CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

8.1 Ontwerpbestemmingsplan Landelijk gebied Johannes Postweg 7 8 9 Nagele (3)-compressed.pdf

Commissie Woonomgeving 15 januari 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 8: (Ontwerp)bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Johannes Postweg 7, 8 en 9 te Nagele’19.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6.1

Broedvogels

Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Met betrekking tot het verwijderen van de aanwezige beplanting buiten het broedseizoen wordt gead­ viseerd om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen. Een grote stapel snoeiafval vormt namelijk een ideale broedlocatie voor kleine vogelsoorten als de winterkoning. Indien onver­ hoopt een dergelijke soort hierin tot broeden komt, mag het snoeiafval niet eerder worden verwijderd dan wanneer de jongen definitief zijn uitgevlogen.

6.2

Vleermuizen

De te slopen woning op de onderzoekslocatie is in principe geschikt als verblijfplaats voor vleermui­ zen. De sloop van de bebouwing zou in geval van aanwezigheid van een verblijfsfunctie van vleer­ muizen kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Alle vleermuissoorten zijn opgenomen in bijlage IV van de EU-Habitatrichtlijn, dier- en plantensoorten van communautair belang die strikt moeten worden beschermd. Vleermuizen worden ook benoemd in Bijlage II van de conventie van Bonn. Gelet op de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor vleermuizen, zal aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn om de daadwerkelijke functie van het gebied voor vleermuizen te kunnen vaststel­ len. Deze informatie is benodigd om vast te kunnen stellen of overtredingen van de Wet natuurbe­ scherming aan de orde zijn. De vleermuissoorten die onderzocht dienen te worden zijn gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Een dergelijk aanvullend onderzoek dient te worden uitgevoerd con­ form het protocol voor vleermuisonderzoek (Netwerk Groene Bureaus). Dit houdt in dat afhankelijk van de potentiële functies er in de periode april tot en met september een aantal veldbezoeken uitge­ voerd dient te worden. Vervolgens kan aan de hand van de onderzoeksresultaten worden vastgesteld of er overtredingen plaats zullen vinden bij de uitvoering van het project.

Rapport 14387.003 versie D1

Pagina 14 van 20

Bij het aantreffen van verblijfplaatsen van vleermuizen is bij de voorgenomen werkzaamheden over­ treding van de Wet natuurbescherming naar verwachting niet te vermijden en is daarom een ontheffingsaanvraag aan de orde. Door het treffen van maatregelen zal de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats behouden moeten worden en zal schade aan individuen moeten worden voor­ komen. Deze maatregelen, omschreven in een projectplan, dienen vervolgens ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de provincie Flevoland, middels een ontheffingsaanvraag.

6.3

Overige soort(groep)en

Overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn wegens het ontbreken van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep in dit geval niet aan de orde.

Rapport 14387.003 versie D1

Pagina 15 van 20

7

TOETSING AAN GEBIEDENBESCHERMING

In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen, op vanuit de Wet natuur­ bescherming aangewezen beschermde gebieden. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke ge­ bieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.

7.1

Natura 2000

De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, IJsselmeer, bevindt zich op circa 7 kilometer afstand ten zuidenwesten van de onderzoekslocatie (zie figuur*).

Figuur 20. Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van Natura 2000.

De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toenamen van geluid, trilling, licht of depositie van stik­ stof. Externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand (± 7 km) tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden in combinatie met de aard van de plannen (sloop en nieuwbouw) niet te verwachten. Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht.

Rapport 14387.003 versie D1

Pagina 16 van 20

7.2

Natuurnetwerk Nederland

De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. De onderzoekslocatie ligt ook niet in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 2 kilometer ten noordwesten van de onderzoekslocatie. In figuur 20 is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven.

Figuur 20. Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland.

De provincie Flevoland beschermt het NNN via het ruimtelijk beleid om ervoor te zorgen dat de om­ vang en kwaliteit van deze gebieden niet afneemt. Dit is geregeld in de Provinciale Ruimtelijke Veror­ dening. Van daar uit moeten nieuwe gemeentelijke bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voldoen aan de regels die in de Provinciale Ruimtelijke Verordening zijn opgenomen. Dat gaat door­ middel van een “nee, tenzij”-toets. Een nieuw project, dat de natuur significant aantast, mag niet wor­ den toegestaan in het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning (“nee”), tenzij het een groot openbaar belang dient én er geen alternatieven zijn buiten de natuur. Als het toegestaan is, is natuur­ compensatie verplicht (op een andere plek moet dan nieuwe natuur komen). Echter is het plangebied gelegen op 2 km afstand ten opzichte van het NNN. Gezien de aard van de ingreep (sloop en nieubouw) is van significante aantasting van de natuur in het NNN geen sprake. Een nee, tenzij-toets is daarom niet nodig.

Rapport 14387.003 versie D1

Pagina 17 van 20

8

HOUTOPSTANDEN

De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bo­ men, gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Het is verboden deze houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen zonder voorafgaande melding bij gedeputeerde staten. In dit hoofdstuk wordt beschreven of er bij de voorgenomen kap sprake is van meldingsplicht en herplantplicht conform artikel 4.2 en artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming. Verder wordt beschreven of er vervolgmaatregelen getroffen dienen te worden ten behoeve van de voorgenomen houtkap. De te kappen bomen op de onderzoekslocatie vallen onder artikel 4.2 van de Wet natuurbescher­ ming, waardoor een meldingsplicht geldt voorafgaand aan de kap. Tevens draagt de rechthebbende zorg voor de herbeplanting van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen van de houtopstand. Indien de herbeplanting van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen van de houtopstand gerea­ liseerd wordt, is er geen ontheffing van artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming benodigd. De kapmelding dient te worden ingediend bij de provincie Flevoland.

