D02 01 Bijlage bij Nota - Rapport-ImpactanalyseLelylijn.pdf
Tekst van het document
Een eerste schijf is het wegnemen van bestaande vervoersknelpunten en het dichterbij komen van mogelijke bestemmingen voor de bestaande bevolking en bedrijvigheid, zodat minder reiskosten en reistijd nodig zijn om vraag en aanbod (bestand en potentieel) in de economie, de arbeidsmarkt en voorzieningenstructuur bij elkaar te brengen. Een tweede schijf kan gaan werken als de omvang, samenstelling en ruimtelijke structuur van de bevolking, bedrijvigheid en voorzieningen in Noordoostpolder gaan veranderen onder invloed van de nieuwe verbinding. De lijn kan bevolking en bedrijvigheid van buiten aantrekken, kan stimulerend werken voor lokale voorzieningen en kan zorgen voor
ruimtelijke clustering die gunstig werkt voor het lokale vestigings-, innovatie- en woonklimaat. Effecten langs de eerste schijf: dagelijkse verplaatsingen In zoverre de Lelylijn reizen voor werk, diensten en voorzieningen naar en vanuit Noordoostpolder gemakkelijker maakt voor de bestaande bevolking en bedrijvigheid, in richtingen die ertoe doen, zullen de betreffende arbeids- en consumentenmarkten beter gaan functioneren met welvaartsgroei tot gevolg. Concluderend kan worden gesteld dat de Lelylijn langs de eerste, directe schijf een zeker oplossend vermogen geeft voor knelpunten op de arbeidsmarkt in Noordoostpolder. Dit vermogen wordt wat betreft de kleinere kernen echter weer beperkt door drempels ten aanzien van vooral het natransport vanaf het treinstation. Een echt significant welvaartseffect van de treinontsluiting vraagt ruimtelijke concentratie van uitvalsbases en bestemmingen langs stations, en die concentratie is momenteel nu eenmaal beperkt in Noordoostpolder. De treinontsluiting kan echter wel een geleidelijk concentratieproces op gang brengen door verhuizingen van inwoners, beroepsbevolking en bedrijvigheid, en dat brengt ons op effecten langs de tweede schijf.
Effecten langs de tweede schijf: verhuizingen De lokale demografie en economie van gemeenten en regio’s in Nederland wordt op langere termijn sterk bepaald door verhuizingen van burgers, bedrijven en voorzieningen. Hoe meer ruimtelijk geconcentreerd de verhuisbestemmingen, hoe groter het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer. Hoogwaardige ontsluiting en lokale voorzieningen zijn op hun beurt weer aantrekkingskrachtig op bevolking en bedrijvigheid, zodat aldus een zekere spiraalwerking in gang komt. De huidige populariteit van stedelijke regio’s en de leegloop en vergrijzing van grote delen van het platteland zijn het gevolg van deze spiraalwerking. Gegeven de ruimte, de groene omgeving en cultuurhistorische kwaliteit van Noordoostpolder zijn
vooral ruimtezoekers en jonge gezinsvormers die graag betaalbaar wonen in ruime huizen een interessante doelgroep. Dit marktsegment wordt met name bevolkt door hoger opgeleiden met een beta-achtergrond—alfa’s en gamma’s zoeken doorgaans eerder de grotere steden op. Als Emmeloord hoger opgeleide beta’s kan trekken heeft dit meteen ook grote waarde voor de lokale bedrijvigheid, dat immers zit te springen om hoger opgeleid personeel met een technische en biowetenschappelijke achtergrond. Dat betekent dat op zo kort mogelijke afstand van het station ruimte moet worden gevonden voor ontwikkeling van ruime gezinswoningen en appartementen met veel omringend groen en goede voorzieningen voor jonge kinderen, waarbij die ontwikkeling zeer gefaseerd gestalte moet kunnen krijgen—een toekomstige instroom zal zich alleen geleidelijk ontwikkelen. Betaalbaarheid is essentieel. Bijdrage aan economische structuurversterking Er zijn twee bewezen sterke en innovatieve clusters in de lokale economie: de agrofoodsector en de metaalnijverheid. En één cluster met nog onbewezen potentie, de toeristisch-recreatieve sector. Belangrijke vestigingscondities voor de toegepaste activiteiten in de clusters zijn de reeds genoemde ondernemingsgeest en cultuur van samenwerking in de polder, alsmede de beschikbare ruimte en de goede ontsluiting voor goederenvervoer over de weg.
Recent is daar ook de havenontsluiting van Lelystad bijgekomen. Voor die toegepaste activiteiten zal de Lelylijn op zich geen grote betekenis krijgen—afgezien van de reeds besproken betekenis voor de arbeidsmarkt. De lijn zal echter wel betekenis kunnen krijgen voor de in belang snel toenemende kenniscomponent, ook los van de besproken aantrekkingskracht op kenniswerkers. Die kenniscomponent zal verder worden gestimuleerd met de vestiging van kennis-ontwikkelende en -overdragende activiteiten en hoogwaardig onderwijs. Tenslotte maar niet tenminste kan de Lelylijn betekenis krijgen voor de toeristisch-recreatieve potentie van de Noordoostpolder. Die potentie is significant maar nog onvoldoende benut. 27
4 — WAT ZEGGEN DE EXPERTS?
4.3 Stationsgebieden van de toekomst Een station is niet alleen een plek waar de trein stopt. Als de NOP een station krijgt, wat is dan belangrijk in het creëren van een stationsomgeving?
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Stationsomgevingen zijn belangrijke plekken in een gemeenschap. De kwaliteit van een stationsomgeving bepaalt hoe de samenleving zich verhoudt tot het station. Een goed stationsgebied zorgt voor een aangename reis en bevordert het gebruik van de trein. Een slechte stationsomgeving kan juist negatief uitstralen op de omgeving en het gebruik van het station in de weg staan. Belangrijke notie is dat een station een plaats- en netwerkwaarde kent. De plaatswaarde zegt iets over het aantal bestemmingen die in de directe nabijheid van het station liggen. Denk aan een school, winkel of vergadercentrum. De netwerkwaarde zegt iets over hoe goed het station bereikbaar is en bediend wordt per OV. Hoeveel arbeidsplaatsen en bestemmingen kan je binnen een bepaalde reistijd bereiken en hoe vaak. Een station met een zeer hoge plaats- en netwerkwaarde is vaak een centraal gelegen IC-station in hoogstedelijk gebied. Een voorbeeld is station Zwolle of Utrecht Centraal. Stations met een zeer lage plaats- en netwerkwaarde liggen vaak ver van de bebouwing af en er stopt maar af en toe een trein. Een voorbeeld is station Lage Zwaluwe of Heiloo. Afhankelijk van de mogelijkheden van gebiedsontwikkelingen en de ligging in de toekomstige netwerken, scoort een station in de NOP op deze aspecten. Qua plaatswaarde heeft de gemeente meer instrumenten in handen om te sturen.
Je wilt als gemeente een plek die verschillende functies verbindt, en dus niet aan-
voelt als een plek die twee delen van de gemeente scheidt. Inzetten op een goed stationsgebied is dus essentieel voor de Noordoostpolder.
Station Emmeloord ligt ongeveer halverwege Amsterdam Zuid en Groningen (ieder ca 90 km). Een station in Emmeloord brengt een groot deel van Nederland dichterbij. Inschatting van reistijden (ICD treinen):
Naast de plaats- en netwerkwaarde is de ruimtelijke kwaliteit van de stationsomgeving belangrijk. Het ministerie van I&W heeft hiervoor een stationsagenda opgesteld met daarin de volgende aanbevelingen:
Amsterdam Centraal: 50 min Amsterdam Zuid: 45 min Schiphol: 50 min Lelystad Centrum: 15 min Groningen: 45 min Leeuwarden: 40 min
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Heerenveen: Rotterdam Centraal: Utrecht Centraal: Brussel Noord: Paris Gare du Nord: London St. Pancras:
25 min 1h 15 1h 10 2h 25 3h 55 4h 45
OV-knoop is de optimale verbinding tussen mobiliteitsnetwerk en de omgeving; Maak van de OV-knoop geen barrière maar een verbinding; Zet voetganger op 1 (fietser op 2); Goede organisatie voor- en natransport verhoogt kwaliteit van knooppunt en omgeving; Ontwikkeling van OV-knooppunt en het OV-netwerk beïnvloeden elkaar; Een aangename beleving van de knooppunten en hun omgeving vergroot de aantrekkingskracht van het OV; Een multimodaal hubnetwerk draagt bij aan autoluwe steden en regionale bereikbaarheid; Knooppunten kunnen het visitekaartje zijn voor een duurzaam en klimaatadaptief mobiliteitssysteem; Een optimaal knooppunt ontstaat vanuit een gezamenlijke analyse en aanpak.
