultuur, de taal en het landschap. Kleinschaligheid is de norm. Voor vitale kernen en vitaal platteland is een zekere mate van basisbereikbaarheid nodig. Het platteland moet verbonden zijn met lokaal gewortelde wereldspelers. Toekomstige stationslocaties vormen belangrijke knooppunten waar alle vervoersmodaliteiten samenkomen. Wat is daarvoor nodig? - Een dekkend openbaar vervoersysteem. In aanvulling op de Lelylijn gaat dit over een aanvullend systeem van overstappunten. Hier kan worden overgestapt van fiets op bus of trein, van auto of bus op trein etc. - Bij de routekeuze moet voorkomen worden dat dorpskernen geïsoleerd raken tussen de infrastructuurbundels. - Woningbouw en bedrijvigheid naar lokale aard, schaal, ondergrond en identiteit en dus geen grootschalige woningbouwontwikkeling in kleinere plaatsen, ook niet in
Toelichting: • De
zwarte lijnen zijn het bestaande spoor en de Lelylijn (
met zwart gestippeld tracévarianten)
• Groene cirkels zijn nieuwe stations (incl. Nedersaksenlijn); stations (incl. Nedersaksenlijn); rode cirkels bestaande IC-stations en blauwe cirkels bestaande sprinterstations. •
•
Rode lijnen zijn (grotendeels bestaande) hoogwaardige bussen naar grote kernen zonder treinstation (waaronder Q-link systeem in Groningen en de verbindingen naar Urk, Lemmer, Joure, Sneek, Bolsward, Stiens, Burgum, Dokkum en Oosterwolde) Lichtgrijze lijnen geven het bestaande bussysteem weer.
• In de context de Nedersaksenlijn (
) en IJmeerverbinding (
).
kernen als Lemmer, Joure en Leek. - Behoud van leefbaarheid. Ontwikkelingen met oog voor de herstructurerings- en vernieuwingsopgave waar de kernen voor staan.
Figuur 4.4: Pijler 3 Vitale kernen en vitaal platteland
- Realistisch en duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw.
Pag. 52
Pijler 4: E en goed functionerend bodem-, water-, en natuursysteem
- Behoud van de karakteristieke landschappelijke structuur (wederopbouwgebied) Noordoostpolder. Als in Emmeloord gedacht wordt aan nieuwe uitleglocaties (wonen en werken) dan gaat vanuit ‘water en bodem sturend’ de voorkeur uit naar de oostkant.
De ondergrond (het natuurlijk systeem) vormt de basis van ons Ontwikkelperspectief. Bodem, water en natuur zijn sturend in keuzes ten aanzien van toekomstige verstedelijking en ook infrastructuur.
Ambities: Om in de toekomst in een veilige omgeving te leven, wonen en werken moeten water en bodem sturend zijn. Hiermee bereiden we ons voor op de gevolgen van klimaatverandering, op perioden met te veel en te weinig water en andere weersextremen. Verder bouwen we voort op het cultuurlandschap en werken aan een toegankelijk landschap van wereldklasse. Daarin worden het UNESCO Werelderfgoed Schokland en de Nationale Wederopbouwgebieden Noordoostpolder en Haskerveenpolder gekoesterd. Wat is daarvoor nodig? - Zorgvuldige inpassing van de Lelylijn conform de principes van water en bodem sturend. Cruciale vraagstukken liggen er onder andere voor het Leekstermeergebied, Van Oordt’s Mersken en Heerenveen. - Vergroenen en verblauwen als een ontwikkeldoel op zichzelf voor een leefbare en gezonde omgeving.
Toelichting:
- Lokaal betekent deze pijler dat het gaat om gebiedsontwikkeling met
•
natuur en watersysteem de infra
zorg voor ruimte, water en landschap, zoals bijvoorbeeld:
kruisen
- Integrale gebiedsopgaven bij het Tsjûkemar en Ketelmeer;
•
Het blauw staat voor beken,
•
Groen is het Nationaal
vaarverbindingen en meren
- Openhouden van het landschap rondom de stad Groningen; - B ehoud van kleinschaligheid in Leek, met zorg voor coulisse-
Natuurnetwerk.
landschap van het Zuidelijk Westerkwartier, en in Joure, waar de zuidelijke ontwikkelrichting de meest wenselijke is gedacht vanuit ‘water en bodem sturend’;
De sterren zijn punten waar
•
Roze is het veenweidegebied
•
Bij de rode contouren stellen we een aantal integrale
Figuur 4.5: Pijler 4 Een goed functionerend bodem-, water- en natuursysteem
systeemvraagstukken voor.
Pag. 53
c. Woningbouw, economie en Wabos
De gepresenteerde woningbouwaantallen zijn geen doel op zich. We zetten in op ‘anders bouwen’ om bij te dragen aan de kwaliteits- en structuurversterkingsopgaven:
I. Wonen
meer diversiteit in woningtypen, hogere dichtheden en georiënteerd op het openbaar
Woningbouw
Het is zaak om te verdichten bij de geplande en bestaande stations. De extra opgave in
Langs de Lelylijn zullen stations worden gerealiseerd en rondom die stations komen nieuwe woningen, werkplekken en voorzieningen. Dit betekent een flinke extra woningbouw impuls voor de 10 gemeenten langs de Lelylijn tussen Lelystad en Groningen / Leeuwarden. Qua aantallen woningen schetst het Ontwikkelperspectief de mogelijkheid van 55.000 tot maximaal 115.000 extra woningen voor de periode tot 2050 in de gemeenten Groningen, Leeuwarden, Westerkwartier, Smallingerland, Opsterland, Heerenveen, De Fryske Marren, Noordoostpolder, Urk en Lelystad. Dit zijn extra
vervoer. Qua locaties gaat het om zowel uitleg als ook inbreiding en herstructurering. woningbouw kan ook een impuls geven aan de verbetering van de bestaande voorraad. Hierbij dringt zich wel de vraag op of deze aantallen markttechnisch gerealiseerd kunnen worden. Aanbeveling is om in het vervolg de ruimtelijke plannen met elkaar te blijven afstemmen. Dat kan door bij nadere uitwerkingen gemeenten en marktpartijen (ontwikkelaars en corporaties) te betrekken. Ook in relatie tot prioritering en bijbehorende groei van de werkgelegenheid.
woningen ten opzichte van de autonome groei van 66.000 woningen (zonder Lelylijn, prognosejaar 2050). Ongeveer 90% van deze extra woningen wordt gerealiseerd in Groningen, Leeuwarden, Drachten, Heerenveen, Emmeloord en Lelystad. Van groot belang is dat de ontwikkeling van werkgelegenheid zoveel mogelijk gelijk opgaat met de toename van woningen. Dan profiteert de regio optimaal van zowel extra beschikbare woningen als extra werkgelegenheid. Ook kan de Lelylijn bijdragen aan het verduurzamen van de bestaande woonvoorraad om daarmee in te spelen op trends zoals vergrijzing, huishoudensverdunning, veranderende woonwensen en klimaatadaptatie. De bandbreedte van 55.000 tot maximaal 115.000 woningen extra, is overeenkomstig de groeimogelijkheid per gemeente. De bovenkant van de bandbreedte (115.000 extra woningen) laat de ruimtelijke potentie zien van de gemeenten langs de Lelylijn en vraagt meer overheidsregie. Met deze grotere aantallen wordt veranderkracht gegenereerd voor de kwaliteitsopgaven van Noordelijk Nederland: de grote binnenstedelijke verduurzamingsopgave, het tegengaan van inwoners krimp als gevolg van kleinere huishoudens, het wegtrekken van jongeren en vergrijzing en het creëren van meer (stedelijke) nabijheid van voorzieningen, wonen en werken.
