CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan 'Kollumerswach - Cedelshof 3.1

It Beslút 8 mei 2024, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Kollumersweach - Cedelshof 3.1'25.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Functie

Aantal Kengetal

Koop, huis, vrijstaand

25

Totale verkeersgeneratie toekomstige situatie

8,2 per woning

Weekdagintensiteit (mvt/etmaal) 205,0

Werkdagintensiteit (mvt/etmaal) 227,6

205

228

Voor de rijroutes en rijrichtingen is het heersende verkeersbeeld van belang. Het wegverkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld als het qua rij- en stopgedrag en intensiteit niet meer te onderscheiden is van het overige wegverkeer. Op basis van de navigatietool van Google Maps is een inschatting gemaakt van hoe het verkeer vanaf het plangebied wordt ontsloten. Voor wat betreft de lengte van de rijroutes is uitgegaan van twee rijroutes vanaf het plangebied, zie figuur 2.

Figuur 2 Rijroutes wegverkeer

3/6

De eerste rijroute loopt vanaf het plangebied via de Oentzemastate, Hoppemastate en de Cedelhof waarna het verkeer wordt ontsloten tot aan de kruising met de Foarwei. Naar verwachting zal 50% van het verkeer deze route rijden. Gezien de verwachte verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling gaat het wegverkeer hier op in het heersende verkeersbeeld. De tweede rijroute loopt vanaf het plangebied via de Oentzemastate, Hoppemastate, Cedelhof en de Tsjerkestrjitte waarna het verkeer wordt ontsloten tot aan de kruising met de Koarteloane. Naar verwachting zal 50% van het verkeer deze route rijden. De tweede route zal alleen worden gebruik door verkeer dat in of rondom het centrum van Leeuwarden moet zijn. Hier zal het verkeer opgaan in het heersende verkeersbeeld. Het aantal verkeersbewegingen per rijroute is weergegeven in tabel 4. Tabel 2: Emissie NOX en NH3 per rijroute

Verdeling wegverkeer

Verkeersgeneratie per etmaal

Route 1 Plangebied - Foarwei

50%

102,5

Route 2 Plangebied - Koarteloane Totaal

50%

102,5 205

4/6

Aanlegfase Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselverbruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase bedraagt nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: 1. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 500 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal en machines. Dit zijn 20 verkeersbewegingen per woning per jaar. Voor het vervoer van personeel zijn er 14 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de rijroutes van het werkverkeer worden dezelfde routes aangehouden als bij de exploitatiefase. 2. De aanlegfase van de woningen valt te splitsen in de voorbereiding-/grondwerk en de bouwfase. Gedurende voorbereiding-/grondwerk vindt het bouw- en woonrijp maken plaats. Het gaat hier om de aanleg van de funderingen, rioleringen, bekabeling, wegen, bestrating, straatmeubilair en groenvoorzieningen. Gedurende de bouwfase vindt de daadwerkelijke constructie van de woningen plaats. In tabel 3 is het totaal aan dieselverbruik voor de woningen voor de aanlegfase weergegeven. In totaal gaat om het 12.000 liter diesel voor de voorbereiding/grondwerk en 4.000 voor de bouwfase. Tabel 3: Specificatie van het dieselmaterieel

Activiteit

Klasse

Dieselverbruik [liter/uur]

Uren/da g

Voorbereiding/ grondwerk Bouwfase Totaal

Aantal gen/ woning woningen (25 stuks)

stage IV, 75-560 kW

20

8

stage IV, 75-560 kW

10

8

da-

Totaal aantal uren

Totaal dieselverbruik [liter]

3

600

12.000

2

400 10.000

4.000 16.000

Resultaten en conclusie Het bijgevoegde PDF-bestand geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van de stikstofdepositieberekening met AERIUS Calculator (december 2023). De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000- gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/ of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de wet Natuurbescherming. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn worst-case in dezelfde berekening meegenomen. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). De voorgenomen ontwikkeling wordt uitvoerbaar geacht.

5/6

6/6

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Rho Adviseurs Oentzemastate, 9951 BG Winsum Kollumerzwaag - Oentzemastate Exploitatiefase en aanlegfase 25 woningen

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RpMLZFkZdbFF 11 maart 2024, 14:01 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Woningbouw Kollumersweach - Beoogd Woningbouw Kollumersweach - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RpMLZFkZdbFF (11 maart 2024)

2024 -

4,2 kg/j

541,9 kg/j

2/7

Projectberekening

Woningbouw Kollumersweach (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Aanlegfase  Verkeersnetwerk

RpMLZFkZdbFF (11 maart 2024)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

3,8 kg/j 533,0 kg/j 0,3 kg/j 8,9 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RpMLZFkZdbFF (11 maart 2024)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Woningbouw Kollumersweach" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RpMLZFkZdbFF (11 maart 2024)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Woningbouw Kollumersweach, Rekenjaar 2024 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Route 1: Plangebied - Foarwei X:201350,97 Y:586350,08 398,48 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Route 2: Plangebied - Koarteloane X:201339,23 Y:586351,09 416,38 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Max. snelheid

