CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan 'Kollumerswach - Cedelshof 3.1

It Beslút 8 mei 2024, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Kollumersweach - Cedelshof 3.1'25.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 4.2 informatie plangebied bodem (Bron: bodemloket.nl) Het bodemonderzoek waar in het bodemloket naar wordt verwezen is in 2022 uitgevoerd voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling. Hieronder worden de resultaten van het bodemonderzoek samengevat. Bodemonderzoek WMR Rinsumageast heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5725 en NEN 5740. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Door de onderzoeksresultaten kan bepaald worden of de milieuhygiënische bodemkwaliteit voldoende geschikt is voor de voorgenomen nieuwbouwplannen. Op basis van het vooronderzoek is op 14 juli 2022 veldwerk uitgevoerd. In geen van de mengmonsters van de

30/287

grond zijn verhoogde gehalten gemeten. In het grondwater zijn voor barium, lood, nikkel, zink licht verhoogde concentraties gemeten. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het aangetroffen puin is gedefinieerd als baksteen en kan daarom als niet asbestverdacht worden beschouwd. Een verkennend onderzoek naar asbest (conform NEN 5707) is niet noodzakelijk. Vanwege de langere standtijd van de peilbuis ten tijde van de herbemonstering, wordt de laatst gemeten concentratie aan koper als meest betrouwbaar beschouwd. Van zware metalen is het bekend dat deze in (sterk) verhoogde concentraties in het grondwater voor kunnen komen zonder dat voor deze metalen verhoogde gehalten in de grond worden gemeten of er een andere directe verontreinigingsbron aanwezig is (verspreiding vanuit de omgeving). De gemeten concentraties aan barium, nikkel, lood en zink hebben vermoedelijk dan ook een natuurlijke oorzaak. De gemeten concentraties zijn daarnaast dusdanig (alleen overschrijding van de streefwaarde) dat een aanvullend onderzoek naar deze parameters niet noodzakelijk is. In bijlage 6 is het complete onderzoeksrapport te vinden. Conclusie Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek is de kwaliteit van eventueel vrijkomende materialen ten aanzien van de ontwikkeling van nieuwbouw op de onderzoekslocatie in voldoende mate in beeld gebracht.

De gehalten zijn dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Er zijn vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5

Geluid

Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Toetsing Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied. De wegen in Kollumersweach betreffen allen 30 km/uur wegen. Voor deze wegen is het niet noodzakelijk een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uit te voeren. Bovendien ligt het plangebied niet aan een doodlopende weg voor gemotoriseerd verkeer. Als uitgangspunt geldt dan ook dat aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan. Conclusie Het aspect geluid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

31/287

4.6

Water

Toetsingskader Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Toetsing Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân (aanvraagnummer: 00012778 ). De uitkomst van deze toets is dat de normale procedure moet worden gevolgd. Dit houdt in dat het plan mogelijk invloed heeft op de wateraspecten. Het resultaat van de watertoets is opgenomen in bijlage 7. Naar aanleiding van de watertoets heeft het waterschap aanvullend advies gegeven op het planvoornemen. En als onderdeel van het wettelijk vooroverleg wordt het concept bestemmingsplan voorgelegd Wetterskip. Onderstaand worden de resultaten van de watertoets en het aanvullende advies van het Wetterskip besproken. Toename verharding In het wateradvies is aangegeven dat door ruimtelijke ontwikkelingen de hoeveelheid verhard oppervlak toeneemt met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater.

Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in het wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteert het Wetterskip de volgende compensatienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10% De manier waarop de toename aan verharding wordt gecompenseerd en hoeveel compensatie nodig is, is besproken met het Wetterskip. Door de omvang van de planlocatie is er genoeg ruimte om de toename aan verharding te compenseren. De voorkeur voor compensatie voor het verhard oppervlak gaat bij het waterschap uit door middel van de bestaande watergangen. Het gaat hier met name om de watergang aan de westzijde van het plangebied (zie blauwe stippellijn in figuur 4.3). De westelijke watergang zal met ongeveer 1 meter worden verbreed om een goed functionerend watersysteem te realiseren. Op deze manier kan de gewenste 540 m² worden gecompenseerd.

Om de watercompensatie te borgen krijgen de watergangen een water bestemming.

32/287

Figuur 4.3 te verbreden watergangen plangebied (Bron: Wetterskip Fryslân) Dempen en graven van oppervlaktewater Voor het dempen van oppervlaktewater is het beleid van Wetterskip Fryslân dat dit voor 100% gecompenseerd moet worden in hetzelfde peilgebied. Er worden in principe geen watergangen gedempt. Voor het graven van oppervlaktewater geldt een vrijstelling voor een ontgrondingsvergunning als er niet dieper dan 2 meter en niet meer dan 10.000 m3 wordt ontgraven. Wanneer er meer dan 3.000 m3 wordt ontgraven, geldt echter wel een meldingsplicht op grond van artikel 4.1, lid 6, 7 en 8 van de Omgevingsverordening Fryslân. Revisie peilbesluit Twijzel e.o. Voor het gebied is het waterschap een revisie peilbesluit aan het voorbereiden. De omgeving is een vrij afstromend gebied zonder wateraanvoer. Voor vrij afstromende gebieden zonder wateraanvoer beschrijft het waterschap alleen de stuwstanden (geen peilbeheer). Dit betreft een punt op de kaart. De provincie Fryslân heeft in de waterverordening aangegeven dat Wetterskip Fryslân voor deze gebieden geen peilbesluiten meer hoeft vast te stellen. In de stuwstandenkaart is hier een duiker opgenomen met een hoogte van 0,88 mNAP. Dat zal dus de hoogste stand in het peilvak zijn, maar bij lange tijd van droogte kan dit peil hier ver uitzakken.

Uitgangspunten Blauwe Omgevingsvisie Passend bij dit planvoornemen zijn voor de Noordelijke Friese wouden verschillende uitgangspunten van belang: 1. Het natuurlijke reliëf is de basis Om het natuurlijke watersysteem te behouden, moet het veen in de lage delen worden behouden en de infiltratie op de hogere gronden worden bevorderd. Daarvoor moet worden voorkomen dat sloten de hoge zandkoppen diep doorsnijden. Het peilbeheer mag niet meer worden afgestemd op de laagste delen en ingesloten laagtes. Door de grondwaterstanden te verhogen op de hoge zandkoppen wordt de grondwatervoorraad vergroot.