Pag. 54
Vitaal platteland
II. Economie
Sterke steden en vitaal platteland hebben elkaar nodig. Met stedelijke voorzieningen
Om wonen en werken in balans te houden is het van belang om de hogere ambitie qua
dichtbij (stedelijk netwerk) en meer hoogstedelijke voorzieningen (Groningen, Leeuwar-
woningbouwaantallen te combineren met een aanvullende strategie op banengroei.
den en Lelystad) op middellange afstanden beter bereikbaar, blijven de dorpskernen
Ten opzichte van de autonome ontwikkeling van 62.000 meer banen in de 10 Lelylijn
ook in de toekomst aantrekkelijke vestigingslocaties. Andersom hebben de steden een
gemeenten in 2050 hanteren we een bandbreedte van 30.000 tot 70.000 aan extra
sterke groene omgeving nodig als ‘uitloopgebied’. Dit vraagt een kwaliteitssprong in
toegevoegde banen. Ook hier geldt dat het realiseren van de bovenkant van de band-
belevingswaarde en ruimtelijke kwaliteit.
breedte vraagt om een extra strategie op banengroei. Een deel van deze extra banen volgt de woningbouw. Banen en vestigingen van bedrijven laten zich minder goed
Voor vitale kernen en een vitaal platteland is een zekere mate van basisbereikbaarheid
sturen dan woningbouw en gebiedsontwikkeling. Een ander deel van deze extra banen
nodig. De Lelylijn vormt een belangrijke ontbrekende schakel in het (openbaar) vervoers-
kan daarom alleen gerealiseerd worden als de randvoorwaarden voor economische
systeem in Noordelijk Nederland. De (nieuwe) stationslocaties vormen belangrijke
groei goed zijn.
knooppunten (hubs) waar alle vervoersmodaliteiten samenkomen en waardoor een groter gebied bereikbaar wordt. Nieuwbouw naar aard en schaal zorgt voor meer
Bij de randvoorwaarden voor economische ontwikkeling en ondernemerschap gaat
‘blijverschap’ en levendigheid in de dorpen.
het om: • Kortere reistijden en betere verbindingen voor meer nabijheid binnen het stedelijk netwerk; • Koppelen van bedrijven, campussen, onderwijs en kennisinstellingen om kennisuitwisseling en innovatie mogelijk te maken; • Ruimtelijke sturing voor cluster- en campusvorming, benutten van het landschap, afwisselend aanbod aan woon- en werkmilieus; • Beschikbaarheid van voldoende en passend opgeleid personeel; • Optimaliseren van het onderliggend openbaar vervoersnetwerk en het voor- en natransport. De Lelylijn draagt aan al deze randvoorwaarden in positieve zin bij. Daarnaast heeft de Noordelijke regio een aantal sterke punten: de lokale leefomgeving is aantrekkelijk en veilig, Groningen behoort tot de top innovatie regio’s in Europa en Noordelijk Nederland is toonaangevend op het gebied van water, gezondheid en circulariteit. In het Ontwikkelperspectief Lelylijn en de Houtskoolschets voor het Deltaplan Noordelijk Nederland ‘Perspectief 2050’ wordt dit verder uitgewerkt. Met name in Groningen, Drachten, Leeuwarden, Heerenveen, Emmeloord en Lelystad wordt ingezet op meer economische ontwikkelingen en werkgelegenheid aan de Lelylijn.
Pag. 55
III. Water en bodem sturend (Wabos)
d. Extra vervoerwaarde Ontwikkelperspectief
Om in de toekomst op een duurzame, leefbare en veilige manier samen te leven, is
In het onderzoek naar de Lelylijn-alternatieven zijn berekeningen gemaakt van de
een robuust water en bodemsysteem nodig. Dit vraagt aanpassingen in onze ruimtelijke inrichting. Naast feitelijk meer ruimte vraagt dit ook betere afstemming van de functie en gebruik op de draagkracht van het water- en bodemsysteem. Daarom is het nodig om water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening, en concreet bij locatie- en inrichtingskeuzes. Wat ‘water en bodem sturend’ (Wabos) betekent, is uitgewerkt in onderstaande principes, deze zijn gebaseerd op de Kamerbrief Water en Bodem sturend van het Rijk (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2022): • Niet afwentelen op toekomstige generaties • Meer rekening houden met weersextremen • In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en de bodem • Minder afdekken, minder vergraven, minder verontreinigen • Integrale aanpak in de leefomgeving Deze principes moeten worden toegepast bij de verdere uitwerking van de Lelylijn en de bijbehorende gebiedsontwikkeling, of uitleg is nodig hoe de doelen op andere wijze worden gerealiseerd.
toekomstige vervoerwaarde van de Lelylijn. Het gaat hierbij om het aantal reizigers en in- en uitstappers op de stations. Er is, zoals gebruikelijk, gerekend met eerder vastgestelde toekomstscenario’s, waarin geen rekening is gehouden met de extra ontwikkelingen als gevolg van de Lelylijn (het Ontwikkelperspectief). Ontwikkelingen die ertoe leiden dat het toekomstige aantal inwoners en banen anders (hoger) wordt dan tot op heden voorspeld. Daarom is er een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op de resultaten uit het onderzoek naar de vervoerwaarde van de Lelylijn. Hierin is gekeken naar twee wijzigingen op het gebruikte toekomstscenario: 1. Het toekomstige aantal inwoners en banen neemt toe ten opzichte van het gebruikte toekomstscenario in het vervoerwaarde model; 2. De wijze van gebiedsontwikkeling wordt anders, er wordt meer verdicht en in nabijheid van toekomstige OV-knopen gebouwd, waardoor het gebruik van OV zal toenemen. Het totale effect van het Ontwikkelperspectief schatten we in op een maximale toename van 20% op de berekende vervoerwaarde in het Onderzoek Lelylijn-alternatieven (zie hoofdstuk 4), onder bovengenoemde twee voorwaarden. Belangrijk is wel om te beseffen dat het belang van een investering als de Lelylijn groter is dan alleen het aantal reizigers dat dagelijks gebruik maakt van de nieuwe verbinding.
De Lelylijn bevordert de verstedelijking en economische ontwikkeling langs de lijn en draagt bij aan keuzevrijheid en mogelijkheden van de inwoners uit het gebied. Economische structuurversterking vraagt om verbeterde bereikbaarheid per openbaar vervoer tussen de kernen, waaraan de Lelylijn een belangrijke bijdrage levert. Vooral omdat de bereikbaarheid per openbaar vervoer in de Noordelijke regio achterloopt bij de rest van Nederland.
Pag. 56
e. Meekoppelkansen De Lelylijn is een groot investeringsproject in een groot gebied. Dit biedt kansen
Niet kiezen is ook een keuze
om bepaalde opgaven te combineren of gezamenlijk op te pakken, de zogenoemde
Wanneer niet gekozen wordt voor de Lelylijn, blijft niet alles zoals het vandaag
meekoppelkansen. Daarbij kan gedacht worden aan opgaven rondom de infrastruc-
de dag is:
tuur, woningbouw, bedrijventerreinen, maar ook voor recreatie, water, natuur en landbouw. De Lelylijn kan niet alle opgaven dragen maar kan wel andere zaken in beweging brengen (vliegwiel). Dat vraagt om het afstemmen van beleid en gebiedsontwikkelingen op het Ontwikkelperspectief en de infrastructuur om ervoor te
- dan is er buiten de steden Leeuwarden, Groningen en Lelystad niet voldoende massa voorhanden om krimp tegen te gaan, - wordt het voor plaatsen als Heerenveen en Drachten moeilijk om werkgelegenheid en voorzieningen te behouden,
zorgen dat we de investeringen van de Lelylijn maximaal benutten om alle lopende
- met negatieve effecten voor het platteland daaromheen,
transities (energie, klimaat, landbouw en mobiliteit) maximaal vooruit te helpen.
- blijven talentvolle jongeren wegtrekken door gebrek aan banen en
Mogelijke meekoppelkansen kunnen bijvoorbeeld zijn: - Herstructurering bij woningbouw en bedrijfsterreinen in stationsomgevingen; - V ersterking natuurwaarden en koppeling met wateropgaven en landbouw bij Van Oordt’s Mersken, Tsjûkemar en Leekstermeer; - C ombinatie met auto infrastructuur opgaven bij Ketelmeer, Skarster Rien en knooppunt Heerenveen; - Combinatie met grondverwerving voor Stikstof en Veenweiden.
perspectief, - blijft Noordelijk Nederland in hoofdzaak een perifeer gelegen achterland met dito economie en opgave, - en groeit het verschil met de rest van Nederland, qua inkomen, levensverwachting en kansen. Veel kan en moet onafhankelijk van een Lelylijn. Denk aan: - de groeiambities in Groningen, Friese steden en Lelystad, - investeren in openbaar vervoer, - de grote onderhouds- en herstructureringsopgave in de bestaande woningvoorraad. Zonder de Lelylijn mist Noordelijk Nederland een vliegwiel om deze opgaven goed aan te kunnen en de verschillen met de rest van Nederland te verkleinen.