Op de volgende pagina’s zijn een aantal stationsgebieden gewaardeerd op hun P plaats- en N netwerkwaarde. Daarnaast is gekeken naar de ruimtelijke kwaliteit van de stationsomgeving. De B belevingswaarde gaat over de beeldkwaliteit en sociale veiligheid. De G gebruikswaarde gaat over het functioneren van de stationsomgeving voor de verschillende gebruikers. De T toekomstwaarde gaat over de aanpasbaarheid en mogelijke fasering van ontwikkelingen. 28
4 — WAT ZEGGEN DE EXPERTS? IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
STATION EDE–WAGENINGEN
REFERENTIE VOOR S1
STATION LANSINGERLAND –ZOETERMEER
REFERENTIE VOOR S2
STATION SASSENHEIM
REFERENTIE VOOR S3
P Plaatswaarde gemiddeld/hoog* N Netwerkwaarde gemiddeld/goed**
P Plaatswaarde laag* N Netwerkwaarde gemiddeld/goed**
P Plaatswaarde laag* N Netwerkwaarde gemiddeld/goed**
B Belevingswaarde ++ Stationskap ++ Rustige uitstraling en aantrekkelijke verbinding met het Veluws landschap + Veilige (nieuwe) fiets- en wandelroutes + Open ruimtes met moderne voorzieningen, aangenaam wachten + Winkels in de plint (entree) + Moderne en locatiespecifieke architectuur door gebruik van hout, baken voor Ede + Duurzaam: natuurlijke materialen
B Belevingswaarde ++ Groen viaduct (park) over de A12 en de spoorlijn Den Haag - Gouda
B Belevingswaarde + Sociale veiligheid (verbeterd door maatregelen) + Goed bereikbaar station — trein, bus, auto + Koppeling aan landschappelijke structuren met haventje + Gelegen aan doorfietsroute - Ingeklemd in smalle strook tussen snelweg en spoor - Vanuit de kern Sassenheim toegankelijk via een klein en laag tunneltje
G Gebruikswaarde ++ Goed bereikbaar station — trein, bus, fiets, auto ++ Overstapmogelijkheden op bus ++ Grote bewaakte en overdekte fietsenstalling ++ WC ++ Mindervaliden-WC + Fietsenstalling (7.500 plaatsen) + OV-fiets (Zuidzijde) + Deelvervoer hub vlakbij
G Gebruikswaarde ++ Loopafstanden tot ander vervoer zijn kort + Goed bereikbaar station — trein, bus, fiets, auto + RandstadRail - vier grote steden (Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Amsterdam, met luchthaven Schiphol) liggen dichtbij + Auto en fiets goed op één knooppunt samengebracht + Veiligheid - oversteek voetgangers en fietsers -- (Mindervaliden-)WC - Geen OV-fiets
G Gebruikswaarde ++ P+R-functie voor Leiden en Amsterdam die uiterst succesvol is + Fietsenstalling (1.500 plaatsen) ++ Overstapmogelijkheden op bus -- Geen lift of helling -- (Mindervaliden-)WC – Geen OV-fiets
T Toekomstwaarde + Station ligt naast een gebied met ontwikkelmogelijkheden (de wijk Enka aan de zuidzijde en de herontwikkelde kazerneterreinen aan de noordzijde). Het station lag voorheen meer in de periferie en was meer een overstaplocatie). + Duurzaam: zonnepanelen op het dak – Het station ligt niet bij het centrum van Ede (maar daar bevindt zich aan de Valleilijn wel het station Ede Centrum). Het centrum van Ede ligt op 24 minuten loopafstand van het station.
T Toekomstwaarde + Station ligt naast gebied met ontwikkelmogelijkheden (Dutch Tech Campus) – Overstaplocatie: het station op flinke loopafstand van centra - Potentie voor woningbouw, maar provincie laat het vooralsnog niet toe
T Toekomstwaarde + Biedt steeds meer mensen een werkplek - biedt ook werkplek voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt + Net aangelegde passantenhaven biedt aanleiding voor oppakken beoogde plannen recreatieknooppunt - Snelweg A44 zal blijvende barriere blijven. De kans dat deze overkluisd zal worden is nihil
+ Aandacht aan vormgeving station + Gelegen in het hart van de Randstad Meerdere keren genomineerd/ prijzen gewonnen, voor o.a.: + Tijdloze uitstraling: ruimtelijk, overzichtelijk en warm ontwerp + Zeer groen: lommerrijke laan op hoogte met beplanting van bomen, hagen en gras + Duurzaam: natuurlijke materialen
29
4 — WAT ZEGGEN DE EXPERTS? IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
STATION DRONTEN
STATION K AMPEN ZUID
STATION NOORDERKEMPEN (B)
P Plaatswaarde laag* N Netwerkwaarde gemiddeld/slecht**
P Plaatswaarde laag* N Netwerkwaarde gemiddeld/slecht**
P Plaatswaarde laag/nihil* N Netwerkwaarde gemiddeld***
B Belevingswaarde + Sociale veiligheid – Perron gelegen op spoordijk vangt veel wind
B Belevingswaarde ++ Winkels nabij --– Weinig sociale veiligheid – Perron gelegen op spoordijk vangt veel wind
B Belevingswaarde --– Weinig sociale veiligheid – Desolate plek
G Gebruikswaarde ++ Overstapmogelijkheden op bus ++ WC ++ Mindervaliden-WC + Fietsenstalling – Geen winkels of andere voorzieningen – Geen OV-fiets – Geen deelauto
G Gebruikswaarde ++ P+R-terrein (betaald) + Fietsenstalling + Kiosk op pleintje – Busverbinding aanwezig, maar dienstregeling in de avonduren met centrum Kampen en regio laten te wensen over – Geen OV-fiets – Geen deelauto – Geen WC
G Gebruikswaarde ++ Overstapmogelijkheden op bus ++ P+R-terrein (gratis) + Fietsenstalling + Pakjesautomaat – Geen OV-fiets – Geen deelauto
T Toekomstwaarde + Station is gelegen op 13 minuten loopafstand van het centrum + Station ligt in gebied met ontwikkelmogelijkheden voor een milieu dat compacter is dan gemiddeld in Dronten (diversificatie woon-werkmilieus)
T Toekomstwaarde - Station ligt aan de rand van de wijk, tegen de snelweg aan, met weinig mogelijkheden voor ontwikkeling of verdichting. - Nieuwe ontwikkelingen hebben een lage dichtheid en dit zal, omdat het net is gerealiseerd, ook niet op korte termijn veranderen.
T Toekomstwaarde –– Spoorlijn, snelweg en bedrijventerrein liggen tussen station en het naastgelegen dorp Brecht
* op basis van aantal bestemmingen op 10 minuten loopafstand (bovenlokale voorzieningen, arbeidsplaatsen) ** op basis van PTAL-score (Vereniging Deltametropool en ARUP, 2018) *** inschatting 30
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
HOOFDSTUK 5
VIER TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP 31
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Om de effecten van de komst van een station aan de Lelylijn in de NOP te onderzoeken, hebben we vier toekomstscenario’s opgesteld. Eén scenario zonder station, en drie scenario’s met station. Deze drie scenario’s variëren in de locatie van het station en de manier waarop wonen, werken, mobiliteit en landschap daar op aansluiten. Per scenario beschrijven we eerst de keuzes die horen bij het scenario en vervolgens de effecten die daarbij horen.
S0 NOPE
S1 NOP CENTREREN
gaat uit van geen station in de NOP.
gaat uit van een sterk centraal in Emmeloord gelegen station, dat leidt tot dynamiek in de directe stationsomgeving.
S2 NOP UITBREIDEN
S3 NOP SPREIDEN
gaat uit van een station buiten Emmeloord, gekoppeld aan nieuwe woon- en werkmilieus en natuur ten zuiden van Emmeloord.
gaat uit van drie stations (Urk/Nagele – Emmeloord – Lemmer) en een meer gespreide wijze van ontwikkeling van wonen, werken en recreëren in de polder.
