7.1.3 Bestemmingsplan Landelijk gebied, Zuidwesterringweg 10 te Nagele - Toelichting.pdf
Tekst van het document
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
Zuidwesterringweg, perceel sectie D nr. 2258 (ged.) naast nr. 10 Nagele Noordoostpolder Zie bijlage 1 X = 176,739 Y= 518,906 Gemeente Noordoostpolder, perceel sectie D nr. 2258 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 37.210 m2 De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het perceel sectie D nr. 2258 (ged.) gelegen aan de Zuidwesterringweg naast nr. 10 te Nagele. Op het adres Zuidwesterringweg nr. 10 is sinds 2002 een bedrijf in biologische landbouwproducten gevestigd. Van 1958 tot 2000 bedreef het bedrijf gangbare landbouw. De bestaande bebouwing op nr. 10 zal blijven bestaan c.q. worden uitgebreid. De onderhavige onderzoekslocatie betreft een deel van het landbouwperceel ten noorden van het bestaande erf (plangebied, zie figuur 1). Hier zullen o.a. nieuwe (bedrijfs)woningen en een kantoor worden gerealiseerd. De onderzoekslocatie is onbebouwd, onverhard en als akker in gebruik. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Tussen de percelen D 2258 en 2214 en tussen perceel D 2258 en het fietspad loopt een sloot/greppel. De slootbodem/waterbodem en de het slib in de sloten is in dit onderzoek niet onderzocht.
maart ’22
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
figuur 1: globale ligging onderzochte terreindeel (plangebied) Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG)
Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
Het onderzochte terreindeel (plangebied) is onbebouwd. Op het naastgelegen erf Zuidwesterringweg nr. 10 bevinden zich een woning en bijgebouw uit 1957 en twee bijgebouwen uit resp. 1991 en 2012. De onderzoekslocatie is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans". Uitbreiding van een bestaand bedrijf in biologische landbouwproducten.
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.
maart ’22
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Toekomstig
Vanaf 1962 is op de topografische kaarten voor het eerst Geen. bebouwing te herkennen op het erf van de Zuidwesterringweg nr. 10. Het onderzochte terreindeel (plangebied) ten noorden van het erf is voor zover bekend niet eerder bebouwd geweest. De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het perceel Geen. sectie D nr. 2258 (ged.) gelegen aan de Zuidwesterringweg naast nr. 10 te Nagele. Op het adres Zuidwesterringweg nr. 10 is sinds 2002 een bedrijf in biologische landbouwproducten gevestigd. Van 1958 tot 2000 bedreef het bedrijf gangbare landbouw. De bestaande bebouwing op nr. 10 zal blijven bestaan c.q. worden uitgebreid. De onderhavige onderzoekslocatie betreft een deel van het landbouwperceel ten noorden van het bestaande erf (plangebied, zie figuur 1). Hier zullen o.a. nieuwe (bedrijfs)woningen en een kantoor worden gerealiseerd. De onderzoekslocatie is onbebouwd, onverhard en als akker in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om de bestaande Geen. bebouwing uit te breiden / nieuwbouw toe te passen (zie figuur 2).
figuur 2: geplande nieuwe situatie t.p.v. het plangebied Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2.
