CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

A02 00 Jaarstukken 2024 Veiligheidsregio Flevoland.pdf

Gemeenteraad 12 mei 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 5: Lijst ingekomen stukken27.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 3.2 Reguliere werkzaamheden van de kolommen 3.3 Programma Algemene Dekkingsmiddelen

5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4. Paragrafen

Hoofdstuk 2

3.1 Beleidsthema’s 2024

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

28

Wat heeft het gekost? Lasten en Baten Programma

Realisatie 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024

Verschil 2024

Brandweer lasten

30.248.475

34.305.353

33.322.085

-983.268

Brandweer baten

-803.710

-3.538

-814.193

-810.655

29.444.765

34.301.815

32.507.892

-1.793.923

Storting in de reserves

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

29.444.765

34.301.815

32.507.892

-1.793.923

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

Een toelichting van het verschil in 2024 is opgenomen in paragraaf 5.6.

3.2.2 Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)

Hoofdstuk 4

Het doel van de GHOR is om onder leiding van het openbaar bestuur de gezondheidszorg efficiënt op te schalen bij grootschalige rampen en crises. Hierbij functioneren betrokken zorgorganisaties als een geïntegreerde keten. Dit garandeert dat slachtoffers van rampen en crises de best mogelijke zorg ontvangen. Als onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst van de twee veiligheidsregio’s werken de GHOR-regio’s als één team samen.

De speerpunten in 2024: wat hebben we gedaan?

Hoofdstuk 5

Adviseren van overheden en andere betrokkenen De adviserende rol van de GHOR komt onder andere tot uiting bij de advisering over evenementen, waarbij adviezen worden gegeven over de zorg op evenementen, hygiënemaatregelen en preventieve maatregelen. Het uiteindelijke doel is om adequate eerste hulp en medische zorg te leveren, de druk op de reguliere zorg te ontlasten en bezoekers een zo veilig en gezond mogelijk festival te laten beleven. Omdat het aantal evenementen toeneemt en de evenementen complexer worden zijn de GHOR-crisisfunctionarissen dit jaar bijgeschoold over de risico’s en de verschillende verantwoordelijkheden op een evenement.

Bijlagen

Voorbereiden op mogelijke rampen en crises Bij rampen en crises wordt zorg verleend door een keten van zorgorganisaties. De GHOR heeft samenwerkingsafspraken met die zorgorganisaties om ervoor te zorgen dat er efficiënt kan worden opgeschaald

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 3.2 Reguliere werkzaamheden van de kolommen 3.3 Programma Algemene Dekkingsmiddelen

5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4. Paragrafen

Hoofdstuk 2

3.1 Beleidsthema’s 2024

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

29 naar grootschalige hulpverlening bij rampen en crises. Gezamenlijk oefenen geeft inzicht of de planvorming van de verschillende partijen goed op elkaar is afgestemd. De GHOR heeft in 2024 daarom meegedraaid bij crisisoefeningen van de verschillende zorgorganisaties in onze regio. In de tweede helft van 2024 is gestart met het ontwikkelen van een zorgrisicoprofiel voor onze beide regio’s. Hiermee krijgen we inzicht in de risico’s en uitdagingen die de zorgcontinuïteit kunnen bedreigen. Daardoor kunnen we een nog sterkere en weerbaardere zorgketen realiseren. Dit sluit aan bij het landelijke thema ‘weerbare samenleving’. Inzetten bij GRIP-incidenten In 2024 is de GHOR acht keer ingezet bij GRIP-1-incidenten in Flevoland en Gooi en Vechtstreek en één keer bij een GRIP-2. De Officier van Dienst Gezondheidszorg (OvD-G) is in totaal meer dan 240 keer ingezet. Daarnaast is een dashboard ontwikkeld om de inzet van GHOR-crisisfunctionarissen te analyseren. De gegevens dienen om inzetcriteria, onderliggende planvorming en het scholen van crisisfunctionarissen te verbeteren. Samen werken aan zorgcoördinatie Met de komst van het Integraal Zorgakkoord (IZA) is aan zorgpartijen de opdracht gegeven om met elkaar te werken aan een toekomstbestendige (acute) zorgketen. De GHOR is betrokken bij de regionale pilots met betrekking tot zorgcoördinatie.

In VRF en VRGV draait een project waarbij een zorgcoördinatievoorziening wordt ontwikkeld. De GHOR helpt bij het opzetten van een oefenreeks om de nieuwe werkwijze in de samenwerking tussen de Meldkamer Midden-Nederland en deze ZVC te testen, te verfijnen en vast te stellen.

Hoofdstuk 4

Wat heeft het gekost? Lasten en Baten Programma

Realisatie 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024

Verschil 2024

GHOR lasten

1.981.408

1.887.784

1.907.259

19.475

Hoofdstuk 5

GHOR baten

0

0

0

0

1.981.408

1.887.784

1.907.259

19.475

Storting in de reserves

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

1.981.408

1.887.784

1.907.259

19.475

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

Bijlagen

Hoewel het programma bestuurlijk onder de veiligheidsregio valt, is de uitvoering in handen van GGD Flevoland. Een toelichting van het verschil in 2024 is opgenomen in paragraaf 5.6.

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 3.2 Reguliere werkzaamheden van de kolommen 3.3 Programma Algemene Dekkingsmiddelen

5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4. Paragrafen

Hoofdstuk 2

3.1 Beleidsthema’s 2024

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

30

3.2.3 Bevolkingszorg Bevolkingszorg, soms ook wel aangeduid als de oranje kolom, vormt bij grote ongelukken, rampen en crises de verbindende schakel tussen de hulpverleningsketens en de gemeentelijke diensten. Zo zorgt Bevolkingszorg voor de crisiscommunicatie, de opvang voor getroffenen en de omgevingszorg waaronder het milieu en de infrastructuur. De organisatie bestaat uit vertegenwoordigers van de gemeenten uit het gehele verzorgingsgebied en één coördinerend kernteam Bevolkingszorg voor de beide veiligheidsregio’s. Vanuit die gezamenlijkheid worden alle voorbereidende taken geregeld en worden functionarissen ingeschakeld tijdens een ramp of crisis.

De speerpunten in 2024: wat hebben we gedaan? De formatie van het kernteam bevolkingszorg is in de eerste helft van 2024 uitgebreid met twee medewerkers. Deze extra capaciteit is nodig voor de borging van de basisprocessen, de implementatie van het uniform kwaliteitskader bevolkingszorg (UKB) en de versterkingsmaatregelen crisisbeheersing. De kosten worden daarom gedekt vanuit de extra rijksbijdrage voor Versterking crisisbeheersing. Met prioriteit worden achterstanden in de operationele planvorming en de borging, toetsing en vastlegging van vakbekwaamheid opgepakt. Deze zijn mede ontstaan door de noodzakelijke inzet op de COVID-19- en vluchtelingencrises.