33/287

2. Houtwallen De wens is om het kleinschalige watersysteem met houtwallen langs sloten in stand te houden. Het onderhoud van deze sloten wordt extensiever, wat bijdraagt aan een vertraagde afvoer. Dit draagt bij aan de ecologie en biodiversiteit van de Friese Wouden. Bij piekbuien wordt water op het land geaccepteerd. 3. Inzetten op hogere waterpeilen Door op de hoge zandkoppen de waterpeilen te verhogen, wordt de grondwaterstand verhoogd en daarmee de grondwatervoorraad vergroot. Peilverlagingen worden niet meer toegestaan. 4. Bevorderen organische stof Het bevorderen van organische stof is van belang voor het vasthouden en beschikbaar zijn van nutriënten, om watervasthoudend vermogen van de bodem te stimuleren, en daarmee bij te dragen aan een betere bodembiodiversiteit. 5. Beperken van grondwateronttrekkingen. Het waterschap wil meer inzicht in bestaande grondwateronttrekkingen en wil het gebruik van grondwater beperken, wanneer dit nadelige effecten op grondwatersysteem heeft. Hoogteligging en infiltratiekaart Zoals te zien is in figuur 4.4 ligt het gebied vrij hoog ten opzichte van het huidige beheerpeil. De kwel/infiltratiekaart geeft aan dat het plan gebied sterke tot matige infiltratie heeft. DINOloket geeft aan dat het in het plangebied voornamelijk zand betreft. Met iets verder van het plangebied leemlagen.

Indien in het plangebied ook leemlagen voorkomen, dan kan het de infiltratie mogelijkheden beperken. Uit navraag bij de rayonbeheer blijkt dat het water hier vaak blijft hangen. Er kan niet uit worden gegaan van infiltratie. Het plangebied is mogelijk kwetsbaar voor wateroverlast. Daarnaast moet de geschiktheid van de bodem voor woningbouw nog worden aangetoond. De Rayonbeheerder gaat hiervoor nog een veldonderzoek uitvoeren.

Figuur 4.4 Infiltratiekaart plangebied (Bron: Wetterskip Fryslân) Onderhoud en ecologie Vanuit onderhoud en flora en fauna worden vanuit het Wetterskip nog enkele uitgangspunten meegegeven: Verbreding van de hoofdwatergang en zo nodig de schouwwateren, in combinatie met flauwe taluds. Beheer

34/287

en onderhoud kan hierdoor in de hoofdwatergang van laag naar basis en ecologisch schouwbeleid kan in de schouwwateren worden toegepast. Zo weinig mogelijk gebruik maken van harde beschoeiingen in de watergangen in de nieuwe wijk. Ondiepe waterzones <0.7m: waterdiepte mag niet zomaar verdiept worden. Aanleg van flauwe taluds en verbreding van de schouwwateren/hoofdwatergang zorgt ook voor extra berging en is voor de ecologie goed tenzij er een vertraagde afvoer wordt toegepast(BOVI). Daarnaast kunnen er mogelijk problemen ontstaan voor het onderhoud van de watergangen als de bestaande bomen blijven staan. De rayonbeheerder gaat dit ter plaatse beoordelen. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Er is genoeg ruimte om de toename aan verharding te compenseren. Voor de onderwerpen wateroverlast, onderhoud en bodem zal de rayonbeheerder een veldonderzoek uitvoeren om te bepalen of er nog verdere maatregelen nodig zijn voor het aspect water.

4.7

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst.

Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen.

35/287

De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toetsing Het project maakt de realisatie van maximaal 25 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Tevens worden de woningen niet aangemerkt als gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.8

Archeologie

Toetsingskader Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Doelstelling van het Verdrag van Valetta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In de provincie Friesland wordt gebruik gemaakt van de archeologische kaart FAMKE. FAMKE staat voor Friese Archeologische Monumentenkaart Extra. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd - bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.). Toetsing Voor het plangebied geldt volgens de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) voor de steentijd tot bronstijd de waarde 'karterend onderzoek 2' en voor de middeleeuwen de waarde 'karterend onderzoek 3'.

Hierdoor dient op het perceel een bureauonderzoek en karterend veldonderzoek te worden uitgevoerd met een dichtheid van 6 boringen per hectare. In het zuiden van het plangebied is een depressie waar te nemen; dit betreft mogelijk een dobbe. Op de FAMKE wordt deze locatie aangeduid als een vuursteenvindplaats. Daarom is besloten om binnen deze depressie waarderend booronderzoek uit te voeren met een dichtheid van 20 boringen per hectare. Hieronder worden de

36/287

resultaten van het archeologisch onderzoek samengevat, het volledige rapport is te vinden in bijlage 8. Archeologisch onderzoek Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase). Op basis van de voorgaande archeologische onderzoeken in het gebied lijken de archeologische vondsten voornamelijk te bestaan uit vuursteenvindplaatsen in en nabij dobben. In het noorden en midden van het plangebied is de bodem op de meeste plaatsen verstoord tot in het dekzand, door zandafgravingen of door agrarische bodemverstoringen. In dit gebied zijn met uitzondering van een verroeste spijker en enkele fragmenten natuurlijk vuursteen geen vondsten gedaan. In het zuiden van het plangebied bleek de veenlaag van de depressie en de onderliggende podzolbodem op meerdere plaatsen nog (gedeeltelijk) intact. Het merendeel van de vuursteenvondsten van dit onderzoek komt uit deze lagen, waaronder drie afslagen die mogelijk antropogeen zijn. Daarnaast is ook een scherf (terp)aardewerk in een van deze lagen aangetroffen. Tot slot is op een dekzandkop in het oosten van het plangebied een fragment aardewerk gevonden, dat ook mogelijk terpaardewerk betreft. De resultaten van het karterend onderzoek geven voor een deel van het onderzochte gebied aanleiding tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek.

