6.1 Bestemmingsplan Landelijk gebied Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL).pdf
Tekst van het document
Voor de grijze kleur geldt een onderzoeksplicht van 10.000 m2 of meer en de witte gebieden zijn vrijgegeven voor archeologisch onderzoek. Mocht met dit bestemmingsplan sprake zijn van bepaalde ingrepen binnen een bepaalde archeologische zone waarbij de drempelwaarde wordt overschreden, dan zal op dat moment archeologisch onderzoek nodig zijn. Hiervoor wordt in de regels van dit bestemmingsplan de archeologische dubbelbestemming opgenomen. Indien bij de bodemingrepen archeologische resten worden aangetroffen geldt op grond van de Erfgoedwet een meldingsplicht.
Figuur 10 Uitsnede Archeologische Beleidsadvieskaart gemeente Noordoostpolder bestemmingsplan (ontwerp)
53
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
Uit de beleidsadvieskaart blijkt dat in het plangebied drie beleidscategorieën voorkomen, namelijk WA-5, WA-6 en WA-7. De witten gebieden zijn inmiddels door middel van archeologisch onderzoek is vrijgegeven.
Op basis van de archeologische beleidsadvieskaart is een beschermende regeling ten aanzien van archeologische resten opgenomen. Hiermee zijn potentiële archeologische resten beschermd. Gelet op de ruime vrijstellingsgrenzen is het plan uitvoerbaar binnen deze kaders.
Scheepswrak Kogge NT25 Binnen het plangebied is de vindplaats van een scheepswrak bekend. In 2007 stuitte men tijdens het graven van een waterpartij op het terrein op dit scheepswrak uit de 14e eeuw. Toen werd een zogenaamde stevenhaak en enkele inhouten (spanten) gevonden die typerend zijn voor de middeleeuwse kogge. In 2010 is het schip op de vindplaats in Kraggenburg onderzocht. Het doel van het archeologisch onderzoek is meer inzicht te krijgen over de handel in de middeleeuwen. Tevens is het onderzoek gericht om meer informatie over het wrak en de vindplaats te verzamelen en om een aantal gegevens vast te stellen De kogge was het eerste zeewaardige schip uit de late middeleeuwen dat handelsbetrekkingen tussen de Hanzesteden zoals bijv. Zwolle en Kampen met o.a. Duitse steden rond de Oostzee mogelijk maakte. Verschillende steden hadden zich in die periode aangesloten bij de Hanze, een samenwerkingsverband van handelaren en steden, met als doel het veilig stellen van economische belangen. Veel van deze steden voerden de kogge als beeltenis op hun stadszegels. De kogge is dan ook duidelijk verbonden met de bloeiperiode van de Hanze, van de dertiende tot aan het begin van de vijftiende eeuw. Het schip is voldoende onderzocht en gedocumenteerd. De vindplaats is binnen het recreatiegebied als zodanig aangeduid.
In dit bestemmingsplan is een aanduiding opgenomen, om te voorkomen dat deze vindplaats onverhoopt wordt aangetast.
4.5
Landschap en cultuurhistorie
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Nationaal erfgoed Binnen het plangebied zijn geen specifiek beschermde cultuurhistorische waarden, zoals monumenten, aanwezig (met uitzondering van het gemeentelijk monument zoals verderop in deze paragraaf beschreven). Wel heeft het ontstaan van het landschap van de Noordoostpolder een bijzondere
54
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL) geschiedenis, het een behoudenswaardige status geeft. Het Voorsterbos, de Leemringweg en de Zwolse Vaart zijn hier belangrijke structuurelementen. Ook de vier erven, die twee-aaneen gekoppeld zijn, zijn oorspronkelijke erven zijn kenmerkend voor de Noordoostpolder. De erven zijn sinds de aanleg van de polder aanwezig. De Noordoostpolder is op grond van de volgende karakteristieken aangemerkt als nationaal erfgoed: grootschalige droogmakerij met verspreide, rationeel geordende agrarische bebouwing en erven; ring van dorpen rond de hoofdkern Emmeloord; functioneel patroon van wegen en waterwegen met bijbehorende beplantingsprofielen. Waardering Netl Het Voorsterbos, de Zwolse Vaart en de Leemringweg zijn cultuurhistorische landschapselementen die al bij de oorspronkelijke inrichting van de Noordoostpolder zijn aangelegd. Het gaat in zijn geheel om kunstmatig c.q. planmatig aangelegd landschap. In het begin van de 21s te eeuw is het Voorsterbos aan de oostzijde van de Zwolse Vaart uitgebreid onder de naam Wendelbos. Deze ontwikkeling is globaal parallel gelopen aan de ontwikkeling van het recreatieterrein binnen het plangebied, waarmee de besloten bosrijke omgeving naar het noorden is uitgebreid.
Voor Netl geldt dat het geheel kunstmatig aangelegde glooiende natuurlandschap als bijzonder 'gebiedseigen' kan worden aanmerkt. Overige waarden In de ondergrond van Flevoland bevinden zich sporen van zeer oude, fossiele landschappen. Deze aardkundige elementen vertellen de geschiedenis van de Flevolandse bodem. In alle drie polders van Flevoland zijn er aardkundig waardevolle gebieden. Binnen deze gebieden zijn negen sterlocaties aangewezen, die uitblinken door hun gaafheid, zeldzaamheid of combinatie met archeologische en landschappelijke waarden. Het gaat om rivierduinen en stroomgeulen bij Swifterbant en in de Noordoostpolder, een unieke laag eemveen bij Kraggenburg. Het plangebied ligt in het stroomgebied van de Oer-Vecht en rivierduinen. Dit is niet aangewezen als sterlocatie. De uitvoering van de plannen doet geen afbreuk aan de aardkundige waarden van de omgeving. Bij grotere ingrepen wordt, conform het gemeentelijk beleid, archeologisch onderzoek verlangd. Daarnaast liggen in het plangebied de voor Flevoland kenmerkende landbouwdrains. Deze drains vertegenwoordigen een plek in de ontstaansgeschiedenis van het gebied, maar zijn voldoende gedocumenteerd. Nader onderzoek of bescherming hiernaar en hiervan is niet nodig.
