D07 00 Rapport - Advies uitvoering Participatiewet Noordoostpolder.pdf
Tekst van het document
De grafiek rechts laat de index van de bijstandsdichtheid zien, waarbij de index in 2011 op 100% wordt gesteld. Op deze manier brengen we in beeld hoe de bijstand zich in de gemeente heeft ontwikkeld sinds 2011 en hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot de landelijke ontwikkeling en de ontwikkeling in de referentiegemeenten. Wat zien we in deze grafieken? We zien dat de bijstandsafhankelijkheid tot en met 2014 op het niveau van de referentiegemeenten lag. Daarna steeg de bijstandsafhankelijkheid in
Pagina 24 van 58
Noordoostpolder harder dan in vergelijkbare gemeenten en harder dan in de rest van Nederland. Deze stijging had vooral te maken met de economische laagconjunctuur in de jaren, die voortvloeiden uit de financiële crisis in 2008. Herstel trad in na 2017. We zien dat het bijstandsvolume vanaf 2017 daalde. De daling in Noordoostpolder ging sneller dan gemiddeld in andere gemeenten. In 2023 zat de bijstandsafhankelijkheid weer op het niveau van de bijstandsafhankelijkheid in de referentiegemeenten. In 2024 lijkt evenwel weer sprake van een stijging die sneller gaat dan in andere gemeenten. We merken op dat inzicht in de hoogte en de ontwikkeling van de bijstandsdichtheid belangrijk is om inzicht te krijgen in hoeverre de gemeente erin slaagt om de bijstandsafhankelijkheid zo laag mogelijk te houden. Tegelijkertijd kunnen aan de hand van deze inzichten geen harde conclusies worden getrokken over de kwaliteit van de uitvoering. Daarvoor moet ook naar de uitvoering zelf worden gekeken. Dat doen we op andere plekken in dit rapport.
4.2
Verdieping
Aan de hand van de uitkomsten van het objectief verdeelmodel onderzoeken we de bijstandsafhankelijkheid van verschillende groepen in de bijstand. De volledige uitkomst van de analyse staat in de bijlage. We kijken naar de uitkomsten van de berekeningen voor het jaar 2023. We zien dat op basis van het objectief verdeelmodel een lager aantal mensen in de bijstand werd verwacht (698 huishoudens) dan het feitelijk aantal mensen dat in 2023 een bijstandsuitkering ontving (727 huishoudens). Dat komt vooral omdat mensen boven de 30 jaar relatief vaak een bijstandsuitkering ontvangen, terwijl juist relatief weinig mensen onder de 30 jaar in Noordoostpolder in de bijstand zitten. Als we kijken naar herkomst valt het op dat mensen uit overig (niet Nederland) Europa weinig beroep doen op een bijstandsuitkering en anderen, waaronder huishoudens met herkomst Nederland, vaker dan gemiddeld een bijstandsuitkering ontvangen. Tot slot lijkt het erop dat met name groepen met gezondheidsproblematiek vaker in Noordoostpolder een bijstandsuitkering ontvangen dan elders.
4.3
Saldo BUIG
De bijstand is gebudgetteerd. Gemeenten ontvangen het BUIG-budget5 voor het betalen van bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Het BUIG-budget is op macroniveau in principe toereikend. Het budget wordt verdeeld op basis van objectieve maatstaven, zoals het aantal eenouderhuishoudens, het aantal personen met een migratieachtergrond en de regionale werkgelegenheid. Het saldo op het BUIG-budget (budget minus uitgaven) geeft een indicatie in hoeverre gemeenten erin slagen om te voorkomen dat mensen afhankelijk worden van een bijstandsuitkering (preventie) en om mensen met een uitkering zoveel mogelijk te laten uitstromen. Met deze wijze van financieren (in plaats van een volledige vergoeding van de bijstandsuitgaven, zoals in het verleden) wil de rijksoverheid gemeenten stimuleren om het beleid en de uitvoering te richten op een zo laag mogelijke bijstandsafhankelijkheid: een laag aantal mensen in de bijstand wordt op deze manier beloond met een besparing op het BUIG-budget. Een hoog aantal mensen leidt tot een financieel tekort. Het verdeelmodel is niet perfect. Dat wordt ook onderkend door het Ministerie van SZW. Dat betekent dat er – onterecht – gemeenten zijn met een voordeel op het BUIG-budget terwijl ze minder goed presteren dan het landelijk gemiddelde. Er zijn ook gemeenten met een tekort, terwijl
5
Het BUIG-budget wordt ook wel inkomensdeel of bijstandsbudget genoemd.
Pagina 25 van 58
het beleid en de uitvoering beter op orde zijn dan landelijk gemiddeld. Desalniettemin is het belangrijk om het saldo goed te volgen en – in lijn met de achterliggende gedachte achter de budgettering van de bijstand – te sturen op een zo laag mogelijke uitkeringsafhankelijkheid dan wel een zo groot mogelijke zelfredzaamheid van de eigen inwoners. De volgende grafieken laten voor Noordoostpolder de jaarlijkse bijstandsbudgetten (blauw), bijstandsuitgaven (rood) en het BUIG-saldo (groen) zien over de periode 2004 (het jaar van invoering van de budgettering van de bijstand) tot en met 2023. Voor 2024 en 2025 tonen we respectievelijk alleen het definitieve budget en het voorlopige budget (dat in september 2025 nog kan worden bijgesteld).
We zien dat het verwachte aandeel in de totale bijstandsuitgaven geleidelijk oploopt met het gerealiseerde aandeel. Het verdeelmodel lijkt voor Noordoostpolder redelijk goed te voorspellen. We zien in de jaren vanaf 2021 dat het budgetaandeel min of meer gelijk blijft. Rekening houdend met de trendmatige stijging die we zien in het aandeel, is dat een aandachtspunt voor de gemeente. Hiervoor zagen we al dat uitgaand van het objectief verdeelmodel een lager aantal mensen in de bijstand wordt verwacht dan dat er wordt gerealiseerd. Dat vraagt om extra aandacht voor de bijstandsafhankelijkheid in de gemeente – in beleid en uitvoering - om tekorten op het BUIG-budget te voorkomen.
4.4
Loonkostensubsidies en (nieuw) beschut werk
In het kader van de Participatiewet worden gemeenten verantwoordelijk voor een steeds grotere nieuwe doelgroep met beperkte loonwaarde die voorheen een beroep zou hebben gedaan op de Wsw en/of de Wajong. De invoering van de Participatiewet was de belangrijkste aanleiding voor de gemaakte keuzes in het Koersdocument. Het instrumentarium van de Wsw wordt in de Participatiewet, althans voor de nieuwe instroom, vervangen door de loonkostensubsidie en Beschut Werk, met als doel om mensen zoveel mogelijk regulier aan het werk te helpen en als dat niet mogelijk is om te voorzien in beschutte werkplekken. Op die manier moet een inclusievere arbeidsmarkt worden gerealiseerd.
Pagina 26 van 58
De vraag is in hoeverre Noordoostpolder erin slaagt om mensen die meer ondersteuning nodig hebben voor reguliere plaatsing op de arbeidsmarkt met een loonkostensubsidie of op een beschutte werkplek aan de slag te krijgen. Dat verkennen we in deze paragraaf. Het volgende diagram laat zien hoe het aantal loonkostensubsidies en beschutte werkplekken – naast bijstandsdichtheid, ontwikkeling bijstandsdichtheid en het BUIG-saldo - zich verhoudt tot de aantallen in andere gemeenten. Voor de loonkostensubsidie kijken we naar het aantal loonkostensubsidies gedeeld door het aantal bijstandsgerechtigden. Voor nieuw beschut werk kijken we naar het aantal beschutte werkplekken gedeeld door de taakstelling. Op de vijf assen van de grafiek staat een schaal van 0 tot 100%. 0% staat voor een slechte score en 100% staat voor een goede score. De scores zijn bepaald door alle gemeenten (met meer dan 40.000 inwoners) op volgorde te zetten van de slechtst presterende naar de best presterende gemeente en het volgnummer te delen door het volgnummer van de laatste gemeente in de rij.
We zien dat Noordoostpolder goed scoort op het aantal Loonkostensubsidies LKS) en plekken Nieuw Beschut Werk (NBW). Dat betekent dat veel mensen met een loonkostensubsidie of met een beschutte werkplek geholpen worden. Er zijn goede stappen gezet. De uitdaging is om het niveau van ondersteuning en de prestaties (met name op het BUIG-budget) vast te houden voor de groeiende, nieuwe doelgroep en voor zover mogelijk de bijstandsafhankelijkheid verder omlaag te brengen.