Daarnaast wordt geadviseerd om archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren in het zuiden van het gebied, op en rondom de locatie van de depressie. In dit gehele gebied zijn delen van de podzolbodem bewaard gebleven, evenals restanten van een veenlaag. Voor de zone met mogelijke archeologische waarden rond boringen 17, 18, 20 en 21 (figuur 4.5) dient in het geval van herbestemming en ontwikkeling aldaar, een vervolgonderzoek te worden uitgevoerd in de vorm van een archeologisch proefsleuvenonderzoek. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft het archeologisch rapport getoetst en gaat akkoord met het advies om de zuidoostelijke zone van het onderzoeksgebied aan te wijzen als een zone met mogelijk intacte archeologische waarden, waar bij toekomstige ingrepen een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven nodig is. Omdat het meest zuidelijk deel van het plangebied (vanaf boring 8 en 19 en zuidelijker) en rond boringen 17, 18, 20 en 21 niet wordt bestemd voor woningbouw, worden de mogelijke archeologische waarden in de zuidoostelijke zone (voor nu) behouden. Voor de zone met mogelijke archeologische waarden rond boringen 17, 18, 20 en 21 dient in het geval van herbestemming en ontwikkeling aldaar, een vervolgonderzoek te worden uitgevoerd in de vorm van een archeologisch proefsleuvenonderzoek. Voor de overige delen van het plangebied wordt geen nader onderzoek geadviseerd.

37/287

Figuur 4.5 Boorpunten en advieskaart archeologie plangebied Kollumersweach (Bron: De steekproef 2022) Conclusie Het aspect archeologie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Er is geen archeologisch vervolg onderzoek nodig omdat de locaties waarvoor is aangegeven dat vervolgonderzoek nodig is, geen onderdeel uit maken van

38/287

dit bestemmingsplan.

4.9

Cultuurhistorie

Toetsingskader Het Rijk heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in artikel 3.1.6 lid 5 sub a vastgelegd dat gemeenten bij ruimtelijke plannen rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Naast wetgeving op Rijksniveau is ook in de 'Verordening Romte Fryslân 2014' in artikel 2.1.1 vastgelegd dat gemeenten in een ruimtelijk plan moeten aangeven op welke wijze het plan rekening houdt met cultuurhistorische elementen en structuren zoals opgenomen in de provinciale structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte'. Toetsing Om de cultuurhistorische waarden vast te stellen is de cultuurhistorische kaart van de provincie Fryslân geraadpleegd. Aan de hand van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie is gekeken naar de cultuurhistorische elementen in en nabij het plangebied. Volgens de Cultuurhistorische Kaart Fryslân zijn er binnen het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig. Rondom het plangebied zijn wel een aantal oude en nieuwe paden aangegeven. Daarnaast ligt er ten zuiden van het plangebied een pingoruïne. Er wordt voldoende afstand gehouden tot aan deze ruïne om aantasting te voorkomen. Conclusie De bebouwing wordt aansluitend op aanwezige bebouwing, binnen de opstrekkende verkaveling met bestaande elzensingels gerealiseerd; deze zijn kenmerkend voor het landschap.

Met de voorgenomen ontwikkeling worden geen cultuurhistorische waardevolle elementen en dykswallen direct of indirect beschadigd.

4.10 Externe veiligheid Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle

39/287

inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als in nieuwe situaties. Besluit externe veiligheid buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op advies van de minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen al enkele jaren rekening gehouden met deze risicobenadering. Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waarmee rekening moet worden gehouden. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het voorliggend plan.

4.11 Kabels en leidingen Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing Volgens informatie van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) lopen langs de Oentzemastate verschillende kabels en leidingen, waaronder spanningskabels, waterleidingen, netwerkkabels en een gasleiding. Voor de rest lopen er geen kabels en leidingen door het plangebied (Figuur 4.6; KLIC-melding: 22G539278). Deze kabels en leidingen zijn niet relevant voor het bestemmingsplan en zullen niet worden opgenomen in de verbeelding.

40/287

Figuur 4.6 luchtfoto plangebied met KLIc-melding (De Steekproef 2022) Conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.12 Vormvrije m.e.r- beoordeling Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze

41/287

activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven.

Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van maximaal 25 woningen op een agrarisch perceel. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling' noodzakelijk is. Bij de beoogde ontwikkeling is er sprake van een perceelsgebonden ontwikkeling binnen de bestaande structuur van het dorp. De ontwikkeling heeft geen onaanvaardbaar effect op de onderliggende gronden of andere functies in de omgeving. Overigens blijkt uit de beoordeling van de milieu- en omgevingsaspecten uit de vorige hoofdstukken dat er geen belangrijke milieugevolgen zullen optreden. Conclusie Deze ontwikkeling is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tijdens de toetsing van de omgevingsaspecten zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van het verlenen van de omgevingsvergunning.

42/287

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Het juridisch systeem

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Het plangebied in dit plan heeft vier bestemmingen gekregen. Deze zijn opgezet volgens het geldende bestemmingsplan en de recente standaarden van de gemeente Noardeast- Fryslân. Groen De voor de bestemming 'Groen' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor bosschages, bebossing en beplanting, waarbij geldt dat het herstel en de instandhouding van de landschappelijke waarden wordt nagestreefd. Om deze reden is een vergunningplicht opgenomen voor het kappen en/of rooien van de binnen deze bestemming aanwezige bebossing en beplanting. Hierbij is het normale onderhoud uitgezonderd. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. Wel zijn er (ontsluitings)wegen binnen deze bestemming toegestaan wegens de verdere uitbreiding van de wijk Cedelshof. Tuin De gronden met de bestemming 'Tuin' zijn bedoeld voor de tuinen bij de woningen. Ten behoeve van een aantrekkelijk dorpsbeeld is het wenselijk om op de voorerven zo min mogelijk bebouwing toe te staan. Wel zijn erkers onder voorwaarden toegestaan. Ook bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals vlaggenmasten en erf- en terreinafscheidingen mogen gebouwd worden. Verkeer Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn onder meer wegen ten behoeve van het doorgaande verkeer en de ontsluiting van de aanliggende gronden toegestaan.

Ook mogen de meer gebruikelijke voorzieningen als bermbeplanting, bushaltes en dergelijke worden gerealiseerd. Wat betreft het bouwen van gebouwen geldt dat enkel gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen zijn toegestaan.

43/287

Water De bestemming 'Water' is opgenomen om binnen het plangebied onder meer ruimte te bieden aan waterlopen en waterpartijen. Daarmee wordt ook de watercompensatie in het plangebied geborgd. Het bouwen van gebouwen en overkappingen is niet toegestaan. Wel mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot een hoogte van 2 meter worden gebouwd. Wonen - 1 De gronden met de bestemming 'Wonen - 1' zijn bedoeld voor ten hoogste 25 woningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf. De daarbij behorende groenvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen zijn ook toegestaan. Binnnen het aangegeven bouwvlak is een hoofdgebouw toegestaan. De goothoogte van een hoofdgebouw is maximaal 6 meter en de bouwhoogte van een hoofdgebouw is maximaal 9,5 meter. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' mag het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan het aangegeven percentage. Ondergeschikte bebouwing is toegestaan binnen het aangegeven bouwvlak dan wel binnen de aanduiding 'erf'. Ten hoogste 50% van het bouwperceel mag worden bebouwd tot een oppervlakte van 100 m². Ondergeschikte bebouwing is op minimaal 3 meter achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw toegestaan, met een maximale bouwhoogte van 6 meter.