De scenario’s zijn: S0. NOPe: wel een Lelylijn, geen station S1. NOP Centreren: station in het hart S2. NOP Uitbreiden: station op de flank S3. NOP Spreiden: meerdere stations Let op: Het doel is niet om een scenario te kiezen, maar om lessen te trekken uit de scenario’s waarmee een beeld ontstaat over wat voor de gemeente goed en belangrijk of juist negatief of neutraal is. 32
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
5.1 Uitgangspunten scenario’s Uitgangspunt: Extra woningbouw gekoppeld aan Lelylijn In de scenario’s met een station gaan we uit van de bouw van ten minste 5.000 woningen bovenop de bestaande woningbouwplannen voor 3.300 woningen. In het scenario zonder station zien we geen aanleiding voor een extra woningbouwopgave. De woningbouw is geen direct gevolg van de Lelylijn, maar wel een gekoppelde beleidskeuze. De effecten van de woningbouw en bevolkingsgroei zijn daarmee indirecte effecten van de aanleg van de Lelylijn. Wanneer na de verkenningsperiode definitief zou worden besloten om de Lelylijn aan te leggen, dan volgt nog een lange periode van ontwerp en technische uitwerking (van spoorlijn, materiaal en stations) alvorens de daadwerkelijke aanleg kan starten. Voorafgaand aan de opening van de lijn vindt voorts nog een uitgebreide testperiode plaats. De aanleg van andere vergelijkbare spoorlijnen in ogenschouw nemend, duurt het tot ongeveer 2050 voordat de eerste reizigers gebruik kunnen maken van de lijn. Stel dat de eerste nieuwe woningen worden opgeleverd in 2025, dan duurt het nog 25 jaar voordat de nieuwe bewoners op de trein kunnen stappen. In de tussengelegen periode kunnen — in het licht van de
komst van de Lelylijn — al wel andere infrastructurele aanpassingen worden gedaan, zoals de bouw van een busstation op de toekomistige stationslocatie. Met zulke ingrepen kan zelfs vóór het nemen van het definitieve besluit worden aangevangen, wanneer zij ook bij het uitblijven van de Lelylijn bijdragen aan de kwaliteit van het mobiliteitsnetwerk van de Noordoostpolder — zogenaamde ‘no regret’-maatregelen. Het is van belang om het faseren van woningbouw en infrastructurele ingrepen op elkaar af te stemmen om te voorkomen dat nieuwe wijken georiënteerd op een station dat pas in 2050 in gebruik kan worden genomen niet blijvend een autodominante wijk worden. Het op korte termijn aanleggen van een goede HOV-verbinding die nu al de nieuwe wijk en straks ook het station bedient, kan dit voorkomen. Uitgangspunt tracé: Bundeling met A6 In deze impactanalyse is uitgegaan van een tracé van de Lelylijn gebundeld aan de A6 omdat de landschappelijke kwaliteit van de polder als kernkwaliteit naar boven kwam in de analyse. Bij scenario’s met verschillende tracés zal de discussie vooral daarover gaan, terwijl de analyse gaat over de effecten van een station.
— Een sterke aantasting van het cultuurhistorische landschap; — Emmeloord raakt ingeklemd tussen infrastructuur met de A6 in het zuiden en oosten en de spoorlijn in het westen; — De locatie van een station ten westen van Emmeloord betekent een station buiten de bestaande kern op afstand van het centrum van Emmeloord. Er is volop ruimte voor aanvullende uitleglocaties voor woningbouw. Aan de westkant van Emmeloord is minder bedrijvigheid aanwezig, dus er is minder aanleiding om het station te koppelen aan een doorontwikkeling van de bestaande werklocaties. De locatie is te koppelen met een HOV-verbinding Urk – Emmeloord – Marknesse en ligt relatief gunstig voor bewoners van Urk. — Een tracé dat niet gebundeld is aan bestaande infrastructuur zal aanvullende doorsnijdingen veroorzaken van grond, wegen en vaarten en zal daarmee meer impact hebben op de eigenaren/gebruikers van de omgeving van het tracé. Het landschap raakt meer versnipperd.
Wat als er toch een ander tracé wordt gekozen? Indien toch een tracé gekozen zou worden, bijvoorbeeld ten westen van Emmeloord dan kunnen de volgende effecten benoemd worden: 33
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
5.2 SCENARIO 0
NOPE
WEL EEN LELYLIJN, GEEN STATION
34
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Mobiliteitssysteem: Sterke centrale hub
Wonen: Vergrijzen en de druk van Urk
Werken: toegang tot talent beperkt de groei
In dit scenario komt er geen treinstation in de Noordoostpolder. De dichtstbijzijnde treinstations zijn nog steeds te vinden in Heerenveen, Lelystad en Kampen. De uitdaging voor de Noordoostpolder zal zijn om toch beter bereikbaar te worden door de verbindingen met deze steden en stations te verbeteren, bijvoorbeeld door snelle en frequente HOV-verbindingen, ook in de avonduren, of een snelbusstation langs de A6 waar bussen de snelweg op- en af kunnen. Ook kan de gemeente lobbyen voor betere P+R overstapmogelijkheden bij bestaande spoorwegen, bijvoorbeeld in de buurt van Lelystad.
Er is in dit scenario geen aanleiding voor de bouw van 5.000 extra woningen. Dit betekent dat de demografische trends van nu zich verder doorzetten. De bevolking vergrijst en op termijn ligt bevolkingskrimp op de loer. Nadat de 3.300 woningen uit bestaande plannen zijn gerealiseerd zullen de dorpen en Emmeloord nog mondjesmaat bouwen of vernieuwen. Jongeren zullen, net als nu, wegtrekken om te studeren en te werken aan hun carrière.
Het bedrijfsleven blijft zich in dit scenario doorontwikkelen, maar krijgt steeds meer moeite met het aantrekken van talent. Door de vergrijzing wonen er minder werkenden in de polder. Hoogopgeleide jongeren kiezen voor het wonen en werken op meer stedelijke plekken. Het bedrijfsleven in de Noordoostpolder zal zich sterker moeten richten op het recruiten van talent uit deze stedelijke centra. Een sterkere relatie met het groeiende en bloeiende Zwolle kan bijvoorbeeld helpen om werknemers naar de NOP te halen.
Belangrijk is om het lokale ontsluitende busnetwerk overeind te houden en in te zetten op fietsen en op nieuwe vormen van deel- en autonoom vervoer, zodat er meer keuze is voor bewoners, bezoekers en werknemers in de NOP. Maar zonder Lelylijn zal het gebruik van de auto dominant blijven en het gedrag van mensen niet snel veranderen.
Door de snelle groei van Urk en de krimp van de NOP groeit de druk van Urk op de NOP, ruimtelijk en sociaal. Er zullen meer Urkers verhuizen naar de dorpen in de Noordoostpolder, omdat de druk op de woningmarkt op Urk groot zal blijven, en die in de Noordoostpolder wat zal verminderen.
35
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Voorzieningen: Grotere druk op het voorzieningenniveau
Groen: Open en weids
Het bedrijfsleven blijft zich in dit scenario doorontwikkelen, maar krijgt steeds meer moeite met het aantrekken van talent. Door de vergrijzing wonen er minder werkenden in de polder. Hoogopgeleide jongeren kiezen voor het wonen en werken op meer stedelijke plekken. Het bedrijfsleven in de Noordoostpolder zal zich sterker moeten richten op het recruiten van talent uit deze stedelijke centra. Een sterkere relatie met het groeiende en bloeiende Zwolle kan bijvoorbeeld helpen om werknemers naar de NOP te halen.
Toerisme en recreatie — De Noordoostpolder behoudt het rustige, open en weidse karakter. Er is geen grote nieuwe vraag naar recreatiegebieden vanuit de eigen bevolking. Wel kan het toeristisch potentieel van de polder zich in dit scenario verder ontwikkelen, er is ruimte voor nieuwe recreatieve voorzieningen en meer bezoekers, maar deze komen allemaal met de auto. Landschap, bodem en water — De opgaven voor landschap bodem en water zijn zonder een Lelylijn niet anders dan met een Lelylijn. Vanuit de ruimtelijke ontwikkelingen is in dit scenario geen extra impuls te verwachten.