4.5
Totaalbeeld
Als we naast het aantal LKS en NBW kijken naar het aantal mensen in de bijstand, de ontwikkeling van het bijstandsvolume en het BUIG-saldo, zien we dat Noordoostpolder ten aanzien van het BUIG-saldo bovengemiddeld scoort, maar dat de scores voor wat betreft de bijstandsafhankelijkheid en de ontwikkeling van de bijstandsdichtheid onder het gemiddelde liggen. Eerder lieten we al zien dat het aantal mensen boven de 30 jaar is oververtegenwoordigd in de bijstand. Dat betekent niet dat deze groep niet wordt ondersteund. De ondersteuning is gericht op bredere participatieondersteuning in de vorm van maatwerkinstrumenten zoals de inzet van sporttrajecten of vrijwilligerswerk. Onze conclusie is dat Noordoostpolder in de uitvoering fors inzet op de ondersteuning van nieuwe groepen in de Participatiewet via de instroom en zich vooral richt op jongeren. De aandacht voor re-integratie en ondersteuning van ‘ouderen’ boven de 30 jaar en mensen die al langer afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering, lijkt minder te zijn. Dit komt voor en belangrijk deel door het beleid
Pagina 27 van 58
dat de gemeente voert voor de ‘C-groep’. De gemeente spreekt hen minstens eens per jaar, maar heeft voor deze groep geen intensief re-integratie/participatietraject. Op een aantal onderdelen scoort Noordoostpolder daardoor goed (LKS en NBW). Op een aantal andere onderdelen is verbeterpotentieel aanwezig (bijstandsdichtheid, ontwikkeling bijstandsvolume en saldo BUIG).
Pagina 28 van 58
HOOFDSTUK 5
SWOT-analyse We verkennen de sterke en minder sterke punten van de huidige uitvoering van de Participatiewet voor de gemeente Noordoostpolder (de interne, beïnvloedbare omgeving) alsmede de kansen en bedreigingen (de externe, niet beïnvloedbare omgeving), aan de hand van een SWOT-analyse. De term SWOT-analyse wordt vaak in het Nederlands gebruikt en bevat de vier elementen: Strengths, Weaknesses, Opportunities & Threats.
5.1
Sterke punten
We zien de volgende sterke punten in het beleid van en de uitvoering van de Participatiewet door de gemeente Noordoostpolder. •
Pragmatisch: problemen worden pragmatisch opgepakt. Er wordt vooral vanuit de mogelijkheden en kansen gekeken wat mensen nodig hebben om zo snel en zo regulier mogelijk aan het werk te komen. Zo wordt er vanuit de uitvoering intensief gebruik gemaakt van de loonkostensubsidie als instrument om mensen aan het werk te krijgen.
•
Doelgericht en betrokkenheid: de uitvoering is doelgericht. Er wordt met name door USD en WerkCorporatie vanuit een intrinsiek verantwoordelijkheidsgevoel gewerkt aan maximale participatie van de doelgroep. Het grote aantal mensen met een indicatie beschut werk dat aan het werk wordt geholpen (zie vorige hoofdstuk) wordt is een resultaat van het grote gevoel van betrokkenheid en verantwoordelijkheid.
•
Focus op volume en werk: er is een doorleefd gevoel dat mensen zo snel en zo regulier aan het werk geholpen moeten worden. Dat is mede geborgd door De WerkCorporatie op afstand te zetten van de gemeente, zodat de focus op het bereiken van resultaat gericht blijft. Het gevolg is dat er relatief veel jongeren vanuit de nieuwe instroom aan het werk geholpen worden, al dan niet met een loonkostensubsidie. Daarnaast worden betrekkelijk weinig ontheffingen van de arbeidsplicht afgegeven (3% tegenover 14% landelijk). En het aantal beëindigingen van de uitkering door handhaving is relatief hoog (12% versus 5% NL)
•
Afstand beleid en uitvoering: Beleid en uitvoering zitten dicht bij elkaar. Dat geldt zowel voor USD als voor WerkCorporatie. Hoewel WerkCorporatie op afstand is geplaatst zijn de lijnen tussen WerkCorporatie en gemeente kort. Ook is sprake van onderling vertrouwen dat het bereiken van gezamenlijke doelen versterkt.
5.2
Minder sterke punten
Op basis van onze analyse en gesprekken met interne en externe stakeholders zien wij de volgende minder sterke punten in het beleid en de uitvoering.
Pagina 29 van 58
•
Meerjarenstrategie: Er is geen duidelijke meerjarenstrategie voor de Participatiewet. De gemeente is verantwoordelijk voor het hebben van een meerjarenstrategie. De bestaande meerjarenstrategie is verouderd. Er is nog geen duidelijke meerjarenstrategie met het oog op de transitie die de gemeente doormaakt met de Participatiewet. Er worden jaarlijks afspraken gemaakt tussen met name de gemeente en WerkCorporatie. Er is geen kader met daarin de verwachte meerjarige ontwikkeling c.q. groei van de nieuwe doelgroep en de wijze waarop WerkCorporatie daarin meebeweegt. Een risico is dat daardoor de benodigde investeringen en groei van het apparaat achterblijven om mensen die eenmaal aan het werk zijn geholpen, voldoende te begeleiden. Hiervoor werd het pragmatisme als sterk punt genoemd. Er zit ook een nadeel aan. Problemen die in het zicht zijn worden opgepakt en opgelost. Maar knelpunten die niet direct zichtbaar worden minder snel opgelost. Denk hierbij aan de oververtegenwoordiging van mensen boven de 30 jaar, die al langer in de bijstand zitten en daardoor een relatief hogere bijstandsafhankelijkheid in de gemeente dan in vergelijkbare gemeenten.
•
Concern voor Werk is in de in sociale infrastructuur (met functionaliteiten) met het oog op de toekomst niet duidelijk gepositioneerd. Er is onvoldoende inzicht in de activiteiten van Concern voor Werk en de risico’s die de gemeente Noordoostpolder loopt als aandeelhouder. Er is geen integraal inzicht in de betalingen die gemeente Noordoostpolder doet aan Concern voor Werk en de aan Concern voor Werk gelieerde organisaties. De integrale/geconsolideerde dienstverlening, resultaten en bekostiging op gemeenteniveau is niet volledig in beeld en de doelmatigheid en effectiviteit van de dienstverlening van Concern voor Werk kan lastig worden beoordeeld.
•
Beleid middengroep: Er is geen duidelijk beleid ten aanzien van de groep zonder indicatie beschut werk, maar die (nog) niet bij reguliere werkgevers aan de slag kan (de middengroep). Deze groep wordt niet expliciet genoemd als doelgroep in de Participatiewet, maar is door het ministerie van SZW wel aangemerkt als groep die extra aandacht nodig heeft. Met name voor deze groep zijn aanvullend op beschutte werkplekken, springplank- en vangnetbanen nodig.
•
Overdrachten USD-WeCo: Er bestaat ruis bij de overdrachtsmomenten tussen USD en WerkCorporatie. Dit geldt bijvoorbeeld voor de mensen met een psychische aandoening die in aanmerking komen voor Individuele Plaatsing en Steun (IPS). Ook bij andere overdrachtsmomenten kan deze ruis zich voordoen; bijvoorbeeld van arbeidsmatige dagbesteding naar beschut werk, of van beschut werk naar de banenafspraak in het kader van Simpel Switchen. De WerkCorporatie is verantwoordelijk voor de re-integratie van de groep met een afstand van minder dan twee jaar van de arbeidsmarkt. USD is verantwoordelijk voor de groep met een grotere afstand. In de praktijk is de afstand in jaren moeilijk vooraf vast te stellen. Daardoor kunnen onduidelijkheden ontstaan in de afbakening van de verschillende groepen en welke organisatie waarvoor verantwoordelijk is.
5.3
Kansen
Wij zien de volgende kansen voor een succesvolle uitvoering van de Participatiewet door de gemeente Noordoostpolder. •
Welgezinde werkgevers: werkgevers voelen zich verbonden met de gemeente en zijn bereid om maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen.
