CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

10.1 Programmabegroting 2025 - 2028.pdf

Gemeenteraad 11 november 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 10: Programmabegroting 2025-202830.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

€

657.594

Vergoedingen fracties

€

21.000

Vergoedingen commissieleden

€

12.500

Externe ondersteuning/expertise

€

25.500

Raadscommunicatie

€

9.000

Cursus- en opleidingskosten

€

3.500

Vergader-, reis-, verblijfkosten

€

11.410 €

740.504

€

402.672

Raadsgriffie Personeel

Rekenkamer en de accountantscontrole De Rekenkamer en de accountant doen onderzoek voor de gemeenteraad. De Rekenkamer onderzoekt of de activiteiten van de gemeente:  opleveren wat de bedoeling is;  voldoen aan de regels;  niet tegen onnodige kosten gedaan worden. De accountant controleert of de financiële stukken, en de besluiten daarover, juist zijn. In 2025 zijn de volgende budgetten opgenomen: Bestuursondersteuning raad en rekenkamer Accountant

€

150.000

Rekenkamer

€

85.084 €

235.084

In de paragraaf bedrijfsvoering wordt dieper ingegaan op de sturing en beheersing van eigen bedrijfsprocessen zoals HR, juridische zaken, onderzoeken, informatisering en informatieveiligheid.

60

Beleidsreferenties    

Visie op (e)- dienstverlening Programma(jaar)plan dienstverlening Visie op participatie Organisatie visie: “Goed voor elkaar”

Daarnaast heeft de gemeenteraad een Strategische RaadsAgenda 2022-2026 (SRA) vastgesteld. Twee onderwerpen op deze agenda raken het programma dienstverlening en besturen. Dit zijn:  Regionalisering/public affairs en lobby/bestuurlijke samenwerking/DUN/Regio Zwolle/SMW Flevoland.  Doorontwikkeling Participatie (democratische vernieuwing). De planning van bovenstaande onderwerpen op de SRA wordt door de raadscommissie BFE nog nader uitgewerkt. Verbonden partijen Geen

Wat zijn onze ambities? Ambitie 1.

Goede dienstverlening voor iedereen

De gemeente is er voor haar inwoners en ondernemers. We stemmen onze dienstverlening op hen af. Transparant en toegankelijk zijn de kernwoorden. a) b) c)

We zijn toegankelijk en zorgen dat iedereen eenvoudig en snel met ons in contact komt. We geven duidelijke informatie die voor iedereen vindbaar en begrijpelijk is. We digitaliseren waar dat mogelijk is en organiseren dienstverlening op maat voor wie dat nodig is.

Wat gaan we in 2025 hiervoor doen? 1.1

We zorgen ervoor dat iedereen eenvoudig met ons in contact komt  

 

 

Daarvoor blijven we inzetten op het realiseren van een toegankelijke en gastvrije dienstverlening, waar inwoners en ondernemers tevreden over zijn. Daarvoor blijven we inzetten op de communicatie over en de naamsbekendheid van het Sociaal Loket in het algemeen en het Financieel Loket in het bijzonder. We gaan kijken of/hoe we de openingstijden kunnen verruimen en de samenwerking met onze ketenpartners verbeteren. Ook wordt gekeken wat de inzet van digitale en telefonische kanalen kunnen bijdragen aan een bredere bereikbaarheid. Daarvoor blijven we onze (digitale) dienstverlening verbeteren, vanuit het credo digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet. Wij verbeteren onze dienstverlening door inwoners en ondernemers te vragen hoe zij onze dienstverlening ervaren en door gebruik te maken van beschikbare data zoals van klanttevredenheid onderzoeken. Daarvoor gaan we aan de slag met het nog verder verbeteren van de telefonische bereikbaarheid als er sprake is van doorverbinden binnen de gemeentelijke organisatie. Daarvoor voeren we in 2025 een nieuwe aanbesteding voor de technische telefonieoplossing voor de hele gemeentelijke organisatie uit.

61

1.2

We geven duidelijke informatie die voor iedereen begrijpelijk is

Als overheidsorganisatie willen we zo gebruikersvriendelijk mogelijk zijn. Op verschillende niveaus wordt daaraan doorlopend gewerkt. In de digitale communicatie zorgen we ervoor dat:  informatie makkelijk vindbaar is;  de informatie op de website overeenkomt met de gebruikersverwachtingen;  de vormgeving ondersteunend is aan de communicatie;  het platform gebruikersvriendelijk is;  de website toegankelijk is voor iedereen (DigiToegankelijkheid). Onze website voldoet aan vigerende wet- en regelgeving zoals de wet digitale overheid, Single Digital Gateway en de internationale eisen ten aanzien van digitale toegankelijkheid. Naast digitale communicatie is en blijft persoonlijk contact een wezenlijk onderdeel van de dienstverlening. Inwoners kunnen ons telefonisch goed bereiken en worden altijd goed te woord gestaan. Ook kunnen inwoners terecht bij de receptie en balies van het KCC wanneer zij niet digitaal vaardig zijn of meer uitleg nodig hebben. Of zij kunnen in gesprek gaan in de huiskamer van het sociaal domein bij persoonlijke vraagstukken. In uitzonderlijke situaties gaan wij naar de inwoner toe. Dat is Goed voor Elkaar! Onze organisatievisie! We trainen ons doorlopend in het schrijven van begrijpelijke teksten en het voeren van het goede gesprek. Met de inzet van social media zorgen we voor actuele berichtgeving op verschillende kanalen. 1.3

We zorgen voor eenvoudige en eenduidige procedures en aanvraagsystemen

Steeds meer producten zijn eenvoudig en direct 24/7 aan te vragen via onze website. Sinds eind 2023 werken we met een nieuw burgerzakensysteem waardoor de meest voorkomende aanvragen geheel digitaal afgehandeld kunnen worden. De processen die via het nieuwe burgerzakensysteem verlopen verbeteren we continu.

Wat zijn onze ambities? Ambitie 2.

Ruimte voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties

Nieuwe ideeën zijn welkom en wij laten zien wat wij doen. Wij zijn open en proactief. We brengen de politiek dichter bij onze inwoners door het zoeken naar nieuwe vormen van betrokkenheid bij beleidsontwikkeling en besluitvorming.

62

Wat gaan we in 2025 hiervoor doen? 2.1 

  

2.2

We zijn open en proactief en betrekken inwoners, ondernemers bij beleidsontwikkeling en besluitvorming Initiatieven die binnenkomen via de intaketafel voorzien wij van advies over leefbaarheid en participatie. We denken vroegtijdig mee met de initiatiefnemer wat de impact is van een initiatief voor de woon- en leefomgeving van onze inwoners. Op die manier dragen wij zorg voor een goede leefbaarheid. Door de omgeving vroegtijdig te betrekken is de kans op bezwaren kleiner waardoor er -als het goed is- ook minder mediation hoeft te worden ingezet. Dit wordt als positief ervaren en blijven we doorlopend doen. Daarnaast houden we via de gebiedsregisseurs goed contact met inwoners in dorpen en wijken om kwesties vroegtijdig te signaleren en escalatie of juridische procedures te voorkomen. Ook dienen deze contacten om signalen ter verbetering van de dienstverlening van de gemeente op te halen en in de organisatie neer te leggen. De informele gesprekken met bezwaarmakers dienen ditzelfde doel. Jongerenraad. We onderzoeken de mogelijkheden van jongerenparticipatie. We denken aan een jongerenraad met jongeren van 15 tot 23 jaar en zoeken die via scholen en verenigingen. Inmiddels heeft er onderzoek plaatsgevonden naar de behoefte en de vorm van jongerenparticipatie. We zijn in gesprek over de uitkomsten hiervan en het vervolg. Regionale samenwerking

We bestendigen de bestaande samenwerkingen met de gemeente Dronten en Urk op het gebied van bedrijfsvoering (salarisadministratie en functioneel beheer). Tevens geven we vorm aan samenwerkingsagenda Noordoostpolder-Urk 2050. Daarnaast verstevigen we deze samenwerking op de meer strategische dossiers, op zowel provinciaal als bovenregionaal niveau. Daarbij valt onder meer te denken aan het Ruimtelijk Arrangement dat vanuit Flevoland met het Rijk wordt gesloten. Maar ook aan zaken die in de Regio Zwolle spelen en waarbinnen we ons als “Kop van Flevoland” sterk kunnen positioneren. Meer specifiek gaan we vanuit de gezamenlijke DUN propositie onze krachten bundelen als het gaat om public affairs en/of lobbyactiviteiten in het belang van de regio. Denk daarbij aan de N50 of de Lelylijn. Belangrijke fundamenten voor de regionale samenwerkingen vormen resp. de Strategische Agenda Flevoland en de Meerjarige Agenda Regio Zwolle. Binnen deze agenda’s blijven wij ons als gemeente Noordoostpolder onverminderd inzetten op de nabijheid en de bereikbaarheid van voorzieningen. Alles in het belang van een sterke en vitale samenleving voor onze inwoners.

63

Wat zijn de lasten? Lasten

bedragen x € 1.000

Rekening Begroting Begroting Taakveld

Meerjarenbegroting

2023

2024

2025

2026

2027

2028

0.1

Bestuur

2.379

2.786

2.820

2.800

2.783

2.783

0.2

Burgerzaken

1.844

1.535

1.320

1.425

1.425

1.425

4.223

4.321

4.139

4.225

4.207

4.207

Totale lasten

Wat zijn de baten? Baten

bedragen x € 1.000

Rekening Begroting Taakveld 0.2

Burgerzaken

Totale baten

Begroting

Meerjarenbegroting

2023

2024

2025

2026

2027

2028

649

707

689

689

689

689

649

707

689

689

689

689

64

Programma 5 - Financiën Programma omschrijving Dit programma gaat over de financiële dekkingsmiddelen van onze gemeente. Dit zijn onder andere de belastingen, leges, algemene en specifieke uitkeringen van het Rijk en de post onvoorziene uitgaven. De afzonderlijke delen vormen als geheel de dekking voor een structureel duurzaam evenwicht van lasten en baten. Programma doelstelling Een uiteenzetting geven van het financiële (meerjaren)beleid en van de (verwachte) financiële ontwikkelingen. Het uitgangspunt is een gezond en evenwichtig financieel beleid dat gericht is op het ook op langere termijn kunnen betalen van het (gewenste) voorzieningenniveau met aandacht voor de lokale lastendruk. De meerjarenprogrammabegroting is opgezet van uit de doelstelling dat deze de beleidsmatige en financiële aspecten zo eenvoudig en transparant mogelijk gepresenteerd worden. Portefeuillehouder Wout Jansen

Portefeuille Financiën

Wat zijn de belangrijkste trends en ontwikkelingen? Algemene uitkering De essentie van de meerjarenprogrammabegroting 2025 - 2028 is de er door het Rijk duidelijkheid verschaft is voor het niveau en stabiliteit van de algemene uitkering voor 2025 en verder. Het opvallende is dat het Rijk dit met terugwerkende kracht van 2024 heeft laten ingaan. Het Rijk veronderstelt met de nieuwe methodieken voor het bepalen van de algemene uitkering voor gemeenten dat niet alleen duidelijkheid gegeven is over het niveau en stabiliteit van de algemene uitkering, maar ook dat gemeenten voldoende middelen (lees: voldoende algemene uitkering uit het gemeentefonds) krijgen als aanvulling op de eigen mogelijkheden om middelen te genereren. De hoogte (het niveau) van de algemene uitkering blijft tot op zekere hoogte onzeker en is jaarlijks onderwerp van gesprek bij het opstellen van de perspectiefnota en volgende meerjarenprogrammabegroting. In 2024 bleek de meicirculaire niet substantieel af te wijken van de prognoses die gemaakt konden worden voor de hoogte van de algemene uitkering voor 2025 en verder.

Met de invoering van de nieuwe berekeningssystematieken voor de groei van het accres en de index voor inflatiecorrectie en het afschaffen van de opschalingskorting heeft het Rijk voor de jaren 2024 tot en met 2029 incidenteel een zogenoemde ingroeitegemoetkoming vastgesteld die in totaal € 4.513.102 bedraagt. Deze tegemoetkoming wordt door middel van de kasschuifmethodiek voor € 1.541.520 ingezet voor 2026, om daarmee voor de gehele meerjarenbegrotingsperiode een even optimale als methodisch correcte verwerking van de algemene uitkering te bewerkstelligen. Het Rijk kort gemeenten eenmalig in 2025 als gevolg van tekorten die zij heeft door het invoeren van de nieuwe systematieken en de afschaffing van de opschalingskorting. Om dat tekort op te heffen kort het Rijk gemeenten in 2025 eenmalig voor een bedrag ter grootte van de opschalingskorting van € 675 miljoen landelijk, wat voor gemeente Noordoostpolder een negatief effect heeft van € 1,8 miljoen. Gemeente Noordoostpolder heeft de beleidslijn dat de algemene uitkering voor het laagste niveau van de meerjarenbegroting als structureel verwerkt wordt en dat de afwijkingen daarvan verwerkt worden ofwel verevend worden door middel van de kasschuifmethode ofwel door interventie van de reserve Beleidsplan dan wel door een combinatie van deze twee methodieken. Het uitgangspunt is drieërlei.

Het voldoen aan de voorschriften Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), optimalisatie

65

van de mogelijkheden tot realisatie van de gemeentelijke ambities en doelen en het borgen van adequate financiële positie. Het Rijk suggereert met de gewijzigde systematieken voor de berekening van de algemene uitkering gemeenten een stabiele, solide en duurzame financiële basis te bieden, hetgeen niet het geval is, zo werd (her)bevestigd in de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk en met de meicirculaire 2024. De algemene uitkering neemt qua omvang met ingang van 2026 af. De VNG-redeneert dat bij het hanteren van de oude systematieken en het trap-op/trap-af principe gemeenten naar 2028 oplopend tot € 3,2 miljard inleveren. Voor gemeente Noordoostpolder komt dat neer op circa zo’n € 8,5 miljoen structureel. Gemeente Noordoostpolder heeft altijd de verdeling tussen incidentele en structurele algemene uitkering aangehouden voor de verwerking in de meerjarenprogrammabegroting, waardoor er ten opzichte van de eerdere begrotingen nu geen negatief ontstaat voor de structurele algemene uitkering. Echter: er zit een maar aan vast. Het Rijk werkt weliswaar met inflatiecorrectie, maar doet dit door middel van een index. Een index is een door het Rijk aanpassingspercentage van de algemene uitkering, wat in de huidige praktijk niet gelijk is aan de werkelijke en verwachte inflatie. Het beleid is dat reëel begroot moet worden voor de benodigde budgetten en kredieten.

Door de nieuwe systematieken van het Rijk voor de berekening van de algemene uitkering heeft de keuze die de raad maakt voor de te hanteren inflatiepercentages een positief of negatief effect wanneer deze afwijken van de indexen van het Rijk. Voorbeeld: wanneer het Rijk een index (aanpassing van de algemene uitkering) hanteert van 2,3% en raad stelt een inflatiecorrectiepercentage vast dat hoger is, omdat de raad reëel wil begroten, dan ontstaat er bij dezelfde ambities over de hele begroting genomen een structureel tekort. Voor specifieke doelen kan een gemeente steeds vaker specifieke middelen aanvragen. Voor diverse beleidsvelden waarvoor een uitkering aangevraagd kan worden, heeft het Rijk alvast generieke kortingen op de algemene uitkering doorgevoerd. Dat betekent dat voor gemeente Noordoostpolder bij gelijkblijvende doelen en ambities een korting op de algemene uitkering doorgevoerd is door het Rijk. De trend van het Rijk is om steeds meer met specifieke uitkeringen te werken. Voorbeelden zijn de duurzaamheidsopgave, de woningbouwopgave gezond leven en sport. De mate waarop de gemeente hierop anticipeert is medebepalend voor de te realiseren ambities in relatie tot de middelen die de gemeente hiervoor vanuit het Rijk kunnen krijgen, maar ook voor de reguliere exploitatiebegroting.

Niet aangewende middelen van een specifieke uitkering moeten terugbetaald worden aan het Rijk. Het nieuwe kabinet heeft aangegeven het aantal specifieke uitkeringen terug te zullen dringen, onder de conditie dat er een generieke korting toegepast wordt van 10%. Het voordeel is dat de middelen weer een algemene uitkering worden en dat de middelen structureel aan de algemene uitkering toegevoegd worden. Voorbeelden zijn de Brede SPUK (Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)), Integraal Zorgakkoord (IZA), Specifieke uitkering meerkosten energie openbare zwembaden en Specifieke uitkering versterking GGD’en. Belastingen Het Rijk baseert de algemene uitkering mede op de middelen die een gemeente zelf zou moeten genereren door middel van belastingen, retributies (leges), inkomsten uit bezittingen en opbrengsten uit verkopen. Het gaat dan onder andere om toeristenbelasting, OZB, afvalstoffenheffing, rioolheffing, verhuur en verkopen grond. Het Rijk past een korting toe op de algemene uitkering, ter grootte van het bedrag waarvan het Rijk veronderstelt dat een gemeente dit zelf aan inkomsten genereert, of kan genereren. De OZB is de belangrijkste eigen inkomstenbron en kent een directie relatie met de korting hiervan op de algemene uitkering, die concreet is en jaarlijks aangepast wordt. Steeds meer digitale dienstverlening is mogelijk door DigiD en de digitalisering van processen.

De digitale dienstverlening aan inwoners en bedrijven wordt enerzijds uitgebreid en anderzijds gemakkelijker gemaakt. Voor 2025 zullen de inwoners en bedrijven dat merken door het operationeel worden van de Digitale Belastingbalie. In de meicirculaire 2024 hanteert het Rijk voor 2025 een correctiepercentage voor de inflatie voor de OZB-tarieven van +6,3%. Voor de OZB heeft de raad door middel van een aangenomen amendement bij de perspectiefnota 2025 – 2028 besloten de OZB-tarieven voor 2025 met +4,3% te verhogen.

66

Bij de behandeling van de perspectiefnota 2025 – 2028 heeft de raad een motie aangenomen om de tarieven voor de toeristenbelastingen voor 2025 meer te laten stijgen dan met de inflatiecorrectie van 2,3%. Conform de motie zullen de tarieven voor de toeristenbelasting 2025 als volgt verhoogd worden: a. een (mini)camping te verhogen van € 0,83 naar € 1,00, en; b. overige verblijven en onderkomens van € 1,23 naar € 1,45 Het nieuwe kabinet heeft aangekondigd een maximering te willen invoeren voor het stijgingspercentage dat gemeenten mogen doorvoeren voor de OZB-tarieven. De bezwaren tegen de waardebeschikkingen hebben landelijk, en ook voor gemeente Noordoostpolder in 2023, een vlucht genomen. De oorzaken hiervan waren voornamelijk de substantiële waardestijging die woningen in 2022 hebben laten zien en de intensieve campagnes van no cure no pay bedrijven. Voor 2024 is geïnvesteerd in een vergaande geautomatiseerd/gerobotiseerd proceslandschap van de uitvoering van de wet WOZ om beheersbaarheid van de processen en borging van de kwaliteit te kunnen blijven garanderen. Aan het einde van het derde kwartaal van 2024 is gestart met de implementatie van de Belastingbalie die een aanzienlijke efficiëntie in de werkzaamheden tot gevolg zal hebben en voor de inwoners en bedrijven een hogere mate van dienstverlening zal betekenen.

Naast de eigen maatregelen die getroffen zijn om de kans op (succesvolle) bezwaren doet afnemen, heeft het Rijk maatregelen getroffen om het aantal bezwaren van de no-cure no-pay bureaus in te perken. De eigen investeringen en de maatregelen van het Rijk hebben in 2024 geleid tot een grofweg halvering van het aantal bezwaren. In 2025 zal blijken of deze lijn voortgezet wordt, of dat het aantal bezwaren juist verder daalt en weer stijgt. Door alle optimalisaties is het de verwachting dat alle WOZ-processen in eigen beheer afgewikkeld kunnen worden. Vanwege het specialistische en tijdrovende karakter van de afwikkeling van beroepszaken blijft dat voor dit onderdeel onzeker. Treasury Gemeente Noordoostpolder heeft liquide middelen en zet deze uit bij de Rijksoverheid en bij andere decentrale overheden. De ontwikkeling van de rente is onzeker, maar de trend voor 2025 is een neerwaartse, maar dat deze weer het nulpercentage zal naderen. Voor welk bedrag de komende begrotingsjaren middelen weggezet kunnen worden, is afhankelijk van de omvang en snelheid van realisatie van de gemeentelijke ambities. Het voeren van grondexploitaties neemt hierin een aparte positie doordat gronden aan- en verkocht worden met daartussen investeringen in planvorming en bouwrijp maken van gronden.

Over een lagere periode beoordeeld is de invloed van de grondexploitaties nihil, tenzij voor een lange termijn substantieel strategische gronden aangekocht worden. Rekenkundig zal gemeente Noordoostpolder door middel van raadsbesluiten al haar huidige liquide middelen inzetten. Voorbeelden van majeure investeringsbesluiten zijn: de VO-Campus, het Bosbad en vijf nieuwe brandweerkazernes. Verder komen van uit een geactualiseerd Voorzien in Vastgoed bijgestelde plannen naar voren die een groter beslag op middelen leggen dan tot nog toe begroot was. Voor de treasury wordt volgens de prognose van de uitvoering van het vastgestelde beleid aan het einde van de begrotingsperiode 2025 - 2028 de nulstand bereikt voor de liquide middelen. Wanneer alle ambities vorm krijgen in besluitvorming door de raad en ook uitgevoerd worden, wordt het moeten aantrekken van vreemd vermogen binnen deze meerjarenbegrotingsperiode waarschijnlijk. Een reële planning van de te realiseren door de raad vastgestelde ambities en bijbehorende uitgaven leidt tot een dito liquiditeitenplanning is, die essentieel voor een goed treasurybeleid. Wat zijn onze reguliere taken? Steeds vaker leiden nieuwe of geactualiseerde applicaties die een koppeling hebben met het belasting- en of het financiële pakket tot knelpunten in die koppeling.

Daar waar voorheen koppelingen mogelijk waren en goed werkten, is het geen vanzelfsprekendheid dat deze koppelingen ook in de nieuwe situatie (op dezelfde integrale) wijze mogelijk zijn. Dit levert een risico op voor de continuïteit van bepaalde processen. Geen of suboptimale koppelingen hebben een negatieve uitwerking op de gevraagde personele inzet bij Financiën en Belastingen. Daar waar koppelingen op

67

allerlei clusters in de organisatie voorheen werk uit handen namen, wordt de trend waarneembaar dat vanwege deze ontwikkelingen in het applicatie- en koppelingenlandschap weer meer werk door medewerkers uitgevoerd moet worden. Beleidsreferenties            

Nota rechtmatigheidsverantwoording 2023 Nota Misbruik en Oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen 2023-2026 Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 Controleverordening 2023 Controleprotocol 2023 Treasurystatuut 2024 Nota Waardering, activeren en afschrijven van vaste activa 2024 Financiële beheersverordening 2023-2026 Nota Reserves en Voorzieningen 2024 Nota Geldleningen en garantstellingen 2023 Gemeentewet (GW) Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

Verbonden partijen -

Wat zijn onze ambities? Ambitie 1.

Een realistische begroting

Er zijn veel onzekerheden en ingrijpende economische ontwikkelingen. Daar kunnen wij de ogen niet voor sluiten. De inflatie loopt op en grondstof- en energieprijzen stijgen. Dat heeft effect op veel mensen, bedrijven en organisaties, zo ook op de gemeente. Hoe veel en hoe groot is dat effect? Dat is nog onzeker. Met deze uitdagingen gaan wij voor een realistische begroting waar wij grip op hebben. We houden de ontwikkelingen goed in de gaten, maar tonen ook lef. Waar mogelijk, investeren wij om het voorzieningenniveau in de Noordoostpolder mee te laten groeien met het aantal inwoners.

Wat gaan we in 2025 hiervoor doen? Een realistische begroting Een realistische begroting, waar wij grip op hebben met een zekere mate van wendbaarheid en weerbaarheid. We houden de ontwikkelingen goed in de gaten, maar tonen ook lef. Waar mogelijk, investeren wij om het voorzieningenniveau in de Noordoostpolder mee te laten groeien met het aantal inwoners, conform de opzet van de algemene uitkering en de eigen middelen die gemeente Noordoostpolder genereert, zoals belastingen en retributies.

68

Wat zijn de lasten? Lasten

bedragen x € 1.000

Rekening Begroting Begroting Taakveld

Meerjarenbegroting

2023

2024

2025

2026

2027

2028

0.5

Treasury

751

215

56

56

56

56

0.61

OZB-woningen

214

323

296

296

296

296

0.62

OZB niet-woningen

577

383

620

620

620

620

0.64

Belasting overig

80

104

112

112

112

112

0.7

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

4

5

7

7

7

7

0.8

Overige baten en lasten

273

456

679

679

679

679

1.900

1.486

1.770

1.769

1.769

1.769

Totale lasten

Wat zijn de baten? Baten

bedragen x € 1.000

Rekening Begroting

Begroting

Meerjarenbegroting

Taakveld

2023

2024

2025

0.5

Treasury

2.962

1.709

1.211

703

700

448

0.61

OZB-woningen

6.503

6.902

7.254

7.254

7.254

7.254

0.62

OZB niet-woningen

6.793

7.325

7.811

7.811

7.811

7.811

0.64

Belasting overig

88

94

99

99

99

99

0.7

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

106.980

107.945

111.195

103.657

103.994

104.357

0.8

Overige baten en lasten

272

70

190

190

190

190

123.597

124.045

127.760

119.714

120.049

120.159

Totale baten

2026

2027

2028

69

Programma 6 - Sociaal Domein Programma omschrijving Dit programma gaat over onze inspanningen om iedereen naar vermogen mee te laten doen aan de samenleving. Programma doelstelling Inwoners doen mee naar vermogen. Indien nodig met passende (preventieve) oplossingen, die aanvullend zijn op dat wat mensen wel kunnen. Portefeuillehouder Linda Verduin René van Amersfoort

Wout Jansen

Portefeuille Jeugdzorg Participatie Minima Schulddienstverlening Inburgering Minderheden Voorliggende voorzieningen & Welzijn Toegang sociaal domein WMO Volksgezondheid Project Zorgplein

Wat zijn de belangrijkste trends en ontwikkelingen? Binnen het sociale domein zijn diverse ontwikkelingen zichtbaar. Zo zijn er zijn meer mensen die zich minder gezond voelen, zowel fysiek als mentaal. En zijn er steeds meer oudere mensen die langer thuis wonen en daar zorg nodig hebben. Inwoners ontvangen de zorg ook het liefst thuis, in de eigen omgeving. Daarbij is het voor inwoners van belang dat specialistische en acute zorg op een acceptabele afstand en te allen tijde beschikbaar zijn. Hetgeen op gespannen voet kan komen te staan door met de transformatie in het medische domein. Waarbij de ziekenhuiszorg steeds meer wordt ingericht in gespecialiseerde centra op afstand. In contrast met een toenemende vraag is ondersteuning en zorg beperkt beschikbaar. En onder andere door krapte op de arbeidsmarkt, inflatie, de algemene maatregel van bestuur reële prijs en historisch gezien 'lage tarieven' worden we geconfronteerd met relatief grote prijsstijgingen van voorzieningen die wij als gemeente bekostigen. Daarnaast neemt de behoefte aan en druk op mantelzorgers en het netwerk van inwoners toe. Daarnaast is er nog altijd een aanzienlijke groep inwoners die moeite heeft met rondkomen als gevolg van de gestegen kosten voor levensonderhoud. Wat zijn onze reguliere taken? Algemene voorzieningen Zijn de voorzieningen waarvoor geen individuele beschikking van de gemeente nodig is.

Zoals ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorgers, opvoedondersteuning, Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW), buurtwerk en preventief jongerenwerk.

70

Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Zijn de loketvoorzieningen gericht op het identificeren van eigen kracht en het geleiden naar de juiste vorm van individuele ondersteuning. Het gaat hierbij onder andere om voorlichting en advies, (cliënt)ondersteuning en de praktijkondersteuner huisarts voor jeugd. Inkomensregelingen Gaat onder andere over bijstand (inclusief bijstand aan zelfstandigen), loonkostensubsidies en schuldhulpverlening. Ook het gemeentelijke armoedebeleid, zoals bijzondere bijstand, kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen, hoort hierbij. WSW, beschut werk en arbeidsparticipatie Zijn vormen van ondersteuning die bijdragen aan het maatschappelijk participeren van inwoners. De twee eerstgenoemden zijn niet gericht op het doorstromen naar 'reguliere' arbeid. Een groot deel van deze ondersteuning wordt uitgevoerd door Concern voor Werk. Arbeidsparticipatie daarentegen juist wel. Daarbij valt te denken aan zaken als scholing, matching, proefplaatsing en jobcoaching. Dit doet de gemeente samen met de WerkCorporatie. Maatwerkvoorzieningen voor volwassen Dit zijn de maatwerkvoorzieningen, zoals woon-, rolstoel- en vervoersvoorzieningen om zelfstandig te kunnen functioneren voor alle inwoners met beperkingen. Daarnaast verstrekken we ondersteuning aan volwassenen op het gebied van de huishouding, begeleiding, dagactiviteiten en kortdurend verblijf.

Ook is de vrije inloopvoorziening GGZ aan de Bouwerskamp beschikbaar. Jeugdhulp Is de hulp en zorg aan onze jongeren. Wanneer de jongere thuis verblijft, valt hierbij te denken aan begeleiding, ambulante behandeling, jeugd GGZ en dagbesteding. Daarnaast zijn er vormen van zorg waarbij de jongere niet thuis verblijft zoals, pleegzorg, gezinshuizen, behandeld wonen en gesloten jeugdzorg. De ambities op het gebied van jeugdhulp met verblijf zijn gericht op minimalisatie, door inzet van alternatieve ambulante varianten in de thuissituatie. Beschermd wonen, maatschappelijke- en vrouwenopvang De taken op het gebied van beschermd wonen, inclusief dagbesteding van deze doelgroep en "Beschermd Thuis"-varianten. De maatschappelijke- en vrouwenopvang worden in regionale samenwerking via de centrumgemeente Almere uitgevoerd. Jeugdbescherming en Jeugdreclassering Omvat de kinderbeschermingsmaatregelen zoals Onder Toezicht Stelling en voogdij maatregelen. Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Volksgezondheid Gaat over de taken ter bescherming van de gezondheid van de bevolking als geheel. Inclusief ambulancevervoer, hulp bij rampen en het aanbieden van vaccinaties.

Deze taken zijn binnen de GR GGD belegd en voor de doelgroep 0-4 jaar binnen het consultatiebureau wat wordt uitgevoerd door Zorggroep Oude Nieuwe Land.

71

Beleidsreferenties Beleidsplan Sociaal Domein "Krachtig Noordoostpolder 2.0" (2021) - Deelplan jeugd (2019) - Deelplan Minima (2021)  Regiovisie Jeugd Flevoland - Deelplan Wmo & Volksgezondheid (2021)  Regionaal zorglandschap Wmo  Bestuurlijk akkoord "Weer Thuis" - Deelplan Participatie (2021)  Integraal taalplan (2021)  Beleidskader inburgering (2021) - Deelplan Schulddienstverlening (2020) Verbonden partijen GR GGD Flevoland GR IJsselmeergroep WerkCorporatie B.V.

Wat zijn onze ambities? Ambitie 1.

Meedoen in de samenleving

Zorg in de Noordoostpolder blijft beschikbaar, bereikbaar en betaalbaar. We sluiten aan op wat onze inwoners nodig hebben. Door te werken met ‘positieve gezondheid’ kijken we naar wat mensen kúnnen in plaats van naar hun beperkingen. We geven onze partners ruimte door te werken vanuit vertrouwen en zorg op maat. Ons doel is een samenleving waarin iedereen meedoet en zelfstandig is. Onze speerpunten zijn:  Uitvoering 'Krachtig Noordoostpolder'  Preventie is belangrijk  De taal leren voor gelijke kansen  Aandacht voor werk en inkomen  Ruimte voor innovatieve zorg

Wat gaan we in 2025 hiervoor doen? 1.1

We stellen het programmaplan Samen en Gezond op en starten met de uitvoering hiervan Op basis van het procesvoorstel Samen en Gezond (Q3 2024) maken we een inhoudelijk programmaplan als opvolger van het programma 'Grip op sociaal domein'. We focussen ons op thema’s zoals het versterken van kwetsbare buurten, wijken en dorpen, bestaanszekerheid, de gezondheid van onze inwoners en de zelf- en samenredzaamheid in de samenleving en de samenwerking tussen maatschappelijke partners. Dit doen we aan de hand van drie programmalijnen: bestaanszekerheid, kansengelijkheid en een gezond leven makkelijker maken.

72

1.2

We evalueren en actualiseren het deelplan jeugd

Het deelplan jeugd dateert uit 2019. De doelen beschreven in dit plan lopen tot 1 januari 2025 en dat geeft aanleiding tot evaluatie van dit plan. Daarnaast is dit een natuurlijk moment om het plan bij te stellen naar de huidige actualiteit, zoals de veranderingen in het regionale zorglandschap en de hervormingsagenda jeugd. 1.3

We werken toe naar verdergaande regionale samenwerking voor jeugdhulp

De samenwerking tussen gemeenten in Flevoland, aanbieders en andere domeinen moet worden versterkt. Dit blijkt ook uit het landelijke onderzoek van het ministerie van VWS naar de 'robuustheid' van de verschillende jeugdhulpregio's. Dit vraagt in Flevoland om een verdergaande, dan de huidige, regionale samenwerking op het gebied van lokale jeugdhulp. Deze geven we verder vorm, waarbij de hervormingsagenda Jeugd als leidraad geldt. Waarbij we een goede verbinding tussen regionale en lokale zorg alsook de toegang voor ons randvoorwaardelijk is. 1.4

We onderzoeken of de toegang als gevolg van de hervormingsagenda anders ingericht moet worden Een van de pijlers in hervormingsagenda is de toegang. Er wordt gesproken over stevige lokale toegangsteams. Daarbij is opgenomen dat lokale teams zelf basishulp moeten bieden en een vertrouwd aanspreekpunt blijven. In welke vorm dat is en op welke wijze onderzoeken we in 2025. Deze ontwikkelingen van de hervormingsagenda hebben mogelijk impact op de inrichting van de toegang van het gehele sociale domein.

1.5

We stimuleren en faciliteren de ontwikkeling van gezondheidscentrum 'Het Vlie'

Als gemeente zijn we actief betrokken als samenwerkingspartner bij 'Het Vlie'. Het Vlie kent twee programmalijnen: Samenwerken & Bouwen. De lijn Samenwerken kenmerkt zich vooral in het verbinden van het sociaal en medische domein. Dit is tevens een opdracht vanuit het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Passend bij onze rol trekken we samen op met de partners binnen de gezondheidsketen om de zorg voor onze inwoners zo goed mogelijk te organiseren. Om dit te benadrukken is een intentieovereenkomst ondertekend. In 2025 werken we concreet aan de uitwerking van het integraal zorgconcept. Het gaat hier in het bijzonder om de verbinding tussen de gemeentelijke inzet (preventie en maatwerk) en medisch specialistische zorg. 1.6

We onderzoeken de effecten van Welzijn op Recept

In 2024 zijn we gestart met de uitvoering van Welzijn op Recept. Hiervoor ontvangen we tot dusver incidentele middelen. We onderzoeken wat de effecten van deze interventie zijn en hoe we deze duurzaam kunnen voortzetten. 1.7

We zetten Noordoostpolder op de kaart om het huisartsentekort te verminderen

Passend bij de rol die we als gemeente hebben, zetten we in op continuering van de ingezette aanpak. Dat betekent, dat het regionaal opleiden en het concept polderdokter.nl worden voortgezet. Daarnaast ontwikkelen we in 2025 een concreet aanbod voor toekomstige huisartsen, om hen te binden aan Noordoostpolder. Ook hebben we een actieve rol in het opzetten van de 0-praktijk. 1.8

We ronden het beleid voor asiel en integratie af

We concretiseren het beleid op het gebied van asiel en integratie in het programma Samen en Gezond om nieuwkomers in de Noordoostpolder kansen te bieden te integreren in de directe leefomgeving en zo bij te dragen aan de sociale cohesie. We nemen hier de uitkomsten van het onderzoek naar de toereikendheid van onze sociale voorzieningen voor (arbeids)migranten in mee.

73

1.9

We gaan aan de slag met de uitkomsten van het rekenkameronderzoek minimabeleid

We werken de aanbevelingen uit tot een concrete uitvoeringsagenda met bijbehorende planning en starten met de uitvoering ervan. 1.10

We ontwikkelen een regionaal werkcentrum

Als gemeente hebben we de taak gekregen om samen met andere Flevolandse gemeenten en UWV een Regionaal Werkcentrum vorm te geven. Werkenden, werkzoekenden en werkgevers bieden we zo via de regionale loketten toegang tot de dienstverlening die zij nodig hebben van een regionaal publiek-privaat samenwerkingsverband van sociale partners, gemeenten, UWV, SBB en onderwijsinstellingen. 1.11

We werken aan de uitkomsten van het onderzoek naar de uitvoering van de Participatiewet In 2024 is onderzoek gedaan naar een bij gemeente Noordoostpolder passende inrichting van de uitvoering van de Participatiewet. Een uitvoering die in staat is in te spelen op en mee te bewegen met de verwachte toekomstige ontwikkelingen. In 2025 werken wij aan de aanbevelingen uit het onderzoek.

1.12

We werken aan de doordecentralisatie Beschermd Wonen

Gemeenten, Rijk en andere partijen werken al jaren aan de transitie “van beschermd wonen naar een beschermd thuis”. Ondanks voortdurend uitstel gaat de samenwerking met de regiogemeenten onverminderd door. En wordt er verder gewerkt aan het gezamenlijk vormgeven van het toekomstig zorglandschap. In 2025 implementeren we de lokale toegang tot beschermd wonen. Hiertoe zijn regionale afspraken gemaakt, waarbij lokale gemeenten meer regie krijgen. 1.13

We implementeren de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo

Met ingang van 1 januari 2026 wordt de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo weer ingevoerd (ivb). In 2025 treffen we de voorbereidingen hiervoor. De ivb vervangt met ingang van 2026 het abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 1.14

We ontwikkelen een lokale inclusie agenda

Gemeenten zijn verplicht om periodiek een plan (Lokale Inclusie Agenda) vast te stellen. Dit om uitvoering te geven aan het VN-verdrag handicap. In 2025 stellen we een Lokale Inclusie Agenda (LIA) op. 1.15

Meer sporten en bewegen in openbare ruimte

In 2023 heeft u aan dorpsbelangen en wijkplatforms gevraagd om met ideeën te komen om sporten en bewegen in de openbare ruimte te stimuleren. We zetten de in 2024 gestarte pilot voort en evalueren eind 2025 de opbrengsten hiervan. Op basis van de evaluatie doen we een voorstel voor een eventueel vervolg. 1.16

We werken gebiedsgericht vanuit het Manifest Sociaal Domein in Ens en Revelsant

We werken aan vitale gemeenschappen. Dat doen we door het revitaliseren van een duurzaam voorzieningenniveau (ontmoeting, recreatie, cultuur). Dit doen we gebiedsgericht in samenwerking met welzijnsorganisatie Carrefour, politie, gebiedsregisseurs (IGW), Mercatus, GGD en Zorggroep Oude Nieuwe Land. We werken daarbij vanuit Manifest Sociaal Domein en zetten extra in op het dorp Ens en de wijk Revelsant in Emmeloord. Daarbij gaan we bij de inwoners van Ens positieve gezondheid meer onder de aandacht brengen. En in Revelsant werken we aan de verbetering van de leefbaarheid in combinatie met het terugdringen van gezondheidsverschillen.

74

Wat zijn de lasten? Lasten

bedragen x € 1.000

Rekening Begroting Begroting Taakveld

Meerjarenbegroting

2023

2024

2025

2026

2027

2028

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

6.097

10.984

14.037

6.830

6.677

6.595

6.2

Toegang en eerstelijnsvoorziening

1.723

2.430

-

-

-

-

6.21

Toegang & eerstelijnsvoorziening WMO

-

-

1.952

1.381

1.381

1.381

6.22

Toegang & eerstelijnsvoorziening Jeugd

-

-

1.132

1.119

1.119

1.119

6.23

Toegang & eerstelijnsvoorziening Integraal

-

-

115

90

90

90

6.3

Inkomensregelingen

21.900

17.493

20.348

20.136

20.136

20.136

6.4

WSW en beschut werk

5.907

5.993

6.186

5.855

5.503

5.347

6.5

Arbeidsparticipatie

3.515

3.274

3.593

3.572

3.572

3.572

6.6

Hulpmiddelen en diensten (WMO)

2.681

2.711

2.680

2.680

2.680

2.681

6.711

Huishoudelijke hulp (WMO)

4.298

5.119

3.865

3.804

3.804

3.804

6.712

Begeleiding (WMO)

3.131

2.916

2.641

2.641

2.641

2.641

6.713

Dagbesteding (WMO)

1.833

1.711

1.663

1.663

1.663

1.663

6.72

Maatwerkdienstverlening

297

-

-

-

-

-

6.751

Jeugdhulp ambulant lokaal

9.824

8.053

9.660

9.660

9.660

9.660

6.752

Jeugdhulp ambulant regionaal

-

-

23

23

23

23

6.762

Jeugdhulp met verblijf regionaal

5.621

6.345

6.024

4.647

4.647

4.647

6.763

Jeugdhulp met verblijf landelijk

-

-

449

449

449

449

6.791

PGB Wmo

-

-

827

827

827

827

6.792

PGB Jeugd

-

-

516

516

516

516

6.811

Beschermd wonen (WMO)

35

38

75

75

75

75

6.821

Jeugdbescherming

692

1.195

1.294

1.294

1.294

1.294

6.822

Jeugdreclassering

93

94

98

98

98

98

6.91

Coördinatie en beleid WMO

-

-

1.007

985

985

985

6.92

Coördinatie en beleid Jeugd

7.1

Volksgezondheid

Totale lasten

-

-

216

216

216

216

2.284

2.579

2.715

2.604

2.421

2.437

69.930

70.934

81.116

71.164

70.476

70.254

75

Wat zijn de baten? Baten

bedragen x € 1.000

Rekening Begroting Taakveld

Begroting

Meerjarenbegroting

2023

2024

2025

2026

2027

2028

7.052

5.575

8.456

1.249

1.065

1.065

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

6.2

Toegang en eerstelijnsvoorziening

145

-

-

-

-

-

6.3

Inkomensregelingen

15.455

13.492

15.811

15.811

15.811

15.811

6.5

Arbeidsparticipatie

785

813

876

876

876

876

6.6

Hulpmiddelen en diensten (WMO)

72

64

66

66

66

66

6.711

Huishoudelijke hulp (WMO)

307

353

361

361

361

361

6.72

Maatwerkdienstverlening

60

-

-

-

-

-

6.751

Jeugdhulp ambulant lokaal

26

-

-

-

-

-

6.811

Beschermd wonen (WMO)

1.454

95

259

259

259

259

7.1

Volksgezondheid

272

268

268

183

-

-

25.626

20.659

26.097

18.805

18.438

18.438

Totale baten

76

Paragrafen

77

Paragraaf Lokale heffingen

78

Beleid lokale heffingen Kostendekkende tarieven is het uitgangspunt Alle heffingen waarbij de gebruiker betaalt voor een voorziening/dienst, zijn kostendekkend. Dat is het uitgangspunt van ons beleid. Het betekent dat de tarieven van de heffing zo afgestemd zijn dat de kosten ermee betaald kunnen worden. Voor de OZB-tarieven is het beleid om de tarieven met maximaal de inflatiecorrectie te laten stijgen, voor zover deze de (rijks)macronorm niet overstijgt. De tarieven voor de OZB stijgen met +4,3%, conform het aangenomen amendement 2024-07-13a, bij de behandeling van de perspectiefnota 2025 – 2028 in de raad van 08 juli 2024. Deze aanpassing wordt doorgevoerd nadat de uitkomsten van de jaarlijkse herwaardering bekend zijn. Voor de overige heffingen geldt dat er kostendekkende tarieven worden gehanteerd. De tarieven voor 2025 worden formeel vastgesteld bij het vaststellen van de belasting- en retributieverordeningen.

79

Inkomsten belastingheffingen In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan de inwoners en bedrijven mag opleggen. Noordoostpolder kent de volgende heffingen, op basis van door de raad vastgestelde verordeningen: 

Belastingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. Hiertoe behoren de onroerendezaakbelastingen (OZB), reclamebelasting en de toeristenbelasting.

Onroerendezaakbelastingen Inleiding Onroerendezaakbelastingen (OZB) zijn belastingen voor woningen, percelen grond of andere onroerende zaken. Eigenaren van woningen, eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen OZB aan de gemeente. De OZB zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen. De OZB is een algemeen dekkingsmiddel. Een algemeen dekkingsmiddel kent geen specifiek bestedingsdoel en is vrij te besteden.

Beleid De OZB-tarieven worden zo berekend dat de totale opbrengst alleen stijgt conform de eventuele maatregelen vanuit de perspectiefnota 2025-2028 en de inflatiecorrectie. Daarbij is rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de (niet-)woningen (WOZ-waarde). Stijgen de WOZwaardes, dan dalen de OZB-tarieven en andersom. Hierdoor is de opbrengst aan OZB stabiel en ook het bedrag dat de belastingplichtige betaalt. Dat is duidelijk voor zowel de gemeente als de belastingbetaler. De totale OZB-opbrengst kan natuurlijk wel stijgen als er nieuwe wijken of bedrijventerreinen worden aangelegd. De zogeheten areaaluitbreiding.

Tarieven Omschrijving

rekening 2021

rekening 2022

rekening 2023

begroting 2024

begroting 2025

Woning eigenaar

0,1362%

0,1273%

0,1760%

0,1074%

0,1089%

- Niet-woning eigenaar

0,2165%

0,2226%

0,2223%

0,2286%

0,2366%

- Niet-woning gebruiker

0,1714%

0,1762%

0,1760%

0,1810%

0,1873%

2024

2025

2026

2027

2028

Woning eigenaar

6.901.629

7.254.349

7.254.349

7.254.349

7.254.349

Niet-woning eigenaar

4.390.888

4.747.824

4.747.824

4.747.824

4.747.824

Niet-woning gebruiker

2.934.246

3.063.276

3.063.276

3.063.276

3.063.276

Totaal

14.226.763

15.065.449

15.065.449

15.065.449

15.065.449

Totaal niet-woningen

Opbrengsten Omschrijving

80

Overige belastingen Inleiding Toeristenbelasting Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente in alle onderkomens, waaronder ook vaartuigen tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Reclamebelasting Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals aangewezen in de verordening een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Omschrijving

Rekening

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

Toeristenbelasting

574.198

500.000

575.000

Reclamebelasting

87.632

94.000

99.000

Inkomsten heffingen In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan de inwoners en bedrijven mag opleggen. Noordoostpolder kent de volgende heffingen, op basis van door de raad vastgestelde verordeningen:  Belastingen om kosten mee te verhalen: de heffingen en rechten. De opbrengst is niet vrij besteedbaar, maar is gerelateerd aan de betreffende gemeentelijke zorgplicht of specifieke dienstverlening. Hiertoe behoren de afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges en lijkbezorgingsrechten. Voor gemeentelijke dienstverlening en activiteiten waarbij dat van toepassing is blijft het principe van het streven naar kostendekkende tarieven het uitgangspunt.

81

Afvalstoffenheffing Inleiding Afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan de gemeente op basis van de Wet milieubeheer de verplichting heeft tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. De gemeente verhaalt de kosten van de activiteiten die worden verricht voor de nakoming van deze wettelijke zorgplicht. De afvalstoffenheffing is een heffing die inwoners betalen. Uit de opbrengst ervan betaalt de gemeenten alle kosten voor het ophalen, afvoeren en verwerken van huishoudelijk afval.

Beleid Afvalstoffenheffing is 100% kostendekkend. Kostendekkende tarieven is het algemene uitgangspunt voor lokale heffingen. Volgens wetgeving mogen de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden.

Tarieven Bij de afvalstoffenheffing geldt met ingang van 2021 het recycle-tarief. Huishoudens betalen een vast bedrag per jaar, en een variabel bedrag per keer voor het aanbieden van restafval. Bij het goed scheiden van afval, ontstaat er minder restafval en wordt een lager bedrag voor het variabele deel in rekening gebracht. Per huishouden zijn de woonlasten hierdoor verschillend. Het recycle-tarief is indicatief. Het werkelijk te betalen bedrag is afhankelijk van het aanbod restafval. Omschrijving

2024

2025

2026

2027

2028

Vast tarief

249,75

262,92

262,92

262,92

262,92

Variabel tarief (240 ltr) (*)

79,02

79,40

79,40

79,40

79,40

328,77

342,32

342,32

342,32

342,32

Vast tarief

278,50

309,32

309,32

309,32

309,32

Variabel tarief (240 ltr) (*)

108,30

109,17

109,17

109,17

109,17

386,80

418,49

418,49

418,49

418,49

Eenpersoonshuishouden

Meerpersoonshuishouden

*) bij een gemiddeld aantal verwachte ledigingen

Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing

2025

Lasten taakveld afval

6.629.680

Baten taakveld afval

873.210

Netto kosten taakveld afval

5.756.470

Toe te rekenen kosten: - Kwijtschelding

290.000

- Overhead

765.519

- Compensabele BTW

1.174.754

Totale lasten

7.986.743

Totale baten

7.986.743

Dekkingspercentage

100%

82

Rioolheffing Inleiding Rioolheffing is een heffing om kosten voor de riolering te dekken. Het gaat om kosten die de gemeente maakt om het rioleringsstelsel in stand te houden. Alleen gebruikers van percelen die direct- of indirect op het gemeentelijk rioleringsstelsel zijn aangesloten, betalen deze heffing.

Beleid Rioolheffing is 100% kostendekkend. Kostendekkende tarieven is het algemene uitgangspunt voor lokale heffingen. Volgens wet- en regelgeving (Gemeentewet) mag de rioolheffing niet méér dan kostendekkend zijn. Er is geen verschil tussen het te betalen bedrag per woning, wel tussen andere objecten (nietwoningen). Voor een woning betaalt iedereen evenveel rioolheffing. Bij andere percelen (nietwoningen) geldt wel een verschil. Een gebruiker betaalt hier meer rioolheffing als er meer water wordt geloosd op de gemeentelijke riolering.

Tarieven Omschrijving Eén- en meerpersoonshuishouden

2024

2025

2026

2027

2028

180,84

191,40

191,40

191,40

191,40

Kostendekkendheid Rioolheffing

2025

Lasten taakveld riolering

2.639.472

Baten taakveld riolering

42.000

Netto kosten taakveld riolering

2.597.472

Toe te rekenen kosten: - Kwijtschelding

165.000

- Overhead

359.089

- Compensabele BTW

481.723

- Straatvegen (25%)

181.679

Totale lasten

3.784.963

Totale baten

3.784.963

Dekkingspercentage

100%

83

Overige heffingen Inleiding Leges De legesverordening bevat tarieven voor een groot aantal gemeentelijke producten en diensten. Het gaat hierbij altijd om diensten waarom mensen zelf gevraagd hebben. Voor de door de gemeente geleverde diensten kunnen leges in rekening worden gebracht. Bij de leges worden kosten die de gemeente maakt verhaald op de aanvrager. Het uitgangspunt is dat binnen legesverordening geen winst mag worden gemaakt. Liggeld Voor 2024 worden de tarieven met +2,3% verhoogd. Lijkbezorgingsrechten Voor 2024 worden de tarieven met +5% verhoogd. Uitgangspunt is dat de tarieven kostendekkend zijn. Hierbij is uitgegaan van een gelijkblijvend aantal lijkbezorgingen ten opzichte van 2023. Marktgelden Voor 2025 worden de tarieven met +2,3% verhoogd. Omschrijving

Rekening

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

Legesverordening titel 1

1.047.421

862.800

854.315

Legesverordening titel 2

2.039.111

1.479.200

1.761.741

Legesverordening titel 3

49.848

56.560

56.560

Liggeld

28.309

30.760

29.785

Begraafrechten

564.027

552.131

551.951

Marktgelden

27.526

29.350

30.025

Legesverordening titel 1: algemene dienstverlening Legesverordening titel 2: dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Legesverordening titel 3: dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2

84

Lokale lastendruk Inleiding Voor de meeste huishoudens zal de lastendruk licht toenemen. Als gevolg van kostendekkende tarieven stijgt de afvalstoffenheffing voor één- en meerpersoonshuishoudens. Voor huishoudens met een eigen woning komt de stijging van de OZB daarbij. De toename van de OZB komt door de stijging van de tarieven met +4,3% en de ontwikkeling van de WOZ-waarden. Indien de WOZ-waarde van een woning minder of meer stijgt dan gemiddeld, neemt de belastingdruk hierdoor juist af of toe. Per object kan dit verschillen. Bij een geringe waardestijging zal - in plaats van een toename van de belastingdruk – zelfs sprake zijn van een afname van de belastingdruk. Voorbeeld 1: Hierbij wordt uitgegaan van de lokale lastendruk van een meerpersoonshuishouden dat een eigen woning bezit rekening 2022

rekening 2023

begroting 2024

begroting 2025

OZB

299,00

304,00

312,00

370,2

Afvalstoffenheffing (*)

279,00

328,00

376,80

418,49

Rioolheffing

174,00

174,00

180,84

191,4

752

752,00

806,00

869,64

Belastingsoort

Totaal

(*) De lokale lastendruk is met aftrek van de éénmalige korting van € 19,04 in 2022 en € 20,00 in 2023 en € 10 in 2024.

Voorbeeld 2: Hierbij wordt uitgegaan van de lokale lastendruk van een éénpersoonshuishouden die een huurwoning heeft. Belastingsoort

rekening

rekening

begroting

begroting

2022

2023

2024

2025

Afvalstoffenheffing (*)

237,00

276,00

318,77

342,32

Rioolheffing

174,00

174,00

180,84

191,40

411

450

499,61

533,72

Totaal

(*) De lokale lastendruk is met aftrek van de éénmalige korting van € 19,04 in 2022 en € 20,00 in 2023 en € 10 in 2024.

85

Kwijtscheldingsbeleid Inleiding Gemeenten kunnen bij de kwijtschelding van gemeentelijke belastingschulden maximaal 100% van de bijstandsnorm als kosten van bestaan in aanmerking nemen. Bij het verlenen van kwijtschelding is de gemeente gebonden aan de beleidsregels uit de "Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990". De gemeente Noordoostpolder verleent kwijtschelding voor de volgende heffingen:   

Afvalstoffenheffing Rioolheffing particulieren Onroerendezaakbelastingen

Met ingang 2023 is de vermogensnorm verruimd voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Voor het belastingjaar 2025 doen zich geen noemenswaardige wijzigingen voor in het kwijtscheldingsbeleid. Het aantal kwijtscheldingsverzoeken is in de afgelopen jaren redelijk stabiel gebleken. Het aantal verzoeken om kwijtschelding wordt geschat op 1.100. Niet alle verzoeken kunnen worden toegewezen. De inschatting is dat ongeveer 200 verzoeken worden afgewezen. Het verloop van de lasten van kwijtscheldingen over de afgelopen jaren ziet er als volgt uit: rekening

rekening

begroting

begroting

2022

2023

2024

2025

Afvalstoffenheffing

241.426

226.404

275.000

290.000

Rioolheffing

153.584

153.934

180.000

165.000

920

1.034

2.500

1.500

395.930

381.372

457.500

456.500

Soort heffing

OZB Totaal

86

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

87

Beleid In deze paragraaf wordt inzicht verstrekt in de financiële weerbaarheid van de gemeente. Kaderstelling daartoe is opgenomen in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement van de gemeente Noordoostpolder. In de nota weerstandsvermogen en risicomanagement is bepaald welke instrumenten ingezet worden voor de financiering van de incidentele en structurele risico’s. Gemeenten moeten zelf een beleidslijn formuleren over de in hun organisatie noodzakelijk geachte weerstandscapaciteit in relatie tot de specifieke risico’s. In deze nota wordt eerst een uitleg van de belangrijkste begrippen gegeven, de weerstandscapaciteit nader toegelicht en volgt een inventarisatie van de risico's. Deze risico's kunnen jaarlijks wijzigen afhankelijk van bijvoorbeeld wijzigende wet- en regelgeving of actuele gebeurtenissen. De belangrijkste definities en toelichting daarop zijn de volgende:  het weerstandsvermogen is te definiëren als “het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen teneinde de taken te kunnen voortzetten, zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt”. Deze risico’s zijn niet gedekt middels de begroting of waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten.

Het weerstandsvermogen is voldoende als financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden en het saldo weerstandscapaciteit minus risico’s positief is. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s in relatie tot de aanwezige weerstandscapaciteit.  de weerstandscapaciteit is te definiëren als “aanwezige middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden”. Onder aanwezige middelen is onder andere te verstaan: algemene reserves, bestemmingsreserves, stille reserves. Voor verdere uiteenzetting van de doelen en definities over het beleid weerstandscapaciteit en risico’s verwijzen wij naar genoemde nota. In artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording is het belang aangegeven van het voeren van een adequaat risicomanagementbeleid. Uit dit artikel volgt dat de paragraaf over het weerstandsvermogen tenminste bevat:  het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s;  een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;  een inventarisatie van de risico’s;  kengetallen;  een beoordeling van de onderlinge verhoudingen tussen kengetallen in relatie tot de financiële positie.

88

Inventarisatie risico’s Een risico is een onzekere gebeurtenis met een kans van optreden en gevolgen voor de afgesproken doelstellingen. Dit betreft naast financiële ook niet-financiële risico’s. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen, hetzij via de begroting of waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Er heeft een inventarisatie plaats gevonden van risico's welke aanwezig zouden kunnen zijn, daarvan zijn de top 10 risico's met de grootste financiële impact opgenomen in deze paragraaf en een top 10 van alle niet kwantificeerbare risico’s. Naast de beschrijving, oorzaak en mogelijk gevolg van de risico’s is per risico ook aangegeven welke beheersmaatregelen zijn getroffen.

89

Kwantificeerbare risico’s De top 10 kwantificeerbare risico's zijn als volgt: 1.

Grondexploitatie

Omschrijving risico Het exploiteren van grond is risicovol. Het gaat vaak om langlopende exploitaties, waarbij schattingen gedaan worden. Bijvoorbeeld over marktontwikkelingen, ontwikkelsnelheid, kosten en opbrengsten. Op macro-economische ontwikkelingen, zoals de conjunctuur en rentestand hebben wij als gemeente geen invloed. Maar we kunnen deze ontwikkelingen wel signaleren en er goed op anticiperen. De gemeente Noordoostpolder heeft voor circa € 5,9 miljoen aan verliesvoorzieningen getroffen op de in exploitatie genomen bouwgronden (BIE’s). Daarmee zijn de financiële risico’s voor de grondexploitaties teruggebracht naar een acceptabel niveau onder de huidige waardering van de gronden. Verder is er binnen de Algemene Reserve Grondexploitatie (ARG) een bedrag van circa € 8,9 miljoen opgenomen als benodigde risicobuffer voor de BIE’s en de strategische gronden die onder de Materiële Vaste Activa (MVA) staan en toekomstige claims. In de grondexploitatie Marknesse Zuid fase 3 worden op dit moment geen kavels verkocht. Dit komt door een hoger beroep dat over onder andere dit perceel speelt tussen de partij welke de grond heeft verkocht aan de gemeente en een eerdere eigenaar van de grond. In de rechtszaak wordt bepaald of het hoger beroep behandeld wordt of op de slaaprol blijft.

Gezien de doorlooptijd van dit juridische dossier is het onduidelijk wanneer er kavels in Marknesse fase 3 verkocht kunnen worden. De gemeente hoopt dat er spoedig een positieve uitkomst is voor de mensen die nu in onzekerheid verkeren en in deze fase wonen. Het risicoprofiel is onzeker en niet te schatten (juridisch-financieel). Oorzaak risico Het gaat veelal over langlopende exploitaties, waarbij schattingen gedaan worden. Marktontwikkelingen, economische omstandigheden en inspraak van belanghebbende kunnen invloed hebben op de reëelheid van de schattingen. Mogelijk gevolg Bij wijzigingen van marktontwikkelingen, economische omstandigheden en gevolgen van inspraak belanghebbenden kunnen de inschattingen moeten worden bijgesteld, hetgeen (belangrijke) effecten op het resultaat kan hebben. Beheersmaatregel Omgang risico ziet op het verminderen ervan. Wanneer er een tekort op een grondexploitatie wordt geprognosticeerd, dan wordt er direct een verliesvoorziening gevormd, ter grootte van dit volledige verlies. Er wordt een kwantitatieve risicowaardering uitgevoerd bij actieve grondexploitaties. Dit aan de hand van een Monte Carlo-analyse. Idem bij strategische gronden (MVA). Op deze wijze kan tijdig geanticipeerd worden op mogelijke tegenvallers door bijvoorbeeld de snelheid van de kaveluitgifte aan te passen en investeringen uit te stellen (bijvoorbeeld woonrijp maken).

Ook wordt er gekeken of het programma nog voldoet aan de huidige marktvraag. Indien nodig kan hierop ingespeeld worden door de plannen tussentijds aan te passen. De grondexploitaties worden bij voorkeur klein gehouden qua omvang (meer overzichtelijk) en er wordt daar waar mogelijk een duidelijke fasering aangebracht. Hierdoor lopen de kosten en opbrengsten per fase zoveel mogelijk in elkaars pas. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:

€ €

8.188.000 Divers 3.966.000

90

2.

Tertiaire achtervang

Omschrijving risico De gemeente staat garant voor leningen van de woningcorporaties. Woningcorporaties kunnen door deze garantstelling geld lenen tegen een lagere rente. De gemeente vervult een tertiaire achtervangfunctie. Dit betekent dat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) eerst aansprakelijk wordt gesteld en de onderlinge waarborg van woningcorporaties (het zogenaamde obligo). Voor zover het WSW en het obligo niet kan bijdragen, zal de gemeente (25%) tezamen met het Rijk (50%) en overige Nederlandse gemeenten (25%) verplicht zijn om een renteloze lening te verstrekken aan het WSW. Daarom heet onze garantstelling een tertiaire (= 3e) garantstelling. Wij staan nu garant voor in totaal € 127 miljoen. Voor de berekening van de omvang van het risico gaat de gemeente uit van 25%. Het risicoprofiel wordt als zeer laag geschat. Afgelopen jaren is het borgstelsel rondom WSW verbeterd ten gunste van de gemeenten. Dit heeft ertoe geleid dat vanaf 1 augustus 2021 nieuwe generieke achtervang overeenkomsten van toepassing zijn. In deze nieuwe achtervang overeenkomsten zijn onder andere de verdeelsleutel van inroepen garantstelling bij gemeenten gunstiger geworden. Ten opzichte van de oude overeenkomst is een extra laag, het hiervoor genoemde obligo, tussen gevoegd die als extra buffer dient bij financiële problemen. Ook de toerekening van de geborgde schulden is veranderd.

De gemeente staat nu naar rato van de DAEB-bezittingen in de gemeente borg voor de totale schulden van de woningcorporatie. De overeenkomsten van vóór 1 augustus 2021 zullen met de tijd als gevolg van aflossingen minder worden. Oorzaak risico Het betreft een externe risico die zich voordoet als woningcorporaties niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen en het Waarborgfonds en de onderlinge waarborg van woningcorporaties al zijn aangesproken. Mogelijk gevolg Aantrekken van leningen die vervolgens renteloos moeten worden verstrekt aan de woningbouwcorporaties en in het uiterste geval niet terugbetaald kunnen worden. Beheersmaatregel Omgang risico ziet op het verminderen ervan. De beheersing van de geldleningen rust vooral bij de WSW. Met de corporaties zijn borgingsplafonds afgesproken. Het borgingsplafond is het bedrag dat een corporatie in een aangegeven periode maximaal mag lenen. Voor borging komen alleen activiteiten in aanmerking die behoren tot de bestedingsdoelen, zoals genoemd in de achtervang overeenkomst. Jaarlijks verstrekt de WSW een overzicht aan de gemeenten waarin de financiële ratio’s van de woningcorporaties zijn weergegeven inclusief vermelding van grenswaarden. Voor de corporaties waarin de gemeente in de achtervang staat zijn de werkelijke ratio’s allen (behoorlijk) gunstiger dan de grenswaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2178/documents/39830