Conclusie landschap De inrichting van Netl volgt nog in enige mate de principes van de Polder, waarbij de oorspronkelijke erven nog steeds als zodanig herkenbaar zijn en door de Zwolse Vaart en de Leemringweg de oorspronkelijke structuren als herkenbaar worden gemaakt. Daarmee is wordt op een zeer adequate wijze rekening gehouden met de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de polder. Verder maakt het plangebied deel uit van het kunstmatig c.q. planmatig aangelegd landschap van het Voorsterbos en sluit hierop aan.
Cultuurhistorische en monumentale waarden Het voormalige agrarische perceel Leemringweg 21-I is vanwege het gave oorspronkelijke karakter op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst, samen met het naastgelegen erf Leemringweg 21-II. Dit agrarisch complex Leemringweg 21-I en 21-II is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische en de architectonische waarde. Het agrarisch complex heeft cultuurhistorische waarde omdat zowel de dubbele woning, waarvan de helft binnen het plangebied ligt, als de schuren behoren tot de types die speciaal zijn ontworpen voor de Noordoostpolder. Als zodanig zijn ze tevens een bijzondere uitdrukkingen van een geografische en landschappelijke ontwikkeling. Ze zijn bovendien van belang vanwege hun pionierskarakter.
bestemmingsplan (ontwerp)
55
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de specifieke vormgeving en detaillering van de complexonderdelen, die zeer kenmerkend zijn voor de landelijke bouwkunst in de Noordoostpolder. Het complex heeft ensemblewaarde vanwege de visuele en functionele samenhang tussen de samenstellende onderdelen, vanwege de bijzondere relatie met de verkaveling en de overige landelijke bebouwing van de polder en als onderdeel van een omvangrijk geheel, dat van (inter)nationaal belang is. Het boerderijcomplex is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en vanwege de redelijke mate van gaafheid van de buitenkant.
De in het plangebied aanwezige gemeentelijke monument is met een aanduiding op de plankaart opgenomen, met een regeling in de voorschriften, die moet voorkomen, dat het zicht op het monument verdwijnt. Die houdt in dat het college van B&W nadere eisen kunnen stellen aan de plaats en afmetingen van bouwwerken, die binnen 30 m van het monument gebouwd worden.
4.6
Water
Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure 'geen waterschapsbelang' en de 'korte procedure' zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De 'normale procedure' is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is vroegtijdige actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig.
Deze waterparagraaf gaat in op relevante waterhuishoudkundige aspecten. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn Waterveiligheid, Voldoende water en Schoon water.
Wet- en regelgeving en beleid De belangrijkste wet- en regelgeving en beleid op het gebied van water is hier opgenomen. KRW De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het
56
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL) grondwater.
Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren.
Nationaal Water Programma Het Nationaal Water Programma bestaat uit het landelijke en regionale waterbeleid, vastgesteld op basis van de Waterwet en de Wet Ruimtelijke Ordening. In het plan zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en -beheer beschreven voor de periode 2022-2027. Het programma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Het programma geeft invulling aan de Europese richtlijnen waaronder de KRW, Richtlijn overstromingsrisico's, de Kaderrichtlijn Mariene Strategie en de EU-richtlijn Marine Spatial Planning. Het programma geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten.
Watervisie en Waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland De Watervisie verbindt waterthema's en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Investeringen in het watersysteem zorgt dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater.
Deze Waterparagraaf gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterkwantiteit, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Proces van de watertoets De ontwikkeling is via digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap, in dit geval het Waterschap Zuiderzeeland. Vanwege de specifieke aard van het plan is een nauwere betrokkenheid van het waterschap noodzakelijk. Hierna worden per aspect de effecten van het plan op de waterhuishouding behandeld. Dit bestemmingsplan is overlegd met het waterschap. Het waterschap heeft een wateradvies afgegeven. Zie daarvoor bijlage 10. Op basis van dit advies is de definitieve waterparagraaf in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Op basisvan het wateradvies heeft het waterschap verder aangegeven dat in het kader van de watertoets de korte procedure van toepassing is.
bestemmingsplan (ontwerp)
57
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
Het aspect waterveiligheid is buiten beschouwing gelaten, omdat het plangebied niet nabij primaire of regionale waterkeringen ligt. Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunt Als uitgangspunt voor de nieuwbouw geldt het principe 'waterneutraal bouwen'. Bij ingrijpend wijzigen van de bestaande situatie door het aanbrengen van verhard oppervlak (gebouwen en verharding) en het dempen van bestaande watergangen moeten compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied. Tijdens neerslaggebeurtenissen moet het recreatieterrein voldoende zijn berekend op het voldoende kunnen bergen en het daarbij voorkomen van afwenteling naar het omliggend gebied. Het plangebied moet zelf 'zijn eigen broek ophouden' om het aangrenzend gebied niet te confronteren met wateroverlast ten gevolge van de planontwikkeling. In het plan is in 2007 een grote oppervlakte water gegraven, die fungeert als recreatieplas, maar ook als een soort 'compensatie op voorhand'. De oppervlakte hiervan is ongeveer 32.000 m2 (circa 4,4 hectare met circa 1,2 hectare eilanden). Uitgaande van een gemiddelde compensatienorm van 5% van verhard oppervlak, biedt dit voldoende waterberging voor circa 64 hectare verharding.
