7.1.3 Bestemmingsplan Landelijk gebied, Zuidwesterringweg 10 te Nagele - Toelichting.pdf
Tekst van het document
Blad 31 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
Door onderzoeksbureau ArGeoBoor is vervolgens een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Vanuit het uitgevoerde onderzoek zij geen bijzonderheden aangetroffen. 4.3
Cultuurhistorie Per 1 januari 2012 is de wijziging van het Bro in werking getreden die een verplichting inhoudt om in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Cultuurhistorie en beleid Beleidsmatig is de cultuurhistorie van Noordoostpolder vastgelegd en toegelicht in diverse documenten zoals ‘Kwaliteitskaart Noordoostpolder Urk – Deel 1’ (H+N+S landschapsarchitecten en Beek@ Kooiman Cultuurhistorie, 2004), ‘Landschapsvisie Noordoostpolder, landschap van rust en regelmaat’ (Feddes/Olthof Landschapsarchitecten, 2012), ‘Structuurvisie Noordoostpolder 2025’, (Kuiper compagnons/Gemeente Noordoostpolder, 2013) en de ‘Erfgoednota’, (Gemeente Noordoostpolder, 2013). Al deze documenten nemen bij vernieuwing en ontwikkeling het bijzonder ontworpen landschap van de Noordoostpolder als vertrekpunt. Het credo van eertijds de Nota Belvédère behoud door ontwikkeling, geldt nog altijd en klinkt ook door in de aanwijzing van de Nooroostpolder als Nationaal Wederopbouwgebied in de beleidsnota ‘Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter’ van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE, 2016).
De gemeente Noordoostpolder is een duidelijk voorbeeld van een rationeel landschap uit de 20e eeuw (rond 1940 drooggelegd), waarin de twee voormalige eilanden Urk en Schokland als zelfstandige elementen zijn opgenomen. Dit rationeel vormgegeven landschap is niet alleen ontworpen vanuit het oogpunt van optimale landbouwkundige productie, maar ook als wetenschappelijke, esthetische en intellectuele uitdaging. Onderdelen van de inrichting van de gemeente Noordoostpolder die kenmerkend zijn voor het gebied zijn: • de kavelmaat; • de erven met bijbehorende erfsingels; • de diverse typen boerderijen; • de arbeiderswoningen; • de kavel- en erfsloten; • het grondgebruik. Relatie tot het plan Het cultuurhistorisch erfgoed van Nederland bestaat uit monumentale panden, historische zichtlijnen, kenmerkende landschappen en waardevolle lijn- en/of vlakelementen. Het cultuurhistorisch erfgoed geeft een beeld van de geschiedenis van het landschap. Daarom is bescherming van deze elementen van belang.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 32 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
Figuur 4.2: Een weergave van de cultuurhistorische beleidskaart.
De ligging van het erf geeft uitdrukking aan het modulaire systeem van verkaveling van de polder. Een regelmatig raster dat gebaseerd is op de in die tijd meest rationele agrarische verkaveling; een kavelmaat van 300 langs de weg en 800 meter in de diepte. Die verkaveling leidde tot agrarische bedrijven van 12 tot 48 hectare, dus variërend van een halve tot 2 kavels. De kavels zijn aan de achterzijde begrensd door een tocht. De grootte van het erf zegt verder iets over de grootte van het bedrijf. De Bedrijven met minder dan 24 hectare kregen een boerenerf van 0,7 tot 0,8 hectare. Voor bedrijven van 24 hectare en groter werden erven van 0,9 tot 1,0 hectare ingepland. Dit was bovendien gebaseerd op een functionele analyse van de inrichting van het boerenerf door landschapsarchitect Bijhouwer. Het erf zelf heeft ook een aantal kenmerken die bijdragen aan de bijzondere inrichting van de polder. Wat hierin opvalt is de aanwezigheid van een min of meer volwassen erfsingel. Ook deze singel is een basisonderdeel van het ontwerp van de Noordoostpolder. Het kent een vaste maatvoering. Het type beplanting was deels afhankelijk van de ondergrond. Het doel was vooral om beschutting te creëren in het open vlakke polderland en een stukje menselijke maatvoering aan te brengen. De erfsingels zijn daarmee een belangrijk element op het schaalniveau van de polder als geheel.
