CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1 Bestemmingsplan Landelijk gebied Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg.pdf

Commissie Woonomgeving 5 september 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg19.957 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: ^ ^

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.

5.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), worden aangemerkt als 'gemend gebied'. Bij 'gemengde gebieden' moet gedacht worden aan: "Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend." De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied.

Daarbij wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het plangebied ligt in het buitengebied, met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype 'gemengd gebied'. Onderstaande tabel geeft de richtafstanden weer voor de verschillende omgevingstypes.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

28

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp Milieucategorie

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

5.5.3

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. De beoogde woonzorgfunctie binnen het plangebied wordt op grond van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' aangemerkt als 'verpleeghuizen' (SBI-2008: 871) welke onder milieucategorie 2 valt. Voor een dergelijke functie geldt een richtafstand van 10 meter en 30 meter voor respectievelijk de aspecten geur en geluid. Gezien de ligging in het 'gemengd gebied' kan deze afstand verminderd worden naar 0 meter en 10 meter. De omliggende woningen liggen op ruim 55 meter van het binnen het plangebied opgenomen bouwvlak. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstanden. Er is dan ook geen sprake van een (onevenredige) aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende functies.

5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In voorliggend geval wordt er een nieuw milieugevoelig object gerealiseerd, betreffende de een woonzorglocatie. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich enkele agrarische bedrijven. Bij agrarische bedrijven geldt, op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', de grootste richtafstand veelal voor het aspect geur. Hier wordt in paragraaf 5.6 nader op ingegaan. De agrarische bestemmingen mogen als ondergeschikte nevenfunctie een intensieve veehouderij (tot 2.500 m2) voeren. Op grond van de rechtspraak gaan wij uit van de reële maximale planinvulling. Gelet op de beperkte ruimte om een intensieve veehouderij te beginnen, onder andere ten aanzien van het aspect stikstof en de aard van het gebied, wordt deze mogelijkheid gemotiveerd buiten beschouwing gelaten.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

29

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

In de onderstaande tabel worden de activiteiten/functies benoemd welke zijn gelegen in de nabijheid van het plangebied. Tevens is aangegeven tot welke milieucategorie deze activiteit of functie wordt gerekend, welke richtafstand aangehouden moet worden tussen het plangebied en het bestemmingsvlak/bouwvak van de betreffende milieubelastende functie en wat de daadwerkelijke afstand hiertussen bedraagt. Functie

Milieucategorie 3.2

Richtafstand gemengd gebied 50 meter (stof en geluid)

Daadwerkelijke afstand (circa) 420 meter

Grondgebonden veehouderij Zwartemeerweg 27 Grondgebonden veehouderij Zwartemeerweg 52 Grondgebonden veehouderij Zwartemeerweg 54 Grondgebonden veehouderij Zwartemeerweg 56 Grondgebonden veehouderij Zwartemeerweg 58

3.2

50 meter (stof en geluid)

135 meter

3.2

50 meter (stof en geluid)

80 meter

3.2

50 meter (stof en geluid)

310 meter

3.2

50 meter (stof en geluid)

430 meter

Gezien de afstand tot omliggende milieubelastende functies mag er van worden uitgegaan dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast worden omliggende bedrijven als gevolg van voorliggende ontwikkeling niet in de bedrijfsvoering belemmerd.

5.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.6

Geur

5.6.1

Wet geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ^ ^

5.6.2

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Situatie plangebied

Zoals in paragraaf 5.5 reeds is aangegeven bevinden zich rondom het plangebied een aantal percelen waar grondgebonden veehouderijen aanwezig zijn of zijn toegestaan op basis van de geldende beheersverordening.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

30

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

Gelet op de ligging van het plangebied in het buitengebied geldt er een aan te houden vaste afstand van 50 meter tussen het bouwvlak/bouwperceel van een veehouderij en de beoogde zorgfunctie. Gelet op de in paragraaf 5.5.3.3 genoemde afstanden wordt ruimschoots voldaan aan de afstand van 50 meter en is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te verwachten. Daarnaast worden de agrarische bedrijven gelet op de grote onderlinge afstand niet (verder) belemmerd in de bedrijfsvoering. Temeer omdat dichterbij gelegen woonpercelen van derden maatgevend zijn.

5.6.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

5.7

Ecologie

5.7.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.

