CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D0401F~1.PDF

Gemeenteraad 15 september 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken36.728 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Hoewel geïnterviewden én mediaberichtgeving wijzen op de aanjagende rol van het online domein bij incidenten, polarisatie en radicalisering in Flevoland, geven geïnterviewden tevens aan dat gemeenten en uitvoerend professionals (te) weinig zicht en kennis hebben op wat er online gebeurt. Hierdoor blijven ontwikkelingen in het online domein te vaak onopgemerkt en/of onbegrepen. Observaties van geïnterviewden zijn onder meer dat zaken, zoals opruiing en doxing, plaatsvinden in (besloten) online groepen. Dit maakt het lastig om casuïstiek te duiden, informatie te verkrijgen en contact te leggen. Online uitingen bevinden zich vaak in een grijs gebied, waarbij mensen de grenzen opzoeken, wat het moeilijk maakt om te bepalen wanneer actie nodig is. Mensen kunnen makkelijk aansluiten bij groepen buiten hun lokale omgeving die radicale ideeën verspreiden. Het internet versterkt deze ideeën en verbindingen, wat kan leiden tot radicalisering, vooral door desinformatie en fake news die moeilijk te onderscheiden zijn van feiten. In enkele gemeenten wordt aangegeven dat soms sprake is van een snelle online mobilisatie van jongeren. Wanneer jongeren uit zijn op sensatie, kunnen ze elk thema aanpakken om hier onrust op te veroorzaken. Meestal jongeren 16-21 jaar, waar een paar aanjagers tussen zitten.

Via sociale media kan de groep die bijeenkomt snel heel groot worden en van protest in escalatie veranderen. Sociale media is op deze manier een katalysator voor incidenten terwijl de capaciteit, expertise en wettelijke mogelijkheden tot monitoring hiervan zoals gezegd lastig en beperkt zijn.

3.3.

Contexten en mogelijke voedingsbodems in gemeenten

Hoewel het aantal casussen van radicalisering en extremisme in de provincie Flevoland beperkt is, zien de geïnterviewde ambtenaren, veiligheidspartners en uitvoerend professionals in de zes gemeenten wel potentiële voedingsbodems en contexten voor maatschappelijke spanningen en radicalisering. Landelijke en regionale ontwikkelingen omtrent maatschappelijk onbehagen, ongenoegen en – onrust; afnemend vertrouwen en toenemend wantrouwen naar de overheid en instituties; en polarisatie worden door geïnterviewden op lokaal niveau ook teruggezien. Hoe landelijke ontwikkelingen op lokaal niveau een rol spelen verschilt. In deze paragraaf benoemen we enkele relevante bevindingen waarbij variatie bestaat tussen de zes gemeenten. Belangrijk hierbij is om op te merken dat mogelijke voedingsbodems en contexten voor maatschappelijke spanningen en radicalisering in de zes gemeenten niet per definitie leiden tot radicalisering en extremisme, maar in de toekomst het risico hierop mogelijk wel kunnen vergroten. Maatschappelijk onbehagen Maatschappelijk onbehagen is een potentiële voedingsbodem voor radicalisering.78 Uit onderzoek blijkt dat maatschappelijk onbehagen relatief hoog is in de provincie Flevoland. Onderstaande figuur geeft het gemiddelde niveau weer van maatschappelijk onbehagen per COROP-gebied, waar opgemerkt moet worden dat het desondanks om een wat ouder beeld gaat (2019-2020).79

26

Gemiddelde niveau van maatschappelijk onbehagen per COROP-gebied, 2019-2020.

Brede welvaart per gemeente, gemeten in aantallen indicatoren met een (zeer) lage score

Bron: Somber over de samenleving?, SCP 2023

Bron: Raad voor de Leefomgeving, CBS 2022

Brede welvaart De brede welvaart in de provincie Flevoland is relatief laag in de gemeenten Almere en (vooral) Lelystad.80 Brede welvaart gaat in essentie over het welzijn van mensen. Het is een maatstaf voor alles dat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on) veiligheid. Het gaat zowel om de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, als om de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen op andere plekken en voor toekomstige generaties.81

Sentimenten tegen overheidsbeleid Wantrouwen naar overheid en instituties (op basis van grootstedelijke problemen) In Nederland spelen bij een deel van de bevolking sentimenten en wantrouwen naar overheid en instituties. De fenomeenanalyse geeft geen indicaties dat dit beeld anders is in de gemeenten van Flevoland. Wel zijn er enkele lokale verschillen te benoemen. De gemeenten Lelystad en Almere hebben grootstedelijke problematieken welke één van de factoren is die het wantrouwen naar overheid en instituties kunnen vergroten. Voorbeelden zijn armoede, jeugdcriminaliteit, maatschappelijk ongenoegen- en onbehagen. Lelystad heeft in de provincie Flevoland met 3,9 procent het hoogste percentage inwoners dat in 2023 in armoede leefde. Almere volgt met 3,3 procent, terwijl het landelijk gemiddelde op 3,1 procent ligt. Urk kent het minste aantal inwoners dat in armoede leeft. Vorig jaar was dit op Urk slechts 1,9 procent. Dronten, Zeewolde en Noordoostpolder scoren op of iets onder het landelijk gemiddelde8283. Lelystad Oost behoort tot de kwetsbaarste wijken in Nederland.84

27

Almere is een stad die in verandering is. De stad begon als een groene, jonge en voorstedelijke gezinsstad. Nu is er een toename in alleenstaanden, eenoudergezinnen en de bevolking wordt ouder en diverser. De etnisch-culturele diversiteit van de gemeente neemt snel toe. In 2024 was 49 procent van de inwoners in de gemeente Almere van (deels) niet-Nederlandse herkomst, in 1996 was dit aandeel nog 22 procent. In totaal herbergt Almere 160 nationaliteiten en 187 etnische groepen. Almere heeft veel vergelijkbare problemen en eigenschappen met andere grote steden, zoals een toename van diversiteit van de bevolking, onveiligheid, woningnood en vergrijzing. Toch is Almere op een aantal vlakken anders, vooral vanwege haar snelle groei en geplande karakter. Er zijn relatief veel gezinnen met één ouder, kwetsbare jongeren en mensen die te weinig geld of schulden hebben en zich onzeker voelen over hun toekomst. Voor de groeiende groep ouderen zijn er vraagstukken rondom mobiliteit, wonen en zorg. Schoolprestaties van jongeren blijven achter, voorzieningen raken verouderd en sluiten niet altijd meer goed aan bij de behoeften van inwoners. Ook is sprake van een groeiende ongelijkheid in de stad, onder meer als het gaat om gezondheid en toekomstperspectief. Zorgen over bestaanszekerheid zijn er niet alleen bij kwetsbare groepen, maar ook bij andere gezinnen.

Voedingsbodems en risicofactoren in de gemeente Almere die tot onbehagen, spanningen of polarisatie kunnen leiden zijn kortom divers. Volgens het verslag van de thematafel Sociale Basis (onderdeel van Sociale Staat Almere) is sprake van wantrouwen bij bewoners naar de overheid en organisaties. Daarnaast is er sprake van polarisatie in de samenleving.85 De problemen in de kwetsbare wijken in Lelystad en Almere zijn groot. Kinderen hebben er aantoonbaar minder kansen dan in de rest van het land. Het gaat daarbij om mensen met een migratie-, maar ook met een Nederlandse achtergrond.86 Er heerst in deze wijken apathie en wantrouwen tegen de overheid. Corona heeft de problemen versterkt.87 In het afgelopen jaar zijn circa 20 brieven ontvangen door de gemeente Lelystad van mensen die zich vanuit het soevereine gedachtegoed willen uitschrijven uit het BRP. Het wantrouwen richting instituties en autoriteiten wordt volgens geïnterviewden voornamelijk ingegeven door nationale en internationale ontwikkelingen. Hierbij kunnen ook psychische problemen (verward gedrag) en complotdenken een rol spelen.88 Wantrouwen naar overheid en instituties (op basis van afzetten tegen invloeden van buitenaf) De gemeente Urk heeft een afwijkend bewonersprofiel ten opzichte van de andere gemeenten in de provincie én Nederland als geheel.

