CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D07 00 Rapport - Advies uitvoering Participatiewet Noordoostpolder.pdf

Gemeenteraad 3 maart 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken20.633 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

N

CONCEPTRAPPORT

Beleid en uitvoering van de Participatiewet Advies aan de gemeente Noordoostpolder 72403 - Intern vertrouwelijk - 17 november 2024 Martin Heekelaar, Anne van Schothorst

Pagina 2 van 58

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 ...................................................................................................................... 4 Samenvatting ................................................................................................................... 4 1.1

Opdracht ......................................................................................................... 4

1.2

De opgave ....................................................................................................... 4

1.3

De uitvoering van de Participatiewet in Noordoostpolder ............................... 4

1.4

Het resultaat ................................................................................................... 4

1.5

SWOT-analyse van de uitvoering .................................................................... 5

1.6

Inhoudelijke adviezen .................................................................................... 6

1.7

Scenario’s voor een toekomstbestendige uitoering ........................................ 6

1.8

Voorkeursscenario .......................................................................................... 7

Hoofdstuk 2 ...................................................................................................................... 9 Inleiding........................................................................................................................... 9 2.1

Inleiding ......................................................................................................... 9

2.2

Aanleiding ....................................................................................................... 9

2.3

Opdracht ......................................................................................................... 9

2.4

Aanpak ......................................................................................................... 10

2.5

Leeswijzer .................................................................................................... 11

Hoofdstuk 3 .................................................................................................................... 12 Beleid en uitvoering ....................................................................................................... 12 3.1

De Participatiewet ........................................................................................ 12

3.2

De gemeentelijke opgave.............................................................................. 14

3.3

De uitvoering van de Participatiewet in Noordoostpolder ............................. 14

3.4

Infrastructuur van de Participatiewet ........................................................... 15

3.5

Financiën ...................................................................................................... 19

Hoofdstuk 4 .................................................................................................................... 23 Resultaten ...................................................................................................................... 23 4.1

Bijstandsafhankelijkheid .............................................................................. 23

4.2

Verdieping .................................................................................................... 24

4.3

Saldo BUIG ................................................................................................... 24

4.4

Loonkostensubsidies en (nieuw) beschut werk ............................................ 25

4.5

Totaalbeeld ................................................................................................... 26

Hoofdstuk 5 .................................................................................................................... 28 SWOT-analyse ................................................................................................................ 28 5.1

Sterke punten ............................................................................................... 28

5.2

Minder sterke punten .................................................................................... 28

5.3

Kansen .......................................................................................................... 29

5.4

Risico’s ......................................................................................................... 30

5.5

Samenvatting ............................................................................................... 32

Hoofdstuk 6 .................................................................................................................... 33

Pagina 3 van 58

Scenario’s voor de toekomstige uitvoering van de Participatiewet ................................ 33 6.1

Inleiding ....................................................................................................... 33

6.2

Inhoudelijke adviezen .................................................................................. 33

6.3

Scenario 1: Houden zoals het is .................................................................... 35

6.4

Scenario 2: De taken van USD en WerkCorporatie combineren ..................... 36

6.5

Scenario 3: Werktaken bij een werkbedrijf gelieerd aan Concern voor Werk ............................................................................................................. 37

6.6

Scenario 4: Uit de GR stappen van Concern voor Werk ................................. 38

Hoofdstuk 7 .................................................................................................................... 40 Voorkeursvariant............................................................................................................ 40 7.1

Inleiding ....................................................................................................... 40

7.2

Beoordelingscriteria ..................................................................................... 40

7.3

Weging van de verschillende scenario’s ....................................................... 41

7.4

Voorkeursscenario gemeente NOP ................................................................ 44

7.5

Advies voor het vervolg ................................................................................ 45

Bijlage 1.

Bijstandskansen ........................................................................................... 48

Bijlage 2.

Rijksmiddelen Participatiewet ...................................................................... 49

Bijlage 3.

Keuzes van andere gemeenten ..................................................................... 50

Bijlage 4.

Literatuurlijst................................................................................................ 53

Bijlage 5.

Geïnterviewden............................................................................................. 56

Bijlage 6.

Begeleidingscommissie ................................................................................. 57

Pagina 4 van 58

HOOFDSTUK 1

Samenvatting In de afgelopen jaren zijn er veel veranderingen geweest op het terrein van regelgeving, de situatie op de arbeidsmarkt en de samenstelling van de doelgroep die afhankelijk is van de Participatiewet. Gemeente Noordoostpolder vroeg Berenschot om over het beleid en de uitvoering om goed voorbereid te zijn op de toekomstige ontwikkelingen.

1.1

Opdracht

De opdracht aan Berenschot luidde: Geef advies over een bij de gemeente Noordoostpolder passende inrichting van de uitvoering van de Participatiewet die in staat is om in te spelen op en mee te bewegen met de verwachte toekomstige ontwikkelingen. Breng – kijkend naar de toekomst - de keuzes in beeld die de gemeente kan maken en breng in beeld wat de consequenties van de keuzes zijn.

1.2

De opgave

Gemeenten staan voor een grote uitdaging om goed vorm en inhoud te geven aan de uitvoering van de Participatiewet. Er moet een steeds grotere groep mensen die het zelf niet redt op de arbeidsmarkt, bij reguliere werkgevers aan de slag worden geholpen en gehouden. Tegelijkertijd moet de klassieke infrastructuur van de Wsw worden omgebouwd naar een infrastructuur die meer ondersteunend is aan de doelstellingen van de Participatiewet. Deze transitie moet worden vormgegeven naast de uitvoering van de klassieke re-integratietaken waarvoor de gemeenten al verantwoordelijk waren in het kader van de Wet werk en bijstand. Het Ministerie van SZW schat in dat deze transitie duurt tot circa 2048.

1.3

De uitvoering van de Participatiewet in Noordoostpolder

In de gemeente Noordoostpolder wordt de Participatiewet uitgevoerd door het gemeentelijk cluster Uitvoering sociaal domein (USD), door De WerkCorporatie en door Concern voor Werk. USD is een integraal onderdeel van de gemeentelijke organisatie. De WerkCorporatie is een uitvoeringsorganisatie die in de vorm van een BV op afstand is gezet van de gemeente. De gemeente is eigenaar van deze BV. Concern voor Werk is een samenwerkingsverband (gemeenschappelijke regeling (GR)) van de gemeenten Lelystad, Noordoostpolder en Urk en is de oorspronkelijke uitvoeringsorganisatie van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw).

1.4

Het resultaat

Noordoostpolder zet in de uitvoering fors in op de ondersteuning van nieuwe groepen in de Participatiewet via de instroom en richt zich vooral op jongeren. Er worden relatief veel mensen met een arbeidsbeperking aan de slag geholpen zowel met een loonkostensubsidie bij reguliere werkgevers als op een beschutte werkplek bij Concern voor Werk. Een aandachtspunt is nog wel dat ondanks de ondersteuning die gericht is op maatschappelijke participatie, er in vergelijking met

Pagina 5 van 58

andere gemeenten, relatief veel mensen boven de 30 jaar afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering.

1.5

SWOT-analyse van de uitvoering1

In de huidige uitvoering van de Participatiewet zien we de volgende sterke punten, minder sterke punten, kansen en risico’s

Sterke punten: •

De uitvoering door USD en WerkCorporatie kenmerkt zich door een pragmatische aanpak

•

De uitvoerend medewerkers zijn doelgericht en betrokken. Met name WerkCorporatie heeft een goede naam bij werkgevers.

•

De focus is gericht op een zo laag mogelijke bijstandsafhankelijkheid en zoveel mogelijk mensen, zo regulier mogelijk aan het werk.

•

Beleid en uitvoering zitten dicht bij elkaar.

Minder sterke punten: •

Er is geen duidelijke meerjarenstrategie voor de Participatiewet, waarin rekening wordt gehouden met de steeds grotere groep mensen met een arbeidsbeperking.