5.7.2

Gebiedsbescherming

5.7.2.1 Natura 2000 Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. In afbeelding 5.2 is de ligging van het plangebied (rode ster) ten opzichte van de Natura 2000 gebieden weergegeven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

31

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

Afbeelding 5.2

Ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000 gebieden (Bron: Atlas Leefomgeving)

Het plangebied ligt niet binnen of op korte afstand van een Natura 2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied en 'Zwarte Meer' liggen op een afstand van respectievelijk 1,23 kilometer van het plangebied. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitatypen binnen Natura 2000-gebieden.

Onderhavig voornemen ziet toe op de bestemmingswijziging van een recreatieve bestemming naar een maatschappelijke bestemming. Het maatschappelijke gebruik betreft een zorginstelling voor dementerende ouderen welke plaats vindt in bestaande bebouwing. In beoogde situatie wordt niet gebouwd of gesloopt. Daarnaast zijn de bewoners niet in staat om zichzelf met auto's te verplaatsen. De beoogde verkeersbewegingen zien enkel toe op bezoekers van de zorginstelling. Ons inziens verminderen de verkeersbewegingen in de beoogde situatie gelet op de recreatieve bestemming die komt te vervallen. Gelet op de aard en omvang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling en de afstand tot Natura 2000-gebieden zal er geen sprake zijn van een (toename van) eventuele stikstofdepostities. Het voornemen is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000- gebieden, niet vergunningsplichtig.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

32

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

5.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. In afbeelding 5.3 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN (grijze vlakken) weergegeven.

Afbeelding 5.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN (Bron: Atlas Leefomgeving)

Het plangebied behoort niet tot het NNN. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN, is gelegen op circa 1,3 km afstand van het plangebied. Gelet op de ligging buiten het NNN, in relatie met de aard en omvang van de voorgenomen activiteit, wordt uitgesloten dat sprake is van een aantasting van de kernkwaliteiten en omgevingscondities van het NNN

5.7.3

Soortenbescherming

5.7.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd.

5.7.3.2 Situatie plangebied Dit bestemmingsplan voorziet uitsluitend in het wijzigen van de recreatiebestemming naar een maatschappelijke bestemming. Met deze bestemmingswijziging zijn vooralsnog geen ingrepen als sloop of het verwijderen van groenstructuren gemoeid. Van enige vorm van aantasting van beschermde flora en/of fauna

BJZ.nu Bestemmingsplannen

33

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

als gevolg van vaststelling van dit bestemmingsplan is dan ook geen sprake. Gelet op vorenstaande wordt het uitvoeren van onderzoek niet noodzakelijk geacht.

5.7.4

Conclusie

Er worden geen negatieve effecten op de NNN en Natura 2000-gebieden verwacht. Daarnaast zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten te verwachten.

5.8

Archeologie ä Cultuurhistorie

5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.

5.8.1.2 Situatie plangebied De gemeente Noordoostpolder heeft in 2018 de Archeologische Basis- en Beleidsadvieskaart voor haar grondgebied geactualiseerd. Op de Basiskaart staan de archeologische waarden en verwachtingen weergegeven, terwijl op de Beleidsadvieskaart maatregelen staan aangegeven die nodig zijn om het archeologisch erfgoed te beschermen. In afbeelding 5.4 is een uitsnede van de Archeologische Beleidsadvieskaart weergegeven. Het plangebied is met blauwe ster gemarkeerd.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

34

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

legenda Beleidscategorieën

f~^~1

AA-' AA ' (archeologisch Rijksmonument)

ma AA 4 HM HM mi .VA-7 (mddeleeiMse ai ken

sloten)

AA-

jm Afbeelding 5.4

Archeologische Beleidsadvieskaart (Bron: Gemeente Noordoostpolder)

Op basis van de Archeologische beleidsadvieskaart kent het plangebied een laag tot middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Op basis van de archeologische beleidskaart geldt voor het westelijke gedeelte van het plangebied de beleidscategorie 'WA-5' en het overig plangebied geldt de beleidscategorie 'WA-8'. "WA-5' Voor deze gebieden is bij ingrepen met een oppervlakte tot 2.500 m2 en een diepte tot 50 cm geen archeologisch onderzoek benodigd. 'WA-8' Voor deze gebieden is bij ingrepen met een oppervlakte tot de 10.000 m2 en een diepte tot 100 cm geen archeologisch onderzoek benodigd. In geval van voorgenomen ontwikkeling vinden er in beginsel geen nieuwe bodemingrepen plaats. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Ter bescherming van eventuele archeologische waarden zijn in het bestemmingsplan dubbelbestemmingen opgenomen.