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 4,1 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,7 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

In file

102,5 /etmaal 0,0 /etmaal 0,3 /etmaal 0,0 /etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 4,2 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,7 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

In file

102,5 /etmaal 0,0 /etmaal 0,3 /etmaal 0,0 /etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Aanlegfase X:201325,96 Y:586093,3 1,58 ha

Stageklasse

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

Voorbereiding/ Grondwerk

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 12000 l/j diesel, SCR: ja

Bouwfase

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 4000 l/j diesel, SCR: ja

RpMLZFkZdbFF (11 maart 2024)

Draaiuren AdBlue verbruik

600 u/j 0 l/j 400 u/j 0 l/j

533,0 kg/j 3,8 kg/j Stof Emissie

NOₓ

399,0 kg/j NH₃ 2,9 kg/j NOₓ 134,0 kg/j NH₃ 1,0 kg/j

6/7

Projectberekening

4

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Rijroute Foarwei aanlegfase X:201338,16 Y:586352,25 419,75 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Rijroute Koarteloane aanlegfase X:201349,55 Y:586349,39 400,05 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j Type scherm - - NO₂ 48,6 g/j Hoogte - - NH₃ 11,7 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

7,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 250,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j Type scherm - - NO₂ 46,3 g/j Hoogte - - NH₃ 11,1 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

7,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 250,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.1.2_20240307_d2f5f75faf Database versie 2023.1.2_d2f5f75faf_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website RpMLZFkZdbFF (11 maart 2024)

7/7

Bijlage 4

73/287

Ecologische Quickscan

2022 1

Quickscan Wet natuurbescherming Ontwikkeling nieuwbouwwoningen te Kollumerzwaag

++

COLOFON BUREAU FAUNAX B.V. Tijnjedyk 89 8936 AC Leeuwarden 0683772548 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus

Quickscan Wet natuurbescherming Ontwikkeling nieuwbouwwoningen te Kollumerzwaag Leeuwarden, augustus 2022 In opdracht van: RHO Adviseurs Uitvoering: Bureau FaunaX B.V. Veldwerk en rapportage:

Autorisatie:

Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied.

© Bureau FaunaX B.V. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX B.V. (2022). Quickscan Wet natuurbescherming/ Ontwikkeling nieuwbouwwoningen te Kollumerzwaag. Rapport 22154. Bureau FaunaX B.V., Leeuwarden.

Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX B.V. heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX B.V., verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

INHOUDSOPGAVE 1.

2

INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding ..................................................................................................................... 1

1.2

Doel ...............................................................................................................................2

1.3

Onderzoeksopzet ..........................................................................................................2

1.4

Karakteristiek plangebied en planvoornemen ............................................................. 3

RESULTATEN QUICKSCAN ...........................................................................................4 2.1

Flora .............................................................................................................................. 4

2.2

Vogels ........................................................................................................................... 4 Jaarrond beschermde vogelnesten .............................................................................. 4

2.3

Zoogdieren ....................................................................................................................7 Vleermuizen ..................................................................................................................7 Overige zoogdieren ...................................................................................................... 8

2.4

Reptielen...................................................................................................................... 10

2.5

Amfibieën ..................................................................................................................... 11

2.6

Vissen .......................................................................................................................... 12

2.7

Ongewervelden ........................................................................................................... 13

2.8

Gebiedsbescherming ................................................................................................... 13 Stikstofgevoeligheid .................................................................................................... 13

2.9 3

4

Houtopstanden ........................................................................................................... 14

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ..............................................................................15 3.1

Overzicht beschermde soorten .................................................................................. 15

3.2

Effectbespreking en aanbevelingen ............................................................................ 15

3.3

Overzicht vervolgstappen ........................................................................................... 17

LITERATUUR EN BRONNEN ..................................................................................... - 1 -

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING ................................................................................. - 1 Wnb Soortbescherming ..................................................................................................... - 2 Vogels en verstoring ................................................................................................ - 2 Vrijgestelde soorten Provincie Fryslân.................................................................... - 2 Voorwaarden vrijstellingen ..................................................................................... - 3 Zorgplicht art 1.11 Wnb............................................................................................. - 4 Wnb Gebiedsbescherming ................................................................................................ - 4 Natura 2000-gebieden ............................................................................................. - 4 Wnb Houtopstanden ......................................................................................................... - 4 NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur ............................................. - 5 -

1. INLEIDING Aanleiding Men is voornemens circa 25 nieuwbouwwoningen te realiseren aan de zuidzijde van Kollumerzwaag. Ruimtelijke plannen zoals deze dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische Quickscan uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het project aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden. Voor meer informatie over de Wet natuurbescherming (Wnb) en de handelswijze wordt verwezen naar Bijlage I.

Figuur 1.1. Het plangebied (rood omlijnd) te Kollumerzwaag.

1

Doel Deze ecologische beoordeling geeft, voor zover mogelijk, antwoord op de volgende vragen: 1. 2. 3. 4. 5.

Komen binnen het plangebied (biotopen van) onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten voor? Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden voor? Wat zijn de mogelijke effecten van de werkzaamheden op deze beschermde natuurwaarden en -gebieden, zowel tijdens de realisatie als na afloop hiervan? Voor welke soorten en hun leefgebied wordt de wet mogelijk overtreden en in hoeverre kunnen overtredingen vermeden, dan wel verzacht worden? Wat zijn de te ondernemen vervolgstappen met betrekking tot het voorkomen van schade aan beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden?

Voor het beantwoorden van deze vragen zijn, naast de verzamelde gegevens tijdens het veldonderzoek, ook andere bronnen geraadpleegd. Zie hiervoor de bronnenlijst in hoofdstuk 4.

Onderzoeksopzet Soorten In opdracht van RHO Adviseurs heeft Bureau FaunaX B.V. het planvoornemen door middel van een ecologische Quickscan getoetst aan de natuurwetgeving. Deze Quickscan heeft bestaan uit een bureaustudie en een veldbezoek gebaseerd op ecologisch inzicht (expert judgement). Een ecologische Quickscan of beoordeling is meestal de eerste stap van ecologisch onderzoek en is bedoeld om een inschatting te maken van de mogelijke effecten op eventueel aanwezige beschermde flora en fauna en/of natuurgebieden binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het veldonderzoek voor deze Quickscan is uitgevoerd op woensdag 27 juli 2022 en vond plaats onder zachte weersomstandigheden (17°C, windkracht 2, half bewolkt). Dit onderzoek bestond uit een visuele inspectie van het plangebied, waarbij is gelet op de aanwezigheid van (of sporen van) beschermde soorten en op de eventuele aanwezigheid van geschikt leefgebied van deze soorten. Gebieden - Natura 2000 Behalve dat onderzocht wordt welke soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen voorkomen, wordt ook gecontroleerd of er sprake kan zijn van negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt middels een grove analyse op basis van de geplande werkzaamheden en de relevante afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden.

Houtopstanden Onder de Wet natuurbescherming worden ook houtopstanden beschermd. Er wordt gecontroleerd in welke mate er sprake is van kap en of hier een meld- en/of herplantingsplicht aan de orde kan zijn. Overige gebiedsbescherming Naast de Wet natuurbescherming zijn er nog meer regelgevingen die ingaan op het beschermen van de natuur in Nederland. Dit zijn veelal provinciale stukken, al dan niet als uitvoeringsorgaan vanuit rijksbeleid. Het gaat hierbij om regelgeving omtrent het Natuurnetwerk Nederland, ganzenfoerageergebieden en weidevogelgebieden. Deze toetsing stipt kort aan of er sprake kan zijn van een conflict tussen de provinciale regelgevingen en het geplande initiatief.

2

Karakteristiek plangebied en planvoornemen Het plangebied bestaat uit de percelen 1217 en 6449 op de zuidelijke rand van de bebouwde kom van Kollumerzwaag. Ten tijde van dit schrijven vervullen deze twee percelen een agrarische functie. De grenzen van het plangebied worden gevormd door sloten en boomwallen. Langs de noordwest en noordzijde van het plangebied staat bestaande bebouwing. Langs de noordoostzijde van het plangebied bevindt zich een bosschage. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de bebouwde kom van Kollumerzwaag en agrarisch gebied, doorkruist door sloten en boomwallen. Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van circa 25 nieuwbouwwoningen binnen het plangebied. Het is ten tijde van dit schrijven niet bekend of er binnen het planvoornemen sloten worden gedempt of bomen worden gekapt.

Figuur 1.2. Een impressie van het plangebied.

3

RESULTATEN QUICKSCAN Flora Tijdens het veldbezoek werden binnen en vlak buiten het plangebied soorten aangetroffen als grote brandnetel, zwanenbloem, witte klaver, gewone rolklaver, ridderzuring, braam, brede weegbree, madeliefje, hondsdraf en smalle weegbree. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, noch is het geschikte biotoop hiervoor aanwezig. De onder de Wnb beschermde plantensoorten stellen veelal kritische eisen aan hun standplaatsen. Aan deze eisen wordt binnen het plangebied niet voldaan. De omstandigheden zijn te voedselrijk.

Figuur 2.1. Een impressie van de vegetatie binnen het plangebied, met v.l.b.n.r.o.: gewone rolklaver, zwanenbloem, madeliefje en witte klaver.

•

De aanwezigheid van beschermde plantensoorten kan uitgesloten worden op basis van habitateigenschappen.

Vogels Jaarrond beschermde vogelnesten Roofvogels en uilen Nesten van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn bevinden zich over het algemeen in volgroeide bomen en/of bossen, zoals ooievaarsnesten en horsten van roofvogels. Vaak worden oude kraaien- of eksternesten gebruikt door roofvogels en uilen.

4

De bomen binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van boomnesten. In totaal werd één boomnest aangetroffen in een boomwal in de zuidelijke helft van het plangebied (figuur 2.2). Gezien de vorm en het formaat van het nest betreft het waarschijnlijk een oud nest van een soort als ekster. Oude eksternesten op de rand van de bebouwde kom worden regelmatig gebruikt door soorten als ransuil, waarvan diverse waarnemingen bekend zijn uit de directe omgeving van het plangebied (bron: NDFF). De aanwezigheid van een jaarrond beschermd boomnest binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten.

Figuur 2.2. Binnen het plangebied werd een enkel boomnest (gele stip) aangetroffen.

5

Figuur 2.3. Gezien de vorm en het formaat van het nest betreft het mogelijk een oud eksternest.

Gebouwbroeders Naast boomnesten is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van soorten die over het algemeen in gebouwen tot broeden komen, zoals de huismus, gierzwaluw en kerkuil. Binnen het plangebied staan echter geen kunstmatige bouwwerken. De woningen binnen de bebouwde kom van Kollumerzwaag vlak buiten het plangebied bevinden zich daarnaast naar ons inzicht buiten de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden. • •

Negatieve effecten op een enkel mogelijk jaarrond beschermd boomnest als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van andere jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten.

Overige (broed)vogelsoorten Naast de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is het plangebied ook beoordeeld op waarden voor broedvogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. De nesten van deze soorten zijn uitsluitend beschermd tijdens het broedproces. Het plangebied biedt kansen voor diverse soorten broedvogels. Zo kunnen vogelsoorten als Turkse tortel en houtduif tot broeden komen in de bomen binnen en vlak buiten het plangebied. Daarnaast kunnen watergebonden vogelsoorten als wilde eend tot broeden komen in de sloten binnen en vlak buiten het plangebied. •

6

Binnen en vlak buiten het plangebied kunnen andere vogelsoorten tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedproces (grofweg 15 maart - 15 juli).

Zoogdieren Vleermuizen Verblijfplaatsen Vleermuizen verblijven in Nederland over het algemeen in bomen, in gebouwen of in andere kunstmatige bouwwerken. In bomen verblijven vleermuizen vaak in oude spechtengaten of gaten die binnenin een boom zijn doorgerot als het gevolg van bijvoorbeeld het afbreken van takken. De bomen die binnen het planvoornemen mogelijk worden gerooid zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van voor vleermuizen geschikte boomholten. Hoewel er enkele boomholten werden aangetroffen in bomen binnen het plangebied, werden deze ten tijde van het veldbezoek als ongeschikt voor vleermuizen beoordeeld. De boomholten liepen niet genoeg door binnen de boom, of liepen in de verkeerde richting, waardoor deze niet vrij blijven van neerslag. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in boomholten binnen het plangebied kan op basis hiervan op voorhand worden uitgesloten. Verblijfplaatsen van vleermuizen in kunstmatige bouwwerken bestaan doorgaans uit ruimten onder gegolfde dakpannen en/of dakplaten, of in de spouwmuur wanneer deze bijvoorbeeld door de daklaag of door spouwvoegen toegankelijk is voor vleermuizen. Binnen het plangebied staan geen kunstmatige bouwwerken. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in kunstmatige bouwwerken kan derhalve op voorhand worden uitgesloten.

Foerageergebieden en vliegroutes Ook foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd, indien deze van essentieel belang zijn voor de instandhouding van een populatie vleermuizen in de omgeving. Als vliegroutes worden doorgaans lijnvormige landschapselementen gebruikt, zoals bomenlanen, houtwallen, watergangen en gebouwenrijen. De houtwallen die de grenzen van het plangebied vormen, maar ook door het plangebied heen lopen, zijn waarschijnlijk onderdeel van vliegroutes van vleermuizen uit de omgeving hiervan. De omgeving van het plangebied is echter doorspekt met vergelijkbare houtwallen, waardoor er naar ons inzicht sprake is van voldoende alternatieve vliegroutes naar omliggende voor vleermuizen belangrijke gebieden. Negatieve effecten op essentiële vliegroutes van vleermuizen kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten. Het plangebied is waarschijnlijk onderdeel van een groter foerageergebied van diverse soorten vleermuizen. In de ruime omgeving van het plangebied is echter sprake van een vergelijkbare landschapsstructuur als in het plangebied zelf. Er is derhalve naar ons inzicht sprake van voldoende alternatief foerageergebied voor vleermuizen. Negatieve effecten op essentieel foerageergebied van vleermuizen als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kan op voorhand worden uitgesloten.

• •

De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten op een essentieel foerageergebied, dan wel een essentiële vliegroute als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen op voorhand worden uitgesloten.

7

Overige zoogdieren Het plangebied is tevens gecontroleerd op de aanwezigheid van (geschikt habitat van) overige beschermde soorten zoogdieren. Otter Uit de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van otters bekend (figuur 2.4). Leefgebied van otters bestaat uit rustige, open (waterrijke) gebieden met voldoende dekking, bijvoorbeeld wilgenstruwelen of rietkragen. Binnen het plangebied is slechts sprake van enkele kleine sloten. Hoewel de houtwallen binnen en vlak buiten het plangebied en de bosschage vlak buiten het plangebied marginaal geschikt zijn als dekking voor otters, ontbreekt voldoende foerageergebied, zoals grotere wateren. De aanwezigheid van otters binnen het plangebied kan naar ons inzicht op voorhand worden uitgesloten. De ligging van het plangebied vlak naast de bebouwde kom van Kollumerzwaag speelt hierbij zeker een rol.

Figuur 2.4. Uit de omgeving van het plangebied (rood omlijnd) zijn waarnemingen van otters (groene stippen) bekend (bron: NDFF).

Waterspitsmuis Net als voor otter bestaat leefgebied van waterspitsmuis uit open (waterrijke) omgevingen met voldoende dekking, waaronder ontwikkelde oevervegetatie en rietkragen. De sloten die door en langs het plangebied lopen zijn beoordeeld als leefgebied voor waterspitsmuizen. Een deel van de sloten stond ten tijde van het veldbezoek droog, waardoor de impressie ontstaat dat deze niet jaarrond waterhoudend zijn of droog vallen na een aanhoudende periode van droogte, waar ten tijde van deze Quickscan sprake van is. Als gevolg hiervan kan worden gesteld dat deze niet of slechts delen van het jaar geschikt zijn als leefgebied voor waterspitsmuis. Echter, binnen het plangebied werden ook (delen van) sloten aangetroffen welke wel jaarrond waterhoudend zijn en op basis van oevervegetatie geschikt zijn bevonden als leefgebied van waterspitsmuis (figuren 2.5 en 2.6). Uit de omgeving van het plangebied zijn daarnaast enkele recente (sinds 2013) waarnemingen van waterspitsmuizen bekend (figuur 2.7). Hoewel er niet veel waarnemingen van deze soort bekend zijn, is dit grotendeels afhankelijk van uitgevoerd onderzoek. Naar ons inzicht kan de aanwezigheid van waterspitsmuis binnen het plangebied niet op voorhand worden uitgesloten.

Negatieve effecten op deze soort als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen niet op voorhand worden uitgesloten, indien de hiervoor geschikte sloten binnen het planvoornemen worden aangetast.

8

Figuur 2.5 Een aantal sloten binnen het plangebied zijn geschikt bevonden als leefgebied voor waterspitsmuis.

Figuur 2.6 De locaties van de twee voor waterspitsmuizen geschikt bevonden sloten.

9

Figuur 2.7. Uit de omgeving van het plangebied (rood omlijnd) zijn recente (afgelopen 10 jaar) waarnemingen van waterspitsmuizen (groene stippen) bekend (bron: NDFF).

Uit de omgeving van het plangebied zijn, naast de bovengenoemde soorten, waarnemingen van soorten als boommarter, eekhoorn en damhert bekend (bron: NDFF). De aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied kan echter op voorhand worden uitgesloten op basis van het habitat. Er zijn geen voor boommarters geschikte boomholten of nesten van eekhoorns aangetroffen binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast is het plangebied ongeschikt bevonden als leefgebied voor damhert. Binnen het plangebied kunnen wel soorten voorkomen die in de Provincie Fryslân zijn vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen. Hoewel deze soorten zijn vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen, dient men zich wel te houden aan de zorgplicht (zie bijlage I). • • •

De aanwezigheid van waterspitsmuizen in het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten op (leefgebied van) overige beschermde zoogdiersoorten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen op voorhand worden uitgesloten. In het plangebied komen andere licht beschermde soorten voor. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen, maar geldt wel de zorgplicht (zie Bijlage I).

Reptielen Het plangebied is tevens gecontroleerd op waarden voor beschermde reptielen. Het plangebied bevindt zich echter buiten het verspreidingsgebied van de meeste in Nederland voorkomende reptielensoorten. De enige uitzondering daarop wordt gevormd door ringslang, waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving van het plangebied (bron: NDFF). Het plangebied is voor deze soort echter niet geschikt bevonden.

10

Zo ontbreekt geschikt nat foerageergebied en zijn er binnen het plangebied geen voor ringslangen geschikte hibernacula/broeihopen aangetroffen. De aanwezigheid van ringslang binnen het plangebied kan op basis hiervan op voorhand worden uitgesloten. •

De aanwezigheid van ringslang en andere reptielen binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten.

Amfibieën Het plangebied is gecontroleerd op waarden voor beschermde amfibieën. De aanwezigheid van de meeste soorten, waaronder poelkikker en rugstreeppad, kan op voorhand worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens. Zo is van rugstreeppad slechts een enkele waarneming bekend uit de Zwagermieden in noordelijke richting van het plangebied (bron: NDFF). De enige uitzondering hierop wordt gevormd door de heikikker. Heikikker Heikikker is een cultuur-vliedende vennensoort bij uitstek, waarvan voortplantingshabitat voornamelijk bestaat uit snel opwarmende wateren in heide- en veengebieden (bron: Ravon). Ook uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van heikikker bekend (figuur 2.8). Het zwaartepunt van de lokale populaties lijkt zich in de natuurreservaten rond Feanwâlden en ten zuiden van Buitenpost te bevinden. De sloten binnen het plangebied zijn niet geschikt bevonden als voortplantingswater van heikikker. De meeste sloten zijn niet jaarrond waterhoudend, beschaduwd of beschikken niet over geschikte dekkingsvegetatie. Daarnaast bevindt het plangebied zich op de rand van de bebouwde kom. De aanwezigheid van land(overwinterings-)habitat van deze soort kan worden uitgesloten op basis van de afwezigheid van geschikt voortplantingswater in de nabijheid van het plangebied.

Figuur 2.8. Uit de omgeving van het plangebied (rood omlijnd) zijn waarnemingen van heikikkers (groene stippen) bekend (bron: NDFF).

Binnen het plangebied kunnen andere, lichter beschermde amfibieën voorkomen. Hoewel deze soorten zijn vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen, dient men zich wel te houden aan de zorgplicht (zie bijlage I).

11

•

•

Negatieve effecten op (leefgebied van) beschermde amfibieënsoorten, waaronder heikikker als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen op voorhand worden uitgesloten. Voor andere, licht beschermde, vrijgestelde soorten geldt de zorgplicht (zie Bijlage I).

Vissen Het plangebied is gecontroleerd op waarden voor de in Nederland voorkomende groep beschermde zoetwatervissen. De enige soort welke redelijkerwijs binnen het plangebied voor kan komen is grote modderkruiper. Van deze soort zijn enkele waarnemingen bekend uit de Zwagermieden ten noorden van Kollumerzwaag (figuur 2.9). Dit zijn onder andere waarnemingen op basis van (DNA) onderzoek door Ravon in dit gebied. Een aantal van de sloten binnen het plangebied zijn niet jaarrond waterhoudend en derhalve niet geschikt als leefgebied voor grote modderkruipers. Er bevinden zich echter enkele sloten binnen het plangebied die wel jaarrond waterhoudend zijn. Deze komen overeen met de sloten die voor waterspitsmuis geschikt zijn bevonden (figuren 2.5 en 2.6). Gezien de aanwezigheid van waarnemingen van grote modderkruipers uit de omgeving van het plangebied, kan het naar ons inzicht niet op voorhand worden uitgesloten dat deze soort ook binnen het plangebied voorkomt. Negatieve effecten op deze soort kunnen niet op voorhand worden uitgesloten indien de hiervoor geschikte sloten binnen het planvoornemen worden aangetast.

Figuur 2.9. Uit de omgeving van het plangebied (rood omlijnd) zijn waarnemingen van grote modderkruipers (groene stippen) bekend (bron: NDFF).

• •

12

De aanwezigheid van grote modderkruiper binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten op (leefgebied van) overige beschermde zoetwatervissen als gevolg van het planvoornemen kunnen op voorhand worden uitgesloten.

Ongewervelden De meeste onder de Wnb beschermde soorten ongewervelden, zoals dagvlinders, libellen, mollusken of (water)kevers hebben zeer specifieke habitateisen die in specifieke biotopen worden aangetroffen. Binnen het plangebied worden dergelijke biotopen niet aangetast. Zo zijn er geen waardplanten van beschermde dagvlinders aangetroffen en zijn de sloten binnen het plangebied niet geschikt bevonden als habitat voor beschermde libellen, mollusken of waterkevers. Negatieve effecten op beschermde ongewervelden als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten. •

Negatieve effecten op leefgebied van beschermde ongewervelden als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen op voorhand worden uitgesloten.

Gebiedsbescherming Tijdens de bureaustudie zijn geen vormen van gebiedsbescherming naar voren gekomen die betrekking hebben op het plangebied. Het plangebied is niet aangewezen als weidevogelkansgebied of ganzenfoerageergebied, en is tevens geen onderdeel van een Natura2000-gebied of het NatuurNetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS) (bron: Kaartenkijkdoos provincie Fryslân). Hoewel er in de omgeving van het plangebied wel weidevogelkansgebied en delen van het NNN aanwezig zijn, kunnen negatieve effecten op de doelstellingen van deze gebieden als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden op voorhand worden uitgesloten. •

Negatieve effecten op beschermde gebieden (anders dan effecten als gevolg van stikstofuitstoot), waaronder een gedeelte van het NatuurNetwerk Nederland kunnen naar ons inzicht op voorhand worden uitgesloten.

Stikstofgevoeligheid Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering ingegaan. Deze wet houdt in dat de bouwfase van bepaalde projecten partieel wordt vrijgesteld van de Natura2000vergunningsplicht. Deze vrijstelling geldt echter niet voor de gebruiksfase van een bouwwerk. Binnen een straal van 15 km ligt het plangebied hemelsbreed op circa 8,4 km, 12,1 km, en 14,9 km afstand van de Natura2000-gebieden Lauwersmeer, Groote Wielen en Alde Feanen (bron: Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân). Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype ten opzichte van het plangebied bevindt zich op circa 12,2 km afstand, in het Natura2000-gebied Groote Wielen (bron: AERIUS-calculator). Binnen het planvoornemen worden diverse nieuwbouwwoningen gerealiseerd. Gezien de relatief grote afstand tot stikstofgevoelige habitattypen kan het naar ons inzicht op voorhand worden uitgesloten dat deze werkzaamheden gepaard zullen gaan met negatieve effecten op deze stikstofgevoelige habitattypen als gevolg van de uitstoot van stikstof. De provincie Fryslân is echter bevoegd gezag in dezen.

•

Negatieve effecten op stikstofgevoelige habitats in Natura2000-gebieden als gevolg van extra stikstofuitstoot kunnen naar ons inzien op voorhand worden uitgesloten.

13

Houtopstanden Als er een (deel van een) houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een (deel van een) bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom kan er sprake zijn van een meld- en/of herplantingsplicht. Het is niet bekend of er binnen het planvoornemen bomen worden gekapt. Indien dit het geval is, kan er sprake zijn van een meld- en/of herplantingsplicht. De gemeente Noardeast-Fryslân is bevoegd gezag in dezen. •

14

Er is mogelijk sprake van een meld- en/of herplantingsplicht

SAMENVATTING EN CONCLUSIES Overzicht beschermde soorten In onderstaand overzicht worden de aangetroffen en potentieel aanwezige beschermde soorten en hun beschermingsstatus binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden samengevat. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfsplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die vaste verblijfplaatsen in stand houdt. In dit overzicht zijn alleen die soorten opgenomen, waarvoor het plangebied onderdeel vormt van hun leefgebied en/of levenscyclus en waarop eventueel in de toekomst geplande werkzaamheden van negatieve invloed kunnen zijn. Tabel 3.1 Overzicht van aangetroffen en potentieel voorkomende beschermde flora en fauna in en rond het plangebied. Soortgroep

Soort

Aanwezigheid

Art. 3.1

Art. 3.5

Art. 3.10

Vrijgesteld

Advies

Vogels

Algemene broedvogels

Ja

X

Werken buiten broedseizoen of onder begeleiding van een ecoloog.

Vogels

Jaarrond beschermd nest

Mogelijk

X

Nader onderzoek

Zoogdieren

Waterspitsmuis

Mogelijk

X

Vissen

Grote modderkruiper

Mogelijk

X

Overige soortgroepen

Overige soorten

Ja

Houtopstanden

Meld- en/of herplatingsplicht

Mogelijk

Geschikte watergangen niet aantasten. Anders → Nader onderzoek Geschikte watergangen niet aantasten. Anders → Nader onderzoek X

Zorgplicht. Informeren bij gemeente Noardeast-Fryslân

Effectbespreking en aanbevelingen Algemene broedvogels Binnen en vlak buiten het plangebied kunnen enkele vogelsoorten tot broeden komen, zoals scholekster, die tijdens het veldbezoek werd aangetroffen binnen het plangebied. We adviseren om de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15 maart-15 juli aangehouden. Afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden kunnen soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden komen. Wat voor deze soorten van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd. Jaarrond beschermde nest De aanwezigheid van een jaarrond beschermd boomnest van een soort als ransuil binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren om nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid hiervan vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit dient uitgevoerd te worden aan de hand van een drietal gerichte veldbezoeken in het voorjaar. Indien er een jaarrond beschermd boomnest wordt vastgesteld dient er voor de desbetreffende soort een ontheffing aan de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Fryslân. Deze ontheffing wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd.

15

Waterspitsmuis De aanwezigheid van waterspitsmuis in jaarrond waterhoudende sloten binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren de twee voor deze soort geschikt bevonden wateren (zie figuur 2.6) binnen het planvoornemen niet aan te tasten. Indien dit niet mogelijk is, adviseren we om nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit nader onderzoek dient uitgevoerd te worden aan de hand van het plaatsen van inloopvallen, welke na een pre-bait periode vijf keer worden gecontroleerd op de aanwezigheid van waterspitsmuizen. Indien er binnen het plangebied waterspitsmuizen worden aangetroffen, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Fryslân, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Grote modderkruiper De aanwezigheid van leefgebied van grote modderkruipers binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Ook voor deze soort adviseren we om de twee voor deze soort geschikt bevonden wateren (zie figuur 2.6) binnen het planvoornemen niet aan te tasten. Als dat niet mogelijk is, adviseren we om voor deze soort ook nader onderzoek uit te voeren.