Urk kenmerkt zich door de sterke aanwezigheid van een behoudend conservatief geloof, een sterke gemeenschapszin en daarnaast ook het zich afzetten tegen de rest van Nederland, in het bijzonder de grote steden en de Randstad. De sterke sociale cohesie op Urk zorgt ervoor dat mensen naar elkaar omkijken en een zorgplicht voor elkaar ervaren. Echter zorgt dit er ook voor dat de gemeenschap zich afwachtend en soms wantrouwend opstelt

naar invloeden of mensen van buitenaf. De standaard houding is: we doen het hier op onze eigen manier, wat geïnterviewden de ‘eilandcultuur’ noemen. Geïnterviewden zien op Urk veel anti-overheidssentimenten, waarbij sommige bewoners hierin soms radicaal kunnen zijn. Deze personen keren zich dan tegen veel van wat als de overheid wordt gezien, inclusief de politie. 89 Soms escaleert het anti-overheidssentiment door wat geïnterviewden noemen een ‘cocktail van regels van buitenaf, de cultuur dat Urkers zich door anderen niet laten vertellen wat ze wel/niet mogen doen, sterke sociale cohesie waarbinnen dat idee wordt bevestigd, en dan als trigger het idee van iemand om iets te gaan doen’. 90 De externe media aandacht voor gebeurtenissen op Urk maakt volgens geïnterviewden dat de sociale cohesie sterker wordt, want het bevestigt het beeld ‘zij zijn tegen ons’, wat ook polarisatie in de hand kan werken: “Als er negatieve aandacht komt, dan sluit de Urker zich naar binnen toe. Als het emmertje overloopt dan reageren sommigen met geweld.

Dit is anders dan in de rest van Flevoland.”91 In een artikel (december 2023) beschrijft Omroep Flevoland dat vertrekkend burgemeester Cees van den Bos in zijn drie jaar als burgemeester van Urk veel voor zijn kiezen heeft gekregen, waaronder het afbranden van een GGD-testlocatie in de coronaperiode92, avondklokrellen en geweld van twee personen in 2021 tegen een verslaggever van omroep PowNed.93 De burgemeester kreeg ook persoonlijk met bedreiging en intimidatie te maken.94 Afstand tot beleid (Urk) Er zijn zorgen bij geïnterviewden over toenemende vervreemding tussen stad en platteland, met een toenemend onbegrip tussen beiden. Met name op Urk is sprake onder bewoners van een sterk ‘platteland versus stad’ gevoel. Volgens onze geïnterviewden voelen veel Urkers zich niet gehoord in het landelijke beleid.95 Citaat: “Landelijk gaat het veel over thema’s die in Urk minder urgent worden gevonden zoals LHBTIQ+ en klimaat. Het is een wereld die voor sommigen ver van hen afstaat en voor vervreemding zorgt.”96 Inwoners van Urk zijn soms erg uitgesproken over “landelijke”, “linkse” thema’s, zoals immigratie en klimaat. Voornamelijk als de thema’s het dagelijks leven op Urk raken, bijvoorbeeld de visserij. In de woorden van een geïnterviewde: “We lopen op Urk best wel aan tegen klimaatbeleid.

De visserij ondervindt beperkingen door stikstofregels en verlies van visgronden op zee door windmolens, dat speelt wel”.97 De weerstand vanuit bewonersgroepen tegen inmenging van buitenaf kan zich ook richten op de gemeente zelf. In een analyse hieromtrent van de NOS wordt het volgende geconcludeerd: “Er is op Urk maar weinig vertrouwen in de overheid, of überhaupt in autoriteiten van buitenaf. Agenten, dominees, huisartsen of burgemeesters: het zijn belangrijke functies, maar in Urk komen ze vaak van buitenaf. Het zijn passanten. In het vrijgevochten vissersdorp zegt men: wij regelen het zelf wel.”98 Ter aanvulling/bevestiging enkele illustratieve citaten van onze geïnterviewden: “Dit geldt niet alleen voor jongeren, maar ook bij de oudere generatie wanneer er zaken worden verboden die vroeger

28

wel mochten. Dan komt soms als tegenreactie: dan ga ik het twee keer doen.”(…) “De standaard houding van veel Urkers is: we doen het hier op onze eigen manier. Vaak gaat dat goed, maar het kan ook een zaadje planten voor anti-overheidsradicalisering als er dan fricties ontstaan met de gemeente.” 99 Dit sentiment heeft volgens geïnterviewden soms ook als nadelig gevolg dat mensen bij bijvoorbeeld verslaving of schulden het zelf proberen op te lossen in plaats van hulp vragen, en daarmee juist dieper in de zorgen komen.100 Afstand tot beleid (Noordoostpolder, Dronten en Zeewolde) In de gemeenten Noordoostpolder, Dronten en Zeewolde spelen bij een deel van de bevolking diverse sentimenten van platteland versus Randstad c.q. tegen landelijk beleid.101 Het verzet tegen stikstofbeleid is in deze gemeenten relatief sterk aanwezig. De gemeenten kennen een betrekkelijke grote agrarische sector en ook organisaties als de BoerBurgerBeweging (BBB) en Farmers Defence Force (FDF) hebben een aanzienlijke achterban. In de periode van de boerenprotesten zijn er enkele kleinere protestacties geweest die relatief gemoedelijk zijn verlopen, zoals een actie waarbij boeren op trekkers aan kwamen rijden tijdens een raadsvergadering in Emmeloord.102 Boeren hebben daarnaast enige tijd de op- en afrit bij de A6 in Emmeloord geblokkeerd.

Verder zijn er in de Noordoostpolder enkele kleinschalige acties geweest.103, 104, 105 In de gemeente Dronten is eveneens geen sprake van onrust of incidenten die uit de hand zijn - of dreigen te lopen, maar is er bij sommige bewoners wel sprake van spanningen. Toelichtend citaat: “Het stikstofbeleid is een bron van spanningen in de gemeente Dronten, waar de boerencultuur sterk is. Enkele jaren gelden waren overal protestvlaggen te zien en ook op sommige scholen was onrust merkbaar. Er heerste boosheid onder een deel van de inwoners, vooral over het gevoel dat boeren de dupe zijn gecombineerd met frustraties over plannen zoals de mogelijke opening van vliegveld Lelystad. Deze woede richt zich vooral naar de overheid.”106 In de gemeente Zeewolde is er eveneens sprake van een grote boerengemeenschap. Enkele jaren geleden is er in Zeewolde groot protest geweest tegen de komst van een datacentrum van Meta. Dit was een unieke coalitie van boeren met milieuactivisten. Betrokken bij de protesten kwamen zowel van binnen (boeren) als van voornamelijk buiten de gemeente (milieuactivisten). Citaat: “In gemeente Zeewolde zijn geen opvallende incidenten geweest ten tijde van de boerenprotesten. Wel was er een grote discussie over de komst van een groot datacentrum. Extinction Rebellion bezette het gemeentehuis, wat vredig is verlopen.

Boeren kwamen protesteren tijdens de raadsvergadering, activistische boeren zijn zeker aanwezig in onze gemeente. De boerenbeweging is in Zeewolde een onderstroom die voortdurend aanwezig is, maar niet altijd prominent aan de oppervlakte komt. Maar als er zaken spelen die hen direct raken dan zullen ze zeker in actie komen.” 107 Een kwestie die momenteel in de gemeente Zeewolde een negatief sentiment richting de overheid (hier: de landelijke overheid) aanwakkert is de mogelijke komst van een ‘superkazerne’ waarvoor door lokale boeren vruchtbare

landbouwgebied zou moeten worden opgeofferd. De gemeente Zeewolde is door het ministerie van Defensie aangewezen als één van de drie voorkeurslocaties. Boeren zijn hierover in onzekerheid en verwijten staatsecretaris Van der Maat een gebrek aan transparantie en het uitblijven van meer duidelijkheid.108 Arbeidsmigratie In meerdere gemeenten in Flevoland (Noordoospolder, Lelystad, Dronten, Zeewolde) zijn relatief hoge aantallen arbeidsmigranten gehuisvest. De huisvesting van arbeidsmigranten ligt gevoelig vanwege mogelijke overlast die door omwonenden kan worden ervaren. Dit betreft o.a. verkeersoverlast, woonoverlast en in een beperkt aantal gevallen ook openbare orde problemen.109, 110, 111,112 Verder kan de huisvesting van arbeidsmigranten in combinatie met een woningtekort in de woonkernen negatieve sentimenten richting arbeidsmigranten én de lokale overheid versterken.113 Met de verwachte groei van arbeidsmigranten zonder extra huisvestingslocaties voor deze groep, zal het aantal illegale woonsituaties toenemen. Deze situatie geeft risico’s voor overlast, maatschappelijk onbehagen en polarisatie. Geïnterviewden wijzen hier ook op.

