11.1.2 Bestemmingsplan Ens Oost fase 2.pdf
Tekst van het document
Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Vleermuizen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een vleermuis verstoord of gedood en wordt mogelijk een vaste rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in beeld te krijgen wordt nader onderzoek naar watervleermuizen en rosse vleermuis noodzakelijk geacht. Dit nader onderzoek dient uitgevoerd te worden conform het vleermuisprotocol. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties voor het foerageergebied of vliegroute. Amfibieën Gezien er een gedeelte van de sloot aan de noordoostzijde wordt gedempt ten behoeve van de aanleg van een nieuwe ontsluiting, wordt er mogelijk een amfibie (opzettelijk) gedood en voortplantingsbiotoop aangetast en daarmee verbodsbepalingen overtreden. Nader onderzoek naar BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Ens Oost fase 2 Status: Definitief de rugstreeppad wordt als noodzakelijk geacht om de aanwezigheid vast te stellen. Daarnaast worden er enkele voorzorgsmaatregelen aangeraden als het gebruik van ijzeren platen voor de werkvoertuigen om te voorkomen dat er per ongeluk geschikt biotoop wordt gerealiseerd met de werkzaamheden. Tevens wordt er geadviseerd om een amfibieënscherm te plaatsen. Reptielen en overige soorten Het is uitgesloten dat er negatieve effecten op beschermde reptielen en overige soorten optreden. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde. Tot slot wordt benadrukt dat te allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Ens Oost fase 2 Status: Definitief Bijlagen Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Bijlage 2: Toelichting op wettelijke kaders Bijlage 3: Vrijgestelde soorten per provincie Bijlage 4: Natuurkalender
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Ens Oost fase 2 Status: Definitief
Bijlage 1
Geraadpleegde bronnen
Internet Verspreidingsatlas Natura 2000 Beschermde soorten Vleermuisprotocol AERIUS-calculator Ruimteliikeplannen.nl Nationale Databank Flora en Fauna Effectenindicator Wet Natuurbescherming
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Ens Oost fase 2 Status: Definitief
Bijlage 2
Toelichting op wettelijke kaders
De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al járen achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd.
Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: 1. 2.
3.
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een Gedragscode. Soortenbescherming en het 'nee, tenzij principe' De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: "De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.
Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd". Vrijstelling regelgeving BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Ens Oost fase 2 Status: Definitief Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de Gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een Gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring.
Daarna dient de Gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. 2. 3.
Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. Soorten worden beschermd op grond van de Habitatrīchtlījn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. Er is een beschermingsregime voor 'andere soorten' waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Ş 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Ş 3.2 Wnb
Beschermingsregime andere soorten Ş 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid la
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
c c
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid lb
.SP «
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen ofte vernielen.
Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3
Art 3.5 lid 3
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Art 3.1 lid 4 en 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
"-S. C QJ -Q O o
(D
C dJ bjO ^
as >
(1)
■oro 'Ft
2 Jä o t
C dl
i-
«Įļ m
c ai k. o ■4-» IA idl
>
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Ens Oost fase 2 Status: Definitief c (D E O c ai c o.
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid lc
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Ens Oost fase 2 Status: Definitief
Bijlage 3
Vrijgestelde soorten per provincie Zuid-Holland
Zeeland
Utrecht
Overijssel
Noord-Holland
Soort
Noord-Brabant
Limburg
Groningen
Gelderland
Friesland
Flevoland
Drenthe
Provincie
Legenda Vrijgestelde soort 1 = Vrijgesteld jul - sep 2 = Vrijgesteld 15 aug -15 okt 3 = Vrijgesteld mrt - apr en jul - nov
Amfibieën
4 = Vrijgesteld 15 aug - feb
Bruine Kikker Gewone pad
Geldig per:
Kleine watersalamander
Bronnen:
25 april 2022 Regelink Habitus Natuurinclusief
Meerkikker Bastaardkikker Reptielen Hazelworm
1
Levendbarende hagedis
2
Landzoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn
3
Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse Woelmuis Ree Rosse Woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis
4
Veldmuis Vos Wezel Wild Zwijn Woelrat
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
27
TOETSING WNB EN NNN - Ens Oost fase 2 Status: Definitief
Bijlage 4
Natuurkalender
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
28
TOETSING WNB EN NNN - Ens Oost fase 2 Status: Definitief Legenda Optimale perioden voor werkzaamheden. In deze perioden zijn de minste kans op verstoringen van planten en dieren. Acceptabele perioden voor werkzaamheden, mits er geen verstoring van planten en dieren plaatsvindt. De werkzaamheden verrichten onder begeleiding van een ter zake kundige. Geen werkzaamheden in deze perioden. Wan neer andere zwaarwegende belangen gelden dan de werkzaamheden verrichten onder de voorwaarden. Bijvoorbeeld voorwaarden in de ontheffing Wet natuurbescherming.
Bronnen: Natuurbank Overijssel Natuurkalender Arnhem
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
Digitale Watertoets Resultaat van de check gedaan op 22-06-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE W\TERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
normale procedure
2.
Advies geen primaire waterkeringen
3.
Advies voldoende water: thema wateroverlast (stedelijk)
4.
Advies aanleggen duikers of bruggen (kunstwerken)
5.
Advies alternatieve berging
6.
Advies watersysteem
7.
Advies geen regionale waterkeringen
8.
Advies geen overige kering
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
22-06-2022, 07:22
Pagina 1 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
22-06-2022, 07:22
Pagina 2 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? »
2.
nee
Is er sprake van een uitbreiding of wijziging van de lozing(en)? - ja
3.
Primaire waterkering kernzone *
4.