Samen met de omlijsting van de dorpen vormen het groene eilanden in een
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 33 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
open agrarische bedrijfsruimte. Meer informatie hierover is terug te vinden in bijlage ‘Historie Erfsingels’. Het perceel is zoals gezegd van origine een agrarisch erf. Er is sprake van een 2 – erven stelsel. Op de volgende figuur is dit 2-erven stelsel weergegeven. De luchtfoto verduidelijkt dit ook nog eens, 2 erven aan weerszijden van de weg.
Figuur 4.3: Een weergave van het plangebied waaruit zichtbaar het 2-erven stelsel blijkt.
Het bestaande bedrijf kent een karakteristieke opbouw zoals deze in algemene zin voorkomt in de gemeente Noordoostpolder. De houtsingel rondom is maar beperkt aanwezig door enerzijds vrij dunne aanplant en anderzijds door geen goed beheer. Daarnaast ontbreekt er een singel aan de noordwestzijde. Het voorerf is groen en vrij van grote bebouwing. De boerderij is van het type Montageboerderij en kent een oorspronkelijke schuur haaks op de woning. De oorspronkelijke verhouding van het erf is niet meer aanwezig aangezien er veel nieuwe schuren op het achtererf zijn bijgebouwd. Het voorerf is daarmee relatief klein t.o.v. het achtererf. Het erf vormt een cluster met het tegenoverliggende erf. Het is kenmerkend in de polder dat erven in clusters van 4,3, en 2 erven op een kruispunt van de verkaveling en de weg staan. Het erf wordt ontsloten door één inrit aan de westzijde van het erf. Achter de woning zijn door de tijd verschillende schuren gebouwd. Het erf past in het landschap door het sterk agrarische karakter en de huidige landschappelijk inpassing. Het bestaande 2-stelsersysteem blijft als gevolg van de uitbreiding niet meer intact en zal gezien de omvang van de uitbreiding toegroeien naar het karakter van een 3ervenstelsel.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 34 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
In het plangebied komen geen monumenten voor. Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie mag het bestemmingsplan uitvoerbaar worden geacht. In de directe omgeving en in het plangebied zelf komen geen monumenten of cultuurhistorische waarden voor. Met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van onevenredige aantasting van cultuurhistorisch waardevolle elementen. 4.4
Bodem Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. In het bestemmingsplan moet rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan. In het plan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Tevens dient, op basis van de Mor (Ministeriële regeling omgevingsrecht), bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een rapportage van een recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek toegevoegd te worden. Voor verkennend bodemonderzoek op een locatie wordt de norm NEN 5740 gehanteerd (onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek). Aangezien in het plangebied sprake is van het bouwen en gebruiken van bouwwerken, waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen (kunnen) verblijven is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Sigma Bouw en Milieu.
Het volledige onderzoeksrapport is als aparte bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen, integraal overgenomen, de conclusies en aanbevelingen van het uitgevoerde onderzoek. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in de hierna opgenomen tabel.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 35 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieu hygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonsters MM4 en MM6 bevatten een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieu hygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Ondergrondmengmonster MM5 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (2.8-3.8 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v.
de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieu
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 36 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
hygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 2 (3.1-4.1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieu hygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 3 (3.1-4.1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieu hygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 4 (3.1-4.1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieu hygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 5 (3.1-4.1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v.
de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieu hygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. De grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoek locatie bevatten plaatselijk enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. De licht verhoogd gemeten gehalten overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. 4.5
Externe en fysieke veiligheid Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: het Bevi) richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het Bevi staan de inrichtingen genoemd waarop het Bevi van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. Het vergroten van het bouwblok gaat gepaard met het kunnen toestaan van extra bouwmogelijkheden voor bebouwing, waaronder bedrijfsbebouwing. Deze vormen van bebouwing zijn op zichzelf beschouwd niet aangemerkt als risico veroorzakende vanuit het Bevi gezien. Bedrijfsbebouwing (waarin mensen verblijven) wordt wel aangemerkt als een (beperkt) kwetsbaar object, zodat beoordeeld dient te worden of er in de
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 37 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
nabijheid van het terrein eventueel Bevi-inrichtingen zijn die van invloed zijn/kunnen zijn op de uitbreidingsplannen. Hiertoe is een check uitgevoerd aan de risicokaart Flevoland. Dit levert het volgende beeld op (waarbij het beoogde plangebied wordt weergegeven met het blauwe kader).
