CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

5.3 Ontwerpwijziging omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord.pdf

Commissie Woonomgeving 1 december 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 5: Woningbouwontwikkeling 'Emmeloord, Emmelhage - fase 4'28.748 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Een plan dient in beginsel op eigen terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. In het beleid is aangegeven dat Emmeloord qua stedelijkheidsgraad in de categorie ‘matig stedelijk’ ligt. Er is echter een duidelijk verschil tussen Emmeloord en de rest van de gemeente. De kernen en het buitengebied hebben een lagere stedelijkheidsgraad en zijn ‘niet stedelijk’. De hoogte van de parkeernorm wordt ook bepaald door te kijken naar de stedelijke zone (centrum, schil, overig, buitengebied) van een gebied. Het plangebied gaat onderdeel uitmaken van de bebouwde kom van Emmeloord, waardoor wordt uitgegaan van de stedelijke zone die behoort tot de ‘Rest Emmeloord’.

In paragraaf 4.5 Verkeersgeneratie, -afwikkeling & (fiets)parkeren wordt inhoudelijk ingegaan op dit aspect. Er wordt geconcludeerd dan wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. 3.4.6 Verordening fysieke leefomgeving (VFL) Per 1 januari 2025 is de Verordening fysieke leefomgeving (VFL) van kracht. In de verordening zijn voor de volgende onderwerpen regels opgesteld die relevant zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het gaat om regels met betrekking tot houtopstanden, wegen en water, erfgoed, monumenten en het uiterlijk van bouwwerken.

Houtopstanden Voor wat betreft houtopstanden geldt dat er geen sprake is van het vellen van houtopstanden. Dit is nader toegelicht in 4.15. Het plan is daarom niet in strijd met deze verordeningsregel.

Wegen en water Voor het aanleggen van wegen of een uitweg geldt volgens artikel 3.1.1. dat deze activiteiten verboden zijn zonder (omgevings)vergunning. Met de voorliggende ontwikkeling worden nieuwe wegen mogelijk gemaakt door middel van de voorliggende wijziging van het omgevingsplan. De (omgevings)vergunning voor de aanleg van de wegen wordt pas aangevraagd nadat het wijzigingsplan is vastgesteld.

Erfgoed, monumenten & uiterlijk van bouwwerken Deze verordening bestaat uit beschermingsregels van gemeentelijke monumenten en stads- of dorpsgezichten. In voorliggend plan is hier geen sprake van.

Daarnaast zijn er aanvullende regels ten aanzien van archeologie opgenomen. Ter

28

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4 bescherming van archeologie is in het voortraject een onderzoek uitgevoerd. Paragraaf 4.14 gaat hier nader op in.

In het hoofdstuk 4 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving wordt de ontwikkeling getoetst aan de relevante verordeningsregels per omgevingsaspect. In dit hoofdstuk wordt geconcludeerd dat het plan niet in strijd is met verordening fysieke leefomgeving van de gemeente Noordoostpolder.

bestemmingsplan (ontwerp)

29

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

Hoofdstuk 4 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving Met de Omgevingswet komen alle aspecten van de fysieke leefomgeving samen. Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving en de mogelijke gevolgen daarop door de beoogde ontwikkeling. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet.

De volgende thema's komen aan bod: Ladder voor duurzame verstedelijking; Dienstenrichtlijn; gezondheid (paragraaf 4.3); water (paragraaf 4.4); verkeersgeneratie, -afwikkeling & (fiets)parkeren (paragraaf 4.5); geluid (paragraaf 4.6) luchtkwaliteit (paragraaf 4.7); geur (paragraaf 4.8); spuitzones (paragraaf 4.9); trilling (paragraaf 4.10); omgevingsveiligheid (paragraaf 4.11); hinder wind, licht en (slag)schaduw (paragraaf 4.12); bodem (paragraaf 4.13); archeologie, cultuurhistorie en erfgoed (paragraaf 4.14); natuur (paragraaf 4.15); duurzaamheid en Klimaatadaptatie (paragraaf 4.16); milieueffectrapportage (paragraaf 4.17). Omgevingswaarden Per thema wordt ook ingegaan op eventuele omgevingswaarden. Een omgevingswaarde is een van de instrumenten om beleid door te laten werken vanuit het Rijk, de provincie en de gemeente. Omgevingswaarden zijn maatstaven voor de fysieke leefomgeving voor: de gewenste staat of kwaliteit op een bepaald moment op een bepaalde plaats; de toelaatbare belasting door activiteiten; de toelaatbare concentratie of depositie van stoffen. Instructieregels Voor meerdere thema's gelden instructieregels die opgenomen zijn in het Bkl. Naast deze instructieregels zijn ook de provinciale instructieregels van belang. De instructieregels van het Bkl zijn opgenomen in het algemene toetsingskader, onder het kopje 'algemeen'.

Voor bepaalde aspecten zijn provinciale instructieregels van toepassing. Deze hebben een eigen subparagraaf per aspect.

4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl bepaalt dat deze instructieregel ook geldt voor een BOPA.

Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een 30

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4 bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g Bkl legt hiervoor geen grens vast. Geldende jurisprudentie onder de Wro/Bro is vanaf 12 woningen, een functiewijziging met een oppervlak groter dan 500 m² bvo, meer dan 500 m² bvo bebouwing of een functie die gelet op de ruimtelijke uitstraling een stedelijke ontwikkeling is. Leegstand mag volgens jurisprudentie niet 'onaanvaardbaar' zijn.

Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied, moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen in die behoefte te voorzien. De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het omgevingsplan en de aard van de omgeving.

Facetbestemmingsplan Toevoegen laddertoets Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het 'Facetbestemmingsplan Toevoegen laddertoets'. Hiervoor geldt dat burgemeester en wethouders bij de uitwerking van de bestemmingen ‘Wonen uit te werken’, ‘Wonen - Uit te werken’ en ‘Woongebied Uit te werken’, en de wijziging van de bestemming ter plaatse van de aanduiding ‘wetgevingszone - wijzigingsgebied’, toepassing geven aan de laddertoets. Een laddertoets bevat een beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan (tegenwoordig wijziging omgevingsplan) die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaande stedelijke gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaande stedelijke gebied in die behoefte kan worden voorzien. Derhalve wordt in onderstaande paragrafen de laddertoets uitgevoerd.