5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

35

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan ‘een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden' dient te bevatten.

5.8.2.2 Cultuurhistorie en beleid Beleidsmatig is de cultuurhistorie van Noordoostpolder vastgelegd en toegelicht in diverse documenten zoals 'Kwaliteitskaart Noordoostpolder Urk - Deel 1' (H+N+S landschapsarchitecten en Beek@ Kooiman Cultuurhistorie, 2004), 'Landschapsvisie Noordoostpolder, landschap van rust en regelmaat' (Feddes/Olthof Landschapsarchitecten, 2012), 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025', (Kuiper compagnons/Gemeente Noordoostpolder, 2013) en de 'Erfgoednota', (Gemeente Noordoostpolder, 2013). Al deze documenten nemen bij vernieuwing en ontwikkeling het bijzonder ontworpen landschap van de Noordoostpolder als vertrekpunt. Het credo van eertijds de Nota Belvédère behoud door ontwikkeling, geldt nog altijd en klinkt ook door in de aanwijzing van de Nooroostpolder als Nationaal Wederopbouwgebied in de beleidsnota 'Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter' van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE, 2016).

5.8.23 Situatie plangebied Het perceel aan de Zwartemeerweg en de directe omgeving kent een aantal karakteristieken die kenmerkend zijn voor de Noordoostpolder. Door die kenmerken, en de zichtbaarheid daarvan, draagt het perceel bij aan de herkenbaarheid van de Noordoostpolder en daarmee haar bijzondere identiteit. De ligging van het erf geeft uitdrukking aan het modulaire systeem van verkaveling van de polder. Een regelmatig raster dat gebaseerd is op de in die tijd meest rationele agrarische verkaveling. Het erf zelf heeft ook een aantal kenmerken die bijdragen aan de bijzondere inrichting van de polder. Zo is de oorspronkelijke aanwezige schokbetonschuur nog aanwezig op het erf. De schuur is inpandig verbouwd tot appartementen ten behoeve van de woonzorgfunctie. Tevens is de bedrijfswoning nog aanwezig op het perceel. Wat verder opvalt is de aanwezigheid van een min of meer volwassen erfsingel. Ook deze singel is een basisonderdeel van het ontwerp van de Noordoostpolder. Het kent een vaste maatvoering. Het type beplanting was deels afhankelijk van de ondergrond. Het doel was vooral om beschutting te creëren in het open vlakke polderland en een stukje menselijke maatvoering aan te brengen. De erfsingels zijn daarmee een belangrijk element op het schaalniveau van de polder als geheel.

De erfsingels in het plangebied blijven gehandhaafd en behouden overeenkomstig het beplantingsplan. Voor de handhaving van de landschappelijke inpassing is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Het is niet noodzakelijk om nadere eisen ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden te stellen.

5.8.3

Conclusie

Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is in het kader van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk. Als gevolg van voorliggende ontwikkeling worden de aanwezige cultuurhistorische waarden niet aangetast.

5.9

Kabels Ā leidingen

In of nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels of leidingen aanwezig.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

36

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

5.10

Besluit milieueffectrapportage

5.10.1

Algemeen

In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport (MER) opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r.. Een bestemmingsplan kan m.e.r.(beoordelings)plichtig zijn op de volgende manieren: ^ ^ ^

Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is; Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het plan wordt genoemd in kolom 3 (plannen). Een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn indien het plan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.-plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.beoordelingsplichtig.

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'.

Het komt er op neer dat voor bestemmingsplan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen in onderdeel D en beneden de drempelwaarden vallen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: ^ ^

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden.

5.10.2 Verantwoording

5.10.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen of op korte afstand van een Natura 2000 gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden 'Zwarte Meer' liggen op een afstand van respectievelijk 1,23 kilometer van het plangebied. Het voornemen is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. In paragraaf 5.7 wordt hier nader op ingegaan.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

37

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

5.10.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als de 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.'

Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het wijzigen van de bestemming 'recreatie' naar de bestemming 'maatschappelijk' in het buitengebied van de gemeente Noordoostpolder. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toeneemt.

Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk en hoofdstuk 6 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

5.10.3

Conclusie

Het plangebied is niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied gelegen en heeft ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving, waardoor het voornemen in het desbetreffende gebied niet m.e.r.beoordelingsplichtig is.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

38

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

Hoofdstuk 6 6.1

Wateraspecten

Algemeen

In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt er gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

6.2

Beleidskaders

6.2.1

Waterbeheerplan 2016-2021

Het Waterbeheerplan 2016-2021 (WPB3) is het waterbeleid van het waterschap Zuiderzeeland. Dit Waterbeheerplan is de opvolger van WPB2+ en bevat langetermijndoelen (zichtjaar 2050), doelen voor de planperiode (2016-2021) en maatregelen die het waterschap (samen met gebiedspartners) uit gaat voeren. De doelen en maatregelen hebben betrekking op de kerntaken van het waterschap (waterveiligheid, schoon water, voldoende water) en het thema 'water en ruimte'. Hierbij gaat het om reguliere werkzaamheden, zoals peilbeheer, onderhoud aan dijken en het zuiveren van afvalwater en om nieuwe ontwikkelingen.

6.2.2

Stroomgebiedsvisie Flevoland (2003)

De Noordoostpolder is gelegen binnen het plangebied van de stroomgebiedsvisie Flevoland. In de watervisie voor 2015 wordt het plangebied aangeduid als een gebied met een vitaal watersysteem. Voor de gemeente Noordoostpolder zijn de wateropgaven onderverdeeld in een aantal generieke maatregelen en in de resterende wateropgave. De generieke maatregelen houden onder andere in: ^ ^ ^

afvoerblokkering in natuurgebieden; vasthouden van water in natuurgebieden en landbouwgebied; realisatie van duurzame oevers.

Oplossingsrichtingen voor de resterende wateropgave zijn onder andere bergen in open water en efficiënt uitmalen.

6.2.3

Beleid gemeente Noordoostpolder en waterschap Zuiderzeeland

De watervisie van de gemeente Noordoostpolder is opgenomen in het Stedelijk Waterplan Noordoostpolder (d.d. april 2006). Ten aanzien van het Stedelijk Waterplan is als aanvulling op dit plan, in 2011 door het waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder een bestuurlijke 'Maatwerkovereenkomst stedelijk water' ondertekend. Door ondertekening van deze bestuursovereenkomst zijn tussen de waterbeheerder en de gemeente afspraken gemaakt over de invulling van de gezamenlijke taakuitoefening voor het beheer en onderhoud van het stedelijk water. De beoogde doelen op strategisch, tactisch en operationeel niveau ten aanzien van het stedelijk water zijn daarbij beter verankerd. Waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder hebben begin 2019 samen het Watertakenplan Noordoostpolder 2019-2024 vastgesteld. Op grond van de Waterwet is er voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het

BJZ.nu Bestemmingsplannen

39

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

'gebiedseigenwater' wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Voor zover gemeentelijke maatregelen doelmatig zijn en het niet de verantwoordelijkheid van het Waterschap of de provincie is om maatregelen te nemen. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken).

6.3

Watertoetsproces

Het waterschap Zuiderzeeland is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. In het kader van de watertoets is de procedure 'geen waterschapsbelang' van toepassing. De watertoets is in bijlage 4 van deze plantoelichting opgenomen. Het voorliggende bestemmingsplan leidt niet tot nieuw ruimtegebruik, veranderingen aan waterlopen of waterkeringen, nieuwe verharding of lozingen. Het plan heeft daarom geen effect op de waterhuishouding.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

40

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische aspecten en planverantwoording

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. inleidende regels; 2. bestemmingsregels; 3. algemene regels; 4. overgangs- en slotregels.

7.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: ^

begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.

^

Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

41

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemming. De regels zijn onderverdeeld in: ^

Bestemmingsomschrijving Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies.

^

Bouwregels In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd.

^

Specifieke gebruiksregels In deze regels is opgenomen wat onder strijdig gebruik wordt verstaan. Ook is hier de voorwaardelijke verplichting erfsingel opgenomen.

^

Wijzigingsbevoegdheid Hierin is een bevoegdheid opgenomen ten aanzien van het wijzigen van de bestemming bij beëindigen van de maatschappelijke functie.

7.2.4

Algemene regels

Hoofstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: ^

Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.

^

Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan.

^

Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.

^

Algemene procedureregels (Artikel 11) In de algemene procedureregels wordt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing verklaart.

