D02 01 Bijlage bij Nota - Rapport-ImpactanalyseLelylijn.pdf
Tekst van het document
Ook komen er meer mensen met een lagere SES, vanwege de toename aan sociaal huuraanbod. Dit betreft een toestroom van ‘nieuwe inwoners’ ten opzichte van wat er al is. Voor een gemeente zoals de NOP met een sterke lokale identiteit, is dit van invloed op de (ervaren) sociale cohesie. De nieuwe inwoners van buiten de gemeente, delen niet dezelfde geschiedenis en zullen niet hetzelfde ‘ons-kent-ons’gevoel ervaren dat deze gemeente zo kenmerkt. Het is bovendien denkbaar dat een sterke concentratie van nieuwbouw in het centrum van Emmeloord in de vorm van bijvoorbeeld hoogbouw (waarbij minder ruimte en/of aandacht is voor het ‘creëren van een buurt(gevoel)’) het gevoel van anonimiteit onder inwoners versterkt, en daarmee de sociale cohesie wat doet afnemen. Deze verhuizingsstroom vindt echter niet van de ene op de andere dag plaats: deze stroom neemt waarschijnlijk echt vlucht als de andere effecten van de komst van de Lelylijn (zoals meer economische bedrijvigheid door een beter vestigingsklimaat) materialiseren. Dit biedt tijd en gelegenheid om als gemeente keuzes te maken in hoe er wordt gebouwd in Emmeloord en hoe de huidige inwoners worden meegenomen in deze ‘toekomst-transitie’, die weer invloed heeft op hoe de sociale cohesie verandert. Impact voor voorzieningendruk De uitbreiding van Emmeloord trekt meer arbeidskrachten naar de gemeente, die er door de tekorten 63
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
in bepaalde sectoren gemakkelijk werk kunnen vinden. Dit komt het beschikbare aanbod van voorzieningen ten goede. Allereerst is daardoor een stijging van het zorgaanbod in met name Emmeloord te voorzien, omdat het voor jonge zorgprofessionals aantrekkelijker wordt om zich in Emmeloord te vestigen. Daarnaast komt de betere bereikbaarheid van Emmeloord het vestigingsklimaat – ook voor zorgbedrijven – ten goede. Doordat de toename in de vraag naar zorg zich in scenario 1 hoofdzakelijk binnen Emmeloord zal concentreren, wordt Emmeloord voor deze bedrijven een aantrekkelijke plaats om aan nieuw zorgaanbod te werken. Maar ook op het gebied van onderwijs kan dit tot verbeteringen leiden, doordat bestaande/nieuwe onderwijsinstellingen gemakkelijker aan personeel kunnen komen. Een groter aantal starters en gezinnen dat naar Emmeloord komt, betekent (in de toekomst) ook een toenemende vraag naar goed onderwijs, waardoor deze stijging in het voorzieningenaanbod hier ook nodig zal zijn. Ten tweede: Doordat er in dit scenario meer geconcentreerd aanbod is aan sociale huurwoningen, zal het bevolkingsaandeel met een lagere SES dat van buiten de regio naar Emmeloord verhuist naar verwachting toenemen.
Waar de druk op gemeentelijke voorzieningen en stapeling van voorzieningen in de gemeente Noordoostpolder nu relatief laag is (vergeleken met het landelijk gemiddelde) zal deze naar verwachting wat toenemen, met name waar het sociale zekerheidsvoorzieningen betreft, zoals de bijstand uit de Participatiewet.
Tegelijkertijd zorgt een beter vestigingsklimaat voor bedrijven in Emmeloord, ook voor meer werkgelegenheid. Afhankelijk van de sectoren waar de gemeente in investeert, kan dit ervoor zorgen dat meer kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt (door een lagere SES; of niet-Westerse migratieachtergrond) gemakkelijker aan een baan komen, wat een verwachte grotere druk op de sociale zekerheid deels ook weer kan afvangen. Over het algemeen is daardoor bij scenario 1 te verwachten, dat de voorzieningendruk en het voorzieningenaanbod beiden toenemen, waardoor dit redelijk in balans blijft — mede doordat het zich min of meer in Emmeloord concentreert. Geraadpleegde bronnen: Onderzoek wonen met zorg en ondersteuning in Flevoland (1 maart 2023). Companen. Provincie Flevoland. Tordoir, P. (2023). Noordoostpolder en Lelylijn: economische effecten en kansen. Waarstaatjegemeente.nl.
64
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
6.3 Maatschappelijk impact Scenario 2: NOP Uitbreiden
ONTWIKKELING VAN DE BEVOLKINGSSAMENSTELLING In scenario 2 zal het grootste deel van de 5.000 bij te bouwen woningen zich concentreren rondom een station ten zuiden van Emmeloord, in een grotendeels nieuw te bouwen wijk. Hiervan is ongeveer 30% sociale huurwoningen. Een vergelijkbaar aandeel van de nieuwe woningvoorraad zou kunnen bestaan uit nieuwe woningen voor senioren. Naast de toename van dit woningaanbod voor de laagste inkomens en voor senioren, neemt ook de bereikbaarheid van de regio toe in dit scenario. De bevolkingsdichtheid in de gemeente Noordoostpolder zal ook in scenario 2 een impuls krijgen, maar er zullen waarschijnlijk verschillen zijn in hoe de bevolkingssamenstelling zich ontwikkelt t.o.v. scenario 1. Veranderende bevolkingssamenstelling door uitbreidende woningbouw Er is in dit scenario minder sprake van doorstroom (vanwege verhuizende senioren): senioren die in het centrum van Emmeloord wonen verhuizen in minder grote getale naar de nieuwe wijk. Er is wel toestroom van senioren vanuit buiten de regio te verwachten, voor wie dit aantrekkelijk zou kunnen zijn vanwege lagere huizenprijzen. Dit scenario biedt mogelijk ook meer mogelijkheden voor de andere aandachtsgroepen die in de onder-
zoeken van ABF en Companen worden uitgelicht, te weten a) de kwetsbare jongeren/jongvolwassenen, uitstromers uit beschermd wonen/maatschappelijke opvang en zelfstandige mensen die begeleiding krijgen uit de WMO of WLZ, zonder eerst in een instelling te hebben gewoond. Voor deze groep is de toename van een sociaal woningaanbod in een nieuwe wijk mogelijk wel aantrekkelijk. Tegelijkertijd wordt de nieuwe wijk in scenario 2 ook aantrekkelijk voor hoger opgeleiden van buiten de regio. In de nieuwe wijk kan gemakkelijker een woningaanbod worden gerealiseerd dat aan de specifieke wensen van deze doelgroep tegemoet komt (ruime woningen met groen in de nabijheid). Voor deze groep kan het bovendien aantrekkelijker zijn om te verhuizen naar een nieuwe wijk, ten opzichte van een wijk in Emmeloord of de dorpen waar zij nadrukkelijk de ‘nieuwkomers’ zijn. In scenario 2 is daarom de sterkste instroom van hoger opgeleiden van buiten de regio te verwachten, vergeleken met de andere scenario’s. Veranderende bevolkingssamenstelling door toenemende werkgelegenheid Een beter vestigingsklimaat voor bedrijven in Emmeloord, vanwege de betere bereikbaarheid, zorgt ook voor meer werkgelegenheid. Het nieuwe karakter van de wijk die in scenario 2 zou ontstaan en de ruimte die dit biedt om richting te geven in het kader van verduurzaming en vergroening, bieden wellicht extra mo65
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
gelijkheden/kansen voor investeerders/ondernemers. Dit scenario leidt in grotere mate tot vernieuwingen in de economie van de gemeente Noordoostpolder. Dit draagt er mogelijk toe bij dat kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt (door een lagere SES; of niet-Westerse migratie-achtergrond) gemakkelijker aan een baan komen, wat een verwachte grotere druk op de sociale zekerheid deels ook weer kan afvangen. Het biedt echter ook — mogelijk meer nog dan in scenario 1 — kansen voor hoogopgeleide jonge professionals van zowel binnen als buiten Emmeloord/de regio (e.g. expats), voor wie er interessante baankansen ontstaan in het ‘toekomstbestendig’ maken van de nieuwe wijk. Net als in scenario 1 is te verwachten dat in dit scenario, jongeren tijdens en na hun opleiding gemiddeld vaker in of rondom Emmeloord blijven wonen. Hoger onderwijsinstellingen in bijvoorbeeld Amsterdam en Groningen zijn ook in scenario 2 ineens een stuk beter bereikbaar voor jongeren uit Emmeloord. Het aantal thuiswonende studenten zou in dit scenario aanzienlijk kunnen toenemen, wat ook de kans vergroot dat jongeren na hun studie in/ rondom Emmeloord blijven wonen en werken, mede doordat de werkgelegenheid ook toeneemt. SOCIAAL EN MAATSCHAPPELIJK Impact op sociale cohesie In scenario 2 concentreert de bevolkingsgroei zich in een nieuwe wijk, die buiten het centrum van
Emmeloord ligt. Wat het verschil tussen het centrum van Emmeloord en deze nieuwe wijk betreft, is het te verwachten dat de sociale cohesie binnen Emmeloord zich iets minder positief ontwikkelt dan in scenario 1. De nieuwe wijk die bij station Emmeloord-Zuid zal ontstaan, is nadrukkelijk een nieuw onderdeel van Emmeloord dat de huidige bewoners niet kennen. Het feit dat er veel nieuwe inwoners in de stad komen wonen die niet dezelfde geschiedenis en achtergrond hebben als de huidige inwoners, kan daardoor sterker worden beleefd. Binnen de nieuwe wijk is de ontwikkeling op sociale cohesie wel positief. De nieuwe buurt moet grotendeels nog ontstaan en de wijk krijgt van meet af aan een eigen karakter, waarmee de bevolking die zich er vestigt zich identificeert. Het ‘pioniersgevoel’ dat de NOP eigen is, ontstaat in feite opnieuw in deze nieuwe wijk. Bovendien is er meer ruimte om in de bouw van de nieuwe wijk rekening te houden met een inrichting die het buurtgevoel bevordert, met brinken, pleinen en andere ontmoetingspunten. Ten opzichte van de rest van Emmeloord zal deze sociale cohesie mogelijk in mindere mate aanwezig zijn. Er komen veel mensen van buiten Emmeloord in de wijk wonen, waaronder bv. ook hoogopgeleide migranten (e.g. expats) die minder met de oude kern van Emmeloord hebben.