•

Onduidelijkheden in de rol en positie van Concern voor Werk binnen de sociale infrastructuur van Noordoostpolder.

•

Geen duidelijk beleid ten aanzien van de groep zonder indicatie beschut werk, die (nog) niet bij reguliere werkgevers aan de slag kan (de middengroep).

•

Onduidelijkheden in het overdrachtsmoment tussen USD en WerkCorporatie.

Kansen: •

Werkgevers voelen zich verbonden met de gemeente en zijn bereid om maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen.

•

Het budget voor de Participatiewet wordt elk jaar groter (maar dat is niet transparant, omdat het in het gemeentefonds zit).

•

De steeds krappere arbeidsmarkt biedt de kans om mensen voor wie dat voorheen niet lukte, aan de slag te helpen bij reguliere werkgevers.

•

WerkCorporatie en USD presteren goed en de medewerkers hebben een sterk verantwoordelijkheidsgevoel.

Risico's: •

Door het ontbreken van een meerjarig kader bestaat het risico dat de groeiende nieuwe doelgroep in de Participatiewet onvoldoende wordt ondersteund en onnodig en langdurig afhankelijk wordt van een bijstandsuitkering.

•

Een steeds grotere groep mensen met een arbeidsbeperking moet met een gemiddeld lager budget, zo regulier mogelijk aan het werk geholpen en gehouden worden.

•

Geen duidelijke strategie van Concern voor Werk en de deelnemende gemeenten met het oog op de krimpende groep Wsw-ers en een groeiende nieuwe doelgroep die zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers aan het werk geholpen moet worden.

•

Hebben werkgevers in Noordoostpolders voldoende absorptiecapaciteit voor de steeds grotere groep werkzoekenden met een arbeidsbeperking?

De SWOT-analyse is een sterkte-zwakteanalyse en is een bedrijfskundig model dat intern de sterktes en zwaktes en in de omgeving de kansen en bedreigingen analyseert; op basis hiervan wordt vervolgens de strategie bepaald. De term SWOT-analyse wordt ook vaak in het Nederlands gebruikt en bevat de vier elementen: Strengths, Weaknesses, Opportunities en Threats 1

Pagina 6 van 58

•

Drie organisaties (USD, WerkCorporatie, Concern voor Werk) zijn actief in de sociale infrastructuur. Hoe meer organisaties hoe meer risico’s op ruis en onduidelijkheden in de samenwerking.

•

Gemeente Noordoostpolder is middelgroot en heeft daardoor beperkt schaalvoordeel.

1.6

Inhoudelijke adviezen

We hebben een viertal scenario’s uitgewerkt voor de toekomstige uitvoering van de Participatiewet. Los van het scenario dat voor de toekomst wordt gekozen, adviseren wij om de volgende verbeterpunten door te voeren. 1. Meerjarenstrategie: Stel een meerjarenstrategie op met een meerjarenbegroting, die rekening houdt met de groeiende en complexere nieuwe doelgroep, de krimpende groep Wswers alsmede het krimpende Wsw-budget, de transitie naar een situatie waarin de doelstellingen van de Participatiewet worden gerealiseerd (inclusie), binnen de financiële kaders vanuit het Rijk. 2. Begeleiding/jobcoaching: Houd in er in het beleid rekening mee dat sommige mensen structureel ondersteuning nodig hebben om aan het werk te blijven bij reguliere werkgevers. Voor deze vorm van ondersteuning zijn middelen beschikbaar in het gemeentefonds. 3. Middengroep: Formuleer specifiek beleid ten aanzien van de doelgroep zonder indicatie beschut werk, die wel kan werken, maar nog niet aan de slag kan bij reguliere werkgevers (de middengroep). Denk daarbij aan een vorm van opstap- en vangnet-banen of plekken, gecombineerd met begeleiding (jobcoaching of lifecoaching). 4. Bijstandsafhankelijkheid: Streef naar een minder sterke stijging van het bijstandsvolume dan verwacht en focus (naast de nieuwe instroom) op het zittend bestand boven de 30 jaar. 5.

Accounthouder Concern voor Werk: Wijs binnen de gemeente Noordoostpolder een accounthouder aan voor Concern voor Werk die namens de gemeente op alle onderdelen optreedt als vertegenwoordiger richting Concern voor Werk. 6. Tarieven Concern voor Werk: Ga met Concern voor Werk en de andere gemeenten in de GR in gesprek over een normering van de tarieven die gemeenten of aan gemeenten gelieerde bedrijven betalen als opdrachtgever. 7. Informatie op gemeenteniveau: Spreek met Concern voor Werk en in de GR af dat op gemeenteniveau de integrale/geconsolideerde dienstverlening, resultaten en bekostiging in beeld wordt gebracht, zowel volgens het plan (gekoppeld aan de meerjarenbegroting), lopende het jaar als na afloop (in het jaarverslag).

1.7

Scenario’s voor een toekomstbestendige uitoering

We hebben een viertal scenario’s uitgewerkt voor een toekomstbestendige uitvoering van de Participatiewet. •

Scenario 1, Houden zoals het is: USD, WerkCorporatie blijven de taken uitvoeren, vergelijkbaar met de huidige situatie. Er wordt wel een aantal verbeteringen doorgevoerd (zie de algemene aanbevelingen hierna.

•

Scenario 2, De taken van USD en WerkCorporatie combineren: In dit scenario worden de Participatiewettaken van USD en WerkCorporatie gecombineerd. Deze organisatie voert (in ieder geval) de Participatiewet-taken op het terrein van werk en inkomen uit.

•

Scenario 3, Werktaken bij een werkbedrijf gelieerd aan Concern voor Werk: In dit scenario komen alle werktaken bij een nieuw op te richten werkbedrijf dat gelieerd is aan Concern voor Werk (vergelijkbaar met het werkbedrijf van Lelystad en Urk).

Pagina 7 van 58

•

Scenario 4, Uit de GR stappen van Concern voor Werk: In deze variant kiest de gemeente ervoor om uit de GR van Concern voor Werk te stappen.

1.8

Voorkeursscenario

Aanvullend op de inhoudelijke adviezen gaan we na wat het voorkeursscenario is van Noordoostpolder op basis van de door ons gevoerde gesprekken. Op basis van de gesprekken met de interne stakeholders, lijkt de voorkeur vooral uit te gaan naar scenario 2. Dat komt doordat de verwachte voordelen van scenario 2 ten opzichte van scenario 3 (grip op beleid en uitvoering en de waarborgen voor couleur locale) zwaarder worden gewogen dan de voordelen van scenario 3 (met name de afbakening en overdrachtsmomenten). Daarnaast is een belangrijk verschil dat Noordoostpolder er nu al goed in slaagt om de Participatiewet succesvol uit te voeren. Bij overheveling van de taken aan (het aan) Concern voor Werk (gelieerd werkbedrijf) is sprake van een zekere mate van onzekerheid over het succes. We gaan er in scenario 2 vanuit dat er in goed overleg met Lelystad en Urk (binnen de GR) afspraken kunnen worden gemaakt over een goed afgebakend en kosteneffectief dienstverleningspakket voor de gemeente Noordoostpolder, aanvullend op de taken die de gemeente zelf uitvoert. Bovendien geldt (ten opzichte van scenario 1) dat, daar waar nu afzonderlijke afspraken (DVO’s) zijn tussen USD en Concern voor Werk en de WerkCorporatie en Concern voor Werk in dit scenario één DVO kan worden opgesteld met heldere afspraken.