Figuur 4.4: Een weergave van www.risicokaart.nl met het plangebied (blauwe kader) 4.5.1
Bevi-inrichtingen binnen het plangebied
In het plangebied zijn geen Bevi-bedrijven gelegen. 4.5.2
Bevi-inrichtingen buiten het plangebied
Er bevinden zich geen Bevi-inrichtingen in de nabijheid van het plangebied. 4.5.3
Buisleidingen
Ten noorden van het plangebied ligt een hogedrukbuisleiding. Het betreft een leiding met een diameter van 6 inch en een werkdruk van 66 bar. Wat heeft de aanwezigheid van deze leiding voor invloed op het plangebied. Daartoe onderstaande tabel.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 38 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
Deze buisleiding heeft een zogeheten ‘Inventarisatieafstand’ van circa 120 meter. De afstand van de bovenkant van het nieuwe bedrijfsperceel tot aan de gasleiding is dan ongeveer 80 meter en komt daarmee voor een deel van ongeveer 40 meter (invloedsgebied leiding is 120 meter) binnen het zogeheten invloedsgebied te liggen van deze gasleiding. Het plangebied waar de nieuwe bebouwing wordt gebouwd liggen niet in de 10-6 contour. Ook is het gebied te beschouwen als dunbevolkt gebied. De feitelijke Fn curfe als maat van het groepsrisico maakt het onmogelijk dat de oriëntatiewaarde kan worden overschrijden. 4.5.4
Route gevaarlijke stoffen
Er bevinden zich geen route gevaarlijke stoffen in de nabijheid van het plangebied. 4.5.5
Hoogspanningsmasten
Er bevinden zich geen hoogspanningsmasten in de nabijheid van het plangebied. 4.5.6
Conclusie externe veiligheid
Het aspect externe veiligheid staat de planontwikkeling niet in de weg. 4.6
Ecologie De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 39 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
Er dient rekening te worden gehouden met Europese en nationale wetgeving en beleid ten aanzien van de natuurbescherming. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. 4.6.1
Gebiedsbescherming
In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. 4.6.1.1
Natura 2000 De onderzochte locatie ligt ruim 5,5 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde grens van het dichtstbijzijnde N2000 gebied (IJsselmeer). Dit gebied is echter niet gevoelig voor stikstofdepositie vanuit de lucht. Om te weten te komen of de plannen nog kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie op andere Natura 2000 gebieden is een Aerius berekening uitgevoerd.
Figuur 4.5: Een weergave van het plangebied t.o.v. nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
Door onderzoeksbureau OmgevingsManager is vervolgens een zogeheten stikstofberekening gemaakt. Het gehele onderzoeksrapport daarvan is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. In de reguliere bedrijfssituatie na uitbreiding bedraagt de stikstofdepositie op daarvoor kwetsbare habitats in Natura 2000-gebieden 0,00 mol stikstof per hectare per jaar. Tijdens de bouwperiode bedraagt de stikstofdepositie op daarvoor kwetsbare habitats in Natura 2000-gebieden 0,00 mol stikstof per hectare per jaar. De depositie van verkeer is binnen 5 km vanaf het tracé reeds gedaald tot 0,00 mol stikstof per hectare per jaar. Hierdoor veroorzaakt het verkeer van en naar de inrichting geen depositie op voor verzuring en vermesting gevoelige habitats die zijn gelegen op een afstand groter dan 5 km.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 40 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
Gelet op het bovenstaande is de conclusie dat zich geen situaties voordoen waarbij het plan significante gevolgen veroorzaakt op Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling kan achterwege blijven. 4.6.1.2
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) - voorheen Ecologische Hoofdstructuur - is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De onderzochte locatie ligt niet binnen het NNN. De dichtstbijzijnde grens van NNN ligt ten oosten van het plangebied. Op ruim 3 kilometer van het plangebied is Schokland gelegen. De voorgenomen bestemmingsplanwijziging zijn echter van dien aard dat het uitgesloten is de kernwaarden van het NNN zullen worden aangetast.