Dit betekent dat het gehele terrein verhard zou kunnen worden. In de praktijk wordt spaarzaam omgegaan met verharding. Bovendien is de verharding diffuus, met veel mogelijkheden voor infiltratie. Geconcludeerd wordt dat bij een referentiebui, rekening houdend met de door het KNMI geschetste scenario's voor toekomstige ontwikkeling van het klimaat, ruimschoots wordt voldaan aan de daarvoor gevraagde wateropgave. Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste gronden oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Uitgangspunten Het watersysteem binnen het plangebied is gesloten, waarbij de enige verbinding met de Zwolse Vaart bestaat uit een pomp waarmee de initiatiefnemer water uit de Zwolsche vaart pompt indien dit nodig is. Dit gebeurt alleen in zeer droge periode's of als de iniatiefnemer het vermoeden van blauw algt heeft om het gebied sneller te laten doorlopen. Aan de andere kant staan duikers waarmee het waterpeil in de gaten gehouden kan worden.
Hiermee wordt vooromen dat water te snel het plangebied uitstroomt. Binnen het plan wordt rekening gehouden met voldoende drooglegging. Er zijn geen structureel nadelige gevolgen aanwezig voor en door (grond)water in de omgeving.
Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater bieden leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van
58
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL) deze wateren vormt hier geen belemmering voor. In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. Uitgangspunten Het gebruik van uitlogende bouwmaterialen, bijvoorbeeld zinken dakgoten, wordt vermeden. De Zwolse Vaart maakt onderdeel uit van het KRW waterlichaam Vaarten NOP, Dit waterlichaam heeft de status M6b Kunstmatig. De chemische toestand van het water is in 2019 slecht te noemen. De Ecologische toestand van het water wordt in 2019 beoordeeld met matig tot goed. In het verleden zijn diverse maatregelen uitgevoerd ter verbetering van de waterkwaliteit. Er staan voor de periode 2022 t/m 2027 geen maatregelen op de planning. De ontwikkelingen binnen het plangebied hebben geen negatieve invloed op de KRW doelstellingen en of maatregelen. Stagnant water in het gesloten watersysteem moet worden voorkomen. Dit is in een recreatiegebied in het bijzonder van belang vanwege het gebruik als zwemwater. Doordat de waterpartij daarnaast aanvulling krijgt voor het te ontvangen hemelwater, vindt voldoende verversing plaats om de waterkwaliteit op het gewenst niveau te houden. Verversing van het watersysteem vindt ook plaats door oppervlaktewater uit de Zwolsevaart in te laten.
Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Uitgangspunten Goed omgaan met afvalwater. Alle vrijkomende stedelijk afvalwater op het perceel wordt aangesloten op een aan te leggen riolering. De gemeente sluit de riolering aan op de openbare riolering in de Leemringweg.
Hemelwater Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunt Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. Het stedelijke/huishoudelijk afvalt water wordt aangesloten op het riool. Als er een evenement is komt het wel eens voor dat er mobiele units komen. Het afval water gaat dan per as van het terrein af.
Het schone hemelwater afkomstig van daken wordt in de grond geïnfiltreerd en geloosd in bestemmingsplan (ontwerp)
59
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL) het eigen oppervlakte water. Een deel komt terecht in wad's. Op veel plekken op het terrein zijn wadi's aangelegd om overtollig water heen te laten lopen en zo bijvoorbeeld de camping plekken droeg te houden.
4.7
Bodem
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Gezien het huidige recreatieve functiegebruik in het plangebied is het niet aannemelijk dat er verontreinigingen in de bodem zijn ontstaan. Het omgevingsaspect bodem vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling die in dit bestemmingsplan centraal staat. In 2006 is voor het terrein een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Oranjewoud, projectnr. 160988) uit dit bodemonderzoek blijkt dat de bodem en grondwater geen noemenswaardige verhoogde concentraties bevat. Hoewel het onderzoek verouderd is wordt vanwege de huidige activiteiten, niet verwacht dat de bodemkwaliteit een nadelig effect zal hebben. Bij werkzaamheden in de bodem, bijvoorbeeld voor het realiseren van gebouwen of nieuwe waterpartijen zal opnieuw de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Indien er toch sprake zal zijn van een verontreiniging, zal deze worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Met de voorgenomen ontwikkeling worden werkzaamheden in de bodem uitgevoerd. Hierbij wordt uitgegaan dat grondverzet binnen het plangebied plaatsvindt.
Er wordt geen grond aan- of afgevoerd waardoor er sprake is van een gesloten grondbalans. Er worden dan ook geen nadelige milieueffecten verwacht.
4.8
Wegverkeerslawaai
Wet geluidhinder Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De Wet geluidhinder kent een systeem van voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden, van toepassing op woningen, andere geluidsgevoeige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen. Waarden hoger dan de voorkeursgrenswaarde worden vastgelegd als hogere waarde (HW). De Wet geluidhinder grijpt aan bij het realiseren van woningen binnen de zone van een weg, de reconstructie van een weg of de aanleg van nieuwe wegen. Het recreatieterrein is op grond van de Wet geluidhinder/Besluit geluidhinder geen geluidsgevoelig terrein. Daarnaast worden er geen wegen aanlegd, wegen gereconstrueerd, dan wel nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Verkeersaantrekkende werking Het plan genereert extra verkeer. Ten opzichte van de huidige verkeersgeneratie neemt dit toe tot 789 mvt/etmaal (zie par. 4.1). De huidige verkeersintensiteit op de Leemringweg bedraagt ca. 2.400 mvt/etmaal. Door het extra verkeer neemt de geluidemissie vanwege de Leemringweg toe.
Vanuit de Wet geluidhinder is daarvoor geen toetsingscriterium (het zogenaamde Handhavingsgat). Gebruikelijk is om voor de aanvaardbaarheid van de toename aansluiting te zoeken bij het reconstructiecriterium van de Wet geluidhinder, zijnde 1,5 dB dan wel een toename van ca. 40%.