•
Budget nieuwe doelgroep: De rijksoverheid stelt elk jaar meer geld beschikbaar voor de groeiende nieuwe doelgroep. Een aandachtspunt daarbij is dat een groot deel van het budget is opgenomen in de algemene uitkering in het gemeentefonds. Het is daardoor lastig om te zien dat er daadwerkelijk meer geld komt en hoeveel extra geld er jaarlijks beschikbaar is. De gemeente Noordoostpolder bevindt zich in de gunstige omstandigheid dat het Ravijnjaar 2026 minder impact heeft, in vergelijking met andere gemeenten in Nederland.
Pagina 30 van 58
•
Krapte arbeidsmarkt: De arbeidsmarkt wordt steeds krapper mede als gevolg van economische ontwikkelingen en de vergrijzing en ontgroening. De krappere arbeidsmarkt biedt de kans om mensen voor wie dat voorheen niet lukte, aan de slag te helpen bij reguliere werkgevers. Voorts grenst de gemeente aan de sterke arbeidsmarktregio Zwolle en is er perspectief dat vliegveld Lelystad (weer) wordt geopend. Dat leidt naar verwachting tot extra werkgelegenheid in Flevoland. Noordoostpolder kent relatief veel economische activiteit. Het aantal banen in Noordoostpolder als percentage van de beroepsbevolking in Noordoostpolder is 65%. Dat is vergelijkbaar met de landelijke verhouding. In Flevoland en in Lelystad ligt deze verhouding net iets boven de 50%. In de arbeidsmarktregio is deze verhouding gelijk aan 70%. Zie de volgende tabel. Nederland Lelystad Noordoostpolder Flevoland Arbeidsmarktregio Zwolle
•
Aantal banen Beroepsbevolking Als % beroepsbevolking 8.997 13.326 68% 34 63 54% 24 37 65% 161 318 51% 291 415 70%
Verantwoordelijkheidsbesef: WerkCorporatie en USD presteren relatief goed en passen bij een cultuur van verantwoordelijkheidsbesef. De gemeente is zelfbewust en heeft een mentaliteit van ‘aanpakken’. Daarbij bereidt de gemeente zich tijdig voor op ontwikkelingen in de doelgroep, met name rondom jeugdigen. Denk daarbij aan de inzet van doorstroomcoaches, onder meer ter voorbereiding op de wijziging van de Wet van school naar duurzaam en de samenwerking met welzijnsinstellingen en het onderwijs.
5.4
Risico’s
Voor een succesvolle uitvoering van de Participatiewet door Noordoostpolder zien wij de volgende risico’s. •
Ontwikkeling nieuwe doelgroep: De nieuwe doelgroep wordt elk jaar groter en door het ontbreken van een meerjarig kader bestaat het risico dat de groep onvoldoende wordt ondersteund en onnodig en langdurig afhankelijk wordt van een bijstandsuitkering. Een specifiek aandachtspunt is het mogelijk uitvallen van mensen met een loonkostensubsidie: mensen met een loonkostensubsidie hebben een groter risico om uit te vallen dan mensen die volledig regulier aan het werk zijn. Wij zien steeds vaker dat deze groep extra kwetsbaar is op de arbeidsmarkt. De gemeenten ontvangt daarom voor elke LKS-er middelen om hen te begeleiding (door middel van jobcoaching). De jobcoaching in Noordoostpolder is in principe beperkt tot maximaal drie jaar. Dat betekent dat de gemeente potentieel een risico loopt dat mensen met LKS vaker uitvallen dan nodig is. In de praktijk worden mensen naar behoefte vaak langer begeleid dan de drie jaar die in het beleidskader zijn opgenomen.
•
Budget per persoon lager dan in de Wsw: Meer in het algemeen moet een grotere groep mensen met een arbeidsbeperking voor een gemiddeld lager budget, zo regulier mogelijk aan het werk geholpen en gehouden worden. Voor de nieuwe doelgroep is in de rijksbegroting 23.500 euro per persoon uit de nieuwe doelgroep beschikbaar, terwijl per Wsw-er in 2024 38.000 euro beschikbaar is. Het budget voor de nieuwe doelgroep wordt elk jaar groter, met het groeien van de doelgroep, terwijl het budget voor de Wsw elk jaar kleiner wordt met het krimpen van de doelgroep Wsw.
•
Eigenaarschap Concern voor Werk: Noordoostpolder is deelnemer in de GR van Concern voor Werk en draagt mede verantwoordelijkheid voor de medewerkers en de financiën van de organisatie. Er is geen duidelijke gezamenlijke strategie van Concern voor Werk en de deelnemende gemeenten met het oog op de krimpende groep Wsw-ers en een groeiende nieuwe doelgroep die zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers aan het werk geholpen moet worden en waarvoor de beschikbare middelen lager zijn dan voorheen voor de Wsw. De
Pagina 31 van 58
doelgroep Wsw bij Concern voor Werk vergrijst en het budget wordt elk jaar minder (doordat de doelgroep krimpt). •
Absorptiecapaciteit reguliere werkgevers: Noordoostpolder helpt een relatief grote groep mensen met een arbeidsbeperking aan het werk bij reguliere werkgevers. Landelijk hebben werkgevers toegezegd om 125.000 banen voor mensen die staan ingeschreven in het doelgroepregister te realiseren. Vertaald naar Noordoostpolder gaat het in Noordoostpolder om circa 350 banen. De totale werkgelegenheid in Noordoostpolder is 25.000 banen. Daarvan zou circa 1,5% bezet moeten worden door mensen met een arbeidsbeperking. De verwachting is – op basis van landelijke ramingen – dat op termijn circa 550 personen met een arbeidsbeperking in de gemeente Noordoostpolder ondersteuning nodig hebben om bij reguliere werkgevers aan de slag te komen en te blijven. Dat betekent dat werkgevers een extra inspanning moeten leveren – boven op de banenafspraak – om iedereen aan het werk te helpen.
•
Gescheiden uitvoeringsorganisaties: Er zijn drie uitvoeringsorganisaties die werktaken uitvoeren binnen het kader van de Participatiewet (USD, WerkCorporatie, Concern voor Werk). De ervaring leert dat dat vaak leidt tot ruis en onduidelijkheden over welke organisatie verantwoordelijk is voor welke taken en welke doelgroep en de wijze waarop de rijksmiddelen over de verschillende organisaties moeten worden verdeeld. Hierdoor ontstaat de kans op ondoelmatigheden voor de gemeente en onduidelijkheid voor inwoners, werkgevers en andere stakeholders wie waarvoor verantwoordelijk is.
•
Schaal Noordoostpolder: Gemeente Noordoostpolder is een middelgrote gemeente en daardoor, in vergelijking met grote gemeenten, kwetsbaar met het oog op de steeds krappere arbeidsmarkt. Het is steeds moeilijker om geschikt personeel te vinden voor de uitvoering van de werktaken in het kader van de Participatiewet, die bestaat uit een elk jaar grotere en complexere groep mensen. Het risico is ook dat de variatie in het aanbod beperkt is, zodat de uitvoering onvoldoende tegemoet kan komen aan de wensen en behoeften van de doelgroep.
Pagina 32 van 58
5.5
Samenvatting
In het volgende overzicht vatten we de sterke en minder sterke punten alsmede de kansen en risico’s samen.
Sterke punten:
Minder sterke punten:
- Pragmatisch
- Meerjarenstrategie
- Doelgericht en betrokken
- Onduidelijke rol en positie CvW
- Focus op volume en werk
- Beleid middengroep
- Beleid en uitvoering dicht bij elkaar
- Overdrachten USD-WeCo
Kansen:
- Ontwikkeling nieuwe doelgroep
Risico's: - Welgezinde werkgevers
- Budget pp lager dan in de Wsw
- Budget nieuwe doelgroep
- Eigenaarschap Concern voor Werk
- Krapte arbeidsmarkt
- Absorptiecapaciteit werkgevers
- Verantwoordelijkheidsbesef
- Gescheiden uitvoeringsorganisaties - Schaal Noordoostpolder
Pagina 33 van 58
HOOFDSTUK 6
Scenario’s voor de toekomstige uitvoering van de Participatiewet Voor de een toekomstbestendige uitvoering van de Participatiewet hebben we vier scenario’s uitgewerkt. Het gaat om (1) Houden wat er is, (2) USD en WerkCorporatie samenvoegen in één gemeentelijke organisatie, (3) alle werktaken onderbrengen bij Concern voor Werk en (4) alle werktaken onderbrengen bij de gemeente. Los van de scenario’s geven we een aantal inhoudelijke adviezen.
