8.1 Bestemmingsplan 'Landelijk Gebied, Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord'.pdf
Tekst van het document
Archeologie; sporen en vondsten van menselijk handelen in het verleden in de bodem zijn achtergebleven, bijvoorbeeld potscherven, resten van voedselbereiding, graven, maar ook verkleuringen in de grond die duiden op bewoning of infrastructuur. Een verzamelterm hiervoor is 'archeologische waarden'. Alle archeologische waarden bij elkaar zijn het 'bodemarchief'. Deze sporen kunnen zich ook onder water bevinden zoals bijvoorbeeld verdronken nederzettingen of scheepswrakken; 3. Cultuurlandschap/historische geografie: alle landschappelijke elementen die het gevolg zijn van menselijk handelen in het verleden, bijvoorbeeld verkavelingspatronen, pestbosjes, landgoederenzones of ontginningsassen. Cultuurhistorie en beleid Beleidsmatig is de cultuurhistorie van Noordoostpolder vastgelegd en toegelicht in diverse documenten zoals ‘Kwaliteitskaart Noordoostpolder Urk – Deel 1’ (H+N+S landschapsarchitecten en Beek@ Kooiman Cultuurhistorie, 2004), ‘Landschapsvisie Noordoostpolder, landschap van rust en regelmaat’ (Feddes/Olthof Landschapsarchitecten, 2012), ‘Structuurvisie Noordoostpolder 2025’, (Kuiper compagnons/Gemeente Noordoostpolder, 2013) en de ‘Erfgoednota’, (Gemeente Noordoostpolder, 2013). Al deze documenten nemen bij vernieuwing en ontwikkeling het bijzonder ontworpen landschap van de Noordoostpolder als vertrekpunt.
Het credo van eertijds de Nota Belvédère behoud door ontwikkeling, geldt nog altijd en klinkt ook
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 32 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
door in de aanwijzing van de Nooroostpolder als Nationaal Wederopbouwgebied in de beleidsnota ‘Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter’ van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE, 2016). De gemeente Noordoostpolder is een duidelijk voorbeeld van een rationeel landschap uit de 20e eeuw (rond 1940 drooggelegd), waarin de twee voormalige eilanden Urk en Schokland als zelfstandige elementen zijn opgenomen. Dit rationeel vormgegeven landschap is niet alleen ontworpen vanuit het oogpunt van optimale landbouwkundige productie, maar ook als wetenschappelijke, esthetische en intellectuele uitdaging. Onderdelen van de inrichting van de gemeente Noordoostpolder die kenmerkend zijn voor het gebied zijn: • de kavelmaat; • de erven met bijbehorende erfsingels; • de diverse typen boerderijen; • de arbeiderswoningen; • de kavel- en erfsloten; • het grondgebruik. In de toekomstige situatie wordt er gebruik gemaakt van de huidige erfsingel. Deze wordt opgepakt, uitgebreid en weer geplaatst rond het erf. Het behoud van de erfsingel is essentieel, want deze sluit aan op de Landschapsvisie van de gemeente Noordoostpolder. Alle erven in het landschap van de Noordoostpolder zijn omzoomd door groene singels. De singels zijn dichte bomengroepen met struikgewas. Het ontwerp voor de uitbreiding van de kavel bestaat dus in het verschuiven van de huidige singel.
Er zal een volwaardige 6 meter brede erfsingel wordt aangeplant bestaande uit beplanting die karakteristiek is voor het landelijk gebied van Noordoostpolder. 4.5
Ecologie De bescherming van plant- en diersoorten is in Nederland geregeld in Wet Natuurbescherming (verder te noemen WNB). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermd ruim 900 soorten in Nederland voorkomende planten- en diersoorten. Deze wet vervangt de huidige Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet.
4.5.1
Gebiedsbescherming Hierna is de eventuele ligging van bovengenoemde natuurgebieden weergegeven, waarbij het plangebied centraal in de oranje cirkel ligt en eventuele waardevolle gebieden binnen een straal van 3 kilometer rondom het plangebied zijn weergegeven.
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 33 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich geen natuurgebieden (zoals Natura-2000, Beschermde natuurmonumenten, Wetlands of Nationale Landschappen). Ook bevinden zich in directe omgeving geen enkele onderdelen van het NatuurNetwerk Nederland. Het plangebied zelf valt niet binnen een dergelijk natuurgebied, zodat nader onderzoek naar de gebiedsbescherming niet nodig is. 4.5.2
Soortenbescherming Naast de gebiedsbescherming is er ook nog de zogeheten ‘soortenbescherming’. De soortenbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Ongeveer 500 van de 36.000 soorten die in Nederland voorkomen vallen onder de bescherming van deze wet. Er is een quickscan uitgevoerd om te onderzoeken of er voor de Wet natuurbescherming waardevolle soorten worden geschaad door het uitvoeren van voorliggend initiatief. Dit onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Elzerman Ecologisch Advies. Het volledige onderzoeksrapport, bekend onder de titel ‘Flora- en Fauna Quickscan Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord’, rapportnummer 2016-N12, d.d. 12 april 2016 is als aparte bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen, integraal overgenomen, de conclusies en aanbevelingen van het uitgevoerde onderzoek. Voor een uitbreiding van het werkterrein van Waterman Onions B.V. aan de Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord is een quickscan uitgevoerd. Het verkennende onderzoek richtte zich op de beschermde soorten van de natuurwetgeving. Tijdens het veldbezoek zijn enkele Huismussen waargenomen, die de struiken langs de doorgaande weg, gebruikten als rust- en schuilplek. Deze struiken fungeren daarmee als vaste rust- en verblijfplaats. Ze broeden vermoedelijk bij de boerderij aan de overzijde van de weg.