Omgevingswet
60
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
De Leemringweg is een provinciale weg. Voor de beheersing van het geluid van provinciale wegen wordt onder Omgevingswet het systeem van geluidproductieplafonds gehanteerd. Daarmee geldt een strikte scheiding tussen een geluidbron en zijn omgeving, waarmee er ook voor wordt gezorgd dat duidelijk is welk bestuursorgaan verantwoordelijk is voor het treffen van maatregelen bij dreigende overschrijding of overschrijding van de plafonds. Het geluidproductieplafond wordt vastgesteld door een bestuursorgaan in een voor beroep vatbaar besluit. De geluidproductieplafonds geven duidelijkheid aan de omgeving. Rond de geluidbronnen met een GPP ligt een aandachtsgebied, waar het geluid boven de standaardwaarde uitkomt. In dat gebied moet men bij het toelaten van nieuwe gebouwen en het aanbrengen van geluidsisolatie bij het bouwen van gebouwen uitgaan van het geluid dat hoort bij vastgestelde geluidproductieplafond. De geluidproductieplafonds worden gebaseerd op verkeersintensiteiten van het basisjaar en een werkruimte van 1,5 dB. Er kan al rekening worden gehouden met toekomstige ontwikkelingen.
4.9
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM1 0 ) en stikstofdioxide (NO2 ) gehanteerd. De huidige luchtkwaliteit langs wegen wordt bepaald aan de hand van de NSL-monitoringstool van de Rijksoverheid. In de gemeente Noordoostpolder is alleen langs de belangrijkste hoofdwegen (A6) de luchtkwaliteit bepaald. Langs deze weg is sprake van een NO2 concentratie van 18 à 19 ug/m3 en een PM1 0 van 15 ug/m3 . Dit is de minimale waarde. De fijne fractie PM2 ,5 is bepaald op ongeveer 8 ug/m3 . De norm voor fijnstof is 40 ug/m3 voor de PM1 0 en 25 ug/m3 voor de PM2 ,5 . Op basis van de in paragraaf 4.1 berekende maximale verkeersgeneratie (circa 789 mvt/etmaal) valt het plan niet binnen de NIBM-regeling. Op basis van de worst-case berekening op basis van de NIBM-tool van het RIVM is er sprake van toename van een NO2 uitstoot van 2,3 ug/m3 . Voor PM1 0 is dit 0,45 ug/m3 . Gelet op de zeer lage huidige concentraties ten opzichte van de norm, wordt geconcludeerd dat de luchtkwaliteit ook met de maximale invulling van Netl ruim binnen de normen blijft. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
4.10 Externe veiligheid 4.10.1
Algemeen
Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Binnen de inrichting van Netl worden geen risicovolle objecten voorgesteld. Het plan heeft
bestemmingsplan (ontwerp)
61
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL) dan ook geen negatief effect op de externe veiligheidssituatie. In de directe omgeving van het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, de weg, het water of door buisleidingen. Volgens de professionele risicokaart zijn er op enige afstand van het plangebied risicovolle inrichtingen gelegen (figuur 11).
Figuur 11 Uitsnede professionele risicokaart De dichtstbijzijnde betreft de bovengrondse opslag van propaan (maximaal 3.000 liter) op het perceel Leemringweg 18. De PR 10-6 contour van de bovengrondse tanks bedraagt 20 meter en overlapt het plangebied niet. De bovengrondse opslag aan de Leemringweg 18 is gelegen op 40 meter van het plangebied. De effectafstand van deze opslag bedraagt 65 meter. Bij een calamiteit (explosie) zal een klein deel van het plangebied hinder ondervinden. Dit deel van het plangebied is uitgesloten van (beperkt) kwetsbare objecten. De ontwikkelingen binnen het plangebied leiden niet tot een toename van risico's.
4.10.2
Afstemming activiteiten NLR
Op een afstand van circa 2 kilometer van het recreatieterrein van Netl is de Stichting Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (het NLR) gevestigd. Het NLR voert als onderdeel van zijn economisch-maatschappelijke taken onder andere onderzoek uit naar duurzame luchtvaartoplossingen. De activiteiten van het NLR bestaan voor een belangrijk deel uit het uitvoeren van testvluchten met onbemande luchtvaartuigen (drones). Het NLR heeft mede daarvoor een eigen luchthaven en er wordt gebruik gemaakt van een gesloten luchtruimgebied (de zogenoemde EHR66), dat gedurende werkdagen hiervoor beschikbaar is en frequent (dagelijks) wordt gebruikt. Recreatieterrein Netl ligt binnen deze EHR66 zone. De drones en overige testluchtvaartuigen kunnen onder andere over het terrein van Netl vliegen. Deze vluchten zijn aan strikte veiligheidsvoorschriften gebonden die mede afhankelijk zijn van het aantal personen dat onder of nabij het vlieggebied aanwezig is.
62
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
Volgens de toepasselijke Europese regelgeving is de omgeving aan te merken als dunbevolkt gebied¹. Daaraan doet niet af dat her en der concentraties van personen voorkomen, zoals op het terrein van Netl het geval is. Er is geen sprake van een stedelijke agglomeratie². Dit betekent dat er relatief veel vrijheid is om hier met drones te vliegen. Daarin brengt het bestemmingsplan geen verandering. Wel maakt dit bestemmingsplan het mogelijk dat er (meer) bijeenkomsten van mensen plaatsvinden. Hier gelden dan ook vluchtbeperkingen. Dit valt evenwel in de tijd goed af te stemmen en zal naar verwachting geen onevenredige beperking opleveren van de exploitatie van het NLR. Het NLR beschikt daarnaast over een Europese exploitatievergunning voor het uitvoeren van zijn vluchten. Tevens is de Luchthavenregeling voor het NLR van toepassing. Op basis daarvan is het NLR verplicht om bij het uitvoeren van testvluchten rekening te houden met (externe) veiligheidsaspecten.
