CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D0401F~1.PDF

Gemeenteraad 15 september 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken36.728 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Fenomeenanalyse radicalisering en extremisme in Flevoland

Inhoud Managementsamenvatting3

BIJLAGE 1 REFERENTIES 

42

Voorwoord7

BIJLAGE 2 OMGANG MET SOEVEREINEN 

46

1

Inleiding

8

BIJLAGE 3 DENKKADERS VOOR POLARISATIE 

48

1.1.

Introductie en definiëring

8

1.2.

Categorisering verschijningsvormen van extremisme 

10

BIJLAGE 4 HANDELINGSKADERS EN TOOLS

50

1.3.

Onderzoeksvragen

11

BIJLAGE 5 EINDNOTEN

53

1.4.

Methoden van onderzoek

11

2

Landelijk beeld en wetenschappelijke inzichten

13

2.1.

Landelijke ontwikkelingen radicalisering en extremisme

13

2.2.

Contexten en mogelijke voedingsbodems voor radicalisering en extremisme

17

3

Provinciaal beeld Flevoland

21

3.1.

Flevoland: een introductie

21

3.2.

Extremisme en radicalisering in Flevoland

22

3.3.

Contexten en mogelijke voedingsbodems in gemeenten

26

4

Aanpak radicalisering en extremisme

31

4.1.

Landelijke kaders

31

4.2.

Aanpak Flevoland in de praktijk

32

5

Conclusies en aanbevelingen

35

5.1.

Conclusies

35

5.2.

Aanbevelingen

35

2

Managementsamenvatting Aanleiding voor fenomeenanalyse Radicalisering en extremisme hebben zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een veelzijdig fenomeen. Naast religieus, links- en rechts-extremisme zijn nieuwe vormen opgekomen, veelal met een meer anti-institutioneel karakter. Zowel binnen als tussen de verschillende vormen van extremisme is er sprake van beïnvloeding. Zo vinden extremistische actoren regelmatig aansluiting bij breder gedeelde ongenoegens en legitiem protest. Dit resulteert in vloeiende grenzen tussen activisme en extremisme. Omdat deze ontwikkelingen per regio kunnen verschillen, is het belangrijk extremisme niet alleen op nationaal, maar ook op regionaal en lokaal niveau te onderzoeken. Het doel van dit onderzoek is om te komen tot een provinciebrede analyse van tendensen van radicalisering en extremisme binnen Flevoland. De fenomeenanalyse is gericht op het beantwoorden van de volgende onderzoeksvragen:1 „ „ „

Wat zijn de belangrijkste fenomenen, actoren en ontwikkelingen op het gebied van radicaliseringen extremisme in de provincie Flevoland? Wat zijn de belangrijkste fenomenen, actoren en ontwikkelingen op het gebied van voedingsbodems voor radicalisering en extremisme in de provincie Flevoland? Hoe verhoudt de regionale aanpak van radicalisering en extremisme zich tot het fenomeen?

Radicalisering en extremisme in de provincie Flevoland kunnen niet los worden gezien van (ontwikkelingen in) de bredere samenleving. Daarom worden in dit rapport ook relevante bredere trends en omstandigheden besproken, zoals maatschappelijk ongenoegen, protest en polarisatie (de tweede onderzoeksvraag). Deze bredere blik geeft bovendien handvatten voor het handelingsperspectief (de aanpak). Ontwikkelingen radicalisering en extremisme in Flevoland volgen landelijke trend In de provincie Flevoland zijn ontwikkelingen waarneembaar die op hoofdlijnen aansluiten bij de landelijke trends.2 Er lijkt er in de periode 2020-2024 in Flevoland geen opmerkelijke toe – of afname te zijn van de aantallen casussen van radicalisering en extremisme. Er is ten opzichte van de jaren daarvoor wel een verbreding zichtbaar van jihadisme naar andere vormen: rechts(en in recente jaren ook anti-institutionele) radicalisering, in het bijzonder vanuit het soevereine gedachtegoed.

De regionale toekomstverwachtingen op het gebied van radicalisering en extremisme zijn volgens geïnterviewden in lijn met het landelijk beeld. Er worden geen afwijkende aandachtspunten of trends voorzien, tenzij een aanslag in Flevoland de situatie regionaal zou veranderen. In de jaren 2016-2020 speelden er in de provincie Flevoland meerdere casussen op het gebied van jihadisme, vooral in relatie tot het uitreizen/terugkeer. In de periode 2021-2024 speelden er eveneens enkele casussen van jihadisme. Jihadisme blijft volgens geïnterviewden in de huidige tijd in Flevoland een risico, bijvoorbeeld vanwege personen die zijn uitgereisd en teruggekomen, hun levens weer gaan opbouwen en daarbij tegen moeilijkheden kunnen oplopen.3 Ten aanzien van het jihadisme constateren geïnterviewden naast de terugkeerders ook toenemende risico’s rond online radicalisering, dat mogelijk kan leiden tot ‘nieuwe aanwas’. In de afgelopen jaren speelden in Flevoland enkele casussen omtrent rechts-radicaliserende individuen. De voedingsbodems voor rechtsradicalisering en -extremisme zijn óók aanwezig in Flevoland, zoals maatschappelijk onbehagen, - ongenoegen en – onrust; toenemend wantrouwen naar de politiek en overheid; en toenemende polarisatie.

Hoewel er betrekkelijk weinig casuïstiek bekend is van rechtsextremisme blijven veel uitingen waarschijnlijk onder de radar, en spelen zich af in het online domein waarop vanuit gemeenten en professionals weinig zicht is. In meerdere gemeenten zijn er ook zichtbare uitingen van rechtsextremisme in de openbare ruimte (zoals stickers en graffiti). De afgelopen jaren zijn in Flevoland bovendien enkele casussen met zorgwekkende signalen rondom soevereinen geregistreerd. Signalen van soevereine sentimenten komen relatief vaker voor in de niet-stedelijke gemeenten dan in de stedelijke gemeenten. Het uitschrijven uit systemen wordt regelmatig gezien, maar is niet per se zorgwekkend als het gaat om de openbare orde of veiligheid. Het heeft vooral vervelende consequenties voor de betreffende personen zelf. Zorgwekkender is als soevereinen zich intimiderend of bedreigend uitlaten. Aan de casustafels zijn enkele casussen van zulke personen besproken. Ook komt het voor dat personen online filmpjes delen met anti-institutionele sentimenten en daarnaast ook bezig zijn met claims, brieven en eisen. Verder zijn er in de afgelopen jaren in Flevoland personen geweest die de autoriteit van de politie niet erkennen en agressie toonden richting agenten; en is er meer agressie waargenomen richting deurwaarders, farmaceuten en andere professionals.

Deze gevallen van agressie of bedreiging leiden soms tot strafzaken. Ook zijn er signalen van complottheorieën tegen de overheid bij jongeren. Voornamelijk in specifieke groepen, via mobiele telefoons verspreid.

3

Links protest is in de afgelopen jaren toegenomen (waarbij specifiek de pro-Palestina demonstraties wordt genoemd) maar bleef vooral activistisch en begaf zich binnen de wettelijke kaders. Rond 2018-2020 speelden er enkele casussen van dierenrechtenactivisme rond de Oostvaardersplassen waarbij de grens van activisme naar extremistische gedragingen werd overschreden. Dit is in de jaren erna weer afgezwakt. Na 2020 zijn er in Flevoland aan de casustafels geen casussen van links-extremisme meer besproken. Milieu- en dierenactivisme rondom de Oostvaardersplassen wordt nog steeds waargenomen, maar komt niet meer terug in de casusoverleggen. Potentiële voedingsbodems voor radicalisering zijn aanwezig in Flevoland De geïnterviewde ambtenaren, veiligheidspartners en uitvoerend professionals in de zes gemeenten zien potentiële voedingsbodems voor radicalisering in Flevoland. Landelijke en regionale ontwikkelingen omtrent toenemend maatschappelijk onbehagen, - ongenoegen en – onrust; afnemend vertrouwen en toenemend wantrouwen naar de overheid en instituties en polarisatie worden op lokaal niveau teruggezien. Belangrijk hierbij is om op te merken dat mogelijke voedingsbodems en contexten voor maatschappelijke spanningen en radicalisering niet per definitie leiden tot radicalisering en extremisme, maar in de toekomst het risico hierop mogelijk wel kunnen vergroten.

