17.1 Toelichting Bestemmingsplan 'Rutten, Buitenom 1 en 87'.pdf
Tekst van het document
Toetsing van het initiatief aan artikel 7.5 van de Omgevingsverordening De locatie waar voorgenomen ontwikkeling betrekking of heeft ligt op circa 3 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren. Zoals aangegeven in paragraaf 5.7.2.3 worden er gelet op de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de gebieden die behoren tot het NNN. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Flevoland.
4.2.4
Toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie Noordoostpolder 2025
4.3.1.1
Algemeen
De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen en hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn. Daarom kent de Structuurvisie Noordoostpolder 2025 een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor het toekomstig beleid. Ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten.
4.3.1.2 Ambitie Natuur De ambitie voor natuur in de gemeente Noordoostpolder ligt op drie vlakken. Allereerst is er de ambitie bestaande natuurgebieden te behouden, en indien mogelijk, te versterken. Ten tweede zijn er kansen voor het
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
behouden en versterken van verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Als laatste wordt er ingezet op het behoud van het leefgebied van specifieke soorten.
4.3.1.3 Ambitie Bevolking en wonen De gemeente Noordoostpolder streeft naar een aantrekkelijke, uitnodigende fysieke woon- en leefomgeving en daarbij richt de gemeente zich vooral op (tijdelijke) inwoners van de gemeente Noordoostpolder. De gemeente zet in op een afwisselend woningaanbod en voegt bijzondere woonmilieus toe, zoals in de Wellerwaard. Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en woningen in vrijkomende agrarische bebouwing. De aandacht verschuift van kwantiteit (veel bouwen) naar kwaliteit (dat wat er al is behouden, verbeteren en/of transformeren). Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van landgoederen en wonen in vrijkomende agrarische bebouwing: Vernieuwen van binnenuit De gemeente Noordoostpolder vindt het belangrijk dat (nieuwe) inwoners kunnen kiezen uit verschillende woonmilieus en dat tijdelijke inwoners adequaat en legaal gehuisvest kunnen worden. Er wordt daarom gestreefd naar een gevarieerde woningvoorraad waar ruimte is voor diverse leeftijds-, huishoudens- en inkomensgroepen. De unieke kwaliteiten die het wonen in de polder aangenaam maken, wil men hierbij benutten voor de bestaande bewoners, waaronder jongeren/starters en senioren, maar ook om nieuwkomers naar de gemeente te trekken. De onzekerheid op de woningmarkt en de afnemende woningbehoefte maakt een zorgvuldige, stapsgewijze ontwikkeling noodzakelijk.
Het accent ligt op vernieuwing van binnenuit, op inbreiding in plaats van alleen maar uitbreiding. Geplande en nog niet in ontwikkeling zijnde uitbreidingen bij de dorpen vervallen. De overige (grotere) nieuwe woningbouwlocaties in de dorpen en Emmeloord worden niet in één keer ontwikkeld, maar steeds gedoseerd en gefaseerd in kleine afrondbare eenheden. Het plangebied is op de structuurvisiethemakaart 'Bevolking en wonen' aangeduid als 'bestaand woongebied' en 'bestaand bos'. Flexibiliteit is het sleutelwoord. Per locatie/gebied wordt bekeken wat de wensen en mogelijkheden zijn.
Afbeelding 4.2: Uitsnede structuurvisie-themakaart 'Bevolking en wonen' (Bron: Ruimtelijke Plannen)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025' In voorliggend geval is sprake van woningbouw op een inbreidingslocatie binnen bestaand woongebied. Het plan voorziet in de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte van Rutten (zie ook paragraaf 4.3.2 en 4.3.5). Dit plan is in overeenstemming met de uitgangspunten zoals verwoord in de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025'. Ten aanzien van de als bos aangeduide gronden wordt opgemerkt dat er enkele bomen verdwijnen. Er is echter een belangenafweging gemaakt, waarbij het volkshuisvestelijke belang zwaarder weegt dan het behoud van de te kappen bomen. Allereerst blijft er nog voldoende bos over als afbakening van de dorpsrand. Daarnaast zal er openbaar groen worden aangelegd, waarmee de bomenkap in beperkte mate wordt gecompenseerd.
4.3.2
Woonvisie Noordoostpolder
4.3.2.1 Algemeen De gemeenteraad heeft in oktober 2020 de woonvisie vastgesteld. De woonvisie vervangt de huidige woonvisie die in tijden van economische crisis is gemaakt. De huidige context biedt de mogelijkheid meer ambitie te tonen. De ambitie van de gemeente Noordoostpolder is de kansen die de huidige context bieden te grijpen. Eén van deze kansen is de verschuiving in landelijke verhuisstromen. Tegelijkertijd is de oude woonvisie ook nog altijd grotendeels relevant, aangezien de trend van afvlakking van huishoudens- en bevolkingsgroei waarschijnlijk doorzet. Er is daarnaast sprake van voortgaande vergrijzing. Het thema 'vernieuwing van binnenuit' uit de vorige woonvisie is dan nog altijd actueel. De woonvisie kent op hoofdlijnen twee doelstellingen. De eerste is om een antwoord te bieden op de opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. De tweede doelstelling is om dié kansen te grijpen die zich voordoen om de ambities te realiseren. Als er bijvoorbeeld een treinverbinding naar het noorden komt, moet de gemeente Noordoostpolder klaar zijn mee te liften op de mogelijkheden die hierdoor ontstaan.