De uitbreiding is gepland voor de noordzijde van het terrein. De bestaande loodsen, het kantoorgebouw en het omringende terrein worden hierdoor niet beïnvloed. De struiken aan de voorzijde van het terrein blijven behouden. Hierdoor heeft de geplande
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 34 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
uitbreiding geen invloed op de vaste rust- en verblijfplaats van Huismussen. In de nieuwe situatie wordt langs de noordrand van het projectgebied de groensingel hersteld. De struiken in dat deel van de groenstrook vormen in de toekomst een uitbreiding van de mogelijkheden waar Huismussen kunnen schuilen. Dit is wel afhankelijk van het type beplanting, maar als deze aansluit bij de huidige inrichting dan kunnen mussen hier goed van gebruik maken. De Rugstreeppad is een wijdverbreide, strikt beschermde soort in de Noordoostpolder (De Nooij, 2007). Het projectgebied is niet geschikt voor deze soort. Een rondzwervend exemplaar valt nooit uit te sluiten, maar het terrein komt niet in aanmerking als vast leefgebied. Bij de uitbreiding wordt alleen de noordelijke perceelsloot aangetast. Deze greppel is begroeid met riet, waardoor het water minder snel opwarmt. Het bedrijfsterrein is grotendeels verhard en biedt geen geschikte overwinteringsmogelijkheden. Hierdoor is geen effect te verwachten van een toekomstige uitbreiding. Voor de toekomstige ontwikkeling van het terrein is geen ontheffing voor beschermde planten of dieren noodzakelijk. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient men te allen tijde rekening te houden met Algemene Zorgplicht. De Zorgplicht houdt in dat schadelijke effecten aan planten en dieren door menselijk handelen tot een minimum beperkt worden.
Deze wettelijke verplichting geldt voor alle flora en fauna in Nederland ongeacht de beschermde status. Alle broedende vogels en hun nesten zijn beschermd. Aangeraden wordt dan ook om het verwijderen van de struiken en bomen op de uitbreidingslocatie buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien dit niet mogelijk is dan moeten de bomen gecontroleerd worden op de aanwezigheid van broedende vogels. De uitbreiding biedt mogelijkheden om de nieuw aan te leggen groensingel en perceelsloot gunstig in te richten voor de beschermde Huismus en Rugstreeppad. Voor de Huismus is het van belang om struiken met dichte takkenstructuur aan te planten. Deze kunnen gaan dienen als vaste rust- en verblijfplaats. Het is ook mogelijk om bij een nieuwe loods nestgelegenheid te creëren voor de soort. Indien de huidige perceelsloot verdwijnt en een nieuwe aangelegd wordt dan kan deze ten gunste van de Rugstreeppad worden ingericht. Flauw aflopende, kale oevers waardoor het water snel opwarmt bieden voor mogelijkheden om op termijn te dienen als nieuwe voortplantingslocatie. 4.5.3
Stikstofdepositie Stikstof bevindt zich in verschillende vormen in de grond en de atmosfeer. Voor de natuurgebieden, en dus voor de vergunningverlening van uw project, zijn de stikstofhoudende moleculen stikstofoxiden en ammoniak van belang. Stikstofoxiden komen vooral voort uit verbrandingsmotoren, waarbij dieselmotoren de meeste stikstofoxiden uitstoten. Ammoniak is met name afkomstig uit de veeteelt. Zowel ammoniak als bepaalde soorten stikstofoxiden zijn een bestanddeel van (kunst)mest en dus voedingsbronnen voor de natuur. Om te beoordelen of er als gevolg van voorliggend bestemmingsplan ook sprake kan zijn van stikstofdepositie op natuurgebieden is voor zowel de aanleg- als gebruiksfase
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 35 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
van het bouwplan een zogeheten Aerius berekening uitgevoerd waarmee de stikstofdepositie kan worden bepaald. De rekenbladen van de berekening zijn als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgt het resultaat van de berekening. In de reguliere bedrijfssituatie bij maximale invulling van het bouwvlak bedraagt de stikstofdepositie op daarvoor kwetsbare habitats in Natura 2000-gebieden 0,00 mol per hectare per jaar. Tijdens de bouw van de nieuwe loods, die invulling geeft aan de maximale invulling van het bouwvlak, bedraagt de stikstofdepositie op daarvoor kwetsbare habitats in Natura 2000-gebieden 0,00 mol per hectare per jaar. Gelet op het bovenstaande is de conclusie dat zich geen situaties voordoen waarbij het plan significante gevolgen veroorzaakt op Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling kan achterwege blijven. De berekening is beoordeeld door de provincie Flevoland en deze hebben per mail aan de gemeente aangegeven akkoord te kunnen gaan met de Aerius-berekening. 4.6
Externe en fysieke veiligheid Bij het transport, de opslag en bij het be- en verwerken in bedrijven van gevaarlijke stoffen, maar ook nabij luchthavens bestaat de kans op ongevallen waarbij slachtoffers vallen die niet bij de activiteit betrokken zijn. Personen die in bedrijven werken worden door de wetgeving rond arbeidsomstandigheden beschermd. Personen die zich buiten (extern) de bedrijfsgrens bevinden worden beschermd door wet- en regelgeving voor externe veiligheid. De vuurwerkramp in Enschede van mei 2000 heeft geresulteerd in een formalisering en deels aanscherping van wet- en regelgeving om het risico van dergelijke ongevallen te beperken. Het doel van de toets op externe veiligheidsaspecten rond ruimtelijke plannen is na te gaan welke risico’s de voorgenomen ontwikkelingen met zich brengen. Dit om de mogelijkheid te bieden een externe veiligheidssituatie te creëren die voldoet aan de behoeften. Daartoe kan het ruimtelijk initiatief of specifieke wijze worden ingevuld en kunnen eventuele aanvullende maatregelen worden getroffen. Het externe veiligheidsonderzoek richt zich eerst op het plaatsgebonden risico. Dit geeft een beeld van de ruimtelijke verdeling van de hoogte van de risico’s rond een bron. Vervolgens wordt nagegaan wat de hoogte van het groepsrisico is. Dit geeft inzicht in de aantallen personen die bij een ongeval kunnen worden betrokken.