Primaire waterkering binnenbeschermingszone *
5.
nee
Kernzone overige kering *
11.
nee
Buitendijksgebied beschermd *
10.
nee
Buitendijksgebied dubbelregime »
9.
nee
Buitendijksgebied kernzone »
8.
nee
Primaire waterkering buitenbeschermingszone »
7.
nee
Primaire waterkering tussenbeschermingszone «
6.
nee
nee
Beschermingszone overige kering «
nee
22-06-2022, 07:22
Pagina 3 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 12.
Aandachtsgebieden wateroverlast en onvoldoende drooglegging 2050 *
13.
nee
Neemt het verhard oppervlak in stedelijk gebied toe? . ja
14.
Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe? »
15.
nee
Betreft het een nieuw verhard oppervlak in landelijk gebied groter dan 2500 m2 of in stedelijk gebied groter dan 750m2? . ja
16.
Is er sprake van afstromend regenwater van een oppervlak van 50 of meer parkeerplaatsen en/of een weg met meer dan 1000 voertuigbewegingen per dag? . ja
17.
\Abrdt er nieuw open water aangelegd? (bijv. ter compensatie toename verharding) »
18.
Kwelkwaliteit slecht »
19.
nee
nee
Overweegt u infiltratiebermen of wadi's aan te leggen ter compensatie van de toename van verharding? - ja
20.
\Abrden kunstwerken zoals bijvoorbeeld duikers of bruggen aangelegd? . ja
21.
Is er binnen het plangebied sprake van de toelating, aanwezigheid of aanleg van drijvende woningen/woonboten? *
22.
nee
\Abrden in het plan maatregelen getroffen waardoor het waterpeil verandert met 10 cm of meer? *
nee
22-06-2022, 07:22
Pagina 4 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 23.
\Abrdt er in het plangebied mogelijk gebruik gemaakt van bodemenergie, ook wel warmte koude opslag (WKO) genoemd? *
24.
\Abrdt er water [bijvoorbeeld regenwater] geloosd op het oppervlaktewater? *
25.
nee
nee
Rijkswater «
nee
22-06-2022, 07:22
Pagina 5 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS
ï. normale procedure Op basis van de uitgevoerde digitale watertoets volgt u de normale procedure.
Wat moet ik doen? U dient een waterparagraaf op te nemen in uw ruimtelijke plan. Zo onderbouwt u een goede ruimtelijke ordening voor het omgevingsaspect water. Onderstaande concept-waterparagraaf kunt u gebruiken als basis. Deze vult u aan met de teksten van de relevante adviezen en concrete uitwerkingen voor de ontwikkeling. De relevante wateraspecten, zoals waterkeringen, rioolwaterzuiveringen en oppervlaktewater, neemt u ook op in de verbeelding en/of in de regels van het ruimtelijk plan. In de loop van 2021 wordt de digitale watertoets nog geoptimaliseerd om u een beter resultaat te geven. Gebruik de knop......DIRECT AANVRAGEN...... om Waterschap Zuiderzeeland op de hoogte te stellen van uw plannen. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. Als u een wateradvies wilt ontvangen stuurt u uw uitgewerkte conceptwaterparagraaf mee met de aanvraag of via watertoets@zuiderzeeland.nl. Concept waterparagraaf normale procedure Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging).
De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoets procedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Wëlke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is actieve betrokkenheid van \Aàterschap Zuiderzeeland nodig. Wet- en regelgeving en beleid De belangrijkste wet- en regelgeving en beleid op het gebied van water is hier opgenomen. KRW De Europese Kaderrichtlijn \Aàter (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle 22-06-2022, 07:22
Pagina 6 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRWheeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, \Aàterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren Waterwet De \Aàterwet is op 22 december 2009 in werking getreden. Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet.
De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de \Aàterwet helderder vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. Op grond van o.m. de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het ‘gebiedseigen water' wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen ofte beperken.
In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). De waterschapsverordening vervangt de Keur bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Nationaal Waterplan Het Nationaal \Aàterplan is vastgesteld op basis van de \Aàterwet en de Wét Ruimtelijke ordening (Wro). Het Nationaal \Aàterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Belangrijke ambities hierin zijn het klimaatbestendig 22-06-2022, 07:22
Pagina 7 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets en waterrobuust inrichten van de ruimte. Het geeft maatregelen die in de periode 2016 - 2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Nederland voldoet met dit plan aan de Europese eisen beschreven in de KRW, de Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS), het plan geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten. Waterbeheerplan Waterschap Zuiderzeeland Het \Aàterbeheerplan 2016-2021 (WPB3) bevat langetermijndoelen (zichtjaar 2050), doelen voor de planperiode (2016-2021) en maatregelen die het waterschap (samen met gebiedspartners) uit gaat voeren. De doelen en maatregelen hebben betrekking op de kerntaken van het waterschap (waterveiligheid, schoon water, voldoende water) en het thema water en ruimte. Hierbij gaat het om reguliere werkzaamheden, zoals peilbeheer, onderhoud aan dijken en het zuiveren van afvalwater en om nieuwe ontwikkelingen."
Waar moet ik op letten? Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een (water)vergunning. U dient zelf na te gaan welke meldingen en vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Of u meldingen en/of een vergunningaanvraag moet indienen bij het waterschap kunt u nagaan op onze website of via een vergunningcheck: Vergunningen | \Aàterschap Zuiderzeeland https://www.zuiderzeeland.nl/veraunninaen
Achtergrondinformatie Voor meer informatie over het watersysteem in uw plangebied kunt u terecht op: https://geo-zzl.opendata.arcais.com/. U vindt hier datasets, services en kaarten die vrij te gebruiken zijn. Zoals informatie over het oppervlaktewatersysteem met kunstwerken, de peilgebieden, de ligging van waterkeringen en de afvalwaterketen. Heeft u vragen of suggesties over deze Digitale \Aàtertoets? Laat het ons weten per e-mail: watertoets@zuiderzeeland.nl of telefonisch: 0320-274 911. Waterschap Zuiderzeeland, Postbus 229, 8200 AE Lelystad https://www.zuiderzeeland.nl
22-06-2022, 07:22
Pagina 8 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 2.