4.3.2.2 Kwantitatieve behoefte De nieuwe huishoudensprognose geeft een positiever beeld dan de vorige. In de nieuwe prognose is er vanaf 2038 pas sprake van een lichte daling in het aantal huishoudens. Tot 2038 groeit de bevolking, wat mede samengaat met een voortgaande gezinsverdunning. Voor de komende tien jaar is er ruimte voor het toevoegen van circa 1.000 woningen. Het is hierbij geen probleem dat het aantal woningen in de eerste jaren meer toeneemt dan daarna. Het streven is om meer senioren te verleiden te gaan verhuizen. Hiervoor is het nodig om woningen geschikt voor senioren te gaan bouwen. Om dit te realiseren is het uitgangspunt dat er jaarlijks minimaal 50 voor senioren geschikte woningen gerealiseerd moeten worden.
4.3.2.3 Kwalitatieve behoefte Op korte termijn is er sprake van een grote vraag naar woningen. De prijzen zijn sterk gestegen en het woningaanbod neemt af. De toegankelijkheid tot de woningmarkt neemt daardoor voor grote groepen mensen af. Op langere termijn is er daarnaast sprake van een veranderende bevolkingssamenstelling, met meer senioren en één- en tweepersoonshuishoudens. Het op gang brengen van doorstroming op de woningmarkt en het geven van een kwaliteitsimpuls van bestaande woningen kan huidige knelpunten verhelpen. Om dit te realiseren wordt een toekomstbestendig nieuwbouwprogramma voorgesteld dat meer is gericht op de specifieke woonbehoefte van senioren. Mocht doorstroming achterblijven, waardoor specifieke doelgroepen niet aan een woning kunnen komen, kan ingezet worden op een nieuwbouwprogramma gericht op de actuele behoefte.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
4.3.2.3 Seniorenprogramma De groei in het aantal huishoudens komt nagenoeg volledig voor rekening van de groep senioren. De voorkeur van een deel van deze senioren is om in de eigen woning en woonomgeving te blijven wonen. Er is echter ook een aanzienlijk deel op zoek naar een nieuwe gelijkvloerse woning. Het gaat hierbij om een woning in Emmeloord, nabij voorzieningen, maar ook in de kleinere dorpen is behoefte aan seniorenwoningen. In de koopsector is de opgave om naast appartementen ook kleinschalige grondgebonden woningen te realiseren. Senioren hebben daarnaast de wens om nabij (zorg)voorzieningen te wonen, wat betekent dat locaties rondom het centrum van Emmeloord aantrekkelijk zijn. Uit de kleinere kernen en het bijbehorende buitengebied komen echter ook geluiden van vraag naar voor senioren geschikte woningen.
4.3.2.4 Starters Starters zitten in toenemende mate klem op de woningmarkt. De prijzen van koopwoningen stijgen al jaren ruim, waardoor de koopsector voor een steeds grotere groep onbereikbaar wordt. Daarnaast is het aanbod van goedkopere woningen zowel in absolute als in relatieve zin klein. Tegelijkertijd is de inkomensgrens voor de sociale huurmarkt hard afgegrendeld. Een deel van de mensen waarvoor een koopwoning onbereikbaar is, komt daardoor niet in aanmerking voor een huurwoning. De groep waar dit vooral voor geldt heeft een inkomen van boven de 08.000 per jaar. Deze groep kan, met inbreng van eigen middelen, een woning van tussen de C175.000 en C240.000 financieren. Als naar de samenstelling van de huidige voorraad wordt gekeken, wordt geconcludeerd dat er in principe genoeg woningen zijn in deze prijsklasse. Het beleid richt zich in eerste instantie dan ook op de huidige woningvoorraad beschikbaar voor starters te krijgen. Daarnaast is het mogelijk het tekort op te lossen door woningen te realiseren die zowel voor starters als senioren geschikt zijn. Die woningen kunnen op korte termijn een ingang op de woningmarkt voor starters zijn en op lange(re) termijn bij verdere vergrijzing eveneens geschikt zijn voor senioren.
