CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

10.1 Bestemmingsplan 'Glastuinbouw Luttelgeest Marknesse - fase 3' deel 1 1 - 199.pdf

Commissie Woonomgeving 20 maart 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan ‘Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse - fase 3’22.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN GLASTUINBOUW LUTTELGEEST / MARKNESSE, FASE 3

Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Noordoostpolder

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identific atiec ode:

datum:

s tatus :

NL.IMRO.0171.BP00679-VS01

17-02-2021

concept

24-03-2021

voorontwerp

projec tnummer:

07-04-2022

ontwerp

20200385

03-04-2023

vastgesteld

opdrac htleider:

E. Venema

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

2

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 6

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Voorgenomen initiatief 2.3 Ruimtelijke inpassing

7 7 8 9

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

12 12 12 15

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieuzonering 4.2 Verkeer en parkeren 4.3 Geluid 4.4 Water 4.5 Bodem 4.6 Archeologie 4.7 Cultuurhistorie 4.8 Ecologie 4.9 Externe veiligheid 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Kabels, leidingen en zoneringen 4.12 Mer-beoordeling

16 16 17 18 19 25 25 29 29 31 33 34 34

Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Algemeen 5.2 De regels 5.3 Toelichting op de bestemmingen

36 36 36 37

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid

38 38 39

Bijlagen toelichting

41

Bijlage 1

Overzicht modernisering planregeling

42

Bijlage 2

Inrichtingstekening

47

Bijlage 3

Visualisatie Baarloseweg Marknesse

49

Bijlage 4

Advies verkeersveiligheid fietsoversteek

71

Bijlage 5

Historisch bodemonderzoek - 24 juni 2014

80

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek - 19 dec 2019

122

Bijlage 7

Verkennend bodemonderzoek - 9 april 2020

512

Bijlage 8

Samenvatting nader bodemonderzoek - 27 maart 2020

1095

bestemmingsplan (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Bijlage 9

Verkennend bodemonderzoek - 10 aug 2020

1117

Bijlage 10

Samenvatting nader bodemonderzoek - 21 augustus 2020

1259

Bijlage 11

Addendum verkennend bodemonderzoek - 2 okt 2020

1349

Bijlage 12

Archeologisch bureau- en booronderzoek

1352

Bijlage 13

Quickscan Flora en Fauna

1435

Bijlage 14

Vervolgonderzoek ecologie

1457

Bijlage 15

M.e.r.-beoordelingsnotitie

1499

Bijlage 16

Positieve weigering Wnb vergunning - Hoogweg

1525

Bijlage 17

Positieve weigering Wnb vergunning - Tas

1539

Bijlage 18

Nota van beantwoording inspraakreacties voorontwerp

1553

Bijlage 19

Verslag bewonersavond 13 september 2021

1558

Regels

1563

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

1564 1564 1569

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Groen Artikel 5 Wonen - Voormalige agrarische erven Artikel 6 Wonen - Voormalige arbeiderswoningen Artikel 7 Leiding - Gas

1570 1570 1576 1577 1580 1582

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Artikel 9 Algemene gebruiksregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Artikel 11 Overige regels

1584 1584 1585 1586 1587

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel

1588 1588 1589

Bijlagen regels

1591

Bijlage 1

Nota Parkeernormen

1592

Bijlage 2

Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten

1611

Bijlage 3

Inrichting groenstrook

1613

Verbeelding

4

1615

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

In het gebied ten zuidoosten van de Baarloseweg te Marknesse is het initiatief gekomen voor de oprichting van twee grootschalige glastuinbouwbedrijven. Het gebied is momenteel nog grotendeels ingericht als akkerbouwland. Het vigerende bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse voorziet in de realisatie van glastuinbouwbedrijven, maar biedt onvoldoende ruimte voor moderne, grootschalige glastuinbouwbedrijven. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een passende juridisch-planologische regeling voor het hele plangebied.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt ten zuiden van het reeds gerealiseerde glastuinbouwgebied ten noorden van Marknesse. Het betreft akkerbouwland, waarop planologische mogelijkheden bestaan voor de realisatie van glastuinbouwbedrijven. Het plangebied ligt ten noordoosten van de Oosterringweg en Vollenhoverweg, ingeklemd tussen de Baarloseweg en de Marknesservaart. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

bestemmingsplan (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Figuur 1.1

1.3

De ligging van het plangebied

Geldende bestemmingsplannen

Het plangebied is geregeld in het bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, dat is vastgesteld op 18 februari 2010. Het is hierin grotendeels bestemd met een agrarische bestemming, ten behoeve van glastuinbouw en grondgebonden agrarische bedrijven. De locatie kan op grond van het bestemmingsplan vrijwel volledig worden bebouwd met kassen en gebouwen ten behoeve van glastuinbouwbedrijven tot een goot- en bouwhoogte van 9, respectievelijk 11 meter. Een gedeelte van het terrein, aan de zijde van de Oosterringweg, kan alleen worden bebouwd met kassen indien er ten zuiden daarvan een groene zone wordt aangelegd. Op een deel van het plangebied ligt bovendien de aanduiding 'waterzuiveringsinstallatie', waar via een afwijking van het bestemmingsplan een rioolwaterzuiveringsinstallatie gerealiseerd kan worden. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de relevante regelingen in het geldende bestemmingsplan (Bijlage 1). De geldende planregels staan in de eerste kolom, vervolgens wordt uiteengezet welke wijzigingen nodig zijn om tot een moderne regeling te komen waarbinnen het voorgenomen initiatief past.

