CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D02 03 Contextanalyse najaar 2024.pdf

Gemeenteraad 27 januari 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken31.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

4.9 Ontwikkelingen per bedrijf 4.9.1 Stilstand AVR in de Botlek door brand In 2024 is de impact van het wegvallen van de 1.300 kiloton AVR capaciteit op jaarbasis voelbaar in de markt. In het voorjaar tijdens de onderhoudstops was het capaciteitsaanbod niet genoeg om de afvalstromen te verwerken. Ook vanwege stilstand als gevolg van ontploffingen van lachgascilinders. Omdat AVR naast eigen export naar landen in Scandinavië en Duitsland door meerdere Nederlandse AEC’s werd geholpen, konden de inzamelaars bij overaanbod van afval het niet meer kwijt. AVR verwacht in het eerste kwartaal van 2025 weer volledig in bedrijf te zijn. De eerste fase van de inbedrijfstelling start volgens AVR begin oktober 2024. AVR heeft inmiddels honderdduizenden tonnen

Contextanalyse, najaar 2024

88

afval in buffers opgeslagen, met name op stortplaatsen van Attero. Na herstart is het de verwachting dat AVR nog geruime tijd nodig heeft om het in de buffers geplaatste afval te verwerken.

4.9.2 Status verkoop AEB Na het eerdere verbod van de Autoriteit Consument & Markt op de overname van AEB door AVR, is gemeente Amsterdam begin 2024 een nieuw verkoopproces gestart. De nascheidingsinstallatie is onderdeel van de verkoop. Belangrijk voor de gemeente Amsterdam is naast de prijs, een partij met langetermijnperspectief en de bereidheid om te investeren in CO2-afvang. Over de verkoop is niet veel bekend. Het boekenonderzoek is gaande. Er wordt gesproken over interesse van enkele partijen. Sommige marktpartijen denken dat AEB wordt verkocht aan een investeringsmaatschappij of helemaal niet. In de Amsterdamse politiek en ook onder inwoners (blijkend uit een recente peiling) zijn er sterk verschillende meningen over: verkopen of in publieke handen houden.

4.9.3 Twence De gemeenten Almelo, Oldenzaal en Twenterand hebben onlangs een akkoord bereikt over de verkoop van hun aandelen in Twence. De andere aandeelhouders (de andere Twentse gemeenten en de gemeente Berkelland) nemen de aandelen over. Details over de deal zijn niet bekend gemaakt. De verwachting is dat zowel de gemeenten als de algemene vergadering van aandeelhouders gaat instemmen met de deal. Het streven is de besluitvorming eind 2024 af te ronden.

4.9.4 Door AVR aangespannen rechtszaken Twence – AVR, hof stemt in met getuigenverzoek AVR De door AVR aangespannen rechtszaak tussen enerzijds AVR en anderzijds Twence en de gemeenten moet duidelijkheid geven over de vraag of Twence en de Twentse gemeenten voldoen aan de voorwaarden van de quasi-inhouse constructie om de verwerking van het gft- en restafval te kunnen inbesteden bij Twence in plaats van die te moeten aanbesteden. AVR heeft hoger beroep aangetekend tegen de uitspaak van rechter van februari 2023 die geen bezwaar zag in de constructie waarop Twence het gft- en restafval van de Twentse gemeenten verwerkt. AVR heeft tien getuigen oproepen voor een verhoor om erachter te komen of Twence informatie achterhoudt in het hoger beroep in de rechtszaak tegen Twence en de Twentse gemeenten. Waar de rechtbank Arnhem-Leeuwarden dit verzoek afwees, heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het oordeel van de rechtbank vernietigd. ACM wijst bezwaar AVR af AVR had een handhavingsverzoek ingediend bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM) omdat de aandeelhoudende gemeenten van Twence zich niet aan de aanbestedingsregels zouden houden en te hoge tarieven aan Twence zouden betalen. Daarmee overtreden ze volgens AVR het bevoordelingsverbod in de Wet Markt en Overheid.

