8.1 Bestemmingsplan Marknesse Zuid - fase 4.pdf
Tekst van het document
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld 5.9.3
Conclusie
Dit project is niet m.e.r.-plichtig omdat het geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft dat de drempelwaarden overschrijdt. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de voorliggend project.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld
HOOFDSTUK 6 6.1
WATERASPECTEN
Algemeen
Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan.
6.2
Proces van de watertoets
Het proces van de watertoets is via een digitale watertoets (bijlage 8) kenbaar gemaakt bij Waterschap Zuiderzeeland. In het kader van de watertoets is de normale procedure van toepassing. Na het vooroverleg heeft het waterschap een positief wateradvies gegeven. Dit advies is als bijlage 11 van deze toelichting toegevoegd. Het waterschap beoordeelt de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding en in hoeverre deze de waterschapsbelangen raken.
6.3
Wet- en regelgeving en beleid water
6.3.1
KRW
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. De gemiddelde jaarlijkse grondwateronttrekking mag de beschikbare grondwatervoorraad op lange termijn niet overschrijden.
6.3.2
Waterbeleid voor de 21e eeuw
De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: 1. 2.
vasthouden, bergen en afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren.
6.3.3
Stedelijk waterplan Noordoostpolder
De watervisie van de gemeente Noordoostpolder is opgenomen in het Stedelijk Waterplan Noordoostpolder (april 2006). Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze Waterwet bestaat uit een
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de “watersysteembenadering” centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. Als aanvulling op het Stedelijk waterplan is in 2011 door het waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder een bestuurlijke “Maatwerkovereenkomst stedelijk water” ondertekend. Door ondertekening van deze bestuursovereenkomst zijn tussen de waterbeheerder en de gemeente afspraken gemaakt over de invulling van de gezamenlijke taakuitoefening voor het beheer en onderhoud van het stedelijk water. De beoogde doelen op strategisch, tactisch en operationeel niveau ten aanzien van het stedelijk water zijn daardoor beter verankerd. Verdere actualisatie met het oog op onder andere de klimaatadaptatie is verwerkt in het gezamenlijk door het Waterschap Zuiderzeeland en gemeente Noordoostpolder opgesteld Watertakenplan Noordoostpolder 2019 2024. Op grond van o.m.
de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het “gebiedseigen water” wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Keur van het Waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). De waterschapsverordening vervangt de Keur bij inwerkingtreding van de Omgevingswet.
6.3.4
Waterwet
De Waterwet (2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’ centraal. Één van de voornaamste veranderingen, naast invoering van de watervergunning, is de verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein.
6.3.5
Nationaal Waterplan
Het Nationaal Waterplan is vastgesteld op basis van de Waterwet en de Wet Ruimtelijke ordening (Wro). Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Belangrijke ambities hierin zijn het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. Het geeft maatregelen die in de periode 2016 - 2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Nederland voldoet met dit plan aan de Europese eisen beschreven in de KRW, de Richtlijn Overstromingsrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS), het plan geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten.
6.3.6
Waterbeheerplan Waterschap Zuiderzeeland
Het Waterbeheerplan 2016-2021 (WPB3) bevat langetermijndoelen (zichtjaar 2050), doelen voor de planperiode (2016-2021) en maatregelen die het waterschap (samen met gebiedspartners) uit gaat voeren. De doelen en maatregelen hebben betrekking op de kerntaken van het waterschap (waterveiligheid, schoon
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld water, voldoende water) en het thema water en ruimte. Hierbij gaat het om reguliere werkzaamheden, zoals peilbeheer, onderhoud aan dijken en het zuiveren van afvalwater en om nieuwe ontwikkelingen.
6.4
Beschrijving van het watersysteem
6.4.1
Veiligheid/Waterkeringen
Doordat het plan zich niet bevindt binnen de kern-, vrijwarings- of buitenbeschermings- zone van een waterkering, is het plan niet van invloed op de veiligheid van een waterkering. Bij het nieuw ontwikkelingsplan voor woningbouw wordt ingespeeld op het in gang zetten van een energietransitie door minder aangewezen willen zijn op de gebruikelijke fossiele brandstoffen. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van benutting van zonne-energie.
6.4.2
Voldoende Water
6.4.2.1 Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Als uitgangspunt voor de nieuw te ontwikkelen woonwijk geldt het principe “waterneutraal bouwen”. Bij ingrijpend wijzigen van de bestaande situatie door het aanbrengen van verhard oppervlak (gebouwen en verharding) en het dempen van bestaande watergangen moeten compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Tijdens neerslaggebeurtenissen moet de nieuw in te richten woonwijk voldoende zijn berekend op het voldoende kunnen bergen en het daarbij voorkomen van afwenteling naar het omliggend gebied. Het plangebied moet zelf “zijn eigen broek ophouden” om het aangrenzend gebied niet te confronteren met wateroverlast ten gevolge van de planontwikkeling. De slootprofielen van de omringende bestaande watergangen rond het plan worden zodanig verruimd, dat bij een referentiebui, rekeninghoudend met de door het KNMI geschetste scenario’s voor toekomstige ontwikkeling van het klimaat, wordt voldaan aan de daarvoor gevraagde wateropgave. Het watersysteem van het plan kan niet verbonden worden met het bestaande peilvak Marknesse Zuid. Ook de peilopzet moet beperkter zijn door onvoldoende maaiveldhoogte/drooglegging voor het oorspronkelijk gewenste peil.
