CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D0401F~1.PDF

Gemeenteraad 15 september 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken36.728 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Het afgelopen jaar zijn in Nederland groepen opgericht van rechts-extremistische jongens en mannen – en enkele vrouwen – van wie sommigen ook terroristisch gedachtegoed aanhangen. Bij hen is sprake van een hogere actiebereidheid. Zo willen ze niet alleen online actief zijn, maar elkaar ook in persoon ontmoeten en activiteiten ondernemen. Online worden foto’s van (vuur) wapens gedeeld en sommige deelnemers zeggen geweld te willen gebruiken of milities te willen oprichten. Offline wordt vooral nazistische en accelerationistische propaganda verspreid (NCTV DTN december 2024; AIVD Jaarverslag 2024). Omdat bij veel personen (vooral jongeren en jongvolwassenen) actief in het online milieu sprake is van een combinatie van geweldsfascinatie, extremistische denkbeelden en sociaal-psychische problemen zoals pesten, schooluitval of een instabiele thuissituatie, is het lastig voor hulpverleners om een goede en volledige inschatting te maken. Dit kan ertoe leiden dat deze personen niet de juiste hulp en zorg krijgen aangeboden. Eerder contact met (zorg)professionals en goede begeleiding kan soms voorkomen dat deze jongeren zich ideologisch verharden (NCTV DTN december 2024; AIVD Jaarverslag 2024).

14

Anti-institutioneel extremisme Volgens de AIVD (2023) en de NCTV (2024) vormt anti-institutioneel gedachtegoed op langere termijn een ernstige bedreiging voor de democratische rechtsorde in Nederland. Het hebben van ruimte voor kritiek, protest en demonstraties tegen het beleid of het handelen van instituties is een essentieel onderdeel van de democratische rechtsorde. Kritiek, protest en tegenstelling doen recht aan de pluriformiteit binnen samenlevingen. Zulke tegenspraak kent wel een grens. Deze ligt bij het ondermijnen of bedreigen van de democratische rechtsorde zelf en daarmee de nationale veiligheid. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer mensen of groeperingen vanuit hun denkbeelden haat zaaien, intimideren of bedreigingen uiten. Ook het openlijk afwijzen van instituties die de democratische rechtsorde mogelijk maken (bijvoorbeeld volksvertegenwoordiging en openbaar bestuur, onafhankelijke rechtspraak, vrije pers en wetenschap), het verspreiden en promoten van intolerantie en vijandbeelden of het aantasten van democratische omgangsvormen zijn hiervan voorbeelden (AIVD, 2023; NCTV DTN december 2024). De anti-institutionele dreiging zou uitgaan van een beweging die gelooft dat een ‘kwaadaardige elite’ de bevolking wil onderdrukken door de deze angst aan te jagen en tot gehoorzaamheid te dwingen.

De elite zou zich hierbij niet alleen in de wetgevende, rechterlijke en uitvoerende macht bevinden, maar ook binnen de media en de wetenschap. Volgens aanhangers van het narratief verzint de elite gebeurtenissen en fenomenen, zoals de coronapandemie, de stikstofcrisis of de oorlog in Oekraïne, om zo haar eigen agenda te kunnen doorvoeren. Als vorm van verzet creëert een deel van de anti-institutionele beweging parallelle samenlevingen om zo de onderdrukking van de hierboven geschetste kwaadaardige elite te ontvluchten. De AIVD beschouwt aanhangers van het narratief als complotdenkers. Door het narratief wordt de legitimiteit van de wetgevende, uitvoerende, en/of rechtsprekende instituties en de ‘traditionele’ media en wetenschap ondermijnd en kan het publieke vertrouwen in de instituties, en in de bestuurders die namens deze instituties verantwoordelijkheid dragen, worden aangetast. Hoewel de dreiging voor de democratische rechtsorde vooral op de langere termijn speelt, kunnen volgens de AIVD aanhangers van de anti-institutionele beweging zich ook op de kortere termijn al gerechtvaardigd voelen geweld, intimidatie en bedreigingen te plegen tegen politici, rechters, journalisten en wetenschappers. Het aantal incidenten met een anti-institutioneel karakter is in Nederland is in de post-corona jaren toegenomen (AIVD, 2023).

Het NCTV Dreigingsbeeld van december 2023 besteedt aandacht aan de potentieel ondermijnende werking van de anti-institutionele beweging in Nederland. Van een klein deel van deze beweging gaat een extremistische dreiging uit. Dit zou met name gelden voor een kleine minderheid binnen de groep van de ‘soevereinen’ (zie hieronder).

Soevereinen Volgens de NCTV ondersteunen circa honderdduizend mensen het anti-institutionele gedachtegoed en gaat het om een fluïde samenstelling (NCTV DTN december 2023). Afhankelijk van het onderwerp haken er groepen aan of af. Binnen de anti-institutionele beweging vormen soevereinen een prominente subgroep. Zij verklaren zich onafhankelijk van de Nederlandse overheid en vinden dat de wetten en regels niet op hen van toepassing zijn. De omvang van de soevereinenbeweging wordt in het Dreigingsbeeld Terrorisme in Nederland (DTN) van december 2024 ingeschat op enkele tienduizenden aanhangers. De NCTV concludeert dat van een klein deel van de anti-institutionele beweging, waarvan de soevereinen dus een belangrijk onderdeel uitmaken, een geweldsdreiging uitgaat. Enkele tientallen tot honderd van hen geloven dat een gewelddadige confrontatie met de overheid uiteindelijk onvermijdelijk zal zijn. Zij spreken over het inrichten van eigen rechtbanken met eigen handhavers in, spreken over het oprichten van burgermilities en dreigen met het uitvoeren van burgerarrestaties. Een deel van deze kleine groep bereidt zich bovendien actief voor op de door hen verwachte gewelddadige confrontatie met de overheid. In het DTN van december 2024 en het AIVD Jaarverslag 2024 schrijven de NCTV en AIVD dat voor het eerst in Nederland soevereinen worden vervolgd vanwege terroristische misdrijven.

Zij worden verdacht van deelname aan een terroristische organisatie, enkelen van hen ook van het voornemen een gewelddadige confrontatie aan te gaan met lokale gezagsdragers en arrestaties uit te voeren. Bij meerdere verdachten zijn wapens aangetroffen. Ook na deze arrestaties gaat er volgens de AIVD en de NCTV nog steeds een geweldsdreiging uit van de kleine groep geweldsbereide soevereinen. Wel wordt benoemd dat veruit het grootste deel van de aanhangers van anti-institutionele bewegingen in Nederland niet bereid is om geweld te gebruiken. Afvlakking groei anti-institutionele beweging Volgens de NCTV en AIVD is in 2024 is de groei van de bredere anti-institutionele beweging waarschijnlijk voor het eerst wat afgenomen (NCTV DTN december 2024; AIVD Jaarverslag 2024). Online is de beweging nog altijd groot – bekende kanalen trekken duizenden tot tienduizenden bezoekers. Belangrijke actuele thema’s zijn migratie, klimaatbeleid en woke-gedachtegoed. Ook de coronapandemie en Ruslands oorlog tegen Oekraïne zijn nog steeds belangrijke onderwerpen binnen de beweging. Maar het deel van de beweging dat geld wil doneren voor de aanjagers is over het algemeen genomen kleiner dan voorheen. Ook lijkt de bredere beweging minder bezig met het idee om ‘de elite’ te berechten en straffen.

