Bijlage 1 - TAM-omgevingsplan Kollum - Uitbreiding bedrijventerrein Dwarsryd (vaststelling)
Tekst van het document
De vergunning is verleend voor het dempen van een watergang, het graven en verbreden van een watergang, het verwijderen van toegangsdammen en het aanleggen van dammen met duiker, en andere activiteiten gerelateerd aan het bouwrijp maken van bedrijventerrein. In deze vergunning staan ook afspraken over het onderhoud. Op 17 december 2025 heeft Wetterskip Fryslân aangegeven geen op- en/of aanmerkingen te hebben op het ontwerp-TAM-omgevingsplan, geen zienswijze te zullen indienen en daarnaast definitief in te stemmen met het onderdeel 'Water' (4.10) in voorliggend TAM-omgevingsplan. Waterveiligheid Waterveiligheid betreft het voorkomen, zo mogelijk uitsluiten, van levensbedreigende overstromingsrisico's voor mens en dier en het voorkomen van schade aan have en goed. Risico's die met name zullen optreden bij het doorbreken van een zeekering (primaire kering) of boezemkade (secundaire kering). Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, alle waterschapsbelangen beschreven die vanwege de waterveiligheid extra bescherming genieten of anderzijds van belang zijn voor de waterveiligheid. Uit de watertoets blijkt dat de lagen 'hoofdwater', 'vrij voor de boezem' en 'rioolwaterpersleidingen' worden geraakt met het plan.
Uit de watertoets blijkt dat er geen laag met primaire waterkeringen, regionale en/of lokale waterkeringen, Grondwaterbeschermingsgebied, en een waterzuiveringsobject worden geraakt. De gronden binnen het plangebied worden voldoende hoog aangelegd om de waterveiligheid te borgen. Dit verhoogt ook de waterrobuustheid van het planvoornemen. Hiermee wordt ook voldaan aan de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening artikel 2.5 lid 2 en 3.
39
Waterkwaliteit Om de waterkwaliteit te waarborgen heeft het waterschap de zorg voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water, waarin systeem-specifieke dieren en planten voorkomen. In de eerste plaats is dit van belang voor de grotere beken, kanalen en meren waarvoor binnen de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen en maatregelen zijn opgesteld voor aangewezen waterlichamen. Daarnaast is een goede waterkwaliteit van belang voor het recreatief medegebruik als zwemmen en kanoën en voor het stelsel van kleinere watergangen voor water aan- en afvoer. In dit thema zijn, indien van toepassing, alle voor dit plan specifieke waterschapsbelangen beschreven die impact hebben op de waterkwaliteit. Vervuiling van het oppervlaktewater moet in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen worden. Om deze reden vraagt het waterschap op de toepassing van uitlogende materialen zoveel mogelijk te beperken en om vervuiling te voorkomen. Afstromend hemelwater dat vervuilt is geraakt moet zo veel mogelijk gescheiden worden afgevoerd, of moet worden gezuiverd. Waterkwantiteit Door de realisatie van het bedrijventerrein neemt het aandeel verhard oppervlak toe. Verhardingstoename door uitbreiding van een bebouwing en/of bestrating zorgt ervoor dat hemelwater versneld afvoert. Dit kan ervoor zorgen dat het oppervlaktewatersysteem zwaarder belast wordt, waardoor overlast kan ontstaan.
Om dit te voorkomen zal het nodig zijn om compenserende waterberging en/of vertraagde afvoer van hemelwater te realiseren. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het (voormalige) bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren het waterschap de volgende compensatienorm: • Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; • Polder 10%, • Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. In het planvoornemen wordt extra oppervlaktewater gegraven ter compensatie van het dempen van de watergang in het plangebied en voor het aanbrengen van verharding. Ook wordt een deel van een dam verwijderd.
Voor het verbreden van de bestaande watergangen en het aanleggen van een nieuwe watergang watercompensatie is een watervergunning en een ontgrondingenvergunning aangevraagd. Tabel 5.1 geeft een overzicht van de te compenseren oppervlaktes en het te realiseren oppervlaktewater als compensatie voor het dempen van de watergang. Er wordt voldoende gecompenseerd in het plangebied.
40
Te compenseren Bedrijventerrein Wegen Totale oppervlakte
oppervlakte 15472 785
percentage
Totaal 15472 785 16257
Te compenseren t.g.v. saldo afwaterend oppervlakte
16257
5%
817,85
Dempingen
Lengte watergang
Oppervlakte
Compensatie op nieuwe watergang Aanbrengen dammen Aanbrengen dammen Totaal te compenseren
93 30 16
Breedte waterlijn demping 3 4,0 2,5
Te graven watergangen
Lengte watergang
Oppervlakte
Verbreden watergang Watergang (1) Watergang (2) Verwijderen dammen
90 130 22 11
Breedte waterlijn 3 7 2 2,5
279 120 40 439
336 910 44 27,5
Compensatie
1317.5
Saldo (voldoet) Tabel 5.1 Overzicht compensatie (bron: Gemeente Noardeast-Fryslân)
60,65
4.10.3 Conclusie Er wordt voldoende aandacht besteedt aan de aspecten 'veiligheid', 'kwaliteit' en 'kwantiteit' vanuit de watertoets. Hieruit volgt dat het waterbelang voldoende is afgewogen in het planvoornemen. Vanuit het aspect water is er geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
41
4.11 Luchtkwaliteit 4.11.1 Wettelijk kader In het Bkl zijn instructieregels opgenomen voor luchtkwaliteit. Deze regels zijn gesteld ter bescherming van de gezondheid. In paragraaf 5.1.4.1 Bkl zijn omgevingswaarden voor onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) opgenomen. Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging.
Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen, dan is het mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Soms kan de zogeheten NIBM-tool gebruikt worden, eventueel aangevuld met detailberekeningen. In artikel 5.51 lid 2 Bkl zijn aandachtsgebieden aangewezen. Dit zijn locaties met hoge concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). De gemeente Noardeast-Fryslân is niet aangewezen als concentratiegebied.
4.11.2 Toetsing Het plangebied bevindt zich niet in één van de in artikel 5.51 (van het Bkl) vermeldde aandachtsgebieden voor stikstofdioxide en fijnstof. In totaal betreft het initiatief het juridisch-planologisch mogelijk maken van een bedrijventerrein. De NIBM-tool is gebruikt voor het inzichtelijk maken of de extra verkeerstoename leidt tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de resultaten volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet-in betekenende-mate is. Er is geen nader onderzoek nodig naar luchtkwaliteit. Naast een beoordeling van de bijdrage aan de luchtkwaliteit door de activiteit zelf is het ook nodig om te beoordelen of de nieuwe functie aan de betreffende locatie kan worden toegewezen gelet op de achtergrondconcentratie van luchtverontreinigende stoffen. Dit kan worden beoordeeld met behulp van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Uit de kaart blijkt dat in 2022 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof in de plangebieden ruimschoots onder de omgevingswaarden (genoemd in Artikel 2.4 en Artikel 2.5 van het Bkl) lagen. De luchtkwaliteit ter plaatse is aanvaardbaar.