Het opzetten van het peilvak naar een hoger peil mag voor de bestaande woonomgeving niet leiden tot overlast. Het plangebied ligt momenteel in landelijk gebied maar verandert door de ontwikkeling in stedelijk gebied. De netto toename in verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling toe met meer dan 750 m². Hiervoor is compensatie noodzakelijk. Aan de hand van het ruimtegebruik van de plankaart is het verhard oppervlak vastgesteld. Door de parkeerkoffers uit te voeren in halfverharding, rekenen deze oppervlakken niet mee bij de toename van het verhard oppervlak in het plangebied. Door aanleg van bestrating in de openbare ruimte neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met 11.675 m².
In het plangebied worden 114 woningen gebouwd met een gemiddeld oppervlak van de uitgeefbare kavels van: 29 vrijstaande woningen 50 twee onder één kappers
19.484 m2 16.704 m2
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld 35 rijtjes woningen Totaal
6.399 m2 42.587 m2
Voor het vaststellen van de benodigde watercompensatie voor de ontwikkeling van woningbouw is een benodigd wateroppervlak nodig van 42.587 x 45% (30% daken en 15% verhard oppervlak eigen terrein) + 11.675 x 6% = 1.850 m2. In het plangebied wordt 9.455 m2 stedelijk water aangelegd. Naast de aanleg van het stedelijk water wordt de centrale groenstrook ingericht als retentiestrook. Bij het planontwerp is geanticipeerd op een voldoende robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen (ten minste klimaatscenario 2050) en bodemdaling kan opvangen. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, worden daarvoor voldoende compenserende maatregelen genomen om piekafvoeren door het watersysteem voldoende te laten opvangen. Onderzoek naar het eventueel vergroten van het oppervlak open water zal uitwijzen of voldoende berging in de breedte en de hoogte gevonden kan worden voor de verhardingstoename. Afhankelijk van aanpassing van het inrichtingsplan als gevolg hiervan zal de hoeveelheid verharding en grootte van de compensatie en oppervlaktewater wijzigen. De definitieve waarden worden bepaald in de civieltechnische uitwerking en hierover zal nader overleg met het waterschap volgen, vooruitlopend op de watervergunning.
6.4.2.2 Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en voldoet aan de gewenste grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR). Het waterschap streeft ernaar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger, waardoor zij weloverwogen kan anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarden: Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. Rekening houdend met bovenstaande randvoorwaarden wordt de mogelijkheid onderzocht om ten opzichte van de omliggende omgeving van de Hoge Afdeling (-4,50 m NAP), in de nieuw te ontwikkelen woonwijk het stedelijk water op te zetten naar een hoger peil. Het heeft de voorkeur het streefpeil op te zetten naar -3,80 m NAP overeenkomstig de aangrenzende woonwijk Marknesse-Zuid.
Bij de keuze om het peil van het aanwezig water op te zetten naar een hoger peil is met name bedoeld het water ten opzichte van het maaiveld minder aan het zicht te onttrekken. Het water levert daardoor in de nieuw te ontwikkelen woonwijk een aanwijsbare bijdrage aan de belevingswaarde van de totale openbare ruimte. Een ander voordeel bij het opzetten van het peil is, dat bij de aanleg van de nieuwe watergangen, het doorzicht van het water aanmerkelijk wordt verbeterd ten opzichte van het omringende oppervlaktewater van de Hoge Afdeling. De peilopzet onderdrukt de invloed van de aanwezige negatieve kwel. Het watersysteem voor het voorgesteld peilvak -3,80 m NAP is een gesloten systeem, waarbij de enige verbinding met de Hoge Afdeling bestaat uit een vaste en een debietgestuurde stuw. Bij de debietgestuurde stuw wordt tijdens neerslag het overtollige water door middel van een constante aflaat van maximaal 1,5 l/s/ha afgevoerd naar de Zwolsevaart. Tijdens perioden van droogte vindt geen aflaat plaats. Uitgaande van een benodigde drooglegging van de aan te leggen wegen, is bij een streefpeil van -3,80 m NAP een maaiveldhoogte nodig van -2,60 m NAP.
Het plangebied moet met circa 0,70 m opgehoogd worden ten opzichte van de bestaande maaiveldhoogte om te kunnen voldoen aan de minimale drooglegging voor stedelijk gebied van 1,20 meter, rekeninghoudend met het hiervoor gehanteerd normaalwaternormpeil (N.W. normpeil). Nader onderzoek is nodig of de beoogde peilopzet niet leidt tot structureel nadelige gevolgen voor en door (grond)water in de omgeving. Nader overleg tussen de gemeente en het waterschap moet plaatsvinden of het waterschap, na realisatie, kan instemmen om het beheer van het nieuwe watersysteem van de gemeente over te nemen. Voorstel daartoe
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld is, overeenkomend met eerder gemaakte afspraken, tot een overdracht van het stedelijk waterbeheer van gemeente naar waterschap te komen zoals plaatsgevonden bij het stedelijk waterbeheer voor Marknesse Zuid. In overleg moeten de gemeente en het waterschap overeenstemming bereiken over het nieuwe watersysteem en de daarvoor benodigde aanpassingen. Bij de inrichting van het watersysteem moet daarbij rekening worden gehouden met de daaraan verbonden eisen, waaronder ecologie en de benodigde vergunning.