Nadat zij eerder al het geloof in demonstraties hadden verloren, gaan zij nu meer en meer met de rug naar de samenleving staan en steken ze hun energie vooral in het zich terugtrekken in eigen kring. Ondanks dat de groei lijkt af te nemen ten opzichte van de eerste jaren tijdens en na de coronapandemie, blijven de onderliggende

15

voedingsbodems hiervoor bestaan. Factoren als wantrouwen jegens overheid en democratische instituties, sociale en economische onzekerheden en de invloed van alternatieve informatiekanalen dragen nog steeds bij aan het ontstaan en voortbestaan van kritische en soms radicale anti-institutionele sentimenten (NCTV DTN december 2024; AIVD Jaarverslag 2024). Links-extremisme De links-extremistische beweging uit zich volgens het DTN van december 2024 in Nederland vooral op activistische wijze. Er is nauwelijks sprake van gewelddadig links-extremisme. Hier is het afgelopen jaar geen verandering in gekomen. Links-extremisten voeren op eigen initiatief kleinschalige acties uit of vinden elkaar op overkoepelende thema’s, zoals de Gaza-oorlog, klimaatverandering, vluchtelingen, woningnood of rechts-extremisme. Soms is sprake van hardere acties. Zo vinden er sinds het begin van het jaar bekladdingen plaats bij defensiebedrijven, firma’s die banden hebben met Israël en sommige musea. Soms is er ook sprake van meer verregaande acties, zoals kleinschalige vernielingen, intimidatie en doxing. Links-extremisten waren aanwezig bij geëscaleerde protesten tegen de Gaza-oorlog in het voorjaar van 2024. Op een groot aantal universiteiten werden bezettingsacties uitgevoerd.

De acties waren doorgaans vreedzaam, maar konden wel een intimiderende werking hebben op Joodse studenten en docenten, in het bijzonder wanneer de scheidslijnen tussen kritiek op het handelen van de staat Israël en antisemitisme vervaagden. In sommige gevallen escaleerden de demonstraties richting geweld. Dit geweld lijkt geen gevolg te zijn geweest van een georganiseerde actie vanuit links-extremisten maar sommigen van hen namen er mogelijk wel aan deel. Extreem-linkse onlineplatforms en -aanjagers speelden een belangrijke rol bij de mobilisering van hun volgers tijdens de universiteitsbezettingen en demonstraties. De Gaza-oorlog leeft binnen links-extremistische groepen in Nederland maar deze sentimenten lijken tot nu toe niet te leiden tot een toegenomen geweldsbereidheid. Ook het aantreden van het rechts georiënteerde kabinet in de zomer van 2024 heeft dat effect niet gesorteerd (NCTV DTN december 2024; AIVD Jaarverslag 2024). Dierenrechten en klimaat / milieu Klimaat- of dierenrechtenextremisme wordt in de DTN van december 2024 niet genoemd, omdat er volgens het NCTV op het moment van schrijven van het DTN geen aantoonbare (ernstige) geweldsdreiging van uitgaat (NCTV DTN december 2024).

Nota bene, in de fenomeenanalyse beschrijven we dierenrechten- en milieuactivisme onder links activisme, met daarbij de kanttekening dat dit fenomeen niet exclusief aan links gedachtengoed kan worden gerelateerd. Hoewel de meeste acties en demonstraties in Nederland uit een links perspectief voortkomen, gericht op duurzaamheid, milieu, dierenrechten en klimaatbeleid, kunnen er ook motivaties meespelen die vanuit een andere ideologische invalshoek komen of die niet direct politiek georiënteerd zijn.

Online radicalisering Internet en sociale media spelen een rol in de ontwikkelingspaden van radicalisering, in het bijzonder bij jongeren (Peeters et al., 2022; Beale, Brace & Coan, 2020). Voorbeelden hiervan zijn het genereren van aandacht voor en het verspreiden van extremistisch gedachtengoed; het normaliseren (‘mainstreamen’) van extremistische ideeën; het rekruteren en mobiliseren van leden door extremistische netwerken; het elkaar doen vinden van gelijkgestemden waarmee gemeenschappen, netwerken en subculturen gevormd kunnen worden; het zoeken naar ideologische rechtvaardigheid; het ondermijnen van sociale cohesie, de overheid en institutioneel vertrouwen; en tot slot, het verweven van extremistische content en vermaak (Marwick, Clancy & Furl, 2022). De on- en offline context zijn nauw met elkaar verweven binnen radicaliseringsprocessen (Gill et al., 2015; Mattheis, 2019; Whittaker & Herath, 2019). We kunnen daarom ook spreken over ‘onlife’ radicalisering, een term die verwijst naar de hybride online en offline context waarbinnen individuen zich bewegen (Valentini, Lorusso & Stephan, 2020). Online radicalisering kan zich heel snel voltrekken.

Vanwege de anonimiteit die het computerscherm biedt, zijn conversaties binnen de (veelal besloten) chatgroepen veelal extremer, waarbij nieuwkomers in dergelijke groepen zich razendsnel conformeren aan de groepsmores, zonder daarbij te beseffen dat sommige uitspraken voortkomen uit overdrijvingen en/of stoerdoenerij. Wagenaar (2021) spreekt in dit verband van flitsradicalisering. Het is vanwege de anonimiteit en de beslotenheid van de spreekwoordelijke ‘zolderkamer’ relatief laagdrempelig voor jongeren om toe te treden tot online gemeenschappen waarin radicale ideeën worden uitgewisseld en gepromoot. Belangrijk verschil met traditionele offline radicale groeperingen is zowel zichtbaarheid als sociale druk. Een jongere die zich afficheert met een offline radicale groepering uit dit vaak door kleding en symbolen, of zichtbare omgang met extremisten. De drempel om toe te treden tot een dergelijke groep kan hoog zijn, omdat het kan betekenen dat de jongere contacten met vrienden verbreekt of ruzie hierover krijgt met zijn of haar familie. Tegelijkertijd is de drempel om uit zo’n groep te treden ook hoog, vanwege de kameraadschap en sociale druk binnen de groep. Het uittreden uit online radicale netwerken eenvoudiger, juist vanwege de anonimiteit. Bij de omgeving zal dan niet (altijd) bekend zijn dat de jongere participeerde in online radicale netwerken (Peeters et al., 2022).

Door de toenemende digitalisering van de media en het mechanisme van ‘algoritmes’ hebben nepnieuws en desinformatie een steeds grotere rol en invloed in Nederland in het publieke debat. Nepnieuws (of ‘misinformatie’) is onjuiste of onnauwkeurige informatie die per ongeluk en zonder slechte bedoelingen verspreid wordt. Desinformatie is onjuiste of onnauwkeurige informatie, die doelbewust wordt verspreid vanuit kwaadwillende intenties, bijvoorbeeld om mensen te beschadigen.

16

Soms gaat desinformatie zelfs nog verder en worden mensen, bevolkingsgroepen of organisaties expliciet beschuldigd van het veroorzaken van gebeurtenissen. Ook bevat desinformatie soms het verwijt dat alternatieve informatie achter gehouden wordt, zonder dat daar goed bewijs voor is. Zo’n samenhangende verzameling berichten wordt aangeduid met de term ‘complottheorie’. Nepnieuws en desinformatie kunnen de opvattingen van mensen kunstmatig een bepaalde kant op duwen, voeding geven aan complottheorieën en aldus bijdragen aan het ontstaan van extremisme tegen de overheid of andersdenkenden. Personen komen op verschillende manieren in aanraking met desinformatie, met name op sociale media waarbij verschillende strategieën van desinformatie kunnen worden toegepast zodat het moeilijker te herkennen is als desinformatie (zoals trolling). Daarnaast kunnen websites zodanig zijn vormgegeven dat het ten onrechte lijkt dat ze afkomstig zijn van een betrouwbare bron, en kunnen personen (o.a. influencers) desinformatie verspreiden. Het gebrek aan vermogen om desinformatie te herkennen, bijvoorbeeld het kritisch omgaan met informatie en factchecken, maakt individuen met beperkte (digitale) weerbaarheid extra kwetsbaar voor radicalisering (Woltman et al., 2022).

Het geloven in complottheorieën wordt gevoed door sociale mediagebruik, nepnieuws, desinformatie (en een onvermogen tot het herkennen of controleren van nepnieuws of desinformatie), invloed door de opvattingen en sociale druk van vrienden en familie (Nederlands Jeugdinstituut, 2024). Hoewel de meeste complotdenkers niet gewelddadig zijn of geweld goedkeuren, kunnen complottheorieën aanzetten tot conflict, haat en (gewelddadig) extremisme (Vlug & Felten, 2022). Ze kunnen schadelijk zijn voor het vertrouwen in (overheids)instituten en wetenschap (Ritzmann & Schiesser, 2023), voor de volksgezondheid (zoals bijvoorbeeld tijdens de coronacrisis) en kunnen discriminatie en racisme bevorderen (Rottweiler & Gill, 2020; Rousis et al., 2020; Beunder & van den Heuvel, 2021; Lucassen, 2020). Van Prooijen & Van Vugt (2018) definiëren complotdenken als het geloof dat een groep actoren in het geheim samenkomen met de opzet om kwaadaardige doelen te bereiken. Volgens hen bevat een complottheorie bepaalde patronen (ogenschijnlijk niet-willekeurige opeenvolgingen van gebeurtenissen), intentionaliteit (verdachte gebeurtenissen die in gang gezet lijken te worden door intelligente actoren), een coalitie die samen een plan smeedt, een bedreiging (het vermeende doel van de actoren is schadelijk of misleidend) en een element van heimelijkheid.

