CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

10.1 Bestemmingsplan 'Glastuinbouw Luttelgeest Marknesse - fase 3' deel 1 1 - 199.pdf

Commissie Woonomgeving 20 maart 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan ‘Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse - fase 3’22.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

26

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 opgegraven. Uit het verkennend booronderzoek is naar voren gekomen dat er in het gebied delen zijn met een nog (deels) intact dekzandprofiel. Voor de zones zonder intact dekzandprofiel is de verwachting voor het dekzandniveau bijgesteld naar laag. Ter plaatse van de zones met een (deels) intact dekzandprofiel, in combinatie met voorgenomen werkzaamheden die dit profiel (mogelijk) kunnen verstoren, is vervolgens karterend booronderzoek uitgevoerd. In het karterend booronderzoek zijn geen archeologische vindplaatsen aangetroffen. Ondanks de opgravingen kunnen toch nog resten zijn achtergebleven, bijvoorbeeld doordat een wrak uiteen is geslagen en vondsten over een grotere oppervlakte zijn verspreid. Ook kunnen er zich in het plangebied nog tot op heden onbekende wrakken bevinden. Tevens zijn in de omgeving van het plangebied resten van oerbossen aangetroffen. Uit het onderzoeksrapport blijkt ook dat er sprake is van houtresten in de bodem. Vanwege de verwachting dat er zich mogelijk (resten van) scheepswrakken en/of oerbos in het plangebied bevinden, dienen grondroerende werkzaamheden te worden uitgevoerd met (passieve) archeologische begeleiding. Figuur 4.3 geeft een overzicht van de verschillende zones binnen het plangebied.

Per zone is aangegeven op basis waarvan de betreffende gronden kunnen worden vrijgegeven voor de werkzaamheden, met dien verstande dat voor het gehele plangebied geldt dat grondroerende werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd onder (passieve) archeologische begeleiding.

bestemmingsplan (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Figuur 4.3 Overzicht verschillende verwachtingswaarden binnen het plangebied

Conclusie Conclusie uit het archeologisch onderzoeksrapport is dat het gebied als geheel kan worden vrijgegeven voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Met dien verstande dat voor het gehele plangebied geldt dat grondroerende werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd onder (passieve) archeologische begeleiding. Dit besluit is aan het bevoegd gezag, de gemeente Noordoostpolder. De algemene meldingsplicht, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016, blijft te allen tijde van kracht. Indien archeologische sporen of resten worden aangetroffen dient dit direct te worden gemeld bij de gemeente.

28

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

4.7

Cultuurhistorie

Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden.

Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied bevindt zich één perceel met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Dit perceel was in het hiervoor geldende bestemmingsplan voorzien van een aanduiding en bijbehorende regels. Dit betreft echter een gemeentelijk monument, welke niet (meer) wordt aangegeven op de verbeelding en in de regels van bestemmingsplannen. De gemeentelijke erfgoedverordening is hier onverminderd van toepassing. De mogelijkheden ten aanzien van dit perceel wijzigen met dit bestemmingsplan niet. Verder zijn karakteristieke structuren en kenmerken in de omgeving aanwezig, zoals de laanbeplantingen en verkavelingspatronen. In dit geval worden de verkavelingspatronen gerespecteerd en worden kenmerkende erfsingels niet aangetast. Zo worden de aanwezige karakteristieken gerespecteerd. Het is niet noodzakelijk om nadere eisen te stellen ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden. De positionering en bouwhoogtes van gebouwen en waterbassins zijn geregeld door middel van aanduidingen op de verbeelding, waarmee de bestaande gelaagde inrichting van het gebied wordt gewaarborgd. In paragraaf 2.3 wordt nader toegelicht hoe deze zonering in dit bestemmingsplan is geregeld.

4.8

Ecologie

Toetsingskader De bescherming van gebieden en de bescherming van soorten en hun verblijfplaatsen is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Onderzoek Ten behoeve van de ontwikkeling geldt de verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten daarop ten gevolge van de ontwikkeling. Het rapportage van de ecologische quickscan is bijgevoegd als Bijlage 13. Het onderzoek naar mogelijke stikstofdepositie ten gevolge van de beoogde ontwikkeling op stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden is bijgevoegd als Bijlage 16 en Bijlage 17.

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt in een intensief productiegebied, bestemd voor glastuinbouwbedrijven.

bestemmingsplan (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn de Weerribben en De Wieden, gelegen in Overijssel. Deze gebieden liggen op ongeveer 4,5 kilometer ten oosten van het plangebied. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland ligt op 750 meter afstand. De ontwikkeling heeft geen verrijkende effecten. Voor de Natura 2000 gebieden geldt dat de afstand te groot is om effecten te kunnen verwachten, voor het gebied binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Gezien de aard en de omvang van de voorgestelde ontwikkeling en de afstand van het plangebied tot beschermde gebieden, kan worden gesteld dat dit bestemmingsplan geen (significante) effecten op de natuurwaarden in de omgeving heeft. Ten aanzien van mogelijke stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden is specifiek onderzoek uitgevoerd. Er is een stikstof berekening uitgevoerd middels de AERIUS calculator, waarmee is berekend of sprake is van een mogelijke verhoging van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige habitattypen. Uit dit onderzoek blijkt dat zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase sprake is van stikstofdepositie. In de referentiesituatie, vóór de aanwijzing van de natuurgebieden als Natura 2000 gebieden, is echter ook sprake van stikstofdepositie.

De gronden waren in 1993 grotendeels aantoonbaar in gebruik als akkerland en zijn dit aansluitend zo gebruikt. Door de berekening van de toekomstige situatie te verrekenen met de referentiesituatie (intern salderen) komt de netto toename aan stikstofdepositie uit op 0,00 mol/ha/jaar. Hierdoor is de beoogde ontwikkeling mogelijk. Op 1 januari 2020 is de Spoedwet Aanpak Stikstof in werking getreden. De stikstof berekening is uitgevoerd op 13 januari 2021. In het rapport wordt geconcludeerd dat een vergunning Wet natuurbescherming moet worden aangevraagd. Op 20 januari is echter een uitspraak gedaan door de Afdeling met betrekking tot de vraag of voor intern salderen een natuurvergunningplicht geldt. De Afdeling heeft deze vraag ontkennend beantwoordt, mits de uitkomst van het intern salderen niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar (AbRS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71). Uit het rapport blijkt dat bij dit project voldaan wordt aan de eisen voor het intern salderen zonder natuurvergunningplicht. Soortenbescherming Het plangebied betreft een kavel akkerbouwgrond binnen een glastuinbouwgebied. Het betreft een intensief productiegebied waar diverse ruimtelijke ontwikkelingen spelen. In het kader van de ontwikkeling van het gebied met grootschalige glastuinbouw is een oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in Bijlage 13.