Figuur 4.6: Een weergave van het plangebied t.o.v. nabijgelegen NNN-gebieden. 4.6.2
Soortenbescherming
Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: • uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); • het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten;
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 41 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
• •
Versie 01
er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode.
Van belang is om na te gaan of één of meerdere van de genoemde ‘verboden’ ten behoeve van voorliggend initiatief aan de orde is of kan zijn. Voorliggend bestemmingsplan voorziet het uitbreiden van een bestaand bouwblok tot max. 6 hectare. Tevens voorziet het bestemmingsplan in toekomstige bebouwingsmogelijkheden voor bedrijfsbebouwing. Onderstaand een weergave van de bestaande bedrijfslocatie met de naastgelegen uitbreiding van dat bestaand bouwblok. Die gronden zijn momenteel in gebruik als agrarische gronden.
Figuur 4.7: Een weergave van het plangebied met daarin de vergroting van het bouwblok (oranje) op de huidige agrarische gronden rondom het bestaand bedrijf. 4.6.3
Ecologisch onderzoek
Ten behoeve van de uitbreidingsplannen van het bedrijf is een ecologische quickscan uitgevoerd door onderzoeksbureau Alcedo Natuurprojecten. Het onderzoeksrapport is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Op basis van de resultaten van deze quickscan kan het volgende worden geconcludeerd:
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 42 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
• • • •
• •
Versie 01
De aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels kan op basis van de bevindingen van deze quickscan worden uitgesloten; Op de onderzochte locatie kan worden uitgesloten dat er vaste verblijfplaatsen zoals holen en burchten van grondgebonden zoogdieren aanwezig zijn; De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kan op basis van de bevindingen van deze quickscan worden uitgesloten; De onderzochte locatie functioneert als foerageerbied voor vleermuizen en vervult ook een mogelijk onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen, deze functionaliteiten komen niet direct in gevaar door de voorgenomen ingreep; De onderzochte locatie grenst niet aan het NNN en de geplande werkzaamheden zijn van dien aard dat de kernwaarden van het NNN niet worden aangetast; De onderzochte locatie ligt op 10,1 kilometer afstand van N2000 gebied. Het laten uitvoeren van een Aerius calculatie is sinds 1 juli 2021 voor de aanlegfase niet meer noodzakelijk.
Op basis van de resultaten van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd: ➢ Richt de nieuwbouw in op een natuur-inclusieve wijze. Dat wil zeggen: integreer huismussen- en vleermuiskasten in de spouwmuur. Informatie hierover is te vinden op www.vivara-pro.nl; ➢ Gebruik voor de beplanting rondom de nieuwbouw inheems bosplantsoen. Informatie hierover en plantgoed is te vinden op www.arborealis.nl NB: Dit zijn vrijblijvende adviezen om de biodiversiteit ter plaatse te vergroten en deze adviezen vloeien niet voort uit de bevindingen en conclusies van dit onderzoek. 4.7
Geluid(hinder) De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van een bestemmingsplan of andere ruimtelijke plannen aandacht te worden besteed aan het aspect 'geluid'. In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. In deze paragraaf wordt ingegaan op de geluidsaspecten met betrekking tot wegverkeerslawaai. Industrielawaai en/of spoorweglawaai is voor dit plan niet relevant. Wegverkeerlawaai Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) heeft in beginsel iedere weg een geluidszone. Het plangebied is gelegen aan de doorgaande N713, Zuidwesterringweg in Tollebeek. Op deze weg geldt een maximumsnelheid van 80 km/u. Deze weg heeft een wettelijke geluidzone. Er worden geen geluidsgevoelige gebouwen gerealiseerd, zodat er geen onderzoek nodig is vanuit de omgeving naar de inrichting toe. Ook zal het ten opzichte van de bestaande situatie zo zijn dat er geen verwachte toename aan verkeersbewegingen te verwachten is.