6.4.3
Schoon water
6.4.3.1 Goede structuurdiversiteit en goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Bij de inrichting van het nieuw aan te leggen watersysteem wordt gestreefd naar het behouden van een ecologisch gezond watersysteem. Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van de trits “schoon houden, scheiden, zuiveren”. Het gebruik van uitlogende bouwmaterialen, bijvoorbeeld zinken dakgoten, wordt vermeden. Voor aanwezige parkeerplaatsen wordt gebruik gemaakt van halfverhardingen. De haalbaarheid wordt onderzocht om het nieuwe plangebied te verbinden met het bestaande peilvak van Marknesse-Zuid. Bij het aan te leggen stedelijk water in het nieuwe plangebied staan de beide uitmondingen met een peilopzet van -3,80 m door middel van een vaste stuw en een debietgestuurde stuw indirect in verbinding met de Zwolsevaart van de Hoge Afdeling. Door het robuust gesloten watersysteem vindt voldoende verversing plaats. De waterpartij ontvangt voldoende aanvulling van (hemel)water, bij een minimale waterdiepte van 1,20 meter, waardoor de waterkwaliteit op het gewenste niveau blijft. Bij de aan te leggen waterpartijen worden geen bomen nabij de westelijke en zuidelijke taluds geplant.
6.4.3.2 Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water. Het waterschap zuivert dit, door de gemeente ingezameld en afgevoerde, afvalwater op de afvalwaterzuiveringsinstallatie te Tollebeek. Door deze behandeling in de afvalwaterketen vindt in het plangebied zelf geen onoverkomelijke vuillast op het aanwezige oppervlaktewater plaats. Alle vrijkomende stedelijk afvalwater van de nieuw te ontwikkelen woonwijk wordt met behulp van een te installeren pompgemaal op een nog nader te bepalen locatie aangesloten op het bestaande gemengde rioleringsstelsel ter hoogte van Walcherselaan 35. Het overgrote deel van het verzameld regenwater wordt door middel van een regenwaterriool afgevoerd naar het aan te leggen stedelijk water. De centrale groenstrook in de nieuwe woonwijk wordt ingericht als retentie. Het hemelwater vallend op het verhard oppervlak grenzend aan deze groenstrook voert naar deze retentie af. Bij maximale vulling van de retentie wordt het hemelwater door middel van een slokop afgevoerd naar de Zwolsevaart.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1. Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1 inleidende regels; 2 bestemmingsregels; 3 algemene regels 4 overgangs- en slotregels.
7.2.2.
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld 7.2.3.
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemming. De regels zijn onderverdeeld in: •
Bestemmingsomschrijving Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies.
•
Bouwregels In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd.
7.2.4.
Algemene regels
Hoofstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
•
Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan.
•
Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.
•
Overige regels (Artikel 11) In dit artikel is een regel opgenomen ten aanzien van de inwerkingtreding van de wettelijke regels die zijn vastgelegd in het bestemmingsplan.
7.2.5.
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld ‘Groen’ (Artikel 3) De gronden gelegen tussen de woonkavels en aan de randen van het plangebied hebben de bestemming ‘Groen’ gekregen. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, het behoud, herstel en ontwikkeling van ecologische waarden, kunstwerken, nutsvoorzieningen, evenementen en speelvoorzieningen met daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, andere-werken, parkeerplaatsen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en wadi’s, voet- en fietspaden en in- en uitritten ten behoeve van aangrenzende percelen. Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding ‘geluidswal’ zal een geluidswal van maximaal 2 meter worden gecreëerd. Voor de speeltoestellen en speelvoorzieningen, kunstwerken, licht- en vlaggenmasten gelden aparte bouwhoogten. ‘Verkeer’ (Artikel 4) De wegen in het plangebied hebben de bestemming ‘Verkeer’ gekregen. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen en straten, voet- en rijwielpaden, kunstwerken, nutsvoorzieningen evenementen.
Verder zijn de hierbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bruggen, viaducten en landhoofden daar onder begrepen, andere-werken, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming ‘Verkeer’ mogen geen gebouwen worden opgericht. Bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn wel toegestaan. Voor licht- en vlaggenmasten en bruggen en viaducten gelden aparte bouwhoogten. ‘Water’ (Artikel 5) Het water in het plangebied heeft de bestemming ‘Water’ gekregen. De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor water en waterberging, behoud, herstel en ontwikkeling van ecologische waarden, waterwegen, waterhuishoudkundige voorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen en evenementen, met daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, kades, dammen, duikers, bruggen, steigers en landhoofden met andere-werken, recreatieve voorzieningen, oevers en groenvoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij voor licht- en vlaggenmasten, kunstwerken, bruggen en viaducten aparte bouwhoogten gelden. ‘Wonen’ (Artikel 6) De woningen in het plangebied zijn bestemd als wonen.