1.4

Leeswijzer

Na dit hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plan gegeven. Daarbij wordt ingegaan op de gewenste ontwikkeling en op de ruimtelijke en functionele inpassing daarvan in de bestaande structuur. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het van belang zijnde beleidskader, waarna in hoofdstuk 4 een toetsing aan de omgevingsaspecten volgt. Wanneer deze van toepassing zijn, worden daarbij de uitgangspunten voor het bestemmingsplan genoemd. In hoofdstuk 5 volgt een toelichting op de in het bestemmingsplan opgenomen regeling. Het laatste hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, waarbij aandacht wordt besteed aan de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

6

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1

Huidige situatie

In het gebied rondom Luttelgeest, met name ten oosten van de Oosterringweg, zijn al lange tijd glastuinbouwbedrijven aanwezig. Het heeft zich ontwikkeld tot een grootschalig glastuinbouwgebied. In 2010 is het bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse vastgesteld voor het nog te ontwikkelen gebied. Dit gebied is nog gedeeltelijk in gebruik als akkerbouwland. De planlocatie maakt deel uit van het glastuinbouwgebied tussen Luttelgeest en Marknesse. Dit gebied vanuit het noorden, ter hoogte van Luttelgeest, in zuidelijke richting ontwikkeld. Vanaf de Kalenbergerweg zijn de moderne (meer grootschalige) glastuinbouwbedrijven aanwezig. Voor het gebied tot aan de Baarloseweg zijn vergunningen (in afwijking van het bestemmingsplan) verleend voor dergelijke glastuinbouwbedrijven van de initiatiefnemers. Het plangebied ligt ten zuiden van de Baarloseweg. Dit is reeds bestemd voor glastuinbouw en vormt daarmee de afronding van het totale glastuinbouwgebied. Binnen dit gebied (aangeduid op de luchtfoto in figuur 2.1) zijn twee relatief kleinschalige glastuinbouwbedrijven aanwezig. Verder liggen er langs de Oosterringweg en de Baarloseweg erven van grondgebonden agrarische bedrijven en woningen.

Figuur 2.1

Luchtfoto plangebied

bestemmingsplan (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

2.2

Voorgenomen initiatief

Initiatiefnemers hebben het voornemen om twee moderne glastuinbouwbedrijven op te richten aan de Baarloseweg (tussen Baarloseweg, Oosterringweg, Vollenhoverweg en Marknesservaart. Dit initiatief wordt fase 3 genoemd. Uit eerdere initiatieven was al gebleken dat het geldende bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest/Marknesse niet voorziet in de wensen voor moderne glastuinbouwbedrijven. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan, 10 jaar geleden, was het de gedachte dat er in het gebied meerdere typen bedrijven van kleinere omvang zouden vestigen. De glastuinbouw wordt echter steeds grootschaliger. De regels van het geldende bestemmingsplan bieden onvoldoende ruimte voor de beoogde ontwikkeling. Behalve de grotere schaal van de bedrijven, wordt extra ruimte gevraagd voor samenwerkingsverbanden, energie-• en watervoorzieningen en onderzoek en innovatie. Al gerealiseerde of in realisatie zijnde grote glastuinbouwbedrijven (fase 2) zijn op basis van een uitgebreide Wabo-procedure in afwijking van het bestemmingsplan vergund. Nu het om twee bedrijven gaat, wordt voorgesteld om het bestemmingsplan te wijzigen. Op deze manier kan voor de afronding van het totale glastuinbouwgebied een eenduidige een moderne regeling gelden. Dit biedt zowel voor de glastuinbouwbedrijven als voor omwonenden en andere belanghebbenden rechtszekerheid, duidelijkheid en perspectief.

Voor een uitgebreid overzicht van de regeling wordt verwezen naar de bijlage (Bijlage 1). Hierin is een overzicht opgenomen van de vigerende planregels, de voor het voorgenomen initiatief gewenste modernisering daarvan en hoe dit in het voorliggende bestemmingsplan is verwerkt. De voorgestelde inrichting van de glastuinbouwlocatie is weergegeven in figuur 2.2. Een groter formaat van deze tekening is bijgevoegd als Bijlage 2.

Figuur 2.2

Voorgestelde inrichting glastuinbouwlocatie

(Bron: Waalpartners Civil engineering, versiedatum 29-11 22)

8

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

2.3

Ruimtelijke inpassing

Het huidige bestemmingsplan voorziet vooral in de bouw van kassen, maar slechts een beperkte hoeveelheid bedrijfsgebouwen. In het voorliggende plan is een percentage bedrijfsbebouwing opgenomen van 12,5%. Daarmee wordt meer ruimte geboden aan de moderne bedrijfsvoering, maar tegelijkertijd wordt geborgd dat het gebied de uitstraling houdt van een glastuinbouwgebied. Het kan met deze regeling nadrukkelijk geen bedrijventerrein worden. De bouwhoogte van kassen blijft met 11 meter gelijk aan het vigerende bestemmingsplan. De maximum goothoogte van 9 meter wordt echter losgelaten. Op de grote schaal van het kassencomplex heeft het beperken van de goothoogte geen effect op de ruimtelijke kwaliteit. Het toepassen van een goothoogte op een grote bebouwingsoppervlakte leidt tot een reeks evenwijdige zadeldaken die zich vanuit de omgeving manifesteren als een plat dak. Door de huidige nokhoogte van 11 meter te handhaven wordt de ruimtelijke impact tot een minimum beperkt. De bouwhoogte van bedrijfsgebouwen wordt in het plan verhoogd naar 25 meter, echter uitsluitend in twee noordwest-zuidoost verlopende stroken. De afstand tot de Baarlose weg tot deze stroken bedraagt ruim 300 meter. Op deze grotere afstand wijzigt het beeld vanaf de openbare weg nauwelijks ten opzichte van lagere bebouwing dichter op de weg.

Vanuit het landschap zal de hogere bebouwing mogelijk wel meer zichtbaar zijn, maar door het toepassen van een passende kleurstelling (lichtgrijs) wordt dit effect beperkt. Door het toepassen van een met bomen beplante strook aan de rand van het dorp, vindt verdere inperking van het effect plaats. Deze is in het bestemmingsplan opgenomen als de bestemming 'Groen'. De realisatie en instandhouding hiervan is in de regels geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting. In bijlage 3 is opgenomen de 'Visualisatie Baarloseweg Marknesse', waarin uitgebreid in wordt gegaan op belevingsaspecten, landschappelijke inpassing, ecologie, samenhang in functies en aanzichten rondom fase 3.

Zonering Het plangebied kent in het huidige bestemmingsplan een zonering, parallel aan de omringende wegen. Ook in het nieuwe bestemmingsplan wordt deze zonering aangebracht, namelijk als volgt: een zone tot 78 meter vanuit het hart van de weg, waarin geen bouwwerken mogelijk zijn behoudens de bestaande woningen en bedrijfspanden, waterbassins tot een hoogte van 1 meter zijn toegestaan mits voorzien van een met gras ingezaaid flauw talud; een zone vanaf 78 meter vanuit het hart van de weg, waarin kassen mogen worden gebouwd en waterbassins tot 4 meter hoogte mits landschappelijk ingepast (bijvoorbeeld door deze te voorzien van een met gras ingezaaid flauw talud). Deze zone is op de verbeelding aangeduid als 'specifieke bouwaanduiding - 1'; een zone vanaf 103 meter vanuit het hart van de weg, waarin kassen, bedrijfsgebouwen, installaties en bassins kunnen worden gebouwd, met een maximumhoogte van 11 meter, plus schoorstenen tot 25 meter hoogte. De bouwhoogte van tanks en silo's bedraagt in deze zone niet meer dan 15 meter. Deze zone is op de verbeelding aangeduid als 'specifieke bouwaanduiding - 2'. Verder zijn er twee noordwest-zuidoost lopende stroken in het plangebied aangegeven waarbinnen voor bedrijfsgebouwen, tanks en warmwatersilo's een bouwhoogte van max. 25 m gaat gelden. Deze zone is op de verbeelding aangeduid als 'specifieke

bestemmingsplan (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 bouwaanduiding - 3'. De bouwhoogte van schoorstenen in het plangebied bedraagt niet meer dan 25 m. In de twee op de verbeelding aangeduide noordwest-zuidoost lopende stroken mag de bouwhoogte van de schoorstenen niet meer bedragen dan 50 m. De afstand van deze stroken tot aan de Marknesservaart is meer dan 50 m. De afstand tot aan de Baarloseweg bedraagt ruim 300 m. Ten opzichte van de Marknesservaart wordt een bebouwingsvrije zone aangehouden van 5 m uit de watergang. Deze regeling komt overeen met de regeling in het vigerende bestemmingsplan.

Samenvattend is het volgende met de specifieke bouwaanduidingen op de verbeelding geregeld: specifieke bouwaanduiding - 1: kassen tot een maximale bouwhoogte van 11 meter zijn toegestaan, evenals waterbassins tot 4 meter hoogte; specifieke bouwaanduiding - 2: kassen, bedrijfsgebouwen, installaties en bassins met een maximumhoogte van 11 meter zijn toegestaan. De bouwhoogte van tanks en silo's bedraagt niet meer dan 15 meter. Schoorstenen zijn toegestaan tot 25 meter hoogte; specifieke bouwaanduiding - 3: voor bedrijfsgebouwen, tanks en warmwatersilo's geldt hier een bouwhoogte van max. 25 m. Voor schoorstenen geldt hier een maximum hoogte van 50 m. In figuur 2.4 is deze zonering gevisualiseerd.

10

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Figuur 2.4

Zonering van het plangebied

bestemmingsplan (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook 1 Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). O Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Dit betreft onder meer: de bouw van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen; meer duurzame energie gebruiken; aanpassen aan klimaatverandering; de ontwikkeling van een circulaire economie; omschakeling naar kringlooplandbouw. Bij de opgaven wordt altijd rekening gehouden met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie schets een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Op het niveau van dit bestemmingsplan biedt de NOVI geen concrete aandachtspunten.

Ladder voor duurzame verstedelijking Ieder bestemmingsplan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onderhavig plangebied is reeds bestemd voor de realisatie van glastuinbouw (kassen). De scope van het bestemmingsplan verschuift van de traditionele, kleinschalige glastuinbouw, zoals 10 jaar geleden beoogd, naar de realisatie van moderne, grootschalige glastuinbouwbedrijven. De regeling wordt gemoderniseerd, maar de ontwikkeling legt geen nieuw ruimtebeslag op het open landelijk gebied.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Dit bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro. Conclusie rijksbeleid Er zijn geen rijksbelangen uit het Barro in het geding.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie FlevolandStraks De provincie Flevoland heeft op 8 november 2017 de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Deze omgevingsvisie vormt een strategisch plan op hoofdlijnen voor de lange

12

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 termijn. In de omgevingsvisie glastuinbouwgebieden.

worden

geen

specifieke

uitspraken

gedaan

over

Omgevingsverordening Flevoland (geconsoliseerde versie 10-07 2019) In de omgevingsverordening staan de regels hoe we als provincie Flevoland omgaan met de fysieke leefomgeving. Het zijn de regels die gaan over onder andere (vaar)wegen, grondwater, watersysteem, zwemwater, stilte, grondwaterbeschermingsgebieden, natuur, ontgrondingen, borden in het landelijk gebied, duurzame energie, geitenhouderijen en schaliegas. De huidige Omgevingsverordening Flevoland geldt tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt ( naar verwachting 1 juli 2023).Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de nieuwe Omgevingsverordening provincie Flevoland. Deze ‘nieuwe’ omgevingsverordening is door Provinciale Staten vastgesteld op 26 januari 2022. Het behouden van de bestaande landbouw en de ontwikkelingsmogelijkheden daarvoor (waaronder de bestaande glastuinbouwgebieden en de voorziene ontwikkelingen daarvoor) is aangemerkt als een van de provinciale belangen.