Als er sprake is van groepsrisico, als een ongeval tot meer dan 10 dodelijke slachtoffers kan leiden, moeten risicogegevens worden verzameld, moet een advies over het voorgenomen initiatief aan de regionale brandweer worden gevraagd en is de initiatiefnemer verplicht de veranderingen in het groepsrisico door de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te verantwoorden. Externe veiligheid gaat onder andere over buisleidingen (geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen), transport gevaarlijke stoffen over bepaalde transportassen (geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes), de opslag van explosieven (geregeld in het Bestluit algemene regels ruimtelijke ordening en het Bevi. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 36 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het Bevi staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. Bedrijfsloodsen zijn niet aangemerkt als risico veroorzakende inrichting. Echter, bedrijfsloodsen (waarin mensen verblijven) worden wel aangemerkt als een (beperkt) kwetsbaar object, zodat beoordeeld dient te worden of er in de nabijheid van het terrein eventueel Bevi-inrichtingen zijn die van invloed zijn/kunnen zijn op de uitbreidingsplannen. Hiertoe is een check uitgevoerd aan de risicokaart Flevoland. Dit levert het volgende beeld op (het uitbreidingsgebied is weergegeven met de blauwe omkadering).
Ten zuiden van het plangebied ligt een buisleiding van de Gasunie. Op deze kaart is deze zichtbaar als de rode stippellijn. Het betreft een aardgastransportleiding van de Nederlandse Gasunie BV. Het betreft een buisleiding met een diameter van 15,98 inch en een maximale werkdruk van 66,2 bar. Een dergelijke leiding heeft een zogeheten ‘Inventarisatieafstand’ van circa 210 meter. De gewenste uitbreiding van Waterman Onions begint op circa 210 meter afstand van deze buisleiding en valt daarmee niet binnen deze inventarisatieafstand. Op de hierna weergegeven foto is het inventarisatiegebied weergegeven.
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 37 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
In 2014 is reeds onderzoek uitgevoerd naar het aspect externe veiligheid in relatie tot de uitbreiding van het agrarisch verwerkingsbedrijf met kantoor- en kantineruimte. Bij dat onderzoek is onderstaande figuur tot stand gekomen.
Plaatsgebonden risico Het plangebied waar de nieuwe bedrijfshallen worden gebouwd liggen niet in de 10-6 contour. Er wordt voldaan aan artikel 6 en 11 van het Bevb. Het plangebied waar de nieuwe bedrijfshallen worden gebouwd bevinden zich ook nog buiten de 10-8 contour. De te bouwen bedrijfshallen worden ook extensief gebruikt door werkners, immers het verwerkingsproces is grotendeels geautomatiseerd. Er zullen daarom geen grote groepen mensen verblijven in deze bedrijfsgebouwen (die zogezegd
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 38 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
buiten de 10-8 contour worden gebouwd), zodat nader onderzoek naar externe veiligheid niet meer verder nodig is. 4.7
Geluid Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Op Europees niveau is het voornaamste doel op het gebied van geluidshinder dat niemand wordt blootgesteld aan geluidsniveaus die zijn of haar gezondheid en de kwaliteit van zijn of haar bestaan in gevaar brengen. Voor de bestrijding van geluidshinder kunnen verschillende soorten maatregelen worden getroffen: bestrijding van geluid aan de bron, bijvoorbeeld stillere auto's, stillere wegdekken, het verkeersluw maken van straten, het zachter zetten van de stereo, het dempen van de piano. Maatregelen tussen bron en ontvanger; bijvoorbeeld het plaatsen van een geluidsscherm of -wal of een betere muurisolatie tussen woningen. Maatregelen aan de kant van de ontvanger; meestal gaat het dan om het aanbrengen van (extra) geluidsisolatie aan de woning en het rekening houden met geluidsnormeringseisen bij het ontwerpen van woningen. Van buiten naar binnen Met het planvoornemen wordt niet voorzien in het oprichten van een nieuw geluidsgevoelig object, zodat geen onderzoek naar extern geluid (bijvoorbeeld wegverkeerslawaai) nodig is.
Van binnen naar buiten In 2016 is reeds een akoestisch onderzoek uitgevoerd op basis van de bebouwing op 6 hectare. De aanvoer van de producten en het drogingsproces zal via de achterzijde van het pand tot halverwege het pand plaatsvinden, overeenkomstig de bestaande hallen, en de verwerking en afvoer (expeditie) vanaf het midden naar de voorzijde van het pand (richting H. Schaftweg). De interne logistieke transportwegen door de bestaande hallen en ook voor de toekomstige hallen behouden deze opzet. E.e.a conform de bijvoegde plantekening. Op basis van de huidige inzichten komt de rapportage overeen met het rapport van 2016. Het rapport van 2016 is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd.