4.3.2.5 Kwaliteit De kwaliteitsdoelstellingen in de woonvisie komen enerzijds voort uit de ontwikkeling van de behoefte en de vraag. Anderzijds zijn er ook zelfstandige kwaliteitsdoelstellingen, vaak vanuit andere beleidsvelden. Voor Noordoostpolder is het van belang dat er een bijdrage geleverd wordt aan de herkenbare belevingswaarde die ook in cultureel opzicht belangrijk is. Daarnaast is het van belang om nieuwbouw te benutten om een onderscheidende belevingswaarde aan te bieden. Ook ligt er een ruimtelijke opgave om invulling te geven aan bestaande, bijzondere locaties die voor functieverandering in aanmerking komen. Vanuit de woonvisie is de belangrijkste waarde van het DNA dat blijvend wordt gewerkt aan het in stand houden van de onderscheidende kwaliteit van de gebouwde omgeving in de polder. Herkenbaarheid van de woonomgeving is in toenemende mate een belangrijke onderscheidende kwaliteit. Tegelijk is het vanuit de woonvisie van belang dat nieuwe programma's een plek kunnen krijgen. Als volgende stap in het DNA van de polder moet worden nagedacht over het inpassen van die nieuwe programma's. Nieuwbouwlocaties zijn een kans om kwaliteiten aan de voorraad toe te voegen die er nu nog niet zijn. Hier ligt een kans om bijzondere, onderscheidende woonmilieus te maken. Het gaat er om dat kwaliteiten en programma's worden toegevoegd die nu in de voorraad ontbreken.
Bijzondere locaties geven ruimte voor en vormen een aanleiding voor het realiseren van bijzondere kwaliteiten en programma's. De komende jaren zullen er zowel in Emmeloord als in de dorpen nog veel bijzondere inbreidingslocaties beschikbaar komen. Het kan gaan om plekken van kerken, scholen, zorgvoorzieningen of andere voorzieningen. Die bijzondere plekken hebben altijd ook een uitzondering gevormd in het stedenbouwkundig stramien, en bieden daardoor bij uitstek de kans om opnieuw iets bijzonders re realiseren, het zij door transformatie het zij door nieuwbouw.
4.3.2.6 Duurzaamheid Het accent van de duurzaamheidsopgave ligt op de doelstelling van de gemeente Noordoostpolder om in 2030 energieneutraal te zijn. Hoewel dat niet betekent dat de woningvoorraad dan energieneutraal moet zijn, zullen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
de klimaatdoelstellingen en de ontwikkeling van energieprijzen de komende 25 jaar een grote invloed hebben op het wonen. Op de korte termijn is er al sprake van stijgende energielasten en daarmee een toenemende druk op de betaalbaarheid van het wonen. Het doel is om in 2050 een aardgasvrije woningvoorraad te hebben.
4.3.2.7 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Noordoostpolder In voorliggend geval is er sprake van het gefaseerd realiseren van 22 vrijstaande en twee-onder-een-kap woningen op twee inbreidingslocatie in Rutten. De woningen zijn geschikt voor verschillende doelgroepen. Zo zijn de woningen levensloopbestendig uit te voeren waardoor ze geschikt zijn voor senioren. Daarnaast zijn de woningen eveneens geschikt voor gezinnen en starters. Door het realiseren van de woningen kan doorstroming op de woningmarkt op gang komen, waardoor er eveneens andere woningen op de woningmarkt vrijkomen. Naast de kwalitatieve behoefte, is er binnen de gemeente Noordoostpolder behoefte aan het realiseren van circa 1.000 woningen in de komende tien jaar. De woningen zullen gasloos worden gerealiseerd. Al met al wordt geconcludeerd dat zowel kwantitatief als kwalitatief sprake is van vraag naar de te realiseren woningen. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met de gemeentelijke woonvisie.
4.3.3
Welstandsnota gemeente Noordoostpolder 2016
4.3.3.1
Welstand
Op 29 november 2016 heeft de raad de welstandsnota "Ruimte voor kwaliteit en welstandsvrijheid" vastgesteld. De welstandsnota geeft richting aan het welstandstoezicht in de Noordoostpolder en voor de inwoners van de gemeente biedt het plan helderheid over de welstandsbeoordeling van hun bouwplannen. Zoals de titel van de nota al aangeeft wordt onderscheid gemaakt tussen welstandsvrije en niet welstandsvrije gebieden. De selectie van niet-welstandsvrije gebieden heeft plaats gevonden aan de hand van twee criteria: ^
de cultuurhistorische betekenis van de bebouwing;
^
de zichtbaarheid van de bebouwing vanuit belangrijke openbare ruimtes.
Op basis van deze criteria is besloten dat in de volgende gebieden welstandstoezicht blijft gelden: 1. 2.
de kernen en beeldbepalende gebieden van Emmeloord; de dorpskernen en beeldbepalende gebieden van Marknesse, Ens, Luttelgeest, Bant, Creil, Espel, Tollebeek, Kraggenburg en Rutten;
3.
Nagele en Schokland in zijn geheel;
4.
het landelijk gebied.
Op basis van de welstandsgebiedenkaart blijkt dat het deelgebied Buitenom 1 in welstandsgebied Rutten ligt. Deellocatie Buitenom 87 ligt in welstandsvrij gebied. Er is een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor voorliggende ontwikkeling die als aanvulling op de gemeentelijke welstandsnota geldt. Deze is als bijlage 1 bijgevoegd. In paragraaf 3.4 is reeds op het beeldkwaliteitsplan ingegaan.