Om ook voor de toekomst, waarin de activiteiten van Netl worden geïntensiveerd, een adequate afstemming tussen de belangen van NLR en Netl te borgen en daarmee eventuele externe veiligheidsrisico's te voorkomen, zonder de bedrijfsvoering van beide partijen onevenredig te beperken, wordt op de achtergrond gewerkt aan een convenant tussen beiden. Met name de afstemming over de momenten dat er meer mensen dan gebruikelijk op het terrein van Netl aanwezig zijn (in geval van grootschalige evenementen die buiten de reguliere bedrijfsvoering van Netl vallen en in uitzonderingsgevallen met grotere besloten feesten en partijen) is hierin van belang. Omdat de testvluchten van het NLR alleen op doordeweekse dagen en bij daglicht worden uitgevoerd en de evenementen hoofdzakelijk in het weekend plaatsvinden, zal dit in de praktijk geen belemmering hoeven te vormen.
Zweefvliegclub Noordoostpolder (ZCNOP) In de nabijheid van Recreatiegebied Netl is verder de Zweefvliegclub Noordoostpolder (ZCNOP) gevestigd. Het NLR werkt nauw samen met de ZCNOP. Deze samenwerking betreft zowel het coördineren van de vluchten die plaatsvinden (gescheiden in tijd of locatie) als het gebruik van ZCNOP vliegveld "De Voorst" voor het uitvoeren van NLR testvluchten. Hiermee wordt optimaal gebruikt gemaakt van de infrastructuur die in dit gebied aanwezig is. De aanwezigheid van de ZCNOP levert op zichzelf geen externe veiligheidsrisico's op.
¹ Notice of Proposed Amendment 2020-07 van de EASA. Aangeven wordt dat voor dunbevolkte gebieden wordt uitgegaan van een Working paper van 2014. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijk gebieden, suburbane gebieden en landelijke gebieden. Volgens de hierbij behorende kaart is deze omgeving landelijk gebied. Dit voorstel is feitelijk een leidraad voor de uitleg van de toepasselijke verordening 2019/947. ² Zie bijlage 1 onder 23 van de EU verordening 965/2012.
bestemmingsplan (ontwerp)
63
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
4.11 Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het plangebied zijn geen kabels of leidingen aanwezig die van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Dit geeft geen uitgangspunten voor de ontwikkelingen.
4.12 Mer-beoordeling In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig (onderdeel C en D), projectmer-plichtig (onderdeel C) of (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. De wijziging of een uitbreiding van een vakantiedorp en/of hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen, een permanent kampeer- en caravanterrein en een themapark zijn genoemd in het Besluit Milieueffectrapportage (bijlage onderdeel D10).
Een mer-beoordeling is nodig in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 250.000 bezoekers of meer per jaar; een oppervlakte van 25 hectare of meer of een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. De voorgenomen ontwikkeling komt op basis van het voorgaande in aanmerking voor een mer-beoordeling. Het aantal bezoekers is niet gemaximeerd op 250.000, maar blijft hier naar verwachting wel onder. Over de wijze waarop de bezoekersaantallen geteld moeten worden is geen eenduidigheid. De nota van toelichting bij het Besluit milieueffectrapportage geeft hierin ook geen specifieke toetsingscriteria. Echter los van de vraag of het aantal bezoekers meer of minder dan 250.000 bezoekers per jaar is, is het bestemmingsplan mer-beooordelingsplichting vanwege het feit dat de oppervlakte 50 hectare bedraagt.
Het terrein ligt overigens niet in een gevoelig gebied, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Er is geen sprake van uitbreiding van het terrein, maar het gebruik intensiveert wel op een oppervlakte van meer dan 25 hectare. Wanneer een bestemmingsplan kaderstellend is voor een activiteit die is genoemd in het Besluit m.e.r., dan geldt automatisch een planMER plicht. Hiervan is in dit geval geen sprake. Het bestemmingsplan maakt een concreet project mogelijk en biedt geen toetsingskader voor vergunningen waarvoor een MER (beoordelings) plicht geldt. Het plan
64
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL) is zodoende niet kaderstellend zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. De m.e.r.-beoordeling houdt in dat op basis van een separaat aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling door het bevoegd gezag (gemeente Noordoostpolder) een besluit wordt genomen over de noodzaak van een MER-procedure. Dit besluit is op 5 december 2023 genomen. Het mer-beoordelingsbesluit en de daarbijbehorende stukken is als bijlage 9 toegevoegd. Hieruit blijkt dat het plangebied niet gelegen is in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en beperkte omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen mits de genoemde maatregelen worden uitgevoerd. Met inachtneming van deze maatregelen is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.
bestemmingsplan (ontwerp)
65
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
Hoofdstuk 5 Juridische regeling 5.1
Algemeen
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Toelichting op de regels
5.2.1 Bestemmingen Agrarisch - Open landschap Belangrijke voorwaarde voor het kunnen organiseren van de evenementen, is dat er voldoende tijdelijke parkeerterreinen in de nabijheid worden gerealiseerd (naast de parkeergelegenheid op het terrein van Netl zelf). Hiervoor zijn op voorhand diverse agrarische gronden beschikbaar. Per evenement is niet altijd de inzet van alle percelen noodzakelijk. Wanneer een evenement concreet wordt, wordt op dat moment beoordeeld welke gronden daadwerkelijk worden gebruikt. Dit is mede afhankelijk van de teelt van gewassen die op dat moment op de percelen aanwezig is. De gronden die in dit bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch' hebben betreffen gronden waar tijdens de evenementen geparkeerd mag worden. Hiervoor is de aanduiding 'parkeerterrein' waar dan tijdens het evenement geparkeerd mag worden.
Ook wordt bij een evenementenvergunning een verkeer- en parkeerplan aangeleverd. Door de inzet van verkeersregelaars en het toepassen van verkeersafsluitingen en parkeerverboden wordt overlast beperkt. In de praktijk, bijvoorbeeld bij festival Wildeburg, gebeurt dit nu ook al en zijn de agrarische gronden in de omgeving beschikbaar voor het parkeren ten behoeve van de evenementen.