Lokale verschillen in mogelijke voedingsbodems voor radicalisering en extremisme In Flevoland bestaan wat betreft mogelijke voedingsbodems een aantal verschillen tussen de zes gemeenten. De gemeenten Almere en Lelystad kampen met grootstedelijke problematiek zoals druk op leefbaarheid en sociale cohesie; oplopende economische ongelijkheid en armoede; jeugdcriminaliteit en gevoelens van onveiligheid; discriminatie en gevoelens van achterstelling. Het maatschappelijk onbehagen en wantrouwen naar de overheid is relatief hoog in beide gemeenten. In de gemeente Urk en in de uitgestrekte agrarische gemeenten Noordoostpolder, Zeewolde en Dronten is het verzet tegen stikstofbeleid relatief sterk aanwezig. Meer in het algemeen is in de agrarische gemeenten en Urk sprake van een ‘platteland versus de stad’ sentiment. Er zijn zorgen bij professionals over vervreemding tussen stad en platteland, met een toenemend onbegrip tussen beiden. Zij maken zich zorgen dat deze kloof in de toekomst nog verder zal toenemen. In meerdere gemeenten in Flevoland (Noordoospolder, Lelystad, Dronten, Zeewolde) zijn relatief hoge aantallen arbeidsmigranten gehuisvest.

De huisvesting van arbeidsmigranten ligt gevoelig vanwege mogelijke overlast die door omwonenden kan worden ervaren en doordat de huisvesting van arbeidsmigranten in combinatie met een woningtekort negatieve sentimenten richting arbeidsmigranten én de lokale overheid kunnen versterken.

Een ander thema is de opvang van vluchtelingen en de huisvesting van statushouders. Dit is in Flevoland vooralsnog meer een sluimerende ontwikkeling dan dat het op dit moment escaleert. Het uit zich bij sommige bewoners in een gevoel van ‘zij wel, wij niet’. Cruciale rol online domein bij radicalisering; gedeelde zorgen over gebrek aan zicht hierop Geïnterviewde ambtenaren, veiligheidspartners en de meeste uitvoerend professionals uit alle gemeenten bevestigen de cruciale rol van het online domein bij processen van polarisatie, radicalisering en extremisme. Dit blijkt enerzijds uit radicaliseringscasuïstiek in gemeenten waarin het online domein een grote rol speelde, maar anderzijds ook uit gebeurtenissen/acties die mede door sociale media tot stand gekomen of versterkt zijn. Uitvoerende professionals geven aan dat de jongeren waarmee zij werken online veel in aanraking komen met desinformatie en complottheorieën, en dat dit een rol speelt bij protesten fysieke protesten. Hoewel geïnterviewden én ook mediaberichtgeving wijzen op de aanjagende rol van het online domein bij incidenten, polarisatie en radicalisering in Flevoland, is een gedeelde zorg onder gemeenten en uitvoerend professionals dat zij (te) weinig zicht en kennis hebben op wat er online gebeurt.

Hierdoor blijven ontwikkelingen in het online domein en mogelijke signalen van risicovolle radicalisering te vaak onopgemerkt en/of onbegrepen. Beperkte capaciteit, bewustzijn en prioritering op radicalisering en extremisme Gemeenten, veiligheidspartners en uitvoerend professionals hebben het vermoeden dat er meer moet spelen dan wat er wordt aangemeld bij de weegploeg en casustafels. Mogelijke redenen of oorzaken die geïnterviewden noemen is (naast het hierboven al genoemde gebrek aan zicht op online signalen) dat er bij gemeenten minder prioriteit is op CTER, beperkte capaciteit aan personeel en expertise, personele wisselingen waardoor kennis en netwerk op het thema verloren gaat en onvoldoende kennis bij professionals over het (herkennen van) verschillende vormen van radicalisering en extremisme. De capaciteit op radicalisering en extremisme die wordt ingezet is beperkt, vooral in de kleinere gemeenten, waardoor radicalisering niet bovenaan de prioriteitenlijst staat. Radicalisering valt daarnaast in sommige gemeenten onder de bredere noemer ‘maatschappelijke onrust’, waardoor er geen expliciete prioritering is voor radicalisering als los onderwerp.

Geïnterviewden zouden graag zien dat het bewustzijn en de prioritering van radicalisering en extremisme bij bestuurders groter wordt en er dus ook voldoende capaciteit wordt vrijgemaakt voor het eerste aanspreekpunt op het thema radicalisering en extremisme en voor achtervang voor de OOV ambtenaar.

4

Behoefte aan meer uitwisseling op radicalisering, extremisme en voedingsbodems Flevolandse gemeenten volgen in de basis de landelijke kaders bij de aanpak van radicalisering. Waar de gemeente de regievoerder is voor de lokale aanpak, is de procesregie voor weegtafel en casustafel in de regio Flevoland belegd bij het Zorg- en Veiligheidshuis. Deze processen verlopen gestructureerd en duidelijk. Professionals vooral buiten het veiligheidsdomein geven echter aan behoefte te hebben aan meer uitwisseling binnen de provincie op radicalisering, extremisme en voedingsbodems. Zij geven aan collega’s vanuit andere gemeenten niet zomaar tegen te komen en behoefte te hebben aan meer uitwisseling en van elkaar kunnen leren in fysieke regionale bijeenkomsten. Mogelijke verbeterpunten voor lokale aanpak Ondanks dat deze fenomeenanalyse niet primair de focus had de lokale aanpakken te evalueren, zijn er door gemeenten, veiligheidspartners en uitvoerend professionals een aantal aandachtspunten genoemd als het gaat om de lokale aanpakken: „ „

„

„

„

Meldstructuur: waar of aan wie signalen te melden. Dat betreft vooral de professionals die niet werkzaam zijn in het veiligheidsdomein. Te lage meldingsbereidheid. Onder meer omdat bij professionals soms het bewustzijn ontbreekt ten aanzien van radicalisering en extremisme, ook omdat men niet altijd weet wanneer te melden. Het doormelden van signalen hangt te vaak aan een specifieke persoon. Als deze persoon wegvalt (door ziekte of verloop), dan is de ‘meldingslijn’ doorbroken wat de aanpak kwetsbaar maakt. Als een persoon wegvalt, bijvoorbeeld de OOV-ambtenaar of iemand met specifieke expertise binnen een netwerkoverleg, dan is er bovendien vaak onvoldoende achtervang. De signaleringsstructuur / meldstructuur staat ook niet altijd niet op papier. Een snelle doorloop van ambtenaren en professionals leidt er bovendien toe dat netwerken steeds weer opnieuw moeten worden opgebouwd of vernieuwd. Duiden van signalen: professionals in vooral het sociaal domein vinden het soms moeilijk om te doorgronden wanneer een signaal mogelijke radicalisering betreft of dat het gaat om bijvoorbeeld aandacht zoeken door extreme uitspraken te doen. Rondom deskundigheidsbevordering is een punt van zorg dat kennis mogelijk wegzakt of verdwijnt. Dit komt onder meer door het verloop onder zowel ambtenaren als professionals met expertise op het thema.

Bovendien zijn radicalisering en onderliggende voedingsbodems dynamisch, want verschijningsvormen -en dynamieken veranderen snel. Trainingen van ROR worden jaarlijks aangeboden, maar het ontbreekt aan structurele inbedding.

„

„

Samenwerking tussen domeinen. Meerdere geïnterviewde professionals uit het sociaal domein geven aan dat zij nog te weinig worden betrokken bij de aanpak en preventie van radicalisering en polarisatie. Volgens hen wordt radicalisering nog te veel vanuit alleen de veiligheidsbril wordt bekeken. Gebrek aan kennis over informatiedeling: wat mag niet, maar vooral ook wat mag wel onder de AVG. Betrokkenen bij casuïstiek van (vermoedelijke) radicalisering of extremisme kijken vaak huiverig naar wat er niet kan, maar er is juist ook veel wat wél kan. De kennis hierover zou volgens geïnterviewden verbeterd kunnen worden.

