D02 03 Contextanalyse najaar 2024.pdf
Tekst van het document
Vanaf 2027 wordt het effect waarschijnlijk merkbaar, € 2 á 3 per ton, oplopend tot indicatief ongeveer €15 per ton in 2030. Dit kan in 2030 mogelijk ook hoger uitpakken, afhankelijk van beleid, CO2-prijs en eventuele CO2-afvang.
4.2.4 Circulair Materialenplan loopt vertraging op Nederland kent een Landelijk Afvalbeheerplan (Lap) als kader voor het afvalstoffenbeheer. Het zwaartepunt van het Lap ligt bij goed afvalstoffenbeheer en beschrijft met name de afvalfase van materialen. Met het Circulair Materialenplan (CMP) wil de overheid meer gewicht geven aan alle fasen waar een materiaal mee te maken krijgt, aan de keten dus, en daarmee de transitie inzetten richting een kader voor de circulaire economie. Het opstellen van een milieueffectrapport over nieuwe beleidsvoornemens kost meer tijd waardoor het proces om te komen tot een CMP vertraging oploopt. De afronding van de MER-procedure was voorzien voor het najaar van 2023, maar het proces liep vertraging op door complexiteit en omvang van de verschillende onderwerpen. In 2024 vindt er een inspraakprocedure plaats rond het CMP. De overheid bundelt de zienswijzen waarna de verantwoordelijk staatssecretaris hierop reageert via een reactienota. Oorspronkelijk had het CMP op 1 januari 2025 in werking moeten treden, maar dat is nu bijgesteld naar uiterlijk eind 2025. Daarom is de geldigheid van het derde Landelijk afvalbeheerplan tot eind 2025 verlengd.
4.2.5 Afvalpreventie Vanuit Rijkswaterstaat is een Koplopergroep Afvalpreventie actief. Deelnemers zijn zowel gemeenten als afvalverwerkers. In 2023 heeft deze werkgroep een ‘menukaart afvalpreventie’ voor gemeenten ontwikkeld. Door de werkgroep wordt gewerkt aan een nieuwe versie van deze menukaart, met ook aandacht voor het thema consuminderen. Vanuit Rijkswaterstaat is bureau Circulaw ingeschakeld om onderzoek te doen naar juridische mogelijkheden voor gemeenten om aan afvalpreventie te werken. Denk aan voorrang voor kringloopwinkels op A-locaties, het verbieden van wegwerpproducten via de APV en het verplichten van deeldepots (bijv. voor gereedschap) in appartementencomplexen. De meeste partijen staan positief tegenover landelijk beleid m.b.t. het opt-in systeem voor reclamefolders (‘ja-ja’ sticker).
Contextanalyse, najaar 2024
59
Er zijn extra fondsen beschikbaar vanuit ‘Circulair Doen’ ten behoeve van uitvoering van gemeentelijk beleid over toepassingen voor gedragspreventie op circulair beleid. HVC en afvalpreventie HVC neemt sinds de start actief deel aan de koplopergroep Afvalpreventie. En geeft daarmee mede vorm aan de menukaart. Daar waar HVC voor haar gemeenten de afvalinzameling verzorgt, voert HVC actief een bewustwordingscampagne over afvalpreventie. Met voor inwoners eenvoudige handelingsperspectieven om eigen hoeveelheid afval te verminderen. HVC is partner van Zero Waste Nederland. En gezamenlijk worden sessies voor gemeenten georganiseerd.
4.2.6 Lachgascilinders Sinds begin 2023 valt lachgas onder de Opiumwet en hierdoor is het gebruik en het afdanken verboden en is het statiegeldsysteem op de cilinders vervallen. Sindsdien is het aantal lachgascilinders in het rest- en zwerfafval toegenomen. Als de cilinders in een inzamelwagen of afvalverbrandingsoven onder druk komen, kunnen ze tot ontploffing komen. Dit leidt tot schade. Bij de afvalenergiecentrales van AEB en HVC komen meer ontploffingen voor dan elders. Het vermoeden is, dat het gebruik van lachgas in het Randstedelijk gebied populairder is dan elders. Enkele afvalverwerkers stellen strenge acceptatievoorwaarden aan het restafval waardoor voorbewerking nodig is. Of er worden extra kosten ten gevolge van de lachgascilinders in rekening gebracht. Zo heeft de gemeente Heemstede in mei 2024 aangekondigd dat de afvalstoffenheffing hierdoor met gemiddeld 20 euro per huishouden zal stijgen. Door inname bij afvalbrengstations, actieve monitoring, zero tolerance beleid en dichtzetten van verdachte afvalstroomnummers wordt geprobeerd sturing te geven en partijen in beweging te brengen meer te doen om lachgascilinders uit het afval te halen. Dat heeft bijvoorbeeld geresulteerd in de inzet van poortdetectie en shredders waardoor de cilinders onschadelijk worden gemaakt.
Effect van lachgascilinders op HVC en haar gemeenten? HVC kiest voor de verwijdering van lachgascilinders in voorscheidingsinstallaties, waaronder een recent opgezette ‘lachgasverwijderingsinstallatie’ in Dordrecht. Hierbij gaat het vooralsnog alleen om huishoudelijk restafval. HVC overweegt samen met AEB een juridische procedure te starten tegen de Staat al dan niet met anderen. Ondertussen beraadt ook de NVRD/VNG zich op een dergelijke procedure omdat de situatie ook voor gemeenten steeds minder houdbaar wordt. Omvang schade door ontploffingen van lachgascilinders bij HVC bedroeg in 2023 circa € 6 miljoen. Voor 2025 doet HVC geen tariefsaanpassing vanwege lachgascilinders, maar trekken gemeenten en HVC actief gezamenlijk op om de lachgascilinders uit het restafval te houden.
4.2.7 Pfas-rechtszaak Namens elf belangenorganisaties probeert het advocatenechtpaar Carry en Geert-Jan Knoops de Nederlandse overheid te dwingen tot een verbod op Pfas. Zij spreken de Staat aan op het nalaten van
Contextanalyse, najaar 2024
60
diens zorgplicht om Nederlandse burgers, dieren en het milieu te beschermen tegen de schadelijke effecten van pfas-verontreiniging. Nederland diende begin 2023 samen met Denemarken, Duitsland, Noorwegen en Zweden een restrictievoorstel in bij het Europese chemicaliënagentschap Echa voor een Europees verbod op Pfas vanaf 2025. Of dat verbod volgend jaar al van kracht kan worden, is nog onduidelijk. Het echtpaar Knoops vindt dat Nederland dit niet kan afwachten en eist dat de Staat alle emissies van Pfas per direct verbiedt.
4.3 Samenstelling huishoudelijk (rest)afval 4.3.1 Samenstelling huishoudelijk afval In 2023 zamelden gemeenten ruim 8,1 miljard kilogram huishoudelijk afval in. Dat is ongeveer een half procent meer dan in 2022. Per inwoner was dit gemiddeld 456 kilogram, iets minder dan een jaar eerder. Dit komt doordat de bevolking sneller is gegroeid dan de totale hoeveelheid afval. De hoeveelheid ingezameld groente-, fruit-, en tuinafval (gft) is toegenomen, huishoudelijk restafval en verpakkingsglas namen af. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.
Samenstelling huishoudelijk afval per inwoner, bron: www.cbs.nl.
Contextanalyse, najaar 2024
61
4.3.2 Samenstelling huishoudelijk restafval Het Nederlands huishoudelijk restafval bestond in 2021 voor 34% uit gft-afval en ondefinieerbare rest (fig. 14)4. Ook de componenten papier/karton en kunststoffen zijn, met respectievelijke aandelen van 20% en 13%, omvangrijke componenten in het huishoudelijk restafval. Samen vormen deze drie componenten twee derde van het Nederlands huishoudelijk restafval. Van de relatief kleinere hoofdcomponenten zijn incontinentiemateriaal en glas met 6,3% en 4,5% de grootste.
