D07 00 Rapport - Advies uitvoering Participatiewet Noordoostpolder.pdf
Tekst van het document
Pagina 46 van 58
ontwikkelen. Voor het te volgen proces van intentie (de intentie om te veranderen) naar implementatie hanteren we bij Berenschot het ruitmodel:
Het ruitmodel wordt gehanteerd bij complexe uitvoeringsvraagstukken waarbij verschillende stakeholders zijn betrokken met uiteenlopende belangen. De besluitvorming vraagt om een zorgvuldige procesgang. We merken daarbij op dat als de gemeente in de intentionele fase beslist om het uitvoeringsconstruct te houden zoals het is, deze procesgang door het Berenschot Ruitmodel niet nodig is. Het is alleen nodig als gekozen wordt voor (een van) de scenario’s 2 tot en met 3. De gedachte erachter is dat er stapsgewijs wordt toegewerkt naar een samenwerkingsvorm, waarbij na elke fase een beslisdocument wordt vastgesteld. Opvolgende fases kennen een steeds grotere mate van detail. Bij het volgen van het ruitmodel vloeit de uiteindelijke inrichting logischerwijs voort uit de eerder gemaakte bestuurlijke keuzes en vastgestelde strategie. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om daar de verschillende besluitvormingsdocumenten steeds op te toetsen: zijn de gemaakte keuzes in lijn met de uitgezette strategie? Feitelijk bevindt de besluitvorming zich nu in de intentionele fase. In deze fase wordt de problematiek onderkend en wordt besloten om verder te gaan op zoek naar oplossingen. In de intentionele fase wordt zoveel mogelijk richting gegeven aan de te kiezen oplossing. In ons onderzoek zijn we gekomen tot een aantal oplossingsscenario’s.
Ons advies is om in deze fase te beslissen over een of enkele scenario’s. In de strategiefase wordt toegewerkt naar een uitkomst op strategisch niveau. Op basis van de in deze rapportage opgestelde scenario’s worden de mogelijkheden verder verkend en geconcretiseerd. Op basis van deze analyse wordt een keuze gemaakt voor een van de – verder uitgewerkte – scenario’s. Belangrijk is dat op basis van de wensen en behoeften van de gemeente wordt toegewerkt naar een uitkomst waarin ook de wensen en behoeften van belangrijke stakeholders, in het bijzonder de gemeenten Lelystad en Urk en Concern voor Werk, worden betrokken. Als duidelijk is wat de gewenste koers van de gemeente moet worden, dan kan ook – binnen de kaders van het gekozen scenario – gezocht worden naar de manier waarop dat moet gebeuren. De uitwerking vindt plaats in een businessplan. Het businessplan beschrijft hoe van de scenario’s uit de intentionele fase gekomen is tot één voorkeursscenario, waarvoor draagvlak bestaat bij de betreffende stakeholders. De gemeente stelt de uitwerking in het businessplan vast. Dit is nog geen onomkeerbaar besluit. In de planfase wordt het voorkeursscenario verder uitgewerkt. Hierin komt te staan hoe de toekomst eruit gaat zien voor de gemeente en het uitvoeringsconstruct, welke afspraken gemaakt worden met de gemeenten in de GR en welk prijskaartje daaraan hangt.
Ook worden de creatieve oplossingen met het oog op een efficiënte uitvoering, binnen de kaders van het gekozen scenario in
Pagina 47 van 58
deze fase concreet gemaakt. Dit noemen we het bedrijfsplan. Het bedrijfsplan wordt door de gemeente vastgesteld en geldt als een onomkeerbaar besluit. Na vaststelling van het bedrijfsplan vindt de implementatiefase plaats. Hoe de implementatiefase eruit ziet is afhankelijk van de keuzes die zijn gemaakt in het bedrijfsplan. De afspraken in het bedrijfsplan worden concreet uitgewerkt in verschillende uitvoeringsplannen. De uitvoeringsplannen vormen de basis voor de uitvoering en implementatie voor de betrokken uitvoeringsmanagers. Ons advies is om de intentionele fase af te sluiten met het besluit dat gestart wordt met de strategische fase, waarin de hiervoor genoemde scenario’s verder worden uitgewerkt en gekomen wordt tot één voorkeursscenario. Ten behoeve van de strategie-fase wordt aan de gezamenlijke bestuurders gevraagd om zoveel mogelijk richting en houvast te geven.