Planologisch worden maximaal 406 woningen mogelijk gemaakt, waarvan circa 32% sociaal, 29% betaalbaar, 23% middelduur en 16% duur. Binnen het plangebied komen verschillende typen woningen voor verschillende doelgroepen. Zo zitten er appartementen, rijwoningen en 2-onder-1 kapwoningen en vrijstaande woningen in het plan, evenals levensloopbestendige woningen. Daarnaast wordt 245 m2 ruimte voor (buurt)voorzieningen mogelijk gemaakt.

Het tijdelijke omgevingsplan is het vertrekpunt bij de beoordeling of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval is sprake van het toevoegen van 12 woningen of meer ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden. De ruimte voor voorzieningen betreft, gelet op de beperkte omvang, geen stedelijke ontwikkeling. De locatie wordt op basis van jurisprudentie gezien als een locatie buiten bestaand stedelijk gebied, omdat deze een agrarische bestemming heeft.

Het project is gelet op de geldende jurisprudentie voldoende substantieel. De woningbehoefte moet worden beschreven. Voor de locatie moet ook worden gemotiveerd dat binnenstedelijk onvoldoende ruimte is om in de woningbehoefte te voorzien.

Beschrijving behoefte De woningbehoefte blijkt uit diverse bronnen, die hierna worden behandeld.

bestemmingsplan (ontwerp)

31

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

Regionale Woondeal Zeewolde, Urk, NOP en Dronten (ZUND-gemeenten) (maart 2023) Om het woningtekort terug te dringen tot een gezonder evenwicht, wordt met het programma Woningbouw nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Om dit te realiseren wordt gestreefd naar de groei tot 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar vanaf 2024. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar is. Daarom is nationaal de bouw van 250.000 sociale corporatiewoningen en 350.000 woningen in het middensegment (middenhuur, waarvan 50.000 door woningcorporaties, en koopwoningen tot de landelijke betaalbaarheidsgrens) nodig.

Met provincie Flevoland zijn in oktober 2022 afspraken gemaakt over het provinciale aandeel in de Nationale opgaven. In deze woondeal is een doorvertaling gemaakt van deze afspraken naar gemeenten.

Elke gemeente neemt een 'fair share' van de regionale opgave. Dat betekent dat elke gemeente een bijdrage levert aan de regionale opgave die past bij de lokale opgave en het karakter van de gemeente. Voor de ZUND-gemeenten zijn voor de periode 2022 tot en met 2030 totaal 8.343 te bouwen woningen opgenomen, waarvan 2.263 in de gemeente Noordoostpolder. In de gemeente is harde plancapaciteit voor 1.098 woningen. Dat betekent dat er nog harde plancapaciteit voor 1.165 woningen moet worden toegevoegd.

Figuur 4.1: woningbouwafspraken gemeente Noordoostpolder

In de ZUND-gemeenten is sprake van krapte op de woningmarkt en van hogere woningprijzen ten opzichte van 10 jaar geleden. Vooral voor lage inkomens is de kans op het vinden van een betaalbare koop- of huurwoning kleiner geworden, maar ook (lage) middeninkomens vallen steeds vaker tussen wal en schip door de gestegen koopprijzen.

32

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

Een belangrijk onderdeel van de Woondeals is de realisatie van twee derde woningen betaalbare waaronder 30% sociale huurwoningen. Noordoostpolder zet zich samen met de corporatie in voor de realisatie van 484 sociale huurwoningen in de periode 2022-2030.

Dit plan geeft met 400 woningen mede invulling aan de grote vraag naar woningen. Ook wordt voldaan aan de regionale afspraak om twee derde woningen betaalbare te realiseren.

Woonvisie Noordoostpolder, kansen grijpen (2020) De opgave is 1.000 woningen te bouwen in tien jaar om de huishoudensgroei op te vangen. De gemeente wil daarbij de kansen voor groei grijpen. De prognose is geen belemmering om in de eerste 5 jaar meer dan het gemiddelde van 100 woningen per jaar te realiseren, zolang de totale groeiprognose voor 10 jaar niet wordt overschreden. Het is cruciaal steeds zowel in Emmeloord als in de dorpen de ontwikkelruimte beschikbaar te hebben om aan de vraag te voldoen. De gemeente wil ook voldoende aanbod organiseren in alle segmenten.

De inzet van de woonvisie is om de vraag en tekorten van vandaag op te lossen door een op doorstroming gericht seniorenprogramma dat invulling geeft aan de behoefte van morgen. Het doel is om zowel in Emmeloord als in de kernen een dergelijk programma te realiseren. Het gaat daarbij om huur- én koopwoningen, appartementen én grondgebonden woningen. Dit programma kan door doorstroming ruimte scheppen voor starters en andere groepen.

Als de doorstroming niet voldoende op gang komt, moeten andere maatregelen worden genomen om woningen beschikbaar te krijgen voor bijvoorbeeld starters. Hierbij kan worden gedacht aan een middenhuurprogramma en aan het levensloopgeschikt maken van woningen die nu voor starters zijn, maar straks voor senioren. Dit project voegt aanbod toe in alle segmenten, met nadruk op betaalbare woningen.

Ontwikkelperspectieven woningbouw Noordoostpolder 2025-2035 De gemeente heeft de potentiële ontwikkellocaties voor de komende 10 jaar in beeld gebracht. Dit document is de opvolger van de ontwikkelperspectieven 2021-2026.

Emmeloord ligt als grootste plaats centraal in de Noordoostpolder en vormt de voorzieningenkern. Het vergroten van de woningbouwvoorraad is hier het belangrijkst. In Emmeloord is de netto-woonbehoefte het grootst en bieden inbreidingsplekken onvoldoende mogelijkheden om de gewenste aantallen én kwaliteiten op te vangen.

De gemeente kiest in Emmeloord zo veel mogelijk voor locaties binnen de stadscontour, variërend van klein- tot grootschalig. Tegelijkertijd zijn er onvoldoende locaties om woningbouw te realiseren binnen de stadscontour, wat betekent dat uitbreiding niet te vermijden is. Daarom kiest de gemeente ervoor om Emmelhage verder uit te breiden.

