CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

7.1 Bestemmingsplan 'Emmeloord, Westzoom - noord'-2.pdf

Commissie Woonomgeving 12 februari 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 7: Bestemmingsplannen ‘Emmeloord, Westzoom – noord’ en ‘Emmeloord, Westzoom – zuid’22.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1.2

Doelstelling

In het voorliggende rapport worden mogelijke effecten van het project op de natuur in kaart gebracht en getoetst aan de kaders van de Wnb (Soortbescherming, Gebiedsbescherming en bescherming van Houtopstanden) en de provinciale verordening voor het onderdeel betreffende het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties in beeld gebracht. De resultaten hebben in principe een geldigheid van drie jaar. Wijzigingen in het project of wezenlijke veranderingen binnen het onderzoeksgebied kunnen invloed hebben op de beoordeelde effecten. In dat geval dient een nieuwe beoordeling plaats te vinden. De onderzoeksvragen voor deze natuurtoets zijn: ^ Welke beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies kunnen voorkomen binnen (de invloedsfeer van) het plangebied? • ^ ^

Welke negatieve effecten kunnen vanuit het voornemen op deze gebieden, soorten en houtopstanden worden verwacht of niet worden uitgesloten? Zijn er voorzorgsmaatregelen te treffen om deze effecten te voorkomen? Is er nader onderzoek nodig om effecten op beschermde gebieden te bepalen en/of om de aanwezigheid van beschermde soorten vast te stellen of uit te sluiten?

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Hoofdstuk 2

Plangebied

2.1 Ligging Het plangebied (Figuur 2.1) bevindt zich achter pilotenweg 9, Emmeloord. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich een zorgboerderij, aan de oostzijde landbouwgrond, aan de zuidzijde zijn bomen aanwezig en tot slot bevindt zich aan de westzijde volkstuinen.

Figuur 2.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK).

2.2 Impressie en begrenzing Het plangebied (Figuur 2.2) bestaat uit landbouwgrond, een deel gras en bomen.

Figuur 2.2: Impressie van het plangebied (Bron: PDOK).

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Figuur 2.3 (links): Aanzicht noordzijde; Figuur 2.4 (rechts): Aanzicht oostzijde.

Figuur 2.5 (links): Aanzicht zuidzijde; Figuur 2.6 (rechts): Aanzicht zuidwestzijde.

Figuur 2.7 (links): Aanzicht noordwestzijde.

2.3 Voorgenomen ingrepen Het voornemen ziet toe woningen te realiseren. Figuur 2.8 weergeeft een impressie van de gewenste situatie.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Figuur 2.8: Verbeelding van het wenselijk eindbeeld (Bron: Initiatiefnemer).

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: ^ Verwijderen beplanting; ^ Rooien van bomen ^ Uitvoeren grondverzet; ^ Bouwwerkzaamheden; • Aanleggen erfverharding; • Aanleggen erfbeplanting. Voorgenoemde ingrepen zijn onder te verdelen in tijdelijke en permanente effecten. Tijdelijke effecten treden alleen op tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Deze tijdelijke effecten kunnen leiden tot de verstoring van rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Permanente effecten daarentegen kunnen een gevolg zijn van de activiteiten zelf alsmede de resultaten hiervan. Ze kunnen leiden tot: ^ Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; ^ Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; ^ Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten.

2.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Naast een tijdelijk effect in het plangebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het plangebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Bij het bepalen van de invloedsfeer wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop- en bouwwerkzaamheden. Het plangebied grenst aan een zorgboerderij, landbouwgrond, bomen en volkstuinen. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden nabij het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. De fysieke werkzaamheden hebben een minimale invloedssfeer, daarom wordt het onderzoeksgebied gelijkgesteld aan het plangebied.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Hoofdstuk 3

Wettelijk Kader

Het wettelijk kader weergeeft de diverse kaders waaraan het initiatief getoetst wordt.

3.1

Wet natuurbescherming

De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al geruime tijd achteruit. In verband met het grensoverschrijdende karakter van de natuur is het van belang om de bescherming van deze soortenrijkdom op Europees niveau aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in nationaal en internationaal verband eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn, welke in 2017 zijn samengevoegd onder één wet, de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden.

3.1.1 Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel - zonder vergunning - niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets of effectenbeoordeling. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 3.1.2 Soortenbescherming In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wnb worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): ^ lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; ^ lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; ^ lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; ^ lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; ^ lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing nietvan wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); ^ lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; ^ lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; ^ lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuuropzettelijk te vernielen of te rapen;

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

^ ^

lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: ^ onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; ^ onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of ^ onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wnb. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.

