Transitievisie Warmte Noardeast-Fryslan 2021
Tekst van het document
HR-aardgas €0 € 1.600 €0 €0 € 340 €0 € 2.000
Hybride met groengas €3.300 tot €5.500
€ 21.400 tot € 39.100 € 3.700 tot € 5.200 -€ 3.400 tot -€ 6.300 € 26.000 tot € 46.000
€ 6.800 tot € 14.200 € 2.600 € 1.900 tot € 3.500 -€ 700 tot -€ 1.800 € 14.000 tot € 24.000
Jaarlijkse lasten De jaarlijkse lasten bestaan uit de kosten voor gas en elektriciteit (voor pandverwarming) evenals het vastrecht van de energieleverancier en de onderhoudskosten voor de warmtepomp of gasketel. In de prijs voor groengas in 2030 zit de SDE++ subsidie voor het stimuleren van duurzaam gas al inbegrepen. De voorspelde productieprijs van groengas in 2030 is €0,67 per kuub tegenover een aardgasprijs van €0,41 per kuub. De SDE++ trekt de prijs van groengas gelijk aan die van aardgas. De verschillen in energiebelasting op gas (zowel aardgas als groengas) en elektriciteit zijn nog groter in 2030.
29
Transitievisie Warmte
Vooroorlogse vrijstaande woning
HR-aardgas
Hybride met groengas
Onderhoud
€ 50
€ 50
Vastrecht
€ 310
€ 310
Aardgas
€ 2.400 tot € 3.310
€0
Elektriciteit
€0
€ 780 tot € 1.090
Groen gas
€0
€ 850 tot € 1.170
Totaal per jaar afgerond
€ 2.800 tot € 3.700
€ 2.000 tot € 2.650
Jaren 60-70 tussenwoning
HR-aardgas
Hybride met groengas
Onderhoud
€ 50
€ 50
Vastrecht
€ 310
€ 310
Aardgas
€ 1.070 tot € 1.470
€0
Elektriciteit
€0
€330 tot € 450
Groen gas
€0
€460 tot € 630
Totaal per jaar afgerond
€ 1.450 tot € 1.850
€ 1.150 tot € 1.450
Conclusie De doorrekeningen laten zien dat de nodige investeringen zich niet in een korte tijd laten terugverdienen met de besparing in jaarlijkse energiekosten. Hoewel de jaarlijkse energielasten dalen, kennen de investeringen terugverdientijden die langer zijn dan de levensduur van de hybride warmtepompen. Dit is deels een gevolg van het hoge eindverbruikerstarief van groengas ten opzichte van elektriciteit. Tegelijkertijd zijn er mogelijk verzachtende omstandigheden in de toekomst. Zo is er nu niet gerekend met de maximale kostendaling voor duurzame warmtesystemen en isolatiemaatregelen zoals voorspeld in het Klimaatakkoord. Ook zal de verduurzaming een positief effect hebben op de woningwaarde. Een beter energielabel resulteert gemiddeld in een waardevermeerdering van 4%, voor een gemiddelde woning zal dit dus rond de €14.000 zijn. Tot slot is er nu alleen rekening gehouden met de ISDE en SDE++ subsidie. Er is veel vraag naar meer financiële ondersteuning en de Tweede Kamer heeft recentelijk een motie aangenomen waarmee woonlastenneutraliteit bij het aardgasvrij maken van woningen een vereiste is geworden. Er is dus een grote kans dat er in nabije de toekomst meer vormen van financiële ondersteuning bij gaan komen.
Zo heeft het kabinet in september ’21 aangekondigd geld vrij te maken voor een Nationaal Isolatieprogramma (€514 miljoen), hybride warmtepompen (€288 miljoen) en maatschappelijk vastgoed (€525 miljoen). Bij de grote vrijstaande woning is nu berekend wat het isoleren van de gehele woning kost. Dit kan ook slechts het deel van de woning zijn waar veel geleefd wordt. Voor dergelijke woningen met een groot dak kan het financieel aantrekkelijk zijn om de hybride warmtepomp te combineren met eigen zonne-opwek. Dit resulteert op de langere termijn in lagere totaallasten. Tot slot kan het collectief inkopen of projectmatig laten isoleren van de hele straat - samen met de buren - van de jaren 60-70 woningen resulteren in een lagere investering (gemiddeld 10%). Al met al laat dit hoofdstuk zien dat het aardgasvrij maken van een gemiddelde woning op dit moment nog niet rendabel is. Echter, voor bepaalde woningen, bijvoorbeeld woningen die al goed geïsoleerd zijn, is het nu al wel financieel aantrekkelijk om over te stappen op een duurzaam alternatief. Bovendien zullen op termijn de kosten van het aardgasvrij maken van een woning dalen. Niet alleen zullen duurzame warmtesystemen goedkoper in aanschaf worden door massaproductie, maar ook zal aardgas duurder worden door verschuivingen in belastingen. Daarnaast wordt er extra financiering verwacht vanuit het Rijk.
Het Dashboard Eindgebruikerskosten geeft dan ook aan dat het voor woningen met een gemiddelde schillabel vanaf 2030 goedkoper wordt om over te stappen naar een (hybride) warmtepomp. Op de lange termijn zal de warmtetransitie dus ook vanuit financieel perspectief aantrekkelijk worden. Het is echter raadzaam om ook al voor 2030 de eerste stappen te zetten, met name isolatie, zodat op termijn de woning helemaal aardgasvrij kan worden gemaakt.
30
Transitievisie Warmte
8 Handelingsperspectief De gemeente Noardeast-Fryslân gaat over op hoofdzakelijk individuele oplossingen mogelijk aangevuld met enkele middelgrote collectieven gevoed door aquathermie en restwarmte. Voor de individuele systemen betekent dit dat u als inwoner of ondernemer zelf kunt kiezen wanneer en met welke techniek u over gaat. Natuurlijk krijgt u hierbij informatie en ondersteuning van de gemeente, het Duurzaam Bouwloket en financiële steun vanuit het Rijk. We nemen u graag mee in wat u nu al kunt doen en welke stappen u in de komende jaren kunt zetten. We bespreken algemene informatie over isoleren evenals welke kansen en uitdagingen er liggen voor specifieke woningen in de gemeente. Dit doen wij aan de hand van een vijftal referentiewoningen die veel in de gemeente voorkomen. Tot slot vertellen we u wat de gemeente nu al aan informatie en ondersteuning biedt en delen we relevante websites voor het vinden van meer informatie.
8.1 Verduurzamen in stappen De start: isoleren Isoleren is de eerste stap in het verduurzamen van een woning of gebouw. Isoleren betekent het aanbrengen van materiaal in, of aan uw woning of gebouw waardoor er minder warmte verloren gaat. Dit betekent dat u, na geïsoleerd te hebben, minder warmte nodig heeft om uw woning of gebouw te verwarmen, waardoor uw maandelijkse energielasten ook dalen. We willen alle panden in Nederland beter isoleren om onze gezamenlijke warmtevraag terug te dringen. Want duurzame warmte en stroom zijn (nog) schaars en wat niet gebruikt wordt, hoeft ook niet opgewekt te worden. Isoleren is in de meeste gevallen maatwerk: er is immers een grote variatie aan woning- en gebouwtypen. Daarom is het goed op een energiecoach of -adviseur in te schakelen om inzicht te krijgen in de isolatiemaatregelen die u het beste kunt treffen, passend bij uw woning. In de gemeente Noardeast-Fryslân is isoleren extra belangrijk omdat we verwachten dat veel woningen overgaan op laagtemperatuurtechnieken zoals de individuele elektrisch warmtepomp, hybride warmtepomp en kleine collectieven. Bij dit temperatuurniveau is isoleren noodzakelijk om woningen comfortabel te verwarmen in de winter. Ook bij een overstap op groengas of waterstof is isoleren gewenst, omdat deze duurzame bronnen beperkt beschikbaar zijn.