maart ’22
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf 1954 is in de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te basis van herkennen. topografische De bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/ kaarten, gewijzigd. Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk woningen/boerderijen en agrarische toekomstig grond. Noord- en oostzijde: naastgelegen agrarische percelen; Zuidzijde: aangrenzende Zuidwesterringweg 10; Westzijde: erf van Zuidwesterringweg 9 en naastgelegen agrarische percelen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het perceel sectie D nr. 2258 (ged.) gelegen aan de Zuidwesterringweg naast nr. 10 te Nagele. Op het adres Zuidwesterringweg nr. 10 is sinds 2002 een bedrijf in biologische landbouwproducten gevestigd. Van 1958 tot 2000 bedreef het bedrijf gangbare landbouw. De bestaande bebouwing op nr. 10 zal blijven bestaan c.q. worden uitgebreid. De onderhavige onderzoekslocatie betreft een deel van het landbouwperceel ten noorden van het bestaande erf (plangebied, zie figuur 1). Hier zullen o.a. nieuwe (bedrijfs)woningen en een kantoor worden gerealiseerd. De onderzoekslocatie is onbebouwd, onverhard en als akker in gebruik. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, in het verleden niet eerder bebouwd geweest. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie alleen in gebruik geweest als agrarisch perceel/grasland. Tussen de percelen D 2258 en 2214 en tussen perceel D 2258 en het fietspad loopt een sloot/greppel. De slootbodem/waterbodem en de het slib in de sloten is in dit onderzoek niet onderzocht. Op het naastgelegen erf van Zuidwesterringweg 10 is als langere tijd een agrarisch bedrijf gevestigd. Afgelopen jaren is het bedrijf door verschuiving van werkzaamheden echter niet meer aan te merken als een volwaardig agrarisch bedrijf.
Het bedrijf legt zich voornamelijk toe op de handel in agrarische producten. De plannen voorzien voornamelijk in de ontwikkeling waarbij de bestemming wijzigt naar een bestemming Agrarische verwerkingsbedrijf.
Bouwvergunning
maart ’22
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is onbebouwd. T.b.v. de bestaande bebouwing op het naastgelegen erf zijn bouwvergunningen verleend.
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
Milieuvergunning
T.b.v. de onderzoekslocatie zijn geen milieuvergunningen verleend. T.b.v. het bedrijf aan de Zuidwesterringweg nr. 10 zijn de volgende (milieu)vergunningen geregistreerd: ■ 26-03-1996: melding van het van toepassing worden van het Besluit Akkerbouwbedrijven Milieubeheer op een reeds opgericht akkerbouw- of tuinbouwbedrijf (ref. nr. M96-100); ■ 09-05-2006: vergunning voor het installeren van bovengrondse propaanreservoirs (ref. nr. 2006/7709).
Handelsregister
Aanwezigheid brandstoftanks
■ 29-07-2011: melding goedgekeurd voor het bouwen van een loods voor opslag van landbouwproducten bij een bestaande inrichting, ref. nr. M0840-11096. De locatie Zuidwesterringweg 10 wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel als volgt vermeld: ▪ Poppe Landbouw: dienstverlening voor de akker- en/of tuinbouw en teelt van voedergewassen; ▪ BioQrops BV: groothandel in akkerbouwproducten; ▪ Gereformeerde Schoolvereniging Urk: basisschool (uitgeschreven). Op het perceel Zuidwesterringweg nr. 10 waren in het verleden twee bovengrondse tanks aanwezig. Het ging hierbij om een bovengrondse dieselolietank (inhoud 2.000 liter) en een bovengrondse gasolietank (inhoud 3.000 liter). De tanks lagen vlak tegen de grens van het onderzochte gebied (plangebied, zie figuur 3).
figuur 3: ligging (voormalige) tanks op het erf van nr. 10 Er is verder geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.
maart ’22
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
Aanwezigheid asbest
De onderzoekslocatie is onbebouwd. Op het naastgelegen erf aan de Zuidwesterringweg nr. 10 bevinden zich diverse gebouwen. Het meest westelijk gelegen gebouw bevat waarschijnlijk een dak dat verdacht is voor asbest (zie figuur 4).
figuur 4: Asbestdakenkaart Flevoland
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
maart ’22
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Tussen de percelen D 2258 en 2214 en tussen perceel D 2258 en het fietspad loopt een sloot/greppel. De slootbodem/waterbodem en de het slib in de sloten is in dit onderzoek niet onderzocht. Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Op het naastgelegen perceel Zuidwesterringweg nr. 10 staan de volgende mogelijk bodembedreigende activiteiten geregistreerd: ▪ bestrijdingsmiddelenopslagplaats (1988-onbekend); ▪ dieselpompinstallatie (1988-onbekend); ▪ bovengrondse dieseltank (1974-onbekend).