3.1.3 Zorgplicht Binnen de Wnb, artikel 1.11, is de algemene zorgplicht opgenomen die na streeft om het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen en indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zoveel mogelijk te beperken. Deze geldt ten alle tijden voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe omgeving en voor Natura 2000-gebieden. 3.1.4 Houtopstanden In de Wnb is ook de bescherming van houtopstanden geregeld. Dit is een implementatie van de oude Boswet die het doel had om bossen te beschermen. Dit geldt nog steeds. Het uitgangspunt is dat Er netto geen oppervlakte bos mag verdwijnen. De handhaving hiervan ligt in principe bij de provincies en in sommige gevallen bij het Ministerie van LNV, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Onder houtopstanden wordt verstaan: een zelfstandige eenheid aan bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte grond beslaat vanaf 10 are of bestaat uit een bomenrij van meer dan 20 bomen.

Wanneer een houtopstand gekapt wordt, of er andere maatregelen genomen worden die (eventueel indirect) tot het verminderen van het oppervlakte bos leiden geldt er een meld­ en herplantingsplicht, tenzij: ^ het bomen op erven of in tuinen zijn; ^ het fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn; ^ het wilgen of populieren langs wegen of landbouwgrond zijn; ^ het kerstbomen (niet ouder dan 20 jaar) zijn; ^ het kweekgoed is; ^ het dunnen van een houtopstand is; ^ het uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die:

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

minimaal eens per tien jaar worden geoogst; bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare ; na 1 januari 2013 zijn aangelegd. het houtopstanden zijn binnen de begrenzing van een bebouwde kom. o o o

^

Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar (zoels hiervoor genoemd) melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Aan de hand van een kapmelding kan de provincie ervoor kiezen om een kapverbod op te leggen (maximaal 5 jaar), ter bescherming van bijzondere natuur of landschapswaarden. Daarnaast geldt er voor kap van houtopstanden een herplantplicht: binnen 3 jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Kan deze niet worden uitgevoerd op het oorspronkelijke perceel, dan kan er compensatie plaatsvinden door de herplant te realiseren op een ander perceel. De voorwaarden hiervan verschillen per provincie. Er geldt daarentegen geen meldingsplicht of verplichting om binnen 3 jaar te herplanten als er wordt gewerkt met een goedgekeurde gedragscode waarin een werkwijze is opgenomen die waarborgt dat: ^ er geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuur- of landschapswaarden; ^ de te vellen houtopstanden geen deel uitmaken van een boskern; ^ herplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt; ^ de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond; ^ de grond waarop de herbeplanting plaatsvindt ten minste een gelijke oppervlakte heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond.

Daarnaast is er een vrijstelling van de herplantplicht mits het bijdraagt aan het halen van de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden en opgelegde mitigatie of compensatie in het kader van vergunningen of ontheffingen, nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen en houtkap voor biomassaplantages.

3.2 Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN^Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Flevoland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Hoofdstuk 4

Werkwijze

In dit hoofdstuk worden de wettelijk vastgelegde beoordelingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt.

4.1

Natura 2000

Voor de oriëntatie in het kader van de Gebiedsbescherming is bekeken of nabijgelegen Natura 2000gebieden mogelijk significante directe en indirecte effecten ondervinden van de beoogde ingrepen.

4.2 Soortenbescherming In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. Voor de totstandkoming van het advies betreffende dit onderzoek zijn de volgende stappen gezet: 1. Bureaustudie; 2. Veldbezoek; 3.

Concluderende analyse.

Bureaustudie De bureaustudie bestaat uit het bestuderen van (de geschiedenis van) het plangebied, bronnenonderzoek en een analyse van de flora- en faunagegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Voor verdere verkenning in het kader van de Soortenbescherming is een analyse van de bestaande flora- en faunagegevens uitgevoerd. Hierbij zijn de gegevens van beschermde soorten in een straal van 500 meter rondom het plangebied van de laatste 5 jaar opgevraagd in de NDFF. Het plangebied bestaat uit landbouwgrond met gewassen, een deel gras en bomen. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van diersoorten uit onderstaande soortgroepen: ^ Vogels; ^ Vleermuizen; • Grondgebonden zoogdieren; • Amfibieën. Het is niet te verwachten dat beschermde soorten als reptielen, libellen, vissen, dag- en nachtvlinders, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen binnen het onderzoeksgebied voorkomen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen.

Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten.

Veldbezoek Het veldbezoek heeft een verkennend karakter en kan daarom niet worden gezien als uitputtende soorteninventarisatie. In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 14 juli 2022 te voet bezocht door Q. Vos, tussen 15:45 - 17:45 uur. Het plangebied is visueel en auditief onderzocht op de aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker (Eden HD 8x42) en een zaklamp. Tijdens het veldbezoek was het 23 graden Celsius, overwegend bewolkt.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Gedurende het veldbezoek is het volgende onderzocht: ^ Houtopstanden en struweel; ^

Bestaande bebouwing en potentiële rust- en verblijfsplaatsen;

^

(Mogelijke voortplantings) Wateren;

^

Sporen in de vorm van holen en nesten;

^

Sporen in de vorm van pootafdrukken, graaf-, krab- en bijtsporen;

^ ^

Sporen in de vorm van fecaliën, veren/haren en prooiresten; Overige indicaties die wijzen op de aanwezigheid van beschermde soorten.

Analyse en conclusie Aan de hand van de verzamelde verspreidingsgegevens en de resultaten van het veldbezoek is beoordeeld voor welke beschermde soorten geschikt habitat aanwezig is in en/of rondom het plangebied. De beoogde ingrepen zijn beoordeeld in relatie tot de biotoopeisen van de beschermde soorten uit het plangebied. Bij voldoende zekerheid over het al dan niet voorkomen van beschermde soorten, zijn mogelijke (negatieve) effecten bepaald. Ten slotte is beoordeeld of wettelijke consequenties aan de orde zijn. In hoeverre het mogelijk is om een complete effectenanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de beoogde werkzaamheden en uitvoeringsplanning.

4.3

Houtopstanden

Omdat het plangebied binnen de bebouwde kom ligt, is er geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen als weergeven in H4 van de Wnb. Om deze reden worden Houtopstanden ook niet verder behandeld in voorliggende rapportage.

4.4

Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland

In de Wet ruimtelijke ordening is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van Natuurnetwerk Nederland (NNN) is verankerd. Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het NNN. Ter beoordeling van de voorgenomen activiteiten in relatie tot de NNN is gekeken naar de nabijheid van NNN en de eventuele (negatieve) effecten op de aanwezige natuurwaarden.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Hoofdstuk 5

Resultaten Gebiedsbescherming

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied en het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

5.1

Natura 2000

5.1.1 Ligging t.o.v. het plangebied Het plangebied ligt op minimaal 8,5 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000gebied, IJsselmeer (Figuur 5.1).

Figuur 5.1: Ligging van Natura 2000 in de omgeving van het plangebied (rode ster). Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de blauwe kleur op de kaart aangeduid. De minimale afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied bedraagt 8,5 km (Bron: PDOK).

5.1.2 Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Van verstoringseffecten, zoals geluid, optische verstoring of licht is derhalve geen sprake. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, wordt een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten.

Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Dat houdt in dat stikstofemissie welke ontstaat tijdens de ontwikkelfase, niet beoordeeld hoeft te worden op mogelijk negatieve effecten op Natura 2000-gebied. Wel dient de gebruiksfase beoordeeld te worden. Deze regeling staat op moment van schrijven onder druk. In geval van uitloop van de procedure kan het mogelijk zijn dat stikstofemissie gedurende de ontwikkelfase ook beoordeeld dient te worden.

Beoordeling stikstof (toekomstige gebruiksfase) Het is aannemelijk dat de voorgenomen ingrepen voor een toename van verkeersbewegingen zal zorgen ten opzichte van de huidige situatie. Door de omvang en ingebruikname van het plangebied kan een negatief effect op Natura 2000-gebied niet uitgesloten worden. Om vast te kunnen stellen of sprake is van toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

13

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

5.2 Natuurnetwerk Nederland 5.2.1 Ligging t.o.v. het plangebied Het plangebied ligt op minimaal 690 meter afstand van gronden die tot NNN behoren. Het plangebied ligt daarmee buiten de begrenzing van het NNN. In Figuur 5.2 wordt de ligging van het NNN in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 5.2: Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied (rode omlijning). Gronden die tot NNN behoren worden met de groene kleur op de kaart aangeduid. De minimale afstand tussen het plangebied en gronden die tot NNN behoren bedraagt 690 m (Bron: PDOK).

