CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

7.1 Bestemmingsplan Emmeloord - Emmelhage fase 3_split_5.pdf

Gemeenteraad 19 september 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 14: Bestemmingsplan Emmeloord, Emmelhage - fase 333.658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

5

Toetsing Inventariserend Veldonderzoek Emmelhage, Onderzoek en rapportage Grontmij in opdracht van de gemeente Noordoostpolder

4

Conclusie

Wij achten de kans dat in het gebied waardevolle archeologische resten aanwezig zijn zo langzamerhand minimaal. Was de kans al klein, dan is deze nu nog kleiner geworden. Extra proefsleuven hebben alleen de functie van een zoektocht naar de spreekwoordelijke speld in de hooiberg. Zit er niets in, dan kan het eventuele tijdelijke kampje er nog steeds naast liggen. Ondertussen heeft het hele gebied in bijna 1000 boringen nog geen enkele eenduidige indicatie opgeleverd! Op de vergelijkingsschaal scoort Emmelhage dan ook veel lager dan bijvoorbeeld Waterloopbos. Ons inziens is het maatschappelijk, maar ook onderzoekstechnisch, niet verantwoord om op basis van de conclusies van het uitgevoerde veldonderzoek nog eens een aanvullend archeologisch onderzoek voor te stellen. De gemeente heeft in alle redelijkheid gedaan wat verwacht mocht worden. Vanwege de wetenschappelijke of methodisch-technische problematiek rond het opsporen en waarderen van vindplaatsen in de regio is het voorstelbaar dat erfgoedbeherende instanties het onderzoeksgebied nader zouden willen beschouwen. Vanuit die optiek zou het op de weg van de provincie of de ROB moeten liggen om dat onderzoek te uit te voeren en te bekostigen, opdat nadien in vergelijkbare situaties, meer op maat gesneden en overtuigender uitspraken over verwachtingen kunnen worden geformuleerd.

VESTIGIA B.V. Archeologie Q& cultuurhistorie Rapportnr V102., versie definitief, d.d 29 augustus 2003

6

Toetsing Inventariserend Veldonderzoek Emmelhage, Onderzoek en rapportage Grontmij in opdracht van de gemeente Noordoostpolder

5

Advies

Wij adviseren om het conceptrapport met de provincie te bespreken en daarbij aan te geven dat de gemeente op basis van deze uitkomsten geen aanleiding ziet om verder onderzoek uit te voeren. De Provincie moet de gemeente maar van het tegendeel zien te overtuigen, en dan met voorbeelden illustreren, waar in vergelijkbare omstandigheden met een zo'n geringe indicatie door middel van nog meer (sleuven)onderzoek toch een echte vindplaats voor de dag is gekomen. Vestigia kent deze voorbeelden niet. Als wisselgeld of alternatief, bestaat er eventueel nog een beter en veel goedkoper alternatief, voor de door de Grontmij voorgestelde proefsleuven. En dat is een bescheiden palynologisch onderzoek. Proefsleuven geven geen uitsluitsel of buiten de sleuven zelf nog (andere) vindplaatsen aanwezig kunnen zijn. Een palynologisch onderzoek heeft betrekking op het totale landschap. Het is namelijk zeer denkbeeldig dat in dit milieu pollen zijn bewaard, of juist niet - wat ook een bepaalde zeggingskracht heeft - , en met behulp van pollenstudie kan worden bepaald wat de menselijke invloed op het paleomilieu in de directe omgeving van de vindplaats is geweest. Vestigia zou de gemeente/provincie dan willen voorstellen om bijvoorbeeld een bureau als BIAX, na enige voorbereiding, enkele boorkernen te laten steken, en deze methode te beproeven.

Het voordeel voor de gemeente is dat zij zonder proefsleuven en of een verdichtend boorgrid al veel eerder duidelijkheid kan krijgen over mogelijke menselijke aanwezigheid in de hele directe omgeving, en niet alleen binnen de eventuele proefsleuf. De kosten daarvan mogen niet meer zijn dan hooguit enkele 1000-den euro's Een bedrijf als BIAX verschaft graag informatie of zo'n onderzoekje in deze landschappelijke context uitvoerbaar is.

VESTIGIA B.V. Archeologie Q& cultuurhistorie Rapportnr V102., versie definitief, d.d 29 augustus 2003

7

Toetsing Inventariserend Veldonderzoek Emmelhage, Onderzoek en rapportage Grontmij in opdracht van de gemeente Noordoostpolder

6

Verantwoording

Advies inzake het archeologisch vooronderzoek in het kader van hetplangebied Emmelhage, gemeente Noordoostpolder, Vestigia rapport V63a, Bunschoten 2002. Plangebied Emmelhage te Emmeloord, een nader inventariserend onderzoek, concept 31 juli 2003 Grontmij Utrecht/Houten. RAAP-rapport 454 — Rijksweg 31 (Leeuwarden-Nijega) C& Knooppunt Ureterpvallaat, een aanvullende archeologische inventarisatie:fase 1 (AAI-1), 1999. RAAP-rapport 529 — Rijksweg 31 Leeuwarden (Hemriksein) - Nijenga, een aanvullende archeologische inventarisatie:fase 2 (AAI-2), 2000. RAAP-rapport 764 — Plangebied Emmelhage te Emmeloord (Gemeente Noordoostpolder), een verkennend archeologisch onderzoek, G.H. de Boer en B. Jansen, Amsterdam 2002. RAAP-rapport 771- De Neolithische vindplaats Noordhoorn-strandwal (Harnaschpolder) gemeente Schipluiden, een Aanvullend Archeologisch Onderzoek (AAO), P. Deunhouwer. Amsterdam 2002. RAAP-rapport 785 — Plangebied Waterloopbos (Gemeente Noordoostpolder), een verkennend en karterend archeologisch onderzoek, G.H. de Boer en J.W. de Kort, Amsterdam 2002.