Binnen deze bestemming is derhalve als aanvullende regeling parkeren ten behoeve van het festival opgenomen. Buiten de evenementen om blijven de gronden bedoeld voor agrarisch grondgebruik conform de bestaande regeling uit de beheersverordening en het daarin van toepassing zijnde bestemmingsplan Landelijk gebied 2004.
Bedrijf Ook deze bestemming is opgenomen in verband met het mogelijk maken van het parkeren ten behoeve van festival terrein. Binnen deze bestemming is als aanvullende regeling parkeren ten behoeve van het festival opgenomen. Hiervoor is de aanduiding 'parkeerterrein' waar dan tijdens het evenement geparkeerd mag worden. Verder blijven de gronden bedoeld voor het daartoe behorende bedrijfsmatige gebruik conform de bestaande regeling uit de beheersverordening en het daarin van toepassing zijnde bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 2004, Leemringweg 19-I, 19-II, 21-I, Mammouthweg 30, Kraggenburg 2007'.
Groen
66
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
De structurele bebouwingsvrije delen van de randen krijgen de bestemming 'Groen', waar geen recreatief gebruik mogelijk is. Bebouwing is hier niet toegestaan. De bestemming is voornamelijk opgenomen om de belangrijke landschappelijke waarden van de randen van het plangebied te behouden, herstellen en ontwikkelingen. Verder is onder andere aan de oostkant van het plangebied, binnen de bestemming Groen, een specifieke regeling opnemen ten behoeve van voorkomen van lichtuitstraling op bomen en/of over het wateroppervlak, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - ecologische zone'. Van uitstraling van licht, geluid en recreatie is ter plaatse van deze gronden dan ook geen sprake.
Recreatie
Bestemmingomschrijving Het recreatieterrein krijgt de bestemming 'Recreatie'. Het hele terrein mag gebruikt worden voor dag - en verblijfsrecreatie, waaronder bedrijfsactiviteiten ten behoeve van feest- en vergaderlocatie en 3 grootschalige evenementen. Ondersteunend aan de recreatieve hoofdfunctie is binnen het bestemmingsvlak horeca (restaurant/café/et cetera) toegestaan. Daarbij geldt dat het altijd moet gaan om horecagelegenheden voor verblijfsgasten en voor daggasten.
Bouwmogelijkheden Voor de bouwmogelijkheden is een onderscheid gemaakt in bouwregels voor de 'erven', 'het recreatieterrein' en voor gebouwen in de 'extensieve zone'.
Gebouwen en overkappingen op erven Voor de 'erven' is de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - erf' van toepassing. Binnen deze aanduiding mag gebouwd worden conform de gebruikelijke ervenregeling van de gemeente Noordoostpolder. Dit betekent dat op 12 meter vanaf de grens van de erven wordt gebouwd en een maximale goot- en bouwhoogte van 8,5 en 11 meter geldt. Op de vier erven worden nog maximaal twee bedrijfswoningen toegestaan. De andere twee zijn voor recreatief verblijf dan wel personeelsverblijf.
De in het plangebied aanwezige gemeentelijke monument is met een aanduiding op de plankaart opgenomen, met een regeling in de voorschriften, die moet voorkomen, dat het zicht op het monument verdwijnt. Die houdt in dat het college van B&W nadere eisen kunnen stellen aan de plaats en afmetingen van bouwwerken, die binnen 30 m van het monument gebouwd worden.
Gebouwen en overkappingen op het recreatieterrein (middenterrein) De gronden achter de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - erf' betreft het grootste gedeelte van het plangebied en recreatieterrein. Binnen deze gronden zijn de meer grootschalige bouwwerken zoals beschreven in paragraaf 2.4 toegestaan. De gezamenlijk oppervlakte van alle gebouwen en overkappingen binnen dit gebied bedraagt maximaal 18.000 m2 . In de regels is onder andere vastgelegd dat: de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 9 meter bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - verruiming bouwhoogte' ten hoogste 10 gebouwen(delen) met een bouwhoogte van maximaal 15 meter zijn toegestaan. Dit betreffen de gronden van het middengebied en bevinden zich op grote afstand van de openbare weg en omliggende percelen;
bestemmingsplan (ontwerp)
67
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL) de bouwhoogte van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kleinschalig' mag niet meer 6 meter bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - eenmalige afwijking' 1 gebouw met een bouwhoogte van ten hoogste 9 meter is toegestaan. Deze aanduiding bevindt zich aan de oostrand van het plangebied ter hoogte van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kleinschalig'; het gezamenlijke brutovloeroppervlak van de groepshotels niet meer dan 10.000 m2 mag bedragen, met een maximum aantal van 10. Verder zijn hier maximaal 150 bouwwerken voor recreatief nachtverblijf toegestaan met een maximale oppervlakte van 70 m2 en een bouwhoogte van 5 meter. Er geldt een gemiddelde oppervlakte per bouwwerk van 50 m2 via een gemaximeerd gezamenlijk oppervlakte van 7.500 m2 . Ook wordt er maximaal 8.000 m2 ruimte geboden voor de bouw van gebouwen en overkappingen ten behoeve van expositieruimten, feest- en vergaderlocaties en horecavoorzieningen. De maximale oppervlakte per gebouw bedraagt 2.000 m2 met een maximale bouwhoogte van 9 meter. Tot slot zijn ook nog facilitaire ruimten gebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van 3.000 m2 toegestaan, waarbij geldt dat het centrumgebouw 2.500 m2 mag bedragen.
Bebouwing en regeling aan de randen van het plangebied Om de randen van het plangebied zoveel mogelijk vrij te houden van bebouwing is voor deze zone een strook van 30 meter voorzien van de de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kleinschalig'. Binnen deze zone geldt de beperking dat het bebouwingpercentage niet meer dan 5% mag bedragen en de gebouwen een maximale oppervlakte van 300 m2 en een maximale bouwhoogte van 6 meter mogen hebben. Ook gelden binnen deze zone, en tevens binnen de bestemming 'Groen', specifieke bepalingen ten aanzien van verlichting, in verband met vliegroutes van vleermuizen. Dit vloeit voort uit het in paragraaf 4.3 genoemde ecologisch onderzoek.