Pagina 48 van 58
Bijlage 1.
Bijstandskansen
Totaal
Percentage met bijstand
Voorspeld percentage met bijstand
Aantal met bijstand
Voorspeld aantal met bijstand
Afwijking
19.292
3,77%
3,62%
727
698
−29
Herkomst Cariben
192
17,71%
12,60%
34
24
−10
Herkomst Marokko
308
12,66%
11,67%
39
36
−3
Herkomst Nederland
15.472
2,55%
2,28%
394
352
−42
Herkomst Suriname
196
6,63%
5,86%
13
11
−2
Herkomst Turkije
207
8,21%
8,55%
17
18
1
Herkomst Irak
75
24,00%
22,20%
18
17
−1
Herkomst Overig Europa
2.415
1,82%
3,02%
44
73
29
Herkomst Syrië
179
41,90%
40,82%
75
73
−2
Herkomst overig Afrika
240
8,33%
8,66%
20
21
1
Herkomst overig Amerika en Oceanië
319
3,76%
4,33%
12
14
2
Herkomst overig Azië
444
6,31%
4,51%
28
20
−8
Kenmerk Gehele groep Huishoudens 18 jaar - AOW-leeftijd in gemeente Herkomst
Huishoudenssamenstelling Alleenstaande
4.512
7,85%
7,50%
354
338
−16
Eenouderhuishouden
1.275
12,94%
11,66%
165
149
−16
Paar met kinderen
5.915
1,76%
1,72%
104
102
−2
Paar zonder kinderen
3.568
1,04%
1,28%
37
46
9
Thuiswonend meerderjarig kind
3.941
1,65%
1,51%
65
59
−6
HCI laag
5.439
10,74%
10,58%
584
575
−9
HCI midden/hoog
14.967
0,86%
0,83%
129
124
−5
Voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs
491
10,18%
8,19%
50
40
−10
Leeftijd 18 tot 20 jaar
1.161
1,21%
-
14
-
-
Leeftijd 20 tot 25 jaar
2.819
2,31%
2,38%
65
67
2
Leeftijd 25 tot 30 jaar
2.461
2,52%
2,88%
62
71
9
Leeftijd 30 tot 40 jaar
4.556
3,25%
3,19%
148
145
−3
Leeftijd 40 tot 50 jaar
4.422
3,91%
3,53%
173
156
−17
Leeftijd 50 jaar tot AOW-leeftijd
6.756
5,09%
4,66%
344
315
−29
HCI laag en gezondheidsproblemen
2.147
14,11%
13,31%
303
286
−17
Herkomstland met verhoogde bijstandskans en 50 tot AOW-leeftijd
485
25,36%
22,45%
123
109
−14
Herkomstland met verhoogde bijstandskans en gezondheidsproblemen
534
20,41%
19,30%
109
103
−6
Voormalig student met psychoproblematiek
183
9,84%
6,01%
18
11
−7
Bovengemiddelde huisartskosten
5.749
4,96%
4,74%
285
273
−12
Medicijnen tegen depressie
1.637
7,94%
6,84%
130
112
−18
Medicijnen tegen epilepsie en pijn
695
9,64%
7,84%
67
54
−13
Medicijnen tegen psychose/bipolaire stoornis
480
12,71%
10,46%
61
50
−11
Medicijnen tegen verslaving
88
15,91%
13,35%
14
12
−2
Medicijngebruik uit 4 of 5 hoofdgroepen
2.436
5,99%
5,68%
146
138
−8
Medicijngebruik uit 6 of 7 hoofdgroepen
729
9,74%
7,68%
71
56
−15
Medicijngebruik uit 8 of meer hoofdgroepen
200
8,50%
8,05%
17
16
−1
Verleden met GGZ-kosten
5.037
6,69%
5,88%
337
296
−41
Ziekenhuiskosten
11.142
3,80%
3,73%
423
416
−7
Zorgkosten voor hulpmiddelen
2.556
5,28%
4,97%
135
127
−8
Human Capital Index (opleiding/werkervaring)
Leeftijdsamenstelling
Stapeling van problematiek
Zorggebruik
Pagina 49 van 58
Bijlage 2.