36
LE LY S TA
A
D
E
D
ER
ER
ST M
E
LM
LL
A
O
M
V — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP
GR
ON
IN
GE
N
EN EN
VE HT
EN AC
ER DR
HE
NOPE
PE N K AM LLE Z WO
A
ZW
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
SCENARIO 0
W VE OL GA
ST EE NW
ME
IJK
PP
37
EL
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
5.2 SCENARIO 1
NOP CENTREREN STATION IN HET HART
38
GE
N
EN
EN
VE
HT
IN
EN
AC GR
ON
ER
DR
NOP CENTREREN
HE
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP
SCENARIO 1
W
VE OL
GA
ingezoomd: de stationsomgeving van station Emmeloord gelegen aan de oostzijde van het centrum
EE
NW
ME
IJK
PP
ZW O LL
TA
D
E LY S
ER LE
ST
LM
A
A
M
ER
D
A
M
E
PE N K AM LLE Z WO
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
ST
39
EL
V — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Scenario 1 NOP Centreren Station in het hart Station en netwerk: Centrumhub + Spoke Er komt in dit scenario een station aan de oostkant van Emmeloord langs de A6 in de buurt van de Marknesserweg, precies op de plek van het cultuurhistorische assenkruis van de polder. Ook het busstation wordt hier naartoe verplaatst. Het wordt dé centrale vervoershub van de regio. Vanaf deze plek is de hele regio goed te bereiken met versterkte OV lijnen, maar ook is het station de plek om over te stappen naar deelvervoer en de fiets. Een frequente en snelle HOV buslijn verbindt Urk, Tollebeek, Emmeloord, Marknesse en Steenwijk. In Emmeloord verbindt deze bus ook de zorgvoorzieningen met het centrum en het station. Ook is er een snelle en frequente verbinding van Lemmer en Bant via Emmeloord (station) naar Ens, Kampen (Zuid) en Zwolle. Het station is met de auto ook goed te bereiken (P+R), maar is in het stationsgebied niet dominant aanwezig. Vanuit dit sterke knooppunt kan vervoer op maat georganiseerd worden naar de bedrijventerreinen en agrarische bedrijven, zodat kenniswerkers en arbeidsmigranten makkelijk hun werk kunnen bereiken.
Wonen: Stedelijk en divers In het centrum van Emmeloord en rond het station worden in dit scenario stedelijke woonmilieus toegevoegd met een accent op woningen voor starters, jongeren en senioren. Zij wonen graag op plekken met goede voorzieningen op loopafstand en kunnen met de fiets en het OV goed uit de voeten. Ook is woningbouw mogelijk in nieuwe buurten aan de zuid en zuidoostkant van Emmeloord en ter hoogte van de nieuwe OV-verbindingen de dorpen (bijvoorbeeld in Tollebeek, Marknesse en Ens). Het woonmilieu in de buurt van station Emmeloord zal stedelijker zijn dan wat we nu gewend zijn. Er is ruimte voor middelhoge woningbouw, waar appartementen voor starters en jongeren gemaakt kunnen worden. Er komt een gemengd woonprogramma van sociale huur, middensegment en vrijesectorwoningen. Voor jongeren betekent dit ook dat het aantrekkelijker is om in Emmeloord te blijven wonen tijdens en na de studie. Er komen meer banen en opleidingsmogelijkheden binnen bereik. De nieuwe wijken aan de zuid en zuidoostkant zullen lijken op wijken die we nu in Emmeloord kennen met groen en ruimte. 40
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Werken: Deel van Kennisnetwerk Nederland De stationsomgeving wordt in dit scenario een plek waar de kenniseconomie bloeit. Het bestaande bedrijventerrein De Munt verkleurt naar een plek waar de innovatieve netwerken van de NOP bij elkaar komen. Er is ruimte voor nieuwe vormen van onderwijs. Door de goede verbondenheid is het een aantrekkelijke plek voor werknemers en scholieren uit de hele regio. Het naastliggende bedrijventerrein wordt geleidelijk getransformeerd naar een meer gemengd werk-woongebied, intensiever gebruikt, waar ook plek is voor innovatieve kennisintensieve (productie) bedrijven. Er kan hier bijvoorbeeld een innovatiehub gecreëerd worden voor de agrotechnische sector door het concentreren van kennisintensieve bedrijven die nu verspreid over de polder zijn gevestigd.
Voorzieningen: Groter contrast en specialisatie Tussen de Poldertoren en het station ontstaat in dit scenario een nieuw en vergroot centrumgebied. Het is een kwartiertje lopen tussen Poldertoren en het station en in dit gebied vind je alles wat je in een stad kan verwachten: culturele, maatschappelijke en winkelvoorzieningen, maar ook nieuwe vormen van wonen, werken en onderwijs. De voorzieningen in Emmeloord kunnen zich zo doorontwikkelen en iets meer stedelijk worden. De voorzieningen in de dorpen krijgen in dit scenario maar beperkt een impuls, omdat de woningbouw vooral in Emmeloord plaatsvindt. Het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in de dorpen blijft daarom vergelijkbaar met de huidige situatie en blijft de druk van vergrijzing voelen.
Groen: Landschapstransitie en toeristische trekker Toerisme en recreatie — Het station is in dit scenario een toegangspoort naar de recreatieve en landschappelijke waarden van de NOP. De betere bereikbaarheid geeft een impuls aan het ontwikkelen van nieuwe recreatiegebieden en nieuwe toeristische trekkers. Zo kan er een recreatieve fietsroute ontwikkeld worden langs de Kuindertocht naar Pantropica en het Kuinderbos. Ook kan het station de poort naar de bollenroute worden en kan er een cultuurhistorische “polder experience” komen. Het landschap wordt beter toegankelijk en de recreatieve waarden krijgen een impuls Landschap, bodem en water — De opgaven voor water en bodem blijven, maar de locatie van het station geeft in dit scenario geen extra aanleidingen om deze aan te pakken. De transitie van landbouw en klimaatadaptatie worden gevoed door het versterken van de kenniseconomie, maar zullen los van de ontwikkeling van de Lelylijn moeten worden opgepakt en aangegaan. 41
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP
deze ontwikkelingen op wandel- en fietsafstand van het station plaats. Het gaat om een mix van verdichten en uitbreiden. Door de versnipperde ontwikkeling is fasering in tijd goed mogelijk. Er zou gestart kunnen worden met het verplaatsen van het busstation om plek te maken voor bouw.
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Mogelijke tijdlijn De Lelylijn opent niet van vandaag op morgen. In het geval van een station in het hart, tegen bestaand bebouwd gebied aan, is het waarschijnlijk dat ontwikkelingen verspreid in en rond Emmeloord plaats gaan vinden. Bij voorkeur vinden
42
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP
Referentiebeelden voor de stationsomgeving
Venlo
Necchi, Pavia, Italië
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Emmeloord
Capelle a/d IJssel station Ede-Wageningen
Ede
Leerpark, Dordrecht
Hoefkwartier Amersfoort
43
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
5.4 SCENARIO 2
NOP UITBREIDEN
STATION OP DE FLANK
44
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP
GE
N
EN
EN
VE
HT
IN
EN
AC GR
ON
ER
DR
NOP UITBREIDEN
HE
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP
SCENARIO 2
W
VE OL
GA
ingezoomd: de stationsomgeving van het station gelegen aan de zuidzijde van Emmeloord
EE
NW
ME
IJK
PP
ZW O LL
TA
D
E LY S
ER LE
ST
LM
A
A
M
ER
D
A
M
E
PE N K AM LLE Z WO
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
ST
45
EL
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Scenario 2 NOP Uitbreiden Station op de flank
Station en netwerk: Toegangspoort tot veranderend landschap Er komt in dit scenario een station aan de zuidwestkant van Emmeloord dichtbij de A6, bij de afrit Emmeloord-West/ Nagelerweg. Ook het busstation wordt hier naartoe verplaatst. Het wordt een nieuwe centrale plek en mobilitieitshub die toegankelijk is voor Emmeloord én Urk. Vanaf deze nieuwe mobiliteitshub is de bereikbaarheid van de regio relatief, vooral de westkant is goed te bereiken met versterkte OV lijnen, maar het station is wel de plek om over te stappen naar deelvervoer en de fiets. Een frequente en snelle HOV buslijn verbindt Urk, Tollebeek en Emmeloord. Er is concurrentie in centraliteit van dit nieuwe knooppunt met het centrum van Emmeloord. Ook is er een snelle en frequente verbinding van Emmeloord (station), naar Ens, Kampen (Zuid) en Zwolle. Het station is met de auto goed te bereiken (P+R) en speelt een grotere rol in dit diffuse stationsnetwerk.