Rapport 14387.003 versie D1

Pagina 18 van 20

9

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

Econsultancy heeft in opdracht van KWS Benelux een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd aan de Johannes Postweg 7, 9 en 8a te Nagele. De quickscan Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van de sloop van meerde schuren en nieuwbouw. Het onderzoek heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten, gebieden of houtopstanden aanwezig zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen in­ greep. De initiatiefnemer is voornemens op deze locatie de komende jaren uit te breiden en daarvoor zullen de bestaande opstallen (deels) worden gesloopt. Ook de windsingels zullen hiervoor worden verwij­ derd. De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel I. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep moge­ lijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningtrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodza­ kelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Tabel I.

Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen Soortgroep

Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Ontheffingsaanvraag

algemeen

ja

ja

nee

nee

het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren

jaarrond beschermd

ja

nee

nee

nee

-

verblijfplaatsen

ja

mogelijk

ja

nee

aanvullend onderzoek rond woonhuis

foerageergebied

beperkt

nee

nee

nee

afhankelijk van aanwezigheid vleermuizen

nee

nee

nee

nee

-

Grondgebonden zoogdieren

minimaal

nee

nee

nee

-

Amfibieën

minimaal

mogelijk

nee

nee

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten

Reptielen

nee

nee

nee

nee

-

Vissen

nee

nee

nee

nee

-

Libellen en vlinders

nee

nee

nee

nee

-

Overige ongewervelden

nee

nee

nee

nee

-

Vaatplanten

nee

nee

nee

nee

-

Gebied aanwezig

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Vergunningplicht

Natura 2000

7 km

nee

nee

nee

-

Natuurnetwerk Nederland

2 km

nee

nee

nee

-

Houtopstanden

ja

ja

nee

nee

melden bomenkap en herplantingsplicht binnen 3 jaar

Broedvogels

Vleermuizen

vliegroutes

Gebiedsbescherming

Bijzonderheden / opmerkingen*

* Wijzigingen in het planvoornemen kunnen van invloed zijn op de uitkomst van het onderzoek.

Rapport 14387.003 versie D1

Pagina 19 van 20

Conclusie Er is op de onderzoekslocatie een nest en andere nestmogelijkheden van broedvogels aangetroffen. Deze nesten zijn beschermd op het moment dat ze in gebruik zijn. Indien het groen, betimmering langs de goot en de hooizolder buiten het broedseizoen onklaar wordt gemaakt en verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Globaal kan voor het broed­ seizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. De openingen onder de dakrand en spleten in de woning kunnen toegang bieden aan verblijfplaatsen voor vleermuizen. Hier dient nader onderzoek uitgevoerd te worden om aanwezigheid te kunnen uits­ luiten. Tot slot vallen de te kappen windsingels/bomenrijen onder beschermde houtopstanden. Dit betekent dat voor het kappen van de bomen een meldingsplicht geldt bij de provincie Flevoland. Ook dient binnen 3 jaar herplant plaats te vinden, waardoor een ontheffing voor het kappen van beschermde houtopstanden niet noodzakelijk is.

Econsultancy Zwolle, 27 januari 2021

Rapport 14387.003 versie D1

Pagina 20 van 20

GERAADPLEEGDE BRONNEN Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J. Thissen, K. Canters, à J. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center à EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Limpens, H. J.G.A., J.O. Reinhold, M. van Oene à G. Lelieveld, 2017. Bureaustudie leefgebied vleer­ muizen noordelijk Flevoland. Rapport 2017.43 Zoogdiervereniging en Landschapsbeheer Flevoland i/o Provincie Flevoland, Nijmegen. Limpens H., Regelink J. (2017). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Eco­ nomische Zaken, Den Haag. Nationale Database Flora en Fauna (NDFF), uitvoerportaal; https://ndff-ecogrid.nl, zoekgebied NNN en omgeving Nagele, periode 2015-2020 Provincie Flevoland 2010. Spelregels EHS, EHS-kaart en EHS-doelbenadering, Een handreiking bij ruimtelijke ontwikkelingen www.verspreidingsatlas.nl/ (verspreidingsgegevens NDFF)

Rapport 14387.003 versie D1

Bijlage 1 toelichting verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Zorgplicht Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd (zie tabel II). Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Tabel II. Zorgplicht Artikel 1.11. Zorgplicht 1.

Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild le­ vende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild le­ vende dieren en planten: a) dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b) indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c) voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

2.

Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; “de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer men een bepaalde handeling wilt verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, men zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het voorgenomen handelen. De zorg­ plicht is te allen tijde van toepassing, ook al vindt er geen overtreding van een verbodsbepaling plaats. Indien er aanleiding is maatregelen te nemen ten aanzien van de zorgplicht, zal dat voor het betreffende beschermde natuurgebied en de betreffende soortgroep in deze rapportage worden aan­ gegeven.

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internati­ onale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hier­ door zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; ^ ^ ^

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).

In tabel III t/m V worden deze artikelen nader toegelicht.

Rapport 14387.003 versie D1

Tabel III. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.1 Wet natuurbescherming Artikel 3.1. Soorten van de Vogelrichtlijn 1.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogel­ richtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van in­ standhouding van de desbetreffende vogelsoort.

2. 3. 4. 5.