Vorig jaar wees de ACM dat handhavingsverzoek af, omdat een groot deel zich richt op de aanbestedingsregels en de ACM hierop geen toezicht houdt. AVR tekende bezwaar aan, maar in augustus liet de ACM weten het bezwaar ongegrond te verklaren. Volgens de rechtbank Rotterdam heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) terecht geconcludeerd

Contextanalyse, najaar 2024

89

dat een onderzoek naar de contracten tussen aandeelhoudende gemeenten en Twence niet tot een overtreding van de Wet markt en overheid leidt. AVR vs. NV Bar, Irado en Omrin AVR heeft eveneens een rechtszaak aangespannen tegen de wijze waarop NV Bar, Irado en Omrin de verwerking van afval via inbesteding hebben geregeld. AVR is van mening dat de Bar-gemeenten (Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk) de verwerking van hun afval moeten aanbesteden en de inbesteding bij Omrin via Irado niet aan de voorwaarden uit de Aanbestedingswet voldoet. De rechtbank Rotterdam stelde AVR in het ongelijk, maar AVR ging in beroep bij het gerechtshof in Den Haag. Dat gerechtshof heeft in een tussenarrest besloten twee prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie. Specifiek vraagt het gerechtshof aan het Europese hof: • hoe de 80/20-regel dient te worden toegepast, door alleen te kijken naar de omzet van de gecontroleerde rechtspersoon of te kijken naar de omzet van alle entiteiten die genoemde rechtspersoon in haar winst- en verliesrekening consolideert; • indien enkel naar de omzet van de gecontroleerde rechtspersoon moet worden gekeken, hoe dan de omzet van derden moet worden gezien (in het onderhavige geval de omzet van een stortplaats waar overwegend bedrijfsafval wordt gestort).

Met de beantwoording van deze vragen moet duidelijk worden aan welke voorwaarden nu precies voldaan moet worden voor een quasi-inbesteding van afvalverwerking. De procedure bij het Hof van Justitie neemt ongeveer een jaar in beslag. Waarna de procedure bij het gerechtshof Den Haag weer wordt hervat.

Contextanalyse, najaar 2024

90

5 Rioolwaterzuiveringsinstallaties en zuiveringsslib 5.1 Europese en Nederlandse wetgeving 5.1.1 Europese Kaderrichtlijn Water Waterschappen staan voor de opgave om de oppervlaktewaterkwaliteit te verbeteren. Het zuiveren van riool- en afvalwater vindt plaats in rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s). Hoewel RWZI’s al meer dan 85% van de stikstof en 87% van het fosfaat verwijderen, is een extra inspanning nodig om in 2027 te voldoen aan de doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en in 2035 aan nieuwe Europese richtlijnen. In veel waterlichamen zijn de nutriëntengehaltes nog steeds te hoog (Oosterhuis et. al, 2024). De wet voorziet in een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR) voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en cosmetische producten, ter dekking van de kosten van quaternaire behandeling (om microverontreinigingen uit stedelijk afvalwater te verwijderen). Ten minste 80% van de kosten zal door de producenten worden gedekt, aangevuld met nationale financiering. De Nederlandse waterschappen werken onder de naam Dutch Water Authorities samen met Europese en andere internationale partners. De Unie van Waterschappen en de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin) werken in Brussel samen om de belangen van Nederlandse de waterschappen en drinkwaterbedrijven binnen de Europese Unie kenbaar te maken.

5.1.2 Water en bodem sturend Bij de ruimtelijke ordening van Nederland kijken waterschappen naar hoe waterbelangen in de ruimtelijke planprocessen worden meegenomen. De waterschappen vinden dat water sturend moet zijn in de ruimtelijke inrichting. Om de besluitvorming rondom ruimtelijke projecten sneller en makkelijker te maken, is er sinds 1 januari 2024 de Omgevingswet. De Unie van Waterschappen is content met de nieuwe wet. Deze voorziet namelijk in een meer samenhangend stelsel dat inzet op de essentie van ruimtelijke ordening: het transparant en in samenhang wegen van belangen en functies (bron: unievanwaterschappen.nl).