5.2.2 Beschermingsregime De bescherming van het NNN kent externe werking in Flevoland. Als er aantasting van waarden optreedt, geldt dat de negatieve effecten als gevolg van de verstoring, waar mogelijk, worden beperkt en als dat niet mogelijk is, worden gecompenseerd. Omdat het hier gaat om een ontwikkeling buiten het NNN, is ook de regeling kwaliteitsverbetering landschap (Artikel 3.9) van toepassing. Per geval wordt bekeken of de verplichte compensatie voldoende is om ook aan de verplichte kwaliteitsverbetering te voldoen of dat er aanvullend maatregelen nodig zijn. Voorop staat dat de compensatie van de aantasting altijd plaatsvindt. Hoe hoog de compensatieverplichting is vanwege verstoring is per geval verschillend en betreft maatwerk. Er wordt beplanting verwijderd en bomen gerooid. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten is niet waarneembaar in het NNN. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten is niet strijdig met beleidsregels t.a.v. de bescherming van het NNN.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Hoofdstuk 6

Resultaten Soortbescherming

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten en de bijbehorende wettelijke consequenties van de voorgenomen ingrepen.

6.1

Vogels

6.1.1 Jaarrond beschermde nestsoorten Door de afwezigheid van bebouwing binnen het plangebied kunnen nesten van gebouwbewonende soorten als huismus en gierzwaluw uitgesloten worden. Ook zijn er in de bomen en struiken op en rond het plangebied geen (takken)nesten gevonden van jaarrond beschermde nestsoorten, waardoor de soorten die een duidelijk nest bouwen of die koloniebroeders zijn (roek, boomvalk, buizerd, havik en sperwer) kunnen worden uitgesloten. Tevens zijn er in het plangebied geen aanwijzingen gevonden dat roofvogels of uilen er een vaste rust- of verblijfplaats bezetten. Aanwezigheid van deze soorten is doorgaans gemakkelijk vast te stellen aan de hand van braakballen, schijtsporen en ruiveren. Mogelijk wordt het gebied wel gebruikt om te foerageren en te rusten. 6.1.2 Categorie 5 beschermde nest soorten Er worden geen nesten van categorie 5 beschermde soorten verwacht als de raaf of spechten mede door het gebrek aan holenbomen, sporen en nesten. 6.1.3 Vogelsoorten algemeen Gedurende het veldbezoek zijn er enkele vogelsoorten waargenomen als de merel, duif en tjiftjaf, maar geen nesten aantroffen. Echter valt er niet uit te sluiten dat vogels van het plangebied gebruik maken om te foerageren, te rusten of eventueel een nest bezetten door de aanwezigheid van het dichte struweel. 6.1.4

Wettelijke consequenties

Van de verwachte vogelsoorten binnen het plangebied zijn de bezette nesten beschermd, niet de oude of verlaten nesten. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels dienen te worden uitgevoerd. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

6.2

Grondgebonden zoogdieren

Het plangebied behoort mogelijk tot functioneel leefgebied van de steenmarter, wezel, bunzing. Er zijn geen sporen aangetroffen van marters binnen het plangebied in de vorm van graafsporen, prooiresten, uitwerpselen/ latrines etc. Door de afwezigheid van bebouwing (zoals oude gebouwen of schuren met holle ruimten), puinhopen, groenhopen, holen in de grond en geschikte holenbomen, zijn er geen mogelijkheden voor rust- of voortplantingsplaatsen in het plangebied. Er wordt wel verwacht dat marters het gebied gebruiken als doortrekroute/foerageergebied. Echter zijn er voldoende uitwijkmogelijkheden in omgeving aanwezig.

Wettelijke consequenties Er wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

15

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Mits geen grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

6.3

Vleermuizen

Op basis van de landelijke verspreidingsatlas kunnen zowel boom- en gebouwbewonende soorten worden verwacht in en rond het plangebied: laatvlieger, meervleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis, ruige- en gewone dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis.

6.3.1

Verblijfplaatsen

Door afwezigheid van bebouwing en geschikte holenbomen in het plangebied zijn rust- en verblijfplaatsen zowel voor gebouwbewonende soorten als boombewonende soorten uit te sluiten.

6.3.2

Foerageergebied

Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren. Op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als geschikt foerageergebied beschouwd. Vermoedelijk gebruiken ze de bomenrijen langs het plangebied en het open stuk daar tussen als foerageer gelegenheid. Aansluitend aan het plangebied zijn er voldoende gebieden om tijdelijk naar uit te wijken. Hierdoor wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd.