Een belangrijk verschil is dat in scenario 2 de participatietaken in het kader van de Participatiewet van USD en WerkCorporatie worden gecombineerd. Op deze manier is de uitvoering beter in staat om voor inwoners integrale ondersteuning (vanuit de verschillende levensgebieden) te bieden gericht op het aan het werk komen en blijven, hebben inwoners en werkgevers één aanspreekpunt voor wat betreft de Participatiewet en zijn er geen overdrachtsmomenten meer tussen twee verschillende organisaties. Omdat de uitvoerende partijen specifieke verantwoordelijkheden hebben, wordt er vanuit het ‘eigen bestand’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’ naar de doelgroep en samenwerkingspartners gekeken. Door het ontsluiten en openstellen van dienstverlening (en het netwerk) kan een samenwerking tussen partijen voor meer mogelijkheden zorgen voor de doelgroep. Een belangrijk verschil ten opzichte van de huidige situatie is dat op deze manier Noordoostpolder beter is gepositioneerd voor de toekomst, waarbij de omvang en het aandeel mensen met complexe problematiek en arbeidsbeperkingen in de Participatiewet steeds groter wordt. De focus kan gelegd worden op de kortste weg naar duurzame arbeid. De afweging wat de afstand is tot de arbeidsmarkt en in welke caseload iemand thuishoort hoeft dan niet meer te worden gemaakt.

Ook voor de groeiende groep die met een loonkostensubsidie aan het werk is kan de focus beter gelegd worden op ondersteuning vanuit de verschillende levensgebieden om aan het werk te blijven. Hierbij merken we op dat door Concern voor Werk nog wordt gewerkt aan een strategisch plan voor de toekomst. De inhoud van dat plan is niet bekend. Gemeente Noordoostpolder is (nog) niet bij het opstellen van dat plan betrokken geweest. Als het plan wel bekend is, kan dat aanleiding zijn om de verschillende scenario’s nog eens tegen het licht te houden en een nieuwe weging te uit te voeren. Ons advies is om scenario 2 verder uit te werken in een businessplan. In het businessplan wordt de beleidsopgave verder onderzocht en uitgewerkt. Een belangrijk onderdeel daarvan is hoe de ondersteuning van de zogenoemde middengroep eruitziet. Tevens wordt het juridisch construct alsmede de governance van de uitvoeringsorganisatie waarin USD en WerkCorporatie worden gecombineerd onderzocht en verder uitgewerkt. Ook wordt onderzocht welke taken worden ondergebracht bij de gemeentelijke uitvoeringsorganisatie en welke taken worden ondergebracht

Pagina 8 van 58

bij Concern voor Werk. Belangrijk is om in deze fase hierover in gesprek te treden met Concern voor Werk en de andere deelnemende gemeenten in de GR.

Pagina 9 van 58

HOOFDSTUK 2

Inleiding Gemeente Noordoostpolder is lokaal en regionaal aan de slag met de uitvoering van de Participatiewet, met zowel de WerkCorporatie (lokaal) als Concern voor Werk (een gemeenschappelijke regeling). Om voorbereid te zijn op de toekomst met ontwikkelingen in de doelgroep, een veranderende arbeidsmarkt en regelgeving, wil de gemeente doorgronde en onderbouwde keuzes kunnen maken. Daartoe heeft Berenschot de opdracht gekregen om advies te geven over te kiezen toekomstige richtingen betreffende beleid en uitvoering van de Participatiewet.

2.1

Inleiding

Gemeente Noordoostpolder heeft de uitvoering van de Participatiewet ondergebracht bij het sociaal domein. Mensen die tot de doelgroep behoren en het zelfstandig niet redden op de arbeidsmarkt kunnen worden doorverwezen naar de WerkCorporatie. Noordoostpolder richtte de WerkCorporatie in 2014 op, als besloten vennootschap. Ook kunnen mensen worden doorverwezen naar Concern voor Werk, de gemeenschappelijke regeling van de gemeenten Noordoostpolder, Lelystad en Urk. Concern voor Werk voert de Wsw en verschillende taken op het terrein van de Participatiewet. Voor Noordoostpolder worden naast de Wsw beschutte werkplekken en werkfit-trajecten gerealiseerd.

2.2

Aanleiding

In de afgelopen jaren zijn er veel veranderingen geweest op het terrein van regelgeving, de situatie op de arbeidsmarkt en de samenstelling van de doelgroep die afhankelijk is van de Participatiewet. Gemeente Noordoostpolder wil vanuit een beschrijving van de huidige situatie graag advies over het beleid en de uitvoering om goed voorbereid te zijn op de toekomstige ontwikkelingen.

2.3

Opdracht

De opdracht van Noordoostpolder aan Berenschot luidt: Geef advies over een bij de gemeente Noordoostpolder passende inrichting van de uitvoering van de Participatiewet die in staat is om in te spelen op en mee te bewegen met de verwachte toekomstige ontwikkelingen. Breng – kijkend naar de toekomst - de keuzes in beeld die de gemeente kan maken en breng in beeld wat de consequenties van de keuzes zijn. Beantwoord ter onderbouwing van het advies de volgende onderzoeksvragen:

Pagina 10 van 58

1. Op welke wijze is de uitvoering van de Participatiewet in de gemeente Noordoostpolder nu ingericht? •

Welke uitvoeringspartijen zijn betrokken? Hoe verlopen de klantstromen en hoe verhouden de uitvoeringspartijen zich tot elkaar? Wat zijn de financiële kaders en hoe verlopen de geldstromen?

2. Welke externe ontwikkelingen doen zich nu en in de komende jaren naar verwachting voor waarmee in het beleid en de uitvoering van de Participatiewet rekening moet worden gehouden? •

Denk aan de ontwikkeling van de omvang en samenstelling van de doelgroep van de Participatiewet, de ontwikkeling van de kosten en de baten en de beschikbare middelen vanuit de rijksoverheid.

3. Wat zijn de kansen en bedreigingen voor de toekomst? •

Hoe gaat de doelgroep qua omvang en samenstelling zich ontwikkelen? En hoe gaan de kansen op de arbeidsmarkt zich ontwikkelen, met name voor de groep die het niet zelfstandig redt op de arbeidsmarkt. Hoe gaan de kosten en de opbrengsten van het beleid en de uitvoering zich ontwikkelen? En hoe gaan de rijksbudgetten zich ontwikkelen?

•

Bij dit deel worden meegenomen de demografische ontwikkelingen in de Nederlandse maatschappij, de specifieke ontwikkelingen in Noordoostpolder qua doelgroepontwikkeling/ arbeidsmarkt, de ontwikkelingen richting een RWC, de verwachte ontwikkeling rond de infrastructuur van de ontwikkelbedrijven, eventueel de Participatiewet in balans, de ontwikkelingen binnen het Regionaal werkbedrijf Flevoland en andere relevante ontwikkelingen/wetswijzigingen. Geef inzicht in alles waar we rekening mee moeten houden en wat komen gaat.

4. Welke uitvoeringsscenario’s zijn denkbaar, zodat zowel nu als in de toekomst een goede uitvoering van de Participatiewet voor de gemeente Noordoostpolder gewaarborgd is? •

Hoe kan de gemeente zo doelmatig (goed en efficiënt) mogelijk inwoners begeleiden naar (ander) werk of naar zelfstandige deelname aan de maatschappij. Subvraag is het in beeld brengen van de parameters die voor de gemeente bepalen wat goed en/of efficiënt en/of doelmatig is (bv: zo goedkoop mogelijk voor de gemeente (als het gaat om alle of bepaalde groepen inwoners?), zo vriendelijk mogelijk voor de verschillende partijen, zo duurzaam mogelijk voor (alle of een bepaald deel van?) etc. Welke keuzes kun je maken als gemeente en wat zijn de consequenties.

•

Welke scenario’s bieden een waarborg voor een toekomstige succesvolle uitvoering van de Participatiewet?

5. Wat is voor de gemeente Noordoostpolder het meest passende scenario? •

2.4

Houd daarmee rekening met de wensen en behoeften van de gemeente Noordoostpolder.

