8.1 Ontwerpbestemmingsplan Landelijk gebied Johannes Postweg 7 8 9 Nagele (3)-compressed.pdf
Tekst van het document
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK............................................................................ 4
4
ONDERZOEKSMETHODIEK......................................................................................................5
5
ONDERZOEKSRESULTATEN....................................................................................................6
6
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING..............................................................................7
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN........................................................................................8
14387.005
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van KWS Benelux B.V. opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Johannes Postweg 9 te Nagele. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de sloop van een woonhuis. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in januari 2021 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 14387.003, versie D1). Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
Rapport 14387.005 versie D1
Pagina 1 van 8
2
GEBIEDSBESCHRIJVING
2.1
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie (± 150 m2) ligt aan de Johannes Postweg 9, circa 3 kilometer ten noorden van de kern van Nagele. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 177.560, Y = 520.440.
Figuur 1. Topografische ligging onderzoekslocatie.
De onderzoekslocatie betreft een woonhuis. Het dak van het huis is voorzien van dakpannen. Daar naast bestaat de onderzoekslocatie voornamelijk uit gemaaid gras en verharding. De onderzoekslo catie wordt begrensd door bomenrijen en afwateringsloten. De onderzoekslocatie is gevestigd te midden van agrarische percelen. De onderzoekslocatie maakt deel uit van een groter complex dat toebehoort aan KWS Benelux BV. Op het erf direct rond de onder zoekslocatie staan diverse opstallen en beplanting (windsingels). De bebouwing bestaat uit vier schu ren waarvan drie in gebruik zijn als opslag van landbouwmachines en één als werkplaats. Aan de overkant van de Johannes Postweg is het kantoor gevestigd met daarnaast broeikassen en een bedrijvenpand. Direct te westen van de onderzoekslocatie is een woning met tuin gevestigd (Johannes Postweg 7). Ten noordwesten loopt de snelweg A6.
Rapport 14387.005 versie D1
Pagina 2 van 8
Figuur 2. Luchtfoto onderzoekslocatie en de directe omgeving.
Figuur 3. Woonhuis gezien vanaf het westen.
Rapport 14387.005 versie D1
Figuur 4. Woonhuis gezien vanaf het noorden.
Figuur 5. Woonuis gezien vanaf het zuidwesten.
Pagina 3 van 8
2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie De initiatiefnemer is voornemens op deze locatie de komende jaren uit te breiden en daarvoor zullen de bestaande opstallen (waaronder het woonhuis) worden gesloopt. Ook de windsingels zullen hier voor worden verwijderd. In figuur 6 is een overzicht weergegeven hoe de toekomstige situatie op en rond de onderzoekslocatie eruit zal komen te zien.
Figuur 6. Toekomstige situatie op en rond de onderzoekslocatie (bron: KWS, 2021).
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK
De conclusie uit de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in mei 2020 op de onder zoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 14387.003, versie D1) is als volgt: De openingen langs de overstek van de woning kunnen dienen als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten als de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Deze soorten kunnen het gebouw in principe gebruiken als zomerverblijfplaats, kraamverblijfplaats, paarverblijfplaats en individueel winterverblijfplaats. Hier dient nader onderzoek uitgevoerd te worden om vast te stellen of deze soorten aanwezig zijn op de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van de quickscan is het advies naar voren gekomen om aanvullend on derzoek uit te voeren naar gebouwbewonende vleermuizen.
Rapport 14387.005 versie D1
Pagina 4 van 8
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
Voor het onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen zijn in de periode half april tot oktober in totaal vijf veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren uitge voerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onder zoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijf en paarverblijf/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelij ke functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. Het totaal aantal veldbezoeken is vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie, uit gaande van twee waarnemers (voor de veldbezoeken ten behoeve van de zomer- en kraamverblijfplaatsen van vleermuizen). Met vijf bezoeken omtrent deze soortgroep is voldoende zekerheid ver kregen over de functie van de onderzoekslocatie.
Voor het onderzoek wordt gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson D240x). Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sono gram uitsluitsel kan geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound. Tabel I bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. Tabel I.
Onderzoeksinspanning per soortgroep februari
vleermuizen
maart
april
mei
juni
juli
augustus
september
tijdstip
1 x ochtend & 2 x avond*
2 x avond
datum
23 juni, 13 & 26 juli 2021
18 aug & 7 sep 2021
functie
Zomer- & kraamverblijf
paar/baltsverblijf
* Het onderzoek is door twee personen uitgevoerd. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 11 0C. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft. en er was geen sprake van neerslag, anders dan een lichte motregen. Tabel II.
Omstandigheden aanvullende onderzoeken vleermuizen
Datum
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
23 juni 2021
22:03 - 00:03
11 oC
Onbewolkt, droog, 3 Bft.
13 juli 2021
21:55 - 23:55
19 oC
Bewolkt, droog, 3 Bft.