Toelichting Alle inheemse vogelsoorten in Nederland vallen onder de Vogelrichtlijn. De Vogelrichtlijn is een richtlijn vanuit de Europese Unie uit 1979 en heeft betrekking op de instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de Lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is. De lijst met soorten is niet limitatief.

Tabel IV. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.5 Wet natuurbescherming Artikel 3.5. In het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Ver­ drag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn

1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van deze soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te van­ gen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten uit de Habitatrichtlijn of het Verdrag van Bern in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzette­ lijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Toelichting Het gaat bij artikel 3.5 over in het wild levende dieren van verschillende soortgroepen. In de wet wordt voor vogelsoorten uit bijlage II van het verdrag van Bern geen uitzondering gemaakt. Van de vogelsoorten die in Nederland voorkomen is hieronder een selectie gemaakt. Van de overige soortengroepen zijn alle soorten genoemd. Soorten Planten

drijvende waterweegbree, groenknolorchis, kruipend moerasscherm, zomerschroeforchis

Zoogdieren

bever, hamster, hazelmuis, lynx, Noordse woelmuis, otter, wolf, wilde kat

Walvisachtigen

bruinvis, bultrug, butskop (hille), dwergpotvis, dwergvinvis, gestreepte dolfijn, gewone dolfijn, gewone spitsdolfijn, gewone vinvis, griend, grijze dolfijn, kleine zwaardwalvis, narwal, Noordse vinvis, orka, potvis, spitsdolfijn van Gray, tuimelaar, walrus witflankdolfijn, witsnuitdolfijn, witte dolfijn

Vleermuizen

Bechsteins vleermuis, bosvleermuis, Brandts vleermuis, franjestaart, gewone baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, grote hoefijzerneus, grote rosse vleermuis, ingekorven vleermuis, kleine dwergvleermuis, kleine hoefijzerneus, laatvlieger, meervleermuis, mopsvleermuis, Noordse vleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, vale vleermuis, watervleermuis

Amfibieën

boomkikker, geelbuikvuurpad, heikikker, kamsalamander, knoflookpad, poelkikker, rugstreeppad, vroedmeesterpad

Reptielen

dikkopschildpad, gladde slang, Kemps’ zeeschildpad, lederschildpad, muurhagedis, soepschildpad, zandhagedis

Vissen

houting, steur

Vlinders

apollovlinder, boszandoog, donker pimpernelblauwtje, grote vuurvlinder, moerasparelmoervlinder, monarchvlinder, pimpernelblauwtje, teunisbloempijlstaart, tijmblauwtje, zilverstreephooibeestje

Libellen

bronslibel, gaffellibel, gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker, mercuurwaterjuffer, Noordse winterjuffer, oostelijke witsnuitlibel, rivierrombout, sierlijke witsnuitlibel

Insecten

brede geelrandwaterroofkever, gestreepte waterroofkever, heldenbok, juchtleerkever, oeveraas, vermiljoenkever

Overig

Bataafse stroommossel, platte schijfhoren

Rapport 14387.003 versie D1

Artikel 3.5. In het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Ver­ drag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn Vogels

appelvink, baardman, beflijster, bergeend, bergfluiter, bijeneter, blauwborst, blauwe kiekendief, boerenzwaluw, bontbekplevier, bonte strandloper, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, boompieper, boomvalk, bosrietzanger bosruiter, bosuil, braamsluiper, brandgans, bruine kiekendief, buizerd, casarca, Cetti’s zanger, draaihals, duinpieper, dwergmeeuw, dwergstern, Engelse kwikstaart, Europese kanarie, fitis, fluiter, geelgors, gekraagde roodstaart, gele kwikstaart, geoorde fuut, glanskop, goudhaan, grasmus, graspieper, graszanger, grauwe kieken­ dief, grauwe klauwier, grauwe vliegenvanger, griel, groene specht, groenling, grote bonte specht, grote gele kwikstaart, grote karekiet, grote stern, grote zilverreiger, havik, heggenmus, hop, huiszwaluw, ijsvogel, kerkuil, klapekster, klein waterhoen, kleine barmsijs, kleine bonte specht, kleine karekiet, kleine plevier, kleine zilverreiger, kleinst waterhoen, kluut, kneu, koolmees, koereiger, kraanvogel, krekelzanger, kortsnavelboomkruiper, kruisbek, kuifmees, kwak, kwartelkoning, lepelaar, matkop, middelste bonte specht, nachtegaal, Noordse stern, oehoe, oeverloper, oeverpieper, oeverzwaluw, ooievaar, orpheusspotvogel, paapje, pestvogel, pimpelmees, poelruiter, porseleinhoen, purperreiger, putter, ransuil, rietgors, rietzanger, rode wouw, roerdomp, roodborst, roodborsttapuit, roodhalsfuut, rouwkwikstaart, sijs, slangenarend,

slecht­ valk, smelleken, snor, sperwer, spotvogel, sprinkhaanzanger, steenuil, steltkluut, strandplevier, taigaboomkruiper, tapuit, tjiftjaf, torenvalk, tuinfluiter, velduil, visarend, visdief, vuurgoudhaan, wespendief, wielewaal, winterkoning, witbandkruisbek, witte kwikstaart, witwangstern, nachtzwaluw, woudaap, zeearend, zwarte mees, zwarte ooievaar, zwarte roodstaart, zwarte specht, zwarte stern, zwarte wouw, zwartkop, zwartkopmeeuw

Tabel V. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.10 Wet natuurbescherming Artikel 3.10. Andere soorten Het is verboden om: 1. 2. 3.