Aanpak

Dit onderzoek zijn wij in de eerste fase begonnen door een nulmeting uit te voeren en kaders te stellen voor de uit te voeren opdracht. De huidige situatie hebben we in kaart gebracht op basis van literatuurstudie en enkele interviews. Daarnaast is het beleids- en uitvoeringskader onderzocht, om keuzes in het verleden uiteen te zetten en de gehanteerde doelstellingen. In de begeleidingscommissie - bestaand uit de directeur en de manager van de WerkCorporatie, de manager van het cluster Uitvoering Sociaal Domein (USD), beleidsadviseur participatie, teamleider werk, inkomen en inburgering en beleidsadviseur (zie bijlage 5) - is het onderzoekskader vastgesteld. In de onderzoeksfase hebben we input verzameld doormiddel van interviews met betrokkenen (zie bijlage voor de respondenten), voerden we deskresearch uit op basis van documentatie vanuit de gemeente, de WerkCorporatie en Concern voor Werk, en voerden we

Pagina 11 van 58

benchmarks uit met data van deze partijen. Vervolgens hebben we de data geanalyseerd, en een SWOT-analyse (Strenghts, Weaknesses, Opportunities en Threats) gedaan, waarin we de sterke en de zwakke punten uitwerkten van het beleid en de uitvoering van de Participatiewet in de gemeente Noordoostpolder. Daarbij maakten we expliciet een koppeling met externe factoren zoals de arbeidsmarkt. Vervolgens hebben we op basis van een scenario-analyse scenario’s opgesteld voor het toekomstig beleid en de uitvoering, inclusief de voor- en nadelen daarvan. Deze scenario’s monden in overleg uiteindelijk uit tot een voorkeursscenario.

2.5

Leeswijzer

In dit onderzoek behandelen we eerst het huidige beleid en uitvoering van de Participatiewet. Ook brengen we de financiënstromen in beeld (hoofdstuk 2). Vervolgens gaan wij in op de resultaten die worden bereikt door de gemeente Noordoostpolder en hoe die zich verhouden tot de resultaten in de rest van het land (hoofdstuk 3). Daarna voeren wij een SWOT analyse uit voor de gemeente Noordoostpolder, waar we de sterke en zwakke punten alsmede de kansen en bedreigingen van het beleid en de uitvoering in de gemeente Noordoostpolder behandelen (hoofdstuk 4). Tenslotte behandelen we de scenario’s voor een toekomstbestendige uitvoering van de Participatiewet (hoofdstuk 5) en onderbouwen we een voorkeursscenario voor de gemeente Noordoostpolder (hoofdstuk 6).

Pagina 12 van 58

HOOFDSTUK 3

Beleid en uitvoering Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. We gaan in op de bedoeling van de Participatiewet en de opgave voor de gemeenten. Ook brengen we het beleid en de uitvoering in de gemeente Noordoostpolder in beeld en hoe die zich verhouden tot de keuzes die in andere gemeenten zijn gemaakt. Tevens brengen we de kosten in beeld die de gemeente Noordoostpolder maakt voor de werktaken in het kader van de Participatiewet.

3.1

De Participatiewet

De Participatiewet is in 2015 ingevoerd. De doelstelling van de Participatiewet is om iedereen met arbeidsvermogen naar werk toe te leiden, bij voorkeur naar regulier werk. De Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wajong (die wordt uitgevoerd door het UWV) worden samengevoegd in één regeling. De Wsw en de Wajong worden geleidelijk afgebouwd, doordat de toegang tot de Wsw en de toegang tot de Wajong voor mensen met verdienvermogen zijn afgesloten. Mensen die voorheen in de Wsw en/of de Wajong zouden zijn terechtgekomen, behoren nu tot de doelgroep van de Participatiewet. Deze groep (de zogenoemde nieuwe doelgroep) wordt steeds groter. Gemeenten zijn – naast de klassieke doelgroep van de WWB en de Wsw – verantwoordelijk voor de ondersteuning van de nieuwe doelgroep. De ontwikkeling van de doelgroep van de Participatiewet staat afgebeeld in de volgende grafiek. Deze grafiek laat zien hoe de doelgroep van de Wsw bij de gemeente Noordoostpolder geleidelijk vervangen wordt door een grotere nieuwe doelgroep. Op de verticale as staan de aantallen personen. Op de horizontale as staat de periode vanaf 2015, het jaar waarin de Participatiewet werd ingevoerd. Landelijk zie we hetzelfde beeld. De landelijke ontwikkeling hebben we vertaald naar Noordoostpolder

Pagina 13 van 58

Toelichting: •

Bijstand (groene kleur): onder de Participatiewet blijven gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de bijstand. Voor de bijstand is onder de Participatiewet weinig veranderd. In de grafiek wordt het aantal bijstandsgerechtigden elk jaar gelijk verondersteld, omdat we zo goed kunnen laten zien wat het effect is van de Participatiewet. In de werkelijkheid is het aantal bijstandsgerechtigden sinds de invoering van de Participatiewet omlaaggegaan.

•

Wsw (oranje kleur): gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wsw. Het aantal sw-medewerkers neemt geleidelijk af, omdat de toegang tot de Wsw per 1 januari 2015 is afgesloten.

•

Nieuw Beschut (blauwe kleur): het Ministerie van SZW gaat ervan uit dat gemeenten op landelijk niveau gemiddeld voor elke drie sw-medewerkers die uitstromen één persoon met een indicatie ‘Beschut Werk’ aan het werk helpen. Op lokaal niveau kan deze verhouding anders zijn.

•

Voorheen Wsw (gele kleur): het Ministerie van SZW gaat ervan uit dat twee derde van de mensen die voorheen in de Wsw aan de slag gingen, onder de Participatiewet met een loonkostensubsidie en begeleiding gaan werken bij reguliere werkgevers.

•

Voorheen Wajong (rode kleur): gemeenten zijn sinds 2015 ook verantwoordelijk voor een groeiende groep die voorheen in de Wajong (en niet in de Wsw) terechtkwam. De verwachting is dat gemeenten op de langere termijn verantwoordelijk zijn voor een grotere groep mensen met een arbeidsbeperking dan voorheen onder de Wsw. In het hoofdstuk Scenario’s voor de toekomstige uitvoering van de Participatiewet geven wij handvatten om de ondersteuning voor deze groep te organiseren.

Gemeenten hebben een grote mate van beleidsvrijheid. De bedoeling is dat mensen zoveel en zo regulier mogelijk aan het werk worden geholpen en gehouden. Daarvoor beschikken gemeenten over verschillende instrumenten. Gemeenten kunnen een werkgever een loonkostensubsidie verstrekken als mensen geen volledige loonwaarde hebben. Ook hebben gemeenten middelen om mensen, indien nodig, te begeleiden bij hun werk. Verder kunnen gemeenten beschutte werkplekken inrichten voor mensen die alleen in een 'beschutte' omgeving onder aangepaste omstandigheden kunnen werken.

Pagina 14 van 58

3.2

De gemeentelijke opgave

Gemeenten staan (nog steeds) voor een grote uitdaging om goed vorm en inhoud te geven aan de uitvoering van de Participatiewet. Er moet een steeds grotere groep mensen die het zelf niet redt op de arbeidsmarkt, bij reguliere werkgevers aan de slag geholpen en gehouden worden. Tegelijkertijd moet de klassieke infrastructuur van de Wsw worden omgebouwd naar een infrastructuur die meer ondersteunend is aan de doelstellingen van de Participatiewet. Deze transitie moet worden vormgegeven naast de uitvoering van de klassieke re-integratietaken waarvoor de gemeenten al verantwoordelijk waren in het kader van de Wet werk en bijstand. Het Ministerie van SZW schat in dat deze transitie duurt tot circa 2048. Recent (in 2023) deed Berenschot in opdracht van het Ministerie van SZW-onderzoek naar de infrastructuur van de sociaal ontwikkelbedrijven. Daaruit bleek dat veel gemeenten nog worstelen met het ombouwen van de klassieke uitvoeringsorganisatie naar een nieuwe uitvoeringstructuur voor de Participatiewet. Dat was aanleiding voor het Ministerie van SZW om een ondersteuningsstructuur op te zetten gericht op verbeteringen in de uitvoering van de Participatiewet en daar specifiek extra middelen voor beschikbaar te stellen. Gemeenten kunnen vanaf 2025 geholpen worden door de VNG, Divosa en Cedris.