Op het adres Zuidwesterringweg nr. 9 ▪ bestrijdingsmiddelenopslagplaats (1982-onbekend); ▪ bovengrondse dieseltank (1982-onbekend). In de directe omgeving van de locatie bevinden zich enkele woningen, boerderijen en agrarische grond. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► Niet bekend.
Omgeving <25 m
► Niet bekend.
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
► Niet bekend.
maart ’22
► De locatie bevindt zich in de zone buitengebied.
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 2-5 m-NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-5 5-8 8-13
beschrijving
formatie
complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
Holocene afzettingen, complexe eenheid Boxtel Kreftenheye
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Noordoostpolder, perceel sectie D nr. 2258 (ged.) Niet nagegaan.
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
maart ’22
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie (het beoogde plangebied) in het verleden niet eerder bebouwd is geweest. De onderzoekslocatie is in het verleden, voor zover bekend, alleen in gebruik geweest als agrarische grond. De opdrachtgever is voornemens om de bestaande bebouwing uit te breiden / nieuwbouw toe te passen (zie figuur 2). Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v.
de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor grootschalige onverdachte locaties (ONV-GR-NL) (literatuur 1). Bij het plaatsen van een van de peilbuizen is rekening gehouden met de posities van vm. brandstoftanks die gelegen waren op het erf aan de Zuidwesterringweg 10. Tussen de percelen D 2258 en 2214 en tussen perceel D 2258 en het fietspad loopt een sloot/greppel. De slootbodems (waterbodem) vallen buiten de scope van dit verkennend codemonderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd. In dit onderzoek is t.p.v. de bestaande sloten geen waterbodemonderzoek volgens NEN-5720 en protocol 2003 uitgevoerd. In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 37.210 m2)
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-GR-NL
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht. maart ’22
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001)
dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 25-11-2021 (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie
dhr. H. van Kuik 23-12-2021 (erkend en geregistreerd) dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 25-11-2021 (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering geen bijzonderheden
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
21
ca.0.5
10 t/m 30
4
ca.2.0
6 t/m 9
5
max. 4.1
1 t/m 5
Onderzoekslocatie (ca. 37.210 m2) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuizen zijn opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich een blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuizen zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
maart ’22
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-0.9 0.9-1.8 1.8-2.8 2.8-3.8 3.8-4.1
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
klei klei klei veen klei zand
sterk siltig sterk siltig zwak siltig, sterk humeus matig zwak siltig zwak siltig, matig fijn
bruin/grijs bruin/grijs donkerbruin donkerbruin grijs grijs
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1 2 3 4 5
2.8-3.8 3.1-4.1 3.1-4.1 3.1-4.1 3.1-4.1
1.62 1.74 1.73 1.67 1.82
5 5 5 5 5
6.7 7.3 6.6 6.8 6.9
EGV geleidingsvermogen µS/cm 1.270 1.410 990 1.290 1.170
troebelheid (NTU) 8 17 23 14 6
In de genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuizen slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waardes voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen
maart ’22
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
maart ’22
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen zijn grondwatermonsters genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema Monstercode grond
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
MM1 MM2 MM3 MM4 MM5 MM6 grondwater
1+2+6+10 t/m 16 3+7+8+17 t/m 23 4+5+9+24 t/m 27+29+30 1+2+3+6+8 4+5+7+9 2+3+4+5+7+8+9
0.0-0.5 0.0-0.5 0.0-0.5 0.6-2.0 0.9-1.9 0.5-1.1
-
NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000