Advies geen primaire waterkeringen Geen primaire waterkering geraakt.
Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de waterparagraaf. Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering. Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
22-06-2022, 07:22
Pagina 9 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 3.
Advies voldoende water: thema wateroverlast (stedelijk) U moet compenseren voor de toename in verharding in stedelijk gebied.
Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. Thema Voldoende Water Wateroverlast Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunt wateroverlast: Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. \Aàar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoeŕ is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie.
De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Randvoorwaarde(n) wateroverlast Het plangebied ligt in stedelijk gebied. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto met m2 toe. Deze toename is groter of gelijk aan 750 m2. Hiervoor is compensatie noodzakelijk. Vul aan met: * een beschrijving van de fysieke wijzigingen m een kwantificering van de netto toename in verharding * de locatie en wijze van compensatie m een kwantificering van de compenserende waterberging.
Waar moet ik op letten? 22-06-2022, 07:22
Pagina 10 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets Achtergrondinformatie
22-06-2022, 07:22
Pagina 11 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS
4. Advies aanleggen duikers of bruggen (kunstwerken) U gaat kunstwerk(en) aanleggen.
Wat moet ik doen? "Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. Thema Voldoende Water Goed functionerend watersysteem Streefbeeld: Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. \Aàterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feítelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarden goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is.
Optioneel: Overname stedelijk water Met het oog op de uiteindelijke overname van het beheer en onderhoud van nieuw (stedelijk) water is het nodig dat het waterschap betrokken wordt bij de uitwerking van een plangebied naar een definitieve ontwerp van het watersysteem. Dit definitieve ontwerp behoeft de ambtelijke goedkeuring van het waterschap om overname uiteindelijk mogelijk te maken.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
22-06-2022, 07:22
Pagina 12 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 5.
Advies alternatieve berging U moet compenseren voor de toename in verharding en wilt dat deels doen in de vorm van alternatieve berging.
Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf bij het onderdeel wateroverlast. Bij de aanleg van oppervlakkige berging in de vorm van bijvoorbeeld infiltratiebermen of wadi's is de bergingsnorm niet toepasbaar. Met behulp van een maatwerkberekening moet worden aangetoond dat de alternatieve berging bij maatgevende gebeurtenissen voldoende compensatie biedt. De huidige afvoersituatie mag niet verslechteren. U wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met het waterschap. Vul aan: Vermeld hier het resultaat van het vooroverleg met het waterschap en de maatwerkberekening.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
22-06-2022, 07:22
Pagina 13 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS
e. Advies watersysteem Aandachtspunten bij gevolgen voor het bestaande watersysteem.
Wat moet ik doen? Van onderstaande tekst neemt u de relevante delen op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. In de loop van 2021 wordt dit adviesonderdeel nader uitgewerkt. Over beoogde wijzigingen dient mogelijk eerst overeenstemming te zijn met het waterschap voordat een positief wateradvies gegeven kan worden. Wij vragen u om contact op te nemen met het waterschap via watertoets@zuiderzeeland.nl Thema Voldoende Water Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feítelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarden goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water.
In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. Optioneel: Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit en /of de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland. Vul aan: beschrijf de eventueel beoogde wijzigingen in en/of gevolgen voor het bestaande watersysteem, eventueel na afstemming met het waterschap.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
22-06-2022, 07:22
Pagina 14 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 7.
Advies geen regionale waterkeringen Geen regionale waterkering geraakt.
Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. Thema Waterveiligheid: Het plangebied ligt niet buitendijks. Voor het onderdeel regionale waterkeringen zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
22-06-2022, 07:22
Pagina 15 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS
s. Advies geen overige kering Geen overige waterkering geraakt.
Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Voor het onderdeel regionale waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
22-06-2022, 07:22
Pagina 16 van 16
https://dewatertoets.nl
Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
Inleiding.......................................................................................................................................................... 4 1.1
Achtergrond............................................................................................................................................. 4
1.2
De aanleiding voor een nota parkeernormen......................................................................................... 4
1.3
Opbouw Nota Parkeernormen.................................................................................................................5
Uitvoering parkeerverplichting......................................................................................................................6 2.1
Voldoen aan gemeentelijke parkeernormen...........................................................................................6
2.2
Stappenplan bepalen parkeerplaatsverplichting................................................................................... 6
2.3
Afwijkingsbevoegdheid college van B&W............................................................................................11
2.4
Overgangsregeling................................................................................................................................ 11
2.5
Slotbepaling............................................................................................................................................12
2.6
Verankering parkeernormen in bestemmingsplannen........................................................................ 12
Parkeernormen Noordoostpolder................................................................................................................13 3.1
Hoofdfunctie wonen............................................................................................................................... 13
3.2
Hoofdfunctie werken.............................................................................................................................. 13
3.3
Hoofdfunctie winkels en boodschappen............................................................................................... 14
3.4
Hoofdfunctie sport, cultuur en ontspanning..........................................................................................14
3.5
Hoofdfunctie horeca en (verblijfs)recreatie...........................................................................................15
3.6
Hoofdfunctie gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen.................................................................15
3.7
Hoofdfunctie onderwijs.......................................................................................................................... 16
3.8
Fietsparkeren..........................................................................................................................................17
Pagina 2 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
Documentatiepagina
Citeertitel rapport
: Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2016
Status
: Definitief
Datum inwerkingtreding
: na vaststelling door de gemeenteraad
Auteur(s)
: H. Zuiver (Mobycon) : W. Balster (Mobycon) : H. Cnossen (gemeente) : J. Bijlsma (gemeente) : M. Ribbink (gemeente)
Contact persoon
: Hans Cnossen : cluster Ruimtelijke Ontwikkeling
Gemeente Noordoostpolder Postbus 155 8300 AD Emmeloord T^31 (0)527 63 34 12 E: info@noordoostpolder.nl W. www.noordoostpolder.nl
Pagina 3 van 18
NOORDOOSTPOLDER
1. Inleiding 1.1
Achtergrond
De Noordoostpolder is vanaf 1936 ingepolderd en vanaf 1942 ontwikkeld als tweede grote stap in de ontwikkeling van de IJsselmeerpolders. Het basismodel dat hieraan ten grondslag lag was het ‘Centrale Plaatsen Model’ van Christaller. Dit model gaat uit van een gelaagde ruimtelijke organisatie, waarbij een hoofdplaats omringd wordt door nevenplaatsen, terwijl de hoofdplaats zelf weer een nevenplaats van een grotere kern vormt. Het geheel van agrarische kavels, verbindingswegen, dorpen en hoofdkern is als zorgvuldige eenheid ontworpen. Dit is terug te zien in de organisatie van Emmeloord als hoofdkern, met daaromheen de dorpen. De fiets stond bij de aanleg centraal. In het vooroorlogse ruimtelijk model werd nog geen rekening gehouden met de brommer, laat staan de auto. Uiteraard heeft de tijd in de Noordoostpolder niet stilgestaan. Al snel na de Tweede Wereldoorlog werd de auto -net als in de rest van Nederland- gemeengoed. Op de relatief langere afstanden tussen de dorpen en Emmeloord verving deze in rap tempo de fiets. Tegenwoordig heeft de auto een zeer belangrijke plaats verworven in de dagelijkse mobiliteitsbehoefte. Het voorzieningenniveau in de dorpen is gering is en neemt verder af. Inwoners daarom steeds meer aangewezen op Emmeloord voor hun boodschappen en andere voorzieningen.