In die zin ontstaat er in een dergelijk scenario een groter contrast tussen ‘oud’ en ‘nieuw’. Deze wijk en toestroom is er echter niet van
de een op de andere dag. Dit biedt ook tijd en ruimte om als gemeente maatregelen te treffen die ertoe bij kunnen dragen dat de nieuwe wijk meer gaat voelen als onderdeel van Emmeloord. Impact op voorzieningendruk De toestroom van jonge starters en jonge gezinnen naar Emmeloord-Zuid gaat ook in scenario 2 de vergrijzing in de gemeente Noordoostpolder tegen. Bovenal kan dit echter ook in dit scenario — net als in scenario 1 — bijdragen aan de stijging van het zorg/ onderwijsaanbod in met name Emmeloord. Voor jonge professionals wordt het namelijk aantrekkelijker om zich in Emmeloord te vestigen, door het grotere woningaanbod en de betere bereikbaarheid. Waar in scenario 1 de vraag om voorzieningen zich meer zou concentreren in het centrum van Emmeloord, is deze vraag in scenario 2 meer gespreid over het centrum én de nieuwe wijk. Voor scenario 2 geldt daarnaast nog steeds dat een stijging van het sociaal woningaanbod, ook aantrekkelijk is voor starters/ mensen met een lagere SES van binnen én buiten de regio. Dit kan ook de vraag naar sociale zekerheidsvoorzieningen vergroten. De aantrekkelijkheid van de nieuwe wijk voor kwetsbare groepen, kan daarnaast ook leiden tot een toename van een beroep op WMO en WLZ-voorzieningen in de gemeente. Qua voorzieningenaanbod komt de betere bereikbaarheid van Emmeloord het vestigingsklimaat — ook 66
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
voor zorgbedrijven — ten goede. Doordat de toename in de vraag naar zorg zich ook in scenario 2 hoofdzakelijk binnen Emmeloord zal concentreren, wordt Emmeloord voor deze bedrijven een aantrekkelijke plaats om aan nieuw zorgaanbod te werken. Net als in scenario 1 is het wellicht te verwachten dat deze baten ook voelbaar zullen zijn in heel Emmeloord (ook buiten de nieuwe wijk), maar slechts in beperkte mate de bereikbaarheid van zorg/voorzieningen voor de dorpen ten goede zullen komen. Over het algemeen zou je bij scenario 2 kunnen verwachten, dat de druk op gemeentelijke voorzieningen en het voorzieningenaanbod beiden toenemen (ook wat sociale zekerheid betreft). Wel wordt het een uitdaging hoe deze goed te verspreiden tussen het centrum van Emmeloord en de nieuwe wijk. Dit ligt echter ook aan de keuzes die de gemeente hierin maakt. Ook vergt dit voor voorzieningen als onderwijs mogelijk een andersoortige inzet vanuit de gemeente: de verhuizingsstroom zorgt net als in scenario 1 voor een toestroom van potentieel onderwijspersoneel, maar waar in scenario 1 meer gebruik kan worden gemaakt van reeds bestaande schoolgebouwen, vraagt scenario 2 mogelijk meer om de bouw van nieuwe scholen en vergelijkbare voorzieningen. Geraadpleegde bronnen: Onderzoek wonen met zorg en ondersteuning in Flevoland (1 maart 2023). Companen. Provincie Flevoland.
67
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
6.4 Maatschappelijk impact Scenario 3: NOP Spreiden
ONTWIKKELING VAN DE BEVOLKINGSSAMENSTELLING
waar zij van begin af aan deel van zijn, is de toestroom van deze doelgroep lager dan in scenario 2.
Veranderende bevolkingssamenstelling door gespreide woningbouw In scenario 3 zullen de 5.000 bij te bouwen woningen zich niet concentreren in één kern, maar meer worden verspreid over de gemeente. Ervan uitgaande dat de te bouwen sociale huurwoningen moeilijker te realiseren zijn in de andere dorpen, zal de sociale woningbouw naar verwachting alsnog vooral in/rondom het centrum van Emmeloord plaatsvinden. Voor senioren kan het woningaanbod mogelijk meer worden gespreid over de gemeente, omdat bij deze groep voor meerdere inkomensklassen kan worden gebouwd. Daarnaast kan dit scenario voor twee doelgroepen interessante nieuwe woonruimte bieden: Midden-opgeleide beroepsbevolking van binnen de gemeente: deze zijn naar verhouding vaak werkzaam in de verschillende kernen rondom Emmeloord. Wanneer in de dorpen meer woningaanbod beschikbaar komt voor deze groep, is het voor deze groep aantrekkelijk om te gaan wonen in het dorp waar zij werkzaam zijn.
Er ontstaat hierdoor dus een gemengde instroom van midden-opgeleide mensen van binnen de gemeente en hoogopgeleide mensen van buiten de gemeente. Allereerst: de realisatie van nieuwe woningen voor senioren in het centrum van Emmeloord biedt in dit scenario ook kansen voor het realiseren van betere doorstroom op de woningmarkt (zij het minder dan in scenario 1, omdat het aandeel woningen wat hier wordt gebouwd lager zal zijn). Toestroom (van senioren) vanuit bv. de Randstad zal naar verwachting aanmerkelijk lager zijn dan in scenario 1 en 2, omdat bereikbaarheid een minder grote rol speelt.