Uit de quickscan blijkt dat op voorhand niet uitgesloten kan worden dat de habitat van beschermde diersoorten wordt aangetast ten gevolge van de werkzaamheden. Er is daarom vervolgonderzoek uitgevoerd ten aanzien van de rugstreeppad. Tevens is een broedvogelcheck gedaan. Uit dit vervolgonderzoek (Bijlage 14) blijkt dat het projectgebied geen onderdeel uitmaakt van functioneel leefgebied van de rugstreeppad. Er is ten aanzien van de rugstreeppad dan ook geen overtreding van de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming te verwachten. Er hoeven geen mitigerende maatregelen getroffen te worden ten aanzien van de rugstreeppad. De te kappen bomen (gewone esdoorn) in het projectgebied zijn onderzocht en gebleken is dat de kap geen belemmering vormt voor vleermuizen of broedvogels. Tijdens de broedvogelcheck zijn huismus en categorie 5 vogelsoorten aangetroffen. De vogels bevinden zich met name aan de akkerranden bij de erfgrenzen, welke met de voorgenomen werkzaamheden onaangetast blijven. De akkerlanden binnen het plangebied bestaan uit "kale" geploegde kleigrond, waar geen beschutting aanwezig is van bomen of struiken. Dit deel van het plangebied is geen geschikt leefgebied voor de huismus en categorie 5 vogelsoorten. De groenstroken rondom de (te dempen) watergangen tussen de akkergrenzen kunnen wel als foerageergebied gebruikt worden.

In de omgeving is echter meer geschikt foerageergebied aanwezig; de watergangen tussen de akkers zijn

30

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 daarmee geen essentieel onderdeel. In de boerderijschuren buiten het plangebied bevinden zich vermoedelijk nestlocaties van boerenzwaluwen. De tussen de akkers liggende watergangen vormen mogelijk onderdeel van het foerageergebied van de boerenzwaluw, maar dit geldt ook voor de omliggende percelen. Er is geen sprake van het verdwijnen van essentiële onderdelen van het leefgebied van de boerenzwaluw. Ter plaatse van Baarloseweg 6 en 12 zijn twee nestkasten voor de torenvalk aanwezig. Tevens staan op enige afstand daarvan, in het akkerland, twee ruststokken voor de torenvalk. De slootranden binnen het plangebied zijn geschikt leefgebied voor veldmuizen en daarmee onderdeel van het foerageergebied van de torenvalk. In de omgeving is eveneens geschikt foerageergebied aanwezig. Het leefgebied van de torenvalk reikt ver; het akkerland binnen het plangebied vormt geen essentieel onderdeel van het foerageergebied van de torenvalk.

Algemene Zorgplicht Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient tevens de Algemene Zorgplicht ten aanzien van alle voorkomende flora en fauna. De te treffen maatregelen zijn beschreven in de quickscan en vormen geen beperking voor de beoogde ontwikkeling.

Aanvullende maatregelen Door de initiatiefnemer zijn in het projectplan poelen voorzien die geschikt zijn als leefgebied voor amfibieën. Op drie plaatsen worden ondiepe, jaarrond waterhoudende poelen aangelegd. De poelen worden voorzien van een betonnen bodem, waarop een laagje zand wordt aangebracht. De ontgraven klei wordt als een aarden wal aangelegd. Tevens wordt bij elke poel een stenenhoop aangebracht. Naast amfibieën kunnen hiervan ook andere diersoorten van profiteren, zoals insecten en kleine marters.

Vergunning Wet natuurbescherming Er is een vergunningaanvraag ingediend bij de provincie Flevoland in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Op basis van de ingediende stukken concludeert de Provincie dat er geen sprake is van een vergunningplicht op grond van artikel 2.7, tweede lid Wnb. De (ontwerp) besluiten tot positieve weigering zijn bijgevoegd als afzonderlijke bijlagen voor Hoogweg (Bijlage 16) en Tas (Bijlage 17).

Conclusie Er is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Uit de quickscan blijkt dat vervolgonderzoek ten aanzien van de rugstreeppad noodzakelijk is. Het vervolgonderzoek toont aan dat er geen mitigerende maatregelen nodig zijn ten behoeve van de rugstreeppad. Tevens is een broedvogelscan uitgevoerd, waaruit blijkt dat er ten gevolge van de werkzaamheden geen essentieel foerageergebied verdwijnt. Voor de overige flora en fauna geldt de Algemene Zorgplicht, welke geen belemmering vormt voor de uitvoering van de werkzaamheden. Verder is een stikstofonderzoek uitgevoerd (AERIUS berekening). Met toepassing van interne saldering komt de stikstofdepositie uit op 0,00 mol/ha/jaar. Hieruit blijkt dat het plan geen significante negatieve effecten op Natura 2000 gebieden heeft. Er is geen sprake van een vergunningsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming.

4.9

Externe veiligheid

Toetsingskader

bestemmingsplan (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als in nieuwe situaties.

Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Met het inwerking treden van het BEVT vervalt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes.

Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik.

32

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Besluit externe veiligheid buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op advies van de Minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen rekening gehouden met deze risicobenadering.

Onderzoek en conclusie Over de zuidzijde van het plangebied ligt een hogedruk aardgastransportleiding. Het gaat om een relatief kleine leiding (8 inch, 40 bar). Tevens is er een gasontvangststation (GOS) aanwezig, van waaruit een nog kleinere leiding loopt. De leidingen en het GOS hebben een invloedsgebied van maximaal 95 meter. Daarmee wordt een relatief klein gebied beïnvloed. Figuur 4.4 geeft het invloedgebied weer. Binnen dit gebied zal ten opzichte van de mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan geen relevant toename van het aantal personen aan de orde zijn. Er is namelijk al glastuinbouw mogelijk. Bovendien is de bevolkingsdichtheid in het invloedgebied zeer klein, waarmee met zekerheid kan worden gesteld dat het risico ruim onder de oriëntatiewaarde ligt. Uit onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van geldende bestemmingsplannen blijkt dat het groepsrisico op minder dan 10% van de oriëntatiewaarde ligt.

Figuur 4.4 Ligging en invloedsgebied van de gasleiding. Bron: Grontmij (2011).

Geconcludeerd wordt dat het risico in beginsel te verantwoorden is. Hierover wordt advies ingewonnen bij de veiligheidsregio. Omdat het berekende GR zeer laag ligt en er zich in de autonome situatie geen knelpunten voordoen, wordt op voorhand geconcludeerd dat er vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor het bestemmingsplan bestaan.

4.10 Luchtkwaliteit Toetsingskader

bestemmingsplan (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM1 0 ) en stikstofdioxide (NO2 ) gehanteerd. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2025) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM1 0 ) van 16 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2 ) van 9 µg/m3 . De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). In de huidige situatie is dus sprake van een goede luchtkwaliteit. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM1 0 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een verslechtering van de luchtkwaliteit is veelal het gevolg van een toename van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op basis van de in paragraaf 4.2 berekende maximale verkeersgeneratie 180 vervoersbewegingen van licht verkeer per etmaal en 28 vervoersbewegingen van zware vrachtwagens per etmaal valt het plan binnen de Nibm-regeling.

Er is sprake van een ontwikkeling die geen grote verkeersaantrekkende werking heeft. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Dit aspect heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan.

4.11 Kabels, leidingen en zoneringen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. De hogedruk aardgastransportleiding die over de zuidzijde van het plangebied loopt kent een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding. Deze zone is onder een dubbelbestemming gebracht.

4.12 Mer-beoordeling In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig (onderdeel C en D), projectmer-plichtig (onderdeel C) of mer-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In onderdeel D9 van het Besluit m.e.r. is de volgende activiteit opgenomen (kolom 1). Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan, in gevallen waarin de

34

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 activiteit betrekking heeft op vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer. De daarbij behorende drempelwaarde (kolom 2) ligt bij een activiteit met een oppervlakte groter dan 50 hectare. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een gebied dat al is aangewezen als glastuinbouwgebied. In dit kader is ook een planMER opgesteld. Met het moderniseren van de regels van een deel van het plangebied wordt een wijziging van een landinrichtingsproject mogelijk gemaakt. Het gaat om een gebied van bruto circa 150 hectare, waarvan circa 104 hectare netto oppervlakte aan kassen. Daarmee is er sprake van een activiteit in kolom 1, overschrijding van de drempelwaarde van kolom 2 en een besluit (het bestemmingsplan) als bedoeld in kolom 4. Er is daardoor sprake van een formele m.e.r.-beoordelingsplicht. Er is een m.e.r.-beoordeling opgesteld ten aanzien van onderdeel D9 en ter besluitvorming voorgelegd aan het college. De merbeoordeling is als bijlage 15 opgenomen.

bestemmingsplan (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1

Algemeen

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

De regels

De regels bevatten allereerst een bestemmingsomschrijving. Hierin staat beschreven voor welke functie(s) de gronden mogen worden ingericht, gebruikt en hoe de onderlinge rangorde van functies is. Indien van toepassing, worden ook de aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid is altijd gerelateerd aan het bestemmingsvlak en dient per geval geïnterpreteerd te worden vanuit de aard, omvang en tijd(sduur) van de ondergeschikte functie ten opzichte van de hoofdfunctie. Door middel van aanduidingen worden op enkele specifieke locaties extra bestaande functiemogelijkheden geboden. Naast de bestemmingsomschrijving zijn in de regels bouwregels en gebruiksregels opgenomen. In de bouwregels is - gerelateerd aan de toegelaten gebruiksfuncties - aangegeven welke gebouwen en andere bouwwerken in principe zijn toegestaan en welke maatvoering daarbij moet worden aangehouden. De gebruiksregels verbieden bepaalde vormen van gebruik of begrenzen toegelaten vormen van gebruik binnen een bestemming (specifieke gebruiksregels) dan wel verbieden alle gebruik in strijd met de gegeven bestemming (algemene gebruiksregels). In de toekomst kunnen zich omstandigheden voordoen (die op dit moment nog niet zijn voorzien), waaruit blijkt dat de bouw- en gebruiksregels niet voldoende zijn.

In deze gevallen kan door het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de bouw- en gebruiksregels. Van geval tot geval zal een afweging worden gemaakt. Er zijn ook gebruiksvormen die beleidsmatig wel mogelijk zijn, maar die vanwege een zorgvuldige afweging onder een afwijking zijn gebracht. Deze vergunning wordt afgegeven na een zorgvuldige afweging van waarden en functies in de bestemmingen. Het plan bevat voor een aantal gevallen mogelijkheden om bestemmingen te wijzigen binnen de in de regels aangegeven grenzen. Voor zo'n wijziging bestaan aparte procedureregels. De gemeenteraad heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om het plan te wijzigen. Voor zover het een wijziging binnen de bestemming zelf betreft, bijvoorbeeld het verwijderen van een aanduiding, staat deze in het betreffende artikel genoemd. Voor zover het een wijziging naar een andere bestemming betreft, kan deze in het betreffende artikel zijn opgenomen of in een algemeen artikel. Het overgangsrecht is gericht op bouwwerken die ooit met een bouwvergunning of een melding zijn gebouwd, of een gebruik dat ooit is toegestaan, maar die nu, vanwege een bestemmings- of beleidswijziging onder het overgangsrecht zijn gebracht.

Het overgangsrecht is er op gericht dat deze bouwwerken uiteindelijk zullen verdwijnen of het gebruik ervan wordt beëindigd, zodat de situatie in overeenstemming geraakt met de gegeven bestemming.

36

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

5.3

Toelichting op de bestemmingen

Agrarisch Het plangebied is grotendeels gelegen binnen de bestemming 'Agrarisch'. Binnen deze bestemming is behalve kassen ook grondgebonden agrarische bedrijvigheid toegestaan, in de vorm van akkerbouw- en fruitteeltbedrijven. De regeling is gemoderniseerd ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan, zie voor een nadere toelichting paragraaf 2.3. De bestaande bedrijven en bijbehorende bedrijfswoningen zijn opgenomen op de verbeelding. Met een wijzigingsbevoegdheid is het mogelijk de bestaande bedrijfswoningen om te zetten naar reguliere woningen met de bestemming 'Wonen - voormalige agrarische erven'.

Groen Er is een groenzone opgenomen in het bestemmingsplan op de locatie waar voordien een wijzigingsbevoegdheid naar groen was opgenomen. In het voorgaande bestemmingsplan was dit gekoppeld aan het verwijderen van de aanduiding 'glastuinbouw uitgesloten'. Bij deze actualisatie van het bestemmingsplan is ervoor gekozen om zowel glastuinbouw als de groenzone rechtstreeks te bestemmen.

Wonen Voor de woningen in het plangebied zijn twee woonbestemmingen opgenomen, 'Wonen Voormalige agrarische erven' en 'Wonen - Voormalige arbeiderswoningen'. De bestemming 'Wonen - Voormalige agrarische erven' is gelegd op de bestaande, vrijstaande particuliere woningen en wordt van kracht op de voormalige bedrijfswoningen na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in de agrarische bestemming. De opgenomen woonbestemmingen sluiten aan bij de vigerende woonbestemming in het plangebied, waarbij de regeling is herschreven conform de SVBP2012. Voor de voormalige arbeiderswoningen geldt dat dit in de algemene woonbestemming was geregeld met een specifieke aanduiding. Door deze onder te brengen in een eigen woonbestemming is een duidelijker onderscheid gemaakt.

Leiding - Gas Binnen het plangebied bevindt zich een hogedruk aardgasleiding. Deze is voorzien van een beschermende regeling in de vorm van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'.

bestemmingsplan (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg en inspraak Van dit bestemmingsplan is vooreerst een voorontwerp opgesteld. Dit voorontwerp is in het kader van vooroverleg voorgelegd aan, onder meer, Provincie Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland, Veiligheidsregio Flevoland en Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek. De Omgevingsdienst heeft in haar vooroverlegreactie gereageerd op het onderdeel bodem. De desbetreffende paragraaf in de toelichting is hierop aangepast (paragraaf 4.5). Vanuit het Waterschap zijn enkele opmerkingen gemaakt en verwerkt in paragraaf 4.4. Vitens heeft aangegeven dat er geen waterleidingen in het plangebied aanwezig zijn, noch dat zij voornemens zijn die aan te leggen. De in het voorontwerp opgenomen dubbelbestemming 'Leiding - Water' wordt daarom vanaf het ontwerp niet meer meegenomen. Vanuit Gasunie is aangegeven dat het verloop van de gasleiding iets afwijkt van de positionering in het voorontwerp, dit is op de verbeelding aangepast conform de opgave van Gasunie. De vooroverlegreactie van de provincie heeft geleid tot het opnemen van de bijlage 'Visualisatie Baarloseweg Marknesse', waarin uitgebreid in wordt gegaan op belevingsaspecten, landschappelijke inpassing, ecologie, samenhang in functies en aanzichten rondom fase 3.