Pag. 57
Verdiepende onderzoeken voor het Ontwikkelperspectief Lelylijn
- Kansen voor de vrijetijdseconomie: de recreatieve treinreiziger is veelal
Voor het opstellen van het Ontwikkelperspectief is een aantal verdiepende onderzoe-
een cultuurbezoeker. Er zijn kansen voor deze sector (evenementen,
ken gedaan. Doel hiervan was om meer grip te krijgen op belangrijke onderdelen die
sportwedstrijden, musea, stedelijk aanbod, UNESCO locaties, etc.)
een rol spelen bij zowel de aanleg van de Lelylijn als alle ruimtelijke ontwikkelingen daaromheen. Specifiek is ingezoomd op de onderdelen Economie, Wonen, Water en bodem sturend, Natuur en landschap, Landbouw en is gekeken naar vergelijkbare in-
De effecten zijn positief en breed, niet heel groot, maar langjarig en voor Noordelijk Nederland en voor Nederland wel van betekenis.
ternationale projecten. Hieronder staan deze onderzoeken heel kort weergegeven, de rapporten zijn als bijlage opgenomen bij deze Eindrapportage. Bij deze onderzoeken is
Wonen
het Bundelingsalternatief als uitgangspunt genomen.
Door Companen is onderzoek gedaan naar de effecten op de woningmarkt van de volgende mogelijke stationslocaties: Lelystad, Emmeloord, Lemmer, Joure,
Economie
Heerenveen, Drachten, Leeuwarden, Leek, Groningen-Suiker en Groningen,
Het onderzoek van Bureau Buiten biedt inzicht in de mogelijke effecten van de
allen langs het Bundelingstracé A6/A7/A32.
Lelylijn op de economie en werkgelegenheid. De vraag die centraal staat: “Kan
Uit het onderzoek komt naar voren dat door de verbeterde bereikbaarheid de
de Lelylijn potentieel bijdragen aan de economie en economische structuurver-
woonaantrekkelijkheid toeneemt. Hierdoor lijkt er een positief effect te zijn op
sterking van Noordelijk Nederland en daarbij ook een bijdrage leveren aan het
het aantrekken van mensen vanuit andere delen van het land. De verwachting
versterken van de nationale economie?” Uit het onderzoek blijkt dat de Lelylijn
is dat dit een gestage ontwikkeling betreft. Daarnaast biedt de Lelylijn kansen
kan zorgen voor:
om de agglomeratiekracht van steden te vergroten. Hiervoor is het van belang
- Aanzienlijke werkgelegenheidsgroei, met name in Groningen en Leeuwarden. - Extra vraag naar kantoren, bedrijventerreinen en ruimte voor banen in gemengd stedelijk gebied. - Ruimtelijke concentratie rond stations, gevolgd door de kern, minder in het gebied daaromheen. - Positieve agglomeratie-effecten (effecten van dicht bij elkaar wonen en werken) in steden én tussen steden, maar bescheiden van omvang. Niet
dat de woningbouwproductie wordt vergroot en dat deze wordt geconcentreerd in de stedelijke gebieden en in de nabijheid van stations. Door aantrekkelijker steden zal ook de investeringsbereidheid in de bestaande woningvoorraad toenemen. Dit heeft een positief effect op bestaande buurten en wijken in de nabijheid van stationslocaties. Het aantal nieuwe woningen wordt geschat op 55.000 tot 115.000 extra woningen. Dit vereist wel sturing en investeringen door (regionale) overheden.
alleen de steden Groningen en Leeuwarden profiteren daarvan, ook andere steden in het netwerk profiteren van de nabijheid van andere steden. - Het aantrekken en behouden van talent door een verbeterde bereikbaarheid van banen. - Brede welvaartseffecten: terugdringen van vervoersarmoede, inclusiviteit en de instandhouding van voorzieningen in landelijke gebieden.
Pag. 58
Water en bodem sturend
Landbouw
Het principe van ‘water en bodem sturend’ (afgekort Wabos) is een van de
Elzinga & Oterdoom hebben samen met de projectorganisatie Lelylijn een
uitgangspunten voor de ontwikkeling van de Lelylijn. SWECO onderzocht wat dit
werksessie landbouw georganiseerd. Vanuit de landbouwsector is in deze sessie
principe betekent voor de mogelijke aanleg van de Lelylijn en voor de gebieds-
aangegeven dat er geen behoefte is aan een Lelylijn. De sector heeft zorgen
ontwikkeling rondom de Lelylijn. Dit heeft geleid tot een eerste beoordeling van
over de benodigde grond voor het spoor, de ruimtelijke ontwikkelingen in en
de geschiktheid van de verschillende (ontwikkel)locaties. Daarnaast zijn advie-
om huidige en toekomstige stationsgebieden en dat extra landbouwgrond ont-
zen en handelingsperspectieven gegeven voor deze plekken.
trokken wordt ter compensatie van doorsnijding van natuurgebieden. Tegelijkertijd komt in de werksessie naar voren dat wanneer er wel een Lelylijn wordt aangelegd, agrarische bedrijven levensvatbaar moeten blijven met een gezond toekomstperspectief. Boeren willen ontzorgd worden. Het gaat dan niet alleen om geld, maar ook om instrumenten als kavelruil, ruilgrond, bedrijfsverplaatsing en stoppersregeling. Voorgesteld wordt om bij een vervolgstap met een “landbouwparagraaf” concreet invulling te geven aan een pakket van instrumenten om de agrarische sector toekomstperspectief te bieden. Vroegtijdig een Landbouw Effect Rapportage (LER) is wenselijk zodat bij de keuze van een route vooraf de effecten bekend zijn.
Gebiedspaspoorten
Internationaal Vergelijkingsonderzoek
De mogelijke realisatie van de Lelylijn heeft een grote impact op de mobiliteit
In opdracht van de projectorganisatie Lelylijn heeft de Rijksuniversiteit Gro-
en de economie, maar ook op landschap en natuur. Royal HaskoningDHV heeft
ningen een internationaal vergelijkingsonderzoek gedaan naar doelstellingen
daarom ingezoomd op vier natuurgebieden langs het Bundelingstracé A6/A7/A32:
en ruimtelijk-economische effecten van nieuwe hoogwaardige spoorlijnen in
- Natura 2000-gebied Leekstermeergebied en het gebied Westpoort-Matsloot (Groningen) - Natura 2000-gebied Van Oordt’s Mersken en de bossen van Beetsterzwaag (Fryslân) - Tsjûkemar (Fryslân)
het buitenland. Aanleiding, situatie en dus ook effecten van investeringen in spoorlijnen verschillen per land. Op basis van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de aanleg van de Lelylijn tot een kleine procentuele groei kan leiden in Noordelijk Nederland. Deze groei zal deels herverdelend en deels extra groei zijn. Agglomeratienadelen in de Randstad kunnen dit effect versterken.
- Ketelmeer (op de grens van Natura 2000-gebieden IJsselmeer en Ketelmeer/ Vossemeer in Flevoland) Samen met vertegenwoordigers van natuurorganisaties, gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk zijn voor ieder natuurgebied de gebiedskenmerken in kaart gebracht en is gekeken naar (meekoppel) kansen en bedreigingen.
Pag. 59
5 | BREDE WELVAART
Pag. 60
5. Brede Welvaart De laatste jaren richten Rijk, provincies en gemeenten hun beleid op het bereiken en
Onderstaande figuur 5.1 laat zien dat de brede welvaart ongelijk verdeeld is over
verbeteren van ‘brede welvaart’. Met ‘brede welvaart’ wordt bedoeld ‘alles wat het
Nederland. Hetzelfde geldt voor de bereikbaarheid per openbaar vervoer in figuur 5.2.
leven de moeite waard maakt’. Brede welvaart betekent meer dan geld en materiële
In beide gevallen springt Noordelijk Nederland er negatief uit.
goederen en diensten. Het gaat ook om factoren als gezondheid, veiligheid, de kwaliRangorde brede welvaart in Nederlandse gemeenten, 2019 teit van woon- en leefomgeving, kansengelijkheid en beschikbaarheid van maatschap-
pelijke voorzieningen als onderwijs. In dit hoofdstuk wordt gekeken wat de invloed van
Hoge welvaart
de Lelylijn is op de brede welvaart van de inwoners van (Noordelijk) Nederland. Hierbij Leeuwarden
is uitgegaan van de Lelylijn volgens het Bundelingsalternatief.
Groningen
Harlingen Heerenveen
a. Een bredere benadering voor de Lelylijn
Assen Emmen
Emmeloord Alkmaar
Nederland kent grote verschillen in brede welvaart tussen regio’s. Sommige gebieden
Lelystad
hebben te maken met gestapelde achterstanden op het gebied van gezondheid,
Meppel
Haarlem
Almelo
Almere Amsterdam Hilversum Leiden
inkomen, werkgelegenheid en toegang tot voorzieningen. Vaak is overheidsbeleid vooral gericht op de economisch sterke centra zoals de Randstad en Eindhoven,
Den Haag
waardoor de verschillen met de andere regio’s toenemen (Elke regio telt, 2023).