VESTIGIA B.V. Archeologie 0& cultuurhistorie Rapportnr V102., versie definitief d.d 29 augustus 2003

8

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Bijlage 11

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

75

4jį!flBJZ.nu

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Emmelhage fase 3, Emmeloord

Wijzigingsplannen Uw specialist in Bestemmingsplannen Rood voor Rood - Ruimte voor Ruimte

BJZ.nu - Ruimtelijke plannen en advies

Maart 2022

Status: Definitief

Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

Vestiging Zwolle Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle

T 0546 454 466

E info@bjz.nu

Vestiging Utrecht Euclideslaan 265 3584 BV Utrecht

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

Naam:

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

Datum:

Maart 2022

Versie:

Definitief

4ËflBJZ.nu ruimtelijke plannen en advies

Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16 7609 RG ALMELO T: E: I:

0546-45 44 66 info@bjz.nu www.bjz.nu

Vestiging Zwolle Dr. Van Wiechenweg 2 8025 BZ ZWOLLE

Vestiging Utrecht Euclideslaan 265 3584 BV UTRECHT

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding.................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 Kenmerken van het voornemen........................................................... 5 Hoofdstuk 3 Beschrijving van demilieueffecten....................................................... 9 Hoofdstuk 4 Conclusie.............................................................................................. 18

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

Hoofdstuk 1

Inleiding

Voorliggende aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling heeft betrekking op de uitleglocatie Emmelhage fase 3. Het gaat hierbij om de gronden ten noorden van Emmeloord, wat onderdeel uitmaakt van het uitbreidingsplan Emmelhage. Voor de eerste twee fases is reeds een passend juridisch planologisch kader vastgesteld en beide fases naderen de afronding. Om te kunnen blijven voldoen aan de (groeiende) woningbehoefte wordt uitvoering gegeven aan fase 3. Fase 3 voorziet in het realiseren van maximaal 315 grondgebonden woningen en een schoollocatie. Daarnaast voorziet fase 3 in het doortrekken van de ten noorden gelegen Buitensingel. Het gaat hierbij om het doortrekken van de weg ten noorden van Emmelhage fase 1, fase 2 en fase 3. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplannen van de gemeente Noordoostpolder. Vanuit het ruimtelijke spoor is een vormvrije toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Hierna wordt een nadere toelichting op de m.e.r.-beoordeling gegeven. M.e.r.-beoo rdeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: ^

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan);

Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. ^ Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). ^ Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen dan voldoet het aan de definitie van het besluit. In voorliggend geval gaat het om directe eindbestemmingen en is sprake van een besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.

Voorliggende ontwikkeling is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER. In de D-lijst de volgende activiteit opgenomen: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De voorgenomen ontwikkeling is als een stedelijk ontwikkelingsproject aan te merken, waardoor toetsing aan de drempelwaarden dient plaats te vinden. De drempelwaarden zijn ten aanzien van de hiervoor genoemde activiteit als volgt:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord' 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

In voorliggend geval wordt de drempelwaarde niet overschreden of benaderd. Van een directe m.e.r.-plicht is dan ook geen sprake. Desalniettemin dient, gelet op de aard en omvang van het project, wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Voorliggende aanmeldnotitie voorziet hierin. Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema's noemt: ^ ^ ^

De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.

Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij het project zijn diverse partijen betrokken, waaronder Scholtens Groep en de gemeente Noordoostpolder. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan is de gemeenteraad van Noordoostpolder het bevoegd gezag. Daarnaast worden de provincie Flevoland, het waterschap Zuiderzeeland en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken en zal het bestemmingsplan in het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) naar deze partijen worden toegezonden. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voornemen beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voornemen. Hierin wordt tevens de conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

Hoofdstuk 2

Kenmerken van het voornemen

Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, het projectgebied en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden. Voorgenomen ontwikkeling Het bestemmingsplan 'Emmelhage 2004' is vastgesteld in 2005. De wijk wordt sindsdien gefaseerd ontwikkeld. Voor fase 1 zijn gedurende de afgelopen tien jaar verschillende actualisaties van het bestemmingsplan doorgevoerd om aansluiting te vinden bij de gewijzigde marktomstandigheden en de woonwensen die bij een nieuwe tijd horen. Fase 1 is reeds voltooid en fase 2 is volop in ontwikkeling. Om in te spelen op de woningmarktontwikkelingen en te kunnen blijven voldoen aan de (groeiende) woningbehoefte wordt Emmelhage fase 3 nu ook in ontwikkeling gebracht. Fase 3 biedt ruimte voor maximaal 315 woningen en een schoollocatie. In afbeelding 1 is het stedenbouwkundig plan voor Emmelhage fase 3 weergegeven. De schoollocatie is hierin omkaderd met de blauwe doorbroken lijn. Benadrukt wordt dat dit plan qua aantallen en type woningen indicatief is. Wat vastligt is het maximum van 315 woningen en het feit dat het gaat om een mix van grondgebonden woningen bestaande uit onder meer vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen en rijwoningen.