Figuur 14. Driejaarlijks gemiddelde samenstelling van het Nederlands huishoudelijk restafval 2021 Veranderingen in de gescheiden inzameling hebben invloed op de samenstelling van het restafval. De gescheiden inzameling van gft-afval vanaf begin jaren ‘90 heeft het aandeel van deze component in het restafval duidelijk doen afnemen en daarmee dat van andere componenten doen stijgen. Dit zegt niets over de mate van afvalscheiding van die componenten. Duidelijk is dat gft-afval en papier/karton de omvangrijkste stromen blijven in het huishoudelijk restafval. Begin jaren ‘80 heeft de hoofdcomponent kunststoffen de hoofdcomponent glas verdrongen van de derde plaats. Het aandeel kunststof nam tot en met 2008 toe. Vanaf 2009 is er gedurende enkele jaren een duidelijke afname te zien. Dit kan verklaard worden door de brongescheiden inzameling van kunststof-verpakkingen die in 2010 is ingevoerd. Incontinentiemateriaal (waaronder luiers) is vanaf halverwege de jaren tachtig in het restafval te vinden waarbij het aandeel toenam tot ruim 11% in 1996. Na de eeuwwisseling is het aandeel gaan dalen en sinds 2005 lag het rond de 5%. Vanaf 2010 is het aandeel weer gestegen. De overige hoofdcomponenten zijn in relatie tot het totaal redelijk stabiel.
4 NB de samenstelling wordt hier weergegeven als het gemiddelde over de jaren 2020, 2021 en 2022.
Contextanalyse, najaar 2024
62
Ontwikkeling van het aandeel van de verschillende hoofdcomponenten in het huishoudelijk restafval (voortschrijdend driejaarlijks gemiddelde 1972 – 2021).
Contextanalyse, najaar 2024
63
4.4 Inzamelen 4.4.1 Marktverschuiving inzamelen huishoudelijk afval van privaat naar publiek De trend waarbij in toenemende mate de inzameling van huishoudelijk afval door publiek bedrijven wordt, zet nog steeds door. Deze toename gaat ten koste van het aandeel privaat (incl. PPS). De animo van private bedrijven om in te schrijven op openbare aanbestedingen voor deze inzameling, lijkt af te nemen. Waar in 2010 de inzamelmarkt voor restafval bij huishoudens voor 71,6% in handen was van overheidsbedrijven, is dat in 2024 circa 80%.
Ontwikkeling Inzameling huishoudelijk afval naar type bedrijf De inzamelmarkt voor huishoudelijk afval staat op zijn kop sinds PreZero en Renewi aankondigden zich terug te trekken van deze markt. Een aanzienlijk aantal gemeenten dat zijn inzameling had uitbesteed aan een private inzamelaar moet nu kiezen voor (anders) aanbesteden, of toch aansluiten bij een publieke partij. Veel gemeenten kiezen voor een publieke partij. Enkele voorbeelden van overgang van publiek naar privaat: • Vijf Noord-Veluwse gemeenten (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Oldenbroek) hebben besloten toe te treden tot Fryslan Miljeu. Fryslan Miljeu (onderdeel van Omrin), gaat vanaf 1 januari 2026 de inzameling van restafval, gft en opk in deze gemeenten verzorgen. Dit wordt nu nog verzorgd door Aconov, een samenwerking tussen Remondis en Van Werven. • De NV Haagse Milieu Services (HMS), de afvaldienstverlener en inzamelaar van het huishoudelijk afval van de inwoners van de gemeente Den Haag, zal vanaf 2025 zonder private samenwerkingspartner Renewi als overheids-NV zelfstandig verder gaan. • Ook bij HVC: in gemeente Westland heeft huidige afvalinzamelaar Renewi aangegeven niet meer de inzameling te willen verzorgen. Vanaf 1 januari 2025 gaat HVC hier de afvalinzameling op zich nemen.
Ook het van oorsprong Duitse Remondis neemt de inzameling van huishoudelijk afval bij enkele gemeenten over, zoals bij de gemeenten Stadskanaal, Tynaarlo en Aa en Hunze vanaf 2025 (voorheen PreZero).
Contextanalyse, najaar 2024
64
Aantal bediende huishoudens per private partij in de periode 2004-2024, waarbij rechtsvoorgangers en overnames zijn samengevoegd en inclusief publiek-private samenwerking (PPS). Onderstaand is de verdeling van de Nederlandse inzamelmarkt te zien. Een overzicht van welke inzameldienst per gemeente actief is.
Contextanalyse, najaar 2024
65
4.4.2 EU-kaderrichtlijn Afval De herziene Kaderrichtlijn Afvalstoffen (2018/851) tot wijziging van de EU-kaderrichtlijn Afval (2008/98) heeft de eisen om bioafval gescheiden in te zamelen met ingang van 2024 aangescherpt, Dit betekent dat gemeenten een uitgebreidere inspanningsverplichting hebben gekregen om groente, fruit en etensresten gescheiden in te zamelen. Zij kunnen minder makkelijk een beroep doen op de uitzonderingsclausules in de wet. Concreet betekent dit dat gemeenten en haar inzamelaars met name bij de hoogbouw aparte inzameling van groente, fruit en etensresten (GFE) moet uitrollen. Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe handhaving op de uitvoering van deze richtlijn vormgegeven wordt. Effect op HVC en haar aandeelhoudende gemeenten Momenteel zijn HVC en gemeenten waar HVC de inzameling verzorgt, actief bezig met een verdere uitrol van voorzieningen voor de inzameling van GFE bij hoogbouw (GFE-cocons). HVC heeft hiervoor in 2024 een uitgebreide aanbesteding doorlopen voor de aanschaf van GFE-cocons met uitgebreide participatie en aandacht voor gebruik door mindervalide inwoners.
4.4.3 Participatietraject standaardisering inzameling De staatssecretaris van het ministerie van Infrastructuur en waterstaat is gevraagd door de Tweede kamer om te werken aan standaardisering van de inzameling in Nederland. In september 2024 zijn verschillende verkennende gesprekken gevoerd met inzamelaars, gemeenten en het ministerie. De uitkomst is dat standaardisering zowel voor- als nadelen met zich meebrengt. Belangrijkste uitgangspunt moet zijn dat standaardisering bijdraagt aan de circulaire economie en geen veranderingen forceert bij gemeenten die met hun afvalbeleid al goede resultaten boeken. Bijvoorbeeld die al ver onder de 100 kg restafval per inwoner zitten met grondstofstromen van goede kwaliteit. Het ministerie wil graag eind 2024 duidelijkheid creëren over de vraag of er wel of niet gestandaardiseerd gaat worden. Effect op HVC en haar aandeelhoudende gemeenten Aanvullende landelijke regels met betrekking tot afvalinzameling hebben waarschijnlijk consequenties voor HVC en haar aandeelhoudende gemeenten. Samen zorgen we ervoor dat de wijze van inzameling op een juiste manier hierop aansluit. Voordat dit zover is, inventariseren we gezamenlijk in hoeverre er behoefte is aan standaardisatie bij afvalinzameling. HVC neemt dit als input mee bij de verkenning vanuit het ministerie.
4.4.4 Beïnvloeding kwaliteit ingezamelde stromen ROVA is, na twee jaar onderzoek in samenwerking met de Universiteit van Wageningen, begonnen met het wegen van bakken aan huis voor plastic, blik en drinkpakken (PBD). Uit onderzoek is gebleken dat boven een bepaald gewicht vastgesteld kan worden dat de bak naast PBD ook andere (zwaardere) stoffen bevat. De bak wordt visueel gecontroleerd en indien deze daadwerkelijk vervuiling bevat, wordt de bak niet geleegd. Dit voorkomt afgekeurde PBD-vrachten en hoge afkeurkosten voor gemeenten. Voor verzamelcontainers ontbreken op dit moment technische middelen om een vergelijkbare werkwijze te hanteren. Hoe gaat HVC om kwaliteitscontrole bij bakken aan huis? In 2024 heeft HVC beleid geïntroduceerd waarbij de bakken aan huis worden gecontroleerd op vervuiling. Bij slechte kwaliteit volgt eerst een waarschuwing door middel van een hanger en bij een
Contextanalyse, najaar 2024
66
tweede keer een persoonlijke toelichting door een afvalcoach. Per jaar komt HVC maximaal tweemaal per huishouden terug voor het alsnog legen van een bak nadat de vervuiling door de bewoner is verwijderd. Daarna moet een huishouden het zelf wegbrengen naar een milieustraat of in de restafvalbak deponeren. HVC en ROVA werken samen aan manieren om de kwaliteit van grondstoffen te verhogen en wisselen daarvoor kennis en ervaringen uit.