In het ontwikkelperspectief zijn de volgende voorwaarden gekoppeld aan uitbreidingslocaties: Woningtype: bouwen voor elke doelgroep in typologieën conform het wensprogramma bestemmingsplan (ontwerp)

33

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4 uit het woonbehoefteonderzoek. Landschappelijke inpassing: rekening houden met het DNA van de polderdorpen. Groene singels rond dorpen en erven zijn een kernwaarde van de Noordoostpolder. Openbare ruimte: een aangename omgeving creëren en rekening houden met de natuurwaarde. Verkeer en parkeren: zo veel mogelijk bestaande hoofdinfrastructuur benutten en extra druk op ongewenste plekken voorkomen. Natuurinclusief bouwen: qua materiaal en omgeving rekening houden met biodiversiteit en circulariteit. Klimaatadaptatie: een veerkrachtige en duurzame leefomgeving creëren die toekomstige problemen zoals wateroverlast, hittestress en droogte voorkomt. Omgevingsvisie Noordoostpolder In de omgevingsvisie is groei en bloei van de dorpen en wijken aangemerkt als een van de drie kernopgaven. Circa 3.300 nieuwe woningen zijn nodig voor de autonome woningbehoefte. Daarnaast zijn minimaal 5.000 woningen voor woningzoekenden van buiten de gemeente nodig. De nieuwe woningen komen in en rondom de dorpen, in en rondom Emmeloord en op de vrijkomende agrarische erven. Een evenwichtige mix van huurwoningen en koopwoningen zorgt dat verschillende inwoners samenwonen en samenleven: jong tot oud, alleenwonend tot gezinnen, lokale inwoners tot inwoners van elders. Met dit project wordt daar mede invulling aan gegeven.

Motivering locatiekeuze (waarom niet binnenstedelijk) De gronden hebben op basis van het bestemmingsplan Emmelhage 2004, dat nu onderdeel uitmaakt van het Omgevingsplan gemeente Noordoostpolder, de bestemming 'Woongebied uit te werken'. Het plangebied is gelegen in de uitwerkingsplicht fase III. Daarnaast ligt de keuze voor de betreffende locatie al geruime tijd vast.

In Emmeloord zijn alle inbreidings- en uitbreidingsplannen in 2022 door de gemeente in beeld gebracht. Uit het overzicht van plannen blijkt dat er te weinig inbreidingslocaties zijn om in de behoefte uit de woonvisie (circa 1.000 woningen in de gemeente) te voorzien. Daarom is ook gekozen voor verdere uitbreiding van Emmelhage (locatie 1) en de locatie Espelerlaan-Oud Espelerweg (Locatie 11). Slechts drie locaties betreffen harde plancapaciteit.

In regionaal verband is afgesproken om 2.263 woningen te realiseren om in de grote woningbehoefte te voorzien. Omdat er onvoldoende binnenstedelijke locaties beschikbaar zijn, is gekozen voor een locatie aangrenzend aan het stedelijk gebied. Emmelhage wordt in fasen ontwikkeld. Dit betreft fase 4, zoals al eerder is vastgesteld in het geldende bestemmingsplan Emmelhage 4 (zie paragraaf 1.2.1.1).

In de omgevingsvisie is gekozen voor in- en uitbreiding om te kunnen voorzien in voldoende woningaanbod. De locatie Emmelhage is aangemerkt als uitbreidingslocatie voor woningaanbod.

Conclusie De voorgenomen woningbouw voorziet met maximaal 406 woningen in een gemengd programma, waarvan minimaal twee derde betaalbaar is, waarmee zowel in de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte wordt voorzien. Met het toevoegen van woningen op deze locatie, aansluitend aan de kern Emmeloord, wordt voldaan aan de ladder voor

34

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4 duurzame verstedelijking.

4.2

Dienstenrichtlijn

4.2.1 Algemeen In het omgevingsplan staan regels over een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Zo kunnen ook bij de beoordeling of een brancheringsregeling voldoet aan de vereisten uit de Dienstenrichtlijn meer motieven dan alleen de ruimtelijke afweging een rol spelen. De Dienstenrichtlijn is van toepassing op diensten, waaronder bijvoorbeeld de vestiging van detailhandel en horeca. Voor een nadere uitleg over de werking van de Dienstenrichtlijn wordt verwezen naar de Handreiking Dienstenrichtlijn en ruimtelijke ordening, opgesteld voor de Retailagenda.

Op grond van de Dienstenrichtlijn mogen er geen economische motieven zijn voor regels voor diensten in een omgevingsplan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is hiervoor een instructieregel opgenomen, artikel 5.1a. Het begrip ‘dienst’ moet breed worden geïnterpreteerd. Ook detailhandel is een dienst. De instructieregel bepaalt dat een omgevingsplan voldoet aan artikel 14, aanhef en onder 5, van de Dienstenrichtlijn. Hierin staat dat de vestiging van een dienstenactiviteit niet afhankelijk mag zijn van economische criteria. Vestigingseisen voor diensten mogen bijvoorbeeld niet gebaseerd zijn op argumenten van concurrentiebeperking.

Iedere verplichting, ieder verbod, iedere voorwaarde of beperking die aan toegang en uitoefening van dienstenactiviteiten wordt gesteld, valt onder de Dienstenrichtlijn. Beperkingen aan het vrije verkeer, zoals het stellen van bepaalde eisen of het instellen van een vergunningsstelsel, zijn alleen gerechtvaardigd als zij voldoen aan: het verbod van discriminatie. De eisen mogen geen direct of indirect onderscheid maken naar nationaliteit of statutaire vestigingsplaats; de voorwaarde van noodzakelijkheid. De eisen moeten gerechtvaardigd zijn vanwege dwingende redenen van algemeen belang; de voorwaarde van evenredigheid. De eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken, ze mogen niet verder gaan dan nodig is om dat doel te bereiken en het doel kan niet met minder vergaande beperkingen bereikt worden. 4.2.2 Toetsing t de voorliggende ontwikkeling wordt een deel van het plangebied in gebruik genomen ten behoeve van gezondheidszorg. In artikel 2, lid 2 en 3 van de Dienstenrichtlijn zijn activiteiten opgenomen waarop de Dienstenrichtlijn niet van toepassing is. Het realiseren van diensten van de gezondheidszorg is opgenomen in deze lijst. Met andere woorden: het voorliggende plan maakt geen diensten mogelijk die onder de Dienstenrichtlijn vallen. 4.2.3 Conclusie Het plan is niet in strijd met de dienstenrichtlijn.

4.3

Gezondheid

4.3.1 Algemeen Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen.

bestemmingsplan (ontwerp)

35

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet, bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking op de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten komen in de volgende paragrafen aan de orde.

Het is wenselijk om, naast de beoordeling van de diverse milieuaspecten, ook aan te geven op welke wijze het gezondheidsaspect bij de motivering van de besluitvorming omtrent verlening van de wijziging van het omgevingsplan is meegenomen. 4.3.2 Situatie plangebied In paragraaf 2.4 Gezondheid (ontwerpopgave) staat beschreven hoe in het ontwerp rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. In deze paragraaf staat beschreven welke invloed de getroffen maatregelen hebben op de gezondheid.