Hoogopgeleide beroepsbevolking van buiten de gemeente: deze groep hecht belang aan ruime woningen, in de nabijheid van groen. Dit is in scenario 3 eenvoudiger te realiseren dan in scenario 1, en in meer vergelijkbare mate te realiseren als in scenario 2. Omdat dit mogelijk minder aantrekkelijk is voor deze groep dan een gehele nieuwe wijk die nog moet ontstaan,
Veranderende bevolkingssamenstelling door betere bereikbaarheid Qua vestigingsklimaat voor bedrijven brengt scenario 3 naar verwachting te weinig teweeg om dit aanzienlijk te vergroten, waardoor de economie en werkgelegenheid in Noordoostpolder wellicht groeien, maar niet drastisch veranderen. De bereikbaarheid van de gemeente Noordoostpolder neemt in scenario 3 ietwat toe vergeleken met de huidige bereikbaarheid, maar de gemeente krijgt niet dezelfde ‘pull factor’ als in scenario 1 en 2. De bevolkingsdichtheid in de gemeente Noordoostpolder zal in scenario 3 dus een lichtere impuls krijgen en er zullen verschillen zijn in hoe de bevolkingssamenstelling zich ontwikkelt t.o.v. scenario 1 en 2. 68
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
De bereikbaarheid verbetert wel in zulke mate dat jongeren in scenario 3 tijdens en na hun opleiding gemiddeld vaker in of rondom Emmeloord blijven wonen — zij het in mindere mate dan in scenario 1 en 2. Via bepaalde knooppunten is het nog steeds eenvoudiger een IC-treinverbinding te bereiken, vergeleken met de huidige situatie. Het aantal thuiswonende studenten neemt in dit scenario ook ietwat toe, wat ook de kans vergroot dat jongeren na hun studie in/rondom Emmeloord blijven wonen en werken. Urk, Nagele en Lemmer gaan er in dit scenario wat dit betreft mogelijk zelfs op vooruit, ten opzichte van scenario 1 en 2. SOCIAAL EN MAATSCHAPPELIJK Impact op sociale cohesie Ook in scenario 3 is enige bevolkingsgroei te verwachten, die zich echter meer verspreidt over de gemeente Noordoostpolder. De dorpen in Noordoostpolder zijn ook aantrekkelijk voor midden-opgeleiden uit de gemeente en hoogopgeleiden van buiten de gemeente. Op het vlak van sociale cohesie is de impact beperkt. Een deel van de nieuwe inwoners komt zelf uit de Noordoostpolder en kent de gemeente en de cultuur goed. Slechts een beperkt deel komt van buiten de gemeente en dit deel verspreidt zich ook over een groter deel van de gemeente dan in scenario 1 en 2 het geval is, wat de impact op de sociale cohesie ook beperkt.
Er is geen sprake van een concentratie van een ‘nieuwe groep’ inwoners, waarmee de huidige bevolking zich gaat verhouden.
Omdat de bevolkingssamenstelling in scenario 3 naar verwachting het minste zal veranderen t.o.v. de andere scenario’s, is de impact op de sociale cohesie voor dit scenario wellicht het meest gering. Emmeloord en de dorpen gaan zich niet drastisch anders ontwikkelen (ten opzichte van elkaar) dan nu het geval is. Wel is het denkbaar dat er meer jeugd in de dorpen blijft wonen die in dit scenario ook een station krijgen, vergeleken met de huidige situatie. Hetzelfde geldt voor Emmeloord, maar in mindere mate dan in scenario 1 en 2. Als jeugd die afkomstig is uit de Noordoostpolder hier ook na de studie blijft wonen, komt dat de sociale cohesie wel enigszins ten goede. Impact op voorzieningendruk In scenario 3 neemt zowel de druk op voorzieningen als het voorzieningenaanbod beiden ietwat toe. Wel wordt het een uitdaging hoe deze goed te verspreiden tussen Emmeloord en de rest van de gemeente, omdat er mogelijk geen sprake is van een bepaalde bevolkingsconcentratie die het draagvlak versterkt voor bepaalde voorzieningen. Wel concentreert de bevolking met een lagere SES zich meer in Emmeloord vanwege de intensieve sociale woningbouw aldaar, waardoor de vraag om armoede-gerelateerde voorzieningen zich meer in Emmeloord zal blijven concentreren.
Effecten van vergrijzing worden in dit scenario in mindere mate tegengegaan door minder toestroom van jongere bevolkingsgroepen dan in de andere scenario’s. Voor jonge zorg- en onderwijsprofessi-
onals kan het gezien de vraag (die an sich al in de Noordoostpolder aanwezig is) nog steeds aantrekkelijk zijn om zich in de gemeente te vestigen, door het grotere en goedkopere woningaanbod en de betere bereikbaarheid. Dit ligt echter ook aan de keuzes die de gemeente hierin maakt. Sociale cohesie Instroom is een mix van midden-opgeleiden van binnen de gemeente en hoogopgeleiden van buiten de gemeente. Doordat nieuwe inwoners deels uit de gemeente zelf komen en inwoners zich meer over de gemeente (Emmeloord en de dorpen) verspreiden, blijft de impact op de sociale cohesie heel beperkt. Voorzieningendruk Vraag om voorzieningen neemt toe door bevolkingsgroei, maar spreidt zich meer over de gemeente. Het wordt een uitdaging om het voorzieningenaanbod goed te verdelen over Emmeloord en de dorpen. De vraag om armoedevoorzieningen concentreert zich mogelijk wel meer in Emmeloord doordat de sociale woningbouw zich hier meer concentreert. Het aanbod aan voorzieningen neemt tegelijkertijd ook toe, doordat de gemeente nog steeds aantrekkelijker wordt voor bv. zorg- en onderwijsprofessionals. Geraadpleegde bronnen: Tordoir, P. (2023). Noordoostpolder en Lelylijn: economische effecten en kansen.
69
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
6.5 Effecten op een rij Plussen en minnen
Plussen en minnen
Scenario 0 — NOPE
Scenario 1 — NOP Centreren
Plussen + Er is geen aanleiding voor extra groei, waardoor de bestaande sociale samenhang blijft + Er is geen ruimte nodig voor extra woningbouw + Er hoeven nu geen ingewikkelde keuzes gemaakt te worden + Het leven in en de identiteit van de Noordoostpolder blijft goeddeels wat het is
Plussen + Het bestaande centrum (waar momenteel al veel energie en investeringen naar toe gaan) van Emmeloord wordt versterkt en kan zich verder doorontwikkelen + Geconcentreerde woningbouw vraagt het minste gebruik van agrarische ruimte + Bestaande plannen en investeringen in Emmeloord kunnen worden versterkt door een centraal gelegen station + Grootste economische effect door concentratie van functies rond het station + Grootste effect op mobiliteitstransitie door sterke mobiliteitsknoop en veel functies en activiteiten rond het station + Woningbouw sluit goed aan op behoefte die in woonvisie wordt benoemd + Station komt in het midden van het assenkruis te liggen (cultuurhistorisch)
Wel een Lelylijn, geen station
Minnen — Vergrijzing neemt toe en de bevolking stabiliseert. Hierdoor komen voorzieningen onder druk te staan en verandert de verhouding tussen (zorg)vragers en dragers — De economie blijft last houden van de moeilijke toegang tot talent, wat een beperkende factor is in de economische ontwikkeling van de polder — Jongeren verlaten de polder om elders te studeren en hun leven op te bouwen — Het is moeilijk om invulling te geven aan de behoefte aan andere vormen van mobiliteit: de gemeente blijft een autogemeente — Als de Lelylijn wordt aangelegd zonder station in Emmeloord, wordt de Noordoostpolder letterlijk gepasseerd. Het gevoel van afstand tussen stad en platteland kan hierdoor verder gevoed worden
Station in het hart
Minnen — Het contrast tussen Emmeloord en de dorpen wordt groter — De maatschappelijke opbouw verandert en er is een kans op instroom van kwetsbare doelgroepen — Er is geen directe aanleiding om landschappelijke opgaven te koppelen aan de Lelylijn — De dorpen profiteren minder mee — Dit scenario plaatst bestaande plannen en initiatieven in de omgeving in een ander perspectief: dit veroorzaakt op korte termijn al keuzes die voorsorteren op de komst van de Lelylijn 70
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Plussen en minnen
Plussen en minnen
Scenario 2 — NOP Uitbreiden
Scenario 3 — NOP Spreiden
Plussen + De Noordoostpolder krijgt er een centrum bij. Naast het centrum van Emmeloord, komt er een centrum aan de zuidwestzijde bij, ter aanvulling op huidige voorzieningen + De kans kan aangegrepen worden om een duurzame meervoudige mobiliteitshub te ontwikkelen, vlakbij de snelweg + Nieuwe agenda’s, programma’s en transities kunnen worden opgepakt. Er is de mogelijkheid tot veel verenigingsruimte (op de nieuwe kenniscampus) en ‘de nieuwe polder experience’ + Dit scenario zorgt voor een nieuwe instroom mensen van buiten de Noordoostpolder, veel kenniswerkers met een bèta achtergrond die de natuur als nieuwe drager aantrekkelijk vinden + De locatie is ook toegankelijk voor Urk en (gedeelde) opgaven in de tussenruimte kunnen worden opgepakt
Plussen + Meerdere dorpen profiteren mee + De woningbouwopgave kan verspreid worden over meerdere dorpen + Het voorzieningenniveau kan in sommige dorpen uitgebreid worden + Landschappelijke opgaven kunnen worden aangepakt — vrijkomende boerenerven, kleine “groene eilanden” kunnen worden ingezet en herontwikkeld. + Bestaande polderstructuren kunnnen aangezet worden en recreatief aantrekkelijker worden gemaakt
Station op de flank
Minnen — Het stijgende voorzieningenniveau in ‘het tweede centrum’, kan gaan concurreren met het huidige centrum. Dit moet meegenomen worden in ontwerp en inrichting — Woningbouw heeft een relatief grote landbouwgrondinname en dit kan zorgen voor weerstand — De dorpen profiteren minder mee — De ‘nieuwe NOP-er’ kan in beginsel spannend zijn voor huidige bewoners Het station zal hoogstwaarschijnlijk aan de zuidzijde van de snelweg komen te liggen, waardoor vanuit de kern Emmeloord altijd een brug of tunnel noodzakelijk is om het station te bereiken. Kan negatief zijn vanuit belevingswaarde als hier geen ontwerpaandacht aan wordt geschonken.