Afbeelding 1

Beoogde situatie Emmelhage fase 3 (Bron: IMOSS)

Net als in fase 1 en fase 2 zijn de straten ruim opgezet en bieden veel ruimte voor groen. Verder is er centraal in het plangebied veel ruimte voor groen in combinatie met water. Beoogd wordt om aan de zuid- en noordrand primair ruimte te bieden voor een mix van vrijstaande en tweeonder-één-kapwoningen. Aan de westrand en centraal in het plangebied is daarnaast tevens ruimte voor aaneen gebouwde rijwoningen. De schoollocatie is gepositioneerd in de noordwesthoek (blauw kader) van het plangebied. Het gaat hierbij om een zelfstandige basisschool met bijbehorende voorzieningen. Voor de basisschool wordt uitgegaan van circa 200 leerlingen onderverdeeld in 8 groepen. De schoollocatie biedt daarnaast ruimte voor een kinderopvang. Locatiekenmerken Het plangebied ligt ten noorden van de kern Emmeloord en ten westen van nieuwbouwlocatie Emmelhage fase 2. De ruimtelijke structuur van de omgeving wordt voornamelijk bepaald door de woonbebouwing ten

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

oosten en zuiden van het plangebied en de Espelerweg (N351) aan de zuidzijde. De functionele structuur van de directe omgeving kenmerkt zich voornamelijk door woonfuncties en agrarische cultuurgronden. Het plangebied is in de huidige situatie onbebouwd en bestaat uit agrarische cultuurgrond. In afbeelding 2 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie van het plangebied. De rode contour betreft een indicatieve weergave van het plangebied. In afbeelding 3 en 4 zijn straatbeelden van de huidige situatie weergegeven vanaf respectievelijk de Espelerweg en de Buitensingel.

Afbeelding 2

Huidige situatie plangebied (Bron: PDOK)

Afbeelding 3

Straatbeeld plangebied vanaf de Espelerweg (Bron: Google Streetvieuw - maart 2021)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

Afbeelding 4

Straatbeeld plangebied vanaf de Buitensingel (Bron: Google Streetview - april 2019)

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het bouw- en woonrijp maken is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zal elektriciteit en water nodig zijn. De nieuwe woningen en het schoolgebouw zullen gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie. De productie van afvalstoffen betreffen voor de beoogde woningen en de schoollocatie uitsluitend de huishoudelijke/reguliere afvalstoffen. Deze worden zoveel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en vervolgens verwerken/recyclen. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. Verontreiniging en hinder In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging, de omvang van de ontwikkeling en de geschatte tijdsduur, is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen.

In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de beoogde woningen geen nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Woningen worden namelijk niet gezien als milieubelastende functies. Aandachtspunt bij dergelijke omvangrijke ontwikkelingen is de verkeersafwikkeling. Zoals in hoofdstuk 3 en 4 wordt geconstateerd zullen in de gebruiksfase van het schoolgebouw eveneens geen nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Verder wordt in hoofdstuk 3 en 4 geconstateerd dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van beschermende natuurgebieden en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico's voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Binnen het projectgebied worden verschillende

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

ontsluitingswegen aangelegd. De uitleglocatie (fase 3) wordt aangesloten op Emmelhage fase 2b. Daarnaast wordt fase 3 aan de noordkant ontsloten op de door te trekken Buitensingel. In hoofdstuk 3 wordt onder het kopje 'Verkeer' nader ingegaan op de verkeerssituatie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

Hoofdstuk 3

Beschrijving van de milieueffecten

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voornemen relevant. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, milieuzonering, geur, ecologie, externe veiligheid, archeologie en water. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten is door diverse (externe) bureaus onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea's. Verkeer Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met een eventuele toename van de verkeersgeneratie. Hiertoe is door Roelofs een verkeerstoets1 uitgevoerd. ^

^

^

Ontsluitingsstructuur: o Emmelhage fase 3 kent voor alle verkeersdeelnemers een goede interne en externe ontsluitingsstructuur. Binnen de interne structuur hebben de centrale verbindingen voor langzaam verkeer een sterke meerwaarde; o De externe ontsluitingsstructuur ontsluit op een acceptabele wijze met rotondes op de N718^anterweg (oostzijde) en N35VEspelerweg (zuidzijde); Verkeersafwikkeling: o Het ruimtelijke programma voor Emmelhage fase 3 kent een verkeersgeneratie van circa 2.540 mvt/werkdag; o Op wegvak- en kruispuntniveau zijn in de situatie 2040 met Emmelhage fase 3 vanuit de verkeerafwikkeling geen capaciteitsproblemen te verwachten. Ook bij het eindbeeld, wanneer ook fase 4 t/m 6 gerealiseerd zijn, zijn er geen capaciteitsproblemen te veronderstellen; Verkeersveiligheid: o Vanuit de verkeersveiligheid kent het planvoornemen voor Emmelhage fase 3 in de basis een verkeersveilige inrichting. Wel zijn er vanuit de verkeersveiligheid aantal aandachtspunten voor de nadere uitwerking.

Op basis van voorgaande verkeerstoets voor de ontwikkeling van Emmelhage fase 3 volgen de onderstaande aanbevelingen: ^ ^

Bij nadere uitwerking van initiatief rekening houden met verkeersveiligheid aspecten op volgende locaties: oversteeklocaties langzaam verkeer, schoolomgeving, woonstraten & toegankelijkheid; Bij nadere uitwerking van het initiatief kruispuntmaatregelen treffen op aansluitingen Buitensingel.

Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de verkeerssituatie wordt ingeschaald op neutraal. Geluid Woningen

De beoogde woningen zijn niet opgenomen in de VNG-uitgave, omdat woningen in beginsel niet aan te merken zijn als milieubelastende objecten. Echter zal wel sprake zijn van enig geluid als gevolg van de woonfuncties (leefgeluiden), hiervoor gelden echter geen normen. Schoollocatie

De beoogde schoollocatie kan op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' het best worden vergeleken met de functie 'Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs'. Het gaat hierbij om een milieucategorie 2 functie. Voor dergelijke functies geldt een grootste richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid. Voor de overige aspecten (stof, gevaar en geur) geldt een richtafstand van 0 meter.