Vrachtwagens die normaal gesproken naar het bedrijf toe rijden en dan eerst naar andere delen van het land gaan en dan weer terugkomen zullen dat nu niet meer hoeven doen omdat alle werkzaamheden op het terrein van Poppe Landbouw kunnen plaatsvinden die nu dus ook nog elders in het land plaatsvinden. Daarom is te verwachten dat er ook voor
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 43 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
omwonenden in de nieuwe situatie sprake is en blijft van hetzelfde woon- en leefklimaat vanuit het aspect geluid vanuit de inrichting naar de omgeving toe. 4.8
Milieuhinder Nieuwe functies kunnen milieuhinderlijk zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieu hygiënisch inpasbaar is. Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project of waarvan het project juist hinder ondervindt. Daarbij is het van belang om te weten welke ‘gebiedstypering’ er ter plaatse aanwezig is. Gebiedstypering De VNG‐brochure onderscheidt twee gebiedstyperingen: 1. Rustige woonwijk en rustig buitengebied’ 2. Gemengd gebied Een “rustige woonwijk en rustig buitengebied” is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van enkele wijk gebonden voorzieningen zijn er vrijwel geen andere functies. Er is weinig storend verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype is een rustig buitengebied (inclusief eventueel verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Een “gemengd gebied” is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen kunnen winkels, horeca of kleine bedrijven voorkomen. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere activiteiten kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het gemengd gebied.
Het gebied rondom Poppe Landbouw kan worden beschouwd als een gebied met overwegende agrarische activiteiten met lintbebouwing. Ook ligt het agrarisch verwerkingsbedrijf op korte afstand van de grotere hoofdinfrastructuur. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren indien aan de orde. Er moet onderzocht worden wat de invloed is vanuit de nieuwe inrichting naar de omgeving toe. Op basis van de VNG-reeks ‘Bedrijven en Milieuzonering’ valt een dergelijk bedrijf onder de categorie ‘groothandel in akkerbouwbouwprodukten’ en ‘groothandel in akkerbouwprodukten, groenten, fruit en consumptieaardappelen’. Beide genoemde soorten bedrijvigheid zijn aan te merken als een milieucategorie 3.1 inrichting.
Een dergelijke inrichting kent normafstanden voor geur (10 meter maximaal), stof (10 meter maximaal), geluid (30 meter maximaal) en gevaar (maximaal 30 meter) van de grens van een dergelijke inrichting tot aan (bedrijfs)woningen van derden. Aan
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 44 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
deze afstand wordt voldaan, er is geen milieuhinder te verwachten. Op onderstaande figuur is de afstand van 30 meter weergegeven vanaf de aan de zuidkant gelegen woning. Er is geen sprake van te verwachten milieuhinder. Daarbij komt ook dat de uitbreiding op grotere afstand van deze woning komt en daarmee ook niet zal leiden tot milieuhinder.