1 (peilbuis) 2 (peilbuis) 3 (peilbuis) 4 (peilbuis) 5 (peilbuis)
1 2 3 4 5
2.8-3.8 3.1-4.1 3.1-4.1 3.1-4.1 3.1-4.1
-
NEN-grondwater(**) NEN-grondwater(**) NEN-grondwater(**) NEN-grondwater(**) NEN-grondwater(**)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
maart ’22
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
maart ’22
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 14 en 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 88890908#21-M10154-Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele Certificaten 1279213 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 21 februari 2022 08:54 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-umg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
maart ’22
T
I
Monster 6966815 Monster 6966816 Monster 6966817 MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 06: 0-40, 10: 0-40, 11: 0-40, 12:MM2, 03: 0-50, 07: 0-40, 08: 0-40, 17: 0-40, 18: 0-40, 19:MM3, 04: 0-50, 05: 0-50, 09: 0-40, 24: 0-40, 25: 0-40, 26: Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,001 Max. Bodemindex 0 Voldoet aan AchtergrondwaaToetsoordeel Voldoet aan AchtergrondwaaToetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaa Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 3 14
10 25
83,7
83,7
0 0
2,4 13,6
10 25
@
0
79,1
79,1
@
0 0
3 11,3
10 25
0
79,7
79,7
@
0
0 0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
48 0,38 5,7 15 0,12 31 < 1.5 17 93
74 0,53 8,7 21 0,14 39 < 1.0 25 130
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
59 0,37 5,7 13 0,14 31 < 1.5 17 86
93 0,53 8,8 19 0,17 40 < 1.0 25 130
@ 0 0 0 0 1.1 AW(WO) 0,001 0 0 0 0
41 0,31 5,9 13 0,1 26 < 1.5 18 77
73 0,45 10 20 0,12 34 < 1.0 30 120
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
190
2595
5000
< 35
< 82
-
0
< 35
< 100
-
0
< 35
< 82
-
0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,065 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 0,065 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,38
0,38
0
0,35
< 0.35
0
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0023 < 0.0023 < 0.0023 < 0.0023 < 0.0023 < 0.0023 < 0.0023
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0029 < 0.0029 < 0.0029 < 0.0029 < 0.0029 < 0.0029 < 0.0029
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0023 < 0.0023 < 0.0023 < 0.0023 < 0.0023 < 0.0023 < 0.0023
0,005
< 0.016
0
0,005
< 0.020
0
0,005
< 0.016
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
-
-
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid AW Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 kobalt (Co) mg/kg ds 15 koper (Cu) mg/kg ds 40 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 lood (Pb) mg/kg ds 50 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 zink (Zn) mg/kg ds 140 Minerale olie minerale olie (florisil clean-umg/kg ds 190 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02 Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) N.B.
T
I
Monster 6966818 Monster 6966819 Monster 6966820 MM4, 01: 100-150, 01: 150-180, 02: 110-150, 02: 150-20MM5, 04: 90-140, 04: 140-190, 05: 90-140, 05: 140-190,MM6, 02: 60-110, 03: 50-100, 04: 50-90, 05: 50-90, 07: 50 Max. Bodemindex 0,108 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,046 Voldoet aan AchtergrondwaaToetsoordeel Voldoet aan AchtergrondwaaToetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaa Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 25 12,4
10 25
34,2
34,2
@
0 0
7,7 12,2
10 25
0
58
58
0 0
7,1 6,7
10 25
0 0
@
0
64,2
64,2
@
0
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
83 0,21 7,8 13 0,07 18 < 1.5 27 48
140 0,16 13 12 0,07 18 < 1.0 42 54
@ 0 0 0 0 0 0 0 1.2 AW(IND) 0,108 0
46 < 0.2 4,7 7 < 0.05 < 10 < 1.5 15 30
78 < 0.17 7,8 9,4 < 0.04 <9 < 1.0 24 43
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
44 < 0.2 5,4 8,8 < 0.05 13 < 1.5 18 37
110 < 0.18 13 14 < 0.05 17 < 1.0 38 64
@ 0 0 0 0 0 0 0 1.1 AW(WO) 0,046 0
2595
5000
180
72
-
0
110
140
-
0
36
51
-
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,35
< 0.14
0
0,35
< 0.35
0
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.00028 < 0.00028 < 0.00028 < 0.00028 < 0.00028 < 0.00028 < 0.00028