^

Overige regels (Artikel 12) In de overige regels zijn voorschriften opgenomen om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid en laad- en losruimte.

7.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

42

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. 'Agrarisch' (Artikel 3) De gronden die zijn voorzien van een recreatiebestemming, maar buiten de erfsingels zijn gelegen zijn in het voorliggende bestemmingsplan voorzien van de bestemming 'Agrarisch'. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor agrarische bedrijvigheid. 'Maatschappelijk - Zorginstelling' (Artikel 4) Het erf aan de Zwartemeerweg 25 is voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk - Zorginstelling'.

De voor 'Maatschappelijk - Zorginstelling' aangewezen gronden zijn bestemd voor een zorginstelling, waaronder een woonzorgvoorziening en dagbesteding waar maximaal 12 cliënten/bewoners aanwezig mogen zijn. Tevens zijn de gronden bestemd voor bijbehorende voorzieningen, ontwikkeling en instandhouding van erfsingels, nutsvoorzieningen en kunstobjecten. 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA5' (artikel 5) Een gedeelte van de gronden zijn voorzien van de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA5'. Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische verwachtingswaarden 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA8' (artikel 6) Een gedeelte van de gronden zijn voorzien van de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde WA5'. Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische verwachtingswaarden

BJZ.nu Bestemmingsplannen

43

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Wel wordt met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

44

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

Hoofdstuk 9

Vooroverleg, inspraak en zienswijzen

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

9.1

Vooroverleg

9.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

9.1.2

Provincie Flevoland

Onderhavig initiatief is voorgelegd aan de provincie Flevoland. Het plan is door de provincie Flevoland akkoord bevonden.

9.1.3

Waterschap Zuiderzeeland

Het waterschap Zuiderzeeland is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. In het kader van de watertoets is de procedure 'geen waterschapsbelang' van toepassing. Het waterschap Zuiderzeeland heeft per brief van d.d. 12 mei 2022 een positief wateradvies gegeven.

9.2

inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval wordt er, gezien de aard van dit bestemmingsplan, geen inspraak verleend.

9.2

Zienswijzen

Deze paragraaf wordt ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

45

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

Bijlagen bij de toelichting

BJZ.nu Bestemmingsplannen

46

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan

BJZ.nu Bestemmingsplannen

47

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

BJZ.nu Bestemmingsplannen

48

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

Bijlage 3

Historisch bodemonderzoek

BJZ.nu Bestemmingsplannen

49

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

BJZ.nu Bestemmingsplannen

50

Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg' Ontwerp

Bijlage 5

Watertoetsresultaat

BJZ.nu Bestemmingsplannen

51

Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg ontwerp

Bijlagen bij de toelichting

BJZ.nu Bestemmingsplannen

55

Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg ontwerp

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan

BJZ.nu Bestemmingsplannen

56

(O .N

N İ

1:250

Legenda Nieuwe bomen - boomsoort Nieuwe struik - struiksoort

aandeel Haagbeuk 50Zo Winterlinde ■\0oZo Eik ■\0oZo veldesdoorn 50Zo Els ■\0oZo Gewone esdoorn ÎOX

Struiken Prunus Padus Euonymus europaea Rosa Canina Viburnum opuus Rhamnus Carthartica Cornus sanguinea Cornus Mas Ligustrum vulgare Corylus avallana

Vogelkers Kardinaalmuts Hondsroos Gelderse roos Wegedoorn Rode kornoelje Gele kornoelje Gewone liguster Hazelaar

hoogte in cm 60-100 80-100 80-120 60-100 80-100 80-100

aandeel

hoogte in cm

50Zo 50Zo 50Zo ■\0oZo 50Zo 50Zo 50Zo 50Zo 50Zo

50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100 50-80 50-80 60-100

Een erfsingel bestaat uit een struik- en een boomlaag. De mis aan soorten is hierboven vastgelegd. Er dient in drie rijen te zijn geplant. De onderlinge afstand van en in de rijen is maximaal 150 cm. Per 2,25 m2 wordt tenminste een boom/struik aangeplant. De erfinsingel dient minimaal 3 m breed te zijn, gemeten van hart boom/struik 1e rij tot hart boom/struik laatste rij.