3.3

De uitvoering van de Participatiewet in Noordoostpolder

In de gemeente Noordoostpolder wordt de Participatiewet uitgevoerd door het gemeentelijk cluster Uitvoering sociaal domein (USD), door De WerkCorporatie en door Concern voor Werk. USD is een integraal onderdeel van de gemeentelijke organisatie. De WerkCorporatie is een uitvoeringsorganisatie die in de vorm van een BV op afstand is gezet van de gemeente. De gemeente is eigenaar van deze BV. Concern voor Werk is een samenwerkingsverband van de gemeenten Lelystad, Noordoostpolder en Urk en is de oorspronkelijke uitvoeringsorganisatie van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Met de komst van de Participatiewet koos de gemeente Noordoostpolder voor de oprichting van de WerkCorporatie. De WerkCorporatie heeft als taak om mensen die daar zelf niet toe in staat zijn, aan het werk te helpen en om mensen met een baan te begeleiden als zij anders geen werk zouden hebben. Het gemeentelijk cluster USD verzorgt de afhandeling van de aanvraag van een uitkering en gaat na hoe mensen die zichzelf niet kunnen redden op de arbeidsmarkt, ondersteund kunnen worden. Ook kunnen inwoners zonder uitkering zich melden bij de afdeling voor ondersteuning. De USD kijkt breed naar de behoeften en mogelijkheden van mensen, op de verschillende levensgebieden.

Als mensen een overbrugbare afstand hebben tot de arbeidsmarkt en niet zelfstandig aan het werk kunnen komen, worden ze doorverwezen naar De WerkCorporatie. Daarnaast participeert Noordoostpolder in de GR van Concern voor Werk. De deelnemende gemeenten laten verschillende taken uitvoeren door Concern voor Werk. De gemene deler is de Wsw. De gemeenten Urk en Lelystad hebben relatief veel Participatiewet-taken bij Concern voor Werk ondergebracht. Noordoostpolder is terughoudender. Naast de Wsw zijn vanuit Noordoostpolder mensen met een indicatie beschut werk aan de slag bij CVW. Ook kunnen inwoners van Noordoostpolder deelnemen aan werkfit-trajecten bij Concern voor Werk. Tot slot realiseert Concern voor Werk ook werkplekken voor inwoners van Noordoostpolder die staan ingeschreven in het doelgroepregister. Op deze manier vult de gemeente Noordoostpolder als werkgever een deel van de banenafspraak in. In het beleidsplan Krachtig Noordoostpolder 2.0 worden leidende principes uiteengezet voor de jaren 2021-2025. Dit zijn:

Pagina 15 van 58

1. Iedereen doet mee (aan de samenleving en/of arbeidsmarkt) 2. Voorkomen staat voorop (nadruk op een preventieve infrastructuur) 3. Passende ondersteuning voor wie dat nodig heeft (ondersteuning op eigen kracht van inwoner, uit de sociale omgeving of door een algemene- en/of maatwerkvoorziening uit de Wmo, Jeugdwet of Participatiewet) 4. Financieel houdbaar stelsel (een duurzame stelselinrichting). Concreet betekent dit voor het uitvoeren van de Participatiewet dat een inwoner ondersteuning ontvangt zodra het niet lukt om in eigen levensonderhoud te voorzien. Door het leveren van maatwerk dat breder is dan alleen een focus op werk, wordt gericht op een uitstroom naar ofwel werk, of meedoen in de samenleving. De visie van de gemeente op de arbeidsmarkt is verder aangescherpt in het Deelplan Participatie voor de jaren 2021-2025. Daarin wordt de ambitie uitgesproken voor het realiseren van een inclusieve samenleving én arbeidsmarkt, en om via de Participatiewet inwoners met veel en weinig arbeidsvermogen aan de slag te laten gaan, waar mogelijk bij een reguliere werkgever. Een belangrijke partij bij het ontwikkelen naar werk is de WerkCorporatie. In 2019 is er een bestandsanalyse uitgevoerd. De werkwijze is als volgt. Als inwoners binnen 2 jaar naar werk kunnen worden bemiddeld, gaan zij na een intake naar de WerkCorporatie.

Als inwoners dit (nog) niet kunnen, gaan ze naar of blijven ze bij de gemeente. De vier groepen bij de gemeente zijn als volgt ingedeeld: a. Inwoners die binnen 2 jaar naar de WerkCorporatie kunnen. b. Inwoners die op dit moment niet aan het werk kunnen en meer kunnen doen aan participatie in de samenleving. c.

Inwoners die op dit moment niet (meer) aan het werk kunnen en maximaal meedoen in de samenleving.

d. Inwoners waarbij zorg zo’n grote rol speelt in het dagelijks functioneren dat het maatschappelijk participeren in de weg staat. Het doel is dat rond 2025 de inwoners uit de groepen A, B en C steeds meer participeren in de samenleving door middel van (on)betaald (parttime) werk, en dat het aandeel inwoners dat langer dan zes maanden in de D-groep zit, afneemt.

3.4

Infrastructuur van de Participatiewet

In het onderzoek van Berenschot is onderzoek gedaan naar de taken die gemeenten in onderlinge samenhang moeten (laten) uitvoeren om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt succesvol aan het werk te helpen. Deze taken noemen we de functionaliteiten. Berenschot kwam – mede op basis van de functionaliteiten die eerder door de Sociaal-Economische Raad (SER) werden geïdentificeerd – tot de volgende selectie.

Pagina 16 van 58

Hierna geven wij een toelichting op de verschillende functionaliteiten. Per functionaliteit geven we aan hoe het in Noordoostpolder is georganiseerd. A. Vinden, herkennen en diagnosticeren van kandidaten Bij de functionaliteit vinden en herkennen gaat het om de vraag hoe Noordoostpolder mensen in beeld krijgt die niet in staat zijn om zelfstandig aan het werk te komen en te blijven en behoren tot de doelgroep van de Participatiewet. Het grootste deel van de kandidaten komt in beeld bij het aanvragen van een bijstandsuitkering. Mensen vragen een uitkering aan bij USD. Als mensen een overbrugbare afstand hebben tot de arbeidsmarkt, worden ze doorverwezen naar de WerkCorporatie. Bij een grote of een niet overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt biedt USD ondersteuning. Ook stromen sommige kandidaten zonder tussenkomst van USD in. Zo werkt de WerkCorporatie samen met het onderwijs, zoals speciaal onderwijs De Zonnebloem en ROC Firda. Zij zijn belangrijke verwijzers naar de WerkCorporatie. Ook zit een team van de WerkCorporatie fysiek bij Firda, bij het stagebureau. Dit is een tijdelijke werkwijze die in het project ‘Polderwurk’ is vastgesteld. Dit project wordt gefinancierd vanuit het Regionaal Werkbedrijf Flevoland. Verder is de gemeente aan de slag met doorstroomcoaches.

Dit zijn coaches verbonden aan het Doorstroompunt (voorheen was dit een Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC)). De gemeente treft maatregelen in voorbereiding op de wetswijziging van school naar duurzaam werk 2. De Gemeente Noordoostpolder is verbonden aan het Regionaal Werkbedrijf Flevoland, en zal uitwerking geven aan de Aanpak Voortijdig Schoolverlaters (VSV) van het Uitvoeringsplan Jeugdwerkloosheid door het instellen van een jongerenparticipatiecoach. Deze coach monitort of de Noordoostpolderse jongeren in de gemeente wel of niet aan het werk zijn, en begeleidt hen zo nodig naar school en/of werk. 