26 juli 2021
03:47 - 05:47
15 oC
Bewolkt, droog, 2 Bft.
18 augustus 2021
22:14 - 00:15
16 oC
Bewolkt, droog, 3 Bft.
7 september 2021
21:15 - 23:15
19 oC
Helder, droog, 2 Bft.
Rapport 14387.005 versie D1
Pagina 5 van 8
5
ONDERZOEKSRESULTATEN
Zomer-Zkraamonderzoek In het voorjaar en de zomer van 2021 is door middel van drie bezoeken onderzocht of de bebouwing een functie heeft als zomer- of kraamverblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn tijdens meerdere veldbezoeken foeragerende gewone dwergvleermuizen langs de bomenrijen rond de onderzoekslocatie, en enkele langsvliegende gewone dwergvleermuizen en laatvliegers rond de onderzoekslocatie waarge nomen. Gedurende géén van de onderzoeken zijn in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen, wat er op duidt dat er geen zomer- of kraamverblijfplaatsen van vleermuizen in de bebouwing op de on derzoekslocatie aanwezig zijn.
Paar-Zbaltsonderzoek In het najaar van 2021 is door middel van twee veldbezoeken onderzocht of de onderzoekslocatie gebruikt wordt als paar- of baltsverblijf voor vleermuizen. Hierbij is met name gelet op baltsgedrag van gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen die hun territorium afbakenen en doormiddel van het produceren van sociale geluiden vrouwtjes naar hun verblijfplaatsen proberen te lokken om te paren. Tijdens beide veldbezoeken zijn enkele foeragerende en langsvliegende gewone dwergvleer muizen waargenomen. Tijdens het tweede veldbezoek werden enkele sociale roepen van de gewone dwergvleermuis waargenomen langs de bomenrij op de Johannes Postweg. Het gaat hier waarschijn lijk om een baltsend mannetje die incidenteel aanwezig was. Dit individu toonde ook geen binding met de te slopen bebouwing op de onderzoekslocatie. Gedurende géén van de baltsrondes zijn in- of uit vliegende vleermuizen of baltsende mannetjes die binding vertoonde met de bebouwing waargeno men, wat er op duidt dat er geen balts^paarverblijfplaatsen van vleermuizen in de bebouwing op de onderzoekslocatie aanwezig zijn.
Rapport 14387.005 versie D1
Pagina 6 van 8
6
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING
Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5. De verboden handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. In het plangebied zijn op basis van het vleermuisonderzoek in 2021 geen beschermde functies voor vleermuizen aangetroffen. Aangezien het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens het vleermuispro tocol 2021, mag daarom worden aangenomen dat de bebouwing op de onderzoekslocatie niet in ge bruik is door vleermuizen. Bij de sloop van de bebouwing zal daarom geen overtreding plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. De werkzaamheden mogen daarom worden uitgevoerd zonder ver dere maatregelen te treffen.
Rapport 14387.005 versie D1
Pagina 7 van 8
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Econsultancy heeft in opdracht van KWS Benelux B.V. een aanvullend ecologisch onderzoek uitge voerd aan de Johannes Postweg 9 te Nagele. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de sloop van een woonhuis. Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens op deze locatie de komende jaren uit te breiden en daarvoor zullen de bestaande opstallen (waaronder het woonhuis) worden gesloopt. Functie onderzoekslocatie voor beschermde soorten Uit het verrichte onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen is gebleken dat er geen bescherm de functies voor deze soorten aanwezig zijn op de onderzoekslocatie. Conclusie Gezien het ontbreken van beschermde functies voor gebouwbewonende vleermuizen op de onder zoekslocatie, kan gesteld worden dat er geen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn en dat er geen sprake is van een overtreding op de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep. Aanbeveling Ondanks dat er tijdens het aanvullende onderzoek geen verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aange troffen, is het mogelijk dat er in de toekomst alsnog een of meerdere vleermuizen besluiten de te slo pen bebouwing te gebruiken als verblijfplaats. Om risico te verminderen kan daarom besloten worden om de bebouwing ongeschikt te maken voor vleermuizen.
Ongeschikt maken kan op twee manieren: door de kantpannen van het dak te verwijderen (figuur 7) zodat er tocht ontstaat onder de dakpannen en in de spouwmuur. Dit wordt echter afgeraden als de woning nog in gebruik is vanwege mogelijke lekkage. De tweede manier is doormiddel van het aanbrengen van ‘exclusion flaps’ en vulschuim om gaten en spleten te dichten (figuur 8).
Figuur 7. Ongeschikt gemaakt woonhuis.
Figuur 8. Aangebracht vulschuim en exclusion flaps (bron: Unitura, 2021)
Econsultancy Zwolle, 10 september 2021
Rapport 14387.005 versie D1
Pagina 8 van 8
Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijf plaats te behouden.
Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er vol doende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en leven de natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het land schap.
Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vege tatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwe zigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.