4.8
Milieuhinder Bij wijziging van een bestemmingsplan moet aangetoond worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor het aspect ‘geluid’ zijn in de VNG brochure “Bedrijven en Milieuzonering” richtafstanden opgenomen voor bedrijvigheid ten opzichte van geluidgevoelige bestemmingen. De richtafstanden zijn afhankelijk van de milieucategorie van de bedrijven en de gebiedstypering. Als de richtafstanden worden gerespecteerd is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. Het is mogelijk om een ontwikkeling binnen de richtafstanden planologisch mogelijk te maken, mits aangetoond wordt dat aan bepaalde geluidrichtlijnen wordt voldaan. Gebiedstypering De VNG‐brochure onderscheidt twee gebiedstyperingen:
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 39 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
1. Rustige woonwijk en rustig buitengebied’ 2. Gemengd gebied Een “rustige woonwijk en rustig buitengebied” is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van enkele wijkgebonden voorzieningen zijn er vrijwel geen andere functies. Er is weinig storend verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype is een rustig buitengebied (inclusief eventueel verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Een “gemengd gebied” is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen kunnen winkels, horeca of kleine bedrijven voorkomen. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere activiteiten kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het gemengd gebied. Het gebied rondom Waterman kan worden beschouwd als een gebied met overwegende agrarische activiteiten met lintbebouwing. Ook ligt het agrarisch verwerkingsbedrijf op korte afstand van de hoofdinfrastructuur. De rijksweg A6 bevindt zich op ca. 600 meter ten noorden van de locatie Richtafstand Met het bestemmingsplan wordt een milieucategorie 3.1 inrichting in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Hiervoor gelden richtafstanden van 10 meter voor geur, 10 meter voor stof, 30 meter voor geluid en 10 meter voor gevaar uitgaande van omgevingstype ‘gemengd gebied’.
Het aspect geluid is reeds verwoord in paragraaf 4.7. Op korte afstand van het plan, binnen een straal van 10 meter van de grens van de inrichting, bevinden zich geen bestemmingen waar wonen op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Er wordt geen milieuhinder verwacht. 4.9
Watertoets De watertoets is wettelijk verankerd met het Besluit van 3 juli 2003 tot wijziging van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 in verband met gevolgen van ruimtelijke plannen voor de waterhuishouding (watertoets). De wijziging van het Besluit op de Ruimtelijke Ordening (Bro) regelt een verplichte waterparagraaf in de toelichting bij de genoemde ruimtelijke plannen en een uitbreiding van het vooroverleg met de waterschappen. De verplichting geldt formeel niet voor de structuurvisie. De ruimtelijke structuurvisie is een belangrijk instrument, omdat hierin de strategische ruimtelijke keuzen (locatiekeuzen) voor water en ruimtelijke ontwikkelingen worden gemaakt. Het instrument is vorm- en procedurevrij. Ten behoeve van het vastgestelde bestemmingsplan van 2017 is reeds een watertoetsprocedure doorlopen waarbij de beoogde wijze van compenseren van de toename van het verharde oppervlakte inzichtelijk is gemaakt. Deze watertoets is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Onderstaand is weergave gedaan van de wijze van compenseren door middel van het aanleggen van extra watergangen en verbreden van bestaande watergangen.
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 40 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
Onderstaand nog enkele zaken vanuit de waterparagraaf waarmee in de nadere uitwerking van de planvorming rekening gehouden dient te worden. Toename verhard oppervlakte Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. Randvoorwaarde(n) wateroverlast Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto met Gefaseerd wordt circa 16590 m2 aan toename verhard oppervlakte verwacht. Indien deze toename groter of gelijk is aan 2500 m2 dan is compensatie noodzakelijk. Ontwerprichtlijnen compensatie toename verharding De oppervlakte te realiseren waterberging is gerelateerd aan de maximaal toelaatbare peilstijging in het peilvak en de netto oppervlakte nieuw te realiseren verharding. Het plangebied is gelegen in een peilgebied waarbij 5,5% van de netto toename aan verharding als open water moet worden gecompenseerd.
Bij de hantering van de bergingsnorm (onderdeel van beleidsregel compensatie toename verharding en versnelde afvoer) gaat het om het benodigde oppervlak open water op de hoogte van het streefpeil. Concreet betekent dit dat 5,5 % van 16590 m2 gecompenseerd dient te worden in de vorm van de aanleg van nieuw open water. Dit betekent voor de uitbreiding van Waterman Onions dat in totaliteit 913 m2 aan nieuw open water moet worden gerealiseerd. Dit zal worden gerealiseerd door middel van nieuwe sloten en te verbreden bestaande sloten. Door middel van een zogeheten voorwaardelijke verplichting is ook geborgd dat de extra watercompensatie wordt gerealiseerd. 4.10
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure, of een milieuvergunningsprocedure. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.3 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen): indien: - De oppervlakte een aaneengesloten gebied betreft van 100 hectare en groter dan 2000 woningen betreft.
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 41 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. en lijkt een nader onderzoek niet aan de orde te zijn. Echter is op 7 juli 2017 een wetswijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat vanaf 16 mei 2017 een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld door middel van een aanmeldnotitie. Dit is een extra stap in de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het nut van deze notitie is dat al in een vroeg stadium beoordeeld wordt of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. De beslissing van het bevoegd gezag of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld, vindt plaats op basis van deze notitie. Deze aanmeldnotitie is vormvrij, maar heeft wel een aantal inhoudelijke voorwaarden. De aanmeldnotitie moet in ieder geval informatie bevatten over de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van de activiteit. Binnen zes weken nadat de initiatiefnemer deze informatie heeft verstrekt, moet het bevoegd gezag beslissen of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. In tabelvorm wordt in dit hoofdstuk een kwalitatief oordeel geveld over de effecten op diverse milieufactoren.
Aan de hand van deze beoordeling wordt aangegeven of het opstellen van een milieueffectrapportage voor de genoemde plannen noodzakelijk geacht wordt. Milieueffect Archeologie
Effecten
Bijzonderheden
Het kan zijn dat er gebouwd gaat
Er wordt geen significant nadelig
worden binnen een gebied met
effect verwacht op het aspect
een hoge archeologische
archeologie.
verwachtingswaarde op basis van de archeologische beleidskaart. Vanuit uitgevoerd onderzoek is gebleken dat de kans dat binnen dat gedeelte van het plangebied daadwerkelijk archeologische resten voorkomen uit de prehistorie op basis van geologische kaarten en de bodemopbouw binnen het plangebied klein geacht.