6.3.3

Vliegroute

Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied (en van foerageergebied naar verblijfplaats) of tussen verblijven te vliegen. Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen. In dit geval zijn er meerdere mogelijke vliegroutes langs de randen van het plangebied. Aan de oostzijde bevindt zich een rij knotwilgen en aan de westzijde bevindt zich, wel met enige afstand tussen de bomen, een rij met afwisselende bomensoorten. Doordat er aan de westzijde enkele bomen gerooid gaan worden, kan er een potentiële vliegroute worden verbroken. Gezien er aan de oostzijde ook een potentiële vliegroute aanwezig is en deze aan begin en eind met elkaar verbonden zijn, wordt de vliegroute in functionaliteit niet onderbroken.

6.3.4 Wettelijke consequenties Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats, foerageergebied en vliegroute verstoord. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

6.4

Amfibieën

Er zijn tijdens het veldbezoek geen amfibieën in of in directe omgeving van het plangebied waargenomen. Ondanks dat het gebied binnen de verspreiding ligt van de beschermde rugstreeppad, is het gebied ongeschikt door het ontbreken van geschikte leefomgeving van voortplantingsbiotoop als ondiepe wateren. Er is een sloot dichtbij bij het volkstuinen complex. Echter zijn dit vaak vrije diepe sloten waardoor deze niet in aanmerking komt bij de voorkeuren van de rugstreeppad.

6.4.1

Wettelijke consequenties

Door het ontbreken van de rust- en voortplantingsplaats worden er geen amfibieën (opzettelijk) gedood en worden verbodsbepalingen niet overschreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

6.5

Overige soorten

Het plangebied behoort niet tot het functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.

6.6 Samenvattende tabel Tabel 6.1: Samenvatting Soortenbescherming

Soortgroep

Vogels

Grondgebonden zoogdieren

Vleermuizen

Amfibieën

Overige soorten

Mogelijk voorkomende soorten

Te beoordelen effecten?

Overtreding Wnb

Vervolgstappen

Vogels algemeen

Verstoring broedende vogels en doding van individuen.

Art. 3.1, lid 1, 2 en 4.

Nader onderzoek noodzakelijke geacht.

Verstoring en doding van individuen en aantasten van verblijfplaatsen en foerageergebied. Aantasting van foerageergebied en vliegroute.

Art. 3.10, lid 1a en 1b.

Nemen voorzorgsmaatregelen om verstoring broedende vogels te voorkomen, uitvoeren werkzaamheden buiten broedperiode of onder toeziend oog van een ervaren ecoloog. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijke geacht.

Art. 3.5, lid 1, 2 en 4

Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Verstoring en doding van individuen en aantasten van voortplantingsen rustplaatsen. Niet van toepassing.

Art. 3.10, lid 1a en 1b.

Nader onderzoek naar de rugstreeppad wordt niet noodzakelijk geacht.

N.v.t.

Niet van toepassing.

Marterachtigen.

Gebouwbewonende soorten en boombewonende soorten Diverse soorten en de rugstreeppad

Niet aanwezig.

wordt

niet

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

17

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Hoofdstuk 7

Conclusie en advies

De voorgenomen activiteiten worden gezien als 'ruimtelijke ontwikkeling'. Voor beschermde soorten die niet op de vrijstellingslijst (bijlage 3) van de provincie staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten.

Gebiedsbescherming Gezien de ruime afstand van het plangebied naar het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied en de schaal van de beoogde ingrepen, is het onwaarschijnlijk dat er een significant effect ten gevolge van de ingreep en de gebruiksfase plaats zal vinden. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in de provincie. Vogels Van de verwachte vogelsoorten binnen het plangebied zijn de bezette nesten beschermd, niet de oude of verlaten nesten. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels dienen te worden uitgevoerd. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

Grondgebonden zoogdieren Er wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en er wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van de uitvoering van de voorgenomen ingrepen. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Vleermuizen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats, foerageergebied en vliegroute verstoord of aangetast. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Amfibieën Door het ontbreken van de rust- en voortplantingsplaats worden er geen amfibieën (opzettelijk) gedood en worden verbodsbepalingen niet overschreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Overige soorten Het is uitgesloten dat er negatieve effecten op beschermde reptielen en overige soorten optreden. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde. Tot slot wordt benadrukt dat te allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

18

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Bijlagen Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Bijlage 2: Toelichting op wettelijke kaders Bijlage 3: Vrijgestelde soorten per provincie Bijlage 4: Natuurkalender

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

19

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Bijlage 1

Geraadpleegde bronnen

Internet Verspreidingsatlas Natura 2000 Beschermde soorten Vleermuisprotocol AERIUS-calculator Ruimteliikeplannen.nl Nationale Databank Flora en Fauna Effectenindicator Wet Natuurbescherming

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

20

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Bijlage 2

Toelichting op wettelijke kaders

De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden.

Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: 1. 2.

3.

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een Gedragscode.

Soortenbescherming en het 'nee, tenzij principe' De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort.

Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: "De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd". Vrijstelling regelgeving BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

21

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de Gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een Gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de Gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.

Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1.

Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn.

2.

Soorten worden beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. Er is een beschermingsregime voor 'andere soorten' waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Ş 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Ş 3.2 Wnb

Beschermingsregime andere soorten Ş 3.3 Wnb

Doden/ vangen

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

beschadigen of vernielen

Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Eieren

Art 3.1 lid 3

Art 3.5 lid 3

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Verstoren

3.

Art 3.1 lid 4 en 5

Art 3.5 lid 2

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

22

Plantensoorten

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

23

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Bijlage 3

Vrijgestelde soorten per provincie Zuid-Holland

Zeeland

Utrecht

Overijssel

Legenda Vrijgestelde soort 1 = Vrijgesteld jul - sep 2 = Vrijgesteld 15 aug - 15 okt 3 = Vrijgesteld mrt - apr en jul - nov

Amfibieën Bruine Kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Bastaardkikker Reptielen Hazelworm Levendbarende hagedis Landzoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis

Noord-Holland

Soort

Noord-Brabant

Limburg

Groningen

Gelderland

Friesland

Flevoland

Drenthe

Provincie

4 = Vrijgesteld 15 aug - feb Geldig per:

25 april 2022 Bronnen:

Regelink Habitus Natuurinclusief 1 2

3

Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse Woelmuis Ree Rosse Woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis

4

Veldmuis Vos Wezel Wild Zwijn Woelrat

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

24

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Bijlage 4

Natuurkalender Jan

Houtopstanden Afzetten/hakhoutbeheer Dunnen Verw. opslag/exoot Knotten Snoeien

Terugzetten

Zuiveren Vellen

Feb

Mrt

Apr

Mei

Jun

Jul

Alg

Sep

Okt

Nov

Algemeen H eg afzetten Algemeen Algemeen Algemeen Opsnoeien/opkronen Hoogstam wintersnoei Hoogstam zomersnoei Vleermuisbomen zomerverblijf Vleermuisbomen paarplaats Bomen met winterslaapvogels Hazelmuis struweel hakhoutbeheer Boomkikker struweel Das Grondgebonden kleine zoogdieren Sleedoornstruwelen voor sleedoornpage

Pionier, grazige en ruigte vegetaties Algemeen Maaien

Afgraven Ophogen

Vochtig/nat grasland Droog schraalgrasland Ruigte vegetatie met amfibieën Ruigte vegetatie met reptielen

Heide Maaien Plaggen Branden Afgraven Ophogen

Algemeen Heide met reptielen Algemeen Algemeen Algemeen

Wateren (poel, moeras, watergang en beek) Graven Algemeen Aanbrengen Kunstwerken nieuwe wateren Opschonen Baggeren Dempen

Kunstwerken bestaande wateren Algemeen Poel Algemeen Algemeen

Oever-, water- en moerasvegetatie Maaien Algemeen Afgraven Algemeen Ophogen Algemeen Bebouwing en muren Verbouwen Renoveren Slopen

Algemeen Zomerverblijf vleermuizen Winterverblijf vleermuizen Gebouwen met uilen Gebouwen met zwaluwen

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

25

Dec

TOETSING WNB EN NNN - achter Pilotenweg 9, Emmeloord Status: Definitief

Legenda Optimale perioden voor werkzaamheden. In deze perioden zijn de minste kans op verstoringen van planten en dieren. Acceptabele perioden voor werkzaamheden, mits er geen verstoring van planten en dieren plaatsvindt. De werkzaamheden verrichten onder begeleiding van een ter zake kundige. Geen werkzaamheden in deze perioden. Wanneer andere zwaarwegende belangen gelden dan de werkzaamheden verrichten onder de voorwaarden. Bijvoorbeeld voorwaarden in de ontheffing Wet natuurbescherming.