Meerdere stations
Minnen — Minder HOV-lijnen zijn mogelijk, er is minder centraliteit in het netwerk georganiseerd — De auto blijft een relatief grote rol spelen — Huidige uitdagingen blijven — Doordat er geen nieuwe aanwas aan bewoners in de NOP komt, zal ook vergrijzing op huidig tempo doorgaan — Er is een dreiging voor niet voldoende (zorg)personeel. Waar komen arbeiders vandaan? — Er is geen directe reden om opgaven aan te pakken — Het verschil tussen dorpen groeit — De kwaliteit van de stationsgebieden zal minder zijn omdat investeringen over drie stations verspreid moeten worden
71
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
HOOFDSTUK 7
LESSEN
72
7 — LESSEN
1
3
5
De scenario’s laten zien dat er iets te kiezen valt! De locatiekeuze van het station, de manier waarop het stationsgebied wordt ontwikkeld en hoe de dorpen en het landschap verbonden zijn met het station, zorgen voor verschillende toekomstbeelden voor de inwoners, ondernemers en bezoekers van de Noordoostpolder. Dit betekent dat visie en durf om te kiezen nu belangrijk is!
Een station met woningbouw geeft een impuls aan sociaal-maatschappelijke agenda’s. De extra woningbouw die de gemeente koppelt aan het station trekt een nieuwe generatie pioniers aan. Dit kan de effecten van vergrijzing en bijbehorende maatschappelijke problematieken tegengaan.
Van dorp tot stad: het station reikt tot in de dorpen. Het nieuwe station is de centrale hub en het kloppend hart van de polder waar alle soorten van vervoer comfortabel, sociaal veilig en efficiënt samenkomen. Daarbij hoort het stimuleren actief verkeer (lopen en fietsen) naar het station door het maken van aantrekkelijke verbindingen. Het station wordt versterkt door de aanleg van een aantal HOVlijnen (Emmeloord-Tollebeek-Urk, EmmeloordMarknesse-Steenwijk en Emmeloord–Ens-Kampen/ Zwolle) die het station voor een groot aantal mensen dichtbij brengt. Binnen de polder hoort daar ook een fijnmazig netwerk van OV op maat bij, deelmobiliteit om ook de dorpen en verspreide werkgevers bereikbaar te maken en voldoende parkeerplekken bij het station. Dit betekent dat ook de dorpen kunnen profiteren en meegroeien door een station in Emmeloord.
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
2
Het bedrijfsleven profiteert van de Lelylijn en de economie wordt sterker met een station. De toegang tot talent is de sleutel tot de toekomst van de (innovatieve) economie van de NOP. De Lelylijn vormt een grote impuls in de toegankelijkheid voor talent van buiten en voor het (blijven) wonen van talent in de polder. De NOP is een toonaangevend innovatielab van de agrifood sector, sterk in metaal en testcentrum voor mobiliteit en infrastructuur (MITC). De NOP heeft hoogopgeleide mensen nodig die de sterke economie verder brengen. De Lelylijn brengt deze knappe koppen dichterbij - zorg er met het bedrijfsleven voor dat de stationsomgeving bruist van deze innovaties. Hoe sterker en meer gemengd een stationsomgeving is, des te sterker dit economische effect. Dit pleit voor een station bij het centrum van Emmeloord.
4
De bevolkingssamenstelling verandert. Of dit een probleem is, hangt af van tempo, ontwerp, soort woningen, houding en opvatting. Met extra woningbouw komen er mensen van buiten naar de Noordoostpolder. Dit past bij het karakter van de polder (Noordoostpoldenaren zijn immers allemaal nieuwkomers), maar geeft wel een ander toekomstbeeld dan het huidige perspectief van afvlakkende groei. Door te sturen op tempo en woonmilieus kan de gemeente beïnvloeden welke doelgroepen zich aangetrokken voelen. Door te sturen op woonmilieus die door eigen inwoners gevraagd worden en door het tempo van extra woningbouw niet te hoog te leggen kan een goede balans van doorstroming van Noordoostpoldenaren en ruimte voor nieuwkomers bereikt worden.
6
Een tracé gebundeld aan de A6 past het beste bij de kernkwaliteiten van de Noordoostpolder. Een gebundelde ligging voorkomt doorsnijdingen van de typische landschappelijke kamers waaruit het wederopbouwgebied van nationale betekenis bestaat en zorgt voor zo min mogelijk versnippering van het buitengebied.
73
7 — LESSEN IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
7
8
10
De locatie van het station doet ertoe. Een station bij het centrum van Emmeloord versterkt het bestaande hart van de polder, maar confonteert de gemeente ook met de vraag of zij nu al keuzes wil maken die voorsorteren op de komst van het station. Maakt de gemeente nu de juiste keuzes voor de gebieden rond het centrum als er straks een station komt? Een station aan de rand van Emmeloord kan juist een heel nieuw type plek toevoegen aan de polder, en deze kan ingevuld worden los van de bestaande ontwikkelingen in Emmeloord. Je kunt bij een station ver weg van het centrum als gemeente wachten met het maken van ingrijpende keuzes. Het resultaat is echter wel een plek die qua voorzieningen en OV concurreert met het bestaande centrum. De positieve impact van een station nabij het centrum lijkt vanuit economische impact en het effect op Emmeloord op te wegen tegen de complexe keuzes die hierbij komen kijken. Bovendien leiden keuzes (zoals meer bouwen rond het centrum) ook tot positieve effecten in het geval dat de Lelylijn er uiteindelijk toch niet zou komen. Dit pleit voor de keuze voor een station dichtbij het centrum.
De kwaliteit van het stationsgebied moet uitstekend zijn. Daarop moet de gemeente nu al (hoog) inzetten. Dit gaat om de inzet voor het ontwerp van het station en de stationsomgeving, de intensiteit van het gebruik van het stationsgebied, maar ook de frequentie en kwaliteit van de verbindingen. Meer en snellere treinen zorgen voor een beter gebruikt gebied. Dit pleit eerder voor één sterk station, dan meerdere kleine stations en een scenario met snelle treinen naar grote steden in plaats van een lijn met veel stopplekken.
Het tracé en het station zijn ook een landschappelijke ontwerpopgave. Ga voor een ‘treinpanorama’ waarbij nagedacht wordt over het beleven en beschermen van het monumentale landschap, zowel vanuit de trein als vanuit de polder.
9
Zorg ervoor dat iedereen meedoet. De sociale samenhang in de NOP is groot en voorkomen moet worden dat het station zorgt voor grotere tegenstellingen tussen mensen. De komst van de Lelylijn moet ook voor mensen in de dorpen en mensen met een afstand tot maatschappelijke netwerken van waarde zijn. Mét de inwoners werken aan de komst van de Lelylijn zorgt dat de pioniersgeest van de polder nieuwe energie krijgt.
11
Gebruik het organiserend vermogen van een nieuw station in de samenwerking met Urk Urk en de Noordoostpolder profiteren beide van de Lelylijn. Er zal bij iedere locatie van een station goed samen met Urk gekeken moeten worden hoe beide gemeenten samen komen tot de beste oplossingen voor zowel de NOP als voor Urk. Goed gebruik van het station door Urkers zorgt ook voor een sterker station voor de NOP. 12
Geef een impuls aan recreatie en toerisme De toeristische en cultuurhistorische waarden van de NOP komen met de Lelylijn binnen het bereik van meer mensen. Meer samenhang, het beter vertellen en ontsluiten van het verhaal van de NOP, maar ook samenwerking met de omgeving (o.a. N.P. Weerribben Wieden en Urk) bieden een kans voor de recreatieve en toeristische potentie van de gemeente.