Contextanalyse, najaar 2024

91

5.2 Energie-(en klimaat)neutrale rioolwaterzuiveringsinstallaties 5.2.1 Jaarlijkse Klimaatmonitor Elk najaar brengt Arcadis in opdracht van de Unie van Waterschappen de Klimaatmonitor uit. Hierin is per waterschap gedetailleerd weergegeven wat de klimaatimpact is en hoe deze zich verhoudt tot voorgaande jaren.

Trend verdeling VO2-eq emissies over de verschillende scopes (bron: Klimaatmonitor 2022). Lachgas en methaanemissies op RWZI’s vormen de grootste bron van (fossiele) CO2-eq emissies.

5.2.2 Slibvergisting Waterschappen zijn voortdurend bezig om de RWZI’s te verduurzamen. Daarbij wordt gezocht naar mogelijkheden om slib te gebruiken als bron voor energie of grondstof. Door slib om te zetten in biogas kan groene stroom worden gemaakt. Deze stroom kan worden gebruikt om de RWZI’s van energie te voorzien. Op sommige RWZI’s zorgt dit al voor 100% van de energievoorziening. Waterschappen zijn een belangrijke producent van groen gas. Zo produceert de RWZI van AGV in Amsterdam-west 9,7 miljoen m3 groen gas per jaar en is daarmee de grootste producent van Nederland. Vanuit de nationale overheid wordt groengas productie gestimuleerd. Enkele grote slibgistingsprojecten staan nog op stapel de komende jaren. Niet alleen groen gas productie, maar ook een reductie van het volume aan zuiveringsslib wordt hiermee bewerkstelligd. Waterschappen kijken nadrukkelijk ook naar het afvangen van CO2 vanuit de biogas opwerkingsinstallaties. Zo wordt er onder andere door HH Delfland CO2 geproduceerd voor de glastuinbouw. Voorkeur heeft de inzet van CO2 in de watersector zelf. Voor pH correctie bij de drinkwaterproductie. Deze route is in ontwikkeling.

Contextanalyse, najaar 2024

92

Effect van toename slibvergisting op HVC Het vergisten van slib leidt tot een afname van het organische stof in slib, en dus een absolute afname van de tonnages slib. De slibprognoses van de waterschappen zijn derhalve zeer cruciaal in de capaciteitsplanning van de slibverbrandingsinstallatie en slibdroger van HVC, en daarnaast ook voor de achtervangcontracten met andere slibverwerkers. Ook leidt meer vergisten en beter ontwateren tot dikker slib, dat door HVC moeilijker te verpompen is.

5.2.3 RWZI’s als energie-hubs De huidige problemen in de capaciteit van het elektriciteitsnet (netcongestie) zijn een belemmering voor het behalen van energieneutraliteit. Door zogenaamde energie-hubs is het mogelijk energievraag en aanbod op elkaar af te stemmen, energie op te slaan of om te zetten in bijvoorbeeld waterstof. Een RWZI is een relatief grote energieverbruiker met een relatief continu gebruikspatroon en tal van mogelijkheden voor energieconversie en flexibiliteit. Door de aangescherpte effluenteisen (voortkomende uit de nieuwe EU-wetgeving) zullen RWZI’s de komende jaren aangepast moeten worden. De verwachting is het energieverbruik van RWZI’s toe gaat nemen. Er kunnen ook additionele conversie- of opslagsystemen geplaatst worden zoals een electrolyser of batterij en bij overproductie aan duurzame energie kan de warmte-kracht-koppeling afgeschakeld worden. Met deze maatregelen kan het net ontlast worden en kan een RWZI een gunstige bijdrage leveren aan de vorming van een smart energie-hub. Congestieproblemen kunnen er ook voor zorgen dat uitbreiding van RWZI’s vertraging oplopen. STOWA brengt diverse mogelijkheden in kaart om rioolwaterzuiveringen te gebruiken als smart energy hub10.