4.4.5 Elektrificatie inzamelvoertuigen Verschillende gemeenten hebben aangegeven de komende jaren een Zero-emissiezone in te stellen5. Dit is een gebied waar alleen nog uitstootvrije bedrijfsauto’s en vrachtwagens mogen rijden. In eerste instantie worden de meest vervuilende voertuigen geweerd. Voor schonere voertuigen geldt een overgangsregeling. De rijksoverheid heeft aangegeven te willen vertragen omdat de beschikbaarheid van passende voertuigen en laadinfrastructuur achterblijft. Hoe gaat HVC om Zero-emissie zones? HVC is al vroeg gestart met de verduurzaming van haar wagenpark. Naast schone dieselmotoren (euro 6) zijn vrachtwagens op groengas gekomen. Inmiddels is diesel als brandstof vervangen door de duurzame variant HVO100. En de laatste ontwikkeling is de elektrificatie van de voertuigen (batterijelektrisch en waterstof elektrisch). Op deze manier verkleinen we de CO 2-uitstoot en kan HVC met elektrische voertuigen ook de Zero-emissie zone in. Op sommige locaties vraagt dit om aanvullende afspraken met gemeenten omdat de elektrische voertuigen weliswaar voldoen aan de emissie-eisen maar niet aan andere eisen in zo’n gebied zoals bijvoorbeeld een aslast- of lengte beperking.
4.4.6 Bedrijven krijgen tweede afvalbak zodat er minder de oven in hoeft Terwijl bij het huishoudelijk afval afgelopen jaren stappen zijn gezet om een betere afvalscheiding te realiseren, verdwijnt een groot deel van het bedrijfsafval nog ongescheiden in afvalenergiecentrales. Door bedrijven en instellingen hun afval gescheiden in minimaal twee containers aan te laten leveren, kan de hoeveelheid bedrijfsafval die jaarlijks in de verbrandingsoven gaat, binnen vijf jaar worden gehalveerd tot 1 miljoen ton. Afhankelijk van het type bedrijf is de extra container voor gft-afval, papier, elektronica of plastic. In eerste instantie geldt de nieuwe manier van inzamelen voor bedrijven die wekelijks meer dan 240 liter afval aanbieden. Later moeten ook andere ondernemingen volgen.
5 Almere per 1-1-2028; Delft per 1-1-2025; Dordrecht per 1-1-2026; Haarlem per 1-6-2025; Zaanstad
per 1-1-2026.
Contextanalyse, najaar 2024
67
4.5 Diftar/recycletarief 4.5.1 Toename tariefdifferentiatie op afvalaanbod zet door Het aantal gemeenten met tariefdifferentiatie op het aanbod van restafval (recycle-tarief/diftar6) stijgt. In 2022 had 54% van de gemeenten diftar. In 2021 was dit 50%. Ook stijgt het aandeel huishoudens met diftar. In 2022 woonden bijna 2 op de 5 huishoudens (39,4%) van de aangeslagen huishoudens in een gemeente met diftar. Diftar wordt vooral toegepast in kleine, weinig tot niet-stedelijke gemeenten buiten de Randstad (fig. 16). Een uitzondering vormen Maastricht, Nijmegen, Deventer, Apeldoorn en Zwolle die wel buiten de Randstad liggen maar tot de grotere steden van Nederland behoren. De meeste gemeenten met diftar hebben een ‘volume en frequentie’ systeem ingevoerd (86 gemeenten). De andere hoofdsystemen van diftar zijn ‘dure zak’ (34 gemeenten) en ‘volume, frequentie en aantal personen’ (31 gemeenten). De overige gemeenten met diftar (34 gemeenten) hebben een ander of combinatie van systemen.
Figuur: Overzicht gemeenten waar wel of geen Diftar-systematiek is ingevoerd.
6 Gedifferentieerd tarief houdt in dat de afvalstoffenheffing gesplitst wordt in een vast en variabel deel.
Bij HVC noemen we dat recycle-tarief, in andere gemeenten heet het Diftar. Het vaste deel wordt jaarlijks bepaald door de gemeenteraad net als de hoogte van het variabele deel. Dit is het tarief per keer aanbieden van een bak aan huis of het storten van een zak restafval in een verzamelcontainer. Met het variabele deel heeft de inwoner invloed op de hoogte van afvalstoffenheffing.
Contextanalyse, najaar 2024
68
Figuur: Hoeveelheid restafval afgezet tegen de verwerkingskosten per huishouden In alle hoogbouwklassen hebben gemeenten met diftar significant minder restafval en lagere kosten dan gemeenten die diftar niet hebben toegepast. In figuur 17 zijn de resultaten voor alle hoogbouwklassen gemiddeld. De afvalbeheerkosten zijn in gemeenten met diftar gemiddeld lager dan in de overige gemeenten (fig. 17). In 2022 bedragen de kosten in gemeenten met diftar gemiddeld € 262 per huishouden, een stijging van € 6,37 ten opzichte van 2021. Over het algemeen wordt in deze gemeenten minder restafval ingezameld. De afvalbeheerkosten vallen daardoor lager uit. De stijging die in onderstaande figuur te zien is vanaf 2018 is het gevolg van het verhogen van de afvalstoffenbelasting door de rijksoverheid.
Ontwikkeling van de afvalbeheerskosten per tariefsysteem
Contextanalyse, najaar 2024
69
HVC en recycle-tarief Samen met acht gemeenten7 heeft HVC recycle-tarief ingevoerd. Hiermee is een daling in hoeveelheid restafval bereikt en een toename van brongescheiden grondstoffen. Tegelijkertijd is de afvalstoffenheffing minder snel gestegen of zelfs gedaald. Ook in 2025 voert HVC samen met enkele gemeenten recycle-tarief in en ondersteunt HVC bij de voorbereiding van besluitvorming of het opstellen van beleid.
4.5.2 Recente invoering diftar bij Waardlanden De Waardlanden-gemeenten Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam en Molenlanden hebben per 1 januari 2024 diftar ingevoerd. In Vijfheerenlanden zijn al wel wijzigingen in de inzamelsystematiek doorgevoerd ook al heeft deze gemeente nog niet besloten of en wanneer er diftar wordt ingevoerd. De gemeente Vijfheerenlanden wil eerst het effect van de overige maatregelen evalueren.
4.5.3 Recycle-keuze; nieuwe vorm van prijsprikkel Een strategie om minder restafval te verkrijgen is het invoeren van een prijsprikkel (recycle-tarief/diftar) Het liefst gecombineerd met een serviceprikkel zoals restafval minder ophalen en plastic vaker en begeleid met uitgebreide communicatie. Mensen die goed hun afval scheiden betalen minder ten opzichte van de minder goed scheidende inwoners. De ‘reguliere afvalstoffenheffing’ en recycletarief/diftar zijn beide ‘dwingend’ voor alle inwoners. Dit leidt soms tot weerstand bij inwoners en twijfel om een dergelijk systeem in te voeren. Voor een grote groep gemeenten, voornamelijk hoogstedelijke gemeenten, blijkt de invoering van een prijsprikkel een stap te ver. Er is behoefte aan tussenvormen. Tussen een diftar en een niet-diftar systeem. Er zijn landelijk echter nog geen alternatieven bekend.
Hoe gaat HVC om met prijsprikkels? Samen met acht gemeenten8 heeft HVC recycle-tarief ingevoerd. Soms is er weerstand van inwoners en twijfel. Om hier een oplossing voor aan te kunnen bieden, is door HVC recycle-keuze uitgewerkt. Bij recycle-keuze verdwijnt de gedwongen prijsprikkel voor alle inwoners. Keuzevrijheid staat hierin centraal. Deze vorm van dienstverlening is nieuw. En nog nergens in Nederland geïntroduceerd. Het maakt gebruik van beproefde elementen zoals een prijsprikkel. In onderzoek in samenwerking met gedragswetenschappers laat deze nieuwe dienst een potentieel groot draagvlak zien. De komende maanden wordt dit getoetst op maak-/haalbaarheid.
7 Hendrik-Ido-Ambacht, Hollands Kroon, Medemblik, Noordoostpolder; Papendrecht; Velsen;
Wormerland; Zwijndrecht. 8 Hendrik-Ido-Ambacht, Hollands Kroon, Medemblik, Noordoostpolder; Papendrecht; Velsen; Wormerland; Zwijndrecht.
Contextanalyse, najaar 2024
70
4.6 Ontwikkelingen per deelstroom 4.6.1 Plastic-, metaal- en drankverpakkingen (PMD) Vervuiling PMD Bij een vervuiling van meer dan 15% stoorstoffen in ingezameld plastic, metaal en drankkartons (PMDafval), wordt de betreffende vracht afgekeurd en afgevoerd naar de afvalverbranding. Recent onderzoek laat zien dat veel plastic afval dat gescheiden wordt ingezameld, alsnog in de verbrandingsovens belandt. Mede naar aanleiding hiervan zijn vragen aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat gesteld9. De vraag is waarom vrachten, die worden afgekeurd vanwege een te groot percentage restafval in het PMD-afval, niet alsnog worden nagescheiden. Ook worden vragen gesteld over standaardisatie van het afvalinzamelsysteem en over machinaal scheiden versus bronscheiding.