6.1
Inleiding
We beginnen hierna met de inhoudelijke adviezen. Deze staan los van de vier scenario’s voor de uitvoering. Vervolgens werken we de verschillende scenario’s uit: (1) Houden wat er is, (2) USD en WeCo samenvoegen in één gemeentelijke organisatie, (3) alle werktaken onderbrengen bij Concern voor Werk en (4) alle werktaken onderbrengen bij de gemeente. Voor elk scenario brengen we de voor- en nadelen in beeld.
6.2
Inhoudelijke adviezen
In dit hoofdstuk werken we een viertal scenario’s uit voor de toekomstige uitvoering van de Participatiewet. Naast de uitvoering adviseren wij om inhoudelijk een aantal maatregelen te nemen. Het gaat om de volgende verbeterpunten. •
Meerjarenstrategie: Stel een meerjarenstrategie op met een meerjarenbegroting, die rekening houdt met de groeiende en complexere nieuwe doelgroep, die rekening houdt met de krimpende groep Wsw-ers alsmede het krimpende budget voor deze groep en die rekening houdt met de transitie naar een bedrijf dat de doelstellingen van de Participatiewet realiseert binnen de financiële kaders vanuit het Rijk ofwel de groeiende budgetten voor de nieuwe doelgroep in de Participatie in het BUIG-budget, in de algemene uitkering in het gemeentefonds en in het deelbudget beschut werk in de integratie-uitkering Participatie.
•
Begeleiding/jobcoaching: Houd er rekening mee dat een deel van de doelgroep afhankelijk is van langdurige begeleiding en beperk de begeleiding niet tot maximaal drie jaar en zet dat expliciet om in beleid (maak voor deze groep expliciete keuzes in de kaderstelling) . In de financiering (via het gemeentefonds) wordt rekening gehouden met structurele begeleiding van
Pagina 34 van 58
mensen met een loonkostensubsidie. In totaal is voor uitvoering en begeleiding per LKS-er ruim 7.000 euro per jaar (prijzen van 2023) beschikbaar in het gemeentefonds. •
Middengroep: Formuleer nader beleid ten aanzien van de doelgroep zonder indicatie beschut werk, die wel kan werken, maar nog niet aan de slag kan bij reguliere werkgevers (de middengroep). Denk daarbij aan een vorm van opstap- en vangnet-banen of -plekken, gecombineerd met begeleiding (jobcoaching of lifecoaching). In het beleid wordt concreet uitgewerkt hoe de opstap- en vangnetbanen of -plekken eruitzien, hoe de doelgroep er concreet uitziet en hoe wordt vastgesteld wie er tot de doelgroep behoort. Ook moet worden uitgewerkt hoe de begeleiding eruitziet. Beperkt die zich tot jobcoaching of strekt de begeleiding zich uit tot meerdere levensgebieden? Op dit moment zijn met name jonge banenafsprakers een groep die kwetsbaar is. Nu heeft Noordoostpolder daar vanuit de WerkCorporatie het traject bij Het Goed voor. Betrokkenen maken vanuit Het Goed en een jobcoach de stap naar werk. Maar, het lukt schoolverlaters niet altijd om de baan vast te houden. De WerkCorporatie gaat door totdat de conclusie wordt getrokken dat werk voorlopig niet tot de mogelijkheden behoort. Op dat moment wordt de kandidaat terugverwezen naar USD. De middengroep is niet formeel ingekaderd. De groep wordt niet genoemd in wet- en regelgeving.
In het landelijke onderzoek van Berenschot naar sociaal ontwikkelbedrijven was de conclusie dat een deel van de mensen die gebaat kunnen zijn bij de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven, momenteel niet worden bereikt. Het gaat om mensen zonder indicatie beschut werk, die veelal onder de banenafspraak vallen en momenteel een uitkering ontvangen. Het kan ook gaan om mensen die moeilijk bij steeds dezelfde werkgever aan het werk kunnen blijven, vaak van baan wisselen of vaak terugvallen in de uitkering. Voor deze groep is het waardevol om voorzieningen in te richten, waardoor zij kunnen participeren en/of zich kunnen ontwikkelen zolang ze (nog) niet regulier aan het werk zijn. Wij noemen dat opstap- (of springplank-) en vangnetbanen. Voor wat betreft de vorm, kunnen hier allerlei keuzes in worden gemaakt: Dienstbetrekkingen bij het werkbedrijf, bij lokale ondernemers en bij sociale ondernemingen. Het kan ook gaan om detacheringen, vrijwilligerswerk of om werk met behoud van uitkering (binnen de wettelijke kaders). Ons advies is om dat nader uit te werken. Binnen de huidige context van Noordoostpolder is eerst de inhoudelijke vraag aan de orde hoe deze groep (kosteneffectief) ondersteund kan worden.
Vervolgens is het de vraag welke organisaties verantwoordelijk worden voor de uitvoering: Werkcorporatie, Concern voor Werk, USD en/of toekomstige partijen waarbij de uitvoering door Noordoostpolder wordt ondergebracht, of een samenwerking tussen bestaande partijen.
•
Bijstandsafhankelijkheid: Breng het bijstandsvolume verder omlaag en focus naast de nieuwe instroom verder, voor wat betreft de kansen op werk, op het zittend bestand en de groep bijstandsgerechtigden boven de 30 jaar.
•
Accounthouder Concern voor Werk: Wijs binnen de gemeente een accounthouder aan voor Concern voor Werk die namens de gemeente op alle onderdelen optreedt als vertegenwoordiger richting Concern voor Werk. De accounthouder behartigt het integrale belang van de gemeente.
•
Ga met Concern voor Werk en de andere gemeenten in de GR in gesprek over een normering van de tarieven die gemeenten of aan gemeenten gelieerde bedrijven betalen als opdrachtgever. Gedacht kan worden aan marktconforme tarieven6. Als sprake is van verschillen met de werkelijke kosten en de financiële dekking, kan de discussie gezamenlijk gevoerd worden in de GR. Op deze manier wordt onderscheid gemaakt tussen betalingen (als eigenaar) aan en via de GR en betalingen (als opdrachtgever/klant) aan Concern voor Werk (en de aan Concern voor Werk gelieerde organisaties)
Een marktconform tarief is het tarief dat de gemeente zou betalen bij een aanbesteding in de vrije markt. In de interviews met NOP is aangegeven dat Concern voor Werk in de praktijk nu al marktconforme tarieven hanteert. Eventuele verschillen met de huidige bijdrage werken door in de gemeentelijke bijdrage aan de GR. 6
Pagina 35 van 58
•
Spreek met Concern voor Werk en in de GR af dat op gemeenteniveau de integrale/geconsolideerde dienstverlening, resultaten en bekostiging in beeld wordt gebracht, zowel volgens het plan (gekoppeld aan de meerjarenbegroting), lopende het jaar als na afloop (in het jaarverslag). Op deze manier komt integraal in beeld wat de betalingen jaarlijks zijn van Noordoostpolder aan Concern voor werk en wet de gemeente Noordoostpolder daarvoor terugkrijgt. Op die manier kan de doelmatigheid en effectiviteit van de dienstverlening van Concern voor Werk worden beoordeeld en kan daarover het gesprek worden aangegaan met Concern voor Werk en met de andere gemeenten in de GR.
6.3 6.3.1
Scenario 1: Houden zoals het is Beschrijving
In dit scenario blijft de uitvoering zoals nu: •
De uitkeringsaanvraag en -verstrekking vindt plaats bij het gemeentelijke cluster USD. USD indiceert en stelt vast of mensen binnen twee jaar aan het werk geholpen kunnen worden. Mensen voor wie dat niet lukt, blijven in de caseload van USD. Mensen die wel binnen twee jaar aan het werk geholpen kunnen worden, worden doorverwezen naar WerkCorporatie. Bij beschut werk
•
WerkCorporatie stelt een traject op, gericht op zo snel mogelijke uitstroom naar zo regulier mogelijk werk. Indien nodig zorgt WerkCorporatie voor begeleiding/jobcoaching.
•
Bij Concern voor Werk gaan mensen met een indicatie beschut werk aan de slag, voor wie een andere oplossing niet beschikbaar dan wel minder wenselijk is. Daarnaast biedt Concern voor Werk werkplekken aan voor mensen in het doelgroepregister, als werk bij een reguliere werkgever niet mogelijk is alsmede ontwikkeltrajecten gericht op het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt.