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft het voornemen om per 1 januari 2026 van de nieuwe wet- en regelgeving van school naar duurzaam werk in werking te laten treden. De bedoeling van de wet is dat jongeren zonder startkwalificatie tot 27 jaar worden ondersteund in de stap naar school en/of werk. De nadruk ligt op een samenwerking tussen scholen, (regionale) doorstroompunten en gemeenten, waar de gemeente met name preventie en ondersteuning terug naar school en/of werk biedt. 2

Pagina 17 van 58

Een voorbeeld van de betrokkenheid van de WerkCorporatie bij het welzijnswerk is de samenwerking met welzijnsorganisatie Carrefour. In de twee gebiedsteams van Carrefour zit een werkcoach van de WerkCorporatie. Ook dit is een project dat gefinancierd wordt vanuit het Regionaal Werkbedrijf Flevoland en van tijdelijke aard is. Tot nu toe geeft de werkwijze goede resultaten met het vinden van doelgroepen en de doorstroom naar een oriëntatietraject- en werk. B. Ontwikkelen van werknemersvaardigheden Het ontwikkelen van kandidaten betreft stap B in de infrastructuur. Als een kandidaat nog niet startklaar is voor werk, gaat deze een ontwikkeltraject in (B). Het traject is gericht op het opdoen van werknemersvaardigheden. Bij het ontwikkelen van werknemersvaardigheden kan het onder andere gaan om een taaltraining, een vakopleiding, of het vinden van een werkervaringsplek. De WerkCorporatie is verantwoordelijk voor het organiseren van een ontwikkeltraject. De WerkCorporatie kan daarbij gebruik maken van voorzieningen van onder meer Concern voor Werk, onderwijsinstellingen (zoals Firda), en andere partijen voor bijvoorbeeld sport, vakvaardigheden, psychische begeleiding en diverse trainingen. Concern voor Werk biedt werkfit-trajecten aan. De WerkCorporatie maakt beperkt gebruik van deze werkfit-trajecten.

In de interviews werd aangegeven dat de trajecten niet altijd aansluiten bij de wens of behoefte van een kandidaat. Firda biedt taaltrainingen aan op locatie van een werkgever, en opleidingen om personen te ontwikkelen naar de arbeidsmarkt. USD begeleidt personen waarvan de verwachting is dat zij een afstand hebben van langer dan twee jaar tot de arbeidsmarkt. Naast de inzet van doorstroomcoaches voor ondersteuning van jeugdigen tot 27 jaar zonder startkwalificatie naar school en/of werk, is er ondersteuning voor een bredere doelgroep als het gaat om participatieondersteuning. USD maakt daarbij gebruik van verschillende instrumenten en levert maatwerk, waarbij de behoefte van de inwoner centraal wordt gezet. USD richt zich daarbij op bredere maatschappelijke participatie en participatieondersteuning. Denk daarbij aan het inzetten van sporttrajecten of de inzet van vrijwilligerswerk. In lijn met de opzet van het Deelplan Participatie maakt USD mensen uiteindelijk, waar mogelijk, ‘WerkCorporatie-fit’. Indien meer partijen nodig blijken – bijvoorbeeld in het geval van multiproblematiek – wordt verbinding gezocht met zowel USD, de WerkCorporatie als andere maatschappelijke partijen. De bedoeling is dat als de verwachting is dat wanneer zij binnen twee jaar aan het werk geholpen kunnen worden, zij worden doorverwezen naar de WerkCorporatie. C.

Matching Zodra de kandidaat startklaar is, wordt deze bemiddeld en geplaatst op een werkplek (C). Dit kunnen banen zijn bij een reguliere werkgever, al dan niet met een loonkostensubsidie of beschut werk bij het werkbedrijf, Concern voor Werk. De medewerkers van de WerkCorporatie maken voor een belangrijk deel gebruik van hun in de afgelopen tien jaar opgebouwde netwerk van buitengewone werkgevers. D. Werkgeversbenadering De WerkCorporatie is binnen de gemeente verantwoordelijk voor de werkgeversbenadering. De werkgeversbenadering is gericht op het zoeken naar en realiseren van kansen en mogelijkheden bij reguliere werkgevers om zoveel mogelijk mensen die het zelfstandig niet redden op de arbeidsmarkt duurzaam aan de slag te krijgen en te houden. De WerkCorporatie werkt daarbij samen met de afdeling Economische Zaken van de gemeente, het UWV, omliggende gemeenten (zo is de gemeente partner van het Werkgeversservicepunt Flevoland), jobcoachorganisaties en de lokale ondernemersvereniging BVN. E. Uitstroom naar regulier werk Een deel van de kandidaten kan aan de slag worden geholpen bij reguliere werkgevers en heeft geen loonkostensubsidie en/of begeleiding nodig om aan de slag te blijven. De WerkCorporatie is

Pagina 18 van 58

ervoor verantwoordelijk om mensen uit de doelgroep van de Participatiewet zo regulier mogelijk aan het werk te krijgen. Aandachtspunt is dat het onderscheid in doelgroepen in de praktijk niet altijd duidelijk wordt gemaakt. De gemeentelijke afdeling USD begeleidt soms ook personen naar werk. De doelstelling strekt zich ook uit naar de groep die aan de slag is met een loonkostensubsidie. De bedoeling is dat de loonwaarde van mensen die werken met een loonkostensubsidie, steeds hoger wordt en dat mensen uiteindelijk zonder loonkostensubsidie en zonder begeleiding kunnen werken. F. Mensen met beperkte loonwaarde Sommige mensen zijn niet in staat om voldoende loonwaarde te realiseren. Zij kunnen aan het werk geholpen worden met de inzet van een loonkostensubsidie. Indien nodig kunnen zij ook worden begeleid door een jobcoach. De WerkCorporatie is verantwoordelijk voor de uitvoering. De jobcoaching is vaak een belangrijke voorwaarde voor (een deel van) deze doelgroep om de baan te behouden. Ook werkgevers vinden het belangrijk dat er een jobcoach beschikbaar is, waarmee ze kunnen overleggen als daar aanleiding voor is. De werkgevers die wij spraken missen een aanspreekpunt bij De WerkCorporatie als er geen jobcoaching (meer) geboden wordt3. G.

De middengroep Bij deze groep gaat het om mensen die geen indicatie beschut werk hebben, maar wie het nog niet lukt om bij reguliere werkgevers aan het werk te gaan (de middengroep). Gemeenten worden gestimuleerd om naast de doelgroep beschut werk en naast de mensen die werken met een loonkostensubsidie bij reguliere werkgevers, ook voor deze groep ondersteuning te realiseren. Het ministerie van SZW gaat ervan uit dat het op termijn gaat om 10.000 personen. Gemeenten zijn vrij in de wijze waarop deze groep wordt geholpen. Het ministerie geeft aan dat de werkplekken bij sociaal ontwikkelbedrijven voor deze groep kunnen fungeren als springplank naar een baan bij reguliere werkgevers of als vangnet als zij uitvallen. In Noordoostpolder is er ook (persoonlijke) aandacht voor deze groep. Met name bij het kringloopbedrijf Het Goed bestaat de mogelijkheid om mensen een werkplek te bieden om zich verder te ontwikkelen en als opstap naar een reguliere baan. Daaraan is een jobcoach van de WerkCorporatie gekoppeld. Ook als mensen uitvallen, kunnen ze waar mogelijk, terugvallen op bestaande plekken bij Het Goed. Rekening houdend met de groei van deze groep, kunnen door een intensievere begeleiding en opstap- en vangnetbanen, meer mensen aan het werk geholpen worden. H.