HVC en vervuiling PMD Het afkeurpercentage voor PMD is sterk afhankelijk van de gemeente en van de gehanteerde inzamelmethode. Het gemiddelde afkeurpercentage bedraagt ca. 5% waarbij sprake is van een oplopende trend.
4.6.2 Gemeenten willen forse herziening Ketenovereenkomst Verbeteringen van de afspraken in de Ketenovereenkomst Verpakkingen zijn volgens gemeenten nodig om te voorkomen dat ze geconfronteerd worden met kosten, die voortvloeien uit calamiteiten bij de sortering en (na)scheiding van verpakkingen. Een aantal gemeenten meldt veel afkeur de afgelopen jaren bij enkele overslagen die onder regie van Verpact staan. Ook melden gemeenten dat geldende vergoedingen voor verpakkingsafval niet altijd kostendekkend zijn en dat bij afkeur geen vergoeding wordt uitgekeerd. De VNG heeft de Ketenovereenkomst mede daarom pro forma opgezegd. In een nieuwe Ketenovereenkomst komen wat gemeenten betreft nieuwe afspraken primair gericht op maximaal hergebruik/recycling van kunststof verpakkingsafval, duidelijkere afspraken over afkeur en vervuiling en transparantie rondom de totstandkoming van kostenvergoedingen. Gemeenten hebben 9 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2023Z14758&did=2023D35706
Contextanalyse, najaar 2024
71
behoefte aan meer transparantie inzake de kostenonderzoeken, goed- en afkeur van verpakkingsstromen en een deugdelijke governance. Waarin wordt voorzien in een regierol en onafhankelijke escalatiemogelijkheid vanuit het Rijk. Het standpunt van Verpact is, dat de inzameling van PMD moet worden geoptimaliseerd door te kiezen voor uniforme inzamelsystemen. Door overal in te zetten op twee goede bronscheidingssystemen (zak of minicontainer) of het nascheidingssysteem, neemt volgens de producentenorganisatie de vervuiling in het PMD af en recycling toe. Zogenoemde brengsystemen zouden op termijn in de ban moeten worden gedaan. Inmiddels lopen gesprekken om te komen tot een nieuwe overeenkomst vanaf 1 januari 2025 met Verpact, onder begeleiding van de heer Benschop. Het doel is om voor 31 december 2024 de afspraken af te ronden. De NVRD organiseert in oktober 2024 regio bijeenkomsten om gemeenten te informeren over het proces en de voortgang. Statiegeld flesjes en blik Het was korte tijd onduidelijk wat het standpunt van het nieuwe kabinet inzake statiegeld is. Maar in reactie op kamervragen heeft Staatssecretaris Chris Jansen van Openbaar Vervoer en Milieu in september 2024 aangegeven het statiegeldsysteem niet af te zullen schaffen. De wettelijke verplichting voor producenten is om vanaf 2024 jaarlijks 90% van de op de markt gebrachte plastic drankflessen in te zamelen.
Dit percentage werd in 2023 niet gehaald. Verpact rapporteert een inzamelpercentage van 74% over 2023 (2022: 68%) en 50% voor blikjes in 2023. Aangezien het verpakkend bedrijfsleven over 2022 haar doelstelling niet heeft gehaald, is de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een handhavingstraject gestart. Dat de doelen niet gehaald worden, lijkt te wijten aan het tekort aan inzamelpunten en het feit dat inzamelpunten defect zijn. Voor een optimaal werkend statiegeldsysteem is niet alleen een goede inzamelstructuur nodig, maar ook een hoge inleverbereidheid onder consumenten. Een hoger statiegeldbedrag, waar de ILT voor pleit, kan daaraan bijdragen, schreef demissionair staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat in antwoord op Kamervragen in mei 2024. Al is een dergelijke verhoging van het statiegeld nu nog niet voorzien. Sinds het statiegeldsysteem is uitgebreid naar blikjes en kleine plastic flessen is het aantal drankverpakkingen met statiegeld in het zwerfafval met 79% gedaald. Dit blijkt uit de nieuwste rapportage die ‘Zwerfinator’ Dirk Groot op 3 september 2024 publiceerde. Kanttekening is wel dat hij in het zwerfafval 34% meer verpakkingen vond waar géén statiegeld op zit. Zoals plastic flessen met zuivel en alcoholische dranken. De totale afname van plastic flessen was daarom niet 79% maar 68%.
69% van de blikjes en flessen met statiegeld die Groot aantrof was plat of gedeukt. Of had geen etiket meer. Deze verpakkingen worden niet ingenomen. Definitief bedrag zwerfvuilvergoeding aan gemeenten In de zomer van 2023 heeft het Platform Ketenoptimalisatie (PKO) besloten het totaal resterende, niet benutte budget van de Zwerfafvalvergoeding 2013-2022 samen te voegen. En beschikbaar te stellen voor extra preventie en aanpak van zwerfafval in 2023 en 2024. 315 gemeenten hebben hiervoor een goedgekeurd jaarplan ingediend. Doordat de ingediende jaarplannen het resterende budget overschreden is de maximale vergoeding per inwoner naar rato verlaagd (€ 0,91 per inwoner). Verpact heeft voor alle gemeenten met een goedgekeurd jaarplan in het 2e kwartaal voor haar vergoeding een betaalvoorstel in WasteTool gepubliceerd en gaat het voorschot in één keer uitbetalen.
Contextanalyse, najaar 2024
72
Marktontwikkelingen zorgelijk voor kunststofrecyclers. De vraag naar gerecycled plastic is laag. Niet meer dan 15% van het Europese plastic wordt gerecycled en recyclingbedrijven zien de vraag teruglopen. Een belangrijke reden voor deze ontwikkeling is dat nieuwe fossiele plastics (‘virgin’) door overproductie en goedkope olie, goedkoper zijn dan gerecyclede kunststoffen. Deze marktontwikkeling heeft geleid tot het faillissement van Umincorp, een bedrijf dat zich richtte op de recycling van PET. Om de vraag naar kunststofrecyclaat en biogebaseerde kunststof te verhogen, wil de overheid de Nederlandse kunststofverwerkers verplichten om een bepaald percentage gerecycled kunststof of biogebaseerde kunststof bij te mengen in hun productieproces. Naar verwachting wordt de Nederlandse verplichting ingevoerd in 2027 met een bijmengpercentage van circa 15%, oplopend tot mogelijk 30% in 2030. Nederland loopt hiermee vooruit op de nieuwe EU-wetgeving. De EU heeft het voornemen om een soortgelijke wetgeving in 2030 te laten ingaan, maar geeft hierbij nog geen bijmengpercentages.
4.6.3 Chemische recycling van kunststoffen De aandacht voor het chemisch recyclen van kunststoffen groeit. Vooral omdat producenten van kunststofproducten verplicht worden om recyclaat in hun nieuwe producten te verwerken. Een belangrijk voorbeeld is de Verordening voor Verpakkingen en Verpakkingsafval, waarin recyclaatquota voor PET-verpakkingen en andere verpakkingen opgenomen zijn. Mechanische recycling van kunststoffen zorgt vanuit voedselveiligheid niet voor het juiste kwaliteit recyclaat, waar chemische recycling dit wel kan. Technieken als pyrolyse en vergassing maken nieuwe petrochemische bouwstenen, waarmee nieuwe kunststoffen kunnen worden geproduceerd die recyclaat bevatten en waarmee kan worden voldaan aan de Verordening. Er zijn vele initiatieven voor pyrolyse van afvalplastics tot pyrolyse-olie, echter zijn ze vrijwel allen nog in demo- of opstartfase. Enkele concrete resultaten in 2024: in het tweede kwartaal heeft de Rotterdamse fabriek Pryme haar eerste levering van pyrolyse-olie aan een klant voltooid, al blijkt afzet lastig. En Sabic heeft bij Chemelot in Geleen in de zomer van 2024 een installatie in gebruik genomen die pyrolyse-olie kan opwerken, zodat dit verder verwerkt kan worden in haar naftakraker. Aan een gelijkwaardig project werkt Shell in Moerdijk.