4.3.3.2
Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota gemeente Noordoostpolder
Bij het beoordelen van de omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen zal toetsing aan het opgestelde beeldkwaliteitsplan plaatsvinden. Op voorhand worden geen belemmeringen verwacht.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
4.3.4
Duurzaamheidsvisie Noordoostpolder
4.3.4.1 Algemeen In haar duurzaamheidsvisie streeft de gemeente Noordoostpolder naar energieneutraliteit in 2030. De gemeente focust daarnaast op inzet van schone energie. Energiegebruik en -besparing in woningen maken daar een belangrijk onderdeel van uit. Het energiegebruik door woningen bedraagt ongeveer 16% van het totale energiegebruik in Noordoostpolder. Landelijke eisen Het Nationaal Plan voor het bevorderen van bijna-energieneutrale gebouwen in Nederland beschrijft het Nederlandse beleid om te komen tot bijna-energieneutrale woningen vanaf 2021. Het beleid is erop gericht dat de EPC-eis in het Bouwbesluit per 31 december 2020 dichtbij nul komt te liggen, oftewel bijnaenergieneutraal. De eis wordt vanaf 2020 op andere wijze bepaald, maar komt ongeveer overeen met een EPC van 0,2. De huidige eis is een EPC van 0,4. Op 3 april 2018 is een aanpassing van de Gaswet in werking getreden waardoor de gasaansluitplicht is komen te vervallen. Dit betekent dat geen omgevingsvergunningen meer mogen worden afgegeven voor nieuwbouw die aangesloten wordt op een gasnet. Deze regeling geldt voor omgevingsvergunningen aangevraagd vanaf 1 juli 2018. Een gemeente kan een ontheffing verlenen waardoor toch op het gasnet aangesloten mag worden. Dit kan echter alleen in uitzonderlijke situaties waarbij grote maatschappelijke effecten ontstaan door het niet aansluiten op gas.
4.3.4.2 Duurzaamheid in het stedenbouwkundige plan De woningen worden gasloos en met een EPC van 0,2 gebouwd. De dakvlakken van de woningen kunnen worden gebruikt ten behoeve van het plaatse van zonnepanelen. De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met het gestelde in de Duurzaamheidsvisie Noordoostpolder.
4.3.5
Dorpsontwikkelingsplan Rutten 2013-2026
4.3.5.1 Algemeen De gemeente Noordoostpolder heeft het voornemen voor alle dorpen dorpsvisies te maken. Voor het dorp Rutten is hiertoe het 'Dorpsontwikkelingsplan Rutten 2016-2026' opgesteld. Het plan is het resultaat van een gezamenlijk proces van bewoners, verenigingen, scholen, instellingen, kerken en de gemeente Noordoostpolder. Dorpsbelang Rutten heeft samen met de gemeente en Kars Advies het proces van totstandkoming begeleid. Het dorpsontwikkelingsplan bestaat uit een dorpsvisie en het daarop gebaseerde dorpsplan. De dorpsvisie heeft een tijdshorizon van dertien jaar, terwijl het plan een horizon heeft van vier jaar. In het dorpsplan is de identiteit van het dorp Rutten beschreven en verbeeld. Deze identiteit wordt geformuleerd in termen van kernkwaliteiten, kernwaarden en toekomstbelofte van het dorp. De identiteit - de eigenheid van het dorp - is de basis voor de toekomstvisie van het dorp op de langere termijn. Rutten kent een gevarieerd aanbod aan woonmilieus. Het wonen in een dorpskern verschilt sterk van het wonen in het buitengebied. Wonen in Rutten is betaalbaar, zowel in de huur- als de koopsector. De sociale huurwoningen, waaronder de voormalige seniorenwoningen, in de dorpskern vragen op termijn een aanpak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
4.3.5.2
Toekomstbelofte
Op basis van de kernwaarden en kernkwaliteiten is een toekomstbelofte voor Rutten geformuleerd. Deze luidt: "Rutten is een energieke en kindvriendelijke woongemeenschap". Het wonen in een gemeenschap staat in Rutten centraal. De bewoners zijn zorgzaam naar elkaar en hebben een kindvriendelijke omgeving gecreëerd. Rutten is door haar aanbod aan verschillende woonmilieus, door de aanwezige rust en ruimte, aantrekkelijk als woonplek. In het dorp zijn scholen, kinderopvang, sociale activiteiten en sportgelegenheden, terwijl dichtbij in Lemmer winkels en andere voorzieningen aanwezig zijn. Dit alles maakt het wonen in het dorp aangenaam. Gelet op de identiteit én de opgave waarvoor het dorp staat, richt het dorp zich in de toekomst actief op het huisvesten van huishoudens met kinderen, zonder daarbij de andere bewonersgroepen tekort te doen. Het dorp zet haar eigen kwaliteiten en waarden in om de opgave te realiseren. Het actief werven van huishoudens met kinderen moet ertoe bijdragen dat het draagvlak aan voorzieningen groeit. Deze strategie heeft als inzet dat Rutten ook over langere periode een energieke woongemeenschap is met voldoende basisvoorzieningen.