Rotterdam
Utrecht
Lage welvaart
Zwolle
Deventer Apeldoorn
Amersfoort
Hengelo Enschede
Arnhem Nijmegen
's-Hertogenbosch
Bij infrastructuurprojecten wordt traditioneel gekeken naar economische cijfers zoals het bruto binnenlands product (bbp) en het verminderen van
Middelburg
Tilburg Helmond
Vlissingen
fileproblemen (voertuigverliesuren). Deze aanpak pakt vaak ongunstig uit
Eindhoven
Venlo
Rangorde brede welvaart in Nederlandse gemeenten, 2019
voor regio’s met achterstanden, waar positieve bbp-effecten minder snel
zichtbaar zijn. Een gebied met minder inwoners heeft doorgaans ook minder
Hoge welvaart
Leeuwarden
Maastricht
Groningen
baarheid van openbaar vervoer. Kosten-batenanalyses vallen vaak negatief uit omdat Bron: PBL, gebaseerd op data uit 2019 Harlingen
Heerlen pbl.nl
files, maar kent andere bereikbaarheidsproblemen, bijvoorbeeld de beperkte beschik-
daarin niet naar de bredere effecten wordt gekeken. Alleen kijken naar bbp,Heerenveen inkomenAssen en reizigersaantallen geeft geen volledig beeld van de kwaliteit van leven in een regio Emmeloord
Alkmaar en dit vormt daardoor meestal geen goede maatstaf voor investeringen.
Lelystad
Emmen
Meppel
Lage welvaart
Zwolle
Haarlem Voor het project Lelylijn is nadrukkelijk gekozen voor een bredere Almere benadering, name-Almelo Amsterdam
Deventer
Hilversum lijk het inzichtelijk maken van brede welvaartsaspecten. Het principe van brede Leiden
Apeldoorn
Den Haag Amersfoort gezondwelvaart kijkt verder dan economische groei, namelijk ook naar welzijn, Utrecht Arnhem
Rotterdam heid, milieu, sociale cohesie en de kwaliteit van de leefomgeving. Deze benadering Nijmegen
Hengelo Enschede
Figuur 5.1 en 5.2 Rangorde brede welvaart
draagt bij aan het versterken van regio’s die nu achterblijven en's-Hertogenbosch zorgt ervoor dat
en OV-bereikbaarheid
investeringen niet alleen naar de sterke economische gebieden Tilburg gaan. Middelburg
Nederlandse gemeenten
Vlissingen
Helmond
Eindhoven
Venlo
Pag. 61
b. Definitie Brede Welvaart Brede welvaart wordt gemeten aan de hand van verschillende dimensies en indicatoren. In Nederland wordt dit vaak gedaan door de Monitor Brede Welvaart van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Brede welvaart omvat de kwaliteit van leven in het hier en nu, de effecten op toekomstige generaties en de invloed op mensen op andere plekken. Brede Welvaart omvat volgens het CBS de volgende acht thema’s:
De Friese paradox Bij gesprekken over Brede Welvaart komt vaak de zogenaamde ‘Friese paradox’ ter sprake: Fryslân doet het economisch gezien minder goed dan landelijk het geval is, maar als gekeken wordt naar de ‘zachtere’ factoren dan zijn de inwoners van Fryslân gelukkiger en gezonder dan de rest van Nederland. Dit lijkt een paradox, omdat je in veel onderzoeken het tegenovergestelde ziet: meer
1. Welzijn: tevredenheid met het leven en ervaren regie over het eigen leven.
economische welvaart betekent meer welzijn. Hoe kan Friesland zowel een
2. Materiële welvaart: gemiddeld inkomen en consumptie.
lagere welvaart (een lager gemiddeld inkomen en een lager bruto binnen-
3. Gezondheid: gezonde levensverwachting en mensen met overgewicht.
lands product) hebben als een hoog welzijn?
4. Arbeid en vrije tijd: tevredenheid werk en vrije tijd, arbeidsparticipatie, werkloosheid, reistijd.
Hiervoor worden meerdere verklaringen genoemd. Allereerst is dat de sociale
5. Wonen: tevredenheid met en kwaliteit van woning.
samenhang, Mienskip. Mensen hebben meer contact met elkaar, er is meer
6. Samenleving: vertrouwen, sociaal contact, inspraak, vrijwilligerswerk, normen
verenigingsleven, er zijn meer sociale verbanden. Een tweede factor is het
en waarden.
landschap en de rust en natuur, waar mensen bovengemiddeld aan hechten.
7. Milieu: hoeveelheid natuur, stikstofuitstoot, luchtkwaliteit, milieuproblemen.
En ten derde worden vaak de Friese identiteit, taal en cultuur aangehaald als
8. Veiligheid: (on)veilig voelen, criminaliteit.
verbindende elementen, die mensen het gevoel geven ergens bij te horen.
LIG
E IËL T TER MA LVAAR WE
HE
ID
BREDE WELVAART
ZO N
WO N
Figuur 5.3 De acht thema’s
DH
EID
& EID ARB TIJD JE VRI
EN
SA
GE
ING
LEV
N ME
onvoldoende is.
WE LZ
U
IE MIL
VEI
De les is dat alleen een economische en cijfermatige benadering van welvaart
IJN
Voor het onderzoek naar de Lelylijn zijn ook deze thema’s gebruikt.
van brede welvaart volgens het Sociaal Planbureau
Pag. 62
c. Onderzoeksaanpak
internationale onderzoek naar de Lelylijn ook gekeken naar het effect van het verbete-
Om te ontdekken hoe de Lelylijn invloed kan hebben op de brede welvaart zijn er ver-
ren van de internationale verbinding via de Lelylijn op de Brede Welvaart.
schillende methoden gebruikt.
Met de informatie uit al deze onderzoeken geeft dit hoofdstuk een overzicht van de effecten op de Brede Welvaart als gevolg van de Lelylijn.
Participatieve Waarde Evaluatie (Raadpleging Lelylijn) Ruim 11.000 mensen hebben meegedaan aan een enquête waarin zij konden aangeven welke brede welvaartsthema’s voor hen belangrijk zijn. Deelnemers vonden de volgende vijf zaken het meest belangrijk: een snelle verbinding, behoud van landschap en natuur, goed voor het milieu, meer werkgelegenheid en een sterkere economie.
Een scenario-onderzoek onder inwoners CMO-STAMM en Planbureau Fryslân hebben een verdiepend brede welvaartsonderzoek onder bewoners uitgevoerd. Hiervoor zijn elf workshops georganiseerd in Leeuwarden, Groningen, Heerenveen, Drachten, Leek/Tolbert en Emmeloord. In totaal namen 141 mensen deel, van scholieren en studenten tot werkenden en gepensioneerden. De deelnemers gingen met elkaar in gesprek over wat de Lelylijn voor hen zou betekenen. Zouden ze hun leven anders inrichten? Welke positieve en negatieve effecten verwachten ze op hun dagelijks leven? Gaan ze anders wonen, werken of studeren? Deze inzichten zijn waardevol om te begrijpen hoe mensen de brede welvaart
Relatie Brede Welvaart en projectdoelstellingen Het onderzoek naar de brede welvaart staat niet op zichzelf. Het vergroten van de brede welvaart is een belangrijk opgave en zit daarom verweven in de hele projectaanpak van de Lelylijn. In de figuur op de volgende bladzijde wordt de relatie tussen de thema’s van brede welvaart, de projectdoelstellingen van de Lelylijn en de opgaven inzichtelijk gemaakt. Niet elk thema is even belangrijk of de Lelylijn heeft er maar beperkt invloed op. Een investering in een spoorlijn is geen duizend dingen doekje. Het vergroten van de bereikbaarheid, verkorten van reistijd en het verbeteren van (de robuustheid van) het nationale spoornnetwerk, dat is waar de Lelylijn direct invloed op heeft. Deze betere bereikbaarheid leidt vervolgens tot het aantrekken van meer banen, woningen en voorzieningen en daarmee tot een grotere leefbaarheid in de regio. Tot slot is een goede bereikbaarheid voor iedereen, dus ook voor niet-autobezitters, een randvoorwaarde
nu en in de toekomst verwachten te ervaren.
om mee te doen aan de samenleving. De Lelylijn draagt zo bij aan kansengelijkheid,
Overige onderzoeken
Aan de hand van de acht thema’s van brede welvaart worden de verwachte effecten,
In het kader van een programmatische samenwerking van TNO met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is TNO samen met de VU aan de slag gegaan voor het project Lelylijn om een aantal aspecten van brede welvaart kwantitatief in kaart te brengen met behulp van een gecombineerd ruimtelijk economisch- en vervoersmodel. Het volledige onderzoek was niet op tijd gereed voor vaststelling door de Stuurgroep.
rechtvaardigheid en keuzevrijheid.
direct en indirect, kwalitatief en kwantitatief, beschreven. Overall is de verwachting, van zowel de onderzoeken als de verwachtingen die mensen zelf uitspreken, dat de positieve effecten van de Lelylijn op de brede welvaart groter zijn dan de negatieve effecten.