Door goed te isoleren kunnen is minder groengas en waterstof nodig, waardoor meer mensen door de zelfde bron verwarmd kunnen worden. Wanneer u uw woning of pand isoleert, dalen uw energiekosten en stijgt het comfort. Ook verlaagt isolatie de piekvraag op koude winterdagen, wat gunstig is voor het elektriciteitsnet en de technische levensduur van uw warmtesysteem. Het isoleren van een gebouw kan op verschillende manieren. Grofweg is isolatie in te delen in vloer-, muur-, dak- en glasisolatie. In figuur 8.1 geven we daarvan een aantal voorbeelden. Of een gebouw goed geïsoleerd is, ziet u onder andere aan het bouwjaar en energielabel. Vanaf 2021 is het verplicht om bij de verkoop van een woning het energielabel te vermelden. Momenteel is van veel woningen het energielabel nog niet bekend. Het bouwjaar van een gebouw geeft daarom ook een goede indicatie voor de mate van isolatie. Over het algemeen geldt: hoe ouder de woning, hoe slechter de isolatiewaarde en hoe hoger de benodigde temperatuur om de woning te kunnen verwarmen in de huidige situatie. Het bouwjaar is ook van invloed op welke Figuur 8.1: overzicht isolatie mogelijkheden
31
Transitievisie Warmte
isolatiemaatregelen er technisch getroffen kunnen worden. In bijlage 4 is meer te lezen over isolatie in relatie tot de bouwjaren van woningen. Toekomstbestendig verduurzamen Bij de te nemen stappen per woning maken we onderscheid tussen no-regret of ‘geen-spijt’ maatregelen en andere maatregelen. Deze no-regret stappen zijn altijd en voor ieder type woning in Noardeast-Fryslân nuttig, dragen bij aan het wooncomfort en zijn stappen richting een aardgasvrije woning. Daarbij zijn deze stappen te nemen zonder dat men al weet op welk alternatief voor aardgas een woning over gaat. Ook verdienen deze stappen zichzelf terug binnen een klein aantal jaren. In het kader hieronder hebben wij een zevental van deze no-regret maatregelen opgenomen. Naast deze maatregelen, is het verduurzamen van een woning grotendeels maatwerk en zijn de overige maatregelen dus woning en situatie specifiek. Een groot deel van isolatiemaatregelen laten zich niet in korte tijd terugverdienen. In paragraaf 8.2 gaan we verder in op de specifieke technische en organisatorische kansen voor enkele referentiewoningen in de gemeente. Voor verder advies kunt u terecht bij uw het Duurzaam Bouwloket of een installateur, zie paragraaf 8.3.
No-regret maatregelen Maatregel 1: vul een lege spouw met spouwmuurisolatie Heeft u een spouwmuur en is deze nog niet geïsoleerd? Laat deze dan vullen met spouwmuurisolatie. Spouwmuurisolatie verdient zich snel terug en is makkelijk aan te brengen zonder dat het grote aanpassingen vereist. Maatregel 2: Onderzijde vloer of kruipruimte isoleren Wanneer u toegang heeft tot de onderzijde van uw vloer of een kruipruimte kunt u deze betrekkelijk gemakkelijk isoleren. Er zijn verschillende opties zoals isolatiefolie, -schuim of -chips. Maatregel 3: vervang enkel of dubbel glas met HR++ of HR+++ glas (en isolerende kozijnen) Bij enkel of ouder dubbel glas kunnen de ramen vervangen worden voor HR++ of HR+++ glas. De installatie van HR+++ glas is duurder, maar heeft u een verder een goed geïsoleerde woning en denkt u erover om over te stappen op een warmtepomp dan is dit de investering waard. Voor een overstap op laagtemperatuur warmte wordt HR+++ glas daarom aangeraden. Woont u in een slechter geïsoleerde of moeilijk te isoleren woning, maar wilt u graag uw energierekening omlaag brengen dan is HR++ glas een goede optie. Maatregel 4: Combineer elektrische warmtesystemen (en/of conductie kookplaat) met zonneopwek Als uw overgaat op een (hybride) warmtepomp of koken met inductie, combineer dit dan met zonnepanelen.
Het combineren van duurzame warmtetechnieken met een elektriciteitsvraag met eigen opwek, verkort de terugverdientijd. Maatregel 5: installeer warmteterugwinning (WTW) bij ventilatie Een belangrijke maatregel die samen gaat met isolatie is het aanleggen van goede ventilatie. Als u bij een grotere aanpak (bijvoorbeeld verbouwing) ventilatie aanlegt, neem dan gelijk balansventilatie of ventilatie met WTW. Deze verdient zich snel terug en bespaart een hoop energie. Maatregel 6: neem een douche met WTW Neemt u een nieuwe douche? Of gaat u de badkamer verbouwen? Installeer dan gelijk een douche met WTW. Een douche met WTW vangt de warmte van het weglopende douchewater op om het water dat gebruikt wordt om te douchen voor te verwarmen. Bij een verbouwing van de badkamer kan deze maatregel goed meegenomen worden. Maatregel 7: Wie het kleine niet eert… Er zijn meerdere kleine maatregelen die iedereen kan treffen en slechts een zeer kleine of zelfs geen investering vragen. Toch kunnen dit soort maatregelen resulteren in een lagere energierekening. Voorbeelden hiervan zijn het dichten van kieren, het aanbrengen van tochtstrippen en radiatorfolie, het verlagen van de watertemperatuur van de cv-ketel of het plaatsen van radiatorventilatoren.
32
Transitievisie Warmte
8.2 Verduurzamen van referentiewoningen Het verduurzamen van woningen is maatwerk. De mogelijkheden zijn afhankelijk van de beginstatus van de woning. Zoals eerder aangegeven, bepaalt het bouwjaar in grote mate wat er nodig en mogelijk is bij het isoleren van een woning. Daarnaast bepaalt het type pand, gebruik en de locatie welke specifieke kansen er zijn met betrekking tot de warmtetechniek én of er gezamenlijk met buren verduurzaamd kan worden (de organisatie). In deze paragraaf bekijken we de uitdagingen en kansen die er zijn voor enkele referentiewoningen die veel in de gemeente voorkomen. Referentiewoningen en bouwkenmerken in Noardeast-Fryslân Noardeast-Fryslân bestaat uit 2 grotere kernen, een aantal middelgrote en kleine dorpen en een groot buitengebied. In de dorpskernen staan veel zeer oude, vooroorlogse panden en in de meeste dorpskernen zijn meerdere monumenten/stadsgezichten te vinden. Daaromheen zien we jongere clusters met panden uit de jaren 60/70 en jonger. De bouwjaren van de panden in de lintbebouwing en het buitengebied zijn zeer gevarieerd. Om de inwoners van Noardeast-Fryslân een eerste idee te geven van de verduurzamingsopgave hebben we vijf referentiepanden gedefinieerd. Onder deze referentiepanden kunnen een groot deel van de woningen en gebouwen in de gemeente geschaard worden. De referentiewoningen zijn: 1.
Oude boerderij en/of vrijstaande woning in het buitengebied 2. Monumenten en/of vooroorlogse panden dorpskern 3. Gelijksoortige jaren ‘60-‘70 woningen in de dorpen 4. Jongere dorpsranden vanaf late jaren ‘80 5. Utiliteitsbouw (mix van nieuw en oud) Per gebouwtype beschrijven we de kernmerken, uitdagingen en kansen rondom verduurzaming. Oude boerderij/vrijstaande woning in het buitengebied In het buitengebied zien we veel zeer oude, vrijstaande woningen, veelal grote boerderijen. Deze vrijstaande panden hebben vaak geen, of nauwelijks isolatie. Dit betekent dat dak, vloer en muren moeten worden geïsoleerd en enkel glas vervangen moet worden door minimaal HR++ glas. Dit is een lastige en dure opgave. Dat komt doordat de muren meestal geen spouw hebben, de vloeren geen kruipruimte en de daken en geveloppervlakten groot zijn. Het isoleren zal daarom moeten gebeuren op momenten dat bewoners al iets aanpakken in de woning en een logische combinatie kan worden gemaakt met het treffen van isolatiemaatregelen. Voor grotere vrijstaande woningen kan het ook een goede keuze zijn om alleen het leefgedeelte van de woning te isoleren. De geschikte duurzame alternatieven voor aardgas voor dit type woning in Noardeast-Fryslân zijn de hybride warmtepomp of individuele hoogtemperatuurwarmtetechnieken. Deze laatste technieken zijn nog in ontwikkeling.
Voorbeelden hiervan zijn groengas (HR-ketel), hoogtemperatuur individuele warmtepompen of zonnecollectoren met opslag in een Hocosto. De hybride warmtepomp kan nu al worden toegepast en kan worden gecombineerd met de bestaande warmtetechniek(en) in de woning. Zo kan de hybride warmtepomp worden gecombineerd worden met een HR-ketel op aardgas maar ook een hout- of gaskachel. Voordat de overstap wordt gemaakt, moet de woning (of het leefgedeelte) minimaal een isolatiewaarde hebben overeenkomstig met schillabel D of hoger. Zo niet, wordt alsnog het merendeel van de tijd op gas gestookt. Houd er rekening mee dat de warmtepomp in de buurt van de hr-ketel moet komen te staan. Daarnaast komt buiten de woning een apparaat dat qua formaat en uiterlijk vergelijkbaar is met een airco. Dit is het geval bij een lucht-warmtepomp, dit gaat niet op voor bodemgekoppelde warmtepomp). De verwachting is dat dit type woningen evenals monumenten, niet op korte termijn van het aardgas afgaan. Soms kan er warmte gewonnen worden op het terrein zelf. Denk bijvoorbeeld aan individuele bodemlussen, biogas uit mest of warmte uit melk. Een andere bijzondere kans voor dergelijk woningen is de ruimte. Er is vaak veel ruimte voor zonne-opwek.
Het combineren van eigen zonne-opwek met een warmtesysteem die om elektriciteit vraagt zoals een hybride warmtepomp of hoogtemperatuur warmtepomp, biedt financieel voordeel.
33
Transitievisie Warmte
Uitdagingen en kansen oude boerderijen/vrijstaande woningen in het buitengebied Uitdagingen - Slechte isolatiewaarde - Geen spouw of kruipruimte aanwezig - Groot dak, gevel en vloeroppervlak om te isoleren - Weinig opties voor collectieve warmtesystemen of een collectieve aanpak Kansen + Groot dakoppervlak, dus mogelijkheden voor zonne-opwek + Ruimte voor individuele bodemsystemen + Alleen leefgedeelte isoleren + Specifieke warmtebronnen voor buitengebied zoals biogas uit mest of warmte uit melk Monumenten/zeer oude panden dorpskern In de dorpskernen zien we veel oude panden. In Noardeast-Fryslân zijn daarbij veel monumentale panden en beschermde stadsgezichten te vinden. Naast woningen zijn veel van deze panden utiliteitsbouw, met name winkels. De schil (de schil bestaat uit het dak, gevel, vloer en kozijnen met daarin paneel, glas of deur) van deze panden komt overeen met de schil van de oude panden in het buitengebied: de isolatiewaarde is erg slecht en de panden hebben vaak geen spouwmuur of kruipruimte. Daarnaast betekent de monumentale status dat het veranderen van de constructie of het plaatsen van zichtbare warmtesystemen vaak niet toegestaan is. Tot slot moet er vaak een omgevingsvergunning aangevraagd worden. Dit betekent dat de technische mogelijkheden zeer beperkt zijn voor dit type woning. Dat maakt dit type referentiewoning de lastigste categorie.
Van de warmtetechnieken toepasbaar in Noardeast-Fryslân, is de overgang op groengas de meest voor de hand liggende optie voor deze panden. Deze panden worden dus niet op de korte termijn aardgasvrij. De mogelijkheden wat betreft isolatie moeten per pand worden vastgesteld. Voor zowel Rijks- als gemeentemonumenten is er extra financiële ondersteuning. Lees meer in hoofdstuk 6 over de vergoedingsvrije leningen en regionale fondsen voor monumenten. Uitdagingen en kansen monumenten of oude panden in de dorpskernen Uitdagingen - Slechte isolatiewaarde - Geen spouw of kruipruimte aanwezig - Beperkingen in maatregelen die constructie of esthetische waarde van het pand beïnvloeden Kansen + Landelijk adviesorgaan gericht op monumenten + Leningen voor monumenten
Gelijksoortige jaren 60-70 woningen in de dorpen Rondom de dorpskernen zien we in de grote en middelgrote dorpen meerdere straten met rijtjeswoningen of twee-onder-één-kappers die in éénzelfde bouwperiode zijn opgetrokken. Veel van dit type woningen komt uit de jaren 60-70. In deze periode zijn in het gehele land grote aantallen woningen in een korte tijd gebouwd en is er homogeniteit in de bouwkenmerken door systeembouw en prefab. In veel straten rondom de dorpskernen in Noardeast-Fryslân zijn de woningen identiek. Het zijn deze jaren 60-70 woningen in bijvoorbeeld Dokkum, Kollum, Kollumerzwaag en Ternaard waar de woningcorporaties Thùs Wonen, Wonen Noordwest Friesland en Woon Friesland veel van hun bezit hebben. De homogeniteit in bouw en de aanwezigheid van de woningcorporaties biedt kansen voor het gezamenlijk of projectmatig isoleren van de woningen en/of inkopen van warmtepompen of zonnepanelen. Sinds 1965 worden er eisen gesteld aan de energetische kwaliteit van woningen. Toch zijn de woningen vanaf dan nog niet goed geïsoleerd in vergelijking met de huidige eisen die worden gesteld aan nieuwbouw. In de meeste gevallen werd er enkel glas geplaatst en slechts een klein deel van de daken en vloeren werd geïsoleerd. In deze woningen zien we ook veel ongeïsoleerde betonnen vloeren. Wel zijn de woningen voorzien van een spouw en kruipruimte.
Na-isolatie van de spouwmuur, vloer en dak in dit type woningen zorgt voor een grote verbetering en resulteert vaak in een label B. De woningen hebben meestal al dubbel glas dat is geplaatst door bewoners. Dubbel glas moet in de ruimtes die het meest worden verwarmd (zoals
34
Transitievisie Warmte
woonkamer, keuken en badkamer) worden vervangen voor minimaal HR++ glas. Dit kan gedaan worden op het moment dat de bewoner de kozijnen gaat vervangen. De woningen binnen deze categorie in het bezit van woningcorporaties zijn al, of worden in de komende jaren geïsoleerd tot label B of zelfs label A. In de gemeente zijn de hybride- of all-electric warmtepompen (waar kan) de meest geschikte warmtetechnieken voor dit type woningen. Daarnaast zijn er mogelijk kansen voor warmtenetten uit TEO en TEA in Dokkum, Kollum en Marrum maar deze zijn beter realiseerbaar in combinatie met jongere bouw. Het reeds geïsoleerde jaren 60-70 bezit van de woningcorporaties biedt hier mogelijkheden. Daarnaast is de bouwdichtheid in de gemeente van deze buurten niet hoog, maar voldoende voor lage temperatuur netten of kleine zeer lokale hoge temperatuur netten. Zowel voor de individuele als de collectieve technieken geldt dat er voordeel te behalen valt door samen met de buren of samen met de woningcorporatie de transitie te organiseren. Alle bewoners in een straat kunnen gezamenlijk hun woningen laten isoleren, of gezamenlijk warmtepompen (en zonnepanelen) aanschaffen. Dit kunnen zij zelf organiseren maar kan ook in samenwerking met het Duurzaam Bouwloket. Dankzij de homogeniteit zijn de benodigde isolatiemaatregelen en het vermogen van de warmtepomp hetzelfde.
In samenwerking met de woningcorporatie kan er nog meer voordeel behaald worden door grootschalige inkoop. Voor bewoners van gespikkeld bezit met een kleine beurs is er extra financiële steun om hen mee te laten verduurzamen met de plannen van de woningcorporatie. Gespikkeld bezit houdt in dat enkele particuliere woningen zich bevinden in een straat of woningcomplex met woningen van een woningcorporatie. Meer over deze Energiebespaarhypotheek is te vinden in hoofdstuk 6. Uitdagingen en kansen gelijksoortige jaren 60-70 woningen in de dorpen Uitdagingen - Gevel, vloer, dak en ramen moeten na-geïsoleerd worden - Bewoners hebben minder te besteden? Kansen + Homogeniteit in bouwkenmerken biedt kansen voor collectieve inkoop en organisatie + Veel woningcorporatiebezit biedt kansen om samen te werken + Kunnen betrekkelijk snel over op hybride verwarming Jongere dorpsranden met woningen vanaf de late jaren 80 Aan de buitenranden van dorpskernen zien we ook straten met jongere bouw vanaf de late jaren 80. Dit zijn hoofdzakelijk vrijstaande of 2-onder-1-kap woningen. Vanaf 1992 is in het Bouwbesluit een eis opgenomen voor de isolatiewaarde van een nieuwbouwwoning. Hierdoor zijn woningen gebouwd vanaf 1992 vaak al goed geïsoleerd. Bij woningen gebouwd vóór 1992 varieert de isolatiewaarde aanzienlijk en moet deze per woning worden vastgesteld.