Bodem
Er zijn geen nadelige effecten op
Het terrein is door middel van een
de bodem te verwachten.
verkennend bodemonderzoek onderzocht en de bodem is geschikt voor de beoogde functies.
Ecologie
Er zijn geen nadelige effecten op
Er worden geen ingrepen
ecologie te verwachten.
gepleegd die leiden tot aantasting van eventuele ecologische waarden. Zo is gebleken uit ecologisch onderzoek.
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 42 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
Geluid
Er zijn geen nadelige effecten
Er wordt voldaan aan de
ten aanzien van geluid te
normafstanden voor geluid.
verwachten.
Luchtkwaliteit
Water
Het project is niet nadelig voor
Het project is via de NIBM-tool als
de luchtkwaliteit, er worden geen
niet nadelig voor de luchtkwaliteit
normen overschreden.
beoordeeld.
Er zijn geen nadelige effecten
Er wordt voorzien in voldoende
ten aanzien van water te
compensatie voor de toename aan
verwachten.
verhard oppervlakte.
Middels voorliggende m.e.r.-beoordeling zijn de verwachte milieueffecten van de voorgenomen activiteit overeenkomstig de beoordelingscriteria van bijlage III bij de Europese Richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’ in beeld gebracht. Uit deze effectbeoordeling blijkt dat er geen significant negatieve milieueffecten te verwachten zijn bij uitvoering van de voorgenomen activiteit. De algehele conclusie is dan ook dat voor de gekozen procedure er geen m.e.r.-plicht geldt en er dus geen milieueffectenrapportage hoeft te worden opgesteld.
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 43 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
5
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting op de regels
5.1
Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld.
Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan. Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.
5.2
Toelichting op de Toelichting De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van verbeelding en regels met de toelichting.
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 44 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 5.3
De regels De regels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemming(en). Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen als dan niet gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. De bij dit plan behorende regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. In hoofdstuk 1 verklaard de begrippen die in de regels worden gebruikt. Het betreft begrippen die op meerdere wijze kunnen worden uitgelegd. Door de begrippen te verklaren, kunnen interpretatieverschillen worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven welke wijze bepaalde afmetingen moeten worden gemeten. In hoofdstuk 2 wordt de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden de bebouwingsmogelijkheden vermeldt. Hoofdstuk 3 bevat de bepalingen die in het algemeen van toepassing zijn. In hoofdstuk 4 komen het overgangsrecht en de slotregel aan de orde.
5.4
Nadere toelichting op de bestemming Bedrijf – agrarisch verwerkingsbedrijf Onder deze bestemming zijn de regels opgenomen binnen welke een agrarisch verwerkingsbedrijf ter plaatse mag functioneren en bouwen. De systematiek van de SVBP laat niet toe dat een bestemming wordt opgenomen ten behoeve van een functie die wordt geschaard onder een andere hoofdgroep van bestemmingen. Aangezien een agrarisch verwerkingsbedrijf niet voorkomt op de functielijst bij de SVBP2012 is, overeenkomstig de systematiek van de SVBP, aansluiting gezocht bij de hoofdgroep die het meest van toepassing is. Onder de hoofdgroep ‘Agrarisch’ moeten bedrijven worden geschaard die zijn gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. Agrarische verwerkingsbedrijven (zoals gedefinieerd in de planregels) houden zich niet bezig met het telen van gewassen en/of het houden van dieren. Gelet hierop is aansluiting gezocht bij de hoofdgroep ‘Bedrijf’. Anti-dubbeltelbepaling Deze bepaling is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze zou zich kunnen voordoen indien een deel van een bouwperceel dat
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 45 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken wederom bij een dergelijke berekening, doch nu ten behoeve van een ander bouwperceel wordt betrokken. Algemene gebruiksregels In het Besluit ruimtelijke ordening is een gebruiksverbod opgenomen. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit maakt het noodzakelijk, dat de bestemmingsomschrijving voldoende duidelijk is. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal regels opgenomen, om het mogelijk te maken dat het plan op ondergeschikte punten wordt aangepast. Dit evenwel met het voorbehoud dat de belangen van derden in redelijkheid niet mogen worden aangetast. Ook kleine afwijkingen (maximaal 10%) van de in de regels opgenomen, dan wel op de kaart aangegeven maten, kunnen volgens dit artikel mogelijk worden gemaakt. Omdat een en ander zich niet beperkt tot één bestemming maar bij diverse bestemmingen gewenst of noodzakelijk kan blijken, zijn deze regels in beginsel op alle bestemmingen van toepassing. Het verlenen van een afwijking mag geen automatisme zijn. Burgemeester en wethouders zullen het verlenen van een afwijking zorgvuldig moeten afwegen en motiveren conform het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht.
Overgangsregels Bebouwing die niet voldoet aan de bepalingen van dit bestemmingsplan is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing wordt mogelijk gemaakt. Indien de onder het overgangsrecht gebrachte bebouwing door een calamiteit verloren gaat is volledige herbouw toegestaan. Het gebruik van gronden en opstallen dat in strijd is met dit bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot.
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 46 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
6
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van het voornemen om het bestaande bedrijf Waterman Onions verder te gaan vergroten naar een maximale oppervlakte van 6 hectare. De kosten hier voor alsook de kosten voor de noodzakelijk onderzoeken voor het voorliggende bestemmingsplan zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. De kosten voor de planbegeleiding wordt voorzien door middel van het heffen van leges. Door de herziening van het voor de betreffende gronden geldende bestemmingsplan is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 van de Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zullen door initiatiefnemer worden gedragen. Op basis van deze overweging moet het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht.