Uitdaging is het lokaal vinden van voldoende kunststoffen, omdat de kunststofmarkt een wereldmarkt is. Hierdoor komt ook de input voor mechanische recycling onder druk te staan, ondanks het milieuvoordeel dat mechanische recycling oplevert. Een andere uitdaging voor zowel mechanische als chemische recyclers is de concurrentie met goedkoop primair kunststof, waarmee de markt overspoeld wordt. CO2-beprijzing en meer focus op circulair inkopen zouden dit kunnen doorbreken. Effect op HVC en haar gemeenten Over nagenoeg alle huishoudelijke kunststofstromen voert Verpact de regie voor het verwaarden ervan. Verpact maakt afspraken met mechanische en chemische recyclers om kunststoffen te verwerken en probeert dit van de grond te krijgen. Waar mogelijk onderzoekt HVC verwaardingsroutes voor kunststoffen, die niet onder de regie van Verpact vallen. Dit gaat om kleine volumes. Zo is HVC aangesloten bij het InReP-subsidieprogramma, waarin nieuwe sorteertechnologie en nieuwe mechanische en chemische recyclingprocessen worden ontwikkeld voor een meer circulaire kunststofketen.
Contextanalyse, najaar 2024
73
4.6.4 Gescheiden inzamelen van gft: alles uit de kast Ontwikkeling volumes ingezameld GFT Een afvalstroom die toenam is gft-afval. In 2023 is 1.600 kton aan gft-afval ingezameld, ruim 91 kilogram per inwoner. In 2022 was dit ruim 1.500 kton, 89 kilogram per inwoner. De hoeveelheid gftafval hangt onder andere af van hoeveel regen er valt in een jaar: 2022 was een relatief droog jaar, waardoor er minder bladgroei, en dus snoeiafval, was. 2023 was een natter jaar, waardoor er meer tuinafval was.
De verwachting is dat het volume GFT jaarlijks gemiddeld met 1,1% groeit. In het HVC gebied wordt rekening gehouden met 2,3% door bevolkingsgroei (autonoom) en recycle-tarief (additioneel). Landelijk is dit lager omdat buiten de Randstad Diftar al veel meer is uitgerold en er procentueel ook minder mensen bijkomen. Soms is sprake van krimp.
Contextanalyse, najaar 2024
74
De aangepaste Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen is op 1 januari 2024 in werking getreden. Die schrijft voor dat iedere inwoner vanaf die datum de gelegenheid moet hebben om gft gescheiden aan te bieden ter inzameling en recycling. Alhoewel Nederland al een langjarige traditie heeft voor het gescheiden inzamelen van gft, kan Nederland naar verwachting op deze datum nog niet aan de Europese verplichting voldoen. Met name grote, sterk verstedelijkte gemeenten, moeten stappen zetten om tot een dekkend systeem te komen. Kwaliteit van ingezameld GFT Extra inspanningen aan de voorkant (via bijvoorbeeld de wel/niet-lijst voor gft-afval) en bij de gftverwerkers zorgen voor een geleidelijke verbetering van zowel de kwaliteit van het ingezameld gft (fig. 19) als de kwaliteit van de geproduceerde compost (fig. 20). Evengoed bevat 25% van alle gft-vrachten meer dan 5% vervuiling.
Figuur: Ontwikkeling gemiddeld vervuilingspercentage van bij verwerkers aangeleverd gft.
Contextanalyse, najaar 2024
75
Figuur: Ontwikkeling gemiddelde kwaliteit gft compost. Ontwikkelingen in de verwerkingsmarkt van GFT Op dit moment zijn vraag en aanbod nagenoeg in balans. Er is een kleine krapte in verwerkingscapaciteit. Diverse marktspelers hebben plannen voor uitbreiding van capaciteit waardoor in de komende jaren overcapaciteit op de loer ligt. Zowel Omrin, Twence en ook HVC willen voor hun aandeelhouders zelfvoorzienende capaciteit ontwikkelen en anticiperen op een verder groei van volume GFT in hun verzorgingsgebieden. Ook andere marktspelers zijn concreet bezig met uitbreiding: Van Kaathoven en Indaver breiden uit de komende jaren uit net als ARN in Nijmegen. Als bijvoorbeeld Omrin daadwerkelijk het GFT in eigen beheer gaat verwerken dan gaat dat voor Renewi compostering in Drachten leegstand betekenen. Als dit niet tot sluiting leidt, zal dit mogelijk een prijsverlagend effect gaan krijgen op de marktprijs voor GFT verwerking.
4.6.5 Textiel UPV textiel nog geen werkend systeem Per 1 juli 2023 is er een Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) voor textiel van kracht. Het doel van Stichting UPV Textiel is collectief de UPV-doelstellingen te realiseren. Dit betekent zorgen voor een passend innamesysteem, dat kosteloos is voor de inwoners. Het voornemen is om daarbij zo veel mogelijk gebruik te maken van de bestaande infrastructuur, waaronder de textielinzamelbakken die al in iedere gemeente staan. Er is echter nog geen algemeen bindend verklaring met één producentenorganisatie die namens de producenten alle afspraken met gemeenten, fijnsorteerders en recyclers maakt. Er worden gesprekken gevoerd met Stichting UPV textiel. Hierbij sluiten naast NVRD/VNG ook de VHT (fijnsorteerders) en de BKN (kringlopen) aan om tot nadere ketenafspraken te komen. Dit heeft nog niet geleid tot een werkend en dekkend systeem. Problemen in afzetmarkt van post-consumer textiel In februari 2024 begonnen de eerste problemen in de textiel afzet. Oorzaken: slechtere kwaliteit van textiel (ultra fast-fashion), veel verkoop van goedkope fast-fashion vanuit China in Afrikaanse landen, geldpositie van Afrikaanse landen, hogere containerkosten in algemene export, slechte verkoop in Oost-Europa/Wit Rusland deels vanwege oorlog en boycotten voor landen die Rusland steunen.
Contextanalyse, najaar 2024
76
Kortom sorteerbedrijven verkopen minder materiaal en/of tegen lagere prijzen en hebben hierdoor oplopende voorraden. De textielrecyclingcapaciteit (fiber-to-fiber) is beperkt tot minder dan 1% van het ingezamelde volume textiel. Er is geen grote vraag naar gerecycleerde output. Met de verhoging van het minimum wettelijk loon van personeel zorgt dit voor problemen bij de fijnsorteerders. Doordat zij minder textiel innemen tegen gereduceerde vergoedingen, dekt dit bij gemeenten niet meer de inzamelkosten en eventuele opschoonkosten van ingezameld textiel. Er is sprake van een ketendeficit. Deze kosten worden niet gedekt vanuit de UPV. Wat betekenen de problemen in de textielketen voor HVC en haar gemeenten? Door een innamestop van twee fijnsorteerders (in mei resp. juli 2024) heeft HVC maar één afnemer over. Tegelijkertijd is er een prijsdaling voor afzet van ingezameld textiel sinds maart 2024, leidend tot afzet in augustus tegen € 0 per ton textiel. Gemeenten krijgen geen opbrengsten voor ingezameld textiel. Maar maken wel inzamelkosten. Welke acties neemt HVC? HVC heeft een noodkreet afgegeven in de expertgroep textiel en richting de directie van de NVRD. Over de toestand van de textielmarkt en gevaren voor stagnatie in de textielketen voor gemeenten.
Immers hebben gemeenten een verplichting tot het gescheiden inzamelen van textiel, terwijl er mogelijk een groot probleem ontstaat wanneer fijnsorteerders de deuren sluiten. Alle gemeentelijke partijen worden geconfronteerd met de gereduceerde tarieven en gebrek aan afzetmogelijkheden. Hiermee is druk gelegd op de gesprekken met VHT, BKN en Stichting UPV textiel. Omdat het ketendeficit nu bij gemeenten wordt neergelegd. HVC is bezig spreiding te realiseren door proefvrachten te sturen naar (nieuwe) afnemers. Het doel is hierbij een zo hoogwaardig mogelijke toepassing van het textiel en de inzameling online te houden. Tevens worden mogelijkheden onderzocht voor recycling en andere circulaire initiatieven.