4.3.5.3
Toekomstvisie
Er zijn vier strategische thema's geformuleerd als eerste stap naar een dorpsprogramma. Deze thema's zijn: 1.
verbeteren van het kindvriendelijke karakter;
2.
verbeteren van het aanbod aan woonmilieus;
3.
verbeteren van de zorg in de woongemeenschap;
4.
stimuleren van ontmoetingen.
4.3.5.4
Ontwikkelingsperspectief Rutten
Er is intensief gesproken met de dorpen in de gemeente Noordoostpolder over de eigen dorpsvisie en de uitvoering daarvan. De dorpen geven zelf richting met de dorpsvisies. Alles wat bekend en gewenst is, is samengebracht in de ontwikkelingsperspectieven van de dorpen. In afbeelding 4.3 is het ontwikkelingsperspectief van Rutten voor de periode 2015-2020 weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
;
ngsbedrijf Rutten re en ruime door sloop/nieuwbouw betaalbare en ruime een gezinswoningen in koopsector op verschil lende inbreidingslocaties Creëren aanbod huurwoningen voor starters en ouderen Bouw cluster met woningen in buitengebied Verbeteren multifunctionele huurwoningen eschikte woningen
.V
itie Ruttensevaart
Strategic « Inbreidf
ikbaar stellen voor marktinitiatieven
Rutten Afbeelding 4.3 Ontwikkelingsperspectief Rutten (Bron: Gemeente Noordoostpolder)
4.3.5.2 Toetsing initiatief aan Dorpsplan Rutten 2016-2026 Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologische mogelijkheden voor het gefaseerd realiseren van 22 woningen in de kern Rutten. Hiermee wordt met name invulling gegeven aan het strategische thema verbeteren van het aanbod aan woonmilieus, aangezien er voorzien wordt in het realiseren van twee-onderéén-kapwoningen en vrijstaande woningen. Dergelijke woningen zijn geschikt voor huishoudens met kinderen, wat een doelgroep is die genoemd wordt. Daarnaast wordt met voorliggend initiatief voorkomen dat de bestaande bebouwing leeg komt te staan. De beide deelgebieden zijn in het ontwikkelingsperspectief voor de kern Rutten expliciet aangeduid als inbreidingslocaties voor woningbouw. Het bestemmingsplan is hiermee in lijn met de ambities die zijn geformuleerd in het 'Dorpsontwikkelingsplan Rutten 2016-2026'.
4.3.6
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling past binnen de gemeentelijke beleidskaders.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
Hoofdstuk 5
Milieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid (Wet geluidhinder)
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. De functie 'wonen' is aan te merken als een geluidsgevoelige functie.
5.1.2
Situatie plangebied
5.1.2.1
Industrielawaai
In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woningen wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering).
5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op zeer ruime afstand van het plangebied is gelegen.
5.1.2.3 Wegverkeerslawaai Rondom het plangebied bevinden zich uitsluitend 30 km/uur wegen. Het gaat hier om wegen ten behoeve van de ontsluiting van de (beoogde) woningen. Voor deze wegen geldt dat deze uitsluitend zijn bedoeld voor bestemmingsverkeer. Van zwaar verkeer is niet of nauwelijks sprake. Voor deze wegen geldt dat er sprake is van een beperkte verkeersintensiteit. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ten aanzien van de 30 km/uur wegen de voorkeurswaarde (48 dB) niet wordt overschreden.
5.1.3
Conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Opgemerkt wordt dat in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt getoetst of de bodemkwaliteit geschikt is om te bouwen. Sigma Bouw & Milieu heeft ter plaatse van het plangebied twee verkennende milieukundig bodemonderzoeken uitgevoerd. Een samenvatting van de resultaten en de conclusies uit de onderzoeken zijn in de volgende paragraaf opgenomen. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de bijbehorende rapporten. Deze zijn als bijlage 2 en 3 bij deze toelichting gevoegd.
5.2.2
Onderzoeksresultaten Buitenom 1
Bovengrond (0-0,5 m-mv) De bovengrond bevat geen verhogingen ten opzicht van de achtergrond- en/of detectiewaarde.
Ondergrond (1-2 m-mv) De ondergrond bevat geen verhogingen ten opzichte van de achtergrond- en/of detectiewaarde. Grondwater Het grondwater bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) ten opzichte van de streefwaarde. De tussen- of bodemindexwaarde worden niet overschreden, waardoor nader onderzoek niet benodigd is.
5.2.3
Onderzoeksresultaten Buitenom 87
Bovengrond (0-0,5 m-mv) De bovengrond bevat plaatselijk een verhoogd gehalte Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK som 10) ten opzichte van de achtergrondwaarde. De tussenwaarde wordt echter niet overschreden, waardoor nader onderzoek niet benodigd is. Ondergrond (1-2,0 m-mv) De ondergrond bevat geen verhogingen ten opzichte van de achtergrond- en/of detectiewaarde. Grondwater Het grondwater bevat een verhoogd gehalte barium ten opzichte van de achtergrondwaarde. De tussen- of bodemindexwaarde worden niet overschreden, waardoor nader onderzoek niet benodigd is.