6.2
Vooroverleg PM opnemen resultaten na doorlopen vooroverleg.
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 47 van 47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied,
September 2020
Hannie Schaftweg 12 te Emmeloord
Versie 01
Projectgegevens Project Projectnummer IMRO Versie Datum
RooBeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG Emmen H. de Roo & M.Beek www.roobeek-advies.nl
NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 Toelichting
: Uitbreiding Waterman Onions te Emmeloord : RB 50.006-2 : NL.IMRO.0171.BP00633-ON01 : 01 : September 2020
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. RS2tMYBXmhtw (19 november 2019) pagina 1/11
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Omgeving Manager
Hannieschaftweg 12, 8304AR Emmeloord
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Waterman Onions tijdens de bouw
RS2tMYBXmhtw
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
19 november 2019, 21:43
2019
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
752,06 kg/j
NH3
2,65 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Groothandelsbedrijf
Situatie 1
RS2tMYBXmhtw (19 november 2019) pagina 2/11
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
3,49 kg/j
Bron 3 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
8,26 kg/j
Bron 4 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
7,84 kg/j
Bron 5 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,49 kg/j
Bron 6 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
44,42 kg/j
Bron 8 Wegverkeer | Buitenwegen
1,42 kg/j
103,87 kg/j
RS2tMYBXmhtw (19 november 2019) pagina 3/11
Resultaten
Bron Sector
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 9 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
12,45 kg/j
Bron 10 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,34 kg/j
Bron 11 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,99 kg/j
Bron 12 Energie | Energie
-
217,00 kg/j
Bron 13 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
-
312,37 kg/j
Bron 14 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
18,15 kg/j
Bron 15 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
6,53 kg/j
Bron 16 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
12,85 kg/j
RS2tMYBXmhtw (19 november 2019) pagina 4/11
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Aantal voertuigen Stof
Emissie
4,0 / etmaal NOx NH3
3,49 kg/j < 1 kg/j
Bron 3 179383, 521052 8,26 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
12,0 / etmaal NOx NH3
8,26 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bron 2 179352, 521038 3,49 kg/j < 1 kg/j
Bron 4 179414, 521065 7,84 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
16,0 / etmaal NOx NH3
7,84 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RS2tMYBXmhtw (19 november 2019) pagina 5/11
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Aantal voertuigen Stof
Emissie
4,0 / etmaal NOx NH3
1,49 kg/j < 1 kg/j
Bron 6 179324, 521067 44,42 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
28,0 / etmaal NOx NH3
44,42 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bron 5 179427, 521084 1,49 kg/j < 1 kg/j
Bron 8 179262, 521443 103,87 kg/j 1,42 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
51,0 / etmaal NOx NH3
90,47 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
3,0 / etmaal NOx NH3
4,57 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Licht verkeer
75,0 / etmaal NOx NH3
8,82 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RS2tMYBXmhtw (19 november 2019) pagina 6/11
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
17,0 / etmaal NOx NH3
10,85 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
1,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Licht verkeer
25,0 / etmaal NOx NH3
1,06 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bron 9 179564, 521016 12,45 kg/j < 1 kg/j
Bron 10 179421, 521088 1,34 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
4,0 / etmaal NOx NH3
1,34 kg/j < 1 kg/j
Bron 11 179437, 521149 1,99 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
100,0 / etmaal NOx NH3
1,99 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RS2tMYBXmhtw (19 november 2019) pagina 7/11
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
217,00 kg/j
Naam
Bron 13 179268, 521237 312,37 kg/j
Locatie (X,Y) NOx
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
AFW
Bron 12 179310, 521189 10,0 m 0,003 MW Standaard profiel industrie
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
heistellingen
3,0
4,0
0,0 NOx
72,17 kg/j
AFW
shovel
3,0
4,0
0,0 NOx
12,44 kg/j
AFW
torenkraan
4,0
4,0
0,0 NOx
174,96 kg/j
AFW
verreiker
4,0
4,0
0,0 NOx
52,80 kg/j
Situatie 1
Brandstof verbruik (l/j)
RS2tMYBXmhtw (19 november 2019) pagina 8/11
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Zwaar vrachtverkeer
7,0 / etmaal NOx NH3
9,07 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
7,0 / etmaal NOx NH3
7,79 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Licht verkeer
15,0 / etmaal NOx NH3
1,29 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bron 14 179197, 521530 18,15 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Standaard
Bron 15 179502, 521100 6,53 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Zwaar vrachtverkeer
3,0 / etmaal NOx NH3
3,32 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
3,0 / etmaal NOx NH3
2,85 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Licht verkeer
5,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RS2tMYBXmhtw (19 november 2019) pagina 9/11
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bron 16 179256, 521231 12,85 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
10,0 / etmaal NOx NH3
6,50 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
10,0 / etmaal NOx NH3
5,58 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Licht verkeer
20,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RS2tMYBXmhtw (19 november 2019) pagina 10/11
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019_20191018_c53b8fdaa8 Database versie b429880a81 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Resultaten
Situatie 1
RS2tMYBXmhtw (19 november 2019) pagina 11/11
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. RZp4RnhkexNp (19 november 2019) pagina 1/10
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Omgeving Manager
Hannieschaftweg 12, 8304AR Emmeloord
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Waterman Onions reguliere situatie na uitbreiding
RZp4RnhkexNp
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
19 november 2019, 17:09
2019
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
808,76 kg/j
NH3
4,14 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Groothandelsbedrijf
Situatie 1
RZp4RnhkexNp (19 november 2019) pagina 2/10