42
4.11.3 Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Er is geen nader onderzoek nodig naar het aspect luchtkwaliteit.
4.12 Cultuurhistorie 4.12.1 Wettelijk kader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Voor de bescherming van het landschap geldt voor Nederland het Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen een onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. In artikel 1.2 lid 1 sub g Omgevingswet worden 'landschappen' als onderdeel van de fysieke leefomgeving aangemerkt. Het landschapsbeleid kan door Rijk, provincie of gemeente in een omgevingsvisie zijn vastgelegd. Deels zijn landschapswaarden in instructieregels van het Bkl verankerd. 4.12.2 Toetsing Archeologie Binnen het plangebied gelden geen dubbelbestemmingen met een archeologische verwachtingswaarde.
Aanleiding tot archeologisch onderzoek is het advies uit de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) voor het noordelijke gedeelte van het plangebied. Het zuidelijke gedeelte van het plangebied is destijds reeds onderzocht in het kader van de ontwikkeling van het bestaande bedrijventerrein Dwarsryd. Voor het gehele plangebied van de voorgenomen ontwikkeling zijn dus twee aparte archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het eerste onderzoek is van toepassing op het zuidelijke deel van het plangebied en het tweede onderzoek op het noordelijke gedeelte. De twee archeologische onderzoeken zijn samengevoegd en in één document terug te vinden in bijlage 7. Het eerste onderzoek dateert uit 2002. Daarin is bij het onderzoeken van het zuidelijk gedeelte van het plangebied geen archeologische vindplaats aangetroffen. Het andere onderzoek d.d. 6 december 2024 is van toepassing op het noordelijke gedeelte van het plangebied. Uit dit tweede onderzoek volgt dat de kans dat aanwezige archeologische waarden worden verstoord klein is en dat het perceel kan worden vrijgegeven qua archeologie. Uit beide onderzoeken volgt dat er geen archeologische waarden worden verstoord binnen door de voorgenomen ontwikkeling. Derhalve vormt archeologie geen knelpunt voor de voorgenomen ontwikkeling.
Cultuurhistorie De provinciale cultuurhistorische waardenkaart is geraadpleegd en beoordeeld in samenhang met de Kernkwaliteit cultuurhistorie. Het plangebied maakt deel uit van het hoofdlandschapstype 'Kwelderwal' en van
43
(deel)landschapstype 'Kleigebied Oostergo'. Dit is geen beschermd landschapstype en er gelden dan ook geen belemmeringen vanuit het aspect cultuurhistorie. Landschap Het plangebied kent geen bijzondere landschappelijke waarden waarmee bij de planontwikkeling rekening moet worden gehouden. In paragraaf 3.2.1 is hier op ingegaan. De groenblauwe structuur ten noordwesten van het plangebied wordt in het noorden van het plangebied voortgezet door het aanplanten van groen en het graven van de nieuwe watergang. Daarnaast wordt het plangebied voldoende landschappelijk ingepast door de bestaande bomenrijen aan de west-, zuid- en oostkant van het plangebied. 4.12.3 Conclusie Vanuit de aspecten archeologie, cultuurhistorie en landschap zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4.13 Externe veiligheid 4.13.1 Wettelijk kader Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet rekening worden gehouden met het belang van een veilige leefomgeving. Het gaat daarbij om: de bescherming van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van een risicovolle activiteit, en het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving in bredere zin (schade aan gebouwen en het milieu) bij een ongeval bij een risicovolle activiteit. Activiteiten met externe veiligheidsrisico's zijn risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden en hiermee moet rekening worden gehouden. Het gaat om de volgende soorten activiteiten: activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven (dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal; windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal; Er zijn 3 categorieën gebouwen en locaties die worden beschermd: zeer kwetsbaar (alleen gebouwen), kwetsbaar (gebouwen en locaties) en beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties).
Zeer kwetsbare gebouwen: Een gebouw is 'zeer kwetsbaar' als het een gebouw is voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Het gaat daarbij onder meer om de volgende gebouwen: woonfunctie voor 24-uurszorg, basisscholen en kinderopvang.
Kwetsbare gebouwen en locaties: Kwetsbare gebouwen zijn alle gebouwen met een woonfunctie (niet verspreid liggende bebouwing) en locaties bestemd voor grote evenementen of voor recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen. Gebouwen en locaties zijn ook kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn. Het gaat bijvoorbeeld om: een woonfunctie, bijeenkomstfunctie, kantoorfunctie en sportfunctie.
44
Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties: De overige gebouwen en locaties zijn beperkt kwetsbaar. De nadruk ligt op de bescherming van de kwetsbare gebruiksfunctie van een gebouw.
Gebouwen worden alleen beschermd voor de gebruiksfunctie van dat gebouw. 4.13.2 Toetsing Met de beoogde ontwikkeling worden (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties (planologisch) mogelijk gemaakt. Op basis van de gegevens uit de EV Signaleringskaart zijn de risico's in de omgeving bepaald. De uitsnede van deze kaart in figuur 5.3 weergegeven. De rode begrenzing toont het plangebied. Het plangebied ligt buiten een brand- en explosieaandachtsgebied. Het plangebied ligt buiten het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen en ook niet in de nabijheid van buisleidingen. Ook maakt dit project geen nieuwe risicovolle activiteiten mogelijk. Hieruit volgt dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect omgevingsveiligheid.
Figuur 5.3
Omgevingsveiligheid (bron: Register Externe Veiligheid)
4.13.3 Conclusie Vanuit het aspect omgevingsveiligheid is er geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
45
4.14 Kabels en leidingen 4.14.1 Wettelijk kader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. 4.14.2 Toetsing Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen aanwezig. Voor het dichtbij zijnde radargrondstation in Burum is in artikel 13.1 regels opgenomen in dit TAM-omgevingsplan, zodat nieuwe bouwwerken met een bouwhoogte vanaf 22,00 m die zijn toegestaan op grond van de in dit TAM-plan opgenomen beoordelingsregels, niet worden gebouwd zonder een toetsing vooraf door het Ministerie van Defensie. De maximale bouwhoogtes voor gebouwen binnen de in dit TAM-omgevingsplan aangewezen bestemming 'Bedrijventerreinen' bedraagt 10 meter. Hierdoor wordt de bouwhoogte van 22,00 meter niet overschreden en is er geen sprake van verstoring van het straalpad van het radargrondstation.