Wonen: Een nieuwe wereld, verweven met het landschap In dit scenario ontstaat bij het station een complementair hart waar plek is voor nieuwe agenda’s, programma’s en transities. Er ontstaat een nieuwe wereld aan woonmilieus, nieuwe vormen van experimenteel en landschappelijk wonen (landschappelijk, klimaatadaptief, biobased), aan de zuidwestzijde van Emmeloord. In dit bodemdalingsgebied wordt een voor de NOP, en zelfs voor Nederland, nieuw klimaatadaptief woonmilieu gecreëerd waarin bodem en landschap de condities voor wonen scheppen. Emmeloord groeit naar het zuiden en westen, rondom het station zal worden gebouwd met iets hogere dichtheden. Ook de dorpen kunnen in dit scenario uitbreiden. Er wordt een nieuwe laag toegevoegd die los staat van het huidige contrast tussen Emmeloord en de dorpen. Een nieuwe natuur als drager, waarin woningen worden verweven met het landschap, zal zorgen voor een nieuwe instroom NOP-ers van buiten de gemeente. Het accent ligt met name op kenniswerkers (hoogopgeleiden) die ruimte en nabijheid van groen in de nieuwe omgeving aantrekkelijk vinden. Maar dit trekt ook starters en senioren aan. Er komt een gemengd woonprogramma van sociale huur, middensegment en vrijesectorwoningen. Voor jongeren betekent dit ook dat het aantrekkelijker is om in Emmeloord te blijven wonen tijdens en na de studie.
Er komen meer banen en opleidingsmogelijkheden binnen bereik in de vorm van een nieuwe kenniscampus. 46
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Werken: Verbonden kenniscampus voor vereniging In dit scenario kan bij het station een nieuwe kenniscampus gemaakt worden om mensen uit het onderwijs, bedrijfsleven en de agrarische sector samen te brengen. Transitie vormt de basis van de nieuwe ontwikkelingen van de NOP, ook de (kennis)economie zal parallel groeien. Bijvoorbeeld met nieuwe vormen van landbouw, omgaan met klimaatproblematiek, etc. Bedrijventerreinen nabij het station, zoals het bestaande bedrijventerrein Nagelerweg, kunnen uitbreiden en vernieuwen naar een plek die biobased en circulair ontwikkelt, klaar voor de toekomst.
Voorzieningen: Een nieuw centrumgebied In dit scenario wordt vanuit het ‘niets’ een nieuwe wereld gebouwd. Deze plek heeft dus behoefte aan alle basisvoorzieningen zoals zorg-, sport- en buurtvoorzieningen en scholen. Onderwijs wordt een belangrijke pijler van de kenniscampus. Een zelfstandige HBO-onderwijsinstelling of een afdeling van een bestaande instellingen op het gebied van voedselproductie en leefomgeving zoals de Wageningen Universiteit openen in Emmeloord. Deze nieuwe wereld is niet vanzelfsprekend verbonden met de bestaande NOP–maatschappij. Omdat er meer centrale plekken zijn of worden gevormd, zal het voorzieningenniveau van Emmeloord gaan concurreren.
Groen: Bewoonde landschapstransitie Toerisme en recreatie — Het station is in dit scenario een toegangspoort tot veranderd landschap met nieuwe mogelijkheden voor recreatie. In de buurt liggen het cultuurhistorisch landschap van Urk en cultuurmonumenten Nagele en Schokland met boerenerven als kleine “eilanden van groen” nabij. Een nieuwe ‘polder experience’ vanuit de opgaven van de toekomst. Landschap, bodem en water — Deze plek is bodemdalingsgebied en is dus in dit scenario de aanleiding en inspiratie voor koppeling tussen woningbouw en landschapstransitie; nieuw bos, nieuw water, nieuw bouwen, maar altijd verweven met het landschap. Een groter deel van het landschap zal veranderen en het open karakter van de polder verdwijnt daarmee in dit scenario voor een deel.
47
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP
voornamelijk om uitbreiden. De eerste bewoners van deze ‘nieuwe kern’ zullen nog geen station tot hun beschikking hebben en aangewezen zijn op de auto of tijdelijke maatregelen. Goede landschappelijke kwaliteit voor een aantrekkelijke leefomgeving vergt tijd om te groeien.
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Mogelijke tijdlijn De Lelylijn opent niet van vandaag op morgen. In het geval van een station op afstand van de kern van Emmeloord, is het waarschijnlijk dat er ruimte ontstaat voor een grote, aaneengesloten gebiedsontwikkeling. Het gaat in dit scenerio
48
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP
Referentiebeelden voor het woonmilieu en de stationsomgeving (rechtsboven) Rietplas, Houten
station Lansingerland-Zoetermeer
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Schoon Schip, Amsterdam
Blauwe Stad, Groningen
Meerstad, Groningen
Vallastaden, Linköping, Zweden
49
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
5.5 SCENARIO 3
NOP SPREIDEN
MEERDERE STATIONS
50
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP
EN
EN N
GE
VE
HT
IN
EN
AC
ON
ER HE
DR
NOP SPREIDEN
GR
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP
SCENARIO 3
W
VE OL
GA
ingezoomd: aanzetten van groene landschapsroutes tussen station bij Nagele en werelderfgoed Schokland. Ook vanuit het station Lemmer worden landschapsroutes via het Kuinderbos richting Emmeloord aangezet
EE
NW
ME
IJK
PP
ZW O LL
TA
D
E LY S
ER LE
ST
LM
A
A
M
ER
D
A
M
E
PE N K AM LLE Z WO
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
ST
51
EL
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Scenario 3 NOP Spreiden Meerdere stations Station en netwerk: gespreid sprinten met mobiliteitshubs Er komen in dit scenario meerdere kleine stationsgebieden. Er komen sprinterstations in Urk-Nagele (ter hoogte van afslag Urk op de A6), Emmeloord (aan de oostzijde van het centrum ter plaatse van de Marknesserweg) en Lemmer (net buiten de NOP, maar niet ver van Rutten). Het netwerk is meer verspreid, waardoor minder HOV lijnen mogelijk zijn. Er komt dus niet één groot station, maar meerdere kleine stations. Minder centraliteit is in het netwerk georganiseerd, maar de meeste dorpen profiteren mee. Ieder station kent een eigen mobiliteitshub; de plek om over te stappen naar deelvervoer en de fiets. Station Urk-Nagele wordt een P+R hub buiten de bebouwde kom. De auto blijft een relatief grote rol spelen in de NOP. De kwaliteit van de stationsgebieden is lager dan bij de andere scenario’s: de middelen moeten gespreid worden over drie stations.
Wonen: Gelijke groei in het groen In Emmeloord en Lemmer ontstaan in dit scenario kansen voor woningbouw, omdat ieder station ontwikkelt tot een mobiliteitshub. De groei is verspreid over de polder, dus de impact per station is minder groot dan in de andere scenario’s. Dit biedt een kans om in lijn met de oorspronkelijke stedenbouwkundige uitgangspunten kwaliteit toe te voegen in elk dorp. Vrijkomende boerenerven worden op kleine schaal getransformeerd tot ‘buitens’. De 5.000 extra woningen worden meer verspreid over plekken die binnen de invloedssfeer van de stations liggen. Dit betekent dat er vooral verspreid groei zal zijn aan de noord- en westkant van de NOP, rond respectievelijk Urk-Nagele en Lemmer. Ook verschillende dorpen groeien in dit scenario sterker, zoals Rutten, Nagele, Bant, Tollebeek en natuurlijk Emmeloord (centraal gelegen). Het contrast tussen Emmeloord en de dorpen neemt niet verder toe. Het verschil tussen de dorpen wel; sommige dorpen hebben meer aanleiding tot groei dan anderen.
52
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Werken: Beter bereikbare toegang tot talent De spreiding van nieuwe stationsomgevingen in dit scenario geeft geen aanleiding tot inzet op nieuwe economische agenda’s of extra kenniscampus. Het effect op de dorpen is meer gespreid. De bestaande economie van en aanwezige activiteit in de NOP wordt verder doorontwikkeld en profiteert nadrukkelijk van de betere toegang tot talent.