74
7 — LESSEN
Mogelijke ‘no regrets’
Bod naar het Rijk
De vergelijking tussen de kaarten en tijdlijnen van de scenario’s brengt een aantal overeenkomsten in beeld. Deze kunnen aangemerkt worden als ‘no regrets’
— NOP bouwt ten minste 5.000 extra woningen in de buurt van het station (2/3 in Emmeloord met accent op stationsgebied) en (1/3) in de dorpen
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
— Stapsgewijze ontwikkeling HOV-netwerk richting Kampen/Zwolle en Steenwijkerland, conform de aanwezige dagelijkse verplaatsingspatronen. Beginnen met HOV richting Lelystad als opmaat naar de Lelylijn en om te beginnen met het versterken van relaties met de MRA. — Transformeren bestaande bedrijventerreinen door te verduurzamen en te verdichten waarbij een clustering van innovatieve bedrijvigheid uit de NOP centraal staat. Wat hebben zij nodig aan specifieke voorzieningen (anders dan de gebruikelijke)? — Vertellen van het unieke verhaal van de NOP. De Poldertoren zal altijd het herkenningspunt blijven (en logisch uitzichtpunt). — Daarmee samenhangend is het versterken van het toeristisch-recreatieve aanbod en de voorzieningenstructuur als derde economische motor van de gemeente. — In welk scenario dan ook is een gefaseerde, gestage en bewuste woningbouwontwikkeling voorwaardelijk. De Lelylijn is er pas over circa 1,5 tot 2 generaties.
— NOP draagt extra bij aan de economie van Nederland door ons te verbinden aan kennisnetwerken: we worden het innovatielab voor de internationale agrofoodsector. We voegen daarmee banen toe. — NOP is een potentieel testlab voor nieuwe vormen van mobiliteit, waarmee het MITC gekoppeld kan worden aan de aanleg van de Lelylijn. Bijvoorbeeld als testlab voor autonoom vervoer in de polder. — NOP brengt bestaande en nieuwe toeristische bestemmingen samen en zorgt daarmee voor een spreiding van het Nederlandse toerisme. Station Emmeloord wordt de poort naar het landschap met volop toeristische bestemmingen en daar wordt de ‘polder experience’ aan toegevoegd. Het landschap biedt ruimte aan nieuwe vormen van landbouw die weten om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering, bodem en water. — NOP draagt met de Lelylijn en ondersteunend mobiliteitsbeleid bij aan de duurzaamheid- en mobiliteitstransitie van Nederland.
75
7 — LESSEN
Vervolgstappen en vervolgstrategie
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Met de lessen uit deze studie kan de gemeente Noordoostpolder verder aan de slag om te helpen de Lelylijn een realiteit te maken, invloed uit te oefenen op het tracé en stationslocatie, en zich voorbereiden op de komst van deze lijn.
De gemeente kan dit doen langs twee sporen:
Wat de gemeente zelf kan doen:
Invloed naar buiten uitoefenen: In de trajecten van de NOVEX Lelylijn en het MIRT: — Steun blijven geven aan de lobby voor de Lelylijn, onderbouwd met de verwachte positieve effecten op de economie en de brede welvaart in de Noordoostpolder — Uitwerken en uitdragen van het bod aan het Rijk — Pleiten voor een zo goed mogelijke Lelylijn voor de Noordoostpolder met: — Een traject parallel aan de A6 om de landschappelijke impact te minimaliseren — Een lijn met snelle en frequente verbindingen naar de grote steden, waarmee de economische en mobiliteitsimpact voor de Noordoostpolder het grootst is — Een station nabij het centrum om daarmee een zo groot mogelijk maatschappelijk effect te kunnen realiseren — Een station en stationsgebied met een uitstekende (omgevings)kwaliteit
— Een verdiepende ruimtelijke en programmatische studie naar mogelijkheden van gebiedsontwikkeling rond verschillende potentiële stationslocaties en in de gehele Noordoostpolder (Emmeloord en de dorpen). Van impactanalyse naar mogelijke ruimtelijke invullingen en daarmee een verleidelijk perspectief voor de toekomst neerzetten — Uitwerken welke keuzes de gemeente nu al moet maken om goed te anticiperen op de opening van een station en in beeld brengen hoe dit verschilt bij verschillende mogelijke stationslocaties (uitwerken van de tijdlijn) — Samen met Urk en andere buurgemeenten werken aan de lobby voor de Lelylijn en werken aan het netwerk van bereikbaarheid van het station, zoals HOV lijnen, maar ook P+R voorzieningen en andere vormen van mobiliteit. — Het (op termijn) breder betrekken van de bevolking bij de voorbereiding op de Lelylijn en de mogelijke effecten
76
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
HOOFDSTUK 8
BIJLAGEN
77
8 — BIJLAGEN
BIJLAGE
Economische effecten Lelylijn
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Pieter Tordoir — Universiteit van Amsterdam
Inleiding In dit essay worden mogelijke economische effecten van een komst van de Lelylijn naar gemeente Noordoostpolder gepeild. De Lelylijn zorgt voor een revolutionaire verbetering van het openbaar vervoer in de richting van Zuidelijk Flevoland, de Randstad en Noord-Nederland. Uiteraard heeft dat economische effecten op de gemeente, maar daarbij moet worden beseft dat Noordoostpolder een landelijke gemeente is met een specifiek karakter, sterk ingesteld op autoverkeer. Omdat de auto althans op korte en middellange afstand weinig belangrijke knelpunten ondervindt kan niet worden verwacht dat er direct een run ontstaat op de lijn. Het gebruik zal slechts geleidelijk toe-
nemen naarmate de bevolking en bedrijvigheid zich meer oriënteren op reisbestemmingen die door de lijn beter bereikbaar worden—zoals centra van de grote steden—en zich bij verhuizingen meer laten leiden door de treinontsluiting. Er kan een generatief samenspel ontstaan tussen de treinontsluiting en de structuur van bevolking, economie en voorzieningen, maar dat neemt tijd en vraagt nadrukkelijk ook voorwaarden en beleid op andere vlakken dan alleen de treinontsluiting zelf. Vooruitlopend op de conclusies van dit essay kan worden gesteld dat de economische baten in zo’n ‘beleidsenvelop’, waarbij de Lelylijn onderdeel is van een breder pakket aan structuurversterkende maatregelen en ontwikkelingen, significant kunnen worden. De lat waarlangs mogelijke effecten van de komst van de Lelylijn naar Noordoostpolder hier worden bezien is die van de brede welvaart. Het begrip brede welvaart is in opkomst en omvat niet alleen de welvaart als monetair inkomen maar nadrukkelijk ook effecten op het welzijn van de bevolking en effecten op het natuurlijk milieu: profit, people & planet. Dit essay beperkt zich tot effecten van de verbinding vanaf het moment van gereedkomen; effecten ten gevolge van de bouw van de lijn op de economie en het milieu komen niet ter sprake.
De centrale vraag is in hoeverre en op welke wijze de beschikbaarheid en het gebruik van de nieuwe verbinding tot welvaartsgeneratie in de gemeente Noordoostpolder kan leiden. Een belangrijke vervolgvraag is in hoeverre en hoe de effecten worden versterkt door flankerend lokaal beleid.
Welvaartsgeneratie door een nieuwe of verbeterde verbinding kan langs verschillende schijven verlopen, die achtereenvolgens in dit essay de revue passeren. Een eerste schijf is het wegnemen van bestaande vervoersknelpunten en het dichterbij komen van mogelijke bestemmingen voor de bestaande bevolking en bedrijvigheid, zodat minder reiskosten en reistijd nodig zijn om vraag en aanbod (bestand en potentieel) in de economie, de arbeidsmarkt en voorzieningenstructuur bij elkaar te brengen. Daardoor gaan markten beter functioneren en nemen keuzemogelijkheden toe: werkgevers komen makkelijker aan personeel, lokale voorzieningen kunnen hun draagvlak verbreden en voorzieningen buiten de gemeente komen beter beschikbaar voor de lokale bevolking. Om dergelijke effecten in te kunnen schatten is een goed beeld nodig van de ruimtelijke structuur van de relevante markten ter zake en van het huidige reisgedrag van werknemers en consumenten binnen, vanuit en naar Noordoostpolder. Deze analyse staat centraal in de hiernavolgende sectie van dit essay. Een tweede schijf kan gaan werken als de omvang, samenstelling en ruimtelijke structuur van de bevolking, bedrijvigheid en voorzieningen in Noordoostpolder gaan veranderen onder invloed van de nieuwe verbinding.