Gezondheidsbescherming (milieuhygiënische situatie) Een aantal van de omgevingsaspecten in dit hoofdstuk hebben een gezondheidscomponent, daarbij gaat het om de aspecten geluid, luchtkwaliteit, geur, spuitzones, trilling, omgevingsveiligheid, hinder wind, licht en slagschaduw en bodem. Uit de verschillen paragrafen behorende tot hoofdstuk 4 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving wordt duidelijk dat binnen het plangebied geen sprake is van significante (negatieve) milieueffecten voor de gezondheid.

Gezondheidsbevordering Met de inrichting van het plangebied wordt verder invulling gegeven aan het aspect gezondheid, zoals is benoemd in paragraaf 2.4 Gezondheid (ontwerpopgave).

De nieuwbouw die in Emmelhage zal plaatsvinden en de stedenbouwkundige kwaliteit die daarbij wordt nagestreefd, zorgen ervoor dat de woonomgeving en huisvesting een positieve bijdrage leveren aan de gezondheid van de gebruikers van het gebied. Woonomgeving en huisvesting: Toegang tot parken en natuurgebieden bevordert fysieke activiteit, vermindert stress en verbetert de geestelijke gezondheid. Ook speelplaatsen en sportfaciliteiten stimuleren fysieke activiteit, wat essentieel is voor het voorkomen van gezondheidsaandoeningen. Groen en blauw beperken de negatieve effecten van de milieuaspecten. Emmelhage voorziet in de aanleg van voldoende groen en blauw. In het gehele plangebied wordt aan de wegen en de randen voldoende groen aangelegd. Bovendien stromen er meerdere watergangen door het plangebied. In het stedenbouwkundig plan zijn bovendien meerdere grasvelden aanwezig. In deze zone kunnen bewoners fysieke activiteit kunnen uitoefenen. Natuurlijke omgeving De aanwezigheid van veilige en goede infrastructuur voor voetgangers en fietsers kan stimuleren om fietsen of te wandelen. Ook kan het aantal verkeersongevallen hierdoor verminderen. Goede toegang tot betrouwbaar en betaalbaar openbaar vervoer is ook een factor die meespeelt. Hierdoor kan de afhankelijkheid van auto’s verminderen, wat bijdraagt aan een vermindering van luchtvervuiling en verkeersongelukken.

Voor Emmelhage wordt uitgegaan van een veilig en comfortabel langzaam verkeersnetwerk. In de woonwijk zal de maximumsnelheid 30 km per uur bedragen ten

36

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4 behoeve van de verkeersveiligheid. Openbare voorzieningen De nabijheid, het aanbod en de verplaatsing tussen voorzieningen kennen een relatie met de fysieke leefomgeving en gezondheid. Een goede toegang tot scholen, winkels, gezondheidszorg en andere voorzieningen kan de algehele gezondheid en welzijn verbeteren. Ook voldoende voorzieningen zoals parken en sportfaciliteiten kunnen dit effect hebben. Het programma dat binnen Emmelhage wordt gerealiseerd bestaat niet alleen uit woningen. Met de ontwikkeling worden nieuwe speelvoorzieningen en openbaar groen aangelegd. Binnen Emmelhage wordt in fase 3 een basisschool gerealiseerd. Bovendien ligt het plangebied op ongeveer 3,5 kilometer afstand tot aan diverse sportvoorzieningen. Deze voorzieningen dragen in positieve zin bij aan de gezondheid van de gebruikers van het gebied. Sociaaleconomische kwaliteit Sociaaleconomische factoren hebben een meer indirecte relatie met de fysieke leefomgeving. Wel zijn er enkele factoren waarbij de fysieke leefomgeving een belangrijke rol speelt, voornamelijk in wijken met een lage sociaaleconomische status. Deze buurten worden gekenmerkt door meer vervuiling, minder groenvoorzieningen, slechtere woningen, een ongezonder voedingsaanbod en beperkte toegang tot gezondheidszorg en recreatiemogelijkheden.

Huizen in deze wijken zijn vaak van mindere kwaliteit en de wijken worden gekenmerkt door een hoger criminaliteitsniveau, wat tot een gevoel van onveiligheid en stress bij bewoners kan zorgen. De voorliggende wijziging van het omgevingsplan borgt een gedifferentieerd woonprogramma met een evenwichtige verdeling tussen goedkope, middeldure en dure koop- en huurwoningen. Daarmee ontstaat een gezonde en gemengde sociaaleconomische opbouw van de bewoners binnen het gebied. Door de eisen die op grond van het Bouwbesluit aan nieuwbouw worden gesteld, zal het gebied in sociaaleconomische zin een positieve bijdrage leveren aan de gezondheid van de gebruikers van het gebied. Provinciale verordening In artikel 17.4 is opgenomen dat een omgevingsplan de nieuwvestiging van geitenhouderijen uitsluit. Deze uitsluiting is opgenomen in de planregels. 4.3.3 Conclusie Door de eisen die aan de ontwikkeling worden gesteld op grond van het stedenbouwkundig plan en de planregels, ontstaat een gemengd woon-/werkgebied dat een positieve bijdrage levert aan de gezondheid van de gebruikers.

In de planregels wordt de nieuwvestiging van geitenhouderijen uitgesloten.

bestemmingsplan (ontwerp)

37

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

4.4

Water

4.4.1 Algemeen Het watertoetsproces dat sinds november 2003 wettelijk verplicht is door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening, komt onder de Omgevingswet terug als 'Weging van het waterbelang'. De weging van het waterbelang is een proces dat ervoor zorgt dat bij alle ruimtelijke plannen de waterhuishouding voldoende toekomstbestendig is ingericht en alle waterbelangen gewogen worden. In de waterparagraaf van het ruimtelijk plan staat hoe er binnen het plan omgegaan wordt met de waterhuishouding. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. In deze afweging worden de gevolgen van het plan voor het beheer van het watersysteem aangegeven en de benodigde maatregelen bepaald voor een toekomstbestendige waterhuishouding, waarin onder andere aspecten als waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit geborgd zijn.

Er zijn drie mogelijke procedures voor de weging van het waterbelang. De effecten van het plan op de waterhuishouding bepalen welke procedure geldt. Bij de procedure geen waterschapsbelang kan de weging volledig digitaal doorlopen worden. De korte procedure is voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. Bij de korte en normale procedure is informeel vooroverleg met Waterschap Zuiderzeeland nodig.