6709RG Almelo

Bomen Carpinus Betulus Tila Cordata Quercus robur Acer campeste Alnus glutinosa Acer pseudopatanus

Landelijk gebied, Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg ontwerp

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai

BJZ.nu Bestemmingsplannen

60

4jļ!flBJZ.nu

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Zwartemeerweg 25, Kraggenbrug

Wijzigingsplannen Uw specialist in Bestemmingsplannen Rood voor Rood - Ruimte voor Ruimte

BJZ.nu - Ruimtelijke plannen en advies

November 2021

Status: Definitief

Vestiging Almelo

Vestiging Zwolle

Vestiging Utrecht

Twentepoort Oost 16a

Dr. van Wiechenweg 2

Euclideslaan 265

7609 RC Almelo

8025 BZ Zwolle

3584 BV Utrecht

T 0546 454 466

E info@bjz.nu

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai ZWARTEMEERWEG 25, Kraggenbrug

Status: Datum: Projectnummer:

Definitief November 2021 2021-480

■ĹMBJZnu ruimtelijke plannen en advies

Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16 7609 RG ALMELO T: E: I:

0546-45 44 66 info@bjz.nu www.bjz.nu

Vestiging Zwolle Dr. Van Wiechenweg 2 8025 BZ ZWOLLE

Vestiging Utrecht Euclideslaan 265 3584 BV UTRECHT

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwartemeerweg 25, Kraggenburg Definitief

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding........................................................................................................ 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader.............................................................................................. 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Algemeen................................................................................................................................................. 5 Zone langs wegen.................................................................................................................................... 5 Grenswaarden......................................................................................................................................... 5 Berekenen geluidsbelasting...................................................................................................................... 6 Gemeentelijk geluidsbeleid....................................................................................................................... 6

Hoofstuk 3 3.1 3.2

Uitgangspunten.............................................................................................. 7

Situatie projectgebied.............................................................................................................................. 7 Verkeersgegevens..................................................................................................................................... 8

Hoofdstuk 4 Resultaten......................................................................................................9 4.1 4.2

Berekeningen........................................................................................................................................... 9 Geluidsbelasting...................................................................................................................................... 9

Hoofdstuk 5 Conclusie......................................................................................................10 Bijlagen

.................................................................................................................... 11

Bijlage IRekenmodel............................................................................................................................................11 Bijlage 2Itemeigenschappen................................................................................................................................. 12 Bijlage 3Resultatentabellen.................................................................................................................................13

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwartemeerweg 25, Kraggenburg Definitief

Hoofdstuk 1

Inleiding

Het project heeft betrekking op het erf aan de Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg. Het erf is momenteel bestemd tot recreatief en agrarisch erf. Concreet betekend dit dat het volgende is toegestaan: groepsaccommodatie, camping, sauna, pannenkoekenboerderij, expositieruimte en een agrarisch bedrijf. Ter plaatse is een zorgfunctie aanwezig die zich richt op 24-uurs zorg voor mensen met dementie. Voor deze activiteit is een tijdelijke vergunning verleend die in 2022 afloopt en wordt vanaf dit datum definitief ingepast. Deze zorgfunctie is gevestigd op nummer 25a, ook wel 'Hoeve Marant' genoemd. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied (rode omkadering) in de directe omgeving weergegeven. Nummer 25a is met een dikgedrukte rode omkadering binnen het projectgebied weergegeven.

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwartemeerweg 25, Kraggenburg Definitief

Hoofdstuk 2 2.1

Wettelijk kader

Algemeen

Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.

2.2

Zone langs wegen

Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buiten stedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer Tabel 1

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl).

De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: ^ ^ ^

Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.

De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: ^ ^

Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.

Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van 'een goede ruimtelijke ordening'.

2.3

Grenswaarden

In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld:

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwartemeerweg 25, Kraggenburg Definitief

'woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat'. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied Tabel 2

Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)

Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)

Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.

2.4

Berekenen geluidsbelasting

De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend worden en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: ^

5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;

Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: ^ ^ ^

4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.

Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.

2.5

Gemeentelijk geluidsbeleid

De gemeente Noordoostpolder beschikt niet over een eigen geluidbeleid en volgt hierin de Wet geluidhinder.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwartemeerweg 25, Kraggenburg Definitief

Hoofstuk 3 Uitgangspunten 3.1

Situatie projectgebied

De locatie Zwartemeerweg 25a wordt al geruime tijd gebruikt door de zorginstelling Amado Zorg. Amado Zorg is een woonzorginstelling welke kleinschalig wonen combineert met persoonsgerichte zorg. Op de locatie zijn twaalf appartementen aanwezig. Op de begane grond bevinden zich drie appartementen. De overige negen appartementen bevinden zich op de eerste etage. In afbeelding 3.1 is een foto van 'Hoeve Marant' weergegeven.