In Nederland wordt daarom vaak een onderscheid gemaakt bij een techniekkeuze tussen woningen gebouwd ná 1992 en woningen gebouwd vóór 1992. In realiteit hoeft deze grens niet zo scherp te zijn en zijn ook veel woningen gebouwd na 1980 geschikt voor lage temperatuurwarmte. Omdat deze woningen al betrekkelijk goed geïsoleerd zijn, kunnen zij mettertijd overstappen op lage temperatuur warmtetechnieken. Er hoeft in principe geen na-isolatie plaats te vinden van gevel, dak en vloer (op een uitzondering nagelaten zoals enkele ongeïsoleerde betonnen vloeren). Wanneer de kozijnen aan vervanging toe zijn, zullen deze vervangen moeten worden door geïsoleerde kozijnen en op datzelfde moment kan de overgang van dubbel glas naar HR++ of triple glas worden overwogen. Voor de overstap naar all-electric plaatsvindt, moeten grotere radiatoren of vloerverwarming worden geplaatst. Ook is de overstap van mechanische ventilatie naar gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning aan te bevelen. In Noardeast-Fryslân kunnen de volgende laagtemperatuur warmtetechnieken worden toegepast: elektrische warmtepompen - individueel en kleine collectieven met diepere bodemlussen – en TEO en TEA netten voor Kollum, Dokkum, Oostmahorn en Burdaard.
Het zijn met name deze jongere woningen aan de randen van de kernen waar aquathermie warmtenetten een grotere kans van realisatie hebben omdat de businesscase gunstiger is voor woningen die gemakkelijker over kunnen op laagtemperatuurwarmte. Voor zowel de warmtenetten als individuele warmtepompen zijn de isolatiemaatregelen die getroffen moeten worden gelijk. Welk deel van de woning het beste geïsoleerd kan worden, verschilt per woning en kan worden nagevraagd bij het Duurzaam Bouwloket of een installateur. Om te controleren of de woning geschikt is voor een all-electric warmtepomp kan eerst worden geëxperimenteerd met het terugdraaien van de temperatuur van de HR-ketel. Er zal een zwaardere stroomaansluiting nodig zijn omdat een all-electric warmtepomp op koude dagen veel elektriciteit gebruikt.
35
Transitievisie Warmte
Ook moet de bewoner over gaan op koken op inductie als de bewoner van het gasnet afgekoppeld wil worden. Houd er rekening mee dat het deel van de warmtepomp dat in het huis geplaatst wordt, de grootte heeft van een koelkast. Dit komt door het voorraadvat voor warm water. De grootte, plaatsing en zichtbaarheid van de buitenunit is afhankelijk van of er gekozen wordt voor het gebruik van warmte uit de lucht of de bodem. Een nieuwe ontwikkeling in lage temperatuur individuele oplossingen is Triple Solar. Dit is een combinatie van PVT panelen en een warmtepomp. De techniek is nu nog betrekkelijk prijzig maar dit kan mogelijk veranderen in de toekomst. Deze combinatie resulteert in een beter rendement van de zonnepanelen en de warmtepomp heeft geen buitenunit met ventilator die geluid maakt. Ook voor dit type woningen geldt dat er financieel voordeel behaald kan worden als bewoners gezamenlijk inkopen. Uitdagingen en kansen jongere dorpsranden met woningen vanaf de late jaren 80 Uitdagingen - Echte overstap naar aardgasvrij betekent dat het warmte afgifte oppervlak vergroot moet worden: dit betekent dat er vloerverwarming of grotere radiatoren nodig zijn.
Daarnaast moet er een nieuw warmtesysteem (warmtepomp) aangeschaft worden Kansen + Reeds goed geïsoleerd + Kunnen betrekkelijk snel over op lage temperatuur verwarming + Homogeniteit in bouwkenmerken biedt kansen voor collectieve inkoop en organisatie Utiliteitsbouw (mix nieuw en oud) Naast woningen is 11% van de panden in de gemeente utiliteitsbouw. Dit zijn hoofdzakelijk winkels in de dorpscentra, enkele kantoorpanden, scholen, bedrijventerreinen en vakantieparken. De bouwjaren, opmaak en warmtevraag van deze panden lopen uiteen. Ook de utiliteitsbouw gaat over op aardgasvrij verwarmen. Daarnaast hebben bedrijven ook de bredere opgave om energie te besparen, duurzame energie op te wekken en hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Zo zijn kantoren wettelijk verplicht om vanaf 2023 minimaal een energielabel C te hebben. Ook is het voor bedrijven met een jaarlijks elektriciteitsgebruik van meer dan 50.000 KWh of een aardgasgebruik van meer dan 25.000 m3 verplicht om zelf energiebesparende maatregelen te nemen, de Energiebesparingsplicht. Dit is verplicht vanuit de Wet Milieubeheer. Om deze redenen is het verduurzamen van utiliteitspanden maatwerk en moet per pand bekeken worden wat de meest geschikte techniek is en welke isolatiemaatregelen getroffen nodig zijn. Ondernemers kunnen zich verenigen in een ondernemersfonds.
Een ondernemersfonds is een fonds van en voor ondernemers, waarbij de inzet naar rato verdeeld en beoordeeld kan worden. Via een ondernemersfonds kunnen ondernemers met elkaar kennis uitwisselen, mogelijk gezamenlijke inkopen organiseren of projecten organiseren door gebruik te maken van de gezamenlijke inzet. Een andere manier om ondernemers te stimuleren om duurzaamheidsmaatregelen te nemen kan in de vorm van eisen vanuit eigenaren van bedrijventerreinen aan de verduurzamingsopgave van nieuw te vestigen ondernemers. Ook kunnen kleine collectieven met WKO systemen een economische keuze zijn wanneer er een gunstige combinatie in warmte- en koudevraag gemaakt kan worden van verschillende bedrijven. Zo hebben bijvoorbeeld kantoorpanden en zorginstellingen een hoge koudevraag. Tot slot hebben utiliteitspanden soms zelf restwarmte over, zoals warmte van koelcellen bij supermarkten. Deze warmte kunnen zij terugwinnen voor eigen gebruik of cascaderen naar panden in de omgeving. Ondernemers kunnen belastingvoordelen krijgen als ze investeringen in energiebesparing van een bedrijfspand via de Energie-investeringsaftrek (EIA). Ook kunnen ondernemers gebruik maken van de Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE). Lees in hoofdstuk 6 meer over mogelijkheden voor financiële ondersteuning.
36
Transitievisie Warmte
Uitdagingen en kansen utiliteitsbouw Uitdagingen - Zeer uiteenlopende panden, gebruiken en warmtevragen dus verduurzamen is maatwerk Kansen + Soms gunstigere verhouding in warmte/koudevraag dan woningen + Mogelijk restwarmte van nabijgelegen utiliteitsbouw + Ondernemers kunnen zich verenigen in een ondernemersfonds en daarmee elkaar motiveren stappen te zetten
8.3 Waar kunt u terecht voor ondersteuning/informatie? Inwoners en ondernemers kunnen op verschillende kanalen terecht voor informatie over het verduurzamen van hun woning of gebouw:
Ten eerste kan je als inwoner terecht op de website van de gemeente. Op de website van de gemeente kan onder andere gevonden worden welke subsidies er binnen de gemeente beschikbaar zijn voor het nemen van duurzaamheidsmaatregelen en de plannen die spelen binnen de gemeente. Ook kunnen inwoners terecht bij het Duurzaam Bouwloket. Het Duurzaam Bouwloket geeft advies over verduurzaming. Ook zijn op de website van Duurzaam Bouwloket alle beschikbare subsidies en leningen voor verduurzaming van woningen en gebouwen te vinden. Op de site kunt u zich ook aanmelden voor gratis energieadvies aan huis. Als u zich aanmeldt, dan komt er een energieadviseur bij u thuis langs die u gratis adviseert over de verduurzamingsmaatregelen die u kunt treffen, bijvoorbeeld over de isolatiemaatregelen die het beste bij uw woning passen. Ten derde kun je als bewoner terecht bij verschillende sites van de overheid. Een voorbeeld is de website van Milieucentraal. Op deze website staan veel verschillende praktische tips vinden om duurzamer te wonen en leven. Doe daarbij de check op verbeterjehuis.nl. Met deze check is te zien welke stappen passen bij jouw woning en krijg je inzicht in mogelijke kosten. Monumentenhouders kunnen terecht bij Monumentenwacht Nederland.
Informatie over het verduurzamen van een woning is sterk in ontwikkeling. Daarbij is verduurzaming maatwerk per woning. Voorgaande websites zijn daarom een goede eerste start om je als bewoner te oriënteren en de eerste stappen te zetten.
37
Transitievisie Warmte
9 Uitvoeringsstrategie De Transitievisie Warmte geeft focus en richting aan de aanpak naar duurzame manieren van verwarmen en koken in de gemeente Noardeast-Fryslân. Wanneer deze visie is afgerond is dit geen eindpunt: vanaf dan gaat de gemeente verder met de uitvoering van de visie en het zetten van stappen richting aardgasvrij. Dat doen we samen met de belangrijkste partners, inwoners en ondernemers in de gemeente. Hoe we de komende jaren te werk gaan, beschrijven we in de uitvoeringsstrategie. De uitvoeringsstrategie is afgestemd op de kansen en ontwikkelingen die zich voordoen in de verschillende buurten en bedrijventerreinen. De uitvoeringsstrategie beschrijft de eerste stappen met daaraan gekoppelde acties om de weg naar een aardgasvrije gemeente in gang te zetten. In de uitvoeringsstrategie komt aan bod: - Wat de belangrijkste partners van de gemeente zijn in de uitvoering van de TVW, welke rol zij hebben en wat hun doelstelling is; - Wat de eerste stappen zijn die we in de startbuurten gaan zetten; - En welke overkoepelende activiteiten er op gemeenteniveau worden georganiseerd.
9.1 Samenwerking met partners De warmtetransitie vindt niet van de ene op de andere dag plaats. We gaan stap voor stap met elkaar aan de slag. De gebouwen en de infrastructuur moeten aangepast worden. Dit kan alleen als inwoners, ondernemers, de gemeente, woningcorporaties, netbeheerders Liander en Stedin, energie-initiatieven en alle andere organisaties samenwerken. Dit houdt in dat werkzaamheden en planningen op elkaar afgestemd moeten worden. Daarnaast brengt het ook een uitdaging met zich mee op het gebied van communicatie, participatie en financiering. Wie zijn de belangrijkste samenwerkpartners in de warmtetransitie? De gemeente Noardeast-Fryslân heeft een regierol in de warmtetransitie. Zoals in hoofdstuk 6 wordt beschreven heeft de gemeente Noardeast-Fryslân ervoor gekozen om in eerste instantie de rol van procesregisseur op zich te nemen, in combinatie met elementen van de integrale procesregisseur. De gemeente volgt het doel vanuit het rijk (het Klimaatakkoord) om in 2050 aardgasvrij te zijn. Dit kan en wil de gemeente niet in haar eentje doen. Zij heeft daarvoor de andere partners nodig, waaronder het Duurzaam Bouwloket voor de uitvoering van de adviesfunctie richting inwoners, Liander en Stedin voor de aanpassingen aan het netwerk en woningcorporaties Thús Wonen, Wonen Noordwest Friesland en WoonFriesland voor het verduurzamen van hun woningvoorraad.
De drie woningcorporaties Thús Wonen, Wonen Noordwest Friesland en WoonFriesland hebben daarnaast een eigen rol in de warmtetransitie. Het doel van de woningcorporaties is om blijvend kwalitatief goede en betaalbare woningen te bieden. Daarbij hebben zij doelstellingen op het gebied van duurzaamheid: Thús Wonen wil actief bijdragen aan een duurzame woon- en leefomgeving in Noordoost-Fryslân. Het doel van Thús Wonen is om uiterlijk in 2050 een CO2-neutrale woningvoorraad te hebben. De komende jaren gaan zij door met isoleren, zo veel mogelijk gelijktijdig met het geplande onderhoud aan de woningen. Voor de transitie naar aardgasvrij verwarmen hebben zij een aantal strategieën opgesteld, onderverdeeld naar exploitatietermijnen van de woningen, om desinvesteringen te voorkomen. Wonen Noordwest Friesland heeft zich op het gebied van duurzaamheid als doel gesteld om in 2021 gemiddeld energielabel B (<1,4EI) te behalen, in 2030 gemiddeld energielabel A en op lange termijn (2050) alle woningen CO2-neutraal te maken. Wonen NWF voert verschillende maatregelen uit die zorgen voor een betere energieprestatie van de woning. WoonFriesland wil actief bijdragen aan een duurzame woon- en leefomgeving. Het doel van WoonFriesland is om uiterlijk in 2050 een CO2-neutrale woningvoorraad te hebben. Zij doet dat door stapsgewijs haar woningportefeuille te verduurzamen.
De komende jaren gaat zij door met isoleren, zo veel mogelijk gelijktijdig met het geplande onderhoud aan de woningen, zodat haar gehele woningportefeuille in 2030 minimaal label B of beter heeft. De woningcorporaties Thús Wonen en Wonen Noordwest Friesland staan in contact met elkaar op het gebied van verduurzaming en stemmen bijvoorbeeld af over de projectmatige aanpak van verduurzaming. Zij hebben gezamenlijk prestatieafspraken met de gemeente Noardeast-Fryslân gemaakt, gericht op kennisdeling, afstemming, onderzoek en investeringen met als doel gezamenlijk de eerste stappen te zetten naar duurzamere woningen en woonomgeving. Ook zijn er prestatieafspraken gemaakt tussen de gemeente en WoonFriesland en heeft WoonFriesland uitgangspunten opgesteld voor de transitie naar een duurzame
38
Transitievisie Warmte
en betaalbare warmtevoorziening. Deze zijn gericht op voor huurders goed te begrijpen en gebruiksvriendelijke technieken, kosten en contractuele zaken. Liander en Stedin zijn als netbeheerders betrokken in de warmtetransitie in Noardeast-Fryslân. Liander is verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van het elektriciteitsnet en Stedin voor het gasnet. Aanpassingen van deze netten moeten aansluiten bij de keuzes die de gemeente maakt voor aardgasalternatieven. Daarbij moet rekening worden gehouden met de doorlooptijd en ruimtelijke impact van de netaanpassingen. Dit maakt Liander en Stedin belangrijke partners in de warmtetransitie. De netbeheerders beschikken daarnaast over data en kennis van energie, die kan helpen bij de te maken keuzes. Het doel van Liander en Stedin is om gezamenlijk te komen tot een maakbare en planbare warmtetransitie zodat de netten in de toekomst ook betaalbaar, betrouwbaar en bereikbaar zijn. Om te komen tot deze plannen is het belangrijk om de planning van de gemeente en woningcorporaties af te stemmen op die van Liander en Stedin. In de samenwerking tussen gemeente (met plannen voor de openbare ruimte), woningcorporaties en de netbeheerders is het inzicht krijgen in planning en timing belangrijk. Het net kan niet van de één op de andere dag op orde worden gebracht.
Er kan niet worden gesteld dat één van deze drie partijen per definitie leidend is in de warmtetransitie. Naar verwachting verschilt dat per deelgebied. Dat gaat samen met de uitdaging dat er niet een duidelijke agenda is met welke wijk wanneer van het aardgas afgaat. Dit komt mede doordat naar verwachting een relatief groot deel van de inwoners van de gemeente Noardeast-Fryslân over zullen gaan op individuele technieken. Hierdoor ligt in die gebieden een groot deel van de regie bij de bewoners. Tot slot is het Duurzaam Bouwloket een belangrijke partner in de warmtetransitie. Het Duurzaam Bouwloket helpt woningeigenaren verder met gratis en onafhankelijk advies over het energiezuinig, comfortabel en aardgasvrij maken van hun woning. Dit doen zij in opdracht van 130 Nederlandse gemeenten en in samenwerking met lokale initiatieven en uitvoerende bedrijven. Bovenstaande is geen uitputtende lijst van stakeholders, gaandeweg de transitie naar aardgasvrij spelen vele andere stakeholders eveneens een rol. Geen enkele stakeholder kan deze transitie zelfstandig bereiken, samenwerking is daarom noodzakelijk.
9.2 Inwoners en ondernemers meenemen in de transitie Draagvlak bij inwoners en ondernemers in de gemeente voor de warmtetransitie en energietransitie als geheel is een belangrijk element om de energietransitie in de gebouwde omgeving op gang te kunnen brengen of versnellen. Participatie van inwoners en ondernemers in de gemeente is daarmee essentieel. Dat kan in de vorm van actieve inwoners, bewonersinitiatieven of energiecoöperaties. Aandacht voor bottom-up Een bottom-up benadering is belangrijk omdat het bij de warmtetransitie gaat om samenwerking met de inwoners als gelijkwaardige partners. De bottom-up aanpak heeft ook belangrijke voordelen: het vergroot het draagvlak onder inwoners, het verhoogt de kosteneffectiviteit bij de ontwikkeling en de realisatie van het alternatief en het vergroot de praktische uitvoerbaarheid van de gekozen oplossing. We willen daarom inwoners die zelf stappen willen zetten richting aardgasvrij en handige, ondernemende inwoners stimuleren en ondersteunen om zelf aan de slag te gaan. Dit willen we bijvoorbeeld doen door het geven van de juiste informatie en het doorverwijzen naar mogelijke subsidies, mede vanuit het Duurzaam Bouwloket.
Daarbij gaat het zowel om bewonersinitiatieven die zich richten op praktische energiebesparingsmaatregelen (aardgasvrij ready maken van de woning), andere verduurzamingsinitiatieven in de wijk en om initiatieven die een concreet plan maken om de eigen wijk aardgasvrij te maken. Aandacht voor de verschillende kernen Daarnaast is gemeenschapszin of de Mienskip een belangrijk element in de transitie. In de gemeente zien we een hoge mate van dorpsbinding, sociale cohesie en organiserend vermogen. De dorpen verschillen vaak op voorhand al qua enthousiasme voor de warmtetransitie. Dit kan in positieve zin, dankzij een energiecoöperatie, dorpsbelangen of enthousiaste inwoners die als voorbeeld dienen voor omwonenden, maar kan ook andersom: een kern waarin juist veel weerstand is voor de transitie. We streven daarom als gemeente naar een eenduidige, objectieve stroom van informatie over de warmtetransitie, maar hebben daarbij aandacht voor de identiteit van de verschillende dorpen in de gemeente.
39
Transitievisie Warmte
Aandacht voor verschillende doelgroepen We hebben daarnaast ook gericht aandacht voor twee doelgroepen: de verhuizers/verbouwers en senioren. Bij deze twee doelgroepen is communicatie over de mogelijkheden van maatregelen richting aardgasvrij op natuurlijke, logische, momenten extra belangrijk. In de gemeente Noardeast-Fryslân is in totaal 50% van de inwoners 45 jaar of ouder. Circa 21% van de inwoners is 65 jaar of ouder. Het percentage ouderen ligt daarmee iets hoger dan het Nederlands gemiddelde (19%). Uit het onderzoek van het EIB4 komt naar voren dat onder senioren het draagvlak voor de warmtetransitie laag is. Dat komt doordat ouderen kritischer tegenover het aardgasvrij-beleid staan, waarbij de 65- tot 74-jarigen het meest kritisch zijn. Daarbij is gebleken dat ouderen minder bereid zijn investeringen te doen in hun eigen woning. Enerzijds komt dat door de leeftijd en de vraag of investeringen zich terug verdienen, anderzijds komt dat doordat ouderen vaak niet meer de financiële middelen beschikbaar hebben om investeringen te doen. Een gerichte communicatieaanpak voor deze doelgroep is daarom belangrijk, waarbij aandacht is voor: Het ondervangen van de beperkte financieringsmogelijkheden van senioren door het promoten van het gebruik van het Warmtefonds.
Het Warmtefonds maakt in 2021 leningen beschikbaar voor senioren die op basis van hun leeftijd geen financiering (meer) kunnen krijgen. Daarbij kunnen duurzaamheidsmaatregelen gecombineerd worden met levensloopbestendig maken van de woning. Het verleggen van de focus in de communicatie. De focus in de communicatie kan dan gaan naar maatregelen die comfort vergroten, maatregelen die kleine, korte terugverdientijd hebben en gedragsverandering en te focussen op doelgroepen die wél investeringsbereidheid hebben. De focus op comfort en kleine maatregelen en gedragsverandering zorgt toch voor stappen in de goede richting, zonder te veel te vragen van een kwetsbare doelgroep. Voorbeelden van comfort voordelen van isolatie zijn vermindering van tocht en koudeval. Daarnaast is het interessant om bij de transitie naar aardgasvrij wonen in te spelen op natuurlijke momenten. Eén van de natuurlijke momenten waarop de overweging om aardgasvrij te wonen urgent wordt, is een verhuizing of verbouwing. Omdat aardgasvrij wonen, in tegenstelling tot het plaatsen van zonnepanelen bij bestaande bouw, vaak een ingrijpende actie is, is het logisch om de overstap te maken op een moment dat inwoners ook andere aanpassingen aan hun woning doen.
Huurders hebben over het algemeen minder invloed op het bepalen van het momentum, omdat zij afhankelijk zijn van hun verhuurder voor de overstap naar aardgasvrij wonen. Als gemeente willen we kijken naar de mogelijkheden om makelaars te betrekken in deze natuurlijke momenten om maatregelen te treffen. Ook willen we onderzoeken of we mensen kunnen ondersteunen (met bijvoorbeeld informatie) die een lening of vergunning aanvragen voor een verbouwing, rekening houdend met AVG.
9.3 De uitvoering uitgesplitst in sporen De uitvoeringsstrategie bestaat uit drie sporen. Het eerste spoor is gericht op communicatie met inwoners en ondernemers. Dit is essentieel om bewustwording voor de transitie te creëren, niet alleen in de buurten waar we starten, maar in de hele gemeente. Het tweede spoor focust op de aanpak van de buurten waar we willen starten met extra intensieve communicatie, onderzoeken en uitvoeringsplannen. Het derde spoor is gericht op de samenwerking tussen de gemeente en haar samenwerkpartner. De sporen bestaan uit activiteiten die we parallel aan elkaar uitvoeren. Naast deze sporen willen we ons blijven doorontwikkelen in de warmtetransitie door de samenwerking op te zoeken met de interne organisatie, onderzoek naar warmtetechnieken en door een aanpak voor bedrijventerreinen en utiliteitsgebouwen te ontwikkelen. In deze paragraaf lichten we deze sporen en de wijze waarop we ons door ontwikkelen toe. Spoor 1: communicatie met inwoners en ondernemers De communicatie naar inwoners en ondernemers is essentieel om bewustwording te creëren en voldoende draagvlak voor de warmtetransitie te organiseren. Dat vraagt om een duidelijke, begrijpelijke en eenduidige boodschap, zowel vanuit de gemeente als vanuit Duurzaam Bouwloket, woningcorporaties en installateurs en makelaars.
Via de website https://www.noardeast-fryslan.nl/duurzame-energie-noardeast-fryslan houden we inwoners, bedrijven en alle andere partijen op de hoogte van de stand van zaken rond de energietransitie en de overgang naar een aardgasvrij Noardeast-Fryslân. Onder meer is hier informatie over de RES en TVW, het Duurzaam Bouwloket en duurzaamheidsleningen te vinden. Daarnaast wordt vanuit de gemeente het 4 Rapport betaalbaarheid van de warmtetransitie van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), 2020
40
Transitievisie Warmte
handelingsperspectief voor inwoners gedeeld, waarin wordt gewerkt met referentiewoningen en inwoners een beter beeld krijgen van de te zetten stappen en consequenties voor een soortgelijke woning. Voor de buurten waarin individuele technieken het meest voor de hand liggen willen we woningeigenaren in staat stellen optimaal gebruik maken van logische momenten van overgang. Momenten die bijvoorbeeld aansluiten op benodigd onderhoud of wijzigingen in de woonsituatie. Verhuizingen, vervanging van de CVketel en grote verbouwingen zijn bij uitstek momenten om woningen klaar te maken voor een toekomst zonder aardgas. Duurzaam Bouwloket biedt advies en informatie voor individuele inwoners die aan de slag willen met hun woning. Wanneer nieuwe stimulerings- en ondersteuningstrajecten voor inwoners of ondernemers volgen willen we hierover blijven communiceren. Zo sturen we aan op een slimme overstap naar aardgasvrij. Daarnaast zijn energieadviseurs en -coaches aanwezig die op maat advies geven om uw huis te verduurzamen. Om het bereik van onze boodschap te vergroten, starten we vanaf 2022 met een communicatiecampagne. Deze campagne is gericht op alle inwoners van Noardeast-Fryslân. Over de inhoud van de campagne is nu nog niets bekend. Daar wordt op dit moment aan gewerkt.
Spoor 2: aanpak startbuurten De buurt Anjum en diverse buurten in Dokkum (met in het bijzonder Dokkum Jantjeszeepolder en Dokkum Hoedemakerspolder) hebben meerdere aanknopingspunten om te beginnen aan de warmtetransitie (lees hoofdstuk 5.3.2.). Daarom willen we voor heel Dokkum met uitzondering van de binnenstad en het bedrijventerrein en voor Anjum de mogelijkheden verkennen om hier te starten met een wijkuitvoeringsplan (WUP). Starten houdt in dat de gemeente samen met de belangrijkste partners de communicatie en samenwerking met inwoners (intensiever) oppakt en onderzoekt wat de mogelijkheden zijn voor de verschillende duurzame warmtealternatieven. Hierbij gaan we uit van de volgende uitgangspunten voor een succesvolle verkenning: We stellen een specifiek, op de startbuurten gericht, communicatie-en participatieplan op. Daarin wordt rekening gehouden met de verschillende doelgroepen in die buurt, niet alleen gebaseerd op woningtypen maar ook op type gebouweigenaren en leefstijlen. We zorgen voor heldere informatie over wat de warmtetransitie inhoudt en de mogelijkheden om aardgasvrij te wonen en aardgasvrij-ready te worden. We onderzoeken de mogelijkheden waar woningcorporaties en particulieren samen kunnen optrekken, in de startbuurt of straten waar zij vergelijkbaar (of gespikkeld) bezit hebben.
We zetten enthousiaste bewoners met voorbeeldwoningen in de spotlights (wanneer zij daarmee instemmen) en laten daarmee zien wat de effecten en ervaringen van verduurzaming zijn. We motiveren woningeigenaren niet alleen via eventuele financiële prikkels als subsidies of collectieve inkoop, maar ook door samen naar een duidelijke doelstelling te streven en hen een rol te geven tijdens het opstellen van een gezamenlijk plan om aardgasvrij te worden. In een (wijk)uitvoeringsplan wordt de overstap naar aardgasvrij wonen concreet gemaakt. Voor het opstellen van het uitvoeringsplan nemen we de tijd, zodat we alle betrokkenen goed kunnen betrekken. In de volgende paragraaf bespreken we wat een uitvoeringsplan inhoudt. Het opstellen van het uitvoeringsplan wordt gecoördineerd door een projectgroep van de gemeente. Die projectgroep betrekt actief de inwoners (eigenaren en huurders), betrokken organisaties in NoardeastFryslân en andere belanghebbenden in de wijk. Het opstellen van een uitvoeringsplan duurt 1,5 tot 3 jaar, afhankelijk van de complexiteit en omvang van de buurt of wijk. Wanneer het uitvoeringsplan is opgesteld geven we zorgvuldig en stap voor stap invulling aan de uitvoering. De overgang naar aardgasvrij wonen gaat nooit van vandaag op morgen: we geven iedereen de tijd om zich goed voor te bereiden.
De komende jaren breiden we het aantal startbuurten die we gaan verkennen verder uit. Los van startbuurten zijn logische plekken om te beginnen: kleine kernen met veel sociale cohesie, buurten met gespikkeld bezit (organisatorische en financiële voordelen) en buurten met soortgelijke nieuwere bouw die relatief eenvoudiger zijn over te brengen naar duurzame lage temperatuur warmte en waar kansen liggen voor een lage temperatuur warmtenet. Het afwegingskader (zie hoofdstuk 5: Route naar aardgasvrij) kan input leveren bij het maken van deze afweging. Voor bijzondere typen gebouwen zoals monumentale panden (beschermde stads- of dorpsgezichten) of utiliteitsbouw zien we de mogelijkheid om hier een apart plan voor op te stellen dat richting geeft aan de transitie naar aardgasvrij.
41
Transitievisie Warmte
Spoor 3: samenwerking met partners De transitie naar aardgasvrij wonen in Noardeast-Fryslân heeft veel consequenties voor de inwoners. Daarom willen we hen zo vroeg en goed mogelijk meenemen in wat de transitie inhoudt en hen bewust maken van kansen en ontwikkelingen waar we ons op kunnen voorbereiden. De uitvoering van de visie vraagt om veel samenwerking, acties en afstemming. Alle partijen informeren en afstemmen met alle belanghebbenden over voortgang, initiatieven, ontwikkelplannen en nieuwe kansen is een belangrijke regietaak die de gemeente oppakt. Regionaal werkt de gemeente samen met andere gemeenten (met name Dantumadiel) en de provincie om onderling kennis uit te wisselen en regionale warmtekansen te onderzoeken. Op gemeentelijk niveau stemmen we met Liander en Stedin af hoe we de transitie kunnen laten verlopen in relatie tot het verzwaren van het elektriciteitsnet en het verwijderen van het gasnet. We maken daarbij gebruik van het informatiepakket Wijkuitvoeringsplan in samenwerking met de netbeheerder van Netbeheer Nederland. Omdat we in een groot deel van de gemeente voornamelijk overgaan op individuele technieken wordt het tempo van de transitie daar hoofdzakelijk bepaald door de inwoners.
Risico is dat er te veel werkzaamheden aan het net naar achteren in de tijd worden geschoven waardoor in de toekomst Liander onvoldoende capaciteit heeft om op deze (piek)vraag in te spelen. Daarom is het noodzakelijk met Liander af te stemmen welke plannen volgen uit deze TVW en de daaropvolgende WUP’s. Zo kunnen korte termijn uitbreidingsplannen worden geïnitieerd en kunnen de investeringen op de lange termijn op deze plannen worden gebaseerd. Een ander risico vanuit de betaalbaarheid en maakbaarheid van de warmtetransitie vormt de aanwezigheid van ‘gasklevers’. Het is belangrijk dat er geen gasklevers komen in buurten waar de woningen voor het overgrote deel overgaan op een alternatief voor aardgas (bijvoorbeeld een warmtepomp). Voor een beperkt aantal woningen die op het aardgasnet blijven aangesloten moet namelijk het gehele gasnet in stand gehouden worden. Dit resulteert in onnodige hoge maatschappelijke kosten. Bovendien moet er een nieuwe infrastructuur (een warmtenet of een versterkt elektriciteitsnet) aangelegd worden. Om deze risico’s te minimaliseren willen we de komende 4 jaar gebruiken om te kijken óf we meer zicht kunnen krijgen op het tempo van de transitie naar aardgasvrij gemeente breed. De startbuurten gebruiken we in deze periode om samen met Stedin te zoeken naar de ‘kritische netwerken’ en hoe we daar tot gezamenlijke oplossingen kunnen komen.
Tussen de woningcorporaties Thús Wonen, Wonen Noordwest Friesland en WoonFriesland en gemeente vindt periodiek overleg plaats. Tijdens die overleggen staan (projectmatige) ontwikkelingen op de agenda en worden activiteiten en planningen op elkaar afgestemd. Voorstel is om de uitvoering van de warmtetransitie structureel onderdeel te maken van deze overleggen om zo inzicht in de voortgang van de uitvoering te borgen. Voor de woningcorporaties is het van belang om op relatief korte termijn te weten in welke buurten (een duurzaam) gas wel of niet het eindpunt zal zijn. Dit is van belang omdat zij (in tegenstelling tot particulieren) grootschalige verduurzamingsprojecten van hun bezit hebben waarbij veel woningen in één keer naar label A gaan. De laatste stappen van label B naar label A vragen veelal een relatief grote investering van de woningcorporaties. We willen dit dus voorkomen op de plekken waar dit niet nodig is. De gemeente en het Duurzaam Bouwloket werken samen aan de uitvoering van de adviesfunctie richting inwoners. Vanuit het Duurzaam Bouwloket komt onafhankelijke informatie over subsidies, energiebesparing, verbetering van energielabel, comfort en luchtkwaliteit in huis. Gezamenlijk stemmen we af welke relevante informatie verstrekt moet worden aan onze inwoners.
Met de energiecoöperaties ECODON Dongeradeel, Mei-inoar Grien, Kollumerzwaag/Veenklooster, Enerzjy Koöperaasje Westergeast, De Anjumer Eendragt en Ecodon wil de gemeente het contact (blijven) onderhouden. Ook stimuleren we de komst van nieuwe energiecoöperaties. We zien een belangrijke rol weggelegd voor de energiecoöperaties in de warmtetransitie. Niet alleen bij het initiëren en realiseren van projecten, maar ook bij het verhogen van de betrokkenheid van inwoners en ondernemers in de gemeente. Initiatieven mobiliseren positieve energie in een buurt: dankzij een goed voorbeeld van inwoners zijn andere inwoners sneller geneigd om te volgen. De gemeente wil daarnaast een rol spelen in het samenbrengen van energiecoöperaties om ideeën en ervaringen uit te wisselen. Overige professionele belanghebbenden nodigen we in diverse bijeenkomsten uit om mee te denken en om te reageren op plannen en voorstellen. Tevens gaan we graag in gesprek met partijen die nieuwe initiatieven willen opzetten.
42
Transitievisie Warmte
Naast deze drie sporen willen we onze kennis over de warmtetransitie in onze gemeente verder verrijken door onze interne organisatie verder te ontwikkelen op het gebied van de warmtetransitie, door middel van onderzoeken en de ontwikkeling van een aanpak voor bedrijventerreinen en utiliteitsgebouwen. Interne organisatie Na vaststelling van deze Transitievisie Warmte door de gemeenteraad starten we een gemeente brede aanpak met een focus op participatie, communicatie en onderzoeken en starten we met de verkenning in de startbuurten. Wanneer het uitvoeringsplan van de startbuurten is opgesteld wordt dit ook ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Tussen de verschillende beleidsterreinen in de gemeentelijke organisatie organiseren we afstemming met interne collega’s, om zo koppelkansen beter te kunnen benutten. Op deze manier geven we invulling aan onze rol als integrale procesregisseur in de warmtetransitie. Ook wil de gemeente zich inzetten om te leren van de lessen en ervaringen elders. Dit willen we doen door waar mogelijk samen op te trekken met andere gemeenten in de regio, gebruik te maken van de bestaande kennisnetwerken en te leren van de PAW wijken. Ten slotte staat de gemeente ook voor de opgave om het maatschappelijk vastgoed te verduurzamen.
Momenteel wordt er ad hoc bekeken hoe het vastgoed kan worden verduurzaamd, bijvoorbeeld bij verbouwing van scholen of bij de bouw van MFC’s. De gemeente wil echter een programmatische aanpak realiseren voor het verduurzamen van het maatschappelijk vastgoed. Hiervoor wordt op dit moment een startnotitie opgesteld. Het doel van een programmatische aanpak is om al het maatschappelijk vastgoed in de gemeente goed in kaart te brengen en om van alle gebouwen een energierapportage te maken. Aan de hand daarvan kan worden beoordeeld welke gebouwen verduurzaamd moet worden en welke planning daarbij past. Zo probeert de gemeente het goede voorbeeld te geven op het gebied van verduurzaming. Onderzoeken In de gemeente liggen kansen voor warmtewinning uit oppervlakte- en afvalwater (TEO en TEA). Een aquathermieproject is altijd maatwerk. De uitvoering is afhankelijk van het type en mate van isolatie van gebouwen, warmte- en eventueel koudevraag, de waterbron(nen) en eventuele andere bronnen, en de mogelijkheden van warmteopslag. Naar verwachting wordt onderzoek naar de mogelijkheden van aquathermie op provinciaal niveau opgepakt. Ook kan er onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheden voor, en potentie van kleine collectieven zoals ondiepe bodemlussen en WKO systemen.
Zo kan worden gekeken welke gebieden van de gemeente zich in het bijzonder lenen voor bodemsystemen als gevolg van een gunstige situatie in de ondergrond (grondwaterstand, pakketten en redox potentiaal) en een gunstige bebouwing bovengronds (grote koudevraag). Zo kan de gemeente borgen dat er in de toekomst bodemsystemen aangelegd kunnen worden daar waar deze met name gewenst zijn. Daarnaast is in de uitvoeringsfase een visie op en onderzoek naar groengas nodig. Groengas (al dan niet in combinatie met een hybride warmtepomp) komt in vele buurten als goedkoopste oplossing naar voren. Tegelijkertijd is groengas maar beperkt beschikbaar. Verder onderzoek is nodig om de aanwezige potentie voor groengas ook daadwerkelijk te kunnen benutten. In de uitvoeringsfase is het allereerst belangrijk om stakeholders en partners op het gebied van groengas met elkaar te verbinden en actief de samenwerking op te zoeken. Om groengas in de gemeente te kunnen benutten is een samenwerking nodig tussen de gemeente, provincie Friesland (vergunningsprocedures), exploitanten en producenten (boeren), leveranciers en netbeheerders. Zij dienen daarbij mede te communiceren met omwonenden, ondernemers en energiecoöperaties.
Gezien het grote aantal stakeholders en gezien het feit dat veel andere Friese gemeenten ook behoefte hebben aan onderzoek naar groengas, wordt dit onderzoek opgepakt in provinciaal verband middels een aanvalsplan. Onderzoeksvragen die geformuleerd kunnen worden met betrekking tot groengas zijn onder andere: Hoe zorgen we ervoor dat groengas bij de inwoners (afnemers) terecht komt? Hoe zorgen we dat inwoners mee kunnen profiteren van de opwek van groengas (combineren van lasten en lusten)? En welke rol kan een energiecoöperatie hierin spelen? In hoeverre is het reëel dat groengas beschikbaar wordt voor het verwarmen van woningen? Wat is de werkelijke potentie van vergistbare biomassa (akkerbouwreststromen, mest, rioolslib) in de gemeente, en hoe ontwikkelt deze zich in de toekomst? Tot slot is er sprake van nieuwe technische ontwikkelingen die blijven plaatsvinden zoals de individuele hoogtemperatuur warmtepomp, Triple Solar systemen (PVT + warmtepomp) of kleine collectieven met zonthermie en een Hocosto. Er is gelegenheid om tijdens de uitvoeringsfase van deze visie dergelijke
43
Transitievisie Warmte
nieuwe ontwikkelingen mee te nemen en/of een plek te geven in de herziening van de Transitievisie Warmte (elke 5 jaar). Naast technische ontwikkelingen zal er ook steeds mee duidelijkheid komen over de potentie en mogelijkheden van groengas. Dit zal de uiteindelijke techniekkeuze beïnvloeden. Dit beïnvloedt niet de voorlopige stappen die bewoners kunnen maken. Ongeacht de techniek kunnen inwoners nu al noregretmaatregelen treffen (zie paragraaf 7.1). We willen leren van ervaringen die we op doen in de gemeente of regio. Bijvoorbeeld van: In Oudwoude is er een enthousiaste groep bewoners die wil helpen om het dorp aardgasvrij te maken en de opbrengsten in het dorp te houden. Hiervoor zijn zij ‘Aldwâld van Aardgas Los’ gestart. De vereniging Noardlike Fryske Wâlden onderzoekt samen met het buurtinitiatief Aldwâld Van Aardgas Los of het mogelijk is om met een warmtenet lokaal opgewekte elektriciteit om te zetten in warmte zonder dat hiervoor het bestaande elektriciteitsnetwerk hoeft worden verzwaard. Hoewel Oudwoude niet is aangewezen als Wijkuitvoeringsplan, blijft de gemeente het initiatief ondersteunen en wil de gemeente van het initiatief leren. Mocht het warmtenet namelijk een succes worden, dan kan het opgeschaald worden naar andere kernen in de gemeente. De proeftuin Garyp in Tytsjerksteradiel, waarbij is gekozen voor een individuele all-electric oplossing.