De lijn kan bevolking en bedrijvigheid van buiten aantrekken, kan stimulerend werken voor lokale voorzieningen en kan zorgen voor ruimtelijke clustering die gunstig werkt voor het lokale vestigings-, innovatie- en woonklimaat. Voor dergelijke 78
8 — BIJLAGEN IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
effecten zal de lijn wellicht een belangrijke, maar geen voldoende voorwaarde vormen: generatieve effecten langs deze schijf vereisen vrijwel altijd aanpalende en complementaire voorwaarden, waaronder met name ontwikkelruimte maar ook samenwerking in het kader van breder ontwikkelings- en structuurbeleid. In de derde sectie van dit essay wordt nader ingegaan op de mogelijke aantrekkingskracht op bevolking, vooral op jonge hoger opgeleide mensen, waaraan Noordoostpolder behoefte heeft. In de vierde en afsluitende sectie komen mogelijke effecten op de economische structuur, innovatie en toeristische aantrekkingskracht nader aan bod. 1. Effecten langs de eerste schijf: dagelijkse verplaatsingen Algemene effecten In zoverre de Lelylijn reizen voor werk, diensten en voorzieningen naar en vanuit Noordoostpolder gemakkelijker maakt voor de bestaande bevolking en bedrijvigheid, in richtingen die ertoe doen, zullen de betreffende arbeids- en consumentenmarkten beter gaan functioneren met welvaartsgroei tot gevolg. Een verkenning van kwalitatieve informatie geeft aan dat de lijn hier betekenis kan krijgen; veel bedrijven in Noordoostpolder komen moeilijk aan hoger opgeleid personeel vanwege lange reisafstanden naar bevolkingsconcentraties buiten de polder. Om markteffecten te kunnen inschatten wordt hieronder allereerst de ruimtelijke structuur van bestaande arbeids- en
consumentenmarkten met netwerkkaarten van de betreffende verplaatsingen in beeld gebracht. Dat gebeurt met een geografisch informatiesysteem op basis van big data: microdata van het CBS over woon-werkverkeer en consumentenverkeer. Een eerste reeks van netwerkkaarten betreft stromen van gemiddelde dagelijkse verplaatsingen naar en vanuit Noordoostpolder, voor werk, winkelen en zorgdiensten, middelbaar en hoger onderwijs, en sociale en recreatieve doeleinden (Kaart 1). Deze kaarten geven rijke informatie. Kaart 1a toont het netwerk van gemiddelde dagelijkse pendelstromen en daarmee de bestaande ruimtelijke structuur van arbeidsmarkten. Noordoostpolder kent per saldo een sterk inkomende pendelstroom (dieprode kleur, zie de kaarttoelichting). Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat meer dan een derde van het pendelverkeer zich binnen de polder zelf afspeelt—voor een gemeente van deze bevolkingsomvang is dat uitzonderlijk veel, gebruikelijk is minder dan een kwart intern pendelverkeer. Opvallend is verder dat de inkomende pendel vooral uit het noorden komt (i.h.b. vanuit gemeenten Fryske Marren en Steenwijkerland) terwijl de uitgaande pendel vooral zuidelijk is gericht, richting Lelystad, Kampen en Zwolle. Lelystad geeft de belangrijkste individuele werkrelatie met Noordoostpolder, met 6.000 dagelijkse pendelbewegingen.
De Lelylijn kan vooral hier een belangrijke betekenis krijgen.
Kaart 1b geeft de structuur van dagelijkse verplaatsingen voor winkelen en zorg (gezondheid en welzijn), en hier blijkt dat Lelystad slechts een geringe betekenis heeft voor Noordoostpolder. Dat is opvallend omdat de modelberekening aangeeft dat Lelystad gezien haar omvang, voorzieningen en relatieve nabijheid eigenlijk veel belangrijker zou moeten zijn voor Noordoostpolder. Dronten, Fryske Marren en vooral Steenwijkerland hebben voor winkel- en zorgverkeer echter feitelijk meer betekenis dan Lelystad. Voor hoogstedelijke voorzieningen zijn inwoners van Noordoostpolder vooral gericht op Zwolle, en daarnaast op Groningen, Leeuwarden en Apeldoorn. Amsterdam en Almere spelen geen rol van betekenis. Uit kaart 1b blijkt verder dat Noordoostpolder als geheel en per saldo geen centrumgemeente vormt; inwoners zijn met name voor meer gespecialiseerde voorzieningen aangewezen op omliggende steden. Nadere analyse leert dat de hoofdkern Emmeloord overigens binnen de polder wel een sterke centrumfunctie heeft. Een groot deel van het voorzieningenverkeer speelt zich dan ook binnen de polder zelf af. Al met al is er derhalve een ‘gat’ in het voorzieningenverkeer langs de as Noordoostpolder-Lelystad-Almere-Amsterdam en dat is opvallend gezien het grote voorzieningenpotentieel langs die as. Modelanalyse geeft aan dat knelpunten in autobereikbaarheid daar slechts een beperkte rol in spelen.
Waarschijnlijk speelt een culturele scheiding op de achtergrond. De Lelyverbinding zal in dit opzicht voor de bestaande 79
8 — BIJLAGEN
Kaart 1. Gemiddelde dagelijkse verplaatsingen vanuit en naar Noordoostpolder, naar en vanuit omliggende gemeenten en steden, periode 2014-2022 Toelichting: de omvang van taartdiagrammen in omliggende gemeenten geeft het aantal verplaatsingen naar en vanuit Noordoostpolder (zie legenda). De blauwe fractie geeft het aandeel verplaatsingen naar Noordoostpolder, de groene fractie het aandeel vanuit Noordoostpolder. Kleuren van gemeenten geven saldi van inkomende en uitgaande verplaatsingen: blauw is per saldo inkomend, rood is per saldo uitgaand. Het kleine taartdiagram in Noordoostpolder geeft de verhouding tussen externe verplaatsingen naar en vanuit Noordoostpolder en de interne verplaatsingen binnen de polder. Bron: CBS Onderzoek Verplaatsingen in Nederland 2014-2022
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
bevolking niet zo heel veel doen, ook omdat de auto centraal blijft staan voor winkelen en zorgconsumptie over langere afstanden. Voor nieuwe bewoners die door de lijn worden aangetrokken kan dat wel veranderen, waarover later meer. Kaart 1c toont dat de as Noordoostpolder-Lelystad-Almere-Amsterdam ook voor onderwijs maar weinig betekenis heeft. Hier speelt echter het gebrek aan hoogwaardig OV wel een hoofdrol omdat onderwijspendel sterk afhankelijk is van goed openbaar vervoer. We kunnen daarom verwachten dat de komst van de Lelylijn na verloop van tijd voor significante onderwijspendel zorgt tussen Noordoostpolder, Almere en Amsterdam. Zwolle speelt nu de hoofdrol voor hoger onderwijs voor Noordoostpolder. Met de Lelylijn komen er meer keuzemogelijkheden. Kaart 1d laat zien dat inwoners van Noordoostpolder ook voor sociale en recreatieve activiteiten vooral de noordelijk gelegen buurgemeenten opzoeken. De betekenis van zuidelijk gelegen steden is ook hier niet al te groot, waarbij opvalt dat Lelystad, Almere en Amsterdam wel iets belangrijker zijn dan Zwolle. Interessant is dat inwoners van Almere vrij sterk gericht zijn op recreatie in Noordoostpolder. Dit is een teken van de recreatieve en ook cultuurhistorische potentie van Noordoostpolder, die momenteel nog weinig wordt benut.