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

Voor het functioneren van bevolkingszorg hebben de volgende onderwerpen aandacht gekregen: • De bezetting van alle piketfuncties: Dit is een blijvend zorgenpunt, waarover regelmatig overleg plaatsvindt met gemeenten. Er zijn veel wisselingen onder crisisfunctionarissen. De continuïteit, vakbekwaamheid, bereikbaarheid en betrokkenheid zijn daardoor soms lastig te waarborgen. Dat geldt voor regionale en zeker ook voor gemeentelijke piketfuncties. • De inzet van partnerorganisaties: Nadat in 2023 het convenant met de rampenzender NH Nieuws voor Gooi en Vechtstreek is geactualiseerd, is in 2024 het convenant met Omroep Flevoland geactualiseerd. Met het Rode Kruis zijn afspraken gemaakt over een pilot voor de leiding en coördinatie op opvanglocaties bij een calamiteit in Almere en Hilversum.

Bijlagen

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 3.2 Reguliere werkzaamheden van de kolommen 3.3 Programma Algemene Dekkingsmiddelen

5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4. Paragrafen

Hoofdstuk 2

3.1 Beleidsthema’s 2024

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

31

Wat heeft het gekost? Realisatie 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024

Verschil 2024

Bevolkingszorg lasten

501.313

609.718

577.389

-32.329

Bevolkingszorg baten

0

0

0

0

501.313

609.718

577.389

-32.329

Storting in de reserves

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

501.313

609.718

577.389

-32.329

Lasten en Baten Programma

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

Een toelichting van het verschil in 2024 is opgenomen in paragraaf 5.6.

3.2.4 Veiligheidsbureau FGV

Hoofdstuk 4

Veiligheidsbureau Flevoland & Gooi en Vechtstreek (Veiligheidsbureau FGV) is gericht op het voorkomen, beperken en bestrijden van (de effecten van) crises en het bevorderen van de fysieke veiligheid in beide regio’s. Binnen Veiligheidsbureau FGV werken de kolommen Crisisbeheersing, GHOR en Bevolkingszorg- gezamenlijk met crisispartners zoals politie, Defensie, Rijkswaterstaat, waterschappen en bedrijven in de vitale infrastructuur (zoals drinkwater-, gas- en elektraleveranciers) aan de veiligheid.

De speerpunten in 2024: wat hebben we gedaan?

Hoofdstuk 5 Bijlagen

Versterking organisatiekracht crisisbeheersing Dit speerpunt heeft een sterke relatie met het programma Versterking Crisisbeheersing. De eerste maatregelen ter versterking van de organisatiekracht van crisisbeheersing zijn geïmplementeerd en er zijn stappen gezet om de capaciteit en inrichting beter aan te laten sluiten bij de versterkingsopgaven. Inmiddels is versterkt op advies, ondersteuning en informatievoorziening. Sinds begin 2024 zijn de medewerkers die werken voor een van de kernpartners van de veiligheidsregio’s in Flevoland en Gooi en Vechtstreek (crisisbeheersing, Bevolkingszorg en GHOR) gehuisvest op één centraal gelegen locatie in Almere. Deze gezamenlijke huisvesting bevordert het samen versterken van de crisisbeheersing. Daarnaast zijn in 2024 stappen gezet om de benodigde capaciteit en de bezetting van Veiligheidsbureau FGV op orde te krijgen en te laten aansluiten bij de opgaven die volgen uit de (landelijke) versterkingsdoelstellingen.

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 3.2 Reguliere werkzaamheden van de kolommen 3.3 Programma Algemene Dekkingsmiddelen

5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4. Paragrafen

Hoofdstuk 2

3.1 Beleidsthema’s 2024

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

32 Voorkomen, risicogerichtheid en redzaamheid De afgelopen periode is het regionaal risicoprofiel van beide veiligheidsregio’s geactualiseerd. Dit is een belangrijke stap om duidelijk te hebben op welke (prioritaire) risico’s onze crisisbeheersing ingericht moet zijn. De gemeenten en andere stakeholders zijn over deze actualisatie geconsulteerd waarna de besturen van beide veiligheidsregio’s de regionale risicoprofielen hebben vastgesteld. Het risicoprofiel is als uitgangspunt betrokken bij het opstellen van het Regionaal Beleidsplan 2025-2028 en is tevens de leidraad voor de invulling van onze risicobeheersing, planvorming en vakbekwaamheid. Nu het risicoprofiel er ligt, is de vervolgstap om verdere invulling te geven aan meer risicogericht werken, ook in samenhang met het toekomstige Veiligheidsinformatiecentrum Midden-Nederland (VIC). In het risicogericht werken volgen we de landelijke lijnen. De uitrol vindt plaats in gezamenlijkheid met onze stakeholders. Een actueel landelijk thema is de weerbare en veerkrachtige samenleving. Diverse organisaties -waaronder defensie, NCTV en Ministerie van Justitie en Veiligheid- roepen overheden, organisaties en burgers op om zich beter voor te bereiden op diverse dreigingen. Denk aan langdurige stroomuitval door een cyberaanval of een militaire dreiging.

Het is belangrijk dat we de maatschappelijke weerbaarheid verhogen en ons meer bewust zijn van wat we als inwoners en organisaties zelf kunnen doen. Naast de nationale overheid en gemeenten hebben ook veiligheidsregio’s een rol in het versterken van deze weerbaarheid. Ook na 2024 zal hier zowel landelijk als in onze regio’s verder op worden ingezet.

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

Informatie, advies en netwerkmanagement Samen met Veiligheidsregio Utrecht is in 2024 gewerkt aan het bouwen van het Veiligheidsinformatiecentrum (VIC). Het VIC is een digitale en fysieke omgeving voor crisisbeheersing. In deze omgeving worden risico’s en dreigingen gemonitord en omgezet in informatie en advies aan bijvoorbeeld gemeenten en crisisfunctionarissen. Hierbij wordt nauw samengewerkt met het Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2) en onze crisispartners. Het VIC is operationeel en zal de komende periode verder worden gevuld met informatie. Hiermee wordt het veiligheidsbeeld dat het VIC laat zien steeds breder en nauwkeuriger. Ook wordt gewerkt aan de bemensing van het VIC, bijvoorbeeld door de calamiteitencoördinatoren. Daarnaast is gestart met de versterking van planvorming. Hierbij wordt onder meer gekeken hoe de planvorming (verder) kan worden gedigitaliseerd en toegankelijk kan worden gemaakt voor bijvoorbeeld het VIC.