Omgevingsprogramma Provincie Flevoland (vastgesteld 27-02 2019) In dit Omgevingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd.

Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor).

De provincie wil verdere grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken en deze deels zelf ter hand nemen, samen met partners. De provincie is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio's onvoldoende ruimte is. De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling. Samen met partners binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid.

Landelijk gebied De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften. Het landelijk gebied moet vitaal blijven. Ook in Flevoland is sprake van verdergaande schaalvergroting en herstructurering van de landbouw. De provincie wil agrarische bedrijvigheid die zich in de eerste plaats richt op duurzame productie en verwerking van landbouwproducten optimale ontwikkelingskansen geven. Bovendien wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied om het economisch draagvlak te verbreden en deze te verweven met de bestaande landbouwfunctie. In de beleidsregel

bestemmingsplan (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn de voorwaarden en maatvoering concreter uitgewerkt. Verder moet er voldaan worden aan een goede ruimtelijke ordening, waaronder een landschappelijke inpassing en een goede verkeersafwikkeling.

De landbouw verandert in hoog tempo van een beschermde en ondersteunde sector naar een sector die moet concurreren op de wereldmarkt. Bedrijven reageren hierop met schaalvergroting, specialisatie, intensivering en een verschuiving van akkerbouw naar veehouderij. Ook zijn er bedrijven die oplossingen zoeken in verbreding van de bedrijfsvoering, zoals verwerking van agrarische producten, het telen van energie- of andere gewassen, mestvergisting, recreatie en toerisme. De provincie wil de agrarische sector in de verdere ontwikkeling faciliteren en ondersteunen. In een duurzame, vitale landbouwsector ontstaan er meer mogelijkheden voor de ontwikkeling van andere economische functies in het landelijk gebied. De provincie handhaaft de concentratie van glastuinbouw in de gebieden bij Almere, Luttelgeest en Ens. In deze glastuinbouwgebieden kunnen bijbehorende activiteiten als verwerking, verpakking en logistiek gevestigd worden. Uitbreidingsmogelijkheden zijn er alleen bij Luttelgeest/Marknesse en Ens. Hier is ook herstructurering en revitalisering nodig om de concurrentiepositie voor de toekomst veilig te stellen. De bestaande infrastructuur, wateropvang, energiebehoefte, energiebesparingsmethoden en afvalwaterverwerking moeten daarbij duurzaam en toekomstgericht worden ingericht. Ook de landschappelijke inpassing is een aandachtspunt, in het bijzonder voor wat betreft lichthinder.

De provincie ondersteunt het revitaliseringsproces. Buiten de glastuinbouwgebieden is alleen teeltondersteunend glas toegestaan. De maatvoering is opgenomen in de beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied.

Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied De beleidsregel 'kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied' biedt het kader voor verschillende ontwikkelingen in het landelijk gebied. Als het beleidskader van het Omgevingsplan en deze beleidsregel te beperkend blijken voor ontwikkelingen die bijdragen aan de vitaliteit van het landelijk gebied, dan is de provincie bereid dat kader op experimentele basis te verruimen. Voorwaarde is dan wel dat hieraan een tussen gebiedspartners overeengekomen integraal plan voor dat gebied ten grondslag ligt, waarin een kwaliteitsimpuls voor het gebied wordt aangetoond. De provincie kan aan de verruiming van het regime de voorwaarde stellen dat verevening plaatsvindt van kosten en opbrengsten van onderdelen van het plan of programma.

Een gebiedsplan om het planologisch regime te verruimen moet inzicht bieden in: de ambities voor het versterken van de vitaliteit van het landelijk gebied; het waarborgen en verbeteren van de kwaliteit van het landelijk gebied (natuur, landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, extensieve vormen van recreatie), bijvoorbeeld door eisen van verevening en randvoorwaarden voor nieuwe functies te stellen; de wijze waarop met de bestaande situatie en functies in het gebied wordt omgegaan; de wijze waarop hierbij omgegaan wordt met natuurwaarden (saldobenadering); de wijze waarop het experiment past binnen de ontwikkelingsvisie 2030 en bijdraagt aan de provinciale opgaven voor de speerpunten. Conclusie provinciaal beleid In de provinciale omgevingsvisie FlevolandStraks worden geen specifieke uitspraken gedaan over glastuinbouwgebieden. De omgevingsvisie staat het plan niet in de weg. In het Omgevingsprogramma Provincie Flevoland wordt aangegeven dat de provincie concentratie van glastuinbouw in de gebieden bij Almere, Luttelgeest en Ens wordt gehandhaafd.Uitbreidingsmogelijkheden zijn er alleen bij Luttelgeest/Marknesse en Ens.

14

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 Herstructurering en revitalisering in de glastuinbouw zijn nodig om de concurrentiepositie voor de toekomst veilig te stellen. De bestaande infrastructuur, wateropvang, energiebehoefte, energiebesparingsmethoden en afvalwaterverwerking moeten daarbij duurzaam en toekomstgericht worden ingericht. Het plan is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Noordoostpolder 2025 In de structuurvisie 2025, die is vastgesteld op 9 december 2013, wordt de visie van de gemeente Noordoostpolder op de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van de Noordoostpolder geschetst. De structuurvisie is vooral bedoeld om te enthousiasmeren, te verleiden en te inspireren en andere partijen als het ware uit te nodigen om te komen met initiatieven en investeringen. De opgave ten aanzien van het landschap is het ontwikkelen van een stimulerend beleid voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de cultuurhistorische waarden van een gebied. De keuze óf ontwikkelingen mogelijk zijn is minder belangrijk dan wáár deze ontwikkeling een plek kan krijgen.

Conclusie gemeentelijk beleid Met dit plan wordt een gebied ingericht als glastuinbouwgebied, zoals dat reeds 10 jaar is beoogd. Het verschil zit erin dat het nieuwe bestemmingsplan ruimte biedt aan moderne, grootschalige glastuinbouwbedrijven. Er is een concrete aanleiding om dit plan op te stellen, passend bij de wensen en eisen van twee initiatiefnemers die voornemens zijn hun bedrijf hier te vestigen. De geldende stedenbouwkundige randvoorwaarden, zoals de bebouwingszones van 78, 103 en 200 meter afstand tot de omringende wegen, blijft in dit nieuwe bestemmingsplan gehandhaafd.

bestemmingsplan (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1

Milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk', in gemengd gebied wordt de richtafstand met één afstandsstap verlaagd. Voor een rustige woonwijk geldt een gemiddelde geluidbelasting op woningen van 45 dB ten opzichte van 50 dB in een gemengd gebied. Daarmee komt de normstelling in een gemengd gebied overeen met de normen uit het Activiteitenbesluit.

Onderzoek Dit bestemmingsplan maakt het moderniseren van de mogelijkheden voor glastuinbouwbedrijven in een grootschalig glastuinbouwgebied mogelijk. De beoogde activiteiten zijn ook op basis van het geldende bestemmingsplan al mogelijk. De ruimte bouwmogelijkheden zijn wel gericht op een hogere productie en met een daarmee samenhangende verhoogde verkeersgeneratie en distributieactiviteiten en eventueel meer grootschalige stookinstallaties. Al deze functies zijn momenteel ook al mogelijk en worden in het vergunningenspoor aan normen gebonden. De woningen in en direct nabij het plangebied liggen allemaal in en aansluitend aan dit glastuinbouwgebied. Gezien de ligging een intensief agrarisch (glastuinbouw)gebied, omringd door akkerland, kassen, bedrijvigheid en enkele woningen, kan de omgeving getypeerd worden als gemengd gebied. Glastuinbouwbedrijven kennen geen grote mate van hinder voor de omgeving. Deze bedrijven vallen in milieucategorie 2. Conform de VNG-publicatie geldt voor glastuinbouw een richtafstand van 30 meter tot gevoelige functies in een rustige woonwijk. Dit gebied is echter aangemerkt als gemengd gebied, waarbij de richtafstand met een afstandsstap verlaagd kan worden, naar 10 meter. Aan deze afstand tussen de beoogde nieuwbouw en de bestaande woonpercelen kan voldaan worden.

Aandachtspunt bij de beoordeling op basis van richtafstanden is wel dat er in de VNG-brochure wordt uitgegaan van gemiddelde bedrijfsvoering. Binnen het plangebied is sprake van relatief grootschalige bedrijven met een sterk geconcentreerde distributie en potentieel gecombineerde installaties. De distributie van producten en de continu geluidsbronnen van bijvoorbeeld stookinstallaties zijn voor de bedrijven maatgevend voor eventuele hinder ter plaatse van woningen. Een distributiebedrijf valt onder milieucategorie 3.1, waarbij een richtafstand van 50 meter wordt aangehouden in een rustige woonwijk. Omdat het plangebied is aangemerkt als gemengd gebied, wordt de richtafstand met één afstandsstap verlaagd tot 30 meter. De distributie vindt plaats aan de zijde van de Baarloseweg, via een nieuw aan te leggen parallelweg. De woningen aan de Baarloseweg liggen op meer dan 30 meter vanaf deze parallelweg en op nog grotere afstand van het laden en lossen. Onevenredige hinder op dit vlak is daarom ook in redelijkheid uitgesloten.

16

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

De (stook)installaties moeten op minimaal 103 meter vanaf de Baarloseweg worden gesitueerd op basis van dit bestemmingsplan. Daarmee is ook op dit punt gewaarborgd dat deze op voldoende afstand van woningen komen. Hier geldt dat het Activiteitenbesluit waarborgt dat de geluidbelasting binnen de normen blijft. Dit is door het toepassen van geluidsreducerende maatregelen altijd mogelijk.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de omliggende woningen ook in de toekomstige situatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect milieuhinder staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Vanuit een goede ruimtelijke ordening zijn er dan ook geen belemmeringen voor de gemoderniseerde regels.

4.2

Verkeer en parkeren

Verkeerstechnische inpassing De ontsluiting voor motorvoertuigen vindt plaats op de Baarloseweg, die direct aansluit op de provinciale weg N715/Oosterringweg. In juli 2021 zijn verkeerstellingen uitgevoerd op de Baarloseweg en de Baarlosedwarsweg. Uit de tellingen blijkt dat op een gemiddelde werkdag de verkeersintensiteit op de Baarloseweg, ter hoogte van het kruispunt, op 385 motorvoertuigen ligt. De verkeersintensiteit op de Baarlosedwarsweg ligt op een gemiddelde werkdag op 64 motorvoertuigen. Gezien het feit dat aan de wegen (Baarloseweg en Baarlosedwarsweg) alleen bestemmingen zijn gelegen, er naar verwachting geen andere grote ontwikkelingen in het gebied zullen plaatsvinden en dat de weg geen doorgaand verkeersroute betreft, kan worden aangenomen dat de verkeersintensiteit de komende 10 jaar niet significant zal toenemen. In eerste instantie wordt een verkeersaantrekkende werking ten gevolge van de ontwikkeling van circa 180 vervoersbewegingen van licht verkeer per etmaal verwacht. Daarnaast wordt er rekening gehouden met 38 vervoersbewegingen van zware vrachtwagens per etmaal. Personeel komt voor een groot deel uit de directe omgeving, waarmee verkeersbewegingen tot een minimum worden beperkt. De afwikkeling van het gemotoriseerd verkeer vindt plaats via de westelijke aansluiting op de Baarloseweg, richting de N715/Oosterringweg (zie figuur 4.1).

Deze aantallen kunnen worden gerelativeerd met de wetenschap dat op grond van dit bestemmingsplan niet een veel grotere hoeveelheid verkeer wordt gegenereerd dan op basis van de vigerende planologische mogelijkheden. Het totaal komt, ter plaatse van de aantakking van de nieuwe ontsluiting tot aan de N715/ Oosterringweg, op 500-600 verkeersbewegingen per etmaal. Ten oosten van de nieuwe ontsluiting blijft de verkeersintensiteit met minder dan 400 motorvoertuigen zeer laag. Het plan ligt in een grootschalig glastuinbouwgebied. De ontsluitingsstructuur is hierop afgestemd en voldoende gedimensioneerd. Ten aanzien van de oversteek voor het fietsverkeer richting de Baarlosedwarsweg is onderzoek uitgevoerd (Bijlage 4). Uit dit onderzoek blijkt dat er circa 300 fietsbewegingen per dag zullen gaan plaatsvinden met betrekking tot deze oversteek. Omwille van de gemeten hogere snelheid van motorvoertuigen op de Baarloseweg, zal de oversteek verhoogd worden uitgevoerd en wordt er zorggedragen voor een goede zichtbaarheid.

bestemmingsplan (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

Figuur 4.1 Ontsluiting van het plangebied

Parkeren Ten aanzien van parkeren geldt dat er in de regels (artikel 11.1) is opgenomen dat bij een ontwikkeling moet worden voorzien in voldoende parkeerruimte en voldoende laad-/losgelegenheid. Er wordt in algemene zin verwezen naar de gemeentelijke parkeernormen. Tevens is een specifieke parkeernorm opgenomen ten behoeve van glastuinbouwbedrijven. De bij glastuinbouw te hanteren parkeernorm betreft 1,8 parkeerplaats per hectare glas. Indien niet aan de parkeernormen wordt voldaan, mag de beoogde bebouwing niet worden gebouwd en niet in gebruik genomen. Met de uiteindelijke inrichting van het plangebied dient hier rekening mee gehouden te worden. Om de beoogde kassen te kunnen bouwen en gebruiken is het noodzakelijk een nieuwe ontsluitingsweg aan te leggen. In de regels is vastgelegd dat de bijbehorende overige bedrijfsbebouwing terugliggend moet worden gesitueerd ten opzichte van de kassen; daarmee ontstaat voldoende ruimte om te kunnen voorzien op voldoende parkeergelegenheid en laad-/losruimte op eigen terrein.

4.3

Geluid

Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als er geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen. Er zijn er geen spoorwegen of geluidszoneringsplichtige industrie aanwezig, dus alleen het aspect 'wegverkeerslawaai' is aan de orde.

Beleid en normstelling wegverkeerslawaai Wettelijke geluidzone wegen Woningen worden door de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) als geluidgevoelige functie aangemerkt. Indien nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dan is volgens de Wgh akoestisch onderzoek verplicht indien deze worden geprojecteerd binnen de geluidzone van een weg. Daarnaast dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening aannemelijk te worden gemaakt dat ook sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau wanneer de ontwikkeling is gesitueerd nabij niet gezoneerde

18

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 wegen (30 km/u wegen). Bij de realisatie van een nieuwe ontwikkeling nabij geluidgevoelige functies (woningen), moet worden beoordeeld of de daarmee gepaard gaande verkeerstoename op de omringende wegen, geen onaanvaardbaar geluidniveau op de woningen tot gevolg heeft.

Effecten van het plan op de geluidsituatie De toename van verkeer kan invloed hebben op bestaande geluidsgevoelige objecten in de omgeving. Het gaat in dit geval om een toename van 216 voertuigbewegingen per etmaal. De norm voor een significante invloed ligt op 1,5 dB. Vanaf deze toename is de invloed voor het menselijk gehoor hoorbaar. De ontwikkeling genereert extra verkeer met een intensiteit van 180 vervoersbewegingen van licht verkeer per etmaal. Daarnaast wordt er rekening gehouden met 36 vervoersbewegingen van zware vrachtwagens per etmaal. De huidige intensiteit op de N715 bedraagt 3.100 mvt/etmaal (geluidsbelastingskaarten Flevoland). Een criterium voor de toename van geluid is het reconstructiecriterium Wgh van 1,5 dB, wat neerkomt op een toename van 40%. De toename met 208 mvt/etmaal is op alle ontsluitende wegen verwaarloosbaar. De effecten van de uitvoering van dit bestemmingsplan op de geluidsituatie zijn dus niet significant.

4.4

Water

De initiatiefnemer heeft in een vroeg stadium overleg gevoerd met de waterbeheerder over het planvoornemen. Voorliggend plan maakt onderdeel uit van het totaalplan van Hoogweg. Het totaalplan voorziet op termijn in de uitbreiding van het kassengebied ten westen van de Baarlosedwarsweg. Op het vlak van het totaalplan is initiatiefnemer (met adviseurs) in overleg met het waterschap. Binnen het totaalplan zijn afspraken gemaakt over de uitgangspunten en randvoorwaarden in relatie tot de (her)inrichting van het watersysteem. Voorliggend plan maakt hier onderdeel van uit en is conform de afspraken. Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Voor het plangebied geldt verder dat er een wijzigingsbevoegdheid was opgenomen ten behoeve van de realisatie van een waterzuivering. Daar het niet (meer) de intentie is om in dit gebied een waterzuiveringsinstallatie te realiseren, is deze wijzigingsbevoegdheid in dit bestemmingsplan komen te vervallen.

Proces van de watertoets De ontwikkeling is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Zuiderzeeland (dossiercode 20200922-37-24302). Vanwege de specifieke aard van het plan is een nauwere betrokkenheid van het waterschap noodzakelijk. Hierna worden per aspect de effecten van het plan op de waterhuishouding behandeld. De inhoud van deze paragraaf is in overleg met het waterschap tot stand gekomen.

Inleiding Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de

bestemmingsplan (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water.

Wet- en regelgeving en beleid De belangrijkste wet- en regelgeving en beleid op het gebied van water is hier opgenomen.

KRW De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater.

Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw(WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren Waterwet De Waterwet is op 22 december 2009 in werking getreden. Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke

20

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 domein. Op grond van o.m. de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het gebiedseigen water wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken).

Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is vastgesteld op basis van de Waterwet en de Wet Ruimtelijke ordening (Wro). Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Belangrijke ambities hierin zijn het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. Het geeft maatregelen die in de periode 2016 - 2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Nederland voldoet met dit plan aan de Europese eisen beschreven in de KRW, de Richtlijn Overstromingrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS), het plan geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten.

Waterbeheerplan Waterschap Zuiderzeeland Het Waterbeheerplan 2016-2021 (WPB3) bevat langetermijndoelen (zichtjaar 2050), doelen voor de planperiode (2016-2021) en maatregelen die het waterschap (samen met gebiedspartners) uit gaat voeren. De doelen en maatregelen hebben betrekking op de kerntaken van het waterschap (waterveiligheid, schoon water, voldoende water) en het thema water en ruimte. Hierbij gaat het om reguliere werkzaamheden, zoals peilbeheer, onderhoud aan dijken en het zuiveren van afvalwater en om nieuwe ontwikkelingen.

Thema Veiligheid Het plangebied ligt niet buitendijks. Op basis van dit aspect zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Op basis van dit aspect zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Thema Voldoende Water Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van

bestemmingsplan (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden.

Randvoorwaarde(n) wateroverlast Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto met 1.076.000 m2 toe. Omdat deze toename groter is dan 2.500 m2 is compensatie noodzakelijk. Daarnaast wordt 4.862 m2 aan oppervlaktewater gedempt. Deze oppervlakte dient één op één te worden gecompenseerd.

Ontwerprichtlijnen compensatie toename verharding De oppervlakte te realiseren waterberging is gerelateerd aan de maximaal toelaatbare peilstijging in het peilvak en de netto oppervlakte nieuw te realiseren verharding. Het plangebied is gelegen in een peilgebied waarbij 4,0% respectievelijk 5,5% van de netto toename aan verharding als open water moet worden gecompenseerd. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Bij de hantering van de bergingsnorm (onderdeel van beleidsregel compensatie toename verharding en versnelde afvoer) gaat het om het benodigde oppervlak open water op de hoogte van het streefpeil. Afgesproken is om als norm voor de compensatie uit te gaan van een maximale afvoer vanaf de ontwikkeling van 1,5 l/s.ha. Oplossingen voor eventuele waterhuishoudkundige problemen worden bij voorkeur in het eigen projectgebied gevonden. Als dit niet mogelijk is, wordt dichtbij het projectgebied compensatie gezocht. Dit moet binnen hetzelfde peilgebied zijn of eventueel benedenstrooms.

De compensatie wordt niet later gerealiseerd dan de uitvoering van de rest van het plan. De reeds aanwezige ruimte voor berging mag niet afnemen. De compensatie wordt gerealiseerd middels aanleg van een watersysteem dat aangesloten wordt op het watersysteem van naastgelegen glastuinbouw fase 2. Onder voorwaarden kan het overschot aan waterberging van fase 2 verrekend worden met de compensatieopgave voor fase 3. De nadere uitwerking (dimensionering, berging en ontwerp) van het watersysteem vindt plaats in de procedure voor een watervergunning. Ook aanpassingen aan het bestaande watersysteem worden daarin meegenomen. Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste gronden oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties.

Randvoorwaarde(n) goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op

22

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is.

Anticiperen op watertekort Streefbeeld Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen.

Uitgangspunt In het hele beheergebied streeft het waterschap na dat de aanwezige functies worden gefaciliteerd door goed en voldoende water. Echter binnen een klimaatbestendig en robuust watersysteem past afhankelijkheid van wateraanvoer niet. Met het oog op toekomstige watertekorten is het wenselijk de hoeveelheid aanvoerwater zoveel mogelijk te beperken. Gietwaterbassins worden aangelegd voor opvang van hemelwater afkomstig van de kassen om zoveel mogelijk te voorzien in de gietwaterbehoefte. Ook het hemelwater van daken van bedrijfsgebouwen wordt afgevoerd naar de bassins. Uitgangspunt is een wateropslag van 3.000 m3 /ha glas. Op basis van het certificatieschema Groen label Kas komt dit overeen met 90% waterdekking. Dit ligt in lijn met het (concept)beleid voor gietwater, waarin het streven 70-90% is in een jaar met gemiddelde regenval. Momenteel maakt het plangebied deel uit van het wateraanvoergebied. Het huidige recht op water uit het wateraanvoersysteem vervalt voor het plangebied door de ontwikkeling. Bij een nieuwe vraag om water zal de mogelijkheid daartoe worden getoetst aan het dan geldende beleid met betrekking tot wateraanvoer en waterbeschikbaarheid van het waterschap.

Randvoorwaarde(n) Nieuwe watersystemen worden dusdanig ingericht dat ze zelfvoorzienend zijn. Uitbreiding van wateraanvoer bij de huidige functies is niet wenselijk. De afweging van wateraanvoer vindt plaats op basis van robuustheid, effectiviteit en efficiency. Hierbij geldt als uitgangspunt dat herverdeling van water binnen de polder de voorkeur heeft boven wateraanvoer van buiten de polder.