In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A1, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B2, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Toelichting Het gaat bij artikel 10 om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en kevers. Dieren zijn opgenomen in bijlage onderdeel A1. Planten zijn opgenomen in bijlage onderdeel B2 van de Wet natuurbescherming. Voor een aantal zoogdieren, amfibieen en reptielen geldt per provincie een vrijstelling onder bepaalde voorwaarden. Dit verschilt per provincie. De betreffende soorten zijn aangegeven met een sterretje. Daarnaast is het mogelijk dat sommige provincies ook ‘eigen’ beschermde soorten hanteren, als aanvulling op het landelijke. Soorten Dieren

Zoogdieren

aardmuis*, boommarter, bosmuis*, bunzing*, damhert, das, dwergmuis*, dwergspitsmuis*, edelhert, eekhoorn*, egel*, eikelmuis, gewone bosspitsmuis*, gewone zeehond, grote bosmuis, grijze zeehond, haas*, hermelijn*, huisspitsmuis*, konijn*, molmuis, ondergrondse woelmuis*, ree*, rosse woelmuis*, steenmarter*, tweekleurige bosspitsmuis*, veldmuis*, veldspitsmuis, vos*, waterspitsmuis, wezel*, wild zwijn, woelrat*

Amfibieën

Alpenwatersalamander, bruine kikker*, gewone pad*, kleine watersalamander*, meerkikker*, middelste groene kikker*, vinpootsalamander, vuursalamander

Planten

Reptielen

adder, hazelworm*, levendbarende hagedis*, ringslang

Vissen

beekdonderpad, beekprik, elrits, gestippelde alver, grote modderkruiper, kwabaal

vlinders

aardbeivlinder, bosparelmoervlinder, bruin dikkopje, bruine eikenpage, donker pimpernelblauwtje, duinparelmoervlinder, gentiaanblauwtje, grote parelmoervlinder, grote vos, grote vuurvlinder, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine heivlinder, kleine ijsvogelvlinder, kommavlinder, pimpernelblauwtje, sleedoornpage, spiegeldikkopje, veenbesblauwtje, veenbesparelmoervlinder, veenhooibeestje, veldparelmoervlinder, zilveren maan

Libellen

beekrombout, bosbeekjuffer, donkere waterjuffer, gevlekte glanslibel, gewone bronlibel, hoogveenglanslibel, Kempense heidelibel, speerwaterjuffer

Overige soorten

Europese rivierkreeft, vliegend hert

akkerboterbloem, akkerdoornzaad, akkerogentroost, beklierde ogentroost, berggamander, bergnachtorchis, blaasvaren, blauw guichelheil, bokkenorchis, bosboterbloem, bosdravik, brave hendrik, brede wolfsmelk, breed wollegras, bruinrode wespenorchis, dennenorchis, dreps, echte gamander, franjegentiaan, geelgroene wespenorchis, geplooide vrouwenmantel, getande veldsla, gevlekt zonneroosje, glad biggenkruid, gladde zegge, groene nachtorchis, groensteel, groot spiegelklokje, grote bosaardbei, grote leeuwenklauw, honingorchis, kalkboterbloem, kalketrip, karthuizeranjer, karwijselie, kleine ereprijs, kleine schorseneer, stijve wolfsmelk, kleine wolfsmelk, kluwenklokje, knollathyrus, knolspirea, korensla, kranskarwij, kruiptijm, lange zonnedauw, liggende ereprijs, moerasgamander, muurbloem, naakte lathyrus, naaldenkervel, pijlscheefkalk, roggelelie, rood peperboompje, rozenkransje, ruw parelzaad, scherpkruid, schubvaren, schubzegge, smalle raai, spits havikskruid, steenbraam

Rapport 14387.003 versie D1

Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1,3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.

Houtopstanden De bescherming van houtopstanden onder conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Binnen de Wet natuurbescherming zijn op houtopstanden de artikelen van toepassing die zijn opge­ nomen in tabel VI. Tabel VI.

Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming

Artikel 4.1

De artikelen uitgezonderd artikel 4.6 zijn niet van toepassing op: a) Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) Houtopstanden op erven of in tuinen; c) Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) Kweekgoed; f) Wegbeplantingen, beplantingen langs waterwagen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden be­ staande uit wilgen en populieren; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aan­ eengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Artikel 4.2

1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het perio­ diek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. 3. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter be­ scherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.

Artikel 4.3 lid 1 en 2

Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. De rechthebbende vervangt binnen drie jaar na de herbeplanting, bedoeld in het eerste lid, herbeplanting die niet is aangeslagen.

Artikel 4.4 lid 1

De artikelen 4.2, eerste en derde lid, en 4.3, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op: het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel in het kader van natuurontwikkeling en -beheer

Artikel 4.5

Rapport 14387.003 versie D1

Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van artikel 4.3, eerste en tweede lid, ten behoeve van herbeplanting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels.

Bijlage 2

Verklarende woordenlijst

Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" ge­ noemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.

Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan op­ lopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat vol­ doet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of op­ gaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.

Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een be­ sluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.

Rapport 14387.003 versie D1

Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijf­ plaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Projectplan Een projectplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het projectplan zijn maatregelen ver­ woord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïso­ leerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeld­ zaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie.

Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbe­ scherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.

Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.

Rapport 14387.003 versie D1

Aanvulling rapportage quickscan Wet natuurbescherming Johannes Postweg 7, 9 en 8a te Nagele KWS Benelux

Opdrachtgever Johannes Postweg 8 8308 PB Nagele

Rapportnummer Versienummer Status Datum

14387.003 D1 Eindrapportage 30 januari 2023

Betreft: aanvullende informatie Wet Natuurbescherming.