Bronnen: Natuurbank Overijssel Natuurkalender Arnhem

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

26

bestemmingsplan Emmeloord, Westzoom - noord

Bijlage 7 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Emmeloord, Pilotenweg achter 9

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

265

ŴíBJZ.nu ruimtelijke plannen en advies

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Emmeloord, Westzoom - noord

Wijzigingsplannen Uw specialist in Bestemmingsplannen Rood voor Rood - Ruimte voor Ruimte

BJZ.nu - Ruimtelijke plannen en advies

Mei 2023

Definitief

Vestiging Almelo

Vestiging Zwolle

Vestiging Utrecht

Vestiging Cronlngen

Twentepoort Oost 16a 7609 RC Almelo

Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle

Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein

Helperpark 284 9723 ZA Groningen

T 0546 454 466

E in fora: bjz.nu

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Emmeloord, Westzoom - noord BJZ.nu

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Emmeloord, Westzoom - noord

Naam: Datum: Versie: Opsteller:

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Emmeloord, Westzoom - noord Mei 2023 Definitief BJZ.nu

4feİBJZ.nu ruimtelijke plannen en advies

Almelo, Groningen, Utrecht, Zwolle 0546-45 44 66

I

info@bjz.nu

I

www.bjz.nu

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Emmeloord, Westzoom - noord BJZ.nu

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding...........................................................................................3 Hoofdstuk 2 Kenmerken van het voornemen.......................................................5 Hoofdstuk 3 Beschrijving van demilieueffecten...................................................8 Hoofdstuk 4 Conclusie....................................................................................... 14

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Emmeloord, Westzoom - noord BJZ.nu

Hoofdstuk 1

Inleiding

Voorliggende aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling heeft betrekking op het perceel aan de Pilotenweg, ten zuiden van nummer 9D, in Emmeloord (gemeente Noordoostpolder). In afbeelding 1 is de ligging van deze locatie in Emmeloord (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omlijning) weergegeven.

Afbeelding 1

Ligging van het projectgebied in Emmeloord en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK, bewerkt)

Het projectgebied ligt in het westen van de bebouwde kom van de kern Emmeloord. De gronden zijn onbebouwd en in gebruik als agrarische gronden. Het voornemen is om ter plaatse 40 grondgebonden rijwoningen ten behoeve van aandachtsgroepen te realiseren. De woningen worden verhuurd als sociale huurwoningen door woningcorporatie Mercatus. Daarnaast wordt een deel van de agrarische grond in gebruik genomen als agrarische grond bij een zorgboerderij. Het initiatief is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om die reden is een herziening van het bestemmingsplan vereist. Vanuit het ruimtelijke spoor (bestemmingsplanprocedure) is een vormvrije toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Eerst wordt een nadere toelichting op de m.e.r.-beoordeling gegeven. M.e.r.-beoo rdeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: ^ Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is.

^ Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (plan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 3 (plannen). ^ Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (plan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Emmeloord, Westzoom - noord BJZ.nu

gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. In voorliggend geval gaat het om directe eindbestemmingen en is sprake van een besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Voorliggende ontwikkeling is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER.

In de D-lijst de volgende activiteit opgenomen: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De realisatie van 40 extra wooneenheden op deze locatie is als een stedelijk ontwikkelingsproject aan te merken, waardoor toetsing aan de drempelwaarden dient plaats te vinden. De drempelwaarden zijn ten aanzien van de hiervoor genoemde activiteit als volgt: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

In voorliggend geval is geen sprake van de ontwikkeling van een gebied van 100 hectare of meer, of van een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat. Van een directe m.e.r.-plicht is dan ook geen sprake. Desalniettemin dient, gelet op de aard en omvang van het project, wel een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden uitgevoerd. Voorliggende aanmeldnotitie voorziet hierin. Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema's noemt: ^ ^ ^

De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.

Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij het project zijn diverse partijen betrokken, waaronder woningcorporatie Mercatus, de gemeente Noordoostpolder, provincie Flevoland en waterschap Zuiderzeeland. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan is de gemeenteraad van de gemeente Noordoostpolder het bevoegd gezag. Daarnaast worden de provincie Flevoland, waterschap Zuiderzeeland en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken en zal het bestemmingsplan in het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) naar deze partijen worden toegezonden. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voornemen beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voornemen. Hierin wordt tevens de conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Emmeloord, Westzoom - noord BJZ.nu

Hoofdstuk 2

Kenmerken van het voornemen

Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, de projectlocatie en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden. Voorgenomen ontwikkeling Zoals in de inleiding reeds beschreven is initiatiefnemer voornemens om de agrarische gronden aan de Pilotenweg (ten zuiden van nummer 9D) in Emmeloord te herontwikkelen naar een woongebied met 40 grondgebonden rijwoningen. De woningen zijn bedoeld voor aandachtsgroepen en worden verhuurd als sociale huurwoningen door woningcorporatie Mercatus. Het plan voorziet in de huisvestingsbehoefte van diverse aan de gemeente Noordoospolder gebonden sociale doelgroepen die met spoed of tijdelijk een woning nodig hebben. Onder spoedzoekers wordt verstaan woningzoekenden in een sociale noodsituatie met een aantoonbaar urgente huisvestingsbehoefte. Uitwonende studenten en mensen die uitstromen uit een intramurale situatie behoren ook tot de doelgroep. Daarnaast zal een deel van de woningen worden verhuurd aan statushouders. De woningen worden verhuurd om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. De woningen zijn geschikt voor huishoudens van maximaal drie personen. Ook worden gemeenschappelijke bergingen gerealiseerd en het projectgebied wordt groen ingericht. Tevens worden parkeerplaatsen gerealiseerd op een gemeenschappelijk parkeerterrein aan de westzijde van het projectgebied.

In afbeelding 2 is een voorlopige situatieschets van de gewenste situatie weergegeven.

N Afbeelding 2

Situatieschets gewenste situatie (Bron: gemeente Noordoostpolder)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Emmeloord, Westzoom - noord BJZ.nu

Locatiekenmerken Het projectgebied ligt in het westen van de kern Emmeloord. De ligging van het projectgebied ten opzichte van de directe omgeving en in Emmeloord is reeds weergegeven in afbeelding 1. Belangrijke ruimtelijke structuurdragers in de omgeving van het projectgebied zijn de Pilotenweg en de Hannie Schaftweg. Ten noorden van het projectgebied bevindt zich een woonzorglocatie. Ten oosten en zuiden van het projectgebied bevinden zich agrarische gronden. Ten westen van het projectgebied bevinden zich volkstuinen van 'Volkstuinvereniging Emmeloord'. In afbeelding 3 is een luchtfoto van de huidige situatie en de omgeving van het projectgebied weergegeven.

Afbeelding 3

Luchtfoto projectgebied (Bron: PDOK, bewerkt)

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het bouw- en woonrijp maken is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zal elektriciteit en water nodig zijn. De nieuwe bebouwing zal gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie. De productie van afvalstoffen betreffen voor de beoogde woningen uitsluitend de huishoudelijke/reguliere afvalstoffen. Deze worden zoveel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en vervolgens verwerken/recyclen. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. Ten aanzien van de maatschappelijke functie gaat het om het reguleren van bestaand gebruik. Verontreiniging en hinder In de bouwfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging, de omvang van de ontwikkeling en de geschatte tijdsduur, is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen.

In de gebruiksfase zullen ten gevolge van het woongebruik geen belangrijke nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Zoals in hoofdstuk 4 wordt geconstateerd voldoen de woningen aan alle geldende

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Emmeloord, Westzoom - noord BJZ.nu

milieuwet- en regelgeving en is er geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermende natuurgebieden, flora en fauna en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico's voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Door de realisatie van een nieuwe passende ontsluitingsroute zal van verkeersonveiligheid geen sprake zijn. Ten aanzien van de maatschappelijke functie gaat het om het reguleren van bestaand gebruik. Er is geen sprake van het gebruik van gevaarlijke stoffen of risico op ongevallen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Emmeloord, Westzoom - noord BJZ.nu

Hoofdstuk 3

Beschrijving van de milieueffecten

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voornemen relevant. Zoals in het vorige hoofdstuk is aangegeven, gaat het om de realisatie van 40 grondgebonden rijwoningen. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water en ecologie waaronder ook specifiek de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten zijn onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea's. Opgemerkt wordt dat de maatschappelijke functie buiten beschouwing is gelaten, aangezien dit niet zorgt voor milieueffecten. Het is immers een planologische wijziging. Verkeer Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van de ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. De gemeente Noordoostpolder heeft in 2016 het 'Parkeerbeleid Noordoostpolder' vastgesteld. De gemeente Noordoostpolder sluit qua parkeernormen aan bij de hiervoor genoemde CROW publicatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2119/documents/37328