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in woningen met daarbijbehorende gebouwen en bijbehorende bouwwerken, bouwwerken geen gebouwen zijnde, andere-werken, tuinen, erven en paden, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Als hoofdgebouwen mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd. Een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd. Door middel van aanduidingen is op de verbeelding per bouwvlak aangegeven welk type woningen er zijn toegestaan. De type woningen zijn flexibel vastgelegd, waardoor er kan worden geschakeld naar de woonwensen die er zijn. Daarnaast is door middel van aanduidingen de maximale goot- en bouwhoogte aangegeven en is het maximale aantal woonhuizen voor het gehele plangebied 114 wooneenheden. Bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij woonhuizen en dienen minimaal 1 meter achter de voorgevel van de woning te worden gebouwd. De maximale oppervlakte bedraagt 50% van het bij de woning behorende achtererfgebied met een maximum van 100 m2. De oppervlakte van binnen het bouwvlak gebouwde bijbehorende bouwwerken telt niet mee in de bepaling van de gezamenlijke oppervlakte. Bij een woning mag onder voorwaarden een aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit worden uitgevoerd.
‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde WA8’ (Artikel 7) Ten behoeve van mogelijk voorkomende archeologische waarden in het plangebied is de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA8', conform het archeologisch beleid van de gemeente Noordoostpolder, opgenomen. Bij ingrepen groter dan 10.000 m 2 en dieper dan 1 meter is archeologisch onderzoek nodig.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Het eigendom van gronden in het plangebied is in gemeentelijke handen en om die reden kan worden afgezien van vaststelling van een exploitatieplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld
HOOFDSTUK 9
VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
9.1.2
Provincie Flevoland
In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro is voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Flevoland. De opmerkingen van de provincie zijn verwerkt in het voorliggende bestemmingsplan. De vooroverlegreactie van de provincie is opgenomen in bijlage 8 bij deze toelichting. Op 1 december 2021 heeft de provincie laten weten dat de opmerkingen voldoende zijn overgenomen.
9.1.3
Waterschap Zuiderzeeland
In het kader van vooroverleg is een watertoets uitgevoerd. Hieruit komt de ‘normale procedure’ naar voren. Het waterschap Zuiderzeeland is in dat kader gevraagd om advies over het bestemmingsplan. De vooroverlegreactie van 9 november 2021 van het waterschap is opgenomen in bijlage 10 bij deze toelichting. Deze opmerkingen zijn verwerkt in voorliggend plan. Na publicatie van het ontwerpbestemmingsplan hebben gemeente en waterschap een overleg gehad op 13 december 2021 over de mogelijke en benodigde waterhuishoudkundige wijzigingen. Naar aanleiding van het overleg is een kleine aanpassing gedaan in voorliggend plan. Het positieve wateradvies en de tekstuele aanpassingen na aanleiding van het overleg zijn in bijlage 11 van deze toelichting opgenomen.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.
9.2
Zienswijzen
Deze paragraaf wordt ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Beeldkwaliteit Marknesse, Fase 4 Algemeen Een prettige woonomgeving heeft ook te maken met de uitstraling van de woningen. En dat is meer dan alleen het samenvoegen van alle individuele woningen. Het vraagt om enkele spelregels over de gewenste kwaliteit van het wonen en de openbare ruimte. Het uiteindelijke doel voor iedereen is een herkenbare woonbuurt met een hoogwaardige uitstraling. Een bepaalde eigenheid van een woonbuurt vergroot de sociale verbondenheid en betrokkenheid bij de (kwaliteit van) de woonomgeving. Achitectuur kan bovendien bijdragen aan het versterken van het dorps DNA van Marknesse. Het gaat dan om een eigentijdse vertaling van het ‘Delfts Rood’ dat Marknesse kenmerkt. Tenslotte is er onder de inwoners van Marknesse een enquete gehouden. Daaruit blijkt dat, naast individualiteit, ook een zekere samenhang in beeldkwaliteit tussen woningen onderling belangrijk wordt gevonden. Het gaat dan om samenhang in bouwstijl en onderlinge samenhang op onderdelen zoals dakvorm, kaprichting en kleuren en materialen. Gelet hierop zijn enkele beeldkwaliteitscriteria opgenomen. De criteria zijn bedoeld om bouwers en ontwerpers te laten zien wat belangrijk is om die samenhang en sfeer in de uitstraling van het wonen te krijgen. Wij gaan daartoe bij voorkeur in een zo vroeg mogelijk stadium in gesprek.
De fase van idee of schets is hèt moment om samen te kijken in hoeverre wensen en ideeën aansluiten bij wat de (toekomstige) bewoners en de gemeente voor de woonomgeving voor ogen hebben.
Toelichting Hieronder volgt eerst een toelichting op enkele onderdelen. Daarna volgen de criteria.