5.2.4 Toename CO2-footprint van chemische hulpstoffen Voor het zuiveren van afvalwater worden op verschillende momenten in het zuiveringsproces chemische hulpstoffen gedoseerd. Aan verschillende van deze hulpstoffen zijn in het afgelopen jaren, door uiteenlopende oorzaken, soms tekorten ontstaan, met een sterk prijs-opstuwend effect als gevolg. De verwachting is dat het gebruik van ijzerchloride toeneemt omdat in Europa de effluenteisen worden aangescherpt. Gebruik van chemicaliën brengt een relatief hoge CO2 footprint met zich mee. Reductie van chemicaliënverbruik is derhalve zeer cruciaal. Echter door verscherpte effluenteisen, neemt het gebruik van chemicaliën (coagulanten, PE) waarschijnlijk de komende jaren toe.

10 https://www.stowa.nl/nieuws/stowa-verkent-mogelijkheden-rwzis-als-slimme-energiehubs

Contextanalyse, najaar 2024

93

5.3 Ontwikkelingen rioolwaterzuiveringsinstallaties 5.3.1 Verwijdering van stikstof en fosfor uit afvalwater In 2022 zuiverden Nederlandse RWZI’s 1,81 miljard kubieke meter rioolwater. Dat zijn meer dan 70 duizend olympische zwembaden gevuld met water. De installaties haalden weer meer stikstof en fosfor uit het afvalwater. Ook was de restlozing op het oppervlaktewater voor deze stoffen lager dan in 2021. Rioolwaterzuiveringsinstallaties proberen zoveel mogelijk stikstof en fosfor uit het afvalwater te verwijderen om zo eutrofiering van het oppervlaktewater te voorkomen. In 2022 werd 86% van de aangevoerde stikstofverbindingen (92 miljoen kilogram) verwijderd, dat is 1,4% meer dan in 2021. Ook werd 88 % van de aangevoerde fosforverbindingen (12,9 miljoen kilogram) uit het afvalwater gezuiverd, iets meer dan een jaar eerder. Deze zuiveringsrendementen zijn hoog. Dit is mede het gevolg van de voortgaande verbeteringen in het zuiveringsproces maar ook van het lagere volume afvalwater, waardoor de waterzuiveringsinstallaties beter functioneerden.

5.3.2 Toename medicijnresten en microverontreinigingen Door bevolkingsgroei en vergrijzing neemt het gebruik van medicijnen en de lozing van medicijnresten langzaam toe. Dit blijkt uit cijfers van het CBS en de Emissieregistratie. Via apotheken werd in 2018 1,9 miljoen kilogram werkzame stof per jaar voorgeschreven. Het gebruik van medicijnen zorgt ervoor dat medicijnresten via het toilet in het rioolwater terechtkomen. In totaal ging het in 2022 om 1,4 miljoen kilogram per jaar, waarvan de helft bestaat uit laxeermiddelen zoals Macrogol en Lactulose. Metformine, een anti-diabetesmiddel, heeft daarna met bijna 320 duizend kilogram de hoogste bijdrage.

Contextanalyse, najaar 2024

94

Binnen de Emissieregistratie wordt voor een dertigtal middelen geschat hoeveel er na het zuiveringsproces wordt geloosd op het oppervlaktewater. Sommige medicijnresten, zoals paracetamol, worden goed verwijderd. Toch blijft gemiddeld 40% van de werkzame stof in de restlozing van de rioolwaterzuiveringsinstallaties aanwezig. Voor vrijwel alle middelen geldt dat de restlozing gemiddeld 1 tot 1,5% per jaar toeneemt, evenredig aan de vergrijzing en de bevolkingsaanwas.

5.3.3 Innovatieprogramma microverontreinigingen In het Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit RWZI-afvalwater IPMV zijn vier jaar lang in haalbaarheidsstudies en pilotonderzoeken veelbelovende combinaties van verwijderingstechnieken onderzocht voor medicijnresten en andere microverontreinigingen. Het innovatieprogramma is onderverdeeld in vijf thema’s, inclusief bijbehorende projecten: Poeder-Actiefkool (PAK), Granulair Actief Kool (GAK), Oxidatieve technieken, Alternatieve adsorptiemiddelen en Natuurlijke systemen. In juni 2024 zijn Kamervragen gesteld over de inzet van innovatie waterzuiveringstechnieken. Aandacht is gevraagd voor problemen met onder meer PFAS en medicijnresten in het oppervlaktewater en de noodzaak om extra inzet te plegen op zuivering van afvalwater bij rioolwaterzuiveringsinstallaties. Meerdere acties lopen: een traject waarbij voor alle rioolzuiveringsinstallaties een immissietoets wordt uitgevoerd op het effluent, de inzet op de zuivering van afvalwater via de Subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten en de Ketenaanpak Medicijnresten, de vaststelling van de nieuwe Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater en innovaties onder andere via het Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit RWZI-afvalwater (IPMV). Door de geschetste inspanningen zal naar verwachting de waterkwaliteit verder verbeteren.