Huismus

Wat betreft de huismus schat Econsultancy in dat het plangebied ongeschikt is als nestlocatie. De schuren beschikken over een pannen dak en het dakbeschot bestaat uit riet, dat op de meeste plaatsen is afgebladerd. Dit is ongeschikt als nestlocatie voor de huismus. Op enkele plaatsen zijn er openingen/nisjes aanwezig in de gootbekisting, hier zijn geen nesten of sporen van nesten zoals nestmateriaal en poepsporen aangetroffen. Tijdens het veldbezoek is er in de noordwestelijke schuur een roodborst waargenomen, wat betekent dat de ruimte toegankelijk is voor kleine vogels. Het is waarschijnlijk dat de roodborst in de schuur foerageerde, maar ook mogelijk dat soorten als de roodborst, winterkoning of merel nestgelegenheid vinden tussen de in de schuur aanwezige materiaalopslag en landbouwvoertuigen. Echter zijn dergelijke nesten tijdens het veldbezoek niet aangetroffen, daarnaast is op moment van schrijven de noordwestelijke schuur leeg gehaald. Aanvullend hierop ligt het plangebied geïsoleerd te midden van agrarische percelen. Dergelijke geïsoleerde locaties zijn geschikt als leefgebied voor de in kolonie broedende huismus, wanneer er voldoende voedselaanbod is door bijvoorbeeld de aanwezigheid van (kleinschalige) veehouderij, voldoende zaaddragende beplanting of andere bronnen van zaden, granen en insecten.

Daarnaast dienen er voldoende schuilmogelijkheden te zijn in de directe omgeving van nestlocaties en foerageergebieden. Dergelijke elementen zijn hier, op de erfbeplanting in de tuin van Johannes Postweg 9 na, niet aanwezig. Het plangebied en directe omgeving bestaat namelijk uit verharding, kort gemaaid gras en bebouwing. Gezien de geïsoleerde ligging, beperkte schuilmogelijkheden en voedselaanbod en beperkte nestmogelijkheden, schat Econsultancy negatieve gevolgen tijdens de werkzaamheden voor de huismus uit. Kleine marterachtigen

De windsingels/bomenrijen op de onderzoekslocatie zijn ongeschikt als leefgebied en verblijfplaats voor kleine marterachtigen, gezien het ontbreken van ondergroei. In het gehele plangebied ontbreekt het aan landschappelijke elementen die geschikt zijn voor kleine marterachtigen. De geschikte groenstroken die benoemt worden in de quickscan betreft de bermen langs de Johannes Postweg. Deze vallen buiten de planlocatie en blijven ongemoeid tijdens de werkzaamheden. Daarnaast worden deze bermen regelmatig gemaaid, waardoor deze stroken grote delen van het jaar ongeschikt zijn als leefgebied/verbinding voor kleine marterachtigen. Gezien het ontbreken van geschikt habitat voor kleine marterachtigen waar werkzaamheden zullen plaatsvinden, zijn negatieve gevolgen voor deze soortgroep uitgesloten.

Rugstreeppad

Bij het planvoornemen zullen geen sloten gedempt worden. Daarnaast is er op de locaties waar werkzaamheden zullen plaatsvinden geen geschikte overwinteringshabitat aanwezig voor de soort. Negatieve gevolgen voor de rugstreeppad zijn daarom uit te sluiten.

Eloy Tiemersma Projectleider Ecologie 06 -89972416 Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 500 1600 ^

Econsultancy

na

samen maken we Nederland mcQ(Q

Stikstofdepositie onderzoek Sloop-, bouw- en gebruikersfase opslagloods KWS 19 oktober 2023 | H. Weewer

ekwadraat ARCHITECTS OFTHE SUSTAINABLE CHAIN

Stikstofdepositie onderzoek

Opdrachtgever

KWS Benelux b.v.

Adviseur

Ekwadraat BV Ynduksjewei 4 8914 CA Leeuwarden T. 088 4000 500 info@ekwadraat.com

Colofon

H. Weewer Versie 1 Definitief 19 oktober 2023

01

Projectomschrijving In opdracht van KWS is het stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd naar de sloop-, bouw- en gebruikersfase van een opslagloods. Het plangebied is gelegen aan de Johannes Postweg, nabij de A6. Op de huidige locatie is een loods aanwezig, deze wordt gesloopt en vervangen door een opslagloods. Het plangebied ligt in de provincie Flevoland, ten zuiden van Emmeloord. Het is een landelijke omgeving, met rondom verschillende boerderijen. Zie figuur 1 voor de locatie van de huidige loods, dit is tevens de locatie van de nieuw te bouwen loods. De sloopfase duurt circa 4 dagen. De verwachte looptijd van de bouwfase is circa 3 à 4 maand. Het doel het onderzoek is om te bepalen of en in welke hoeveelheid er stikstofdepositie plaatsvindt door de aanleg van de zonneweide in de nabijgelegen stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden. Dit onderzoek is van belang voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de opslagloods. Voor de stikstofdepositieberekeningen is gebruikt gemaakt van het rekeninstrument AERIUS-calculator versie 2023.

Figuur 1 Het plangebied ingetekend met de zonnepanelen.