6.3.2
Aandachtspunten
In dit model adviseren wij het volgende: •
Mensen met (potentieel) een indicatie beschut werk worden doorverwezen naar WerkCorporatie. WerkCorporatie probeert om mensen zo regulier mogelijk te plaatsen. Als dat niet lukt, verwijst WerkCorporatie ze door naar Concern voor Werk voor een beschutte werkplek.
•
Ga met Concern voor Werk in gesprek over het realiseren van springplank- en vangnetbanen voor de middengroep. Verknoop de afspraken over de garantiebanen met het realiseren van springplank- en vangnet-banen voor de middengroep. Ofwel ga met Concern voor Werk in gesprek over het profiel van de kandidaten die op de garantiebaan-plekken aan het werk geholpen worden en over de doelstelling van deze banen.
•
Zorg voor een duidelijker afbakening van de doelgroep bij USD en WerkCorporatie. Een mogelijkheid is dat USD zich richt op de ondersteuning van mensen waarvoor uitstroom naar werk niet tot de mogelijkheden behoort en dat WerkCorporatie zich richt op de groep waarvoor uitstroom naar werk nog wel een optie is, ongeacht de verwachte tijd dat het duurt voordat
Pagina 36 van 58
uitstroom mogelijk is. Helpend hierbij kan zijn dat WerkCorporatie en USD samen, volgens een onafhankelijke, objectieve diagnosemethodiek vaststellen wat de mogelijkheden zijn.
6.3.3 •
Voordelen
Er vinden geen structuurwijzigingen plaats, waardoor (potentieel) geen onrust en onzekerheid ontstaat in de organisaties.
•
De werktaken worden op afstand van de gemeente uitgevoerd, maar er is wel directe grip (de bv is 100% dochter van de gemeente).
•
Gemeente maakt via de GR gebruik van schaalvoordelen die door Concern voor Werk worden gerealiseerd.
6.3.4
Nadelen
•
De afbakeningsproblematiek tussen USD en WerkCorporatie zal blijven bestaan.
•
Afhankelijk van de afspraken die met Concern voor Werk worden gemaakt zal de discussie over de aard en omvang van de taken bij Concern voor Werk en de vergoeding daarvan een telkens terugkerend thema zijn.
•
De complexiteit in de governance en de pettenproblematiek (eigenaar, opdrachtgever werktaken, opdrachtgever overige diensten (zoals groen en schoonmaak), blijft – afhankelijk van de afspraken die worden gemaakt - bestaan.
•
Beperkt schaalvoordeel voor de taken die door USD en WerkCorporatie worden uitgevoerd.
•
Gemeenten zitten met verschillende werkrelaties in de GR. Concern voor Werk voert voor de gemeenten verschillende specifieke taken uit. Dat behoeft aandacht, omdat door de veranderende doelgroep de verhoudingen binnen de GR veranderen.
6.4 6.4.1
Scenario 2: De taken van USD en WerkCorporatie combineren Beschrijving
In dit scenario worden de Participatiewettaken van USD en WerkCorporatie gecombineerd. Deze organisatie voert (in ieder geval) de Participatiewet-taken op het terrein van werk en inkomen uit. De nieuwe organisatie7 wordt op een andere locatie dan het gemeentehuis ondergebracht. Indien de voorkeur uitgaat naar dit scenario, adviseren wij om de juridische vormgeving en de governance nader te onderzoeken (door de impact en de voor- en nadelen in beeld te brengen) en daar later over te beslissen.
De nieuwe organisatie betekent niet per se dat er een nieuwe organisatie komt naast of in plaats van WerkCorporatie en USD. Het kan ook gaan om een herschikking van de bestaande taken. Het gaat erom dat de participatietaken in het kader van de Participatiewet bij elkaar worden gebracht in één uitvoeringsorganisatie en onder de verantwoordelijkheid vallen van één leidinggevende die integraal verantwoordelijk is voor het realiseren van de (participatie)doelstellingen van de Participatiewet. 7
Pagina 37 van 58
De gemeente blijft participeren in Concern voor Werk. Concern voor Werk beschikt over de benodigde infrastructuur en expertise die specifiek van toepassing is op de middengroep, wegens de focus op ontwikkeling, opdoen van werknemersvaardigheden en ook bredere trajecten die richten op sport en psyche. Ze zijn een geschikte partij voor springplank- en vangnetbanen voor deze middengroep vanwege hun uitgebreide ervaring en dergelijke middelen in het ondersteunen. Daarnaast is de samenwerking met de Werkcorporatie en hun buitengewoon werkgevers van belang om deze banen effectief te realiseren en te ondersteunen. Er worden duidelijke afspraken gemaakt met Concern voor Werk over de taken die specifiek voor Noordoostpolder worden uitgevoerd (zie ook de algemene adviezen in de paragraaf hiervoor). In dat opzicht zien wij de volgende opties: •
Concern voor Werk voert de volgende taken uit: beschut werk, garantiebanen voor mensen die (nog) niet regulier aan de slag kunnen en ontwikkeltrajecten voor zover nodig.
•
Concern voor Werk realiseert – naast de Wsw – beschutte werkplekken en springplank- en vangnetbanen voor de middengroep.
•
Concern voor Werk realiseert naast de Wsw, beschutte werkplekken.
6.4.2 •
Voordelen
Afbakeningsvraagstukken tussen USD en WerkCorporatie verdwijnen. Meer duidelijkheid voor de uitvoering en voor de inwoner.
•
Integrale afweging ten aanzien van de werktaken binnen de gemeentelijke organisatie. Daarbij moet wel rekening gehouden worden met (deels) verplichte winkelnering bij Concern voor Werk.
•
Aansturing van de uitvoering van de Participatiewet komt in één hand. De aansturing vanuit de gemeentelijke directie en bestuur wordt daardoor efficiënter, doordat één persoon integraal kan worden aangesproken op het realiseren van de doelstellingen van de Participatiewet.
•
Gemeente kan gebruik blijven maken van schaalvoordelen in de GR.
6.4.3 •
Nadelen
Vraagstukken rond WerkCorporatie blijven bestaan. Afhankelijk van de afspraken die met Concern voor Werk worden gemaakt zal de discussie over de aard en omvang van de taken bij Concern voor Werk en de vergoeding daarvan een telkens terugkerend thema zijn.
•
De complexiteit in de governance en de pettenproblematiek (eigenaar, opdrachtgever werktaken, opdrachtgever overige diensten (zoals groen en schoonmaak), blijft – afhankelijk van de afspraken die worden gemaakt - bestaan.
•
Beperkt schaalvoordeel voor de taken die bij de gemeente liggen.
•
Gemeenten zitten met een verschillende verhouding in de GR. Dat behoeft aandacht.
6.5 6.5.1
Scenario 3: Werktaken bij een werkbedrijf gelieerd aan Concern voor Werk Beschrijving
In dit scenario komen alle werktaken bij een nieuw op te richten werkbedrijf dat gelieerd is aan Concern voor Werk. Noordoostpolder kiest met deze variant voor een geïntegreerd sociaal ontwikkelbedrijf. De uitvoeringsstructuur wordt vergelijkbaar met de uitvoeringsstructuur in Lelystad en Urk. De WerkCorporatie wordt volledig afgebouwd dan wel overgeheveld naar Concern voor Werk. USD doet in deze variant de aanvraag en de verstrekking van de uitkering en verwijst kandidaten door naar het werkbedrijf gelieerd aan Concern voor Werk voor een werk-intake. De participatietaken (zoals vrijwilligerswerk of arbeidsmatige dagbesteding) voor mensen die geen perspectief hebben op werk worden uitgevoerd door Noordoostpolder/USD.
Pagina 38 van 58
6.5.2 •
Voordelen
Alle werktaken in het kader van de Participatiewet in één hand. De krimp van de klassieke uitvoeringsstructuur voor de Wsw en de groei en ontwikkeling van de infrastructuur voor de nieuwe doelgroep ligt in één hand, doordat de directeur Concern voor Werk tevens directeur van het aan CvW gelieerde werkbedrijf is en de medewerkers van het werkbedrijf komen van Concern voor Werk.
•
Schaalvoordeel. De uitvoeringsorganisatie is groter en heeft verantwoordelijkheid over een grotere groep kandidaten in een groter gebied. Dat leidt potentieel tot meer doelmatigheid en effectiviteit.