4.9
Verkeer en parkeren Nieuwe functies betekenen meestal ook dat er sprake is of zal zijn van een toename van verkeersbewegingen, alsmede ontstaat er een parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat nieuwe functies geen onevenredige extra hinder veroorzaken voor reeds aanwezige functies in de omgeving. (Toename) verkeersintensiteit en parkeerbehoefte Voorliggend bestemmingsplan voorziet het uitbreiden van een bestaand bouwblok tot max. 6 hectare. Tevens voorziet het bestemmingsplan in toekomstige bebouwingsmogelijkheden voor bedrijfsbebouwing. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen (2016) van de gemeente Noordoostpolder. Er komt in totaliteit voor 12.500 m2 aan bedrijfsbebouwing bij. Het gaat daarbij om bedrijfsgebouwen die qua aantal bezoekers extensief zijn en qua arbeid ook extensief zijn. Er is dan per 100 m2 bvo 1,1 extra parkeerplaats nodig volgens de Nota Parkeernormen. Er komt bij aan bvo in totaliteit circa 12.500 m2 dat betekent 138 extra parkeerplaatsen voor de extra bedrijfsgebouwen op basis van de gemeentelijke Nota Parkeernormen. In de bestaande situatie is er op het bedrijfsperceel circa 5500 m2 aan bedrijfsbebouwing aanwezig. In de bestaande situatie is er sprake van circa 20
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 45 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
parkeerplaatsen en daar heeft het bedrijf al jaren voldoende aan. In de bestaande situatie gaan er dagelijks circa 20 vrachtwagens het terrein op en af en in de beoogde situatie zal dat zo blijven, er wordt niet voorzien in een toename van het aantal verkeersbewegingen. In de nieuwe situatie komt er circa 12.500 aan extra bedrijfsbebouwing bij. Als gevolg van deze uitbreiding zal er straks nauwelijks uitbreiding van personeel plaatsvinden. In de beoogde nieuwe situatie zullen er circa 20 vaste werknemers zijn. In de nieuwe situatie heeft het bedrijf ruim voldoende aan 40 parkeerplaatsen en is het berekende aantal van 138 extra parkeerplaatsen niet noodzakelijk en ook niet van toepassing op het bedrijf. Relatie met het project Met voorliggend bestemmingsplan wordt onder andere toekomstige uitbreiding van bedrijfsbebouwing gerealiseerd. De auto’s van medewerker en de vrachtwagens (voor het laden en lossen) maken gebruik van de Zuidwesterringweg. Het parkeren van de auto’s en het laden en lossen vindt plaats op de bestaande verkeerspleinen op het perceel. Voorgenomen plannen hebben geen significant effect op de feitelijke bedrijfsvoering alsmede een verandering van het aantal verkeersbewegingen. Met de toekomstige uitbreiding van de bedrijfsbebouwing zal het aantal medewerkers toenemen tot circa 20 medewerkers.
De bedrijfslocatie is in het buitengebied gelegen en het gehele proces is arbeidsextensief te noemen. In het plangebied is meer dan voldoende gelegenheid voor parkeren op eigen terrein aangebracht. Hierdoor vormt het aspect verkeer en vervoer geen belemmering bij het bestemmingsplan. Onderstaande situatietekening laat een inrichtingstekening waaruit blijkt dat er 40 parkeerplaatsen zijn ingetekend. Hier heeft het bedrijf genoeg aan op basis van de ervaringen van het bestaande bedrijf.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 46 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
Figuur 4.8: Een weergave van het plangebied met de ingetekende parkeerplaatsen.
4.10
Luchtkwaliteit Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Voorliggend bestemmingsplan voorziet het uitbreiden van een bestaand bouwblok tot max. 6 hectare. Tevens voorziet het bestemmingsplan in toekomstige bebouwingsmogelijkheden voor bedrijfsbebouwing. Met de inwerkingtreding van de NSL op 1 augustus 2009 geldt de volgende bovengrens om als NIBM-project te worden aangemerkt: De realisatie van een kantoorgebouw van minder dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte aan één ontsluitingsweg. Voorliggend plan is qua omvang en verkeer aantrekkende werking veel kleinschaliger dan de bouw van een kantoorruimte van 100.000m2 bruto vloeroppervlakte. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig. Omdat ook verder geen significante ontwikkelingen rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 47 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
4.11
Versie 01
Water(toets) Op 24 december 2021 is de watertoets uitgevoerd. Op basis daarvan geldt dat de normale procedure van toepassing is. Thema Waterveiligheid ➢ Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering; ➢ Het plangebied ligt niet buitendijks. Voor het onderdeel regionale waterkeringen zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. ➢ Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Voor het onderdeel regionale waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing; ➢ Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Voldoende Water Wateroverlast Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunten wateroverlast: Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem.
Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer ' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Randvoorwaarde(n) wateroverlast Het plangebied ligt in landelijk gebied. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto met 42500 m2 toe. Deze toename is groter dan 2.500 m2. Hiervoor is compensatie noodzakelijk. Het plangebied is gelegen in een peilgebied waarbij 5,5% van de netto toename aan verharding als open water moet worden gecompenseerd. Dat betekent in dit geval dat er voor circa 2400 m2 aan nieuw water moet worden aangelegd. Dat zal gaan gebeuren. Langs alle randen worden nieuwe sloten gelegd met een breedte van 4 meter die zorg gaan dragen voor voldoende waterbergend vermogen. Ook wordt binnen
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 48 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
het plangebied nog voorzien in de aanleg van een wadi waar de eerste piek van regenbuien in kan worden opgevangen.