Bijlagen

Vakbekwaam blijven Het Veiligheidsbureau organiseert beleidsteamoefeningen voor de gemeenten in onze veiligheidsregio’s, waarin het gemeentelijk beleidsteam (GBT) samen met adviseurs van het Openbaar Ministerie en hulpverleningsdiensten een scenario naar keuze oefent. Bestuurlijke dilemmatrainingen zijn een vorm van bijscholing voor het GBT. Hierbij wordt eerst de theorie behandeld. Daarna wordt aan de hand van een casus het ‘voorwaarts denken’ besproken. In 2024 zijn er conform de multidisciplinaire oefenkalender zes GBT-oefeningen, zes dilemmatrainingen en twee burgemeestersbijeenkomsten georganiseerd.

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 3.2 Reguliere werkzaamheden van de kolommen 3.3 Programma Algemene Dekkingsmiddelen

5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4. Paragrafen

Hoofdstuk 2

3.1 Beleidsthema’s 2024

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

33

Wat heeft het gekost?

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

Lasten en Baten Programma

Realisatie 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024

Verschil 2024

Veiligheidsbureau lasten

1.283.735

1.236.760

1.224.680

-12.080

Veiligheidsbureau baten

-162.733

0

-144.932

-144.932

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

1.121.002

1.236.760

1.079.748

-157.012

Storting in de reserves

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

1.121.002

1.236.760

1.079.748

-157.012

Realisatie 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024

Verschil 2024

Algemene dekkingsmiddelen lasten

357.862

62.217

536.636

474.419

Algemene dekkingsmiddelen baten

-33.034.248

-38.717.482

-37.833.731

883.751

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

-32.676.386

-38.655.265

-37.297.095

1.358.170

Storting in de reserves

3.267.895

3.573.987

6.776.902

3.202.915

Onttrekking aan reserves

-2.077.763

-2.954.798

-3.232.027

-277.229

Gerealiseerd resultaat

-31.486.254

-38.036.076

-33.752.220

4.283.856

Een toelichting van het verschil 2024 is opgenomen in paragraaf 5.6.

3.3 Programma Algemene Dekkingsmiddelen Wat heeft het gekost? Lasten en Baten Programma

Een toelichting van het verschil 2024 is opgenomen in paragraaf 5.6.

Bijlagen

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.4 Bedrijfsvoering 4.5 Verbonden partijen 4.6 Openbaarheid 5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4.3 Financiering

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

34

4. Paragrafen Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat hoofdstuk 3 in het teken van de verantwoording van de paragrafen weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering en verbonden partijen. De paragrafen vormen een dwarsdoorsnede van de begroting en geven een verdieping op een aantal cruciale onderwerpen. 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleid aangaande het weerstandsvermogen, de weerstandscapaciteit, de risico’s en beheersmaatregelen van VRF.

Algemeen Het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) schrijft voor dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen jaarlijks de weerstandscapaciteit en de risico’s inventariseren en hierover beleid formuleren.

Hoofdstuk 4

Continuïteitsveronderstelling

Hoofdstuk 5

Bij de waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat moet worden uitgegaan van de veronderstelling dat de activiteiten waarvoor deze dienen worden voortgezet. Voor gemeenschappelijke regelingen geldt dat vanwege de onbegrensde bijdrage vanuit de deelnemende gemeenten (en daardoor altijd aanwezige liquiditeit) per definitie geen onzekerheid kan bestaan over de continuïteitsveronderstelling.

Gewenste weerstandscapaciteit

Bijlagen

Op grond van artikel 11 BBV wordt een uitspraak over het weerstandsvermogen onderbouwd door een vergelijking van de resterende (i.c. niet-gedekte) risico’s met de beschikbare weerstandscapaciteit. Deze uitspraak wordt uitgedrukt in termen van gewenste weerstandscapaciteit, gelet op de aard en omvang van de resterende risico’s. De gewenste weerstandscapaciteit is het bedrag waarover de organisatie zou moeten beschikken op grond van de resterende risico’s (risicoprofiel). Voor de financiële positie van de organisatie is het van belang in hoeverre daadwerkelijk weerstandscapaciteit beschikbaar is om het gewenste weerstandsvermogen te vormen.

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.4 Bedrijfsvoering 4.5 Verbonden partijen 4.6 Openbaarheid 5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4.3 Financiering

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

35

Beleid weerstandsvermogen Het beleid van VRF ten aanzien van het weerstandsvermogen is dat de niet-gedekte risico’s (met inachtneming van de beheersmaatregelen en de reeds opgenomen voorzieningen) worden gedekt door de algemene reserve. Dit beleid is geactualiseerd en vastgelegd in de “Notitie Weerstandsvermogen, reserves en voorzieningen” die door het Algemeen Bestuur op 11 december 2024 is vastgesteld.

Beschikbare weerstandscapaciteit 2024 In de inleiding is aangegeven wat onder weerstandscapaciteit wordt verstaan. Onderdeel van die capaciteit vormen de vrij aanwendbare reserves die een bufferfunctie hebben voor onvoorziene risico’s. Voor de bepaling van de weerstandscapaciteit wordt hieronder een overzicht gegeven van de stand van de vrij aanwendbare reserves per 31-12-2024. Algemene reserve per 1-1-2024

€ 2.283.606

Onttrekkingen 2024

€ 1.868.487

Toevoegingen 2024

€ 3.497.000

Vrij te besteden bestemmingsreserves

0

Bedrag voor onvoorzien

0

Stille reserves

0

Hoofdstuk 4

Totaal beschikbaar vanaf 31-12-2024

€ 3.912.119

25,0

1,0 tot 1,4

Beschikbare weerstandscapaciteit

Benodigde weerstandscapaciteit

Ratio weerstandsvermogen

Risicoprofiel

Hoofdstuk 5

Een risico wordt gedefinieerd als ‘de kans op het optreden van een gebeurtenis met een negatief financieel gevolg voor de veiligheidsregio’. In de kolom ‘kans’ is geschat in hoeverre de omschreven gebeurtenis zich zal voordoen. Het risicoprofiel komt uit op € 156.300 zoals vastgesteld bij de Kadernota 2025 (besluit AB 6-12-2023). Dit is tevens de minimaal gewenste omvang van het weerstandsvermogen (de tabel is in de bijlage opgenomen).