Vanwege de toegenomen automobiliteit zijn er op bepaalde plekken, op bepaalde momenten parkeerproblemen. Deze zijn de voorgaande járen zo veel mogelijk opgepakt bij groot onderhoud, herinrichtingsplannen en via handhaving, zonder dat daar een duidelijk kader voor was. In het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) is daarom opgenomen dat er een parkeerbeleidsplan moet worden opgesteld, inclusief parkeernormen op maat. Voorliggende nota parkeernormen is een nadere uitwerking van het gemeentelijk parkeerbeleid.
1.2
De aanleiding voor een nota parkeernormen
Om bij ruimtelijke ontwikkeling een indicatie te krijgen van het aantal benodigde parkeerplaatsen werd voorheen gebruik gemaakt van de door het CROW opgestelde ervaringscijfers. Dit betreft een landelijke richtlijn en geen vastgesteld beleid. Parkeernormen kunnen op diverse manieren worden vastgelegd om stedenbouwkundige plannen te kunnen toetsen. Parkeernormen kunnen enerzijds worden vastgelegd in bestemmingsplannen, anderzijds in de bouwverordening (artikel 2.5.30) of in apart beleid. Door de vaststelling van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) staan veranderingen op stapel als het gaat om het vastleggen van de parkeernormen als onderdeel van de stedenbouwkundige bepalingen. Per 1 juli 2018 komen de stedenbouwkundige bepalingen te vervallen en kunnen parkeernormen alleen nog via het bestemmingplan van kracht zijn door een voorwaardelijke verplichting. Belangrijk is de nieuwe juridische verankering van de parkeernormen in bestemmingsplannen. Om die reden legt gemeente Noordoostpolder haar parkeernormen vast in een Nota Parkeernormen. De Nota Parkeernormen is een document waar vanuit bestemmingsplannen naar verwezen moet worden. Voorliggende nota omvat parkeernormen voor de ruimtelijke functies die het meest voorkomen.
Pagina 4 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
1.3
Opbouw Nota Parkeernormen
Voor de verkeersaspecten bij ruimtelijke ontwikkelingen is het berekenen van de parkeerplaatsverplichting essentieel. De parkeerplaatsverplichting is het aantal parkeerplaatsen dat een initiatiefnemer moet aanleggen bij een voorgenomen ruimtelijke functie. Deze systematiek staat beschreven in het volgende hoofdstuk. De parkeerplaatsverplichting wordt berekend aan de hand van vastgestelde parkeernormen. De parkeernormen die binnen de gemeente Noordoostpolder gelden zijn in hoofdstuk 3 ‘Parkeernormen voor auto’s en fietsen’ opgenomen.
Pagina 5 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
2. Uitvoering parkeerverplichting 2.1
Voldoen aan gemeentelijke parkeernormen
Aan het invullen van de parkeerplaatsverplichting stelt de gemeente een aantal eisen. Zo zijn er regels over hoe parkeren op eigen terrein wordt meegeteld, ook is er een minimale fysieke maatvoering van parkeren op eigen terrein.
Onderscheid bij verbouw, nieuwbouw of functiewijziging
Er is onderscheid te maken tussen nieuwbouwplannen en verbouwplannen. Bij nieuwbouwplannen wordt de parkeerplaatsverplichting berekend aan de hand van de parkeernormentabel van hoofdstuk 3. Bij verbouwplannen, functiewijzigingen (zonder omgevingsvergunning) of uitbreidingsplannen wordt het aantal aantoonbaar toewijsbare parkeerplaatsen van de oude functie - met de bestaande bestemming - in mindering gebracht op de nieuwe parkeerplaatsverplichting (zoals berekend aan de hand van de parkeernormentabel van hoofdstuk 3). Dit is voldoende of levert een aanvullende parkeerplaatsverplichting of overschot op. De aanvrager dient ten behoeve van de berekening aan te leveren uit welke functies en bijbehorende oppervlakten het plan is opgebouwd. Bij een uitbreiding van een locatie wordt in eerste instantie alleen de uitbreiding getoetst. Wanneer de totale locatie, inclusief de uitbreiding, als geheel voldoende parkeerplaatsen heeft, voldoet het plan aan de parkeerplaatsverplichting conform deze Nota Parkeernormen.