Het voorontwerp bestemmingsplan heeft tot en met 26 mei 2021 ter inzage gelegen, waarbij aan een ieder de mogelijkheid is geboden om een inspraakreactie in te dienen. Er zijn 13 inspraakreacties ingezonden. De 'Nota van beantwoording inspraakreacties' is bijgevoegd als Bijlage 18. Op 13 september heeft een informatieavond plaatsgevonden waarvoor de omwonende waren uitgenodigd. Onder de aanwezigen waren ook de indieners van de inspraakreacties. Er is ingegaan op de stand van zaken van het project en er is gelegenheid gegeven voor het stellen van vragen. Een verslag van deze bijeenkomst is bijgevoegd als Bijlage 19. Onderdeel van dit verslag is tevens kaartmateriaal waarmee de fietsoversteek ter plaatse van de Baarloseweg is verduidelijkt.

Zienswijzen Na de voorontwerpfase is het bestemmingsplan gewijzigd naar aanleiding van de vooroverleg- en inspraakreacties, omgezet tot een ontwerpbestemmingsplan en voorzien van de m.e.r.-beoordeling. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 19 mei 2022 tot en met 29 juni 2022 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn van 6 weken konden zienswijzen op het plan worden ingediend. Er is één zienswijze ingediend, namelijk door de provincie Flevoland. De zienswijze is samengevat en beantwoord in de 'reactienota zienswijzen'. Naar aanleiding van de zienswijze van de provincie is het plan op een onderdeel aangepast, te weten de ligging van de 'specifieke bouwaanduiding -3 '. In het bestemmingsplan is bij recht een hoogte van 15 m voor tanks en silo's toegestaan. Ter plaatste van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' bedraagt de bouwhoogte van tanks en silo's niet meer dan 25 meter. De bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 11 m, met dien verstande dat ter plaatste van de aanduiding

38

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 'specifieke bouwaanduiding-3' de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 25 meter. Op de verbeelding is naar aanleiding van de zienswijze van de provincie de 'specifieke bouwaanduiding - 3' aangepast in die zin dat de aanduiding uitsluitend opgenomen gaat worden op die plaatsen waar voor bedrijfsgebouwen, tanks en warmwatersilo's een bouwhoogte van max. 25 m gaat gelden. De afstand van deze aanduiding tot de watergang (Marknesservaart) is meer dan 50 m. De ligging van de aanduiding is gebaseerd op de aangepaste ontwerp-inrichtingstekening van 29 november 2022. Deze inrichtingstekening vervangt de vorige versie en is als bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. Ten opzichte van de Marknesservaart blijft een bebouwingsvrije zone aangehouden van 5 m uit de watergang. Deze regeling komt overeen met de regeling in het vigerende bestemmingsplan.

Vaststelling Het ontwerpbestemmingsplan is naar aanleiding van bovenstaande omgezet tot een vast te stellen bestemmingsplan. De gemeenteraad besluit op 3 april 2023 omtrent de vaststelling. Vervolgens wordt het vastgestelde bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn is het mogelijk beroep in te stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).

Financiële haalbaarheid De kosten voor de uitvoering van dit bouwplan worden gedragen door de initiatiefnemers. Het plan is door de initiatiefnemers doorgerekend, de haalbaarheid is getoetst en de benodigde financiële middelen zijn beschikbaar. Hiermee is de financiële haalbaarheid van dit bestemmingsplan in voldoende mate aangetoond.

Kostenverhaal In de Wet ruimtelijk ordening (Wro) is een grondexploitatieregeling opgenomen, met als doel het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen op welke categorieën bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. Als aangewezen bouwplan is onder andere opgenomen "de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte", waarmee is bepaald dat onderhavig plan een aangewezen bouwplan betreft waarop de grondexploitatieregeling van toepassing is. Dat houdt in dat een exploitatieplan moet worden opgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Anderszins verzekeren kan bijvoorbeeld door het ondertekenen van een

bestemmingsplan (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 anterieure overeenkomst. In dit geval worden afspraken tussen de gemeente en de initiatiefnemers vastgelegd in een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst worden afspraken vastgelegd over onder andere het verhaal van de kosten, randvoorwaarden voor het voorgenomen bouwplan en de afhandeling van mogelijke planschadeverzoeken. Daarmee is het kostenverhaal anderszins verzekerd.

40

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Bijlage 1

42

Overzicht modernisering planregeling

bestemmingsplan (vastgesteld)

Modernisering planregeling Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Thema

Huidige regeling

Nieuwe regeling

Motivering

Potentieel effect

Bestemmingsplan

Bestemming Agrarisch

Grondgebonden agrarische bedrijven (inclusief veeteelt) en glastuinbouwbedrijven zijn toegestaan.

Glastuinbouw- ,akkerbouwen fruitteeltbedrijven zijn toegestaan

Er zijn geen andere type agrarische bedrijven aanwezig. Door veeteeltbedrijven uit te sluiten worden ruimtelijke conflicten tussen woonbestemmingen en veeteeltbedrijven (geur) voorkomen. Uit de gesprekken met direct omwonenden is gebleken dat hiervoor draagvlak is.

De wijzing van bestaande woningen naar de bestemming Wonen wordt mogelijk.

Geen veeteelt genoemd in de bestemmingsomschrijving; veeteelt opgenomen als strijdig gebruik. Wijzigingsbevoegdheid naar Wonen opgenomen.

Oppervlakte bedrijfsgebouwen

3% van de oppervlakte van de kas;

12,5% van de oppervlakte van de kas Geen maximum oppervlakte voor een ketelhuis

Een maximum oppervlakte voor een ketelhuis heeft vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen verbetering van het plan. Bovendien werkt een maximum beperkend voor de terugdringing van het gebruik van fossiele brandstoffen omdat andere installaties dan de standaard gasgestookte stooktoestellen meer ruimte vragen. Dit geldt in zekere mate ook voor de verhouding tussen kassen en bedrijfsgebouwen, al moet hier wel een grens worden gesteld om het karakter van een glastuinbouwgebied te waarborgen. Met de voorgestelde 12,5% blijft dit karakter nog geborgd.

Percentage aangepast naar 12,5%. Aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 2' 103 meter (en verder) vanaf de openbare wegen

Ketelhuis 1.000 m2

De huidige maximum oppervlakte is veel te klein voor grootschalige bedrijven. Zeker als er in fasen gebouwd wordt waarbij in de eerste fase alle bedrijfsruimten en een deel van de totale kas wordt gebouwd zoals dat in de praktijk gebeurt. Bovendien heeft het onderscheiden van een ketelhuis ten opzichte van andere bedrijfsbebouwing geen duidelijk planologisch motief, waarmee het onnodig beperkend is. Het vigerende bestemmingsplan is gericht op meerdere kleinere glastuinbouwbedrijven met elk een eigen ketelhuis van maximaal 1000 m2. Stookinstallaties van een grotere capaciteit moeten volgens het Activiteitenbesluit aan strengere emissie voldoen. In dat opzicht is het een voordeel dat er grootschalige glastuinbouwbedrijven worden gerealiseerd. De afstand tot het hart van de weg moet minimaal 103 meter zijn. Deze afstand is ruim voldoende om aan alle milieuvoorschriften van het Activiteitenbesluit te voldoen; ook voor grotere stookinstallaties.

Op basis van de milieu-eisen kunnen ketelhuizen op de bestaande 103 meter lijn. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de geluidseisen van het Activiteitenbesluit. Als men een hoog ketelhuis wil bouwen, dan moet dit achter de 200 meter lijn. Ketelhuizen met een grotere ruimtelijke impact komen daarmee verder van de weg te staan.

Bouwhoogte bedrijfsgebouwen en kassen

Goothoogte bedrijfsgebouwen: 8 m Goothoogte kassen: 9 m

Maximale goothoogte (kassen + bedrijfsgebouwen) vervalt.

Bouwhoogte bedrijfsgebouwen en kassen: 11 m

Bouwhoogte bedrijfsgebouwen en kassen: 11 m binnen 200 meter vanaf het hart van de wegen. Op grotere afstand een bouwhoogte van 25 m voor bouwwerken geen kassen zijnde

Hoogte schoorstenen

Een wandhoogte van 8 à 9 meter is te laag voor onder andere de verwerkingsruimten en de ruimten voor moderne installaties om te verduurzamen. Gelet op de uitgestrektheid van de gebouwen en de afstand tot de weg, werkt een goothoogte onnodig beperkend bij grootschalige complexen. Tevens is een vermindering van regels voor zowel de ondernemers als voor omwonenden van belang om de leesbaarheid en de duidelijkheid van het bestemmingsplan te bevorderen. Het is nu bijvoorbeeld onduidelijk wanneer een gewenste schoorsteen wel of niet als ‘ondergeschikt’ kan worden beschouwd.

Het toepassen van een goothoogte op een grote bebouwingsoppervlakte leidt tot een reeks evenwijdige zadeldaken die zich vanuit de omgeving manifesteren als een plat dak.

Bouwhoogte 11 meter opgenomen. Voor overige bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, geldt een bouwhoogte tot 25 meter op een afstand groter dan 200 meter, 'specifieke bouwaanduiding - 3'.

Door de huidige nokhoogte van 11 meter te handhaven wordt de ruimtelijke impact tot een minimum beperkt. Op grote afstand een hoogte van 25 meter toestaan wijzigt het beeld vanaf de openbare weg nauwelijks. Dit is gevisualiseerd in onderstaande figuur.

Vanuit het wijdere landschap zal deze bebouwing mogelijk wel meer zichtbaar zijn, maar door het toepassen van een passende kleurstelling (lichtgrijs) wordt dit effect beperkt. Door het toepassen van een bosstrook aan de rand van het dorp, vindt verdere inperking van het effect plaats.

Hoogte warmwateropslag (tanks en silo’s) maximaal 15 meter

Hoogte voor tanks en silo’s binnen 200 meter vanaf het hart van de wegen maximaal 15 meter. Op grotere afstand een bouwhoogte van 25 m.

Grootschalige bedrijven bouwen grotere tanks die ook hoger zijn in verband met duurzaam en efficiënt ruimtegebruik.

In de eerste 200 meter vanaf het hart van de weg is er geen effect. Voor de grotere afstand kan dit aspect op dezelfde manier worden benaderd als de bedrijfsgebouwen (zie vorige).

Aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 2' op een afstand van 103 meter (en verder) vanaf de openbare wegen.

Geen regeling voor schoorstenen, Wel is voor ondergeschikte bouwonderdelen (zoals schoorstenen) benoemd waardoor hier geen maximum aan is toegekend.

25 meter in de zone tussen 103 en 200 meter van het hart van de weg, 50 meter op grotere afstand.

De grotere installaties hebben hogere schoorstenen nodig om goed te kunnen functioneren en de gassen te kunnen afvoeren zonder dat andere functies in de omgeving hier last van hebben.

Schoorstenen hebben een beperkte omvang en hebben daarmee, mede gelet op de afstand tot de weg, geen belangrijke impact op de omgeving.

Max. bouwhoogte schoorstenen opgenomen, gekoppeld aan 'specifieke bouwaanduiding 2' en 'specifieke bouwaanduiding - 3'.

Positionering kassen

De afstand tussen kassen en het hart van de weg moet minimaal 78 meter bedragen

De zone binnen 78 meter vanaf het hart van de weg is aangeduid op de verbeelding. Binnen deze aanduiding mogen geen kassen worden gebouwd.

De voorwaarde wordt inhoudelijk ongewijzigd gehandhaafd en verduidelijkt op de verbeelding van het bestemmingsplan.

Geen effect.

Aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1' op een afstand van 78 meter (en verder) vanaf de openbare wegen.

Positionering bedrijfsgebouwen

Bedrijfsgebouwen moeten achter de gevellijn (103 meter van het hart van de weg) worden gepositioneerd.

De zone binnen 103 meter vanaf het hart van de weg is aangeduid. Binnen deze aanduiding mogen geen bedrijfsgebouwen, silo’s en warmwateropslagtanks worden gebouwd.

De voorwaarde wordt inhoudelijk ongewijzigd gehandhaafd en verduidelijkt op de verbeelding van het bestemmingsplan

Geen effect.

Aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 2' op een afstand van 103 meter (en verder) vanaf de openbare wegen.

Regeling waterbassins

Waterbassins moeten achter de gevellijn (103 meter van het hart van de weg) worden gepositioneerd.

Hoogte waterbassins gekoppeld aan de zone van 78 meter vanaf het hart van de weg.

Bouwhoogte: maximaal 3,5 meter, afwijken tot 4 meter.

Hoogte binnen deze zone: maximaal 1 meter hoog.

Waterbassins zijn opgenomen in de bouwregels

Hoogte buiten deze zone: maximaal 4 meter. Waterbassins zijn opgenomen als uitvoering van een werk, geen bouwwerk zijnde

Watergangen en – compensatie

Bij de bouw van kassen moet een waterberging van 725 m³/ha gerealiseerd worden; Ter plaatse van een aanduiding;

Geen regeling (wordt verwijderd) Water en watergangen wordt opgenomen in de bestemmingsomschrijving

Minimaal 6 meter breed

Aardwarmte en watervoorziening

Geen regeling voor (collectieve) voorzieningen.

Vervallen waterzuiveringsinstallatie

Aanduiding waterzuiveringsinstallatie langs Marknesservaart.

In de praktijk worden de bassins 4 meter hoog. De hoogte en positie van de kas is minder belangrijk op grote afstand tot de weg. Het onderscheiden van een bebouwingslijn voor kassen en waterbassins heeft geen duidelijk planologisch voordeel en kan in voorkomende gevallen onnodig beperkend werken.

De ruimtelijke impact van de waterbassins van maximaal 4 meter hoog op minimaal 78 meter vanaf de weg heeft ten opzichte van de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan geen negatieve effecten voor omwonenden en andere gebruikers van de omliggende gronden.

Het mogelijk maken van bassins van maximaal 1 meter hoog in de zone binnen 78 meter vanaf de weg vormt een belangrijk voordeel voor een doelmatig en efficiënt ruimtegebruik en is conform een afwijkingsmogelijkheid in het geldende bestemmingsplan.

Het toestaan van bassins van maximaal 1 meter hoog aan de wegzijde, potentieel tussen de daar gelegen erven, heeft ook geen negatief effect. De zeer geringe hoogte belemmerd uit- en doorzichten niet. De dijken om de bassins die die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg worden voorzien van een flauw talud dat met gras wordt ingezaaid of andere passende landschappelijke inpassing.

Waterbassins worden uitgevoerd in de vorm van een aarden wal en betreffen dus geen bouwwerk. Opnemen van een bouwregel beperkt niet de hoogte van een aarden wal; dat geldt wel voor regels voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde.