Voorbeeld van een citaat: “Wij zien onvrede onder burgers over de huisvesting van arbeidsmigranten, mensen ervaren een gevoel van achterstelling in de zin van ‘zij krijgen wel woonruimte en wij niet.’”114 Of: “Arbeidsmigratie is een onderwerp dat steeds vaker terugkomt in gesprekken van de gemeente met burgers. Dat is bij onze gemeente niet zozeer omdat mensen overlast ervaren, maar wel omdat mensen het sentiment hebben dat arbeidsmigranten woonruimte innemen.” 115 Dit jaagt volgens geïnterviewden de onvrede/wantrouwen richting de overheid/gemeente aan. Het blijft volgens geïnterviewden bij verbale uitingen, er zijn niet of nauwelijks fysieke confrontaties.116 Gemeenten zijn zich bewust van de problematieken en proberen deze aan te pakken, onder meer door het stoppen van nieuwe huisvestingslocaties in de dorpskernen en huisvesting tot twintig personen op eigen erf alleen toestaan voor bedrijven die zelf arbeidsmigranten aan het werk hebben (Noordoostpolder). Het gemeentebestuur van Noordoostpolder wil inzetten op grootschalige opvang van arbeidsmigranten. Kleine locaties wil de gemeente zoveel mogelijk beperken.117 De gemeente Lelystad start een pilot om arbeidsmigranten duurzaam en kleinschalig te huisvesten. De pilot moet overlast en illegale kamerverhuur tegengaan, en het contact tussen migranten en inwoners verbeteren.

Ook zal er nabij Lelystad (langs snelweg A6) een nieuwe campus worden ontwikkeld die huisvesting zal bieden aan 2.500 arbeidsmigranten.118, 119

29

Opvang en huisvesting van vluchtelingen Een tweede thema waarop in Flevoland spanningen spelen is de opvang van vluchtelingen en de huisvesting van statushouders, maar het is meer een sluimerende ontwikkeling dan dat het op dit moment escaleert. Geïnterviewden in meerdere gemeenten geven wel aan bij bewoners regelmatig een gevoel van ‘zij wel, wij niet’ tegen te komen. Een geïnterviewde verwoordt dit als volgt: “Het idee is dat mensen vanuit het AZC een verblijfsstatus krijgen en dan zomaar een woning krijgen.”120 Geïnterviewden zien ook dat bewoners mensen uit bepaalde groepen soms over één kam scheren, en labels plakken op deze groepen. Voorbeeld uit een gemeente omtrent arbeidsmigranten (“Er hoeven er maar twee scheef te lopen, en dan lopen volgens sommigen allemaal scheef.” … “Het zijn de fatbike jongeren die vanuit het AZC komen”).121 Dit ‘labels plakken’ op groepen is een signaal van affectieve polarisatie naar deze groepen. In de Noordoostpolder is al ruim 35 jaar een relatief groot AZC nabij de dorpen Luttelgeest, Kuinre en Bant waar het COA duizend mensen opvangt.

Ten aanzien van het AZC worden vanuit de bevolking van de Noordoostpolder weinig problemen gerapporteerd, alhoewel een enquête vanuit de gemeente eind 2022 uitwees dat bewoners van het dorp Kuinre ‘bij vlagen’ overlast van asielzoekers ervaren.122 Om de druk op het overvolle aanmeldcentrum in Ter Apel te verlichten, besloot staatssecretaris Eric van der Burg in juli 2022 tot een extra aanmeldcentrum op een locatie naast het bestaande AZC bij Luttelgeest. De weerstand in de dorpen in de nabijheid van het geplande aanmeldcentrum was aanzienlijk omdat er al een groot AZC is en de komst van extra vluchtelingen mogelijk tot meer overlast zou leiden; daarom besloten COA en staatssecretaris het plan te schrappen.123 Het sentiment was dus over het algemeen minder gericht was tegen de komst van asielzoekers zelf, dan tegen de hoeveelheid. In de gemeente Dronten zijn er meerdere opvangcentra waaronder een noodopvang bij Biddinghuizen en al sinds 20 jaar een groot AZC bij de Vossemeerdijk. Daarnaast is er een noodopvang in Biddinghuizen op het evenemententerrein bij Walibi. Het AZC bevindt zich vrij ver van de bebouwde kom van Dronten en is vooral gericht op de stad Kampen dat dichterbij is gelegen.

In Kampen werd in de afgelopen jaren overlast en criminaliteit door jongeren uit het AZC ervaren, wat inmiddels is afgenomen.124 Wel zijn er groepen, veelal jongeren, die vanuit het AZC naar het centrum van Dronten trekken en daar rondhangen. Dat draagt volgens geïnterviewden bij sommige ondernemers en inwoners bij aan een negatief sentiment en het ervaren van overlast. Maar volgens geïnterviewden gaat het ook om ‘labels plakken’. Citaat: “Jongeren komen met busverbindingen naar het centrum van Dronten. Sommige bewoners en ook ondernemers klagen erover. Mensen scheren groepjes die niets doen en de enkelingen die overlast veroorzaken al snel over één kam. Onduidelijk is vaak wat feiten zijn en wat is gevoel.“ 125 In Zeewolde is eveneens een AZC gevestigd. De locatie aan de Bosruiterweg in Zeewolde is vanaf september 2023 opnieuw als azc in gebruik genomen; in 2025 heeft de gemeenteraad ingestemd met een verlenging voor onbepaalde tijd.126 In het opvangcentrum is plek voor maximaal 600 mensen. De

locatie ligt relatief ver buiten de bebouwde kom van Zeewolde. Hoewel er zo’n tien jaar geleden protesten waren tegen het de komst van het AZC127 zijn volgens geïnterviewden momenteel negatieve sentimenten onder de bevolking ten aanzien van het AZC beperkt.128 Conflict Israël-Palestina Wat betreft het conflict Israël-Palestina zijn er in de meeste gemeenten geen of enkele demonstraties geweest, die bovendien zonder commotie verliepen. In Almere vinden vaker pro-Palestina demonstraties plaats, maar ook deze verlopen ordelijk. Wel uiten enkele geïnterviewden uit de stedelijke gemeenten Almere en Lelystad zorgen over de impact van het Israël-Palestina als mogelijke aanjager van islamitisch extremisme en toenemend antisemitisme, ook onder de bredere bevolking.129 Anti-LGBTQ+ en anti-woke sentimenten In alle gemeenten benoemen geïnterviewden dat onder een deel van de bevolking anti-LGBTQ-sentimenten en anti-woke sentimenten spelen. Dit komt volgens geïnterviewden met name voor in het online domein, op sociale media.

Bij jongeren (jongens) speelt dit ook binnen de zogeheten ‘manosphere’ met opiniemakers zoals Andrew Tate.130 Het uit zich tevens op scholen, bijvoorbeeld leerlingen die niet mee willen doen aan “Paarse Vrijdag”, “Coming Out Day” of hier negatief op reageren.131 Protestacties Protesten in de provincie Flevoland verlopen in de gemeenten over het algemeen zonder escalaties. Rondom de sinterklaasintocht is over het algemeen vanaf 2021 gekozen voor de roetveegpiet, nadat er bij de vorige intochten alleen maar zwarte pieten rondliepen. Dat gaf aanvankelijk weerstanden maar thans worden er rondom de Sinterklaasintochten geen noemenswaardige spanningen meer gezien.132 In de gemeente Urk is het risico op escalatie bij protesten groter dan in de andere gemeenten, volgens geïnterviewden133 door het relatief sterke wantrouwen op Urk naar landelijke- en lokale overheden en het ‘wij tegen de rest’ sentiment zoals eerder beschreven. Een voorbeeld van een reactie vanuit de Urker gemeenschap is het debat over de afschaffing van de figuur van Zwarte Piet, waarbij met name jongeren over de schreef zijn gegaan door te gaan rellen.134, 135, 136

30

4 4.1.