Voor deze ruimtelijke ontwikkeling is op 15 april 2025 een digitale watertoets uitgevoerd. Deze is wel afgestemd met Waterschap Zuiderzeeland. Op basis hiervan is de normale procedure van toepassing. 4.4.2 Beleidskaders Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater.

Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de implementatie van de

38

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4 Omgevingswet verandert de wet- en regelgeving voor ruimtelijke projecten. De wet vervangt vele wetten en gaat uit van een integrale benadering van alle aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals ruimtelijke ordening, milieukwaliteit, natuur, bodem én water. Voor de Omgevingswet stellen provincies en gemeenten omgevingsvisies en omgevingsplannen op. Alle ambities en keuzes over het beheer, beschermen en benutten van de leefomgeving staan hierin. Belangrijk onderdeel van het ruimtelijk proces is de participatie van alle belanghebbenden. Omgevingsvisies en omgevingsplannen komen in de plaats van de bestaande structuurvisies en bestemmingsplannen. Uiterlijk in 2032 dienen alle bestaande plannen vervangen te zijn. Water is een essentieel onderdeel van onze leefomgeving. Belangrijke opgaven zijn het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Zeker in samenhang met het beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit. De Omgevingswet beschrijft wat onder het beheer van een watersysteem valt.

Het beheer is gericht op: het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met; het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van die watersystemen en; de vervulling van de aan die watersystemen toegekende maatschappelijke functies'. Het waterschap neemt regels over waterstaatswerken op in de waterschapsverordening. Hierin is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren, de zogenaamde waterstaatswerken, en staan regels over het beheer en onderhoud. Vanaf januari 2024 heeft deze de Keur en de Algemene regels bij de Keur vervangen.

Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De Waterwet is nagenoeg geheel opgegaan in de Omgevingswet. De bepalingen rondom het huidige deltaprogramma en de financiële bepalingen over de verontreinigingsheffing en de provinciale grondwaterheffing gaan later over naar de Omgevingswet.

Programma's Water en Ruimte In een programma leggen het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten maatregelen vast om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken. Het onderwerp 'ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot water' is daarbij een belangrijk onderdeel. Centraal hierin staat het werken aan schoon, veilig en voldoende water, dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de natuur, de landbouw en de scheepvaart. Programma's zijn, in tegenstelling tot omgevingsvisies, meer gericht op uitvoering op korte termijn. En waar in de omgevingsvisie vooral een integrale benadering van belang is, richten programma's zich vaak op slechts één of een paar onderdelen van de fysieke leefomgeving. De vastgestelde maatregelen in programma's zijn een uitwerking van het globale beleid dat in omgevingsvisies over water en ruimte is opgenomen.

Er is een aantal verplichte programma's waarin maatregelen over ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot water kunnen staan: Nationaal waterprogramma (Rijk) – gericht op het beheer van rijkswateren Regionaal waterprogramma (provincie) – gericht op regionale oppervlaktewaterlichamen, grondwaterlichamen en waterwinlocaties Waterbeheerprogramma (waterschap) – gericht op de watersystemen in beheer bij het waterschap

bestemmingsplan (ontwerp)

39

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

Watervisie en Waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland De Watervisie verbindt waterthema's en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Investeringen in het watersysteem zorgen dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater.

Omgevingsvisie Noordoostpolder De gemeente zorgt voor een goede leefomgeving. Een aantrekkelijke openbare ruimte met water, groen en voorzieningen (klimaatadaptief, passend bij de functie van de omgeving), zodat deze bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering (wateroverlast, extreme hitte, et cetera.) onder andere door onttegelen, ontstenen en vergroenen. Dit draagt tevens bij aan andere doelen, zoals het verhogen van de verblijfskwaliteit, het vergroten van de biodiversiteit.

Voor Emmelhage fase 4 geldt dat het gelegen is in een bodemdalingsgebied. Het is daarom van belang om bij nieuwe ontwikkelingen rekening te houden met het bodem- en watersysteem.

Verordening fysieke leefomgeving Noordoostpolder Het is verboden om hemelwater en grondwater te lozen in het openbare vuilwaterriool. Dit geldt alleen voor gebieden die daarvoor zijn aangewezen in het omgevingsplan. Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden. 4.4.3 Situatie plangebied In 2009 is door Roelofs een berekening uitgevoerd waarin de doorspoelbaarheid van het watersysteem is geanalyseerd. De structuur van het watersysteem is per fase aanwijsbaar gewijzigd in vergelijking met de oorspronkelijke opzet. Ook zijn eisen en wensen omtrent oppervlaktewater geëvolueerd. Er wordt gestreefd naar een klimaatrobuuste inrichting, waarbij het doorspoelen van de waterpartij wordt vermeden. Het inlaten van gebiedsvreemd water wordt tot een minimum beperkt. De waterkwaliteit van de Onderduikerstocht is van slechtere kwaliteit in vergelijking met de aanwezige stedelijke waterpartij in Emmelhage.

Gemeente Noordoostpolder en Waterschap Zuiderzeeland hebben daarom een geactualiseerde doorrekening laten opstellen (zie bijlage 3 Oppervlaktewatersysteem Emmelhage). Deze bevat vier scenario's; voorkeur is uitgesproken voor scenario 4, wordt hieronder nader toegelicht.

De aan te leggen waterpartij in de nieuw te ontwikkelen wijk Rozenwijk ten zuiden van de Oude Espelerweg wordt via een duiker verbonden met het watersysteem van Emmelhage en gaat onderdeel uitmaken van peilvak Emmelhage. Dit is reden om de oppervlakken van Rozenwijk mee te nemen in de berekening van het plangebied Emmelhage 4.

Veiligheid/Waterkeringen 40

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire, regionale of overige waterkering. Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Voldoende Water Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in landelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunten: Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat voldoet aan de normering voor wateroverlast. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. De situatie van het beheergebied begin 2013 is de nulsituatie. De compensatieplicht geldt voor de netto toename van het verhard oppervlak vanaf de nulsituatie. Genoemde beleidsregel wordt herzien met een verwachte vaststelling rond 2027. Daarbij wordt ook de bergingsnorm geactualiseerd in lijn met de meest recente KNMI-klimaatscenario's en neerslagstatistieken.