Dit onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van eDNA analyse, waarbij watermonsters worden verzameld uit het plangebied, welke vervolgens in het lab worden geanalyseerd op genetisch materiaal van grote modderkruipers. Indien dit wordt aangetroffen, dient voor grote modderkruiper een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Fryslân, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Zorgplicht Er kunnen soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen. De zorgplicht van de Wnb (art. 1.11) schrijft echter voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld tot uiting worden gebracht door altijd zo te werken, dat dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop in de directe omgeving. Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland. Mits eventueel aangetroffen dieren de kans krijgen om te vluchten of eventueel aangetroffen dieren worden verplaatst naar een plek in de omgeving die niet onder invloed staat van werkzaamheden, wordt naar ons inzien voldaan aan de zorgplicht.

Voor de voorwaarden waaraan de vrijstellingen moeten voldoen in het kader van de soorten waarvoor een vrijstelling geldt, wordt verwezen naar Bijlage I. Houtopstanden Binnen het planvoornemen worden mogelijk bomen gekapt. Indien hier sprake van is, is er mogelijk sprake van een meld- en/of herplantingsplicht. Voor meer informatie hierover adviseren we om contact op te nemen met het bevoegd gezag in dezen, de gemeente Noardeast-Fryslân.

16

Overzicht vervolgstappen Het planvoornemen kan zonder bezwaren doorgang vinden binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: • • • • • •

Broedvogels: werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli). Jaarrond beschermde nesten: Nader onderzoek. waterspitsmuis: Niet werken aan geschikte sloten. Anders → Nader onderzoek. Grote modderkruiper: Niet werken aan geschikte sloten. Anders → Nader onderzoek. Zorgplicht: Naleven van de zorgplicht. Houtopstanden: informeren bij gemeente Noardeast-Fryslân.

17

4 LITERATUUR EN BRONNEN Bronnen internet AERIUS-calculator https://calculator.aerius.nl/ NDFF https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/ Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân https://www.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=14fdb7eae5844c479140f89c88abdd d3 Ravon http://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie Sovon https://www.sovon.nl/nl Verspreidingsatlas planten FLORON http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Waarneming.nl https://waarneming.nl Zoogdiervereniging www.zoogdiervereniging.nl

-1-

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in drie delen: soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden.

Wnb Soortbescherming De Wet natuurbescherming draagt onder andere zorg voor de bescherming van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet bevat een aantal verbodsbepalingen die ervoor moeten zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van alle in het wild levende dier- en plantensoorten zal blijven gewaarborgd. De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen, de Europees beschermde soorten en de nationaal beschermde soorten. De eerste groep bestaat uit strikt beschermde soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (art. 3.1 en 3.5). De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin wordt aangegeven welke diersoorten en welke typen natuurgebieden door de lidstaten dienen te worden beschermd. In de tweede categorie staan de overige (nationaal) beschermde soorten (art.3.10). Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Habitatrichtlijnsoorten. Ook zijn de belangen waaronder ontheffing aangevraagd mag worden, voor de nationaal beschermde soorten uitgebreider dan voor de habitatrichtlijnsoorten.

Vogels en verstoring Voor alle inheemse vogelsoorten geldt dat het verboden is om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Dit is echter niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Dit kan dus ook tijdens het broedseizoen het geval zijn, als kan worden aangetoond of beargumenteerd dat de verstoring geen negatieve effecten heeft op (de kansen van) het broedsucces. Of dit van toepassing is hangt af van meerdere factoren, zoals de biologie van een soort, de fase van de broedtijd waarin het broedpaar zich op dat moment bevindt (zoals balts, nestbouw, eieren of jongen) en de mate van verstoring. Een ter zake kundige ecoloog kan in voorkomende gevallen bepalen wat wel of niet geldt als wezenlijke verstoring. In aanvulling op bovenstaande wordt er door de provincies een lijst met vogelsoorten gehanteerd, waarvan de nesten jaarrond bescherming genieten. Binnen deze categorie wordt onderscheid gemaakt in soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5).

Vrijgestelde soorten Provincie Fryslân Hoewel de Wet natuurbescherming een nationale wet is, kunnen de provincies (als de bevoegde gezagen) soorten aanwijzen die vrijgesteld kunnen worden van de beschermde status, als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de via de Verordening Wet natuurbescherming door de Provincie Fryslân vrijgestelde soorten (zoogdieren en amfibieën). De verordening van de Provinciale Staten van Fryslân is te vinden op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-6515.html.

-2-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=0a6eac8c-c55e-41e5-a84a-9a0efaa815d4