Complottheorieën spelen een belangrijke rol in extremistische ideologieën en zijn daarom belangrijk om rekening mee te houden in aanpakken van radicalisering en extremisme (Ritzmann & Schiesser, 2023).

2.2.

Contexten en mogelijke voedingsbodems voor radicalisering en extremisme

Om de fenomenen radicalisering en extremisme in Flevoland te kunnen beschrijven en duiden is het relevant om ook te kijken naar de maatschappelijke context waarin dit plaatsvindt. De voedingsbodem van radicalisering bestaat uit een wisselwerking tussen factoren op micro- (individueel/persoonlijk), meso- (groeps) en macroniveau (samenleving). Mogelijke voedingsbodems zijn bijvoorbeeld maatschappelijk onbehagen, -ongenoegen en -spanningen (NCTV Nationale Extremismestrategie 2024-2029; OMO, 2025; Van Wonderen & Burggraaff, 2025) en mechanismen die op individueel- en groepsniveau de vatbaarheid voor radicalisering van personen kunnen beïnvloeden (Ranstorp & Meinis, 2024; Dekker, 2022).20 Bijvoorbeeld sociale factoren zoals ervaren discriminatie en achterstelling; factoren zoals persoonlijke problematieken (schulden, werkloosheid, ingrijpende levensgebeurtenissen etc.) en mentale (GGZ-gerelateerde) problematieken en stoornissen. In dit hoofdstuk beschrijven wij beknopt wat er vanuit de literatuur bekend is over deze ontwikkelingen en factoren, waarbij we opmerken dat individuele ontwikkelingen en factoren niet per definitie leiden tot radicalisering en extremisme, maar mogelijk wel een rol hierbij kunnen (gaan) spelen.

Onderzoek laat namelijk zien dat er geen enkele factor aan te wijzen is die op zichzelf de vatbaarheid voor extremistische ideeën en groepen voorspelt, dit is altijd in wisselwerking met andere factoren (Feddes et al., 2023). Maatschappelijk onbehagen, -ongenoegen, -onrust en polarisatie Maatschappelijk onbehagen is bezorgdheid bij burgers over een verslechtering van de samenleving waar ze geen grip op krijgen. Een combinatie van onzekerheid en ervaren gebrek aan grip kan leiden tot maatschappelijk onbehagen. Grip is de mate waarin mensen door hun eigen handelen gewenste uitkomsten kunnen bereiken en ongewenste uitkomsten voorkomen (Tiemeijer & Keizer, 2023). Personen vinden dat het met ons land de verkeerde kant op gaat, ervaren achteruitgang en een collectieve machteloosheid om die achteruitgang te keren. Maatschappelijk onbehagen is “een verzamelterm voor alles waar burgers ontevreden over kunnen zijn (Geurkink & Miltenburg, 2023). Enige mate van onbehagen in een samenleving is niet onwenselijk en niet ongebruikelijk − het is van alle tijden en hoort bij een samenleving. Maar, te veel is niet goed volgens het SCP, zeker niet als dat maatschappelijk onbehagen zich concentreert bij specifieke groepen en in bepaalde regio’s.

Een teveel aan maatschappelijk onbehagen een negatieve weerslag hebben op de samenleving en (legitimiteit van de) democratische rechtsstaat en is daardoor een risicofactor voor (met name) anti-institutionele radicalisering. Veel maatschappelijk onbehagen leidt er bijvoorbeeld toe dat groepen burgers ervaren dat de overheid en samenleving niet meer aan hun verwachtingen (kunnen) voldoen. Dat kan zorgen voor maatschappelijke spanningen en de kloof

17

tussen burger en overheid vergroten. Door recente maatschappelijke discussies, bijvoorbeeld over klimaat en stikstof, gaat het daarnaast vaak over een veronderstelde kloof tussen de (Rand) stad en het platteland. In het publieke debat gebruiken mensen maatschappelijk onbehagen vaak inwisselbaar met maatschappelijke onrust en protest. Echter, maatschappelijk onbehagen is een brede houding over de samenleving en uit zich lang niet altijd in gedrag. Waar in de eerste jaren van de 21ste eeuw bepaalde manifestaties van onbehagen zich vooral voordeden in stedelijke gebieden, lijkt momenteel het aantal mensen dat onbehagen ervaart groter te zijn in de minder dichtbevolkte plekken buiten de Randstad (Van den Berg & Kok, 2021). Signalen van regionaal maatschappelijk onbehagen zijn onder meer: (a) een lager vertrouwen in nationale instituties onder inwoners van perifere gebieden; (b) een lagere opkomst bij verkiezingen in deze gebieden; (c) de groei van de ‘perifere proteststem’ bij verkiezingen. Oorzaken zijn onder meer afname van baan- en inkomenszekerheid, klimaatnood, digitalisering en gebrekkige uitvoering van overheidsbeleid. Burgers voelen zich in hun zorgen hierbij niet gehoord door politiek en overheid wat verder maatschappelijk onbehagen in de hand werkt (Van den Berg & Kok, 2021).

Maatschappelijk ongenoegen is een gevoel van onvrede ten gevolge van ongrijpbare maatschappelijke problemen, zoals globalisering, klimaatverandering, migratie en ongelijkheid. Anders dan bij onbehagen kan er bij ongenoegen een verwachting zijn dat problemen opgepakt kunnen en zouden moeten worden (Geurkink & Miltenburg, 2023). Ongenoegen gaat vaak gepaard met emoties als miskenning of boosheid. Als ongenoegen raakt aan individuele of collectieve identiteiten (dus aan wie je in de kern bent), wordt ongenoegen bijna altijd emotioneel. Affectieve polarisatie en radicalisering is daarbij een mogelijk risico (Van Wonderen & Burggraaff, 2025). Op het niveau van de samenleving kan een teveel aan maatschappelijk ongenoegen een negatieve weerslag hebben op participatie en de legitimiteit van de democratische rechtsstaat, met name als het ongenoegen gepaard gaat met wantrouwen in politiek en overheid (OMO, 2025). Maatschappelijke onrust is: (zichtbare) collectieve gedragingen in situaties die voortkomen uit maatschappelijk ongenoegen en/of polarisatie (OMO, 2025; Van Wonderen & Burggraaff, 2025). De verschillende vormen van ‘maatschappelijke onrust’ lopen uiteen van vreedzame en kleinschalige demonstraties tot radicale, strafbare en/of grootschalige acties. Maatschappelijke onrust kan zich fasegewijs ontwikkelen of onverwachts en/of binnen een korte tijdsspanne oplaaien.

Het kan gepaard gaan met geweld en ernstige ontwrichting van de openbare orde. Enige onrust is essentieel voor democratie en rechtsstaat, maar wordt problematisch als personen de grenzen van de wet niet naleven. Maatschappelijke onrust kan tegenstellingen tussen groepen vergroten (horizontale polarisatie) of door ferm optreden van lokaal bestuur en politie uit te lokken brandstof

vormen voor verticale polarisatie en radicalisering. Een recente enquête onder 209 wethouders over maatschappelijke onrust in de periode van 2018-2023 laat goed zien welke vijf onderwerpen verspreid over Nederland lokaal voor maatschappelijke onrust zorgden. Dat zijn: 1. Asiel en migratie (komst van een AZC) 2. Energietransitie (bouw van windmolens/zonneparken) 3. Bouwbestemmingsplannen 4. Wonen en huisvesting 5. Stikstof (boerenprotest) (Avans Hogeschool, 2025). Horizontale polarisatie Horizontale polarisatie is een proces waarin tegenstellingen tussen groepen in de samenleving verscherpen, en uiteindelijk kunnen resulteren in onderlinge spanningen of agressie.21 Polarisatie wordt doorgaans als iets negatiefs en bedreigends gezien, zoals afnemende bereidheid compromissen te sluiten, het redeloos opgaan in het eigen gelijk en niet meer willen luisteren naar andersdenkenden, toenemende vervreemding en vijandigheid tussen bevolkingsgroepen, terugtrekking van mensen uit maatschappelijke discussies of juist radicalisering uitmondend in extremistisch geweld (Dekker, 2022). Belangrijk is om te benadrukken dat polarisatie zeker niet altijd ongewenst of negatief is (Dekker, 2022; Verloove, Felten & Van Wonderen, 2021). Het kan ook aanzet geven tot sociale veranderingen zoals de emancipatie van achtergestelde groepen.