Voorzieningen: Gespreide impuls voor voorzieningen De woningbouwopgave landt in dit scenario in alle dorpen wat leidt tot verbeterd draagvlak voor voorzieningen in alle dorpen. Onderwijs fuseert op veel plekken, maar waar nodig worden kleinschalige klaslokalen toegevoegd in dorpskernen. Op plekken waar relatief veel nieuwe woningen kunnen komen, zoals in Rutten, wordt een (buurt)supermarkt gefaciliteerd. In Emmeloord is de impuls voor voorzieningen minder groot dan in scenario 1, maar ook in dit scenario profiteert het centrum van Emmeloord van het station en het groeiende aantal bewoners.
Groen: Verbonden natuur- en recreatielandschap Toerisme en recreatie — Verspreid worden in dit scenario bestaande polderstructuren, ooit planmatig bedacht door Christaller, verder aangezet en recreatief aantrekkelijk gemaakt. Er wordt gebouwd aan een verbonden netwerk van verschillende landschappen; de bossen, Werelderfgoed Schokland en de dorpen worden verbonden via bestaande en nieuwe (fietsen wandel)verbindingen, langs de tochten, door het polderlandschap. Landschap, bodem en water — Kleinschalige initiatieven dragen bij aan transities. De dorpsranden kunnen worden verbeterd. Vrijkomende boerenerven, kleine “groene eilanden” kunnen worden ingezet om herontwikkeld te worden. Er zijn geen grootschalige nieuwe ingrepen in het landschap.
53
V 5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP
afstand van de nieuwe stations plaats. Het gaat om een mix van verdichten en uitbreiden. Door de versnipperde ontwikkeling is fasering in tijd goed mogelijk. De aanleg danwel het versterken van recreatieve en groene routes vergt tijd en hier kan al vroeg mee gestart worden.
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Mogelijke tijdlijn De Lelylijn opent niet van vandaag op morgen. In het geval van meerdere stations, is het waarschijnlijk dat ontwikkelingen verspreid over de gemeente plaats gaan vinden. Bij voorkeur vinden deze ontwikkelingen op wandel- en fiets-
54
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR DE NOP
Referentiebeelden voor woonmilieus (linkerkolom) en de stationsomgeving aan de oostzijde van het centrum van Emmeloord (rechterkolom)
Strandeiland, Amsterdam
Ede
Hoefkwartier, Amersfoort
Veghels Buiten
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Klein Kadoelen, Amsterdam
De Vlierlanden, Ommen
Nieuwe Oogst, Oirschot
station Sassenheim
Ede
Hoefkwartier, Amersfoort
55
5 — TOEKOMSTSCENARIO’S SAMENGEVAT
5.6 Keuzes per scenario op een rij SCENARIO 1 NOP CENTREREN Station in het hart
SCENARIO 2 NOP UITBREIDEN
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Station op de flank
SCENARIO 3 NOP SPREIDEN Meerdere stations
STATION EN NETWERK
CENTRUMHUB+SPOKE Het station komt aan de oostzijde van het centrum van Emmeloord (Marknesserweg-A6). Het station krijgt een centrale functie in het ‘hub and spoke-netwerk’. Parkeren kan, maar de bereikbaarheid van het station met deelmobiliteit en fiets gaat voor bereikbaarheid met de auto.
STATION EN NETWERK
SUBURBHUB+SPOKE Het station komt aan de zuidwestzijde van Emmeloord (A6-N717 Hannie Schaftweg). Het station wordt een mobiliteitshub voor de NOP en krijgt verbindingen met andere centrale plekken in de regio, waaronder het centrum van Emmeloord.
STATION EN NETWERK
MINIHUBS+SPOKES Er komen drie stations: station UrkNagele (ter hoogte van afslag 13 op de A6), station Emmeloord aan de oostzijde van het centrum (Marknesserweg) en een station net buiten de NOP, maar niet ver van Rutten in Lemmer (afslag 17 op de A6).
WONEN
STEDELIJK EN DIVERS Het grootste gedeelte van de nieuwe woningen zal worden gerealiseerd nabij het nieuwe stationsgebied van Emmeloord. Het stationsgebied is compact en stedelijk en biedt naast (gestapelde) woonfunctie ook ruimte aan werken, winkelen en voorzieningen. Binnen Emmeloord worden bestaande wijken versterkt door verdichting. Binnen fietsafstand van de HOV-routes komen ook woningen (Emmeloord-Oost; Tollebeek, Marknesse, Ens). Emmeloord wordt stedelijker; de dorpen blijven dorps.
WONEN
EXPERIMENTEEL EN REGENERATIEF Rondom het nieuwe station aan de zuidwestzijde van Emmeloord ontstaat een nieuwe wereld. In dit bodemdalingsgebied wordt een voor de NOP en zelfs voor Nederland nieuw klimaatadaptief woonmilieu gecreëerd waarin bodem en landschap de condities voor wonen scheppen. Rondom het station wordt gebouwd in iets hogere dichtheden.
WONEN
GELIJKE GROEI De woningbouwopgave wordt verdeeld over alle dorpen van de NOP. Een kans om in lijn met de oorspronkelijke stedenbouwkundige uitgangspunten kwaliteit toe te voegen in elk dorp. De dorpen die het dichtst bij de drie nieuwe stations liggen krijgen net iets meer woningen. Vrijkomende boerenerven worden op kleine schaal getransformeerd tot ‘buitens’.
WERKEN
DEEL VAN KENNISNETWERK NL Emmeloord gaat meedraaien in het Kennisnetwerk Nederland. De stationsomgeving wordt nadrukkelijk een kennisintensieve hotspot voor innovatie en onderwijs.
WERKEN
NIEUWE KENNISCAMPUS Transitie vormt de basis van de economische ontwikkeling van de NOP. Hier worden nieuwe vormen van landbouw bedrijven bedacht, getest en uitgevoerd. Onderwijs, bedrijfsleven en de agrarische sector komen samen en coproduceren de toekomst. Een nieuwe kenniscampus vormt het nieuwe epicentrum en uithangbord van de economie van de NOP.
WERKEN
TOEGANKELIJKE ECONOMIE De aanwezige economische activiteit in de NOP wordt verder doorontwikkeld, maar profiteert nadrukkelijk van de betere toegang tot talent. Er wordt niet ingezet op een nieuwe economische agenda — de economische activiteit wordt over de dorpen verspreid.
VOORZIENINGEN
GROTER CONTRAST EN SPECIALISATIE Emmeloord wordt na de schaalsprong het absolute centrum van de Noordoostpolder. Het in de periode 2007-2011 vernieuwde centrum wordt verder uitgebreid in de richting van het nieuwe station. Nieuw winkelaanbod en onderscheidende horeca trekt ook bezoekers aan vanuit de regio.
VOORZIENINGEN
NIEUWE WERELD Een belangrijke pijler van de nieuwe kenniscampus is onderwijs. Een zelfstandige HBO-onderwijsinstelling of een afdeling van een bestaande instellingen op het gebied van voedselproductie en leefomgeving zoals de Wageningen Universiteit openen in Emmeloord. De nieuwe wereld ten zuidwesten van Emmeloord wordt gebouwd vanuit het niets en heeft dus behoefte aan alle basisvoorzieningen als scholen, gezondheids-, buurt- en sportvoorzieningen.
VOORZIENINGEN
NABIJ EN TOEGANKELIJK VOOR IEDEREEN Omdat de woningbouwopgave in alle dorpen landt, wordt het draagvlak voor voorzieningen in alle dorpen verbeterd. Waar nodig worden klaslokalen toegevoegd aan basisscholen. In dorpen als Rutten waar relatief veel nieuwe woningen komen, wordt de komst van een (buurt)supermarkt gefaciliteerd/gestimuleerd.
GROEN
LANDSCHAPSTRANSITIE EN TOERISTISCHE TREKKER Emmeloord krijgt een groene mantel — conform het oorspronkelijke plan voor de NOP. Met de komst van de Lelylijn, centraal gelegen in Emmeloord is er in Emmeloord ruimte voor een toeristische trekker die aansluit bij het DNA van de NOP of iets unieks biedt voor de regio. Er is geen specifiek programma verbonden aan het bodemdalingsgebied.