Contextanalyse, najaar 2024

95

In het concept van de wijziging van de Richtlijn Stedelijk Afvalwater is voorzien in de invoering van een Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV), waarmee producenten van humane geneesmiddelen en cosmetica zullen gaan meebetalen aan de vierde zuiveringstrap op rioolzuiveringsinstallaties die vallen onder de richtlijn. Na vaststelling van deze wijziging van de richtlijn op Europees niveau, naar verwachting eind 2024, wordt dit geïmplementeerd in Nederland.

5.3.4 Ozon en actief kool Het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is in 2023 gestart met de bouw van een ozoninstallatie op de Rioolwaterzuiveringsinstallatie Horstermeer. Begin 2024 was de bouw van de ozoninstallatie gereed. Ozon in combinatie met actiefkool zorgt ervoor dat 80% van de medicijnresten uit het rioolwater worden gezuiverd. Dit is een voorbeeld van de toepassing van een 4e trap in het zuiveringsproces. Andere waterschappen zijn ook aan het testen met ozon en actief kool of combinaties van deze technieken. Effect van verwijderen medicijnresten bij RWZI’s op HVC De toepassing van een 4e zuiveringsstap op RWZI’s leidt tot een hoger energieverbruik. Aangezien de meeste waterschappen energiecontracten hebben met HVC, is de verwachting dat de energielevering toeneemt. Bij de toepassing van actief poederkool dat in het slib meekomt naar de verwerkers, neemt de calorische waarde van het slib toe. Dat heeft effect op de doorzet in de slibverbrandingsinstallatie. Ook zou het kunnen dat door de toepassing van actief poederkool meer zware metalen en organische verbindingen meekomen in het slib.

5.4 Ontwikkelingen verwerking zuiveringsslib 5.4.1 Algemene ontwikkelingen Bij het zuiveren van communaal afvalwater in rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) ontstaat zuiveringsslib. Dit is een mengsel van vuil en bacteriën. Jaarlijks gaat het om bijna 1,4 miljoen ton ontwaterd slib dat afgevoerd en verwerkt dient te worden. Daarnaast wordt gekeken naar mogelijkheden om slib te gebruiken om energie op te wekken en om grondstoffen uit het slib te winnen. Het landelijk afvalplan schrijft voor dat zuiveringsslib thermisch verwerkt dient te worden. Dit kan door middel van drogen en daarna verbranding op minimaal 850 graden C. Waterschappen laten het slib verwerken door een slibverwerkingsbedrijf. Ongeveer de helft van de waterschappen is als aandeelhouder verbonden aan zo’n bedrijf. In Nederland zijn de belangrijkste slibverwerkingsbedrijven Slibverwerking Noord-Brabant (SNB) in Moerdijk en HVC. De andere helft van de waterschappen laat het slib door een bedrijf ophalen en op contractbasis verwerken. Hierin is slibverwerkingsbedrijf GMB een belangrijke speler. EEW bouwt in Delfzijl een slibverbrandingsoven welke in het najaar va 2024 in bedrijf komt.