2.2
Stappenplan bepalen parkeerplaatsverplichting
Het bepalen van de parkeerplaatsverplichting en de invulling van deze verplichting vindt plaats op basis van onderstaande vier stappen.
2.2.1
Stap 1: bepalen parkeerbehoefte
A. gebiedstypoiogie gemeente Noordoostpoider
Welke parkeernormen er voor een gebied gelden is onder andere afhankelijk van de stedelijkheidsgraad. De stedelijkheidsgraad wordt bepaald op basis van de omgevingsadressendichtheid (aantal adressen per km2), kortweg OAD van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In een gebied met een hoge OAD is het aanbod - en de kwaliteit - van andere vervoerswijzen over het algemeen groter dan in een gebied met een lage OAD. Daarom worden in een gebied met een hoge stedelijkheidsgraad lagere parkeernormen toegepast. Daarnaast kan een onderscheid worden gemaakt naar de stedelijke zone (centrum, schil, rest bebouwde kom, buitengebied) van een gemeente. De Noordoostpoider valt qua stedelijkheidsgraad - in zijn geheel - in de categorie “matig stedeliik” Er is echter een duidelijk verschil tussen Emmeloord en de rest van de gemeente. De dorpen en het buitengebied hebben een veel lagere OAD dan Emmeloord. Daarom is onderstaande verdeling in stedelijkheidsgraad van toepassing, gebaseerd op de OAD.
Pagina 6 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
Gebiedstype
Stedelijkheidsgraad
Omgevingsadressendichtheid
Emmeloord (bebouwde kom)
Matig stedelijk
1.000 tot 1.500 adressen per km2
Rest gemeente
niet stedelijk
minder dan 500 adressen per km2.
Tabel2-1
Overzicht stedelijkheidsgraden Noordoostpolder
De hoogte van de parkeernorm wordt ook bepaald door te kijken naar de stedelijke zone (centrum, schil, overig, buitengebied) van een gebied. Hoe dichter bij het centrum, des te beter normaliter de kwaliteit en het aanbod van overige vervoerswijzen en des te lager dus de parkeernorm. Noordoostpolder kenmerkt zich door een aantal te onderscheiden stedelijke zones. Dit zijn gebieden die qua geografische ligging, ruimtelijke kenmerken en stedelijke dichtheid zorgen voor een bepaald mobiliteitspatroon en bijbehorende parkeervraag. In onderstaande tabel zijn bovenstaande afwegingen overzichtelijk op een rij gezet.
Gebiedsindeling
Stedelijkheidsgraad
Stedelijke zones
Emmeloord centrum1
Matig stedelijk
Centrum
Emmeloord rest bebouwde kom
Matig stedelijk
Rest bebouwde kom
Overige kernen (bebouwde kom)
Niet stedelijk
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Niet stedelijk
Buitengebied
Tabel2-2
Overzicht gebiedsindeling naar stedelijkheidsgraad en stedelijke zones Noordoostpolder.
B. toepassing parkeernormen
Op basis van publicatie 317 van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) is een lijst met parkeernormen voor de gemeente Noordoostpolder opgesteld. De gemeente werkt binnen de kaders van het verkeer en vervoerbeleid met ‘vaste parkeernormen’ (zonder bandbreedte). Dit biedt duidelijkheid voor alle betrokkenen. Bij de realisatie van nieuwe functies is het belangrijk om te voorzien in voldoende parkeerplaatsen (vraagvolgend). In deze nota parkeernormen wordt daarom uitgegaan van parkeernormen die gebaseerd zijn op de huidige situatie van functies (zie tabellen in hoofdstuk 3). Bij de toepassing van parkeernormen voor functies die niet in deze tabellen zijn op genomen dient gebruik te worden gemaakt van de gemiddelde kencijfers zoals beschreven in publicatie 317 van het CROW.
1 Emmeloord centrum omvat het gebied omgrensd door de volgende straat: Noordzijde, Kon. Julianastraat, Espelerlaan, Onder de Toren, Korte Dreef, Lange Dreef en Smedingplein.
Pagina 7 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
C. aanwezigheidspercentages bii dubbelaebruik parkeerplaatsen
Bij de berekening van de parkeerplaatsverplichting wordt bij de ontwikkelingen van meerdere (verschillende) functies gebruik gemaakt van aanwezigheidspercentages. Bij meerdere functies kan er namelijk sprake zijn van een verschillend patroon van tijden waarop gebruikers (bewoners, bezoekers, werknemers) aanwezig zijn. Zo is de parkeerdruk bij woningen bijvoorbeeld vooral 's avonds I nachts groot. Overdag ligt de aanwezigheid lager omdat een deel van de bewoners met de auto naar het werk gaat. Dit biedt mogelijkheden om andere functies (bijvoorbeeld een kantoor) deze ruimte te laten benutten. Zo kan dubbelgebruik van parkeerplaatsen plaatsvinden.