1 Verkeerstoets Emmelhage fase 3 Emmeloord (N01-D03-21024213-sws2, 11 maart 2022)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), worden aangemerkt als 'gemend gebied'. Bij 'gemengde gebieden' moet gedacht worden aan: "Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend."

De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het gebied waar het projectgebied zich bevindt is aan te merken als 'rustige woonwijk'. Er is niet tot nauwelijks sprake van functiemenging. Het projectgebied ligt in een omgeving waarbij nagenoeg uitsluitend woningen voorkomen. Milieucategorie

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Bij de inrichting van het plangebied en het opstellen van het stedenbouwkundigplan is rekening gehouden met de voorgenoemde richtafstand (30 meter). Binnen een straal van 30 meter rondom de schoollocatie zijn geen woningen gesitueerd. Gelet hierop wordt voldaan aan de richtafstanden en is er geen sprake van (onevenredige) hinder ter plaatse van de omliggende (te realiseren) woningen. Doortrekken Buitensingel

In kader van voorgenomen ontwikkeling is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai2 uitgevoerd. Hierbij is tevens rekening gehouden met de effecten ten aanzien van wegverkeerslawaai door de toename van het aantal verkeersbewegingen. De geluidbelasting ten gevolge van zowel de Espelerweg alsook de Buitensingel overschrijden niet de voorkeurswaarde van 48 dB ter plaatse van de beoogde woningen in Emmelhage fase 3. De geluidbelasting ten gevolge van de reconstructie van de Buitensingel op de woningen in Emmelhage fase 1 en 2 is hoogstens 48 dB. Met deze waarde wordt voldaan aan de voorkeurswaarde voor een reconstructie zoals bedoeld in de Wgh. Voor de Espelerweg geldt dat er geen sprake is van een reconstructie. Deze weg is voor Emmelhage fase 1 en 2 dan ook buiten beschouwing gelaten. Gelet op vorenstaande is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van alle woningen voor Emmelhage fase 1, 2 en 3 met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai.

2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Emmelhage fase 3, Emmeloord (Definitief, maart 2022)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord' Conclusie

Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de geluidssituatie wordt ingeschaald op neutraal, immers wordt er op basis van het akoestisch onderzoek op de bestaande woningen geen verhoogde geluidbelasting gemeten. Luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 1 weergegeven. Stof stikstofdioxide (NO2) fijn stof (PM10)

Toetsing van jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie

fijn stof (PM2,5)

jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 pg/m3 40 pgZm3 max. 35 keer p.j. meer dan 50 pg Z m3 25 pg /m3

Tabel 1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate bijdragen

Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: ^ ^ ^

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen

Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord' Beoordeling

Onder het kopje 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen' zijn voorbeelden van de lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van voorgenomen ontwikkeling in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, wordt geconcludeerd dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Vervolgonderzoek naar effecten op de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het effect van de ontwikkeling op het vlak van 'luchtkwaliteit' wordt ingeschat op neutraal.

Geur De beoogde woningen en schoollocatie betreffen geen geurbelastende objecten zoals bedoeld in de Wgv. Het effect van de ontwikkeling ten aanzien van geur wordt ingeschaald op neutraal.

Ecologie Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet Natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000:

Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet Natuurbescherming beschermd. Het projectgebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 12,8 kilometer afstand van het plangebied. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv.

geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen is er een zogenaamde AERIUS-berekening 3 uitgevoerd voor zowel de bouwfase (tijdelijk karakter) en de gebruiksfase die samenhangt met de voorgenomen ontwikkeling. Uit de berekeningen wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.

3 AERIUS Berekening, Emmelhage fase 3, Emmeloord (Status: definitief, maart 2022)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord' Natuurnetwerk Nederland:

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN, is gelegen op minimaal 2 kilometer afstand van het projectgebied. Gelet op de ligging buiten het NNN, in relatie met de aard en omvang van de voorgenomen activiteit, wordt uitgesloten dat sprake is van een aantasting van de kernkwaliteiten en omgevingscondities van het NNN. Soortenbescherming In voorliggend geval heeft Natuurbank Overijssel ter plaatse van het projectgebied een quickscan natuurwaardenonderzoek4 uitgevoerd. Quickscan natuurwaardenonderzoek

De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied mogelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën er een vaste (winter)rust- of voortplantingsplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Voor de meeste grondgebonden zoogdiersoorten, die een rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden en verwonden' en het 'beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties'. Deze vrijstelling geldt niet voor kleine marterachtige.

Deze vrijstelling geldt ook voor de meeste in het plangebied voorkomende amfibieënsoorten, maar niet voor de rugstreeppad. Deze soort is niet in het plangebied vastgesteld tijdens het veldbezoek, maar de functie van het plangebied als functioneel leefgebied (incl. voortplantingsbiotoop) kan niet uitgesloten worden. De rugstreeppad en het functionele leefgebied van de rugstreeppad is beschermd en mag alleen met een ontheffing negatief beïnvloed worden. Om de functie van het plangebied voor de rugstreeppad vast te kunnen stellen is nader onderzoek vereist. Omdat niet uitgesloten kan worden, dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot aantasting van het functionele leefgebied van wezel en hermelijn, en dat niet uitgesloten kan worden, of deze dieren gedood worden (grondverzet), dient ontheffing aangevraagd te worden. Conform de beleidslijn van de provincie Flevoland, wordt de onderzoeksfase hierbij overgeslagen. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, wordt de functie van het plangebied als foerageergebied, voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en vogels aangetast. Echter, leidt alleen het aantasten van het functionele leefgebied van de rugstreeppad (mits aanwezig) en kleine marterachtigen tot wettelijke consequenties in het kader voor soortenbescherming. Rugstreeppad

Omdat de functie van het plangebied voor de rugstreeppad als functioneel leefgebied (incl. voortplantingsbiotoop) niet uitgesloten worden op basis van het uitgevoerde quickscan natuurwaardenonderzoek, is hier een aanvullend onderzoek5 naar uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten.