Voor de volledigheid is een korte beschrijving van de huidige stand van het onderzoek aan het eind van dit hoofdstuk opgenomen. Daarnaast is er binnen de NOVEX-werklijn extra onderzoek gedaan naar de effecten op de woningmarkt en de economie. Ook zijn er onderzoeken gedaan naar de effecten op natuur en landschap. Het onderzoek naar de Lelylijn-alternatieven geeft inzicht in de verbeterde bereikbaarheid als gevolg van de Lelylijn met informatie over de verbetering van de bereikbaarheid (reistijden en reistijdwinsten). Tot slot is er binnen het
Ruim 11.000 mensen hebben meegedaan aan een enquête waarin zij konden aangeven welke brede welvaartsthema’s voor hen belangrijk zijn. Pag. 63
Brede welvaartsthema’s
Arbeid en vrije tijd: Balans werk en privé
Doelstellingen Lelylijn
De Lelylijn als backbone van de versterking van de economie van (Noordelijk) Nederland.
Opgaven
• Economische kernen in Noordelijk Nederland zijn onvoldoende verbonden met de rest van Nederland • Dit remt innovatievermogen Noordelijk-Nederland
Materiële welvaart: Inkomen en bezittingen
Samenleving: Sociale cohesie en betrokkenheid
Wonen: Kwaliteit en betaalbaarheid van woningen
Welzijn: Geluk en tevredenheid
Gezondheid: Fysieke en mentale gezondheid
Milieu: Kwaliteit van lucht, water en natuur
Veiligheid: Gevoel van veiligheid en criminaliteit
• Sterke internationale kennispositie van Noordelijk Nederland wordt niet door Nederland benut De Lelylijn als een snelle en rechtstreekse betrouwbare spoorverbinding tussen Noordelijk Nederland en de Randstad (Groningen/ Leeuwarden – Lelystad), waarbij de bereikbaarheid in de Noordelijke regio’s verbetert en een betere verbinding met Duitsland mogelijk wordt gemaakt.
de Lelylijn zorgt voor een betere ontsluiting van de huidige woningbouw en verwachte groei van de woningbouw die gepaard kan gaan met realisatie van de Lelylijn
de Lelylijn draagt bij aan het dichter bij elkaar brengen van de regio’s in Nederland.
•K wetsbaarheid: één verbinding zonder alternatief + flessenhals Meppel • Lange reistijd, ‘Het Noorden is ver weg’
•W oningtekort ook in Noordelijk Nederland • Ruimtetekort Randstad • Verouderde woningen en buurten in Noordelijk Nederland, opgave relatief groot
•K loof tussen rijk en arm / Randstad en regio groeit •M inder keuze in wonen, werken en opleidingen in de regio • (Basis) voorzieningen op steeds grotere afstand
de Lelylijn draagt bij aan het bevorderen van een duurzame vervoerswijze en kan daarmee een bijdrage leveren aan de klimaatdoelen.
•G roeiende vraag naar mobiliteit, keuzemogelijkheden in Noordelijk Nederland beperkt • Emmeloord en Drachten hebben geen station, hoge autoafhankelijkheid • 26% van de mensen heeft geen auto of rijbewijs
Pag. 64
d. Verwachte effecten De mogelijke effecten van de Lelylijn op de brede welvaart zijn hieronder per thema in kaart gebracht.
I. Arbeid en vrije tijd Positieve effecten
Negatieve effecten - Meer concurrentie: Lokale bedrijven kunnen te maken krijgen met meer concurrentie van nieuwkomers.
- Kortere reistijden: Mensen kunnen sneller reizen, wat tijd bespaart voor werk en vrije tijd. Dit kan de balans tussen werk en privé verbeteren. Dit verhoogt de levenskwaliteit en arbeidsparticipatie. - Meer recreatiemogelijkheden: Betere verbindingen maken het makkelijker om vrijetijdsactiviteiten te ondernemen, zowel binnen als buiten de regio. - Behoud van talent: Jongeren en hoogopgeleiden blijven eerder in de regio als er
Verwachte aantal banen - Zonder Lelylijn: Verwachte groei van 62.000 banen tussen 2022 en 2050. - Met Lelylijn: Extra groei van 30.000 tot 70.000 banen bovenop de verwachte groei zonder Lelylijn.
meer kansen en voorzieningen binnen bereik zijn.
Negatieve effecten
III. Samenleving
- Drukte bij recreatie: Meer bezoekers van buitenaf kan leiden tot drukte bij lokale recreatieve voorzieningen. - Toename van lange-afstandspendel: Mensen kunnen verder van hun werk gaan wonen, wat mogelijk tot meer pendelverkeer leidt.
Positieve effecten - Vitaliteit van dorpen en steden: Meer bewoners en activiteiten houden kernen levendig. - Meer diversiteit: Instroom van nieuwe bewoners kan leiden tot een inclusievere
II. Materiële welvaart Positieve effecten - Meer werkgelegenheid: De Lelylijn vergroot de toegang tot een bredere arbeidsmarkt, wat kan leiden tot meer beschikbare (en passende) banen en inkomensgroei. - Aantrekkelijk voor bedrijven: De regio wordt interessanter voor bedrijven om zich te vestigen, wat de economie versterkt. - Stimulans voor innovatie: Meer bedrijven en concurrentie kunnen innovatie bevorderen.
samenleving. - Rechtvaardigheid en vertrouwen: Bewoners ervaren het als oneerlijk dat in ‘hun’ regio minder wordt geïnvesteerd en dat eerdere beloftes niet zijn nagekomen. Een investering in de Lelylijn is daarom in de ogen van inwoners uit Noordelijk Nederland en uit de rest van Nederland rechtvaardig en zal het vertrouwen in overheid en politiek vergroten.
Negatieve effecten - Verlies van dorpsgevoel: De komst van nieuwe mensen kan het gevoel van lokale samenhang verminderen.
- Grotere arbeidsmarkt: Bedrijven kunnen makkelijker geschikt personeel vinden door een groter zoekgebied.
Pag. 65
IV. Wonen
V. Welzijn
Positieve effecten
Positieve effecten
- Nieuwe woonmogelijkheden: De Lelylijn geeft mogelijkheden voor gebiedsontwik-
- Meer kansen: De Lelylijn zorgt voor meer keuzevrijheid en kansen in opleidingen
keling voor wonen en werken bij de halteplaatsen aan de Lelylijn, maar ook in
en banen. De reistijd voor studenten vanuit Emmeloord naar Groningen bedraagt
verder gelegen kleinere kernen. Dit geeft meer keuzevrijheid bij het zoeken naar een
slechts 35 minuten via de Lelylijn. De huidige reistijd is 1,5 uur met de bus.
woning. - Waardestijging woningen: Bewoners met een koopwoning kunnen profiteren van de waardestijging van hun woning. De stijging van huizenprijzen verkleint de verschillen in huizenprijzen in Nederland, waardoor zij makkelijk kunnen verhuizen. - Herstructurering: Waardestijging en bouwen in grotere dichtheden en volumes zorgt voor een impuls voor de herstructureringsopgave (aanpak verouderde woningen en buurten). Dit zorgt voor meer leefbaarheid. - Bescherming van natuur en landbouw: Door geconcentreerde bouw (verdichting in plaats van uitbreiding) kan de druk op natuur en landbouwgrond verminderd worden.
Negatieve effecten
- Toegang tot voorzieningen: Mensen kunnen makkelijker gebruik maken van culturele, sportieve en sociale voorzieningen. Dit geldt voor iedereen maar is extra van belang voor jongeren, ouderen en mensen zonder rijbewijs of auto. - Verbondenheid met Nederland: Verbeterde verbindingen tussen steden en dorpen vergroten de sociale cohesie en versterken het gevoel onderdeel te zijn van het hele land.
Negatieve effecten - Verlies van rust: Meer drukte kan ten koste gaan van de rust en ruimte die mensen nu ervaren. - Verandering in gemeenschap: De lokale identiteit en saamhorigheid kunnen onder druk komen te staan.