Aanwezigheidspercentages {dubbelgebruik parkeervoorzieningen) Functies werkdagochtend werkdagmiddag werkdagavond koopavond werkdagnacht zaterdagmiddag zaterdagavond zondagmiddag woningen bewoners 500Zo 50/4 90/4 80/4 1000Zo 600Zo 80/4 700Zo woningen bezoekers 20/4 80/4 700Zo 00Zo 600Zo 1000Zo 700Zo 1096 kantoor/bedrijven 5/4 50Zo 00Zo 00Zo 00Zo 00Zo 10096 10094 commerciële dienstverlening 5/4 750Zo 00Zo 00Zo 00Zo 00Zo 10096 10094 30/4 60/4 detailhandel 750Zo 00Zo 1000Zo 00Zo 00Zo 1094 30/4 60/4 70/4 grootschalige detailhandel 800Zo 00Zo 1000Zo 00Zo 00Zo supermarkt 30/4 60/4 400Zo 800Zo 00Zo 1000Zo 400Zo 00Zo sportfuncties binnen 50/4 50/4 1000Zo 00Zo 1000Zo 1000Zo 75/4 10094 sportfuncties buiten 25/4 25/4 50/4 500Zo 00Zo 1000Zo 250Zo 1000Zo bioscoop/theater/podium 5/4 25/4 900Zo 900Zo 00Zo 400Zo 1000Zo 400Zo sociaal medisch: a rts/maatsc ha p/th e rapeut/ consultatiebureau 75/4 100Zo 100Zo 00Zo 100Zo 100Zo 100Zo 10094 verpleeg- of verzorgingstehuis/aanleunwon i n g/verzorgi n gsfI at 50/4 50/4 1000Zo 1000Zo 250Zo 1000Zo 1000Zo 1000Zo ziekenhuispatiënten inclusief bezoekers 60/4 600Zo 600Zo 50Zo 600Zo 600Zo 600Zo 10094 ziekenhuis medewerkers 75/4 400Zo 400Zo 25/4 400Zo 400Zo 400Zo 10094 dagonderwijs 00Zo 00Zo 00Zo 00Zo 00Zo 00Zo 10094 10094 avondonderwijs 094 094 1000Zo 1000Zo 00Zo 00Zo 00Zo 00Zo
Tabel2-3
Aanwezigheidspercentage Noordoostpolder (op basis van het CROW Publicatie 317)
D. reductiefactor parkeerplaatsen op bijbehorend terrein Een bouwplan dient in beginsel op eigen terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. Met het begrip “parkeren op eigen terrein” wordt bedoeld: ruimte voor parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan. Parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen worden niet altijd volledig meegerekend in de gerealiseerde parkeerplaatsen. Deze plaatsen worden immers vaak voor andere doeleinden gebruikt dan parkeren van auto’s (zie ook parkeerbeleidsplan). De mate waarin parkeren op eigen terrein wordt meegerekend (afhankelijk van de parkeervoorziening) is opgenomen in onderstaande tabel.
Parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekeningsaantal
Enkele oprit zonder garage
1
0,8
Lange oprit zonder garage of carport
2
1,0
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
Garage zonder oprit (bij woning)
1
0,4
Garagebox (niet bij woning)
1
0,5
Garage met enkele oprit
2
1,0
Garage met lange oprit
3
1,3
Garage met dubbele oprit
3
1,8
Tabel2-4
Parkeren op eigen terrein
Pagina 8 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
Een parkeervoorziening op bijbehorend terrein bij een bouwplan moet voldoen aan de volgende fysieke maatvoering: een enkele oprit is minimaal 5m lang en 3,5m breed; een lange oprit is minimaal 10m lang en 3,5m breed; een dubbele oprit is minimaal 4,5 meter breed; een garage is minimaal 5m lang en 2,5m breed (binnenwerks); een dubbele garage is minimaal 5m lang en 4,5m breed (binnenwerks); Ook moet de situering zodanig zijn dat het veilig in- en uitrijden is gewaarborgd. E. Afronding naar volledige parkeerplaatsen
Het volgens deze parkeernormen berekende benodigde aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond tot een volledige parkeerplaats.
2.2.2 Stap 2: aantonen parkeren op bijbehorend terrein Een aanvraag omgevingsvergunning dient in beginsel op het bijbehorend terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. Met het begrip “parkeren op bijbehorend terrein” wordt bedoeld: “ruimte voor parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan en de vigerende bestemming.” Bij het niet kunnen voldoen aan de parkeerplaatsverplichting op bijbehorend terrein, dient de aanvrager dit bij de aanvraag van de omgevingsvergunning aan te tonen. Deze inspanningsverplichting betekent het aantonen dat het aanleggen van parkeerplaatsen op bijbehorend terrein fysiek in geen enkele vorm mogelijk is zonder dat dit het functioneren belemmert.
2.2.3 Stap 3: onderzoek gebruik bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte Een initiatief mag niet leiden tot een (toename van) parkeertekort in de openbare ruimte. Het kan echter voorkomen dat er in de openbare ruimte op loopafstand een restcapaciteit bestaat, waarvan gebruik gemaakt kan worden om de parkeervraag op te vangen. Een initiatiefnemer kan de gemeente verzoeken geen parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren, maar gebruik te maken van restcapaciteit in de openbare ruimte. In deze situatie krijgt de initiatiefnemer geen exclusief gebruiks- of eigendomsrecht. Als er bijvoorbeeld in de omgeving parkeerplaatsen voorhanden zijn die ooit zijn aangelegd voor een doel of functie die niet meer bestaat of als er sprake is van overcapaciteit aan parkeerruimte, is te onderzoeken of deze ruimte mag worden meegeteld bij de parkeerverplichting voor het initiatief. Dit is alleen mogelijk als de parkeerdruk in de openbare ruimte op het maatgevende moment, met toevoeging van de ontwikkeling, onder de 80o7o voor het centrum van Emmeloord en 90o7o voor de rest van de gemeente blijft (zie ook het Parkeerbeleidsplan Noordoostpolder 2015-2025). Of deze ruimte er is, dient te blijken uit een door de initiatiefnemer aan te leveren representatief2 parkeeronderzoek. Als er binnen 5 jaar ontwikkelingen
2 Representatief onderzoek bestaat uit: een door een objectieve partij (bij voorkeur een verkeerskundig adviesbureau) uitgevoerde parkeerdrukmeting op verschillende momenten, dagen en tijden (buiten vakantieperiode) en zeker tijdens periodes wanneer aanspraak gedaan gaat worden door de nieuwe ontwikkeling op de parkeercapaciteit.