Afbeelding 3.1

Foto zorginstelling (bron: Amandozorg.nl)

Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van de Zwartemeerweg. Deze weg heeft een snelheidsregime van 60 km/uur. Er bevinden zich geen andere wegen in de nabijheid van het projectgebied. In onderstaande tabel is weergegeven welke uitgangspunten voor het hierbij behorende rekenmodel zijn gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting Zwartemeerweg

Buitenstedelijk gebied 53 dB Ja 5 dB

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwartemeerweg 25, Kraggenburg Definitief

3.2

Verkeersgegevens

De verkeersintensiteiten zijn aangeleverd door de gemeente Noordoostpolder. Het betreffen telgegevens van het jaar 2016. Om tot het prognosejaar 2032 te komen is uitgegaan een procentuele groei van 1,5% per jaar. De gebruikte gegevens zijn weergegeven in afbeelding 3.2. Tijd

Klassen

Totaal

Lengte (m)

-:3,7

3,7-7,0

Fout

ï7İ0

Abs.

Idx.

Abs.

Idx.

Abs.

Idx

Abs.

Idx.

Rel.

Tūt. 0-24

453

84.5

26

4,9

57

10,6

536

100,Ū

100,0

1

Tot 0-7

38

88.4

2

4,7

3

7,0

43

100,ū

3,0

0

Tot. 7-19

350

84.1

23

5,5

43

10,3

416

100,0

77,6

0

Tot. 19-24

64

83.1

2

2,6

11

143

77

100,0

144

1

Tot 23-7

44

89;8

2

4,1

3

0,1

49

100,0

9,1

0

Afbeelding 3.2

Verkeersgegevens Zwartemeerweg (bron: gemeente Noordoostpolder)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwartemeerweg 25, Kraggenburg Definitief

Hoofdstuk 4 4.1

Resultaten

Berekeningen

De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 1,0 (akoestisch zacht). In het model zijn de volgende zaken opgenomen: ^ ^ • ^

Zwartemeerweg met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte; harde bodemgebieden; rekenpunten op 1,5 meter en 4,5 meter op alle gevels.

In bijlage 1 is een uitsnede van het rekenmodel weergegeven en in bijlage 2 zijn de itemeigenschappen weergegeven.

4.2

Geluidsbelasting

Om de geluidbelasting op de gevels te berekenen zijn er per gevel twee toetspunten geplaatst op een hoogte van 1,5 en 4,5 meter. De tweede verdieping (7,5 meter) is buiten beschouwing gelaten, omdat op deze verdieping geen sprake is van appartementen, waardoor de geluidbelasting in voorliggend onderzoek irrelevant wordt geacht. In afbeelding 4.1 zijn de geplaatste toetspunten met naam weergegeven.

Afbeelding 4.1

Geplaatste toetspunten op de gevels (bron: Geomilieu)

De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Zwartemeerweg bedraagt inclusief 5 dB reductie hoogstens 40 dB. Deze waarde wordt behaald op toetspunt 07 op 4,5 meter hoogte. Met deze waarde wordt ruimschoots voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. In afbeelding 4.2 zijn de resultaten weergegeven. In bijlage 3 zijn de resultatentabellen weergegeven.

Afbeelding 4.2

Resultaten wegverkeerslawaai incl. reductie (bron: Geomilieu)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zwartemeerweg 25, Kraggenburg Definitief

Hoofdstuk 5

Conclusie

Het project heeft betrekking op het erf aan de Zwartemeerweg 25 te Kraggenburg. Ter plaatse is een zorgfunctie aanwezig die zich richt op 24-uurs zorg voor mensen met dementie. Voor deze activiteit is een tijdelijke vergunning verleend die in 2022 afloopt. Deze zorgfunctie is gevestigd op nummer 25a. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Zwartemeerweg bedraagt hoogstens 39 dB. Hiermee wordt ruimschoots aan de voorkeurswaarde van 48 dB worden voldaan. Een hogere waarde is dan ook niet benodigd. Gelet op vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatste van de zorgappartementen met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1929/documents/31350