Thema Schoon Water Goede structuurdiversiteit Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied.

Uitgangspunt Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een

bestemmingsplan (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 ecologisch gezond watersysteem. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit.

Randvoorwaarde(n) nieuw oppervlaktewater Oppervlaktewater met een doelstelling voor goede chemische en/of biologische waterkwaliteit (vaak helder) wordt niet nadelig beïnvloed door water met een lagere waterkwaliteitsdoelstelling (vaak troebel).

Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor.

Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen.

Randvoorwaarde(n) Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon hemelwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Als hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het "Besluit bodemkwaliteit (BBK)" en/of de Waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland.

Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater wordt voorkomen. Afvalwater bestaat voor het grootste deel uit huishoudelijk afvalwater afkomstig van sanitaire voorzieningen. Het afvalwater wordt aangesloten op de persleiding voor het huishoudelijk afvalwater van de arbeidsmigrantenhuisvesting (fase 2). Dit stelsel voert het afvalwater af naar het rioolgemaal in Luttelgeest. De bedrijven recirculeren het drainwater. Voor bestaand gebied wordt gestreefd naar het afkoppelen van niet-vervuild verhard oppervlak van het rioolstelsel. Het ombouwen van bestaande gemengde rioolstelsels naar "zuiverend" gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Het afstromend hemelwater van wegen wordt zo nodig (als het als verontreinigd wordt beoordeeld door het waterschap) gezuiverd vóór lozing in oppervlaktewater.

24

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3

4.5

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient, in verband met de uitvoerbaarheid van een plan, rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd.

Onderzoek en conclusie In het kader van de ontwikkelingen binnen het plangebied is historisch bodemonderzoek (Bijlage 5) en verkennend bodemonderzoek (Bijlage 6 en Bijlage 7) uitgevoerd. Uit het onderzoek volgt dat er sprake is van mogelijke bodemverontreiniging in de vorm van asbestverdachtheid. Naar aanleiding van het eerste verkennend onderzoek is een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Een samenvatting van het nader bodemonderzoek is opgenomen als Bijlage 8. De Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek heeft de bodemonderzoeken in mei 2020 getoetst. Geconcludeerd wordt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgestelde bouw en het beoogde gebruik van het terrein. Er is sprake van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet Bodembescherming. Voorts dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd ten aanzien van asbest ter plaatse van de aangetroffen bijmenging met puin. Daarnaast is nader onderzoek noodzakelijk op DDT, DDE ter plaatse van enkele boringen. Op 16 september heeft de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek geadviseerd op het verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd voor enkele aanvullende percelen (Bijlage 9). Hierin is de bodem onderzocht als onverdachte locatie en is onderzoek uitgevoerd naar mogelijke aanwezigheid van asbest in de bodem. Er zijn geen sterke verontreinigingen aangetroffen.

Plaatselijk zijn twee sterke verhogingen met barium in het grondwater aangetroffen, deze zijn vermoedelijk van nature aanwezig. Vervolgens is aanvullend nader onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 10. Aangetroffen plaatselijke verontreinigingen zijn met dit onderzoek voldoende in beeld gebracht. Daarbij is verkennend asbestonderzoek uitgevoerd, waarmee geen verontreinigingen zijn aangetoond. Ook is een toevoeging gedaan op het rapportage van het in april 2020 uitgevoerde onderzoek en opgenomen als Bijlage 11. Algemene opmerking is dat er alleen onderzoek is verricht naar de aanwezigheid van PFAS bij het nader onderzoek, niet bij het verkennend onderzoek. In het geval dat grond en/of bagger wordt afgevoerd, dient de parameter PFAS alsnog te worden onderzocht.

4.6

Archeologie

Toetsingskader Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische

bestemmingsplan (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Glastuinbouw Luttelgeest / Marknesse, fase 3 waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Doelstelling van het Verdrag van Valletta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. Vanuit de provincie is het archeologiebeleid verankerd in de Omgevingsverordening Flevoland en het Erfgoedprogramma Flevoland; Erfgoed van de Toekomst. In het beleid zijn Provinciaal Archeologische & Aardkundige Kerngebieden (PArK'en), archeologische aandachtsgebieden en de Top-10 archeologische locaties aangewezen. Deze gebieden en locaties acht de provincie van provinciaal belang. Het projectgebied ligt niet binnen één van deze gebieden. De gemeente Noordoostpolder heeft op 1 oktober 2018 een (geactualiseerde) Archeologische beleidsadvieskaart opgesteld, op basis waarvan archeologisch onderzoek is uitgevoerd.

Onderzoek De (geactualiseerde) Archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Noordoostpolder geeft inzicht in de te verwachten archeologische waarden binnen het plangebied. Voor een klein deel van het plangebied geldt volgens de Archeologische beleidsadvieskaart de waarde WA-7, respectievelijk WA-8. Zie figuur 4.2.

Figuur 4.2

Uitsnede Archeologische beleidsadvieskaart

In oktober 2020 is het archeologisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 12). Eerst bureauonderzoek, met als conclusie dat de top van het dekzand op plaatsen op natuurlijke wijze is geërodeerd waardoor in die gebieden geen verwachting geldt voor het dekzandniveau. De gedeeltes waar de verwachting na het bureauonderzoek bleef gelden, is verkennend booronderzoek uitgevoerd. In het plangebied zijn enkele vondstmeldingen bekend, waaronder twee scheepswrakken. Beide scheepswrakken zijn in de jaren '40 reeds opgegraven en vervolgens verwijderd. Verder is er een vondstmelding van industrieel wit (Maastrichts) aardewerk. Op enkele honderden meters van het plangebied zijn vondstmeldingen bekend van onder andere een ijzeren lanspunt en nog een scheepswrak. Ook dit wrak is in de jaren '40 ontdekt en later

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2015/documents/33654