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
44,21 kg/j
Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
3,49 kg/j
Bron 3 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
8,26 kg/j
Bron 4 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
7,84 kg/j
Bron 5 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,49 kg/j
Bron 6 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
44,42 kg/j
RZp4RnhkexNp (19 november 2019) pagina 3/10
Resultaten
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 7 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
68,11 kg/j
Bron 8 Wegverkeer | Buitenwegen
2,37 kg/j
199,66 kg/j
Bron 9 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
23,94 kg/j
Bron 10 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,34 kg/j
Bron 11 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,99 kg/j
-
404,00 kg/j
Bron 12 Energie | Energie
Resultaten
Situatie 1
RZp4RnhkexNp (19 november 2019) pagina 4/10
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
36,0 / etmaal NOx NH3
44,21 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bron 1 179296, 521013 44,21 kg/j < 1 kg/j
Bron 2 179352, 521038 3,49 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
4,0 / etmaal NOx NH3
3,49 kg/j < 1 kg/j
Bron 3 179383, 521052 8,26 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
12,0 / etmaal NOx NH3
8,26 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RZp4RnhkexNp (19 november 2019) pagina 5/10
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
16,0 / etmaal NOx NH3
7,84 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bron 4 179414, 521065 7,84 kg/j < 1 kg/j
Bron 5 179427, 521084 1,49 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
4,0 / etmaal NOx NH3
1,49 kg/j < 1 kg/j
Bron 6 179324, 521067 44,42 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
28,0 / etmaal NOx NH3
44,42 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RZp4RnhkexNp (19 november 2019) pagina 6/10
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
36,0 / etmaal NOx NH3
68,11 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bron 7 179373, 521058 68,11 kg/j < 1 kg/j
Bron 8 179262, 521443 199,66 kg/j 2,37 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
105,0 / etmaal NOx NH3
186,27 kg/j 1,85 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
3,0 / etmaal NOx NH3
4,57 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Licht verkeer
75,0 / etmaal NOx NH3
8,82 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RZp4RnhkexNp (19 november 2019) pagina 7/10
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
35,0 / etmaal NOx NH3
22,33 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
1,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Licht verkeer
25,0 / etmaal NOx NH3
1,06 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bron 9 179564, 521016 23,94 kg/j < 1 kg/j
Bron 10 179421, 521088 1,34 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
4,0 / etmaal NOx NH3
1,34 kg/j < 1 kg/j
Bron 11 179437, 521149 1,99 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
100,0 / etmaal NOx NH3
1,99 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RZp4RnhkexNp (19 november 2019) pagina 8/10
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Resultaten
Situatie 1
Bron 12 179310, 521189 10,0 m 0,003 MW Standaard profiel industrie 404,00 kg/j
RZp4RnhkexNp (19 november 2019) pagina 9/10
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019_20191018_c53b8fdaa8 Database versie b429880a81 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Resultaten
Situatie 1
RZp4RnhkexNp (19 november 2019) pagina 10/10
Akoestisch rapport Waterman Onions Hannie Schaftweg 12 Te Emmeloord
Akoestisch rapport Waterman Onions Hannie Schaftweg 12 Te Emmeloord
Projectnummer
: IL.1605.R01
Revisie
:2
Rapportdatum
: 22 april 2016
Auteur
: D. Kraaij
Opdrachtgever
: Aquarius Dutch Investment BV Postbus 35 8300 AA Emmeloord
Contactpersoon
: F. Lammers (Lammers Bouwmanagement & Advies)
Kraaij Akoestisch Adviesbureau Frisodonk 5 4707 VG Roosendaal T: 0165‐544833 F: 0165‐544122 M: 06‐10078854 E: info@kraaijbv.nl
Akoestisch onderzoek Waterman Onions
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING ............................................................................................................................................... 4
2
GELUIDNORMEN/ ‐ RICHTLIJNEN............................................................................................................. 5 2.1
WET OP DE RUIMTELIJKE ORDENING .................................................................................................................. 5
3
OMSCHRIJVING PLANGEBIED .................................................................................................................. 6
4
UITGANGSPUNTEN BESTEMMINGSPLAN ONDERZOEK ............................................................................. 7 4.1 4.2 4.3
5
ALGEMEEN ................................................................................................................................................... 7 TRANSPORT .................................................................................................................................................. 7 PRODUCTIE EN OPSLAG ................................................................................................................................... 8
DE MODELLERING ................................................................................................................................... 9 5.1 OBJECTEN EN BODEMGEBIEDEN ........................................................................................................................ 9 5.2 GELUIDBRONNEN ........................................................................................................................................... 9 5.2.1 Vrachtwagenbewegingen .................................................................................................................. 9 5.2.2 Transport met heftrucks .................................................................................................................. 10 5.2.3 Geluidproductie opslag en productie ............................................................................................... 10 5.2.4 Laden en wegen ............................................................................................................................... 10 5.2.5 Maximale geluidniveaus .................................................................................................................. 11 5.2.6 Verkeersaantrekkende werking .......................................................................................................