•
De verhouding tussen de gemeenten in de GR wordt (meer) gelijkgetrokken.
•
Potentieel zijn voor Concern voor Werk zijn de financiële risico’s beter beheersbaar (krimpende en groeiende doelgroep in één hand). De gemeente heeft wel minder grip op de uitvoering en het beheer (zie hierna).
6.5.3 •
Nadelen
Geen directe grip op de uitvoering en geen directe grip op maatregelen met het oog op de kosten en de opbrengsten, vanwege een af te sluiten DVO tussen Concern voor Werk en het werkbedrijf.
•
Spanning tussen klassieke infrastructuur en de nieuwe infrastructuur die nodig is om mensen zo regulier mogelijk aan de slag te helpen en te houden. Het risico bestaat dat mensen uit de nieuwe doelgroep aan de slag gaan in de klassieke infrastructuur van Concern voor Werk, terwijl zij ook bij reguliere werkgevers aan de slag hadden kunnen gaan.
•
Complexe organisatievorm, waarbij er een directe relatie is tussen het Werkbedrijf en Concern voor Werk. In de GR, die eigenaar is van Concern voor Werk is sprake van pettenproblematiek (eigenaar, opdrachtgever werktaken, opdrachtgever overige diensten (zoals groen en schoonmaak), blijft – afhankelijk van de afspraken die worden gemaakt - bestaan.
6.6 6.6.1
Scenario 4: Uit de GR stappen van Concern voor Werk Beschrijving
In deze variant kiest de gemeente ervoor om uit de GR van Concern voor Werk te stappen. Deze variant kent verschillende subvarianten. •
Noordoostpolder kan in gesprek gaan om de infrastructuur van Concern voor Werk in de gemeenten Noordoostpolder over te nemen. Een groot deel van de medewerkers vanuit de doelgroep bij Concern voor Werk is werkzaam in de gemeente Noordoostpolder zelf.
•
De bestaande doelgroep blijft bij Concern voor Werk, maar er worden geen mensen meer vanuit de nieuwe doelgroep naar Concern voor Werk doorverwezen. Hiervoor zoekt Noordoostpolder andere oplossingen. Noordoostpolder gaat in gesprek met de andere deelnemende gemeenten over uittreding uit de Gr.
Pagina 39 van 58
•
De bestaande doelgroep blijft bij Concern voor Werk, maar er worden geen mensen meer vanuit de nieuwe doelgroep naar Concern voor Werk doorverwezen. Hiervoor zoekt Noordoostpolder andere oplossingen. Noordoostpolder treedt op termijn uit, uit de GR en maakt hierover afspraken met de andere gemeenten.
6.6.2 •
Voordelen
Noordoostpolder heeft de handen vrij en is volledig onafhankelijk in het maken van keuzes ten aanzien van de ondersteuning van de nieuwe doelgroep. Er hoeft geen/minder rekening gehouden te worden met Concern voor Werk in de eigen te maken keuzes. Couleur locale is gegarandeerd.
•
Afhankelijk van de afspraken die gemaakt worden met de andere deelnemende gemeenten, is er geen risico en onzekerheid meer ten aanzien van de ontwikkeling van Concern voor Werk.
•
Vereenvoudiging van de governance. Het huidige complexe systeem van (1) een GR en verschillende Bv’s en (2) het pettenprobleem van aandeelhouderschap (via de GR) en opdrachtgeverschap en (3) opdrachtgeverschap ten aanzien van enerzijds de werktaken en anderzijds diensten als Groen en Schoonmaak, wordt vereenvoudigd.
6.6.3 •
Nadelen
Uittreding uit een GR is vaak een langdurig, moeizaam en ingewikkeld proces. Vaak moet er een aanzienlijke uittreedsom worden betaald.
•
Noordoostpolder heeft geen (gezamenlijk) zeggenschap meer over een grote uitvoeringsorganisatie met positie in de regio, die kan profiteren van schaalvoordelen. Voorzieningen moeten zelf (opnieuw) worden opgebouwd of bij derden worden ingekocht. Het risico is dat dat niet altijd lukt of dat de expertise niet aanwezig is.
•
Mogelijk een negatieve invloed op de relatie met belangrijke buurgemeenten, waarmee (ook) op andere terreinen samengewerkt moet worden.
•
De bestaande infrastructuur zal grotendeels worden afgebouwd en daarnaast wordt een nieuwe infrastructuur opgebouwd. Dat is niet efficiënt.
•
Beperkt schaalvoordeel.
Pagina 40 van 58
HOOFDSTUK 7
Voorkeursvariant We hebben vier mogelijke uitvoeringsscenario’s geformuleerd. De vraag is wat het voorkeursscenario is van de gemeente Noordoostpolder. We werken hierna het voorkeursscenario uit. We baseren ons daarbij op de uitgevoerde analyse en de wensen en behoeften van de gemeente die wij hebben opgehaald in de interviews.
7.1
Inleiding
Het voorkeursscenario baseren wij op de weging van relevante beoordelingscriteria. Hierna brengen we eerst de relevante beoordelingscriteria in beeld. Vervolgens brengen wij het voorkeursscenario in beeld door de verschillende scenario’s te beoordelen op basis van de verschillende relevante criteria. Tot slot geven wij advies voor het vervolgproces.
7.2
Beoordelingscriteria
Op basis van de interviews zien wij de volgende relevante beoordelingscriteria voor de uitgewerkte scenario’s, op basis waarvan een keuze gemaakt kan worden. 1. Schaalvoordelen: We gaan per uitvoeringsscenario na hoe in hoeverre kan worden geprofiteerd van schaalvoordelen. Een schaalvoordeel kan zich vertalen in doelmatigheid (hetzelfde resultaat tegen lagere kosten), in effectiviteit (betere kwaliteit van dienstverlening) en in termen van risico’s (minder risico’s, bijvoorbeeld de kwetsbaarheid). Schaalvoordelen vertalen zich aldus in betere dienstverlening en/of lagere kosten en daarmee lagere belastingen voor de inwoners. 2. Financiële risico's: Per scenario gaan we na in hoeverre sprake is van een onzekere financiële uitkomst. We gaan ook na in hoeverre risico’s kunnen worden beheerst of kunnen worden voorkomen door bijvoorbeeld nu al bepaalde investeringen te doen. Lagere financiële risico’s leiden tot minder risico op hogere belastingen die moeten worden opgebracht door de inwoners dan wel bezuinigingen die de kwaliteit van dienstverlening negatief kan beïnvloeden. 3. Beleidsrisico's: De belangrijkste doelstelling van de Participatiewet is dat iedereen zo veel mogelijk zelfstandig meedoet aan de samenleving, bij voorkeur via werk. Het streven is gericht op een inclusieve arbeidsmarkt.
Bij het beoordelingscriterium beleidsrisico’s gaan we na in hoeverre het risico bestaat dat doelstellingen van de Participatiewet, niet of onvoldoende worden gerealiseerd.
Pagina 41 van 58
De regering streeft ernaar om te komen tot een inclusieve arbeidsmarkt, aldus de memorie van toelichting bij de Participatiewet. Een arbeidsmarkt die plaats biedt voor jongeren en ouderen en voor mensen met en zonder beperking. Het is essentieel om mensen tot hun recht te laten komen en ze in staat te stellen zo veel mogelijk zelfstandig mee te doen aan de samenleving. Participatie, bij voorkeur via werk, zorgt voor sociale, economische en financiële zelfstandigheid, draagt bij aan het gevoel van eigenwaarde en levert een bijdrage aan de sociale cohesie en de economie. In zo’n samenleving kan iedereen bijdragen aan het versterken van de economische en sociale kracht van Nederland.
4. Couleur locale: We gaan voor de verschillende scenario’s na in hoeverre de couleur locale in de uitvoering is gewaarborgd en in hoeverre de gemeenten Noordoostpolder in staat is om couleur locale in het beleid en in de uitvoering te realiseren. De dienstverlening aan de inwoners vertoont daarmee meer samenhang met het beleid en de uitvoering van de gemeente op andere domeinen en is beter afgestemd op de lokale context. 5. Afbakeningsproblematiek: In hoeverre is voor de uitvoeringsinstellingen duidelijk voor welke groep zij verantwoordelijk zijn. Worden groepen tijdig doorverwezen? En is het voor kandidaten en werkgevers duidelijk welke uitvoeringsorganisatie verantwoordelijk is en wie hen verder kan helpen? 6. Grip op beleid en uitvoering: In hoeverre kan de gemeente Noordoostpolder zelf het beleid bepalen en richting geven aan de uitvoering en op die manier beter laten aansluiten op de specifieke wensen en behoeften van de inwoners van Noordoostpolder? En in hoeverre is Noordoostpolder afhankelijk van andere gemeenten (in het bijzonder Urk en Lelystad) dan wel het management van de uitvoeringsorganisatie zelf? 7.