Aanpak radicalisering en extremisme Landelijke kaders137

De opkomende dreiging van het jihadisme en het uitbreken van de Syrische burgeroorlog leidden in 2013 en 2014 tot een hernieuwde focus op het beleid ter voorkoming en bestrijding van extremisme. In deze periode werd de basis gelegd voor de huidige landelijke extremismeaanpak, onder andere door middel van het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme uit 2014. De afgelopen jaren is deze aanpak verder doorontwikkeld en van toepassing voor meerdere vormen van extremisme (religieus extremisme, rechts-extremisme, anti-institutioneel extremisme en links-extremisme). Ook is er verschillende flankerende planvorming verschenen, waaronder meerdere edities van de Nationale Contraterrorisme Strategie en de eerste Nationale Extremisme Strategie uit 2024. Laatstgenoemde strategie richt zich voor de periode van 2024-2029 op drie pijlers: het bevorderen van een veerkrachtige open samenleving, het beschermen van de democratische rechtsorde tegen extremistische invloeden en het bestrijden van uitwassen van extremisme.138 Een groot deel van de inspanningen binnen de Nederlandse extremismeaanpak is gedelegeerd aan en belegd bij lokale spelers, in het bijzonder gemeenten.

Dit is gebaseerd op het idee dat lokale overheden en gemeenschapsorganisaties, zoals scholen, moskeeën en kerken, goed zicht hebben op de lokale omgeving en daardoor een sleutelrol kunnen spelen in het signaleren en voorkomen van radicalisering en extremisme. Binnen de landelijke kaders zijn gemeenten de regievoerder van de lokale aanpak. Dit betekent dat zij verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen van de lokale aanpak en de uitvoering ervan, in samenwerking met de ketenpartners. Ter ondersteuning van gemeenten en hun lokale partners publiceerde de NCTV in 2014 de Handreiking Aanpak van Radicalisering en Terrorisme op Lokaal Niveau, die in 2024 is vernieuwd.139 De vernieuwde handreiking, die voortbouwt op de praktijkervaring van verschillende gemeenten, biedt belangrijke informatie over de lokale aanpak, de verschillende onderdelen ervan, de randvoorwaarden en de aandachtspunten voor gemeenten en lokale partijen. De lokale extremismeaanpak onderscheidt drie fasen die samenhangen met de verschillende fasen van (mogelijk) geradicaliseerde individuen en groepen: preventie, persoonsgerichte aanpak en detentie en re-integratie. De aanpak wordt vaak gekarakteriseerd als een ‘brede benadering’ die deze drie fasen, en daarmee ‘zachtere’, preventieve maatregelen en ‘hardere’, repressieve maatregelen, integreert.

Daarnaast betreft het een integrale aanpak, omdat deze nauwe samenwerking tussen een breed scala aan nationale en lokale actoren en sociale partners impliceert. De tweede

fase, de zogeheten Persoonsgerichte Aanpak (PGA), speelt een centrale rol in het, waar mogelijk, beperken van de veiligheidsrisico’s en strafbare gedragingen door geradicaliseerde individuen. Een PGA is een integrale, op de persoon en zijn/haar directe omgeving toegesneden mix van bestuursrechtelijke, strafrechtelijke, zorg- en overige interventies.140 Startpunt voor de PGA zijn signalen over mogelijke radicalisering die gemeenten, het OM en de politie ontvangen van bijvoorbeeld familieleden, buurtgenoten, scholen, hulpverleners, wijkagenten of de AIVD. Daartoe wordt van gemeenten eveneens verwacht dat zij een netwerk en een infrastructuur opzetten om een goed overzicht te krijgen van de relevante ontwikkelingen in hun regio en signalen op te vangen over mogelijke radicalisering. De signalen worden vervolgens beoordeeld door een ‘weegploeg’ die bestaat uit drie ‘kernpartijen’: de betreffende gemeente, de politie en het OM. Dit overleg weegt gezamenlijk of de desbetreffende persoon moet worden opgenomen in de PGA.

Volgens de NCTV moet deze beoordeling plaatsvinden op basis van objectieve criteria, waaronder (1) de mate waarin de betrokkene bereid is geweld toe te passen of te propageren, (2) de mate waarin de betrokkene vasthoudt aan extremistische denkbeelden, (3) diens sociale relaties, (4) de mate van identificatie met een extremistische groep of ideologie, en (5) zelfredzaamheid (artikel 5.3, Wet PGA). Indien de signalen hiertoe aanleiding geven, wordt vervolgens een multidisciplinair casusoverleg (de ‘casustafel’) belegd, waarbij de drie kernpartijen kunnen worden aangevuld met zogenaamde ‘casuspartijen’. Dit betreft de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) in het geval van een minderjarige of een persoon met kinderen, en Reclassering Nederland in het geval een persoon in of reeds uit detentie is. Ook ‘externe casuspartners’ kunnen worden uitgenodigd voor de casustafel, zoals zorgorganisaties, deskundigen van de NCTV of LSE of de partijen uit de vreemdelingenketen. De weegploeg bepaalt welke instanties worden uitgenodigd voor het casusoverleg. De NCTV geeft hierbij aan: ‘Dit zijn alleen deelnemers die daadwerkelijk een rol en belang hebben, gelet op hun onderscheidende taken en bevoegdheden.’ Wanneer de weegploeg besluit over te gaan tot een casusoverleg en een bijbehorende PGA, stelt de gemeente de betreffende persoon hiervan op de hoogte.

Uitzonderingen hierop gelden bij belangen zoals nationale veiligheid, openbare orde, strafrechtelijk onderzoek of vervolging of het voorkomen van strafbare feiten. De casustafel staat onder regie en organisatie van de betreffende gemeente of het ZVH. Binnen het casusoverleg analyseren de betrokken partijen gezamenlijk de beschikbare informatie, stellen zij een ‘plan van aanpak’ op en monitoren ze periodiek de uitvoering hiervan. Het eindpunt van dit proces is wanneer de kernpartijen, op advies van het casusoverleg, besluiten tot afronding van de casus. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer er geen nieuwe signalen zijn, ingezette interventies voldoende effectief zijn gebleken of de PGA niet toereikend blijkt en er geen verdere interventiemogelijkheden zijn. Indien er later weer zorgelijke signalen zijn rondom een individu, kan een casus opnieuw worden aangemeld.

31

4.2.

Aanpak Flevoland in de praktijk

De verschillende gemeenten in Flevoland noemen elk de radicalisering als thema in het veiligheidsbeleid. Enkele gemeenten (Urk, Dronten, Noordoostpolder) scharen radicalisering onder het thema Maatschappelijke Onrust en volgen de lijn uit de Regionale Veiligheidsstrategie (RVS) Midden-Nederland 2023-2026 voor hun inzet, namelijk het vergroten van kennis en expertise op thema’s als maatschappelijk ongenoegen, polarisatie en radicalisering.141 Het veiligheidsbeleid van Lelystad verwijst naar een specifieke aanpak radicalisering die het college in 2020 heeft opgesteld. In het Integraal Veiligheidsbeleid (IVB) van de gemeenten Almere en Lelystad komt aandacht voor radicalisering uitgebreid terug. Het IVB van Zeewolde noemt het regionale casusoverleg als belangrijk onderdeel van de aanpak. Dit provinciebrede overleg omtrent extremisme en radicalisering in Flevoland wordt ook genoemd in interviews met gemeenten. In dit overleg bespreken gemeenten trends en maken afspraken. Het initiatief hiervan ligt bij de gemeente Almere. De Flevolandse aanpak kan worden gekarakteriseerd als breed en geïntegreerd, waarbij diverse partners worden betrokken. Het sociaal domein (zoals het jongerenwerk, opbouwwerk, bewoners consulenten, woningcorporaties) worden betrokken omdat zij vaak weten wat er speelt in wijken en bij personen.