5.2.4
Conclusie
De bodemkwaliteit is geschikt voor het gewenste gebruik van wonen met tuin. Het aspect bodem vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: ^
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen);
^
Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: ^
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg;
^
woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen;
^
kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.
5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.
5.3.2
Situatie plangebied
In subparagraaf 5.3.1.1 worden voorbeelden aangegeven die aangemerkt worden als een project dat "niet in betekenende mate bijdraagt" aan luchtverontreiniging. In vergelijking hiermee is onderhavig plan zeker aan te merken als een project dat "niet in betekenende mate bijdraagt" aan luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat woningen niet worden aangemerkt als gevoelige bestemmingen in het kader het Besluit gevoelige bestemmingen.
5.3.3
Conclusie
Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: ^
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
^
de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi);
^
het Registratiebesluit externe veiligheid;
^
het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015);
^
het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: ^
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt);
^
de Regeling basisnet;
^
de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.
5.4.2
Situatie in en bij het plangebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In het volgende figuur is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (rode omlijning) en omgeving weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
Uit de inventarisatie blijkt dat de locatie: ^
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico);
^
zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is;
^
niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen;
^
niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
5.4.3
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De VNG-uitgave gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel de richtafstanden in 'Bedrijven en milieuzonering' indicatief zijn, worden deze afstanden wel als harde eis gezien door de Raad van State bij de beoordeling of bedrijven op een passende afstand van woningen worden gesitueerd.
5.5.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype 'rustige woonwijk' vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Het plangebied ligt in de kern Rutten, waarbij sprake is van functiemenging, aangezien er zowel woningen, maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen en recreatievoorzieningen. Het gebied kan daarom worden aangemerkt met het omgevingstype 'gemengd gebied'. Milieucategorie
Richtafstanden tot omgevingstype rustige
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd
woonwijk
gebied 0 m
1
10 m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m 50 m
3.2
100 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
5.5.3
Situatie plangebied
5.5.3.1
Algemeen
Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking);
2.
laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De ontwikkeling behelst het bouwen van woningen. Woonfuncties zijn geen milieubelastende functie en zijn daarom niet van negatieve invloed op het woon- en leefklimaat van omliggende milieugevoelige functies.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functie(s) binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. De functie wonen is aan te merken als milieugevoelige functie.
Buitenom 1 Ten westen van het plangebied bevindt zich een begraafplaats. Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich een bedrijventerrein waar zich bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 kunnen vestigen. Een begraafplaats wordt aangemerkt als milieucategorie 1 met een grootste richtafstand van 0 meter voor het aspect geluid. Het plangebied ligt op circa 25 meter afstand van de begraafplaats. Er wordt dan ook aan de richtafstand voldaan. Voor bedrijven met milieucategorie 3.2 geldt een grootste richtafstand van 50 meter. Het plangebied ligt op circa 88 meter van de gronden waar zich bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 kunnen vestigen. Hiermee wordt aan de richtafstand van 100 meter voldaan. Gezien de afstand tot omliggende milieubelastende functies mag er van worden uitgegaan dat ter plaatse van de te realiseren woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Andersom worden omliggende bedrijven/functies niet in hun bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd.
Buitenom 87 Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een kerk. Een dergelijke functie wordt aangemerkt als milieucategorie 2, met een grootste richtafstand van 10 meter voor het aspect geluid. De woningen worden op circa 8 meter van het bouwvlak van de kerk gerealiseerd, waardoor niet aan de richtafstand van 10 meter voldaan wordt. Het meest nabijgelegen deel van de kerk betreft een bijgebouw, waar de meest geluidbelastende activiteiten niet plaatsvinden. Die vinden in het hoofdgebouw van kerk plaats en deze ligt op circa 16 meter van de te realiseren woningen, waarmee wel aan de richtafstand voldaan wordt. Verder vinden de meest milieubelastende activiteiten binnen plaats en zijn woningen en milieubelastende functies met milieucategorie 1 en 2 zijn echter goed op korte afstand van elkaar in te passen, aangezien de milieubelasting van dergelijke functies op de omgeving klein is. Daarnaast is het niet aannemelijk dat er zich andere maatschappelijke functies zoals een school zich ter plaatse van de kerk vestigen, aangezien hier recent een nieuwe multifunctionele accommodatie voor gerealiseerd is. Woningen en milieubelastende functies met milieucategorie 1 en 2 zijn echter goed op korte afstand van elkaar in te passen, aangezien de milieubelasting van dergelijke functies op de omgeving klein is.
Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de te realiseren woningen sprake is van een aanvaardbaar woon en leefklimaat. Omgekeerd worden omliggende bedrijven/ functies niet in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd.
