Concept Groenstructuurplan - september 2021
Tekst van het document
de Wierumerwei zijn aan de landschapskant al voorzien van een dubbele begeleidende boomstructuur. Opvallend is dat bij de Nijtsjerksterwei de aanwezige groenstructuur (met iep en populier) buiten het dorp begint. De Nesser Opfeart loopt in gedempte vorm door tot aan de terpring. Al hoewel de waterbeleving verdwenen is, is de locatie beleefbaar door de toevoeging van een wandelpad in de groenstrook. Deze verwijzing naar de Nesser Opfeart kan een voorbeeld vormen voor locaties waar welk ruimte is. Het terugbrengen van water is geen mogelijkheid. De beleving zou vergroot kunnen worden door een referentie naar de Nesser Opfeart op de locatie waar deze nu eindigt (bijvoorbeeld zoals gedaan is in Peazens-Moddergat). Nes kent twee markante punten gekoppeld aan de uitvalswegen en de ringweg. De kruising Wiesterwei, Wierumerwei, Efterwei en De Kamp heeft door de ligging van de kerk al een bijzondere positie in het dorp. Op dit markante punt is er openbaar groen aanwezig, zodat verbijzondering mogelijk is. Wat betreft het andere markante punt is dit lastiger. Hier is een smalle strook openbaar groen aanwezig en is de hoek van de Nijewei en Foarstrjitte al aangevuld met drie bomen op particulier terrein. Ruimtelijk is het van belang dat op deze punten de terpring aangezet wordt.
35
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Oostmahorn
Oostmahorn, in het Fries De Skâns, is gelegen aan het Lauwersmeer op de kwelderwal tussen Holwerd en Anjum. De Friese naam verwijst naar de hogere ligging ten opzichte van de voormalige Lauwerszee en verdedigingsplaats. Oostmahorn was ankerplaats en verdedigingsplek. In 1576 werd de schans opgeworpen en in de 18e eeuw werd een zeehoofd aangelegd. De geschiedenis is nog herkenbaar aan de voormalige kruitkelder voor de kustbatterij tegenover nummer 26. Oostmahorn bestaat uit spontaan aan de toegangsweg en achter de zeedijk ontwikkelde losse lintbebouwing. Aan de noordzijde ligt een bungalowpark en een jachthaven (een oude werkhaven van de Rijksdienst IJsselmeerpolders voor de indijking van de Lauwerszee). Aan de zuidzijde ligt het pseudo-historisch vakantiestadje Esonstad, met een camping van twee ‘pseudoterpen’ en vakantiewoningen. Aan de oostzijde ligt de pier met veer, via het Vaarwater naar Oostmahorn, richting Schiermonnikoog. Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Oostmahorn bestaat uit de ligging langs de zeedijk. Door zijn hoogte en grasbekleding vormt dit het groene kader van het dorp. Deze structuur wordt 36
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
aangevuld met een aantal beeldbepalende bomen op particulier terrein. De weg Oostmahorn, waarlangs de lintbebouwing is ontstaan, is vanaf de oude komgrens tot de dijk opgenomen als landschappelijke hoofdstructuurlijn. In de huidige situatie heeft deze weg een eenzijdige boombeplanting aan de noordzijde met een onderbegroeiing van gras. De voormalige komgrens wordt gemarkeerd met de toevoeging van twee hagen, de versmalling in de weg is reeds aanwezig. Door de ontwikkeling van Esonstad is de komgrens verschoven naar het westen. In deze visie is ervoor gekomen om de Grienewei, de toegangsweg naar Esonstad, vanwege zijn uitgesproken landschappelijke open karakter, niet op te nemen in de hoofdstructuur, maar te beschouwen als onderdeel van het landschap. Dit wordt versterkt door de groene zone tussen de weg en het vakantiepark. Met deze visie blijft de nieuwe komgrens dan ook open, zonder toevoeging van begeleidende beplanting/ hagen.
Paessens Moddergat
Het tweelingdorp Paesens – Moddergat vormt een langgerekt lint dat het tracé van de zeedijk volgt. Naast landbouw was met name de visserij de voornaamste inkomstenbron. Het van oorsprong terpdorp Paesens was daarbij de hoofdkern. De vissershuisjes in Moddergat-De Oere zijn belangrijke monumenten die herinneren aan het visserijverleden. Dit deel van het dorp Moddergat is dan ook aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De Oere is het westelijke deel van het onderdeel Moddergat van het tweelingdorp PaesensModdergat, liggend aan de voet van de zeedijk langs de Waddenzee. Ten oosten hiervan lag het deel De Kamp, dat grenst aan Paesens. Het riviertje de Paesens vormde van oorsprong de scheiding tussen beide dorpen en was tevens de grens tussen de voormalige gemeenten West-Dongeradeel en Oost-Dongeradeel.
klein deel van de bebouwing ligt aan een pad, evenwijdig aan de weg. Verder heeft de hoofdas twee zijpaden waar ook bebouwing aan ligt en op dat pad is georiënteerd. De lintbebouwing van Paesens-Moddergat heeft een markante ligging aan de voet van de zeedijk. Aan de zuidkant van het dorp ligt het weidse landschap van akkers en weilanden, maar de dorpsbebouwing is gedeeltelijk daarvan afgescheiden door stroken beplanting, vooral langs het centrale deel van het dorp. Voor de beide ‘uiteinden’ van het dorp, De Oere en Eastein geldt dat nauwelijks. Beide onderdelen, met een overwegend historische bebouwing, kennen dan ook een fraaie landschappelijke ligging die niet of nauwelijks beïnvloed wordt door recente nieuwbouw. Molen ‘De Hond‘ en het nabijgelegen boerderijcomplex dragen hier op een iets verdere afstand van Paesens eveneens aan bij.
Moddergat en Paesens zijn zeldzame voorbeelden van het type wegdorp in het terpengebied. Alhoewel Paesens van oorsprong een terpdorp is, de verhoging van de terp ter hoogte van de oude kerk is nog enigszins herkenbaar, heeft bij de ontwikkeling tot een dorp de voet van de zeedijk een belangrijkere rol gespeeld. De Oere is van latere datum. Mogelijk gaat het hier om een uitbreiding, waarbij de locatie, op enige afstand en westelijk van het bestaande dorp, mede kan zijn bepaald door de bereikbaarheid van het Wad. Juist ter hoogte van De Oere grensde de zeedijk direct aan het wad, terwijl ter hoogte van Paesens sinds 1592 een ingepolderde kwelder lag en het wad dus niet rechtstreeks bereikbaar was. Het dorpsdeel De Oere lag zogezegd op korte afstand van de overige bebouwing van Moddergat (De Kamp), daarvan gescheiden door een open ruimte. Opmerkelijk is dat deze open ruimte sindsdien niet met bebouwing is dichtgegroeid, maar nog steeds aanwezig is. In de negentiende-eeuwse situatie lag de bebouwing aan beide zijden van de weg aan de voet van de zeedijk, met het zwaartepunt aan zuidzijde en een klein deel van de huizen aan de noordzijde van de weg. Bij een verbreding van de zeedijk is de bebouwing aan de noordkant afgebroken en ontstond de huidige structuur met uitsluitend bebouwing aan de zuidzijde.
Visie groenstructuur
Langs deze weg ligt nu dus één rij met bebouwing, maar een
De hoofdstructuur bestaat uit de zeedijk en de doorgaande historische as gevormd door De Oere, de Seewei, De Buorren en Eastein. In het karakter en de behandeling van de historische as zit een knip bij de open ruimte tussen De Oere en Paesens. De Oere heeft bij uitstek een landschappelijk karakter wat bepaald wordt door de doorzichten naar het landschap maar bovenal door de zeedijk. De dijk is hier zo allesbepalend dat er geen aanvullende boomstructuur wordt voorgesteld, naast de spaarzame boom in een voortuin. Het overige deel van de historische as is aangemerkt als historische hoofdstructuurlijn, hier wordt het karakter bepaald door bebouwing aan weerszijde met kleine voortuinen met plaatselijk een paar beeldbepalende leilinden, in het vrij lege profiel. Uitvalswegen worden gevormd door de Mûnewei en Meinsmawei welke een directe relatie hebben met het landschap. Bijzonder punt is de oorspronkelijke loop van de Paesens die duidelijk gemarkeerd wordt door een verwijzing van een brug en ondersteund wordt door de groenstructuur. Deze plek is dan ook samen met de aansluiting van de Mûnewei als markant punt aangewezen in het dorp. Het deel de Oere kent één markant punt, hier takt het Fiskerspead aan op de Oere en is een dijk trap gelegen.
37
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Ternaard
Ternaard is een komdorp, dat is ontstaan op een strategische samenkomst van vaarten en wegen, op de hoog gelegen gronden van de kwelderwal. De vaartenstructuur heeft een T-vorm waarbij de hoofdverbinding gevormd wordt door de Ternaarder Feart, die zuidelijk doorloopt tot Dokkum. De Fiskbuorren was verbonden via de Ternaarder Feart die doorloopt naar het westen. Tweede vaart is die richting Wierum en Nes loopt, langs De Ald Wei. Van oudsher is Ternaard een flink dorp waarvan de geschiedenis teruggaat naar de late Middeleeuwen. De ontwikkeling is begonnen als lintbebouwing bij de Aldbuorren wat zich langzaam verspreid heeft langs de uitvalswegen en vaarten Stasjonswei en Fiskbuorsterwei. Visie groenstructuur De hoofdstructuur bestaat uit de twee doorgaande wegen gevormd door de Holwerterdijk, Aldbuorre, Tsjerkestrjitte en Dongerawei die de verbinding vormt tussen Holwerd en 38
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
Oosternijkerk en de noord-zuidverbinding bestaande uit de Statjonswei en Hantumerwei. Beide lijnen hebben een landschappelijk en een meer dorps karakter en worden als zodanig ook versterkt. Van oorsprong liep de Ternaarder Feart door tot de kruising bij de Aldbuorren en Fiskbuorsterwei waar de vaart zicht splitste. De Ternaarder Feart is in de Stasjonswei gedempt en deels bebouwd. Hiermee is de historische relatie met deze belangrijke structuur verdwenen. Het ontstane profiel is daarbij erg breed en heeft geen toegevoegde waarde gekregen in de groenstructuur. Kans is dan ook om de herkenbaarheid van deze waterstructuur te versterken door het zoveel mogelijk terug brengen van de Ternaarder Feart. Deze maatregel valt echter buiten de scope van dit groenstructuurplan. Het markante punt is hierin ook een belangrijke schakel omdat op deze plek de relatie met de vaartenstructuur hersteld kan worden.
Waaxens
Waaxens is een vrij uitgestrekt terpdorp dat is ontstaan op de uitloper van de kwelderwal Holwerd – Anjum. De bijna vijf en een halve meter hoge terp heeft een min of meer rechthoekige omvang. Door de eeuwen heeft Waaxens zich niet erg ontwikkeld, daardoor is de bebouwing zeer beperkt gebleven. De weg van Holwerd naar Dokkum lag in eerste instantie noordelijk om de terpvoet van Waaxens. Met de aanleg van de doorgaande rijweg die rondom 1860 is aangelegd kwam deze aan de zuidkant over de terpflank te lopen. De weg loopt nu kort langs de zwaar beplante kerk. Aan de zuidzijde van de weg Dokkum – Holwerd zijn twee boerderijen gelegen: It Alde Kleaster en Sjuxmastate. De poort stamt uit de tijd dat op deze locatie nog een stins stond.
bestaat deze uit bosplantsoen. Vanwege de directe relatie van deze wegen met het landschap zijn ze aangemerkt als landschappelijke hoofdstructuurlijn. De huidige begeleidende beplanting van bomen in gras langs de Poelewei wordt waar nodig doorgetrokken. Voor de provinciale weg geldt dat door het vrijwel ontbreken van begeleidende beplanting de beplanting van de kerk en beide boerderijen versterkt wordt, dit is zeer waardevol en vormt het uitgangspunt van de inrichting van deze landschappelijke structuurlijn.
Visie groenstructuur De hoofdstructuur bestaat uit de Poelewei en Sjuksmawei (deels wandelpad) en de Dokkumerwei/ Ids Wiersmastrjitte. Het groenbeeld wordt bepaald door de zware beplanting rondom de kerk en beide boerderijen en de begeleidende beplanting van de Poelewei en Sjuksmawei. Bij de laatste
39
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Wierum
Wierum is een terpdorp dat in de vroege Middeleeuwen, vlak aan zee is ontstaan op de kwelderwal Holwerd – Anjum. Deze gevaarlijke ligging is niet zonder gevolg geweest. Het noordoostelijke gedeelte van de van oorsprong rechthoekige terp is in zee verdwenen. De kerk, van oudsher in het centrum van de terp leunt nu als het ware tegen de hoge zeedijk aan. Wierum is van oudsher een vissersdorp. Op de dijk herinnert een monument aan het dorpsdrama: op 1 december 1893 vergingen dertien van de zeventien vissersschepen, waarbij 22 vissers verdronken. De visserij is van dit drama niet meer hersteld en veel kenmerkende vissershuizen zijn verdwenen. Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Wierum wordt gevormd door de zeedijk met de daaraan gekoppelde terpring bestaande uit de Dykstrjitte, Haadstrjitte, Master Sinnemastrjitte en de Liudgerstrjitte. Het beeld wordt bepaald door de stenige profielen in relatie tot de bebouwing en de zeedijk, die door zijn hoogte en grasbekleding het groene kader van het dorp is. De uitvalswegen worden gevormd door de Dykstrjitte naar het oosten, Hochtswei/ Pastoriestrjitte en Ternaarderwei naar het zuiden. De laatste twee worden opgenomen in de
40
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
hoofdgroenstructuur. Door het landschappelijke karakter zijn beide wegen benoemd als landschappelijke (historische) hoofdstructuurlijn en bepalen in de toekomst bomen in gras en de beeldbepalende bomen op particulier terrein het groenbeeld. De waterstructuur is gelegen aan de rand van het dorp. De brug over de Wierumer Opfeart vormt de westelijke entree van het dorp, de begeleidende boombeplanting begin na de brug. Deze entree wordt dan ook niet voorzien van hagen, de overige entrees wel. Waar de twee landschappelijke hoofdstructuurlijnen aantakken op de terpring zijn twee markante punten voorzien. De kruising Haadstrjitte met de Ternaarderwei en Dykstrjitte wordt reeds verbijzonderd door een plein met daarop een anker en een overdekte zitmogelijkheid met de dijk als decor. Op de kruising van de Haadstrjitte met de Master Sinnemastrjitte en Pastoriestrjitte wordt de terpring ruimtelijk gemarkeerd door de toevoeging van een solitair naast de bestaande beeldbepalende boom.
41
2.3 De kweldervlaktes Ten zuiden van de kwelderwallen liggen de lager gelegen kweldervlaktes. In dit gebied is de bebouwing gecontenteerd op terpen die gelegen zijn in het open landschap. 2.3.1 Kernkwaliteiten De terpdorpen en de gronden rondom de terp hebben een radiale structuur, zoals bijvoorbeeld Foudgum. Typerend voor de radiale terpdorpen is de structuur van de wegen, de ring rondom de terp, de ringvaart om de terp en de op de radialen en de ring gerichte bebouwing en boerderijen. In de kweldervlaktes is voornamelijk klei tot zware klei te vinden. Naast de terpen, ligt ook Dokkum in dit gebied, de grootste stad uit de gemeente. Kenmerkend voor de stad zijn de oude vestingwerken die groen zijn ingericht. Andere belangrijke groenstructuren in de kweldervlaktes zijn de bomenrijen in de dorpskernen die doorlopen buiten de komgrens. Kruisende wegen in het buitengebied zijn soms ook aangezet met bomenrijen. Daarnaast vormen de beplante bietenopslagplaatsen en de dorps-/verkavelingsbosjes die voornamelijk in de dorpsranden liggen onderdeel van de landschappelijke groenstructuur. 2.3.2 Visie buitengebied Voor de kweldervlaktes komt de visie voor het buitengebied grotendeels overeen met die van de kwelderwallen. Het verschil is dat er meer opgaand groen is te vinden rondom de dorpen.
uitsluitend in en rondom dorpen, en op kruising opgaande beplanting mag voorkomen. De opgaande beplanting in eigendom en beheer van de gemeente wordt zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk versterkt. De bomenrijen in dorpen en steden worden wanneer onderdeel van de hoofdstructuur (zie hoofdstuk 5) doorgetrokken in het buitengebied tot een lengte van ca 70 meter, zodat herkenbare structuren ontstaan op de overgang van het buitengebied naar de bebouwde kom. Op kruisende wegen is op een aantal plekken in het buitengebied beplanting aanwezig. Dit principe zetten we door naar alle kruisende wegen, die elkaar kruisen met een hoek van 90 graden. Dit geld dus niet voor t-splitsingen en kruisingen met een andere hoek of rotondes. Zowel voor de landschappelijke beleving als de verkeersveiligheid vormen deze elementen een goede toevoeging aan de groenstructuur. Klimaat en biodiversiteit Voor de biodiversiteits- en klimaatopgave geldt dezelfde visie als voor de kwelderwallen. We zetten in het vergroenen van stad en dorp daar waar dit mogelijk. De wegbermen worden ingezaaid met kruidenrijke mengsels en in de dorpen/steden en dorps-verkavelingsbosjes zetten we in op een meer divers sortiment. In de sortimentskeuze wegen we ook af wat de meerwaarde is met betrekking tot de biodiversiteit bijvoorbeeld als voedselbron voor vogels en/of insecten.
Gemeentelijke groeneigendommen De grote maat van openheid in dit gebied is bijzonder en moet gekoesterd worden. Beplanting dient hierom in het landschap tot een minimum gebracht te worden. Dat wil zeggen dat
Figuur X De kweldervlaktes
43
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
2.3.3 Uitwerking kernen
44
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
Brantgum
Brantgum is ontstaan op het einde van de kwelderwal Holwerd – Brantgum. Het zou het ideale terpdorp zijn geweest als niet de doorgaande route tussen Dokkum in Holwerd in 1853 over deze terp zou zijn getrokken waardoor de terpstructuur in tweeën werd gedeeld. Daarvoor ging de route langs de Heemstrawei ten noorden van het dorp. De dorpskerk met kenmerkende zware beplanting staat nagenoeg in het midden van de ronde terp, waardoor de Ids Wiersmastrjitte er nu op korte afstand langs ligt. De bebouwing van het dorp ligt vrijwel geheel gericht op de ringweg. Van de oorspronkelijke ringweg aan de voet van de terp, ontbreekt tegenwoordig het westelijke deel. Visie groenstructuur De hoofdstructuur bestaat uit de terpring (Ringwei) en de doorsnijdende Ids Wiersmastrjitte. De Ringwei en het deel van de Ids Wiersmastrjitte tussen de Miedwei en de Roasterwei, zijn aangewezen als historische hoofdstructuurlijn omdat hier het karakter wordt bepaald door de aangrenzende bebouwing en de beeldbepalende beplanting in de voortuinen. Bijzonder is de zware beplanting rondom de kerk. De overige delen van de Ids Wiersmastrjitte zijn, vanwege de directe relatie met het landschap, aangewezen als landschappelijke hoofdstructuurlijn. Hier wordt het beeld bepaald door bomen en gras.
De Ringwei heeft in de huidige situatie drie verschillende karakters: vanuit de noordelijke aansluiting tot de Fjildbuorsterwei is het karakter landschappelijk, tussen de Fjildbuorsterwei en de Ids Wiersmastrjitte - dit is het dorpse deel - heeft de Ringwei een stenige uitstraling en aan de overzijde heeft de Miedwei weer een uitgesproken landschappelijk karakter. Deze visie gaat ervan uit dat de verschillende karakters verder versterkt worden. In Brantgum zijn twee parkante punten toegevoegd op de locaties waar de terpring doorsneden wordt door de Ids Wiersmastrjitte. Beide kruispunten kennen nu een verbijzondering door de afwijkende bestrating. Het is vanuit de gewenste groenstructuur van belang dat het beeld van de terpring zoveel mogelijk doorloopt. Een derde markant punt is de aantakking van de noordelijke uitvalsweg op de ringweg. Ook hier is het van belang dat de structuur van de terpring ruimtelijk doorloopt. Bovendien is er ruimte voor een verbijzondering in de vorm van een markante solitaire boom.
45
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Burdaard
Burdaard is een terpdorp en waterstreekdorp. Het dorp lag ooit in twee gemeenten. Het gedeelte ten zuiden van de Dokkumer Ee behoorde tot Dantumadeel, het noordelijke gedeelte langs Wanswerd aan de Streek genoemd – tot Ferwerderadiel. Het dorp is ontstaan op een terp met een radiale verkaveling. De terp ligt meteen ten zuiden van de Dokkumer Ee. De Dokkumer Ee werd in de 17de eeuw een belangrijke verkeersader over water, waarop veel opvaarten uit de dorpen werden aangesloten. In 1647 kwam aan de noordzijde van de Dokkumer Ee het jaagpad voor de trekvaart. De lintbebouwing groeide met de paden met handels-, nijverheids- en woonfuncties. Het werd een nieuwe nederzetting waarbij vooral aan de zuidzijde gesloten bebouwingswanden kwamen. Ongeveer in het midden van de bebouwing liet een particulier een brug over de Dokkumer Ee slaan. De door de geschiedenis bepaalde verschillen van de oevers zijn nog steeds te ervaren. Aan de jaagpadzijde liggen kades, aan de zuidzijde overtuinen die door een pad van de woningen zijn gescheiden. Rond 2005 is er aan de westzijde van het dorp een grote nieuwe woonwijk - de Birdaard – met typische en grote vrijstaande huizen verrezen. De hoofdweg loopt nu rondom de woonwijk heen. Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Burdaard bestaat aan de noordzijde van de Dokkumer Ee uit de Wânswerterdyk en de Jislumerdyk.
Aan de zuidzijde van de Dokkumer Ee bij de terp bestaat de hoofdstructuur uit de Steenendamsterweg en de Hoofdweg/ 46
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
Dokkumerstraatweg. Beide zijden zijn met elkaar verbonden door de Brugweg. De gehele hoofdstructuur is aangewezen als historische hoofdstructuurlijn. Deze structuur wordt ruimtelijk geaccentueerd door toevoeging van (waar mogelijk) een begeleidende beplanting. De hoofdwaterstructuurlijn bestaat uit de Dokkumer Ee. De uitvalswegen worden gevormd door de Hoofweg, Steenendamsterweg, Dokkumerstraatweg en Jislumerdyk. deze wegen worden begeleidt een eenzijdige of tweezijdige boomstructuur en hebben een directe relatie met het omliggende landschap. Burdaard heeft twee markante punten waar de uitvalswegen aantakken op de historische structuur. De kruising van de Wânswerterdyk en de Wânswerterdyk wordt nu gemarkeerd door beeldbepalende bomen (zowel op openbaar als particulier terrein). Het markante punt, gevormd door de kruising van de Hoofdweg/ Dokkumerstraatweg en de Bruweg/ Steenendamsterweg kan worden versterkt door de toevoeging van een beeldbepalende boom. Alleen de entree aan de Dokkumerstraatweg wordt in de huidige situatie begeleid door haagbeplanting. Langs de Steenendamsterweg en de Wânswerterdyk worden de entree begeleid door bomenrijen. Hier kan de bebouwde komgrens verder worden gemarkeerd door de toevoeging van begeleidende haagbeplanting.
Burum
Burum is een terpdorp, ontstaan op een kwelderwal bij de samenkomst van enkele wegen als uithof van het Gerkesklooster. Het dorp had met de Boerumer Feart een waterverbinding met de Lauwers. Het dorp heeft zich rond de kerk, aan de Uithof en langs de Herestraat ontwikkeld. De Herestraat vormt de doorgaande route van zuid naar noord en heeft Burum buiten de kern een langgerekt karakter. De kerk met beeldbepalende bomen staat nagenoeg in het midden van de vrij hoge terp langs de Herestraat. Om de kern aan de Uithof en de Herestraat staan karakteristieke woningen. Het silhouet van Burum wordt verder bepaald door koren- en pelmolen Windlust. Visie groenstructuur
Herestraat. Bij de terpring heeft Burum een stenig karakter. Hier is het zoeken in het profiel naar ruimte voor solitaire bomen om de terpring te markeren. De waterhoofdstructuurlijn wordt gevormd door de Boerumer Feart en de Shipsloot. De hoofduitvalswegen worden gevormd door De Wendel, Kloosterweg, Wijtsmaweg en de Van Eijsingaweg die een directe relatie hebben met het landschap. Deze wegen zijn opgenomen in de landschappelijke hoofdstructuur. Bomen in gras en beeldbepalende bomen op particulier terrein bepalen het groenbeeld. De entrees van Burum worden voorzien van begeleidende haagbeplanting, waarmee de komgrens wordt gemarkeerd.
De hoofdstructuur van Burum bestaat uit de historische hoofdstructuurlijnen van de terpring en de Herestraat. Het groenbeeld wordt bepaald door de beeldbepalende bomen rondom de kern en de begeleidende beplanting langs de
47
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Dokkum (I)
48
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
Dokkum (II)
49
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Dokkum De terpnederzetting Dokkum had via het Dokkumer Grutdjip tot ongeveer 1729 een open verbinding met de Lauwerszee (en Waddenzee). Eb en vloed reikten tot in het hart van de stad. Door deze strategische ligging heeft Dokkum zich snel kunnen ontwikkelen tot handelsplaats en is het uitgegroeid tot de noordelijkste stad van Nederland. Dokkum was in de periode tussen 1000 en 1600 een belangrijke zeehaven. Vanwege dichtslibben nam de bevaarbaarheid van het Dokkumer Djip steeds verder af. Om dit probleem te verhelpen werd in 1729 ‘Dokkumer Nieuwe Zijlen’ aangelegd. Hierdoor werd de open verbinding met de Lauwerszee afgesloten. Dokkum heeft een beschermd stadsgezicht: de oude vestingstad, die omsloten is door de wallen van het bolwerk (aarden vestingwallen). Het bolwerk is aangelegd vanuit Fries strategisch belang: de handelsvaart en de oorlogsvoering met Spanje. Lange tijd waren waterwegen de belangrijkste transportassen. Sinds de tweede helft van de 20e eeuw is het vervoer over de weg steeds belangrijker geworden. In Dokkum is dit duidelijk te zien aan de steeds prominentere rol van wegen in de stadsplattegrond. Door het prominenter worden van andere vervoersmogelijkheden zijn nieuwe verbindingen met het ‘achterland’ ontstaan. In eerste instantie werd nog de Trekfeart richting Stroobos gegraven en het spoor richting Anjum aangelegd.
Met de opkomst van de auto namen wegen de functie van het water en het spoor al snel over. De oude paden die reeds voor eeuwen in gebruik waren, werden verhard en bevestigen de radiale structuur van Dokkum. De ontwikkeling van Dokkum is lang binnen de stadswallen gebleven, omdat het schootsveld vrij moest blijven van bebouwing. Later konden stadsuitbreidingen buiten het bolwerk niet plaatsvinden, omdat de direct
50
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
naastliggende gronden niet tot de stad hoorden, maar eigendom waren van naburige gemeenten. Tot aan ongeveer 1920 is Dokkum een bolwerk in het open landschap gebleven. Vanaf de jaren ‘20 vinden de eerste stedelijke ontwikkelingen buiten de stadswallen plaats met industrie langs de Dokkumer Ie en industrie bij het spoorstation. De eerste woningbouw buiten het bolwerk vindt plaats langs de Stationsweg en de Woudweg. Na de Tweede Wereld Oorlog is Dokkum explosief gegroeid en zijn grotere woonwijken en bedrijventerreinen tussen de radialen ontwikkeld. Waar de stad zich vroeger (voor 1920) kenmerkte door een duidelijke rand (de grachten en het bolwerk), kenmerkt de stad zich nu door waterrijke en beboste randen, bedrijvigheid en geluidswallen die beleefbaar zijn vanaf de rondwegen en het open landschap. Visie groenstructuur Visie voor de groenstructuur van Dokkum is het versterken van de herkenbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van de radiale structuur en het herstellen van de oude verbindingen van de binnenstad met het buitengebied, begeleidt door een krachtige groenstructuur. De hoofdstructuur bestaat uit het Bolwerk met de omringende grachten (in deze visie als parkstructuur benoemd) en de radiale structuur van uitvalswegen en waterlopen. Deze historische structuurlijnen zijn aangevuld met een drietal ‘moderne’ hoofdstructuurlijnen.
Voor de waterstructuur geldt dat deze weer onderdeel vormt van de dragende structuur, zowel ruimtelijk als functioneel. Er zijn vele ideeën geopperd in diverse plannen, voorbeelden hiervan zijn een doorgaande fietsroute langs het water en de herontwikkeling van de Prinslocatie aan de Dokkumer Ie. Qua groenstructuur is de Wâldfeart bij de nieuwe woonwijk
De Trije Terpen een goed voorbeeld van versterking van de waterhoofdstructuurlijn met groen. Het beeld wordt hier bepaald door riet en verspreid staande beplanting van elzen en wilgen. Vooral de Súd Ie kan een belangrijke rol spelen in de groenstructuur, met name in de wijk Fûgellân kan de relatie met het water sterker benut worden door vergroting van de bereikbaarheid en zichtbaarheid. De uitvalswegen zijn als historische hoofdstructuurlijnen aangemerkt. Het gewenste beeld van de groenstructuur is een begeleidende duurzame laanbeplanting met een onderbegroeiing van gras met plaatselijk haagblokken, bijvoorbeeld bij de Altenastreek. Uitzondering hierop zijn de Aalsumerweg, Harddraversdijk en de Strobosserweg. Door hun koppeling met de waterhoofdstructuurlijnen is ervoor gekozen om het landschappelijke karakter van de waterlijnen leidend te maken, zodat ruimtelijk het water zover mogelijk de stad binnenkomt. Van belang bij de uitwerking van de groenstructuur voor de uitvalswegen is de zichtrelatie met de kerk, de molens en de watertoren. Dit geldt voor de Holwerderweg (zicht op molen Zeldenrust en de watertoren) en de Harddraversdijk en Strobosserweg, zicht op de kerk. Tevens is het van belang dat wanneer de uitvalswegen de oude rondweg kruisen de continuïteit van de lijn in het groenbeeld herkenbaar blijft.
De oude rondweg heeft voor een deel een landschappelijk en een deel stedelijk karakter. In deze visie is ervoor gekozen om het landschappelijke karakter zover mogelijk door te laten lopen. Voor de Rondweg-Noord is dit tot de rotonde met de Hantumerweg/ Stationsweg. Voor de Rondweg-West is dit tot de rotonde met de Birdaarderstraatweg. Het beeld bestaat hier uit gras met verspreid staande bomen. Het tussenliggende traject heeft een stedelijk karakter en een
daarbij passend beeld van een doorlopende laan met een cultuurlijke onderbeplanting. Ook de hoofdwijkontsluiting van de woonwijken Jantjeszeepolder en Kooilanden heeft een duidelijk verschil in karakter. Het westelijk de van deze weg sluit aan bij het landschappelijke karakter van het aangrenzende Tolhuispark en Stadsrandpark, met een directe overgang naar een meer stedelijke hoofdstructuurlijn bij de bebouwing. Dit karakter vormt het uitgangspunt van de versterking van deze hoofdstructuurlijn. In Dokkum zijn nog twee historische wegen die geen onderdeel vormden van de radiaalstructuur: het betreft de Hiausterdijk en het Schapedijkje. De eerste is een landschappelijk weg richting Hiaure en de tweede vormt de verbinding tussen de Stationsweg en de Harddraversdijk en is een smalle weg met aan weerszijden beplanting en een zeer karakteristieke ophaalbrug (1910) over de Súd Ie. In Dokkum zijn 14 markante punten voorzien, waarvan 6 gekoppeld aan de rondweg. Met uitzondering van de Aalsumerweg zijn dit allemaal rotondes. De inrichting van deze punten sluit aan bij het karakter van de rondweg, dit betekent voor de kruising Birdaarderstraatweg/ Hollwerderweg/ Altenastrek en de Hantummerweg/ Stationweg een gecultiveerde invulling van bijvoorbeeld vaste planten. De overige hebben enkel een grasbeplanting om het contrast zo groot mogelijk te maken.
In tegenstelling tot de dorpen kent Dokkum net als Kollum een secundaire structuur in de woonwijken.
51
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Foudgum
Foudgum is een terpdorp, gevormd op een kwelderwal dat in het begin van de 19de eeuw nog een ideale, onverstoorde radiale vorm bezat. Om de toen vrijwel onbebouwde terp liep een nagenoeg perfecte, ronde ringweg waar op regelmatige afstanden vier paden naar toe voerden. Deze ideale vorm is verstoord door de aanleg van de weg Dokkum-Holwerd die over het zuidwestelijke deel van de terp werd gelegd. Omdat de terp dun bebouwd bleef, konden in de laatste jaren van de 19de eeuw grote delen van de terp worden afgegraven. Opmerkelijk is dat hier een eeuw later weer hoeken terp zijn aangevuld, een soort terprestauratie. In het midden van de bijna zes meter hoge terp staat de dorpskerk. Foudgum was vroeger verbonden met het waternetwerk door de Foudgumer Feart. Deze op enige afstand van het dorp gelegen opvaart volgt de karakteristieke radiale verkavelingsstructuur rondom Foudgum. Visie groenstructuur De hoofdstructuur bestaat uit de terpring, passend De Terp geheten. Deze ring liep oorspronkelijk, ten zuiden van de provinciale weg, door in de F. Haverschmidtwei. Vanwege de directe relatie met het omliggende landschap is de terpring van Foudgum aangemerkt als landschappelijke (historische) hoofdstructuurlijn. De reeds aanwezige begeleidende boombeplanting in gras en de zichten op het landschap bepalen het beeld. De provinciale weg vormt een belangrijke
52
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
verbinding tussen Dokkum en Holwerd. Doordat de weg de terpring doorsnijdt, is het vanuit de historie logisch om deze weg onbeplant te laten. Om de oorspronkelijke terpring optimaal beleefbaar te maken is het wenselijk om de begeleidende beplanting van De Terp door te zetten in het oude tracé van de F. Haverschmidtwei. De historische invalsweg van Foudgum wordt gevormd door de Mellemawei aan de noordzijde. Deze weg wordt vanaf de kruising met de waterhoofdstructuurlijn Foudgumer Feart voorzien van een begeleidende laanbeplanting. De kruising met de Foudgumer Feart kan ruimtelijk versterkt worden door de aanwezige duiker te vervangen door een brug of een verwijzing naar een brug op te nemen. De twee entrees op de terpring worden versterkt door de toevoeging van een haag aan de buitenzijde. De komgrensborden langs de provinciale weg blijven ‘kaal’. De Mellemawei heeft geen komgrensbord. Hier vormt de ‘brug’ over de Foudgumer Feart de entree naar het dorp.
Ginnum
Ginnum is een terpdorp dat enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling is ontstaan. Ginnum was een radiale terp, waarvan de sporen ondanks de sterke afgraving van omstreeks 1900 nog net zijn te ervaren. Alleen het terpgedeelte van kerk met kerkhof werd gespaard en ten oosten en noorden van de kerk is nog een deel van de ringweg aanwezig. Ginnum van met de Ginnumer Opfeart over water ontsloten in zuidwestelijke richting naar de Ferwerter Feart en Oude Vaart van dit dorp naar de Ee. De verkeersroute over land van Dokkum naar Ferwert liep aanvankelijk om de noordoostelijke terpflank, maar in 1856 is de weg van Ferwert richting Jislum verhard, over de terp van Ginnum en daar vlak langs de kerktoren getrokken. Elf jaar later is dat gebeurd met de weg van Dokkum over Reitsum. Daardoor ontstond een nieuwe driesprong ruim ten zuiden van de kerk en bleef het noordoostelijke kwart van de ringweg in authentieke vorm bestaand. In de parcellering is de radiale structuur verder niet meer te herkennen. Ginnum is altijd dun bebouwd geweest. Nu bestaat het dorp uit enkele buurtjes die als bij toeval ruim rond de kerk zijn gegroepeerd.
Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Ginnum bestaat uit twee lijnen Harstawei/ Hikkaarderdyk, aangewezen als historische hoofdstructuurlijn en de Flieterpsterdyk met eenzijdige boombeplanting en vanwege de directe relatie met het omliggende landschap aangewezen als landschappelijke hoofdstructuurlijn. De Harstawei/ Hikkaarderdyk is in de huidige situatie voorzien van een rij leilinden, waarmee deze historische hoofdstructuur een passende groenstructuur heeft. Rond de kerk staat een rij lindenbomen die terp met kerk en kerkhof markeert. Het einde van de waterhoofdstructuurlijn Ginnumer Opfeart is gemarkeerd met een aanlegplaats. De drie entrees van het dorp hebben reeds de gewenste markering met de haag.
53
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Hallum
Hallum is een radiaal terpdorp dat is ontstaan op een kwelderrug. In de 11de eeuw is de zeedijk die ten noorden van het dorp werd opgeworpen op de terp aangesloten. De Hallumer terp kwam daarbij geheel binnendijks te liggen. Die raakte aanvankelijk om het kerkhof vooral bebouwd aan de zuidwestzijde met de Hegebuorren en de Lytse Buorren en aan de noordzijde met de Grote Streek en omgeving. Het waren enkele van de vele oude radiale paden. Een deel van de oude kern van Hallum is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Aan de noordwestzijde kwam binnen de dijk in de 13de eeuw De Offinga State op een weids erf tot stand, dat toen waarschijnlijk de ringweg aan die zijde al verstoorde. De state is in 1738 gesloopt en liep lang een onbebouwd terrein achter. Voor het overige is ondanks de latere bebouwing de ringweg nog duidelijk aanwezig, aan de noordzijde heet hij zelfs Rondweg. Aan de zuidzijde lag De Goslinga State net buiten de ringweg en verder van het dorp aan de oostzijde Sytjema State. Het dorp werd ontsloten door de Hallumer Meer die na de verbreding en het leggen van een jaagpad sinds 1648 ook wel de Hallumer Trekvaart werd genoemd. De vaart vormde met een haakse bocht de haven tegen de westelijke flank van het dorp.
De vaart koerste vervolgens in zuidwestelijke richting om na een paar honderd meter opnieuw een haakse bocht naar het zuidoosten te maken om kaarsrecht door het land te lopen en bij Bartlehiem in de Ee uit te monden. Vanaf de 17de eeuw kwam er dan ook bebouwing aan de zuidwestelijke zijde van het dorp.
54
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
De industrie is na de oorlog grotendeels verplaatst naar de Doniaweg die in westelijke richting naar Hallumerbroek voert en daar een aanzienlijke wissel op het landschap trekt. Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Hallum bestaat uit de terpring, die wordt gevormd door: de Rondweg, Langebuorren en de Offingaweg. De waterhoofdstructuurlijn wordt gevormd door de Hallumer Feart en de Hallumerhoekster Feart. De hoofduitvalswegen worden gevormd door de Jipperdastrjitte, Jouwsmabuorren, Noordermiedweg en Doniaweg. Deze wegen krijgen een begeleiding van een boombeplanting met een onderbegroeiing van gras. Waar de hoofduitvalswegen aantakken op de terpring zijn de markante punten van Hallum gelegen. Het betreft de kruising Rondweg en It Pypke en de kruising Rondweg en De Trânse. Door de vele uitvalswegen kent Anjum in totaal zes entrees, waarvan de entrees bij de Dionaweg, Jouwsmabuorren, Jipperdastrjitte en Noordermiedweg het belangrijkste zijn. Deze worden gemarkeerd door bij het kombord aan weerszijde een haag te plaatsen. De overig entrees hebben een afwijkend profiel door de provinciale weg dat hier gekozen is om de komgrens niet te markeren, naast het komgrensbord. De secundaire groenstructuur in Hallum bestaat uit de twee ‘parkachtige’ plekken; het groen rondom de sportvelden en het park rondom De Offinga State aan de zuidoostzijde van de terp.
Hantum
Hantum is een karakteristiek terpdorp dat is ontstaan op de kwelderwal langs de rand van de Waddenzee en geleidelijk tot flinke hoogte is opgeworpen. De kerk lag, zoals dat wel meer voorkwam, niet in het midden van de terp, maar door afgravingen omstreeks 1900 kwam zij helemaal aan de zuidwestelijke rand van de dorpsterp te liggen. Het dorp is ontstaan langs de hoofdwegen de Smidstrjitte, Doarpsstrjitte en rondom de T-vormige kruising. De dorpskom ligt daardoor ten noorden en noordoosten van de kerk. In het landschap rondom Hantum is een cirkelvorm herkenbaar in de percelen, maar het dorp heeft niet de voor terpdorpen kenmerkende ringweg. Visie groenstructuur
met omringende beplanting hier waardevol. Het doel is om de lijn meer als geheel vorm te geven, waarbij de laanstructuur de basis vormt. In het middendeel kan deze niet doorgezet worden. Hier wordt het beeld gecontinueerd door plaatselijk ruimte te zoeken voor solitaire bomen van dezelfde soort. Het markante punt van Hantum wordt gevormd door de kruising van de twee hoofdstructuurlijnen. De huidige kruising is nu ruimtelijk gezien al een goed voorbeeld van hoe het karakter van een dergelijk punt bepaald kan worden door beeldbepalende beplanting. In dit geval in de voortuin van de pastorie. Hantum kent drie komgrenzen die gemarkeerd worden. De oostelijke entree is ruimtelijk gezien bijzonder omdat hier de brug ligt over de Hantumer/ Ternaarder Feart.
De hoofdstructuur van Hantum bestaat uit de historische hoofdstructuurlijnen van de Brantgumerwei/ Smidstrjitte en de Doarpsstrjitte. De Smidstrjitte heeft in de huidige situatie twee karakters. Het beeld tussen de Doarpsstrjitte en de Master Beymastrjitte wordt (evenals de Doarpsstrjitte zelf) bepaald door de aanliggende bebouwing en de markante bomen in de particuliere tuinen (bijvoorbeeld bij de pastorie aan de Smidstrjitte nr. 2). Het deel ten oosten van de Master Beymastrjitte heeft een sterke laanstructuur in de passende grasbermen. De Brantgumerwei (het deel ten westen van de Doarpsstrjitte) heeft een nauwe relatie met het landschap en geen begeleidende beplanting, wel is het zicht op de kerk
55
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Hegebeintum
Hegebeintum is een radiaal terpdorp dat enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling is ontstaan. Het is een ‘ideale’ terp met een nagenoeg cirkelvormige ringweg. Het zuidelijke gedeelte van deze ringweg is verhard; het noordelijke gedeelte heeft nog het authentieke karakter. De terp is dun bewoond gebleven, waardoor hij tussen 1896 en 1905 voor het grootste gedeelte kon worden afgegraven. Alleen de kerk met hof zijn gespaarden een drietal steil oplopende paden doen het terpniveau zintuigelijk beleving. Juist omdat het de hoogste terp van Friesland is: de kruin reikt tot maar liefs 8,8 meter. Hegebeintum was aan de westzijde door de Ferwerter Feart ontsloten. Visie groenstructuur De hoofdgroenstructuur van Hegebeintum bestaat uit de terpring, gevormd door de Underom. Deze structuur is aangewezen als historische hoofdstructuurlijn. De reeds aanwezige begeleidende boombeplanting in gras bepalen het groenbeeld. De Harstawei is vanwege de directe relatie met het omliggende landschap aangewezen als landschappelijke hoofdstructuurlijn. De weg wordt aan weerszijden begeleid door een bomenrij (laanbeplanting) met zicht op het omringende landschap. De kruising met de Ferwerter Feart is gemarkeerd met een brug over het water.
56
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
Hiaure
Hiaure is een klein terpdorp. De terp is door de eeuwen heen erg dun bevolkt gebleven. Pas gedurende de afgelopen anderhalve eeuw zijn haaks op de doorgaande weg, aan De Wylgen en vooral Krûdikker, woonbuurtjes ontstaan. Er is geen spoor meer te vinden van een ringweg of radiale paden. Buiten de kleine kern bestaat het dorp verder uit verspreid staande agrarische bebouwing. Hiaure was vroeger op enige afstand ontsloten door de Hantumer Feart. Pas laat, in de tweede helft van de 19de eeuw, is de weg Hantumerwei – De Ham van de Hantumerhoek over Hiaure naar Dokkum tot stand gekomen. De sterk beplante dorpskerk van Hiaure staat nu aan de jonge, doorgaande weg op het terprestant.
Visie groenstructuur De hoofdstructuur bestaat uit één lijn (Hantumerwei/ De Ham) met daaraan de beplante kerk. Vanwege de directe relatie met het landschap is deze weg als landschappelijke hoofdstructuurlijn aangemerkt. Waar mogelijke wordt de begeleidende boomstructuur aangevuld met inheemse, duurzame soorten. De entrees van de dorpen worden naast de reeds aanwezige verkeerskundige versmallingen gemarkeerd door de toevoeging van een haag.
57
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Jislum
Visie groenstructuur
Landschappelijke hoofdstructuur Een groot deel van de groenstructuur in Jislum bestaat uit de landschappelijke hoofdstructuur. In Jislum is het belangrijk dat het landschap weer ervaren kan worden. Hiervoor is het nodig dat een deel van het opschot wilgen verwijderd wordt uit de laanstructuur. Op deze wijze kan het landschap weer ervaren worden. Op delen kan het opschot, in het kader van biodiversiteit behouden blijven. Jislum is een radiaal terpdorp maar dat Jislum een terpdorp is, valt nauwelijks meer te merken: de woonheuvel is omstreeks 1910 grotendeels afgegraven. Dan kon gebeuren omdat de terp door de eeuwen heen slechts dun bevolkt is gebleven. Hoewel de terp is vergraven kan aan de perceelindeling het zuidoostelijke part nog wel worden herkent. Even na het midden van de 19de eeuw is de doorgaande verharde weg van Ferwert naar Burdaard aangelegd. Die werd in Jislum net als bij Ginnum over de terp gelegd. Opmerkelijker is het dan ook buiten de oorspronkelijke terpomvang aan de zuidelijke zijde de radiale geleding in het landschap doorloopt tot zelfs een deel van een ringvormig pad dat ruim op de terp zal hebben gelegen. Er staat enige bebouwing aan de doorlopende weg en verder agrarische bebouwing verspreid door het land. De groenstructuur in Jislum bestaat uit de waterhoofdstructuurlijn Jislumer Feart en de historische hoofdstructuurlijn Hikkaarderdyk.
De kerk met zware beplanting is beeldbepalend. Verder wordt het groenbeeld bepaald door de bomenrijen langs de Hikkaarderdyk. De entrees worden bepaald door een haagstructuur, zowel aan de zuid als noordkant van Jislum.
Waterstructuur De waterstructuur dient op de kruising met de landschappelijke hoofdstructuur beleefbaar gemaakt te worden. Aan de noordzijde van de brug verhinderd opschot van wilgen dit beeld. Door deze (deels) weg te halen kan de beleefbaarheid van deze groenstructuren bevorderd worden.
Entree De entrees aan de zuidkant en noordkant zijn verduidelijkt met hagen. Door opschot langs de hagen worden deze echter minder beleefbaar. Ook hier is het wenselijk om dit deels te verwijderen.
58
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
Lichtaard
Lichtaard is een klein terpdorp dat enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling is ontstaan. Het is met Ginnum, Jislum en Reitsum een van de zogenaamde vier Vlieterpen. Het is een radiale terp die nauwelijks meer als zodanig kan worden herkend. Omstreeks 1900 is de schaars bebouwde terp namelijk sterk afgegraven. Daardoor lijkt ook de kerk op het terprestant vanaf de doorgaande route omhoog te rijzen en het kerkpad aan de noordzijde als een oplopende dijk naar de kerk. Aan deze noordzijde is de ringweg met een onregelmatig beloop ook nog wel te herkennen. Lichtaard was over het water ontsloten dankzij de oostelijk lopende Holwerter Feart waar even ten noorden van Lichtaard ook de vaart uit Blije op uitkomt. Er was ook al vroeg een landweg naar Ferwert die bij Lichtaard door het land kronkelde maar even verder noordwestelijk tamelijk strak richting de hoofdplaats liep. De doorgaande route van Dokkum over Lichtaard en Ginnum naar Ferwert is omstreeks 1867 rechtgetrokken, verhard en verbreed. Deze weg liep net buiten de zuidelijke rand van de oorspronkelijke terp. Aan deze weg is sindsdien de meeste bebouwing tot stand gekomen. Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Lichtaard bestaat uit de Flieterpsterdyk, de doorgaande route van Dokkum naar Ferwert, en de vanuit het noorden daarop aansluitende Noardermieddijk.
De plek waar de twee wegen samenkomen is aangewezen als markant punt. Beide hoofdstructuurlijnen worden begeleid door eenzijdige of tweezijdige boombeplanting met bomen in een grasberm. De entrees langs de Flieterpsterdyk zijn in de huidige situatie al voorzien van haagbeplanting. Omdat de komgrens bij de Noardermieddijk ver in het buitengebied is gelegen, wordt hier geen haagbeplanting toegepast.
59
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Metslawier
Het terpdorp Metslawier was sinds het einde van de 18de eeuw de hoofdplaats van de gemeente Oost-Dongeradeel en had een voornaam karakter. In het dorp en in de directe omgeving lagen maar liefst zes of zeven stateterreinen. Het voorname karakter is nog steeds te herkennen aan de statige panden in de historische kern. De bebouwing heeft zich lang beperkt tot de ovaalvormige terp met ringweg, de Master fan Loanstrjitteen Balthasar Bekkerstrjitte. Aanvankelijk stond de bebouwing vooral ten noorden van de kerk, maar daarna is het geheel compact bebouwd geraakt. De bebouwing binnen de terpring is aan de westkant kleinschaliger en aan de oostkant veel ruimer. Hier staan enkele grote bouwvolumes op ruime erven, waarvan een ombracht erf met opstal ter plaatse van de in 1771 afgebroken Unia State of De Jaersma State, de meest opvallende is. Behalve deze bebouwing binnen de ringweg, ligt langs de buitenzijde van de ringweg hier en daar dorpsbebouwing, vooral langs de noordzijde. De terp is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Samen 60
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
met de karakteristieke bebouwing wordt het beeld bepaald door de zorgvuldige inrichting van de openbare ruimte en de eenduidige erfafscheidingen. Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Metslawier wordt gevormd door de terpring bestaande uit de Balthasar Bekkerstrjitte en Master fan Loanstrjitteen. Hierop takken de twee hoofduitvalswegen Roptawei (verbinding Dokkum – Anjum) en Stasjonswei (verbinding Niawier – Engwierum) aan. Deze locaties zijn dan ook markante punten binnen de structuur van het dorp, die versterkt worden in de groenstructuur. De zichtbaarheid van de terpring wordt vergroot door de toevoeging van linden. De uitvalswegen hebben een begeleiding van een boomstructuur, waar mogelijk een laan, en een onderbeplanting van gras. Dit is voor een groot deel al in de huidige situatie aanwezig.
Niawier
Niawier is een terpdorp dat net als andere niet zeer oude terpdorpen, zoals Engwierum en Nes, een rechthoekige structuur bezit. De Nijwierster Opfeart die om het kloosterterrein van Sion (herkenbaar aan twee bochten) richting de Peazens liep, zorgde voor de ontsluiting over water. Bebouwing heeft vooral plaatsgevonden om het wegenvierkant om de terp en op de paden die over de terp lopen. Nagenoeg in het midden bestaat nog een open graskamp. De onbeplante dorpskerk staat niet in het midden maar aan de oostelijke rand van de terp. Visie groenstructuur
De uitvalswegen sluiten aan op de hoeken van de ringweg, met uitzondering van de Bredewei. Deze locaties, de markante punten, zijn van groot belang voor het herkenbaar maken van de terpring. De uitvalswegen zijn onderdeel van de landschappelijke hoofdstructuurlijnen en worden gekenmerkt door een begeleidende boomstructuur en grasbermen. Deze is deels al aanwezig in de huidige situatie. De uitvalswegen worden gevormd door de Siercksmawei, Mearswei, Bredewei, Grytmanswei en hierop aansluitend De Singel. Goed voorbeeld in Niawier is de beëindiging van de Nijwierster Opfeart met een aanlegplaats voor boten wat passend is voor de functie van de opvaart.
De rechthoekige terpring bestaat uit de Auck Doniastrjitte, Terpstrjitte, Bornensisstrjitte en Siercksmawei. Opvallend is de breedte van het profiel van de terpring met overal (soms grote) voortuinen en het ontbreken van een opgaande groenstructuur. Uitzondering hierop vormen de oude leilinden voor de protestantse kerk en langs de kamp.
61
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Oosternijkerk
Oosternijkerk is een vrij jonge nederzetting (nij verwijst hier al naar), ontstaan op de kwelderwal langs de Waddenzee. Het is geen terpdorp en daarmee een uitzondering in de streek. Oosternijkerk is een komdorp dat waarschijnlijk pas is ontstaan na de bedijking van het gebied vanaf de 11de eeuw. Langs de vrij ruime weg De Buorren is het begonnen met lintbebouwing. Het dorp heeft met de Nijtsjerker Opfeart een ontsluiting in noordelijke richting naar De Paezens. Bijzonder is dat de opvaart doorloopt tot in het hart van Oosternijkerk. Sinds de 18de eeuw is het dorp verbonden met Dokkum. De Buorren vertoont nog een aantal bochten en nabij de kerk een verbreding waardoor de profielen gevarieerd en levendig zijn. Gedurende de 19de eeuw is er vooral gebouwd langs de bestaande wegen en paden. In de 20ste eeuw is het dorp uitgebreid naar de noordwestzijde tussen De Lyts Ein en Griene Wei en aan de noordzijde rond De Terp en De Fiver. Recent ook aan de zuidzijde.
62
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Oosternijkerk bestaat uit De Buorren doorlopend in de Ropsterwei met hierop aantakkend de Mûnewei, Langgrousterwei, De Lyts Ein en Griene Wei/ Ald Tún. Waar het karakter van De Buorren vrij stenig is met kleine groenvakken, worden de andere hoofdstructuurlijnen bepaald door grasbermen, brede voortuinen en bovenal de relatie met het landschap. In deze visie is ervoor gekozen om De Buorren als historische hoofdstructuurlijn en de overige lijnen als landschappelijke hoofdstructuurlijn te versterken. Hierdoor wordt het verschil, deels al aanwezig in de huidige situatie, versterkt. Langs De Buorren zijn drie markante punten gelegen. In tegenstelling tot de kruisingen met t De Lyts Ein (locatie bij de kerk) en de Mûnewei/ Langgrousterwei heeft de kruising met de Griene Wei/ Ald Tún geen verbijzondering gekregen.
Oostrum
Oostrum is een terpdorp dat enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling is ontstaan in het door kreken en zeearmen doorsneden gebied tussen de Súd Ie en Dokkumer Grutdjip. Het is gelegen op de overgang van de kwelderwal langs de Dokkumer Grutdjip naar de kweldervlakte. De Eastrumer Opfeart ligt even ten westen van het dorp en vormde de waterverbinding met de Súd Ie. De terp heeft een radiale structuur met een ringweg, waarvan het zuidelijke segment nog bestaat en het oostelijke deel als pad is te herkennen. De cirkelvorm is verder aan de perceelsgrenzen af te lezen, maar ruimtelijk minder zichtbaar. Naar de kerk op de kruin van de terp lopen vanaf de voet straalsgewijs een viertal wegen. Het zuidelijke deel van de ringweg is deel gaan uitmaken van de vrij kronkelige verbinding tussen Dokkum en Ee.
Visie groenstructuur De hoofdstructuur bestaat uit de ringweg, gevormd door de Heechswei en het Tsjerkepaed doorlopend in het voetpad. Door de directe relatie met het landschap is de hele hoofdstructuur benoemd als landschappelijke hoofdstructuur. Deze structuur wordt ruimtelijke geaccentueerd door toevoeging van (waar mogelijk) begeleidende beplanting. Doordat de Heechswei is opgenomen in de verbinding tussen Dokkum en Ee, wordt het traject tussen de komgrens en de terpring bewust niet beplant, zodat de ringstructuur krachtiger wordt. Het gevaar bestaat dat anders de verbindende structuur het beeld gaat bepalen. Beide entrees zijn in de huidige situatie al voorzien van begeleidende haagbeplanting, waarmee de komgrens gemarkeerd wordt.
63
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Raard
Raard is een terpdorp dat enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling is ontstaan. Karakteristiek is de hogere terp in het open landschap. Raard heeft een radiale opbouw waarvan de min of meer ovaal lopende ringweg nog voor ongeveer twee derde om de terp loopt. De ringweg is vrij dicht bebouwd, aan de oostelijke kant aan beide zijden en aan de zuidelijke kant alleen aan de terpzijde. De westelijke zijde van de terp is afgegraven. Aan de noordzijde, waar de rond 1870 aangelegde doorgaande weg richting Lichtaard in Ferwerderadiel loopt, is dat zo sterk en diep gebeurd dat er een dorpsijsbaan is ontstaan. Hier is het hoogteverschil van de terp ten opzicht van het omliggende landschap het duidelijkst zichtbaar. Het dorp is in zuidelijke richting ontsloten door de als een oude slenk door het landschap meanderende Raarder Feart. Deze loopt naar de Dokkumer Ie waarop vanuit het noorden de kaarsrechte, lange waterverbinding van Holwerd aansluit. Visie groenstructuur De hoofdstructuur bestaat uit de terp met daarop de kerk, omgeven door een zware beplanting en het directe zicht vanaf de Van Kleffenswei over de ijsbaan. De historische
64
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
terpring (Van Kleffenswei, De Buorren en Lineleane) wordt waar mogelijk begeleidt door linden en aan de zuidzijde door de reeds aanwezige hagen. De uitvalswegen vanaf de noordoostelijke entree en zuidelijke entree worden begeleidt door een eenzijdige (De Buorren) of tweezijdige (Van Kleffenswei) boomstructuur. De entrees aan de Van Kleffenswei zijn al voorzien van begeleidende hagen. Bijzonder punt is de entree aan de zuidzijde. Hier wordt de entree gevormd door de brug over de Raarder Feart. Markante punten zijn de aantakkingen van de uitvalswegen op de ringstructuur, de kruising Van Kleffenswei en De Buorren. Deze wordt nu gemarkeerd door de beeldbepalende bomen op particulier terrein bij Van Kleffenswei nr. 6. Het markante punt, gevormd door de kruising van De Buorren met de Lineleane, wordt versterkt door de toevoeging van een beeldbepalende boom. Ruimtelijk loopt hierbij de ringstructuur door.
Reitsum
Reitsum is een terpdorp dat enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling is ontstaan. Met Ginnum, Lichtaard en Jislum vormt het kwartet van de Vlieterpen, vluchtterpen. Uit oud kaartmateriaal blijkt dat Reitsum steeds uit een kerk, enkele huizen en boerderijen en een state heeft bestaan. De terp van Reitsum kon mede door de dunne bebouwing aan het einde van de 19de eeuw grotendeels worden afgegraven. Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Reitsum bestaat uit de doorgaande Flieterpsterdyk. Deze weg is aangewezen als historische hoofdstructuurlijn. Daarop sluiten de landschappelijke hoofdstructuurlijnen van de Jannumerwei en de Grienereed aan. Op de kruising waar de Jannumerwei aansluit op de Flieterpsterdyk staat iets ten noorden de kerk. Deze kruising is aangewezen als markant punt. Hier wordt het karakter bepaald door de boombeplanting langs de wegen en in de particuliere tuinen. De Jannumerwei en de Grienereed hebben bij uitstek een landschappelijk karakter. Hier wordt het beeld bepaald door, een al aanwezige, boomstructuur in grasberm. De entrees van Reitsum zijn al voorzien van een begeleidende haagbeplanting met bomen.
65
GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN
Wanswerd
Wanswerd is een terpdorp. Het moet een terp van het radiale type zijn geweest, maar daar is nu niet veel meer van te zien. Alleen aan de noordzijde kunnen nog twee radiale paden worden herkend en een stukje van de ringweg. Dat maakt nu deel uit van de in de tweede helft van de 19de eeuw rechtgetrokken doorgaande weg van Burdaard naar Ferwert. Daarvoor ging deze weg ten zuiden van Wânswert heen. Het dorp was al eerder ontsloten door een opvaart naar de Herenwegstervaart. De hoge terp is aan het einde van de 19de eeuw vooral aan de zuidzijde afgegraven. Vanuit het zuiden is de hoogte van de kerkterp goed te ervaren. Ten noorden van de kerk ligt een buurtje dat met de omringende bebouwing aan de radiaalpaden naar de doorgaande weg een carré vormt.
66
Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com
Visie groenstructuur De Buorren vormt de hoofdstructuur van Wanswerd en is aangewezen als historische hoofdstructuurlijn. In het smalle profiel is het zoeken naar ruimte voor bomen en wordt het groenbeeld vooral bepaald door de beplanting in de particuliere voortuinen. Bij de twee entrees van het dorp gaat de historische hoofdstructuurlijn over in een landschappelijke hoofdstructuurlijn. Bij de entrees van Wanswerd aan De Buorren en Goslingawei wordt de weg begeleid door een dubbele bomenrij (laanbeplanting) met een onderbegroeiing van gras, waardoor goed zicht is op het omliggende landschap. De bebouwde komgrens kan verder worden versterkt door het toevoegen van een begeleidende haagbeplanting.
67
2.4 Het Veengebied Tot in de vroege middeleeuwen bestond een groot deel van Friesland uit uitgestrekte hoogveengebieden. Vanuit de overgang tussen de kwelders en het hoogveengebied, de zogenaamde veenrandzone werd het gebied ontgonnen. 2.4.1 Kernkwaliteiten Kenmerkend is de langgerekte opstrekkende verkaveling. Door de ontwatering van het gebied oxideerde het veen en kwamen de hoger gelegen dekzandkoppen aan de oppervlakte te liggen. Het veengebied kenmerkt zich door de langgerekte smalle kavels met slootjes en een hoge dichtheid aan opgaande beplanting. De historische verkaveling is nog goed zichtbaar aan de hand van sloten, elzensingels en dykswâlen (beplanting op een opgeworpen aarde wal) aanwezig. Ook zijn er laanstructuren die de dorpen in dit landschap onderling verbinden. Het duidelijk eigen karakter van het veengebied wordt verder versterkt door de hoge dichtheid van bosjes die aan de randen van de dorpen aanwezig zijn. 2.4.2 Visie op de groenstructuur Het beeld in het veengebied wordt bepaald door de aanwezige groenstructuren van elzensingels, dykswâlen en bomenrijen/laanstructuren langs de wegen. De dorpsbosjes, elzensingels en dykswâlen zijn veelal in bezit en beheer van derden. Deze zorgen samen voor het groene karakter van dit landschap, en zijn cultuurhistorisch waardevol.
Om deze elementen te behouden en daar waar deze verdwenen zijn weer te versterken, wil de gemeente grondeigenaren stimuleren om gezamenlijk plannen te maken hoe deze structuren kunnen worden behouden en uitgebreid.
Gemeentelijke groeneigendommen De bomenrijen langs de wegen zijn voor de wegbeleving van belang en verbinden op veel plekken de dorpen met elkaar. Op sommige stukken, voornamelijk in de dorpen zijn deze structuren onderbroken. Deze structuren zijn in gemeentelijk eigendom. De onderbroken structuren worden versterkt zodat zij de dorpen weer met elkaar verbinden. Ook de groene zomen die in veel dorpen aanwezig zijn, vormen een waardevolle structuur voor de beleving van de dorpsentrees. Daar waar mogelijk worden deze uitgebreid met een verbijzondering in het sortiment en markant punten die de entree van het dorp verduidelijkt. Klimaat en biodiversiteit Ook voor het veengebied geld dat de bermen van wegen een rol kunnen spelen bij de versterking van de biodiversiteit. Door te zorgen voor bloemrijke bermen, worden wegen belangrijke bloemlinten. Daarnaast wordt gekeken of lanen in stad en dorp omgevormd kunnen worden tot heterogene lanen met meerdere soorten. In het veengebied wordt afgeweken van de algemene visie dat in het landschap allen homogene lanen worden toegepast. Omdat het veengebied zo’n hoge dichtheid kent qua groenstructuren en het past in het algehele beeld van het gebied, kunnen ook de laanstructuren in het landschap omgevormd worden tot heterogene structuren.