Beschut werk Indien mensen door de aard/zwaarte van hun beperkingen niet via een dienstbetrekking bij reguliere werkgevers kunnen werken en van het UWV een positief Advies Indicatie Beschut Werk hebben ontvangen, kunnen ze aan de slag op een zogenaamde beschutte werkplek. De gemeente heeft voor deze doelgroep de verplichting om het in de ministeriële regeling genoemde aantal werkplekken te realiseren (vaak wordt dat de taakstelling genoemd) De meeste mensen uit deze groep zijn aan het werk bij Concern voor Werk. Maar, USD constateert dat mensen steeds moeilijker geplaatst kunnen worden bij Concern voor Werk, doordat de complexer wordende doelgroep meer hulp nodig heeft op meerdere levensgebieden, wat niet altijd aansluit bij het grotendeels gelijk gebleven aanbod van CvW. Ook gaan (met name) jongeren liever niet bij Concern voor Werk aan de slag, vanwege het imago. Zij werken liever bij reguliere werkgevers.

Op dit moment (2024) wordt in een enquête gevraagd of werkgevers duidelijk weten wie hun aanspreekpunt is na plaatsing van een kandidaat. 3

Pagina 19 van 58

I.

Wet sociale werkvoorziening (Wsw).

Concern voor Werk voert – naast Lelystad en Urk - de Wsw uit voor Noordoostpolder. Deze groep wordt elk jaar kleiner. Deze groep werkt voor een belangrijk deel in de eigen werksoorten van Concern voor Werk, zoals het Groen of de Schoonmaak. Daarnaast worden mensen (in een groep of individueel) gedetacheerd bij reguliere werkgevers. In beperkte mate hebben mensen met een Wsw-indicatie een dienstbetrekking bij reguliere werkgevers. Concern voor Werk betaalt in dat geval een loonkostensubsidie aan de betreffende werkgever.

3.5

Financiën

We brengen de kosten in beeld van het aan de slag helpen en houden van mensen uit de doelgroep van de Participatiewet. Ook gaan we na hoe de kosten zich verhouden ten opzichte van referentiecijfers, zoal de gemiddelde kosten elders in Nederland en de middelen die vanuit de rijksoverheid beschikbaar worden gesteld. De WerkCorporatie en Concern voor Werk hebben de taak om in het kader van de Participatiewet mensen aan het werk te helpen en te houden.

3.5.1

USD en De WerkCorporatie

De WerkCorporatie is verantwoordelijk voor het aan de slag helpen en houden van mensen die binnen twee jaar naar werk kunnen worden toegeleid4. Het gaat zowel om mensen die staan ingeschreven in het doelgroepregister als om mensen die niet staan ingeschreven in het doelgroepregister. Voor begeleiding kan in principe maximaal drie jaar een jobcoach worden ingezet, gebaseerd op regionale uitgangspunten. In de praktijk wordt begeleiding ingezet naar behoefte. Als er langer dan drie jaar begeleiding nodig is, wordt deze ook geboden. Voor de uitvoering van deze uitvoeringsovereenkomst ontvangt de WerkCorporatie van de gemeente in 2024 1,46 mln euro. Naast De WerkCorporatie voert USD participatie-activiteiten uit. Het gaat met name om de groep voor wie het naar verwachting meer dan twee jaar duurt, voor zij aan het werk geholpen kunnen worden. De kosten voor re-integratie en begeleiding komen ten laste van de gemeentebegroting. Gemeente Noordoostpolder ontvangt voor re-integratie en begeleiding middelen via de algemene uitkering in het gemeentefonds in 2024 1,67 mln euro. Voor begeleiding van mensen met een loonkostensubsidie ontvangt de gemeente 0,84 mln euro. In hoofdstuk 5 doen wij aanbevelingen over hoe de beschikbare middelen voor de Participatiewet te betrekken in de strategievorming.

Er moet rekening mee worden gehouden dat de kosten van re-integratie en begeleiding in de komende jaren gaan oplopen. Dat komt door de steeds complexere en grotere groep in de Participatiewet. In het gemeentefonds wordt rekening gehouden met steeds hogere kosten. De middelen het gemeentefonds voor de Participatiewet worden - gekoppeld aan het aantal bijstandsgerechtigden, aantal loonkostensubsidies, aantal beschutte werkplekken en het aantal inschrijvingen in het doelgroepregister - elk jaar groter.

In de praktijk zitten mensen soms langer dan twee jaar in de caseload bij De Werkcorporatie. Mensen blijven in de caseload zolang er kans is om binnen redelijke termijn uit te stromen. 4

Pagina 20 van 58

3.5.2

Concern voor Werk

We gingen voor 2023 na welke vergoedingen Noordoostpolder betaalde aan Concern voor Werk voor de uitgevoerde werktaken. We kijken hier niet naar de vergoedingen die werden betaald voor de productietaken, zoals Groen en Schoonmaak.

Rijksbijdrage Wsw Aanvullende bijdrage Wsw Begeleiding beschut werk Garantiebanen Vaste vergoeding infrastructuur Totaal

Aantal 163 163 25 12 --

Vergoeding € 5.470.461 € 227.262 € 206.330 € 88.340 € 226.682 € 6.219.075

Toelichting: •

Wsw (rijksbijdrage en aanvullende gemeentelijke bijdrage): Gemeenten betalen de rijksbijdrage aan Concern voor Werk. Het ging (afgerond) om 5,5 mln euro. In 2023 waren er 163 Wsw-ers vanuit Noordoostpolder werkzaam bij Concern voor Werk. Naast de rijksbijdrage betaalt de gemeente per fte Wsw een bedrag van 1546 euro. In totaal ging het in 2023 om €227.262. In totaal ontving Concern voor Werk in 2023 5,7 mln euro voor de uitvoering van de Wsw. De vraag is of dat veel of weinig is. Hiertoe kijken we naar de sectorinformatie van Cedris. Hieruit blijkt dat als het financieel resultaat van Concern voor Werk op gemiddeld niveau ligt, de totale kosten van 1 fte Wsw in 2023 33.980 euro bedragen (loonkosten van 31.660 euro per fte plus een landelijk gemiddeld operationeel resultaat van 2320 euro per fte). De totale bijdrage van gemeente Noordoostpolder aan Concern voor Werk bedroeg 34.802 euro per fte (rijksbijdrage van 33.256 euro per fte plus een aanvullende gemeentelijke bijdrage van 1546 euro per fte). Dat betekent dat gemeente Noordoostpolder in 2023 822 euro per fte (in totaal ruim 120 duizend euro) meer betaalde dan wat verwacht zou worden op basis van de benchmark. Kortom, de bijdrage die de gemeente betaalt aan Concern voor Werk ligt boven de benchmark. Voor een verklaring is nader onderzoek nodig.

•

Nieuw Beschut Werk: Concern voor Werk realiseert NBW-plekken voor gemeente Noordoostpolder. De gemeente betaalt aan Concern voor Werk de loonkostensubsidie en een afgesproken begeleidingsvergoeding. Per werknemer betaalt gemeente Noordoostpolder in 2023 een vergoeding van 8100 euro voor begeleiding. In totaal ging het om €206.330 voor 25 personen. In 2024 is het bedrag verhoogd naar 10.757 euro per NBW-medewerker, rekening houdend met een verhoging van de rijksbijdrage. De vraag is hoe de vergoeding zich verhoudt tot de vergoeding die betaald wordt in andere gemeenten. Veel gemeenten betalen een vergoeding die overeenkomt met het bedrag waarmee rekening wordt gehouden in de rijksbijdrage. Met andere woorden, de vergoeding die Gemeente Noordoostpolder betaalt is vergelijkbaar met de vergoeding die andere gemeenten in Nederland vaak betalen. Echter, in de praktijk is de vergoeding fors lager dan de werkelijke kosten van beschut werk. Uit de benchmark van Cedris bleek dat in 2023 het financieel resultaat van nieuw beschut werk gelijk was aan circa 18.000 euro per fte negatief (!). Dat betekent dat werkbedrijven gemiddeld verlies maken op NBW (de gemeentelijke vergoeding is onvoldoende om het financieel saldo te compenseren). Onze verwachting is dat ook Concern voor Werk verlies maakt op de doelgroep van beschut werk.