Afwijkingsmogelijkheden voor bouwen In de regels is daarnaast een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen indien er zich ontwikkelingen voordoen waarbij de bouwregels niet toereikend genoeg zijn. Voor dergelijke ontwikkelingen geldt dat de vergunning slechts verleend kan worden wanneer de afwijking aansluit bij de missie, strategie en uitwerking, zoals beschreven in het Plan voor de toekomst, zoals opgenomen in bijlage 1 van de toelichting. Ook geldt als belangrijke voorwaarde dat de maximale totale bebouwingsoppervlakte niet mag worden overschreden.
Specifieke gebruiksregels kamperen In de specifieke gebruiksregels is onder andere opgenomen dat het plangebied gebruikt mag worden voor het bieden van structureel nachtverblijf, met daarbij een maximum van 500 standplaatsen voor het kampeerterrein. Het kamperen als onderdeel van een evenement is incidenteel en telt daarom niet mee in het aantal structurele standplaatsen.
Specifieke gebruiksregels evenementen Tot slot is in de gebruiksregels een specifieke regeling opgenomen voor de evenementen. Het betreft hier niet de (besloten) feesten en partijen die onderdeel zijn van de reguliere bedrijfsvoering van Netl, maar het gaat hier uitdrukkelijk de grootschalige publieke evenementen, zoals bedoeld in het plan voor de toekomst.
68
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
De gronden mogen voor evenementen gedurende 3 evenementen max 9 dagen gebruikt worden.
Hierbij geldt tevens dat de geluidsnormen zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit, vanwege de versterkte muziek, niet meer dan 12 keer paar jaar overschreden mag worden.
In de regels is een nadere onderverdeling voor de evenementen opgenomen, waarbij ook de maximale bezoekersaantallen en de geluidsbelasting zijn gespecificeerd. Deze zijn enerzijds gebaseerd op de wensen van de initiatiefnemer, anderzijds op wat er maximaal mogelijk is gelet op de ecologische waarden in en vooral rondom het plangebied, en toelaatbaar is met betrekking tot een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden. Per type evenement die is opgenomen in de tabel in artikel 6, is 1 evenement per jaar toegestaan.
5.2.2 Dubbelbestemmingen Op het plangebied geldt in overeenstemming met het gemeentelijk archeologiebeleid de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 3, 5, 6 en 7. Binnen deze bestemming moeten voor gebouwen en werken groter dan respectievelijk 500, 2.500, 5.000 en 10.000 m2 en waarbij bodemingrepen dieper dan 50 centimeter onder het oorspronkelijk maaiveld plaatsvinden, een archeologisch onderzoek plaatsvinden.
bestemmingsplan (ontwerp)
69
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een project. Wat dat betreft, wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Het bestemmingsplan doorloopt de wettelijk vastgelegde procedure.
6.1.1 Bestemmingsplanprocedure 2022 beëindigd In het ontwerpbestemmingsplan 2022 was gekozen voor het mogelijk maken van een ruim ontwikkelscenario, zoals beschreven in het plan voor de Toekomst van Netl (november 2019). In afstemming met de initiatiefnemer zijn de ambities na afloop van de inzagetermijn scherper geformuleerd en gedefinieerd. Aangezien het nu voorliggende bestemmingsplan ten opzichte van de versie in 2022 dusdanig veranderd is, zien wij dit als een nieuw bestemmingsplan. Hierover zijn de indieners van de zienswijzen en petitie per brief geïnformeerd in april 2023.
Dit heeft tot gevolg dat de procedure die in 2022 is gestart, niet voortgezet wordt. We starten nu met een nieuwe procedure voor een ontwerpbestemmingsplan, welke als ontwerp ter inzage wordt gelegd voor het indienen van zienswijzen
Als gevolg van het beëindigen van de bestemmingsplanprocedure die in 2022 is gestart, zijn de eerder ingediende zienswijzen (ca. 40) formeel niet langer aan de orde en zullen ook niet beantwoord of behandeld worden in de gemeenteraad. De inbreng en betrokkenheid van de indieners van de zienswijzen en petitie wordt echter zeer gewaardeerd. Deze hebben geholpen om beter inzicht te krijgen in de verschillende standpunten en belangen die spelen bij dit ontwerpbestemmingsplan. Deze input is betrokken in de belangenafweging bij het opstellen van het nu voorliggende bestemmingsplan.
6.1.2 Overleg Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg in 2021 naar de overlegpartners gestuurd. Het voorontwerpbestemmingsplan is niet ter inzage gelegd. In het kader van het vooroverleg hebben de provincie en waterschap in 2021 een reactie gegeven over het voorgaande bestemmingsplan. Naderhand is contact met beide overlegpartijen geweest over de wijzigingen die in de plannen zijn doorgevoerd en het nu voorliggende bestemmingsplan. Het contact met de provincie heeft zich met name gefocust op de effecten op de ecologische waarden en de maatregelen die hiervoor getroffen kunnen worden. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3. Het waterschap heeft laten weten zich te kunnen vinden in de doorgevoerde wijzigingen.
6.1.3 Zienswijzen en informatieavonden Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Ook zal tijdens de inzageperiode de mogelijkheid bestaan om met de gemeente en de initiatiefnemer in gesprek te gaan. Hiervoor worden informatieavonden georganiseerd.
