Bijlage 1 - Bestemmingsplan 'Kollumerswach - Cedelshof 3.1
Tekst van het document
bestemmingsplan
Kollumersweach - Cedelshof 3.1 Noardeast-Fryslân
DATUM IMRO IDN
25-03-2024 NL.IMRO.1970.BpKsCedelshof31-VA01
PROJECT PROJECTLEIDER
Woningbouw Kollumersweach
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
gemeente Noardeast-Fryslân 20220721
AUTEUR STATUS
vastgesteld
Inhoudsopgave
Toelichting
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Planologische regeling
8
1.4
Leeswijzer
9
Planbeschrijving
10
2.1
De bestaande situatie
10
2.2
Voorgenomen situatie
11
Hoofdstuk 3
Beleidskader
16
3.1
Rijksbeleid
16
3.2
Provinciaal beleid
19
3.3
Gemeentelijk beleid
22
Milieu- en omgevingsaspecten
25
4.1
Algemeen
25
4.2
Bedrijven en milieuzonering
25
4.3
Ecologie
26
4.4
Bodem
29
4.5
Geluid
31
4.6
Water
32
4.7
Luchtkwaliteit
35
4.8
Archeologie
36
4.9
Cultuurhistorie
39
4.10
Externe veiligheid
39
4.11
Kabels en leidingen
40
4.12
Vormvrije m.e.r- beoordeling
41
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
43
5.1
Het juridisch systeem
43
5.2
Toelichting op de bestemmingen
43
Uitvoerbaarheid
45
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 6
3/287
6.1
Inspraak
45
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
46
6.3
Economische uitvoerbaarheid
48
Bijlagen toelichting
49
Bijlage 1
Stedenbouwkundig ontwerp Cedelshof 3.1 Kollumersweach
51
Bijlage 2
Verkeersparagraaf Oentzemastate Kollumersweach
53
Bijlage 3
Stikstofdepositie memo en berekening
59
Bijlage 4
Ecologische Quickscan
73
Bijlage 5
Nader ecologisch onderzoek
103
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
109
Bijlage 7
Watertoets
183
Bijlage 8
Archeologisch onderzoek
191
Bijlage 9
Overlegreacties
239
Bijlage 10
Zienswijze provincie Fryslân
255
Bijlage 11
Zienswijze bewoner
259
Regels Hoofdstuk 1
262 Inleidende regels
263
Artikel 1
Begrippen
263
Artikel 2
Wijze van meten
267
Bestemmingsregels
268
Artikel 3
Groen
268
Artikel 4
Tuin
270
Artikel 5
Verkeer
271
Artikel 6
Water
272
Artikel 7
Wonen - 1
273
Hoofdstuk 3
Algemene regels
276
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
276
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
277
Artikel 10
Algemene bouwregels
278
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
279
Hoofdstuk 2
4/287
Artikel 12
Overige regels
280
Overgangs- en slotregels
281
Artikel 13
Overgangsrecht
281
Artikel 14
Slotregel
282
Hoofdstuk 4
Bijlagen regels Bijlage 1
5/287
283 Lijst van toegestane beroepen en bedrijven aan huis
285
Toelichting
6/287
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de zuidwestzijde van Kollumersweach heeft de gemeente Noardeast-Fryslân het voornemen om woningbouw mogelijk te maken. De woningbouwontwikkeling is de derde fase van de nieuwbouwwijk Cedelshof in Kollumersweach. De te realiseren fase 3 van de Cedelshof zal aansluiten op de eerdere fase 4 welke in 2013 door de voormalige gemeente Kollumerzwaag en Nieuwkruisland tot stand is gekomen. Wegens de groeiende woningbouwbehoefte is besloten om de juridisch-planologische regeling voor de derde fase van het plan Cedelshof in Kollumersweach op te stellen. De woningbouwontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan Kollumerzwaag dorp (2009). De planlocatie heeft op dit moment de bestemming 'Agrarisch'. Binnen deze bestemming zijn geen woningen toegestaan en het plangebied bevat daarnaast geen bouwmogelijkheden om gebouwen ten behoeve van wonen op te richten. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk, waarin het voornemen toegelicht, gemotiveerd en geregeld wordt. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in het zuidwesten van het dorp Kollumersweach, tussen de dorpen De Westereen en Buitenpost. Kollumersweach is gelegen in het noordoosten van de provincie Fryslân. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1. Het plangebied is kadastraal bekend als Westergeest, sectie F, nummer 1217. De gronden zullen worden ontsloten door de Cedelshof en de Oentzemastate. De oostzijde van het plangebied bestaat uit de lintbebouwing van de Koarteloane. Ten zuiden van het plangebied liggen agrarische percelen. Aan de westkant van de plangebied ligt de begraafplaats. Ten noorden van het plangebied liggen de woningen van de wijk en het centrum van Kollumersweach.
7/287
Figuur 1.1
1.3
Ligging van het plangebied (bron: Pdok viewer)
Planologische regeling
Het plangebied is momenteel geregeld in het bestemmingsplan Kollumersweach dorp, dat is vastgesteld op 16 september 2009 door de voormalige gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland (tegenwoordig gemeente Noardeast Fryslân). Een uitsnede van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2.
Figuur 1.2
Uitsnede geldende bestemmingsplan Kollumersweach dorp (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
In het geldende bestemmingsplan is het plangebied bestemd als 'Agrarisch' en heeft de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone- straalpad afstand 5 meter''. Het plangebied heeft verder geen aanvullende aanduidingen of dubbelbestemmingen. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn primair bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven, grasland en akkerbouw- en tuinbouwgronden. Binnen deze bestemming zijn daarbijbehorende functies zoals fiets-, wandelpaden, groenvoorzieningen en water toegestaan. Gebouwen zijn niet toegestaan. Reguliere grondgebonden woningen zijn binnen deze bestemming niet mogelijk. Ter plaatse van de aanduiding ' Vrijwaringszone - straalpad afstand 5 meter ' geldt voor gebouwen en andere bouwwerken, die zijn toegestaan op grond van de bestemmingsregels, dat de hoogte van de betreffende gebouwen en andere bouwwerken niet meer dan 18 meter zal bedragen. Voor de voorgenomen grondgebonden woningen zal deze grenswaarde van 18 meter niet worden overschreden. De gebiedsaanduiding kan voor het plan buiten beschouwing worden gelaten.