Ratio weerstandsvermogen

Bijlagen

De totale meerjarige weerstandscapaciteit is voldoende om de ratio van 1 te realiseren. Het ratio weerstandsvermogen 2024 is 25,0. Deze ratio valt hoog uit, maar zal in 2025 weer uitkomen rond 1,0. Dit komt omdat er is gekozen om verplichtend karakter niet als risico op te nemen in het risicoprofiel. In 2024 is via een begrotingswijziging € 3.497.000 extra in de algemene reserve gestort om de verwachte kosten voor 2025 inzake Verplichtend karakter op te kunnen vangen.

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.4 Bedrijfsvoering 4.5 Verbonden partijen 4.6 Openbaarheid 5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4.3 Financiering

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

36 Hierdoor is de algemene reserve aanzienlijk hoger dan het risicoprofiel. Met de onttrekking aan de algemene reserve die in 2025 zal plaatsvinden, om de kosten voor verplichtend karakter te dekken, komt de weerstandsratio weer richting de 1,0. Conform bestuurlijke afspraak. We blijven in afwachting van landelijke besluitvorming op het onderwerp Verplichtend karakter. Het uitgangspunt is onveranderd dat alle kosten die verband houden met de afschaffing van het Verplichtend karakter door het Rijk worden vergoed. Voor het inhoudelijke overzicht van het risicoprofiel verwijzen wij u naar bijlage 6.

Financiële kengetallen Om inzicht in de financiële positie te verschaffen, nemen we een aantal relevante kengetallen op. Deze kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en bieden inzicht bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Financiële kengetallen

JR2023

PGB2024

JR2024

1A. Netto schuldquote

51%

59%

31%

1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

51%

59%

31%

2. Solvabiliteitsratio

41%

35%

45%

4,50%

0,00%

10,42%

3. Structurele exploitatieruimte

Hoofdstuk 4

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen • 0% t/m 100%: normaal • 100%: weinig leencapaciteit • 130%: zeer hoge schuld

Hoofdstuk 5

De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De VRF scoort normaal. Dit betekent dat de VRF ruim voldoende mogelijkheden heeft tot het opnemen van langlopende geldleningen. De netto schuldquote is ten opzichte van vorig jaar gedaald, hetgeen voornamelijk wordt veroorzaakt door een afname van de netto vlottende schulden.

Bijlagen

Solvabiliteitsratio Het eigen vermogen als percentage van het vreemd vermogen. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Een normaal solvabiliteitsratio is tussen de 20% en 70%. De ratio is ten opzichte van 2023 licht gestegen, dat wordt voornamelijk veroorzaakt door een stijging van het eigen vermogen.

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.4 Bedrijfsvoering 4.5 Verbonden partijen 4.6 Openbaarheid 5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4.3 Financiering

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

37

Structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit Dit zijn voorgeschreven kengetallen vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De norm structurele exploitatieruimte geeft de verhouding weer tussen de structurele baten en de structurele lasten. Op begrotingsbasis kent VRF geen structurele exploitatieruimte. Het gepresenteerde percentage valt hoog uit door de storting van € 3.497.000 ten behoeve van Verplichtend Karakter 2025. Zonder deze storting komt het percentage uit op 1,40%. De kengetallen inzake grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op VRF.

4.2 Onderhoud kapitaalgoederen Op grond van artikel 12 BBV kent de veiligheidsregio de volgende kapitaalgoederen: gebouwen en materiaal/ materieel, ICT-middelen en inrichting kazernes. Kapitaalgoederen hebben een aanzienlijk effect op de begroting en het gewenste onderhoudsniveau moet beleidsmatig vastgesteld worden.

Groot onderhoud gebouwen Medio 2012 heeft VRF de brandweerkazerne in Zeewolde in eigendom en in gebruik genomen. In 2022 is het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor deze kazerne geactualiseerd en is het bedrag dat voor het groot onderhoud nodig is hierop aangepast. In 2016 is in Zeewolde het boothuis in gebruik genomen. Alle andere brandweerkazernes zijn om niet in gebruik door de veiligheidsregio, conform het besluit van het bestuur uit december 2013. In 2015 en 2016 zijn overeenkomsten tussen de gemeenten en VRF gesloten met nadere afspraken over beheer en onderhoud van de brandweerkazernes.

Hoofdstuk 4

Roerende kapitaalgoederen

Hoofdstuk 5

In 2023 is het meerjareninvesteringsplan (MIP) geactualiseerd, in samenwerking met VRGV. In het MIP wordt gekeken naar de compleetheid, technische staat van huidige voertuigen, reële vervangingstermijnen en vervangingsbedragen in relatie tot de visie en de technische staat. De vervangingen van de roerende zaken vinden conform het bestaande vervangingsschema en investeringsoverzicht uit de begroting plaats. Uiteraard wordt gekeken naar het meest economisch en technisch gunstigste moment om te vervangen.

4.3 Financiering Wettelijk kader

Bijlagen

De uitvoering van de financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de wettelijk kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). In de wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt tot uitdrukking in een verplicht treasurystatuut en een financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening. Het treasurystatuut van VRF is in 2022 geactualiseerd en vastgesteld door het algemeen bestuur.

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden

4.3 Financiering 4.4 Bedrijfsvoering 4.5 Verbonden partijen 4.6 Openbaarheid 5. Jaarrekening

In 2011 en 2012 heeft VRF twee lineaire leningen afgesloten voor de overname en inrichting van de brandweerkazerne in Zeewolde. De ene lening heeft een looptijd van 20 jaar tegen 4,43% rente, jaarlijks wordt er € 37.500 afgelost. De andere lening heeft een looptijd van 18 jaar tegen 2,75% rente, jaarlijks wordt er € 65.789 afgelost. In 2019 is een lening van € 6.500.000 afgesloten ten behoeve van het doen van investeringen en ter versterking van het werkkapitaal. De lening heeft een looptijd van 15 jaar tegen 0,855% rente, jaarlijks wordt er € 433.333 afgelost.

Kasgeldlimiet Voor 2024 is het begrotingstotaal na begrotingswijziging € 38,0 mln., dus is de toegestane kasgeldlimiet € 3,12 mln. 1e kw

2e kw

3e kw

4e kw

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

In bedrag

3,12

3,12

3,12

3,12

2. Omvang vlottende schuld

2,91

2,50

2,20

5,46

3. Vlottende middelen

1,23

1,22

1,22

1,46

Hoofdstuk 4

4.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Ontwikkeling liquiditeitspositie

Hoofdstuk 3

4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

38

Berekening kasgeldlimiet in mln.

4. Totaal netto vlottende schuld (2-3)

1,69

1,27

0,98

4,01

Toegestaan kasgeldlimiet

3,12

3,12

3,12

3,12

Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

1,43

1,85

2,14

-0,90

1. Toegestane kasgeldlimiet In procenten van de grondslag

Toets kasgeldlimiet

Conclusie: Er is in 2024, m.u.v. het 4e kwartaal voldaan aan de kasgeldlimiet.