70
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
6.1.4 Vervolg Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). 6.2.1 Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een ontwikkeling van een initiatiefnemer. De initiatiefnemers hebben aangetoond dat het plan financieel haalbaar is. 6.2.2 Grondexploitatie De grondexploitatieregeling uit de Wro is van toepassing op dit bestemmingsplan, omdat het bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro mogelijk maakt. De grondexploitatieregeling bepaalt dat de gemeente in beginsel samen met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet vaststellen. Hiervan kan worden afgezien als de kosten 'anderszins verzekerd' zijn, bijvoorbeeld door overeenkomsten. Daarbij moet het stellen van eisen en een fasering niet noodzakelijk zijn. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van één of meer gebouwen. Dit valt onder de bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. In de Wro is opgenomen dat voor dergelijke bouwplannen, in verband met het kostenverhaal van de gemeente, in beginsel een exploitatieplan vastgesteld moet worden. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. In de overeenkomst worden afspraken gemaakt over onder andere de aanpak van het perceel en planschade.
Met deze overeenkomst is het kostenverhaal anderszins verzekerd. Het stellen van nadere eisen en regels met betrekking tot grondexploitatie is daarnaast niet noodzakelijk. De gemeenteraad besluit bij de vaststelling van het plan dat de vaststelling van een exploitatieplan niet nodig is.
bestemmingsplan (ontwerp)
71
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
72
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan (ontwerp)
73
bestemmingsplan Landelijk gebied, Leemringweg 19-21 te Kraggenburg (NETL)
Bijlage 1
74
Mobiliteitsplan Wildeburg 2023
bestemmingsplan (ontwerp)
MOBILITEITSPLAN WILDEBURG 2023
Locatie Datum Opdrachtgever Versie Datum
: Leemringweg, Kraggenburg : 06 t/m 10 juli 2023 : Kultlab B.V. : 1.3 : 26-04-2023
1.
Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 1.1.
Organisatie evenement ......................................................................................................................... 3
1.2.
Organisatie mobiliteit ............................................................................................................................ 3
1.3.
Type evenement .................................................................................................................................... 3
1.4.
Aankomst- en vertrektijden ................................................................................................................... 3
1.5.
Raakvlak projecten ................................................................................................................................ 4
1.6.
Weersomstandigheden ......................................................................................................................... 4
2.
Modaliteitenanalyse ....................................................................................................................................... 5 2.1.
Donderdag ............................................................................................................................................. 5
2.2.
Vrijdag.................................................................................................................................................... 5
2.3.
Zaterdag ................................................................................................................................................. 6
2.4.
Zondag ................................................................................................................................................... 7
3.
Maatregelen .................................................................................................................................................... 9 3.1.
Hulpdiensten ......................................................................................................................................... 9
3.2.
Parkeren ................................................................................................................................................ 9
3.3.
Kiss + Ride ............................................................................................................................................ 10
3.4.
Taxi ...................................................................................................................................................... 11
3.5.
OV-Passagiers ...................................................................................................................................... 11
3.6.
Crew/Artists ......................................................................................................................................... 11
3.7.
Touringcars .......................................................................................................................................... 11
3.8.
Fiets/bromfiets .................................................................................................................................... 11
3.9.
Bestemmingsverkeer ........................................................................................................................... 11
3.10.
VIP/Backstage ...................................................................................................................................... 11
3.11.
Mindervaliden ..................................................................................................................................... 11
3.12.
Pendelbussen....................................................................................................................................... 12
4.
Verkeersmaatregelen .................................................................................................................................... 15 4.1.
Afstemming borden (binnen en buiten evenemententerrein) ............................................................ 15
4.2.
Parkeerverwijzing (in- en uitstroomroutes) ........................................................................................ 15
4.3.
Afzettingen en omleidingen ................................................................................................................ 15
4.4.
Aanvullende maatregelen ................................................................................................................... 16
4.5.
Parkeerverboden en vooraankondigingen .......................................................................................... 16
4.6.
Stakeholders ........................................................................................................................................ 16
5.
Communicatie ............................................................................................................................................... 16
6.
Conclusie ....................................................................................................................................................... 16
V1.3
2 Wildeburg 2023
probro.nl
1. Inleiding Van donderdag 06 juli tot en met maandag 10 juli 2023 wordt het Wildenburg festival georganiseerd. Dit is een jaarlijks terugkerend evenement aan de Leemringweg te Kraggenburg. De organisatie heeft Probro.nl de opdracht gegeven een mobiliteitsplan op te stellen en een advies te beschrijven hoe om te gaan met de logistieke- en verkeersstromen. Dit plan is bedoeld om alle betrokken stakeholders, waaronder gemeente en diensten, te informeren omtrent de afwikkeling van de aankomst en het vertrek van de bezoekers van het evenement. In dit plan worden enkele voorstellen tot maatregelen beschreven over de veiligheid en doorstroming. Wij verzoeken de gemeente om genoemde maatregelen te beoordelen, goed te keuren en hierover met de organisatie en andere betrokken partijen in gesprek te gaan. Via de website van SVNL zal het evenement aangemaakt worden om evenementen medewerkers te kunnen aanstellen. De gemeente wordt verzocht deze uitvraag goed te keuren. Hieronder worden enkele belangrijke kenmerken vanuit de CROW QuickScan verkeer bij evenementen besproken.
1.1. Organisatie evenement Het team achter Wildeburg Festival organiseert al vele jaren verschillende festivals en evenementen. Hierbij zijn Gluren bij de Buren, Lepeltje Lepeltje, Wildeburg, Into the Woods en Into the Woods ADE de meest spraakmakende voorbeelden.
1.2. Organisatie mobiliteit Probro.nl is een organisatie welke zich specialiseert in mobiliteits- en verkeerskundige oplossingen voor bedrijven en overheden. Opgericht door Frank Hommes, met ruim 15 jaar ervaring op o.a. grote festival projecten zoals Intents Festival, Karnaval Festival, Ploegendienst, Soenda, Smeerboel, Duikboot, Paradijs van het Zuiden, Mystic Garden en nog veel meer. Naast deze projecten levert Probro.nl ook adviseurs verkeersmanagement voor gemeenten en consultants bij markt leidende verkeersmaatregelenorganisaties. Deze unieke combinatie zorgt voor een palet aan ervaring, welke zeer passend is voor projecten zoals deze.