GROEN
BEWOONDE LANDSCHAPSTRANSITIE De opgaven van water en bodem vormen de inspiratie voor het landschap van de toekomst. In het bodemdalingsgebied wordt agrarisch landschap getransformeerd naar een gebied waarin meer ruimte is voor water en natuur én voor wonen. Uniek voor Nederland!
GROEN
VERBONDEN NATUUR- EN RECREATIELANDSCHAP Verspreid over de NOP worden de bestaande polderstructuren verder aangezet en recreatief aantrekkelijk gemaakt. Er wordt gebouwd aan een verbonden netwerk van verschillende landschappen: de bossen, UNESCO-werelderfgoed Schokland en de dorpen worden verbonden via bestaande routes langs de tochten en nieuwe recreatieve (fiets)verbindingen door het polderlandschap. In het bodemdalingsgebied komt de natuur op één en wordt recreatieve beleving minder belangrijk.
56
IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
HOOFDSTUK 6
IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP De Lelylijn heeft effect op de toekomst van de maatschappelijke structuur van de Noordoostpolder. Sommige van deze effecten zijn direct, andere zijn indirect door keuzes die we koppelen aan de aanleg van de lijn. Per thema geven we een korte duiding hoe de Lelylijn bestaande opgaven een impuls kan geven. 57
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
6.1 Impact op hoofdlijnen
Wonen: extra woningen kan mismatch tegengaan Behoud van identiteit De komst van 5.000 extra woningen maakt dat er een andere kleur aan het palet van woonlocaties in de NOP kan worden toegevoegd. De groei is niet enkel gericht op het bedienen van de woonbehoefte van de bestaande gemeenschap in Emmeloord en de dorpen, maar zal zich ook richten op instromers van ‘buiten’ de NOP; de Randstad, regio Groningen en Zwolle. Wanneer de schaalsprong in wonen gepaard gaat met een verkleuring van de economie, wordt de aantrekkingskracht groter. Door het bouwtempo en de woonmilieus die de gemeente bouwt, kan gestuurd worden in het soort doelgroepen dat de gemeente aantrekt of voor welke bevolkingsgroepen de gemeente kansen voor doorstroming biedt. Nieuwe rol De woonopgave voor de NOP gaat behalve over de veranderingen in de feitelijke woningvoorraad — waar komen welke woningen en hoeveel — daarom ook over het omgaan met de nieuwe — meer open — rol die de NOP binnen de regio kan spelen. Over het op de juiste manier laten samengaan van bestaand en nieuw en hoe de onderscheidende identiteit en DNA van de NOP als ‘eiland’ hierin kan blijven doorklinken.
S CENARIO 0 — NOPE
Geen extra woningbouw en daarmee een stabiele bevolking. De bestaande mismatch op de woningmarkt voor met name senioren en jongeren blijft. SCENARIO 1 — CENTREREN Toevoegen van 5.000 woningen met een accent op het centraal gelegen stationsgebied. Dit betekent een combinatie van stedelijke woonvormen en nieuwe uitleggebieden. Hierbinnen kunnen verschillende woonmilieus gemaakt worden die aansluiten bij de vraag vanuit de Noordoostpolder en van nieuwkomers. Dat kan zorgen voor doorstroming in de woningmarkt. S CENARIO 2 — UITBREIDEN Toevoegen van 5.000 woningen in een landschappelijke setting buiten Emmeloord. Dit kan aantrekkelijk zijn voor verschillende doelgroepen, zoals hoogopgeleiden van buiten de gemeente, maar ook voor doelgroepen binnen de gemeente die een nieuwe woonomgeving wensen. S CENARIO 3 — SPREIDEN De 5.000 woningen worden meer verspreid over de polder en kunnen aansluiten bij de specifieke behoeften van bewoners van de dorpen en Emmeloord. Ook in de dorpen komt meer ruimte voor doorstroming. 58
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Werk: vergroten beroepsbevolking
S CENARIO 0 — NOPE
Vanuit de economie is er behoefte aan het vergroten van de beroepsbevolking. Het verbeteren van de bereikbaarheid en daarmee de groei van de NOP zou dan ook in het teken kunnen staan van het verstevigen van de economie door het aantrekken van geschoold (vooral hoger opgeleid) personeel naar de NOP.
SCENARIO 1 — CENTREREN
Beter verbonden met kennisnetwerken Een station verlaagt de drempel om hier te komen of blijven wonen, maar het brengt de NOP ook binnen het bereik van de beroepsbevolking uit bijvoorbeeld andere regio’s. Op het moment dat de groei wordt ingezet om een grote groep jongeren en studenten een fijne woonplek in de NOP te bieden, is daar ook de koppeling met onderwijs makkelijker te maken. De toenemende digitalisering en technologische innovaties in de agrarische en logistieke sector vragen om bredere profielen van arbeidskrachten (praktisch en theoretisch opgeleid). Samenwerkingen met HBO en WO instellingen buiten de NOP kunnen worden versterkt; nieuwe onderwijsinstellingen kunnen hun intrede maken in de NOP.
SCENARIO 2 — UITBREIDEN De gemeente wordt aangesloten op de rest van het land, maar het stationsgebied is een gebied op zich en geen onderdeel van een groter gemengd stedelijk gebied.
Toegang tot talent blijft een beperkende factor voor de ontwikkeling van de economie. De polder kan met haar eigen kwaliteiten een sterkere plek innemen in het innovatieve netwerk van Nederland. Dit leidt in combinatie met een sterk en gemengd stationsgebied tot de grootste economische impact van de verschillende scenario’s.
SCENARIO 3 — SPREIDEN Drie minder sterke (sprinter)stationsgebieden zorgen voor minder economische impact dan één goed stationsgebied met een snelle intercity. De impact op werken zal in dit scenario meer liggen op het beter bereikbaar worden van banen binnen de regio en minder op het bouwen van een nieuw economisch netwerk.
59
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Landschap: blijvend pionieren om opgaven het hoofd te bieden Lelylijn: indirect effect op landschap De Lelylijn heeft (naast het toevoegen van een nieuw element in het landschap) geen directe effecten op zaken als landbouw, water, bodem of ecologie. De lijn kan wel een impuls betekenen om te werken aan de toekomstbestendige visie op het landschap: — Meer bewoners betekent meer vraag naar recreatieruimte; — Nieuwe woningbouwlocaties vragen ruimte, veelal ten koste van agrarische grond of zelfs op boerenerven; — Betere toegankelijkheid zorgt voor een impuls in het toeristisch potentieel van de polder. Om de landschappelijke opgaven het hoofd te bieden is het verstandig om deze ruimtelijke ontwikkelingen te laten bijdragen aan de toekomstbestendigheid van het landschap. Dat betekent visie op bodem en water, toeristische ontwikkelingen en recreatie en juist daar waar het nodig is in te zetten op landschapstransities. Zo kan een win-win ontstaan.
S CENARIO 0 — NOPE
Impact op het landschap doordat een nieuw lijnvorming element wordt gebouwd. In dit geval geldt: wel de lasten, niet de lusten. Maatschappelijk draagvlak zal waarschijnlijk laag zijn en een zorgvuldige inpassing des te belangrijker. S CENARIO 1 — CENTREREN
Extra woningbouw en tracé hebben effect op het landschap, maar geen extra impuls om met landschappelijke transities aan de slag te gaan. SCENARIO 2 — UITBREIDEN Landschappelijke transities worden aangejaagd door ontwikkeling van nieuwe woon- en werkgebieden buiten de kern van Emmeloord. SCENARIO 3 — SPREIDEN Verspreid over de polder geven nieuwe woningbouwlocaties aanleiding tot kleinschalige recreatieve ingrepen die samen de grote landschappelijke structuren beter verbinden.