Hoofdstuk 5

Renterisiconorm en renterisico’s vaste schuld

Bijlagen

De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijd van de kapitaalmarktleningen (looptijd lening > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moeten worden aangepast. Het Rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Voor VRF komt dit in 2024 neer op een bedrag van € 7,6 mln.

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.4 Bedrijfsvoering 4.5 Verbonden partijen 4.6 Openbaarheid 5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4.3 Financiering

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

39

Berekening renterisiconorm (x € 1.000)

2023

2024

Begrotingstotaal

35.696

38.036

Renterisiconorm

20%

20%

Toets renterisiconorm

7.139

7.607

0

0

Betaalde aflossingen

537

537

Renterisico

537

537

6.603

7.071

Renteherziening op leningen o/g

Ruimte onder renterisiconorm Conclusie: Er is in 2024 voldaan aan de renterisiconorm.

Rentetoerekening Bij de vernieuwing van het BBV is het advies opgenomen om de rentekosten op één post in de begroting op te nemen. Om ervoor te zorgen dat in de begroting en verantwoording de totale rentelasten en de daaraan gekoppelde financieringsbehoefte inzichtelijk zijn, wordt in artikel 13 voorgeschreven dat de paragraaf financiering voortaan ook in ieder geval inzicht geeft in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties, en taakvelden worden toegerekend.

Hoofdstuk 4

Renteschema

Hoofdstuk 5 Bijlagen

JR 2023

PGB 2024

JR 2024

71

243

64

b. Externe rentebaten

-323

0

-223

Saldo rentelasten en rentebaten

-252

243

-160

c1. Rente over eigen vermogen (toevoegd aan exploitatie)

0

0

0

c2. Rente over voorzieningen

0

0

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

0

0

0

d. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

71

243

64

-323

0

-223

a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering

e. Renteresultaat op het taakveld Treasury

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.4 Bedrijfsvoering 4.5 Verbonden partijen 4.6 Openbaarheid 5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4.3 Financiering

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

40

Rentekosten/Rentebaten VRF heeft in 2024 de rentekosten ad € 63.530 inzake de leningen verantwoord in het overzicht van baten en lasten 2024 en toegerekend aan de taakvelden. De rentebaten komen voort uit het schatkistbankieren bij het Rijk. In 2023 is € 223.429 aan rente ontvangen.

4.4 Bedrijfsvoering In hoofdstuk 3 zijn de belangrijkste ontwikkelingen wat betreft bedrijfsvoering beschreven, namelijk: Verstevigen samenwerking VRF en VRGV, Versterking informatievoorziening en duurzaamheid.

Toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording Voor de rechtmatigheidsverantwoording zie paragraaf 5.6. In deze paragraaf bedrijfsvoering wordt, conform het BBV, toelichting gegeven op mogelijk geconstateerde afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording bevat geen meldenswaardige afwijkingen en heeft daarom geleid tot een positieve verklaring van het dagelijks bestuur inzake de rechtmatigheid van het handelen van de organisatie in 2024.

Beleidsindicatoren (BBV)

Hoofdstuk 4

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dat van toepassing is op gemeenschappelijke regelingen is opgenomen dat in de jaarstukken een set vooraf gedefinieerde beleidsindicatoren dient te worden opgenomen. Het betreft onderstaande set.

Hoofdstuk 5

Resultaat JR2023

Resultaat JR2024

Fte per 1.000 inwoners (beroeps)

0,46

0,48

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners (beroeps)

0,52

0,52

0. Bestuur en ondersteuning

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

€ 25,96

€ 33,62

0. Bestuur en ondersteuning

Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

9,2%

8,5%

0. Bestuur en ondersteuning

Overhead

% Van de totale lasten

19,5%

19,5%

Taakveld

Indicator

Eenheid

0. Bestuur en ondersteuning

Formatie

0. Bestuur en ondersteuning

Bijlagen

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.4 Bedrijfsvoering 4.5 Verbonden partijen 4.6 Openbaarheid 5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4.3 Financiering

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

41

4.5 Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke- of publiekrechtelijke organisatie waarin VRF een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Er is sprake van een bestuurlijk belang in het geval van zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging, hetzij uit hoofde van stemrecht. Van een financieel belang is sprake als aan een verbonden partij een bedrag ter beschikking is gesteld dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat. In 2024 had VRF één verbonden partij, te weten het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid. Naam: Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) te Arnhem. De financiële bijdrage van VRF aan het NIPV over het jaar 2024 bedroeg € 372.929.

4.6 Openbaarheid De Wet open overheid (Woo) heeft als doel overheden en semi-overheden transparanter te maken. In deze paragraaf lichten we toe welke stappen in 2024 zijn ondernomen in het kader van transparantie en informatiedeling.

Hoofdstuk 4

Passieve openbaarmaking Onder leiding van de in 2023 aangestelde Woo-coördinator, zijn de interne processen omtrent informatieverzoeken (passieve openbaarmaking) verder geoptimaliseerd en geharmoniseerd binnen de samenwerkende Veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek. De processen zijn gericht op een efficiënte, centrale en eenduidige behandeling van de ontvangen informatieverzoeken. Toenemende ervaring met de processen, alsook nationale collegiale kennisdeling, hebben gezorgd voor een verdere professionalisering van de organisatie inzake de Woo.

Hoofdstuk 5

Actieve openbaarmaking De veiligheidsregio houdt een proactieve houding aan wat betreft de actieve openbaarmaking van overheidsinformatie. De ontwikkeling van de eerdere vorm van het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) is begin 2023 landelijk stopgezet. In plaats daarvan is er gewerkt aan een eenvoudiger platform: de Woo-index. De veiligheidsregio heeft zich reeds aangesloten bij dit platform. Onze openbare informatie kan via dit platform en via onze eigen website worden gevonden en geraadpleegd.

Bijlagen

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.4 Bedrijfsvoering 4.5 Verbonden partijen 4.6 Openbaarheid 5. Jaarrekening

Hoofdstuk 3

4.3 Financiering

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

42 Verbetering van de informatiehuishouding Er zijn grote stappen gezet in de informatiehuishouding van de veiligheidsregio. Nieuwe systemen en processen zorgen intern voor meer overzicht, meer gebruiksgemak en een verlaging van de werklast. Dit zorgt extern voor onze inwoners voor een snellere en betere behandeling van vragen en informatieverzoeken. Er is tevens onderzoek gedaan naar de mate waarin onze veiligheidsregio voldoet aan de huidige en toekomstige Archiefwet. De stappen die naar aanleiding van dit onderzoek zijn genomen, zorgen voor een geactualiseerd archiefsysteem en voor een vollediger geheel van interne beleidsregels op het gebied van archivering. De veiligheidsregio blijft werken aan een sterk en overzichtelijk archief, en daarmee aan een betere naleving van de Archiefwet.

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Bijlagen

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden

5. Jaarrekening 5.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

5.3 Balans 5.4 Toelichting balans 5.5 Overzicht baten en lasten

5.7 Rechtmatigheidsverklaring 5.8 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

5.10 Gebeurtenissen na balansdatum 5.11 Vaststelling en resultaatbestemming

Hoofdstuk 5

5.9 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Hoofdstuk 4

5.6 Toelichting Overzicht baten en lasten

Hoofdstuk 3

5.2 Algemene grondslagen voor de rechtmatigheids­ verantwoording

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

43

5. Jaarrekening In dit hoofdstuk presenteert de veiligheidsregio de jaarrekening die bestaat uit onder andere de balans met een toelichting, een overzicht van baten en lasten met toelichting en een bijlage met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen. 5.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur op d.d. 11 december 2024 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) daarvoor geeft. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Bijlagen

De jaarrekening is opgesteld vanuit de continuïteitsveronderstelling. Hierbij wordt bij de waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat uitgegaan van de veronderstelling dat de activiteiten waarvoor deze dienen worden voortgezet. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) Paragraaf invoegen, zie hiervoor ook bijgevoegde Word-document voor opmaak:

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden

5. Jaarrekening 5.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

5.3 Balans 5.4 Toelichting balans 5.5 Overzicht baten en lasten

5.7 Rechtmatigheidsverklaring 5.8 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

5.10 Gebeurtenissen na balansdatum 5.11 Vaststelling en resultaatbestemming

Hoofdstuk 5

5.9 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Hoofdstuk 4

5.6 Toelichting Overzicht baten en lasten

Hoofdstuk 3

5.2 Algemene grondslagen voor de rechtmatigheids­ verantwoording

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

44

5.2 Algemene grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik-criterium omvat: - Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 11 december 2024 door het algemeen bestuur is vastgesteld; - Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten (bekeken op respectievelijk programmaniveau en categorieniveau) onrechtmatig zijn, Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten (bekeken op respectievelijk programmaniveau en categorieniveau) geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld; - Ten aanzien van het M&O-criterium is de nota M&O-beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: - Een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten, inclusief de dotaties aan de reserves (zijnde € 1.283.481,51) is gehanteerd. Hierboven worden cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen; - Een rapporteringstolerante van € 100.000, - is gehanteerd op basis van de financiële verordening. Hierboven worden fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering opgenomen. schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.

Grondslagen Balans Immateriële vaste activa.

Bijlagen

De immateriële vaste activa worden geactiveerd op basis van verkrijgingsprijs. De afschrijving vindt plaats op basis van de lineaire methode.

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden

5. Jaarrekening 5.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

5.3 Balans 5.4 Toelichting balans 5.5 Overzicht baten en lasten

5.7 Rechtmatigheidsverklaring 5.8 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

5.10 Gebeurtenissen na balansdatum 5.11 Vaststelling en resultaatbestemming

Hoofdstuk 5

5.9 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs (artikel 63 BBV). Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is, conform de vastgestelde nota activabeleid VRF. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Op de waarde van activa mogen reserves niet in mindering worden gebracht. Investeringssubsidies en andere bijdragen van derden mogen wel in mindering worden gebracht. Het gehanteerde afschrijvingspercentage is conform de afschrijvingstabel die opgenomen is in de vastgestelde nota activabeleid VRF. De gehanteerde rente betreft de werkelijk betaalde rente. Overzicht afschrijvingstermijnen in jaren Algemeen Activa met een verkrijgingsprijs < 20.000euro

Hoofdstuk 4

5.6 Toelichting Overzicht baten en lasten

Hoofdstuk 3

5.2 Algemene grondslagen voor de rechtmatigheids­ verantwoording

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

45

Termijn niet

Gebouwen •

Nieuwbouw (incl activa van derden)

40 jaar

•

Semi permanente nieuwbouw

•

Renovatie

•

Componenten van gebouw (bijv. zonwering)

15- 20 jaar

•

Inventaris gebouw (oa meubilair)

8-15 jaar

10-15 jaar cfrm restant gebruiksduur

I&A

Bijlagen

•

Netwerkbekabeling

10 jaar

•

Hardware (printers/laptops/netwerkapp etc)

3 jaar

•

Software (geen cloudoplossing)

3 jaar

•

Telefonie (mobiel / vast/ telefooncentrale)

3 jaar

•

Overige ICT middelen

3-5 jaar

De tabel loopt door op de volgende pagina

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden

5. Jaarrekening 5.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

5.3 Balans 5.4 Toelichting balans 5.5 Overzicht baten en lasten

5.7 Rechtmatigheidsverklaring 5.8 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

5.10 Gebeurtenissen na balansdatum 5.11 Vaststelling en resultaatbestemming

Hoofdstuk 5

5.9 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Hoofdstuk 4

5.6 Toelichting Overzicht baten en lasten

Hoofdstuk 3

5.2 Algemene grondslagen voor de rechtmatigheids­ verantwoording

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

46 Algemeen

Termijn

Voertuigen •

Tankautospuit / CFRM

10 -15 jaar

•

Personenauto (piket/dienstvoertuig)

5-10 jaar

•

Bestelauto's (manschappen, siv en overge)

5-10 jaar

•

Autoladder

10-15 jaar

•

Hulpverleningsvoertuig

15-20 jaar

•

Tankwagen

15-20 jaar

•

Haakarmvoertuig

15-20 jaar

•

Boot

15-20 jaar

•

Containers

15-20 jaar

•

Bepakking voertuigen

7-15 jaar

•

Midlife update voertuigen > 3,500kg

10-12 jaar

•

Overige voertuigen

5-15 jaar

Persoonlijke beschermingsmiddelen •

Uitrukkleding

4-7 jaar

•

Helm

4-7 jaar

•

Verbindingsmiddelen

5-7 jaar

•

Uniformen (alleen grote vervangingsinvestering)

1-5 jaar

•

Ademlucht cilinders en randapparatuur

8-10 jaar

•

Valbeveiliging incl TGB

5-10 jaar

•

Duikmiddelen (uitrustig en randapparatuur)

5-10 jaar

•

Overige PBM middelen

5-10 jaar

Overige activa machines, apparatuur en inrichting

Bijlagen

•

Verlichtingsvoorzieningen

5-10 jaar

•

AED's

5-10 jaar

•

Hef, klim/hijs en oefenmiddelen

5-10 jaar

•

Brandputten (grootschalige investeringen)