4.12
M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure, of een milieuvergunningsprocedure. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.2 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen, waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Qua aard, omvang en ligging is het bouwplan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Op 1 april 2011 heeft echter een wijziging van het Besluit m.e.r. plaatsgevonden. Daardoor is nu een beoordeling van een activiteit zoals die voorkomt op lijst D noodzakelijk, zelfs al is de omvang van de activiteit ver onder de drempelwaarde gelegen.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 49 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: • Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.beoordeling noodzakelijk; • Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van de potentiële effecten.
In de volgende tabel is opgesomd of er sprake is van significante nadelige invloed op het milieu. Archeologie
Er zijn geen archeologische vondsten waargenomen vanuit het uitgevoerde onderzoek.
Bodem
De bodem is geschikt voor de beoogde bedrijfsvoering.
Externe veiligheid
Vanuit externe veiligheid is er geen belemmering.
Ecologie
Vanuit het aspect ecologie is er geen belemmering, de gronden van de uitbreiding worden jaarlijks intensief gebruikt waardoor eventuele waardevolle soorten zich niet duurzaam zullen huisvesten.
Geluid
Er is een ontheffing hogere grenswaarde benodigd.
Milieuhinder
Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor het voorliggende plan
Luchtkwaliteit
Het project is aan te merken als Nibm, hetgeen betekent dat er geen nadelige invloed is op de luchtkwaliteit.
Water
Er zal rekening worden gehouden met de uitgangspunten van het watertoetsdocument.
Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 50 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
Verder hebben de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan verder kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 51 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
5
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting
5.1
Algemeen
Versie 01
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld.
Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan. Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. 5.2
Toelichting op de verbeelding De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van verbeelding en regels met de toelichting.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 52 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 5.3
De regels De regels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemming(en). Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen als dan niet gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. De bij dit plan behorende regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. In hoofdstuk 1 verklaard de begrippen die in de regels worden gebruikt. Het betreft begrippen die op meerdere wijze kunnen worden uitgelegd. Door de begrippen te verklaren, kunnen interpretatieverschillen worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven welke wijze bepaalde afmetingen moeten worden gemeten. In hoofdstuk 2 wordt de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden de bebouwingsmogelijkheden vermeldt. Hoofdstuk 3 bevat de bepalingen die in het algemeen van toepassing zijn. In hoofdstuk 4 komen het overgangsrecht en de slotregel aan de orde.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 53 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
6
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Versie 01
Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van het voornemen om het agrarische bouwblok op het perceel Zuidwesterringweg 10 te Nagele te vergroten. De kosten hiervoor alsook de kosten voor de noodzakelijk onderzoeken voor het voorliggende bestemmingsplan zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. De kosten voor de planbegeleiding wordt voorzien door middel van het heffen van leges. Door de herziening van het voor de betreffende gronden geldende bestemmingsplan is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 van de Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zullen door initiatiefnemer worden gedragen. Op basis van deze overweging moet het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht. 6.2
Burgerparticipatie Er hebben gesprekken plaatsgevonden tussen de gemeente en de omwonenden van het plan. Tijdens deze gesprekken hebben de omwonenden hun zorgen geuit over de plannen. Op basis van de zorgen van de omwonenden heeft Poppe Landbouw samen met zijn bouwkundig adviseur de plannen op het perceel deels gewijzigd, waarbij: • Een groenzone aan de wegzijde toegevoegd is; • Er voor is gekozen om een centrale inrit te hebben voor het plan en waarbij de bestaande inrit bij de woning komt te vervallen; • De optie om te komen tot een 2e woning op locatie is vervallen; • De mogelijkheid voor het realiseren van migrantenhuisvesting is vervallen.