- Betaalbaarheid: Stijgende huizenprijzen kunnen het moeilijker maken voor lokale inwoners om een betaalbare woning te vinden. - Verdringing: Bestaande bewoners kunnen verdrongen worden door nieuwkomers
VI. Gezondheid
met hogere inkomens.
Aantal woningen - Zonder Lelylijn: Groei van 66.000 extra woningen (+18%) ten opzichte van huidige situatie. - Met Lelylijn: Extra groei tussen 55.000 en 115.000 woningen ten opzichte van autonome ontwikkeling.
Positieve effecten - Betere toegang tot zorg: De verbeterde bereikbaarheid en kortere reistijd maken het makkelijker om naar (specialistische) ziekenhuizen en andere zorginstellingen te gaan. - Meer beweging: Mensen zullen vaker lopen of fietsen naar het station (in plaats van direct in de auto te stappen), wat goed is voor de gezondheid.
Negatieve effecten - Overlast tijdens de bouw: De aanleg van de spoorweg kan tijdelijke negatieve effecten hebben op de lokale gezondheid door geluidsoverlast en vervuiling tijdens de bouw.
Pag. 66
VII. Milieu Positieve verwachtingen
e. Doelgroepen De klankbordgroep Brede Welvaart heeft de aanbeveling gedaan om de brede welvaartseffecten voor verschillende doelgroepen in kaart te brengen. De ervaren brede welvaart verschilt namelijk per persoon en per levensfase.
- Duurzaam vervoer: De Lelylijn draagt bij aan bevordering van duurzame vervoersopties. Inwoners krijgen namelijk meer keuze en toegang tot collectief
Scholieren en Studenten:
vervoer.
Scholieren en studenten maken veel gebruik van het openbaar vervoer voor hun
Mogelijke negatieve verwachtingen - Impact op natuur: De aanleg van spoorwegen heeft natuurgebieden en
dagelijkse reis naar onderwijsinstellingen. Ze vormen een belangrijke groep omdat zij de toekomstige beroepsbevolking vertegenwoordigen en hun mobiliteit en toegang tot onderwijs directe invloed heeft op hun welzijn en toekomstige kansen.
biodiversiteit, zoals versnippering van leefgebieden en verstoring van lokale ecosystemen. - Vervuiling tijdens de bouw: Er is een kans op milieuschade tijdens de bouwfase.
Uitkomsten: Scholieren en studenten verwachten over het algemeen veel positieve brede welvaartseffecten van de Lelylijn. Vooral op het gebied van arbeid en vrije tijd, materiële welvaart, en welzijn zijn ze positief. Wonen en veiligheid worden het meest negatief be-
VIII. Veiligheid
oordeeld. Voor scholieren en studenten, de doelgroep waar velen nu nog niet zelfstandig wonen, maar dat in de toekomst wel willen, zal dit een sterk negatief effect kunnen hebben op de brede welvaart. Woningbouw zal zich (ook) moeten richten op starters in
Positieve effecten
de woningmarkt.
- Minder verkeersongelukken: Deelnemers aan het kwalitatieve onderzoek verwachten dat er relatief meer mensen met het openbaar vervoer zullen reizen door de komst van de Lelylijn wat leidt tot minder verkeersslachtoffers. - Levendigheid rond stations: Meer activiteit kan het gevoel van sociale veiligheid verhogen.
Negatieve effecten - Risico op criminaliteit: Drukte rond stations kan ook leiden tot meer diefstal of vandalisme. - Veiligheidsrisico’s tijdens bouw: De aanleg van de spoorlijn kan tijdelijke risico’s met zich meebrengen.
Pag. 67
Werkenden / Forensen:
Gepensioneerden:
Mensen in de werkzame leeftijd, hier opgenomen onder de noemer werkenden / fo-
Gepensioneerden hebben specifieke behoeften aan mobiliteit, vooral voor sociale
rensen, pendelen tussen hun woonplaats en werkplek, vormen een cruciale doelgroep.
contacten, toegang tot zorg en recreatie. Voor deze groep kan de Lelylijn bijdragen
De Lelylijn kan hun reistijd verkorten en de bereikbaarheid van werkgelegenheid
aan een betere toegang tot voorzieningen en sociale netwerken, wat hun algeme-
vergroten, wat kan leiden tot een betere balans tussen werk en privé en verhoogde
ne welzijn en kwaliteit van leven kan verbeteren.
arbeidsparticipatie.
Uitkomsten:
Uitkomsten:
Werkenden / forensen hebben voor alle aspecten van brede welvaart een positieve,
Gepensioneerden laten een iets kritischere houding zien. Deze doelgroep verwacht de
dan wel neutrale verwachting van de Lelylijn. Opvallend is dat effecten op wonen door
meeste positieve effecten op het gebied van arbeid en vrije tijd en de samenleving, en
deze groep meer positief dan negatief worden verwacht. Een verklaring hiervoor zou
is vooral negatief over de effecten op wonen en het milieu.
kunnen zijn dat mensen in de werkzame leeftijd al een huis hebben gekocht, of in een huis wonen waar ze willen blijven wonen in de toekomst. De stijging van de huizenprijzen zal juist voor deze groep een positieve invloed hebben op de brede welvaart, omdat mensen hun eigen huis in waarde zien stijgen.
Planbureau Fryslân (2022) concludeerde in eerder panelonderzoek dat jongvolwassenen vaker positief zijn over de Lelylijn dan pensioengerechtigde inwoners. De verklaring daarvoor is dat voor hen de te verwachten voordelen op het gebied van werk zwaarder wegen. Voor pensioengerechtigde leeftijdsgroepen wegen juist de te verwachten nadelen op het gebied van natuur en gemeenschapszin zwaarder.
Pag. 68
Voorlopige uitkomsten ruimtelijk evenwichtsonderzoek TNO in samenwerking met VU
De voorlopige uitkomsten van dit onderzoek hebben sterke overeenkomsten met
Door TNO en VU is er een modellenonderzoek gedaan naar brede welvaartseffec-
gebieden zwaarder en worden OV-effecten vaak onderschat en levert daarmee
ten van de Lelylijn. Dit onderzoek heeft zich op kwantitatieve effecten gericht, zoals huizenprijzen, verhuisbewegingen, aantal werkenden; aspecten die vooral economisch van aard zijn. Het samenvoegen van het ruimtelijk economische model en het vervoersmodel is nieuw en het controleren (kalibreren) van de modeluitkomsten heeft langer geduurd dan verwacht. Het onderzoek was hierdoor niet op tijd gereed. Hieronder
de uitkomsten van eerdere MKBA-studies naar de Zuiderzeelijn (de voorloper van de Lelylijn). Daarin wegen -voornamelijk economische- effecten in dichtbevolkte geen nieuwe beslisinformatie op. De vraag aan TNO was om inzicht te bieden in de mogelijke bijdrage aan economische structuurversterking, kansengelijkheid en brede welvaart in het Noorden. Om de welvaartseffecten in brede zin voor Noordelijk Nederland te onderzoeken, is meer dan een economische en financiële benadering nodig. Bijvoorbeeld vragen
staat in het kort een aantal voorlopige resultaten.
over de sociale veiligheid, het subjectieve welzijn, het wegen van verdelingseffecten,
Als gevolg van de reistijdwinst trekken (vooral) de halteplaatsen langs de route
een andere (investerings-)logica nodig conform Elke Regio Telt. Dit is een andere
mensen en banen aan, waardoor positieve effecten ontstaan in die gebieden. De effecten zijn het grootst in de Noordoostpolder, in Zuidoost-Fryslân en in en rondom de stad Groningen. Echter, in andere delen van Nederland vertrekken mensen en banen, wat daar voor negatieve effecten kan zorgen. De bereikbaarheid van banen en voorzieningen neemt toe voor inwoners van Noordelijk Nederland door het toevoegen van extra bereikbaarheid per openbaar vervoer.
rechtvaardigheid en kansengelijkheid. Om daar antwoord op te kunnen geven, is aanpak dan nu door TNO gevolgd is. De Stuurgroep Lelylijn heeft op 25 oktober 2024 geconcludeerd dat er voldoende beslisinformatie is voor het Bestuurlijk Overleg MIRT op 6 november 2024. De modelanalyse van TNO/VU wordt daarom niet verder afgerond. In een volgende fase zal worden gekeken op welke onderdelen mogelijk nog vervolgonderzoek nodig is.