4 Quickscan natuurwaardenonderzoek Emmelhage fase 3 te Emmeloord (projectnr. 3246, versie 1.1, 22 februari 2022) 5 Onderzoek rugstreeppad Emmelhage fase 3 te Emmeloord (projectnr. 3476, versie 1.0, 12 september 2021) BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

Er zijn in het plangebied geen rugstreeppadden vastgesteld. De sloot langs de oostzijde van het plangebied vormt het enige potentieel geschikte voortplantingsbiotoop van deze soort in het plangebied. Het feit dat de sloot een sterk V-profiel heeft en bijna volledig bedekt is met flap en dicht begroeid is met grassen, maakt deze sloot niet bijzonder geschikt als voortplantingsbiotoop. De rugstreeppad bezet geen voortplantingswateren in het plangebied en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat rugstreeppadden een (winter)rustplaats in het plangebied bezetten. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten, zoals het bouwrijp maken van de agrarische cultuurgrond en het vergraven/dempen van de sloot, worden geen rugstreeppadden of larven gedood, worden geen eieren beschadigd en wordt geen voortplantingsbiotoop vernield. Voorjaar 2021 was bijzonder nat. Dat heeft tot gevolg dat vele (tijdelijke) voortplantingsplaatsen beschikbaar zijn voor rugstreeppadden. Tijdens de veldbezoeken zijn geen aanwijzingen omtrent het voorkomen van rugstreeppad in het plangebied gevonden. Hiermee kan er redelijkerwijze van worden uitgegaan dat er binnen de begrenzing van het plangebied geen rugstreeppadden aanwezig zijn. In relatie tot de rugstreeppad kunnen de werkzaamheden ten behoeve van de woningbouw zonder belemmering in het kader van de Wet natuurbescherming plaatsvinden.

Het onderzoek is volledig uitgevoerd en heeft plaats gevonden onder geschikte weersomstandigheden. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van ecologie is licht negatief. Externe veiligheid Binnen het projectgebied wordt geen gebruik gemaakt van gevaarlijke stoffen. Het voornemen voorzien niet in het toevoegen van een risicovolle inrichting. Het effect van de voorgenomen ontwikkelingen aanzien van externe veiligheid is neutraal. Water Het projectgebied ligt niet in een grondwaterbeschermings-, intrek- of waterwingebied. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is een waterstructuurplan6 opgesteld. Voldoende water

Voor het ontwikkelen van uitbreiding in het plangebied wordt het principe 'waterneutraal bouwen' gevolgd. Bij toename van het verhard oppervlak ten opzichte van de bestaande situatie, moet rekening worden gehouden met compenserende maatregelen om piekafvoeren te kunnen opvangen. Hiervoor wordt in het plangebied een retentiestrook aangelegd om deze piekafvoeren voldoende te kunnen bergen. Als handreiking heeft het college van Dijkgraaf en Heemraden van het waterschap Zuiderzeeland hiervoor op 11 juli 2013 het "Waterkader" vastgesteld. Voor het vaststellen van de benodigde ruimte voor het realiseren van de compenserende maatregelen hanteert het waterschap de bergingsnorm. Volgens de bergingsnorm geldt voor het "peilgebied Emmelhage" bij een netto toename van de verharding een extra benodigde waterberging van 5%. Voor de toekomstige maaiveldhoogtes wordt uitgegaan van straatpeilen (as weg) van NAP - 3,85 m en de woningen hier 0,30 m boven (NAP - 3,55 m) conform de uitgangspunten van fase 2. De kavelshoogtes (afwerkhoogte) worden ongeveer NAP - 3,80 m. De drooglegging bedraagt dan 1,20 m voor de wegen en 1,50 m voor de woningen. Voor het ontwerp van het HWA-stelsel zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ^ ^ ^ ^

hoogte as weg is NAP -3,85 m; Minimale diameter HWA-riool is 0 300 mm; Minimale dekking op de buis is 1,20 m; Bij kruisingen tussen HWA-riolen en DWA-riolen is minimaal 10 cm vrije ruimte aangehouden;

6 Waterstructuurplan Emmelhage fase 3 te Emmeloord (N01-D02-21025213-rek, 8 maart 2022)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

^ ^ ^ ^

^ ^

Bij kruising van HWA- en DWA-riolen op gelijke hoogte gaat DWA door en kruist HWA onder- en/of bovenlangs (kruisingsput); Verhang HWA-riool is tussen 1:500 en 1:1.000; Het waterpeil kan vrij fluctueren tussen NAP -5,05 m en NAP -5,35, het peilvlak van fase 1 en 2 wordt uitgebreid met fase 3; Alle daken en openbare verharding binnen het plangebied worden op het HWA-riool aangesloten. Voor particuliere opritten en overige terreinverharding is een aanname gedaan op basis van het type woning (vrijstaand, 2-kapper en rijwoningen); Halfverharding wordt als onverhard beschouwd; Bij bui 10 mag geen water-op-straat worden berekend.