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.00091 < 0.00091 < 0.00091 < 0.00091 < 0.00091 < 0.00091 < 0.00091
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.00099 < 0.00099 < 0.00099 < 0.00099 < 0.00099 < 0.00099 < 0.00099
0,005
< 0.0020
0
0,005
< 0.0064
0
0,005
< 0.0069
20,75
0,51
40
1
-
-
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
-
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
maart ’22
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 16: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster MM1
Boringen 1+2+6+10 t/m 16
Diepte 0.0-0.5
Zintuiglijk -
>AW -
>T -
>I -
Indicatieve toetsing Bbk* Achtergrondwaarde*
MM2
3+7+8+17 t/m 23
0.0-0.5
-
kwik
-
-
Wonen*
MM3
4+5+9+24 t/m 27+ 29+30
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM4
1+2+3+6+8
0.6-2.0
-
nikkel
-
-
Industrie*
MM5
4+5+7+9
0.9-1.9
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM6
2+3+4+5+7+8+9
0.5-1.1
-
nikkel
-
-
Wonen*
>AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Het licht verhoogd aangetoonde gehalte kwik (zware metalen) in bovengrondmengmonster MM2 is op basis van zintuiglijke waarnemingen niet te relateren aan bodemvreemde afwijkingen. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonsters MM4 en MM6 bevatten een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Ondergrondmengmonster MM5 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. De licht verhoogd aangetoonde gehalten nikkel (zware metalen) in de ondergrondmengmonsters MM4 en MM6 zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen niet te relateren aan bodemvreemde afwijkingen. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem.
maart ’22
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
Zware metalen, zoals cadmium, koper, kobalt, kwik, lood, nikkel en zink, bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie. In dit geval kan de aanwezigheid van zware metalen mogelijk een relatie hebben met het gebruik van dierlijke mest.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
maart ’22
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 17 en 18 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 17: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 92699409#21-M10154-Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele Certificaten 1291737 Toetsing T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb Toetsversie BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 21 februari 2022 08:56 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-uµg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchlµg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoforµg/l
maart ’22
T
I
Monster 7003801 Pb1, 01-Pb1: 280-380 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
320 < 0.2 17 2,4 < 0.05 <2 <2 13 32
6.4 S -
0,47 0 0 0 0 0 0 0 0
230 < 0.2 3,4 <2 < 0.05 <2 <2 3,4 27
4.6 S -
0,313 0 0 0 0 0 0 0 0
160 < 0.2 3,1 <2 < 0.05 <2 <2 <3 < 10
3.2 S -
0,191 0 0 0 0 0 0 0 0
325
600
< 50
-
0
< 50
-
0
< 50
-
0
15,1 77 35,005
30 150 70
-
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
-
300 1000
0 0 0 0 0 0 0
-
153 503,5
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
35,1
70
0,2
-
0
0,2
-
0
0,2
-
0
150,005 65,005 453,5 5,005
300 130 900 10
-
500,005 2,505 20,005 5,005
1000 5 40 10
262 203
500 400
-
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
400
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
-
203,5
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
10,005 40,4
20 80
0,1 0,4
-
0,007 0
0,1 0,4
-
0,007 0
0,1 0,4
-
0,007 0
630
< 0.2
@
0
< 0.2
@
0
< 0.2
@
0
Monster 7003802 Pb2, 02-Pb2: 310-410 0,47 Max. Bodemindex Overschrijding StreefwaardeToetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.
Monster 7003803 Pb3, 03-Pb3: 310-410 0,313 Max. Bodemindex Overschrijding StreefwaardeToetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.
0,191 Overschrijding Streefwaarde T.Oordeel B.Index
-
-
-
-
-
-
-
-
-
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
tabel 18: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-uµg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchlµg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoforµg/l Legenda @ xS N.B.