5.5.4
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.6
Ecologie
5.6.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
5.6.2
Gebiedsbescherming
5.6.2.1 Algemeen Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofstructuur) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.
5.6.2.2
Natura 2000 gebieden
In de Wet natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000 gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het plangebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000 gebied. Dichtstbijzijnde gronden die tot Natura 2000gebied behoren, liggen op minimaal 3,3 kilometer en 12,4 kilometer afstand van het plangebied. Het betreft respectievelijk de Natura 2000 gebieden 'IJsselmeer' en 'Rottige Meenthe & Brandemeer'. Aangezien negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is een stikstofberekening bet behulp van de Aeriuscalculator gemaakt. De bijbehorende rapportage is als bijlage 4 bij voorliggende toelichting gevoegd. In de komende alinea worden de belangrijkste resultaten en conclusies uiteengezet. Voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase is geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.
Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
5.7.2.3
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 3 kilometer afstand ten oosten van het plangebied. Vanwege de lokale invloedsfeer hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de kernkwaliteiten en de omgevingscondities van het Natuurnetwerk Nederland. Mogelijk is tijdens de aanlegfase incidenteel geluid waarneembaar buiten het plangebied, maar dit effect is incidenteel en kortstondig en heeft geen negatief effect op het beschermd (natuur)gebied.
5.7.3
Soortenbescherming
5.7.3.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
In voorliggend geval heeft Natuurbank Overijssel ter plaatse van het plangebied een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. De bijbehorende rapportage is als bijlage 5 bijgevoegd. Daarnaast is er een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd door Natuurbank Overijssel. Dit onderzoek is als bijlage 6 bij de toelichting gevoegd. In de komende subparagrafen worden de belangrijkste conclusies en resultaten van de onderzoeken uiteengezet.
5.7.3.2 Resultaten quickscan natuurwaardenonderzoek Het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende amfibieën-, vogel-, vleermuis- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied als foerageergebied en vermoedelijk bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats, bezetten grondgebonden zoogdieren er een rust- en voortplantingsplaats, nestelen er vogels en bezetten vleermuizen er een verblijfplaats. In het plangebied nestelen alleen vogelsoorten waarvan uitsluitend het bezette nest beschermd is, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Er zijn aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaats bezetten in het schoolgebouw op het adres Buitenom 87. Daarnaast kan, gelet op de bouwstijl, de aanwezigheid van een verblijfplaats in het schoolgebouw op het adres Buitenom 1 niet uitgesloten worden. Nader onderzoek naar de functie van de gebouwen voor vleermuizen is verplicht voordat ze gesloopt mogen worden.
Voor de beschermde grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden en verwonden' en het 'beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties'. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. De functie van het plangebied als foerageergebied, wordt voor de meeste in het plangebied foeragerende diersoorten niet aangetast. Het plangebied betreft geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen.
5.7.3.3 Resultaten nader vleermuisonderzoek Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een vaste rust- of voortplantingsplaats bezetten in het plangebied. Wel is een zomer- en paarverblijfplaats van een gewone dwergvleermuis vastgesteld in de woning ten westen van Buitenom 87. Deze woning maakt echter geen deel uit van het plangebied. Tijdens de bezoeken werden foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen die kortstond in en rond het plangebied foerageerden. Daarbij ging het telkens om kleine aantallen van 1 tot maximaal 3 dieren. Op 26 mei en 15 juni 2020 werden drie foeragerende laatvliegers waargenomen in beide deelgebieden. De waarnemingen zijn toegevoegd aan de Nationale databank flora en fauna. Als gevolg van het slopen van de bebouwing in beide deelgebieden wordt geen vleermuis gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats van een vleermuis verstoord, beschadigd of vernield. Het plangebied vormt geen essentieel foerageergebied en maakt geen onderdeel uit van een vliegroute. De waarneming van enkele uitwerpselen, welke gedaan is in deelgebied Buitenom 87 in september 2019, kon niet bevestigd worden met het nader onderzoek. Mogelijk betrof het een tijdelijke verblijfplaats van een gewone dwergvleermuis die in 2020 net ten westen van het plangebied is vastgesteld. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties.
Er hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren.
5.7.4
Conclusie
Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
5.8
Archeologie ä Cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie
5.8.1.1
Algemeen
Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
5.8.1.2 Situatie plangebied De gemeente Noordoostpolder beschikt over een archeologische beleidsadvieskaart. Een uitsnede hiervan is in afbeelding 5.2 weergegeven.
Afbeelding 5.2: Archeologisch beleidsadvieskaart Noordoostpolder (Bron: gemeente Noordoostpolder)
Op basis van deze kaart heeft deelgebied Buitenom 1 geen archeologische verwachting. Deelgebied Buitenom 87 ligt gedeeltelijk op gronden die zijn aangeduid als ‘WA-7', waarbij archeologisch onderzoek benodigd is bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 50 cm. Het overige deel van het deelgebied heeft geen archeologische verwachting. Het gefaseerd realiseren van 13 woningen gaat niet gepaard met bodemingrepen groter dan 10.000 m2. Gelet op het vorenstaande wordt in het kader van het voorliggende plan het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
5.8.2
Cultuurhistorie
5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan "een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden" dient te bevatten.