De regeling levert geen bijdrage aan een betere waterhuishouding en ook niet voor het landschappelijke beeld. Bovendien ontstaan er (mogelijk) discrepanties tussen de regeling in het bestemmingsplan en de huidige eisen van Waterschap Zuiderzeeland.

Opnemen van de hoogtebeperking voor waterbassins in de bouwregels en/of de regels voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, heeft stedenbouwkundig geen effect.

De Keur van het Waterschap Zuiderzeeland waarborgt voldoende capaciteit en een adequate dimensionering van het watersysteem. Het schrappen van een aanvullende regeling in het bestemmingsplan en daarmee het bieden van meer flexibiliteit heeft daarom geen negatief effect op de waterhuishouding en het ruimtelijke beeld. Potentieel ontstaat er juist een positief effect.

Bestemmingsomschrijving aangepast.

Gezien de grote investeringen worden aardwarmtebronnen ook door meerdere kwekers gezamenlijk ontwikkeld. Om duidelijkheid te verschaffen over de energievoorziening (o.a. winning van aardwarmte) en collectieve voorzieningen wordt een regeling hiervoor geïntroduceerd. Dit maakt het mogelijk om warmte en water te leveren vanuit collectieve voorzieningen en tussen glastuinbouwbedrijven onderling.

De onderdelen maken altijd deel uit van een glastuinbouwbedrijf en moeten ondergeschikt blijven. Daarmee is de ruimtelijke impact beperkt. De normen uit de milieu wet- en regelgeving waarborgen voor omwonenden voldoende bescherming.

Bestemmingsomschrijving aangepast.

Aanvankelijk werd gedacht aan een grote zuiveringsinstallatie. Dit is niet langer actueel.

Geen negatieve effecten.

Aanduiding verwijderd.

De waterhuishouding zal altijd getoetst moeten worden door het Waterschap Zuiderzeeland. Het is van belang dat er binnen het bestemmingsplan maximale flexibiliteit is om te voldoen aan de eisen van dit waterschap. Nadat de waterhuishouding tot in detail is afgestemd met het Waterschap Zuiderzeeland, blijkt niet elke watergang 6 meter breed te hoeven worden.

In de bestemmingsomschrijving opgenomen: - bedrijfsgebonden en collectieve energievoorzieningen; - collectieve watervoorzieningen; - stookhuizen, ketelhuizen en warmtekrachtkoppelingen Geen waterzuiveringsinstallatie

Waterbassins opgenomen onder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde. Hoogte 4 m gekoppeld aan de afstand van 78 meter vanaf de openbare wegen, 'specfieke bouwaanduiding - 1'

Bouwvlakken

In het digitale bestemmingsplan zijn de bouwvlakken niet weergegeven.

Weergave van juiste bouwvlakken in het bestemmingsplan

In het analoge bestemmingsplan zijn bouwvlakken meegenomen die niet lijken te kloppen met de werkelijkheid. Nu de bouwvlakken digitaal worden meegenomen is worden de bouwvlakken juist weergegeven.

Effecten met de praktijk zijn nihil. Er zijn wel effecten ten aanzien van het vigerende bestemmingsplan.

Bouwvlakken opgenomen conform het analoge bestemmingsplan.

Bedrijfsontwikkelingen

Geen regeling voor bedrijfsgebonden voorzieningen ten aanzien van onderzoek en productinnovatie en samenwerkingsverbanden.

In de bestemmingsomschrijving zijn de volgende ondergeschikte functies opgenomen: - bedrijfsgebonden kantoren, onderzoeksruimten, laboratoria, presentatieruimten en teeltcellen. - centrale sorteerinrichtingen

Steeds meer glastuinbouwbedrijven doen op kleine schaal zelf onderzoek. Hoewel deze onderzoeksruimten niet zijn te vergelijken met een volwaardig laboratorium zoals we dat kennen in b.v. de chemische industrie is het goed om deze bedrijfsgebonden voorzieningen te benoemen zodat dit geen discussies kan opleveren bij bedrijfscontroles. Daarnaast vragen afnemers steeds meer variatie in o.a. verpakkingen en samenstelling in producten. Hierdoor ontstaan samenwerkingsverbanden. Bedrijven werken samen om producten te sorteren in centrale sorteerinrichtingen. Dit is een gewenste en duurzame ontwikkeling die het bestemmingsplan gefaciliteerd moet worden.

De onderdelen maken altijd deel uit van een glastuinbouwbedrijf en moeten onderschikt blijven. Daarmee is de ruimtelijke impact beperkt. De normen uit het Activiteitenbesluit waarborgen voor omwonenden voldoende bescherming.

Als bijbehorende, bedrijfsgebonden en collectieve energievoorzieningen opgenomen in de bestemmingsomschrijving. Tevens opgenomen bedrijfsgebonden kantoren, onderzoeksruimten, laboratoria, presentatieruimten, teeltcellen en sorteerinrichtingen.

Bouwpercelen grondgebonden agrarische bedrijven

- Bouwvlakken op de bestaande erven; - Bedrijfsgebouwen voor grondgebonden bedrijven (80%); - Bedrijfswoningen voor grondgebonden óf glastuinbouw (1 per bouwvlak).

- Bouwpercelen aangeduid - Actuele regeling, inhoudelijk gelijk aan huidige regeling, i.o.m. gemeente; - Wijzigingsbevoegdheid naar wonen; - Wijzigingsbevoegdheid van agrarisch naar wonen

Vanuit het vertrekpunt om bestaande ondernemers in het gebied niet te beperken is gekozen de mogelijkheden voor de grondgebonden agrarische bedrijven te handhaven. De regeling wordt wel aan de hand van de huidige inzichten en in ambtelijk overleg aangepast naar een moderne regeling, waarbij bestaande rechten worden gerespecteerd. Indien een eigenaar in het voortraject van het bestemmingsplan schriftelijke te kennen geeft nu al een woonbestemming te wensen, wordt hier in ambtelijk overleg gehoor aan gegeven door nu al wijzigen van de bestemming naar wonen.

Geen beperkingen voor de huidige eigenaren.

Bouwvlakken opgenomen. Wijzigingsbevoegdheid bedrijfswoning i.c.m. erf naar 'Wonen - Voormalige agrarische erven'

Woonpercelen

Algemene woonbestemming

Actuele woonbestemming i.o.m. gemeente.

Bestaande rechten worden gehandhaafd. Regeling wordt geactualiseerd in ambtelijk overleg.

Geen beperkingen voor de huidige eigenaren.

Moderne regeling opgenomen, vergelijkbaar met de oude regeling maar met de huidige terminologie.

Glastuinbouw uitgesloten

Op een strook direct ten noorden van de Vollenhoverweg geldt de aanduiding ‘glastuinbouw uitgesloten’, waar geen glastuinbouw is toegestaan.

Deze regel wordt vervangen door voorwaardelijke verplichting

In het geldende bestemmingsplan is geregeld dat wanneer langs de N331 toepassing wordt gegeven aan een wijzigingsbevoegdheid waarmee een afschermde groenvoorziening wordt gerealiseerd, afgeweken kan worden van de genoemde regeling. Deze groenvoorziening wordt in dit bestemmingsplan direct geregeld, met inrichtingstekening en voorwaardelijke verplichting

Geen effecten ten opzichte van het geldende bestemmingsplan, omdat wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in het bestemmingsplan.

Bestemming ‘Groen’ is gelegd op de betreffende strook ten noorden van de Vollenhoverweg. (zie bijlage 2, Inrichtingstekening). Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor aanleg en instandhouding.