Welstandsluw In dit plan maken we onderscheid naar welstandsluwe straten (bijna geen regels) en straten waar we meer aandacht vragen voor de uitstraling van het wonen. De keuze voor wel of niet welstandsluw hangt samen met de zichtbaarheid vanuit de openbaar toegankelijke ruimte èn de bijdrage die de betreffende woningen leveren aan het eindbeeld en de identiteit van de wijk die we graag willen bereiken. Het plan kent beeldbepalende plekken waar bebouwing zich naar de omgeving en de voorbijganger presenteert. Deze plekken zijn bepaald door de ligging en oriëntatie aan bijvoorbeeld de dorpsontsluitingsweg. Deze plek is als het ware een visitekaartje en vraagt om een meer representatieve uitstraling. Ook houdt het plan rekening met de beleving van de interne structuur en met het uitzicht van de woningen. De indeling is hieronder verbeeld.
1
A
C
D
B A
Indeling plangebied gewenste Beeldkwaliteit
Hoekwoningen Door de gekozen opzet zijn veel woningen niet alleen zichtbaar vanaf de weg, maar ook vanuit de openbaar toegankelijke groene ruimte. Deze zijn belangrijk in de beleving. Het is daarom van belang dat er bij het situeren en ontwerpen van hoekwoningen aandacht is voor een tweezijdige oriëntatie. Dit kan bijvoorbeeld door gevelopeningen, de voordeur ‘om de hoek’ of door een vormgeving die deze dubbele oriëntatie versterkt. Dit geldt specifiek voor een viertal woningen die op bovenstaande afbeelding met rode ster zijn aangeduid. Bouwhoogte, goothoogte, dakvorm en nokrichting De gekozen ruime opzet van het wonen aan een groene ruimte en veel openbare ruimte past bij Marknesse. Dit willen we ook in de uitstraling van het wonen terug laten komen. Dit kan worden bereikt door onderlinge afstemming van dakvorm, bouwhoogte en kleurstelling van de gevels en het dak aan een straat. Dit betekent overigens niet dat alle bebouwing gelijk aan elkaar is.
2
Projectmatig versus particuliere uitgifte Een manier om eenheid in de uitstraling te krijgen, is een projectmatige uitgifte. Daar waar een straatzijde volledig uit 2^1 kap of rij bestaat kan dat een strategie zijn. In zo’n geval is er één ontwikkelaar/bouwer wat één architectuur oplevert. Wanneer 2^1 kap en vrijstaand door particuliere uitgifte worden uitgegeven is onderlinge afstemming belangrijk.
Criteria deelgebied A, welstandsluw Plaatsing - Een installatie die nodig is om te voldoen aan het Bouwbesluit of het besluit bouwwerken leefomgeving, is uit het zicht van de openbare weg geplaatst en/of onopvallend onderdeel van de architectuur. Detail/materiaal/kleur - Zonnepanelen (en overige duurzaamheidsmaatregelen) vormen een eenheid met de architectuur;
Criteria deelgebied B Plaatsing - Bebouwing richt zich naar de straat; - De nokrichting is haaks op de straat; - Hoekwoningen hebben een dubbele oriëntatie; - Een installatie die nodig is om te voldoen aan het Bouwbesluit of het besluit bouwwerken leefomgeving, is uit het zicht van de openbare weg geplaatst en/of onopvallend onderdeel van de architectuur. Vormgeving - De woning heeft een moderne vormgeving; - De vormgeving is afgestemd op de omliggende woningen. - Bij hoekwoningen zijn kopgevels voorzien van ramen en een vormgeving die de dubbele oriëntatie versterkt; - De plaats, afmetingen en verhoudingen van raam- en deuropeningen vragen om een goede onderlinge verhouding; Detail/materiaal/kleur - De woningen zijn voorzien van een zadeldak met een antraciete, grijze of zwarte pan; - De gevels bestaan uit baksteen in het spectrum van rood tot bruine- aardtinten; - Een ondergeschikte toevoeging van een ander natuurlijk ogend materiaal als gevelbekleding is toegestaan. - Een toevoegingen als een risaliet of bloemkozijn is toegestaan. - De woning heeft geen traditioneel vormgegeven dakgoot. - Glimmende dakbedekking is niet toegestaan, met uitzondering van zonnepanelen; - Zonnepanelen (en overige duurzaamheidsmaatregelen) vormen een eenheid met de architectuur;
3
Inspiratiebeelden moderne woningen in kleurspectrum rood - bruin
4
Criteria deelgebied C Plaatsing - Bebouwing richt zich naar de straat; - Hoekwoningen hebben een dubbele oriëntatie; - Een installatie die nodig is om te voldoen aan het Bouwbesluit of het besluit bouwwerken leefomgeving, is uit het zicht van de openbare weg geplaatst en/of onopvallend onderdeel van de architectuur. Vormgeving - De woning heeft een moderne vormgeving; - Projectmatige woningbouw is een moderne vertaling van delfts rood (DNA Marknesse) - De vormgeving is afgestemd op de omliggende woningen; - Bij hoekwoningen zijn kopgevels voorzien van van ramen en een vormgeving die de dubbele oriëntatie versterkt (zie referentiebeelden); - De plaats, afmetingen en verhoudingen van raam- en deuropeningen vragen om een goede onderlinge verhouding; - Bij projectmatige woningbouw zijn de bergingen en erfafscheidingen (voor, zij èn achter) onderdeel van het ontwerp en de architectuur. Detail/materiaal/kleur - De woningen zijn voorzien van een zadeldak of plat dak met een antraciete, grijze of zwarte pan of vegetatiedak; - De gevels bestaan uit baksteen in het kleurspectrum van rood tot bruine aardtinten; - Een ondergeschikte toevoeging van een ander natuurlijk ogend materiaal als gevelbekleding en/of lichtere kleurstelling is toegestaan. - Toevoegingen als een risaliet of bloemkozijn is toegestaan.