5.8.2.2 Situatie plangebied Op basis van cultuurhistorische waardenkaart Flevoland en het gemeentelijke beleidsstuk 'Erfgoed in de gemeente Noordoostpolder, blijkt dat zich binnen het plangebied geen rijks- en/of gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden bevinden.
5.8.3
Conclusie
Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is in het kader van het voorliggende plan niet noodzakelijk. Daarnaast is in voldoende mate rekening gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden in de omgeving.
5.9
Besluit milieueffectrapportage
5.9.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: ^
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is.
^
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen).
^
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.
5.9.2
Situatie plangebied
5.9.2.1
Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming
Het plangebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000 gebied. Dichtstbijzijnde gronden die tot Natura 2000gebied behoren, liggen op minimaal 3,3 kilometer en 12,4 kilometer afstand van het plangebied. Het betreft respectievelijk de Natura 2000 gebieden 'IJsselmeer' en 'Rottige Meenthe & Brandemeer'. Ten aanzien van Natura-2000 gebied 'IJsselmeer' geldt dat deze niet stikstofgevoelig is. Gelet op de grote afstand tot Natura 2000 gebied 'Rottige Meenthe & Brandemeer' en het feit dat voorliggende ontwikkeling geen verkeersaantrekkende werking heeft (zie paragraaf 3.2.2) en de aard en omvang van de ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden.
Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer.
5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het plangebied wordt deels voorzien in directe eindbestemmingen en deels voorzien in wijzigingbevoegdheid. Indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, is sprake van een m.e.rbeoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.' Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1.
een oppervlakte van 100 hectare of meer,
2.
een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of
3.
een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit aangezien deze pas geldt bij een aaneengesloten gebied van 100 hectare of meer en 2000 woningen of meer. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Indien hierbij de drempelwaarden uit de D-lijst voor deze activiteit (o.a. 2000 of meer woningen) wordt vergeleken met de omvang van de ontwikkeling (het bouwen van maximaal 19 woningen), wordt geconcludeerd dat sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele male kleinschaliger
Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk aan bod gekomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
5.9.3
Conclusie
Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen belangrijk nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit plan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan "Rutten, Buitenom 1 en 87" Vastgesteld
Hoofdstuk 6
6.1
Wateraspecten
Algemeen
In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt er gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).
6.2
Beleidskaders
6.2.1
Waterbeheerplan 2016-2021
Het Waterbeheerplan 2016-2021 (WPB3) is de opvolger van WPB2+ en bevat langetermijndoelen (zichtjaar 2050), doelen voor de planperiode (2016-2021) en maatregelen die het waterschap (samen met gebiedspartners) uit gaat voeren. De doelen en maatregelen hebben betrekking op de kerntaken van het waterschap (waterveiligheid, schoon water, voldoende water) en het thema 'water en ruimte'. Hierbij gaat het om reguliere werkzaamheden, zoals peilbeheer, onderhoud aan dijken en het zuiveren van afvalwater en om nieuwe ontwikkelingen.
6.2.2
Stroomgebiedsvisie Flevoland (2003)
De Noordoostpolder is gelegen binnen het plangebied van de stroomgebiedsvisie Flevoland. In de watervisie voor 2015 wordt het plangebied aangeduid als een gebied met een vitaal watersysteem. Voor de gemeente Noordoostpolder zijn de wateropgaven onderverdeeld in een aantal generieke maatregelen en in de resterende wateropgave. De generieke maatregelen houden onder andere in: ^
afvoerblokkering in natuurgebieden;
^
vasthouden van water in natuurgebieden en landbouwgebied;
^
realisatie van duurzame oevers.
Oplossingsrichtingen voor de resterende wateropgave zijn onder andere bergen in open water en efficiënt uitmalen.
6.2.3
Beleid gemeente Noordoostpolder en waterschap Zuiderzeeland
De watervisie van de gemeente Noordoostpolder is zowel opgenomen in het Stedelijk Waterplan Noordoostpolder (d.d. april 2006) als het vigerend Gemeentelijk Rioleringsplan Noordoostpolder. Ten aanzien van het Stedelijk Waterplan is als aanvulling op dit plan, in 2011 door het waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder een bestuurlijke 'Maatwerkovereenkomst stedelijk water' ondertekend. Door ondertekening van deze bestuursovereenkomst zijn tussen de waterbeheerder en de gemeente afspraken gemaakt over de invulling van de gezamenlijke taakuitoefening voor het beheer en onderhoud van het stedelijk water. De beoogde doelen op strategisch, tactisch en operationeel niveau ten aanzien van het stedelijk water zijn daarbij beter verankerd. Waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder hebben begin 2019 samen het Watertakenplan Noordoostpolder 2019-2024 vastgesteld. Op grond van de Waterwet is er voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het 'gebiedseigen