11 5.3 BEDRIJFSDUURCORRECTIES ............................................................................................................................ 11 5.4 TOETSPUNTEN ............................................................................................................................................. 12
6
REKENRESULTATEN EN CONCLUSIE ....................................................................................................... 13 6.1 6.2 6.3
LANGTIJDGEMIDDELD BEOORDELINGSNIVEAU .................................................................................................... 13 MAXIMAAL GELUIDNIVEAU ............................................................................................................................ 13 VERKEERSAANTREKKENDE WERKING (INDIRECTE HINDER) ..................................................................................... 14
Bijlage I : Bijlage II : Bijlage III : Bijlage IV : Bijlage V :
Meetresultaten Modelgegevens Rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Rekenresultaten maximaal geluidniveau Rekenresultaten indirecte hinder (verkeersaantrekkende werking)
Figuur 1 : Figuur 2 : Figuur 3 : Figuur 4 : Figuur 5 : Figuur 6 : Figuur 7 : Figuur 8 : Figuur 9 : Figuur 10 : Figuur 11 : Figuur 12 :
Weergave bestemmingsvlak Kadastrale situatie Situatie volledige benutting bestemmingsplan Gemodelleerde objecten en bodemgebieden Gemodelleerde rijlijnen (Aanvoer) Gemodelleerde rijlijnen (Afvoer) Gemodelleerde puntbronnen, heftrucks Gemodelleerde geluidbronnen, productie en opslag Gemodelleerde puntbronnen, wegen en laden Gemodelleerde puntbronnen, maximale geluidniveaus Gemodelleerde rijlijn indirecte hinder Gemodelleerde toetspunten
IL.1605.R01
pagina 3
22‐04‐2016
Akoestisch onderzoek Waterman Onions
1
INLEIDING
In opdracht van Aquarius Dutch Investment BV heeft Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten geluidbelasting vanwege Waterman Onions BV (hierna: ‘Waterman’) aan de Hannie Schaftweg 12 in Emmeloord Waterman is voornemens op de huidige bedrijfslocatie de opslag‐ en productiecapaciteit te verhogen. Hiervoor moeten dan nieuwe loodsen worden gebouwd aan de noordwestzijde van de bestaande bebouwing. Om de uitbreiding mogelijk te maken, moet het bestemmingsplan worden gewijzigd in een bedrijfsbestemming. Deze bedrijfsbestemming komt binnen de richtafstand tot woningen te liggen. Om de bedrijfsbestemming binnen de richtafstand mogelijk te maken, moet bij de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan aangetoond worden dat er, onder andere vanuit akoestisch oogpunt, sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit akoestisch onderzoek wordt de goede ruimtelijke ordening onderbouwd. De uitbreiding wordt uiteindelijk gefaseerd ingevoerd. Nadat alle fases zijn uitgevoerd, treedt de eindsituatie in werking. Deze eindsituatie is de maximale invulling van het terrein en wordt daarom in het kader van het bestemmingsplan beschouwd.
Leeswijzer Hoofdstuk 2 van deze rapportage bevat een beschouwing van de geldende richtwaarden voor geluid, gebaseerd op de VNG‐ brochure “Bedrijven en milieuzonering”. In hoofdstuk 3 is het plangebied nader omschreven. Hoofdstuk 4 omvat een onderbouwing van de gehanteerde uitgangspunten die de basis vormen van het akoestisch onderzoek. In hoofdstuk 5 wordt de opbouw van het rekenmodel toegelicht. Hoofdstuk 6 bevat de rekenresultaten en de conclusie.
IL.1605.R01
pagina 4
22‐04‐2016
Akoestisch onderzoek Waterman Onions
2
GELUIDNORMEN/ ‐ RICHTLIJNEN
2.1
Wet op de ruimtelijke ordening
Bij wijziging van een bestemmingsplan moet aangetoond worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor het aspect ‘geluid’ zijn in de VNG brochure “Bedrijven en Milieuzonering” richtafstanden opgenomen voor bedrijvigheid ten opzichte van geluidgevoelige bestemmingen. De richtafstanden zijn afhankelijk van de milieucategorie van de bedrijven en de gebiedstypering. Als de richtafstanden worden gerespecteerd is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. Het is mogelijk om een ontwikkeling binnen de richtafstanden planologisch mogelijk te maken, mits aangetoond wordt dat aan bepaalde geluidrichtlijnen wordt voldaan. Gebiedstypering De VNG‐brochure onderscheidt twee gebiedstyperingen: 1. Rustige woonwijk en rustig buitengebied 2. Gemengd gebied Een “rustige woonwijk en rustig buitengebied” is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van enkele wijkgebonden voorzieningen zijn er vrijwel geen andere functies. Er is weinig storend verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype is een rustig buitengebied (inclusief eventueel verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Een “gemengd gebied” is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen kunnen winkels, horeca of kleine bedrijven voorkomen.
Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere activiteiten kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het gemengd gebied. Het gebied rondom Waterman kan worden beschouwd als een gebied met overwegende agrarische activiteiten met lintbebouwing. Ook ligt het bedrijf op korte afstand van de hoofdinfrastructuur. De rijksweg A6 bevindt zich op ca. 600 meter ten noorden van de locatie Richtafstand Voor de bedrijfsbestemming wordt een milieucategorie 3.2 bedrijf in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Hiervoor geldt een richtafstand van 100 meter. Omdat er sprake is van een gemengd gebied, kan de richtafstand met 1 stap worden teruggebracht naar 50 meter. Op korte afstand van het plan, binnen een straal van 50 meter van de grens van de inrichting, bevinden zich bestemmingen waar wonen op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Het akoestisch onderzoek moet aantonen dat ter plaatse van de gevels van de woningen voldaan wordt aan de geluidrichtlijn van de VNG‐brochure. Geluidrichtlijn De in deze rapportage berekende geluidbelasting wordt getoetst aan de geluidrichtlijnen uit de VNG‐brochure, behorende bij een gemengd gebied.
De geluidrichtlijnen zijn: 50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 70 dB(A) in de dag‐, 65 dB(A) in de avond‐ en 60 dB(A) in de nachtperiode voor het maximaal geluidniveau (piekgeluiden); 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking; Indien deze geluidrichtlijn wordt overschreden, kan een hogere geluidbelasting worden toegestaan. Dit dient echter grondig te worden gemotiveerd, waarbij cumulatie van geluid met eventueel al aanwezige bronnen moet worden betrokken (“stap 3 “).
IL.1605.R01
pagina 5
22‐04‐2016
Akoestisch onderzoek Waterman Onions