- Zonnepanelen (en overige duurzaamheidsmaatregelen) vormen een eenheid met de architectuur; Criteria Oost D (Zwolse Vaart) Plaatsing - Bebouwing richt zich naar de straat; - De nokrichting is haaks op de straat; - Hoekwoningen hebben een dubbele oriëntatie; - Een installatie die nodig is om te voldoen aan het Bouwbesluit of het besluit bouwwerken leefomgeving, is uit het zicht van de openbare weg geplaatst en/of onopvallend onderdeel van de architectuur. Vormgeving - De woning heeft een moderne vormgeving; - De vormgeving is afgestemd op de omliggende woningen. - Bij hoekwoningen zijn kopgevels voorzien van ramen en een vormgeving die de dubbele oriëntatie versterkt; - De plaats, afmetingen en verhoudingen van raam- en deuropeningen vragen om een goede onderlinge verhouding; Detail/materiaal/kleur - De woningen zijn voorzien van een zadeldak met een antraciete, grijze of zwarte pan; - De gevels bestaan uit baksteen in het spectrum van atraciete of bruine aardtinten; - Een ondergeschikte toevoeging van een ander natuurlijk ogend materiaal als gevelbekleding en/of lichtere kleurstelling van bovengenoemde kleuren is toegestaan. - Glimmende dakbedekking is niet toegestaan, met uitzondering van zonnepanelen; - Zonnepanelen (en overige duurzaamheidsmaatregelen) vormen een eenheid met de architectuur;
5
Erfafscheidingen Zoals eerder aangegeven levert de planopzet met veel toegankelijke openbare ruimte ook veel situaties op waarbij er (uit)zicht is op achtertuinen en zij-erven. De manier waarop de tuinen worden afgeschermd speelt dan een belangrijke rol in de uitstraling en beleving van het wonen. Uit de gehouden enquete blijkt dat maar liefst 60% een voorkeur heeft voor een (deels) groene erfafscheiding. Dit laat zien dat groen belangrijk wordt gevonden. Daarom volgen hieronder een aantal richtinggevende principes en bijbehorende sfeerbeelden. We beogen hiermee de kwaliteit te verhogen. Voor erfafscheidingen maar ook voor opslag zoals vuilcontainers is het slim om daar bij het ontwerpen van de woning al rekening mee te houden. Richtinggevende principes -
Kies bij voorkeur voor een groene erfafscheiding; Pas de erfafscheiding zoveel mogelijk aan op het straatbeeld en de woning; Kies voor uniformiteit en eenheid; Plaats eventueel constructieve onderdelen, bijv. steunpalen, aan de zijde van de woning; Wissel zoveel mogelijk af tussen gesloten en open of groene delen; Kies voor een vriendelijke uitstraling met natuurlijke kleuren; Voorkom blinde/gesloten muren.
Inspiratiebeelden erfafscheidingen
6
Naast laten zien hoe het kan, menen wij toch enkele criteria nodig te hebben om de kwaliteit te waarborgen. Sneltoetscriteria bouwwerken (erfafscheidingen en carports e.d.) Onderstaande criteria zijn van toepassing op de erf- en perceelafscheidingen ter plaatste van zijerven en achtererven die grenzen aan het openbaar toegankelijk gebied 1.
Afbeelding. Beeldbepalende erfafscheidingen vanuit openbaar terrein of tegenoverliggende woningen.
Plaatsing - Op eigen erf of perceel; - Voor hoekpercelen geldt een afstand van minimaal 1 m achter het verlengde van de voorgevel Vormgeving - Eén vormgevingsprincipe per bouwwerk toepassen; - Indien het bouwwerk tussen 1 tot 3 meter achter de voorgevel geplaatst wordt, sluit deze qua vormgeving en materiaal aan bijhet hoofdgebouw; - Indien het bouwwerk op 3 meter of meer achter de voorgevel geplaatst wordt, dan is er meer vormvrijheid op basis van maatwerk; 1
Met openbaar toegankelijk gebied wordt bedoeld: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
7
Materiaal, kleur en detaillering - Overwegend uitgevoerd in baksteen, hout en/of staal, afgestemd op en passend bij het hoofdgebouw.; - Indien het bouwwerk tussen 1 en 3 meter achter de voorgevel geplaatst wordt sluitdeze qua materialen, kleur en detaillering aan op het hoofdgebouw.
Vervallen van een beeldkwaliteitsplan De algemene lijn is dat de welstandscriteria uit een beeldkwaliteitsparagraaf hun werking verliezen voor een individueel bouwwerk, nadat deze is gerealiseerd. Voor deze lijn is gekozen omdat na realisatie de hoofdkenmerken van bebouwing en stedenbouwkundige structuur grotendeels vastliggen. De welstandscriteria kunnen dan vervallen. Dit sluit bovendien aan bij het ingezette selectieve welstandsbeleid. Dit geldt ook voor deze beeldkwaliteitsparagraaf. De sneltoetscriteria voor bouwwerken vormen een afzonderlijk beleidslijn binnen de gemeente. Deze blijven daarom ook na realisatie van een individueel bouwwerk gelden.