Ook het democratisch proces kan gebaat zijn bij het (tijdelijk) aanscherpen van tegenstellingen. Verzet tegen uitsluitende maatschappelijke normen en opvattingen is noodzakelijk om emancipatie van minderheidsgroepen in gang te zetten, al kan dit – vaak tijdelijk – ongemak en spanningen opleveren. Uiteindelijk ontstaat een nieuw maatschappelijk evenwicht waarin groepen meer gelijk zijn aan elkaar. Voorbeelden hiervan zijn het vrouwenkiesrecht, de afschaffing van de slavernij en de emancipatie van homoseksualiteit. Wanneer polarisatie wel destructief uitpakt spreken we van ‘ongewenste polarisatie’ (Verloove, Felten & Van Wonderen, 2021). Groepen komen steeds meer tegenover elkaar te staan. In plaats van een inhoudelijk gesprek om een probleem op te lossen ontstaat er tussen groepen steeds meer ‘wij-zij denken’ waarbij de hoeveelheid (negatieve) ideeën over elkaar toeneemt. Er ontstaat hierdoor een maatschappelijk conflict dat kan resulteren in online scheldpartijen (op sociale media) of zelfs intimidatie en bedreigingen in de publieke sfeer. Sommige personen, groepen of groeperingen polariseren wakkeren bewust tegenstellingen aan, om de voedingsbodem voor extremisme en geweld te vergroten (Van Wonderen, 2021). Door sociale media zijn de mogelijkheden om polarisatie te voeden en aan te wakkeren enorm gegroeid.

Deze brandstof is het benadrukken van identiteiten, gekoppeld aan etiketten en beoordelingen. Zonder deze brandstof zwakt polarisatie af.

18

Om deze processen te kunnen begrijpen en polarisatie te kunnen verminderen heeft filosoof Bart Brandsma een denkkader polarisatie ontwikkeld (Brandsma, 2016). Uitgangspunt van dit denkkader is de aanname dat polarisatie niet wordt verminderd maar juist wordt versterkt als aandacht wordt gegeven aan ‘gepolariseerde personen of groepen’. Om polarisatie te verminderen is het volgens het denkkader beter om juist aandacht te geven aan de doorgaans stilzwijgende personen uit het veelstemmige midden (‘the silent’) en hen weerbaarder maken tegen de polarisatie door aanjagers (‘the pushers’). Polarisatie tussen groepen kan ook worden opgevat als een proces met fasen; het kan beginnen met ‘kleine’ dingen: ongemak en onzekerheid in interacties tussen groepen. Dit kan resulteren in fricties of onderhuidse spanningen. Uiteindelijk kan de polarisatie leiden tot incidenten. Het is belangrijk om ‘onderhuidse’ spanningen tijdig te signaleren om incidenten te voorkomen. Liever signaleren en handelen in ‘vredestijd’ dan als de polarisatie is geëscaleerd. Polarisatie dient niet alleen met een veiligheidsbril te worden bekeken maar juist ook professionals uit andere domeinen (sociaal, zorg, onderwijs) te betrekken.

Wantrouwen naar overheid en instituties en verticale polarisatie Institutioneel vertrouwen is het vertrouwen van individuen, groepen of een samenleving in instituties die deel uitmaken van ‘de overheid’, ‘de politiek’ of in andere maatschappelijke organisatievormen die belangrijk zijn voor de democratische rechtsorde. Verlies van vertrouwen in de overheid, politiek en instituties vergroot de kans op polarisatie en wantrouwen naar de overheid. Een verlies van vertrouwen kan leiden tot institutioneel wantrouwen. Nota bene: wantrouwen is iets anders dan laag vertrouwen. Het tegenovergestelde van vertrouwen is scepsis, niet wantrouwen. Mensen met een laag vertrouwen zien de instituties nog wel als legitiem. Wantrouwen in overheid, politiek en instituties maakt mensen bovendien meer vatbaar voor complotdenken en anti-institutionele radicalisering. Boosheid en wantrouwen kan er ook toe leiden dat mensen afhaken in het democratisch proces, bijvoorbeeld niet meer stemmen of geen gebruik meer maken van inspraakmogelijkheden. Het is daarom belangrijk om te begrijpen wat mensen bedoelen als ze zeggen dat ze de overheid en instituties niet vertrouwen.

Voorbeelden van zorgen en frustraties zijn: onzichtbaarheid van de overheid, onzichtbaarheid van de burger, ervaren ongelijke behandeling, ongehoorde burger en ervaren incompetentie van overheid en instituties (Van Wonderen & Burggraaff, 2024). Als wantrouwen, spanningen en onbegrip richting de overheid verder toenemen spreken we van verticale polarisatie: ‘het groter worden van tegenstellingen tussen burgers en politiek, kiezers en gekozenen, bevolking en bestuur’. Verticale polarisatie kent overlap met ‘institutioneel wantrouwen’

en ‘politiek wantrouwen’, maar is een proces. Mensen kunnen uit wanhoop overgaan tot acties als ze het gevoel hebben dat niet naar hen wordt geluisterd. Dit kan resulteren in intimidatie of bedreigingen waardoor de democratische rechtsorde wordt ondermijnd. Het verlies van vertrouwen in overheid en instituties kan mensen tevens ontvankelijker maken voor complottheorieën en anti-overheidsextremisme (Van Wonderen & Burggraaff, 2024). Ervaren onrechtvaardigheid en discriminatie Modellen die psychologische factoren in het proces van radicalisering beschrijven, benadrukken vaak gevoelens van waargenomen onrecht (zie bijvoorbeeld Kruglanski et al., 2013; McCauley & Moskalenko 2008; Moghaddam 2005). In het bijzonder studies vanuit sociaal-psychologisch perspectief tonen aan dat radicalisering van moslims, rechts-extreme groeperingen en links-extreme individuen wordt aangewakkerd door ‘waargenomen onrechtvaardigheid’ (Van den Bos, 2019). Dit komt omdat waargenomen onrechtvaardigheid niet alleen maar een indruk is van mensen, maar als ‘echt’ aanvoelt. Uit onderzoek onder Nederlandse jongeren naar rechts-extremistische en moslimextremistische denkbeelden blijkt dat gevoelens van relatieve deprivatie vaak een rol spelen (Doosje et al., 2012; 2013). Bij relatieve deprivatie maken mensen een vergelijking tussen zichzelf en vergelijkbare anderen.

Wanneer mensen het gevoel hebben dat anderen onverdiend beter af zijn dan zijzelf, roept dit negatieve emoties op. Bijvoorbeeld, de gemiddeld lagere sociaaleconomische status van sommige groepen in de samenleving kan het gevoel geven als groep achtergesteld te worden. Veel moslims in westerse landen voelen zich slachtoffer van discriminerend of oneerlijk werkgelegenheidsbeleid of denken minder kansen in de samenleving te krijgen dan niet-moslims. Laag opgeleide Nederlanders met een autochtone herkomst denken soms juist het tegenovergestelde, en stellen dat zij minder kansen en ondersteuning krijgen dan mensen met een migratieachtergrond. Achterstelling hoeft hierbij niet altijd persoonlijk ervaren te worden om te leiden tot frustratie en woede. Ook het gevoel dat anderen uit de ‘eigen groep’ minder kansen krijgen kan hiertoe leiden. Het gevoel dat jezelf vanwege je achtergrond, of dat mensen uit de eigen groep worden achtergesteld, versterkt de afkeer tegen het westen (bij mensen met migratieachtergrond) of tegen de overheid of ‘elite’ (vaker bij mensen zonder migratieachtergrond). Dit vergroot de kans op radicaliseren (Bal en Van den Bos, 2017). In plaats van gevoelens van relatieve deprivatie, speelt bij links radicalisering vaak een gevoel van moreel onrecht een centrale rol.