Op basis van voorgenoemde vormt het aspect kabels en leidingen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.14.3 Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.15 Verkeer en parkeren 4.15.1 Wettelijk kader Het Bkl bevat geen instructieregels met betrekking tot mobiliteit en parkeren. Echter, bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling zal met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aangetoond moeten worden wat het effect is op de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en parkeerdruk. Inzicht moet worden gegeven in de mobiliteitskeuzes en -strategie die zijn afgestemd op de doelgroepen, de kenmerken van de locatie en de te verwachten effecten. Ook dient te worden aangetoond dat het extra verkeer op een goede manier kan worden afgewikkeld en dat wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. De beoogde ontwikkeling heeft gevolgen voor de parkeersituatie in de omgeving van het plangebied. Ook verandert het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie. In het mobiliteitsprogramma van de gemeente Noardeast-Fryslân (zie 3.3.2) staat dat bij het toetsen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en functiewijzigingen wordt aangesloten bij de meest recente parkeernormen van het CROW. De CROW-richtlijnen blijven dus net als in de huidige praktijk belangrijk bij de beoordeling van verkeer en parkeren. Het gaat hierbij om zowel om het autoparkeren als het fietsparkeren. Het CROW hanteert daarbij een bandbreedte met een minimum en maximum waarde.
Daarbij wordt voor de gemeente Noardeast-Fryslân uitgegaan van de gemiddelde waarde. Daarbij wordt
46
uitgegaan van een ‘niet stedelijke’ gemeente. Om deze reden wordt de toegevoegde verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers van het CROW (publicatie 744) en ook de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling. 4.15.2 Toetsing Toetsing verkeer De beoogde ontwikkeling valt op basis van CROW kencijfers voor per netto ha bedrijventerrein onder een gemengd terrein. Hiervoor geldt per weekdag een verkeersgeneratie van 128 personenauto's en 30 vrachtauto's per ha. Voor het plangebied van circa 2 hectare betekent dit een verkeersgeneratie van 316 mvt/etmaal. Voor een werkdag is dit 421 mvt/etmaal. De nieuw te realiseren bedrijven zullen worden ontsloten door een nieuw aan te leggen ontsluitingsweg. Deze ontsluitingsweg sluit aan op de Dwarsryd die verbonden is met de Willem Loréweg via de Sylsterryd. Hier gaan de verkeersbewegingen op in het heersend verkeersbeeld. Kavel 8 wordt ontsloten via de bestaande zuidelijke weg (Sylsterryd). De ontsluiting van het plangebied zal niet leiden tot knelpunten. De verkeerstoename ten behoeve van de ontwikkeling is dermate klein dat het niet tot knelpunten zal leiden op het omliggende wegennet. Er is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de berekende parkeerbehoefte. Gezien de goede ontsluiting zal verkeer geen belemmering vormen voor het project.
Toetsing parkeren Aan de hand van gemeentelijke parkeernormen is beoordeeld hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. Voor 'werken, bedrijf arbeidsextensief' wordt een parkeernorm gehanteerd van 0,013 parkeerplaatsen per m2 BVO. Uitgaande van maximaal 16.201 m2 aan BVO geldt een parkeerbehoefte van 211 (210,6) parkeerplaatsen gerealiseerd. De parkeerplaatsen worden voorzien op het eigen terrein van de toekomstige bedrijfspercelen binnen het plangebied. Er wordt verwacht dat er op die manier voldoende invulling wordt gegeven aan de ontstane parkeerbehoefte binnen het plangebied. Er is vanuit parkeren geen belemmeringen voor het planvoornemen. 4.15.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is getoetst op mobiliteit en parkeren. Het aspect mobiliteit en verkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.16 Duurzaamheid 4.16.1 Wettelijk kader Er is geen specifiek toetsingskader voor het aspect duurzaamheid. Vanuit de doelen van de Omgevingswet is duurzaamheid een thema waarmee bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een BOPA rekening gehouden moet worden. Duurzaamheid is een veelomvattend begrip waar veel aspecten onder vallen zoals onder andere de energietransitie en herbruikbaarheid. Daarnaast is er gekeken naar het gemeentelijke beleid van de gemeente Noardeast-Fryslân met betrekking tot de duurzaamheidsambities van de gemeente.
47
In de Omgevingsvisie van de gemeente Noardeast-Fryslân is duurzaamheid een belangrijk thema. De energietransitie, circulariteit en omgevingskwaliteit zijn belangrijke onderdelen die een grote bijdrage kunnen leveren aan het verduurzamen van de gemeente. 4.16.2 Toetsing In de beoogde ontwikkeling wordt rekening gehouden met duurzaamheid en klimaatadaptatie, door middel van inpassing van groen in het plangebied. Ten noorden van de nieuwe watergang worden de gronden ingericht als groengebied met houtsingel. De randen van het plangebied worden ingevuld met groenstructuren. Dit draagt bij aan onder andere de biodiversiteit, het vasthouden van water en het bieden van schaduw en verkoeling in de zomermaanden. 4.16.3 Conclusie Het aspect 'duurzaamheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de gewenste ontwikkeling.
4.17 Gezondheid 4.17.1 Wettelijk kader Doel van de Omgevingswet is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening wordt gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. In de omgevingsvisie van gemeente Noardeast-Fryslân wordt het belang van gezondheid benadrukt. De gemeente wil door middel van beschermen, bevorderen en faciliteren toe werken naar een gezonde leefomgeving. Een aantrekkelijke omgeving draagt bij aan gezondheid. Bedrijvigheid kan milieuhinder met zich mee brengen. Deze bedrijvigheid moet zoveel mogelijk gescheiden blijven van (milieu)hinder gevoelige functies, zoals woningen, scholen, kinderdagverblijven, verpleeg- en verzorgingstehuizen. 4.17.2 Toetsing Een aantal van de omgevingsaspecten in dit hoofdstuk hebben een gezondheidscomponent, daarbij gaat het bijvoorbeeld om de aspecten geluid, geur en omgevingsveiligheid. Uit de verschillen paragrafen behorende tot hoofdstuk 5 wordt duidelijk dat binnen het plangebied geen sprake is van significante milieubelasting die van invloed kan zijn op de gezondheidssituatie. Daarnaast sluit de ontwikkeling aan op de doelen van de gemeente op het gebied van gezondheid.