Hardheidsclausule Indien het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk door bijzondere vormgeving, constructie, materiaalgebruik en kleurstelling kwaliteit toont, kan de welstandscommissie als ook burgemeester en wethouders afwijken van de voor het bouwwerk geldende criteria. Dit advies wordt gemotiveerd door resp. de welstandscommissie en/of college van burgemeester en wethouders. De criteria zijn ingedeeld naar criteria voor plaatsing, vormgeving en detail/kleur/materiaal.
8
Bestemmingsplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ Vastgesteld
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Marknesse Zuid Fase 4
Oktober 2021
Status: Definitief
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Marknesse Zuid fase 4 Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI MARKNESSE ZUID FASE 4
Status: Datum: Projectnummer
Definitief November 2021 2021-189
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Marknesse Zuid fase 4 Definitief
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 WETTELIJK KADER ......................................................................... 4 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 4 ZONE LANGS WEGEN .................................................................................................................................... 4 GRENSWAARDEN ......................................................................................................................................... 4 BEREKENEN GELUIDSBELASTING ...................................................................................................................... 5 GEMEENTELIJK GELUIDSBELEID........................................................................................................................ 5
HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ........................................................................ 6 3.1 3.2
GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 6 VERKEERSGEGEVENS ..................................................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 4 RESULTATEN ................................................................................ 8 4.1 4.2 4.3 4.4
BEREKENINGEN ........................................................................................................................................... 8 GELUIDSBELASTING ...................................................................................................................................... 8 HOGERE WAARDE ........................................................................................................................................ 8 MAATREGELEN REDUCTIE GELUIDBELASTING ..................................................................................................... 9
HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE ................................................................................ 10 BIJLAGEN BIJ HET AKOESTISCH ONDERZOEK .............................................................. 11 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3
ITEMEIGENSCHAPPEN.......................................................................................................................... 12 GELUIDSMODEL ................................................................................................................................. 13 RESULTATENTABELLEN ........................................................................................................................ 14
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Marknesse Zuid fase 4 Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
In de gemeente Noordoostpolder aan de zuidkant van de kern Marknesse langs de Leemringweg bevindt zich de zogenaamde ‘Kavel Muilwijk’. De gemeente Noordoostpolder is voornemens deze kavel te gebruiken voor het woningbouwplan ‘Marknesse Zuid, fase 4’ om te voorzien in de lokale woningbehoefte. Het plan bestaat uit het realiseren van in totaal 112 woningen. Er zullen 32 vrijstaande woningen, 24 rijwoningen, 48 tweekappers en 8 levensloop bestendige woningen gerealiseerd worden. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de directe omgeving met de rode omlijning aangegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)
Ten behoeve van de realisatie van het voornemen dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In voorliggend geval is uitsluitend het aspect wegverkeerslawaai relevant. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Marknesse Zuid fase 4 Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buitenstedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Tabel 1 Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl)
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de L den-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat er niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient er een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen als vervangende nieuwbouw die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Marknesse Zuid fase 4 Definitief Een woning is als volgt gedefinieerd in de Wgh: ‘gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van het bestemmingsplan, de beheersverordening, bedoeld in artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening, of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van laatstgenoemde wet’. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke waarde voor nog niet geprojecteerde woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven (artikel 83 Wgh). Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB 53 dB
Tabel 2 Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij dient afgewogen te worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde dient bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond te worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 3.10 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting dient per weg afzonderlijk berekend en aan de voorkeurswaarde getoetst te worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
De gemeente Noordoostpolder beschikt niet eigen geluidsbeleid en volgt de uitgangspunten van de Wet geluidhinder.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Marknesse Zuid fase 4 Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Gewenste situatie
In afbeelding 3.1 is de gewenste situatie binnen plangebied op de verkavelingsschets weergegeven. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in mogelijk maken van 32 vrijstaande woningen (paars), 24 rijwoningen (waarvan 12 voor sociale huur) (rood), 48 tweekappers (oranje) en 8 levensloop bestendige woningen (geel) binnen het plangebied. Daarnaast is er ook ruimte voor water, groen en parkeren (lichtblauw, groen en grijs). In het westelijke groen tussen de Leemringweg en het woongebied is een grondwal van 1 m beoogd. Deze staat op de afbeelding tevens weergegeven.