Volgens mensen met radicaal linkse opvattingen kunnen sommige zaken niet door de beugel, omdat ze onjuist of slecht zijn vanuit een moreel standpunt. Bij radicalisering met betrekking tot asiel- of dierenrechten wordt bijvoorbeeld vaak een aangetast rechtvaardigheidsgevoel benoemd. Omdat dit een gevoel van ‘moreel gelijk hebben’ is, is er geen discussie mogelijk. Daardoor is dit gevoel van onrecht waarschijnlijk lastiger te beïnvloeden dan gevoelens van groepsdeprivatie (Bal en Van den Bos, 2017).

19

Individuele factoren Individuele kenmerken kunnen onderdeel zijn van de voedingsbodem voor radicalisering. Zoals de aanwezigheid in iemands leven van schulden; een problematische gezinssituatie; ingrijpende levensgebeurtenissen zoals ontslag, ziekte of scheiding; en psychische problematieken of stoornissen (Feddes et al., 2015). Ook psychologisch trauma, zoals posttraumatische stress stoornis, kan een risicofactor zijn die kan bijdragen aan radicalisering (Ranstorp, 2016). De radicale ideologie speelt daarbij minder een rol en wordt veelal gebruikt als een rechtvaardiging achteraf om te verklaren waarom iemand bijvoorbeeld een radicale afkeer heeft van de overheid of zeer negatief denkt over andere bevolkingsgroepen. Mensen die zich bevinden in een radicaliseringsproces kunnen extreme opvattingen uiten of provocerend gedrag vertonen. Dit is waarneembaar. Diverse psychische- en andere problematieken (individueel of in de directe omgeving) waar dezelfde mensen mogelijk mee te kampen hebben, zijn niet altijd waarneembaar. Denk aan een persoonlijkheidsstoornis, opvoedingsproblemen of ervaren trauma’s. Deze informatie moet dan wel aan de oppervlakte komen. Een bekend model is het zogeheten ijsbergmodel van McClelland (1985). Toegepast bop radicaliseringsprocessen is het zichtbare gedrag van een individu (zoals radicale uitingen) slechts het topje van de berg.

Niet zichtbaar zijn echter de componenten onder de waterlijn die invloed kunnen hebben op de radicalisering, zoals persoonlijke ervaringen - en omstandigheden, persoonlijke problematieken of stoornissen. Door deze problematieken ‘onder de waterlijn’ te herkennen aan te pakken, pakt men ook risicofactoren en oorzaken voor radicalisering aan. Dit benadrukt het belang van het sociaal- en zorgdomein bij de (preventieve) aanpak van radicalisering.

20

3 3.1.

Provinciaal beeld Flevoland

Veiligheidsregio Flevoland23 De veiligheidsregio Flevoland komt qua grenzen overeen met de provincie Flevoland. Een veiligheidsregio is in Nederland een samenwerkingsverband van de hulpverleningsdiensten op basis van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen en de wet Veiligheidsregio’s, ten behoeve van fysieke veiligheid. Deze veiligheidsregio draagt ten tijde van rampen en crises zorg voor een gecoördineerde inzet tussen de zes deelnemende gemeenten, hulpdiensten en crisispartners.

Flevoland: een introductie

De provincie Flevoland bestaat uit zes gemeenten: Almere, Lelystad, Zeewolde, Dronten, Noordoostpolder en Urk en telt in totaal ruim 456.000 inwoners op 1 januari 2025.22 Gemeente Almere

Inwoners 229.574

Landoppervlakte (km2) 129,19

Dronten

44.856

333,57

Lelystad Noordoostpolder

84.713 50.788

230,32 458,17

Urk Zeewolde

22.173 24.291

13,15 247,23

Grootste plaatsen Almere: Haven, Buiten, Hout, Almere Poort Dronten, Biddinghuizen, Swifterbant Lelystad Emmeloord, Marknesse, Ens Urk Zeewolde

Politiedistrict Flevoland Flevoland is een van de vijf districten binnen de regionale eenheid Midden-Nederland van de Nationale Politie. District Flevoland kent vijf basisteams: „ „ „ „ „

Dronten / Noordoostpolder / Urk Lelystad / Zeewolde Almere Buiten Hout Almere Centrum Haven Almere West

Zorg- en Veiligheidshuis Flevoland24 Het Zorg- en Veiligheidshuis Flevoland verbindt en ondersteunt professionals op het snijvlak van veiligheid, sociaal domein en zorg. Sommige problemen van mensen zijn zo complex dat ze niet binnen de reguliere zorg en/of veiligheidsaanpak kunnen worden opgelost. Om deze problemen te doorbreken of beheersbaar te maken, is een onafhankelijke procescoördinatie nodig die de verschillende domeinen overstijgt. In het Zorg- en Veiligheidshuis werken experts op het gebied van strafrecht, bestuursrecht, civiel recht, het sociaal domein, onderwijs en zorg samen om dit te bereiken. Het Zorg- en Veiligheidshuis geeft advies en regisseert de aanpak van complexe problematiek om escalatie te voorkomen. Doel van de samenwerking is om tot een persoons- dan wel systeemgerichte aanpak van complexe casuïstiek te komen. De centrale werkvorm is het casusoverleg waarin met de betrokken partijen uit de verschillende domeinen een systeem gericht plan wordt opgesteld. Verschillende partijen krijgen vervolgens een taak in de uitvoering van dat plan. Soms zijn problemen zo complex, dat de casusregisseurs van het Zorg- en Veiligheidshuis de regie en coördinatie oppakken. Bij deze casuïstiek speelt altijd een veiligheidsrisico.

Het kan bijvoorbeeld gaan om (huiselijk) geweld, overlast of criminele activiteiten, maar ook om casussen waarin mogelijk sprake is van zorgwekkende radicalisering of extremisme. Bronnen: https://emmeloord.info/oostelijk-flevoland/ en https://nl.wikipedia.org/wiki/Flevoland#:~:text=Flevoland%20telt%20zes%20 gemeenten%3A%20Lelystad,is%20444.850%20(eind%202022)

21

Veiligheidscoalitie Midden-Nederland25 De zes gemeenten in Flevoland maken tevens deel uit van de Veiligheidscoalitie Midden-Nederland. Dit is een samenwerkingsverband van de 38 gemeenten in de politieregio Midden-Nederland. De Veiligheidsstrategie 2023-2026 biedt richting aan de gezamenlijke aanpak van de 38 gemeenten, het Openbaar Ministerie, de politie en andere veiligheidspartners voor een veiliger Midden-Nederland. De strategie biedt focus en richt zich op drie prioriteiten: georganiseerde ondermijnende criminaliteit, maatschappelijke onrust en digitale veiligheid. Binnen de Veiligheidscoalitie faciliteren Bureau Regionale Veiligheidsstrategie, RIEC Midden-Nederland en de Zorg- en Veiligheidshuizen de samenwerking tussen de gemeenten op ondermijnende criminaliteit, maatschappelijke onrust en digitale veiligheid. Binnen de Veiligheidscoalitie Midden-Nederland is radicalisering belegd bij de Zorg- en Veiligheidshuizen. Radicalisering of extremisme is daarbij een ‘plus taak’ binnen het Zorg- en Veiligheidshuis Flevoland.

3.2.