Zeker jongerenwerkers krijgen in hun contacten met jongeren signalen van (voedingsbodems voor) mogelijke radicalisering. Sociaal werkers spelen een belangrijke rol bij het signaleren en preventief handelen bij onbehagen, polarisatie en het voorkomen van radicalisering. Uit de gesprekken met de regionale partners en beleidsmedewerkers blijkt dat Flevoland in de basis de landelijke kaders volgt bij de aanpak van radicalisering. Binnengekomen signalen van extremisme en radicalisering worden (meestal) gewogen door de weegploeg. Waar de gemeente de regievoerder is voor de lokale aanpak, de procesregie voor weegtafel en casustafel in de regio Flevoland belegd bij het ZVH Flevoland. Dit betekent dat het ZVH het eerste aanspreekpunt is bij een melding, de voorzittersrol vervult in het casusoverleg, de verslaglegging verzorgt en de juiste partners aan tafel brengt. Aan de hand van de methodologie van Amy-Jane Gielen over de negen leefgebieden, kijken partners welke informatie nog mist om tot een besluit te komen. Wanneer deze informatie voldoende aanleiding geeft, wordt een casus systematisch geduid aan de hand van het werkmodel van de NCTV in een multidisciplinair casusoverleg . Volgens de regionale partners verlopen deze processen gestructureerd en duidelijk in Flevoland.

Informatiepositie Zoals beschreven in paragraaf 3.2 is de casuïstiek van risicovolle radicalisering en extremisme in Flevoland die wordt aangemeld bij de weegtafels beperkt tot 1 tot maximaal 10 casussen per jaar. De laatste jaren betreft dit casussen waarin sprake is van rechtse, anti-institutionele en religieuze radicalisering. Een gedeelde zorg in de zes gemeenten die uit de interviews naar voren komt is dat gemeente en professionals onvoldoende zicht hebben op signalen van risicovolle radicalisering. Vooral wat online gebeurt onttrekt zich aan het beeld. Geïnterviewden vanuit gemeenten en regionale veiligheidspartners hebben het vermoeden dat er meer moet spelen dan wat er wordt aangemeld bij de casustafels. Mogelijke redenen of oorzaken die geïnterviewden noemen is dat er minder prioriteit is op CTER bij gemeenten, beperkte capaciteit, personele wisselingen waardoor kennis en netwerk op het thema verloren gaat en onvoldoende kennis bij professionals over het (herkennen van) verschillende vormen extremisme. Reflecties van respondenten op de signalering en aanpak van radicalisering In deze paragraaf beschrijven we observaties van de aanpak in gemeenten als het gaat om preventie en signalering van extremisme en risicovolle radicalisering.

Aan de geïnterviewden vanuit de gemeenten en de veiligheidspartners is gevraagd wat volgens hen al goed gaat én wat nog beter kan in de signalering, duiding en aanpak van signalen van radicalisering en extremisme, en in het signaleren van maatschappelijke onrust, spanningen of polarisatie die mogelijk voedingsbodems kunnen zijn voor radicalisering of extremisme. Wat gaat goed? De meeste beleidsambtenaren van de zes gemeenten geven aan dat er volgens hen sprake is van een effectieve structuur als het gaat om melden en duiden van signalen van extremisme en risicovolle radicalisering, waarin wordt samengewerkt tussen de gemeenten evenals met het Zorgen Veiligheidshuis Flevoland. Bij meldingen is duidelijk hoe het proces verloopt en wie betrokken moet zijn. Er zijn korte lijnen tussen professionals onderling en de gemeente, waarin signalen kunnen worden uitgewisseld, en mensen weten elkaar te bereiken. Bij specifieke of complexe casussen worden externe experts geraadpleegd om ontbrekende kennis aan te vullen. Een voorbeeld hiervan: “We hebben een aanmelding voor weging gehad omtrent een casus die te maken heeft met rellen onder Eritreeërs. Daarbij is context, achtergrond en geschiedenis opgehaald om beter voorbereid te zijn in de gesprekken.

Dit geldt ook voor onderwerpen zoals soevereinen en Common Law, waarbij specifieke expertise wordt verkregen via contacten met experts die hier veel kennis over hebben”.142 Daarnaast krijgen gemeenteambtenaren en professionals vanuit het veiligheidsdomein maar ook uit andere domeinen (bv jongerenwerkers) trainingen aangeboden vanuit het “Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering” (ROR).143 Daardoor weten zij beter hoe

32

signalen te herkennen en waar deze door te geven. Bovendien creëren de trainingen meer bewustzijn bij gemeentelijke collega’s en uitvoerend professionals over radicalisering. Geïnterviewden die hebben deelgenomen cursussen zijn hierover ook positief omdat zij hier collega’s uit andere gemeente ontmoeten, met hun contact kunnen leggen en ervaringen uitwisselen. Illustratief citaat van een jongerenwerker respectievelijk een coördinator jeugd van een gemeente: “Ik ben twee keer bij zo’n ROR training geweest. Dit heeft mij beide keren wel goed gedaan, er zijn zoveel nieuwe ontwikkelingen. Nu krijg je die training niet automatisch. Voor het huidige team denk ik dat het ook heel behulpzaam kan zijn. Ook om collega’s van andere gemeenten tegen te komen.” (…) “We komen collega’s uit nabije gemeenten tegen op de trainingen. Uitwisseling zit voornamelijk op het moment van trainingen.” Ook volgens de veiligheidspartners loopt de samenwerking in het casusoverleg van het Zorg- en Veiligheidshuis Flevoland goed. De infrastructuur is op orde om iets te kunnen bespreken als er een signaal binnenkomt, is aanwezig. Het Zorg- en Veiligheidshuis als voorzitter van het casusoverleg heeft veel lijntjes naar andere partners zoals schoolbesturen en DJI, dat is belangrijk omdat gemeenten soms verkokerd werken.

Het Zorg- en Veiligheidshuis betrekt altijd een contactpersoon vanuit de gemeente bij de weging en overleggen. Gemeenten zonder actuele casuïstiek zijn bij het algemene deel van het casusoverleg aanwezig zodat zij de trends en ontwikkelingen op radicalisering meekrijgen.144 Een van de geïnterviewde veiligheidspartners voegt hieraan nog toe dat in de afgelopen tijd de kwaliteit van de signalen is verbeterd ten opzichte van de kwantiteit. Citaat: “Voorheen werd er nogal eens ‘te makkelijk’ een signaal bij het ZVH ingebracht bij de weegtafel, terwijl dit signaal niet zulke zware aandacht verdiende. Dat leidde ook tot complexe situaties omtrent informeren van de personen in kwestie. Nu worden er minder signalen ingebracht, maar is de kwaliteit hoger en ook nuttig om in de weegtafel te bespreken.” Wat kan beter? Zoals hierboven is aangegeven loopt volgens geïnterviewden het casusoverleg van het Zorg- en Veiligheidshuis naar behoren. Aan de andere kant hebben gemeenten twijfels of ze wel voldoende zicht hebben op signalen van risicovolle radicalisering en extremisme. Een breed gedragen gevoel is: “We zien niet alles, het gevoel is dat er meer moet spelen dan dat we zien”. Ook meerdere regionale partners hebben aangegeven dat ze vermoeden dat er meer speelt dan wordt gesignaleerd en aangemeld bij de weegtafels.

Daarnaast zijn ook verbeterpunten te benoemen die voornamelijk ‘aan de voorkant’ zitten, gericht op vroegsignalering en preventie.

Meldstructuur „ Uitvoerend professionals weten niet altijd waar of aan wie te melden. Dat betreft vooral de professionals die niet werkzaam zijn in het veiligheidsdomein. „ De meldingsbereidheid is sowieso volgens meerdere geïnterviewden een punt van zorg. Onder meer omdat bij sommige professionals het bewustzijn ontbreekt ten aanzien van radicalisering en extremisme, ook omdat men niet altijd weet wanneer te melden. Men vindt het bijvoorbeeld soms lastig om in te schatten op welke signalen te letten om te kunnen beoordelen of het mogelijk om radicalisering gaat. De meldingsbereidheid wordt ook beperkt doordat het ‘nogal wat is’ om een signaal van radicalisering te melden. Wanneer is een casus ernstig genoeg om door te melden, en aan wie dan? „ Geïnterviewden benoemen tevens het probleem dat doormelden van signalen, bijvoorbeeld aan de OOV ambtenaar, vaak erg aan één persoon hangt. Als deze wegvalt, dan is de ‘meldingslijn’ doorbroken wat de aanpak kwetsbaar maakt. De signaleringsstructuur / meldstructuur staat ook niet altijd niet op papier. Tot slot leidt een snelle doorloop van ambtenaren en professionals ertoe dat steeds weer opnieuw netwerken moet worden opgebouwd of vernieuwd.