4.6.6 Luiers Luierrecycling Bij ARN in Weurt is de enige Nederlandse full-scale luierrecyclinginstallatie operationeel. Deze installatie kan tot ongeveer 15 kton luiers verwerken die worden gescheiden in plastics en slurry. De plastics worden gebruikt voor dikwandige kunststofproducten zoals auto-onderdelen en de slurry wordt meeverbrand met restafval, eventueel na eerst nog te worden vergist. Publieke afvalinzamelaar Meerlanden is bezig met een haalbaarheidsstudie naar een nieuwe installatie voor luierrecycling met dezelfde techniek in de haven van Amsterdam. Deze ontwikkeling met beoogde capaciteit van 25 tot 30 kton bevindt zich nog in een voorbereidende fase met een aantal onzekerheden zoals het borgen van voldoende input, technische onzekerheden zoals de levering van stoom en stroom en het rondkrijgen van de business case (ook afhankelijk van de UPV luiers). UPV Luiers Ontwikkeling van recyclingcapaciteit en van gescheiden inzameling is afhankelijk van de geplande UPV voor luiers en incontinentiemateriaal en de daaruit voortvloeiende middelen. RWS is bezig met de wettekst voor de UPV en het concept wordt via een internetconsultatie in 2024 vrijgegeven. Naar verwachting moet deze UPV vanaf 2026 gaan gelden.
De eerder door adviesbureaus Rebel en Tauw voorgestelde recyclingdoelstelling van 12,5% met lineaire groei naar 25% 5 jaar na invoering UPV lijkt ambitieus in relatie tot snelheid van uitbreiding van luierrecyclingcapaciteit.
Contextanalyse, najaar 2024
77
Effect op HVC Aparte inzameling van luiers is mogelijk. Daar waar een gemeente dit nadrukkelijk wenst in verband met service richting inwoners. De luiers worden verbrand tot het moment dat er voldoende luierrecyclingcapaciteit is. Alleen luiers uit Papendrecht kunnen met een lokale bedrijfsafvalinzameling mee naar luierrecycling van ARN in Weurt. HVC heeft met Meerlanden afgesproken een bepaald minimaal volume luiers uit het HVC verzorgingsgebied (namens geïnteresseerde gemeenten) aan te leveren zodra de nieuwe luierrecyclingcapaciteit is gerealiseerd.
4.6.7 AEEA Volgens het jaarverslag van Stichting Organisatie Producentenverantwoordelijkheid E-waste Nederland (Stichting OPEN) over 2023 is 204,3 kton e-waste ingezameld. Bijna 12 kilogram per inwoner, waarvan ruim 90 kton ingezameld via gemeenten. Dit is iets meer dan het volume in 2022 (199,5 kton). Het inzamelingspercentage gerapporteerd door het Nationaal (W)EEE Registerde (NWR) op basis van AEEA-afgedankt was in 2023 60%. Hiermee is het doel van 65% niet gehaald. Stichting OPEN noemt deze wettelijke inzameldoelstelling achterhaald, gebaseerd op Europese wetgeving uit 2012. Hun reden is de sterke afzetstijging van elektrische apparaten door economische groei en elektrificatie van de samenleving in combinatie met een langere gemiddelde levensduur van deze apparaten. Ook doet dit volgens stichting OPEN geen recht aan de wens om te komen tot meer reparatie in plaats van afdanken.
4.6.8 Batterijen Per januari 2024 is Stichting Batterijen (Stibat) ondergebracht bij Stichting Open. In 2023 is 46,1% van de op de markt gebrachte batterijen ingezameld, namelijk 5,2 kton batterijen ten opzichte van 10,9 kton op de markt gebrachte batterijen. In 2022 en 2021 was dit inzamelpercentage 41,1% respectievelijk 43,3%. De wettelijke doelstelling is 45%. De Fead, de Europese brancheorganisatie van afvalbedrijven, stelt voor om voor batterijen en voor apparaten met batterijen een statiegeldsysteem te realiseren om het correct weggooien te stimuleren. In het afval aanwezige batterijen zijn een belangrijke oorzaak voor afvalbranden. Het verhogen van de gescheiden inzameling daarvan, zowel de ‘losse’ inzameling als de inzameling van de apparaten waar deze batterijen in zitten, is dan ook een belangrijke maatregel om afvalbranden te voorkomen.
Contextanalyse, najaar 2024
78
4.7 (Secundaire) grondstoffen Zowel via de gescheiden inzameling als vanuit sorteer- en bewerkingsactiviteiten, brengt HVC aanzienlijke hoeveelheden secundaire grondstoffen op de markt. Evenals bij de energiemarkten is er bij de markt voor secundaire grondstoffen sprake van een aanzienlijke dynamiek.
4.7.1 Oud papier en karton (OPK) Het gebruik van papier als gegevensdrager middels kranten, folders en tijdschriften neemt steeds verder af door de voortgaande digitalisering. Daarnaast heeft de groei in online aankopen geleid tot een groei in verbruik aan karton. Dit leidt vanzelfsprekend ook tot verandering in het aanbod en veranderde samenstelling van het OPK. Het totale aanbod aan (huishoudelijk) OPK daalt nog steeds met 5% per jaar.
Totaal volume ingezameld OKP in Nederland (Bron: FNOI) Het aandeel kartonnen verpakkingen stijgt ten opzichte van het grafische aandeel, zoals kranten, folders en tijdschriften, ook wel ontinktingspapier (OI) genoemd. De papierindustrie ondergaat als gevolg hiervan al geruime tijd grote veranderingen. In de voorgaande jaren zijn veel fabrieken voor grafisch papier gestopt, zijn enkele omgebouwd naar kartonfabrieken en is de capaciteit in kartonproductie in Europa uitgebreid. De laatste cijfers over het verbruik van grafisch papier (2024) lijken overigens te wijzen op een stabilisering van het gebruik. Het overheidsbeleid is gericht op het verder terugdringen van het gebruik van papier, zoals reclamedrukwerk.
Contextanalyse, najaar 2024
79
Ontwikkeling verhouding ontinktingspapier (OI) versus karton. Bron: Productie SPK. Omdat karton lichter en volumineuzer is dan grafisch papier, heeft deze veranderde samenstelling impact op het soortelijk gewicht van het OPK en daarmee ook op de kosten. In het bijzonder de logistieke kosten en de kosten van (voor)sorteren van papier nemen toe. In algemene zin blijft de papierindustrie erop gericht om zoveel als mogelijk OPK in te zetten in zowel de productie van karton en verpakkingen als in grafisch papier. Doordat het aanbod aan oud papier afneemt, blijven opbrengstprijzen voor oud papier relatief gunstig voor aanbieders.
Ontwikkeling marktprijzen oud papier & karton. Bron: notaties in Marktberichten Oud Papier (MOP) Impact voor HVC en haar gemeenten De waarde van grafisch papier is hoger dan van karton en tot nu toe loont het om het grafische deel uit het OPK (het zogenaamde ontinktingspapier – OI) uit te sorteren. Dit doet HVC via haar deelneming SPK in Wognum. Deze stap komt wel steeds verder onder druk te staan.
Contextanalyse, najaar 2024
80
4.7.2 Hout Het aanbod aan afvalhout wordt beïnvloedt door conjunctuur en door ontwikkelingen in de energiemarkten. Wordt er veel gebouwd en is er veel economische activiteit, dan is er veel aanbod aan afvalhout. Er wordt tegelijkertijd meer afvalhout als grondstof gevraagd door de spaanplaatindustrie. Hoge energieprijzen leiden tot een verhoogde vraag naar afvalhout(snippers) vanuit (bio)energieinstallaties. De CO2-heffing gaat impact hebben op de vraag naar alternatieve brandstoffen. In het bijzonder de Duitse markt heeft een grote invloed op de Nederlandse markt voor afvalhout, omdat veel Nederlands afvalhout wordt ingezet in Duitse energiecentrales en de spaanplaatindustrie. Momenteel is sprake van voldoende tot hoog aanbod aan afvalhout. Daartegenover staat dat de vraag (capaciteit) in met name Duitsland lijkt af te nemen. Enerzijds is dit het gevolg van stagnerende economie en anderzijds doordat Duitse bio-energie installaties uit hun subsidieregime gaan lopen. Kortom, meer aanbod dan vraag naar afvalhoutsnippers leidt tot lagere prijzen voor deze afvalhoutsnippers. Hieronder weergegeven de gemiddelde prijs voor snippers voor afvalhout zoals die in de Duitse markt wordt genoteerd. Prijzen voor verwerken van afvalhout zijn hiervan afgeleid. Om afvalhout te verwerken tot een afvalhoutsnipper moeten bewerkingskosten worden gemaakt.
Een dalende prijs voor afvalhoutsnippers betekent dat de tarieven voor het innemen en verwerken van afvalhout verder zullen stijgen, zij het gematigd.