Pagina 9 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
worden verwacht die de bezettingsgraad van het betreffende gebied beïnvloeden, moet ook hiermee rekening worden gehouden. De wijze van onderzoek moet vooraf met de gemeente gecommuniceerd zijn. De bezettingsgraad van de openbare parkeerplaatsen in de omgeving wordt door de gemeente getoetst bij het verzoek om afwijking van (een deel van) de parkeervraag. Wat een acceptabele loopafstand is, wordt beoordeeld bij de aanvraag omgevingsvergunning en is afhankelijk van de functie en haar gebruikers, het specifieke gebied waar het bouwplan gerealiseerd wordt en een aantal ruimtelijke aspecten aan een looproute zoals sociale veiligheid, aantrekkelijkheid et cetera. De richtlijnen van het CROW voor acceptabele loopafstanden worden hierbij als leidraad gebruikt en zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Hoofdfunctie
Acceptabele loopafstanden
Wonen
Ca. 100 meter (1,0-1,5 minuten)3
Winkelen
Ca. 400 meter (5 minuten)
Werken
Ca. 500 meter (6 minuten)
Ontspanning
Ca. 100 meter (1,0-1,5 minuten)
Gezondheidszorg
Ca. 100 meter (1,0-1,5 minuten)
Onderwijs
Ca. 100 meter (1,0-1,5 minuten)
Tabel 2-5
Richtlijn acceptabele loopafstanden
2.2.4 Stap 4: onderzoek realiseren nieuwe parkeerruimte in de openbare ruimte De ingediende parkeerbehoefteberekening wordt door de gemeente gecontroleerd, zowel op de juiste toepasbaarheid van de parkeernormen en aanwezigheidspercentages als op de afwijkingsgronden van parkeren op eigen terrein. Wanneer de mogelijkheid niet aanwezig is om de parkeerdruk op te vangen met bestaande parkeerplaatsen, kan onderzocht worden of er mogelijkheden zijn om extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te leggen. Bij het bepalen van een eventuele locatie moet rekening gehouden worden met: De loopafstanden zoals geformuleerd in bovenstaande tabel. De kwaliteit van de omgeving. De aanleg van extra parkeerplaatsen mag niet ten koste gaan van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de omgeving. Er dient altijd een integrale afweging gemaakt te worden met bijvoorbeeld het ruimtelijk- en groenbeleid. Het college gaat alleen akkoord met deze mogelijkheid op basis van de volgende voorwaarden: De parkeerplaats kan ruimtelijk en verkeerstechnisch worden aangelegd. Maatgevend hierbij is onder andere de verkeersveiligheid en eventuele hinder die dit op kan leveren voor andere weggebruikers. De gemeente wil deze ruimte niet als reserve houden voor het opvangen van al bestaande parkeertekorten of andere doeleinden.
Er vindt een ruimtelijke afweging plaats ten aanzien van de plaats en de hoeveelheid te realiseren parkeerplaatsen in bijvoorbeeld een groenvoorziening.
3 Bij een gemiddelde loopsnelheid van 5 kilometer per uur.
Pagina 10 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
De kosten die gemoeid zijn met de aanleg van deze parkeerplaatsen worden in principe volledig gefinancierd door de initiatiefnemer. Dit zal door een (realisatie)overeenkomst tussen de gemeente en de aanvrager moeten worden geregeld.
2.2.5
Vervolg: parkeeradvies
Als een aanvraag omgevingsvergunning voorziet in voldoende parkeercapaciteit, dan wordt een positief advies afgegeven. Wanneer er geen fysieke mogelijkheden zijn om de parkeereis op bijbehorend terrein te realiseren of op acceptabele loopafstand in de openbare ruimte op te vangen of te realiseren conform de gestelde ontwerpeisen, dan wordt een negatief parkeeradvies voor de aanvraag omgevingsvergunning afgegeven op basis van het niet kunnen voldoen aan de parkeerplaatsverplichting voor het betreffende bouwplan. De aanvraag omgevingsvergunning wordt op deze grond afgewezen. Het college van B&W kan eventueel via de hardheidsclausule afwijken van het negatieve parkeeradvies (zie paragraaf 2.3).
2.3
Afwijkingsbevoegdheid college van B&W
Het college heeft de mogelijkheid af te wijken van de voorwaardelijke verplichting aangaande parkeren; “indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit”. Het verlenen van vrijstelling voor de aanleg van parkeerplaatsen is voorbehouden voor “zeer” bijzondere omstandigheden. Deze omstandigheden zullen voornamelijk maatschappelijk-economisch van aard zijn. De afwijkingsbevoegdheid kan alleen door het college worden toegepast. Terughoudend gebruik van deze bevoegdheid is geboden. Er dient een zorgvuldige motivatie te worden opgesteld waarin de aantoonbare bijzondere omstandigheden en overwegende bezwaren uiteen worden gezet en waarom de afwijkingsbevoegdheid dan wordt toegepast.
2.4
Overgangsregeling
De in deze nota opgenomen parkeernormen zijn niet van toepassing in de volgende gevallen: Initiatieven waarvoor het college vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota heeft ingestemd met een parkeernorm welke is vastgelegd in een door het college geaccordeerd document, zoals een stedenbouwkundig plan c.q. programma van eisen I nota van uitgangspunten en/of in een intentie- of exploitatieovereenkomst. In deze gevallen gelden de parkeernormen zoals vastgelegd in het door het college geaccordeerde document. Initiatieven die passen binnen een (ontwerp)bestemmingsplan waarvan het college vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota heeft ingestemd met terinzagelegging. In deze gevallen gelden de parkeernormen zoals opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. Op een aanvraag om omgevingsvergunning, afwijking, ontheffing of toestemming anderszins, die is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota en waarop op die datum nog niet is beschikt. In deze gevallen gelden de vóór de datum van inwerkintreding van deze nota geldende parkeernormen.