60
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
Mobiliteit: een autogemeente met een mobiliteitsopgave Lelylijn zorgt voor keuzevrijheid Bij de komst van een Lelylijn-station in Emmeloord is de wens vanuit mobiliteit om een stevige koppeling met het bestaande busstation te maken zodat overstappen van het ene netwerk op het andere netwerk ook daadwerkelijk gebeurt (te grote afstand doet afbreuk aan het netwerk als geheel). Het station wordt daarmee een sterke hub in het netwerk. Dat biedt kansen om ook andere plekken aan te sluiten op deze hub, bijvoorbeeld hoge kwaliteit buslijnen naar Urk, Lemmer, Steenwijk, Kampen en Zwolle die bij het station bij elkaar komen. De hubfunctie van Emmeloord wordt hiermee verzwaard. Aandachtspunt daarbij is hoe de delen van de polder die verder weg liggen van een station ook profiteren. Daarvoor zijn toekomstige oplossingen voor de ‘last mile’ belangrijk. Dit kan bestaan uit (elektrische) fietsen, deelmobiliteit, flexibele OV-lijnen, maar ook uit oplossingen die we nu nog niet hebben. Met het MITC om de hoek zijn er kansen om nieuwe vormen van mobiliteit te testen in de polder, zoals autonome voertuigen. Stappen we straks in een autonoom rijdende deeltaxi tussen het station en Creil?
Naast het creëren van meer mobiliteitsopties door een station, leidt het toevoegen van woningen in de NOP ook in de dorpen tot een positief effect op de vervoerswaarde van de bestaande buslijnen en daarmee de lange termijn OV-bereikbaarheid van de dorpen. Meer mensen betekent meer draagvlak voor OV. Daarbij spelen ook de fasering en de opzet van nieuwe woonlocaties een rol. Mensen die al gewend zijn de auto te gebruiken zijn minder snel geneigd het OV te pakken. SCENARIO 0 — NOPE
Beperkt effect op mobiliteitsgedrag. SCENARIO 1 — CENTREREN
Sterke centrale hub en netwerk zorgen voor het grootste effect op mobiliteitsgedrag. SCENARIO 2 — UITBREIDEN Een station op afstand van het centrum zorgt voor een diffuus OV-netwerk en heeft minder bewoners in de directe stationsomgeving, waardoor het effect op mobiliteitsgedrag minder groot zal zijn dan in scenario 1. Wel biedt een station bij de afrit van de snelweg goede kansen voor een P+R transferium. SCENARIO 3 — SPREIDEN Meerder sprinterstations kunnen meer mensen bedienen, maar zullen een minder snelle verbinding met grote stedelijke centra hebben. 61
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
6.2 Maatschappelijk impact Scenario 1: NOP Centreren
ONTWIKKELING VAN DE BEVOLKINGSSAMENSTELLING In scenario 1 zal het grootste deel van de 5.000 bij te bouwen woningen zich concentreren in het centrum van Emmeloord, rondom het nieuwe station. Naar verwachting is 30% hiervan sociale huurwoningen. Een vergelijkbaar aandeel van de nieuwe woningvoorraad zou kunnen bestaan uit nieuwe woningen voor senioren, ervan uitgaande dat in de Noordoostpolder dezelfde verhouding wordt aangehouden als de verhouding die het Ministerie van BZK schetst in het Programma Zorg en Wonen voor Ouderen. Naast de toename van dit woningaanbod voor de laagste inkomens en voor senioren, neemt ook de bereikbaarheid van met name Emmeloord toe in dit scenario.
woningvoorraad beschikbaar komt voor starters en gezinnen. Voor de dorpen rondom Emmeloord zal die doorstroom wat beperkter zijn, aangezien senioren van buiten Emmeloord minder snel daarnaartoe zullen verhuizen. Verjonging van de bevolking zal zich daarmee vooral in Emmeloord voordoen en in beperktere mate daarbuiten.
Er zijn voor scenario 1 een aantal aannames te doen, over hoe de bevolkingssamenstelling zich ontwikkelt.
Het is ook denkbaar dat er een zekere toestroom vanuit de Randstad zal zijn van senioren die op zoek zijn naar beter betaalbare woonruimte, waardoor de druk van deze groep op de woningmarkt mogelijk enigszins zal toenemen. Het aantal senioren in de gemeente Noordoostpolder (en met name Emmeloord) zal naar verwachting dus toenemen binnen dit scenario. Daardoor stijgt de vraag naar bepaalde gemeentelijke voorzieningen, zoals Wmo, en (op de lange termijn) naar zorgaanbod binnen geclusterde woonvormen en zorginstellingen.
Veranderende bevolkingssamenstelling door geconcentreerde woningbouw De geconcentreerde woningbouw kan leiden tot betere doorstroom op de woningmarkt in Emmeloord voor de plaatselijke bevolking. Uit onderzoek blijkt dat er onder senioren nog wel enige verhuisbereidheid is als het gaat om verhuizen binnen hun woonplaats (naar een andere buurt), maar dat er weinig bereidheid is om te verhuizen naar buiten de woonplaats. Senioren verhuizen in dit scenario naar nieuw passend woningaanbod, waardoor er nieuwe
Verder zijn er twee andere ontwikkelingen waarschijnlijk in de bevolkingssamenstelling. Het stijgende aanbod aan sociale huurwoningen leidt tot instroom van mensen met een lagere sociaaleconomische status. Ten tweede voorziet het nieuwe woningaanbod in woongelegenheid voor ‘ruimtezoekers’ en jonge gezinsvormers (waar voornamelijk hoger opgeleiden met een bèta-achtergrond vertegenwoordigd zijn). Voor deze groep zijn naast de betaalbaarheid, ook de ruimte, de nabijheid van groen en de nabijheid van belangrijke voorzieningen voor kinderen belangrijke 62
6 — IMPACT VAN DE SCENARIO’S OP DE NOP IMPACTANALYSE LELYLIJN SITE MUST REGIOPLAN
wensen qua woonvorm. Aangezien de woningbouw in scenario 1 een meer stedelijk karakter zal hebben dan nu de norm is in de gemeente, scoort de uitgebreide woningvoorraad in dit scenario minder op ruimte en de nabijheid van groen dan in de andere scenario’s. De betaalbaarheid en het karakter van de nieuwe woningvoorraad zijn echter niet de enige factoren die de aantrekkelijkheid van het wonen voor deze groepen bepalen. De bereikbaarheid die door de Lelylijn wordt gecreëerd, heeft daar naar verwachting ook een zekere invloed op. Veranderende bevolkingssamenstelling door betere bereikbaarheid Wanneer er met een treinverbinding een drempel verdwijnt voor hoger opgeleiden uit de Randstad of de vierhoek Leeuwarden-Sneek-Drachten-Herenveen, is te verwachten dat er meer hoogopgeleid personeel naar de polder komt. Ongeacht of deze mensen ook in de gemeente komen wonen, leidt dit met name in en rondom Emmeloord tot een impuls in de economische bedrijvigheid. Het vestigingsklimaat voor bedrijven wordt daardoor ook beter, wat de werkgelegenheid verder doet toenemen, al moet dit effect niet te hoog worden ingeschat: de eerste 10 jaar na de aanleg van de Lelylijn zal dit (nog) niet gaan om vele duizenden nieuwe werkplekken[3].
Dit effect wordt versterkt doordat het voor studenten aantrekkelijker is om bijvoorbeeld in Emmeloord te blijven wonen tijdens hun studie omdat steden met hoger onderwijsinstellingen ineens gemakkelijker bereik-
baar worden. Deze veranderende bevolkingssamenstelling heeft sociaal-maatschappelijke impact. SOCIAAL EN MAATSCHAPPELIJK Impact op de sociale cohesie De doorstroom in scenario 1 draagt ertoe bij dat de plaatselijke bevolking in Emmeloord blijft en/of gaat wonen, waaronder ook jongeren uit Emmeloord en de omringende dorpen. Hiervan kan worden verwacht dat het de sociale cohesie bevordert: het gemeenschapsgevoel dat de gemeente zo kenmerkt blijft behouden. De trend van vergrijzing in de NOP wordt doorbroken: er blijven veel senioren in de gemeente wonen, maar tegelijkertijd zorgt de betere doorstroom ervoor dat er meer jonge starters en jonge gezinnen in de gemeente komen en blijven wonen, in plaats van dat er met name uitstroom is van deze jonge bevolkingsgroep. Scenario 1 heeft niet uitsluitend een positief effect op de sociale cohesie. Er is ook een tegengesteld effect te verwachten, doordat er ook een zekere toestroom van mensen buiten de gemeente op gang komt. Hoger opgeleiden die banen kunnen vinden in de geïntensiveerde kenniseconomie in de NOP, en nu makkelijker vanuit bijvoorbeeld de Randstad of de noordelijke provincies naar Emmeloord kunnen reizen. Hetzelfde geldt — zij het in mindere mate — voor midden-opgeleiden, voor wie de as Lelystad-Emmeloord belangrijker is.