Bij de civiele uitwerking van het plan kan met deze uitgangspunten het HWA-riool worden ontworpen. Uitgangspunt in het Waterkader is een minimale diepte van de watergangen van 1,20 m. Door uit te gaan van een gemiddeld waterpeil van NAP - 5,20 m en een slootdiepte van 1,20 m ligt de slootbodem op NAP - 6,40 Voor het vaststellen van de benodigde wateropgave voor Emmelhage fase 3 is gebruik gemaakt van de door het waterschap gehanteerde afvoernorm. Bij de afvoernorm wordt voor de maximale afvoer uit het gebied uit gegaan van de landelijke afvoernorm van 1,5 l/s/ha bij een neerslagsituatie met een herhalingstijd van eens in de 100 jaar. In onderstaande tabel is het verwachte verhard oppervlak weergegeven. Conform het Waterkader van het waterschap Zuiderzeeland wordt uitgegaan van 45% verharding van het uitgeefbaar terrein. Dat betekent dat 30% van de kavel als dakoppervlak wordt gerekend en 15% als bestrating (inVoprit, terras e.d.). Daarnaast wordt de openbare verharding van wegen en paden apart berekend. 3A

3B

Verhard oppervlak openbaar gebied Gesloten verharding (asfalt) Open verharding (BSS, klinkers, trottoir) Halfverharding (parkeren)

0,38 1,65 0,38

0,40 1,45 0,21

ha ha ha

Verhard oppervlak kavels Aanname verhardingspercentage Kaveloppervlak Verharding kavels

450zž 6,16 2,77

5,21 2,35

ha ha

Compensatie Toename verhard oppervlak Compensatie toename verhard oppervlak

4,80 0,24

4,20 0,21

ha ha

Oppervlaktewater huidig (op waterpeil) Oppervlaktewater toekomst (op waterpeil) Toename oppervlaktewater

0,08 0,83 0,76

0,05 1,20 1,16

ha ha ha

In totaal is er dus 4,8 ha in fase 3A en 4,2 ha in fase 3B aan verhard oppervlak aanwezig. Er wordt, gelet op voorgaande tabel, ruimschoots voldaan aan de 5%-regel. Goed functionerend watersysteem

In Emmelhage bevindt zich een goed functionerend watersysteem. De aangelegde aaneengesloten waterpartijen staan met elkaar in verbinding om in het plan een gestuurde circulatie mogelijk te maken. In Emmelhage fase 3 worden waterpartijen aangelegd die zijn/worden aangesloten op de bestaande/ aan te leggen waterpartijen ter plaatse van Emmelhage fase 2b. Bij het bouwrijp maken van Emmelhage fase 3 zullen delen van het maaiveld opgehoogd worden naar circa NAP -3,85 m NAP (straatpeilen) en circa NAP -3,55 m NAP (woningen). Rekening houdend met het streefpeil voor Emmelhage van -5,20 m NAP voldoet het te ontwikkelen plan aan de minimale drooglegging voor

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

stedelijk gebied van 1,20 meter, rekening houdend met het hiervoor gehanteerd normaalwaternormpeil (N.W.-normpeil). In het gesloten watersysteem van Emmelhage fase 1 en 2 is sprake van een gestuwd peilvak, waarbij gebruik is gemaakt van een flexibel peil, dat vrij kan variëren tussen -5,35 m NAP en -5,05 m NAP. Het peilvlak wordt uitgebreid met het watersysteem van fase 3. In het bestaande circulatieplan bevindt zich ter hoogte van de watergang ten noorden van de John Daltonhage en Mathilde Wibautsingel zowel een pompinstallatie als een vaste stuw. Ten behoeve van een continue verversing van de waterpartij slaat de pomp (capaciteit 90 mVuur) gemiddeld om de dag aan om water vanuit de Onderduikerstocht peil gestuurd in het stedelijk water in te laten. Bij een peil van -5,23 m NAP in de stedelijke waterpartij wordt water ingelaten. De pomp schakelt zich uit bij een peil van -5,18 m NAP. Op dezelfde locatie wordt het ingelaten water door middel van een eveneens aanwezige vaste V-stuwconstructie met een geïnstalleerde overlaathoogte op circa - 5,20 m NAP teruggevoerd naar de Onderduikerstocht. Het inlaten en aflaten van water bewerkstelligt een gestuurde watercirculatie in het watersysteem en zorgt voor voldoende doorspoeling.

Om de waterkwaliteit op het gewenst niveau te houden wordt naast de in- en aflaat voorziening het water voldoende ververst door de aanwezige uitmondingen van de regenwaterriolen. Doordat het gestuwd peilvak geïsoleerd blijft van het peil van de Lage Afdeling zijn geen structureel nadelige gevolgen aanwezig voor en door (grond)water in de directe omgeving. Anticiperen op watertekort

Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Nieuwe watersystemen dienen dusdanig ingericht te worden dat ze zelfvoorzienend zijn en niet (te veel) afhankelijk zijn van aanvoerwater. Afvalwater

Het regenwater kan aangemerkt worden als relatief schoon en wordt door middel van "schoon" regenwaterriolen direct afgevoerd worden naar het stedelijk oppervlaktewater. De regenwaterriolen bieden de mogelijkheid om eventueel naast regenwater ook drainagewater vanaf de woonpercelen af te voeren naar het stedelijk water. Uitgaande van 310 woningen en gemiddeld 2,5 inwoner per woning wordt er rekening gehouden met 775 inwoners. Voor de school wordt ervan uitgegaan dat het voornamelijk kinderen uit de wijk zelf zijn. Voor de afvalwaterproductie wordt gerekend met 12 l/inwoner/uur. Dat komt neer op 9,3 mVuur. In Emmelhage fase 2 zijn twee uitleggers gelegd op de grens tussen fase 2B en fase 3A. Aan de zuidkant een uitlegger PVC 0 315 mm op NAP - 5,59 m. Aan de noordkant een uitlegger PVC 0 315 mm op NAP - 5,61 m. Omdat bij de uitleggers direct watergangen gekruist moeten worden, kan er niet onder vrijverval worden aangesloten. De bodems van de watergangen liggen op ca. NAP - 6,40 m. Ergens in fase 3 dient een nieuw rioolgemaal geplaatst te worden. De persleiding vanaf het gemaal kan dan aansluiten op één van de uitleggers van fase 2. Bij de civiele uitwerking van het plan kan met onderstaande uitgangspunten het DWA-riool worden ontworpen: ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