Extremisme en radicalisering in Flevoland

Het aantal signalen en casussen van extremisme en radicalisering met een serieus veiligheidsrisico is in Flevoland beperkt. Het aantal signalen en casussen die worden besproken in de zogeheten ‘weegploegen’ en ‘casustafels’ in de regio wordt weergegeven in tabel 1.26,27 In de weegploeg bespreken de bij de lokale aanpak betrokken partijen serieuze signalen omtrent radicaliserende individuen. Dit betrof in Flevoland een tot tien personen per jaar in de periode van 2020 t/m 2024. De casustafels betreffen het aantal individuen dat na duiding door de betrokken partijen als casus overblijft en waarop een persoonsgerichte aanpak geformuleerd wordt. Dit ging in Flevoland om maximaal acht personen per jaar. Tabel 1 Aantal weegploegen en casustafels in Flevoland 2020-202428 Jaar 2020 2021 2022 2023 2024 Totaal

Aantal aanmeldingen voor weging 10 6 1 6 3 26

Niet door weging (geen casus)

Aantal casustafels afgesloten

0 4 0 0 3 7

2 8 2 1 3 16 (+3 nog lopend)

Voor 12 van de 16 aanmeldingen in de periode 2021-2024 is een registratie bekend over welke verschijningsvorm van radicalisering het betreft: vier gevallen van rechtsextremistische radicalisering, vier gevallen van jihadistische radicalisering en eveneens vier gevallen van anti-institutionele radicalisering. In 2020 ging het volgens een betrokkene vanuit het ZVH om meerdere personen die werden aangemeld vanwege protesten tegen 5G-masten en een Incel casus. De aantallen CTER-registraties in politiedistrict Flevoland laten een vergelijkbaar beeld zien. De politiedata van 2018-2023 laten zien dat een beperkt aantal signalen als CTER-waardig is beoordeeld.29 De codes ‘jihadistisch’, ‘rechtsextremisme’ en ‘algemeen’ (wel beoordeeld als CTER, maar niet passend binnen de categorieën van specifieke typen extremisme) komen relatief het meest voor. Ook al zijn deze coderingen het meest voorkomend, de aantallen zijn evengoed beperkt (5 of lager per jaar). In de periode 2019-2021 werd de code ‘dier – of milieu extremisme’ per jaar minder dan 5 keer toegepast. In 2018 en na 2023 werd de code niet toegepast. De codering ‘links-extremisme’ wordt in het jaar 2020 negen keer gegeven maar in de rest van de jaren niet.

Het OM vermoedt dat het hier gaat om de protesten rondom de Oostvaardersplassen, waarbij sommige acties geduid werden als linksextremisme en andere als dier – of milieu extremisme. In recente jaren lijkt er een kleine toename te zijn in het aantal labels met de ‘algemene’ code. Dit heeft, na toelichting vanuit de politie, waarschijnlijk te maken met de opkomst van het anti-institutioneel extremisme waarvoor op dit moment nog geen aparte CTER-code voor is. De bevindingen uit het open bronnen onderzoek (rechtbankverslagen en berichtgeving in media) evenals de interviews met gemeenteambtenaren veiligheid en regionale veiligheidsprofessionals onderschrijven het beeld dat het aantal extremistische actoren en gedragingen in de afgelopen jaren in Flevoland beperkt is gebleven. Hierbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat dit de gevallen betreft die bij de betrokken instanties en professionals in beeld zijn. Op basis van de fenomeenanalyse is niet uit te sluiten dat het daadwerkelijke aantal extremistische actoren en gedragingen in de provincie hoger kan zijn. Op basis van de casuïstiek aan de casustafels en de politiedata omtrent CTER coderingen, en bevestigd in de interviews en het open bronnen onderzoek, constateren we dat in de provincie Flevoland ontwikkelingen waarneembaar zijn die op hoofdlijnen aansluiten bij landelijke trends.

Er lijkt er in de periode 2020-2024 in Flevoland geen opmerkelijke toe – of afname te zijn van de aantallen casussen van radicalisering en extremisme, maar is er ten opzichte van de jaren daarvoor wel een verbreding zichtbaar van jihadisme naar ook andere vormen: rechts - en in recente jaren ook anti-institutionele radicalisering(in het bijzonder vanuit het soevereine gedachtegoed). Dit laatste fenomeen is met name het geval sinds het uitbreken van de coronapandemie. Links

22

protest is in de afgelopen jaren toegenomen (waarbij specifiek wordt genoemd de pro-Palestina demonstraties) maar bleef vooral activistisch en begaf zich dus binnen de wettelijke kaders. Wel hebben er rond 2020 enkele casussen van dierenrechtenactivisme rond de Oostvaardersplassen gespeeld waarbij de grens naar gewelddadig gedrag werd overschreden.30 Geïnterviewde (regionale) veiligheidspartners (OM, Reclassering, ZVH, NCTV) bevestigen dat de trends van radicalisering en extremisme zoals deze door NCTV en AIVD worden beschreven op het landelijk niveau (zoals in het meest recente dreigingsbeeld terrorisme van december 2024; zie ook paragraaf 2.1) op hoofdlijnen ook gelden voor provincie Flevoland. Dat wil zeggen: een verbreding van jihadisme naar rechtsextremisme en anti-institutioneel extremisme. De regionale toekomstverwachtingen op het gebied van radicalisering en extremisme zijn volgens de veiligheidspartners in lijn met het landelijk beeld. Er worden geen afwijkende aandachtspunten of trends voorzien, tenzij een aanslag de situatie regionaal zou veranderen.31 Religieuze radicalisering en extremisme Religieus extremisme is het gebruik van een religieuze overtuiging als basis voor (het legitimeren van) het extremistisch handelen.

Volgens het Dreigingsbeeld Terrorisme december 2024 is de terroristische dreiging van het jihadisme en andere vormen van de radicale islam is onverminderd hoog. De Gaza-oorlog is een belangrijke aanjagende factor. In de jaren 2016-2020 speelden er in de provincie Flevoland meerdere aantal casussen op het gebied van jihadisme, vooral in relatie tot het uitreizen/terugreizen. Sinds 2018-2019 is het aantal terugkeerders van uitreizigers afgenomen. Uit de CTER gegevens van politie Midden-Nederland en de wegingscijfers van het Zorg-en Veiligheidshuis Flevoland blijkt dat in de periode 2020-2024 enkele casussen speelden. Er zijn in deze periode vier casussen besproken door de weegtafels van het Zorg- en Veiligheidshuis. Uit de online search komt een voorbeeld naar voren van een veroordeling van een 21-jarige man tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, voor opruiing en voor het hulp bieden bij (het voorbereiden van) een terroristisch misdrijf.

De verdachte heeft op sociale media filmpjes, berichten en afbeeldingen (steeds met verwijzing naar de gewelddadige Jihadstrijd) gedeeld evenals handleidingen voor het maken en gebruiken van explosieven.32 Bij de reclassering waren vrouwelijke terugkeerders (jihadisme) een groot deel van de casuïstiek in de afgelopen twee jaar, ook in de komende jaren zal de reclassering aandacht blijven houden voor de vrouwelijke terugkeerders.33

Jihadisme blijft volgens geïnterviewden ook in de huidige tijd in Flevoland een risico, ook vanwege de terugkeerders. Mensen die zijn teruggekomen, hun levens weer gaan opbouwen en daarbij tegen moeilijkheden kunnen oplopen. 34 Soms gaat dat ook gepaard met kinderen die terugkomen. Ten aanzien van het jihadisme zien geïnterviewden daarnaast ook toenemende risico’s rond online radicalisering, oftewel mogelijke ‘nieuwe aanwas’, naast de terugkeerders.35 Rechtse radicalisering en extremisme Rechts-extremisme ondermijnt met zijn boodschap van witte superioriteit en haat naar minderheden de democratische rechtsorde en kan daarnaast leiden tot gewelddadige incidenten. Anders dan enkele jaren geleden is er momenteel niet één ideologie dominant. Het gedachtegoed is meer gefragmenteerd en individueler geworden binnen de online netwerken. Ondanks de lage geweldsbereidheid bestaat er volgens het DTN van december 2024 toch een reële kans dat personen uit het rechts-extremistische milieu overgaan tot geweld.36 Uit de CTER gegevens van politie Midden-Nederland en de wegingscijfers van het Zorg-en Veiligheidshuis blijkt dat er in Flevoland af en toe casussen spelen omtrent rechts-radicaliserende individuen.