5.4.2 Slibverwerkingscapaciteit In 2019 is er een tekort aan verwerkingscapaciteit ontstaan in Nederland. Dit kwam onder meer door het sluiten van de co-verbranding van slib bij AEB. Tevens zijn er plannen gemaakt om de slibdroger van HHNK in Beverwijk te sluiten waardoor er een enorme reductie aan gasverbruik gerealiseerd kan

Contextanalyse, najaar 2024

96

worden. Door de piekende gasprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne in 2022, is tevens de gasgestookte slibdroger van WBL in Limburg gesloten. Begin 2025 sluit ook de laatste van de twee gasgestookte slibdrogers van SCT in Friesland. HVC bouwt nu een nieuwe slibdroger in Alkmaar en EEW realiseert een slibverbrander in Delfzijl waardoor begin 2026 de slibverwerkingscapaciteit in Nederland terug op niveau komt. Het slibgranulaat van de droger van HVC zal o.a. worden verwerkt in bio-energiecentrales, zoals die van HVC zelf in Alkmaar. In Duitsland wordt voorgesorteerd op mono-verbranding, zodat de verbrandingsas gebruikt kan worden voor fosfaatterugwinning. Wetgeving voor fosfaatterugwinning uit slib is aangenomen in Duitsland, Zweden en Zwitserland. Verwacht wordt dat de vraag naar fosfaatrijk slib toe gaat nemen. Waterschappen werken sinds 2021 gezamenlijk aan de uitvoering van het Robuust plan slibeindverwerking. De Unie van Waterschappen zorgt er via een ‘regisseur’ AquaMinerals voor, dat de waterschappen hun slib bij incidenten tijdelijk kunnen opslaan om het later te verwerken. Met twee locaties zijn er huurcontracten gesloten: in Terneuzen en in Delfzijl. Voor het opvangen van calamiteiten, zoals een tekort aan verwerkingscapaciteit, vragen de waterschappen de medewerking van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat.

Impact van marktontwikkelingen op HVC en haar waterschappen? HVC is vanaf eind 2025 de grootste slibverwerker van Nederland met een slibverbrandingsinstallatie en een slibdroger waar meer dan 40% van het Nederlandse slib kan worden verwerkt. Dit brengt ook een maatschappelijke voorbeeldfunctie en de plicht tot operationial excellence met zich mee.

5.5 Grondstoffen uit slib 5.5.1 Terugwinning fosfaat uit zuiveringsslib SNB en HVC leveren fosfaatrijk zuiveringsslib as aan ICL Fertilisers. Begin 2024 zijn er twee nieuwe kunstmestproducten waarin as is verwerkt op de markt gekomen. Hiermee hebben SNB en HVC samen met ICL de eerste fosfaatterugwinningsroute in bedrijf genomen. Aanvullende fosfaatterugwinningsroutes zijn momenteel in ontwikkeling. Het Nederlandse bedrijf SusPhos ontwerpt een fabriek waarin fosfaat uit de verbrandingsassen van zuiveringsslib kan worden gehaald. Deze installatie kan naar verwachting 35.000 kton as verwerken. In het chemisch proces wordt fosfaat in vloeibare vorm uit de as geëxtraheerd. Het bedrijf onderzoekt tevens of de bijproducten van het verwerkingsproces kunnen dienen als grondstoffen voor sectoren zoals de bouw en de cementindustrie. Beoogd is dat de fabriek naast de slibverwerkingsinstallatie van SNB in Moerdijk gerealiseerd wordt. Deze installatie wordt een ‘first of a kind’ installatie. HVC verkent een opschaling van de Rubiphos techniek, op basis van de pilot resultaten in 2023. Effect van (onderzoek naar) fosfaatterugwinning op HVC en haar waterschappen? HVC is samen met SNB koploper als het gaat om de toepassing van technologieën om fosfaat uit as te halen. De baten van deze circulaire activiteiten zijn cruciaal voor de ambities van de waterschappen.

HVC en SNB hebben afgesproken om de ervaringen die uit de verkenningen van bovengenoemde routes voortkomen, met elkaar te delen en waar nodig bij elkaar in te stappen om te komen tot een volwaardige en grootschalige fosfaatterugwinning.