Het model voorspelt ook hogere huizenprijzen in Noordelijk Nederland. Dit is overwegend positief voor huizenbezitters en maakt de verschillen op de woningmarkt met de rest van het land kleiner, maar kan nadelig zijn voor mensen met lagere inkomens en starters. In het model wordt de aanname gedaan de Lelylijn grotendeels te financieren door extra belastingen te heffen. Dit zorgt ervoor dat er een negatief effect is voor gebieden die niet profiteren van de betere bereikbaarheid en verkleint de positieve effecten voor Noordelijk Nederland.
Pag. 69
6 | INTERNATIONAAL
Pag. 70
6. Lelylijn Internationaal Naast het versterken van binnenlandse en regionale verbindingen kan de Lelylijn gaan functioneren als onderdeel van een internationaal netwerk van spoorverbindingen en bijdragen aan het verbeteren van de verbinding met Duitsland. De Lelylijn is in 2024 opgenomen in het uitgebreide TEN-T-netwerk. In dit hoofdstuk wordt het onderzoek
1. Het verbeteren van de interregionale verbinding Groningen-Bremen (figuur 6.1, Wunderline plus); 2. De Lelylijn als schakel in het Noordwest-Europese spoornetwerk (zie figuur 6.2) en de kansen voor de verbetering van de as Parijs-Brussel-Amsterdam, via GroningenBremen-Hamburg, en verder richting Kopenhagen-Scandinavië.
naar de internationale component van de Lelylijn toegelicht.
a. Opgave grensregio’s en de internationale verbinding De grensregio's aan beide zijden van de Nederlands-Duitse grens kampen met vergelijkbare problemen. Ze zijn dunbevolkt en hebben te maken met vergrijzing en wegtrekkende jongeren. Beperkte economische kansen, voornamelijk MKB en industrie, en een tekort aan goed openbaar vervoer dragen bij aan deze uitdagingen. Bedrijven vinden moeilijk personeel en opleidingsplaatsen blijven onbezet. Dit betekent dat de verbetering van de internationale verbinding bij moet dragen aan: - ‘blijverschap’, voor jongeren en starters op de arbeidsmarkt, - versterking van nieuwe economische sectoren, - het aantrekken van mensen en gezinnen van buiten, om zich te vestigen, voor recreatie, stages en werk.
Figuur 6.2 Noord-West Europese
Er is in het Internationale Lelylijn onderzoek op twee schaalniveaus gekeken naar de
spoorkaart
verbetering van de internationale verbinding:
Figuur 6.1 Tracé Groningen - Bremen
Pag. 71
Voor beide is het effect op de brede welvaart in beeld gebracht, waarbij vooral naar het effect op de regionale brede welvaart is gekeken, omdat daar de opgave het grootst is.
Rechtstreekse verbindingen Amsterdam-Groningen-Bremen met snelheidsverhogingen - Bij een snelheidsverhoging naar 160 km/uur neemt het aantal reizigers op de as Amsterdam-Groningen-Bremen toe. De internationale Lelylijn-corridor wordt
De Wunderline: de schakel tussen Groningen en Bremen De Wunderline is de huidige internationale verbinding tussen Groningen en Bremen. Deze spoorlijn wordt stapsgewijs verbeterd waarbij als eerste stap de spoorverbinding tussen Groningen en Leer hersteld wordt, met als belangrijk onderdeel de herbouw van de Friesenbrücke. In 2025 zal de reistijd tussen Groningen en Bremen worden verkort van 2 uur en 43 minuten naar 2 uur en 26 minuten. Een verdere versnelling naar 2 uur en 11 minuten is gepland binnen het project Wunderline, mits aanvullende financiering wordt gevonden.
daarmee belangrijker voor langeafstandreizigers. Het aantal jaarlijkse reizigers stijgt naar ongeveer 1 miljoen, ofwel 3.000 reizigers per dag. Vooral de verbindingen tussen Groningen en Hamburg en tussen Amsterdam en Bremen profiteren. - Met een snelheid van 200 km/uur groeit het aantal reizigers verder naar zo'n 2,5 miljoen per jaar, circa 7.500 reizigers per dag. De verbinding tussen de Randstad en Noord-Duitsland wordt aantrekkelijker. Ook reizigers tussen België (Antwerpen en Brussel) en Noord-Duitsland (Bremen en Hamburg) gaan meer gebruikmaken van deze route. - Bij een hogesnelheidslijn van 300 km/uur stijgt het aantal reizigers naar ongeveer 3,5 miljoen per jaar, zo'n 10.000 reizigers per dag. De route wordt dan een
b. Verwachte reizigersaantallen
volwaardig onderdeel van het internationale hogesnelheidsnetwerk, dat ook reizigers aantrekt tussen Parijs en Londen naar Noord-Duitsland en verder.
Huidige situatie De huidige verbindingen tussen de Randstad en Berlijn, Bremen en Hamburg zijn snel-
c. Kosten
ler en aantrekkelijker via Twente dan via Groningen. Jaarlijks maken ongeveer 100.000
Op basis van de uitgevoerde quickscan zijn de benodigde investeringen als volgt:
langeafstandsreizigers gebruik van de route van Groningen naar Bremen of Hamburg, wat neerkomt op zo'n 300 reizigers per dag.
• 160 km/uur: Extra investeringen van €3,5 miljard voor het traject Groningen-Bremen, waarvan de helft in Nederland. • 200 km/uur: Ongeveer €9 miljard voor nieuwe infrastructuur, deels in Nederland. • 300 km/uur: Tot €15,5 miljard (waarvan ruim een derde in Nederland) voor een volledig nieuwe spoorlijn van Groningen (Onnen) tot Bremen, exclusief de kosten voor de Lelylijn zelf. Het is hierbij ook noodzakelijk om de Lelylijn als 300 km/uur uit te voeren, wat ook extra kosten met zich meebrengt.
Invloed op goederenvervoer De impact van de Lelylijn op het goederenvervoer is beperkt. De huidige goederenlijnen in Noord-Nederland worden weinig gebruikt voor goederen en er is weinig groei voorzien. Capaciteitsknelpunten zullen niet, tot zeer beperkt, worden verminderd.
Pag. 72
d. Brede welvaart: effect op de regio Het verbeteren van de treinverbindingen heeft een directe invloed op de brede wel-
pen en het onderlinge vertrouwen. De totale hoeveelheid kapitaal moet gelijk blijven of
vaart in de grensregio's. In het onderzoek Lelylijn Internationaal wordt het effect op de
groeien om ook in de toekomst voldoende brede welvaart te creëren.
brede welvaart in kaart gebracht aan de hand van vier soorten ‘kapitaal’. Het menselijk kapitaal omvat gezondheid, arbeid en opleiding. Economisch kapitaal betreft infrastructuur, technologie en kenniskapitaal. Natuurlijk kapitaal bestaat uit natuur, milieu en grondstoffen. Tot slot omvat sociaal kapitaal de sociale verbanden, gemeenschap-
In onderstaande tabel wordt per 'kapitaal', op regionaal en internationaal niveau, kort benoemd welke brede welvaartseffecten te verwachten zijn naar aanleiding van de treinverbinding Groningen – Bremen.
Internationale Lelylijn Kapitaal
(Inter)Regionale lijn Internationaal effect
+ Betere bereikbaarheid van werk, zorg en onderwijs. Menselijk
Stimulering van gezonde mobiliteit (lopen en fietsen naar stations).
Regionaal effect
+/o Nationale voorzieningen beter verbonden, maar meerwaarde buiten Groningen beperkt.
Economisch
Versterkte samenwerking tussen zorginstellingen en universiteiten. Betere match tussen werkgevers en werknemers.
Regio profiteert niet mee door lage dynamiek en grote afstanden. Contrasten worden groter en ongelijkheid stad-regio neemt toe.
Overlast (geluid en trillingen) bij opwaardering van het bestaande traject naar 160 km/uur.
+
o/-
+/o Kleinere steden en regio’s profiteren van betere verbindingen. Vooral rondom Groningen, verder beperkt.
Economische specialisatie en samenwerking.
o/In de regio’s kan zelfs een negatief effect optreden: Economische kerngebieden concentreren zich rond de internationale knooppunten (mogelijk ten koste van de regio).
Positief agglomeratie-effect Emden-Leer-Papenburg.
+/Natuurlijk
Betere ontsluiting van natuur- en recreatiegebieden. Stimulering van duurzaam toerisme.
+/o Internationale treinverbindingen als alternatief luchtvaart (effect mogelijk kleiner dan via Osnabrück)
o/Potentieel negatief effect door een nieuwe doorsnijding en milieuhinder.
Mogelijkheid om toegang tot groen te verbeteren, mits infrastructuur goed wordt ingepast.
+ Sociaal
Verbeterde verbinding van gemeenschappen, meer blijverschap. Aantrekken mensen van buitenaf.
