CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

11.1.2 Bestemmingsplan Ens Oost fase 2.pdf

Gemeenteraad 2 oktober 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Ens Oost fase 223.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

100 m2 bvo

-

2,4

2,4

2,5

870Zo

tuin-, groencentrum

100 m2 bvo

-

2,6

2,7

2,9

890Zo

3.4

Hoofdfunctie sport, cultuur en ontspanning Eenheid

Rest Emmeloord 1,2

Overige Kernen 1,2

Buitengebied 1,4

Aandeel bezoekers 970Zo

Bibliotheek

100 m2 bvo

Centrum Emmeloord 0,5

Museum

100 m2 bvo

0,6

1,1

1,1

-

950Zo

Bioscoop

100 m2 bvo

3,2

11,2

11,2

13,7

940Zo

filmtheater/filmhuis

100 m2 bvo

2,6

7,9

7,9

9,9

9TZo

theater/schouwburg

100 m2 bvo

7,4

9,8

9,8

12,0

870Zo

Casino

100 m2 bvo

5,7

6,5

6,5

8,0

860Zo

bowlingcentrum

per baan

1,6

2,8

2,8

2,8

890Zo

biljart- en snookercentrum dansstudio

per tafel

0,9

1,4

1,4

1,8

870Zo

100 m2 bvo

1,6

5,5

5,5

7,4

930Zo

fitnessstudio/sportschool

100 m2 bvo

1,4

4,8

4,8

6,5

870Zo

fitnesscentrum

100 m2 bvo

1,7

6,3

6,3

7,4

90oZo

wellnesscentrum (thermen etc.) sauna, hammam

100 m2 bvo

-

9,3

9,3

10,3

990Zo

100 m2 bvo

2,5

6,7

6,7

7,3

990Zo

sporthal

100 m2 bvo

1,6

2,9

2,9

3,5

960Zo

sportzaal

100 m2 bvo

1,2

2,8

2,9

3,6

940Zo

tennishal

100 m2 bvo

0,3

0,5

0,5

0,5

877o

Pagina 14 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

3.5

Hoofdfunctie horeca en (verblijfs)recreatie Eenheid

camping

standplaats

Centrum Emmeloord -

bungalowpark

bungalow

-

1,7

1,7

2,1

910Zo

café/bar/cafetaria

100 m2 bvo

5,0

6,0

7,0

-

90oÁ

restaurant

100 m2 bvo

9,0

13,0

15,0

-

80oZo

discotheek

100 m2 bvo

6,9

20,8

20,8

20,8

990Zo

hotel 1 ster

10 kamers

0,4

2,4

2,5

4,5

770Zo

hotel 2 sterren

10 kamers

1,4

4,1

4,3

6,3

80oZo

2,1

5,0

5,2

6,8

770Zo

3,4

7,2

7,5

9,0

73/0

5,3

10,6

11,0

12,6

650Zo

hotel 3 sterren

10 kamers

hotel 4 sterren

10 kamers

hotel 5 sterren

10 kamers

3.6

Rest Emmeloord -

Overige Kernen -

Buitengebied

Aandeel bezoekers

1,2

90oZo

Hoofdfunctie gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen Eenheid

Centrum Emmeloord 2,1

Rest Emmeloord 3,0

Overige Kernen 3,3

Buitengebied

Aandeel bezoekers

3,3

570Zo

huisartsenpraktijk

behandelkamer

apotheek

apotheek

2,3

3,2

3,4

-

450Zo

fysiotherapiepraktijk

behandelkamer

1,3

1,8

2,0

2,0

570Zo

consultatiebureau

behandelkamer

1,4

1,9

2,2

2,2

50oZo

consultatiebureau voor ouderen tandartsenpraktijk

behandelkamer

1,3

1,9

2,0

2,2

380Zo

behandelkamer

1,6

2,4

2,6

2,7

47zó

gezondheidscentrum

2,5

550Zo

behandelkamer

1,6

2,2

2,5

religiegebouw

per zitplaats

0,2

0,2

0,2

-

verpleeg- en verzorgingstehuis ziekenhuis

wooneenheid

0,6

0,6

0,6

-

60oZo

10Om2 bvo

1,4

1,7

1,9

2,0

290Zo

Pagina 15 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

3.7

Hoofdfunctie onderwijs Eenheid

kinderdagverblijf (exclusief K&R) basisonderwijs (exclusief K&R)