Vanuit de online search komt een voorbeeld naar voren van een veroordeling voor poging tot bedreigingen met een terroristisch oogmerk: “Verdachte heeft op Facebook een afbeelding geplaatst van twee vuurwapens met daarbij bedreigende teksten en verwijzingen naar een kort daaraan voorafgaand gepleegde aanslag in Nieuw-Zeeland. Verdachte heeft daarnaast in een snackbar en ten overstaan van ambtenaren van politie gedreigd moslims neer te schieten en daarbij opnieuw verwezen naar die eerder gepleegde aanslag.”37 In de periode 2020-2024 zijn vier casussen besproken door de weegtafels van het Zorg- en Veiligheidshuis. Er zijn in de fenomeenanalyse geen aanwijzingen gevonden dat (risico’s op) rechtsradicalisering- en extremisme in de provincie Flevoland afwijken van de rest van Nederland. De voedingsbodems voor rechtsradicalisering- en extremisme zijn óók aanwezig in Flevoland, zoals maatschappelijk onbehagen, - ongenoegen en – onrust; toenemend wantrouwen naar de politiek en overheid; en toenemende polarisatie. Geïnterviewden vanuit gemeenten benoemen dat er weinig casuïstiek bekend is van rechtsextremisme maar dat veel uitingen waarschijnlijk onder de radar blijven, zich afspelen in het online domein waarop vanuit gemeenten en professionals weinig zicht is. 38 In Almere, en in mindere mate ook in de andere gemeenten, zijn er wel zichtbare uitingen van rechtsextremisme.

Dat uit zich met name in graffiti (zoals hakenkruizen) of cijfercodes van letters die verwijzen naar bijvoorbeeld Adolf Hitler of White Power; en stickeracties in de buitenruimte. Stickers verwijzen dan naar bepaalde Telegram groepen of zijn van specifieke uiterst rechtse organisaties zoals Volksverzet of Wolvenraad. 39

23

Geïnterviewde (regionale) veiligheidspartners benoemen dat signalen van mogelijke radicalisering van jongeren soms binnenkomen via middelbare scholen. Veelal gaat het dan om signalen van rechtsradicalisering bij jongeren die extreme (racistische of antidemocratische) uitspraken doen of extremistische filmpjes delen.40 Er zijn in de laatste jaren in Flevoland enkele gevallen bekend waarin jongeren zelf online groepen hebben opgezet waarin opruiende berichten worden gepost. De betreffende jongeren zijn meestal niet aangesloten bij netwerken of groepen (zoals ‘The Base’41), maar uiten verschillende ideeën (á la ‘saladebar’-ideologie). Dit soort jongeren claimt ook vaak dat dingen een grapje zijn, dat dingen niet de bedoeling zijn. Het is daardoor vaak lastig om te duiden of een jongere echt ideologisch gedreven is, of dat het vooral gaat om provoceren of ‘stoer doen’. Signalering vanuit onderwijs is soms vaag en moeilijk op te pakken. Handelingsverlegenheid bij scholen en zorgen over docentveiligheid spelen een rol. Late signalen maken het moeilijk om radicalisering te duiden, omdat het een proces is. 42 Tegelijkertijd worden jongeren online beïnvloed richting rechtsextremisme.

Anti-institutionele radicalisering en extremisme Volgens de AIVD en NCTV kan anti-institutioneel gedachtegoed op langere termijn een ernstige bedreiging vormen voor de democratische rechtsorde in Nederland. Hierbij is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen reguliere kritiek op instituties en de overheid en het narratief dat uitgaat van een ‘kwaadaardige elite’. Het hebben van ruimte voor kritiek, protest en demonstraties tegen het beleid of het handelen van instituties is een essentieel onderdeel van de democratische rechtsorde. Zulke tegenspraak kent wel een grens. Deze ligt onder andere bij het ondermijnen of bedreigen van de democratische rechtsorde zelf en daarmee de nationale veiligheid. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer mensen of groeperingen vanuit hun denkbeelden haat zaaien, intimideren of bedreigingen uiten; of de instituties die de democratische rechtsorde mogelijk maken openlijk afwijzen. Van een klein deel van deze beweging gaat een extremistische dreiging uit, omdat zij mogelijk bereid zijn geweld te gebruiken. Dit zou met name gelden voor een kleine minderheid binnen de groep van de ‘soevereinen’.43 Uit de CTER gegevens van politie Midden-Nederland en de wegingscijfers van het Zorg- en Veiligheidshuis Flevoland blijkt er af en toe casussen spelen omtrent soevereinen.

In de periode 2020-2024 zijn vier casussen besproken door de weegtafels van het Zorg- en Veiligheidshuis. De voedingsbodems voor anti-institutionele radicalisering- en extremisme zijn óók aanwezig in Flevoland, zoals maatschappelijk onbehagen, - ongenoegen en – onrust; afnemend vertrouwen en toenemend wantrouwen naar de overheid en instituties; polarisatie naar de overheid en instituties.

De afgelopen jaren zijn in Flevoland volgens geïnterviewden enkele casussen met zorgwekkende signalen rondom soevereinen geregistreerd.44 Signalen van soevereine sentimenten komen volgens geïnterviewden relatief vaker voor in de landelijke gemeenten Noordoostpolder, Dronten, Zeewolde en Urk dan in de stedelijke gemeenten Almere en Lelystad. Het uitschrijven uit systemen door mensen wordt vaker gezien, maar is niet per se zorgwekkend als het gaat om de openbare orde of veiligheid, het heeft vooral vervelende consequenties voor de betreffende personen zelf. Wel zorgwekkend als het gaat om veiligheid of mogelijk extremisme zijn soevereinen die echt spreken over tribunalen en zich daarbij intimiderend of bedreigend uitlaten. Aan de casustafels zijn enkele casussen van zulke personen besproken.45 Een voorbeeld van anti-institutionele intimiderende uitingen, in dit geval gerelateerd aan onder meer coronaprotest, betreft een voormalig kandidaat-raadslid in Almere die voor opschudding heeft gezorgd met een video waarin hij aangeeft dat bepaalde journalisten op een zwarte lijst staan en beter kunnen vluchten of ontslag nemen voor hen iets wordt aangedaan.46 Ook komt het voor dat personen online filmpjes delen met anti-institutionele sentimenten en daarnaast ook bezig zijn met claims, brieven en eisen.

Verder zijn er in de afgelopen jaren in Flevoland personen geweest die de autoriteit van de politie niet erkennen en agressie toonden richting agenten; en is er meer agressie waargenomen richting deurwaarders, farmaceuten en andere professionals. Deze gevallen van agressie of bedreiging leiden soms tot strafzaken. Als er een strafzaak uit volgt, worden ze besproken op de casustafel.47 Ook bedreigingen en agressie naar politici komen voor in Flevoland, hoewel bedreigingen en agressie naar politici niet altijd een anti-institutionele achtergrond hebben. Ongeveer een derde van de Flevolandse raadsleden is wel eens bedreigd. Het merendeel daarvan doet geen aangifte van de bedreiging. Dat blijkt uit een enquête (2020) van Omroep Flevoland onder Flevolandse raadsleden.48 Uit onderzoek van I&O Research (2022) komt naar voren dat Flevolandse politici vaker bedreigd en geïntimideerd worden dan collega’s in de rest van het land.49 In alle zes gemeenten zijn ook anti-institutionele activisten zoals soevereinen aanwezig. De acties en achtergronden van mensen met soeverein gedachtegoed lopen uiteen. Rondom verkiezingen zijn stembiljetten teruggestuurd. In de coronatijd waren er mensen die zich wilden uitschrijven uit de Basisregistratie Personen (BRP) en dat gebeurt momenteel nog steeds af en toe.