02

Natura 2000 Er bevinden zich vier Natura-2000 gebieden in de omgeving van het plangebied. Dit is het Natura-2000 gebied het IJsselmeer en dit bevindt zich op circa 7 kilometer afstand, op circa 7 km bevindt zich het Ketelmeer en Vossemeer, op circa 11 kilometer ligt het Zwarte Meer en op circa 17 km liggen de Wieden/ Meer informatie over de habitattypen en leefgebieden van soorten in de Natura 2000 gebieden is te vinden op de website van Natura-20001.

AERIUS Calculator AERIUS Calculator werkt met hexagonen met een oppervlakte van 1 hectare. AERIUS Calculator bepaalt en presenteert op alle relevante hexagonen de stikstofdepositie van een project. Het presenteert specifiek ook de depositie op de (naderende) overbelaste hexagonen. Onder relevante hexagonen wordt verstaan, als zij aangewezen stikstofgevoelige habitattypen en of leefgebieden bevatten2. De berekende waarde wordt getoond wanneer deze hoger is dan 0,00 mol N/ha/jr. In dit onderzoek wordt de stikstofdepositie tijdens de sloop-, bouw- en gebruikersfase onderzocht. Voor de sloopfase geldt dat de huidige loods wordt gesloopt en het vrijkomende puin wordt afgevoerd met vrachtverkeer. Tijdens de bouwfase zijn er verschillende voertuigen die materialen naar de bouwplaats brengen en er zijn op de bouwplaats verschillende voertuigen in werking. Dit zijn de bronnen die stikstofoxiden en ammoniak uitstoten door de verbrandingsmotoren. Door AABouw is een inschatting gegeven over het type en aantal mobiele werktuigen en wegverkeer in de verschillende fases. Voor de gebruikersfase geldt dat er vervoersbewegingen zullen plaatsvinden van en naar de loods. Werktuigen of andere benodigdheden worden opgehaald uit de loods voor gebruik of worden opgeslagen in de loods. Deze vervoersbewegingen zijn opgenomen in de Aerius berekening voor de gebruikersfase.

1 Meer informatie op de website: www.natura2000.nl 2 Bron: Onderscheid hexagonen met en zonder (naderende) overbelasting | AERIUS Versie 15-10-2020 03

Input en output AERIUS Voor de drie verschillende fases zijn Aerius berekeningen uitgevoerd. Een overzicht van de in AERIUS ingevoerde bronnen is te vinden in bijlage 1. In bijlage 2, 3 en 4 zijn de resultaten van de AERIUS berekeningen weergegeven. Deze resultaten in de vorm van een rapportage zijn tevens los bijgevoegd.

04

Conclusie Uit de AERIUS- berekening blijkt dat de stikstofdepositie voor de sloop-, bouw- en gebruikersfase op de omliggende stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden ten hoogste 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. Een dergelijke depositie van bronnen binnen het project zal op voorhand niet kunnen leiden tot significante negatieve effecten. Dit betekent dat er geen vergunningsplicht geldt voor het onderwerp stikstof in het kader van de Wet natuurbescherming.

05

Bijlagen Bijlage 1

Overzicht transportbewegingen en werkzaamheden op locatie

Bijlage 2

Aerius berekening Sloopfase

Bijlage 3

Aerius berekening Bouwfase

Bijlage 4

Aerius berekening Gebruikersfase

06

Bijlage 1

Overzicht transportbewegingen en werkzaamheden op locatie

Sloopfase wegverkeer Emissiebron

Omschrijving

Wegtypering

Aandeel in de file

Voertuig

Transportbewegingen

Wegverkeersnetwerk

Wegverkeer

Buiten bebouwde kom

0o7o

Zwaar vrachtverkeer

20

Middelzwaar

0

vrachtverkeer Lichtverkeer

0

Sloopfase mobiele werktuigen Bron Omschrijving

Stageklasse

Draaiuren (uur/jaar)

Brandstofver bruik (Liter/uur)

AdBlue verbruik

Belastingsfactor

Mobiele werktuigen

Stage-IV, 2014-2018, 75-560

32

990

0

100%

32

2057

0

100%

-

Shovel

kW, Diesel, SCR: ja -

Kraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, Diesel, SCR: ja

0

Bouwfase wegverkeer Emissiebron

Omschrijving

Wegtypering

Aandeel in de file

Voertuig

Transportbewegingen

Wegverkeersnetwerk

Wegverkeer

Buiten bebouwde kom

0o7o

Zwaar vrachtverkeer

100

Middelzwaar

70

vrachtverkeer Lichtverkeer

500

01

Bouwfase mobiele werktuigen Bron Omschrijving

Stageklasse

Draaiuren (uur/jaar)

Brandstofver bruik (Liter/uur)

AdBlue verbruik

Belastingsfactor

Mobiele werktuigen

Stage-IV, 2014-2018, 75-560

12

371

0

100%

24

229

0

800zž

12

171

0

100%

80

381

0

800zž

40

2524

0

100%

60

2857

0

800zž

100

4762

0

100%

-

Shovel 14 tons

kW, Diesel, SCR: ja -

Mobiele graafmachine

Stage-IV, 2014-2018, ^56 kW,

ca 6 tons

Diesel, SCR: nee

Mobiele graafmachine

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW,

ca 17 tons

Diesel, SCR: ja

Schaarhoogwerker

Stage-IV, 2014-2018, ^56 kW,

Diesel 11,75 m1

Diesel, SCR: nee

Betonpomp 32-36 m1

Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, Diesel, SCR:nee

-

MobieleVtelekranen

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, Diesel, SCR: ja

-

Heimachine

Stage-IIB, 2011-2013, 75-560 kW, Diesel, SCR: nee

02

Gebruikersfase wegverkeer Emissiebron

Omschrijving

Wegtypering

Aandeel in de file

Voertuig

Transportbewegingen

Wegverkeersnetwerk

Wegverkeer

Buiten bebouwde kom

0o7o

Zwaar vrachtverkeer

14

Middelzwaar

0

vrachtverkeer Lichtverkeer

10

03

Bijlage 2 Aerius berekening Sloopfase

0

A

AERIUS

Projectberekening

CALCULATOR

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden,op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