Contextanalyse, najaar 2024

97

5.5.2 Vetzuren en natuurlijke plasticvervanger Caleyda (PHA2USE) In afvalwater zitten vetzuren. Er wordt onderzoek gedaan naar de winning en gebruik van deze vetzuren. STOWA doet onderzoek naar het gedeeltelijk omzetten van primair slib of zeefgoed op RWZI’s in vluchtige vetzuren zodat de biologische fosfaat- en stikstofverwijdering worden verbeterd. Een andere ontwikkeling is de productie van een natuurlijke plasticvervanger. PHA wordt gevormd door actief slib, bacteriën die normaal gesproken organische verontreinigingen afbreken op RWZI’s. De bacteriën gaan PHA produceren als ze extra worden gevoed met vetzuren. Het eindproduct, de biologisch afbreekbare plasticvervanger, wordt Caleyda genoemd. Bedrijven kunnen dit product gebruiken voor toepassingen waar nu plastic voor wordt gebruikt die vervaardigd is uit fossiele brandstoffen (fossiele plastics). Het materiaal heeft de voordelen van plastic maar niet de nadelen. Het is licht en goed in vorm te brengen. Het is verwerkbaar als plastic én volledig biologisch afbreekbaar. Dit materiaal heeft een snelle afbreektijd onder natuurlijke omstandigheden. Binnen een jaar is het in de bodem afgebroken. Fossiele plastics doen daar honderden jaren over en zorgen in de tussentijd voor schadelijke vervuiling met microplastics. Een ander voordeel is dat de plasticvervanger wordt gemaakt uit organische reststromen.

In dit geval uit bacteriën die vrijkomen bij het zuiveringsproces. Die bacteriën concurreren niet met de grondstoffen voor de productie van andere bioplastics. Die grondstoffen zijn namelijk vaak belangrijk voor de voedselproductie, zoals suikers uit mais en palmolie (bron: www.brabantsedelta.nl).

5.5.3 Kaumera Kaumera is een nieuwe biobased grondstof die wordt gewonnen uit slibkorrels die zich vormen bij het Nereda® zuiveringsproces. Door Kaumera uit het gezuiverde slib te halen, hoeft 20-35% minder slib afgevoerd te worden. De eerste productielocatie ligt in Zutphen, een tweede installatie ligt in Epe. Het kan water vasthouden en afstoten, het is brandvertragend en is een uitstekend bindmiddel voor composietmaterialen.

5.5.4 Stikstof Waterschappen moeten voldoen aan gebiedseisen van 75% stikstofverwijdering in effluentwater. Deelstroombehandelingen van N-rijk afvalwater zoals SBR, Sharon en anammox zijn de afgelopen decennia volop onderzocht en toegepast. De laatste jaren wordt onderzoek gedaan naar niet alleen de verwijdering van stikstof (N), maar ook naar de terugwinning. Bijvoorbeeld met luchtwassers en striptechnieken om N vast te leggen in ammoniumsulfaat. Dit kan worden toegepast als meststof. De slibverwerkers SNB, GMB en HVC passen ook N-verwijdering en terugwinning toe. Dit gebeurt door middel van stoomstrippers (SNB en HVC) waar N kan worden vastgelegd in ammoniak voor de inzet in de eigen DeNox-installaties.

Contextanalyse, najaar 2024

98

Ontwikkeling van de rendementen ten aanzien van CZV, BZV, stikstof en fosfaat voor Nederlandse RWZI’s (STOWA, 2017).

6.6.5 Hergebruik afvalwater De EU-landen zullen het hergebruik van gezuiverd afvalwater van alle stedelijke afvalwaterzuiveringsinstallaties waar nodig moeten bevorderen. Waterschappen ontplooien hier ook initiatieven en onderzoek voor, bijvoorbeeld de Ultieme Waterfabriek. De Ultieme Waterfabriek is een samenwerkingstraject van partijen in de watersector die willen laten zien hoe, en onder welke voorwaarden, gezuiverd rioolwater als aanvullende bron voor drinkwater beschikbaar gemaakt kan worden. Een ander voorbeeld is de puurwaterfabriek in Emmen. In de Puurwaterfabriek wordt gezuiverd rioolwater getransformeerd tot ultrapuur water.