De bestaande bergingsnorm maakt dan plaats voor een methodiek in de vorm van een universele norm die toepasbaar is voor open water én alternatieve waterberging. Voor een klimaatbestendige leefomgeving, nu en in de toekomst, is voldoende ruimte voor water cruciaal. Initiatiefnemers worden geadviseerd uit te gaan van de toekomstige advies-bergingsnorm. Deze is gebaseerd op KNMI-klimaatscenario's van 2023 en bijbehorende neerslagstatistiek: 10,2 m³/100 m² toename verhard oppervlak. Het plangebied ligt in stedelijk gebied. Volgens de huidige compensatie norm geldt voor het gebied bij een netto toename van de verharding een extra benodigde waterberging van 5% tot 6%. Het waterschap maakt aan de hand van de meest recente KNMI-scenario's en neerslagstatistieken inmiddels gebruik van een gewijzigde normering. In overleg met het waterschap is afgesproken dat met dit plan wordt aangesloten bij de nog vast te stellen norm van 10,2 m3 per 100 m2 verhard oppervlak. In de berekening zoals opgenomen in bijlage 2, is van deze norm gebruik gemaakt. Bij uitbreiding van het verhard oppervlak is compensatie nodig door het aanleggen van voldoende waterberging. Daarvoor worden in het plangebied nieuwe waterpartijen en wadi's aangelegd. Volgens de huidige normering (10,2 m³ per 100 m² toename aan verharding) is een bergingscapaciteit van 6.410,30 m³ nodig voor Emmelhage en 371,33 m³ voor Rozenwijk.

In totaal wordt ca. 222.580 m³ waterberging gerealiseerd. De benodigde waterberging voldoet ruimschoots. Dit betekent dat er per toename van 100 m² verhard oppervlak ongeveer 33 m³ waterberging wordt aangelegd. In figuur 4.2 (en bijlage I van bijlage 3) wordt het overzicht oppervlakte weergeven. De bijbehorende waarden staan tevens in tabel 4.1.

bestemmingsplan (ontwerp)

41

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

Figuur 4.2 overzicht oppervlakken (bron: Bijlage 3 Oppervlaktewatersysteem Emmelhage) Tabel 4.1 overzicht waarde oppervlakte (bron: Bijlage 3 Oppervlaktewatersysteem Emmelhage )

Goed functionerend watersysteem Streefbeeld: Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap

42

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4 Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties.

Randvoorwaarden: Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is.

Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit en /of de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland.

Emmelhage beschikt over een goed functionerend, aaneengesloten watersysteem. Fase 4 sluit aan op dit systeem. Het peilbeheer, waterbalans en bodemhoogten zijn afgestemd op eerdere fases. Het stedelijk waterbeheer van het (aan te leggen) oppervlaktewater (hoofdwatersysteem) zal overgedragen worden aan het waterschap.

Tot slot wordt een aantal duikers aangelegd binnen het plangebied. Voor de duikers geldt dat een diameter van 1,2 meter het meest geschikt is, in navolging van de duikerdiameters van Emmelhage fase 1, 2 en 3, met het oog op de doorstroming en het waterbeheer met een maaiboot. De duikers voor de toegang naar de woningen van het plangebied (watergang die van west naar oost loopt) hebben bij voorkeur dezelfde diameter.

Zoals hiervoor beschreven is in de rapportage, zoals opgenomen in bijlage 3 , nader onderzoek opgesteld voor het waterbalans, voor de gehele wijk Emmelhage en Rozenwijk.

Uitgangspunten waterbalans: Eerste insteek voor het waterpeil is: max: NAP -5.05 m en min. NAP -5.35 m. In principe geldt een minimale drooglegging van woningen van 1,20 m. Het laagste vloerpeil van de woningen is NAP - 3,55 m (fase 3). Dit geeft een maximaal water peil van NAP –4,75 m. De minimale waterdiepte is in principe 1,00 m. Eventueel mag dit voor korte perioden minder zijn om waterinlaat te voorkomen; Standaard waterpeil t.b.v maatgevende bui NAP -5,20 m; Bodemhoogte watergang: NAP -6.40; Het watersysteem is doorberekend bij een maatgevende bui zoals aangeleverd door Waterschap Zuiderzeeland; De landelijke afvoer is 1,5 l/s/ha over het bruto oppervlak van het gebied. Bruto oppervlak van Emmelhage en Rozenwijk is 211 ha. Dit geeft een maximale landelijke afvoer van 1.140 m³/uur; Het watersysteem is in staat om geen afwenteling te veroorzaken bij een maatgevende bui (aangeleverd door Waterschap Zuiderzeeland); Maximaal 2 cm opstuwing in de duikers bij een maatgevende afvoer (1,5 l/s/ha).

bestemmingsplan (ontwerp)

43

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

Bij het opstellen van de waterbalansen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Op dit moment is er ter hoogte van fase 2 een inlaat met pomp aanwezig, waarmee indien nodig water kan worden ingelaten vanuit de Onderduikerstocht; Nabij de inlaat is een overlaat naar de Onderduikerstocht (regelbare stuw); De kwel/infiltratiewaarden zijn aangenomen op basis van de kwel- en infiltratiekaart in bijlage IV van de rapportage. Voor de watergangen is een gemiddelde kwelstroom van 1,0 mm/dag aangenomen. Voor het overige gebied is een waarde van 0,6 mm/dag infiltratie aangenomen. Scenario 4 (gewenste flexibele schijf) Het vierde scenario is gebaseerd op een flexibele schijf van 0.70 m, met een maximaal waterpeil van NAP -4,85 m en een minimaal peil van NAP -5.55 m. De peilregulatie ligt op NAP -5,20 m. In het uiterste geval betreft de waterdiepte 1,20 m. Met deze flexibele schijf hoeft het peilbesluit niet aangepast te worden. Scenario 4 gaat uit van een flexibele peilschijf (0,70 m), met een regulatiepeil van NAP -5,20 m. Alleen in droge zomers is waterinlaat nodig. De maximale afvoer bedraagt 1.140 m³/uur. Het systeem voorkomt afwenteling bij een maatgevende bui. Anticiperen op watertekort Streefbeeld: Een klimaatbestendig en robuust watersysteem kan anticiperen op extreem droge periodes. Afhankelijkheid van wateraanvoer en inlaten van gebiedsvreemd water past hier niet bij.

Met het oog op toekomstige watertekorten is het wenselijk de hoeveelheid aanvoerwater zoveel mogelijk te beperken.

Randvoorwaarde is het dusdanig inrichten dat nieuwe watersystemen zelfvoorzienend zijn. Bij scenario 4 wordt het inlaten van gebiedsvreemd water tot een minimum beperkt. Schoon water Goede structuurdiversiteit. Streefbeeld: Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied.