Overige Kernen

Buitengebied

1,0

Rest Emmeloord 1,4

1,4

1,5

0,8

0,8

0,8

0,8

Centrum Emmeloord

Aandeel bezoekers 0X

100 m22 bvo per leslokaal

middelbare school

100 leerlingen

3,7

4,9

4,9

4,9

IIXo

ROC

100 leerlingen

4,7

5,8

5,9

5,9

7%

avondonderwijs

10 studenten

4,5

6,8

6,9

10,5

95 X

Halen en brengen bij scholen en dagverblijven: Kiss and Ride Het met de auto halen en brengen van kinderen naar kinderdagverblijven en basisscholen heeft door de steeds groter wordende groep tweeverdieners een vlucht genomen. Hierdoor is ook de behoefte ontstaan om bij nieuwe ontwikkelingen parkeerplaatsen aan te leggen om deze parkeerders te kunnen faciliteren en parkeeroverlast bij schoolomgevingen te voorkomen. In bovenstaande tabel is alleen een norm opgenomen voor het parkeren van medewerkers van een basisschool, peuterspeelzaal en een buiten schoolse opvang. Het aantal parkeerplaatsen ten behoeve van Kiss and Ride wordt voor een school berekend op basis van een formule. Maatwerk is hierbij altijd mogelijk. De percentages en reductiefactoren uit de formule zijn terug te vinden in onderstaande tabel. * Onderbouw (groep 1 tot en met 3): aantal leerlingen x “/o leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur4 x reductiefactor aantal kinderen per auto. * Bovenbouw groep 4 tot en met 8: aantal leerlingen x “/o leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur5 x reductiefactor aantal kinderen per auto. » Kinderdagverblijf en Buitenschoolse Opvang: aantal leerlingen x “/o leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur6 x reductiefactor aantal kinderen per auto. Doelgroep

0Zo halen en brengen met Reductiefactor parkeerduur de auto groep 1 t/m 3 BO-60% 0,5 S-40% groep 4 t/m 8 0,25 kinderdagverblijf 50-80o7o 0,25 Tabel 3-1

Reductiefactor aantal kinderen per auto 0,75 0,85 0,75

Gegeven t.b.v. berekening halen en brengen

4 Groepen 1 t/m 3 parkeren gemiddeld 10 minuten in een periode van 20 minuten. De reductiefactor is hiermee 0,5. 5 Groepen 4 t/m 8 parkeren gemiddeld 2,5 minuut in een periode van 10 minuten. De reductiefactor is hiermee 0,25. 6 Kinderdagverblijf gemiddeld 15 minuten in periode van 60 minuten :: reductiefactor 0,25.

Pagina 16 van 18

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

3.8

Fietsparkeren

De maatvoering van een fietsparkeerplaats moet voldoende zijn om een fiets te parkeren/stallen. Ook voor het plaatsen van de fiets is voldoende (manoeuvreer)ruimte nodig. Daarbij moet niet alleen gedacht worden aan ruimten bij nieuwe woningen of nieuwe halten voor openbaar vervoer, maar ook aan voorzieningen. Onderstaande fietsparkeernormen zijn gebaseerd op landelijke gemiddelden per functie zoals beschreven in publicatie 317 ‘Kencijfers Parkeren en Verkeersgeneratie’ van het CROW.

3.8.1

Ligging fietsparkeervoorzieningen

De fietsparkeervoorzieningen moeten aantrekkelijk zijn gelegen. Bij solitaire bestemmingen waar men kort hoeft te zijn (supermarkt, bank etc.) moet de afstand tussen parkeerplaats en bestemming een beperkt aantal meters zijn. Als de verblijftijd langer is (bijvoorbeeld centrumbezoek - meerdere voorzieningen), mag de loopafstand langer zijn. De fietsparkeervoorzieningen dienen dan geconcentreerd op de (drukst bereden) aanrijroutes te worden gerealiseerd.

3.8.2

Fietsparkeernormen

Onderstaande tabel beschrijft het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen bij voorzieningen, kantoren en recreatie. Het volgens deze fietsparkeernormen berekende benodigde aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond tot een hele parkeerplaats. Dit sluit aan bij de gemeentelijke ambitie het fietsen aantrekkelijker te maken, Fietsparkeernormen zijn overigens bedoeld voor solitaire gebieden. Ze zijn dus niet geschikt voor gebieden met grote menging van functies, zoals het centrumgebieden. Hier is maatwerk vereist. Eenheid

Centrum Emmeloord

Rest Emmeloord

Overige Kernen

Buitengebie d

kantoor medewerkers

100 m2 bvo

1,7

1,2

1,2

0,7

kantoor bezoekers

100 m2 bvo

5,0

5,0

5,0

5,0

10 leerlingen

4,3

4,3

4,3

-

10 leerlingen

5,0

5,0

5,0

-

6,2

6,2

6,2

-

10 leerlingen

0,4

0,4

0,4

-

10 leerlingen

1,4

1,4

1,4

-

10 leerlingen

0,6

0,4

0,4

-

ROC leerlingen

10 leerlingen

12

12

12

-

ROC medewerkers

10 leerlingen

0,9

0,9

0,9

-

Winkelcentrum

100m2 bvo

2,7

2,7

2,7

-

Supermarkt

100 m2 bvo

2,9

2,9

2,9

-

Bouwmarkt

100m2 bvo

0,25

0,25

0,25

-

Basisschool leerlingen ^50 Basisschool leerlingen 250-500 Basisschool leerlingen ^50 Basisschool medewerkers Middelbare school (leerlingen Middelbare school (medewerkers)

Pagina 17 van 18

Minimaal 10

gemeente

NOORDOOSTPOLDER

Tuincentrum

100m2 bvo

0,4

0,4

0,4

0,1

Fastfood restaurant

Locatie

29

10

10

5

Restaurant (eenvoudig)

100 m2 bvo

18

18

18

15

Restaurant (luxe)

100 m2 bvo

4

4

4

Bibliotheek

100 m2 bvo

3

3

3

Bioscoop

100 m2 bvo

7,8

1,4

1,4

Fitness

100 m2 bvo

5,0

2,0

2,0

Museum

100 m2 bvo

0,9

0,9

0,9

Sporthal

100 m2 bvo

2,5

2,5

2,5

Sportveld

Ha netto terrein

61

61

61

Sportzaal

100 m2 bvo

4,0

4,0

4,0

-

5

5

100 plaatsen

40

40

40

100 m2

1,3

1,3

1,3

100 m2

0,4

0,4

0,4

24

18

18

32

32

32

28

28

28

20

20

20

Begraafplaats Kerk 1 moskee Gezondheidscentrum bezoekers Gezondheidscentrum medewerkerkers

Theater Stedelijk evenement Zwembad (openlucht) Zwembad (overdekt)

100 zitplaatsen 100 bezoekers 100 m2 bassin 100 m2 bassin

Rij- en vrijstaande woning

Kamer

1

1

1

Appartement

Kamer

0,75

0,75

0,75

Busstation

Halterende buslijn

42

Terras meetellen

5

h-0,5 voor

bezoek H- 0,5 voor bezoek

In de kengetallen van het CROW is een marge van 20oZo verwerkt (uitgezonderd woningen). Deze extra stallingscapaciteit wordt door het CROW toegepast omdat fietsers de beschikbare stallingsplaatsen plekken ook moeten kunnen vinden. Daarnaast wordt zo enige flexibiliteit geboden om een kleine groei van het fietsgebruik op te kunnen vangen.

Pagina 18 van 18

Beeldkwaliteitsparagraaf Aanleiding De Noordoostpolder is in vanaf de Tweede Wereldoorlog tot stand gekomen als een totaalontwerp. In dit ontwerp waren civiele techniek, landschap, stedenbouw, architectuur, economie en maatschappij zeer sterk geïntegreerd. Hierdoor hangt alles met alles samen. Bij het ontwerpen van de Noordoostpolder had men een overzichtelijke wereld voor ogen met een zekere beslotenheid en beschutting. De menselijke maat was daarbij de norm. Het oorspronkelijke ontwerp kenmerkt zich door het streven naar eenheid in verscheidenheid. Het totaalontwerp, de architectonische samenhang en de menselijke maat zijn unieke kwaliteiten van deze polder. Dit is te meer van belang voor de identiteit en de herkenbaarheid juist omdat de Noordoostpolder - met uitzondering van Schokland - niet kan terugvallen op eeuwenoude historie met bijbehorende monumenten en herkenningspunten. De gemeente zet zich daarom in om - naast ruimte te bieden aan nieuwe initiatieven verrommeling, versnippering en het onherkenbaar maken van ruimtelijke opzet en karakteristiek te voorkomen. Alleen op deze manier blijven de economische waarde, de ecologische waarde en de belevingswaarde voor de toekomst op het gewenste peil. Een van de manieren om de eenheid, en daarmee herkenbaarheid en waardering van de Noordoostpolder te bewaren, is sturen op beeldkwaliteit.

De gemeente stelt daarom beeldkwaliteiteisen aan nieuwe ontwikkelingen, uitbreidingen en verbouwingen.

Identiteit als basis voor ontwikkeling: DNA Gemeente Noordoostpolder en woningcorporatie Mercatus hebben in 2012 het initiatief genomen om onderzoek te doen naar de (historische) waarden van de Noordoostpolder. We noemen deze waarden - die zich toespitsen op het landschap, de stedenbouw en de architectuur - het DNA. Van Emmeloord en van elk dorp is het DNA, ofwel de unieke eigenschappen, bepaald. Per kern is aan de hand van het oorspronkelijke ontwerp en de historische ontwikkeling in kaart gebracht waar de Delftse school stedenbouw en architectuur is terug te vinden en welke identiteit en kwaliteit deze met zich meebrengen. De kernen blijken familietrekken te vertonen, maar zijn stuk voor stuk uniek. De kennis over en waardering van de stedenbouw en architectuur van de Delftse School bieden kansen voor de toekomst. De foto's en beschrijving van alle unieke karaktertrekken van elk dorp geven gemeente en corporaties een handreiking hoe te sturen op met toekomstige ontwikkelingen en geven bewoners en ondernemers, ontwikkelaars en architecten een richting om in te spelen op deze bijzondere context.

Elf kenmerken van de polderdorpen 1. Ligging aan de dorpenring 2. Ligging aan de poldervaart, aanwezigheid loswal 3. Bedrijven aan de rand en aan het water 4. Vanaf de brink of vanuit de openbare ruimte vizier op het omringende landschap 5. Een groene mantel : brede bosstrook 6. De groene polderstraat 7. De brink: een groen dorpsplein (hart) met voorzieningen 8. Drie kerken rond de brink 9. Drie scholen in de buurt 10. Delfts Rood: (met uitzondering van Nagele) Delftse School architectuur rode baksteen en oranjerode pannen 11. Elk dorp ontworpen onder supervisie van de Directie van de Wieringermeer

Veel van de beeldkwaliteitscriteria voor Ens fase 2 zijn terug te voeren op het DNA. Dit DNA is dan ook goed te benutten als achtergrondinformatie bij de criteria.

Plantoelichting De criteria voor verVriieuwbouw zijn ingedeeld naar criteria voor context, hoofdvorm, plaatsing, vormgeving en detail/kleur/materiaal.

groen groene mantel laan dorpsveld blauw vaart loswal í waterfront

brink, zijbrink hoofdwegen wegen dorpsstraten dorpspad I ommetje rood beeldbepalend _____

structuurbepalend

..........

begeleidend

Polder DNA vizier naar het landschap de dorpenring

1. Context De polder vormt de grotere context. De dijk is in 1942 gesloten, waarna de polder kon droogvallen. Met uitzondering van Schokland is er geen bebouwing van voor 1942. De architectuur in Ens kenmerkt zich dan ook als naoorlogs, met de stijlkenmerken die daar bij horen. Aanvankelijk waren dat de Delftse School of juist Het Nieuwe Bouwen (denk aan Nagele) en vormen van prefabbouw. Architectuur die teruggrijpt naar oudere bouwstijlen waaronder Classisisme, Barok, Renaissance of Gotiek past daarmee niet binnen de context van de polder.

In de kerkenbouw is hier en daar teruggegrepen naar met name Romaanse kenmerken. Hier is evenwel sprake van een sobere op de situatie afgestemde neo-versie van de op zichzelf al sobere Romaanse bouwstijl.

Het plangebied ligt op het voormalige derde voetbalveld in het dorpsbos van Ens. Het ligt in de oorspronkelijke eerste opzet van het dorp. De het initiatief voor een woonzorgvoorziening is aanleiding voor het plan. Uit meerdere locaties heeft het dorp middels een enquete deze gekozen. Een korte afstand tot de voorzieningen in het dorp was een van de wensen. De ontsluiting vor alle verkeer ligt idealiter aan het Oostereind. Op dit moment is dit nog een provinciale weg. Dit maakt een aansluiting nu nog niet opportuun. Vroeg of laat zal dit veranderen. In de tussentijd is de ontsluiting voor alle verkeer via de Drietorensweg. Voor voetgangers is er het pad langs de sportvelden. Er is de wens dit pad te verbreden en van verlichting te voorzien.

2. Opbouw plan Het plan bestaat uit vier delen: het Groene Plein, het Stift (de woonzorgvoorziening), de Laantjes, de Huisjes. Het Groene Plein Het Groene Plein is ontstaan als gevolg door de zonering rond het voetbalveld, waardoor een deel van het plangebied niet kan worden bebouwd. Van deze situatie is geprofiteerd door het te bebouwen deel autovrij te maken. Dit zal des te meer gelden als op de iets langere termijn het plein direct wordt ontsloten vanaf het Oostereind. Alle woningen zijn ontsloten vanaf het plein. Op het plein vindt al het parkeren plaats. De hoeveelheid verharding is beperkt tot het minimum dat mogelijk is bij de geldende parkeernormen en een efficiënte inrichting. Bomen en hagen binnen het verharde vlak en de groene randen zorgen ervoor dat het plein kwaliteit heeft. Het Stift (met woonzorgvoorziening) Het Stift vormt een compact bouwblok op de hoek bij de rotonde, 's Zomers gaat het vanaf de doorgaande wegen schuil achter een groensingel. 's Winters is zichtbaar door de kale boomkronen heen. Het Stift herbergt meerdere (publieke) functies: woonzorgvoorziening, aanleunwoningen, huisartsenpraktijk, kinderopvang, etc. Het heeft een binnentuin waar meerdere doelgroepen hun plek hebben. Het complex heeft meerdere entrees. Hoewel het bouwblok een alzijdige oriëntatie heeft, presenteert het zich vooral aan de pleinzijde. De "hoofdentree" ligt aan het Plein.

De Laantjes

Het gaat hier om rijwoningen met een voortuin en een achtertuin. Kenmerkend is dat de kopgevels aan het Groene Plein veel aandacht krijgen. Deze zijn gecomponeerd als een tweede voorgevel en er bevinden zich hier meerdere gevelopeningen. De erfafscheidingen aan kopse kanten worden meeontworpen, zodanig dat er voldoende privacy in de achtertuinen is gewaarborgd en bewoners niet de behoefte voelen zelf te voorzien in (aanvullende) afscherming.

De Huisjes Hier is een rij vrijstaande kleine starterswoningen voorzien. De woningen hebben een kleine buitenruimte voor het huis, gemarkeerd door een duidelijk afscheiding tussen openbaar en privéterrein door middel van een bouwkundige of groene afscheiding met een maximum hoogte van lm.

3. Beeldkwaliteitscriteria 3.1 Massawerking/ hoofdvorm » » » » »

Er is sprake van een eenvoudige opzet met een enkelvoudige bouwmassa: een heldere hoofdvorm; Alle woningen zijn voorzien van een kap. De woonzorgvoorziening kan worden voorzien van een kap. Dit is echter niet verplicht. De dakhelling ligt tussen 25 en 50 graden. Toevoegingen zoals erkers, dakkapellen, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa. Er is een duidelijke afstemming in vormentaal en materiaalgebruik tussen het Stift en de Laantjes.

3.2 Gevels De gevelcomposities kenmerken zich door een groot contrast tussen grote en kleine ramen. Alle ramen liggen los in de gevelcompositie. Raampartijen worden niet samengetrokken. De entrees krijgen extra nadruk.

Het Stift presenteert zich als één doorgaand bouwblok in tegenstelling tot een samengesteld blok dat door traphuizen bij elkaar getrokken. De "hoofdentree" ligt aan het Plein. De kopgevels van de rijwoningen van de Laantjes aan het Plein krijgen veel aandacht. Deze zijn gecomponeerd als een tweede voorgevel en er bevinden zich hier meerdere gevelopeningen.

De Huisjes worden gekozen uit het bestaande aanbod van prefab-wooneenheden. Er ontstaat samenhang met de rest van het plangebied doordat het te kiezen type is voorzien van een kap. De daken zijn zodanig ontworpen dat er rekening wordt gehouden met de toevoeging van zonnepanelen. Zonnepanelen moeten zodanig kunnen worden gelegd dat er zondfer uitzondfering een aaneengeloten vlak kan worden gelegd. De plaats van dakdoorvoeren, dakramen en dakkapellen is hier op aangepast.

3.3 Materialisering » » » » »

Materialen die zijn toegestaan in de gevels zijn: metselwerk of hout. Materialen die zijn toegestaan voor de daken zijn: pannen, zink, riet. Zonnepanelen zijn zodanig gepositioneerd dat ze integraal onderdeel zijn van de architectuur; Ramen en kozijnen: hout, aluminium. Vanuit de openbare ruimte zichtbare bijgebouwen hebben een gelijke materialisering aan het hoofdgebouw ofwel een zeer onopvallend materiaal- en kleurgebruik.

3.4 Kleurgebruik Gevelmaterialen » Baksteen: rood, bruin, oranje, paars, antraciet. » Hout: materiaaleigen kleuren (onbewerkt), transparant gelakt, zwart, donkergroen ofblauw, (gebroken) wit Dakbedekking » Materiaaleigen kleuren (riet, zink, hout) » Pannen: oranjerood, grijs, zwart, geglazuurd blauw of groen. » Kleur dakbedekking is afgestemd op de kleur van de zonnepanelen of andersom. Het kleurgebruik is zodanifg dat het dakvlak als een geheel wordt ervaren. Ramen en kozijnen: » Hout: wit, donkergroen, materiaaleigen kleur » Aluminium: zwart, antraciet » Staal: zwart, materiaaleigen kleuren Bijgebouwen: bij voorkeur als familie van hoofdgebouw (dus materiaalgebruik conform hoofdgebouw) of zeer terughoudend, gedekt, onopvallend.

3.5

Detaillering

Aansluiting bij járen '50 kenmerken oorspronkelijke bebouwing: minimalistisch en binnen de compositie expressief.

3.6 Aan- en bijgebouwen (inclusief carports) Algemeen * Aanbouwen en bijgebouwen zijn passend in de context en/of straatbeeld * Aanbouwen en bijgebouwen sluiten aan op de architectuurstijl van het hoofdgebouw of zijn onopvallend. * Eén vormgevingsprincipe per aanbouw en bijgebouw toepassen * Aanbouwen en bijgebouwen zijn noch dominant noch gelijkwaardig ten opzichte van het hoofdgebouw Plaatsing * Bij zijkantsituaties geldt: Aanbouwen en bijgebouwen staan ten minste 3 meter achter de voorgevelrooilijn of staan ten minste 1 meter achter de voorgevelrooilijn, mits materiaalgebruik en kleurstelling gelijk zijn aan het hoofdgebouw Materiaal, kleur en detaillering * Overwegend baksteen, hout, glas en staal waarbij samenhang in materiaal en kleur vooropstaat, kleine nuanceverschillen zijn toegestaan

4. Erfafscheidingen Het initiatief tot een erfafscheiding komt voort uit de behoefte een scheiding aan te brengen tussen privé en openbaar gebied, privacy of gebruiksgemak, of meer privacy. Wanneer erfafscheidingen en/of bouwwerken grenzen aan de openbare ruimte zijn ze van grote invloed op het beeld en de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Een nette, aantrekkelijke en kwalitatieve woon-en leefomgeving is een publiek belang. De gemeente geeft de voorkeur aan groene erfafscheidingen hagen en andere beplantingen- en streeft er in ieder geval naar een rommelige indruk door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen te voorkomen. Algemeen * Erfafscheidingen zijn passend in de context en/of straatbeeld

» »

Erfafscheidingen zijn uniform en kennen één vormgevingsprincipe per afscheiding toepassen Erfafscheidingen sluiten zoveel mogelijk aan op de erfafscheidingen van naastgelegen percelen Plaatsing erfafscheiding » Op een eigen erf of perceel en op of tegen de grens van het naburig erf op perceel » Ter plaatse van voorgevel en zijkantsituaties geldt: o minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn; o constructieve onderdelen, bijv. houten palen, aan de zijde van de woning plaatsen i.p.v. de openbare zijde Materiaal, kleur en detaillering » Groen (hagen, klimop, etc.), hout, staal » Terughoudende, natuurlijke kleuren gebruiken Maatvoering erfafscheiding » Hoogte standaard maximaal 1 m » Vanaf minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn is maximaal 2 m toegestaan mits voldaan wordt aan de bovenstaande criteria

■■'•BJZ.nu ruimtelijke plannen en advies

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Ens fase 2, Ens

Omgevingsvergunningen Wijzigingsplannen Uw specialist in Bestemmingsplannen Rood voor Rood - Ruimte voor Ruimte

Ruimtelijk advies

T 0546 454 466

E info@bjz.nu

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens fase 2, Ens

Status: Datum: Projectnummer:

Definitief Juni 2022 2022-155

MBJZ.nu ■I ruimtelijke plannen en advies

Vestiging Almelo Twentepoort Oost 1 6 7609 RG ALMELO

E:

0546-45 44 66 info@bjz.nu

I:

www.bjz.nu

T;

Vestiging Zwolle Dr. Van Wiechenweg 2 8025 BZ ZWOLLE

Vestiging Utrecht Euclideslaan 265 3584 BV UTRECHT

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding........................................................................................................4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader............................................................................................. 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Algemeen................................................................................................................................................ 5 Zone langs wegen................................................................................................................................... 5 Grenswaarden........................................................................................................................................ 5 Berekenen geluidsbelasting.................................................................................................................... 6 Gemeentelijk geluidsbeleid.................................................................................................................... 6

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten.............................................................................................7 3.1 3.2

Situatie projectgebied............................................................................................................................ 7 Verkeersgegevens................................................................................................................................... 8

Hoofdstuk 4 Resultaten.....................................................................................................9 4.1 4.2 4.3 4.4

Berekeningen.......................................................................................................................................... 9 Geluidsbelasting..................................................................................................................................... 9 Hogere waarde......................................................................................................................................10 Maatregelen reductie geluidbelasting.................................................................................................. 10

Hoofdstuk 5 Conclusie..................................................................................................... 12 Bijlagen

.................................................................................................................. 13

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Rekenmodellen............................................................................................................................13 Itemeigenschappen......................................................................................................................14 Resultatentabellen.......................................................................................................................15

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens fase 2, Ens Definitief

Hoofdstuk 1

Inleiding

Voorliggend Akoestisch onderzoek heeft betrekking op de onbebouwde gronden op de hoek van de Drietorensweg en het Oostereind in de kern Ens (hierna: projectgebied). De gemeente Noordoostpolder is voornemens om ter plaatse een kleinschalig gezondheidscentrum en woningen te realiseren. Concreet gaat het voornemen uit van het realiseren van: » » »

11 tiny houses; 18 grondgebonden rijwoningen; een kleinschalig gezondheidscentrum met ruimte voor; o een huisartsenpraktijk; o een kinderopvang; o zorggroep Oude en Nieuwe Land; o een fysio; o een sportschool; o 16 woonzorgstudio's o 8 woonzorgappartementen

De ligging van het projectgebied ten opzichte van de kern Ens en de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1:

Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen en het gezondheidscentrum te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens fase 2, Ens Definitief

Hoofdstuk 2 2.1

Wettelijk kader

Algemeen

Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.

2.2

Zone langs wegen

Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buiten stedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken lof 2 3 of 4 5 of meer Tabel 1

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl).

De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: » » »

Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.

De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: » »

Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.

Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van 'een goede ruimtelijke ordening'.

2.3

Grenswaarden

In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld:

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens fase 2, Ens Definitief 'woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaať. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied Tabel 2

Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)

Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)

Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan.

2.4

Berekenen geluidsbelasting

De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend worden en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel HOg van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: »

5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;

Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: » » »

4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.

Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.

2.5

Gemeentelijk geluidsbeleid

De gemeente Noordoostpolder beschikt niet over een eigen geluidsbeleid voor wegverkeerslawaai en volgt hierin de Wet geluidhinder.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens fase 2, Ens Definitief

Hoofdstuk 3 3.1

Uitgangspunten

Situatie projectgebied

Het voornemen is om ter plaatse van het projectgebied een gezondheidscentrum met o.a. 24 wooneenheden, 18 rijwoningen en 11 tiny houses te realiseren. Het ontwerp is nog niet definitief, daarom is het onderzoek uitgevoerd aan de hand van de volgende uitgangspunten: » » »

Het gezondheidscentrum bestaat uit maximaal vier bouwlagen met een hoogte van circa 14 meter; De rijwoningen bestaan uit twee bouwlagen met een kap met een hoogte van circa 9 meter; De tiny houses bestaan uit één bouwlaag met kap met een hoogte van circa 6 meter.

In afbeelding 3.1 is de gewenste bekaveling weergegeven met de nummering die is aangehouden in voorliggend onderzoek.

11 tiny houses met de nummering van links naar rechts.

18 Rijwoningen, met de nummering 1 t/m 4, 5 t/m 9, 10 t/m 13 en 14 t/m 18.

Afbeelding 3.1

Gezondheidscentrum met in totaal 24 wooneenheden op de bouwlagen 2,3 en 4.

Verkavelingsplan Ens fase 2 (Bron: Initiatiefnemer, bewerkt door BJZ.nu)

Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van het Oostereind, de Drietorensweg en de Zuiderringweg. Deze wegen hebben een snelheidsregime van achtereenvolgens 50 km/uur, 60 km/uur en 80 km/uur. Het feit dat enkel voor de boven genoemde wegen een wettelijke geluidszone een wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat er geen andere wegen zijn die mogelijk getoetst moeten worden. De andere omliggende wegen liggen op een dusdanige afstand dat er geen relevante geluidbelasting van deze wegen te verwachten is. In onderstaande tabel is weergegeven welke uitgangspunten voor het rekenmodel zijn gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Reductie geluidsbelasting Oostereind/Drietorensweg Reductie geluidbelasting Zuiderringweg Tabel 3

Binnenstedelijk gebied 63 Ja 5 dB 2 dB

Uitgangspunten Akoestisch onderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens fase 2, Ens Definitief

3.2

Verkeersgegevens

De verkeersintensiteiten zijn aangeleverd door de gemeente Noordoostpolder en zijn afkomstig uit het verkeersmodel voor het jaar 2040. Als worst-case scenario zijn ook deze gegevens aangehouden. De verkeersintensiteit van de Drietorensweg is met 80 voertuigen laag. Voor de Drietorensweg is dan ook de intensiteit aangehouden die is gebruikt in het akoestisch onderzoek1 t.b.v. het bestemmingsplan 'Ens Oost, fase 1'.

Wat betreft de voertuigverdelingen is aangesloten bij hetzelfde akoestisch onderzoek. De ingevoerde gegevens zijn weergegeven in tabel 4. Weg- en verkeersgegevens Etmaalintensiteit 2040 weekdag (prognose) Uurintensiteit dag/avond/nacht (X) Lichte motorvoertuigen (X) Middelzware vrachtwagens (X) Zware vrachtwagens (X) Wettelijke rijsnelheid (km/uur) Wegdektype Tabel 4

Oostereind

Drietorensweg

Zuiderringweg

7100

1164

7100

6,59/2,76/1,24

6,92/2,75/0,75

6,59/2,76/1,24

86,3/92,8/89

83,15/95,83/88,46

86,3/92,8/89

9,8/5,4/7,7

7,73/0/3,85

9,8/5,4/7,7

3,9/1,9/3,3

9,12/4,17/7,69

3,9/1,9/3,3

50

60

80

Referentiewegdek

Referentiewegdek

Referentiewegdek

Weg- en verkeergegevens relevante wegen

1 https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NLIMRO.0171.BP00651-VS01/b_NLIMRO.0171.BP00651-VS01_tb2.pdf

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens fase 2, Ens Definitief

Hoofdstuk 4 4.1

Resultaten

Berekeningen

De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 0,0 (akoestisch hard). In het model zijn de volgende zaken opgenomen: » » » » »

4.2

Wegen met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte; zachte bodemgebieden; Indicatieve woonblokken afgeleid van het verkavelingsplan; toetspunten bij het Gezondheidsgebouw op 2, 5, 8 en 11 meter hoogte en toetspunten bij de rijwoningen/tiny houses op 1,5 meter, 4,5 meter en 7,5 meter.

Geluidsbelasting

Om de geluidbelasting van de in 3.1 genoemde wegen te bereken op de te realiseren wooneenheden, zijn er in totaal 90 toetspunten ingetekend ter plaatse van de relevante gevels. In afbeelding 4.1 zijn de 90 toetspunten weergegeven. In bijlage 1 zijn de uitsneden met de toetspunten weergegeven en is het overzicht van het rekenmodel weergegeven. In bijlage 2 zijn de itemeigenschappen van het rekenmodel weergegeven.

Afbeelding 4.1

Toetspunten projectgebied (Bron: BJZ.nu)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens fase 2, Ens Definitief De geluidbelasting ten gevolge van het Oostereind bedraagt hoogstens 55 dB ter plaatse van de zuidgevels van het gezondheidsgebouw (Toetspunt 1 t/m 5). Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wgh, maar wel aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. De geluidbelasting ten gevolge van de Drietorensweg bedraagt hoogstens 49 dB ter plaatse van de oostgevel van tiny house 11, rijwoning 9 en rijwoning 17. Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wgh, maar wel aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Voor de overige woningen wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB. De geluidbelasting ten gevolge van de Zuiderringweg bedraagt hoogstens 55 dB ter plaatse van de zuidgevel van het gezondheidsgebouw (Toetspunt 5). Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wgh, maar wel aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. De cumulatieve geluidbelasting, exclusief reductie, bedraagt hoogstens 62 dB ter plaatse van de zuidgevel van het gezondheidsgebouw (Toetspunt 3, 4 en 5). De resultaten en uitsneden van de resultaten zijn weergegeven in bijlage 3.

4.3

Hogere waarde

Een hogere waarde als gevolg van wegverkeerslawaai afkomstig van de zowel de Zuiderringweg, de Drietorensweg als het Oostereind is in voorliggend geval. Afwijken van de voorkeurswaarde is alleen mogelijk als bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van financiële, stedenbouwkundige, verkeerskundige of landschappelijke aard en een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd kan worden. In de volgende paragraaf worden mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren onderzocht.

4.4

Maatregelen reductie geluidbelasting

Er wordt onderscheid gemaakt tussen bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen. 4.4.1

Bronmaatregelen

Het geluid van een voertuig wordt veroorzaakt door het motorgeluid en het geluid van de banden. Vooral vrachtwagens zijn de afgelopen járen veel stiller geworden. In het rekenmodel is hier al rekening mee gehouden. Daarnaast is de verwachting dat voertuigen in de toekomst nog stiller worden. Hier wordt rekening mee gehouden door de in paragraaf 2.4 beschreven aftrek toe te passen. De initiatiefnemer van het bouwplan waar voorliggend onderzoek voor wordt uitgevoerd heeft geen invloed op het reduceren van het geluid van voertuigen. Daarnaast heeft de initiatiefnemer ook geen invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Een aanpassing van het wegdektype kan zorgen voor een reductie van het bandengeluid van voertuigen en daarmee het geluid van een voertuig. Het huidige wegdek betreft onder andere referentiewegdek. Bij een snelheidsregime van 50 km/uur levert het vervangen van het huidige referentiewegdek door DDL-A of DDL-B wegdek een reductie van circa 1,5 a 2,5 dB op2. De geluidbelasting afkomstig van de Drietorens weg kan hiermee gereduceerd worden tot onder de voorkeurswaarde, echter met betrekking tot de overige wegen kan nog steeds niet voor alle wooneenheden aan de voorkeurswaarde worden voldaan. Het aanbrengen van stiller wegdek brengt daarnaast hoge kosten met zich mee.

De wegbeheerder zal bovendien niet instemmen met het stiller maken van een klein deel van de weg, omdat dit tot onderhoudtechnische problemen leidt. Vanuit civieltechnisch oogpunt is het aanbrengen van stiller asfalt dus eveneens niet haalbaar. 4.4.2

Overdrachtsmaatregelen

Een grotere afstand tussen de gevel en de weg zorgt voor een lagere geluidsbelasting op de gevel. Om een lagere geluidsbelasting van 2 dB te realiseren moet de afstand tussen de gevel en de weg met 50/4 worden vergroot. Er is onvoldoende ruimte binnen het projectgebied om op basis van de stedenbouwkundige

2 https://www.infomil.nl/publish/pages/138239/factbookwegdekken_2018.pdf

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ens fase 2, Ens Definitief uitgangspunten en het gewenste woonprogramma in een invulling te voorzien waarbij voor alle woningen aan de voorkeurswaarde wordt voldaan. Door middel van het plaatsen van een geluidsscherm worden lagere verdiepingen van het gezondheidsgebouw afgeschermd van het geluid van het Oostereind en de Zuiderringweg. Echter bevinden de woningen zich op de le, 2e en 3e verdieping waar een geluidsscherm maar voor een geringe geluidsafname bewerkstelligt. Daarnaast brengt het plaatsen van een geluidsscherm kosten met zich mee. Het treffen van overdrachtsmaatregelen is dan ook niet doelmatig. 4.4.3

Gevelmaatregelen

Als een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan dient het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd te worden volgens het Bouwbesluit 2012. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. De cumulatieve geluidsbelasting exclusief aftrek bedraagt hoogstens 62 dB. Er is dan ook een gevelwering van minimaal 29 dB benodigd om ter plaatse van alle woningen aan de binnenwaarde van 33 dB te kunnen voldoen. Standaard HR++ beglazing zorgt voor een geluidwering van circa 28 dB waardoor ook extra maatregelen als kierdichting en/of een spouwmuur benodigd zijn. Indien er voor een natuurlijke luchttoevoer via openingen in de geluidsbelaste gevels gekozen wordt, zijn suskasten noodzakelijk. In de resultatentabel cumulatieve geluidbelasting is de benodigde gevelwering per toetspunt eenvoudig te berekenen (cumulatieve geluidbelasting- 33 dB), waarbij het Bouwbesluit voorziet in een verplichte standaardgevelwering van 20 dB. 4.4.4

Conclusie maatregelen

De bron- en overdrachtsmaatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke, verkeerskundige of financiële aard. Gevelmaatregelen zijn het meest doelmatig. Er kan dan ook een hogere waarde Lden van hoogstens 49 dB worden verleend met betrekking tot de Drietorensweg, 55 dB met betrekking tot het Oostereind en 55 dB met betrekking tot de Zuiderringweg. Omdat het stedenbouwkundige ontwerp nog niet vaststaat is de hogere waarde per woning nog niet exact vast te stellen, met name ter plaatse van de wooneenheden in het gezondheidscentrum. In de resultatentabellen in bijlage 3 zijn de berekende waarden per toetspunt per weg weergeven en hieruit is een hogere waarde per toetspunt af te leiden. Met het nemen van gevelmaatregelen met een geluidwering van hoogstens 29 dB wordt ter plaatse van alle woningen aan de maximale binnenwaarde van 33 dB voldaan.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2085/documents/35886