Toekomstbestendigheid: Wat is de toekomstbestendigheid van het uitvoeringsconstruct? Kan de uitvoeringsorganisatie met de beschikbare middelen adequaat reageren op (onverwachte) omstandigheden? En beweegt de dienstverlening in voldoende mate mee met de veranderingen in de omvang en samenstelling van de doelgroep, waardoor ook de inwoners in de toekomst optimaal worden ondersteund? 8. Relatie met de buurgemeenten: Wat is het effect van de verschillende uitvoeringsorganisaties op de relatie met de buurgemeenten Urk en Lelystad?
7.3
Weging van de verschillende scenario’s
Op basis van onze analyse en de gesprekken met de verschillende stakeholders komen wij per scenario tot de volgende weging. We geven per criterium een score op een schaal van – – (twee keer min) tot en met ++ (twee keer plus). In de laatst rij tellen we de scores bij elkaar op. De scores baseren we op onze analyse en de gesprekken die we voerden met de verschillende stakeholders.
Schaalvoordelen
Pagina 42 van 58
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
Houden zoals het is
USD en WeCo combineren
Alle werktaken naar aan CvW gelieerd werkbedrijf
Alle werktaken naar gemeente
WeCo en USD werken op de schaal van gemeente NoordoostpolderPDe schaal is relatief beperkt. De taken die CvW uitvoert bevinden zich op een groter schaalniveau.
Door het samenvoegen van USD en WeCo kunnen meer schaalvoordelen worden gerealiseerd. De taken die CvW uitvoert bevinden zich op een groter schaalniveau.
CvW werkt voor drie gemeenten. Door het werkbedrijf te liëren aan CvW worden schaalvoordelen gerealiseerd op alle functionaliteiten van de Participatiewet.
Score: -
Score: +
Alle taken komen in één hand. Er is meer schaalvoordeel doordat USD en WeCo bij elkaar worden gebracht. Aan de andere kant verliest Noordoostpolder een schaalvoordeel, door niet meer samen te werken in CvW.
Score: ++
Financiële risico's
Score: 0 Afbakeningsvraagstukk en tussen WeCo en USD, leiden mogelijk tot inefficiëntie. Wsw, beschut werk en opstap- en vangnetbanen bij CvW, voor zover gemeente gebruik maakt van deze voorzieningen bij vW.
Wsw, beschut werk en opstap- en vangnetbanen bij CvW, voor zover de gemeente ebruik maakt van deze voorzieningen bij CvW. Score: ++
Het risico wordt gedempt doordat de taken meer bij elkaar worden gebracht (CvW + Werkbedrijf gelieerd aan CvW). Noordoostpolder heeft minder directe invloed dan wanneer de uitvoering belegd
Financieel risico met name door het schaalnadeel en daarmee kwetsbaarheid van de gemeente Sore: --
Score: +
Score: -
Beleidsrisico's
Verschillende uitvoeringsorganisaties (3) die werken aan hetzelfde doel leiden vaak tot suboptimale uitkomsten. Er ontstaan mogelijk dubbelingen in het werk. Dat leidt tot onduidelijkheden voor inwoners, werkgevers en andere stakeholders en het risico dat mensen niet op de optimale plek worden ondersteund. Het risico neemt toe naarmate de doelgroep verder toeneemt. In dit scenario is sprake van een overdrachtsmoment. Op het moment dat de afstand tot de arbeidsmarkt kleiner is dan twee jaar is het de bedoeling dat betrokkene wordt doorverwezen naar WerkCorporatie. Score: 0
In deze variant is sprake van meer integratie van de uitvoering, waardoor het risico dat dubbelingen in het werk ontstaan minder wordt alsmede de onduidelijkheden voor inwoners, werkgevers en andere stakeholders en dat mensen niet op de optimale plek worden ondersteund. Het risico neemt toe naarmate de doelgroep verder toeneemt. In dit scenario zijn (in principe) geen/minder overdrachtsmomenten. Als de afstand tot de arbeidsmarkt minder dan twee jaar wordt, blijft de kandidaat in de caseload van de gecombineerde organisatie. Score: ++
Variatie van het aanbod is mede door de schaal, beter gewaarborgd. Door het liëren van het werkbedrijf aan CvW zijn er meer mogelijkheden dan een lokaal bedrijf. Een risico is dat gemeente Noordoostpoldervoor wat betreft de uitvoering op enige afstand staat, waardoor het risico bestaat dat de aansluiting bij de lokale context minder is. Een ander risico is dat Noordoostpolder en WerkCorporatie in de huidige situatie laten zien dat er goede resultaten kunnen worden gerealiseerd. Het is onzeker of deze nieuwe constructie dezelfde resultaten zal neerzetten. Score: +
Minder variatie in het aanbod mogelijk door het schaalnadeel, waardoor de mogelijkheid van individueel maatwerk mogelijk minder is dan in de andere varianten. Mogelijk is het aanbod en daarmee het voorzieningenniveau voor de inwoners daarmee schraler. Score: -
Pagina 43 van 58
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
Couleur locale is gewaarborgd.
Couleur locale is gewaarborgd.
Couleur locale is gewaarborgd.
Score: +
Score: +
Taken worden uitgevoerd door CvW en het aan CvW gelieerde werkbedrijf. Er zijn minder vrijheidsgraden en mogelijk is er minder couleur locale dan wanneer de uitvoering los van CvW wordt georganiseerd.
Couleur locale
Scenario 1
Score: +
Score: 0
Afbakening
Drie organisaties zijn actief in de infrastructuur. Dat betekent dat er zes afbakeningsmomenten zijn. Score: -
Naast de eigen uitvoeringsorganisatie is CvW actief. Er zijn twee afbakeningsmomenten. Score: 0
Het werkbedrijf en CvW zijn aan elkaar gekoppeld. Afbakeningsproblemati ek in het kader van de Participatiewet is naar verwachting beperkt en vindt vooral plaats binnen het uitvoeringsconstruct. Mogelijk is er wel sprake van afbakeningsvraagstukk en met het bredere sociaal domein.
Er is één organisatie die integraal verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Participatietaken in de Participatiewet. Een voordeel met deze variant is dat afstemming met het bredere sociale domein gemakkelijker georganiseerd kan worden. Score: ++
Toekomstbestendigheid
Grip
Score: + Gemeente heeft direct grip op het beleid en de uitvoering voor zover het WeCo en USD betreft. V.w.b. de taken bij CvW moet worden samengewerkt met Lelystad en Urk.
Gemeente heeft direct grip op het beleid en de uitvoering voor zover het WeCo en USD betreft. V.w.b. de taken bij CvW moet worden samengewerkt met Lelystad en Urk.
Score: 0
Score: 0
Het risico van toenemende spanning tussen USD en WeCo, waarmee het huidige vraagstuk vooruit wordt geschoven. Beschutte werkplekken en vangnet- en opstapbanen kunnen bij CvW toekomstbestendig worden georganiseerd. Voorwaarde is dat goede afspraken worden gemaakt met Lelystad en Urk (die zich doorvertalen naar afspraken met CvW).
Spanning tussen WeCo en USD wordt gemitigeerd. Beschutte werkplekken en vangnet- en opstapbanen kunnen bij CvW toekomstbestendig worden georganiseerd. Voorwaarde is dat goede afspraken worden gemaakt met Lelystad en Urk (die zich doorvertalen naar afspraken met CvW).
Score: -
Score: +
CvW en het werkbedrijf zijn aan elkaar gelieerd. Dat vermindert de vrijheidsgraden voor de gemeente om direct te sturen
Gemeente heeft direct grip op het beleid en de uitvoering van de gehele Participatiewet, die integraal door de gemeente wordt uitgevoerd.
Score: -
Score: +
De gemeente kan gebruik maken van de massa die wordt georganiseerd met Lelystad en Urk. Dat laat onverlet dat er een uitdaging ligt bij CvW om zich te transformeren naar een structurele, Participatiewet-proof organisatie.