Rijksmiddelen Participatiewet
In het volgende overzicht staan de (verwachte) middelen voor de gemeente Noordoostpolder voor de uitvoering van de Participatiewet. De middelen komen binnen via het gemeentefonds en via het BUIG-budget. De bedragen betreffen de stand septembercirculaire 2024.
2024 A1. Budget uitkeringen A2. Budget LKS A. Totaal nader voorlopig BUIG-budget
2025
2026
2027
2028
2029
€ 13.728.598 € 13.434.661 € 13.759.266 € 13.898.049 € 14.234.068 € 14.464.112 € 2.388.777 € 2.736.860 € 2.924.470 € 3.111.613 € 3.303.234 € 3.490.372 € 16.117.374 € 16.171.521 € 16.683.736 € 17.009.661 € 17.537.302 € 17.954.484
B1. Uitvoering € 3.620.168 B2. Begeleiding € 835.753 B3. Re-integratie € 1.673.718 B4. Programma en apparaat minimabeleid € 3.307.128 B. Middelen in het cluster Participatie AU/GF € 9.436.768
€ 3.649.092 € 947.292 € 1.685.844 € 3.270.386 € 9.552.613
€ 3.726.398 € 3.831.333 € 3.925.365 € 4.031.200 € 1.009.285 € 1.080.558 € 1.144.422 € 1.211.535 € 1.751.624 € 1.829.236 € 1.895.615 € 1.978.014 € 3.293.495 € 3.346.457 € 3.379.903 € 3.427.445 € 9.780.803 € 10.087.584 € 10.345.305 € 10.648.193
C1. Rijksbijdage Wsw C2 Begeleiding beschut werk C. Totaal IU Participatie
€ 5.972.670 € 192.236 € 6.164.906
€ 5.652.019 € 217.986 € 5.870.005
€ 5.317.716 € 234.416 € 5.552.132
D. Totaal Participatiewet
€ 31.719.048 € 31.594.139 € 32.016.670 € 32.311.084 € 32.955.501 € 33.616.385
€ 4.962.997 € 250.841 € 5.213.839
€ 4.805.815 € 267.079 € 5.072.894
€ 4.730.200 € 283.507 € 5.013.707
Pagina 50 van 58
Bijlage 3.
Keuzes van andere gemeenten
De Participatiewet betekende voor gemeenten dat er een grote verandering moest worden doorgevoerd. De gemeentelijke uitvoering bestond voor de invoering van de Participatiewet vaak uit een aparte uitvoeringsorganisatie voor de Wet werk en bijstand en een aparte uitvoeringsorganisatie voor de Wsw. Enerzijds moet gemeentelijke uitvoering zodanig worden ingericht dat een goede uitvoering van de Participatiewet gewaarborgd is. Anderzijds moet de steeds grotere, nieuwe doelgroep worden ondersteund , in lijn met de uitgangspunten van de Participatiewet (inclusie, begeleiding bij reguliere werkgevers, Beschut Werk). Uit het landelijke onderzoek dat Berenschot heeft gedaan naar de sociaal ontwikkelbedrijven bleek dat gemeenten verschillende keuzes maken ten aanzien van de inrichting van de uitvoeringsstructuur. Het volgende diagram laat vijf typologieën zien van de keuzes die zijn gemaakt voor de voormalige uitvoeringsorganisaties van de Wsw.
Figuur: typologieën sociaal ontwikkelbedrijven in Nederland.
Toelichting: •
Gecombineerd bedrijf: het sociaal ontwikkelbedrijf is gecombineerd met de sociale dienst(en) in één gezamenlijk bedrijf. Het bedrijf voert de gehele Participatiewet uit en verzorgt zowel de uitkeringsverstrekking aan mensen met een bijstandsuitkering als het aan de slag helpen en houden van mensen vanuit de doelgroep. Het bedrijf voert alle functionaliteiten uit, zoals in de vorige paragraaf besproken. Daarnaast voert het bedrijf de inkomenstaken uit. Van de bedrijven die reageerden op onze enquête in ons landelijke onderzoek, behoort 20% tot deze categorie.