•

Pompen

15-17 jaar

•

Werkplaatsinrichting

5-15 jaar

•

Overige MAI investeringen

5-15 jaar

nvt

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden

5. Jaarrekening 5.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

5.3 Balans 5.4 Toelichting balans 5.5 Overzicht baten en lasten

5.7 Rechtmatigheidsverklaring 5.8 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

5.10 Gebeurtenissen na balansdatum 5.11 Vaststelling en resultaatbestemming

Hoofdstuk 5

5.9 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Hoofdstuk 4

5.6 Toelichting Overzicht baten en lasten

Hoofdstuk 3

5.2 Algemene grondslagen voor de rechtmatigheids­ verantwoording

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

47

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van geschatte inningskansen. De indeling die wordt gehanteerd is: • Vorderingen op openbare lichamen (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, Rijk) • Verstrekte kasgeldleningen • Rekening courantverhouding met niet-financiële instellingen • Overige vorderingen • Overige uitzettingen Liquide middelen De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Overlopende activa De overlopende activa wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorgeschreven indeling wordt gehanteerd te weten: De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen

Vaste Passiva

Bijlagen

Eigen vermogen In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van het algemeen bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het algemeen bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Mutaties in reserves zijn enkel mogelijk op basis van een raadsbesluit genomen voor het einde van het betreffende begrotingsjaar. De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden

5. Jaarrekening 5.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

5.4 Toelichting balans 5.5 Overzicht baten en lasten 5.6 Toelichting Overzicht baten en lasten 5.7 Rechtmatigheidsverklaring 5.8 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

5.10 Gebeurtenissen na balansdatum 5.11 Vaststelling en resultaatbestemming

Vlottende passiva

Overlopende passiva De waardering van overlopende passiva geschiedt tegen nominale waarde (artikel 63, lid 7 BBV) De bepalingen voor overlopende passiva zoals gesteld in artikel 49 en 52a van het BBV worden toegepast. De voorgeschreven indeling wordt gehanteerd te weten: • Van overheidslichamen ontvangen maar nog niet bestede bedragen (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, Rijk, EU) • Vooruit ontvangen bedragen • Nog te betalen bedragen • Vooruit gefactureerd

Hoofdstuk 5

5.9 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer De waardering van vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer geschiedt tegen nominale waarde verminderd met gedane aflossingen.

Hoofdstuk 4

5.3 Balans

Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden op grond van artikel 44 BBV gevormd voor: • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is doch redelijkerwijs te schatten. • Bestaande risico’s op balansdatum ter zake van verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is. • Kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt maar de oorsprong hebben in het begrotingsjaar of een eerder begrotingsjaar en de voorziening strekt tot kostenegalisatie. • Van derden verkregen middelen (niet zijnde EU, Rijk, Provincie, gemeenschappelijke regelingen) die specifiek besteed moeten worden.

Hoofdstuk 3

5.2 Algemene grondslagen voor de rechtmatigheids­ verantwoording

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

48

Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar De waardering van netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar geschiedt tegen nominale waarde (artikel 63, lid 7 BBV).

Schattingen Bijlagen

Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat over verschillende zaken een oordeel wordt gevormd en dat schattingen worden gemaakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis

5.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

5.3 Balans 5.4 Toelichting balans 5.5 Overzicht baten en lasten

5.7 Rechtmatigheidsverklaring 5.8 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 5.9 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 5.10 Gebeurtenissen na balansdatum 5.11 Vaststelling en resultaatbestemming

Immateriële vaste activa sub-totaal

€

58.838

€

61.432

€

58.838

€

61.432

Materiële vaste activa

€ 19.840.310

€ 14.696.547

€ 19.899.148

€ 14.757.979

a. Vorderingen op openbare lichamen

€

1.481.941

€

1.493.689

b. Overige vorderingen

€

5.646

€

14.723

c. Schatkistbankieren

€

142.085

€

4.067.626

a. Investeringen met een economisch nut

€

1.629.673

€

5.576.037

€

219.827

€

205.691

€

219.827

€

205.691

Totaal vlottende activa

€

1.849.499

€

5.781.728

Overlopende activa

€

525.263

€

861.991

Totaal overlopende activa

€

525.263

€

861.991

TOTAAL ACTIVA

€ 22.273.910

€ 21.401.699

Stand per 31 december 2024

Stand per 31 december 2023

Vaste passiva

sub-totaal Totaal vaste activa Vlottende activa Uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar

sub-totaal

Hoofdstuk 4

5.6 Toelichting Overzicht baten en lasten

Vaste activa

€ 14.696.547

Hoofdstuk 3

5.2 Algemene grondslagen voor de rechtmatigheids­ verantwoording

Stand per 31 december 2023

Bijlagen

5. Jaarrekening

Stand per 31 december 2024

ACTIVA

€ 19.840.310

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

5.3 Balans

Hoofdstuk 5

3. Verantwoording van de werkzaamheden

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

49

Liquide middelen sub-totaal

PASSIVA

Eigen vermogen a. Algemene reserve

€

3.912.119

€

2.283.606

De tabel loopt door op de volgende pagina

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden

5. Jaarrekening 5.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

5.3 Balans 5.4 Toelichting balans 5.5 Overzicht baten en lasten

5.7 Rechtmatigheidsverklaring 5.8 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

5.10 Gebeurtenissen na balansdatum 5.11 Vaststelling en resultaatbestemming

€

c. Resultaat voor bestemming

€ 2.320.068-

€ 1.562.234-

€ 10.031.487

€

8.806.681

€

1.084.076

€

752.172

€

1.084.076

€

752.172

€

5.056.360

€

5.592.983

€

5.056.360

€

5.592.983

sub-totaal Voorzieningen sub-totaal

8.439.436

€

8.085.308

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer a. Onderhandse leningen sub-totaal Totaal vaste passiva

€ 16.171.923

€ 15.151.835

a. Aan openbare lichamen

€

2.068.185

€

2.013.161

b. Overige schulden

€

1.182.343

€

2.040.778

€

3.250.527

€

4.053.939

Vlottende passiva Netto-vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar

sub-totaal

a.

Nog te betalen bedragen

€

2.290.487

€

974.252

b.

Van overheidslichamen ontvangen maar niet bestede bedragen

€

548.748

€

1.192.950

c.