5.6 Transport van slib SNB heeft een volledig elektrische vrachtwagen voor het transport van zuiveringsslib besteld. Dit om praktijkervaring op te doen met deze vorm van duurzaam transport. De proef moet uitwijzen of het mogelijk is om het slibtransport op termijn volledig elektrisch uit te voeren en zo de slibverwerking structureel verder te verduurzamen. Dit elektrisch vervoer is een aanvulling op de huidige inzet van biodiesel voor een deel van het vrachtwagenpark dat zuiveringsslib van de RWZI’s naar SNB op Moerdijk vervoert. Voor het laden wordt op het terrein van SNB een snellader van 350 kW geplaatst die wordt aangesloten op het eigen zonnepanelenpark. Omdat geen snellaadcapaciteit op de RWZI’s beschikbaar is, blijft de proef beperkt tot slibtransport in West-Brabant. SNB heeft voor deze aanschaf gebruik gemaakt van een landelijke subsidie waarmee de rijksoverheid de meerkosten vergoed van een emissieloze vrachtwagen ten opzichte van een dieselvrachtwagen, de zogenaamde Aanschafsubsidie Zero-Emissie Trucks.

Contextanalyse, najaar 2024

99

5.7 Overige ontwikkelingen bij waterschappen 5.7.1 Brede investeringsopgave waterschappen Uit het rapport ‘Stikstofproblematiek bij de waterschappen; kansen om opgaven waterkwaliteit te realiseren’ blijkt dat de waterschappen voor de periode 2024-2027 circa 280 projecten in voorbereiding hebben, met een totale bouwsom van € 1,5 miljard. Bijna € 800 miljoen hiervan is nodig voor aanpassing, uitbreiding of nieuwbouw van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Voor herstel van beken en de aanleg van natuurvriendelijke oevers is een investering van € 350 miljoen nodig. Bijna € 200 miljoen gaat naar aanpassing van gemalen, stuwen en vistrappen. De helft van de projecten start dit jaar nog. (Bron: Unie van waterschappen, sept 2024)

5.7.2 Wetterskip Fryslân Eind 2026 loopt het huidige contract van Wetterskip Fryslân met SNB in Moerdijk af. SNB verwerkt alle ontwaterde rioolslib verder door het te verbranden. Wetterskip Fryslân wil het ontwaterde zuiveringsslib na 2026 door een extern bedrijf laten verwerken. Uit onderzoek blijkt dat met een externe eindverwerking van slib meer klimaatwinst is te behalen dan bij het zelf vergisten van zuiveringsslib en het omzetten van het hierbij vrijkomende biogas voor eigen gebruik. Het zuiveringsslib afkomstig van de 27 Friese RWZI’s wordt centraal ontwaterd in een slibontwateringsinstallatie (SOI) in Heerenveen. Omdat de huidige installaties en bedrijfsgebouwen verouderd zijn, is de bouw van een nieuwe slibontwateringsinstallatie in Heerenveen gestart. De totale investering bedraagt € 38 miljoen. Het totale project is in de zomer van 2025 klaar.

5.7.3 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht HVC werkt samen met waterschap Amstel, Gooi en Vecht aan de bouw van windpark RWZI-West, bestaande uit vier windmolens op de locatie van de Rioolwaterzuiveringsinstallatie in Amsterdam-West. Naar verwachting kunnen de windmolens eind 2025 groene stroom gaan produceren. De windturbines gaan circa 21.000 MWh per jaar produceren. Samen met het eerder door het waterschap gerealiseerde zonnepark en de groengasinstallaties, wordt het waterschap met de realisatie van dit windpark in 2025 volledig energieneutraal.

5.7.4 Hoogheemraadschap Hollands Noorder Kwartier, Zuiderzeeland en WSHD Bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie Geestmerambacht in Warmenhuizen gaat het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) een centrale slibvergister realiseren. Daar wordt het zuiveringsslib van de zes zuiveringen waar nu nog geen slibgisting plaats vindt, naar verwachting vanaf 2027 vergist. Het geproduceerde biogas, naar verwachting 2,3 miljoen m 3 per jaar, wordt opgewerkt in een groengasinstallatie. Om haar klimaatambities te realiseren, gaat HHNK tevens investeren in groengasinstallaties bij bestaande vergistingsinstallaties. Daarnaast onderzoekt HHNK de mogelijkheid voor het realiseren van windturbines bij de waterzuiveringen Geestmerambacht en Wervershoof.

Contextanalyse, najaar 2024

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2196/documents/40474