Uitgangspunt: Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Oevers worden bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit. Bij de inrichting van het watersysteem zijn alleen milieuvriendelijke, niet-uitlogende en gecertificeerde materialen toegestaan. Voor beschoeiing geldt aanvullend dat de materialen niet-oxideerbaar zijn.

De oevers in het gebied bestaan uit groene oevers met een talud van 1:3 tot 1:4 en smalle oevervegetatie.

Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld: Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor.

44

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

Uitgangspunten: In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of bij de bron aangepakt. Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat schoon en vervuild hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd, maar in of nabij het plangebied wordt verwerkt. Bij voorkeur gebeurt dit via infiltratie in de bodem. Als infiltratie niet mogelijk is, volgt lozing in oppervlaktewater, waarbij vervuild hemelwater vooraf wordt gezuiverd. Bij nieuwbouwgebieden is de aanleg van een gescheiden rioolstelsel een voorwaarde.

Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Daarom wordt aangesloten op het bestaande peilgebied. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp, detaillering en inrichting van het nieuwe watersysteem.

Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld: Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater (huishoudelijk afvalwater, vervuild hemelwater en bedrijfsafvalwater) wordt voorkomen.

Uitgangspunt: Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt geloosd, zonodig voorafgegaan door een lokale zuivering. Bij nieuwbouwgebieden (bijvoorbeeld woonwijk, industrieterrein) is de aanleg van een gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. Voor bestaand gebied wordt gestreefd naar het afkoppelen van niet-vervuild verhard oppervlak van het rioolstelsel. Het ombouwen van bestaande gemengde rioolstelsels naar gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Afstromend hemelwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd.

Zie goed functionerend watersysteem, en bijlage 3. In zowel de huidige als de nieuwe situatie is/zal sprake zijn van een ecologisch gezond watersysteem. Door het afvoeren van relatief schoon water naar de nieuw aan te leggen watergangen, vindt er voldoende verversing plaats, wat ten goede komt aan de kwaliteit van het oppervlaktewater. Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater en grondwater te voorkomen zal duurzaam bouwen als uitgangspunt worden nagestreefd. Dit houdt concreet in het zoveel mogelijk voorkomen van het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, zink, koper, bitumineuze materialen en geïmpregneerd hout. Overeenkomstig de gerealiseerde fasen 1, 2 en 3 wordt in fase 4 van Emmelhage een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd. De adressen Espelerweg 12-I en 12-II blijven aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel.

Het regenwater kan worden aangemerkt als relatief schoon en wordt door middel van "schoon" regenwaterriolen direct afgevoerd naar het stedelijk oppervlaktewater. De regenwaterriolen bieden tevens de mogelijkheid om, naast regenwater, ook drainagewater vanaf de woonpercelen af te voeren naar het stedelijk water.

bestemmingsplan (ontwerp)

45

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

4.4.4 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het plan is niet in strijd met de instructieregels van het Rijk en de provincie. Het treffen van aanvullende maatregelen en/of het opstellen van regels is niet noodzakelijk.

4.5

Verkeersgeneratie, -afwikkeling & (fiets)parkeren

4.5.1 Algemeen Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Omgevingswet en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. Aangetoond dient te worden dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is voor het opvangen van de beoogde parkeerbehoefte en dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling van het omliggende wegennet.

Het relevante gemeentelijke geleid voor dit omgevingsaspect bestaat uit de Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2025 - 2030, zoals beschreven in paragraaf 3.4.5 en opgesteld om de parkeerbehoefte te bepalen. Deze nota maakt onderdeel uit van het omgevingsplan middel het parapluplan parkeren. In 4.5.2.5 wordt getoetst aan de nota. 4.5.2 Verkeersnetwerk

4.5.2.1

Voetgangers

De ontwikkelingslocatie is momenteel in gebruik als agrarisch gebied. Er is dan ook geen voetgangersinfrastructuur aanwezig. De ontwikkelingslocatie grenst in het oosten aan een woonbuurt in aanbouw, in het zuiden aan de Espelerweg, die als gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom is vormgegeven, maar waar de maximumsnelheid 60 km/u bedraagt. Voetgangers maken op deze weg gebruik van het vrijliggende fietspad. De oversteekbaarheid van de weg is niet goed. Er zijn geen voorzieningen om over te steken. De intensiteit aan gemotoriseerd verkeer is met bijna 6.000 mvt/etmaal vrij hoog, en door de inrichting van de weg is het waarschijnlijk dat autoverkeer vaak harder zal rijden dan de maximumsnelheid van 60 km/u.

Er zijn binnen een voor veel mensen acceptabele loopafstand weinig voorzieningen te vinden. Binnen 1,0 kilometer van de rand van de beoogde ontwikkeling zijn een klein buurtcentrum in De Erven en een huisartspraktijk het noemen waard. Voorzieningen als scholen, horeca of andere retail of dienstverlening liggen alle verder weg dan 1,0 km. Wel is in de plannen voor Emmelhage III, juist ten oosten van de beoogde ontwikkeling, een basisschool met daarbij een BSO opgenomen.

4.5.2.2

Bereikbaarheid openbaar vervoer

De dichtstbijzijnde OV-lijn is buslijn 77, die één keer per uur van Lemmer, via Rutten, Creil en Espel, naar het busstation van Emmeloord rijdt, en vice versa. Deze rijdt over de Espelerweg, direct ten zuiden van de beoogde ontwikkellocatie. De buslijn heeft een halte op 600 meter ten oosten van de ontwikkelingslocatie. De bereikbaarheid per openbaar vervoer is hiermee slecht te noemen. Het openbaar vervoer speelt geen grote rol in de ontsluiting van het noorden van Emmeloord.

46

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

In Emmeloord biedt Just-Go twee deelauto's aan. Deze zijn gestationeerd in de buurt van het gemeentehuis van de Noordoostpolder, op ongeveer 3 kilometer van de beoogde ontwikkeling. Er zijn in Emmeloord geen huurfietsen of ander deelvervoer beschikbaar. Deelvervoer speelt dan ook zo goed als geen rol op de locatie van de beoogde ontwikkeling.

Auto De beoogde ontwikkeling ontsluit direct op de Espelerweg. Het nationale hoofdwegennet is vanuit de beoogde ontwikkelingslocatie in 5 minuten te bereiken via de N351, waarvan de Espelerweg deel uitmaakt. Deze weg leidt direct naar aansluiting 15 van de A6. Van en naar het zuiden kan de A6 worden bereikt via aansluiting 14. De rit hiernaartoe duurt ongeveer 6 minuten. Ook binnen Emmeloord zijn veel bestemmingen makkelijk per auto bereikbaar, en de auto kan gratis worden geparkeerd in heel Emmeloord. De bereikbaarheid per auto is hiermee goed te noemen.