Verkoopprijzen voor houtsnippers Duitse markt. Bron: prijsnotaties in Euwid. Impact voor HVC en haar gemeenten Door de hoge prijzen die betaald werden voor energie in de periode 2022-2023, zijn ook de prijzen voor snippers uit afvalhout gestegen. HVC heeft in die periode ervoor gekozen om dit prijseffect ten gunste te laten komen aan haar gemeenten. In de loop van 2023 normaliseerden de markten en zijn ook de prijzen voor afvalhoutsnippers weer gedaald. Aanbieders van afvalhout dienden weer te betalen voor het verwerken ervan.
Contextanalyse, najaar 2024
81
4.7.3 Ferro en non ferro De vraag naar ferro-schroot uit Europa wordt voornamelijk gedomineerd door ontwikkelingen op de Chinese markt en de Turkse markt. De economische situatie in deze beide markten is minder gunstig, desalniettemin vertoont de ferro-markt al ruim een jaar een betrekkelijk stabiel (prijs)beeld. De non-ferro metalen koper en aluminium zijn belangrijk voor de energietransitie. De vraag en daarmee de prijzen voor deze metalen zijn de laatste jaren gestegen. Voor de metalen uit de bodemas-opwerking zijn ook de prijsontwikkelingen van de edelmetalen van belang. Door de toenemende onzekerheid in de wereld is met name de goudprijs gestegen.
Verkoopprijzen van op afvalbrengstations ingezamelde metalen. Bron: HVC, werkelijke verkoopprijzen. In de markt is er enige onrust over de voornemens van de EU om de export van metalen aan banden te leggen, met oog op zelfvoorziening en het uitbannen van export van vervuilde stoffen. Impact voor HVC en haar gemeenten Voor de gemeenten betekenen de genoemde ontwikkelingen op de ferro en non-ferro markten, dat de metalen die op de afvalbrengstations worden ingenomen een stabiele, relatief hoge vergoeding kennen.
Contextanalyse, najaar 2024
82
Figuur: Ontwikkeling prijs mix non-ferro metalen.
4.7.4 CO2 als grondstof Productie mierenzuur Naast vele initiatieven om CO2 om te zetten in methanol, loopt er een Europees onderzoeksproject ‘WaterProof’ naar de productie van mierenzuur uit CO2 en de toepassingen van dit mierenzuur. Zuiver mierenzuur dient in schoonmaakmiddelen als antisepticum en als ontkalkend middel. Het wordt in de leer- en textielindustrie als looi- of beitsmiddel gebruikt. HVC en mierenzuur HVC is onderdeel van het consortium van WaterProof. In het project test HVC met CO2 van de bio energiecentrale, maar ook met CO2 uit de vergisting van Waternet, die ook deelneemt aan dit consortium.
Contextanalyse, najaar 2024
83
4.8 Afvalverbranding 4.8.1 Europese ontwikkelingen verbrandingsmarkt Duitsland breidt uit in verbrandingscapaciteit De komende 1 tot 3 jaar komt er 1,5Mt AEC capaciteit bij op de markt. Volgens marktpartijen gaat dit tot structurele overcapaciteit leiden. Bovendien zijn er biomassacentrales die afval willen gaan verbranden in plaats van hout. De verwachting is dat de prijzen in Duitsland door deze ontwikkelingen op termijn gaan dalen. Engeland exporteert meer rdf, maar breidt ook verbrandingscapaciteit uit In 2023 nam de rdf-export vanuit Engeland met ruim 6% toe tot 1,68 Mton. De belangrijkste bestemming voor deze export met 46% van het totaal was Zweden. De export naar Nederland daalde van 469 kton (2022) naar 434 kton (2023). In Engeland groeit de verbrandingscapaciteit in de komende jaren. Vooral de beschikbaarheid van afval voor export in het zuiden van Engeland gaat afnemen terwijl tot nu toe en altijd afval vanuit deze regio’s is geëxporteerd. Evengoed blijft er nog altijd 6 miljoen ton afval over dat nog niet kan worden verwerkt in een Engelse AEC. Voor de Nederlandse markt betekent dit op termijn minder import van afval, waardoor de Nederlandse overcapaciteit stijgt. Dat leidt mogelijk tot lagere tarieven in de Nederlandse markt en voor de bedrijfsafvaltonnen die HVC onder contract heeft.
In Engeland wordt door middel van een stortbelasting, het storten van brandbaar restafval ontmoedigd. De stortbelasting bedraagt in 2024 103,70 pond per ton gestort afval. In 2025 stijgt dat tarief naar 126,15 pond (circa € 148). Deze verhoging dient om te verzekeren dat de belasting een prikkel blijft vormen om te investeren in een duurzamere afvalinfrastructuur. Als geen uitbreiding plaats vindt van de verwerkingscapaciteit, kan het leiden tot het aantrekkelijker worden van export van afval voor verwerking elders in Europa. Scandinavië Export naar Scandinavië, vooral uit Engeland, Ierland, Duitsland en Italië, was dit jaar lager ten opzichte van voorgaande jaren. Zweden is voor de warmtelevering aan huishoudens afhankelijk van afval. Medio 2023 was de vraag naar afval vanuit Scandinavië nog hoog vanwege de energiecrisis door de oorlog in Oekraïne.
4.8.2 Vraag en aanbod in Nederlandse verbrandingsmarkt De totale verwerkingscapaciteit in Nederland blijft in de komende jaren op het huidige niveau van 8 miljoen ton afval. Import blijft nodig om installaties van vollast te voorzien. In de Nederlandse markt zelf is de komende jaren onvoldoende brandbaar restafval beschikbaar. Afvalimport Nederland importeerde in 2023 restafval, waarvan 434 kton uit Engeland. De grootste importeur van Engels afval is Attero. Het bedrijf ontving in 2023 147 kton brandbaar afval, 4% minder dan in 2022. EEW Delfzijl importeerde in 2023 140 kton, 5% meer dan het jaar ervoor.
Contextanalyse, najaar 2024
84
Door de verhoging van de stortbelasting in Engeland wordt ook hier rekening gehouden met prijsstijging volgend jaar en dat is gunstig voor de Nederlandse importeurs. De volumes en prijzen voor afval uit Italië blijven stabiel en lagen al op een hoger niveau. Door uitbreiding van verbrandingscapaciteit in Engeland en Duitsland, betekent dit voor de Nederlandse markt dat er kans bestaat op minder import van afval, waardoor de Nederlandse overcapaciteit stijgt. En dat leidt mogelijk tot lagere tarieven in de Nederlandse markt en ook voor de bedrijfsafvaltonnen die HVC onder contract heeft. Plannen voor afbouw verbrandingscapaciteit In juni 2021 is een motie van voormalig CDA-Kamerlid Agnes Mulder aangenomen waarin ze pleitte voor een realistisch scenario voor de afbouw van de Nederlandse verbrandingscapaciteit. Naar aanleiding hiervan zijn gesprekken opgestart tussen het ministerie en de sector (Vereniging Afvalbedrijven). Deze gesprekken zijn beëindigd zonder dat ze tot een overeenkomst hebben geleid. Staatssecretaris Heijnen heeft aangegeven dat de bredere gesprekken met de afvalsector over de verduurzamingsopgave, zowel ten aanzien van het klimaat als circulaire economie, wel blijven doorgaan.
Het Klimaatfonds is een belangrijk instrument om financiering mogelijk te maken voor maatregelen die bijdragen aan de verduurzaming van de verschillende sectoren, zodat het doel van ten minste 55% CO2-reductie in 2030 kan worden behaald. Voor maatwerkafspraken met afvalverbrandingsinstallaties, om hun capaciteit af te bouwen, zijn middelen gereserveerd binnen dit fonds. Deze middelen zijn bedoeld om de installaties te verduurzamen, maar het kopen van een bedrijf om het te sluiten valt buiten de scope. Het kabinet gaat de gereserveerde middelen uit het Klimaatfonds dan ook niet gebruiken om bijvoorbeeld AEB te kopen, met als doel om het bedrijf te sluiten waarmee afvalverbrandingscapaciteit kan worden verminderd.