" " " "

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

A

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Contactgegevens Rechtspersoon

EkwadraatBV

Inrichtingslocatie

dorpsweg 8, 8753 JCCornwerd

Activiteit Omschrijving Toelichting

Opslagloods KWS Sloopfase

Berekening Rekenconfiguratie

RQrheviwazAG 19 oktober 2023,09:06 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Sloopfase - Beoogd

2023

Emissie IMH3 0,7 kg/j

Emissie NO 101,0 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

AERIUS kenmerk Datum berekening

Sloopfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RQrheviwazAG (19 oktober 2023)

2/6

r

A

T,

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Sloopfase (Beoogd), rekenjaar 2023

Emissiebronnen

Emissie NH3

Emissie NO*

j-----j Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen

0,7 kg/j

100,9 kg/j

^

2,9 g/j

0,1 kg/j

Verkeersnetwerk

RQrheviwazAG (19 oktober 2023)

3/6

A

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

] Habitatrichtlijn ] Vogelrichtlijn

Grootste toename (projectberekening)

Grootste afname (projectberekening)

] Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn ] Niet bepaald

Hoogste totaal (achtergrond + project be re ke ni ng)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RQrheviwazAG (19 oktober 2023)

4/6

r

A

T,

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Sloopfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd) Totaal

RQrheviwazAG (19 oktober 2023)

-

Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr) -

Met toename (ha gekarteerd) -

Grootste toename (mol N/ha/jr) -

Met afname (ha gekarteerd) -

Grootste afname (mol N/ha/jr) -

5/6

r

A

T,

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Sloopfase, Rekenjaar 2023 ^9 Mobiele werktuigen ļ Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning Naam Locatie Oppervlakte Naam

Mobiele werktuigen X:177544,69 Y:520527,25 0,13 ha

Stageklasse

Shovel Stage-IV,2014-2018,75-560 kW,diesel, SCR:

NOx NH3

100,9 kg/j 0,7 kg/j

Brandstofverbruik

Draaiuren AdBlue verbruik

Stof

990 l/j

32 u/j

NOx

32,8

NHa

kg/j 0,2 kg/j

NOx

68,0

NHa

kg/j 0,5 kg/j

NOx NŨ2 NH3

31,9 g/j 2,9 g/j

oi/j

ja Kraan

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR:

2057 l/j

32 u/j

oi/j

ja

Emissie

^9 Wegverkeer ļ Weg Naam

Vrachtverkeer (afvoer puin)

Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Typehoogteligging Weghoogtet.o.v. maaiveld

X:177930,14Y:519858,3 1.631,52 m

Type scherm

Buitenweg Beide richtingen 1

Afstand tot de weg

Verkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Links Rechts Hoogte

-

0,1 kg/j

Normaal 0m Max. snelheid Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigbewegingen 0,0 /jaar 0,0 /jaar 20,0/jaar 0,0 /jaar

In file O.Oo/o 0,0 o/o 0,0 o/o 0,0 o/o

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023J20231004jd8d865135 Database versie 2023jd8d865135-calculatorjiLstable Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/

RQrheviwazAG (19 oktober 2023)

6/6

Bijlage 3 Aerius berekening Bouwfase

01

A

AERIUS

Projectberekening

CALCULATOR

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden,op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

" " " "

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

r

A

T,

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Contactgegevens Rechtspersoon

EkwadraatBV

Inrichtingslocatie

dorpsweg 8, 8753 JCCornwerd

Activiteit Omschrijving Toelichting

Opslagloods KWS Bouwfase

Berekening AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RbUzkg5ngXr6 19 oktober 2023,09:25 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie IMH3

Bouwfase - Beoogd

2023

0,9 kg/j

Emissie NO 236,2 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RbUzkg5ngXr6 (19 oktober 2023)

2/7

r

A

T,

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Bouwfase (Beoogd), rekenjaar2023

Emissiebronnen

Emissie NH3

Emissie NO*

j-----j Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen bouwfase

0,9 kg/j

235,3 kg/j

^

36,5 g/j

0,9 kg/j

Verkeersnetwerk

RbUzkg5ngXr6 (19 oktober 2023)

3/7

A

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

] Habitatrichtlijn ] Vogelrichtlijn

Grootste toename (projectberekening)

Grootste afname (projectberekening)

] Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn ] Niet bepaald

Hoogste totaal (achtergrond + project be re ke ni ng)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RbUzkg5ngXr6 (19 oktober 2023)

4/7

r

A

T,

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd) Totaal

RbUzkg5ngXr6 (19 oktober 2023)

-

Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr) -

Met toename (ha gekarteerd) -

Grootste toename (mol N/ha/jr) -

Met afname (ha gekarteerd) -

Grootste afname (mol N/ha/jr) -

5/7

A

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Bouwfase, Rekenjaar 2023 ^9 Mobiele werktuigen ļ Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning Naam Locatie Oppervlakte

Mobiele werktuigen bouwfase X:177554,57 Y:520530,05 0,24 ha

NOx NH3

235,3 kg/j 0,9 kg/j

Naam

Stageklasse

Brandstofverbruik

Draaiuren AdBlue verbruik

Stof

Emissie

Shovel 14 tons

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW,diesel,SCR:ja

371 l/j

12 u/j

NOx

12,3

NHa

kg/j 89,0 g/j

NOx

4,7 kg/j

Mobiele graafmachine ca 6 tons

Stage-IV, 2014-2018, ^56 kW, diesel, SCR: nee

229 l/j

24 u/j

Mobiele graafmachine ca 17 tons

stage-IV, 2014-2018,56-75 kW, diesel, SCR: ja

171 l/j

12 U/j

Schaarhoogwerker Diesel

Stage-IV, 2014-2018, ^56 kW, diesel, SCR: nee

381 l/j

80 u/j

11,75 ml Beton pomp 32-36 ml

Mobiele-Aelekranen

Heimachine

Stage-IIIB, 2011-2013,75-560 kW, diesel, SCR: nee Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-IIIB, 2011-2013,75-560 kW, diesel, SCR: nee

2524 l/j

oi/j

oi/j

40 u/j

2857 l/j

60 u/j

4762 l/j

01/j

NHa

1.7 g/j

NOx

5,7 kg/j

NHa

41,0 g/j

NOx

8,0 kg/j

NHa

2,9 g/j

NOx

38,1

NHa

kg/j 18,9 g/j

NOx

94,6

NHa

kg/j 0,7 kg/j

NOx

100 u/j

NHa

71,9 kg/j 35,7 g/j

NOx NŨ2 NH3

0,9 kg/j 0,2 kg/j 36,5 g/j

^9 Wegverkeer ļ Weg Naam

Wegverkeer

Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Typehoogteligging Weghoogtet.o.v. maaiveld

X:177933,39Y:519853,39 1.620,55 m Buitenweg Beide richtingen 1

Verkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Links Rechts Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

-

Normaal 0m Max. snelheid Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigbewegingen 500,0/jaar 70,0/jaar 100,0/jaar 0,0 /jaar

In file O.Oo/o 0,0 o/o 0,0 o/o 0,0 o/o

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. RbUzkg5ngXr6 (19 oktober 2023)

6/7

r

A

T,

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023J20231004jd8d865135 Database versie 2023jd8d865135-calculatorjiLstable Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/

RbUzkg5ngXr6 (19 oktober 2023)

7/7

Bijlage 4 Aerius berekening Gebruikersfase

02

A

AERIUS

Projectberekening

CALCULATOR

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden,op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

" " " "

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

r

A

T,

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Contactgegevens Rechtspersoon

EkwadraatBV

Inrichtingslocatie

dorpsweg 8, 8753 JCCornwerd

Activiteit Omschrijving Toelichting

Opslagloods KWS Gebruikersfase

Berekening AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Rs2TMMfw7Bau 19 oktober 2023,09:44 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Gebruikersfase - Beoogd

2023

Emissie IMH3 0,8 kg/j

Emissie NO 28,7 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruikersfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

Rs2TMMfw7Bau (19 oktober 2023)

2/6

r

A

T,

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Gebruikersfase (Beoogd), rekenjaar2023

Emissiebronnen ^

Verkeersnetwerk

Rs2TMMfw7Bau (19 oktober 2023)

Emissie NH3

Emissie NO*

0,8 kg/j

28,7 kg/j

3/6

A

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

] Habitatrichtlijn ] Vogelrichtlijn

Grootste toename (projectberekening)

Grootste afname (projectberekening)

] Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn ] Niet bepaald

Hoogste totaal (achtergrond + project be re ke ni ng)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rs2TMMfw7Bau (19 oktober 2023)

4/6

r

A

T,

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruikersfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd) Totaal

Rs2TMMfw7Bau (19 oktober 2023)

-

Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr) -

Met toename (ha gekarteerd) -

Grootste toename (mol N/ha/jr) -

Met afname (ha gekarteerd) -

Grootste afname (mol N/ha/jr) -

5/6

A

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Gebruikersfase, Rekenjaar2023 ^9 Wegverkeer ļ Weg Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Typehoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Wegverkeer X:177934,56 Y :519850,97 1.616,27 m Buitenweg Beide richtingen

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Links Rechts NO* NŨ2 NH3

28,7 kg/j 8,3 kg/j 0,8 kg/j

1 Normaal

0m Max. snelheid Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigbewegingen

10,0/etmaal 0,0 /etmaal 14,0/etmaal

0,0 /etmaal

In file O.Oo/o 0,0 o/o 0,0 o/o 0,0 o/o

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023J20231004jd8d865135 Database versie 2023jd8d865135-calculatorjiLstable Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/

Rs2TMMfw7Bau (19 oktober 2023)

6/6

__________________ „

ro/nsultancy VLEERMUIZENONDERZOEK JOHANNES POSTWEG 9 TE NAGELE

oo Ecologie

Rapportage vleermuizenonderzoek Johannes Postweg 9 te Nagele Opdrachtgever

KWS Benelux B.V. Johannes Postweg 8 8308 PB Nagele

Rapportnummer Versienummer

14387.005 D1

Status

Eindrapportage

Datum

10 september 2021

Vestiging

Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl

Opsteller

De heer E.A. Tiemersma, BSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

ď De heer G.J. Assink, BSc

Ģt

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behar­ tigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belang­ hebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand­ boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van bescherm­ de soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te slui­ ten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdracht­ gever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING...................................................................................................................................1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING..........................................................................................................2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie................................................................ 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2109/documents/37014