Gegeven het grote aandeel van de trein in recreatief verkeer over langere afstanden doet deze bevinding vermoeden dat een zuidwestelijke treinont-
1a Woon-werkpendel
1b Verplaatsingen voor winkelen en zorg
1c Verplaatsingen voor middelbaar en hoger onderwijs
1d Verplaatsingen voor sociale en recreatieve activiteiten 80
8 — BIJLAGEN
Kaart 2. Aandeel van OV in verplaatsingen naar en vanuit Noordoostpolder (2022). Bron: CBS OViN
Kaart 3. Gemiddeld dagelijks pendelverkeer van hoger opgeleide werkers binnen, vanuit en naar 4-cijferige postcodegebieden in Noordoostpolder, naar en vanuit postcodegebieden daarbuiten Toelichting: dikte en kleurintensiteit geeft de omvang van pendelstromen (zie legenda). De kleuren van postcodes geven het saldo van in- en uitgaande pendel aan: blauw is per saldo inkomend, rood per saldo uitgaand (zie ‘Chropleeth’ in de legenda). Bron: microdata CBS Sociaalstatistisch Bestand 2007-2018
sluiting voor Noordoostpolder in toeristisch-recreatief opzicht veel betekenis kan krijgen. Hier wordt later in het essay op teruggekomen.
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Tenslotte is ook het huidige aandeel (per 2022) van het openbaar vervoer op de belangrijkste routes in intergemeentelijke verkeer naar en vanuit Noordoostpolder in kaart gebracht (kaart 2). Openbaar vervoer in de vorm van busverbindingen speelt alleen in het verkeer tussen Noordoostpolder, Kampen en Zwolle echt een rol van betekenis. Op de betreffende lijnen wordt ook veel voor onderwijs gependeld. Richting Zuidelijk Flevoland is de rol van het openbaar vervoer maar klein. Nadere effecten op werkpendel en de arbeidsmarkt Woon-werkpendel neemt het grootste deel van dagelijkse verplaatsingen naar en vanuit Noordoostpolder in. Om die reden zullen de belangrijkste welvaartseffecten van de Lelylijn ook langs de route van arbeidspendel plaatsvinden, direct langs de eerste schijf en indirect langs de tweede schijf. Omdat de arbeidsmarkt voor hoger opgeleiden tevens een kanaal voor kennisoverdracht en innovatie vormt, met sterk generatieve economische effecten, is het zinvol om de arbeidsmarktanalyse in dit opzicht te verdiepen. Informatie over pendelstromen, de economische structuur en beroepsbevolking is beschikbaar op het niveau van de individuele kernen zodat hier ook rekenschap wordt
gegeven van de bijzondere ruimtelijke structuur van de polder. Die ruimtelijke structuur beïnvloedt de reistijd van voor- en natransport naar en vanuit het treinstation en is daardoor medebepalend voor markteffecten van de Lelylijn.
3a Pendelstromen 2018 (absoluut)
Kaart 3 toont pendelstromen van werkenden met een HBO- of academische opleiding naar en vanuit 4-cijferige postcodegebieden in Noordoostpolder, binnen de polder en naar en vanuit postcodegebieden in een grote cirkel rondom de polder. Kaart 3a geeft de situatie in 2018 (het meest recente jaar waarop deze microgegevens beschikbaar zijn), kaart 3b toont de ontwikkeling tussen 2007 en 2018. Uit kaart 3a blijkt dat verreweg de meeste pendelstromen van hoger opgeleide werkers lopen vanuit en naar postcodes in Emmeloord. Inkomende pendelstromen zijn daarbij vooral gericht op bedrijventerreinen in Emmeloord; uitgaande lijnen vertrekken vanuit woonwij3b Ontwikkeling 2007-2018 (absoluut)
81
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
8 — BIJLAGEN
Kaart 4. Aandeel van hoger opgeleide werkers (HBO/academisch geschoold) in de werkgelegenheid per postcode-4 gebied in Noordoostpolder en wijde omgeving. Bron: CBS microdata SBB
ken in de stad. De inkomende lijnen naar Emmeloord zijn hoofdzakelijk afkomstig van de overige kernen in Noordoostpolder en daarnaast van Lemmer. Uitgaande lijnen vanuit Emmeloord zijn gericht op centrumlocaties in Lelystad, Zwolle, Kampen en Steenwijk, en daarnaast op bedrijventerreinen rond Lelystad en Dronten. Tenslotte zijn beperkte uitgaande pendelbewegingen richting de noordelijke Randstad (Almere, Amsterdam en het Gooi) zichtbaar. Naast de lijnen naar en vanuit Emmeloord zien we ook pendelbewegingen vanuit kleinere kernen in Noordoostpolder richting Zwolle. De rode kleur van postcodegebieden in Noordoostpolder buiten Emmeloord geeft aan dat de pendel aldaar hoofdzakelijk uitgaand is. Meest interessant, zeker gezien het mogelijke effect van de Lelylijn, is de ontwikkeling van pendelstromen in het afgelopen decennium (zie kaart 3b). De pendelbewegingen van hoger opgeleiden tussen de kernen binnen Noordoostpolder nemen toe, waarbij vooral opvalt dat de richting van de stromen geleidelijk omdraait, getuige de blauwe kleur van die kernen in de kaart. Werkgevers in die kleinere kernen trekken blijkbaar steeds meer hoger opgeleiden aan, waarbij de woonplaats Emmeloord het belangrijkste wingebied is. Daarnaast nemen ook de pendel richting Zwolle en de pendel vanuit Dronten significant toe.
De bewegingen richting Lelystad nemen echter af, en ook richting andere stedelijke centra zien we geen ontwikkeling. Alvorens conclusies te trekken is het nuttig om ook de ontwikkeling van aanbod en vraag voor hoger opge-
4a Aandeel hoger opgeleiden
4b Verschil tussen het aandeel in 2007 en 2018
Kaart 5. Aandeel van hoger opgeleide werkers (HBO/academisch geschoold) in de beroepsbevolking per postcode-4 gebied in Noordoostpolder en wijde omgeving. Bron: CBS microdata SBB
5a Aandeel hoger opgeleiden
5b Verschil tussen het aandeel in 2007 en 2018 82
8 — BIJLAGEN
Kaart 6 Gemiddeld dagelijks pendelverkeer van middenopgeleiden (mbo-niveau) binnen, vanuit en naar 4-cijferige postcodegebieden in Noordoostpolder, naar en vanuit postcodegebieden daarbuiten Toelichting: dikte en kleurintensiteit geeft de omvang van pendelstromen (zie legenda). De kleuren van postcodes geven het saldo van in- en uitgaande pendel aan: blauw is per saldo inkomend, rood per saldo uitgaand (zie ‘Choropleeth’ in de legenda). Bron: microdata CBS Sociaalstatistisch Bestand 2007-2018
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
leid personeel in kaart te brengen om zo een ruimtelijk nauwkeurig beeld van de arbeidsmarkt te kunnen vormen. Daartoe is op basis van microdata van het CBS het aandeel en de ontwikkeling van het aandeel van hoger opgeleiden in de werkgelegenheid binnen postcode-4 gebieden in kaart gebracht (kaart 4), alsmede het aandeel van deze groep in de lokale beroepsbevolking (kaart 5). Uit kaart 4a blijkt dat de kennisintensiteit van de economie van Noordoostpolder, gemeten naar het aandeel hoger opgeleiden, redelijk hoog ligt—zeker in aanmerking nemende dat de kenniseconomie zich doorgaans sterk concentreert in (groot-)stedelijke regio’s. De kennisintensiteit van de lokale bedrijvigheid neemt bovendien snel toe, sneller dan gemiddeld in Nederland (zie kaart 4b). Noordoostpolder vormt onder de landelijke gebieden in Nederland een kennis-economisch buitenbeentje. Dit heeft vooral ook te maken met het hoogwaardige karakter van agrarische en industriële activiteiten in de polder, die sterk zijn op hoogwaardige veredeling, innovatie en informatisering. De afsluitende sectie van dit essay gaat daar nader op in. Indien we naast dit beeld van de vraag naar kenniswerkers het beeld van het aanbod leggen, gemeten als het aandeel van hoger opgeleiden in de beroepsbevolking van postcode-4 gebieden (kaart 5), zien we waar en in hoeverre vraag en aanbod ruimtelijk op elkaar aansluiten.