8/287
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting is onderdeel van het bestemmingsplan voor de woningbouwontwikkeling aan de Oentzemastate als onderdeel van fase 3 van de Cedelshof in Kollumersweach. De opbouw van deze toelichting is als volgt: na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de huidige situatie en de gewenste situatie beschreven; in hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau behandeld; een toetsing van het project aan de wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten is in hoofdstuk 4 opgenomen; hoofdstuk 5 behandelt de juridische regelingen; tot slot bevat hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid van het plan.
9/287
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
Dit bestemmingsplan is opgesteld om de beoogde ontwikkeling (het initiatief) mogelijk te kunnen maken. In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. De ontwikkeling moet op een goede manier worden ingepast in de omgeving. Daarom is in dit hoofdstuk een beschrijving van de bestaande situatie opgenomen. Vervolgens is de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing van het initiatief gemotiveerd.
2.1
De bestaande situatie
Het plangebied ligt in het Woudenlandshap in het dorp Kollumersweach, tussen de Cedelshof, Oentzemastate en Koarteloane. De gronden liggen buiten het bestaand stedelijk gebied zoals opgenomen in de Verordening Romte (2014) van de provincie Fryslân. Ondanks de landelijke ligging is het plangebied onderdeel van het bestemmingsplan van het dorp Kollumersweach. Op dit moment zijn de percelen onbebouwd en in gebruik als grasland. De omgeving aan de zuidwestzijde van het plangebied wordt gekenmerkt door smalle percelen grasland, omringd door elzensingels. De beslotenheid van het landschap door de vele elzensingels en houtwallen typeert dit gebied. Het gebied wordt gekenmerkt door veel verspreid liggende bebouwing. De noordoostkant van het plangebied wordt gekenmerkt door woon-, centrum-, en bedrijfsfuncties. Aan de noordzijde sluit het plangebied aan op de eerdere fasen van de woonwijk Cedelshof. Door de ligging van het plangebied aan de rand van het dorp is er veel openheid en ruimte. In figuur 2.1 is een luchtfoto weergegeven van de huidige situatie.
10/287
Figuur 2.1
2.2
Luchtfoto van de huidige situatie (Bron: Pdok.nl)
Voorgenomen situatie
Het planvoornemen is om aan de zuidwestkant van Kollumersweach, nabij de Oentzemastate, woningbouw te realiseren. De woningbouwontwikkeling in dit plan is de derde fase van de ontwikkeling van de woonwijk Cedelshof. Na deze derde fase is het wenselijk om de woonwijk Cedelshof verder in oostelijke richting uit te breiden. Om op een verdere uitbreiding richting het oosten te anticiperen wordt het binnen de groenbestemming mogelijk gemaakt om infrastructuur aan te leggen. In het voorliggende plan worden 25 woningen gerealiseerd met de daarbij behorende verkeers-, groen-, en watervoorzieningen. De 25 woningen zijn verdeeld in 8 rijwoningen, 8 twee- onder- één kap woningen en 9 vrijstaande woningen. De rijwoningen krijgen een levensloopbestendig karakter. Voor het plangebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld (zie bijlage 1). Hier wordt in de rest van dit hoofdstuk verder op ingegaan. 2.2.1 Stedenbouwkundig plan Voor de stedenbouwkundige structuur, maatvoering (volume, hoogtes, oppervlaktes etc.) en regels van het nieuwe bestemmingsplan wordt aangesloten op de bestaande woonwijk en het bestemmingsplan Kollumerzwaag dorp (2009). Het is van belang dat onevenredige aantasting wordt voorkomen van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
11/287
de verkeersveilgheid; de bezonnings- en privacysituatie. De kavels voor de vrijstaande woningen variëren in omvang tussen de 350 m² en de 670 m². De bouwvlakken van de vrijstaande woningen zijn ongeveer 10 bij 12 meter. En de twee-onder-één kapwoningen hebben een kavelgrootte tussen de 237 m² en de 365 m² en een bouwvlak van 7,5 bij 8,5 meter en 10 bij 12 meter. Voor de rijwoningen aan de noordkant van het plangebied is gekozen voor één bouwblok waarbinnen acht woningen mogelijk zijn. Deze woningen worden omgeven met tuin. Binnen dit bouwblok geldt een maximum bebouwd oppervlak van 70%. Het plangebied wordt gekenmerkt door de naastgelegen elzensingels (dykswâl). In het stedenbouwkundig plan worden deze daarom zo veel mogelijk behouden en waar mogelijk uitgebreid. Voor de watercompensatie worden de bestaande watergangen aan de westzijde en in het midden van het plangebied verbreed. In het plangebied worden nieuwe wegen aangelegd. Deze wegen zullen aansluiten op de Oentzemastate en de Cedelshof. Om overlast voor woningen aan de Hoppemastate van in- en uit rijdende auto's te voorkomen is de ontsluiting in vergelijking met het eerdere ontwerp aangepast. In het plangebied zullen 29 parkeerplaatsen worden gerealiseerd in het openbaar gebied en 25 parkeerplaatsen op eigen erf. In totaal zijn er 54 parkeerplaatsen in het plangebied.
Voor groenvoorzieningen is in het stedenbouwkundig plan rekening gehouden met 3.747 m² in het plangebied. Het stedenbouwkundig ontwerp is weergegeven in figuur 2.3. Het volledige stedenbouwkundige plan is opgenomen in bijlage 1.
Figuur 2.3 maart 2024)
Stedenbouwkundig ontwerp Cedelshof Kollumersweach (Bron: gemeente Noardeast- Fryslân 20
2.2.2 Ruimtelijke inpassing De realisatie van Cedelshof fase 3 is onderdeel van de afronding van de bebouwing aan de zuidwestzijde van Kollumersweach. Na deze fase is het wenselijk om de bebouwing aan de oostzijde af te ronden. De woningen moeten op een ruimtelijk en landschappelijk kwalitatieve manier worden ingepast. Bovendien is het van belang dat er een zorgvuldige overgang wordt gecreëerd naar het landelijk gebied. Om dit mogelijk te maken wordt er rekening gehouden met de bestaande landschappelijke structuren (de elzensingels).
12/287
Het landschap bestaat in deze omgeving uit smalle percelen die omzoomd worden door elzensingels. Binnen deze gebiedskwaliteit moet de woningbouwontwikkeling worden vormgegeven. Er is gekozen voor een perceelindeling die aansluit bij de woonwijk Cedelshof. Er is veel ruimte voor groen in het plan; daarmee wordt een zekere mate van openheid gecreëerd waardoor ook qua woningdichtheid een overgang naar het landelijk gebied wordt gerealiseerd. De bestaande elzensingels worden gehandhaafd en waar mogelijk uitgebreid. Hiermee sluit de toekomstige woonlocatie aan op het kenmerkende singellandschap. Op deze manier ontstaat een geleidelijke overgang tussen bebouwd en landelijk gebied. De rooilijn van de woningen sluit aan op de bestaande bebouwing. De voorgevelzone ligt rond de 3 meter van de perceelgrens. Met het aanhouden van de rooilijn en de voorgevelzone wordt de bestaande structuur voortgezet. Ook qua bouwregels is aansluiting gezocht bij de bestaande bebouwing. De ruimtelijke kwaliteit wordt hiermee geborgd. 2.2.3 Landschappelijke inpassing In het midden en rondom het plangebied staan elzensingels. Ten oosten wordt het gebied begrensd door een Dykswal. In het stedenbouwkundige plan is een afstand van tien meter tot de Dykswal in acht genomen. Elzensingels zijn kenmerkend voor de omgeving en daarmee een belangrijk element in het landschap.
Er wordt gestreefd naar het behouden en versterken van noord-zuid gerichte elzensingels. In principe blijven alle bestaande elzensingels behouden. Er zullen geen bomen worden gekapt. Het behoud van de elzensingel aan de oostzijde van het plangebied is een uitgangspunt. Voor een goede inpassing van de nieuwe woonuitbreiding vindt de provincie het belangrijk dat de bestaande houtsingels behouden blijven. De gemeente volgt deze lijn waarbij het landschap ter plaatse wordt opgewaardeerd. Op deze wijze wordt voorzien in de gewenste afronding van het dorp. Ook ligt er een watergang aan de westkant van het plangebied. Deze vormt gezamenlijk met de elzesingels de overgang tussen de woonwijk en het landelijk gebied. Het water en het groen vormt een ruimtelijke scheiding tussen de bebouwing van Kollumersweach en de agrarische percelen. In dit bestemmingsplan wordt binnen de regels van de bestemming 'Groen' specifiek aangegeven dat het herstel en de instandhouding van de landschappelijke waarden wordt nagestreefd. Er wordt een vergunningplicht opgenomen voor het kappen en/of rooien van bebossing en beplanting. Op deze manier wordt het groen langs de randen van het plangebied beschermd. Er wordt hiermee voldoende rekening gehouden met de landschappelijke waarden van het gebied. Ook wordt het belang van de bestaande bomerij benadrukt.
2.2.4 Verkeer en parkeren Op het gebied van verkeer en mobiliteit bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de woonfunctie mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid. De parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie wordt berekend op basis van de kencijfers uit de CROW-publicatie
13/287
381. Hierbij wordt, op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetal, het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. Verkeersstructuur Het dorp Kollumersweach bestaat uit een 30 km/uur-zone. De nieuw te bouwen woningen bevinden zich ook binnen deze zone. De verkeersstructuur voor de woningen in Cedelshof wordt niet gewijzigd; de woningen worden via de bestaande wegen ontsloten, te weten de Cedelshof in westelijke richting en de Oentzemastate in noordelijke richting. De opbouw van de ontsluiting is gericht op langzaam rijden en dwingt tot een rustige rijstijl door het bewust onderbreken van lange straten. Om overlast voor woningen aan de Hoppemastate van inen uit rijdende auto's te voorkomen is de ontsluiting in vergelijking met het eerdere ontwerp aangepast. De nieuw te realiseren infrastructuur voor de voorgenomen ontwikkeling zal in beginsel doodlopen. Voor het draaien van vrachtauto's en hulpdiensten moet er een voorziening worden getroffen. Er is daarom in het stedenbouwkundig plan rekening gehouden met de zwaaimogelijkheid in het plangebied. Aan de zuidoostkant van het plangebied kan via 'insteken' worden gekeerd. Vrachtauto's en hulpdiensten kunnen hiermee in het plangebied draaien. Verkeersgeneratie De planontwikkeling omvat de realisatie van maximaal 25 woningen in het koopsegment.
De woningen worden door middel van de Cedelshof en de Oentzemastate ontsloten. Bestaande situatie In de bestaande situatie betreft het plangebied grasland. Het plangebied zelf genereert geen verkeer. Omdat de woningbouw aansluit op een bestaande woonwijk, is er in het gebied al sprake van verkeersgeneratie. Toekomstige situatie Bij het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van CROW-publicatie 381. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetal het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. De gemeente Noardeast-Fryslân is volgens het CBS een 'niet stedelijke' gemeente en het plangebied geldt als 'rest bebouwde kom'. De beoogde ontwikkeling leidt tot een verkeerstoename van 228 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag (205 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag). Zodra verkeersintensiteiten te hoog worden, komt de oversteekbaarheid en daarmee de verkeersveiligheid onder druk te staan. Voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling is de verkeersgeneratie tijdens het maatgevende uur van belang. Als vuistregel geldt dat de verkeersomvang tijdens het maatgegevende uur circa 10% van de etmaalwaarde bedraagt. In dit geval gaat het in het drukste uur op werkdagen dan om (228 *10%) 23 voertuigen.
Deze geringe toename van verkeer kan zonder problemen worden afgewikkeld op de omliggende kruispunten en wegen en zal niet leiden tot een verslechtering van de verkeersafwikkeling. Parkeren Het streven is om de impact van geparkeerde auto’s op het straatbeeld te minimaliseren door zoveel mogelijk op eigen kavel te parkeren. Bij grondgebonden woningen dienen minimaal twee parkeerplaatsen voor auto’s (garage telt niet mee) gerealiseerd te worden op de eigen kavel. Voor bezoekers dienen bij grondgebonden
14/287
woningen 0,3 parkeerplaatsen in de openbare ruimte te worden gerealiseerd. De totale parkeerbehoefte van het plangebied bedraagt daarmee 54 parkeerplaatsen. Door de grootte van de kavels is het mogelijk om per woning twee parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Daarnaast worden er 29 parkeerplaatsen in het openbaar gebied gerealiseerd. Conclusie verkeer en parkeren De ontsluiting van het plangebied zal niet leiden tot knelpunten. De verkeerstoename ten behoeve van de ontwikkeling is dermate klein dat het niet tot knelpunten zal leiden op het omliggende wegennet. Er is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de berekende parkeerbehoefte. Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling niet in de weg. De volledige verkeersbeoordeling is te vinden in bijlage 2.
15/287
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vijf opgaven: 1. De bouw van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen; 2. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 3. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 4. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 5. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Momenteel wordt voor Noord-Nederland gewerkt aan een omgevingsagenda. Als voorloper is er gewerkt aan een Contour Omgevingsagenda waarin acht omgevingsopgaven zijn benoemd: a. Druk op de ruimte in het landelijk gebied vraagt om gezamenlijke keuzes; b. Benutten van de brede effecten van de energietransitie; c. Economisch perspectief ten aanzien van kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw; d. Toekomstgerichte bereikbaarheid van Noord-Nederland; e. Versterken Stedelijk Netwerk Noord-Nederland; f. Toekomstkracht voor gebieden met bevolkingsdaling en sociaaleconomische achterstand;
16/287
g. Water als verbindende schakel in klimaatadaptieve maatregelen; h. Waarborgen van de omgevingskwaliteit. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. De regio waarvan de gemeente Dantumadiel deel uitmaakt is niet aangewezen als NOVI-gebied. Het beleid uit de NOVI is niet van invloed op de ontwikkeling in het plangebied. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie infrastructuur en Ruimte uit 2012 (SVIR) is geheel opgegaan in de NOVI, behalve enkele onderdelen van bijlange 6, 'Essentiële onderdelen Nota Mobiliteit'. Vanuit de SVIR zijn in de NOVI voor de periode tot 2028 de ambities van het Rijk in drie rijksdoelen uitgewerkt: vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; verbeteren van de bereikbaarheid; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met de hierboven genoemde rijksdoelen zijn 14 nationale belangen aan de orde die verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's.
Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen. Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. Het opstellen van een nieuw bestemmingsplan met toelichting waarin wordt aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening past in die lijn. Bij gebiedsontwikkeling is 'een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten' van belang. Hierbij hanteert het Rijk de ladder voor duurzame verstedelijking. Deze is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Paragraaf 3.1.3 van deze toelichting gaat hier verder op in. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Het bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen zoals genoemd zijn in het Barro.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening). Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een
17/287
nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Voor wonen geldt dat een ontwikkeling vanaf 12 woningen wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). De voorgenomen ontwikkeling ligt op de planlocatie voor Cedelshof fase 3 en bestaat uit het realiseren van maximaal 25 woningen. Er is hierbij sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' buiten het bestaand stedelijk gebied. Beoordeeld moet worden of er gemotiveerd kan worden dat de behoefte en locatie voor de stedelijke ontwikkeling voldoende is afgewogen. Toetsing behoefte De vraag naar woningbouw is groot. Ook in Kollumersweach zijn er meer woningen nodig om aan te sluiten op de woningbehoefte. De gemeente Noardeast- Fryslân zoekt naar voldoende woningen op maat in alle dorpen. Uit verschillende woningmarktonderzoeken blijkt dat het aantal huishoudens tot 2030 sneller lijkt te groeien dan eerder werd aangenomen.
Door de snelle groei van het aantal huishoudens in de afgelopen jaren is de druk op de woningmarkt sterk toegenomen. Dit vraagt om een versnelling in de woningbouw. Uit de uitgevoerde regionale marktanalyse (KAW, 2022) blijkt dat er veel vraag is in Kollumersweach op zowel korte- als lange termijn, naar met name (levensloopbestendige) rijwoningen, twee-onder-één kap en vrijstaande woningen. Kollumersweach is door zijn goede voorzieningen en bereikbaarheid een erg gewild dorp. Het aantal huishoudens is het afgelopen jaar dan ook toegenomen. Om de woonbehoefte nog verder te onderzoeken, is er daarnaast een woonbehoefte-enquête uitgezet in het dorp in samenspraak met Plaatselijk Belang Kollumersweach. De resultaten laten zien dat er inderdaad behoefte is aan (levensloopbestendige) rijwoningen, twee-onder-één kap en vrijstaande woningen. Ook is er een inloopavond georganiseerd door de gemeente Noardeast-Fryslân. Tijdens deze inloopavond is gebleken dat er aanzienlijke behoefte is aan het soort kavels dat met de voorgenomen woningbouwontwikkeling op de markt komt. De ontwikkeling van dit plan is dus goed afgestemd op de lokale behoefte. Omdat het programma een gedifferentieerd aanbod aan woningen biedt, wordt de doorstroming op de woningmarkt gestimuleerd en kunnen elders in Kollumersweach weer goedkopere of juist ruimere gezinswoningen vrijkomen.
Daarnaast wordt door middel van levensloopbestendige woningen de doorstroom van ouderen naar een passende woning bevorderd. Dit is van belang voor de doorstroom op de woningmarkt van Noardeast- Fryslân. Aanvullend is het toevoegen van woningen op de korte termijn belangrijk voor het vitaal houden van de gemeente en het bieden van voldoende passende woningen in de gemeente. Hierbij is het van belang dat starters en ouderen een woning kunnen vinden en er doorstroming in de woningmarkt ontstaat. Om bovenstaande te kunnen realiseren wil de gemeente extra mogelijkheden voor het bouwen van woningen geven. Eind 2021 heeft de provincie haar goedkeuring verleend voor een experimentele aanpak waarbij de programmering niet meer goedgekeurd hoeft te worden door de provincie. Hierbij is de gemeente
18/287
verantwoordelijk voor de onderbouwing van woningbouwplannen. De ontwikkeling van dit plan past vanwege de behoefte aan woningen in Kollumersweach in de regionaal afgestemde programmering. Naast deze lopende experimentele aanpak, is op 20 april 2023 ook de regionale woondeal Noordoost getekend. De woondeal is het startpunt van een langjarige samenwerking tussen gemeenten, de provincie en het Rijk. In de regionale woondeal is vastgelegd dat er tot en met 2030 minimaal 2600 nieuwe woningen gebouwd worden in de regio Noordoost (Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast-Fryslân en Tytjerksteradiel). Het plan Cedelshof 3.1 is meegenomen in dit aantal. Samengevat blijkt dat de ontwikkeling van maximaal 25 woningen in Kollumersweach past binnen de behoefteraming en zorgt voor de nodige doorstroming. De behoefte is hiermee voldoende aangetoond. Toetsing beoogde locatie In de rest van deze paragraaf wordt gemotiveerd waarom de locatie aan de Oentzemastate het meest geschikt is voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling. Allereerst is het niet mogelijk om vrijstaande- en halfvrijstaande woningen te realiseren binnen het dorp Kollumersweach. Er zijn geen binnenstedelijke locaties beschikbaar van dergelijke omvang. Eventuele andere binnenstedelijke locaties zijn gereserveerd voor sociale huur of zouden ten koste gaan van groene elementen in het dorp.
Dit is niet wenselijk omdat er veel waarde wordt gehecht aan het dorpse en ruime karakter van Kollumersweach. Bovendien is de uitbreidingslocatie een logisch vervolg op de eerdere fasen van de ontwikkeling van de woonwijk Cedelshof. Daarom is de locatie ten zuiden van de woonwijk Cedelshof, tegen het dorp aan, met een goede aansluiting op de huidige bebouwing, de meest geschikte locatie voor het te realiseren woonsegment. Dit draagt ook bij aan een passende afronding van het dorp zoals uitgewerkt in de paragrafen 2.2.2 en 2.2.3. 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling raakt geen nationale belangen als opgenomen in de NOVI. Er wordt richting gegeven aan de opgave om steden en regio's sterker en leefbaarder te maken door te reageren op de huidige woningvraag. Ook raakt de woningbouwontwikkeling geen nationale belangen uit het Barro. Er is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling waar de beleidsvrijheid bij de gemeente en de provincie ligt. Als laatste wordt door middel van de ladder voor duurzame verstedelijking de zorgvuldige afweging voor de woningbouwontwikkeling gemotiveerd. De ontwikkeling past binnen de kaders van het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân - De romte diele vastgesteld waarin de ambitie voor de provincie voor 2030-2050 wordt uitgesproken. Hierbij wordt gewerkt met negen principes die richting geven bij het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting zoeken en sturen op proces, ruimer op inhoud.
19/287
De insteek om de ambities te realiseren, is niet door verandering tegen te houden, maar door de gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. De planontwikkeling past binnen het principe van omgevingskwaliteit als ontwerpbasis. Dit houdt in dat nieuwe ontwikkelingen voortbouwen op bestaande omgevingskwaliteiten. Er is hierbij aandacht voor eigenheid en identiteit. Bij de bouw van de nieuwe woningen wordt nauw aangesloten op de bestaande wijk en de groene en ruime opgezette structuur van de zuidwestzijde van het dorp Kollumersweach en de bestaande elzensingels. Een gedetailleerde omschrijving van de nieuwe situatie is verwoord in hoofdstuk 2. 3.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014 Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. In deze verordening is het beleid, zoals verwoord in het Streekplan, vertaald naar regels voor ruimtelijke plannen. De volgende artikelen uit de Verordening Romte zijn van belang: Artikel 1.1.1 In dit artikel wordt aangegeven dat er in principe geen bouwmogelijkheden en gebruiksmogelijkheden zijn voor nieuwe stedelijke functies in het landelijk gebied. Het is mogelijk hiervan af te wijken als het gaat om een uitbreidingslocatie aansluitend op bestaand stedelijk gebied. De voorgenomen ontwikkeling aan de Oentzemastate valt volgens de Verordening Romte buiten bestaand stedelijk gebied.
Wel sluit het plangebied aan op de bestaande bebouwing van het dorp Kollumersweach en de bestaande bebouwing van de woonwijk Cedelshof. Het plan sluit niet alleen aan op de bestaande woonwijk, maar ook de opgezette stedenbouwkundige en landschappelijke structuur wordt in zuidelijke richting doorgezet. Hierop is tijdens het opstellen van het bestemmingsplan Kollumerzwaag dorp (2009) al voorgesorteerd door het plangebied als onderdeel van het dorp op te nemen. Door bovenstaande is de woningebouwontwikkeling in lijn met artikel 1.1.1. Artikel 2.1.1 Dit artikel gaat over de ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ruimtelijke projecten. Hierin wordt het belang van een goede ruimtelijke inpassing omschreven voor uitbreidingslocaties of ontwikkelingen in het landelijk gebied. Vanwege de ligging van het plangebied in het landelijk gebied (aansluitend op stedelijk gebied) is de ruimtelijke kwaliteit van de voorgenomen ontwikkeling uitgewerkt in hoofdstuk 2.2 en in het stedenbouwkundig plan (bijlage 1). Hierin wordt onderbouwd dat de voorgenomen woningbouwontwikkeling een passende voortzetting van de bestaande woonwijk is, en rekening houdt met de bestaande landschappelijke structuren. Het voorgenomen initiatief past binnen artikel 2.1.1. Artikel 2.3.1 Dit artikel gaat over het principe zorgvuldig ruimtegebruik.
Bij zorgvuldig ruimtegebruik is het van belang dat plannen buiten bestaand stedelijk gebied invulling geven aan dit principe. Uit een motivering moet blijken dat de beoogde functie redelijkerwijs niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Hoofdstuk 3.1.3 gaat door middel van de ladder van duurzame verstedelijking in op de keuze voor de locatie. Door het behoud en versterken van de elzensingels wordt aangesloten op de landschappelijke structuren in het gebied. Bovendien is sprake van een goede inpassing en aansluiting op de al aanwezige bebouwingsstructuren. Er wordt
20/287
voldaan aan de voorwaarden uit artikel 2.3.1. Artikel 3.1.1 Dit artikel van de provinciale verordening stelt dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. De ontwikkeling van het plangebied moet passen in het geheel van van de regionale woningbouwafspraken tussen de regio Noordoost Fryslân en de provincie Fryslân. Eind 2021 heeft de provincie haar goedkeuring verleend voor een experimentele aanpak waarbij de programmering niet meer goedgekeurd hoeft te worden door de provincie, maar dat de gemeente verantwoordelijk is voor de onderbouwing van woningbouwplannen. De ontwikkeling van dit plan past vanwege de behoefte aan woningen in Kollumersweach in de regionaal afgestemde programmering. Naast deze lopende experimentele aanpak, is op 20 april 2023 ook de regionale woondeal Noordoost getekend. De woondeal is het startpunt van een langjarige samenwerking tussen gemeenten, de provincie en het Rijk. In de regionale woondeal is vastgelegd dat er tot en met 2030 minimaal 2600 nieuwe woningen gebouwd worden in de regio Noordoost (Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast-Fryslân en Tytjerksteradiel). Het plan Cedelshof 3.1 is meegenomen in dit aantal. De woningbouwontwikkeling is in lijn met artikel 3.1.1.
In het plan Cedelshof 3.1 worden geen huurwoningen gerealiseerd. Ook worden er geen woningen voor wonen in combinatie met zorg gerealiseerd. In ieder geval 32% van de woningen (van de rijwoningen) zal levensloopbestendig worden gebouwd, waarmee ze mede geschikt zijn voor ouderen. In ieder geval 32% van de woningen (rijwoningen) past binnen het betaalbare segment (koopwoningen tot €355.000), voor de tweekappers is de prijs nog niet bekend. Omgevingsverordening Fryslân 2022 Op 16 februari 2021 is de omgevingsverordening Fryslân als ontwerp ter inzage gelegd. Deze omgevingsverordening zal de Verordening Romte uit 2014 gaan vervangen als de Omgevingswet in werking treedt. De inhoudelijke principes uit beide verordeningen blijven grotendeels gelijk op het gebied van stedelijke functies waardoor de voorgenomen ontwikkeling ook binnen het beleid van de nieuwe omgevingsverordening Fryslân zal passen. 3.2.3 Ontgrondingenverordening De provincie Fryslân heeft ook een Ontgrondingenverordening. Een ontgrondingsvergunning (een vergunning tot ontgronding als bedoeld in artikel 3 van de Ontgrondingenwet) is niet van toepassing op ontgrondingen die noodzakelijk zijn voor de verwerkelijking van een in niet langer dan 10 jaar geleden onherroepelijk geworden bestemmingsplan aan de grond gegeven bestemming, mits: 1.
In de bij het bestemmingsplan behorende planvoorschriften (beschrijving in hoofdlijnen) uitdrukkelijk is aangegeven dat de verwerkelijking van het plan een ontgronding inhoudt of insluit; 2. De diepte van de ontgronding niet meer bedraagt dan 2,00 meter beneden het maaiveld of, wanneer de ontgronding plaatsvindt ten behoeve van de aanleg van een haven 2,00 meter beneden het oppervlaktewaterpeil; 3. Bij de ontgronding niet meer dan 10.000 m³ bodemmateriaal naar elders wordt afgevoerd of in depot wordt gezet;
21/287
Een ontgronding is noodzakelijk in de vorm van het graven van oppervlaktewater, om te voldoen aan de compensatie opgave van het plangebied. Voor de voorgenomen ontwikkeling zal 900 m³ grond worden ontgraven voor de watergangen en in totaal ongeveer 1.510 m² afgevoerd. De maximale diepte zal ongeveer 1.85 meter bedragen. Er geldt voor de werkzaamheden geen vergunnings- of meldingsplicht. De werkzaamheden zijn vrijgesteld. Hiermee wordt aan bovenstaande voorwaarden uit de Ontgrondingenverordening voldaan. Een ontgrondingenvergunning is niet noodzakelijk. 3.2.4 Conclusie provinciaal beleid Bij de woningbouwontwikkeling in Kollumersweach wordt rekening gehouden met de bestaande omgevingskwaliteiten van Kollumersweach en de omgeving. Hierbij wordt aangesloten op de Omgevingsvisie van de provincie Fryslân. Daarnaast zijn er vanuit de relevante artikelen uit de Verordening Romte (2014) geen belemmeringen. Er is geen ontgrondingenvergunning noodzakelijk. Door de krapte op de woningmarkt krijgen gemeenten meer ruimte voor woningbouw. Er wordt voldoende invulling gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Uit het voorgaande blijkt dat de provinciale belangen voldoende zijn geborgd.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Woonvisie 2020- 2050 De Woonvisie van de gemeente Noardeast-Fryslân legt op hoofdlijnen vast wat de basis is voor verder uitgewerkte woonplannen en -afspraken in de komende vijf jaar. De hoofdlijnen worden uitgewerkt in een woonagenda. De Woonvisie bevat de volgende speerpunten: 1. Toekomst geven aan bestaande woningen en buurten; 2. Nieuwbouw in stad, dorpen en wijken, omgang met groei en krimp; 3. Ontwikkeling van de sociale huurvoorraad: betaalbaar, beschikbaar en met kwaliteit; 4. Wonen en zorg in dorpen en wijken; 5. Energietransitie en verduurzaming; 6. Leefbare stad en dorpen: sociaal en veilig, met bereikbare voorzieningen; 7. Samenwerking gemeente, belanghebbenden en bewoners. Op basis van de Woonvisie wordt de uitvoeringsagenda vastgesteld. De Woonvisie is een dynamisch document waarbij aan de hand van het woonprogramma, de woningbouwprogrammering, de prestatieafspraken en overleg met de stakeholders jaarlijks zal worden bepaald of en op welke onderdelen een actualisatie nodig is. Mede gezien de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt en de impact van de coronacrisis is deze actualisatie extra urgent en noodzakelijk. Op basis van de nieuwe Woonvisie zal het college ook de woningbouwprogrammering heroverwegen en bijstellen.
Deze programmering moet aansluiten op de doelen in de eigen Woonvisie en op de regionale woningbouwafspraken die de regiogemeenten en de provincie Fryslân hebben gemaakt. Daarbij worden het reeds aanwezige afwegingskader voor bouwplannen en de woningmarktmonitor gebruikt als hulpmiddelen. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft samen met de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel en Tytsjerksteradiel zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau structureel afstemming over het woningbouwprogramma. De uitwerking krijgt een plek in de Woonagenda.
22/287
Voor de ontwikkeling in Kollumersweach is vooral speerpunt 2 van de Woonvisie van toepassing. In de Woonvisie wordt aangegeven dat in de woonkernen altijd ruimte is voor nieuwbouw. Dit moet wel op maat, passend bij de schaal en de behoefte in het dorp zijn. De bouw van de woningen in Kollumersweach past binnen het principe dat er gereageerd moet worden op de groeide woningbehoefte in de gemeente. En dat uitbreiding gebaseerd op maatwerk mogelijk moet zijn. Afwegingskader Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningbouwinitiatieven aansluiten bij de actuele, kwalitatieve woningbehoefte en de volkshuisvestelijke ambities van de gemeente, willen de regio Noordoost Friesland en de provincie de komende jaren sturen op basis van een gezamenlijke set van criteria. Hiervoor is in regionaal verband als werkdocument een afwegingskader opgesteld waarmee nieuwe woningbouwinitiatieven op kwaliteit worden getoetst. Aan de hand van dit afwegingskader wordt gekeken in hoeverre nieuwe plannen aantoonbaar inspelen op de kwalitatieve woningbehoefte en of zij bijdragen aan andere kwalitatieve ambities, zoals langer zelfstandig wonen, verduurzamen of het oplossen van een ruimtelijk knelpunt (bijvoorbeeld transformatie van leegstaand vastgoed). De woningbouwontwikkeling in Kollumersweach is getoetst op behoefte en kwaliteit.
Woonprogramma De gemeente Noardeast-Fryslân heeft een woonprogramma opgesteld waarin de woningbouwprojecten en -initiatieven zijn opgenomen. In november 2021 heeft de provincie Friesland hierop akkoord gegeven. Woningmarktanalyse Noordoost-Fryslân en Woningmarktmonitor In 2020 is een woningmarktanalyse opgesteld om op regionaal niveau inzicht te krijgen in de woningbouwbehoefte. Samenwerking binnen de regio, zowel tussen gemeenten als tussen dorpen, is van belang bij het vaststellen van de woonprogrammering. De woningmarktanalyse biedt een kwalitatief afwegingskader waar gemeenten gebruik van kunnen maken bij het ontwikkelen van woningbouwplannen. De provincie Fryslân vraagt de regio om een offensieve regionale visie te maken. Dat betekent dat er geen dorp op slot wordt gezet en dat er ruimte is voor toekomstbestendig en zorgvuldig toevoegen van woningen. Daarbij houdt de provincie vast aan de lijn "binnendorps vrij, buitendorps beperkt". In de woningmarktanalyse is per dorp inzichtelijk gemaakt hoe de woningmarkt er nu voor staat en welke ontwikkelingen er te verwachten zijn. Op deze manier kan snel worden ingespeeld op ontwikkelingen. Onder andere op basis van de woningmarktanalyse wordt in de Woningmarktmonitor aangegeven dat er vooral behoefte is aan extra koopwoningen. Toevoegen van woningen is altijd maatwerk, passend bij de lokale vraag en schaal van het dorp.
Hoe het aantal huishoudens zich op de langere termijn (na 2030) ontwikkelt, is nog onzeker. Uit de nieuwe Woningmarktmonitor blijkt dat er in Kollumersweach vooral behoefte is aan twee-onder-één-kappers, vrijstaande woningen en patiowoningen. Met de planontwikkeling in Kollumersweach worden 8 twee-onder-één-kappers, 9 vrijstaande woningen en 8 patiowoningen (levensloopbestendig) in de koopsector toegevoegd. Deze ontwikkeling voorziet in de behoefte en past binnen de beleidskaders.
23/287
3.3.2 Welstandsnota Noardeast- Fryslân Het welstandsbeleid van de gemeente Noardeast-Fryslân is vastgelegd in de Welstandsnota Noardeast-Fryslân, die is vastgesteld op 13 augustus 2020. Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria wordt gebruikt voor alle bouwplannen. Er worden 12 welstandsgebieden onderscheiden. Het plangebied ligt in het welstandsgebied 'Buitengebied (woudengebied)' en zal onderdeel worden van het welstandsgebied 'Woonwijken na 1950'. Voor deze gebieden geldt een aanduiding als regulier welstandsgebied. De criteria zijn gericht op het handhaven en respecteren van de aanwezige basiskwaliteiten. Buitengebied (Woudengebied) De beslotenheid van het landschap door de vele elzensingels en houtwallen typeert dit gebied. Het gebied wordt gekenmerkt door veel verspreid liggende bebouwing. Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Ingrijpende ontwikkelingen worden niet verwacht voor het buitengebied. Woonwijken na 1950 In de naoorlogse periode is een enorme bouwactiviteit op gang gebracht. Het bebouwingsbeeld in deze wijken wordt gedomineerd door rijenbouw (vooral ook in de zogenaamde wederopbouwperiode) in één of twee bouwlagen met een kap, waarbij de nokrichting evenwijdig aan de weg is.
Op sommige plaatsen zijn ook dubbele woningen gerealiseerd; meestal in onderlinge samenhang per straatzijde of cluster. Naast duidelijk herkenbare straten en wijken met repeterende bouw zijn er ook op veel plekken straten en wijken ontstaan met een meer individuele uitstraling van de woningen. Op sommige plekken worden daarbij hoekkavels benut als stedenbouwkundig accent. Ook zitten in deze gebieden clusters van projectmatige bouw. In de meeste gevallen is daarbij gestreefd naar een sterke architectonische uitstraling. Het materiaal- en kleurgebruik varieert van traditioneel tot modern. In clusters en per straatzijde is overwegend sprake van samenhang in massaopbouw en kleur- en materiaalgebruik. De detaillering van de woningen is zorgvuldig. Bijgebouwen en aan- en uitbouwen zijn veelal in een afgeleide architectuur. De nadruk ligt op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit. Incidentele veranderingen worden mogelijk geacht, mits deze respect tonen voor het reeds aanwezige bebouwingsbeeld. In paragraaf 2.2.2 is ingegaan op de ruimtelijke inpassing. Hier wordt aangegeven dat met de ontwikkeling van Cedelshof fase 3 wordt aangesloten op de bestaande situatie van de bebouwing in de directe omgeving.
3.3.3 Conclusie gemeentelijk beleid Uit het bovenstaande blijkt dat de ontwikkeling van de 25 woningen in de koopsector in het dorp Kollumersweach past binnen het gemeentelijk woonbeleid. De ruimtelijke kwaliteit van de uitbreidingslocatie wordt afgestemd op de reeds aanwezige basiskwaliteiten.
24/287
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Algemeen
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om het minimaliseren van de invloeden vanuit het plangebied op de omgeving en omgekeerd. Dat zijn de milieu- en omgevingsaspecten geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid, water, ecologie, archeologie, cultuurhistorie, bedrijven en milieuhinder, en kabels en leidingen. In de volgende paragrafen worden deze omgevingsaspecten en eventueel daaraan verbonden planologische randvoorwaarden behandeld.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Toetsing Het plangebied ligt aan de zuidwestkant van Kollumersweach. De beoogde ontwikkeling betreft een milieugevoelige functie (woningen). Vanwege de ligging van het plangebied in een woongebied, is er sprake van een 'rustige woonwijk'. Het dichtsbijzijnde bedrijf nabij het plangebied ligt aan de Oentzemastate 9 .