Gemeente is vanwege de schaal kwetsbaarder dan een bedrijf op het niveau van Lelystad, Urk en gemeente Noordoostpolder Risico dat de gemeente er onvoldoende in slaagt om op termijn goede beschutte werkplekken, opstap en vangnet-banen te realiseren. Gemeente is dan afhankelijk van de private markt of moet terug naar Cvw.
Score: +
Score: 0
Relatie met buurgemeenten
Pagina 44 van 58
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
Gemeente Noordoostpolder verhoudt zich (doordat voor NOP een afwijkend dienstverleningspakket wordt gerealiseerd) anders tot CvW dan Lelystad en Urk. Dat kan – met name in een organisatie in transitie – leiden tot (extra) spanning tussen gemeenten en tussen gemeenten en de uitvoeringsorganisatie.
Gemeente Noordoostpolder verhoudt zich (doordat voor NOP een afwijkend dienstverleningspakket wordt gerealiseerd) anders tot CvW dan Lelystad en Urk. Dat kan – met name in een organisatie in transitie – leiden tot (extra) spanning tussen gemeenten en tussen gemeenten en de uitvoeringsorganisatie.
Doordat gemeente Noordoostpolder (geleidelijk of in een keer) uitstapt uit de GR, kan de relatie met de andere gemeenten negatief worden beïnvloed. Uitstappen/uitfaseren uit een GR leidt vaak tot langdurige en complexe onderhandelingen en processen.
Score: 0
Score: 0
De verhouding tussen de gemeenten in de GR is vergelijkbaar door de Wsw en beschut werk die in het kader van de GR worden uitgevoerd en de andere participatietaken die door de directeur en medewerkers van de GR worden uitgevoerd in het kader van het lokale werkbedrijf dat gelieerd is aan CvW. Zowel Lelystad en Urk als Noordoostpolder beschikken over een werkbedrijf dat gelieerd is aan CvW.
Score: -
Totaal
Score: + Driemaal min
7.3.1
Zevenmaal plus
Zesmaal plus
Nul
Conclusie
Op basis van de bovenstaande analyse trekken we de conclusie dat in Noordoostpolder de voorkeur uitgaat naar een variant waarbij de participatietaken in het kader van de Participatiewet van USD en WerkCorporatie worden gecombineerd in één uitvoeringsorganisatie, waarbij daarnaast voor een aantal voorzieningen (met name beschut werk en opstap- en vangnet-banen) gebruik gemaakt wordt van de dienstverlening van de GR (scenario 2: USD en WerkCorporatie combineren). Daarnaast blijkt de variant waarbij alle taken worden ondergebracht in de GR en een aan de GR gelieerd werkbedrijf (hetzelfde model als voor Lelystad), ook hoog te scoren. De scenario’s 2 en 3 scoren het beste voor wat betreft schaalvoordeel, het beheersen van financiële risico’s, de waarborgen voor goed beleid en toekomstbestendigheid. Scenario 2 scoort relatief wat beter voor wat betreft grip op het beleid en de uitvoering en voor wat betreft de waarborgen voor de couleur locale. Scenario 3 scoort relatief wat beter voor wat betreft de afbakening en overdrachtsmomenten en de relatie met de buurgemeenten. Scenario 1 heeft vooral schaalnadelen, afbakeningsvraagstukken en het risico dat het model onvoldoende toekomstbestendig is. Scenario 4 heeft vooral het risico van schaalnadelen, dat (daardoor) de inwoner (op termijn) kwalitatief minder goede ondersteuning krijgt en financiële risico’s.
7.4
Voorkeursscenario gemeente Noordoostpolder
Aanvullend op de inhoudelijke adviezen gaan we na wat het voorkeursscenario is van Noordoostpolder op basis van de door ons gevoerde gesprekken. Op basis van de gesprekken met de interne stakeholders, lijkt de voorkeur vooral uit te gaan naar scenario 2. Dat komt doordat de verwachte voordelen van scenario 2 ten opzichte van scenario 3 (grip op beleid en uitvoering en de waarborgen voor couleur locale) zwaarder worden gewogen dan de voordelen van scenario 3 (met name de afbakening en overdrachtsmomenten). Daarnaast is een belangrijk verschil dat Noordoostpolder er nu al goed in slaagt om de Participatiewet succesvol
Pagina 45 van 58
uit te voeren. Bij overheveling van de taken aan (het aan) Concern voor Werk (gelieerd werkbedrijf) is sprake van een zekere mate van onzekerheid over het succes. We gaan er in scenario 2 vanuit dat er in goed overleg met Lelystad en Urk (binnen de GR) afspraken kunnen worden gemaakt over een goed afgebakend en kosteneffectief dienstverleningspakket voor de gemeente Noordoostpolder, aanvullend op de taken die de gemeente zelf uitvoert. Bovendien geldt (ten opzichte van scenario 1) dat, daar waar nu afzonderlijke afspraken (DVO’s) zijn tussen USD en Concern voor Werk en de WerkCorporatie en CvW in dit scenario één DVO kan worden opgesteld met heldere afspraken. Een belangrijk verschil is dat in scenario 2 de participatietaken in het kader van de Participatiewet van USD en WerkCorporatie worden gecombineerd. Op deze manier is de uitvoering beter in staat om voor inwoners integrale ondersteuning (vanuit de verschillende levensgebieden) te bieden gericht op het aan het werk komen en blijven, hebben inwoners en werkgevers één aanspreekpunt voor wat betreft de Participatiewet en zijn er geen overdrachtsmomenten meer tussen twee verschillende organisaties. Omdat de uitvoerende partijen specifieke verantwoordelijkheden hebben, wordt er vanuit het ‘eigen bestand’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’ naar de doelgroep en samenwerkingspartners gekeken.
Door het ontsluiten en openstellen van dienstverlening (en het netwerk) kan een samenwerking tussen partijen voor meer mogelijkheden zorgen voor de doelgroep. Een belangrijk verschil ten opzichte van de huidige situatie is dat op deze manier Noordoostpolder beter is gepositioneerd voor de toekomst, waarbij de omvang en het aandeel mensen met complexe problematiek en arbeidsbeperkingen in de Participatiewet steeds groter wordt. De focus kan gelegd worden op de kortste weg naar duurzame arbeid. De afweging wat de afstand is tot de arbeidsmarkt en in welke caseload iemand thuishoort hoeft dan niet meer te worden gemaakt. Ook voor de groeiende groep die met een loonkostensubsidie aan het werk is kan de focus beter gelegd worden op ondersteuning vanuit de verschillende levensgebieden om aan het werk te blijven. Hierbij merken we op dat door Concern voor Werk nog wordt gewerkt aan een strategisch plan voor de toekomst. De inhoud van dat plan is niet bekend. Gemeente Noordoostpolder is (nog) niet bij het opstellen van dat plan betrokken geweest. Als het plan wel bekend is, kan dat aanleiding zijn om de verschillende scenario’s nog eens tegen het licht te houden en een nieuwe weging te uit te voeren. Ons advies is om scenario 2 verder uit te werken in een businessplan. In het businessplan wordt de beleidsopgave verder onderzocht en uitgewerkt.
Een belangrijk onderdeel daarvan is hoe de ondersteuning van de zogenoemde middengroep eruit ziet. Tevens wordt het juridisch construct alsmede de governance van de uitvoeringsorganisatie waarin USD en WerkCorporatie worden gecombineerd onderzocht en verder uitgewerkt. Ook wordt onderzocht welke taken worden ondergebracht bij de gemeentelijke uitvoeringsorganisatie en welke taken worden ondergebracht bij Concern voor Werk. Belangrijk is om in deze fase hierover in gesprek te treden met Concern voor Werk en de andere deelnemende gemeenten in de GR.
7.5
Advies voor het vervolg
We hebben in beeld gebracht hoe het huidige uitvoeringsconstruct van de Participatiewet in Noordoostpolder presteert, wat de sterke en zwakke punten zijn en waar de kansen en risico’s liggen. Ook hebben we – naast een aantal generieke adviezen - een viertal scenario’s uitgewerkt voor de toekomstige uitvoering. Van hieruit kunnen verdere stappen gezet worden. Op basis van de verschillende gesprekken en bijeenkomsten die we hebben gehad, adviseren wij de gemeente om een proces in te gaan over hoe de uitvoering zich in de komende jaren moet