Mogelijkheid om op termijn de bestemming te wijzigen zodat de bedrijfswoning als burgerwoning gebruikt kan worden.

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Bijlage 2

Inrichtingstekening

bestemmingsplan (vastgesteld)

47

P e 5 il . g 3 0 e m bi e N d A P

40 19

ca. 1 5. 00

i p

Ba ar l os ed w ar sw eg

ca .1 5. 00

78 .0 0

H 78 .0 0

46 .4 2

1 03 .0 0

55. 00

H

ca. 10.312 m2 5. 00

G

7. 1 5

W

12

76 .9 1

V 30. 00

12

ca .1 2. 95

57 .1 0

V

i p

40. 00

-5 .7 0

Waterpartij VI

1 01 .8 2

G

5. 00

i p

V'

240. 60

1 90. 60

Bedri jfsgebouw

31 6. 1 5

ca .1 5. 00

345. 60 ( 0. 30m +69x5m +0. 30m )

345. 60 ( 0. 30m +69x5m +0. 30m ) 5. 00

I

I

Lengte: ca. 121 m

11 I I

64 .0 6

11

8. 59

Aansluiting fietspad op Baarloseweg

F

265.00

48.00

60.00

In te richten

78 .0 0

F

I I

373.00 (0.50m+31x12m+0.50m)

kruidenrijk grasland

1 03 .0 0

345. 60 ( 0. 30m +69x5m +0. 30m )

20 0. 00

35. 00 30. 00 245. 60

11

23 25

60. 00

B.O.B. -6.23 (PD-2)

53 26

1 0. 50

11

I I

I I

90 38

Bedri jfsgebouw

tussen waterpartijen

10

10

Aanbrengen

BLOK 4

BLOK 2

ca. 109.000 m2

ca. 109.000 m2

inlaatduiker vanuit

60.00

1 2. 00

30. 00

M

6. 08

4. 42

Achterterrei n

t vaar knesser Mar

E

C

D

6. 00

00 5.

2. 1 2

sv

P

ca. 200 m2

95 4.

51 26

3 99

0 92 99 9

i.v.m. voorschriften

1 03. 00

21 5. 60 ( 0. 30m +43x5m +0. 30m )

1 5. 00

60. 00

E

Oppervlakte:

conform principeprofiel 6. 00

1 2. 00

6. 00

56. 24

D

C

1 2. 00

bedrijf naar Marknesservaart

1 5. 00

Achterterrei n

1 40. 30 85. 30

48.00

E'

1 4. 1 2

345. 60 ( 0. 30m +69x5m +0. 30m )

345. 60 ( 0. 30m +69x5m +0. 30m )

345. 60

4. 00 45. 00

30. 50 55. 00

Achterterrei n

84.00

sv

onder voorbehoud

met slibvangput t.b.v.

conform principeprofiel

00 6.

53. 53

181.00

hemelwaterafvoer achterterrein

Ontwerp rijbaan

Aanbrengen uitstroompunt (UD-13)

00 5.

conform principeprofiel

313.00 (0.50m+26x12m+0.50m)

met slibvangput t.b.v.

hemelwaterafvoer achterterrein bedrijf naar Marknesservaart

59.52

Aanbrengen uitstroompunt (UD-12)

tot erfgrens langs Marknesservaart

met slibvangput t.b.v.

Lengte: ca. 150.70 m

bedrijf naar Marknesservaart

50 5.

mogelijkheid bouwhoogte 25 meter

Aanbrengen uitstroompunt (UD-11)

i.o.m. WsZZL (ID-10)

hemelwaterafvoer achterterrein

E'

13.00

Afstand contour zonering

ca. 1 16.900 m2

Marknesservaart

71 14

309.00

BLOK 1

00 5.

8. 68

Aanbrengen duiker

99 22

VERBEELDING BESTEMMINGSPLAN

bouwhoogte 25 meter

I I

98 22

mogelijkheid

I I

56 26

1 14.000 m3 bij 1.25 m ingraving)

9

achter 8-2 (kad. 2300)

G' '

i p

9

de bestaande grens

58 22

B

i p

91 6.

7. 89

(ca. 29.000 m2

doorgetrokken t.o.v. -5 .7 0

5.00

329.00 (0.50m+41x8m+0.50m)

nabij Marknesservaart

B

een rechte lijn

37 19

5. 00

Waterpartij V

incl. groen grastalud

INDICATIEF OVERGENOMEN VAN

deelplan 1 )

achter 10-1 in

Zonering waterbassin

CONTOUREN FUNCTIEAANDUIDING WATER

(aangelegd in planfase 2

Nieuwe grens

i p

Contour zonering

Kasgevel

16.00

sv

5. 00

Lengte: ca. 245m

06 39

68 35

7. 1 3

G'

85 6.

69 35

2.00

B.O.B. -6.23 (PD-3)

58 26

40.00

tot erfgrens langs Marknesservaart

i p

ca. 103.000 m3 tot

46 22

mogelijkheid bouwhoogte 25 meter

tussen waterpartijen

inhoud:

24 31

Afstand contour zonering

Aanbrengen duiker

05 39

00 34 329.00 (0.50m+41x8m+0.50m)

Ba ar l os ew eg

uitw. opp.

kruidenrijk 2.00

as

40.00

ca. 1 14.300 m2

ingraving)

grasland

i p ui t

49 28

58 11 350. 60 ( 0. 30m +70x5m +0. 30m )

49.52

P - ei 5 . lg 7 0 e m bi e N d A P

80 24

5. 00

ca. 99.800 m2

m et er l i jn

Ba ar l os ew eg

22 31

345. 60 ( 0. 30m +69x5m +0. 30m )

Oo st er ri ng w eg as ui t

ca. 109.000 m2

48.00

6.00

BLOK 2

BLOK 3

10 I I

45. 00

53. 00

5. 00

i p

6. 00

58. 40

50. 00

I Voorterrei n

45. 00

blijvend bij 10-1:

45 .4 7

i p

1 8. 00

4. 90

I

4. 90

2. 00 200. 00

21 . 00

J

1 2. 00

6. 00

3. 20

71 . 30 3. 00

6. 00

1 . 22

5. 00

95. 30

45. 00

1 03

45. 00

Oppervlakte

V'

M

J

4. 00

K

6. 00

4. 63

21 . 1 3 1 1 . 77

6. 00

1 8. 00 6. 00

4. 90

1 03. 00

78. 00

75. 86

76. 1 6

K

8. 27

ca.1 . 00

6. 00

4. 1 9

76. 50 200. 00

47. 00

Voorterrei n

I I

I I

i p

m et er l i jn

de rijbaan

26 30

84 37

ca. 1 15.900 m2

8. 00

I

8

8

21 31

20 0

het midden van

19 40

83 37

BLOK 4

bij 1.25 m

A

I

5. 00

i p

60.00

01 23

74 21

72 21

01 34

s o b

90 16

tot 170.000 m3

A

9 9

7. 82 1 0. 33

ca.1 5. 00

M

ca.1 5. 00

72. 00

71 . 50

6. 50

25. 30

4. 65

71 . 30

21 . 29

1 0. 61

U 3. 07

U as ui t m et er l i jn

78

m et er l i jn

ui t

as

Oo st er ri ng w eg

5. 00

1 2. 58

1 4. 00

Oo st er ri ng w eg

3. 58

(N 71 5)

O os te rr i ng w eg

Zo n 1 .0 eri m ng bo w ve at er n b m aa as i ve si n l d

60.00

5.00

BLOK 5

bouwhoogte 25 meter

ca. 154.000 m3

8. 00

Ba ar l os ew eg

i p

Perceelgrens in

Contour zonering

inhoud:

N331) weg ( enhover l Vol

as

Ba ar l os ew eg

87 38

n i s

N331) weg ( knesser Mar

m et er l i jn

H'

18.25 193.00

88 38

as

i p

ca. 1 14.500 m2

84 38

Gl as o (g 49 ppe . e 5 r r e 00 vl a m a l i se 2 k e rd )

1 03

12.00

5.00

BLOK 1

45.00

4.00

83.65

deelplan 2) ui t

86 38

LL

6.70

uitw. opp.