4.8.3 Ontwikkelingen nascheidingscapaciteit Uitbreiding capaciteit Er wordt in de afvalenergiecentrales op dit moment nog veel recyclebaar materiaal verbrand. Via nascheiding kunnen bepaalde stromen, met name PBD, uit het te verbranden restafval worden gesorteerd waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de vermindering van de totale hoeveelheid verbrand afval. In dit kader wordt door de Rijksoverheid gekeken naar inzamelvereisten, certificering van sorteerprocessen, financiële prikkels en de inzet van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). De huidige verwerkingscapaciteit bij Omrin, HVC, Attero, AEB en AVR (in totaal 1.700 kton) beperkt de mogelijkheden om over te stappen op nascheiding. Er zijn wel plannen om nieuwe nascheidingsinstallaties te bouwen en bestaande installaties uit te breiden. Zo is EEW in Farmsum bezig met de bouw van een nieuwe sorteerinstallatie met een sorteercapaciteit van 150 kton. Daarnaast is Attero bezig met de bouw van een nieuwe nascheidingslijn die jaarlijks 250 kton huishoudelijk restafval en bedrijfsafval kan verwerken. AEB en HVC werken aan uitbreiding van circa 50 tot 60 kton respectievelijk 30 tot 40 kton in 2025. Als alle huidige plannen voor extra capaciteit gerealiseerd worden, dan komt totale nascheidingscapaciteit uit op ongeveer 2.300 kton.
Behalve voor integraal restafval, kan nascheiding mogelijk ook worden toegepast op brongescheiden afval dat is afgekeurd. Deze afgekeurde vrachten worden op dit moment afgevoerd naar de afvalenergiecentrales. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat de mogelijkheden voor nascheiding van deze stroom verkennen.
Contextanalyse, najaar 2024
85
HVC en nascheiding HVC noemt haar nascheidingsinstallatie een voorscheidingsinstallatie. De capaciteit van de voorscheidingsinstallatie in Alkmaar wordt opgeschaald van 155 naar 190 kton. Dit moet begin 2025 gerealiseerd zijn. Momenteel onderzoekt HVC ook de haalbaarheid van een tweede voorscheidingsinstallatie in Zuid-Holland. Optimalisatie rendement / innovaties Er zijn geen nieuwe technieken voor nascheiding in ontwikkeling. De ontwikkeling zit vooral op het uitsorteren en nader opwerken van diverse stromen zoals: • Uitsorteren koffiecups • Uitsorteren batterijen • Uitsorteren ONF en daarna aanbieden voor vergisten en drogen. • Chemisch recycling voor deelstromen uit nascheiding (bijvoorbeeld UBQ of pyrolyse) Nascheiden van bedrijfsafval (wetgeving / prikkels) Verpact dient goedkeuring te geven voor het nascheiden van bedrjfsafval (zogenaamde rules of engagement). Er vinden momenteel diverse pilot plaats waarbij ervaring wordt opgedaan met nascheiden van bedrijfsafval bij bij Attero, HVC en Omrin.
4.8.4 CO2-afvang Toelichting CO2-afvang Bij het verbranden van 1 ton afval komt ongeveer 1 ton CO2 vrij. De twee ‘substantiële’ manieren om als afvalenergiecentrale (AEC) de CO2-emissie te beperken, zijn 1) minder afval verbranden en/of 2) het afvangen van de geproduceerde CO2. Vrijwel alle AEC’s in Nederland hebben plannen om grootschalig CO2 af te vangen (zie figuur hieronder). De fase waarin plannen zich bevinden is divers. Er zijn vier CO2-afvanginstallaties operationeel (2 grootschalig, 2 kleinschalig waaronder bij HVC) en zes grootschalige installaties (waaronder bij HVC) zijn in voorbereiding.
Omvang en fase van ontwikkeling van CO2-afvangprojecten van de Nederlandse AEC’s. Status CO2 opslag in Nederland In Nederland staan op dit moment drie CO2-opslagprojecten op stapel. Dit zijn het Aramis project van Shell en TotalEnergies, het Porthos project van Shell en ExxonMobil en het L10-CCS project van
Contextanalyse, najaar 2024
86
Neptune Energy. En in Denemarken gaat het om het Greensand project van INEOS en Wintershall Dea en het Bifrost project van TotalEnergies. Bij het project Porthos wordt CO2 van de industrie in de Rotterdamse haven afgevangen, getransporteerd en opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Porthos gaat circa 37 Mton CO2 opslaan. Dat is circa 2,5 Mton CO2 per jaar gedurende 15 jaar. In oktober 2023 is de definitieve investeringsbeslissing voor Porthos genomen. Begin 2024 is de aanleg van de Porthos-infrastructuur gestart. Naar verwachting is het systeem operationeel in de loop van 2026. Het Aramis project is nog in ontwikkeling. Naar verwachting moet in 2025 of in 2026 het definitieve investeringsbesluit genomen worden. Zowel Porthos als Aramis hebben vanuit de Europese Commissie de status van een Project of Common Interest (PCI) gekregen. Hiermee is het onderdeel van een categorie projecten die de Europese Commissie heeft aangemerkt als hoofdprioriteit voor het onderling verbinden van de energiesysteeminfrastructuur. Offshore CO2-opslag Northern Lights Niet alleen in Nederland en Denemarken staan projecten op stapel om CO 2 op te slaan in leeggeproduceerde olie- en gasvelden offshore. Ook in Noorwegen verkeert men al in een vergevorderd stadium om dit voor de Noorse westkust te gaan doen.
Hiervoor heeft Equinor in maart 2021 samen met Shell en TotalEnergies het zogeheten Northern Lights project opgezet. Dit geheel in het kader van het Noorse longship Carbon Capture and Storage (CCS) project. In de buurt van Øygarden, vlakbij Bergen, is aan de kust een terminal gebouwd, waar per schip aangevoerde, vloeibare CO2 wordt opgeslagen. Vervolgens wordt de CO2 via een 100 kilometer lange onderzeese pijpleiding naar een locatie in zee verpompt om daar op een diepte van 2.600 meter in de zeebodem te worden geïnjecteerd. In 2024 wordt fase 1, met een opslagcapaciteit van 1,5 Mton CO 2 per jaar, opgestart. Inmiddels heeft de Noorse overheid voornoemde partners reeds een vergunning voor de opslag van CO2 in zee verleend. Plan is om uiteindelijk jaarlijks 5 tot 6 miljoen ton CO2 offshore op te slaan. Via Northern Lights zal niet alleen CO2 van Noorse industriële complexen worden verwerkt. Vorig jaar augustus is namelijk met de Nederlandse kunstmest- en ammoniakfabrikant Yara uit Sluiskil een contract gesloten om de CO2 die vrijkomt bij de productie van deze producten vanaf 2025 te gaan verwerken. Het gaat om circa 800.000 ton CO2 op jaarbasis, die in Nederland eerst vloeibaar dient te zijn gemaakt, voordat deze naar de CO2-terminal in Øygarden kan worden verscheept.
HVC en CO2-afvang Met de installatie voor het afvangen van CO2 bij de bio-energiecentrale van HVC, is in 2022 2.110 ton CO2 afgevangen. HVC gebruikt deze installatie voor procesoptimalisatie om vervolgens de opgedane kennis en ervaring te benutten voor de grootschalige afvang. HVC heeft een subsidiebeschikking voor grootschalige afvang ten behoeve van inzet in de glastuinbouw ontvangen. Besluitvorming over realisatie van een nieuwe installatie is in voorbereiding. Omdat de glastuinbouw slechts een deel van het jaar CO2 nodig heeft, is CO2 capaciteit beschikbaar. Voor het ondergronds opslaan van CO2 is een vervolg-subsidieverzoek ingediend.
Contextanalyse, najaar 2024
87
4.8.5 Stikstofemissies Piekbelasters zijn bedrijven/installaties gelegen binnen 25 km van overbelaste stikstofgevoelige natuur en bron van ten minste 2500 mol stikstofdepositie per jaar in betreffende gebied. Vier AEC’s (AEB, HVC, ARN en AVR Duiven) zijn aangewezen als piekbelasters met betrekking tot stikstof-uitstoot (zie figuur). Terwijl voor de aanpak van de agrarische bedrijven een meer generieke aanpak wordt gevolgd, gaat het Rijk bij de industriële bedrijven via maatwerk de aanpak per bedrijf vormgeven. Bij HVC mogelijk in 2024-2025.
Uitstoot stikstof in kg/jaar van de piekbelasters industrie.
HVC en stikstofemissies HVC blijft, dank zij de toegepaste rookgasreiniging, met haar stikstofemissies binnen de in vergunningen vastgelegde normen. HVC doet in de rookgasreiniging proeven om te bepalen of de stikstofuitstoot nog verder kan worden beperkt. Daarnaast draagt HVC met haar activiteiten bij aan het verminderen de stikstofuitstoot elders bijvoorbeeld door woningen en bedrijven aardgasvrij te maken. HVC is nog niet benaderd door het ministerie met betrekking tot de aanpak industriële piekbelasting. HVC is wel al langer deelnemer aan de Stikstoftafel van de provincie Noord-Holland met betrekking tot de vermindering van uitstoot.