Afbeelding 3.1
Verkavelingsschets plangebied (Bron: gemeente Noordoostpolder)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Marknesse Zuid fase 4 Definitief Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Leemringweg, een weg met twee rijbanen en een snelheidsregime van 80 km/uur. Daarnaast ligt het projectgebied nabij meerdere 30 km/uur wegen. Deze wegen hebben geen formele wettelijke geluidszone. Het betreffen onder andere de Feike Bruinsmalaan, de Oosthoek en de Walcherselaan. Deze wegen betreffen allemaal landelijke wegen (Feike Bruinsmalaan) of wegen in wijken (de Oosthoek en de Walcherselaan). Deze wegen hebben een dusdanige lage verkeersintensiteit dat redelijkerwijs niet verwacht wordt dat de voorkeurswaarde overschreden wordt. Daarnaast geldt voor de Walcherselaan en de Oosthoek dat deze wegen worden afgeschermd door bestaande bebouwing. Deze wegen zijn daarom buiten het onderzoek gelaten. Ook de Leemringweg heeft deels een snelheidsregime van 30 km/uur. Het gaat daar echter om een deel binnen de bebouwde kom, waar de intensiteit lager is dan buiten de bebouwde kom omdat het verkeer zich verspreid. Ook ligt dit deel op relatief grote afstand van het plangebied en zijn er geen gegevens bekend ten aanzien van dit tracé. Het akoestisch onderzoek richt zich uitsluitend op de Leemringweg ter plaatse van het gedeelte waar een 80 km/uur regime geldend is.
Er is uitgegaan van ligging in het stedelijk gebied, aangezien de nieuwe woonwijk na de ontwikkeling onderdeel uitmaakt van de stedelijke kern van Marknesse. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting relevante wegen
Stedelijk gebied 63 dB Ja* 2 dB
Tabel 3 Uitgangspunten onderzoek wegverkeerslawaai (Bron: BJZ.nu) *voor de Leemringweg
3.2
Verkeersgegevens
De door de gemeente Noordoostpolder aangeleverde weg- en verkeersgegevens, in de vorm van door Goudappel Coffeng aangemaakte modeldata van het gemeentelijke verkeersmodel, vormen het uitgangspunt voor het berekenen van de geluidsbelasting als gevolg van de eerder genoemde wegen. Het betreft prognoses van onder meer de hoeveelheid auto- en vrachtverkeer in het jaar 2040. Aangezien de verkeersintensiteit normaliter tot 10 jaar doorberekend wordt, is de prognose in het model teruggerekend tot 2032. De modeldata geven geen cijfers ten aanzien van een uurintensiteit en geen informatie inzake een verdeling tussen dag, avond en nacht. Hiervoor zijn in overleg met de gemeente Noordoostpolder standaarden gebruikt. In dit geval is dus uitsluitend de verkeersintensiteit ontleend aan de modeldata. Ten aanzien van het wegdektype is uitgegaan van WO-referentiewegdek. Dit is bepaald op basis van luchtfoto’s en google streetview. In bijlage 1 zijn de gehanteerde itemeigenschappen weergegeven. Hierin zijn de per weg gehanteerde weg- en verkeersgegevens, waaronder de verkeersintensiteit per weg(deel), af te lezen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Marknesse Zuid fase 4 Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 0,0 (akoestisch hard). In het model zijn de volgende zaken opgenomen: -
Leemringweg met bijbehorende weg- en verkeersgegevens; de nieuwe gebouwen (bouwvlakken) binnen het projectgebied inclusief hoogte; bestaande gebouwen in de omgeving inclusief hoogte; relevante zachte bodemgebieden; rekenpunten op 1,5, 4,5 en 7,5 meter op de gevels van de woningen; geluidwal van 1 m hoog conform ontwerp.
Opgemerkt wordt dat de exacte locatie van de woningen nog niet bekend is. Daarom zijn alle bouwvlakken ingetekend. Dit kan gezien worden als een representatieve situatie, aangezien de woningen binnen deze bouwvlakken gesitueerd worden. Ten tweede wordt opgemerkt dat niet voor alle woningen rekenpunten ingevoerd zijn, maar enkel voor de woningen op korte afstand van de Leemringweg. Uit de verst weg gelegen ingetekende rekenpunten blijkt dat de geluidbelasting ruimschoots onder de 48 dB gemeten wordt. Het is dan ook niet nodig om de woningen die nog verder van de Leemringweg af gelegen zijn in te tekenen. De geluidbelasting zal daar immers nog lager liggen. In bijlage 2 is een uitsnede van het rekenmodel inclusief 3D-weergave weergegeven.
4.2
Geluidsbelasting
De geluidbelasting als gevolg van de gezoneerde weg Leemringweg inclusief reductie bedraagt hoogstens 52 dB. Deze geluidbelasting wordt gemeten op de westgevel ter plaatse van de woonblokken die in het model aangeduid zijn als woonblok 24 en woonblok 25. Het betreffen op basis van afbeelding 3.1 het meest zuidwestelijk gelegen paarse blok. Daarnaast wordt er op de westgevel van woonblokken 5 en 6 een geluidbelasting van respectievelijk 50 dB en 51 dB gemeten. Dit betreft het meest noordwestelijk gelegen paarse blok op basis van afbeelding 3.1. Op alle andere woonblokken wordt aan de voorkeurswaarde van 48 dB voldaan. In alle gevallen wordt aan de uiterste grenswaarde van 63 dB voldaan. Wat betreft alle overige wegen wordt aan de voorkeurswaarde van 48 dB voldaan. Voor een exacte weergave van de geluidsbelasting per weg wordt verwezen naar de resultatentabel die als bijlage 3 bij deze rapportage is opgenomen.