Het bedrijf valt onder 'reparatiebedrijven'. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter (categorie 2) tot gevoelige functies. De afstand tot de te realiseren woningen bedraagt minimaal 50 meter zodat er vanuit de woningen geen hinder wordt verwacht. Ook het bedrijf wordt niet belemmerd in de bedrijfsvoering als gevolg van de voorgenomen woningbouwontwikkeling. Aan de Koartloane 70 zit een autobedrijf (categorie 2). Voor dergelijke bedrijven geldt ook een richtafstand van 30 meter. De afstand tot aan de te realiseren woningen is ongeveer 100 meter. Hiermee wordt ruimschoots aan de richtafstanden van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) voldaan. Het dichtstbijzijnde bedrijventerrein waar een categorie 3.1 bedrijf mogelijk is en een afstand van 50 meter moet
25/287
worden gehouden ligt op ongeveer 200 meter van het plangebied. Deze afstand is voldoende om een goed woon-, leef-, en ondernemersklimaat te waarborgen. Conclusie Ter plaatse van de beoogde ontwikkeling is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect milieuhinder en (agrarische) bedrijven staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Nabijgelegen bedrijven zullen niet in de bedrijfsvoering worden gehinderd.
4.3
Ecologie
Algemeen Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen de Groote Wielen (12 kilometer), Alde Feanen (15 kilometer), de Waddenzee (16 kilometer), en het Lauwersmeer (8,5 kilometer). Van deze Natura 2000-gebieden betreffen de Groote Wielen, Alde Feanen en de Waddenzee stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
Ondanks dat de voorgenomen locatie voor woningbouw buiten de grenzen van de Natura 2000- gebieden ligt, kan de ontwikkeling van het plangebied leiden tot een toename van stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in de omgeving. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) moet beoordeeld worden of het plan leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de beschermde habitats en de habitats van soorten binnen de Natura 2000-gebieden. Het is daarom noodzakelijk om een AERIUS berekening uit voeren om te bepalen of stikstofdepositie een knelpunt vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Wettelijk kader Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. Per 1 juli 2021 trad de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking. De Wsn en de
26/287
Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Op 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3159) is in de zaak van Porthos een uitspraak gedaan door de Afdeling Bestuursrechtspraak over deze partiële bouwvrijstelling. Uit deze uitspraak blijkt dat art. 2.9a van de Wnb en art. 2.5 Bnb in strijd is met art. 6 van de Habitatrichtlijn uit de Wet natuurbescherming. Er wordt daarom teruggegaan naar de situatie vóór 1 juli 2021 waarbij ook de aanlegfase van bouwprojecten moet worden doorgerekend voor stikstofdepositie om significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden te kunnen uitsluiten. Stikstofberekening De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat waarin wordt geconstateerd dat er als gevolg van de gewenste ontwikkeling geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden waarbij sprake is van een overschrijding van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. De aanleg- en exploitatiefase zijn worstcase in dezelfde berekening meegenomen. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig. De stikstofberekening en de bijbehorende memo zijn opgenomen in bijlage 3.
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied ligt niet binnen het concreet begrensde NNN. Omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking heeft, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van enige aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Soortenbescherming Wat betreft de soortenbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. In het kader van dit plan is een ecologische quickscan uitgevoerd om na te gaan of er maatregelen moeten worden genomen ten aanzien van beschermde soorten (bijlage 4). Ecologische Quickscan Ten behoeve van de soortenbescherming is een ecologische quickscan uitgevoerd welke is opgenomen in bijlage 4.
De aanwezigheid van beschermde plantensoorten kan uitgesloten worden op basis van habitateigenschappen. Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van de ecologische quickscan wordt nader onderzoek geadviseerd om de aanwezigheid van de waterspitsmuis, de grote modderkruiper en de ransuil te onderzoeken. Echter, binnen het plangebied werden enkel twee sloten aangetroffen welke jaarrond waterhoudend zijn en op basis van oevervegetatie geschikt zijn bevonden als leefgebied van waterspitsmuis of de grote modderkruiper. Deze twee sloten zijn aangegeven in figuur 4.1. Wanneer de deze sloten niet worden aangetast is nader onderzoek naar de waterspitsmuis en de grote modderkruiper niet noodzakelijk. Er is daarom voor gekozen om de sloten
27/287
intact te laten. Wanneer dit alsnog niet mogelijk blijkt te zijn, wordt nader onderzoek uitgevoerd.
Figuur 4.1 De locaties van de twee sloten geschikt voor waterspitsmuis en groter modderkruiper (Bron: FaunaX, 2023) De aanwezigheid van een jaarrond beschermd boomnest van een soort als ransuil binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Het is mogelijk dat deze soort in het plangebied voorkomt. Voor deze soorten dient daarom nader onderzoek plaats te vinden. Indien er een jaarrond beschermd boomnest wordt aangetroffen, dient er voor de desbetreffende soort een ontheffing aan de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Fryslân. Deze ontheffing wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd.
28/287
Daarnaast wordt geadviseerd om de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15 maart-15 juli aangehouden. Algemene zorgplicht Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als voorheen onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. Die zorgplicht houdt in dat de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Nader onderzoek ransuil Er is nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van ransuil in het plangebied. Hieruit blijkt dat er in het plangebied geen ransuilen of andere jaarrond beschermde vogelsoorten aanwezig zijn. In het kader van de Wet natuurbescherming hoeft voor deze soorten dan ook geen ontheffing te worden aangevraagd. Het rapport van dit onderzoek is als bijage 5 toegevoegd. Natuurinclusief In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk door in het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Daarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld gevelstenen met openingen die geschikt zijn voor verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen.
De provincie wijst op de “40 punten checklist” van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging en op advies van een ecoloog van de provincie. Bij de uitwerking van de plannen zal hiermee rekening worden gehouden. Houtopstanden Onder de Wet natuurbescherming worden ook houtopstanden beschermd. Als er een (deel van een) houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een (deel van een) bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom kan er sprake zijn van een meld- en/of herplantingsplicht. In het plangebied blijven de bestaande houtsingels behouden. Er vindt geen kap plaats, er wordt daarnaast extra groen in het plangebied gerealiseerd. Er is vanuit de Wet natuurbescherming geen noodzaak voor een meld- en/of herplantingsplicht. Conclusie Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. In het plangebied zijn geen beschermde soorten aanwezig waarvoor een ontheffing moet worden aangevraagd. Vanwege de aanwezigheid van andere vogelsoorten in het plangebied, zoals scholekster, wordt geadviseerd om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Daarnaast moet rekening woren gehouden met de wettelijke zorgplichting.
4.4
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij een functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is
29/287
van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Toetsing Om eventuele belemmeringen in te schatten is het bodemloket geraadpleegd (figuur 4.2). Uit de informatie van het bodemloket blijkt dat het plangebied voldoende is onderzocht. De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.