Het blijkt dat de kennisintensiteit van de beroeps-
bevolking in Noordoostpolder onvoldoende aansluit bij de kennisintensiteit van de lokale economie, en dat de ontwikkeling van de kennisintensiteit in enerzijds de lokale werkgelegenheid en anderzijds de lokale beroepsbevolking uit elkaar lopen. De toename van de arbeidspendel van kenniswerkers naar Noordoostpolder en vooral ook de kleinere kernen in Noordoostpolder (blijkend uit kaart 3b) kan aldus uit kaarten 4 en 5 worden verklaard, waarbij ook duidelijk wordt dat er sprake is van toenemende spanning op de arbeidsmarkt voor hoger opgeleiden. Werkgevers zullen mensen uit een wijdere omgeving moeten halen, maar ondervinden daarbij drempels vanwege lange reisafstanden. Aldus kunnen ook conclusies over het mogelijke nut van de Lelylijn voor het functioneren van de arbeidsen kennismarkt worden getrokken. De hoger opgeleide beroepsbevolking is vooral geconcentreerd in verstedelijkte regio’s buiten de polder. Potentieel belangrijke wingebieden voor werkgevers in Noordoostpolder liggen in Zwolle en de IJsseldelta, in de noordelijke Randstad (Amsterdam, Almere en Lelystad) en in de vierhoek Leeuwarden-Sneek-Drachten-Heerenveen. De laatste twee aanbodregio’s komen met de Lelylijn onmiskenbaar dichterbij, zeker ook gezien de relatieve concentratie van hoogopgeleide beroepsbevolking in hoogstedelijk gebied nabij treinstations.
Met name jongere kenniswerkers pendelen ook bij voorkeur met de trein. De Lelylijn zal daarom zeker
6a. Pendelstromen 2018 (absoluut)
6b Ontwikkeling 2007-2018 (absoluut) 83
8 — BIJLAGEN IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
soelaas brengen voor de arbeidskrapte in Noordoostpolder, maar anderzijds geen algemeen panacee zijn. De arbeidsvraag ligt immers ook in kleinere kernen op afstand van een toekomstig station in Emmeloord. Door de lage bevolkingsdichtheid is snel, comfortabel en hoogfrequent natransport vanaf het station niet gemakkelijk realiseerbaar, en dat geeft ook voor de treinpendelaar een flinke drempel. Tenslotte maar niet tenminste spelen midden-opgeleiden (mbo-niveau) ook een belangrijke rol in de economie, en ook jegens deze groep zien we een toenemende pendel naar Noordoostpolder, waaronder een toenemende pendel naar de kleinere kernen binnen de gemeente (zie kaart 6). Het pendelpatroon van midden-opgeleiden verschilt wat betreft pendelsaldi van postcodegebieden en de ontwikkeling van die saldi in de loop der tijd niet fundamenteel van het patroon voor hoger opgeleiden. Wel is het patroon voor midden-opgeleiden veel minder gecentraliseerd naar en vanuit Emmeloord; er zijn ook veel kriskrasbewegingen tussen kleinere kernen. We zien echter ook voor deze groep een toenemende arbeidsvraag vanuit de polder als geheel en vanuit de kleinere kernen in het bijzonder. De pendelrelatie met Lelystad is bijzonder sterk voor deze groep, maar wordt in de loop der tijd wel iets zwakker.
Ook de pendelrelatie tussen Emmeloord en de kleinere kernen binnen de polder verzwakt iets--terwijl die in het geval van kenniswerkers juist sterker wordt. Dit laatste volgt
direct uit de relatief sterke kennisintensivering in de economie van die kernen. Omdat de pendelrelatie van middenhoog opgeleiden met Lelystad sterk is, kan de Lelylijn voor deze groep pendelaars betekenis krijgen. Die betekenis zal anderzijds echter niet heel groot worden omdat de werkgelegenheid in kwestie tamelijk verspreid zit, met veel werkgelegenheid aan de randen van stedelijke en landelijke kernen die minder goed met OV zijn ontsloten. Natransport vanuit treinstations geeft een drempel. Concluderend kan worden gesteld dat de Lelylijn langs de eerste, directe schijf een zeker oplossend vermogen geeft voor knelpunten op de arbeidsmarkt in Noordoostpolder. Dit vermogen wordt wat betreft de kleinere kernen echter weer beperkt door drempels ten aanzien van vooral het natransport vanaf het treinstation. Een echt significant welvaartseffect van treinontsluiting vraagt ruimtelijke concentratie van uitvalsbases en bestemmingen langs stations, en die concentratie is momenteel nu eenmaal beperkt in Noordoostpolder. De treinontsluiting kan echter wel een geleidelijk concentratieproces op gang brengen door verhuizingen van inwoners, beroepsbevolking en bedrijvigheid, en dat brengt ons op effecten langs de tweede schijf.
bepaald door verhuizingen van burgers, bedrijven en voorzieningen. Hoe meer ruimtelijk geconcentreerd de verhuisbestemmingen, hoe groter het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer. Hoogwaardige ontsluiting en lokale voorzieningen zijn op hun beurt weer aantrekkingskrachtig op bevolking en bedrijvigheid, zodat aldus een zekere spiraalwerking in gang komt. De huidige populariteit van stedelijke regio’s en de leegloop en vergrijzing van grote delen van het platteland zijn het gevolg van deze spiraalwerking. Landelijke gebieden met een traditie van pionierend ondernemerschap en een gespecialiseerde en sterke economie, waaronder we Noordoostpolder nadrukkelijk kunnen scharen, hebben ook te maken met deze algemene concentratietrend en spiraalwerking waardoor het vertrek van jonge mensen en talent de lokale economie en gemeenschap kan bedreigen. Dat wil niet zeggen dat er geen uitwegen mogelijk zijn. Als landelijke woon- en werklocaties centraal liggen tussen stedelijke regio’s, goed ontsloten zijn naar die regio’s en bovendien een betaalbaar en hoogwaardig woonklimaat bieden worden ze juist weer aantrekkelijk als uitvalsbasis voor burgers, bedrijven en voorzieningen die op een hoog, interregionaal schaalniveau opereren. Zo’n toekomst is denkbaar voor Noordoostpolder, ontsloten door een snelle treinverbinding met het westen en het noorden.
2. Effecten langs de tweede schijf: verhuizingen De lokale demografie en economie van gemeenten en regio’s in Nederland wordt op langere termijn sterk
Momenteel is er nog nauwelijks indicatie van aantrekkingskracht van Noordoostpolder vanwege een centrale ligging in interregionaal verband. Zoals in veel 84
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
8 — BIJLAGEN
Kaart 7. Verhuizingen van werkenden met een HBO- en academische opleiding vanuit en naar Noordoostpolder. Toelichting: de omvang van taartdiagrammen in gemeenten geeft het aantal verhuizingen naar en vanuit Noordoostpolder. De blauwe fractie geeft de verhuizingen naar Noordoostpolder, de groene fractie vanuit Noordoostpolder. Kleuren van gemeenten geven saldi van in- en uitgaande verhuizingen: blauw is per saldo inkomend, rood per saldo uitgaand. Het taartdiagram in Noordoostpolder geeft de verhouding tussen externe verhuizingen naar en vanuit Noordoostpolder en verhuizingen binnen de polder. Bron: CBS OViN ‘14-‘22
andere landelijke gebieden zien we ook in Noordoostpolder een structureel uitgaand verhuissaldo dat vooral wordt gedreven door vertrekkende jonge mensen. Daarbij gaat het niet alleen om kinderen die elders gaan studeren (en meestal niet meer terugkomen) maar ook om werkende hoger opgeleiden die naar stedelijke regio’s trekken (zie kaart 6). Kaart 6a toont dat werkende hoger opgeleiden, de groep die voor de economie van Noordoostpolder juist zo belangrijk is, vertrekken naar Amsterdam, Utrecht, Zwolle en Leeuwarden. Vanuit studentenstad Groningen is gelukkig wel sprake van een netto instroom naar Noordoostpolder, maar die is onvoldoende om de hoger opgeleide beroepsbevolking op peil te houden. Kaart 6b brengt de trendmatige ontwikkeling van het verhuisgedrag van werkende hoger opgeleiden in beeld en toont dat de uitstroom naar de steden toeneemt. Bovendien neemt ook de uitstroom naar zuidelijk Friesland toe. Die laatste trend kan te maken hebben met de hoge kwaliteit van de woonomgeving aldaar. Wel zien we een toenemende instroom vanuit Zuidelijk Flevoland. Naast deze analyse moeten we ook mogelijke ruimtelijke concentratie binnen Noordoostpolder beschouwen. Daartoe zijn verhuizingen op het niveau van PC-4 gebieden gekarteerd (kaart 8). Binnen Noordoostpolder zien we dat vooral jongvolwassen inwoners, die relatief veel verhuizen vanwege