„ Meerdere geïnterviewden, zowel beleidsmedewerkers van gemeenten als uitvoerend professionals, uiten hun zorgen over het signaleren, zowel binnen het gemeentelijk apparaat als daar buiten bij uitvoerend professionals en binnen de organisaties waarin zijn werkzaam zijn. Illustratief citaat: “Hoe weet je of het om radicalisering, om extremisme gaat en je je zorgen moet maken? Of dat het gaat om bijvoorbeeld aandacht zoeken door extreme uitspraken te doen? Het is soms moeilijk om dat te kunnen doorgronden”. Deskundigheidsbevordering „ Rondom deskundigheidsbevordering is een punt van zorg dat kennis mogelijk wegzakt of verdwijnt. Dit komt onder meer door het verloop onder zowel ambtenaren als professionals met expertise op het thema. Geïnterviewden die hebben deelgenomen cursussen die vanuit het ROR worden aangeboden zijn hierover positief, maar niet alle professionals die een rol spelen in de signalering hebben hieraan deelgenomen. De suggestie vanuit geïnterviewden uit meerdere gemeenten is dan vooral ook de bewustwording en kennis over radicalisering en extremisme te vergroten door de ROR trainingen nog actiever onder de aandacht te brengen van vooral uitvoerend professionals uit de sociaal, zorg en onderwijs domeinen.

„ Sommige ambtenaren en professionals geven bovendien aan dat de training een tijd geleden is en ze wel een opfrisser kunnen gebruiken.145 De trainingen van ROR worden jaarlijks aangeboden, maar volgens enkele geïnterviewden ontbreekt het aan structurele inbedding omdat

33

„

deelnemers na één training gewoon weer naar hun dagelijkse werkzaamheden gaan. De kracht van herhaling ontbreekt. Professionals geven aan behoefte te hebben aan periodieke opfristrainingen omdat kennis wegzakt en bovendien veroudert, aangezien radicalisering, extremisme en de onderliggende voedingsbodems dynamisch zijn. Specifiek aandachtspunt is dat de grenzen vervagen over welke thema’s het gaat, wat er wel en niet mag (activisme naar extremisme). Het is niet zo duidelijk als het jihadisme tien jaar geleden. Hier moet aandacht voor zijn in trainingen. Daar komt bij dat kennis over radicalisering en extremisme vaak persoonsafhankelijk is en daarmee kwetsbaar. Als een persoon wegvalt, bijvoorbeeld de OOV-ambtenaar of iemand met specifieke expertise binnen een netwerkoverleg, dan is er vaak geen achtervang.

Uitwisseling binnen de provincie „ Meerdere geïnterviewde professionals uit diverse gemeenten geven aan behoefte te hebben aan meer uitwisseling binnen de provincie op radicalisering, extremisme en voedingsbodems. Illustratief citaten: “Je komt collega’s vanuit andere gemeenten niet zomaar tegen. En elkaar bellen om eens bij te praten schiet er door de drukte van het dagelijks werk bij in. Het zou mooi zijn als er brede uitwisselingsbijeenkomsten in de provincie zouden zijn, of in ieder geval met collega’s uit de buurgemeenten. De fenomenen veranderen zo snel, dat zal dus echt nuttig zijn.” (…) “Belangrijk vind ik dat we van elkaar kunnen leren in regionale bijeenkomsten. Dat gebeurt nu eigenlijk nog niet. Maar let op, het werkt alleen als je dit fysiek doet.” Samenwerking tussen domeinen „ Meerdere geïnterviewde professionals uit het sociaal domein geven aan dat zij nog te weinig worden betrokken bij de aanpak en preventie hiervan. Ook omdat radicalisering nog te veel vanuit alleen de veiligheidsbril wordt bekeken. Illustratieve citaten: “Onze expertise (van het jongerenwerk) kan ook benut worden na de fase van signalering.

Zoals in het gesprek met de desbetreffende jongere als betrouwbare verteller omdat we een vertrouwensrelatie hebben met de jongeren.” (…) “Wij (woningcorporatie) kunnen een rol spelen in de preventieve kant van polarisatie omdat we achter de deur komen bij inwoners.” „ Er is een gebrek aan kennis over informatiedeling: wat niet, maar vooral ook wel mag onder de AVG. Betrokkenen bij casussen van (vermoedelijke) radicalisering of extremisme kijken vaak huiverig naar wat er niet kan, maar er is juist ook veel wat wél kan. De kennis hierover zou volgens geïnterviewden verbeterd kunnen worden.

Prioriteit en capaciteit „ De capaciteit op radicalisering en extremisme die wordt ingezet is beperkt, vooral in de kleinere gemeenten, waardoor radicalisering niet bovenaan de prioriteitenlijst staat. Bij veel (vooral kleinere) gemeenten doet een OOV ambtenaar het thema erbij binnen een breder pakket aan portefeuilles op OOV. Dus er is vaak weinig capaciteit. Daarnaast is er veel verloop, mensen die kort op de functie zitten. Om dit onderwerp duurzaam te beleggen is dus lastig. Geïnterviewden zouden graag zien dat het bewustzijn en de prioritering van radicalisering en extremisme bij bestuurders groter wordt en er dus ook voldoende capaciteit wordt vrijgemaakt met achtervang voor de OOV ambtenaar. „ Radicalisering valt daarnaast volgens geïnterviewden in sommige gemeenten onder bredere noemer ‘maatschappelijke onrust’, dat laat zien geen expliciete prioritering meer is voor radicalisering als los onderwerp. Deze bredere noemer is ook terug te zien in het Regionaal Veiligheidsplan Midden-Nederland 2023-2026146, maar ook lokaal in het Integraal Veiligheidsbeleid van Dronten, Noordoostpolder en Urk147. Het online domein „ Er is onvoldoende zicht op online domein. Geïnterviewde ambtenaren en de meeste uitvoerend professionals uit alle gemeenten geven aan weinig zicht en grip te hebben op online processen die kunnen leiden tot radicalisering en extremisme, onrust of polarisatie.

Een aantal jongerenwerkers geven aan wel in chatgroepen te zitten en daar wat mee te krijgen over de theorieën die jongeren met elkaar delen. Zij doen dit altijd openlijk: de jongeren weten dat het de jongerenwerker is die online aanwezig is. Gemeenten ervaren bovendien onzekerheid over wat zij online mogen doen omdat zij zich moeten houden aan de privacy wetgeving. Af en toe deelt de politie met gemeenten aan de voorkant algemene signalen van trends en ontwikkelingen, nadrukkelijk binnen de beperkingen van de AVG. Sommige professionals, zoals het jongerenwerk, zijn actief online, bijvoorbeeld op Facebook, Instagram, TikTok en Snapchat. Zij hebben op deze platforms contact met hun jongeren. Dit doen zij wel altijd onder hun eigen naam. Zij hebben daardoor relatief veel zicht op online uitingen en ontwikkelingen. Jongerenwerkers delen vanwege hun vertrouwensrelatie met de jongeren en vanwege AVG beperkingen geen signalen over individuele jongeren. In enkele (maar niet alle) gemeenten wordt samengewerkt met het jongerenwerk om een beter beeld te krijgen van algemene online ontwikkelingen, thema’s en radicalisering die zich bij jongeren in de gemeente manifesteren. Maar ook hier geldt dat het zicht ontbreekt op besloten groepen waartoe geen toegang is.

Een en ander betekent dat gemeenten en professionals incidenten en escalaties (zoals van maatschappelijke onrust, rellen) in de gemeente niet altijd zien aankomen. Bij reconstructies achteraf blijkt dan regelmatig dat sociale media een grote rol hebben gespeeld in de escalatieprocessen.148

34

5

Conclusies en aanbevelingen

Het doel van deze fenomeenanalyse was om te komen tot een provinciebrede analyse van tendensen van radicalisering en extremisme binnen Flevoland. Hierbij hebben wij ook naar onderliggende voedingsbodems gekeken. In dit hoofdstuk benoemen we beknopt de belangrijkste conclusies uit het onderzoek en doen wij aanbevelingen voor de aanpak van de fenomenen op regionaal en lokaal niveau.