M

(aangelegd in planfase 2 m et er l i jn

i p

20.00

99 33

Q

(ca. 40.000 m2

perceelsloot

78

ui t

20 0

grastalud

incl.

Kasgevel

i p

ca. 99.400 m2

incl. groen

Bestaande

Gl as ui op tb pe 74 re rv . a d l 0 i 0 ng k 0m i 2

20 0. 00

4.00

waterbassin

strook

op Baarloseweg

geluidsscherm voor

200 meterlijn uit as Baarloseweg

mogelijkheid

Groen-

aansluiting

op aarden wal als

-5 .7 0

60 26

4.00

2 I

N719) nde ( ei st

hekscherm (hoog 2.0m)

perceel Baarloseweg 6-2

200 meterlijn uit as Baarloseweg

711.00

Zonering

fietspad met

10

S

2.70

Aanbrengen kokos

kruidenrijk grasland

313.00 (0.50m+26x12m+0.50m)

BLOK 3

40.00

Aanbrengen

In te richten

85 38

24.00

61 26

40.00

53 24

59.52 tussen waterpartijen Lengte: ca. 172m

13.00

Water-

-5 .3 0

40.00

P

R

Q

Aanbrengen duiker

t.b.v. ontsluitingsweg

deelplan 2 vervolg)

Lengte: ca. 27m

partij III

20 .0 0 ip

ip

(aangelegd in planfase 2

B.O.B. -6.23 (PD-4)

partij IV

82 30

s a b r e t a

d an l as gr

rweg Marknesse

1

asfaltverharding

5.00

Water-

00 23

W

2 I I

VERBEELDING BESTEMMINGSPLAN

52 24

kavelsloot

2.00

1 03 .0 0

Aanbrengen

-5.70

62 26

40.50

S

R

INDICATIEF OVERGENOMEN VAN

ip

B.O.B. -6.37 (PD-1)

Verplaatsen met grens

ip

329.00

0.50

5.00

Water-

O

Lengte: ca. 61 m

23 31

51 31

1.25 m ingraving)

d an l

52 31

uw bo

24.000 m3 bij

tot bestaande

5.00

CONTOUREN FUNCTIEAANDUIDING WATER

met grens

-5 .3 0

ca. 19.000 m3 tot

kasgevel

5.00 partij II

perceelgrens

5. 00

inhoud:

kavelsloot

Maatvoering

L

-5.70

tussen waterpartijen -5 .3 0

uitw. opp.

53.00

Kasgevel

B.O.B. -6.50 (SD-5)

60 40

78 .0 0

(ca. 12.000 m2

1 0. 00 1 2. 48

81 28

P

Zonering waterbassin

Verplaatsen

i p

b

45 18

19 39

41 .5 5

6.00

B.O.B. op slootbodem) -5 Aanbrengen duiker .3 0

59 41

4

4 a

101.43

Lengte: ca. 15m

onder Baarloseweg

ca. 0.40m)

103 meterlijn uit as Baarloseweg

t.b.v. aansluiting fietspad

met sifonconstructie

60 41

4 c

ca. 1.00m uit insteek)

32.00

maaiveld

Aanbrengen duiker (WD-9)

8 I 8 I

68 21

80 28

20 39

78 .0 0

78 .9 9

78 .3 7

1.0m boven maaiveld

15.00

1 03 .0 0

ontsluitingsweg

pad ten minste

6 6 II I I

N

(ophoging

deelplan 2

Aanbrengen duiker

81 30

en Oosterringweg 4

68.90

(zijkant bestaand

4 I I

27 30

34 37

36 26

89 20

Oosterringweg 4A

incl. groen grastalud

fietspad naast

insteek watergang

projectzijde

4 II

85 32

4

78 .3 1

bestaande kavelsloten

P

Oppervlakte:

5.00

108.73 Perceelgrens op

(achter 4-1 )

Aanbrengen

ca. 752 m2

t.b.v. koppelen

3

ca. 360 m2 -5.70

6.00

4 I

25 30

20 40

4

Tpartij I

68.49

4 I

84 32

35 37

6.00

5

Realiseren kavelsloot

T

Oppervlakte:

in planfase 2

projectzijde en 2.65m gezien

35 16

30 25

Water-

V-stuw aangebracht

hoog 2.25 m gezien vanaf

(ophoging maaiveld ca. 0.40m)

Baarloseweg

gezien vanaf 6 6 I I

Aanbrengen aarden wal

vanaf particuliere zijde

hoog 2.25 m 177.22

(B.O.B. op slootbodem)

i p

aarden wal

10 41

Aanbrengen

met duiker (KD-7) Lengte: ca. 43m

naast 6-1)

plan 3 en 4 (WD-F2a)

5

-5 .7 15 1 40

(ID-8) i.o.m. WsZZL

M

op Baarloseweg

perceel 3285)

-5 .7 0

Aanbrengen uitrit

(achter en

naar planfase 2 deel-

63 26

inlaatduiker

inclusief

52 26

71 26

Aanbrengen

P

ca. 2.480 m2

65 26

kruidenrijk grasland

67 26

In te richten

aansluiting verbreden

Oppervlakte:

(achter 4-2

-5 .7 0

ca. 1 3.458 m2

Baarloseweg tot nieuwe

3 3

ca. 352 m2

gerdwars D-tocht i p

Oppervlakte:

1 1

naar 6.50 m

01 22 7 7 24

Asfaltverharding

Oppervlakte:

69 26

(B.O.B. op slootbodem)

deelplan 3 en 4)

Duiker van Kalenber-

80 29

Lengte: ca. 13 m

12 41

72 26

Ve r ri jb bre aa di ng n ( L: 91 m)

Ontsluitingsweg (aangelegd in planfase 2

blijft ongewijzigd

(KD-6) t.b.v. fietspad

11 41

rijbaan Baarloseweg

35 .0 0

Bestaande breedte

2

60 .0 0

i p

en aanbrengen duiker

66 26

ca .9 0. 00

Verplaatsen kavelsloot

68 26

95 20

fietsersoversteek

14 41

70 1 05 .0 0 .0 0

i p

Nieuwe

46 28

1

60 .0 0

67 40

deelplan 3 en 4)

22 14

(aangelegd in planfase 2

deelplan 3 en 4)

47 36

Oosterringweg (N715)

Waterpartijen met duikers

(aangelegd in planfase 2

98 40

78 26

provinciaal kruispunt

Kasgevel

08 41 07 41

i p

Nieuw ontwerp

13 41

i p

(K al en be rg er dw ar st oc ht )

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2015/documents/33654