Sommige van deze mensen zitten in financiële problemen.50 Het is daarbij de vraag of acties zoals uitschrijven werkelijk ideologisch zijn gemotiveerd of dat het eerder om wanhopige acties gaat van mensen met schulden die op deze manier hopen op een uitweg. Soevereine sentimenten komen volgens geïnterviewden relatief vaker voor in de landelijke gemeenten Noordoostpolder, Dronten, Zeewolde en Urk dan in de stedelijke gemeenten Almere en Lelystad.51,52 De gemeente Noordoostpolder heeft een casus bij het Zorg- en Veiligheidshuis gehad als het gaat om soevereinen. Professionals in de gemeente Dronten hebben het beeld dat de soevereinen zichtbaarder zijn geworden in de

24

gemeente.53 In Zeewolde zijn enkele anti-institutionele activisten bekend.54 Op Urk zijn enkele gevallen bekend van soevereinen, waarbij volgens geïnterviewden geen signalen bekend zijn dat het verder gaat dan het schrijven van brieven waarin mensen aangeven dat ze zich willen uitschrijven bij de gemeente. Ook zijn er signalen van complottheorieën tegen de overheid bij jongeren. Voornamelijk in specifieke groepen, via mobiele telefoons verspreid. Verder wordt als voorbeeld genoemd dat in de corona periode sommige kerken door gingen met bijeenkomsten, mede omdat het verhaal over corona niet werd geloofd.55 Linkse radicalisering en extremisme (incl. dierenrechten) De links-extremistische beweging uit zich in Nederland vooral op activistische wijze.56 Linksextremisten voeren op eigen initiatief kleinschalige acties uit of vinden elkaar op overkoepelende thema’s, zoals de Gaza-oorlog, klimaatverandering, vluchtelingen, woningnood of rechts-extremisme. Soms is sprake van hardere acties, waaronder bekladdingen, kleinschalige vernielingen, intimidatie en doxing. Extreem-linkse onlineplatforms en -aanjagers speelden een belangrijke rol bij de mobilisering van hun volgers tijdens de universiteitsbezettingen en demonstraties m.b.t. de Gaza-oorlog.57 Twee andere thema’s waar links-extremisten zich de afgelopen decennia op profileren, zijn dierenrechten en klimaat / milieu.

Klimaat- of dierenrechtenextremisme wordt in de DTN van december 2024 niet genoemd, omdat er volgens het NCTV op het moment van schrijven van het DTN geen aantoonbare (ernstige) geweldsdreiging van uitgaat. Van links activisme of links radicalisering zijn weinig voorbeelden in de Flevolandse gemeenten. Volgens geïnterviewden gaan activisten eerder naar de grotere steden zoals Amsterdam als er protesten of manifestaties zijn.58 Bij links-radicalisering- en extremisme in Flevoland gaat het voornamelijk over casussen rondom dierenrechtenactivisten, met name in relatie tot de Oostvaardersplassen. Vooral de gemeente Lelystad heeft te maken met acties van dierenrechtenactivisten in verband met situatie in de Oostvaardersplassen. Het is het meest controversiële en meest besproken natuurgebied van Nederland vanwege het lot van de grote grazers. Staatsbosbeheer beoogt zo min mogelijk in te grijpen in de populaties van grote grazers waarbij natuurlijke processen zo veel mogelijk ruimte krijgen. Dit betekent in de praktijk dat er aan het einde van sommige winters veel sterfte is onder verzwakte dieren, omdat de dieren niet worden bijgevoerd.59 Protesten tegen deze praktijk bereikten een hoogtepunt in 2018.

Rond 2018-2020 speelden er enkele casussen van dierenrechtenactivisme rond de Oostvaardersplassen waarbij de grens van activisme naar strafbare gedragingen werd overschreden.60,61 Dit is in de jaren erna weer afgezwakt. De piek in links-extremisme in 2020, zoals zichtbaar in de CTER-cijfers, was volgens geïnterviewden waarschijnlijk gerelateerd aan deze protesten. Na 2020 zijn er in Flevoland aan de casustafels geen casussen van links-extremisme meer besproken. Milieuactivisme

rondom de Oostvaardersplassen wordt nog steeds waargenomen, maar komt niet meer terug in de casusoverleggen. Spanningen sluimeren ook nu nog onder de oppervlakte. Volgens geïnterviewden gaat het momenteel om een kleine actieve groep die zich online en een enkele keer ook offline intimiderend opstelt richting handhavers, boswachters etc.62 Daarnaast was in 2022 was in Almere sprake van een bedreiging van een gemeenteraadslid door een extreemlinkse activist vanwege zijn standpunt over transgender personen.63 In Flevoland (Almere, Lelystad) zijn af en toe ook acties van klimaatactivisten, echter met een beperkte overlast of impact voor inwoners en de stad. Deze demonstranten zijn veelal afkomstig van buiten de gemeente of zelfs provincie.64 Recent (november 2024) voerden bijvoorbeeld activisten van Extinction Rebellion en Guerrilla Fashion een geweldloze actie bij het distributiecentrum van fashion-gigant Inditex.65 De activisten houden Inditex verantwoordelijk voor klimaatschade, milieuschade en mensenrechtenschendingen.66,67 Daarnaast zijn er ook protesten tegen de mogelijke ingebruikname van Lelystad Airport.

Deze protesten worden zowel offline als online gevoerd, in veel gevallen ook door mensen die van buiten de gemeente en provincie afkomstig zijn.68 Online domein Een dimensie van extremisme, radicalisering en polarisatie die tot nu toe onderbelicht is gebleven in het rapport is de rol van internet en sociale media bij extremisme, radicalisering en polarisatie in Flevoland. In paragraaf 2.1 beschreven we op welke wijze het online domein een rol kan spelen in radicaliseringsprocessen. Daarbij zijn we ingegaan op onder de ‘mainstreaming’ van radicale ideeën op het internet en sociale media, echokamers en algoritmes, flitsradicalisering, nepnieuws en desinformatie en complottheorieën. Hoewel het in de context en beperkte omvang van dit onderzoek niet realistisch is om een allesomvattende analyse van de rol van het online domein met betrekking tot extremisme, radicalisering en polarisatie in Flevoland te geven, gaan we in deze alinea kort in op de rol van het internet en sociale media en de wijze op deze bijdragen aan de aard van het fenomeen zoals we dat in de provincie aantreffen.69 Vrijwel alle geïnterviewden bevestigen de cruciale rol van het domein bij processen van polarisatie, radicalisering en extremisme.

Dit blijkt enerzijds uit radicaliseringscasuïstiek in gemeenten waarin het online domein een grote speelde, maar anderzijds ook uit gebeurtenissen/acties die mede door sociale media tot stand gekomen of versterkt zijn. Een geïnterviewde beschrijft bijvoorbeeld vanuit het jongerenwerk: “Online zien we van alles langskomen: polariserende uitingen als ‘dit is mijn vlag niet’, incidenten als de Israëlische tram die besmeurd werd en in brand stond, uitingen rondom Paarse Vrijdag – en andere dingen, zoals afpersingen via Snapchat, vechtpartijen en ruzies.” In de interviews met gemeenten wordt met name opgemerkt dat inwoners hun ontevredenheid vaak of zelfs vooral uiten via sociale media; dat er regelmatig ‘omstandigheden’ zijn die online beginnen

25

en in de fysieke wereld gevolgen hebben; dat verschillen tussen groepen die men op straat ziet en hoort online versterkt worden; en dat sociale media een mobiliserende kracht heeft bij incidenten, bijeenkomsten of protesten – het blijkt een katalysator voor onrust.70 Voorbeelden zijn -onder meer- de mobiliserende kracht van sociale media bij de sinterklaasrellen en de coronaprotesten op Urk, oproepen tot verzet tegen afschot van dieren bij de Oostvaardersplassen en de organisatie van protesten tegen de mogelijke opening van vliegveld Lelystad. Oproepen en organisatiekracht op sociale media beperken zich niet tot inwoners van Flevoland, maar kunnen ook buiten de provincie weerklank vinden, zoals bijvoorbeeld bij de Oostvaardersplassen-protesten waar mensen uit alle delen van het land aanwezig waren.71 Naast dit soort protesten, blijkt uit de nieuwsmedia-analyse bovendien dat online intimidatie en doxing plaatsvinden. Zo zijn er casussen van bedreigingen van leerlingen72, politieke en ambtelijke vertegenwoordigers (politici73, raadsleden74 of politieagenten75) en journalisten76 in Flevoland. Tevens geven meerdere uitvoerende professionals aan dat de jongeren waarmee zij werken online veel in aanraking komen met desinformatie en complottheorieën77, met als gevolg dat dit een rol speelt bij protesten die in de fysieke wereld zijn gehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2225/documents/42446