44/287

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Inspraak

Gelet op de manier van het betrekken van omwonenden en de geringe planologische betekenis wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Voor aanvang van de bestemmingsplanprocedure is op 23 januari 2023 een inloopavond georganiseerd waarin het planvoornemen is gedeeld met inwoners en ondernemers. Voorafgaand aan deze inloopavond heeft de gemeente Noardeast- Fryslân in samenwerking met de werkgroep Kollumerzwaag (afvaardiging dorpsbewoners en Plaatselijk Belang) een enquête opgesteld. Deze is als basis gebruikt voor het stedenbouwkundig plan dat tijdens de inloopavond is gedeeld met de belanghebbenden. Door middel van de inloopavond zijn reacties verzameld als input voor voorliggend bestemmingsplan. Alle vragen en de reactie van de gemeente daarop zijn op 9 maart 2023 besproken met de lokale woongroep Kollumerzwaag. Hieronder zijn de uitkomsten van deze informatieavond relevant voor dit bestemmingsplan samengevat.

Tijdens de informatieavond kwamen de volgende positieve argumenten voor de ontwikkeling naar voren: Afmetingen van de kavels; Veel ruimte voor groen en biodiversiteit; de bescherming van de elzensingel; rekening gehouden met inschijnende autokoplampen; Privacy door de groenstrook en uitbreiding bomenrij; Het 'verspringen' van de weg van het oude gedeelte naar het nieuwe gedeelte wegens het verminderen van de snelheid; Komst van het wandelpad; Daarnaast werden de volgende vragen gesteld: Hoe zit het met eventuele volgende fase? Kunnen de kavels nog worden aangepast naar groter? Kan er een extra speeltuin worden opgenomen? Is er daadwerkelijk behoefte naar de woningbouwontwikkeling? Waarom geen verbindingsweg? Is netverzwaring nodig? En de volgende zorgen geuit: De prijzen van de kavels liggen erg hoog; Liever geen huurwoningen; Breedte van de kavels te smal; Geen garages bij de woningen; overschaduwen van zonnepanelen door de boomsingel aan de westzijde;

45/287

Dempen van sloten, afwatering en wateroverlast; Een belangrijke conclusie vanuit de inloopavond is dat er serieuze belangstelling is voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling. Verder worden er geen huurwoningen gerealiseerd in Cedelshof. De kavels van de voorgenomen woningen zijn waar mogelijk verbreed en gedraaid. Ook zijn er enkele garages toegevoegd aan het ontwerp. Er wordt in het stedenbouwkundig plan veel aandacht besteed aan groen en biodiversiteit. Ondanks onzekerheid over het opwekken van zonne-energie blijven de bomenrij en elzensingels het uitgangspunt. Er komen geen woningen met volledige verdieping. Op basis van de input uit de informatiebijeenkomst is het stedenbouwkundig plan waar mogelijk aangepast en afgerond. Op basis hiervan is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Omdat de gemeente de belanghebbenden wil betrekken bij de planvorming, is op basis van het wettelijk vooroverleg het plan in deze periode aangeboden aan verschillende overlegpartners. Er zijn reacties ontvangen van Liander, TenneT, het Wetterskip, de Brandweer en de Provincie. Liander, TenneT en het Wetterskip hebben geen opmerkingen die tot aanpassingen van het bestemmingsplan leiden. Naar aanleiding van de reactie van de Brandweer en de Provincie is het bestemmingsplan aangepast. Hieronder wordt daarop ingegaan. Overlegreactie Provincie De provincie vraagt om aan te geven welk aandeel van de beoogde woningen in het betaalbare segment zullen vallen, welk aandeel door de woningcorporatie zal worden gerealiseerd en welk aandeel van het programma geschikt zal zijn voor ouderen en wonen en zorg. Daarnaast vragen ze te kijken naar de mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen en verwijzen naar de factsheet Natuurinclusief bouwen. Beantwoording Doelgroepen woningen Aandeel woningcorporatie = 0% (want 100% koop). Wonen en zorg = 0%. Voor ouderen = in ieder geval 32% wordt levensloopbestendig, dus ook geschikt voor ouderen (de rijwoningen). Betaalbaar (koopwoningen tot €355.000) = in ieder geval 32% (de rijwoningen), voor de tweekappers is de prijs nog niet bekend.

Natuurinclusief De provincie geeft aan dat in de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk door in het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Daarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld gevelstenen met openingen die geschikt zijn voor verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen. De provincie wijst op de “40 punten checklist” van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging en op advies van een ecoloog van de provincie. Bij de uitwerking van de plannen zal hiermee rekening worden gehouden. Overlegreactie Brandweer

46/287

Brandweer Fryslân adviseert om: - de initiatiefnemer en de toekomstige bewoners te informeren over de mogelijke overschrijding van de norm voor de opkomsttijd van het eerst aankomende blusvoertuig, zodat de verwachtingen van de brandweer bij brand realistisch zijn; - te borgen dat de weg in het plangebied voldoet aan de kenmerken genoemd in 3.3; - bij realisatie van het uiteindelijke plangebied te borgen dat alle woningen via een tweede onafhankelijke route kunnen worden benaderd of een keerlus te realiseren met een minimale breedte van 4,5 meter; - twee brandkranen te realiseren met een minimale opbrengst van 500 l/min op een positie waardoor alle woningen op een maximale afstand van een brandkraan gelegen. Beantwoording Op 9 oktober 2023 is overleg geweest met de brandweer. Hierbij is komen vast te staan dat binnen het plangebied een keermogelijkheid aanwezig is die voldoende (breed) is voor blusvoertuigen. Om de woningen in het plangebied te kunnen bereiken is een (openbare) weg nodig die minimaal 4,5 meter vrije breedte heeft en minimaal 4,2 meter vrije ruimte in de hoogte heeft. De te realiseren weg in het plangebied is 5 meter dus ruim voldoende. De weg naar de woningen is voldoende bereikbaar voor de brandweer. Er worden twee brandkranen gerealiseerd die voldoet aan de gestelde eisen en gelegen is binnen een afstand van 100 meter van de te realiseren woningen.

De locatie wordt in overleg bepaald en doorgegeven aan Vitens. Brandweer Fryslân zal bij de uitwerking van de brandkraan worden betrokken. Daarnaast zullen toekomstige bewoners worden geïnformeerd over een mogelijke overschrijding van de norm voor de opkomsttijd van het eerst aankomende blusvoertuig. Naar aanleiding van bovenstaande reacties zijn de hoofdstukken 3.2 (doelgroepen/segmenten) en 4.3 (natuurinclusief) en 6.2 (maatschappelijke uitvoerbaarheid) aangevuld. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. De provincie Fryslân heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en een zienswijze ingediend (bijlage 10). In de zienswijze vraagt de provincie om nadere afstemming over de landschappelijk inpassing in verband met de bestaande houtsingels. Daarnaast heeft de provincie aangegeven dat het stikstofonderzoek geactualiseerd dient te worden. Ook diende een eventuele vergunning- of meldingplicht wegens ontgrondingen te worden onderzocht. Beantwoording zienswijze provincie Op 13 maart 2024 heeft er overleg met de provincie plaatsgevonden. De bestaande houtsingels blijven behouden. Er vindt geen kap plaats. Het is wenselijk om het landschap ter plaatse te herwaarderen en zoveel mogelijk landschap te ontzien.

Er wordt daarom extra groen toegevoegd aan het plangebied. Naar aanleiding van de zienswijze van de provincie is het stikstofonderzoek geactualiseerd en is het beleid van de provincie op het gebied van ontgrondingen en houtopstanden toegevoegd. Er is navraag gedaan bij de FUMO met betrekking tot een eventuele vergunning- of meldingplicht wegens ontgrondingen. De werkzaamheden in het plangebied zijn vrijgesteld van een vergunning- of meldingplicht. Ook is er een zienswijze ingediend door een bewoner wegens de vrees voor overlast van in-en uit rijdende

47/287

auto's (bijlage 11). De ontsluiting van de uitbreiding van de Cedelshof is in overleg met de indiener van de zienswijze aangepast. De nieuwste schets is als bijlage 1 toegevoegd. De verbeelding is naar aanleiding van de wijziging in de ontsluiting aangepast. Ambtshalve aanpassingen Dit is de derde fase van de ontwikkeling van de woonwijk Cedelshof. Hierna volgt nog een uitbreiding in oostelijke richting. Bovenstaande betekent dat de groene strook langs de oostzijde van het plangebied er bij een verdere uitbreiding van de woonwijk anders uit komt te zien. Om alvast voor te sorteren op de toekomstige uitbreiding, wordt binnen de bestemming 'Groen' ook wegen (voor doorgaand verkeer en ontsluiting) toegestaan. Daarnaast wordt het meest noordelijke blok vergeleken met het ontwerpbestemmingsplan aangepast. Het noordelijke bouwblok krijgt in plaats van twee bouwvlakken met een maximum van vier wooneenheden, één bouwvlak waarin acht woningen mogelijk zijn. Het totaal bebouwde oppervlak wordt in dit bouwvlak beperkt tot 70%. Vaststelling Het bestemmingsplan zal naar aanleiding van de zienswijzen gewijzigd worden vastgesteld. Uiteindelijk is tegen het vaststellingsbesluit beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.3

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Met de uitvoering van dit plan wordt de bouw van maximaal 25 woningen mogelijk gemaakt. De gronden waarop deze woningen worden gebouwd, zijn gemeentelijk eigendom. De opbrengsten worden gegenereerd uit de uitgifte van de gronden. De kosten die uit het plan (kunnen) voortvloeien zijn onder andere planschadekosten, plankosten, kosten voor bouw- en woonrijp maken, kosten voor voorbereiding en toezicht. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

Er wordt geen exploitatieplan conform artikel 6.12 Wro opgesteld, omdat het kostenverhaal is geregeld door opbrengsten uit uitgifte van gronden.

48/287

Bijlagen toelichting

49/287

50/287

Bijlage 1

51/287

Stedenbouwkundig ontwerp Cedelshof 3.1 Kollumersweach

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

N

A

A 36

0

B

2.4 0.80

E K

0.85

2.34

R=5

2.44

2.44

OB120

TB130

2.48 K

OB80

K

K

0

3.50

2.3 8

2.48

VP: +2.60

2.48

2.44

2.34

2.40

2.34

2.44

TB130

TB130

OB80

VP: +2.60

OB80

TB130

2.48

2.44

2.34

2.40

2.34

OB150

2.34

PVC 250

PVC 250

PVC 250

VP: +2.60

OB120 PVC 250

OB150

VP: +2.60

2.48

1.80

2.34

K

TB130

2.44

2.48

TB130

2.44

2.34

2.34

0.85

5.00

PVC 250

2.40

HWA01

2.40

2.40 5

6.00 2.30

2.34

0

6.0

R=

TB130 2.30

OB120

2.42

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

2.30

0.75

1.50

OB120

A

6.50

OB80 3.50

Trafo

1.50

J

3.50

Trafo

G

6.50

H

Oentzemastate

0.75

2.30

DWA01

2.34

2.30

Geen hoogte aangegeven

2.40

-0.43

2.39

.00

2.42

R=3.00

DWA06 9

2.34

2.34

2.40

0.14

GB70

TB130

0.14

HWA02

K17

2.3

0.8

0.80

R= 6

250

C PV 2.34

K

PVC 250

-0.27 2.35 DWA02

OB80

2.30

OB80 K

2.3 9

TB130 2.44

2.34

2.40

2.34

2.44

2.48

TB130

OB80

VP: +2.60

-0.27 VP: +2.60

0.80

0 2.4

2.48

K

R=3.00

OB80

2.48

2.44

2.34

2.40

2.34

1.80

2.44

K

K

2.40

2.48

K

660016

TB130

5.00

R=

K

2.34

2.40

5.0

0

9 2.3

0.80

TB130

TB130

VP: +2.60

OB120 2.39

2.34

2.40 0.97

1.80

2.40

2.34

2.44

2.48

VP: +2.60

OB120

2.39

2.34

2.40

2.34

2.44

6.00 OB80

TB130 2.34

2.44

OB80 K

beton 500

2.40

0 5.0 = R

K

0

0.9

0.75

2.40

TB130

Detail 2

HWA07 0.80

G

K

OB120

K

2.34

K

PVC 250

2.32

K

K

2.44

K13

660115

VP: +2.60

K

2.48

2.34

OB120

K

R=5 .00

A

K

K

2.37

K

K

K

K

PVC 250

K

K

VP: +2.60

K

K

2.34

2.40

2.34

2.30

K

K

2.34

K

K

2.40

6.00

2.40

K

K

2.40

0.75 PVC 250

TB130

K

F

K

2.44

2.35

K

K

2.48

HWA08 0.75

K

0.85

K

K

2.44

PVC 250

K

K

2.48

K25

K

2.48

K

VP: +2.60

K

K

K

K

K

K24

K

K

K

VP: +2.60

K

K

K

K

K

2.34

OB120

Aanbrengen klaphek, type n.t.b.

K

K

TB130

K

2.34

HWA09

K

K

2.44

K

Beton 500

H

K

K

0.80

K

5.00

K

2.48

OB80

K23

K

K

K K

K

0.34

DWA07

K

1.80

K16

K

2.40

2.40

2.24 K

K

K

2.24

K

K

K

E

K

K

K

K

OB120

OB80

K22

K

0.75

K

K

K

K

K

K

K

1.80

K

K

K

G

K

K

OB80

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K12

K

K

K10

OB120

K

K

K

K

K

K

2.34 K

K

K

K

6.00

K

K

K

K

K

PVC 250

K

K

K

VP: +2.60

K K

K

C

K

K

K

K

K

K

K

K K

K 2.34

2.44

K

K

K

K

K

K

Detail 1

VP: +2.60

R=5 .00

K

2.32

K

C

6.00

K

OB80

K

2.37

K

K

K

K

K

K

K15

5.00

K

G

K

K

K

K

K K

K

H

K07

K

K

K03

1.50

K

K

K

K06

K

K

K

K

K

K

F

K

K

K09

K21 K

K

K

K

K

K

K

2.40

K

K

F

K

K

K

K K

K

K

K

5.00

H K

K

K

K

1.80

F

K

K20

K

K

K

K

K02

K

K19

K

K

K K

2.48

K18 K

K05

K

K

K

K

K

K

E

K

K

K11

K

K

D

K

K14

K

K

K

K

2.00

K

K

K

2.40

VP: +2.60

K

K

K

2.32

2.48 K

VP: +2.60

Bestaande HWA-riolering

K

K

OB100

DWA04

2.37

K

K

K

C

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

0.75

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

K

B

2.48

0 5.0 R=

2.44

K

K

K

OB150

DWA03

K

K

K

K

K

K

HWA04

0.75

2.39 2.39

2.39

K

.00

TB130

K

K

K K

K

K

K

K

K

K K

2.4

2.34

DWA05

0.57

PVC 250 K OB100

5

K

VP: +2.60

2.34

0.01

-0.14

2.39 K

K

6.00

2.40

D

0.85

2.40

K

1.15

PVC 250

2.44

K

2.40

0.80

0.80

2.3

0.75

2.39

2.34

K

K

K08 K

0.85

2.34 PVC 250

6.00

E

K

K04

2.34

7

2.3

HWA06

K

OB120

K

0.80

2.34

K

K

TB130

K

K

2.48

K

K

OB80

K 0.75

2.36

K

VP: +2.60

K

-0.14

K

5.00

K

1.80

K

K

K

K

D

K

K

I

K

HWA10

2.4 0

DWA08 DWA08 K01

K

K

VP: +2.60

K

2.40

K

2.34

K

2.44

K

0.01

K

K

K

K

PVC 250

500

K

OB100 2.30

2.30

Beton

K

0.75

K

OB100 2.30

2.44

0.80

Beton 500

K

7

PVC 250

.00

C

0.75

2.3

0.80

0.75

R= 5

HWA03

B

Beton 500

0.75

OB120

2.34

2.40

2.34

TB130

0.80

Beton 500

TB130

PVC 250

D

I

B

5.03

J

K

K

Situatie

Legenda

L

Bestaande situatie

Laarzenpad van intensief gemaaid gras

Bestaande kadastrale grens

Inzaaien met kruidenrijk grasmengsel (G3)

Nieuwe kadastrale grens

K

0.12

0.12

P

Legenda groen

TB130

Aanbrengen trottoirband 130/150x250mm

OB150

Aanbrengen opsluitband 150x250mm

Opsluitband 80x200mm

L

Aanbrengen boom, type & exacte locatie op aanwijs directie 111-111m

108

OB120

110

112

21

32

7-9 8

113

115

117

Foarwei

Aanbrengen opsluitband 120x250mm

46

Koarteloane

SCHAAL 1200 :

10 107 44

119 30

121 9 133

135

123

12

42

137

14

Bestaande boom

19

38 16

trjitte

36 28

Tsjerkes

Aanbrengen opsluitband 100x200mm

26a-26b 15 127

18

34

2.00

OB100

Opsluitband 80x200mm

40

Opsluitband 80x200mm

11

131 139

26

32

2.40

26b

17

17

OB80

Grasbetontegel 600x400x120mm

20

30

4 19

15 13

11 9

5

Aanbrengen opsluitband 80x200mm

Harm Smidswei

28

7 3

22

6

21 24

13

N

26

Cedelshof

24

GB70

25 26

15

22

20 28

10

1 3

5

2

7 9

18

16

12

Aanbrengen geleideband 70/200x250mm

27

Tsjerkes trjitte 30

27

Betontegels 300x300x60mm, in halfsteensverband

Aanbrengen heester

Sytjemastate

14

25

1-23

12 32

29

23 21

10

34

31

19

Aanbrengen verloopband trottoirband 130/150x250 - opsluitband 120x250mm Aanbrengen verloopband trottoirband 130/150x250 - opsluitband 150x250mm

Betonstraatsteen dikformaat, in keperverband, type Ravenna DF

Detail 1 (parkeerstrook met molgoot)

Detail 2 (parkeerstrook zonder molgoot)

SCHAAL 150:

SCHAAL 150:

M

4 7

4

Harm Smidswei

5

2 13

15 3

6

36 Hoppemastate

25 1

31A 2

6 38

Cedelshof

23

6

4 40

27

18

42

25

3 8

33

6 15 8

Verwijderen boom

27

29

10

42A

8

20

5 35

12

29

12

17 10 22

N

31 10

Aanbrengen betontegels 300x300x60mm Aanbrengen betonstraatsteen keiformaat, halfsteensverband, kleur grijs Aanbrengen 4 streks molgoot, betonstraatsteen keiformaat, kleur grijs Aanbrengen betonstraatstenen dikformaat, keperverband, type Ravenna DF Aanbrengen grasbetontegels 400x600x120mm

44

35A 7

46

Oentzemastate

Oentzemastate

37

24

48

9 37

35 33

31

29

27 39

13

11

50 41 26

52

31

33 35

37

39

41

54

Cedelshof

43

56

28 30

32 34

36

45

58

Blad 1

45A

Koarteloane

Betonstraatsteen dikformaat, in keperverband, type Ravenna DF Straatkolk, type D1300DR 4 streks molgoot, betonstraatsteen keiformaat, kleur grijs

5

1

19

Oentzemastate

2 streks goot, betonstraatsteen dikformaat, type Ravenna DF

2

21

16

Sytjemastate

2 streks goot, betonstraatsteen dikformaat, type Ravenna DF

4

1

Verloopband trottoirband 130x/150x250mm - opsluitband 120x250mm

6

9 11

7

0.40

2

13

Verloopband trottoirband 130x/150x250mm - opsluitband 120x250mm

17

14

11

M

Trottoirband 130x150x250mm

8

17

Trottoirband 130x150x250mm

11

1

8

Teake Bakkerwei

Grasbetontegel 600x400x120mm

Cedelshof

2

60

45B

60A

47

62

N

64

66

66A

Aanbrengen inritblokken 600x300x160mm

47A

68 49

129

51

Aanbrengen trottoirkolk, type G 127 LD Koarteloane

70

53

Aanbrengen straatkolk, type D1300DR

P

2.39

DWA05

2.38

0.80 PVC 250

0.85

0.97 PVC 250

1.15

Blad 2

Aanbrengen combinatiekolk, Q-lineMax type STC 7/20/90 GB1 Aanrbengen HWA-inspectieput, incl. putnummer en puthoogte Aanbrengen DWA-inspectieput, incl. putnummer en puthoogte Aanbrengen HWA-riolering, incl. materaal, diameter en stroomrichting Aanbrengen DWA-riolering, incl. materaal, diameter en stroomrichting

10 70B

57

59

61

63

72

65

67

72A

72B 67A

Koarteloane

HWA06

55

70A

71 74

0

Overzicht SCHAAL 15000 :

Aanbrengen uitneembare afzetpaal

1.0

1.5

2.0m

Schaal 1:50 0 2

4

6

8m

P

Maten in meters, tenzij anders vermeld. Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld.

Aanbrengen schrikhek type BB16, lengte 3,00m Aanbrengen houten hekwerk - kastanjehouten palen Ø80-100mm, lg. 1,60m, h.0.h. 2,50m - schapengaas h=1,00m - v.z.v. puntdraad bovenop palen Beton 500

0.5

Schaal 1:200

Aanbrengen lichtmast, exacte locatie n.t.b.

Q

69

Projekten en Realisaasje Made by R. Bakker '18

Aanbrengen duiker beton Ø500mm

Ofdieling Iepenbiere Romte Postbus 1 9109 LP Dokkum Bezoekadres: Holwerderweg 21 9101 PA Dokkum Tel. 0519-298888 info@noardeast-fryslan.nl www.noardeast-fryslan.nl

Q

Aanbrengen/profileren talud PROJECT:

Nutstracé

ONDERDEEL:

Legenda groen R

Cedelshof 3.1

TEKENINGNR:

Situatie en details

GECONTROLEERD :

OPDRACHTGEVER:

BS2022-075-ST-DO

FORMAAT:

RKL

R

STATUS:

DATUM:

SCHAAL:

Definitief

20/03/2024 A0+

1:200/1:50

GETEKEND:

PLOT DATUM:

BESTEKNR:

BLAD: 1

rkl

20/03/2024

n.t.b.

DOCUMENTSOORT: Tekening

Made by R. Bakker '18

van 2

bladen

Bestandslocatie: H:\aatroep\onderhoek.dgn

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

Bijlage 2

53/287

Verkeersparagraaf Oentzemastate Kollumersweach

- NOTITIE Notitie

DATUM KENMERK VAN AAN CC

19 juli 2022

PROJECT OPDRACHTGEVER AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N)

Kollumerzwaag, Oentzemastate Gemeente Noardeast-Fryslân

VERKEERSPARAGRAAF ONTWIKKELING KOLLUMERZWAAG – 20220721 TOETSINGSKADER: Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid. De verkeersgeneratie en parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de parkeerkencijfers uit CROW-publicatie 381. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetal het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. Voor het plangebied wordt uitgegaan van een stedelijkheidsgraad van “niet stedelijk" met de ligging ‘rest bebouwde kom’.

BESTAANDE SITUATIE Gemotoriseerd verkeer In de omgeving van het plangebied liggen de Oentzemastate, Cedelhof, Tsjerkestrjitte en de KoarteLoane. Deze wegen zijn gecategoriseerd als erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Langzaam verkeer Op de erftoegangswegen rondom het plangebied, deelt de fietser de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer en zijn geen fietsvoorzieningen aanwezig. Langs de wegen rondom het plangebied zijn voetpaden aanwezig. Openbaar vervoer Op circa 600 meter loopafstand van het plangebied ligt langs de Foarwei de bushalte Skoallestrjitte, waar buslijn 62 en 7581 halteert. - Buslijn 62 halteert op werkdagen 1 keer per uur tussen Feanwalden en Buitenpost. - Buslijn 7581 halteert op werkdagenavonden 1 keer per uur en in halteert in het gehele weekend elk uur, tussen Kollumerzwaag en Buitenpost. De ontsluiting van de locatie per openbaar vervoer is van goede kwaliteit.

BEOOGDE ONTWIKKELING De planontwikkeling omvat de realisatie van circa 25 woningen met een combinatie tussen vrijstaand en twee-onder-eenkapwoningen. De verdeling tussen vrijstaand en 2-1 kap is in dit stadium nog niet bekend. Daarom wordt er worst-case uitgegaan van 25 vrijstaande koopwoningen. Dit heeft te maken met het feit dat de verkeersgeneratie van deze type woningen het hoogste is.

VERKEERSGENERATIE Bij het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van CROW-publicatie 381. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetal het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. De gemeente Noardeast-Fryslân is volgens het CBS een ‘niet stedelijke’ gemeente en het plan heeft de locatie ‘rest bebouwde kom’. De verkeersgeneratie is bepaald voor een gemiddelde weekdag en een gemiddelde werkdag. De CROW-kentallen gaan uit van weekdaginensiteiten. De gemiddelde werkdagintensiteit is bepaald door gebruik te maken van een omrekenfactor 1,11 welke CROW 381 noemt voor woonfuncties. Tabel 1 Berekening verkeersgeneratie toekomstige situatie

Functie

Aantal

Toekomstige situatie Kengetal Weekdagintensiteit (mvt/etmaal)

Koop, huis, vrijstaand

25

8,2 per woning

Totale verkeersgeneratie toekomstige situatie

Werkdagintensiteit (mvt/etmaal)

205,0

227,6

205

228

De beoogde ontwikkeling leidt tot een verkeerstoename van 228 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag (205 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag). Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling dient gekeken te worden naar het maatgevende (spits)uur. Als vuistregel geldt dat de verkeersintensiteit in het drukste uur circa 10% bedraagt van de totale etmaalintensiteit. Met een verkeersgeneratie van 228 motorvoertuigen op een etmaal betekent dit op drukste uur een toename van de verkeersgeneratie van 23 motorvoertuigen per uur.

2/4

VERKEERSTOEDELING Doordat er in dit stadium nog geen stedenbouwkundigplan is, wordt er vanuit gegaan dat de beoogde ontwikkeling zal worden ontsloten via de Oentzemastate. Op basis van de navigatietool van Google Maps is een inschatting gemaakt in welke richting het verkeer van/naar het plangebied zich zal afwikkelen. Gezien de ligging van Kollumerzwaag zal het verkeer voornamelijk richting Leeuwarden en/of Drachten rijden. Het plangebied zal op via de Oentzemastate en de Hoppamastate worden ontsloten. Hier zal het verkeer zich opsplitsen. Hierbij rijdt circa 50% naar het oosten naar de Koarteloane. De overige 50% zal via de Cedelhof naar de Foarwei ontsluiten.

3/4

EFFECTEN VERKEERSAFWIKKELING EN VERKEERSVEILIGHEID Voor beoordeling van de verkeersafwikkeling is de verkeersgeneratie tijdens het maatgevende uur van belang. Als vuistregel geldt dat de verkeersomvang tijdens het maatgegevens uur circa 10% van de etmaalwaarde bedraagt. In dit geval gaat het in het drukste uur op werkdagen dan om (228 *10%) om 23 voertuigen. Deze geringe toename van verkeer kan zonder problemen worden afgewikkeld op de omliggende kruispunten en wegen en zal niet leiden tot een verslechtering van de verkeersafwikkeling. Voor de beoordeling van de verkeersveiligheid kan gesteld worden dat met de geringe toename van het verkeer na planontwikkeling (23 motorvoertuigen in het drukste uur) dit geen effect heeft op de verkeersveiligheid. De verkeersveiligheid wordt dan ook niet negatief beïnvloed als gevolg van het plan.

PARKEREN De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de parkeerkencijfers van CROW-publicatie 381. Zoals eerder aangegeven wordt er worstcase uitgegaan van 25 vrijstaande koopwoningen. Tabel 2 - Normatieve parkeerbehoefte

Functie

Aantal woningen

Kengetal

Parkeerbehoefte

Koop, huis, vrijstaand

25

2,3 per woning

57,5 pp

Totale parkeerbehoefte

58 pp

Er wordt uitgegaan dat de volledige parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgevangen.

4/4

58/287

Bijlage 3

59/287

Stikstofdepositie memo en berekening

Datum: Kenmerk: Van:

11 maart 2024 20220721.001

Project: Opdrachtgever:

Kollumerzwaag, Cedelshof fase 3 Gemeente Noardeast- Fryslân

INLEIDING In opdracht van Gemeente Noardeast-Fryslân is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van de voorgenomen woningbouwontwikkeling in Kollumerzwaag. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van maximaal 25 vrijstaande koopwoningen aan de Oentzemastate. Voor de stikstofdepositieberekening wordt de worst-case scenario van 25 vrijstaande woningen aangehouden. Op dit moment bestaat de planlocatie uit agrarische gronden. In de berekening is rekening gehouden met de inzet van dieselmaterieel en verkeersbewegingen als emissiebron.

WETTELIJK KADER Algemeen Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming: verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke Habitats en de Habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied.

Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen

worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk. De vervallen Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over de bouwvrijstelling in relatie met stikstofdepositie die per 1 juli 2021 via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking is getreden. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Met de uitspraak van 2 november 2022 komt deze bouwvrijstelling (zgn. aanlegfase) te vervallen. Voor ruimtelijke plannen en projecten dient daarom de aanleg- en exploitatiefase meegenomen te worden om te bepalen of er een stikstofdepositie is. In het voorliggende onderzoek zijn de aanleg- en exploitatiefase meegenomen in de berekening.

AERIUS-CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN AERIUS Calculator, release 14 december 2023 Met behulp van de meest recente release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 14 december 2023) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een Pdf-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met een aantal daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. De Natura 2000-gebieden die binnen 25 kilometer van het plangebied zijn gelegen betreffen de Groote Wielen (12 kilometer), Alde Feanen (15 kilometer), de Waddenzee (16 kilometer), en het Lauwersmeer (8,5 kilometer). Van deze Natura 2000-gebieden betreffen de Groote Wielen, Alde Feanen en de Waddenzee stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

Figuur 1 Plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden

2/6

Exploitatiefase Voor het project wordt uitgegaan van een gasloze woningen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woningen. Op basis van maximaal 25 vrijstaande koopwoningen bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 205 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 381), zie tabel 1. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetalen het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. De gemeente Noardeast-Fryslân betreft een ‘niet stedelijke gemeente’ en de locatie ligt in ‘rest bebouwde kom’. Het aantal verkeersbewegingen per woning van zware motorvoertuigen bedraagt 0,02 mvt/etmaal (CROW publicatie 381). Het totale aantal verkeersbewegingen van zware motorvoertuigen bedraagt 0,5 mvt/etmaal. Tabel 1: Verkeersgeneratie toekomstige situatie exploitatiefase

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=0a6eac8c-c55e-41e5-a84a-9a0efaa815d4