T
I
Monster 7003804 Pb4, 04-Pb4: 310-410 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
230 < 0.2 <2 <2 < 0.05 <2 <2 <3 < 10
4.6 S -
0,313 0 0 0 0 0 0 0 0
280 < 0.2 <2 <2 < 0.05 <2 <2 <3 < 10
5.6 S -
0,4 0 0 0 0 0 0 0 0
325
600
< 50
-
0
< 50
-
0
15,1 77 35,005
30 150 70
-
300 1000
0 0 0 0 0 0 0
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
-
153 503,5
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
35,1
70
0,2
-
0
0,2
-
0
150,005 65,005 453,5 5,005
300 130 900 10
-
400
500,005 2,505 20,005 5,005
1000 5 40 10
262 203
500 400
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
203,5
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
10,005 40,4
20 80
0,1 0,4
-
0,007 0
0,1 0,4
-
0,007 0
630
< 0.2
@
0
< 0.2
@
0
Monster 7003805 Pb5, 05-Pb5: 310-410 0,313 Max. Bodemindex Overschrijding StreefwaardeToetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.
0,4 Overschrijding Streefwaarde T.Oordeel B.Index
-
-
-
-
-
-
Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde x maal Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
maart ’22
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
interpretatie resultaten grondwater In tabel 19 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. tabel 19: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster
Diepte filter
Zintuiglijk
>S
>T
>I
1 (peilbuis) 2 (peilbuis) 3 (peilbuis) 4 (peilbuis) 5 (peilbuis)
2.8-3.8 3.1-4.1 3.1-4.1 3.1-4.1 3.1-4.1
-
barium barium barium barium barium
-
-
Legenda >S
overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
peilbuis 1 (2.8-3.8 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. peilbuis 2 (3.1-4.1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. peilbuis 3 (3.1-4.1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. peilbuis 4 (3.1-4.1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. peilbuis 5 (3.1-4.1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen.
Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.
maart ’22
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 20. tabel 20: samenvatting toetsingsresultaten Mengmonster grond
Boringen
Diepte
Zintuiglijk >AW of >S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
MM1
1+2+6+10 t/m 16
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM2
3+7+8+17 t/m 23
0.0-0.5
-
kwik
-
-
Wonen*
MM3
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM4
4+5+9+24 t/m 27+ 29+30 1+2+3+6+8
0.6-2.0
-
nikkel
-
-
Industrie*
MM5
4+5+7+9
0.9-1.9
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
2+3+4+5+7+8+9 Grondwater
0.5-1.1
-
nikkel
-
-
Wonen*
Pb1
1
2.8-3.8
-
barium
-
-
n.v.t.
Pb2
2
3.1-4.1
-
barium
-
-
n.v.t.
Pb3
3
3.1-4.1
-
barium
-
-
n.v.t.
Pb4
4
3.1-4.1
-
barium
-
-
n.v.t.
Pb5
5
3.1-4.1
-
barium
-
-
n.v.t.
MM6
Legenda >AW / >S
overschrijding achtergrondwaarde of streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
maart ’22
27
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonsters MM4 en MM6 bevatten een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Ondergrondmengmonster MM5 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (2.8-3.8 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 2 (3.1-4.1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
peilbuis 3 (3.1-4.1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 4 (3.1-4.1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 5 (3.1-4.1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) worden in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
maart ’22
28
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 21 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 21: toetsing hypothese Locatie
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
Zuidwesterringweg naast nr. 10 te Nagele
onverdacht
nee, verhoogde gehalten aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. De grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevatten plaatselijk enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. De licht verhoogd gemeten gehalten overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor naar onze mening geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.
maart ’22
29
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuidwesterringweg naast 10 te Nagele
Aanbevelingen 1●) Tussen de percelen D 2258 en 2214 en tussen perceel D 2258 en het fietspad loopt een sloot/greppel. De slootbodems (waterbodem) en sliblagen t.p.v. de sloten vallen buiten de scope van dit verkennend bodemonderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd. In het kader van dit onderzoek is geen waterbodemonderzoek volgens NEN-5720 en protocol 2003 uitgevoerd. Geadviseerd wordt om met het bevoegd af te stemmen of waterbodemonderzoek t.p.v. de sloten (bv. voordat deze worden gedempt) al dan niet noodzakelijk is. 2●) Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit.