CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Groenstructuurplan - september 2021

It Petear 7 oktober 2021, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Presentatie Groenstructuurplan24.107 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Groenstructuurplan Gemeente Noardeast-Fryslân

CO N CE PT

15 september 2021 Concept 2.0

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Colofon In opdracht van: Gemeente Nordeast Fryslân Opgesteld door: Sjors de Greeff (Landschapsontwerper) Floor van Gils (Adviseur Landschap en Ruimtelijke Kwaliteit) Peter Westerink (Landschapsarchitect) Gecontroleerd door: Peter Westerink Vrijgegeven door: Peter Westerink

Datum: 15-09-2021 Status: concept, versie 2.0, AS3 Ons kenmerk: D10032464 Projectnummer: 30081410

2

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Inhoudsopgave 0. Inleiding 7 0.1 Aanleiding en doelstelling 7 0.2 De waarden van groen 7 0.3 Kaders en samenhang met andere beleidsdocumenten

7

0.4 Totstandkoming 9 0.5 Opbouw en leeswijzer 9

1. Ambitie 11 2. Visie op de groenstructuur

13

2.1 Inleiding 11 2.2 De zeekleipolders 15 2.1.1 Kernkwaliteiten 15 2.1.2 Visie buitengebied 15 2.1.3 Uitwerking kernen

16

2.2 De kwelderwallen 21 2.2.1 Kernkwaliteiten 21 2.2.2 Visie buitengebied 21 2.2.3 Uitwerking kernen 22 2.3 De kweldervlaktes 43 2.3.1 Kernkwaliteiten 43 2.3.2 Visie buitengebied 43 2.3.3 Uitwerking kernen 44 2.4 Het veengebied 69 2.4.1 Kernkwaliteiten 69 2.4.2 Visie buitengebied 69 2.4.3 Uitwerking kernen

Bijlagen 79

`

3

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

4

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Overzicht kernen Onder kernen worden de gebieden verstaan die binnen de komgrens conform BRT TOP10 vallen. Het buitengebied beslaat het gebied buiten de komgrenzen. Zeekleigebied Kollumerpomp 17 Munnekezijl 18 Warfstermolen 19 Kwelderwallen Blije 23 Anjum 24 Ee 26 Engwierum 27 Ferwert 28 Hantumhuizen 29 Holwerd 30 Lioessens 32 Marrum 33 Morra 34 Nes 35 Oostmahorn/De Skâns 36 Paesens – Moddergat 37 Ternaard 38 Waaxens 39 Wierum 40 Kweldervlaktes Brantgum 45 Burdaard 46 Burum 47 Dokkum 50 Foudgum 52 Ginnum 53 Hallum 54 Hantum 55 Hegebeintum 56 Hiaure 57 Jislum 58 Lichtaard 59 Metslawier 60 Niawier 61 Oosternijkerk 62 Oostrum 63 Raard 64 Reitsum 65 Wanswerd 66 Het Veengebied Kollum 71 Kollumerzwaag 72 Oudwoude 73 Veenklooster 74 Westergeest 75 Zwagerbosch 76

5

0. Inleiding Groen is essentieel voor het creëren van een prettige en duurzame leefomgeving. Bomen, parken, water en groenstroken hebben vaak een onderlinge samenhang en vormen daarmee een groenstructuur. Deze groenstructuur hangt nauw samen met het landschap en de stedenbouwkundige en ruimtelijke opbouw van een stad of dorp.

0.1

Aanleiding en doelstelling

Sinds 1 januari 2019 zijn de voormalige gemeenten Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland opgegaan in de nieuwe gemeente Noardeast-Fryslân en is er (nog) geen uniform beleid op het gebied van bomen en groen. Dit Bomen- en Groenstructuurplan (hierna Groenstructuurplan) vormt de basis ten aanzien van het groen -en bomenbeleid. In dit Groenstructuurplan staat – met het bestaande groen als uitgangspunt – de integrale langetermijnvisie op de gewenste groen -en bomenstructuur beschreven. De visie gaat zowel in op het openbaar groen in het buitengebied als het groen binnen de bebouwde kom van Dokkum en 43 andere kernen binnen de gemeente Noardeast-Fryslân. Het doel van dit Groenstructuurplan is tweeledig: – Het geven van een visie op de bestaande en na te streven structuur van het openbare groen voor de lange termijn (2022-2050); – Het geven van een kader voor: – nieuwe ontwikkelingen (zoals renovaties en dorpsuitbreidingen, klimaatadaptatiemaatregelen, duurzame energie en het vergroten van de biodiversiteit); – prioritering, budgettering en investering van groenbudgetten; – leidraad voor renovatie, vervanging en eventueel verkoop van openbaar groen; – bescherming van boom- en groenstructuren in gemeentelijk eigendom. Gedurende de looptijd vormt dit Groenstructuurplan de leidraad voor beleid, aanleg, reconstructie en het beheren van het gemeentelijke groen.

Daarmee ontwikkelen we een robuuste en duurzame groenstructuur, die bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit en groene ‘dooradering’ van de kernen, met als doel een gezonde leefomgeving voor de inwoners van de gemeente.

0.2

De waarden van groen

Een toekomstbestendige gemeente kan niet zonder groen. Bomen en groen leveren niet alleen een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van onze woon- en leefomgeving, maar

vergroten ook de biodiversiteit en spelen een belangrijke rol bij klimaatadaptatie (vertraagde hemelwaterafvoer, voorkomen hittestress, CO2 opname). De waarden van het openbaar groen kunnen worden onderverdeeld in verschillende categorieën, zoals bijvoorbeeld educatieve waarde, natuurwaarde en functionele waarde. Hieronder volgt puntsgewijs een nadere toelichting op de waarden van groen voor klimaatadaptatie en het versterken van de biodiversiteit: Klimaatadaptatie Bomen en groen spelen een belangrijke rol bij klimaatadaptatie. Bomen leggen CO2 uit te lucht vast waardoor opwarming van de aarde wordt tegengegaan en zorgen door schaduw voor verkoeling wat helpt hittestress te verminderen. Vooral bomen creëren door hun invloed op licht en de luchtcirculatie een microklimaat en verminderen daarmee lokaal extremen in warmte, koude, vochtigheid en droogte. Bomen en groen reguleren daarnaast water en vergroten de bergingscapaciteit om zo wateroverlast tegen te gaan. Biodiversiteit Door bevolkingsgroei, toenemende verstedelijking en de intensieve landbouw is de biodiversiteit de afgelopen eeuw landelijk op grote schaal achteruit gegaan. Een groot deel van de biodiversiteit op aarde bestaat uit insecten vaak gebonden aan het voorkomen van specifieke planten, bomen en struiken.

Bomen bieden voedsel, leefruimte, bescherming en nestgelegenheid aan insecten, vogels, kleine zoogdieren en korstmossen. Meer en gevarieerd groen kan bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit, een grote soortendijkdom is daarbij belangrijk. Door de aanplant van meer pollen- en nectarrijke bomen, struiken en vaste planten (drachtplanten) en vogelbosjes met besdragende struiken kan het openbaar groen een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten van de biodiversiteit.

0.3 Kaders en samenhang met andere beleidsdocumenten Dit Groenstructuurplan staat niet op zichzelf. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft een Landschapsbiografie laten opstellen die het verhaal van de ontwikkeling van het landschap vertelt. In dit Groenstructuurplan vertalen we de landschapstypen en kernkwaliteiten (die te maken hebben met beplanting en water) uit de Landschapsbiografie naar de gewenste bomen- en groenstructuur. Het Groenstructuurplan integreert de eerder opgestelde groenstructuurplannen van de voormalige gemeenten Dongeradeel, Kollumerland en Ferwerderadiel in één totaalstructuur met een passend detailniveau. Naast het Groenstructuurplan wordt ook een Biodiversiteitplan opgesteld. De voorstellen en maatregelen uit het 7

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Biodiversiteitsplan koppelen we aan de gewenste groenstructuur, waarmee het Biodiversiteitsplan wordt verankerd in het Groenstructuurplan. Ten slotte dient het Groenstructuurplan als input voor de op te stellen Omgevingsvisie en het Omgevingsplan van de gemeente Noardeast-Fryslân. Voor het Groenstructuurplan spelen verschillende kaders een rol. Daarbij wordt onderscheidt gemaakt tussen maatschappelijke kaders (trends), wettelijke kaders op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau en relevante gemeentelijke beleidskaders. Maatschappelijke kaders De maatschappij is onderhevig aan verandering, een van de trends is dat burgers steeds meer willen (en moeten) participeren, ook met betrekking tot openbaar groen. Herstructurering, inbreiding en uitbreiding van het woningbestand zorgt ervoor dat ook de infrastructuur herzien moet worden. Door de vergrijzing van de maatschappij gaat dit ook gepaard met een veranderende doelgroep. Dit heeft door een veranderende behoefte en gebruik bij de bewoners mogelijk gevolgen voor de inrichting van het openbaar groen. Wettelijke kaders Bij het opstellen van dit Groenstructuurplan is aansluiting gezocht bij de relevante wet- en regelgeving. Tabel 0.1 omvat een overzicht van de wettelijke kaders en regelgeving. Omgevingswet Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2022 in werking.

Deze nieuwe wet vervangt alle wetten voor wonen, ruimte, infrastructuur, milieu en water. De gemeente Noardeast-Fryslân maakt in het kader van de Omgevingswet samen met haar inwoners een Omgevingsvisie. Het thema landschap, natuur en biodiversiteit maakt onderdeel uit van de Omgevingsvisie. Het Groenstructuurplan en Biodiversiteitsplan worden gebruikt als input voor het opstellen van de Omgevingsvisie. Daarnaast dienen de uitkomsten van stakeholderbijeenkomsten - georganiseerd in het kader van de Omgevingsvisie - als inspiratie voor het Groenstructuurplan en Biodiversiteitsplan.

Beleidskaders Naast de maatschappelijke en wettelijke kaders kent de gemeente Noardeast-Fryslân nog een aantal beleidskaders en spelen er (beleidsmatige)ontwikkelingen die raakvlakken hebben met het Groenstructuurplan. Hieronder volgt puntsgewijs een overzicht een aantal van deze ontwikkelingen en de relatie met het Groenstructuurplan en Biodiversiteitsplan. Gemeentelijke kader voor het beschermen van bomen De gemeente Noardeast-Fryslân heeft in de nieuwe Algemene plaatselijke verordening (APV, geldig vanaf 1 januari 2021) vastgesteld dat het niet meer nodig is om een vergunning aan te vragen voor het kappen van bomen (zowel particuliere als gemeentelijke bomen). Het is belangrijk om gemeentelijke kaders te hebben voor het beschermen van bomen. Zonder deze kaders kunnen belangrijke groenstructuren verdwijnen. Het Groenstructuurplan dient als basis voor de bescherming van gemeentelijke bomen en groenstructuren. Integraal Beleidsplan Kapitaalgoederen Het integraal beleidsplan kapitaalgoederen is naar verwachting in mei 2021 gereed. In dit plan wordt de raad gevraagd om een keuze vast te stellen op welk kwaliteitsniveau wij onze kapitaalgoederen gaan onderhouden en tevens de benodigde financiële middelen beschikbaar te stellen. Blijkt er geen evenwicht mogelijk tussen gewenst kwaliteitsniveau en beschikbare middelen dan zal dit leiden tot inrichtingskeuzes.

Daarnaast wordt de raad gevraagd om beleidskeuzes te maken op het gebied van duurzaamheid, participatie en klimaatveranderingen bij het onderhouden van onze kapitaalgoederen. Biodiversiteitsagenda De Biodiversiteitsagenda vormt na het gereedkomen van het Biodiversiteitsplan hét instrument om de (ruimtelijke) doelen uit het Biodiversiteitsplan te realiseren. De agenda is nog niet gereed. De Biodiversiteitsagenda is geen statisch document, maar afhankelijk van de situatie op cyclische wijze aanpasbaar.

Tabel 0.1 Relevante wet- en regelgeving

Landelijke wetgeving

Provinciale regelgeving

Gemeentelijke regelgeving

Monumentenwet

Verordening Romte Fryslan

Bestemmingsplannen

Plantgezondheidswet

Distelverordening

Algemene Plaatselijke Verordening

Wet natuurbescherming

Omgevingsverordening Fryslan 2021

Waterwet Landelijk register van monumentale bomen

8

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

0.4

Totstandkoming

Het Groenstructuurplan is opgesteld in de periode mei tot en met november 2021 en is in een vijftal fasen tot stand gekomen: (1) Inventarisatie en analyse, (2) Ambitie openbaar groen, (3) Opstellen van de hoofdstructuur, (4) Uitwerken van de hoofdstructuur van het buitengebied en de kernen, en (5) Aanscherping vanuit ambtelijke organisatie, bewoners en belanghebbenden. Fase 1 Inventarisatie en analyse Doel van de eerste fase was het vaststellen van de kaders waarbinnen het Groenstructuurplan gaat fungeren. Hierbij is door bureauonderzoek, evaluatie van de eerder opgestelde groenstructuurplannen en een ambtelijke werksessie met beleidsmedewerkers van aanverwante disciplines het concept kader voor het Groenstructuurplan opgesteld. Fase 2 Ambitie openbaar groen In de tweede fase is de ambitie ten aanzien van het openbaar groen geformuleerd evenals de relatie tot andere beleidsplannen. Fase 3 Opstellen van de hoofdstructuur In deze fase zijn de Landschapsbiografie NoardeastFryslân, het Biodiversiteitsplan en de eerder opgestelde groenstructuurplannen van de voormalige gemeenten Dongeradeel, Kollumerland en Ferwerderadiel geïntegreerd in één hoofdstructuur. Hierbij zijn de benoemde landschapstypen en kernkwaliteiten uit de landschapsbiografie vertaald naar een groenstructuur op hoofdlijnen.

Ook zijn de randvoorwaarden en assortiment voor een duurzame en klimaatbestendige bomenstructuur uitgewerkt.

Fase 5 Aanscherping ambtelijke organisatie, bewoners en belanghebbenden Tenslotte is het Groenstructuurplan aangescherpt vanuit de ambtelijke organisatie en in september 2021 in een webinar gepresenteerd, waarna bewoners en belanghebbenden twee weken de tijd hebben om te reageren. Naar verwachting is het Groenstructuurplan gereed en vastgesteld in december 2021.

0.5

Opbouw en leeswijzer

Het groenstructuurplan bestaat uit twee delen: deze rapportage en een online StoryMap. Dit document is als volgt opgebouwd: hoofdstuk 0 beschrijft de aanleiding en doelstellingen, de waarden van groen, kaders en samenhang met andere beleidsdocumenten en de totstandkoming van dit Groenstructuurplan. In hoofdstuk 1 wordt vervolgens ingegaan op onze ambitie ten aanzien van het openbaar groen. Hoofdstuk 2 beschrijft de visie op de groenstructuur. Daarbij wordt aan de hand van de vier landschapstypen in de gemeente Noardeast-Fryslân de visie beschreven voor het buitengebied en de uitwerking van Dokkum en de 43 kernen. De uitwerking van het buitengebied en de kernen wordt ondersteund met de groenstructuurkaart.

Fase 4 Uitwerken groenstructuur buitengebied en de kernen Daaropvolgend is de groenstructuur uitgewerkt voor zowel het buitengebied als de 44 kernen met een (zogenaamde) bebouwde komgrens in de gemeente Noardeast-Fryslân. Per kern is de groenstructuur uitgewerkt in een overzichtskaart en een begeleidende beschrijving van de onderdelen van de groenstructuur.

9

1 Ambitie Als gemeente zijn wij trots op ons landschap en de daaraan gekoppelde groenstructuren. Ook in de dorpen vormt het groen een bijzondere kwaliteit. Aan de andere kant zien we dat er ontwikkelingen zijn waardoor de biodiversiteit de afgelopen eeuw op grote schaal achteruit is gegaan en moeten we rekening houden met steeds extremere buien en hogere temperaturen. Bomen en groen spelen hierbij een belangrijke rol. Groen reguleert het klimaat en stimuleert (lokale) biodiversiteit. De groenambitie van de gemeente is dan ook: “We willen de groenstructuur behouden en versterken door meer gevarieerd en toekomstbestendig groen. Wat aansluit op het omringende landschap en waarmee de biodiversiteit wordt vergroot”. Dit gaan we doen door: Te borgen dat ons bestaande en nieuwe groen volwassen en onze bomen tot wasdom kunnen komen. • •

We zorgen voor goede groeiplaatsomstandigheden en een goede afstemming tussen omgeving en (boom) soortkeuze; We stemmen de beheermaatregelen (zoals maaien, snoeien en knippen) af op het tot wasdom brengen van het groen en het vergroten van de soortenrijkdom.

Meer groen aan te leggen waarmee we onze dorpen en ons landschap versterken. • • • •

We streven naar meer bomen zodat we in 2050 één boom per inwoner hebben; We planten een nieuwe boom voor elke gekapte boom die in eigendom van de gemeente is; We vervangen overbodige verharding door groen; We faciliteren de aanplant van bomen in tuinen en op particulier terrein in het landschap. Door het beschikbaar stellen van kennis en middelen.

Te kiezen voor gevarieerd en toekomstbestendig groen. • • •

We breiden het aantal planten- en boomsoorten uit waardoor het groen beter bestand is tegen plagen of ziektes en de effecten van klimaatverandering; We kiezen voor plant en boomsoorten die aantrekkelijk zijn voor vogels en insecten en vergroten hiermee de biodiversiteit; We investeren in klimaatbestendige bomen die bijdrage aan het terugdringen van de (negatieve effecten van) klimaatverandering.

Dit groenstructuurplan geeft de kaders om deze ambitie te realiseren. Hiermee komen we tot een waardevolle, toekomstbestendige en beheerbare groenstructuur in de gemeente Noardeast-Fryslân die bijdraagt aan het versterken van de biodiversiteit.

11

2 Visie op de groenstructuur 2.1 Inleiding In 2021 is in opdracht van de gemeente de Landschapsbiografie van Noardeast-Fryslân - It Ferhaal van it Lânskip, opgesteld. In de landschapsbiografie is de ontwikkeling beschreven die het landschap heeft doorgemaakt sinds de laatste ijstijd tot en met het heden. In de gemeente Noardeast-Fryslân zijn de dorpen en het landschap nauw met elkaar verweven. Deze herkenbaarheid is een grote kwaliteit en dient als basis voor dit Groenstructuurplan. Op basis van de landschappelijke zones uit de Landschapsbiografie en de geomorfologische opbouw van de ondergrond hebben we voor het Groenstructuurplan een onderverdeling gemaakt voor het landschap die ook terug te zien is in de groenstructuur en de opzet van de steden en dorpen in Noardeast-Fryslân. Voor het Groenstructuurplan onderscheiden we de volgende vier landschappelijke zones: 1. 2. 3.

4.

De Kwelderwallen, met in het westen de oeverwallen en in het oosten de kwelder-/ oeverwallen langs de voormalige getijdengeulen; De Kweldervlaktes, met de lager gelegen kwelders (Mieden) en de voormalige getijdengeulen; De (oude en jonge) Zeekleipolders met in het noorden de polders van Kleigebied Oostergo en in het oosten de polders van het Lauwersmeergebied met de Dokkumer Grutdjip. Het Veengebied (of Woudontginning/ singellandschap).

In de volgende paragrafen beschrijven we de verschillende landschappelijke zones en de groen- blauwe kernkwaliteiten. Kernkwaliteiten Een kernkwaliteit is een voor het landschap essentieel en karakteristiek element of een essentiële en karakteristieke structuur.

13

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Kwelderwallen Kweldervlaktes Zeekleipolders Veengebied

Figuur X Kaart van de landschappelijke eenheden

Groenblauwe Kernkwaliteit

Kwelderwallen

Kweldervlaktes

Zeekleipolders

Drinkwaterdobben (binnendijks)

V

V

V

V

V

Eendenkooien Elzensingels (dykswâlen) Erfgrenzen klooster- en uithofcomplexen

Veengebied

V V

V

V

Grenssloten

V

Groene eilanden in het voornamelijk open landschap V

V

V

Historische boerderijplaatsen

V

V

Historische infrastructuur

V

V

V

V

Kerken

V

V

V

V

Vaarwegen, kreken, opvaarten en trekvaarten

V

V

V

V

Landgoederen (States en buitenplaatsen)

V

V

V

Omgrachting stins- en stateterreinen

V

V

V

V

Pingoruïnes

V

Ruilverkavelingsbosjes/dorpsbosjes

V

V

Terpen (en terpringen)

V

V

V

Veenrivieren/sloten Zeedijken en zeepolderdijken Figuur X *dikgedrukt in eigendom/ beheer gemeente

14

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

V V

V

2.2 De zeekleipolders De zeekleipolders van het Kleigebied Oostergo en het Lauwersmeergebied zijn ontstaan door aanslibbing. De bodem bestaat veelal uit (zware) zeeklei. Het gebied wordt gekenmerkt door een ruime opzet en de zeer grote openheid.

stand te houden. Een van de grootste groenstructuren in het zeekleigebied is de eendenkooi bij Ternaard (in eigendom en beheer van Staatsbosbeheer). Om deze kenmerkende structuur te handhaven, wil de gemeente samenwerken met Staatsbosbeheer om de contouren van de eendenkooi en het groen te beschermen en te versterken.

2.2.1 Kernkwaliteiten

Gemeentelijke groeneigendommen

Kenmerkend is dat het groen en opgaande beplanting in het gebied geconcentreerd is rondom de boerderijen (erfbeplanting) en dorpen. De wegen zijn overwegend onbeplant. Wegbeplanting komt alleen voor bij de hoofdontsluitingswegen bij de lintdorpen in het Lauwersmeergebied. Structurerende elementen in dit landschap zijn de dijken. Andere groene elementen in de zeekleipolders zijn de eendenkooien en bietenopslagplaatsen. Samen met de zilte zeelucht, bepaald de bodem voor een groot deel welke soorten beplanting kan worden toegepast in dit gebied.

De bomenrijen/laanstructuren bij de lintdorpen in het Lauwersmeergebied zijn wel in gemeentelijk eigendom. Hier zetten we in op het aanvullen en versterken van de groenstructuren, waarbij we nadrukkelijk de openheid als kwaliteit behouden.

2.2.2 Visie buitengebied De zeekleipolders worden gekenmerkt door de grote openheid en het ontbreken van beplanting langs de wegen. Deze karakteristieke openheid wordt beschermd door geen nieuwe bomen langs nu ‘kale’ wegen te planten. De bestaande wegbeplanting in de lintdorpen kan versterkt worden door nieuwe aanplant. De openheid kan verder versterkt worden door de bomenrijen zo transparant mogelijk te maken door opslag onder de bomen te verwijderen. Veel groenstructuren (erfbeplantingen en eendenkooien) zijn niet in eigendom van de gemeente. Voor deze kernkwaliteiten geldt als uitgangspunt behoud van de aanwezige waarden. De gemeente wil eigenaren van deze groenstructuren stimuleren om gezamenlijk het landschappelijk beeld in

Kansen voor klimaat en biodiversiteit Omdat het landschap van de zeekleipolders wordt gekenmerkt door een grote openheid en relatief weinig opgaande beplantingen, liggen de kansen voor klimaat en het versterken van de biodiversiteit binnen de gemeentelijke groeneigendommen vooral bij het beheer van de bermen langs de wegen. Door deze wegbermen in te zaaien met bloemrijke mengsels en meer extensief te beheren kunnen de wegbermen een bijdrage leveren aan het vergroten van de biodiversiteit. Wel zijn er kansen om biodiversiteit te stimuleren op private eigendommen zoals erfbeplantingen.De gemeente kan hier meedenken en informatie verstrekken, om de biodiversiteit in deze structuren te verbeteren. Verder kan er gekeken worden naar kansen omtrent het verflauwen van oevers om hier de plantendiversiteit te verhogen. Daarnaast kan worden ingezet op het vergroten van de diversiteit van het sortiment van de bomenrijen/laanstructuren in de lintdorpen, zoals Warfstermolen en Kollumerpomp. Bij vervanging en/ of versterking van de groenstructuur kan de toepassing van verschillende soorten een bijdrage leveren aan het vergroten van de biodiversiteit.

Figuur De Zeekleipolders

15

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

2.2.3 Uitwerking kernen

16

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Kollumerpomp

Kollumerpomp is een lintdorp dat is ontstaan aan een oude dijk die in 1529 slaperdijk werd toen om het Nieuwkruisland een nieuwe dijk was aangelegd. Daarna is de bebouw gekomen in de buurt van de in de 15de eeuw aangelegde duiker in de dijk (de pomp). Kollumerpomp is lang een buurtschap bij Kollum geweest maar heeft nu de status van dorp. De eerste bebouwing kwam aanvankelijk aan de zuidzijde van de dijk, de Foijingaweg. Na de oorlog is het dorp aan de noordzijde uitgebreid. Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Kollumerpomp wordt gevormd door de Foijingaweg. Binnen het dorp is deze aangewezen als historische hoofdstructuurlijn. Hier is het zoeken naar ruimte en wordt het groenbeeld vooral bepaald door plantvakken met vaste planten en enkele solitaire bomen. Aan de oostzijde heeft de Foijingaweg een eenzijdige beplanting met bomenrij. Hier is de weg vanwege de directe relatie met het omliggende landschap aangewezen als landschappelijke hoofdstructuurlijn en wordt het groenbeeld bepaald door bomen in een grasberm. Beide hoofdstructuren worden ook als zodanig versterkt. De entrees van het dorp worden naar de verkeerskundige versmalling gemarkeerd door de toevoeging van een haag.

17

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Munnekezijl

Munnekezijl is een komdorp, dat is ontstaan bij de uitwateringssluis in de Lauwers die het door de cisterciënzer monniken van Gerkesklooster ingedijkte land moest beschermen. Aan het einde van de 16de eeuw is een verdedigingsschans aangelegd. De nederzetting heeft zich ten westen van de sluis ontwikkeld. Het dorp was bij het ontstaan een buurtschap van Burum. In 1874-1875 is de dijk van Nittershoek en Zoutkamp aangelegd en werden de dijken bij Munnekezijl slaperdijken en had de sluis geen zeekerende functie meer. In 1882 werd iets oostelijker ter bevordering van de afwatering een stroomkanaal gegraven en een grotere spuisluis aangelegd. Deze indrukwekkende sluis bestaat uit elf afsluitbare stroomgaten en aan de buitenzijde een van steunberen voorziene hoge keermuur. Aan de binnenzijde is een brug over de stroomgaten gelegd. De Munnekezijlstermolen die ook wel ‘Rust Roest’ wordt genoemd is medebepalend voor het dorpssilhouet van Munnekezijl.

18

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Munnekezijl bestaat uit de historische hoofdstructuurlijn in de vorm van de Kerkstraat en de Oude Borchweg/ Methardusstraat/ De Schans. Hier is het door het smalle en stenige profiel zoeken naar ruimte voor plantvakken en solitaire bomen. Aan de zuidzijde hebben de wegen een uitgesproken landschappelijke karakter door de directe relatie met het omliggende landschap. Hier wordt het beeld bepaald door, een al aanwezige, een boomstructuur in een grasberm. Dit geldt ook voor de hoofduitvalswegen. De entree vanaf de Oude Borchweg wordt voorzien van begeleidende haagbeplanting. Bij de Schans vormt de sluis de markering van de bebouwde komgrens. Hier wordt de komgrensmarkering dan ook niet voorzien van een begeleidende haag.

Warfstermolen

Warfstermolen is een streekdorp dat aan de omsteekt 1315 aangelegde oude zeedijk is ontstaan, waarschijnlijk nadat in 1529 de nieuwe dijk om het Nieuwkruisland was aangelegd. Het element ‘warf’ in de naam duidt op een huis op de dijk waar de dijkvergaderingen werden gehouden. Warfstermolen is lang een buurtschap bij Burum geweest maar wordt nu als zelfstandig aangemerkt, hoewel het noch door een kerk, noch door een school of andere gebouwen met bijzondere voorzieningen wordt geaccentueerd. Het dorp bestaat uit een redelijk gesloten lintbebouwing aan voornamelijk de zuidzijde van de oude dijk en een bescheiden naoorlogse dorpsuitbreiding aan de zuidzijde, De Wars en omgeving, waaromheen de doorgaande weg is gelegd. Ook aan de Gruytsweg is na de oorlog nog volkshuisvesting gekomen waardoor de nederzetting aan de dijk een goede samenhang vertoont.

Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Warfstermolen wordt gevormd door de Gruytsweg en de Warf. Deze wegen zijn vanwege de directe relatie met het omliggende landschap aangewezen als landschappelijke hoofdstructuurlijn. De wegen worden begeleid door een eenzijdige boombeplanting met een onderbegroeiing van gras. Waar mogelijk wordt deze structuur verder versterkt. Ook de hoofduitvalwegen Wedeler en de Leegsterweg zijn aangewezen als landschappelijke hoofdstructuurlijn. Waar de wegen op elkaar aantakken zijn twee markante punten gelegen. Aan de westzijde wordt de bebouwde komgrens van Warfstermolen al begeleid door een haag. Aan de oostzijde wordt de entree en bebouwde komgrens verder versterkt door het toevoegen van een begeleidende haagbeplanting.

19

2.3 De kwelderwallen Binnen de gemeente Noardeast-Fryslân liggen twee kwelderwallen. De eerste is de doorlopende kwelderwal parallel aan de Waddenzee, die loopt van Hallum tot aan Anjum. De tweede kwelderwal is ontstaan langs het Dokkumer Grutdjip. 2.3.1 Kernkwaliteiten Op de kwelderwal langs de Waddenzee zijn op regelmatige afstand van elkaar terpen ontstaan. De terpdorpen op de kwelderwallen hebben doorgaans een ovale of blikkige vorm. Vaak zijn deze terpdorpen ontstaan door de aaneenschakeling van meerdere huisterpen. Hierdoor hebben de dorpen soms een kern met een radiaal karakter. Op de overgang van de kwelderwal naar de kweldervlakte hebben delen van de dorpen een radiaalstructuur (bijvoorbeeld Wetsens en Morra) en delen een meer langgerekte structuur (bijvoorbeeld Lioessens). De dorpen aan de noordkant langs de dijken zijn vissersdorpen c.q. dijkdorpen. Deze worden gekenmerkt door een meer aaneengesloten patroon van kleine visserswoningen, burgerwoningen en reeksen boerderijen. Aan de noordkant liggen de dorpen in de luwte van de dijk. De uitmonding van oude kreken in en bij de dorpen is soms nog als relict zichtbaar in het dorp. De kwelderwallen zijn hoger gelegen in het landschap en bestaan uit kalkarme poldervaaggronden met matig tot lichte zavel.

Een goed waterdoorlatende en voedselrijke bodemsoort, waardoor het mogelijk is een divers sortiment aan bomen en struiken toe te passen. In dit gebied zijn de groenstructuren voornamelijk te vinden in en rond de

terpdorpen, langs de wegen, bij bietenopslagplaatsen, rondom (boeren)erven en de dorpsranden. De manier waarop de beplanting zich manifesteert in het landschap, doet denken aan groene eilanden, welke belangrijk zijn voor de landschapskwaliteit, biodiversiteit en leesbaarheid van het landschap. 2.3.2 Visie buitengebied Op de kwelderwallen is het contrast tussen open en besloten het uitgangspunt voor de gewenste groenstructuur. Openheid tussen de dorpen is belangrijk. Versterking van de groenstructuur vindt plaats in- en rondom de dorpen. Dit kan door de toepassing van begeleidende beplanting, dorpsbosjes of speelgroen/boomweides. Voorkomen moet echter worden dat het zicht op de dorpen wordt afgesneden doordat bijvoorbeeld een krans van groen rondom het dorp komt te liggen. Samen met de erfbeplanting van de boerenerven en het groen rond de bietensopslagplaatsen, vormen deze elementen de groenstructuur. Wanneer wegbegeleidende beplanting tussen de dorpen moet verdwijnen door ouderdom of ziekte wordt deze niet tussen de dorpen teruggeplant. Hiermee wordt op den duur het contrast tussen open en besloten alleen aar sterker. De aanwezige laanbeplanting is in het landschap homogeen, maar mag in dorpskernen gevarieerder zijn. Deze homogene structuren passen goed bij het cultuurhistorische karakter van het landschap en geven een rustige aanblik van het wegprofiel.

Gemeentelijke groeneigendommen Om de groenstructuur bij de dorpen te versterken wordt binnen de komgrens bij de entrees van de historische wegstructuren gezocht naar mogelijkheden voor aanplant. Zo wordt ook de historische structuur van de wegen zichtbaarder en wordt de groenstructuur robuuster gemaakt.

Figuur X De kwelderwallen

21

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Klimaat en biodiversiteit Om de biodiversiteit te vergroten wordt ingezet op de diversiteit van boom/heestersoorten en het inzaaien van grasbermen met bloemrijke mengsels. In de dorpskernen worden verschillende soorten binnen de groenstructuren toegepast. De soorten die gekozen worden bieden voordelen geven aan inheemse fauna, denk daarbij aan het produceren van nectar, of het bieden van schuilplekken voor vogels. Naast de voordelen voor de biodiversiteit, worden de structuren op deze manier ook robuuster en bieden ze meerwaarde op het gebied van klimaatadaptatie. De dorpsbosjes en erfbeplantingen zijn niet in gemeentelijk eigendom. Voor deze groenstructuren geldt dat er gezamenlijk met de eigenaren gekeken moet worden naar behoudt en/of versterking van deze landschappelijke structuren en de mogelijkheden voor variatie in het sortiment en toepassen van onderbegroeiing. 2.3.3 Uitwerking kernen

22

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Blije

Blije is een terpdorp dat enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling op de kwelderwal parallel aan de Waddenzeekust is ontstaan. Net als de meeste andere terpdorpen in de omgeving is Blije naar het zuiden toe over water ontsloten door de lange Blijaer Feart richting de Dokkumer Ie, die een later gedempte haven nabij de kern bezat. Deze verliep winkelhaakvormig en dat is nog te herkennen aan het brede profiel van de bijna pleinachtige Hoofdstraat met de herberg – en het begin van de Stationsstraat. Bovendien ligt Blije in een opvallend spinnenweb van paden en wegen. Bij de dorpshaven en aan de Voorstraat kwamen concentraties van bebouwing tot stand. De terp is aan het einde van de 19e eeuw grotendeels afgegraven. Op de niet zeer hoge terprestant torent de kerk nu boven de lage bebouwing van de Voorstraat uit, slechts bereikbaar door enkele smalle doorgangen. Uit de huidige structuur is nauwelijks op te maken hoe de middeleeuwse terpsituatie was. Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Blij bestaat uit de doorgaande wegen gevormd door de Unemastraat/ Farrewei, Hoofdstraat/ Stationsstraat, de Voorstraat/ Boatebuorren en De Terp. De Unemastraat/ Farrewei heeft een meer ‘stenig’ karakter en is aangewezen als historische hoofdstructuurlijn. Hier is het zoeken naar ruimte voor solitaire bomen.

In de kern van Blije wordt de groenstructuur bepaald door de aanwezige leilinden langs de Boatebuorren en de Hoofdstraat. Rond de kerk staan

oude beeldbepalende bomen. Vanwege de directe relatie met het landschap zijn de Farrewei en Boatebuorren aangewezen als landschappelijke hoofdstructuur. De wegen worden ook als zodanig versterkt. Van oorsprong liep de Blijaer Feart tot de kruising van de Hoofdstraat en de Stationsstraat. De Blijaer Feart is in het centrum van Blije gedempt en bebouwd. Hiermee is de historische relatie met deze belangrijke structuur verdwenen. Het ontstane profiel is breed en de groenstructuur bestaat hier zowel uit leilinden langs de Hoofdstraat als een bomenrij langs de Stationsstraat. Kans is om de herkenbaarheid van deze waterstructuur te verwerken door het zoveel mogelijk terugbrengen van de Blijaer Feart. Deze maatregelen valt echter buiten de scope van dit groenstructuurplan. In Blije zijn twee markante punten gelegen bij de aantakkingen van de uitvalswegen op de ringstructuur. Deze wordt bij de kruising van de Unemastraat met de Krimpenwei gemarkeerd door een beeldbepalende boom op particulier terrein. De entrees bij de Unemastraat en Witteweg zijn al voorzien van een begeleidende haagbeplanting waarmee de komgrens gemarkeerd is. Bij de entree aan de Zwarteweg en de Farrewei kan dit verder worden versterkt. De bebouwde komgrens aan de Boatebuorren ligt ver in het buitengebied, hier wordt geen begeleidende haagbeplanting toegepast.

23

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Anjum

24

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Het silhouet van Anjum wordt bepaald door de onbeplante dorpskerk, molen De Eendracht en de beplanting van de dorpsbosjes en sportvelden rondom het dorp. Anjum is een oud terpdorp, de terp is al een paar eeuwen voor het begin van de jaartelling ontstaan op de kwelderwal Leeuwarden – Anjum. De van oorsprong ronde radiale terp is uitgegroeid tot een flink dorp. Anjum was voornaam en tot de splitsing van de Dongeradelen de hoofdplaats van de grietenij (dit is de voorloper van de huidige Nederlandse gemeente). De meeste grietmannen woonden op de in 1831 gesloopte Holdinga State, een kasteelachtig bouwwerk. Op het terrein van de state, aan De Singel, staat nu boerderij Ny Holdinga. Na de oorlog is Anjum vooral aan de oostelijke en zuidelijke zijde uitgebreid. Visie hoofdgroenstructuur De hoofdstructuur van Anjum bestaat uit de terpring die wordt gevormd door: de Rederijwei, Hearrewei, De Singel, Mûnebuorren, Systerwei, Skeanewei en Feart. De waterhoofdstructuurlijn wordt gevormd door de Eanjumer Opfeart, die ruimtelijk wordt doorgetrokken tot het historische eindpunt, de voormalige Holdinga State. Doordat de waterhoofdstructuurlijn en de terpring hier voor een groot deel gelijk op gaan, is er gekozen om de terpring ruimtelijk te accentueren en de waterlijn plaatselijk te voorzien van solitaire bomen.

Aandachtspunt is het vergroten van de herkenbaarheid van de Eanjumer Opfeart in het deels gedempte deel bij De Singel. De hoofduitvalswegen worden gevormd door De Singelen en de Systerwei. Deze twee wegen krijgen een begeleiding van een boombeplanting met een onderbegroeiing van gras. In een deel van De Singel (van de Bantswei tot het einde van de Eanjumer Opfeart) is te weinig ruimte voor een groenstructuur op openbaar terrein. Hier wordt het karakter

bepaald door de (voormalig gemeentelijke) bomen in de voortuinen. De uitvalswegen Stiemsterwei, Bantswei en Hearrewei horen ook bij de historische ontsluitingsstructuur van het dorp. Maar omdat er in deze profielen geen ruimte is voor een begeleidende boomstructuur zijn deze niet opgenomen in de groenstructuur. Waar de hoofduitvalswegen aantakken op de terpring zijn de twee markante punten van Anjum gelegen. Het betreft de kruising van de Sylsterwei en Skeanewei en de kruising van de Mûnebuorren met De Singel bij het einde van de Eanjumer Opfeart. De locatie waar de Eanjumer Opfeart verspring van de westzijde naar de oostzijde van de Rederijwei is zeer karakteristiek. Deze locatie kan, om de herkenbaarheid van deze plek te vergroten, benadrukt worden door de plaatsing van een brug of verwijzing naar een brug op te nemen. Voorbeeld hiervan zijn de leuningen geplaatst in PaessensModdergat bij de overgang van de Seewei naar De Buorren. Door de vele uitvalswegen kent Anjum in totaal tien entrees, waarvan de entrees Hearrewei, Skanserwei, De Singel en de Systerwei/Hjellingswei het belangrijkst zijn. Deze worden gemarkeerd door bij het kombord aan weerszijden een haag te plaatsen. De entree bij De Singel dient hierbij als voorbeeld omdat deze al is gerealiseerd.

De overige entrees hebben een dusdanig lage intensiteit en ruimtelijk zeer smal profiel dat hier gekozen is om de komgrens, naast het komgrensbord, niet te markeren. De secundaire groenstructuur in Anjum bestaat uit twee ‘parkachtige’ plekken: het groen rondom het monument aan de Burmaniastrjitte/De Singel en het Bumapark (Bumatún) aan de westzijde van de terp nabij de Bumaleane en Rederijwei.

25

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Ee

Ee is een terpdorp dat al enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling is ontstaan een kwelderwal langs het Dokkumer Grutdjip. Ee kon door de dijk langs de tot 1729 open blijvende zeearm van het Dokkumer Grutdjip geen (korte) waterontsluiting naar het zuiden krijgen. De opvaart werd dan ook gemaakt naar de noordelijk gelegen Súd Ie. Het terpdorp is dicht bebouwd met in het centrum de kerk en het kerkhof met een rondgaand kerkpad (Omgong) tot aan de binnenzijden van de nog vrijwel complete terpring. Een viertal smalle straatjes en paden zorgen voor de ontsluiting van dit kerngebied. De bebouwing is vrijwel geheel op de radiale wegen en paden gericht, niet op de ringweg. Deze paden vanaf de ringweg hebben een duidelijke helling, de terp is dan ook goed te ervaren als heuvel, met en top die circa drie meter boven de omgeving buiten de ringweg uitsteekt. Tot ver in de twintigste eeuw lag het overgrote deel van de dorpsbebouwing binnen de ringweg. De eerste uitbreidingen buiten de terp kwamen aan de oostzijde tot stand. Het dorp werd verder uitgebreid langs de Uniastrjitte-Dodingawei dat onderdeel uitmaakte van de doorgaande verbinding naar Metslawier. Na de Tweede Wereldoorlog breidde het dorp zich aan de zuid- en westzijde verder uit. Deels in de vorm van lintbebouwing langs de Achterwei-Stienfeksterwei en deels in de vorm van kleine uitbreidingsplannen.

Aan de zuidwestkant van het dorp werden na 1980, zoals in veel dorpen stroken met opgaande beplanting aangebracht. Zicht op de historische dorpsbebouwing van buitenaf en omgekeerd zicht op het weidse landschap vanuit het dorp, is daarom alleen vanaf de noordzijde van Ee nog goed mogelijk (Tibsterwei en Uniastrjitte). 26

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Visie groenstructuur De hoofdstructuur bestaat uit de terpring gevormd door de Uniastrjitte, Achterwei en Stienfeksterwei. Met op de vier hoekpunten de aansluitende uitvalswegen Humaldawei, Tibsterwei, Dodingawei, Stienfeksterwei en de Skieppereed. Ee is een exemplarisch voorbeeld van de essentie van de groenstructuur in de terpdorpen. De ring is aangewezen als historische hoofdstructuurlijn en de uitvalswegen als landschappelijke hoofdstructuurlijnen. De Humaldaweg, Skieppereed en een deel van de Dodingawei hebben al de gewenste begeleiding. Deze ontbreekt echter nog aan de Tibsterwei en Stienfeksterwei. De bij de uitvalswegen behorende vijf entrees worden aangevuld met begeleidende hagen. Uitgangspunt voor de vier markante punten die gevormd worden door de locatie waar de uitvalswegen aantakken op de ringweg is dat de terpring hier ruimtelijk doorloopt in de beplanting en dat de uitvalswegen hieraan ondergeschikt zijn. Dit zijn ook de entrees van het beschermde dorpsgezicht van Ee het is wenselijk om deze herkenbaar te maken. De water hoofdstructuurlijn wordt gevormd door de Iester Ryd. De opvaart liep oorspronkelijk door tot de kruising van de Tibsterwei en Uniastrjitte, maar eindigt tegenwoordig nabij de komgrens aan de Tibsterwei. Door de abrupte beëindiging is deze historische structuur niet meer als zodanig ervaarbaar.

Vergroten van de herkenbaarheid van dit historische water is gewenst.

Engwierum

Engwierum is een terpdorp dat in de vroege Middeleeuwen is ontstaan op een kwelderwal of eigenlijk aan het einde van een landtong en was omringd door de Lauwerszee en de mondig van het Dokkumer Grutdjip. Ten zuiden van het terpdorp zijn belangrijke, waarschijnlijk 12de-eeuwse restanten van de zeedijk in het landschap te herkennen. Ten zuiden van Engwierum is in het Dokkumer Grutdjip in 1857 een grote meander rechtgetrokken. Engwierum is ontwikkeld op een rechthoekige terp met eveneens rechthoekige verkaveling, waarop de kern aan de westzijde is geplaatst. De bebouwing staat langs de later tot doorgaande rijweg van Dokkum naar Dokkumer Nieuwe Zijlen verbeterede Dodingawei. Vooral aan het Tsjerkepaed en De Buorren is heel duidelijk het profiel van de terp te merken. Na de oorlog is het dorp vanaf It Roster verder in zuidoostelijke richting uitgebreid. Ten oosten van het dorp is langs de doorgaande weg en onmiddellijk achter de oude zeedijk ook al vrij vroeg een losse lintbebouwing ontstaan. Bijzonder is de omzoming van de kerk met leilinden en de dobbe welke voor het dorp een waardevol onderdeel vormt van de groenstructuur. Visie groenstructuur De hoofdstructuur bestaat uit de doorgaande Dodingawei en de Bûtendykswei. De splitsing van deze wegen ten westen van de kerk en de grote boerderij is aangewezen als markant punt.

Hier wordt het karakter bepaald door het zicht op de historische dijk, de boerderij met de omringende watergang en de beeldbepalende beplanting op het erf.

Beide hoofdstructuurlijnen hebben een ander karakter. Het karakter van de Dodingawei en een klein deel van de Bûtendykswei wordt bepaald door de lintbebouwing met zwarte beplanting op de erfgrens, met name bij Dodingawei nr. 16. Deze lijn is aangewezen als hoofdstructuurlijn. In de huidige situatie heeft de Dodingawei geen continue begeleidende groenstructuur, maar heeft wel degelijk een groen karakter door de zware beplanting. In deze visie wordt in het profiel naar ruimte gezocht of in overleg met aanwonende gekeken om op de ‘kalere’ stukken van de weg de groenstructuur aan te vullen. Omdat de begeleidende beplanting grotendeels is gelegen op particulier terrein is het aanvullen van de structuur op openbaar terrein, waar mogelijk, het meest wenselijk. Verder is de locatie bij de westelijke entree aan de Dodingawei van belang. Hier loopt de historische structuurlijn over het oude tracé van de Bûtendykswei. Ruimtelijk zal deze richting aangezet worden. De Dodingawei tot aan de komgrens blijft onbeplant, inclusief de aanwezige haag. De Bûtendykswei aan de zuidkant van Engwierum heeft bij uitstek een landschappelijk karakter. Hier wordt het beeld bepaald door de reeds aanwezige boomstructuur in een grasberm. De entrees van Engwierum aan de Dodingawei zijn in de huidige situatie al eenzijdig voorzien van een haag, deze wordt verder aangevuld.

Het profiel ter plaatse van de westelijke entree aan de Bûtendykswei is zo smal dat hier geen hagen toegepast worden. De zuidelijke entree wordt gevormd door de ophaalbrug over het Dokkumer Grutdjip. Ook hier wordt de komgrensmarkering niet voorzien van een begeleidende haag.

27

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Ferwert

Ferwert is en radiaal terpdorp dat op een kwelderrug is ontstaan. In de 11de eeuw is de zeedijk die ten noorden van het dorp is opgeworpen op de terp aangesloten. De Ferwerder terp kwam daarbij grotendeels buitendijks te liggen. De bebouwing kwam aanvankelijk vooral op het zuidelijke en oostelijke gedeelte van de ruime terp tot stand. Ferwert werd over het water ontsloten met de in de 17de eeuw gegraven Ferwerter Feart die eerst richting Hegebeintum loopt en dan een zuidelijke wending neemt om in de Ee uit te komen. In het dorp was bij Nije Buorren een haven gevormd die in 1950 is gedept waardoor een straat is gevormd van een opvallend breed profiel. In de buurt van de haven en verder aan de zuidoostelijke zijde hebben dorpsuitbreidingen plaatsgevonden. De zeedijk was de beste ontsluiting over land.

Visie groenstructuur

Vanaf het einde van de negentiende eeuw toen de doorgaande weg al nauwelijks meer als oude waterkering was te herkennen zijn aan weerszijden geleidelijk vrijstaande woningen gebouwd. Ten zuiden van het dorp kwam de lokaalspoorweg te lopen. Ferwert had zich ontwikkeld tot hoofdplaats van grietenij: er stonden ook een paar belangrijke staten van aanzienlijke families zoals Juwsma in het zuiden, Meekma in het oosten en vooral Cammingha in het noorden waar een enorme tuin omheen lag. Een deel van Ferwert is aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

In de groenstructuur is één markant punt opgenomen, bij de kruising van de Marrumerweg en de Hoofdstraat. Hier staat ook het stadhuis met karakteristieke leidlindes. Waardoor de kruising wordt benadrukt. De entrees van Ferwert zijn niet herkenbaar omdat ze in de huidige situatie nog niet worden gemarkeerd door een begeleidende haagbeplanting. Door de aanleg van de N357 zijn de historische entrees naar het dorp minder leesbaar geworden. Daarom worden alleen de historische entrees aan de Eingawei, Reinderslaan, Marrumerweg en Hogebeintumerweg gemarkeerd met begeleidende haagbeplanting. Bij de Kleasterwei is deze beplanting en markering reeds aanwezig.

28

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

De groenstructuur in Ferwert bestaat uit de historische hoofdstructuurlijnen gevormd door de Marrumerweg, Kleasterwei en Hoofdstraat. Doel is deze structuur waar mogelijk te versterken door het plaatselijk toevoegen van solitaire linden al dan niet in een knot- of leivorm. Dit sluit aan op de reeds aanwezige groenstructuur die bepaald wordt door solitairen of leivormen bij de kerk en bij het stadhuis. Door de directe relatie met het landschap is de Hogebeintumerweg benoemd als landschappelijke hoofdstructuur. De waterhoofdstructuurlijn wordt gevormd door de Ferwerter Feart en de Burmaniafeart. Karakteristiek voor de groenstructuur van Ferwert is het tracé van de oude lokaalspoorweg. Deze is in de huidige situatie vormgegeven als groene as met wandelpad.

Hantumhuizen

Hantumhuizen is een vanuit Hantum ontwikkelde, vrij jonge terpnederzetting die pas in de volle Middeleeuwen gesticht is. De terp is nauwelijks merkbaar omdat deze in 1891 grotendeels is afgegraven en nu ruimte biedt aan een rechthoekig patroon van straten en paden. Na de oorlog is enige nieuwe bebouwing aan de noordzijde van het dorp gekomen. Het groene beeld van Hantum wordt bepaald door de beplante kerk en de begeleidende beplanting langs de Loubuorren, de Kamphússtrjitte en nabij de Wierumerwei door de bosranden van het dorpsbosje. Visie groenstructuur De hoofdgroenstructuur bestaat uit het vierkante wegenpatroon, gevormd door enerzijds de doorlopende route Bangawei, Loubuorren en Wierumerwei en anderszijds de Kamphússtrjitte. Door de sterke relatie met het landschap zijn deze wegen gekoppeld aan de (historische) landschappelijke hoofdstructuurlijnen. Markante punten worden gevormd door de plekken waar deze twee structuren elkaar kruisen. De kruising van de Kamphússtrjitte en de Wierumerwei is daarbij ook nog het eindpunt van de opvaart van de Paezens naar Hantumhuizen, wat mogelijkheden biedt om de relatie met deze waterstructuur te versterken. Dit kan door het toevoegen van een afwijkende boomsoort zoals een treurwilg, maar ook door te refereren aan een aanlegplaats. De kruising van de Kamphússtrjitte met de Loubuorren vormt de start van de begeleidende groenstructuur.

Van belang is dat hier de twee wegen een gelijkwaardig ruimtelijk beeld hebben.

29

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Holwerd

30

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Holwerd is een terpdorp, ontstaan op de kwelderwal langs de rand van de Waddenzee. Het dorp ligt in het open landschap, waardoor de kerk en de molen het silhouet bepalen. Visserij en handel waren ooit een belangrijke bron van inkomsten. Het dorp Holwerd is gebouwd op een dubbele terp. De nederzetting ligt op een langgerekte terp en heeft een dicht bebouwde hoofdstraat. Dit type terp waar de bebouwing langs de as van weg tot stand is gekomen staat bekend als ‘handelsterp’. De middeleeuwse zeedijk sluit aan weerszijden op deze terp aan. De dijk had tot 1580 een waterkerende functie. De kerk ligt op een eigen radiale kerkterp, ten noorden van de handelsterp en lag tot in 1580 de zeedijk werd aangelegd buitendijks. Holwerd heeft een zeldzame dorpsvorm binnen de algemene typologie van de terpdorpen, zeker wanneer deze als dorp is blijven bestaan en niet tot een stad is uitgegroeid zoals Dokkum en Leeuwarden. In het geval van Holwerd is de situering van de handelsterp en de kerkterp ten opzichte van elkaar en de relatie met de zeedijk uniek in Friesland. De terp is dan ook aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De dorpskern heeft een ‘stenig’ karakter. Openbaar of particulier groen spelen een ondergeschikte rol in het dorpsbeeld. Voortuinen ontbreken bij een groot deel van de bebouwing, de voorgevels staan direct aan de openbare weg.

Holwerd heeft een hoge bebouwingsdichtheid met aaneengesloten gevelwanden langs de hoofdas gevormd door de Hegebuorren en de Foarstrjitte. In tegenstelling tot de handelsterp speelt bij de kerkterp (openbaar) groen juist wel een belangrijke rol in het beeld. Door het grotendeels onbebouwde karakter van de terp, waarvan de flanken grotendeels zijn afgegraven. De onbebouwde terreinen zijn als grasland aanwezig, rond het kerkhof is staat hoog opgaande beplanting met bomen en is (gedeeltelijk) een haag aanwezig. Visie groenstructuur De vrije ligging van de kerkterp in het landschap is een bijzondere kwaliteit van Holwerd. De kerk vormt aan de noordzijde van het dorp hét visitekaartje. Niettemin kan deze bijzondere kwaliteit nog verder worden versterkt. Zo kan de zichtbaarheid van deze belangrijke beelddrager worden verbeterd. De hoofdstructuur bestaat ui de eerder genoemde hoofdas die de twee terpen verbindt met de zuidelijke uitvalsweg. Deze historische hoofdstructuurlijn loopt via de Stasjonswei met

de lintbebouwing in het zuiden, over de handelsterp, via de Waling Dykstrastrjitte en de Foarstrjitte naar de Hegebuorren en Tsjerkestrjitte in het noorden. Doel is deze weg waar mogelijk te versterken door het plaatselijk toevoegen van solitaire linden, als dan niet in een knot- of leivorm. Dit sluit aan op de reeds aanwezige groenstructuur die bepaald wordt door solitairen of leivormen bij de kerk en in de voortuinen. Haaks hierop ligt de tweede hoofdstructuurlijn de Ternaarderdyk en Ljouwerterdyk. De weg over de Ternaarderdyk buigt af richting het noorden naar de Fiskwei. Deze weg is vanwege het karakter bij d kerk evenals de Tsjerkestrjitte aangewezen als landschappelijke hoofdstructuurlijn. De uitvalswegen van Holwerd worden gevorm door de Leeuwarderweg, Pôlewei, Elbasterwei en het verlengde van de Stasjonswei (provinciale weg). De Leeuwarderweg is in de huidige situatie voorzien van een rij leilinden, waarmee deze historische hoofdstructuurlijn een passende groenstructuur heeft, vergelijkbaar met de hoofdas. Het provinciale deel van de Stasjonswei heeft een inrichting passend bij het open landschap en de Bjimsterwei. Door het gebrek aan ruimte voor een begeleidende groenstructuur is voor de Pôlewei en Elbasterwei gekozen om deze niet op te nemen in de groenstructuur. In de groenstructuur zijn drie markante punten aanwezig.

Twee markante punten vormen de entree van het terpdorp en het beschermde dorpsgezicht. Het betreft de kruising van de Ternaarderdyk – Pôlewei en de kruising Bjimsterwei – Stasjonswei. In navolging op het markeren van de komgrenzen met hagen, zijn op deze plekken mogelijkheden om de dorpsentree te versterken met hagen. Voor het markante punt Bjimsterwei – Stasjonswei geldt dat het wenselijk is dat de entree van het dorp ruimtelijk gezien bij dit markante punt ligt. Dit kan worden gerealiseerd door de reeds aanwezige hagen langs de Stasjonswei verder door te zetten naar de terp. Het derde markante punt vormt de kruising van de Stasjonswei met de Elbasterwei. Naast hagen kan op deze plekken ook gewerkt worden met een rijkere onderbeplanting, denk hierbij aan sierrozen of sierheesters. De entree aan de Leeuwarderweg wordt ruimtelijk versterkt. De overige entrees worden niet versterkt, zodat de gewenste ruimtelijke entrees bij de markante punten aan de Pôlewei en Bjimsterwei versterkt worden.

31

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Lioessens

Lioessens is een dorp met een kleine terp in het oosten dat zich vooral in westelijke richting naar een splitsing van wegen heeft ontwikkeld. De tweelingdorpen Morra en Lioessens zijn sociaal en maatschappelijk aan elkaar gebonden, maar ze verschillen historisch, geografisch en stedenbouwkundig sterk. De landschappelijke ruimte tussen de dorpen, een afstand van ongeveer 500 meter, toont een opmerkelijke overgang van het lage weidegebied rond Morra in het zuiden naar het ruim een meter hoger liggende akkerbouwgebied rond Lioessens. De tot Dykster Feart getemde kwelderslenk vormt ongeveer de grens. De bebouwing heeft zich voornamelijk ontwikkeld langs de hoofverbinding (Oosternijkerk – Anjum). Kenmerkend van deze lintstructuur is dat een deel van de woningen zijn voorzien van achtererven direct grenzend aan het landschap. Deze directe relatie is nog zeer goed te ervaren door de doorzichten tussen de bebouwing op het achterliggende landschap.

wegen kan deze structuur ontstaan door plaatselijk enkele bomen toe te voegen. Dit geldt vooral voor het deel van de Doarpsstrjitte tussen de kruisingen met de Siniastrjitte en Reinsleat, dit deel heeft een veel krapper en steniger profiel.

Visie groenstructuur

De komgrens langs de Garwei wordt vanwege het smalle profiel niet voorzien van begeleidende hagen. Dit in tegenstelling tot de komgrenzen van de drie hoofduitvalswegen die wel gemarkeerd worden. De Mûnewei blijft in deze visie onbeplant om het contrast tussen Lioessens en Morra te waarborgen. De komgrens wordt hier dan ook niet gemarkeerd.

De hoofdstructuur van Lioessens bestaat uit de Doarpsstrjitte, Siniastrjitte, Reinsleat/ Moarsterwei en Mûnewei. Vanwege de directe relatie met het landschap en de grotere voortuinen, soms met beeldbepalende bomen, zijn deze structuren als landschappelijke hoofdstructuur aangemerkt. Het principe is dan ook, waar mogelijk toevoegen van een begeleidende boomstructuur in gras. Door de korte lengtes van de 32

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Bijzonder is de waterstructuur die gevormd wordt door de Dykster Feart. Deze vormt de zuidoostelijke entree van het dorp en is direct gelegen aan de Garewei. Het eindpunt wordt gevormd door een damwand met een vlonder en bankje. Deze structuur wordt versterkt door het plaatselijk laten opkomen of toevoegen van bijvoorbeeld een wilg. De markante punten in Lioessens worden gevormd door de kruisingen van de Doarpsstrjitte, Siniastrjitte en Reinsleat. Op deze plekken is veel ruimte aanwezig in het straatprofiel. Aanvullen van de ruimtelijke structuur kan door middel van het toevoegen van solitaire bomen.

Marrum

Marrum is een radiaal terpdorp dat is ontstaan op een kwelderwal. De vrij uitgestrekte en behoorlijk bebouwde terp is niet afgegraven en nog heel goed te herkennen. Aan de oude Langebuorren is de bebouwing zeer compact, als van een kleine stad. Zowel het kerkpad, met leilinden om het ruime kerkhof, als de ringweg zijn gaaf bewaard gebleven. Vanaf de 11de eeuw is de terp in de vroegste bedijking opgenomen, waardoor de terp geheel binnendijks kwam te liggen. Marrum was met twee vaarten ontsloten, noordelijk door de Marrumer Vaart en zuidelijk door de Herenwegster Vaart, die beide in zuidoostelijke richting nabij Wânswerd bijeenkomen om bij Tergracht in de Ee uit te monden. Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw is er bebouwing ontstaan langs de oude dijk, de Lage Herenweg, de doorgaande weg van Leeuwarden naar Ferwert.

Visie groenstructuur De hoofdstructuur van Marrum wordt gevormd door de terpring bestaande uit Langebuorren en de Ringweg. Hierop takken de hoofduitvalswegen Miedweg en Lage Herenweg op aan. Deze locaties zijn dan ook markante punten binnen de structuur van het dorp, die versterkt worden in de groenstructuur. De zichtbaarheid van de terpring wordt vergroot door de toevoeging van linden. De uitvalswegen hebben een begeleidende boomstructuur, waar mogelijk een laan, en een onderbeplanting van gras.

33

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Morra

Morra is een terpdorp ontstaan op de rand van de kwelderwal naar de kweldervlakte. Dit is ook terug te vinden in de naam Morra, wat verwijst naar het feit dat rond het dorp veen (moeras) voorkwam (moor of mor). De ovale, niet zeer hoge terp is prachtig te ervaren, omdat de meeste bebouwing geconcentreerd binnen de volledige ringweg ligt. De structuur van Morra is vooral bepaald door de Moarster Feart en het feit dat Morra op de langs de doorgaande route van Dokkum naar Anjum ligt. De tweelingdorpen Morra en Lioessens zijn op sociaal en maatschappelijk terrein aan elkaar verbonden, maar ze verschillen historisch, geografisch en stedenbouwkundig sterk. De landschappelijke ruimte tussen de dorpen, een afstand van ongeveer 500 meter, toont een opmerkelijke overgang van het lage weidegebied rond Morra in het zuiden naar het ruim een meter hoger liggende akkerbouwgebied rond Lioessens. De tot Dykster Feart getemde oude kwelderslenk vormt ongeveer de grens.

34

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Visie groenstructuur De hoofdstructuur bestaat ui de Moarster Feart/ Dykster Feart (waterhoofdstructuurlijn) en de terpring (historische hoofdstructuurlijn) gevormd door de Bûtenwei en Achterwei. De uitvalswegen (landschappelijke hoofdstructuurlijn) worden gevormd door de Skyligerwei aan de noordzijde en de Kûpwei aan de zuidzijde. Het karakter van de terpring wordt bepaald door het landschap rondom en de begeleidende beplanting met bomen. Bijzonder zijn de beeldbepalende bomen bij Bûtenwei nr. 4. Aan de Achterwei wordt het beeld bepaald door de begeleidende boomstructuur en de parallel lopende Moarster Feart. De drie entrees van Morra worden gemarkeerd en waar de Kûpwei en Skyligerwei aantakken op de ring zijn de markante punten gelegen. Deze zijn nu al een verbijzondering door de beeldbepalende boom in de particuliere tuin (Kûpwei) en de directe relatie met de Moarster Feart met aanlegmogelijkheid Skyligerwei.

Nes

Nes is een terpdorp dat in de vroeger Middeleeuwen is ontstaan op de kwelderwal langs de Waddenzee. Het heeft een niet zeer hoge terp en een rechthoekige structuur, met de kerk centraal in het midden gelegen. Nes werd ontsloten door de Nesser Opfeart die in zuidwestelijke richting naar de Paesens is gegraven. Vanaf het laatste kwart van de 19de eeuw is aan de uitvalswegen enige lintbebouwing gegroeid. De 20ste-eeuwse woningbouw heeft vooral binnen of aan de wegenvierkant plaatsgevonden. Visie groenstructuur De hoofdstructuur bestaat uit de ringweg gevormd door de Foarstrjitte, Efterwei en Nijewei. Het huidige profiel van deze straten is nogal ‘kaal’. Er is bijna geen openbare ruimte aanwezig in de profielen. In de aanwezige voortuinen staan vooral kleinere bomen en struiken. Belangrijk voor nes is om de doorgaande verkeersstructuur te begeleiden. Daarom wordt ingezet op het zoeken naar ruimte voor solitaire linden Foarstrjitte, Efterwei en in tweede instantie in het profiel van De Kamp en de Nijewei. De uitvalswegen van Nes worden gevormd door de Wiesterwei, Wierumerwei en Nijtsjerksterwei. Dit zijn bij uitstek landschappelijke structuurlijnen door de directe relatie (aan een of twee zijden) met het landschap. De Wiesterwei en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=f08c61aa-777d-4d85-9845-9161277196f0