Pagina 11 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
2.5 Slotbepaling Daar waar deze Nota Parkeernormen niet in voorziet, is publicatie 317 van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) of het ASVV2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) van toepassing. Hierbij dienen de stedelijkheidsgraden en gebiedsindelingen te worden aangehouden zoals beschreven in dit hoofdstuk en dient uitgegaan te worden van de ‘gemiddelde parkeerkencijfers’. Afwijkingen op deze Nota Parkeernormen in bestemmingsplannen is mogelijk door gemotiveerd specifieke parkeerverplichtingen op te nemen.
2.6
Verankering parkeernormen in bestemmingsplannen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen wordt in de regels (juridisch bindend) verankerd dat voldaan moet worden aan de parkeernormen van de gemeente. De juridische borging vindt bijvoorbeeld plaats door de volgende regeling op te nemen in de algemene gebruiksregels van een bestemmingsplan (voorwaardelijke verplichting): “Parkeernormen: Indien de ligging, de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet volgens de gemeentelijke parkeernormen voldoende ruimte zijn aangebracht en in stand gehouden worden van parkeervoorzieningen in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort.”
In de toelichting en bijlage van het bestemmingsplan wordt vervolgens verwezen naar de specifieke parkeernormen en toepassingsmethodiek die de parkeereis bij ruimtelijke ontwikkelingen bepalen. Dit betreft de voorliggende Nota Parkeernormen Noordoostpolder. Voor 1 juli 2018 moeten alle bestemmingsplannen voorzien zijn van deze regeling. Dit gebeurt bijvoorbeeld door voor de op dat moment nog niet geactualiseerde bestemmingsplannen een overkoepelend ‘paraplu-bestemmingsplan’ op te stellen die deze juridische waarborging per 1 juli 2018 regelt. Er wordt dan een artikel geformuleerd in de juridische regels van onderstaande strekking: “het nieuw-, bij of verbouwen van panden of wijzigen van functies is alleen toegestaan indien voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort volgens de gemeentelijke parkeernormen.” In deze juridische regels wordt vervolgens verwezen naar een bijlage in het
bestemmingsplan die de parkeernormen en de toepassingsmethodiek beschrijft.
Pagina 12 van 18
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
3. Parkeernormen Noordoostpolder 3.1
Hoofdfunctie wonen Eenheid
koop vrijstaand
woning
Centrum Emmeloord 1,8
Rest Emmeloord 2,2
Overige Kernen 2,3
Buitengebied 2,4
Aandeel bezoekers 0,3
koop twee-onder-een-kap
woning
1,7
koop, tussen/hoek
woning
2,1
2,2
1,5
1,9
2,0
2,2
0,3
2,0
0,3
koop, etage, duur
woning
1,6
2,0
2,1
2,1
0,3
koop, etage, midden
woning
1,4
1,8
1,9
1,9
0,3
koop, etage goedkoop
woning
1,3
1,6
1,6
1,6
0,3
huurhuis, vrije sector
woning
1,5
1,9
2,0
2,0
0,3
huurhuis, sociale huur
woning
1,3
1,6
1,6
1,6
0,3
huur, etage, duur
woning
1,4
1,8
1,9
1,9
0,3
huur, etage, midden/goedkoop
woning
1,1
1,4
1,4
1,4
0,3
kamerverhuur, zelfstandig
kamer
0,6
0,7
0,7
0,7
0,2
aanleunwoning/serviceflat
Woning
1,0
1,1
1,2
1,2
0,3
Voor een beroep aan huis ! bedrijf aan huis wordt naast bovenstaande parkeervraag één extra parkeerplaats geëist. Hierbij is uitgegaan van beroepsuitoefening van één persoon zonder personeel welke beperkt bezoek ontvangt.
3.2
Hoofdfunctie werken Eenheid
kantoor (zonder baliefunctie) kantoor (met baliefunctie) commerciële dienstverlening bedrijf arbeidsintensief/ bezoekers extensief (industrie bedrijf arbeidsextensief/ bezoekers extensief (bv loods) bedrijfsverzamelgebouw
Pagina 13 van 18
100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo
Centrum Emmeloord 1,6
Rest Emmeloord 2,1
Overige Kernen 2,6
Buitengebied
Aandeel bezoekers
2,6
SVo
2,1
2,9
3,6
3,6
20ũZo
1,6
2,4
2,4
2,4
S0Zo
0,7
1,1
1,1
1,1
S0Zo
1,3
1,9
2,0
2,0
S0Zo
gemeente
NOORDOOSTPOLDER
3.3
Hoofdfunctie winkels en boodschappen Eenheid
buurtsupermarkt
100 m2 bvo
Centrum Emmeloord 1,9
Rest Emmeloord 3,5
Overige Kernen 4,3
Buitengebied
Aandeel bezoekers
-
890Zo
discountsupermarkt
100 m2 bvo
3,3
6,5
7,8
-
960Zo
fullservice supermarkt
100 m2 bvo
3,4
5,2
6,2
-
930Zo
grote supermarkt groothandel in levensmiddelen
100 m2 bvo
6,0
7,7
8,8
-
840Zo
-
6,4
7,4
-
80oZo
buurt- en dorpscentrum
100 m2 bvo
-
3,7
4,1
-
720Zo
wijkcentrum (klein)
100 m2 bvo
-
4,5
5,0
-
760Zo
wijkcentrum (gemiddeld)
100 m2 bvo
-
5,1
5,6
-
790Zo
weekmarkt
ml kraam
0,20
0,20
0,23
-
850Zo
kringloopwinkel
100 m2 bvo
-
1,9
2,0
2,3
890Zo
9,3
920Zo
100 m2 bvo
bruin- en witgoedzaken
100 m2 bvo
4,0
7,9
8,2
woonwinkel
100 m2 bvo
1,3
1,9
2,0
2,0
910Zo
meubel/woonboulevard
100 m2 bvo
-
2,4
2,5
-
930Zo
bouwmarkt