Vooruitontvangen bedragen

€

12.224

€

28.724

€

2.851.459

€

2.195.925

Totaal vlottende passiva

€

6.101.987

€

6.249.864

TOTAAL PASSIVA

€ 22.273.910

sub-totaal

Hoofdstuk 5

5.9 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

b. Overige bestemmingsreserves

Overlopende passiva

Hoofdstuk 4

5.6 Toelichting Overzicht baten en lasten

Hoofdstuk 3

5.2 Algemene grondslagen voor de rechtmatigheids­ verantwoording

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

50

€ 21.401.699

Bijlagen

3. Verantwoording van de werkzaamheden 4. Paragrafen 5. Jaarrekening 5.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

5.3 Balans 5.4 Toelichting balans 5.5 Overzicht baten en lasten

5.7 Rechtmatigheidsverklaring 5.8 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

5.10 Gebeurtenissen na balansdatum 5.11 Vaststelling en resultaatbestemming

Immateriële vaste activa Saldo 31-12-2023

Correctie t.o.v. beginbalans

Vermeerdering

Vermindering

Afschrijving desinvestering

Totaal Afschrijving

Saldo 31-122024

Overige immateriële vaste activa

61.432

0

12.115

0

0

14.709

58.838

Totaal

61.432

0

12.115

0

0

14.709

58.838

Overige immateriële vaste activa: Over 2022, 2023 en 2024 zijn projectkosten gemaakt voor de implementatie van een nieuwe IT-omgeving. Deze projecten zijn inmiddels afgerond en deels geactiveerd. Materiële vaste activa

Hoofdstuk 5

5.9 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Omschrijving

Hoofdstuk 4

5.6 Toelichting Overzicht baten en lasten

Vaste activa De balanspost vaste activa betreft zowel immateriële als materiële vaste activa:

Hoofdstuk 3

5.2 Algemene grondslagen voor de rechtmatigheids­ verantwoording

5.4.1 Activa

Hoofdstuk 2

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis

5.4 Toelichting balans

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

51

Omschrijving Gronden en Terreinen

Saldo 31-12-2023

Correctie t.o.v. beginbalans

Vermeerdering

Vermindering

Afschrijving desinvestering

Totaal Afschrijving

Saldo 31-122024

Bijlagen

0

0

0

0

0

0

0

Bedrijfsgebouwen

899.337

0

0

0

0

113.371

785.966

Vervoermiddelen

9.439.246

-47.942

3.605.960

17.870

0

859.253

12.120.140

Machines, apparaten en installaties

1.929.633

-8.948

2.635.733

24.643

0

165.169

4.366.606

Overige materiële vaste activa

2.428.332

56.890

482.283

43.768

0

356.139

2.567.598

Totaal

14.696.547

0

6.723.977

86.282

0

1.493.932

19.840.310

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden

5. Jaarrekening 5.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

5.3 Balans 5.4 Toelichting balans 5.5 Overzicht baten en lasten

5.7 Rechtmatigheidsverklaring 5.8 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

5.10 Gebeurtenissen na balansdatum 5.11 Vaststelling en resultaatbestemming

Hoofdstuk 5

5.9 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Hoofdstuk 4

5.6 Toelichting Overzicht baten en lasten

In 2024 zijn investeringen gedaan in o.a.: • Verzorgingsunit; • Tankautospuiten en de inventaris daarvan; • Redvoertuigen; • Verbindingsmiddelen; • Ademluchtapparatuur; • Meubilair; • IT-middelen; Meer details zijn te vinden in het overzicht investeringskredieten. Daarnaast zijn verschillende desinvesteringen gedaan. De correctie van de beginbalans betreft een, per saldo neutrale, re-classificatie van verschillende activa.

Vlottende activa De post vlottende activa bestaat uit:

Hoofdstuk 3

5.2 Algemene grondslagen voor de rechtmatigheids­ verantwoording

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

52

Omschrijving

Saldo 31-12-2023

Saldo 31-12-2024

Vorderingen op openbare lichamen

1.493.689

1.481.941

Overige vorderingen

14.723

5.646

Schatkistbankieren

4.067.626

142.085

8.934

18.586

Bank Nederlandse Gemeenten

196.757

201.240

Nog te ontvangen bedragen

477.496

161.283

Vooruitbetaalde bedragen

383.793

192.667

-

171.313

6.643.017

2.374.762

Bunq bank

Door te belasten aan derden Totaal

Bijlagen

Vorderingen op openbare lichamen Deze post bestaat uit vorderingen op openbare lichamen, waaronder op gemeenten inzake huisvestingslasten € 72.971, FLO Lelystad € 69.527, op VRGV inzake doorberekeningen en dienstverleningen € 1.126.445, op GGD Flevoland € 33.749 inzake afhijsingen en doorberekeningen SAMIJ € 182.061.

2. Beleidsplan en uitvoerings­ programma als basis 3. Verantwoording van de werkzaamheden

5.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 5.2 Algemene grondslagen voor de rechtmatigheids­ verantwoording 5.3 Balans 5.4 Toelichting balans 5.5 Overzicht baten en lasten

5.7 Rechtmatigheidsverklaring 5.8 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

5.10 Gebeurtenissen na balansdatum 5.11 Vaststelling en resultaatbestemming

Ruimte onder drempelbedrag

Hoofdstuk 5

5.9 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Omschrijving

Hoofdstuk 4

5.6 Toelichting Overzicht baten en lasten

Schatkistbankieren Het banksaldo op 31-12-2024 bedraagt € 142.085. Met ingang van 16 december 2013 is VRF verplicht overtollige middelen boven het drempelbedrag van € 250.000 af te storten naar het Rijk. Vanaf 1 juli 2021 is deze drempel verhoogd naar € 1.000.000, eigen beleid is een drempelbedrag van € 200.000. Dit drempelbedrag is ook in het begrotingsjaar 2024 gehanteerd.

Hoofdstuk 3

5. Jaarrekening

Overige vorderingen Het saldo van de overige vorderingen per 31-12-2024 bedraagt € 5.646.

Hoofdstuk 2

4. Paragrafen

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2024

53

Op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist gehouden middelen Drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

199.263

199.369

197.946

198.494

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.000.000

800.737

800.631

802.054

801.506

0

0

0

0

Bunq bank Het saldo bij Bunq Bank op 31-12-2024 bedraagt € 18.586. Per 1-4-2019 zijn de kassen met contant geld vervangen door een betaalrekening waar verschillende bankpassen aan gekoppeld zijn. Aan deze passen is een flexibele limiet gekoppeld. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Het banksaldo op 31-12-2024 bedraagt € 201.240. De hoogte van dit saldo is met name bepaald door bijdragen van het Rijk en de bijdragen van de gemeenten van Flevoland en de afroming rekening-courant inzake schatkistbankieren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2213/documents/41298