5.1.

Conclusies

Uit ons onderzoek blijkt dat zowel de ontwikkelingen op radicalisering en extremisme van de afgelopen jaren als de toekomstverwachtingen in Flevoland de landelijke trends volgen. Hierbij is een verbreding zichtbaar is van jihadisme naar andere vormen van extremisme, waaronder anti-institutionele radicalisering, maar lijkt er verder geen opmerkelijke toe- of afname van het totaal aantal casussen van radicalisering en extremisme. De landelijke en regionale ontwikkelingen omtrent toenemend maatschappelijk onbehagen, - ongenoegen en – onrust; afnemend vertrouwen en toenemend wantrouwen naar de overheid en instituties en polarisatie komen op lokaal niveau op verschillende manieren terug. Deze mogelijke voedingsbodems en contexten leiden niet per definitie tot radicalisering en extremisme, maar vergroten wel de mogelijke risico’s hierop in de toekomst. In Flevoland bestaan wat betreft mogelijke voedingsbodems een aantal verschillen tussen de zes gemeenten. De gemeenten Almere en Lelystad kampen met grootstedelijke problematiek zoals druk op leefbaarheid en sociale cohesie; oplopende economische ongelijkheid en armoede; jeugdcriminaliteit en gevoelens van onveiligheid; discriminatie en gevoelens van achterstelling. Het maatschappelijk onbehagen en wantrouwen naar de overheid is relatief hoog in beide gemeenten.

In meerdere gemeenten in Flevoland (Noordoospolder, Lelystad, Dronten, Zeewolde) zijn relatief hoge aantallen arbeidsmigranten gehuisvest. Er zijn zorgen dat huisvesting van arbeidsmigranten in combinatie met een woningtekort negatieve sentimenten richting arbeidsmigranten én de lokale overheid kunnen versterken. In de gemeente Urk en in de uitgestrekte agrarische gemeenten Noordoostpolder, Zeewolde en Dronten is het verzet tegen stikstofbeleid relatief sterk aanwezig. Meer in het algemeen is in de agrarische gemeenten en Urk sprake van een ‘platteland versus de stad’ sentiment. Er zijn zorgen bij professionals over vervreemding tussen stad en platteland, met een toenemend onbegrip tussen beiden. Zij maken zich zorgen dat deze kloof in de toekomst nog verder zal toenemen.

Geïnterviewde ambtenaren, veiligheidspartners en de meeste uitvoerend professionals uit alle gemeenten bevestigen de cruciale rol van het domein bij processen van polarisatie, radicalisering en extremisme. Dit blijkt enerzijds uit radicaliseringscasuïstiek in gemeenten waarin het online domein een grote speelde, maar anderzijds ook uit gebeurtenissen/acties die mede door sociale media tot stand gekomen of versterkt zijn. Een gedeelde zorg onder gemeenten en uitvoerend professionals is dat zij (te) weinig zicht en kennis hebben op wat er online gebeurt. Hierdoor blijven ontwikkelingen in het online domein en mogelijke signalen van risicovolle radicalisering te vaak onopgemerkt en/of onbegrepen. Gemeenten, veiligheidspartners en uitvoerend professionals delen het vermoeden dat er meer speelt op radicalisering en extremisme dan dat wordt aangemeld bij de casustafels. Dit kan komen door de beperkte capaciteit, bewustzijn en prioritering van radicalisering en extremisme in Flevoland. Mogelijke verbeterpunten richten zich met name op het melden en signaleren, samenwerking tussen domeinen, vergroten van bewustzijn en prioritering, deskundigheidsbevordering en kennisdeling. Professionals van buiten het veiligheidsdomein hebben meer behoefte aan uitwisseling op radicalisering, extremisme en voedingsbodems.

5.2.

Aanbevelingen

De fenomeenanalyse laat zien dat er mogelijkheden zijn om de lokale aanpak verder te versterken, met name op het gebied van signaleringsstructuren, duidingsmethodieken, regionale coördinatie en bestuurlijke prioritering. Hieronder formuleren we aanbevelingen voor de partijen die bij de aanpak betrokken zijn inclusief suggesties en verwijzingen naar concrete aanpakken.149 Verhoog bewustwording en prioriteit van radicalisering en extremisme en blijf investeren in bewustzijn, kennis en samenwerking De capaciteit die in gemeenten op signalering en preventie van radicalisering en extremisme wordt ingezet is beperkt. Er is ook relatief veel verloop van ambtenaren en professionals met expertise, terwijl de problematiek complex en dynamisch is. Investeer in het vergroten van het bewustzijn en de prioritering van radicalisering en extremisme evenals de onderliggende voedingsbodems bij zowel bestuurders als professionals en ketenpartners, waaronder zorginstellingen en scholen. De lokaal adviseur Midden-Nederland van de NCTV kan hierbij desgewenst adviseren en ondersteunen. Investeer ook in brede kennis en bewustwording over diverse vormen van extremisme, radicalisering en voedingsbodems, met daarbij bijzondere aandacht voor rechts- en anti-institutioneel extremisme.

Dit kan worden bereikt door het trainingsaanbod uit te breiden, breder toegankelijk te maken en hier actief kleinere gemeenten maar ook eerstelijnsfunctionarissen en maatschappelijke partners als scholen bij te betrekken. Om kennis én bewustzijn van radicalisering

35

te vergroten: breng trainingen van het ROR nóg actiever onder de aandacht van gemeenteambtenaren en uitvoerend professionals, ook uit de sociaal, zorg en onderwijs domeinen. Het fenomeen radicalisering is dynamisch. Zorg daarom ook voor periodieke herhaling van deelname aan trainingen om bestaande kennis op te frissen. Verbeter regionale coördinatie door kleine en grote gemeenten te koppelen of een regionale aandachtsfunctionaris aan te stellen. De verschillen tussen gemeenten wat betreft ervaring, expertise, capaciteit, netwerkopbouw en signaleringsstructuur zijn soms groot. Om deze reden is versterkte regionale coördinatie wenselijk. Dit kan bijvoorbeeld door grotere gemeenten te koppelen aan kleinere gemeenten of door een regionale aandachtsfunctionaris aan te stellen met specifieke expertise op het gebied van radicalisering, extremisme en polarisatie, die als centraal aanspreekpunt voor de regio fungeert.

Bij vermoedens van mogelijke zorgwekkende radicalisering is het belangrijk om een compleet beeld te krijgen van de situatie. Dit is soms lastig en vraagt om samenwerking met andere betrokkenen. In alle gevallen is het belangrijk om niet alleen te blijven rondlopen met signalen van mogelijke zorgwekkende radicalisering van een persoon. Vraag als ambtenaar of uitvoerend professional altijd intern bij collega’s of extern bij deskundigen advies over de interpretatie van de signalen en over mogelijke vervolgstappen. En over mogelijke veiligheidsrisico’s die door het voeren van een gesprek met een persoon kunnen ontstaan. Doe dat bij voorkeur anoniem, dus zonder dat je de naam van de persoon of het gezin noemt.

Inspiratie: werkwijze mogelijke informatie delen bij mogelijke radicalisering

Vergroot de kennis over informatiedeling: wat niet, maar vooral ook wel mag onder de AVG. Betrokkenen bij casussen van (vermoedelijke) radicalisering of extremisme kijken vaak huiverig naar wat er niet kan, maar er is juist ook veel wat wél kan. De kennis hierover zou verbeterd kunnen worden. Overigens geldt er met ingang van 1 juli 2025 de Wet Gegevensverwerking Persoonsgerichte Aanpak Radicalisering en Terroristische Activiteiten (wet PARTA). De wet zorgt voor een heldere juridische grondslag voor deelnemers aan de casusoverleggen rondom de gegevensverwerking – en deling.150

Gebruik de Werkwijze in kaart brengen, interpreteren en delen van mogelijke signalen bij vermoedens van zorgwekkende radicalisering om te weten wanneer, hoe, met wie en onder welke voorwaarden je informatie mag delen. De werkwijze bestaat uit zeven stappen die helpen een goed besluit te nemen over het delen van informatie. Deze stappen vertalen de eisen die de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), klachtencommissies en (tucht)rechters onder andere stellen als je informatie extern deelt. De volgende zeven stappen worden in de Werkwijze verder toegelicht:

Scherp signaleringsstructuren aan en zorg voor heldere meldroutes voor signalen Uit de fenomeenanalyse komt naar voren dat bij zowel gemeenten als veiligheidspartners de zorg bestaat dat signalen van radicalisering uit de samenleving soms gemist worden. Dit gebeurt deels omdat burgers en sommige partners uit het zorg, sociaal- en onderwijsdomein niet goed weten waar ze meldingen kunnen doen. Het is daarom wenselijk dat gemeenten en betrokken ketenpartners hun signaleringsstructuren verder aanscherpen, zodat een breder spectrum aan signalen vroegtijdig kan worden (h)erkend en besproken. Dit kan bijvoorbeeld door binnen gemeenten en/of de hele regio een aandachtsfunctionaris voor CTER-problematiek aan te stellen en/of een centraal (online) ‘adviespunt radicalisering’ te creëren waar zorgen laagdrempelig gedeeld kunnen worden. Het implementeren en verspreiden van een heldere meldroute kan ook bijdragen aan de bewustwording omtrent het thema. Het is dus belangrijk dat professionals van partners uit het zorg, sociaal- en onderwijsdomein signalen niet alleen kunnen herkennen, maar ook laagdrempelig kunnen sparren met iemand over de duiding van een signaal en of het gemeld moet worden.151

1. Breng de signalen van mogelijke zorgwekkende radicalisering in kaart. 2. Maak veiligheidsrisico’s concreet. 3. Vraag advies op basis van de beschreven signalen en kom zo mogelijk tot duiding. 4. Bespreek de signalen met de jongere en/of zijn ouders. 5. Taxeer de risico’s. 6. Beslis, op basis van de concrete beschrijving van de veiligheidsrisico’s en de inschatting van de ernst daarvan, of de signalen van mogelijke zorgwekkende radicalisering extern moeten worden gedeeld. 7. Als extern delen van informatie noodzakelijk is in verband met de ernstige veiligheidsrisico’s, beslis dan welke informatie moet worden gedeeld en aan wie deze moet worden verstrekt.

36

Versterk de integrale samenwerking tussen beleidsdomeinen en met en tussen partners in het veld om extremisme te herkennen, duiden en adresseren Extremisme en risicovolle radicalisering in Flevoland hebben een complex en diffuus karakter, wat zich uit in diverse vormen en overlappende problematieken. Dit vereist een geïntegreerde benadering waarbij betrokkenen uit verschillende domeinen, zoals CTER en ondermijning of veiligheid, zorg en maatschappelijke dienstverlening, nauw samenwerken om het fenomeen te kunnen herkennen, duiden en adresseren. Om signalen tijdig op te kunnen pakken, zowel van radicalisering als mogelijke voedingsbodems hiervoor, is het opbouwen van een netwerk van partners uit het veiligheids-, sociaal-, zorg-, en -onderwijs domein belangrijk, evenals warme contacten met maatschappelijk middenveld. Een goede samenwerking en wederzijds vertrouwen zijn hierbij cruciaal. Door samenwerkingsstructuren over de beleidsdomeinen heen te versterken, kunnen gemeenten beter inspelen op het dynamische karakter van radicalisering en extremisme.

Inspiratie: inclusieve aanpak van radicalisering: Utrecht Zijn We Samen Om signalen van radicalisering of extremisme gestructureerder en inclusiever te kunnen ophalen en duiden is in de gemeente Utrecht de aanpak “Utrecht Zijn We Samen” (UZWS) ontwikkeld. In het eerste Actieplan (2015) werd aangegeven dat het toenmalige College van B&W voor deze titel had gekozen uit de overtuiging “dat het voorkomen van radicalisering in welke vorm dan ook vraagt om een samenleving waarin (groepen) burgers zich met elkaar verbonden voelen. Daarom bevat dit plan niet alleen acties in de sfeer van signalering van (dreigende) radicalisering en de aanpak daarvan door repressie en hulpverlening. Het omvat ook acties op de terreinen van integratie en acceptatie, opvoeding, onderwijs, werk en communicatie”. De aanpak van Utrecht Zijn We Samen bestaat uit 3 delen: „ Preventie: voorkomen dat mensen steeds extremer worden en radicaliseren. Daarbij is aandacht voor acceptatie, inclusie, integratie, identiteitsvorming, opvoeding, dialoog, democratisch burgerschap, onderwijs, werk en communicatie. „ Signalering: op tijd herkennen van radicalisering en schadelijke polarisatie. Bijvoorbeeld door training van professionals. „ Persoonsgerichte aanpak: hulp aan mensen die dreigen te radicaliseren en aan hun omgeving. En persoonlijke begeleiding aan mensen die geradicaliseerd zijn.

In 2023 is de aanpak van Utrecht Zijn We Samen herijkt om beter te kunnen aansluiten bij nieuwe ontwikkelingen op het terrein van polarisatie en radicalisering, zoals anti-institutionele en online vormen van radicalisering. Zie voor actuele informatie over de aanpak: de nota “Utrecht zijn we samen 2.0. Uitvoeringsprogramma tegen schadelijke polarisatie, radicalisering en extremisme”

37

Inspiratie: de Bondgenotenaanpak

Inspiratie: Richtlijn Radicalisering Jongerenwerk NJI

De Bondgenotenaanpak kan helpen om de lijnen met (informele) partners zo breed mogelijk te versterken. Niet alleen moskeeën en kerken, maar ook de voetbalclub, supermarkt en andere openbare plekken. De politie Midden-Nederland ontwikkelde eind jaren 00 de zogeheten Bondgenotenmethodiek. De Bondgenotenmethodiek bestaat uit een belangrijk netwerk van sleutelfiguren op lokaal niveau zoals afgevaardigden van kerken, moskeeën, scholen, (sport)verenigingen, bedrijven etc. De Bondgenotenmethodiek is ontwikkeld zodat de politie verbinding heeft met verschillende gemeenschappen, leefstijlen en culturen in de samenleving, weet wat er speelt en wat de effecten zijn van haar optreden. Het doel is om ervoor te zorgen dat in tijden van onrust partijen als politie, gemeente en gemeenschap niet tegenover maar juist naast elkaar staan. De methodiek is een voorbeeld van hoe goede relaties met betrokken burgers kunnen helpen bij het tijdig signaleren van spanningen en polarisatie, en het voorkomen van escalatie. Uitgebreide informatie over de Bondgenotenaanpak kan worden gevonden in de publicatie In Verbinding (2022) van de Nederlandse Politieacademie.

De Bondgenotenmethodiek krijgt een ‘boost’ in MiddenNederland: de bestuurlijke werkgroep Maatschappelijke onrust heeft op 30 oktober ingestemd met het voorstel om de implementatie van de methodiek bondgenoten in MiddenNederland aan te jagen en waar mogelijk te ondersteunen.152

Het Nederlands Jeugdinstituut geeft hier informatie over de rol die het jongerenwerk kan spelen en welke tools en kennis er beschikbaar zijn om de samenwerking tussen jongerenwerk en andere professionals te bevorderen.

Betrekken van jongerenwerk bij preventie van radicalisering Het sociaal domein (zoals het jongerenwerk, opbouwwerk, bewoners consulenten, woningcorporaties) horen en zien veel van wat er onderhuids aan onbehagen, spanningen, polarisatie) speelt in wijken en bij personen. Sociaal werkers kunnen kortom een belangrijke rol spelen bij het signaleren en preventief handelen bij onbehagen, polarisatie en het voorkomen van radicalisering maar worden nog niet altijd voldoende betrokken. Fenomenen als radicalisering en polarisatie worden in gemeenten, ook in Flevoland, echter nog te vaak vanuit een veiligheidsbril bekeken. Voor samenwerkingspartners en beleidsmakers is het niet altijd duidelijk wat de rol van sociaal werkers kan zijn. Zeker jongerenwerkers krijgen in hun contacten met jongeren signalen van (voedingsbodems voor) mogelijke radicalisering. Op veel plekken waar jongeren tijd doorbrengen, zoals online, in en rondom de school of in de wijk is de jongerenwerker actief. Daardoor zijn ze vaak goed op de hoogte van wat er in het leven van jongeren speelt en kunnen ze snel zorgelijke signalen opvangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2225/documents/42446