De locatie voor het bedrijventerrein is zorgvuldig uitgekozen en ligt op ruime afstand van milieugevoelige functies. Hiermee wordt de gezonde leefomgeving beschermd. 4.17.3 Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
48
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische vormgeving
Toepassingsbereik
Met deze wijziging van het omgevingsplan worden de bestaande juridisch planologische mogelijkheden en de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan gemeente Noardeast Fryslân vervangen door deze wijziging van het omgevingsplan. Deze wijziging voldoet aan de Omgevingswet, de instructies vanuit het Rijk en van de provincie Fryslân. Deze wijziging van het omgevingsplan vervangt niet alle regels die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan zoals dat op 1 januari 2024 geldt. De bruidsschat (inclusief vangnetregeling) en de gemeentelijke verordeningen die onderdeel uitmaken van de het tijdelijk omgevingsplan worden niet gewijzigd. Wel heeft afstemming plaatsgevonden op de bruidsschat en waar nodig zijn bruidsschatregels opgenomen die niet van toepassing zijn op het nieuwe deel van het omgevingsplan. Deze regels waren alleen van toepassing op het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Om ze ook van toepassing te laten zijn op deze wijziging moeten ze worden opgenomen, de bruidsschat (dus het tijdelijke deel van het omgevingsplan voor dit deel) zelf wordt hiermee dus niet gewijzigd. Het is geen verplichting om deze regels uit de bruidsschat ook voor deze locatie te laten gelden, maar om uniformiteit in de regeling te behouden voor de gemeente is de keuze gemaakt om ze ook in dit wijzigingsbesluit op te nemen.
Dit geldt voor aanvraagvereisten voor de omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid (artikel 22.284 van de bruidsschat). In het toepassingsbereik is opgenomen welke regels worden gewijzigd met dit wijzigingsbesluit.
5.2
Begrippen
De begripsbepalingen uit de bijlage van de Omgevingswet zijn van rechtswege van toepassing op het wijzigingsbesluit en hoeven dus niet bij de begrippen te worden opgenomen. De begripsbepalingen uit het Bbl, Bkl en Bal en de Omgevingsregeling zijn niet van rechtswege van toepassing op het TAM-omgevingsplan. Daarom is in de begrippen hierop aangesloten door deze van toepassing te verklaren. Dit betekent dat bijvoorbeeld het begrip hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken niet meer in de begripsbepalingen voorkomt. Deze zijn opgenomen in het Bbl. Tevens zijn de aanvullende begrippen opgenomen die nodig zijn voor het wijzigingsbesluit.
5.3
Algemeen verbod
In het algemene verbod is opgenomen dat alle niet genoemde functies en activiteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan niet zijn toegestaan. Het algemene verbod zorgt ervoor dat alleen de genoemde functies en activiteiten zijn toegestaan. Wanneer sprake is van bestaande functies en activiteiten die niet zijn genoemd in de bestemmingen, dan zijn deze wel toegestaan. Het begrip bestaand is opgenomen in de begripsbepalingen, waarbij het gaat om legale situaties ten tijde van het inwerking treden van dit TAM-omgevingsplan.
49
5.4
Functies en activiteiten
Een omgevingsplan moet technisch voldoen aan de Omgevingswet standaarden STOP/TPOD. De wetgever heeft tot 1 januari 2026 gemeenten de mogelijkheid geboden om een omgevingsplan onder de Omgevingswet op te stellen op basis van de RO standaarden 2012 en te publiceren via www.ruimtelijkeplannen.nl en de overbruggingsfunctie van het Informatiehuis Ruimte naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het omgevingsplan conform TAM maakt juridisch onderdeel uit van het omgevingsplan, maar wordt technisch in de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl geplaatst. Bij het opstellen van een TAM-omgevingsplan, waarbij gebruik wordt gemaakt van de RO standaarden 2012 kan nog gebruik worden gemaakt van bestemmingen. Dit voorliggend TAM-omgevingsplan bevat bestemmingen. Voor de inhoud van de juridische regeling wordt aangesloten op de regels uit bestemmingsplan Kollum Dorp, vastgesteld op 18 juni 2015 dat vanaf 1 januari 2025 deel uitmaakt van het Omgevingsplan van de gemeente Noardeast. De bestemmingen bevatten gebruiksregels, bouwregels en aanleg regels (vergunningplichten voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Bedrijventerrein De uitbreiding van het bedrijventerrein Dwarsryd heeft de functie Bedrijventerrein. Op dit terrein zijn bedrijfsactiviteiten tot maximaal milieucategorie 3.1 toegestaan (zie paragraaf 4.8).
Geluidzoneringsplichtige inrichtingen, zoals opgenomen in bijlage VII van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bkl), en risicovolle inrichtingen, zoals opgenomen in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zijn niet toegestaan. Dit betreft de bedrijfsactiviteiten die voorheen waren geregeld via respectievelijk de Wet geluidhinder en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en die op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan op basis van die regelingen ook al waren uitgesloten. De beoordelingsregels voor het bouwen zijn afgestemd op de regels van het bestaande bedrijventerrein. Wel is omwille van de flexibiliteit voor de uitgifte van de gronden de inrichting van het bedrijventerrein niet juridisch vastgelegd. Groen De functie groen borgt de landschappelijke inpassing rond het bedrijventerrein. Binnen het groengebied zijn in beperkte mate ook ontsluitingswegen en paden mogelijk. Bestaande watergangen maken ook deel uit van de inpassing, water is dan ook mogelijk binnen de functie groen. Daar waar sprake is van een beheerstrook voor de watergangen geldt aanvullend de functie Waterstaat Waterlopen. Verkeer De hoofdontsluiting van de uitbreiding van het bedrijventerrein is als functie Verkeer aangewezen.
50
Water De bestaande waterloop aan de noordzijde van het plan wordt deels ingebracht in het plangebied en is als functie water aangewezen. De waterlopen die deel uitmaken van de landschappelijke inpassing vallen binnen de functie groen. Leiding - Riool Het gebruik van de gronden voor de aanleg en instandhouding van de bestaande rioolpersleiding die langs het plangebied loopt is geborgd via de functie Leiding - Riool. Waterstaat - Waterlopen Voor de bestaande watergang ten noorden van het plan is een strook ten behoeve van onderhoud en beheer gereserveerd. Deze strook maakt eveneens onderdeel uit van de landschappelijke inpassing. Beperkingengebied radar grondstation Buren Het plangebied valt binnen de zone van het radarverstoringsgebied Buren waar geldt dat er geen hogere bebouwing dan 22 meter mag plaatsvinden. Het beperkingengebied 'vrijwaringszone - radar grondstation Burum' borgt dit. Overigens maakt deze wijziging van het omgevingsplan bouwwerken van deze hoogte niet mogelijk.
5.5
Algemene regels
Binnen de algemene regels zijn de anti-dubbeltelregels opgenomen. In het Bkl is geen plicht opgenomen tot het opnemen van een anti-dubbeltelregeling. Deze hoeft dus niet te worden opgenomen in dit TAM-omgevingsplan. De keuze is om deze wel mee te nemen om ongewenste bebouwingsmogelijkheden te creëren (voor bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerken). De aanvraagvereisten voor de aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk of een werkzaamheid zijn opgenomen, de motivering daarvan is opgenomen in paragraaf 5.1. Verder zijn een aantal aanvullende beoordelingsregels opgenomen, zoals de verplichting uit het Bkl een vergunningvrij bouwwerk uit hoofdstuk 2 meldingplichtig te maken als dat gebouw bodemgevoelig is (artikel 14 lid 14.1), alsmede een aantal flexibliteitsregels (artikel 14 lid 14.2).
5.6
Overgangsregels
Het opnemen van overgangsrecht is niet meer verplicht onder de Omgevingswet. In verband met de rechtszekerheid van bestaande rechten is ervoor gekozen om overgangsregels op te nemen. Deze overgangsregels zijn zowel voor bouwwerken als gebruik.
51
52
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch uitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn. Financiële uitvoerbaarheid De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling betreft het juridisch-planologisch mogelijk maken van een bedrijventerrein in Kollum. De gemeente is grondeigenaar en geeft de kavels uit. De gemeente is de initiatiefnemer en realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De gemeente heeft middelen beschikbaar vanuit de grondexploitatie om de ontwikkeling te realiseren. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan. Kostenverhaal Wie een woning, bedrijfspand of ander gebouw bouwt of verbouwt, moet hiervoor in veel gevallen een bijdrage betalen aan het bevoegd gezag. Deze bijdrage is onder andere voor de kosten van het opstellen van plannen, het aanleggen van openbare voorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte. Dit wordt kostenverhaal genoemd. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet op het planologisch mogelijk maken van een bedrijventerrein in Kollum. De beoogde ontwikkeling is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit niet aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit.
Aangezien de gemeente Noardeast-Fryslân de gronden zelf in eigendom heeft, is het kostenverhaal niet aan de orde. De gemeente is zelf exploitant, waardoor de kosten voor rekening van de gemeente zijn. De gemaakte kosten worden bij grondverkoop via de grondprijs verhaald. Hiermee is ook aan de tweede vereiste voldaan en hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.
6.1
Participatie
Participatie is een belangrijk element binnen de Omgevingswet. Voor de uitbreiding van het bedrijventerrein is een participatietraject gevolgd. Het doel van dit proces was om de betrokkenheid van de gemeenschap te verzekeren bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein en om de input van de betrokkenen op te nemen in het ontwerpproces. Onder de Omgevingswet is informeel vooroverleg over plannen mogelijk. Het vooroverleg voor wijzigingen van het omgevingsplan is in de Omgevingswet juridisch niet geregeld. Het vooroverleg is vormvrij. Door bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium met elkaar op te trekken, kunnen knelpunten in een vroeg stadium worden gesignaleerd. Voorts heeft de gemeente heeft het concept van deze wijzing van het omgevingsplan in het kader van het informeel vooroverleg toegestuurd aan de aan de volgende overlegpartners: Provinsje Fryslân; Wetterskip Fryslân; Brandweer Fryslân.
53
De ingekomen reacties zijn opgenomen in bijlage 10 en kort samengevat in paragrafen 6.1.2, 6.1.3 en 6.1.4. Daarnaast heeft er participatie plaatsgevonden met de omgeving, zie hiervoor paragraaf 6.1.1. 6.1.1
Participatie omgeving
In april 2024 hebben vertegenwoordigers van de gemeente Noardeast-Fryslân een participatiegesprek gehad met Plaatselijk Belang en 2 ondernemersverenigingen in Kollum (PB Kollum, HIM Kollum en OSK Kollumerland). In dit gesprek is de voorkeurslocatie van de ontwikkeling toegelicht en is alle beschikbare en openbare informatie met betrekking tot de ontwikkeling van bedrijventerrein in Kollum met de aanwezigen gedeeld. Alle betrokkenen konden zich unaniem vinden in de gekozen locatie. Daarnaast is afgesproken dat de betrokken partijen door de gemeente op de hoogte worden gehouden van de vorderingen van deze ontwikkeling. In juni 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden met de bewoners van de naastgelegen woning. Zij hebben hun zorgen uitgesproken over de ruimtelijke inpassing van het bedrijventerrein. De gemeente heeft daarop de groenvoorzieningen aan de rand van het plangebied uitgebreid. De bewoners hebben de inloopmarkt bezocht en aangegeven dat ze tevreden zijn over de wijze waarop de bedrijven zijn ingepast in de omgeving en de beoogde groenvoorzieningen rond het nieuwe terrein. Op 24 september 2025 is een inloopmarkt georganiseerd. Deze werd goed bezocht. Er is mogelijkheid geboden om reacties kenbaar te maken. Daar is goed gebruik van gemaakt. Deze reacties hebben niet geleid tot wijziging van het planvoornemen.
6.1.2 Provincie Fryslân Op 4 juli 2024 is de gemeente in gesprek geweest met de provincie Fryslân over het planvoornemen. Het betrof een digitaal overleg tussen vertegenwoordigers van de gemeente en de provincie. Hierin zijn de landschappelijke inpassing en de watercompensatie onder de aandacht gebracht. In bijlage 9 is een korte weergave opgenomen van dit overleg. Naar aanleiding van dit overleg heeft de gemeente de plannen verder uitgewerkt. De provincie constateert dat het plangebied in weidevogelkansengebied ligt, maar dat dit gebied hiervoor al is verstoord. Naar aanleiding van deze opmerking is deze constatering in de motivering opgenomen (paragraaf 4.6.3.3). Verder wordt aangegeven dat mogelijk bij de uitvoering een ontgrondingenvergunning en een vergunning Wnb nodig is. Inmiddels zijn deze vergunningen aangevraagd. 6.1.3 Wetterskip Fryslân Het waterschap heeft per mails van 24 juli 2025 een aantal opmerkingen gemaakt en een aantal vragen gesteld. Naar aanleiding van deze opmerkingen en vragen is overleg geweest tussen het waterschap en de gemeente. Over de opmerkingen over het onderhoud, de hoofdwatergang en aanleghoogte zijn nadere afspraken gemaakt met het waterschap. De opmerkingen met betrekking tot de rioolpersleiding en de waterlopen (bouwverbod) zijn in de regels verwerkt. Op 8 december 2025 is een watervergunning verleend, zie bijlage 6.
De vergunning is verleend voor het dempen van een watergang, het graven en verbreden van een watergang, het verwijderen van toegangsdammen en het aanleggen van dammen met duiker, en andere activiteiten gerelateerd aan het bouwrijp maken van bedrijventerrein. In deze vergunning staan ook afspraken over het onderhoud.
54
Op 17 december 2025 heeft Wetterskip Fryslân aangegeven geen op- en/of aanmerkingen te hebben op het ontwerpplan en in te stemmen met het onderdeel 'Water' van voorliggend TAM-omgevingsplan. 6.1.4
Brandweer Fryslân
Brandweer Fryslân is bij de planvorming betrokken. Dit advies is opgenomen in bijlage 10. Brandweer Fryslân voorzag in het plangebied knel-/ aandachtspunten met betrekking tot de bereikbaarheid en de bluswatervoorziening. In overeenstemming met het door de brandweer opgestelde advies op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) in relatie tot omgevingsveiligheid adviseerde Brandweer Fryslân daarom om: De inrichting van de calamiteitenweg met de brandweer af te stemmen zodat ook deze weg voldoet aan de eisen genoemd in ‘3. Bereikbaarheid’. Een opstelplaats aan het open water te creëren langs de Dwarsryd. Een brandkraan aan te leggen met een minimale capaciteit van 1.000 liter per minuut (60 m3 /uur), op de met gemeente Noardeast Fryslân afgestemde locatie. Ook is er verdere afstemming geweest tussen de brandweer en Vitens. Bovenstaande inachtnemend heeft dit geleid tot de volgende definitieve planuitwerkingen:
6.2
De doorlopende weg krijgt een verbinding naar de Willem Loreweg die dusdanig wordt gedimensioneerd dat er geen aslastbeperking nodig is. Met andere woorden dat de brandweer daar ook overheen kan rijden. De aanleg daarvan is opgenomen in het definitieve plan. Er wordt een op opstelplaats gerealiseerd op de door de brandweer opgegeven locatie. Vitens neemt de brandkraan op in het ontwerp van de waterleiding.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Deze onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt ingevolge artikel 16.66 van de Omgevingswet gedurende zes weken te inzage gelegd, waarbij gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Participatie Voorafgaand aan het vaststellen van dit TAM-omgevingsplan is een participatieproces doorlopen. Dit proces is toegelicht in voorgaande paragraaf (6.1). Hieruit volgt dat zowel de omgeving als de provincie Fryslân positief tegenover het planvoornemen staan. Ontwerp Conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geldt voor de wijziging van het omgevingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Als gevolg hiervan heeft het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan van 4 december 2025 tot en met 14 januari 2026 ter inzage gelegen. Eenieder heeft hierbij de mogelijkheid gehad een zienswijze in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Vaststelling Het plan is ongewijzigd vastgesteld op 5 maart 2026. Er zijn geen wijzigingen aangebracht in de regels of verbeelding. Naar aanleiding van de reacties van de ketenpartners is de motivering wel tekstueel aangepast. Dit betreft een aantal aanpassingen in de tekst van de motivering met betrekking tot de weidevogelcompensatie en de afspraken die zijn
55
gemaakt met het waterschap. Deze tekstuele aanpassingen hebben geen gevolgen voor de regels en bijbehorende verbeelding. Na publicatie van het besluit tot vaststelling kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.3
Economische uitvoerbaarheid
Dit omgevingsplan ziet toe op een afronding van het bedrijventerrein Dwarsryd aan de noordzijde van Kollum, waarbij het nieuwste deel van het bedrijventerrein op een -planologisch gezien- logische manier wordt aangesloten bij het oudere deel. De kosten voor de wijziging van het omgevingsplan worden gedragen door de initiatiefnemer, oftewel de gemeente Noardeast-Fryslân. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. De Omgevingswet bepaalt dat het bestuursorgaan de kosten die het vanwege bij die maatregel aangewezen kostensoorten maakt, verhaalt op degene die bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bouwactiviteiten of activiteiten met het oog op het gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie verricht, voor zover: a. de kostensoorten toerekenbaar zijn aan het kostenverhaalsgebied, en b. de kosten proportioneel zijn in verhouding tot het profijt dat het kostenverhaalsgebied van de kostensoorten heeft. In het Omgevingsbesluit zijn de kostensoorten opgenomen die verhaalbaar zijn, waaronder “De kosten van het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek”. Het voorliggende project is daarmee een verhaalbare kostensoort.
De Omgevingswet geeft de mogelijkheid om het kostenverhaal via een overeenkomst te regelen. Voor dit project wordt dit op deze wijze geregeld. Er zijn geen aanwijzingen dat het voorliggende plan economisch niet uitvoerbaar is.
56
Hoofdstuk 7
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of deze wijziging van het omgevingsplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd. Voor de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op de deze wijziging van het omgevingsplan, nader onderzocht in deze motivering. Afweging Met de beoogde ontwikkeling wordt een uitbreiding van het bedrijventerrein Dwarsryd in Kollum mogelijk gemaakt. Deze wijziging van het omgevingsplan is in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten/ instructieregels op provinciaal en gemeentelijk niveau zoals behandeld in hoofdstuk 3 en veroorzaakt geen conflicten met de instructieregels vanuit het Bkl. In hoofdstuk 4 is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de geldende milieu wet- en regelgeving.
In de beoordeling is gebleken voor de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het omgevingsplan gemeente Noardeast-Fryslân kan gewijzigd worden ten behoeve van de beoogde ontwikkeling.
57
58
BIJLAGEN MOTIVERING
Bijlage 1 Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking
- MEMO Memo
DATUM KENMERK VAN
9 april 2025 20240582/44001652/JJ Joost Jansen
PROJECT OPDRACHTGEVER
Uitbreiding bedrijventerrein Kollum Gemeente Noardeast-Fryslân
LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g Bkl legt hiervoor geen grens vast. Geldende jurisprudentie onder de Wro/Bro is vanaf 12 woningen, een functiewijziging met een oppervlak groter dan 500 m² bvo, meer dan 500 m² bvo bebouwing of een functie die gelet op de ruimtelijke uitstraling een stedelijke ontwikkeling is. Leegstand mag volgens jurisprudentie niet 'onaanvaardbaar' zijn.
Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het omgevingsplan en de aard van de omgeving. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan (het vigerende voormalig bestemmingsplan) is vertrekpunt in de beoordeling of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing Het projectgebied sluit aan op het bestaande bedrijventerrein en heeft een oppervlakte van circa 2,3 hectare. De locatie is in het tijdelijk deel van het omgevingsplan onderdeel van het bestemmingsplan ‘Kollum Dorp’ en heeft daarin de bestemming ‘Groen’ op het zuidelijke deel en de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Open gebied’ op het noordelijke deel. Locaties met een agrarische bestemming maken geen deel uit van het bestaand stedelijk gebied. Stedelijk groen maakt wel onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. In dit geval is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die deels buiten bestaand stedelijk gebied ligt.
Daarom is hierna de behoefte beschreven en de locatiekeuze gemotiveerd.
Figuur Tijdelijk deel van het Omgevingsplan, Bestemmingsplan Kollum Dorp (bron: regelsopdekaart) Beschrijving behoefte De lokale vraag in landelijke gemeenten betreft doorgaans kleine kavels op kleinschalige bedrijventerreinen op korte afstand van de eigen kern. De verhuisbereidheid van lokale MKB-bedrijven is circa 10 minuten rijafstand en circa 10 km afstand. Lokale bedrijven zoeken uitbreidingsruimte bij de huidige locatie en als dat niet mogelijk is, op kleinschalige bedrijventerreinen binnen het genoemde zoekgebied. Om in de toekomst voldoende ruimte te bieden aan lokale bedrijvigheid en startende bedrijven wil de gemeente Noardeast-Fryslân een aantal bedrijventerreinen gaan uitbreiden. De behoefte aan uitbreiding van bedrijventerrein Kollum is beschreven/gemotiveerd in een aantal bronnen. Convenant bedrijventerreinen Noordoost Fryslân 2022-2035 In de Omgevingsverordening Fryslan 2022 is vastgelegd dat er bestuurlijke afspraken moeten worden gemaakt tussen de provincie en regio’s over de programmering van bedrijventerreinen. Ruimtelijke plannen voor nieuwe bedrijventerreinen moeten passen binnen de afspraken bedrijventerreinen. Daarmee geeft de provincie (samen met de gemeenten) invulling aan de bestuurlijke afspraken met het Rijk over de programmering van stedelijke functies, in dit geval bedrijventerreinen.
Het doel is om te komen tot een efficiënt ruimtegebruik en verbetering van de kwaliteit van de bedrijventerreinen. Voor de regio Noordoost Fryslân ligt daarbij het zwaartepunt op het faciliteren van het bestaande bedrijfsleven in de regio, in combinatie met het bieden van ruimte aan starters.
2/5
In 2021 heeft de provincie een nieuwe prognose over de behoefte aan bedrijventerreinen laten maken. In het rapport ‘Bedrijventerreinen in Fryslân, Vraagprognoses tot en met 2035’ is een prognose voor de periode 2021 t/m 2035 opgesteld, gebaseerd op een aantal economische scenario’s van het CPB. De prognose is mede gebaseerd op de kwalitatieve vraagraming per segment. Voor de regio Noordoost- Fryslân is de raming (in netto hectare) voor deze periode tussen de 64 (transatlantic market scenario )en 130 hectare (global economy scenario). Eind 2021 was er slechts 1 hectare terstond uitgeefbaar in de hele regio. In totaal was er bij de vaststelling harde plancapaciteit voor 11,5 ha. In het vorige convenant bedrijventerreinen is voor bepaalde terreinen ingezet op een adaptieve invulling door middel van wijzigingsbevoegdheden waarin voorwaarden zijn gesteld aan de invulling met bedrijventerrein. Met de nieuwe omgevingswet is het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid niet meer mogelijk. De regio heeft afgesproken om deze zachte plancapaciteit hard te maken en daarin een voorwaardelijke bepaling op te nemen. Wanneer het deel van het terrein wat direct wordt ingericht voor vestiging van bedrijven voor 75% is verkocht, kan op basis van de voorwaardelijke bepaling worden aangevangen met de bedrijfsmatige inrichting van het resterende (of volgende) deel. In totaal gaat het om 19 hectare.
Er is ook een verkenning gedaan naar nog niet in gebruik genomen percelen, die wel in bezit zijn van ondernemers. Het betreft hier nagenoeg alleen uitbreidingsruimte voor toekomstige groei. Deze is bedoeld voor de (toekomstige) ontwikkelruimte van de bedrijven. Er is op dat gebied in Noordoost Fryslân geen serieuze ruimtewinst te boeken. Een aantal locaties in de regio is in beeld om op korte termijn te worden getransformeerd. Dit betekent dat de bedrijfsfunctie wordt omgezet in een niet- bedrijfsfunctie. Het betreft locaties in Dokkum, Feanwâlden en Surhuisterveen, waardoor in totaal 16,7 hectare aan de voorraad bedrijventerreinen wordt onttrokken. Indien hiervoor bedrijven moeten verplaatsen, zal de daarvoor benodigde ruimte worden gecompenseerd op de nieuwe locatie. Dit komt bovenop de behoefte uit de prognose. Gezien de uitgiftecijfers van de afgelopen jaren in Noordoost- Fryslân en het feit dat er in de gehele regio al geruime tijd nagenoeg geen bedrijfskavels meer beschikbaar zijn voor uitgifte, is de behoefte aan nieuwe bedrijfskavels urgent. In een tabel is dit nader uitgewerkt in een programmering tot op terreinniveau. In Hierin is de mogelijkheid opgenomen om 2 ha netto modern- gemengd bedrijventerrein op een zoeklocatie in Kollum uit te breiden. Kern
Locatie
Hectare (netto)
Harde capaciteit (ha.)
Dokkum
Betterwird fase 3 Betterwird fase 3 zoeklocatie Ind.terrein Hallum zoeklocatie
10
Dokkum Dokkum Hallum Kollum Kollumerzwaag
3/5
Harm Smidswei
Extra nieuwe ontwikkeling (ha.)
Periode
Bedrijvencategorie
6
Van adaptieve naar harde capaciteit (ha.) 4
0
2022-2025
7
0
0
7
2026-2035
2 4#
0 0
0 0
2 4
2022-2025 2022-2025
2
0
0
2
2022-2025
2
0
0
2
2022-2025
modern gemengd/industrie modern gemengd/industrie woon-werk modern gemengd/industrie modern gemengd modern gemengd/w&w
Totaal gem. NoardeastFryslân
2022-2025 20 ha. 2026-2035 7 ha.
6
20222025 4
2022-2025 10 2026-2035 7
Conclusie Uit onderzoek blijkt dat er in de regio behoefte is aan 64 tot 130 ha bedrijventerrein en dat er slechts harde plancapaciteit voor 11,5 hectare. Er is dus veel extra harde plancapaciteit nodig, die deels wordt ingevuld met de adaptieve locaties (19 hectare) en deels met nieuwe locaties (38,7 ha). In de gemeente kan invulling worden gegeven aan 27 ha bedrijventerrein. De uitbreiding van het bedrijventerrein in Kollum maakt daar onderdeel van uit en is regionaal afgestemd. Deze past binnen het vastgestelde en ondertekende Convenant bedrijventerreinen Noordoost Fryslân 2022-2035. De behoefte komt vooral voort uit de groei van het bestaande bedrijfsleven en starters. Actueel beschikbaar aanbod In Kollum is inmiddels geen bedrijventerrein meer uitgeefbaar. Uit gegevens van de gemeente blijkt dat er per 1 januari 2025 2 ha bedrijventerrein (exclusief water) uitgeefbaar is. Alleen in Dokkum zijn nog kavels beschikbaar (op Betterwird 3), maar deze kunnen gelet op de afstand geen invulling geven aan de lokale behoefte in Kollum. Specifieke behoefte bedrijven Kollum Er is inmiddels een aantal gegadigden bij de gemeente bekend. De belangstelling voor het bedrijventerrein Kollum trekt momenteel erg aan. Het huidige aantal gegadigden is 14.
Regiodeal en versnellingsagenda Noordoost Fryslân De Regiodeal Noordoost-Fryslân zet in op een vitale, krachtige regio waar het goed wonen, werken, leren en recreëren is. Via de subsidieregeling Versnellingsagenda wordt geld uit de Regiodeal beschikbaar gesteld voor projecten die de economie stimuleren. Een belangrijk aspect is dat deze projecten een impuls voor de hele regio opleveren. De Versnellingsagenda is het uitvoeringsprogramma van de Regio Deal Noordoost-Fryslân, die de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast-Fryslân, Tytsjerksteradiel en de provincie Fryslân voor de periode 2020-2025 met het Rijk hebben afgesloten. Met dit programma wordt gewerkt aan de economische versterking van de regio Noordoost-Fryslân. De focus ligt daarbij op de sectoren waar de regio sterk in is: bouw, metaal(industrie), landbouw en recreatie & toerisme. Omgevingsvisie Noardeast- Fryslân (2024) In de omgevingsvisie is aangegeven dat uitbreiding van bedrijventerrein op voorraad mogelijk is in Dokkum, Kollum, Kollumersweach en Hallum. Op andere plekken alleen met maatwerk naar aard, schaal en directe behoefte. Hiermee wil de gemeente het vestigingsklimaat verbeteren. Dit geeft ook invulling aan de gewenste economische versterking van de regio Noordoost-Fryslân (uitvoering Regiodeal). Kollum is een belangrijke voorzieningenkern.
In de visie is specifiek aangegeven dat het bedrijventerrein ruimte krijgt voor uitbreiding richting de Dwarsryd. Waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied Het is niet mogelijk om 2,1 hectare netto bedrijventerrein binnen het bestaand stedelijk gebied van Kollum te realiseren. Er is geen actuele plancapaciteit beschikbaar voor bedrijven uit de doelgroep voor het lokale bedrijventerrein. De gemeente heeft in een locatiestudie verschillende locaties in kaart gebracht en beoordeeld op beschikbaar aantal m2, grondeigendom, ontsluiting, landschappelijke inpassing en bestemming. Aan de hand van deze locatiestudie heeft de gemeente de beoogde voorkeurslocatie (cluster) voorgesteld voor uitbereiding van het aantal m2 bedrijventerrein in Kollum tot en met milieucategorie 3.
4/5
Uitbreiding binnen het bestaande dorp is niet realistisch en niet gewenst. Er is geen ruimte beschikbaar en bedrijven in milieucategorie 3 verhouden zich ook niet goed tot de woonfunctie. Hier hoort een richtafstand van minimaal 50 meter bij ten opzichte van gevoelige functies. Het bedrijventerrein zelf is volledig uitgegeven. Daarom is gekeken naar ruimte rond het bestaande bedrijventerrein.
Figuur locatiestudie (bron: gemeente) Conclusie Binnen het bestaand stedelijk gebied is geen plancapaciteit aanwezig om tegemoet te komen aan de uitbreidingsbehoefte. De bestaande lokale bedrijventerreinen in het zoekgebied van lokale bedrijven in Kollum zijn volledig uitgegeven en kunnen daarom niet voorzien in de gevraagde behoefte. Lokale bedrijven zoeken kleine kavels op kleinschalige terreinen zo dicht mogelijk bij de eigen kern. De ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking en is regionaal afgestemd.
5/5
Bijlage 2 Aanmeldnotitie mer
AANMELDINGSNOTITIE UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN DWARSRYD Gemeente Noardeast-Fryslân 3 juli 2025
1/18
2/18
DATUM KENMERK
3 juli 2025 20240582/213266/
PROJECT PROJECTLEIDER
Kollum - uitbreiding bedrijventerrein Dwarsryd drs. G. van Halteren
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Noardeast-Fryslân 20240582
DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V.. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd.
3/18
INHOUD 1.
Inleiding ............................................................................................................................................................................. 5 1.1
Aanleiding ................................................................................................................................................................. 5
1.2
Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? ..................................................................................................................... 5
1.3
Leeswijzer.................................................................................................................................................................. 5
2.
Plaats en kenmerken van het project ............................................................................................................................... 6 2.1
Plaats van het project ............................................................................................................................................... 6
2.2
Kenmerken van het project....................................................................................................................................... 9
2.2.1
Huidige situatie ..................................................................................................................................................... 9
2.2.2
Beoogde ontwikkeling .......................................................................................................................................... 9
2.3 3.
Cumulatie ................................................................................................................................................................ 10
Kenmerken van de milieueffecten .................................................................................................................................. 11 3.1
Verkeer en parkeren ............................................................................................................................................... 11
3.2
Geluid ...................................................................................................................................................................... 11
3.3
Luchtkwaliteit .......................................................................................................................................................... 12
3.4
Omgevingsveiligheid ............................................................................................................................................... 12
3.5
Bodem en grondwater ............................................................................................................................................ 14
3.6
Water ...................................................................................................................................................................... 14
3.7
Natuur ..................................................................................................................................................................... 16
3.8
Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................................................... 17