+
-
M.n. de stad Groningen profiteert en gaat van perifeer naar centraal gelegen in het HLS-net
Draagt niet bij aan regionale opgaven, door contrasten in bereikbaarheid en dynamiek kan verdere ontgroening optreden.
Meer kansen voor ontplooiing.
Pag. 73
e. Conclusies Uit het onderzoek Lelylijn Internationaal valt het volgende te concluderen: - Het verbeteren van de interregionale verbinding tussen Groningen en Bre-
- Er liggen kansen vanuit Groningen richting Brussel en Parijs. De vervoer-
men is het meest kansrijk. Een regionale lijn tussen Groningen, Leer, Olden-
waarde lijkt op dat traject interessant en hier zal in de vervolgfase aandacht aan
burg en Bremen ondersteunt de brede welvaart aan beide zijden van de grens.
besteed moeten worden. Dat komt grotendeels omdat de infrastructuur er al ligt
Er is reizigerspotentieel voor deze regionale verbinding (10 keer meer reizigers
en je een nieuwe rechtstreekse verbinding maakt.
dan nu). Daarvoor zijn verdere investeringen in de Wunderline nodig. - Algemeen: Investeren in de regionale verbinding tussen Groningen en - Een snelle internationale lijn, zonder stops in kleinere plaatsen, heeft voor-
Bremen biedt meer voordelen voor de brede welvaart in de grensregio dan
alsnog minder meerwaarde voor de regio. Het reizigerspotentieel is lager dan
een snelle internationale lijn zonder tussenstops. Een focus op interregionale
in de Lelylijn zelf en regionale knooppunten worden overgeslagen. Plaatsen als
versterking draagt bij aan duurzame economische ontwikkeling, betere bereik-
Leer, Bad Nieuweschans en Winschoten profiteren niet. Afstanden zijn te groot;
baarheid en behoud van werkgelegenheid en inwoners.
onderlinge relaties te zwak. Dat geeft het risico op regionale verschuiving. Jongeren en werkgelegenheid trekken nog meer naar Groningen of Bremen. Dit kan de brede welvaart in tussenliggende regio's negatief beïnvloeden. - Er zijn beperkte voordelen van een internationale verbinding op nationale schaal. Voor Groningen is er enige winst richting Bremen, maar de impact op steden als Amsterdam en Hamburg is klein. De route via Osnabrück blijft sneller voor reizen tussen de Randstad en Hamburg en vice versa. Alleen bij snelheden van 200-300 km/uur is de route via Groningen sneller dan via Osnabrück. Dit vereist wel forse investeringen: €9 miljard voor 200 km/uur, tot €15,5 miljard voor 300 km/uur. Dit is exclusief de kosten voor de Lelylijn tot en met Groningen. Desondanks lijkt een betere internationale verbinding op de lange termijn een logische vervolgstap, ook om vliegverkeer binnen Europa terug te dringen.
Pag. 74
7 | OMGEVINGSMANAGEMENT EN PARTICIPATIE
Pag. 75
Wij delen openlijk onze zoektocht
Een greep uit wat we organiseerden
In december 2022 zijn we gestart met het onderzoek naar de Lelylijn. Ons uitgangs-
6
2
congressen
bustours
13
6
punt bij het onderzoek was: wij delen openlijk onze zoektocht. We betrokken inwoners, organisaties en deskundigen. Op allerlei manieren haalden we in achttien maanden kennis, input, meningen en aandachtspunten op. Dit deden we op
8
35
maakdagen
collegebezoeken
verschillende manieren, van congressen en maakdagen, tot social media en jongerenbijeenkomsten. Om een indruk te geven, zie je op deze pagina in vogelvlucht wat we hebben gedaan.
4
11.000
overleggen met de Adviesraad Lelylijn
25
inwoners
3
brede doelgroep,
provincies
6
200
waterschappen
onder andere:
bestuurlijke informatiebijeenkomsten
6
ministeries
We betrokken een
4
provinciale oploopjes
15
natuursessies
sessies met het Wetenschappelijk Adviesteam
bijeenkomsten met jongeren
10
4
10
oploopjes Den Haag
thema werksessies
gemeenten
10
Met wie gingen we allemaal in gesprek?
8
ontwerpateliers Alternatievenonderzoek
7
focusgroepen Brede Welvaart
volksvertegenwoordigers
bezoeken aan regionale samenwerkingsverbanden
8
Raads-, Staten- en commissievergaderingen
4
bijeenkomsten met klankbordgroepen
Advies en kennis van deskundigen Om te onderzoeken wat de meerwaarde van de Lelylijn is, bundelden we de kennis en ervaring van verschillende deskundigen en organisaties. Zo betrokken we onder andere deskundigen en medewerkers van: ProRail.
Rijkswaterstaat.
.
Kracht van het Noorden.
Bouwend Nederland. Noorderpoort
.
.
Rover.
ANWB.
.
MKB-Noord.
.
TU Delft.
.
.
Philips Drachten.
NHL Stenden.
NOM.
Studenten Adviescommissie
.
.
NS.
.
Natuur & Milieufederatie.
Bernlef.
.
UMCG.
.
.
It Fryske Gea.
Oude Riet
.
Groningen Seaports.
.
Horizon Flevoland.
.
Arriva.
.
Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland (FMN).
Economic Board Noord Nederland.
.
.
.
.
..
Initiatiefgroep Lelylijn.
.
.
Rijksuniversiteit Groningen.
.
TenneT.
.
VNO NCW.
.
.
Dienst Cultureel Erfgoed.
.
.
Airport Eelde
LTO Noord.
.
In beeld We waren tijdens het onderzoek op allerlei manieren in beeld in de media. Zo verschenen in totaal bijna 100 krantenberichten in diverse kranten en 75 social media berichten van de Lelylijn en 750 over de Lelylijn en verschenen er 15 nieuwsbrieven.
Het Flevo landschap.
.
Firda.
.
Pag. 76
7. O mgevingsmanagement en participatie: Dialoog met de omgeving
c. 2e helft 2023: Betrekken bestuurders en verwerken input raadpleging In de tweede helft van 2023 is een eerste ronde bestuurlijke informatiebijeen-
a. Wat hebben we gedaan?
komsten gehouden. Hierbij zijn de resultaten van de Lelylijn raadpleging gedeeld met
Tijdens het onderzoek naar de Lelylijn is er veel interactie geweest met de omgeving,
bestuurders en volksvertegenwoordigers, net als de eerste mogelijke Lelylijn-alterna-
zoals het overzicht op de vorige pagina laat zien. Er is nog geen sprake van het daad-
tieven en de verkennende ‘Houtskoolschets voor het Ontwikkelperspectief’.
werkelijk ontwerpen of aanleggen van de Lelylijn, maar dit gecombineerde MIRT- en NOVEX-onderzoek is wel een eerste stap op weg daarnaar toe. Het aanleggen van de
Naar aanleiding van de uitkomsten van de raadpleging Lelylijn zijn in oktober 2023
Lelylijn, met bijbehorende woningbouw en economische ontwikkeling, is een groot-
de projectdoelstellingen aangescherpt door de Stuurgroep. De vele opmerkingen en
schalige aanpassing in de ruimtelijke omgeving. Daarom zijn in deze vroege fase zo
suggesties die zijn gedaan door de deelnemers aan het onderzoek zijn meegegeven als
veel mogelijk betrokkenen geraadpleegd, inwoners, (potentiële) reizigers, maatschap-
input voor het ruimtelijke onderzoek, het onderzoek naar de Lelylijn-alternatieven, het
pelijke organisaties, bedrijven en (regionale) overheden.
onderzoek naar brede welvaart en het internationale onderzoek. Tenslotte zijn de zorgen over landbouw en natuur en de inbreng van jongeren in het onderzoek aanleiding
Doel van al deze contacten en activiteiten was het ophalen van kennis en informatie
geweest om in 2024 met deze partijen nader in gesprek te gaan.
en het delen van onze (tussen)resultaten. Met de inbreng uit al deze gesprekken, bijeenkomsten en de raadpleging Lelylijn zijn de resultaten van het onderzoek verrijkt en hebben we een goed beeld gekregen van de belangen en aandachtspunten in de omgeving van de Lelylijn. Hieronder een korte schets wat de afgelopen twee jaar is gedaan.
b. 1e helft 2023: Raadpleging Lelylijn en ophalen gebiedskennis Bij de start van het MIRT-onderzoek hebben 11.000 inwoners van (Noordelijk) Nederland zich uitgesproken over de doelstellingen, kansen, bedreigingen en alternatieven voor een betere spoorverbinding binnen Noordelijk Nederland en van en naar de