4.5.2.3

Verkeersgeneratie en ontsluiting

Tijdens de beoogde realisatie van Emmelhage IV zal de omgeving vanuit het verkeersperspectief gezien aanzienlijk veranderen. Ten noorden van Emmelhage wordt een nieuwe randweg aangelegd. De voorbereidingen daartoe zijn reeds gestart. De Espelerweg ten zuiden van Emmelhage komt binnen de bebouwde kom te liggen en de maximumsnelheid zal verlaagd worden tot 50 km/u. Om het planeffect van Emmelhage fase 4 te kunnen duiden is een verkeerseffecten onderzoek opgesteld, zie hiervoor bijlage 4. Hierbij is het verkeersvolume vergeleken tussen een autonome situatie (zonder fase 4) en een plansituatie (met fase 4).

Het verkeer vanuit Emmelhage fase 4 verdeelt zich evenwichtig over de verschillende invalswegen. De nieuwe aansluiting op de kruising Kennemerlandlaan – Espelerweg (N351) zorgt voor een evenwichtiger spreiding van verkeer vanuit Emmelhage fase 3 en 4, waardoor de verkeersintensiteit op delen van de Espelerweg zelfs licht afneemt. De toename van verkeer bedraagt maximaal enkele honderden motorvoertuigbewegingen per etmaal per route, wat beperkt is binnen de totale verkeersstroom.

Verkeersafwikkeling De capaciteit en doorstroming op zes onderzochte kruispunten zijn beoordeeld met de Kruispuntwijzer, van Goudappel. In zowel de autonome als de plansituatie is de afwikkelingskwaliteit goed. De wachtrijen en verliestijden blijven gering en de intensiteit-capaciteitverhouding (I/C) blijft overal ruim onder 0,7. Bij de kruising Espelerweg – Kennemerlandlaan wordt in de plansituatie een rotonde gerealiseerd die de afwikkeling verder verbetert en een veilige ontsluiting voor Emmelhage fase 4 biedt.

Ter illustratie is in figuur 4.5.1 een uitsnede uit het verkeersmodel Noordoostpolder en Urk weergegeven. Voor de toekomstige ontsluiting betekent dat Emmelhage IV aan de noorden aan de zuidzijde een ontsluiting krijgt op een gebiedsontsluitingsweg. Bovendien zijn er ook 2 verbindingen voor auto's beoogd met Emmelhage III in het oosten en Emmelhage V in het westen.

bestemmingsplan (ontwerp)

47

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

Figu ur 4.5.1 Etmaalintensiteiten Autonoom 2040 en Plan 2040

Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van Emmelhage fase 4 niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Het extra verkeer kan goed worden verwerkt binnen de bestaande en geplande infrastructuur. Er zijn geen infrastructurele maatregelen noodzakelijk naast de geplande nieuwe aansluiting.

4.5.2.4

Bereikbaarheid niet-gemotoriseerd verkeer

Fietsers kunnen ten zuiden van het plangebied gebruik maken van het vrijliggende fietspad van de Espelerweg. Momenteel zijn er weinig oversteekplaatsen om de Espelerweg over te steken. Met aanleg van de rotonde wordt een nieuwe oversteekplaats mogelijk gemaakt om eenvoudig naar het centrum van Emmeloord te fietsen.

4.5.2.5

(fiets)Parkeerbehoefte

De beoordeling van het plan op het omgevingsaspect parkeren houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig moet zijn. De gemeente Noordoostpolder heeft de Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2025 opgesteld om de parkeerbehoefte te bepalen. Het plangebied is gelegen in 'Rest Emmeloord' en met het berekenen van de parkeernormen is aangesloten bij dezelfde uitgangspunten als de verkeersgeneratie.

De berekening is in figuur 4.5.3 en het stedenbouwkundigplan, zie hiervoor bijlage 1 nader uitgewerkt.

48

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

Figuur 4.5.3 Parkeeropgave

Voor de gehele ontwikkeling zijn 663,2 parkeerplaatsen noodzakelijk. Alle vrijstaande en twee-onder-eenkapwoningen moeten voorzien in parkeren op eigen terrein (in totaal 304). In het openbaar gebied worden 364 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarmee worden gezamenlijk 668 parkeerplaatsen gerealiseerd en wordt voldaan aan de parkeeropgave in het gebied. 4.5.3 Conclusie Binnen Emmeloord is de fiets een aantrekkelijke vervoerswijze. De centrale positie in de beoogde ontwikkeling van fietsinfrastructuur versterkt dit. Voor de bereikbaarheid van en naar bestemmingen buiten Emmeloord is de beoogde ontwikkeling vooral afhankelijk van de auto. Voor een deel van de reizen van en naar de beoogde ontwikkeling is het openbaar vervoer een mogelijkheid, die echter qua reistijd niet concurrerend is ten opzichte van de auto of de fiets.

De verkeersafwikkeling op de wegen van en naar de beoogde ontwikkeling is goed. De verkeerstoename door de beoogde ontwikkeling is dermate laag dat, in combinatie met de extra aan te leggen noordelijke randweg, de afwikkeling verbetert. De verkeersveiligheid in de omgeving van de beoogde ontwikkeling is over het algemeen goed. De beoogde ontwikkeling veroorzaakt of verergert geen veiligheidsproblemen. Bereikbaarheid, effecten op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid zijn daarmee geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

Het plan is niet in strijd met het gemeentelijke beleid en de recente CROW-normen. Het treffen van aanvullende maatregelen is niet noodzakelijk. Het aspect is voldoende geborgd in het planvoornemen.

bestemmingsplan (ontwerp)

49

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4

4.6

Geluid

4.6.1 Algemeen Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Ook zijn direct werkende regels in het omgevingsplan opgenomen. Dit zijn de regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit.

In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1, lid 3, onder b en c Ow) stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken (afdeling 3.5 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving.

Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'.

Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel.

Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect geluid instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 Bkl. Het omgevingsplan bevat, op grond van en in overeenstemming met de instructieregels, waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.6.2 Situatie plangebied Met de beoogde ontwikkeling wordt woningbouw gerealiseerd. Woningen zijn geluidgevoelige gebouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2239/documents/43159