•

Garantiebanen: Concern voor Werk realiseert werkplekken voor mensen uit de doelgroep van de Participatiewet die geen indicatie beschut werk hebben. Hiermee vult de gemeente Noordoostpolder als werkgever, plekken in het kader van de banenafspraak in. Dit is een afspraak waarin publieke instellingen, waaronder gemeenten, landelijk in totaal 25.000 banen

Pagina 21 van 58

moeten realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking (overeenkomst invulling garantiebanen tussen gemeente Noordoostpolder en Concern voor Werk d.d. 27 december 2022). Naast de loonkostensubsidie betaalt de gemeente in 2023 een vergoeding voor begeleiding van 5.334 euro per persoon. In totaal ging het om 88.340 euro voor 10,74 fte op basis van 36 uur. Volgens Concern voor Werk waren er ultimo 2023 12 personen werkzaam. Het ministerie van SZW gaat voor één plek uit van 25,5 uur per week. Dat is als uitgangspunt genomen voor het aantal gerealiseerde plekken en de te betalen begeleidingsvergoeding. In de overeenkomst tussen Noordoostpolder en Concern voor Werk over de invulling van de garantiebanen is het aantal nagestreefde plaatsingen uit de doelgroep garantiebanen acht personen. De overeenkomst liep tot en met 2023 en zou geëvalueerd worden. In de overeenkomst staat niet wie de evaluatie zou uitvoeren. Onduidelijk is of de evaluatie heeft plaatsgevonden en wat de afspraken zijn voor 2024. Ook hier is de vraag hoe dat bedrag zich verhoudt tot bedragen bij andere sociaal werkbedrijven. Gemiddeld in Nederland bedragen de netto kosten van deze groep (medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven met een loonkostensubsidie, anders dan de doelgroep beschut werk) 9.520 euro per fte negatief. De gemeente betaalt per fte 8.225 euro.

Gemeente Noordoostpolder betaalt dus een lager bedrag (bijna 1300 euro per fte minder) dan op basis van de benchmark verwacht zou worden voor een sluitende exploitatie. Gemiddeld betalen gemeenten ook een lager bedrag dan de werkelijk kosten: 7404 euro per fte. •

Ontwikkeltrajecten: Concern voor Werk biedt werkervaringsplaatsen en re-integratietrajecten aan voor de deelnemende gemeenten. Ten behoeve hiervan betalen de gemeenten een vast bedrag voor de infrastructuur. Concern voor werk rekent geen aparte tarieven voor de ontwikkeltrajecten. Die vallen onder de DVO. In 2023 was de totale bijdrage gelijk aan 226.682 euro. Het aantal uitgevoerde trajecten in 2023 was 81. In dat aantal zitten onder andere ook de statushouders. De gemiddelde prijs komt daarmee de facto op circa 2.800 euro per traject. Dat is lager dan de gemiddelde kostprijs van trajecten in het kader van de Participatiewet (circa 5.000 euro per traject per jaar). Daarbij merken we op dat trajecten heterogeen van aard zijn. De verschillen zijn groot. Daardoor laten trajecten zich lastig benchmarken. We kunnen daarom niet zeggen of 2.800 euro in relatie tot de inhoud van de trajecten, een gemiddeld hoog of laag bedrag is

•

Totaal: In totaal betaalde gemeente Noordoostpolder in 2023 6,2 ln euro aan Concern voor Werk voor de uitgevoerde werktaken, zoals hiervoor beschreven. Als we uitgaan van de totale verwachte kosten van Concern voor Werk voor de werktaken (Wsw, beschut werk, garantiebanen en trajecten) op grond van de benchmark, is dat een passend bedrag. Het bedrag dat boven de benchmark wordt betaald voor de Wsw compenseert het bedrag dat minder wordt betaald (dan de benchmark) voor beschut werk en de garantiebanen. Als we echter de totale bijdrage van de gemeente met de gemeentelijke bijdragen die gemiddeld betaald worden aan de voormalige sw-bedrijven (de gemeentelijke bijdrage is landelijk lager dan de werkelijke kosten die werkbedrijven momenteel maken), betaalt gemeente Noordoostpolder een relatief hoge gemeentelijke bijdrage. Daarbij merken we op dat gemeenten uiteindelijk – linksom of rechtsom – alle tekorten, op de korte of de langere termijn, moeten compenseren die bij de werkbedrijven ontstaan.

3.5.3

Werksoorten Concern voor Werk

Noordoostpolder betaalt naast de werktaken voor de dienstverlening die wordt verricht vanuit de verschillende werksoorten, zoals het Groen en de Schoonmaak. Deze vorm van dienstverlening wordt gescheiden gehouden van de dienstverlening op het terrein van werk en re-integratie. De

Pagina 22 van 58

kerntaak van Concern voor Werk is gericht op werk en re-integratie voor mensen met een arbeidsbeperking. De dienstverlening in de werksoorten is feitelijk een afgeleide taak. Om verstrengeling van de verhoudingen te voorkomen, zijn de vraagstukken op het terrein van werk en re-integratie geen onderdeel van de gesprekken die worden gevoerd over de andere vormen van dienstverlening die door Concern voor Werk vanuit de werksoorten wordt geboden. Uitgangspunt zou daarom moeten zijn dat voor de dienstverlening die wordt geboden vanuit de werksoorten, marktconforme tarieven worden betaald. De discussie over de aard en de kwaliteit van de dienstverlening vindt bij voorkeur plaats tussen de het gemeentelijk smaldeel dat verantwoordelijk is voor het betreffende werkterrein (groen of schoonmaak) en Concern voor Werk. Daar worden afspraken gemaakt over de dienstverlening die Concern voor Werk kan bieden en de marktconforme tarieven die daarvoor worden betaald. De dienstverlening moet aansluiten bij de behoeften van de gemeente. Voor zover deze vergoedingen niet toereikend zijn voor de financiële exploitatie van Concern voor Werk en leiden tot financiële tekorten, moet de discussie over compensatie plaatsvinden binnen het bestuur van de GR en gekoppeld worden aan de bijdragen die worden betaald voor de werk- en reintegratietaken.

Dan wordt de discussie gevoerd aan de tafel waar deze thuishoort.

Pagina 23 van 58

HOOFDSTUK 4

Resultaten Voor de resultaten kijken we naar het aantal mensen in de bijstand, uitgesplitst naar de verschillende doelgroepen, het saldo op het BUIG-budget, de inzet van loonkostensubsidies en beschut werk.

4.1

Bijstandsafhankelijkheid

Een belangrijke indicator voor het in beeld brengen van de bijstandsafhankelijkheid is de bijstandsdichtheid. De bijstandsdichtheid is het aantal bijstandsuitkeringen als percentage van het aantal huishoudens in een gemeente. We presenteren de bijstandsdichtheid voor Noordoostpolder in de grafieken hierna.

De grafiek aan de linkerkant laat de bijstandsdichtheid in de periode 2011 tot en met 2024 zien. We kiezen voor deze periode omdat deze precies een cyclus laat zien van een historisch laag bijstandsniveau in 2011 naar wederom een relatief laag niveau in 2023. Naast de bijstandsdichtheid tonen we ook de gemiddelde bijstandsdichtheid in Nederland en de bijstandsdichtheid in een groep van tien referentiegemeenten.  Als referentiegemeenten kiezen we voor een tiental gemeenten waarvan de verwachte bijstandsuitgaven in het verdeelmodel dat het Ministerie van SZW voor de verdeling van het bijstandsbudget gebruikt, het dichtste bij de verwachte bijstandsuitgaven van Noordoostpolder liggen. Het verdeelmodel berekent de bijstandsuitgaven op basis van een groot aantal sociaaleconomische factoren, waardoor de sociaaleconomische structuur van een gemeente een belangrijke factor is voor het bepalen van de referentiegemeenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2202/documents/40681