•
Geïntegreerd werkbedrijf: alle werk- en re-integratietaken van de gemeente(n) in het kader van de Participatiewet en de Wsw (zoals in de vorige paragraaf besproken) zijn geïntegreerd in één bedrijf. De uitkeringsverstrekking is ondergebracht in een aparte entiteit. 20% van de bedrijven die reageerden op onze enquête behoort tot deze categorie.
•
Partieel werkbedrijf: het sociaal ontwikkelbedrijf voert naast de Wsw ook andere reintegratietaken uit. De aard en omvang van de taken verschillen. Het sociaal ontwikkelbedrijf voert een deel van de functionaliteiten uit of zet de functionaliteiten voor een deel van de
Pagina 51 van 58
doelgroep in, zoals in de vorige paragraaf besproken. Naast de sociaal ontwikkelbedrijven zijn – binnen de ondersteuningsinfrastructuur – één of meerdere gemeentelijke afdelingen actief. Het gaat hier om circa de helft van de bedrijven die reageerden op onze enquête. •
Bedrijf voor Beschut Werk: in dit bedrijf is de traditionele werkplaats de hoeksteen van de infrastructuur van het bedrijf. Deze bedrijven verrichten naast de Wsw en Beschut Werk geen of zeer beperkt andere re-integratietaken. Het gaat om circa 5% van de bedrijven die de enquête hebben ingevuld.
•
Wsw-bedrijf: dit bedrijf voert hoofdzakelijk alleen (nog) de Wsw uit. Het gaat om circa 5% van de respondenten.
Ook ten aanzien van de dienstverlening aan de nieuwe doelgroepen maken gemeenten verschillende keuzes. Wij zien onder meer de volgende belangrijke verschillen: •
Inzet van LKS: sommige gemeenten zetten sneller loonkostensubsidie (LKS) in dan andere gemeenten. Sommige gemeenten grijpen dit instrument aan om mensen sneller naar werk te helpen. Andere gemeenten zijn terughoudender. Zij vrezen dat het instrument kandidaten stigmatiseert of zij beperken de inzet van het instrument tot bepaalde, afgebakende doelgroepen (bijvoorbeeld alleen voor mensen met bepaalde arbeidsbeperkingen).
•
Beschut Werk: sommige gemeenten zijn terughoudend met het inzetten van Beschut Werk, bijvoorbeeld omdat ze het een duur instrument vinden of omdat ze mensen met een beperking zonder meer aan het werk (willen)helpen. Daar is een indicatiestelling niet voor nodig. Andere zetten Beschut Werk veel in, bijvoorbeeld door actief op zoek te gaan naar potentiële kandidaten.
•
Binnen en buiten: in sommige gemeenten worden de klassieke werksoorten (zoals Groen, Schoonmaak, Verpakken en Montage) in het Wsw-bedrijf in stand gehouden en soms uitgebreid om de doelgroep aan het werk te houden. De gemeenten en werkbedrijven kiezen daarvoor om mensen snel te kunnen plaatsen, zonder tussenkomst van een reguliere werkgever en om altijd een vangnet beschikbaar te hebben als iemand uit de doelgroep bij een reguliere werkgever zijn baan verliest. In andere gemeenten worden de eigen werksoorten grotendeels afgebouwd en worden kandidaten (waaronder de sw-medewerkers) bij reguliere werkgevers geplaatst en begeleid. Bedrijven kiezen vaak voor deze optie omdat ze dan geen relatief dure voorzieningen in de lucht hoeven te houden en minder financieel risico lopen. De focus is meer gericht op het bij reguliere werkgevers aan het werk helpen van mensen, waardoor het risico minder groot is dat mensen op de werksoorten worden vastgehouden omdat de werksoorten voldoende financieel resultaat moeten opleveren.