Nieuw rioolgemaal nodig, eventueel rekening houden met aansluiting fase 4, 5 en 6; Hoogte as weg is NAP -3,85 m; Minimale diameter DWA-riool is 250 mm; Buisverhang DWA-riool eerste 100 meter 1:250 en vervolgens 1:400; Minimale dekking op de buizen is 1,20 m; Bij kruisingen tussen HWA-riolen en DWA-riolen wordt minimaal 10 cm vrije ruimte aangehouden; Bij kruising van HWA- en DWA-riolen op gelijke hoogte gaat DWA door en kruist HWA onder- en/of bovenlangs (kruisingput); Bij kruising van een DWA-riool met een watergang dient de bovenkant van de buis minimaal 0,30 m onder de bodem van de watergang te liggen; Het aantal inwoners van fase 3 is 775 (2,5 inwoner/woning en 310 woningen); Het afvalwater wordt afgevoerd naar fase 2, en vandaag naar het rioolstelsel van Emmeloord en uiteindelijk naar de rwzi Tollebeek.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

De bestaande percelen Espelerweg 10 I en II zijn aangesloten op de drukriolering. Voorgesteld wordt dit zo te handhaven. Het is niet logisch om deze percelen aan te sluiten op de nieuwe DWA-riolering van Emmelhage fase 3. Met inachtneming van het vorenstaande wordt de voorgenomen ontwikkeling op de waterhuishouding ingeschaald op neutraal. Er is sprake van voldoende waterberging en er zijn voldoende mogelijkheden tot het afvoeren van het afvalwater. Tijdelijke hinder Met een ruimtelijke ontwikkeling kan ook tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden gepaard gaan. In voorliggend geval zal gedurende de aanleg- en bouwwerkzaamheden enige hinder als gevolg van de aanleg­ en bouwwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Het gaat dan hoofdzakelijk om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging is er geen noodzaak om verkeer tijdelijke om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen. Cumulatie Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd.

Er zijn geen vergelijkbare ontwikkelingen in direct omliggende gebieden bekend waarbij sprake is van vergelijkbare effecten die in dezelfde periode uitgevoerd zullen worden. Cumulatie is daarom niet aan de orde.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

Hoofdstuk 4

Conclusie

Dit hoofdstuk dient als samenvatting van de conclusies van de hoofdstukken 2 en 3. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. De kenmerken van de activiteit; 2. De plaats van de activiteit; 3. De samenhang met andere activiteiten (cumulatie); 4. De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. Kenmerken van de activiteit Het voornemen betreft het realiseren van maximaal 310 woningen, een schoollocatie en het doortrekken van de Buitensingel ter plaatse van de uitleglocatie Emmelhage te Emmeloord. Bij de kenmerken van de activiteit dient in het bijzonder in overweging te worden genoemd: ^ De omvang van het project; ^ hinder. Omvang

De ontwikkeling heeft betrekking op een gebied van circa 25 hectare. Het voornemen vormt een belangrijke bijdrage voor de woningbehoefte in de gemeente Noordoostpolder en de kern Emmeloord. Geconcludeerd wordt dat dit project ver beneden de drempelwaarden van de m.e.r.-beoordelingsplicht blijft. Hinder

Tijdens de uitvoering van het voornemen kunnen flora en fauna hinder ondervinden. Uit het ecologische onderzoek is echter gebleken dat de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming leiden. Wel dient er ten aanzien van de kleine marterachtigen een ontheffing aangevraagd te worden in het kader van soortbescherming. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden geconcludeerd dat deze ontheffing verleend zal worden. Er hoeft geen vergunning aangevraagd te worden in het kader van soort- of gebiedsbescherming. Plaats van de activiteit Het projectgebied ligt geheel binnen het grondgebied van de gemeente Noordoostpolder. Gezien de definitie uit de Bro kan worden geconcludeerd dat het projectgebied geen onderdeel uitmaakt van bestaand stedelijk gebied. Hoewel het projectgebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan voor de kern Emmeloord (specifiek Emmelhage), bestaat het projectgebied uit onbebouwde agrarische cultuurgronden welke stedenbouwkundig (nog) geen onderdeel uitmaken van de uitleglocatie Emmelhage en/of de kern Emmeloord. Met voorgenomen ontwikkeling zal het projectgebied onderdeel gaan uitmaken van de bebouwde kom behorend bij de kern Emmeloord. Het projectgebied ligt niet in beschermd gebied in het kader van waterhuishouding of natuur.

Binnen het projectgebied zelf zijn ook geen waardevolle groenstructuren aanwezig. Samenhang met andere activiteiten ter plaatse Er vinden in de directe omgeving van het projectgebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats waarmee rekening dient te worden gehouden. Kenmerken van de belangrijke nadelige milieugevolgen Voor de beoordeling van eventuele belangrijke nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit moet, daar waar mogelijk, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken: ^ ^ ^

Het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); Het grensoverschrijdende karakter van het effect; De waarschijnlijkheid van het effect;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 'Emmelhage fase 3, Emmeloord'

^

De duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect.

Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat de ontwikkeling op de relevante milieuaspecten verkeer, geluid, luchtkwaliteit, geur, water, bodem, ecologie (waaronder stikstof) geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt. De ontwikkeling gaat wel gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen.

Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk maakt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan "Emmeloord, Emmelhage - fase 3" Vastgesteld

Bijlage 12

Uitgangspuntennotitie watertoets

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

76

datum 27-7-2021 dossiercode 20210727-37-27249

Geachte heer/mevrouw L. Bechtel, U heeft de digitale watertoets doorlopen op de website www.dewatertoets.nl. De samenvatting in de email bevat de gegeven antwoorden op de vragen. Op basis van deze toets volgt u de normale procedure. Uitgangspuntennotitie met concept waterparagraaf

Hierbij ontvangt u de uitgangspuntennotitie voor de normale procedure van de watertoets. Deze notitie is automatisch gegenereerd op basis van de door u gegeven antwoorden en het ingetekende plangebied. Deze uitgangspuntennotitie bevat de voor uw plan relevante waterhuishoudkundige beleidsthema's, streefbeelden en de belangrijkste bijbehorende uitgangspunten en randvoorwaarden van Waterschap Zuiderzeeland die u kunt gebruiken bij het ruimtelijk laten meewegen van het waterbelang en bij het opstellen van de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van uw plan. Dit document bestaat uit drie delen: 1. Uitnodiging tot vooroverleg met waterschap Zuiderzeeland 2. De concept waterparagraaf De concept waterparagraaf is zo opgesteld dat u de tekst eenvoudig kunt gebruiken als basistekst voor uw waterparagraaf, waarbij deze op bepaalde punten nog aangevuld moet worden met een concrete toelichting voor de specifieke ontwikkeling. 3. Aanvullende informatie en ontwerprichtlijnen Na de concept waterparagraaf volgt een onderdeel met overige relevante informatie, randvoorwaarden en ontwerprichtlijnen. De informatie in het laatste deel is niet relevant voor de ruimtelijke procedure. De ontwerprichtlijnen geven nadere informatie waar u bij de verdere uitwerking (o.a. civieltechnisch) rekening mee moet houden.

Ook kan het zijn dat meld- en/of vergunningplichten bestaan voor de ontwikkeling inzake de wateraspecten. Dit helpt u om meldingen en/of aanvragen in te dienen die meteen in behandeling genomen kunnen worden. Team Waterprocedures Waterschap Zuiderzeeland Lindelaan 20 Postbus 229 8200 AE Lelystad (06) 1132 4178 (0320) 274 911 watert.oet.s@zuiderzeeland.nl

Deel 1: Vooroverleg wateradvies met waterschap Zuiderzeeland

Met de digitale watertoets heeft u Waterschap Zuiderzeeland op de hoogte gebracht van het ruimtelijk plan, hiermee doet u nog geen aanvraag voor een wateradvies. Wanneer het ruimtelijk plan officieel in procedure wordt gebracht zal het bevoegd gezag (meestal de gemeente) het waterschap verzoeken om een wateradvies in het kader van het ambtelijk vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit op de Ruimtelijke ordening. Het is mogelijk om, vooruitlopend op het ambtelijk vooroverleg, een verzoek bij het waterschap in te dienen voor een informeel wateradvies. Wij nodigen u van harte uit voor een overleg over uw plannen. Een verzoek voor een informeel wateradvies kunt u indienen via watertoets@zuiderzeeland.nl. Sluit bij dit verzoek een concept ruimtelijk plan met waterparagraaf en overige noodzakelijke informatie bij. U kunt ook telefonisch contact opnemen om informatie in te winnen of een afspraak te maken. In een aantal specifieke situaties verzoeken wij u om zeker contact op te nemen met het waterschap. Bij deze situaties kan gedacht worden aan grote waterbelangen, ingrepen in het watersysteem (bijvoorbeeld plaatsing kunstwerken), onvoldoende drooglegging of slechte kwelkwaliteit. Hieronder worden de situaties die van toepassing zijn in uw plangebied benoemd.

Mocht u niet zeker zijn of een vooroverleg met het waterschap noodzakelijk is dan adviseren wij u om contact op te nemen. Thema Voldoende Water

Bij plannen waarbij meer dan 250.000 m2verharding wordt toegevoegd, kan niet worden volstaan met de bergingsnorm. Dan is het nodig om

de te realiseren compensatie door middel van een model te toetsen aan de normering wateroverlast Flevoland. Als overwogen wordt om het plangebied te voorzien van één of meerdere stuwen dan moet door middel van een specifieke maatwerkberekening worden aangetoond dat er voldoende gecompenseerd wordt zodat de afvoer gelijk blijft en/of geen sprake is van afname van bergingscapaciteit in het oorspronkelijke peilgebied. Thema Schoon Water

Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap wil graag vroegtijdig betrokken worden voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem. In het geval huishoudelijk of bedrijfsafvalwater niet wordt aangeboden via het bestaande vuilwaterrioolstelsel denken wij graag met u mee over de verwerking van dit afvalwater. U wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met het waterschap via e-mail watcrtocts@zuidcrzccland.nlom de aanpak te bespreken.

Deel 2: Concept waterparagraaf normale procedure <De concept waterparagraaf is zo opgesteld dat u de tekst eenvoudig kunt gebruiken als basistekst voor uw waterparagraaf, waarbij deze op bepaalde punten nog aangevuld moet worden met een concrete toelichting voor de specifieke ontwikkeling.> Inleiding

Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1940/documents/31540