6.3
Vooroverleg Door de provincie Flevoland is per brief van 18 mei 2022 een vooroverlegreactie ingediend. Vanuit de provincie is aangegeven dat een aantal aspecten nader moet worden onderbouwd. Het gaat daarbij om de volgende punten: 1. Aard van de activiteiten (er moet duidelijker worden aangegeven waar het zwaartepunt van de werkzaamheden ligt (agrarisch of bedrijfsmatig)); 2. Tweede bedrijfswoning is niet mogelijk voor de provincie; 3. Provinciaal beleid nader verwoorden; 4. Landschappelijke inpassing nader verwoorden in relatie met provinciaal beleid; 5. Bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen moet duidelijk worden welke hoogten het gaan zijn; 6. De onderzoeken archeologie, bodem, ecologie en geluid aanleveren bij de provincie; 7. De verkeersbewegingen nader uitwerken 8. Nader uitwerken m.e.r.-beoordeling. Naar aanleiding van deze overlegreactie zijn binnen het ontwerpbestemmingsplan de diverse gevraagde onderdelen nader uitgewerkt en onderzoeken zijn toegestuurd.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 54 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Versie 01
Vanuit het waterschap is per brief van 19 mei 2022 een vooroverlegreactie ingediend. In de brief wordt aangegeven dat het waterschap in een eerder stadium advies heeft afgegeven op basis van een andere voorstelling van zaken over het plan. De zaak waar het waterschap het in deze brief over heeft is over een andere casus aan de Zuidwesterringweg en heeft geen betrekking op dit plan. In de waterparagraaf van dit bestemmingsplan staat hetgeen vermeld zoals dat zou moeten zijn op basis van de ontvangen uitgangspuntennotitie van 24 december 2021. 6.4
Inspraak en overleg Ontwerpbestemmingsplan ter inzage Het ontwerpbestemmingsplan heeft van xxx tot en met xxx gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn wel/ geen zienswijzen ingediend.
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Gemeente Noordoostpolder
Blad 55 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 – verkennend bodemonderzoek
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Versie 01
Gemeente Noordoostpolder
Blad 56 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Bijlage 2 – Ecologische quickscan
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Versie 01
Gemeente Noordoostpolder
Blad 57 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Bijlage 3 – Stikstofberekening
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Versie 01
Gemeente Noordoostpolder
Blad 58 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Bijlage 4 – Vergunningcheck watertoets
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Versie 01
Gemeente Noordoostpolder
Blad 59 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Bijlage 5 – Advies vooroverleg provincie
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Versie 01
Gemeente Noordoostpolder
Blad 60 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Bijlage 6 – Advies vooroverleg waterschap
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Versie 01
Gemeente Noordoostpolder
Blad 61 van 61
Bestemmingsplan
November 2022
Zuidwesterringweg 10 te Nagele
Projectgegevens Project IMRO Projectnummer Versie Datum
: Bestemmingsplan Nagele, Zuidwesterringweg 10 : NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 : RB 50.037 : 01 : November 2022
RooBeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG Emmen www.roobeek-advies.nl
NL.IMRO.0171.BP00726-ON01 Toelichting
Versie 01
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl
maart ’22
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
Projectnummer:
21-M10154
Opdrachtgever:
Roobeek Advies
Datum:
01 maart 2022
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
datum
01 maart 2022
projectnummer
21-M10154
in opdracht van
Roobeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG Emmen
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
maart ’22
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 14
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 15 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 15
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 16
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 18 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 18
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 19
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 20
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 20
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 24
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 27
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 32
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 33
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
maart ’22
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van Roobeek Advies is in november / december 2021 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van het perceel sectie D nr. 2258 gelegen aan de Zuidwesterringweg naast nr. 10 te Nagele (gemeente Noordoostpolder). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw en uitbreiding t.b.v. een bestaand bedrijf op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
maart ’22
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
maart ’22
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie Hoogteligging
2. Bodemopbouw en geohydrologie
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
A 0
B 0
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓ ✓
C
D
✓
✓
✓
E ✓
F
G
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
0 ✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
maart ’22
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw en uitbreiding op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Noordoostpolder (via email d.d. 14-10-2021) • informatie uit voorgaande bodemonderzoeken; • Omgevingsrapportage Flevoland; • Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.