•
Middengroep: er is een groep mensen in de Participatiewet die het nog niet lukt om bij reguliere werkgevers aan het werk te komen, maar die geen indicatie krijgt voor Beschut Werk. Deze groep is vaak geholpen met een (tijdelijke) dienstbetrekking bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Sommige gemeenten bieden iedereen die nog niet regulier aan de slag komt een dienstbetrekking aan in het sociaal ontwikkelbedrijf. Andere gemeenten zijn hierin terughoudend, omdat de kosten relatief hoog zijn of omdat ze van mening zijn dat het niet past bij de (bedoeling van de) Participatiewet.
Kortom, gemeenten hebben uitvoerings- en beleidsvrijheid in de Participatiewet. Er worden verschillende keuzes gemaakt. Noordoostpolder heeft voor wat betreft het sociaal ontwikkelbedrijf gekozen voor de partiële variant. Noordoostpolder heeft ervoor gekozen om een eigen werkbedrijf op te zetten (De WerkCorporatie). Het klassieke sw-bedrijf voert nog steeds de Wsw uit. Daarnaast
Pagina 52 van 58
worden bij Concern voor Werk werkplekken gerealiseerd voor mensen met een indicatie beschut werk en voor mensen met een inschrijving in de doelgroepregister. Doel van deze banen is om de banenafspraak voor de gemeente Noordoostpolder als werkgever te realiseren. Het grootste deel van de mensen met een indicatie beschut werk is aan de slag bij Concern voor Werk. USD verstrekt uitkeringen en verwijst mensen door naar De WerkCorporatie, voor zover zij een overbrugbare afstand hebben tot de arbeidsmarkt.
Pagina 53 van 58
Bijlage 4.
Literatuurlijst
Jaartal
Document
2024
Rapportage Medewerkerstevredenheidsonderzoek 2024 (medewerkers in dienst van gemeente)
2024
Bijlage 2.b Concept Samenwerkingsovereenkomst RWF 240624 Samenwerkingsovereenkomst Regionaal Werkbedrijf Flevoland.
2024
Dienstverleningsovereenkomst 2024. (Concern voor Werk)
2024
Jaarstukken Werkvoorzieningschap IJsselmeergroep 2023
2024
Inzet jongeren-participatiecoach. No. 24.0000018-1.
2024
Benchmark Divosa
2023
Noordoostpolder Jaarkaart Werk en Inkomen
2022
Ruimte voor elkaar. Coalitieakkoord 2022-2026
2022
Overeenkomst invulling garantiebanen (Concern voor Werk)
2022
Noordoostpolder Jaarkaart Werk en Inkomen
2021
Deelplan Participatie. Krachtig Noordoostpolder 2.0. Doen wat werkt!
2021
Krachtig Noordoostpolder 2.0. Doen wat werkt! Beleidsplan Sociaal domein.
2021
Samen werken loont Onderzoek naar beleid en uitvoering van de Participatiewet in de gemeente Noordoostpolder. Rekenkamercommissie van de gemeente Noordoostpolder.
2020
Service Level Agreement gemeente Noordoostpolder – WerkCorporatie NOORDOOSTPOLDER ie Noordoostpolder Bv 2020
2020
Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap IJsselmeergroep 2020
2019
Besluitvormende nota aan Burgemeester en Wethouders. Toekomstbestendige WerkCorporatie.
2017
Evaluatie WerkCorporatie, Regioplan, 2017
2014
Bedrijfsplan WerkCorporatie Noordoostpolder
2014
Concept Statuten WerkCorporatie Noordoostpolder BV
Pagina 54 van 58
Jaarplannen WerkCorporatie Datum
Document
2024
Jaarplan WerkCorporatie
2023
Jaarplan WerkCorporatie
2022
Jaarplan WerkCorporatie
2021
Jaarplan WerkCorporatie
2020
Jaarplan WerkCorporatie
Jaarrekeningen WerkCorporatie Datum
Document
2024
Jaarrekening WerkCorporatie
2023
Jaarrekening WerkCorporatie
2022
Jaarrekening WerkCorporatie
2021
Jaarrekening WerkCorporatie
2020
Jaarrekening WerkCorporatie
Uitvoeringsovereenkomsten WerkCorporatie Datum
Document
2024
Aangepast exemplaar Uitvoeringsovereenkomst 2024. Gemeente Noordoostpolder WerkCorporatie Nordoostpolder B.V.