Aanbevelingen De fenomeenanalyse laat zien dat er mogelijkheden zijn om de lokale aanpak verder te versterken, met name op het gebied van signaleringsstructuren, duidingsmethodieken, regionale coördinatie en bestuurlijke prioritering. Samengevat worden de volgende aanbevelingen gedaan voor het verder verbeteren van de aanpak. In paragraaf 5.2 van dit rapport worden deze aanbevelingen verder toegelicht en geconcretiseerd, met verwijzingen naar diverse inspirerende voorbeelden. „ „

„ „

„

Verhoog de bewustwording van- en prioriteit op radicalisering en extremisme en de onderliggende voedingsbodems bij zowel bestuurders als professionals en ketenpartners. Blijf investeren in brede kennis en bewustzijn over diverse vormen van extremisme, radicalisering en voedingsbodems, met daarbij bijzondere aandacht voor nieuwe verschijningsvormen van radicalisering en extremisme. Verbeter regionale coördinatie door kleine en grote gemeenten te koppelen of een regionale aandachtsfunctionaris aan te stellen. Scherp signaleringsstructuren aan en zorg voor heldere meldroutes voor signalen van radicalisering en extremisme. Het is wenselijk dat gemeenten en betrokken ketenpartners hun signaleringsstructuren verder aanscherpen, zodat een breder spectrum aan signalen vroegtijdig kan worden (h)erkend en besproken. Bijvoorbeeld door binnen gemeenten en/ of de hele regio een aandachtsfunctionaris voor CTER-problematiek aan te stellen of een centraal (online) adviespunt radicalisering te creëren waar zorgen laagdrempelig gedeeld kunnen worden. Het is ook belangrijk dat professionals van partners uit het zorg, sociaal- en onderwijsdomein signalen niet alleen kunnen herkennen, maar ook laagdrempelig kunnen sparren met iemand over de duiding van een signaal en of het gemeld moet worden.

Versterk de integrale samenwerking tussen beleidsdomeinen en met en tussen partners in het veld om extremisme te herkennen, duiden en adresseren. Extremisme en radicalisering in Flevoland hebben een complex en diffuus karakter, wat zich uit in diverse vormen en overlappende problematieken. Dit vereist een geïntegreerde benadering waarbij

5

„

„ „

„

„

„

betrokkenen uit verschillende domeinen, zoals CTER en ondermijning of veiligheid, zorg en maatschappelijke dienstverlening, nauw samenwerken om het fenomeen te kunnen herkennen, duiden en adresseren. Door samenwerkingsstructuren over de beleidsdomeinen heen te versterken, kunnen gemeenten beter inspelen op het dynamische karakter van radicalisering en extremisme. Dat geldt ook voor het signaleren en aanpakken van psychische en andere persoonlijke problemen die onderliggend zijn aan zorgwekkende radicalisering, of daarbij een versterkende rol spelen. Betrek het sociaal domein bij preventie van radicalisering. Het sociaal domein kan een belangrijke rol spelen bij het preventief handelen bij onbehagen, polarisatie en het voorkomen van radicalisering, maar wordt nog niet altijd voldoende betrokken. Investeren in samenwerking tussen jongerenwerk en onderwijs biedt mogelijkheden om veerkracht van jongeren tegen zorgwekkende radicalisering te versterken. Vergroten van de kennis over informatiedeling: wat kan niet, maar vooral ook wat kan wel onder de AVG. Met ingang van 1 juli 2025 geldt de Wet Gegevensverwerking Persoonsgerichte Aanpak Radicalisering en Terroristische Activiteiten (PARTA). De wet zorgt voor een heldere juridische grondslag voor deelnemers aan de casusoverleggen rondom de gegevensverwerking – en deling.

Kijk naar wat wél mogelijk is om zicht de krijgen op online radicalisering en extremisme. Ambtenaren en uitvoerend professionals hebben onvoldoende zicht en grip op online processen die kunnen leiden tot radicalisering en extremisme, onrust of polarisatie. Bovendien is er onzekerheid over wat online wel en niet mag vanwege privacy wetgeving. Een mogelijk hulpmiddel hiertoe is de handreiking ‘online onderzoek’ met juridisch kader en een ondersteunend protocol. Verder kan aan de preventieve kant van online radicalisering het ‘online jongerenwerk’ een belangrijke rol spelen. Inzetten op kritisch denken en digitale weerbaarheid van jongeren. Het voorkomen en verminderen van online radicalisering en polarisatie begint met preventie. Een mogelijk handelingsperspectief is meer te investeren in kritisch denken, digitale weerbaarheid en mediawijsheid, in het bijzonder van jongeren. Denk bijvoorbeeld aan het koppelen van digitale weerbaarheid aan burgerschapstraining, waardoor het geïntegreerd kan worden in lesprogramma’s op scholen. Verspreiden en implementeren van handelingsperspectieven voor omgang met soevereinen. Gemeenten in Flevoland hebben behoefte aan duidelijke handelingsperspectieven met betrekking tot soevereinen. Dit kan gerealiseerd worden door bestaande inzichten en kennis uit andere regio’s op te halen en te verspreiden.

Zo zijn er inmiddels verschillende onderzoeks- en adviesrapporten verschenen over de omgang met deze doelgroep.

„

Tot slot beschrijft het rapport een aantal inspirerende voorbeelden van handelingskaders en tools ter verbetering van de signalering en aanpak van relevante voedingsbodems voor radicalisering en extremisme. Het betreft de volgende handelingskaders en tools: ● Handelingskader Maatschappelijke Onrust. ● Leeraanbod Maatschappelijke stabiliteit. ● Apothekerskast Veiligheidscoalitie Midden-Nederland. ● Depolariseren door versterken veelstemmige midden. ● KIS analysetool depolarisatie. ● Methodiek Vreedzaam op scholen én in wijken.

6

Voorwoord Voor u ligt de Fenomeenanalyse Extremisme en Radicalisering in Flevoland. Dit onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers van het Verwey-Jonker Instituut en RadarAdvies, in opdracht van de gemeente Almere mede namens de gemeenten Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. De bevindingen in dit rapport zijn het resultaat van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. De onderzoeksopzet van de fenomeenanalyse is vooraf voorgelegd aan - en goedgekeurd door de ethische toetsingscommissie van de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Door het combineren van verschillende bronnen en methoden is het desalniettemin mogelijk gebleken goed zicht te krijgen op het fenomeen radicalisering en extremisme en de aanpak daarvan in de provincie Flevoland. De fenomeenanalyse geeft primair een provinciaal beeld. Op gemeentelijk niveau dienen de verkregen inzichten als indicatief te worden beschouwd, aangezien de mogelijkheden tot verdiepend onderzoek binnen het beschikbare budget per individuele gemeente beperkt was. Onze dank gaat uit naar de leden van de begeleidingscommissie bestaande uit medewerkers van de gemeenten Almere en Lelystad, evenals medewerkers van het ministerie van Justitie en Veiligheid en politie Midden-Nederland. Hun betrokkenheid en stimulerende feedback op conceptversies hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan dit rapport. Ten slotte willen we iedereen bedanken die bereid was om in het kader van dit onderzoek geïnterviewd te worden en hun openheid en vertrouwen toonden door inzichten te delen over extremisme, radicalisering, voedingsbodems en de regionale aanpak daarvan in Flevoland.

In dit onderzoek is gebruik gemaakt van verschillende soorten bronnen en methoden (zogeheten triangulatie), wat noodzakelijk was vanwege de beperkingen van de beschikbare afzonderlijke bronnen. In de eerste plaats hebben we open bronnenonderzoek uitgevoerd om de bestaande kennis over het fenomeen in de regio in kaart te brengen aan de hand van wetenschappelijke en semiwetenschappelijke publicaties, onderzoeksrapporten en beleidsdocumenten. In de tweede plaats hebben we openbare nieuwsmediaberichtgeving onderzocht. Deze nieuwsmedia-analyse richtte zich voornamelijk op provinciale en lokale media. We hebben de nieuwsmediaberichtgeving aangevuld met andere bronnen, waaronder openbare informatie die beschikbaar is over gerechtelijke uitspraken. In de derde plaats zijn interviews met gemeenten, professionals en experts gehouden, wat cruciaal was gezien de beperkte informatie uit open bronnen en mediaberichtgeving. Het doel van de interviews was om verdiepend inzicht te krijgen in de manier waarop gemeenten, professionals en experts het fenomeen zien, interpreteren en aanpakken. Alle respondenten hebben een ‘informed consent formulier’ ondertekend, waarmee zij hebben bevestigd akkoord te gaan met vrijwillige deelname aan het onderzoek.

Het formulier beschrijft onder andere de informatie over het onderzoek en de manier waarop de onderzoeksgegevens worden verzameld, gebruikt en behandeld. Ten slotte hebben we verschillende geanonimiseerde cijfermatige data geanalyseerd (CTER-data en aantallen weeg- en casustafels Zorg- en Veiligheidshuis). De verzamelde data kennen beperkingen, bijvoorbeeld omdat we afhankelijk waren van open bronmateriaal en de perspectieven van onze respondenten.

7

1 1.1.

Inleiding Introductie en definiëring

Radicalisering en extremisme hebben zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een veelzijdig fenomeen. Naast religieus, links- en rechtsextremisme zijn nieuwe vormen opgekomen, die veelal kunnen worden gekarakteriseerd als anti-institutioneel extremisme. In het decennium voor 2020 werd radicalisering in beleid, onderzoek en media voornamelijk geassocieerd met jihadisme, dit als gevolg van aanslagen door islamitische terroristen en uitreizigers naar strijdgebieden in het Midden-Oosten. Volgens het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (december 2024) van de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) gaat vanuit het jihadisme nog altijd de belangrijkste terroristische dreiging uit. Daarnaast bestaat er een reële kans dat personen uit het rechts-extremistische milieu overgaan tot geweld. Ten slotte vormt de kleine groep geweldsbereide anti-institutioneel-extremisten een potentiële dreiging. Daarbij vinden in toenemende mate kruisbestuivingen plaats tussen anti-institutioneel extremisme met (vooral) radicaal- en extreemrechts gedachtegoed. Wat betreft links-extremisme ziet de NCTV voornamelijk activistische acties die variëren van kleinschalig tot verregaande acties, zoals intimidatie en doxing. De geweldsbereidheid bij de links-extremistische beweging is de afgelopen jaren niet toegenomen en gewelddadig links-extremisme komt nauwelijks voor.

Recentere vormen van extremisme zijn meestal niet centraal georganiseerd maar kenmerken zich door losse en fluïde (online) structuren en gelegenheidscoalities. Zowel binnen als tussen de verschillende vormen van extremisme is er sprake van beïnvloeding. Zo vinden extremistische actoren regelmatig aansluiting bij breder gedeelde ongenoegens en legitiem protest. Dit resulteert in vloeiende grenzen tussen activisme en extremisme. Het doel van de fenomeenanalyse is om te komen tot een provinciebrede analyse van tendensen van radicalisering en extremisme binnen Flevoland. Deze analyse beoogt de gemeenten in Flevoland en hun partners in staat te stellen om meer informatie-gestuurd te werken bij de aanpak van radicalisering en extremisme.

Definiëring en nuancering Bij de definiëring van relevante begrippen voor de uitvoering van de fenomeenanalyse sluiten we aan bij de terminologie die door de landelijke overheid wordt gebruikt.4 Radicalisering – “Een proces van toenemende bereidheid om de uiterste consequentie uit een denkwijze te aanvaarden en die in daden om te zetten” (NCTV, 2024).5 Deze toenemende bereidheid kan leiden tot gedrag dat andere mensen diep kwetst of in hun vrijheid raakt, kan aanleiding zijn voor individuen of groepen om zich af te keren van de samenleving en kan leiden tot het gebruik van geweld. Radicalisering heeft primair betrekking op wereldbeelden, overtuigingen en idealen volgens welke de maatschappij ingrijpend moet worden veranderd. De veelheid aan definities van radicalisering maakt duidelijk dat radicalisering een dynamisch proces is, met verschillende invloeden op verschillende personen en in verschillende contexten (Dijkman, 2021; Sieckelinck & Stephens, 2021). Definities leggen het accent op openbare veiligheid of op de mogelijke ondermijning van democratie en rechtsstaat. Radicale opvattingen zijn echter niet per definitie problematisch en zijn in de geschiedenis nodig geweest om positieve veranderingen in gang te zetten, bijvoorbeeld in de strijd tegen racisme en het realiseren van algemeen kiesrecht.

Radicale ideeën zijn kortom op zichzelf niet altijd zorgwekkend en kunnen passen binnen een veerkrachtige democratie. Zeker als het jongeren betreft: bij jongeren passen radicale ideeën bij de zoektocht naar een eigen identiteit. Dit biedt ook kansen: versterken van identiteitsontwikkeling bij jongeren, het vergroten van maatschappelijke betrokkenheid bij samenlevingsvraagstukken en het zichtbaar maken van ongenoegen en problemen op deze thema’s (Nederlands Jeugdinstituut, 2024; Van Wonderen en Burggraaff, 2024; Ondersteuningsnetwerk Maatschappelijke Onrust, 2025). Daarom wordt steeds vaker onderscheid gemaakt tussen radicale ideeën binnen de democratische rechtsorde en radicalisering die kan leiden tot extremisme (Caramellino, Melacarne & Ducol, 2022). De term ‘radicalisering’ die we gebruiken in deze fenomeenanalyse verwijst dus nadrukkelijk niet naar het hebben van radicale opvattingen an sich, maar naar het proces waarin mensen in toenemende mate bereid zijn de uiterste consequentie uit hun gedachtegoed te aanvaarden en in al niet buitenwettelijke daden om te zetten. Extremisme – “Het uit ideologische motieven bereid zijn om niet-gewelddadige en/of gewelddadige activiteiten te verrichten die de democratische rechtsorde ondermijnen” (NCTV, 2024).6 Extremisme kent vele vormen.

De definitie van de NCTV legt de nadruk op de effecten van extremistische handelingen, namelijk het ondermijnen van de democratische rechtsorde. De definitie maakt duidelijk dat extremisme via zowel niet-gewelddadige als gewelddadige activiteiten kan plaatsvinden. Niet-gewelddadige extremistische activiteiten kunnen buitenwettelijk zijn (bv. overtreding gebiedsverbod) of binnen de grenzen van de wet plaatsvinden. Denk aan het vanuit

8

ideologische motieven doelbewust desinformatie verspreiden, systematisch dehumaniseren en demoniseren (Ondersteuningsnetwerk Maatschappelijke Onrust, 2025). Activisme – “Pogingen van individuen of groepen om op buitenparlementaire wijze, maar binnen de kaders van de democratische rechtsorde, politieke besluitvorming te beïnvloeden” (NCTV, 2024).7 Er is veel vaker sprake van activisme dan van radicalisering en extremisme. Activisme, kritisch denken en meningsverschillen zijn onmisbaar in een levendige democratie en voor maatschappelijke vooruitgang. In sommige gevallen overtreden activisten wel de wet, maar hun activiteiten zijn er in de kern niet op gericht om de democratische rechtsorde te ondermijnen of aan te tasten.8 Activisme wordt gekenmerkt door buitenparlementaire acties die zich in principe binnen de wettelijke kaders begeven. Activisme is bij wet toegestaan, wordt door de grondwet beschermd en kan zelfs een belangrijke rol vervullen in een gezonde democratie. Het is dan ook essentieel te benadrukken dat kritiek op de overheid, het bedrijfsleven, de media of de wetenschap legitiem is. Datzelfde geldt voor demonstraties en protestacties tegen bijvoorbeeld het corona-, stikstof- of klimaatbeleid, asielzoekerscentra of de dierenindustrie. Tegelijk moet hierbij worden opgemerkt dat het onderscheid tussen activisme en extremisme niet altijd eenduidig is.

Wat binnen de wettelijke kaders valt is immers tijds- en plaats afhankelijk. Zo hebben verschillende van de zojuist genoemde voorbeelden in enkele gevallen geleid tot gedragingen die wel degelijk als extremistisch bestempeld kunnen worden. Democratische rechtsorde – “Een samenleving waarbij de wisselwerking tussen overheid en burgers en burgers onderling verloopt volgens de principes, procedures en instituties die voortkomen uit de grondwettelijk vastgelegde vrijheden en rechten. Hierbij gaat het om gelijkheidsrechten, vrijheidsrechten en participatierechten” (NCTV, 2024).9 Dit is de open samenleving die er onder andere voor zorgt dat iedereen binnen dit systeem beschermd wordt en op een vrije manier kan leven. Polarisatie – “Het benadrukken van tegenstellingen in de samenleving, met als gevolg dat groepen verder van elkaar verwijderd raken en spanningen toenemen” (NCTV, 2024).10 Polarisatie wordt vaak geassocieerd met onrust of incidenten, maar kan ook aanzet geven tot sociale veranderingen zoals de emancipatie van achtergestelde groepen. Polarisatie kan ook destructief uitpakken. Groepen komen steeds meer tegenover elkaar te staan; de dialoog verdwijnt. Bestaande verschillen worden vergroot en leiden tot hardnekkige tegenstellingen. Dit kan resulteren in intimidatie en bedreigingen in de publieke sfeer. In dat geval spreken we van ‘ongewenste polarisatie’.

Ontwikkelingspaden voor radicalisering en extremisme Om de fenomenen radicalisering en extremisme in Flevoland te kunnen beschrijven en duiden is het relevant om ook te kijken naar onderliggende voedingsbodems voor radicalisering en extremisme. De relatie tussen voedingsbodems, radicalisering en extremisme is niet eenduidig. Een groot aantal factoren en mechanismen op individueel-, groeps- en samenlevingsniveau bepaalt of personen hiervoor vatbaar worden. Zowel maatschappelijk onbehagen, - ongenoegen en – onrust; wantrouwen naar de overheid en instituties; én polarisatie in de samenleving spelen mogelijk een rol in de voedingsbodems voor radicalisering en extremisme. Maatschappelijk onbehagen, ongenoegen en onrust zijn signalen van onvrede, kritiek en protest die de democratische rechtsorde kunnen versterken en bedreigen bij verregaande polarisatie en democratie-ondermijnend gedrag en in het uiterste geval radicalisering en extremisme. De relatie is wederkerig: radicalisering en extremisme kunnen namelijk ook (verdergaande) polarisatie en ongenoegen aanwakkeren (Ondersteuningsnetwerk Maatschappelijke Onrust, 2025). In radicaliseringsliteratuur wordt het proces dat een individu ondergaat richting radicalisme of extremisme vaak ingedeeld in verschillende fasen of gradaties om dit proces als zodanig te begrijpen.

Binnen de diverse onderscheiden fasen werken individuele kenmerken, risico- en beschermende factoren en triggerfactoren voor radicalisering op elkaar in. Het proces van fasen, risico- en beschermende factoren en triggerfactoren wordt ook wel aangeduid met de term ‘ontwikkelingspaden’. Ontwikkelingspaden van radicalisering zijn uiterst complex, waarbij zowel online als offline factoren een rol spelen en op elkaar inwerken (Van Wonderen et al. 2023). Er is een groot aantal risicofactoren op individueel-, groeps- en samenlevingsniveau die een rol kunnen spelen in radicalisering. In de kern wordt radicalisering vaak gedreven door een zoektocht naar zingeving en identiteit, psychosociale problematiek, een verlangen naar sociale binding en een ervaren gemarginaliseerde positie (Kruglanski et al., 2009; Sieckelinck & Gielen, 2020). Bepaalde mechanismen of factoren kunnen het radicaliseringsproces triggeren of versterken. Denk hierbij aan sociale media gebruik, desinformatie en complottheorieën; mogelijke triggers op lokaal, nationaal of internationaal niveau (zoals ingrijpende overheidsbeslissingen); incidenten; oproepen van lokale of landelijke politici of opiniemakers; ervaren achterstelling of discriminatie; en frustraties en negatieve ervaringen in het dagelijks leven van personen met bv. de overheid, instituties of leden van andere bevolkingsgroepen.

In radicaliseringsliteratuur wordt het proces dat een individu ondergaat richting extremisme of terrorisme vaak ingedeeld in verschillende fasen of gradaties om dit proces als zodanig te begrijpen.11 Gebaseerd op bestaande modellen van radicalisering kunnen volgens wetenschappelijke literatuur vier fasen worden onderscheiden in het radicaliseringsproces van een persoon (Feddes, Nickolson & Doosje, 2015; Wagenaar, 2021).12

9

1.

2.

3.

4.

Fase van gevoeligheid voor radicalisering: deze fase gaat in feite vooraf aan de daadwerkelijke radicalisering. De waarneming van een groep en eerste stappen in de richting of binnen een groep kunnen meer gezien worden als een snuffelstage. Omdat er op dit moment uitsluitend sprake is van interesse en niet van enige verbondenheid met een groep is er nog volop kans om af te zien van deelname. Fase van verkenning: het actief op zoek gaan naar informatie (veelal online) gerelateerd aan de ideologie, en het ontwikkelen van een radicale interpretatie. In deze fase kan het individu in aanraking komen met online desinformatie, complotdenken en zogeheten echokamers van gelijkgestemden waarin mensen in hun opvattingen worden versterkt en alternatieve opvattingen niet meer doordringen. Fase van participeren in een (reële of virtuele) radicale groep. Participatie in een radicale groep kan personen die daarvoor gevoelig zijn meerdere beloningen bieden: een sociaal netwerk, vriendschappen/relaties, groepslidmaatschap, gedeelde normen, wederzijds vertrouwen en onderdeel te voelen van een gemeenschap. Deze fase wordt gekenmerkt door het verder ontwikkelen van ideologisch gedachtengoed, indoctrinatie en mogelijkerwijs een toenemende bereidheid om geweld als een geoorloofd middel te zien.

Als het laatste het geval is dan is in feite de afslag richting het extremisme genomen en zou een individu de stap kunnen zetten naar de volgende fase. Fase van actie: in deze fase worden handelingen daadwerkelijk ondernomen, zoals het voorbereiden, plannen en uitvoeren van een geweldsdaad. Deze fase valt niet meer binnen het proces van radicalisering, maar betreft extremisme.

Het proces van radicalisering verloopt vrijwel nooit zo overzichtelijk. Het is in veel gevallen een niet-lineair en dynamisch proces. Het is lang niet altijd een gestage ontwikkeling van gevoeligheid voor radicalisering tot een extremistische of terroristische actie (Bartlett, Birdwell, & King, 2010; De Wolf & Doosje, 2010/2015; Feddes et al., 2013/2015; King & Taylor, 2011; Kleuver, Van Dijk & Ramirez, 2017). Het proces kan versnellen, vertragen of zelfs helemaal omkeren. Een (tijdelijke of permanente) beweging terug naar een eerdere fase is mogelijk (Kleuver, Van Dijk & Ramirez, 2017; Marwick, Clancy & Furl, 2022). Ook is het mogelijk dat een fase niet of zeer snel wordt doorlopen, zoals bij de zogeheten ‘flitsradicalisering’ welke vaker plaatsvindt binnen een online context (zie paragraaf 2.1). De laatste fase, actie, vindt zelden plaats. Desalniettemin blijkt uit onderzoek dat het risico op radicalisering wel toeneemt wanneer er sprake is van een combinatie en/of cumulatie van risicofactoren (Spee & Reitsma, 2015; Nickolson et al., 2021).

1.2.

Categorisering verschijningsvormen van extremisme

Voor het doel van dit onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen vier subcategorieën van extremisme: religieus, rechts-, links- en anti-institutioneel extremisme. Deze categorieën zijn niet alomvattend: zo ontbreekt bijvoorbeeld separatisme, dat in de wetenschappelijke literatuur regelmatig als afzonderlijke categorie wordt gehanteerd. Bovendien is het onderscheid tussen de verschillende categorieën niet rigide: er vindt regelmatig overlap en kruisbestuiving plaats. Individuen maken tijdens een radicaliseringsproces ook steeds vaker gebruik van elementen uit verschillende stromingen en ideologieën, internationaal wordt dit ook wel aangeduid met de term ‘salad bar ideology’. Desalniettemin vormen de vier subcategorieën een vruchtbare lens om het fenomeen extremisme in de provincie Flevoland in kaart te brengen. „

„

„

„

Religieus extremisme: het gebruik van een religieuze overtuiging als basis voor (het legitimeren van) het extremistisch handelen. In de Nederlandse context is islamitisch extremisme het meest voorkomend, zoals extremisme op basis van jihadisme (in de betekenis van gewapende strijd) (Analistennetwerk Nationale Veiligheid, 2023). Rechts-extremisme: extremisme waarbij een of meer van de volgende denkbeelden centraal staan; 1) racisme en wit superioriteitsdenken; 2) antisemitisme; 3) vreemdelingenhaat (inclusief moslimhaat); 4) haat jegens vreemde (cultuur)elementen; 5) ultranationalisme (AIVD, 2024).13 Deze vorm van extremisme kent veel verschillende verschijningsvormen, waaronder neonazigroepen, zogenaamde ‘alt-rightbewegingen’, identitaire formaties en accelerationisten. Anti-institutioneel extremisme: extremisme waarbij aanhangers zich keren tegen de overheid en andere instituties, zoals de rechtspraak, de traditionele media en de wetenschap (NCTV, 2024).14 Hierbij kan het enerzijds gaan om een fundamentele afwijzing van de legitimiteit van ‘de overheid’ als zodanig, die in dat geval gezien wordt als onderdeel van een bredere samenzwering van een (vermeende) machtsbeluste, kwaadaardige elite. Anderzijds kan deze vorm van extremisme zich richten tegen specifiek overheidsbeleid, bijvoorbeeld de COVID-19-maatregelen of het stikstofbeleid (NCTV DTN, december 2024).

De instituties worden op basis van complottheorieën gezien als onderdeel van een internationaal opererende ‘kwaadaardige elite’, waarmee de Nederlandse bevolking in een staat van oorlog zou verkeren. De soevereinenbeweging is te beschouwen als een verschijningsvorm binnen het anti-institutionele -extremisme (NCTV DTN, december 2024). Links-extremisme: extremisme op basis van anarchistische, marxistische-leninistische en/of andere linkse denkbeelden. Antiglobalisme, antikapitalisme en antiliberalisme zijn belangrijke kenmerken. Hierbij houden extreemlinkse activisten zich aan de kaders van de

10

democratische rechtsorde, ondermijnen links-extremisten de democratische rechtsorde15. De grenzen tussen links-extreme groeperingen zijn niet altijd duidelijk; er is regelmatig sprake van gelegenheidscoalities. In het algemeen wordt links-extremisme gekenmerkt door een streven naar radicale gelijkheid. Hierbij kan de nadruk liggen op sociaaleconomische gelijkheid tussen mensen of op gelijkheid tussen mensen in cultureel of etnisch opzicht, wat zich kan uiten in verzet tegen asiel- en migratiebeleid. Links-extremistische groepen manifesteren zich ook sterk op de thema’s antifascisme en antiracisme. Twee andere thema’s waar links-extremisten zich de afgelopen decennia op profileren, zijn dierenrechten en klimaat/milieu. Deze thema’s komen soms ook voor in het extreemrechts gedachtegoed (bijvoorbeeld het eco-fascisme) of in andere stromingen.16

1.3.

Onderzoeksvragen

Deze fenomeenanalyse is gericht op het beantwoorden van de volgende onderzoeksvragen: „ „ „

Wat zijn de belangrijkste fenomenen, actoren en ontwikkelingen op het gebied van radicalisering en extremisme in de provincie Flevoland? Wat zijn de belangrijkste fenomenen, actoren en ontwikkelingen op het gebied van voedingsbodems voor radicalisering en extremisme in de provincie Flevoland? Hoe verhoudt de regionale aanpak van radicalisering en extremisme zich tot het fenomeen?

De eerste onderzoeksvraag is gericht op het in kaart brengen van het fenomeen extremisme in de regio. Zoals hiervoor echter al duidelijk is geworden, kan extremisme niet los worden gezien van (ontwikkelingen in) de bredere samenleving. Bovendien is extremisme een steeds diffuser fenomeen aan het worden, dat daarom niet geïsoleerd maar in brede context beschouwd en geduid moet worden. Om die reden worden in dit rapport niet alleen extremistische fenomenen, actoren en ontwikkelingen besproken, maar gaan we ook in op relevante bredere trends en omstandigheden, zoals maatschappelijke ongenoegens, onrust en polarisatie die voedingsbodem kunnen zijn voor radicalisering en extremisme evenals factoren (waaronder sociale media gebruik en triggerfactoren) die de ontvankelijkheid voor deze voedingsbodems kunnen versterken (de tweede onderzoeksvraag). Een andere reden om bredere trends en omstandigheden te bespreken die voedingsbodem kunnen zijn voor radicalisering en extremisme, is dat dit handvatten geeft voor het handelingsperspectief (de aanpak). Radicalisering en extremisme dienen niet alleen vanuit een veiligheidsbril te worden bekeken maar juist ook vanuit een preventief perspectief. Als ontwikkelingen en problematieken aan de voorkant tijdig worden gesignaleerd en aangepakt dan kan worden voorkomen dat deze zich doorontwikkelen tot potentiële veiligheidsissues.

Dat betekent dat naast het veiligheidsdomein ook het sociaal -, zorg- en onderwijs een belangrijke rol spelen bij de aanpak van radicalisering en extremisme.

Het is belangrijk te benadrukken dat veel van de in deze studie vermelde actoren en gebeurtenissen niet voldoen aan de definitie van radicalisering en extremisme, maar wel worden besproken om het fenomeen te contextualiseren en duiden. Tegelijkertijd omvat deze studie geen alomvattende analyse van maatschappelijk ongenoegen en onrust in de regio; deze worden alleen besproken voor zover ze als voedingsbodem hebben gediend of zouden kunnen dienen voor radicalisering of extremisme. De derde onderzoeksvraag richt zich op de regionale aanpak van radicalisering en extremisme. Deze onderzoeksvraag heeft niet tot doel een volledige evaluatie van de aanpak te geven, maar analyseert in hoeverre de regionale aanpak aansluit bij de bevindingen over het fenomeen. Dit resulteert in een aantal aanbevelingen voor versterking van het beleid en de aanpak.

1.4.

Methoden van onderzoek

In dit onderzoek hebben we ervoor gekozen de onderzoeksmethode te laten aansluiten bij de Fenomeenanalyses Extremisme en Radicalisering van de Rijksuniversiteit Groningen in ‘IJsselland’ (Nanninga, De Jonge en Valk, 2024) en ‘Noord-Nederland’ (Nanninga, De Jonge en Valk, 2022). Enerzijds heeft deze onderzoeksmethode zich bewezen als een vruchtbare manier om zowel het fenomeen als de aanpak in kaart te brengen. Anderzijds bevordert dit de vergelijkbaarheid van resultaten. Evenals in de genoemde fenomeenanalyses is in dit onderzoek gebruik gemaakt van verschillende soorten bronnen en methoden (zogeheten triangulatie), wat noodzakelijk was vanwege de beperkingen van de beschikbare afzonderlijke bronnen. De onderzoeksopzet van de fenomeenanalyse is vooraf voorgelegd aan - en goedgekeurd door de ethische toetsingscommissie van de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. In de eerste plaats hebben we openbronnenonderzoek uitgevoerd om de bestaande kennis over het fenomeen in de regio in kaart te brengen aan de hand van wetenschappelijke en semiwetenschappelijke publicaties, onderzoeksrapporten en beleidsdocumenten. Hierbij zijn onder andere publicaties van de AIVD, NCTV, Rijksuniversiteit Groningen, Anne Frank Stichting, Nederlands Jeugdinstituut en Verwey-Jonker Instituut meegenomen.

Zo zijn onder andere de Dreigingsbeelden (DTN) van de NCTV en de jaarverslagen van de AIVD bestudeerd. Daarnaast zijn gemeentelijke (beleids)documenten doorgenomen, waaronder Integrale Veiligheidsplannen (IVP’s) en (raads)memo’s. Al deze bronnen zijn systematisch onderzocht, waarbij specifiek is gelet op belangrijke actoren, incidenten en relevante achtergrondinformatie over de regio. De geraadpleegde bronnen boden inzicht in nationale en supra regionale problematiek, bijvoorbeeld wat betreft polarisatie, anti-overheidssentimenten en activisme. Concrete informatie over het fenomeen extremisme en de aanpak daarvan in de provincie Flevoland zelf was echter schaars. Naast de eerdergenoemde noodzaak van aanvullende vormen van dataverzameling, onderstreept dit het belang van deze fenomeenanalyse in het vullen van belangrijke lacunes in de bestaande kennis en inzichten.

11

In de tweede plaats hebben we nieuwsmediaberichtgeving onderzocht. De nieuwsmedia-analyse richtte zich voornamelijk op de provinciale Omroep Flevoland; lokale omroepen (Zeewolde, Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk); en lokale edities van De Stentor, die op basis van een vooraf vastgestelde lijst zoektermen systematisch zijn doorzocht op relevante berichtgeving tussen 2018 en 2024 over het thema. Hierbij zijn artikelen geanalyseerd over verschillende onderwerpen, variërend van o.a. ‘soevereinen’ tot bedreigingen en demonstraties, om een beeld te krijgen van extremisme gerelateerde incidenten en de bredere ontwikkelingen rondom het fenomeen. Het is belangrijk te vermelden dat de nieuwsmedia-analyse voornamelijk artikelen bevat die zich richten op onrust, mogelijke voedingsbodems en incidenten in Flevoland, terwijl berichtgeving over radicalisering en extremisme in mindere mate aanwezig is. Een belangrijke kanttekening is bovendien dat de lokale mediaberichtgeving secundaire bronnen betreft die altijd onderhevig zijn aan interpretatie. Om mogelijke vertekeningen te voorkomen, hebben we de nieuwsmediaberichtgeving vergeleken en aangevuld met andere bronnen, waaronder openbare informatie die beschikbaar is over gerechtelijke uitspraken.

Voor de start van de fenomeenanalyse hebben de onderzoekers overwogen om tevens een analyse van berichtgeving op sociale media uit te voeren. Van deze aanvullende onderzoeksmethode is door de onderzoekers afgezien omdat de ureninvestering relatief hoog zou zijn binnen de beschikbare uren van de fenomeenanalyse tegen een naar verwachting beperkte inhoudelijke meerwaarde boven op de andere onderzoeksmethoden. In de derde plaats zijn interviews met experts en professionals gehouden, wat cruciaal was gezien de beperkte informatie uit open bronnen en mediaberichtgeving. Het doel van de interviews was om beter inzicht te krijgen in de manier waarop professionals en experts het fenomeen zien, interpreteren en aanpakken. In totaal zijn er 25 semigestructureerde (groeps)interviews afgenomen met 47 professionals. Dit betrof gemeentelijke ambtenaren op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid (OOV) en uitvoerend professionals binnen diverse domeinen (OOV, sociaal, zorg en onderwijs) in de zes gemeenten in Flevoland, evenals medewerkers van de politie, het Openbaar Ministerie, de NCTV, het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH), en de Reclassering. Omdat het binnen de reikwijdte en het tijdsbestek van dit onderzoek niet realistisch was, zijn geen interviews afgenomen met (potentiële) subjecten zelf.

Alle respondenten hebben een ‘informed consent formulier’ ondertekend, waarmee zij hebben bevestigd akkoord te gaan met vrijwillige deelname aan het onderzoek. Het formulier beschrijft onder andere de informatie over het onderzoek en de manier waarop de onderzoeksgegevens worden verzameld, gebruikt en behandeld. De gegevens uit de interviews zijn voor dit rapport gepseudonimiseerd.

Ten slotte hebben we verschillende cijfermatige data geanalyseerd die we hebben ontvangen van de bij de lokale aanpak betrokken partijen. Dit betrof geanonimiseerde overzichten van de aantallen intelligencerapporten die door de politie zijn opgesteld en geanonimiseerde registraties met betrekking tot Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering (CTER) uit de Basisvoorziening Handhaving van de politie. Daarnaast heeft het ZVH cijfers verschaft van de aantallen weegploegen en casustafels in de afgelopen jaren. De verzamelde data kennen beperkingen, bijvoorbeeld omdat we afhankelijk waren van open bronmateriaal en de perspectieven van onze respondenten. Tegelijk is het door het combineren van verschillende bronnen en methoden mogelijk gebleken zicht te krijgen op het fenomeen radicalisering en extremisme en de aanpak daarvan. In hoofdstuk 2 van dit rapport schetsen we het landelijk en provinciaal beeld van het fenomeen, waarna we in hoofdstuk 3 ingaan op de lokale aanpak. Opdrachtgever en begeleidingscommissie De fenomeenanalyse is uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut en RadarAdvies in opdracht van gemeente Almere, mede namens de gemeenten Noordoostpolder, Urk, Lelystad, Dronten en Zeewolde. De onderzoekers zijn begeleid en geadviseerd door een begeleidingscommissie. Deelnemers aan de begeleidingscommissie waren: „ „ „ „ „ „ „

Analist Ministerie van Justitie en Veiligheid Adviseur Veiligheid gemeente Almere Strategisch adviseur Veiligheid gemeente Almere Privacy officer gemeente Almere Data analist gemeente Almere Specialist Veiligheid gemeente Lelystad Teamchef Politie Midden-Nederland

12

2

Landelijk beeld en wetenschappelijke inzichten

Alvorens we ingaan op de fenomeenanalyse radicalisering en extremisme in Flevoland is het informatief om bredere maatschappelijke ontwikkelingen en wetenschappelijke inzichten te bespreken die relevant zijn voor de duiding van het fenomeen. We starten in paragraaf 2.1 met een korte schets van landelijke ontwikkelingen op het gebied van radicalisering en extremisme in de vier subcategorieën, die vooral gebaseerd is op publicaties en rapporten van AIVD en NCTV. Vervolgens bespreken we relevante ontwikkelingen met betrekking tot online radicalisering. In paragraaf 2.2 staan we stil bij de bredere context waarin radicalisering kan plaatsvinden en de landelijke ontwikkelingen als het gaat over maatschappelijk onbehagen, - ongenoegen en – onrust, polarisatie.

2.1.

Landelijke ontwikkelingen radicalisering en extremisme

Volgens landelijke overheidsinstanties als de AIVD en de NCTV is de nationale veiligheid in de afgelopen jaren verder onder druk komen te staan door verschillende vormen van extremisme. De aard van deze dreiging is veelzijdiger en diffuser geworden. Recentere vormen van extremisme hebben een fluïde karakter wat betreft organisatiestructuur, gedachtegoed en acties. Daarnaast zijn de grenzen tussen activisme en extremisme de afgelopen jaren vloeiender geworden. Bovendien zijn nationale dreigingen steeds vaker verbonden met internationale ontwikkelingen, wat eveneens geldt voor de dreiging die uitgaat van extremisme (AIVD Jaarverslag 2024). In december 2023 verhoogde de NCTV het dreigingsniveau voor een terroristische aanslag in Nederland van niveau 3 (voorstelbaar) naar niveau 4 (substantieel), mede als gevolg van de oorlog in Gaza, Koranschendingen in binnen- en buitenland en de dreiging die voortkomt uit (internationale) jihadistische netwerken. In het Dreigingsbeeld Terrorisme van december 2024 is het dreigingsbeeld gehandhaafd op niveau 4. Er is volgens het DTN van december 2024 in Nederland nog steeds sprake van een substantiële terroristische dreiging. De jihadistische dreiging blijft onverminderd hoog. Daarnaast bestaat er een reële kans dat personen uit het rechts-terroristische milieu overgaan tot geweld.

Ten slotte vormt de kleine groep geweldsbereide anti-institutioneel-extremisten een potentiële dreiging (NCTV DTN december 2024; AIVD Jaarverslag 2024).

Religieus extremisme Volgens het Dreigingsbeeld Terrorisme van de NCTV (december 2024) en het Jaarverslag 2024 van de AIVD is de terroristische dreiging van het jihadisme en andere vormen van de radicale islam is onverminderd hoog. Het aantal aanslagen en aanhoudingen in Europa is in 2024 toegenomen. De Gaza-oorlog is een belangrijke aanjagende factor. De dreiging komt volgens de NCTV en AIVD vooral voort uit ISIS. De organisatie probeert aanslagen in Europa aan te sturen en leden van ISIS proberen jihadisten in Europa te stimuleren tot aanslagen. In meerdere Europese landen zijn in 2024 aanslagen gepleegd door en arrestaties verricht van personen die gedreven werden door jihadistische of andere radicaal-islamitische denkbeelden. Het aantal jihadistische aanslagen en met name het aantal verstoorde plannen is sinds oktober 2023 zo sterk gegroeid, dat er mogelijk sprake is van een nieuwe golf van jihadistische aanslagen, na die van 2014 en volgende jaren. Het aantal geslaagde aanslagen blijft wel nog sterk achter vergeleken met die periode. Ook in Nederland vond mogelijk een terroristische aanslag plaats. Op 19 september werd in Rotterdam een persoon met messen gedood en een ander verwond. De politie hield een 22-jarige man aan die wordt verdacht van moord en poging tot moord met terroristisch oogmerk.

Het is, als hij handelde vanuit een terroristisch oogmerk, de eerste terroristische aanslag in Nederland sinds die op een tram in Utrecht op 18 maart 2019. In de Nederlandse jihadistische beweging zijn meerdere groepen te onderscheiden (NCTV DTN december 2024; AIVD Jaarverslag 2024). De grootste groep bestaat uit lokale jihadistische netwerken die soms al decennialang bestaan. Deze netwerken groeien al langere tijd niet meer en zijn weinig actief. Een andere groep wordt gevormd door een ‘nieuwe generatie’ van veelal jonge(re) jihadisten die niet of nauwelijks verbonden zijn aan de lokale netwerken en online radicaliseren. Deze groep neemt juist in omvang toe. Weer een andere groep bestaat uit personen met een recente migratieachtergrond die gerelateerd zijn aan transnationale jihadistische netwerken. Dit is een getalsmatig een zeer kleine groep, maar vanwege hun (indirecte) verbondenheid en ervaring met terroristische organisaties hebben zij een hoger dreigingsprofiel dan veel andere jihadisten in Nederland. Van de langer gekende netwerken gaat al enkele jaren nauwelijks concrete aanslagdreiging uit. Potentieel mobiliserende gebeurtenissen, zoals de Koranschendingen in Nederland of de oorlog in Gaza, hebben daar geen verandering in gebracht.

De oorlog wordt op soms felle toon besproken maar leidt binnen deze langer gekende netwerken niet tot initiatieven om een aanslag te organiseren. Deel Nederlandse jihadistische beweging bestaat alleen online Naast de langer gekende netwerken fysieke netwerken bestaat de jihadistische beweging in Nederland uit personen die elkaar vrijwel uitsluitend via online netwerken kennen. Deze netwerken zijn niet aan landsgrenzen gebonden en de leden wonen vaak ver van elkaar. De personen binnen de online netwerken zijn veelal erg jong en soms in korte tijd geradicaliseerd. Een van de onderwerpen

13

die deze jongeren sterk bezighoudt is de oorlog in Gaza. De dreiging van jihadistische online netwerken is drievoudig. Ze spelen een belangrijke rol bij het in stand houden van ISIS gedachtegoed. Op pro-ISIS-kanalen verschijnt veel Engelstalige propaganda die is toegespitst op een jong publiek (veel beeld, weinig tekst). Daarnaast zijn de netwerken een ideale rekruteringsbodem voor ISIS-leden die personen in Europa proberen over te halen uit te reizen of aan te zetten tot aanslagen. Ten slotte kunnen online jihadisten, geïnspireerd door de propaganda of gestimuleerd via een ISIS-contact, overgaan tot geweld. De online jihadistische beweging betreft in de regel jongeren die ontvankelijk zijn voor online verspreide propaganda. Door hun jonge leeftijd is het soms moeilijk om te onderscheiden of jongeren alleen radicale dingen roepen of daadwerkelijk van plan zijn om tot actie over te gaan. Ongeveer twee derde van in 2024 opgepakte terrorisme verdachten in Europa was jonger dan 20 jaar. Ook in Nederland zijn in 2024 diverse jongeren of jongvolwassenen aangehouden op verdenking van opruiing met een terroristisch oogmerk, deelname aan een terroristische organisatie of het voorbereiden van een mogelijke aanslag (NCTV DTN december 2024; AIVD Jaarverslag 2024).

Rechts-extremisme Rechts-extremisme ondermijnt met zijn boodschap van witte superioriteit en haat naar minderheden de democratische rechtsorde en kan daarnaast leiden tot gewelddadige incidenten. Anders dan enkele jaren geleden is er momenteel niet één ideologie dominant. Het gedachtegoed is meer gefragmenteerd en individueler geworden binnen de online netwerken. Het zicht op de rechts-extremistische online scene raakt enigszins vertroebeld omdat ideologische zuiverheid naar de achtergrond verdwijnt en de deelnemers veiligheidsbewuster worden. Het Nederlandse rechts-extremistische landschap kent diverse groepen, waaronder neonazigroepen, zogenaamde ‘alt-rightbewegingen’17, identitaire formaties18 en accelerationisten19. Deze groepen streven naar de normalisering van rechts-extremistisch gedachtegoed en het weerbaar maken van het ‘blanke ras’. Dit doen zij soms ook door fysiek te trainen. Hoewel een deel van hen zich zo wil voorbereiden op een in hun ogen onvermijdelijke rassenoorlog, zijn zij op dit moment niet bereid daartoe zelf het initiatief te nemen en is er dus nauwelijks sprake van een ‘offensieve’ geweldsdreiging. Geweldsescalatie is niet het enige risico van normalisering van rechts-extremistisch gedachtegoed.

De intolerantie, haat, intimidatie en bedreigingen van vrouwen, minderheden en vertegenwoordigers van democratische instituten waar het mee gepaard gaat, kan leiden tot ondermijning van de democratische rechtsorde. Hierbij komen grondrechten van etnische en seksuele minderheden en rechtsbeginselen als de vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid onder druk te staan. Ook de legitimiteit van democratische instituties zoals de rechtsspraak en vrije media wordt bedreigd (NCTV DTN december 2024).

Sommige rechts-extremistische groepen hebben eigen online kanalen waarin zij hun boodschap en standpunten delen. Daar nemen honderden tot duizenden personen per groep aan deel. Het aantal deelnemers dat offline bij elkaar komt is echter relatief beperkt tot maximaal enkele tientallen deelnemers. Hierbij spelen veiligheidsoverwegingen een rol. Het contact met andere Nederlandse, maar ook buitenlandse rechts-extremistische groepen neemt toe en er worden gezamenlijk activiteiten ondernomen zoals bokstrainingen en lezingen. Actieve betrokkenheid bij of fysiek bijeenkomen door rechts-extremistische groepen is overigens niet noodzakelijk om invloedrijk te zijn en veranderingen te bewerkstelligen binnen samenlevingen. Sociale media en alternatieve mediaplatformen zorgen ervoor dat rechts-extremisten een groot publiek kunnen bereiken, zonder dat zij zich formeel organiseren of fysiek bij elkaar komen (NCTV DTN december 2024). Ondanks de lage geweldsbereidheid bestaat er volgens het DTN van december 2024 en het jaarverslag 2024 van de AIVD toch een reële kans dat personen uit het rechts-extremistische milieu overgaan tot terroristisch geweld. In Nederland zijn in de zomer van 2024 enkele merendeels jonge personen gearresteerd op verdenking van opruiing tot een rechts-terroristisch misdrijf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2225/documents/42446