10.3 Ruimtelijke onderbouwing vvgb bouwplan 16 appartementen op de Bumalaan.pdf
Tekst van het document
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
De komende jaren wordt de centrumfunctie van Emmeloord versterkt. Het centrum van Emmeloord krijgt een 'facelift'. Bovendien worden de oude wijken rondom het centrum opgeknapt en waar nodig geherstructureerd zodat ze voldoen aan de eisen van deze tijd. In Emmeloord worden bovendien de meeste woningen gebouwd. Regionaal voorzienmgencentru Thema: landsehap Getnedsbesíenamg: exact verwijzing i 'erwt|ZIPE č
Vrije ligging Emmeloord
Bestaand woongebied
Projectgebied
Afbeelding 3.2
Uitsnede structuurvisie-themakaart (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
3.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025' In voorliggend geval worden ten opzichte van het geldende planologisch regime woningen toegevoegd aan het projectgebied. Het gaat hierbij om een binnenstedelijk ontwikkeling op een locatie die op basis van de structuurvisiekaart onder ander is aangewezen als woongebied. Met deze ontwikkeling wordt dan ook bijgedragen aan de versterking van de centrumfunctie van Emmeloord door woningen te bouwen die voldoen aan de eisen van deze tijd en aansluiten bij de behoefte (zie ook paragraaf 3.3.2). Geconcludeerd wordt dat dit project in overeenstemming is met de uitgangspunten zoals verwoord in de 'Structuurvisie Noordoostpolder 2025'. 3.3.2
Woonvisie Noordoostpolder 2020: Kansen grijpen
3.3.2.1 Algemeen De woonvisie heeft als titel "kansen grijpen" en dat is precies wat de gemeente Noordoostpolder wil gaan doen. De gemeente wil de vraag van vandaag beantwoorden en tegelijkertijd inspelen op de toekomst. Ook dient het een gemeente te blijven waar het goed wonen is. Dat betekent dat er nu wordt ingespeeld op de markt en dat er ruimte wordt geboden voor experimenten en nieuwe woonvormen. Dit draagt bij aan de variatie in het woonaanbod, waardoor Noordoostpolder aantrekkelijker wordt voor meer mensen. De gemeente doet dit onder andere door onderzoekend ontwikkelen. Mensen die kiezen voor Noordoostpolder als woonplek krijgen de ruimte. Zowel in Emmeloord als de dorpen. 3.3.2.2 Kwantitatieve behoefte Op basis van de bevolkingsprognose is in de komende 10 jaar een toevoeging van 1000 woningen mogelijk. Het is daarbij van belang de komende jaren de verhuisbewegingen goed te monitoren en op basis daarvan jaarlijks te kijken of een bijstelling van het programma wenselijk is. Het overschrijden van de gemiddelde jaarprogrammering van 100 woningen in de eerste jaren is geen probleem. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
3.3.2.3 Kwalitatieve behoefte De kwalitatieve woningprogrammering kent drie invalshoeken: 1. 2. 3.
De vraag en tekorten van vandaag. De behoefte van morgen. Zelfstandige kwaliteitsdoelstellingen.
Bij het bouwen van nieuwe woningen wordt gekeken naar inbreidingsmogelijkheden, transformatie van bestaand vastgoed en uitbreiding. De inzet van de woonvisie is om de vraag en tekorten van vandaag op te lossen door een op doorstroming gericht seniorenprogramma dat invulling geeft aan de behoefte van morgen. Het doel is om zowel in Emmeloord als in de kernen een dergelijk programma te realiseren. Het gaat daarbij om huur- én koopwoningen, appartementen én grondgebonden woningen. Een dergelijk programma kan door doorstroming ruimte scheppen voor starters en andere groepen. Tegelijk is het doel om kwalitatief bijzondere programma's toe toevoegen, zoals bijvoorbeeld Wellerwaard, om een aantrekkelijk palet aan woonmilieus aan te bieden. 3.3.2.4 Betaalbaarheid De basisstrategie is om door het stimuleren van doorstroming de betaalbare woningen in de voorraad beschikbaar te krijgen voor de groepen die daaraan behoefte hebben. Bijvoorbeeld door het toevoegen van seniorenwoningen kunnen betaalbare woningen in de bestaande voorraad beschikbaar komen. Als de doorstroming niet voldoende op gang komt, moeten er andere maatregelen genomen worden om woningen beschikbaar te krijgen voor bijvoorbeeld starters. Hierbij kan gedacht worden aan een middenhuurprogramma, levensloopgeschikte woningen die nu voor starters zijn, maar straks voor senioren.
Daarnaast is het doel om voor de groepen die tussen de sociale huurmarkt en de koopmarkt vallen, te komen tot een nieuw middenhuurprogramma. 3.3.2.5 Duurzaamheid Landelijk doel is om in 2050 een energie neutrale woningvoorraad te hebben. De gemeente heeft daarbij als subdoelstellingen de betaalbaarheid van het wonen én de kwaliteit van de bestaande voorraad. Vooral in de goedkopere delen van de koopvoorraad ligt hier een belangrijke opgave. De komende jaren moet op gebiedsniveau invulling worden gegeven aan deze doelstelling. Vooruitlopend daarop is het doel te leren van experimenten en met die experimenten ook draagvlak onder de bevolking te creëren. Bijzonder aandachtspunt is dat de verwachting dat op het moment dat de strategie voor de energietransitie in een afrondende fase komt daar de nieuwe opgave van de circulaire transitie overheen komt. De oplossingen voor de energietransitie kunnen strijdig zijn met die van circulair bouwen. Parallel zijn er ook de opgaven van de klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het doel is om tijdig met de nieuwe opgaven rekening te houden in het formuleren van de strategieën. 3.3.2.6 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Noordoostpolder Onderdeel van de voorgenomen ontwikkeling is het realiseren van 16 goedkope koopappartementen. Dergelijke woningen zijn geschikt voor zowel jongeren/ starters als senioren.
Zowel kwantitatief als kwalitatief speelt het voornemen exact in op een actuele woonbehoefte in de gemeente Noordoostpolder. Daarnaast wordt het gehele te realiseren gebouw gasloos gerealiseerd en wordt zodoende voldaan aan de ambitie met betrekking tot de energietransitie in Nederland. Geconcludeerd wordt dat voorliggende woningbouwontwikkeling past binnen de kaders van de gemeentelijke woonvisie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
3.3.3
Centrumplan Emmeloord 2017
3.3.3.1 Algemeen Het Centrumplan Emmeloord 2017 omvat het plan voor de vernieuwing van het centrum van Emmeloord. Het plan bestaat uit een stedenbouwkundig plan, een beeldkwaliteitsplan en een uitwerkingsagenda. 3.3.3.2 Situatie projectgebied en toetsing Stedenbouwkundig plan Een compact, gezellig, levendig en 'eigen' centrum, dat is de wens van de bevolking van Emmeloord. Voor een gezellig stadshart is het compactheid belangrijk. Compact heeft hierin twee betekenissen: ^ ^
Aaneengesloten en niet te groot, zodat winkels en voorzieningen goed op elkaar aansluiten zonder onderbrekingen. Een relatief hoge dichtheid, zodat geborgenheid ontstaat.
De voorgenomen ontwikkeling betreft de invulling van een 'onbebouwd' terrein dat reeds is voorzien van de stedelijke bestemming verkeer in de vorm van een groot parkeerterrein. Door deze plek een passende invulling te geven, wordt bijgedragen aan het compact maken en dichtheid van het centrum van Emmeloord. Het projectgebied maakt onderdeel uit van het gebied 'Kop Oost' en is in het stedenbouwkundig plan gedeeltelijk aangemerkt als zoekgebied wonen en parkeren. Een en ander is weergegeven in afbeelding 3.3, waar het projectgebied indicatief rood omlijnd is. De overige gronden behoren toe aan het vigerend beleid te zien in het bestemmingplan.
Op basis van het stedenbouwkundig plan is bepaald dat bebouwing in (de omgeving van) het projectgebied uit vier bouwlagen mag bestaan. De voorgenomen ontwikkeling wijkt hier niet van af. Door de regiofunctie die het stadshart heeft, is bereikbaarheid voor de auto belangrijk. Deze bereikbaarheid met voldoende parkeergelegenheid blijft gewaarborgd. De opgave is echter ook een compact en gezellig stadshart te realiseren. Deze twee aspecten moeten in balans worden gebracht. Naast de auto, is het van BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
cruciaal belang voldoende ruimte te geven aan de voetganger en fietser. De Noordzijde tussen de Paardenmarkt en de nieuwe winkels aan het Kettingplein wordt daarom ingericht volgens het principe van 'Shared Space'. Daarnaast kan het oostelijk deel van de Paardenmarkt worden bebouwd en kunnen de parkeerplaatsen meer sfeer krijgen door er veel bomen op te planten. Qua functie bevindt het projectgebied zich op de grens van wat aangegeven is in afbeelding 3.3. Het projectgebied bevindt zich maar gedeeltelijk in het zoekgebied voor wonen en parkeren. Echter, sluit de voorgenomen ontwikkeling, van de bebouwing van het oostelijke deel van de Paardenmarkt, zich naadloos aan op de ambities die staan beschreven in het stedenbouwkundig plan behorende bij het centrumplan. In afbeelding 3.4 is een uitsnede van de concrete stedenbouwkundige opzet (d.d. 14-06-2019) van oostkant van het centrum van Emmeloord. Het projectgebied is hierop aangeduid met rode omlijning. Deze afbeelding geeft een goed indicatief beeld van de beoogde ontwikkeling van woningbouw van de omgeving rondom het projectgebied.
Beeldkwaliteit woningen oostkant centrum te Emmeloord In aanvulling op het stedenbouwkundig plan, formuleert het beeldkwaliteitsplan de richtlijnen op hoofdlijnen voor de beeldkwaliteit van bebouwing en openbare ruimte. Voorliggend stedenbouwkundige uitwerking aan de oostkant van het centrum van Emmeloord is onderdeel van katern A van het Centrumplan van Emmeloord en het Beeldkwaliteitsplan katern B. Kenmerkend voor Emmeloord zijn de groen structuren. Een sterke samenhang is aanwezig tussen het groen, de verkeersstructuren en de bebouwing. De samenhang van deze elementen is ook het uitgangspunt voor deze uitwerking van het stedenbouwkundige plan. De ontwikkeling ten oosten van de winkelblokken kenmerkt zich door een meer stenig karakter. De blokken vormen een raamwerk van smalle en bredere ruimtes waarin de bestaande bomen een prominent plaats innemen. Hiermee ontstaat een intiem woonmilieu tegen het stadshart aan. De overgangen in het stedelijk deel tussen openbare ruimte en bebouwing worden gekenmerkt door stenige margestroken. De vormgeving van deze margestroken en overgangen leveren een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
Uitwerkingsagenda In de uitwerkingsagenda staat dat voor een gevarieerd centrum is het ook belangrijk dat er wordt gewoond. Woningen dragen sterk bij aan de levendigheid en veiligheid van een centrum. Het centrum biedt een stedelijk woonmilieu, waardoor er kansen liggen voor doelgroepen die nu niet of onvoldoende bediend worden in Noordoostpolder. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in deze vraag. Zo zal er, als gevolg van de toenemende vergrijzing, behoefte zijn aan levensloopgeschikte woningen. Het gaat om woningen in het koop- (grondgebonden) en huursegment (appartementen). Verder is er behoefte aan verschillende woonkwaliteiten en prijsniveaus (sociale, middeldure en dure huur). Vitale senioren hebben een voorkeur voor het rustig, stedelijk wonen nabij het centrum in bijvoorbeeld een appartement, patiowoning of een bungalow. Centrum stedelijk wonen is ook interessant voor jongeren die flexibel willen zijn en jongeren die zich graag onderscheiden door een wat excentriekere leefstijl. Gewone betaalbare eengezinswoningen zijn er genoeg. Dit flexibele, excentriekere wonen vraagt wel om een ander soort woning. Het centrum biedt hiervoor uitstekende mogelijkheden. In de Uitwerkingsagenda wordt de verwachting van de afnemende vraag naar centrum parkeren gezien als kans om ruimte vrij te maken voor andere functies.
De huidige parkeerplekken in de openbare ruimte is dominant en geldt als bedreiging voor de sfeer en uitstraling van het centrum. Het voornemen voorziet in afname van de overtollige parkeerplekken en zorgt voor een passende invulling van wonen in het centrum. De totale behoefte aan extra woningen in en nabij het centrum wordt tot het jaar 2025 geraamd op 10 tot 15 woningen per jaar. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in deze behoefte. Paardenmarkt ļ Noordzijde (Kop Oost) Het projectgebied (Kop Oost) bevindt zich net buiten de kern van het centrum waar winkelvoorzieningen gecentreerd worden. Dit hangt samen met de andere (transitie)gebieden van het centrumplan waar gecombineerde woon- en milieus en stadsparken samen samenkomen. Voor het projectgebied is het de opgave geleidelijk een transitie in te zetten richting een passend woonmilieu en de verbinding te vinden met het centrum. Dit kan door de openbare ruimte in te richten volgens het 'Shared Space' principe. Een bijkomstige ontwikkeling welke genoemd wordt is de vergroening van de parkeerplaats de Paardenmarkt door het toevoegen van bomen. 3.3.3.3 Conclusie Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het 'Centrumplan Emmeloord 2017'. 3.3.4
Duurzaamheidsvisie Noordoostpolder
3.3.4.1 Algemeen In haar duurzaamheidsvisie streeft de gemeente Noordoostpolder naar energieneutraliteit in 2030. De gemeente focust daarnaast op inzet van schone energie. Energiegebruik en -besparing in woningen maken daar een belangrijk onderdeel van uit. Het energiegebruik door woningen bedraagt ongeveer 16'^ van het totale energiegebruik in Noordoostpolder. Landelijke eisen Het Nationaal Plan voor het bevorderen van bijna-energieneutrale gebouwen in Nederland beschrijft het Nederlandse beleid om te komen tot bijna-energieneutrale woningen vanaf 2021. Het beleid is erop gericht dat de EPC-eis in het Bouwbesluit per 31 december 2020 dichtbij nul komt te liggen, oftewel bijnaenergieneutraal. De eis wordt vanaf 2020 op andere wijze bepaald, maar komt ongeveer overeen met een EPC van 0,2. De huidige eis is een EPC van 0,4. Op 3 april 2018 is een aanpassing van de Gaswet in werking getreden waardoor de gasaansluitplicht is komen te vervallen. Dit betekent dat geen omgevingsvergunningen meer mogen worden afgegeven voor nieuwbouw die aangesloten wordt op een gasnet. Deze regeling geldt voor omgevingsvergunningen aangevraagd vanaf 1 juli 2018. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
Een gemeente kan een ontheffing verlenen waardoor toch op het gasnet aangesloten mag worden. Dit kan echter alleen in uitzonderlijke situaties waarbij grote maatschappelijke effecten ontstaan door het niet aansluiten op gas. Het te realiseren gebouw wordt niet op het gasnet aangesloten, een ontheffing van de gemeente is niet benodigd. 3.3.4.2 Duurzaamheid in het stedenbouwkundige plan Het te realiseren gebouw wordt gasloos en met een EPC van ten minste 0,4 gebouwd. De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de Duurzaamheidsvisie Noordoostpolder. Daarnaast wordt een 'groen dak' gerealiseerd op de berging. Deze groene daken zorgen voor wateropslag, luchtzuivering, een lagere omgevingstempratuur (hittestress), warmteregulatie, energiebesparing en biodiversiteit. 3.3.5
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend initiatief past binnen de gemeentelijke beleidskaders.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, Besluit milieueffectrapportage en water.
4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. 4.1.2
Situatie projectgebied
Voorliggend project gaat uit van de realisatie van een woongebouw. De te realiseren woningen (appartementen) worden in het kader van de Wgh aangemerkt als geluidsgevoelige objecten en dienen hierdoor getoetst te worden aan de mogelijke gevolgen van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. Industrielawaai Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van en ligt niet in de directe nabijheid van een (gezoneerd) industrieterrein. Aan industrielawaai hoeft niet nader te worden getoetst. Wat betreft de invloed van individuele bedrijvigheid op de appartementen wordt verwezen naar paragraaf 4.5 'milieuzonering'. Verder wordt op deze plaats opgemerkt het transformatorhuisje akoestisch ontkoppeld wordt van de appartementen. Railverkeerslawaai Binnen de directe omgeving van het projectgebied bevindt zich geen spoorweg. Het projectgebied ligt hiermee ook niet binnen de wettelijke geluidszone van een spoorweg. Aan railverkeerslawaai hoeft niet nader te worden getoetst. Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: ^ ^
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
Het projectgebied bevindt zich in een gebied waar 30 km/u mag worden gereden. De wegen rondom het projectgebied zijn daarmee niet voorzien van een wettelijke geluidszone. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij deze wegen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderbouwd. Ten zuiden van het projectgebied op circa 155 meter bevindt zich de Lange Dreef. Dit betreft een 50 km/uur weg. In stedelijk gebied is de wettelijke geluidszone 200 meter waardoor het projectgebied binnen deze zone valt en een akoestisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht. In dit geval is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek verricht om de geluidbelasting van de weg op de gevels van de appartementen te berekenen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Het volledige onderzoek is in bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Onderzoekresultaten Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Lange Dreef, een weg met twee rijbanen en een snelheidsregime van 50 km/uur. Daarnaast ligt het projectgebied nabij meerdere 30 km/uur wegen. Deze wegen hebben geen formele wettelijke geluidszone. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn in dit kader echter de volgende 30 km/uur wegen meegenomen in het onderzoek: Bumalaan, Lange Nering, Noordzijde, Prof. Thijsselaan, Smedingplein en de Sportlaan.
De geluidbelasting als gevolg van de gezoneerde weg Lange Dreef bedraagt hoogstens 44 dB ter plaatse van de te realiseren appartementen. De geluidbelasting van de niet gezoneerde wegen Noordzijde en Sportlaan bedragen hoogstens respectievelijk 53 dB en 52 dB. De geluidbelasting als gevolg van de overige niet gezoneerde wegen bedraagt hoogstens 44 dB. De cumulatieve geluidbelasting van alle wegen gezamenlijk bedraagt 59 dB. De geluidbelasting als gevolg van de Noordzijde en Sportlaan voldoet niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Wel wordt aan de uiterste grenswaarde van 63 dB voldaan. Wat betreft alle overige wegen wordt aan de voorkeurswaarde van 48 dB voldaan. Een hogere waarde als gevolg van wegverkeerslawaai afkomstig van de Noordzijde en Sportlaan is in voorliggend geval niet mogelijk, aangezien het 30 km/uur wegen betreffen. Dergelijke wegen kennen op basis van de Wgh geen wettelijke geluidszone en hierdoor kan er voor dergelijke wegen geen hogere waarde worden vastgesteld. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kunnen mogelijk wel maatregelen gewenst zijn om de geluidsbelasting te reduceren. Daarnaast moet in alle gevallen worden voldaan aan de maximale binnenwaarde van 33 dB conform het Bouwbesluit 2012.
De bron- en overdrachtsmaatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke, verkeerskundige of financiële aard. Gevelmaatregelen zijn het meest doelmatig. Met het nemen van gevelmaatregelen met een geluidwering van minimaal 26 dB wordt ter plaatse van alle appartementen aan de maximale binnenwaarde van 33 dB voldaan. Met de toepassing van gevelmaatregelen met een voldoende gevelwering is ter plaatse van de nieuwe woningen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 4.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.
4.2
Bodem
4.2.1
Algemeen
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
4.2.2
Situatie projectgebied
In dit geval is door Sigma Bouw ä Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste conclusies. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 2 van deze toelichting. Onderzoeksresultaten Grond De bovengrondmengmonsters bevaten afzonderlijk een verhoogd gehalte kobalt kwik (zware metalen), minerale olie, polycyclische aromatische koolwaterstoffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. De tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde ^0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat uit milieuhygiënische overweging er geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. Het ondergrondmengmonster bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Grondwater Het grondwater ter plaatse van één peilbuis bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) en naftaleen (vluchtige aromaten) ten opzichte van de streefwaarde. De tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde ^0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. Toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch verdacht aangemerkt.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevatten enkele stoffen verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde respectievelijk de streefwaarde. De plaatselijk verhoogd gemeten chemische verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde en de bodemindex waarde ^0,5) niet en geven daardoor geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. 4.2.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: » »
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip "niet in betekenende mate" is gedefinieerd als 3'^ van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: ^ ^ ^
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3'^ van de grenswaarden. 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.3.2
Situatie projectgebied
Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling (16 woningen) in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen 4.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.
4.4
Externe veiligheid
4.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Per 1 januari 2010 moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: ^ ^ ^ ^ ^
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: ^ ^
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
^
de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2
Situatie in en bij het projectgebied
Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart met daarop middels de rode ster de locatie van het projectgebied weergegeven. rJBtuufbrpņft Hcndnc Sięvmåaān
EMS
r— ™“
Woonverblijf Onderwijsinstelling
A 6
ĨĽhul-S Publieksgebouw
NPCHCUMjfl
Hotel/ pension
Langŕ nenng
Lang* Bartesïraat
E ļ ĮB14JMB
Afbeelding 4.1
Uitsnede Risicokaart (Bron: Nederland. risicokaart. nl)
Uit de inventarisatie blijkt dat het projectgebied: ^ ^ ^ ^
4.4.3
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het initiatief in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
4.5
Milieuzonering
4.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: ^ ^
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Hoewel de richtafstanden in 'Bedrijven en milieuzonering' indicatief zijn, worden deze afstanden wel als harde eis gezien door de Raad van State bij de beoordeling of milieubelastende functies op een passende afstand van milieugevoelige functies (zoals woningen) worden gesitueerd. 4.5.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een 'rustige woonwijk' is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het projectgebied ligt in het centrum van Emmeloord, en er is sprake van een zekere menging van functies. Daarom wordt in voorliggend geval uitgegaan van een ligging in een 'gemengd gebied'. In de onderstaande tabel is te zien welke richtafstanden per milieucategorie gelden tot onder andere het omgevingstype 'gemengd gebied'. Milieucategorie
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied
1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
4.5.3
Situatie projectgebied
4.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.
past de functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de functie toe? (interne werking).
4.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. De functies 'wonen' betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden als gevolg van deze functie is dan ook geenszins sprake. 4.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functie(s) binnen het projectgebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. De appartementen worden in dit geval aangemerkt als milieugevoelige functies. Op basis van het geldende planologische regime zijn in de directe omgeving milieubelastende functies toegestaan. Bedrijven In de directe nabijheid van het projectgebied zijn meerdere milieubelastende (centrum)functies, zoals detailhandel, autoparkeerterreinen en maatschappelijke voorzieningen toegestaan.
Deze toegestane functies in de omgeving van het projectgebied worden aangemerkt als maximaal milieucategorie 1 of 2, waarvoor een grootste richtafstand geldt van 10 meter op basis van het gemengd gebied. Binnen een straal van 10 meter rondom het projectgebied komen geen milieubelastende functies voor, met uitzondering van de parkeervoorziening en een transformatorhuisje. In het stedenbouwkundig centrumplan is te zien dat deze parkeervoorziening op korte termijn verdwijnt ten behoeve van appartementengebouwen die gelijktijdig op de Paardenmarkt worden gerealiseerd. Hierna wordt nader ingegaan op het transformatorhuisje. Voor de overige milieubelastende functies wordt aan de richtafstand voldaan. Transformatorhuisje Het bestaande transformatorhuisje ten zuiden van de appartementen in het plan betrokken. In het geval van een transformatorhuisje moet aandacht worden besteed aan mogelijke effecten van (langdurige blootstelling van) elektromagnetische velden en geluidhinder. Het transformatorhuisje wordt bouwkundig afgescheiden van de appartementen. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' valt een transformatorhuisje onder de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen < 10 MVA'. Op basis van het gemengd gebied geldt hiervoor een grootste richtafstand (geluid) van 10 meter. Deze richtafstand wordt logischerwijs niet gehaald.
Het betreft in dit geval een kleinschalige transformator die naar verwachting een beperkte industriële belasting heeft. In dit geval is daarom contact gezocht met netbeheerder Liander. Het bouwplan is aan de netbeheerder voorgelegd. De netbeheerder heeft in een reactie per mail aangegeven dat de afstand tussen het transformatorhuisje en de appartementen minimaal 1,5 moet bedragen om geluidsoverlast of eventuele stralingsoverlast te voorkomen. Concreet betekent dit dat het appartementengebouw op minimaal 1,5 meter van de achtergevel van het transformatorstation moet worden geplaatst. Aan deze afstand wordt voldaan. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de bouwtekeningen weergegeven, waarop dit zichtbaar is. Gelet op het vorenstaande kan redelijkerwijs worden afwijken van de richtafstand van 10 meter uit de VNG-uitgave.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
Afstand tussen bestaande transformatorhuisje en appartementengebouw
585 m
Afbeelding 4.1
4.5.4
Uitsnede bouwtekening (Bron: KHV Architecten)
Conclusie
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de appartementen in het projectgebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De omliggende milieubelastende functies vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Omgekeerd worden de omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering beperkt. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.
4.6
Ecologie
4.6.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 4.6.2
Gebiedsbescherming
4.6.2.1 Algemeen Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
4.6.2.2 Natura 2000-gebieden In de Wet natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het projectgebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Weerribben' ligt op een afstand van circa 12 kilometer. Om aan te tonen of het voornemen resulteert in significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, is een door BJZ.nu een stikstofonderzoek uitgevoerd ten aanzien van de beoogde bedrijfsactiviteiten. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 3. Hieronder wordt beknopt ingegaan op de belangrijkste resultaten en conclusies. Uit de berekening is naar voren gekomen dat voor er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 4.6.2.3 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid.
Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN ligt op ruim 270 meter afstand ten zuiden van het projectgebied. Gelet op de afstand tot het NNN en de lokale invloedsfeer hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de kernkwaliteiten en de omgevingscondities van het Natuurnetwerk Nederland (bijv. areaalafname). Mogelijk is tijdens de aanlegfase incidenteel geluid waarneembaar buiten het projectgebied, maar dit effect is incidenteel en kortstondig en heeft geen negatief effect op het beschermd (natuur)gebied. 4.6.3
Soortenbescherming
4.6.3.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. 4.6.3.2 Situatie projectgebied In voorliggend geval zijn de gronden van het projectgebied reeds voorzien van verharding en intensief in gebruik als parkeerplaats. Het projectgebied is daarmee geen geschikt leefgebied voor beschermde soorten. Het realiseren van het appartementengebouw heeft dan ook geen negatief effect op beschermde soorten. 4.6.4
Conclusie
Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
4.7
Archeologie & cultuurhistorie
4.7.1
Archeologie
4.7.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.7.1.2 Situatie projectgebied De gemeente Noordoostpolder beschikt over een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Op basis van de archeologische verwachtingskaart beschikt het projectgebied over een lage tot middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Doorvertaald naar de archeologische beleidsadvieskaart houdt dit in dat met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen ter plaatse de beleidscategorie 'W-8' van toepassing is. Een en ander is weergegeven in de afbeelding 4.2, waarin het projectgebied met de rode ster indicatief is aangegeven.
Afbeelding 4.2
Uitsnede archeologische verwachtings- (links) en beleidsadvieskaart (rechts) (Bron: Gemeente Noordoostpolder)
Binnen de beleidscategorie 'W-8' bestaat er voor de noodzaak tot archeologisch onderzoek een vrijstellingsgrens tot 10.000 m2. In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling van een beduidend kleinere omvang (circa 900 m2). Een archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. 4.7.2
Cultuurhistorie
4.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan "een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden" dient te bevatten. 4.7.2.2 Situatie projectgebied Er bevinden zich in het projectgebied geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden die negatieve effecten zouden kunnen ondervinden in verband met voorliggende ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor het initiatief. 4.7.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
4.8
Besluit milieueffectrapportage
4.8.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: ^
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is.
^
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen).
^
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 4.8.2
Situatie projectgebied
4.8.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming Het projectgebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Weerribben' ligt op een afstand van circa 12 kilometer. Om aan te tonen of het voornemen resulteert in significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, is een door BJZ.nu een stikstofonderzoek uitgevoerd. Uit de berekening is naar voren gekomen dat voor er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
4.8.2.2 Drempelwaarde Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele projectgebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake is van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.' Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of, een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Gezien de drempelwaarden (bedrijfsvloeroppervlakte van 2000 woningen of meer) wordt geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Hiertoe dient de vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden gehanteerd. In dit geval is er een vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie blijkt dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. De notitie is als bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. 4.8.3
Conclusie
Dit project is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen significant negatieve effecten te verwachten als gevolg van dit project.
4.9
Wateraspecten
4.9.1
Algemeen
In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt er gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.9.2
Beleidskaders
4.9.2.1 Waterbeheerplan 2016-2021 Het Waterbeheerplan 2016-2021 (WPB3) is de opvolger van WPB2+ en bevat langetermijndoelen (zichtjaar 2050), doelen voor de planperiode (2016-2021) en maatregelen die het waterschap (samen met gebiedspartners) uit gaat voeren. De doelen en maatregelen hebben betrekking op de kerntaken van het waterschap (waterveiligheid, schoon water, voldoende water) en het thema 'water en ruimte'. Hierbij gaat het om reguliere werkzaamheden, zoals peilbeheer, onderhoud aan dijken en het zuiveren van afvalwater en om nieuwe ontwikkelingen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
4.9.2.2 Stroomgebiedsvisie Flevoland (2003) De Noordoostpolder is gelegen binnen het plangebied van de stroomgebiedsvisie Flevoland. In de watervisie voor 2015 wordt het projectgebied aangeduid als een gebied met een vitaal watersysteem. Voor de gemeente Noordoostpolder zijn de wateropgaven onderverdeeld in een aantal generieke maatregelen en in de resterende wateropgave. De generieke maatregelen houden onder andere in: ^ ^ ^
afvoerblokkering in natuurgebieden; vasthouden van water in natuurgebieden en landbouwgebied; realisatie van duurzame oevers.
Oplossingsrichtingen voor de resterende wateropgave zijn onder andere bergen in open water en efficiënt uitmalen. 4.9.2.3 Beleid gemeente Noordoostpolder en Waterschap Zuiderzeeland De watervisie van de gemeente Noordoostpolder is zowel opgenomen in het Stedelijk Waterplan Noordoostpolder (d.d. april 2006) als het vigerend Gemeentelijk Rioleringsplan Noordoostpolder. Ten aanzien van het Stedelijk Waterplan is als aanvulling op dit plan, in 2011 door Waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder een bestuurlijke 'Maatwerkovereenkomst stedelijk water' ondertekend. Door ondertekening van deze bestuursovereenkomst zijn tussen de waterbeheerder en de gemeente afspraken gemaakt over de invulling van de gezamenlijke taakuitoefening voor het beheer en onderhoud van het stedelijk water. De beoogde doelen op strategisch, tactisch en operationeel niveau ten aanzien van het stedelijk water zijn daarbij beter verankerd. Op grond van de Waterwet is er voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats.
Het 'gebiedseigen water' wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Keur van Waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). 4.9.3
Watertoetsproces
4.9.3.1 Algemeen Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. 4.9.3.2 Proces van de Watertoets Waterschap Zuiderzeeland is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleidt dat de 'normale procedure' van toepassing is. Daarom is in een vroeg stadium contact gezocht met Het Waterschap Zuiderzeeland. Het waterschap geeft aan dat in dit geval korte procedure van toepassing is, waarbij het waterschap een aantal suggesties aan heeft gedragen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
voor de invulling van de waterparagraaf. Voor het volledige watertoetsresultaat wordt verwezen naar bijlage 5 bij de ruimtelijke onderbouwing. De reactie van het Waterschap is weergegeven in bijlage 6. Hieronder volgt een uitwerking van de relevante waterhuishoudkundige aspecten. Beschrijving van het watersysteem 1.
Veiligheid/Waterkeringen
Het projectgebied ligt in de bebouwde kom van Emmeloord. Het projectgebied ligt niet buitendijks. Op basis van dit aspect zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. De locatie ligt niet binnen de kern-, vrijwarings- of buitenbeschermingszone van een waterkering. Daarom is het plan niet van invloed op de veiligheid van een waterkering. 2.
Voldoende water
Opgemerkt wordt dat projectgebied is in de huidige situatie volledig verhard. Er worden ten behoeve van de ontwikkeling geen bestaande watergangen gedempt. Met de planontwikkeling wordt netto geen verhard oppervlak in stedelijk gebied toegevoegd. De toename van het verhard oppervlak is dan ook minder dan 750 m2. De oppervlakte van het gebouw omvat circa 260 m2. Er is geen is compensatie noodzakelijk. 3.
Schoon water
Grondwater Het projectgebied is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermings- of intrekgebied. Binnen het projectgebied zijn geen gevallen van grondwateroverlast bekend. Oppervlaktewater In de huidige situatie is in het projectgebied geen oppervlaktewater aanwezig en het voornemen voorziet niet in de aanleg van nieuw oppervlaktewater. Er worden geen uitlogende bouwmaterialen gebruikt, waardoor alle verharde nieuw aan te leggen en te bouwen oppervlakken als relatief schoon kunnen worden aangemerkt. Hemelwater Het schone hemelwater wordt waar mogelijk opgevangen (groen dak op het bijgebouw) en vervolgens aangesloten op het hemelwaterriool. Afvalwater Het vuile afvalwater afkomstig van de appartementen wordt afgevoerd via gemeente riolering. Het rioolstelsel wordt dusdanig uitgevoerd dat het afvalwater van het toekomstige aantal vervuilingseenheden kan worden afgevoerd. Verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater (huishoudelijk afvalwater) wordt voorkomen. Het afvalwater wordt op het bestaande riool aangesloten. 4.9.1
Conclusie
Gelet op het vorenstaande vormt het milieuaspect 'water' geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
Omgevingsvergunning Emmeloord, Paardenmarkt, 16 appartementen Ruimtelijke onderbouwing
Hoofdstuk 5
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad naar aanleiding van een omgevingsvergunning moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk plan. Er zijn echter uitzondering. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een omgevingsvergunning of bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en gemeente. Hierin is tevens het risico van planschade opgenomen, zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.