2024
Uitvoeringsovereenkomst WerkCorporatie
2023
Uitvoeringsovereenkomst WerkCorporatie
2022
Uitvoeringsovereenkomst WerkCorporatie
2021
Uitvoeringsovereenkomst WerkCorporatie
2020
Uitvoeringsovereenkomst WerkCorporatie
Concern voor Werk Datum
Document
2024
Verslag eerste halfjaar 2024
2024
Rapportage Concern voor Werk Aantallen BSW en SWG/SWW)
Pagina 55 van 58
Datum
Document
2024
Jaarovereenkomst
2024
DVO 2024 Concern voor Werk
2023
Jaarovereenkomst 2023
2023
DVO 2023 Concern voor Werk
2023
DVO 2023 Concern voor Werk en de WerkCorporatie
2023
Rapport inzake jaarstukken 2023
Raamovereenkomsten, offertes, opdrachten, contracten en facturen zijn aanvullend aangeleverd.
Pagina 56 van 58
Bijlage 5. Naam
Geïnterviewden Functie
Organisatie
Directeur
Gemeente Noordoostpolder, WerkCorporatie
Manager USD (cluster Uitvoering Sociaal Domein
Gemeente Noordoostpolder
Eric Streefland Margo Visscher
Beleidsadviseur participatie
Gemeente Noordoostpolder
Nynke Oosterhaven
Medewerker afdeling Participatie
Gemeente Noordoostpolder
Eelke de Vries
Gemeentesecretaris
Gemeente Noordoostpolder
Jacob Korterink
Accountmanager Economische Zaken
Gemeente Noordoostpolder
Bert Scholing
Teamleider werk, inkomen en inburgering
Gemeente Noordoostpolder
Linda Verduin
Wethouder o.a. Werk, Inkomen en Participatie
Gemeente Noordoostpolder
Robert Onderstijn
Coördinator team begroting
Gemeente Noordoostpolder
Sander Post
Algemeen directeur
Concern voor Werk
Marjolein Stoker
Locatiedirecteur Noordoostpolder en Lelystad
Concern voor Werk
Peter van der Mee
Financieel directeur
Concern voor Werk
Elisabeth de Gelder
Manager WerkCorporatie
WerkCorporatie
Yvonne van der Sluis
Verschillende medewerkers
WerkCorporatie
Twan Hakvoort
Ondernemer, directeur ’t Voorhuys en voorzitter raad van advies WerkCorporatie
‘t Voorhuys
Saskia Bakker
HR Manager
Verbruggen Palletizing Solutions
Jos van Putten
Manager
Carrefour
Aart Reussing
Directeur
Zonnebloemschool
Durk Bijma
Vestigingsdirecteur
Firda, ROC
Linda Hofman
Teamleider educatie en inburgering
Firda, ROC
Pagina 57 van 58
Bijlage 6. Naam
Begeleidingscommissie Functie
Organisatie
Directeur
Gemeente Noordoostpolder, WerkCorporatie
Manager USD (cluster Uitvoering Sociaal Domein
Gemeente Noordoostpolder
Eric Streefland Margo Visscher
Beleidsadviseur participatie
Gemeente Noordoostpolder
Bert Scholing
Teamleider werk, inkomen en inburgering
Gemeente Noordoostpolder
Elisabeth de Gelder
Manager WerkCorporatie
WerkCorporatie
Wike Swart
Beleidsadviseur
Gemeente Noordoostpolder
Yvonne van der Sluis
Pagina 58 van 58
WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG Nederland is continu in ontwikkeling. Maatschappelijk, economisch en organisatorisch verandert er veel. Al ruim 85 jaar volgen wij als adviesbureau deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. De behoefte om iets fundamenteels te betekenen voor mens en maatschappij zit in onze genen. Met onze adviezen en oplossingen hebben we dan ook actief meegebouwd aan het Nederland van vandaag. Altijd op zoek naar duurzame vooruitgang. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. Zo komen we tot gefundeerde adviezen en slimme oplossingen. Die zijn op het eerste gezicht misschien niet altijd de meest voor de hand liggende. Juist deze eigenzinnigheid maakt ons uniek. Daarbij zijn we niet van symptoombestrijding. En gaan pas naar huis als het is opgelost.
Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl