CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuursverslag Sociaal Domein over 2020

Commissie Sociaal Domein 28 oktober 2021, gemeente NissewaardBij agendapunt: Bestuursverslag Sociaal Domein over 2020 (in samenhang met punt 7B)27.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Men maakt vaker gebruik van de website, gebruiksgemak toegenomen: Het aandeel inwoners met minimaregelingen dat de website van de gemeente wel eens bezoekt steeg van 30 procent in 2016 naar 56 procent in 2021. Ook vinden deze inwoners vaker de informatie die zij nodig hebben op de website (2021: 75%, 2016: 67%) en regelen meer inwoners met een minimaregeling hun zaken met de gemeente het liefst via de website (2021: 60%, 2016: 43%). Naast de website heeft de gemeente ook een telefonisch spreekuur. Zeven op de tien inwoners met een minimaregeling zijn hiermee bekend en 38 procent maakt gebruik van dit spreekuur. Zij vinden het prettig dat dit spreekuur bestaat en zijn vaker dan in 2016 vriendelijk en respectvol behandeld (2021: 86%, 2016: 77%). Inwoners kunnen daarnaast terecht bij Thuis in de Wijk, maar slechts een klein deel van de inwoners met een minimaregeling (15%) is hier bekend mee. Zij die gebruik maakten van de diensten van Thuis in de Wijk zijn hier overigens tevreden over. Individuele Inkomenstoeslag: Inwoners die de Individuele Inkomenstoeslag aanvroegen zijn over het geheel tevreden. Voor driekwart was het aanvraagproces en ook het aanvraagformulier duidelijk. Bovendien ontving 83% binnen de gestelde termijn van acht weken een besluit over de toekenning van de toeslag.

Bij slechts een enkeling kwam dit besluit niet tijdig (vanuit het aanvraagsysteem is te zien dat in enkele gevallen niet volledig aan de aanvraagprocedure was voldaan). Stichting Leergeld: Stichting Leergeld zet zich ervoor in dat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen deel kunnen nemen aan sport en culturele activiteiten. Voor ruim de helft (55%) van de 19

inwoners die bekend zijn met de Stichting Leergeld is het aanvraagproces duidelijk, voor een op de tien (11%) niet. Ook is ongeveer de helft (53%) tevreden over hoe zij zijn geholpen bij de stichting, wederom geldt dat ongeveer een op de tien ontevreden is (9%). Voor iets minder dan de helft is de bijdrage voldoende voor hun kinderen, voor 16 procent is de bijdrage niet voldoende. Collectieve ziektekostenverzekering: Driekwart van de inwoners die gebruik maken van de collectieve ziektekostenverzekering is daar tevreden over en vindt de maandelijkse kosten duidelijk. Twee derde van deze inwoners geeft aan dat het overstappen naar de verzekering makkelijk was. Wel is het aandeel tevreden inwoners voor alle drie deze aspecten lager dan in 2016. Energiebijdrage: Bijna alle inwoners die gebruik maken van de energiebijdrage vinden het goed dat deze bestaat (96%). Voor driekwart is het aanvragen van de toeslag duidelijk, maar ongeveer 20 procent heeft hier moeite mee. In 2016 had slechts 3% moeite met het aanvragen van de bijdrage. Met betrekking tot schuldbemiddeling zijn de ervaringen de volgende: Bereikbaarheid Plein Werk en Inkomen: Ook voor inwoners die gebruik maken van schuldbemiddeling is de gemeente goed bereikbaar.

Nagenoeg alle inwoners met schuldbemiddeling vinden het stadhuis goed bereikbaar (92%) en acht op de tien zijn tevreden met de telefonische bereikbaarheid van de gemeente. Dit is een toename ten opzichte van 2016. Over het Plein Werk en Inkomen zijn inwoners die gebruik maken van schuldbemiddeling iets kritischer. Net als in 2016 vindt ongeveer twee derde van hen dat het Plein voldoende privacy biedt en prettig is ingericht. De tevredenheid met de openingstijden nam af van 74% in 2016 naar 65% in 2021. Gebruik en ervaring van de website is verbeterd: Sinds 2016 is zowel het gebruik als de ervaren gebruiksvriendelijkheid van de website van de gemeente toegenomen. Waar vijf jaar geleden 67% de website makkelijk en/of prettig vond om mee te werken, daar vindt nu 81% van de inwoners met schuldbemiddeling de website gebruiksvriendelijk. Ook weet men iets vaker de informatie te vinden die zij nodig hebben op de website. De helft van de inwoners die gebruik maakt van schuldbemiddeling (54%) gebruikt ‘Mijn Schuldbemiddeling’. Van deze inwoners zeggen bijna acht op de tien (79%) dat de ontwikkelingen van hun schuldbemiddeling goed te volgen zijn via deze functie. In 2016 was dit nog 67%. Dit lijkt ten koste te gaan van het gebruik van het telefonische spreekuur, waar in 2016 88% dit kende, is dat nu gedaald naar 74%.

Ruime meerderheid ook tevreden over het traject, vertrouwen in goede afloop: Voor acht op de tien inwoners was het aanmeldproces voor schuldbemiddeling duidelijk. Voor een op de tien was dit niet duidelijk. Dit is vergelijkbaar met vijf jaar geleden. Hoewel het aanmeldproces voor de meesten duidelijk is, is ten opzichte van 2016 wel een afname te zien in de tevredenheid over de duidelijkheid van de formulieren (van 79% naar 72%) en de snelheid waarmee contact wordt opgenomen na de aanvraag (van 70% naar 60%)4. Bij het contact met medewerkers van de gemeente Nissewaard (bijvoorbeeld tijdens het aanbodgesprek, de workshops of de intake) vinden inwoners met schuldbemiddeling dat de medewerkers zich goed inleven in hun situatie. Ook zijn zij over het algemeen tevreden over deze stappen in het traject en helpt dit bij het in kaart brengen van hun financiële situatie. Wel is op sommige punten de tevredenheid iets lager dan in 2016. Uit de genoemde verbeterpunten komt naar voren dat een deel van hen (ongeveer 5%) na de workshops blijft zitten met onduidelijkheden over het proces. Ook vindt een deel het prettiger de situatie in een vertrouwelijkere setting te bespreken. Van de deelnemers aan het onderzoek bleek uiteindelijk 6% niet in aanmerking te komen voor een schuldregeling. Twee op de drie is het wel gelukt een schuldregeling te treffen. Bij de rest (27%) loopt de aanvraag nog.

Van de personen waarvan bekend is dat zij in aanmerking komen voor een minnelijke schuldregeling zegt nagenoeg iedereen dat zij vriendelijk en respectvol zijn behandeld (95%). Ook hebben inwoners er vertrouwen in dat de schuldproblemen worden opgelost (88%), dat ze goed zijn geholpen (85%) en dat ze een beter inzicht hebben in de eigen financiële situatie (83%). Ten opzichte van 2016 zijn er op deze punten geen grote verschillen.

4

Aan de duidelijkheid en begrijpelijkheid van de formulieren wordt op dit moment gewerkt.

20

4. Jeugdhulp In dit hoofdstuk geven we een beeld over de Jeugdwet in Nissewaard. Als eerste geven we een beeld van het beroep op jeugdhulp per wijk. Vervolgens wordt dieper ingegaan op de cijfermatige ontwikkeling van de jeugdhulp. Daarna beschrijven we wat in 2020 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein. Tot slot wordt een samenvatting van de bevindingen uit het cliëntervaringsonderzoek jeugdhulp over 2020 gegeven. 4.1 Jeugdhulp per wijk in Nissewaard De onderstaande kaart is gebaseerd op een combinatie van percentages per wijk en absolute aantallen per wijk. De daaronder staande tabel geeft (op vijftallen afgeronde) percentages of promillages per wijk weer. Doordat de kaart ook absolute aantallen meeweegt, komen de kleurverschillen niet altijd overeen met de percentages in de tabel. Het beroep op jeugdhulp wordt zoveel mogelijk gerelateerd aan de doelgroep. Dit betekent dat jeugdhulp gerelateerd wordt aan het aantal minderjarigen in een wijk. In het overzicht beroep op jeugdhulp is alle jeugdhulp met indicatie meegenomen. Uit onderstaande gegevens blijkt dat met name in enkele wijken in Spijkenisse een groter beroep op jeugdhulp wordt gedaan dan gemiddeld in Nissewaard. Het buitengebied kent (afgerond) meer jongeren met jeugdhulp dan inwoners tot 18 jaar (zie tabel 11). Dit heeft te maken met justitiële jeugdinrichting De Hartelborgt.

De Hartelborgt biedt plaats aan 105 jongeren van 12 tot 24 jaar, die om strafrechtelijke redenen zijn opgenomen in de jeugdinrichting. Verreweg het grootste deel van de 50 jeugdigen met jeugdhulp in het buitengebied, verblijft in De Hartelborgt. Met de wijziging van het woonplaatsbeginsel (zie hoofdstuk 8) in 2022 kan hierin mogelijk wijziging komen. Met name in Gildenwijk, maar ook in Akkers, Groenewoud, De Hoek, Waterland en Hoogwerf is het beroep op jeugdhulp groot. In Simonshaven was het beroep op jeugdhulp in 2019 nihil, maar in 2020 is dit naar 10 jeugdigen gestegen. De Elementen en Vierambachten heeft een klein beroep op jeugdhulp (minder dan 10%).

Kaart 2. Beroep op jeugdhulp per wijk eind 2020

21

In alle wijken is het beroep op jeugdhulp procentueel gedaald, behalve in Gildenwijk, Simonshaven en Sterrenkwartier. Gildenwijk had in 2019 reeds het hoogste percentage jeugdigen met jeugdhulp (21%) en doordat de percentages in de meeste wijken dalen is het verschil met de anderen wijken sterk toegenomen. Gildenwijk heeft nu 24% jeugdigen met jeugdhulp, terwijl de eerstvolgende (Groenewoud) 18% jeugdigen met jeugdhulp heeft, net als in 2019. Tabel 11. Overzichtscijfers beroep op maatwerkvoorzieningen vallend onder Jeugdwet per wijk eind 2020

Wijk Abbenbroek Buitengebied Centrum De Akkers De Elementen De Hoek Geervliet Gildenwijk Groenewoud Halfweg Heenvliet Hekelingen Hoogwerf Maaswijk Schenkel Schiekamp Simonshaven Sterrenkwartier Vierambachten Vogelenzang Vriesland Waterland Zuidland

Aantal jongeren met jeugdhulp 25 50 110 390 45 100 25 80 110 0 55 45 110 235 80 70 10 135 10 110 75 300 140

Aantal inwoners tot 18 jaar 205 50 845 2360 630 630 230 325 625 0 405 330 750 1965 630 565 65 865 150 925 580 1850 1150

Percentage jongeren met jeugdhulp 12% 102% 13% 17% 7% 16% 11% 24% 18% 0 14% 14% 15% 12% 13% 12% 15% 16% 7% 12% 13% 16% 12%

4.2 Ontwikkeling jeugdigen met indicatie jeugdhulp Deze paragraaf geeft weer hoeveel gebruik er wordt gemaakt van jeugdhulp. Allereerst geven wij een beeld van hoeveel jeugdigen er een indicatie hebben voor jeugdhulp en hoe deze groep qua bevolkingskenmerken in elkaar zit. In onderstaande grafiek is te zien dat Nissewaard een duidelijk hoger percentage jeugdigen heeft met jeugdhulp dan gemiddeld in Nederland en ook dan de 50% meest gemiddelde gemeenten. Voor het eerst sinds 2015 zien we echter een daling van het aantal jeugdigen met jeugdhulp. De daling is sterker dan het landelijk gemiddelde, waardoor het verschil met het landelijk gemiddelde voor het tweede jaar op rij kleiner is geworden. Doel is dat eind 2022 het percentage jeugdigen met jeugdhulp zich naar de range van 50% meest gemiddelde gemeente toe beweegt. Dit doel is met deze cijfers reeds behaald. De financiële effecten hiervan zijn echter (nog) niet zichtbaar, hooguit is voorkomen dat de kosten nog verder stijgen. Ook is de vraag wat de effecten van corona in 2021 zullen zijn en hoe de Nissewaardse situatie zich dan verhoudt tot de landelijke.

22

15%

14%

13%

12%

11%

10%

2016

2017

2018

2019

2020

Nederland

10,8%

11,4%

11,8%

12,3%

11,9%

Nissewaard

12,9%

13,6%

14,7%

15,0%

13,7%

Grafiek 2. Percentage jeugdigen met Jeugdhulp

In totaal zijn er 2340 jeugdigen met een indicatie voor jeugdhulp in 2020. Dit is 4,3% lager dan een jaar eerder en voor het eerst dat er een feitelijke daling zichtbaar is. In 2018 bedroeg de stijging nog 6,4% en in 2019 1%. Er zijn meer jongens dan meisjes met een indicatie en hierin is ten opzichte van 2019 geen verschil opgetreden. Vanaf de basisschoolleeftijd wordt de meeste jeugdhulp ingezet, daarvoor nauwelijks. Maar juist in de jongste leeftijdsgroep is de daling procentueel het grootst. In de groep van 18-23 jaar heeft zich een zeer grote stijging voorgedaan van 90 jongeren (stijging van ruim 250%). Dit komt deels omdat gemeenten vooruitlopend op een wetswijzing, al voldoen aan afspraken met het Rijk over verlengde pleegzorg tot 21 jaar. Jongeren kunnen nu tot hun 21e levensjaar in een pleegezin blijven als ze dat willen in plaats van tot hun 18e. Het Rijk compenseert de extra kosten. Een andere verklaring kan zijn dat door corona de stap naar meer zelfstandigheid is uitgesteld, net als de overgang van jeugdhulp naar hulp vanuit de Wet langdurige zorg. Ook kan het zijn dat GGZ-hulp voor volwassenen nog niet passend is. Vermoedelijk zullen al deze zaken bijdragen aan de stijging. Tabel 12. Jeugdigen met indicatie jeugdhulp

Totaal jongeren met jeugdzorg

2018 2.420

2019 2.445

Waarvan jongens

1.420

1.420

waarvan meisjes

995

1.020

leeftijd 0 tot 4 jaar

175

175

leeftijd 4 tot 12 jaar

1.215

1.265

leeftijd 12 tot 18 jaar

975

965

leeftijd 18 tot 23 jaar

55

35

Migratieachtergrond Nederland

1.755

1.780

Migratieachtergrond westers

170

160

Migratieachtergrond niet westers

495

500

kind in eenouderhuishouden

865

885

1.350

1.360

205

195

kind bij paar kind overig huishouden

23

% Ontwikkeling % aandeel % aandeel 2019 2020 2020 2020 tov 2019 2.340 -4,3 -3,9 1.365 58,1 58,3 -3,9 980 41,7 41,9 -22,9 135 7,2 5,8 -4,3 1.210 51,7 51,7 -9,8 870 39,5 37,2 257,1 125 1,4 5,3 -4,5 1.700 72,8 72,6 0,0 160 6,5 6,8 -4,0 480 20,4 20,5 -1,1 875 36,2 37,4 -7,0 1.265 55,6 54,1 5,1 205 8,0 8,8

Verreweg het grootste deel van de jeugdigen met jeugdhulp (72,6%) heeft een Nederlandse achtergrond. Ten opzichte van voorgaande jaren is dat nauwelijks gewijzigd. Het aantal kinderen met jeugdhulp vanuit een ‘overige gezinsvorm’ neemt toe (na een daling over 2019), terwijl jeugdhulp in tweeoudergezinnen afneemt. Het grootste deel van de kinderen met jeugdhulp komt nog steeds uit een gezin met twee ouders. 4.3 Soorten jeugdhulp Als we de soort jeugdhulp in natura dat op peildatum 31 december 2020 nog werd geboden uitsplitsen, dan komen we tot onderstaand beeld. De cijfers zijn door CBS afgerond op vijftallen, waardoor de optelling mogelijk niet overeenkomt (bijvoorbeeld de optelling jeugdhulp met verblijf onderin de tabel is 210, terwijl in de derde regel 215 staat). Tabel 13. Jeugdhulptrajecten (afgerond op 5-tallen)

% Ontwikkeling 2020 2020 tov 2019 2.480 -1,2 -1,5 2.265 2,4 215

Totaal jeugdhulptrajecten in natura

2018 2.735

2019 2.510

Jeugdhulp zonder verblijf

2.475

2.300

Jeugdhulp met verblijf

260

210

920 1.215 165 170

910 1.090 100 195

830 1.100 115 225

-8,8 0,9 15,0 15,4

160 40 10 70

115 30 10 55

120 30 0 60

4,3 0,0 -100,0 9,1

Jeugdhulp zonder verblijf Uitgevoerd door wijk- of buurtteam Ambulante jeugdhulp op locatie aanbieder Daghulp op locatie van de aanbieder Jeugdhulp in het netwerk van de jongere Jeugdhulp met verblijf Pleegzorg Gezinsgericht Gesloten plaatsing Ander verblijf bij jeugdhulpaanbieder

Het totaal aantal jeugdhulptrajecten en jongeren met jeugdhulp is over 2020 voor het eerst gedaald. Jeugdhulp met verblijf is echter licht gestegen (afgerond 5 personen, 2,4%). Van de jeugdhulp zonder verblijf is de hulp in het netwerk van de jongere gestegen, net als daghulp op locatie van de aanbieder, al is de daghulp nog steeds fors lager dan over 2018. De daling van de jeugdhulp zonder verblijf over 2020 heeft zich voorgedaan in het JOT (wijkteam); andere onderdelen zijn gestegen. Van de jeugdhulp met verblijf is de pleegzorg gestegen. Dit is een gewenste ontwikkeling binnen het verblijf. Ook ander verblijf is gestegen. Bij beide gaat het om (afgerond) 5 jeugdigen. Er zijn over 2020 (nagenoeg) geen gesloten plaatsingen geweest, terwijl er voorgaande twee jaar nog (afgerond) 10 plaatsingen per jaar waren. Dit is geheel in overeenstemming met de visie op het sociaal domein en de Regiovisie jeugdhulp, waar de hulp zo dichtbij mogelijk wordt gegeven, liefst in de eigen omgeving van het kind of anders zoveel mogelijk gelijkend op een gezinssituatie. Naast de jeugdhulp in natura, wordt ook jeugdhulp in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) gefinancierd. In 2017 waren er 127 pgb’s, in 2018 111 en in 2019 85. In 2020 was dit gedaald tot 45 budgetten.

4.4 Verwijzers naar jeugdhulp Het aantal jeugdhulp-trajecten is hoger dan het aantal jeugdigen met jeugdhulp (zie tabel 12), hetgeen betekent dat diverse jeugdigen meerdere trajecten (soorten hulp) hebben lopen. Als we 24

kijken naar de (op enig moment) in 2020 nog lopende jeugdhulptrajecten in natura, ongeacht in welk jaar het traject is gestart, zien we de volgende ontwikkelingen ten opzichte van 2019 qua verwijzers.

Tabel 14. Verwijzers van in 2020 nog lopende trajecten

Jeugdhulptrajecten

2018 3.660

2019 3.690

Gemeentelijke toegang

1.740

1.850

Huisarts

725

935

Jeugdarts

15

20

Gecertificeerde instelling

550

545

Medisch specialist

205

250

Rechter, officier van justitie

10

15

Geen verwijzer

305

60

Verwijzer onbekend

115

10

% Ontwikkeling % aandeel % aandeel 2020 2020 tov 2019 2019 2020 3.435 -6,9 -3,5 1.785 50,1 52,0 -2,1 915 25,3 26,6 -25,0 15 0,5 0,4 -12,8 475 14,8 13,8 -28,0 180 6,8 5,2 0,0 15 0,4 0,4 -25,0 45 1,6 1,3 -100,0 0 0,3 0,0

Van alle trajecten die in 2020 lopen, is de gemeente (JOT) in ruim de helft van de gevallen de verwijzer. Dit aandeel ligt bijna 2 procentpunt hoger dan in 2019. De huisarts is verantwoordelijk voor ruim een kwart van alle verwijzingen. Regionaal ligt dit percentage veelal hoger. De gecertificeerde instelling (jeugdbescherming) is verantwoordelijk voor bijna 14% van de verwijzingen en dit aandeel wordt kleiner. Jeugdarts en medisch specialist zijn eveneens minder gaan verwijzen. Als we kijken naar trajecten die in 2020 zijn gestart, dan zien we ten opzichte van in 2019 gestarte trajecten het volgende.

Tabel 15. Verwijzers van in 2020 gestarte trajecten

Nieuwe trajecten Gemeentelijke toegang Huisarts Jeugdarts Gecertificeerde instelling Medisch specialist Rechter, officier van justitie Geen verwijzer Verwijzer onbekend

2018 1580 620 365 10 230 100 0 175 70

% % aandeel % aandeel Ontwikkeling 2020 2020 2020 tov 2019 2019 930 -13,1 430 -2,3 41,1 46,2 310 -17,3 35,0 33,3 0 0,0 0,0 0,0 130 -16,1 14,5 14,0 40 -46,7 7,0 4,3 0 0,0 0,0 0,0 0 -100,0 0,9 0,0 0 0,0 0,0 0,0

2019 1070 440 375 0 155 75 0 10 0

Het aantal nieuw gestarte trajecten is in 2020 ruim 13% lager dan in 2019, terwijl er ook in 2019 al een flinke daling van nieuwe trajecten was gerealiseerd. Geen enkele verwijzer is meer gaan verwijzen dan in 2019. De huisarts, specialist en gecertificeerde instelling is fors minder gaan verwijzen. Onduidelijk is in hoeverre hier een corona-effect zichtbaar is. In 2020 is voor het eerst bij alle nieuwe trajecten een verwijzer bekend en geregistreerd, hetgeen duidt op een goed administratief (controle)proces.

25

Uit al deze cijfers mag de conclusie worden getrokken dat het met de jeugdhulp in Nissewaard de gewenste richting op beweegt. Het aantal jeugdigen met jeugdhulp is over 2020 voor het eerst sinds de uitvoering van de Jeugdwet gedaald. Ook is de daling groter dan het landelijk gemiddelde. Er zijn (nagenoeg) geen gesloten plaatsingen geweest in 2020 en de vorm van jeugdhulp die is ingezet is zo dichtbij en licht mogelijk. 4.5 Voor- en vroegschoolse educatie en onderwijs Voor- en vroegschoolse educatie (vve) is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid en sinds 2020 onderdeel van het sociaal domein. Het doel is om peuters met een mogelijke (taal)achterstand, ook wel ‘doelgroepkinderen’ genoemd, beter voor te bereiden op de basisschool en er voor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen. In dit bestuursverslag wordt voor het eerst iets opgenomen over doelgroepkinderen, namelijk hoeveel kinderen tot de doelgroep van vve behoren. Mogelijk wordt in volgende bestuursverslagen meer informatie over vve opgenomen; de monitoring hieromtrent is namelijk nog in ontwikkeling. Vanaf 1 januari 2019 verdeelt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) op een nieuwe manier de middelen die scholen en gemeenten gebruiken voor vve. Hiervoor gebruikt OCW een indicator die is ontwikkeld door het CBS.

De omgevingskenmerken die hierin meegenomen worden zijn opleidingsniveau van de ouders, herkomst, verblijfsduur van de moeder in Nederland, wel of niet in de schuldsanering en het gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op school. Het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid van het ministerie hanteert landelijk een doelgroep van 15%, die niet groter wordt. Dit betekent dat bij de toekenning van middelen aan scholen en gemeenten gekeken wordt naar de kinderen die landelijk tot de 15% behoren met het grootste risico op een onderwijsachterstand. In het dashboard wordt die 15% de ‘landelijke doelgroep’ genoemd. Van de 8040 kinderen uit Nissewaard, valt 20% binnen deze landelijke doelgroep. Door het CBS wordt een onderverdeling per wijk gemaakt. In onderstaande tabel zijn de percentages van de wijken aangegeven die boven het Nissewaardse gemiddelde scoren, inclusief de absolute aantallen. Tabel 16. Percentage doelgroepkinderen vve per wijk boven Nissewaards gemiddelde in 2019

Wijk Gildenwijk De Hoek Sterrenkwartier De Akkers Vriesland Groenewoud Hoogwerf Centrum Schiekamp Totaal

totaal kinderen 160 325 450 1200 285 315 365 415 295 8040

doelgroepkinderen percentage 65 41% 110 34% 150 33% 385 32% 80 28% 85 27% 90 25% 100 24% 70 24% 1630 20%

De wijken die het laagste percentage doelgroepkinderen hebben, zijn De Elementen, Zuidland, Geervliet en Heenvliet. Deze wijken hebben een percentage doelgroepkinderen onder de 10%. Ook voor het eerst is dit bestuursverslag het absoluut en relatief verzuim opgenomen van leerlingen in het basis en voortgezet onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en MBO. Relatief verzuim is wanneer een jeugdige wel staat ingeschreven op school, maar gedurende bepaalde tijd lessen of praktijkonderwijs verzuimt. Ook veelvuldig laatkomen kan hieronder worden geschaard. Uit 26

onderstaande grafiek is te zien dat vanaf 2018 het relatief verzuim in Nissewaard sterk is gestegen en beduidend hoger is komen te liggen dan het landelijk gemiddelde. In samenwerking met scholen en samenwerkingsverband zal bekeken worden welke verklaring(en) hiervoor zijn en wat hieraan kan worden gedaan.

70

50

30

2015

2016

2017

2018

2019

Nederland

29

27

27

23

26

Nissewaard

27

55

31

76

85

Grafiek 3. Relatief verzuim in aantal per 1000 leerlingen

Het absoluut verzuim, als een leer- of kwalificatieplichtige jeugdige niet op een school staat ingeschreven, geeft juist een positief beeld. In Nissewaard zitten in 2019 minder kinderen zonder (passend) onderwijs thuis dan in de 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland. Na 2016 is de prestatie binnen Nissewaard op dit onderdeel structureel beter dan het landelijk gemiddelde.

3

2

1

2015

2016

2017

2018

2019

Nederland

2.3

1.8

1.8

1.9

2.4

Nissewaard

2.4

1.8

0.3

1.3

0.9

Grafiek 4. Absoluut verzuim in aantal per 1000 leerlingen

4.6 Wat er in 2020 is gedaan binnen de Jeugdwet en jeugdgezondheidszorg In het gemeentebrede jaarverslag over 2020, is per programma en vervolgens per onderdeel aangegeven wat in 2020 is gedaan. Dit zijn extra acties, speerpunten of bijzonderheden geweest. Reguliere taken, zoals het verlenen van diverse subsidies, uitvoeren van taken in de JOT’s en

27

reguliere werkzaamheden binnen de GR JR etc is hierin niet opgenomen. Hieronder zijn bijzondere punten weergegeven die betrekking hebben op de Jeugdwet en jeugdgezondheidszorg.  Er is via livestream ‘social talk’ met jongeren gesproken, onder andere over eenzaamheid.  We hebben in 2020 de inzet van het jongerenwerk uitgebreid net als de inzet van het schoolmaatschappelijk werk.  Bij het leerlingenvervoer heeft de corona ervoor gezorgd dat het solovervoer is gestegen.  In 2020 hebben we per gebied een netwerkregisseur ingezet om de verbinding in praktijk tussen partijen te verstevigen en de sturen op kwaliteit van de inzet. In 2020 hebben we daarmee bereikt dat er focus kwam te liggen op de vragen en thema's die spelen in de wijken, de verbinding tussen de partijen is verstevigd en gerichter is ingezet (vergroting kennis en expertise en gerichte inzet van producten en diensten).  In het kader van de ontwikkelagenda van gemeente en CJG Rijnmond zijn er in 2020 voor Kansrijke Start de eerste bijeenkomsten geweest tussen gemeenten, Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en de geboortezorgketen om richting te geven aan welke concrete zaken gewerkt moet worden ten behoeve van de eerste 1000 dagen van een kind.  In de voorschoolse educatie heeft er een urenuitbreiding plaatsgevonden van 10 uur naar 16 uur per week. Tevens heeft er afgelopen zomer een zomerschool plaatsgevonden.

 Er is een regioplan voor samenwerking met praktijkondersteuners van huisartsen op VoornePutten en Goeree-Overflakkee in ontwikkeling (gereed in 2021).  Als gevolg van Corona heeft het herformuleren van de opdracht voor de Jeugdondersteuningsteams (JOT's) vertraging opgelopen. De focus heeft vooral gelegen op het bieden van aangepaste hulpverlening conform de regels van het RIVM en op het wegwerken van de wachtlijsten. Het wegwerken van de wachtlijsten is gerealiseerd. Dit in samenwerking met het schoolmaatschappelijk werk. Daarnaast is er een programma gestart om de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp te versterken (Kinderogen).  De Aanpak Jeugdoverlast is opgezet en in uitvoering gebracht. Daarnaast is er meer samenwerking gekomen met Openbare Orde en Veiligheid en andere veiligheidspartners om het geweld op straat onder jeugdigen aan te pakken.  De consultatiefunctie van de jeugdbescherming is beperkt doorgevoerd onder invloed van Corona. Er is voor Voorne-Putten een gezamenlijke voorzitter voor het jeugdbeschermingsplein aangesteld en de overheveling van alle trajecten intensieve vrijwillige hulpverlening (voorheen drang) is voorbereid (besluitvorming en start in 2021 gerealiseerd).  Er is door de samenwerkende gemeenten binnen de GR JR een regiovisie opgesteld, die voor zienswijze voorgelegd is aan alle gemeenteraden in Rijnmond.

Inmiddels hebben alle gemeenteraden de regiovisie vastgesteld.  Voor voortijdig schoolverlaters heeft er een beleidswijziging plaats gevonden waardoor het ‘Regionale Meld- en Coördinatiepunt voortijdig schoolverlaten’ (RMC deel) door de gemeenten zelf uitgevoerd wordt zodat dit gekoppeld kan worden aan leerplicht.  Wij hebben sinds eind 2020 twee toezichthouders Wmo en Jeugdwet. De opdracht die de toezichthouders hebben meegekregen is dat onze inwoners de zorg krijgen die ze nodig hebben. De toezichthouders Wmo en Jeugdwet richten zich ook op preventie en gaan het toezicht zo inrichten dat we kunnen handhaven op rechtmatigheid. De functie van toezichthouder Rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet moet nog helemaal worden opgebouwd. De toezichthouders zijn bezig een werkproces op te stellen, de in- en externe partners in kaart te brengen en een meldpunt zorgfraude in te richten.  Er zijn accountmanagers gestart (ook voor Wmo) om de gemeentelijke regierol op maatwerkvoorzieningen (en enkele grote subsidies) mede te kunnen uitvoeren. De accountmanagers sturen op nakoming van afspraken, verbeteropdrachten waar zaken in de praktijk niet lekker lopen, kostenefficiëntie en innovatie binnen de maatwerkvoorzieningen. In 2020 hebben zij specifieke afspraken gemaakt met aanbieders over (alternatieve) levering van diensten en voorzieningen in verband met de Coronamaatregelen. 28

4.7 Cliëntervaringen Jeugdwet 2020 Voor de Jeugdwet en de Wmo geldt dat (jaarlijks) een ervaringsonderzoek gehouden moet worden onder cliënten (ceo). In deze paragraaf staat een samenvatting van de uitkomsten, gebaseerd op uitgevoerde onderzoeken in november 2019 en mei 2020. In totaal ontvingen – verdeeld over deze twee metingen - 1206 jeugdhulp cliënten of hun ouders in Nissewaard een brief met het verzoek deel te nemen aan het onderzoek. In totaal hebben 80 ouders en 56 jongeren de vragenlijst ingevuld (11%). Deze samenvatting geeft de belangrijkste uitkomsten van dit onderzoek:  Ruime helft weet waar zij moeten zijn: Iets meer dan de helft van de jeugdhulpcliënten of hun ouders (55%) wisten voorafgaand waar zij terecht konden met hun hulpvraag. Een vijfde (22%) wist dit niet. Deze percentages zijn vergelijkbaar met 2019. In de landelijke referentiegroep wist in 2018 65% waar zij terecht konden met een hulpvraag. In Nissewaard is 20% van de jeugdhulpcliënten bekend met onafhankelijke cliëntondersteuning net als in 2019, ten opzichte van 18% in de landelijke referentiegroep (onderzoek 2019).  Cliënten zijn positief over het contact in het kader van de hulpvraag: Acht op de tien cliënten vinden dat ze serieus worden genomen, driekwart vindt dat er samen naar oplossingen wordt gezocht. Dit is vergelijkbaar met 2019 en met de landelijke referentiegemeenten in dat jaar.

55% van de cliënten jeugdhulp voelt zich in 2020 snel geholpen. Dit is hoger dan in voorgaande jaren (rond 47%), maar ligt nog steeds lager dan de landelijke referentiegroep in 2019 (64%).  Bejegening door hulpverleners het meest gewaardeerd: Een grote meerderheid van de cliënten en/of hun ouders is tevreden met de ondersteuning die zij ontvangen. Zo vindt 87% dat zij met respect worden behandeld door de hulpverlener (71% in de landelijke referentiegroep in 2019). Ook vinden acht op de tien cliënten dat zij serieus worden genomen (landelijk 60% in 2019) en dat beslissingen over de hulp samen worden genomen. Een aandachtspunt is de snelheid waarmee cliënten worden geholpen. Ondanks dat de tevredenheid hierop is gestegen, is nog bijna drie op de tien (29%) hier ontevreden over.  Meerderheid krijgt hulp zoals afgesproken en is in hun ogen de beste oplossing: Een meerderheid van de cliënten jeugdhulp in Nissewaard (58%) heeft de hulp gekregen zoals met hen is afgesproken. Dit is lager dan in 2019. Jeugdhulpcliënten of ouders die niet de hulp kregen zoals afgesproken, kunnen niet herinneren dat zij een brief met een besluit hebben ontvangen of zeggen dat de hulp nog niet is gestart. Verder hebben sommige ouders zelf hulp geregeld of bleek de hulp toch niet nodig te zijn.

59% zegt dat de hulp of begeleiding heeft opgeleverd wat in de ogen van de cliënt en/of de ouders de beste oplossing is. In 2019 was dit 66% en in 2018 67%. Wanneer de hulp of begeleiding nog niet de beste oplossing heeft opgeleverd, is dit vaak omdat de hulp nog niet is afgerond of dat er nog een vervolgtraject komt.  Door de hulp voelen cliënten zich beter: In totaal ervaart driekwart van de cliënten één of meer effecten van de ontvangen jeugdhulp. Ten opzichte van voorgaande jaren voelen cliënten zich wel minder goed door de hulp. In 2019 voelde 79% van de cliënten zich beter en in 2020 is dit gedaald naar 67%. Ook het percentage waarbij het beter gaat met gedrag is afgenomen van 75% in 2019 naar 66% in 2020. Vergeleken met 2019 is er op bijna alle aspecten een afname te zien. Ten opzichte van 2019 is er wel verbetering te zien in de relatie met vrienden en anderen. Mogelijk heeft de coronacrisis hier invloed op gehad.  Minder dan de helft van de ondersteuning is hetzelfde tijdens corona: Tijdens de tweede meting van 2020 is aan cliënten gevraagd wat de invloed van de coronacrisis is op de ondersteuning die zij ontvangen. 41% van de ondersteuning kon tijdens de coronacrisis op dezelfde manier doorgaan. Bij een klein deel is de ondersteuning anders of stopgezet (beide 3%). Bij 15% is de ondersteuning minder dan normaal.

29

5. Maatschappelijke ondersteuning In dit hoofdstuk geven we een beeld over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in Nissewaard. Als eerste geven we een beeld van het beroep op Wmo per wijk. Vervolgens wordt dieper ingegaan op de cijfermatige ontwikkeling van voorzieningen binnen de Wmo. Daarna beschrijven we wat in 2020 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein. Tot slot wordt een samenvatting van de bevindingen uit het cliëntervaringsonderzoek Wmo gegeven. 5.1 Wmo-voorzieningen per wijk in Nissewaard De onderstaande kaart is gebaseerd op een combinatie van percentages per wijk en absolute aantallen per wijk. De daaronder staande tabel geeft (afgeronde) percentages of promillages per wijk weer. Doordat de kaart ook absolute aantallen meeweegt, komen de kleurverschillen niet altijd overeen met de percentages in de tabel. Het beroep op Wmo wordt zoveel mogelijk gerelateerd aan de doelgroep. Dit betekent dat ook specifiek naar ouderen wordt gekeken omdat die leeftijdsgroep een relatief groot beroep doet op Wmo. Bij het beroep op Wmo in Nissewaard is alle persoonsgebonden Wmo meegeteld, dus bijvoorbeeld wel beschermd wonen, maar niet maatschappelijke opvang. Vanwege de grotere aantallen ouderen die gebruik maken van de Wmo, zijn deze meer bepalend voor de wijk-kleur in de kaart dan mensen onder de 66.

Meer

Minder

Kaart 3. Beroep op Wmo per wijk eind 20205

In Centrum is het beroep op Wmo het grootst. Dit heeft (deels) te maken met het feit dat hier in verhouding meer woningen of (woon)voorzieningen voor ouderen zijn. Ook in Groenewoud, Gildenwijk, Vierambachten en Vogelenzang is het beroep op Wmo relatief hoog, zo blijkt uit onderstaande tabel. Laag is het beroep op Wmo in Hekelingen en Simonshaven. In vrijwel alle wijken en kernen is het beroep op Wmo procentueel gedaald ten opzichte van 2019, zowel onder de groep jonger dan 66 jaar, als onder de groep ouderen. Onder de groep ouderen is de procentuele daling vaak spectaculair. Dit heeft enerzijds te maken met (grote) stijging van het aantal 5

Bevat alle Wmo-onderdelen uit GWS suites, conform de CBS-richtlijnen, dus inclusief beschermd wonen en gehandicaptenparkeerkaart, maar exclusief woningurgentie.

30

inwoners van 66 jaar en ouder ten opzichte van 2019, terwijl deze ‘nieuwe ouderen’ veelal (nog) geen Wmo-voorziening nodig hebben. Anderzijds is ook het aantal Wmo-cliënten van 66 jaar en ouder in absolute zin, per 31-12-2020 sterk gedaald ten opzichte van een jaar eerder. Deze daling is overigens pas aan het einde van 2020 te zien, als naar het gemiddelde over 2020 wordt gekeken, dan is geen daling te zien. In de volgende paragraaf gaan we hier verder op in. Tabel 17. Overzichtscijfers Wmo per wijk eind 2020

Wijk Aantal Wmo cliënten Abbenbroek 21 Buitengebied 2 Centrum 147 De Akkers 313 De Elementen 24 De Hoek 63 Geervliet 21 Gildenwijk 56 Groenewoud 101 Halfweg 0 Heenvliet 26 Hekelingen 21 Hoogwerf 100 Maaswijk 118 Schenkel 71 Schiekamp 49 Simonshaven 8 Sterrenkwartier 83 Vierambachten 14 Vogelenzang 118 Vriesland 52 Waterland 128 Zuidland 35

18 tot 66 jaar Aantal Percentage Inwoners Inwoners met Wmo 785 2.7% 120 1.7% 3570 4.1% 6655 4.7% 1665 1.4% 1690 3.7% 970 2.2% 1000 5.6% 1945 5.2% 0 1520 1.7% 975 2.2% 2415 4.1% 7630 1.5% 2440 2.9% 2010 2.4% 405 2.0% 2595 3.2% 565 2.5% 3460 3.4% 1835 2.8% 5210 2.5% 3555 1.0%

Aantal Wmo cliënten 19 3 351 205 105 33 45 27 204 0 48 21 121 271 159 120 10 134 54 183 38 109 163

66 jaar of ouder Aantal Percentage Inwoners Inwoners met Wmo 290 7% 95 3% 2205 16% 1765 12% 1170 9% 635 5% 445 10% 195 14% 1340 15% 445 0% 595 8% 440 5% 1040 12% 2035 13% 1345 12% 990 12% 270 4% 1520 9% 315 17% 1190 15% 375 10% 1675 7% 1440 11%

5.2 Ontwikkeling Wmo-gebruik (exclusief centrumtaken) In aanvulling op de cijfers in voorgaande jaren, is naast het standcijfer6 op 31 december 2020 ook het jaargemiddelde opgenomen van bijvoorbeeld het aantal gebruikers van lokale Wmo-voorzieningen. Dit omdat gedurende het jaar de Wmo een wisselend beeld liet zien, waardoor alleen het standcijfer op 31 december een vertekend beeld kan geven over het aantal voorzieningen in de Wmo over 2020. Op 31 december 2020 hadden 1,9% minder inwoners een Wmo-voorziening dan op 31 december 2019. Het gemiddeld aantal inwoners met een Wmo-voorziening over het hele jaar 2020 ligt echter 3% hoger dan gemiddeld in 2019. Per gebruiker worden ook iets meer voorzieningen ingezet dan vorig jaar. De stijging zal (groten)deels het gevolg zijn van invoering van het abonnementstarief, zoals voorafgaand aan de invoering ook is voorspeld en gevreesd. Corona heeft in 2020 geen duidelijke gevolgen gehad voor het aantal indicaties. Wel hebben we gezien dat er van afgegeven indicaties 6

Standcijfer is het aantal op een bepaalde datum, in dit geval 31 december 2020

31

minder gebruik is gemaakt. Dit kwam bijvoorbeeld omdat dagbestedingen gesloten werden tijdens de lockdown(s) en sommige mensen geen huishoudelijke hulp thuis durfden te laten komen. Ook is er veel minder gebruik gemaakt van het collectief vraagafhankelijk vervoer. Omdat Nissewaard het advies van de VNG heeft gevolgd om zorgaanbieders te compenseren voor het grootste deel van niet geleverde diensten, zijn de uitgaven op de Wmo veelal niet lager dan begroot. Tabel 18. Wmo voorzieningen

Aantal Wmo-cliënten Aantal Wmo voorzieningen Gemiddeld aantal Wmo voorzieningen

31-122018 6.461 12.299

31-122019 6.847 13.910

1,90

2,03

% 2020 31-12- tov 2020 2019 6.716 -1,9 13.777 -1,0 2,05

% Gemid- Gemid- Gemid- 2020 deld deld deld tov 2018 2019 2020 2019 6.461 6.736 6.939 3,0 12.299 13.212 14.245 7,8 1,90

1,96

2,05

Als we inzoomen op de verschillende soorten voorzieningen, dan zien we daarin enkele ontwikkelingen. Allereerst stijgt het aantal aanvragen ook dit jaar, en wel met 11,5% (in 2019 was er 16,3% stijging ten opzichte van 2018). Dit is (vermoedelijk) nog steeds het effect van de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Dat een stijgend aantal aanvragen niet per se leidt tot een stijging in aantal Wmo-cliënten, komt omdat niet alle aanvragen leiden tot een voorziening en omdat er ook mensen uitstromen uit en Wmo-voorziening.

Tabel 19. Aanvragen en aantallen cliënten per Wmo-voorziening

Ingediende aanvragen Klanten collectief vervoer Klanten vervoersvoorziening Klanten huishoudelijk hulp Klanten parkeervoorziening Klanten rolvoorziening Klanten woonvoorziening Klanten begeleiding

31-122018 4.176 4.652 789 1.565 1.260 488 722 714

31-122019 4.861 4.777 1.065 1.985 1.351 592 771 937

% 2020 31-12- tov 2020 2019 5.421 11,5 4.625 -3,2 1.213 13,9 2.164 9,0 1.353 0,1 574 -3,0 766 -0,6 734 -21,7

% Gemid- Gemid- Gemid- 2020 deld deld deld tov 2018 2019 2020 2019 4.603 776 1.519 1.238 456 705 685

4.742 950 1.784 1.298 545 746 807

4.754 1.196 2.141 1.359 600 784 844

0,3 25,9 20,0 4,7 10,1 5,1 4,6

In 2020 is binnen de voorzieningen in natura wederom de grootste stijging te zien bij een vervoersvoorziening (zoals een scootmobiel) en bij huishoudelijke hulp. Bij het collectief vervoer is de stijging het kleinst (net als in 2019). In totaal is het aantal gebruikers van collectief vervoer het grootst, op afstand gevolgd door huishoudelijke hulp. Er zijn grote verschillen tussen het standcijfer op 31 december en het jaargemiddelde. Dit komt omdat er in december 2020 veel indicaties geëindigd zijn. Mogelijk dat een deel van die indicaties in 2021 weer worden heropgestart. Naast ondersteuning in natura, kunnen inwoners ook hulp via een persoonsgebonden budget ontvangen. Voor de Wmo zijn de aantallen persoonsgebonden budget (sterk) gedaald. Deze trend is

32

al jaren zichtbaar. Alleen de PGB’s voor hulpmiddelen zijn licht gestegen, al gaat dit om zeer beperkte aantallen. Tabel 20. Aantallen cliënten met een persoonsgebonden budget

PGB's hulpmiddelen PGB'S Huishoudelijke hulp PGB'S begeleiding/dagbesteding PGB’s Verblijf7

31-122018 25 106

31-122019 20 90

55 49

29 43

% 2020 31-12- tov 2020 2019 22 10,0 52 -42,2 26 27

Gemid- Gemiddeld deld 2018 2019 29 21 112 95

-10,3 -37,2

70 52

46 46

% Gemid- 2020 deld tov 2020 2019 22 4,8 69 -27,4 34 38

-26,1 -17,4

De vergelijking met Nederland in onderstaande grafiek, laat zien dat er in Nissewaard een beduidend groter aandeel inwoners is met een indicatie voor een Wmo-voorziening dan landelijk gemiddeld. Niet alleen zitten we sterk boven het gemiddelde, ook is er maar beperkte variatie tussen gemeenten (het grijze vlak is betrekkelijk klein), waardoor Nissewaard echt wel als afwijkend kan worden gezien. Over 2020 is het verschil met het landelijk gemiddelde iets kleiner geworden, zo blijkt uit onderstaande grafiek. Momenteel ligt het aantal Wmo-cliënten per 1000 inwoners in Nissewaard 28% hoger dan het landelijk gemiddelde (in 2019 was dit nog 30%). Streven is dit in 2022 teruggebracht te hebben tot 15%. Deze doelstelling lijkt op basis van deze ontwikkeling niet haalbaar, ook al is wel de juiste beweging ingezet.

80

70

60

50 2016

2017

2018

2019

2020

Nederland

59

58

61

65

67

Nissewaard

73

79

81

85

86

Grafiek 5. Aantal Wmo cliënten per 1000 inwoners

7

Verblijf betreft met name Beschermd Wonen (in brede zin, dus inclusief LVB beschermd wonen) en in zeer beperkte mate kortdurend verblijf (logeerfunctie).

33

De leeftijd waarop mensen voor het eerst huishoudelijke hulp ontvangen is wederom sterk gestegen, zoals blijkt uit onderstaande tabel, hetgeen een positieve ontwikkeling is. De instroomleeftijd voor vervoersvoorzieningen, zoals een scootmobiel, is iets jonger geworden. Tabel 21. Leeftijd waarop voor het eerst een voorziening wordt ontvangen

Huishoudelijke hulp Vervoersvoorzieningen

2017 66,8 68,3

2018 68,6 70,1

2019 70,6 70,1

2020 72,0 69,6

5.3 Mantelzorg Mensen met een beperking hebben vaak structureel hulp van hun naasten, dit noemen we mantelzorg. De verschillende metingen naar het aandeel mantelzorgers geven verschillende uitkomsten. Er is via de Nissewaard Peiling driemaal onderzoek gedaan naar het percentage mantelzorgers in Nissewaard, in 2016, 2018 en 2020. Dit zijn de blauwe driehoekjes in onderstaande grafiek. Volgens de Nissewaard Peiling verricht in 2016 19,5%, in 2018 18,2% en in 2020 20,5% van onze inwoners mantelzorg. De GGD-gezondheids-monitor geeft een heel ander beeld. Slechts 12,6% van de inwoners van Nissewaard verricht in 2016 mantelzorg (blauwe ruit) en in 2020 13,6% ten opzichte van landelijk 14,2% in 2016 en 13,5% in 2020 (oranje ruit). Op basis van de gezondheidsmonitor kan geconcludeerd worden dat in Nissewaard in 2020 niet meer of minder mensen mantelzorger zijn dan gemiddeld in Nederland, namelijk rond 13,5%. Gezondheidsmonitor

Nissewaardpeiling

20%

18%

16%

14%

12% 2016 Nissewaard

19,5%

Nederland Nissewaard

14,2% 12,6%

2017

2018 18,2%

2019

2020 20,5% 13,5% 13,6%

Grafiek 6. Percentage mantelzorgers

De verschillen in vraagstelling tussen beide onderzoeken, rechtvaardigen niet het verschil in uitkomst tussen de Nissewaard Peiling en de Gezondheidsmonitor. Er is dan ook geen verklaring te geven voor de verschillende uitkomsten. 5.4 Wat in 2020 is gedaan binnen de Wmo In het gemeentebrede jaarverslag over 2020, is per programma en vervolgens per onderdeel aangegeven wat in 2020 is gedaan. Dit zijn extra acties, speerpunten of bijzonderheden geweest. 34

Reguliere taken, zoals het verstrekken van Wmo-voorzieningen en het verlenen van diverse subsidies, etc is hierin niet opgenomen. Hieronder zijn de bijzondere punten uit het jaarverslag, met enkele aanvullingen, weergegeven.  Onder de noemer ‘Elkaar Waard’ gaven we invulling aan het thema eenzaamheidbestrijding. Eenzaamheid is een thema waar het afgelopen jaar gedurende de pandemie veel aandacht voor is geweest. Er zijn alternatieven bedacht om contact toch mogelijk te maken. Tijdens de Week tegen de Eenzaamheid is hier extra bij stil gestaan. Een balkonbingo voor senioren in de zomer is een voorbeeld hiervan. Andere voorbeelden zijn: extra belmaatjes die eenzame mensen belden voor een praatje en Social Talk via een livestream welke veel jongeren trekt.  Er zijn accountmanagers gestart (ook voor Jeugdwet) om de gemeentelijke regierol op maatwerkvoorzieningen (en enkele grote subsidies) mede te kunnen uitvoeren. De accountmanagers sturen op nakoming van afspraken, verbeteropdrachten waar zaken in de praktijk niet lekker lopen, kostenefficiëntie en innovatie binnen de maatwerkvoorzieningen.  In 2020 is als onderdeel van het programma Toekomstbestendig Sociaal Domein een start gemaakt met het project integrale ingang, gericht op betere ondersteuning: integraler en ‘dichterbij’, binnen de beschikbare financiële middelen (ook voor Jeugdwet en Wgs).

Dat wordt gerealiseerd om beter te kunnen te sturen op een ander gebruik van voorzieningen, o.a. door versterking van de ‘eigen kracht en oplossend vermogen’ van de inwoner en van de samenleving, meer en passend basisaanbod dat aansluit bij de leefwereld van inwoners en meer risicogestuurde preventie voor specifieke doelgroepen.  Medio 2020 is er een start gemaakt met het Actieplan Huishoudelijke hulp om de groei in de kosten voor huishoudelijke hulp te beperken, waarbij degenen die hulp nodig hebben ook hulp ontvangen. Het actieplan eerste tranche richt zich op sturingsmogelijkheden in wet- en regelgeving, data en werkprocessen.  Samen met o.a. ggz-aanbieders, huisartsen, politie en woningbouwcorporaties is input verzameld voor een aanpak Personen met Verward gedrag. Ook is gewerkt aan verbetering van de lokale werkwijze omtrent de Wet Verplichte GGZ.  Er is een nieuwe regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling opgesteld, genaamd ‘Geweld hoort nergens thuis’ en een 0-meting in het lokale veld uitgevoerd. Naar aanleiding van de 0-meting wordt een verbeterplan opgesteld in samenwerking met de gemeenten in onze regio.  Twee procesregisseurs zijn opgeleid voor intensieve casusregie volgens de multifocus methodiek, gericht op een duurzame aanpak van langdurige en ernstige geweldsproblematiek binnen relaties.

 De crisisopvang voor vrouwen en kinderen die vanwege geweld niet thuis kunnen blijven, is verhuisd naar een geschiktere locatie waar ook in tijden van Covid-19 opvang mogelijk is. Dak- en thuislozen zijn wegens de coronamaatregelen deels in een hotel opgevangen en ook hier is een verhuizing naar een meer geschikte locatie voorbereid.  Er is een scholingsaanbod voor gemeentelijk medewerkers en voor onderwijs en kinderopvang over de Meldcode huiselijk geweld, zodat de medewerkers huiselijk geweld beter kunnen signaleren en vooral weten hoe te handelen.  Het Plan van Aanpak terugdringen Dak- en Thuisloosheid is opgesteld. Met dit plan is door de samenwerkende gemeenten, zorgaanbieders, cliënten en woningbouwcorporaties van de Zuid Hollandse Eilanden een aanvraag ingediend bij het ministerie van VWS voor een deel van de landelijk beschikbaar gestelde middelen om 10.000 extra woonplekken met passende begeleiding te realiseren voor dak- en thuisloze mensen (Brede Aanpak Dak- en thuisloosheid). De gemeente Nissewaard heeft als centrumgemeente ca. € 1.500.000 toegekend gekregen. Van deze middelen worden in 2021 en 2022 diverse pilots uitgevoerd, gericht op preventie van instroom en het versnellen van uitstroom uit de opvangvoorzieningen.

35

Wij hebben sinds eind 2020 twee toezichthouders Wmo en Jeugdwet. De opdracht die de toezichthouders hebben meegekregen is dat onze inwoners de zorg krijgen die ze nodig hebben. De toezichthouders Wmo en Jeugdwet richten zich ook op preventie en gaan het toezicht zo inrichten dat we kunnen handhaven op rechtmatigheid.

5.5 Cliëntervaringen Wmo 2020 Voor de Jeugdwet en de Wmo geldt dat (jaarlijks) een ervaringsonderzoek gehouden moet worden onder cliënten (ceo). De doelgroep van het ceo Wmo zijn cliënten die in 2020 van de gemeente een individuele Wmo-maatwerkvoorziening ontvingen. In totaal ontvingen – verdeeld over twee metingen – 1059 cliënten een uitnodigingsbrief met het verzoek om deel te nemen aan het onderzoek, waarvan 539 cliënten de vragenlijst volledig hebben ingevuld; een respons van 51%. De belangrijkste bevindingen zijn:  Bekendheid toegang afgenomen: Bijna driekwart (73%) van de cliënten uit Nissewaard weet voorafgaand waar zij terecht kunnen met hun hulpvraag. De bekendheid is daarmee iets lager dan de resultaten over 2019 (77%). Ook in de snelheid waarmee cliënten zijn geholpen is een afname te zien (van 73% in 2019 naar 67% in 2020). De meest tevreden cliënten zijn te vinden in de wijken van het gebied Zuid-Oost en de minst tevreden cliënten in de kleine kernen. De bekendheid van onafhankelijke cliëntondersteuning is met 22% vergelijkbaar met 2019.  Cliënt voelt zich in Nissewaard serieus genomen: De cliënten zijn over het algemeen positief over hoe de gemeente met de hulpvraag omgaat. Ten opzichte van 2016 is de tevredenheid flink toegenomen. In 2020 is echter een afname te zien vergeleken met het vorige jaar.

Een ruime meerderheid van 85% van de cliënten vindt dat zij serieus werden genomen (2019: 90%). Driekwart van de cliënten (74%) merkt op dat er in het gesprek samen naar een oplossing voor de hulpvraag wordt gezocht (2019: 78%).  Keukentafelgesprek wordt goed gewaardeerd: Een meerderheid van de cliënten vindt dat het keukentafelgesprek goed is verlopen en is tevreden met de gekozen oplossing (81%). Het meest tevreden is men over de manier waarop er geluisterd werd door de consulent tijdens het gesprek en deskundigheid van de medewerker (83%). Acht op de tien cliënten zijn tevreden over het contact met de medewerker en over de gekozen oplossing. Deze percentages zijn vergelijkbaar met 2019.  Ruime meerderheid vindt kwaliteit van de ondersteuning goed: Men is doorgaans positief over de kwaliteit van de ondersteuning. Ruim acht op de tien vinden deze goed (83%) en passend bij de hulpvraag die men had (83%). De kwaliteit is vergelijkbaar met 2019, terwijl de passendheid licht is afgenomen. Een even groot deel van de cliënten vindt dat de ondersteuning of hulp die zij nu krijgen ook de best passende oplossing voor hun hulpvraag is. Indien men dit niet vindt, komt dit vooral doordat zij (te) veel last hebben van een (ernstige) ziekte, of omdat zij vinden dat ze te weinig ondersteuning krijgen.

 Goed rapportcijfer voor zorgaanbieders: Bijna iedereen (95%) is tevreden over de ondersteuning die zij hebben ontvangen van de zorgaanbieder. Twee derde geeft een 8 of hoger. Ruim een kwart waardeert de ondersteuning met een 6 of 7 en een enkeling (5%) geeft een onvoldoende. Het gemiddelde rapportcijfer voor de ondersteuning is een 7,9. In 2018 en 2019 was dit een 7,7.  Driekwart ondersteuning blijft onveranderd tijdens coronacrisis: Drie kwart van de ondersteuning kon tijdens de coronacrisis op de gebruikelijke manier doorgaan. Bij een klein deel is de ondersteuning anders (2%) of minder (4%). En bij 2% is de ondersteuning stopgezet. Andere antwoorden die zijn gegeven is dat de inwoner nog helemaal geen gebruik had gemaakt van de ondersteuning, dat het aanvragen alleen langer duurde of dat men nergens naartoe kon.  Cliënten ondervinden positieve effecten door de ondersteuning: Cliënten ervaren positieve effecten van de ontvangen ondersteuning. Circa acht op de tien kunnen zich beter redden (81%). Ruim driekwart (77%) kan beter de dingen doen die ze willen. Iets minder (75%) cliënten ervaren een betere kwaliteit van leven. Dit is vergelijkbaar met de afgelopen jaren. Ook heeft de

36

ondersteuning effect op het dagelijkse leven van cliënten, bijvoorbeeld het onderhouden van sociale contacten of het binnen en buiten rond kunnen lopen of rijden. Niet iedereen is bekend met de mogelijkheden voor mantelzorgondersteuning: Naast ondersteuning uit een Wmo-maatwerkvoorziening ontvangen veel cliënten ook op een andere manier ondersteuning. Ruim de helft krijgt mantelzorg van de partner, buren of van familieleden. Zes op de tien cliënten die mantelzorg ontvangen, denkt dat diegene de zorg voor hen wel aan kan. Een aanzienlijk kleinere groep cliënten maakt gebruik van een particuliere schoonmaakdienst, algemene voorzieningen of een vrijwilliger, maatje of coach. In Nissewaard zijn verschillende mogelijkheden om mantelzorgers te ondersteunen en ontlasten. Het inzetten van een beroepskracht is de meest bekende en gebruikte vorm om de mantelzorg te ontlasten. Daarna volgt opvang buitenshuis. Het minst bekend is dat mantelzorgers ondersteuning kunnen krijgen van een mantelzorgconsulent. Driekwart van de cliënten kent deze vorm van ondersteuning niet.

37

6. Monitoren van maatschappelijke effecten In Nissewaard hebben we drie hoofddoelstellingen geformuleerd voor het sociaal domein: 1. Kinderen en jeugdigen groeien gezond, kansrijk en veilig op en zijn straks als volwassenen in staat te functioneren in de samenleving 2. Inwoners kunnen voor zichzelf en hun directe omgeving zorgen 3. Inwoners zijn sociaal betrokken en dragen naar vermogen bij aan de samenleving Om te bezien of we in de goede richting bewegen, hebben we indicatoren benoemd die iets zeggen over de mate waarin we richting deze hoofddoelstellingen op weg zijn. Dit zijn onze effectindicatoren. Deze indicatoren kunnen we over het algemeen niet rechtstreeks beïnvloeden, maar ze zeggen wel wat over onze gezamenlijke inspanningen. In dit hoofdstuk laten we de trend zien in de effectindicatoren. 6.1 Doelstelling 1: kinderen en jeugdigen De eerste doelstelling over kinderen en jeugdigen, valt in een aantal delen uiteen. Zo wordt gesproken over gezond, kansrijk en veilig opgroeien. Daarom worden hier ook effectindicatoren benoemd die over deze onderdelen iets zeggen. Over gezond opgroeien zijn geen betrouwbare cijfers beschikbaar die eens per jaar of per twee jaar worden geactualiseerd.

De GGD-monitor levert betrouwbare cijfers over bijvoorbeeld overgewicht bij jeugdigen, echter deze zijn slechts eens per vier jaar beschikbaar en daarom niet relevant voor een jaarlijkse effectmonitor. Voor kansrijk en veilig opgroeien zijn wel indicatoren beschikbaar. Kansrijk opgroeien De eerste indicator is het percentage ‘kinderen in bijstandsgezinnen’. Uit onderzoek8 blijkt dat kinderen waarvan de ouder(s) een bijstandsuitkering hebben/heeft, grotere kans hebben op sociale uitsluiting, jeugdhulp en verminderde kansen voor de toekomst dan kinderen uit andere gezinnen. Dit geldt zelfs als in die andere gezinnen weinig financiële middelen beschikbaar zijn. Kortom, daar waar armoede al een negatief effect heeft op de kansen voor kinderen, wordt dit nog versterkt als er sprake is van een bijstandsuitkering.

8%

6%

4% 2015

2016

2017

2018

2019

Nederland

6,6%

6,7%

6,7%

6,4%

6,1%

Nissewaard

8,9%

9,1%

9,6%

9,4%

9,2%

Grafiek 7. Percentage kinderen in bijstandsgezin

8

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/04/wie-opgroeit-in-een-uitkeringssituatie-heeft-later-bovengemiddeld-vaak-eenuitkering

38

Doel is dat eind 2022 het percentage kinderen dat opgroeit in een bijstandsgezin in Nissewaard zich binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland bevindt. Alhoewel het percentage kinderen in bijstandsgezinnen in Nissewaard wel daalt, daalt het minder hard dan landelijk gemiddeld. Het verschil met het landelijk gemiddelde is daarmee groter geworden. Omdat de laatste cijfers een jaar achter lopen op de cijfers over het aantal bijstandsgerechtigden per 1000 inwoners, is nog onbekend of de gunstige ontwikkeling van het bijstandsbestand over 2020 (zie grafiek 1) ook een positief effect heeft gehad op het aantal kinderen in de bijstand. Belangrijke indicatoren omtrent kansrijk opgroeien hebben te maken met opleidingsniveau van de ouders. Uit landelijke onderzoeken is het algemene beeld naar voren gekomen dat hoger opgeleiden zelfredzamer zijn, gezonder zijn en veelal meer kunnen terugvallen op hun netwerk, dan lager opgeleiden. Vandaar dat met onderstaande effectindicatoren wordt gekeken naar het succesvol doorlopen van de schoolloopbaan. De eerste die we bespreken is het percentage resultaten dat het fundamenteel niveau in het basisonderwijs bereikt. De ‘referentieniveaus’ beschrijven welke basiskennis en -vaardigheden leerlingen moeten beheersen voor taal en rekenen. Het fundamentele niveau (F-niveau) is de basis die zo veel mogelijk leerlingen moeten beheersen.

Bij taal op niveau 1F moet je denken aan teksten met een eenvoudige structuur en met vaak gebruikte woorden. Bij rekenen wordt op niveau 1F met eenvoudige getallen gerekend. In onderstaande grafiek is te zien dat Nissewaard duidelijk meer kinderen heeft die onder het fundamentele niveau presteren dan andere gemeenten. Gemiddeld in Nederland is een grote daling te zien in 2019 ten opzichte van 2018 en ook zijn de verschillen tussen gemeenten kleiner geworden. In Nissewaard daarentegen is nauwelijks een daling te zien, waardoor het verschil met de 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland toeneemt. Doel is eind 2022 binnen die range te zitten. Zowel landelijk als in Nissewaard is het percentage resultaten onder fundamenteel niveau in 2019 ten opzichte van 2016 bijna gehalveerd. In deze ontwikkeling is Nissewaard ongeveer gelijk aan de landelijke ontwikkeling. De onderstaande cijfers zijn over 2020 niet geactualiseerd, omdat deze gebaseerd worden op de CITO-toets. Aangezien deze niet is afgenomen in 2020 wegens de coronapandemie, zijn over 2020 geen gegevens beschikbaar.

9,0%

7,0%

5,0%

3,0% 2015 Nederland Nissewaard

2016 7,3% 10,6%

2017 4,8% 6,7%

2018 4,8% 5,8%

2019 3,7% 5,7%

Grafiek 8. Percentage resultaten onder fundamentele niveau leerlingen basisonderwijs

Zoals aangekondigd is dit jaar voor het eerst het schooladvies opgenomen dat aan basisschoolleerlingen wordt gegeven ten behoeve van doorstroming naar voortgezet onderwijs. 39

Zoals uit onderstaande grafiek blijkt, wordt in Nissewaard door het basisonderwijs meer schooladvies gegeven voor niveaus tot en met VMBO Kaderberoepsgerichte leerweg en minder adviezen voor HAVO en VWO.

Verdeling leerlingen naar schooladvies

Nederland

Nissewaard

0%

20%

t/m VMBO K

40%

60%

VMBO K-GT t/m VMBO GT-HAVO

80%

100%

HAVO t/m VWO

Grafiek 9. Percentage met een bepaald schooladvies t.b.v. voortgezet onderwijs

Bij voortijdig schoolverlaten, jeugdigen die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten (grafiek 10), heeft zich tot en met 2017 in Nissewaard een sterke daling voorgedaan, die ertoe heeft geleid dat Nissewaard binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland zit. De ontwikkeling over 2018 en 2019 is grillig, maar in Nissewaard wel overeenkomstig het landelijk gemiddelde. Doel is eind 2022 binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland te zitten. Deze doelstelling is behaald en met de huidige inspanningen zou deze trend zich moeten voortzetten. 2,5%

2,2%

2,0%

1,8%

1,5%

2015

2016

2017

2018

2019

Nederland

2,0%

2,1%

1,9%

2,0%

1,7%

Nissewaard

2,5%

2,5%

2,0%

2,2%

1,9%

Grafiek 10. Percentage Voortijdig Schoolverlaters

40

Veilig opgroeien Bij ernstige problemen in een gezin kan de kinderrechter een kinderbeschermingsmaatregel opleggen, bijvoorbeeld een onder toezicht stelling, of het beëindigen van het gezag van ouders. Dit heet jeugdbescherming. Het percentage jongeren met jeugdbescherming ligt in Nissewaard hoger dan in de 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland (maximaal 1,4%). In Nissewaard is het percentage redelijk stabiel rond de 1,7%. 1,8%

1,6%

1,4%

1,2%

1,0% 2016

2017

2018

2019

2020

Nederland

1,2%

1,2%

1,2%

1,2%

1,2%

Nissewaard

1,7%

1,7%

1,8%

1,7%

1,7%

Grafiek 11. Percentage Jongeren met Jeugdbescherming

Naast jeugdbescherming is ook jeugdhulp met verblijf een indicator voor veilig opgroeien. Er is sprake van jeugdhulp met verblijf als de jongere formeel niet thuis slaapt in het eigen gezin. Het kan gaan om opvang in een pleeggezin, gezinsgerichte opvang of in een vorm van gesloten jeugdhulp. Ook deze vorm van jeugdhulp is in Nissewaard vaker van toepassing dan in de 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland. Na een sterke stijging, is na 2017 een daling ingezet. Deze daling heeft zich over 2019 verder doorgezet en is zelfs nog versterkt, terwijl er landelijk een stabilisatie is te zien. De stabilisatie heeft landelijk in 2020 doorgezet, terwijl in Nissewaard weer een (zeer) lichte stijging is te zien. 1,8%

1,5%

1,2%

1,0%

2016

2017

2018

2019

2020

Nederland

1,07%

1,13%

1,05%

1,03%

1,03%

Nissewaard

1,57%

1,75%

1,63%

1,31%

1,33%

Grafiek 12. Percentage Jongeren met Jeugdhulp met verblijf in natura

41

6.2 Doelstelling 2: zelfredzame inwoners Zelfredzame inwoners zijn inwoners die voor zichzelf kunnen zorgen en voor hun gezin. Zelfredzame inwoners wonen bijvoorbeeld zelfstandig en hebben werk voor zover ze nog niet met pensioen zijn. Onderstaande grafiek toont het percentage van de beroepsbevolking dat ook daadwerkelijk betaald werk heeft. Tot 2014 hadden in Nissewaard meer mensen een betaalde baan dan gemiddeld in Nederland. Daarna ligt het percentage onder het landelijk gemiddelde maar nog binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland. Over 2020 is de netto arbeidsparticipatie overal gedaald, door de coronacrisis, maar in Nissewaard is de daling net iets minder hard gegaan dan gemiddeld in Nederland.

70%

68%

66%

64% 2016

2017

2018

2019

2020

Nederland

65,8%

66,7%

67,8%

68,8%

68,4%

Nissewaard

65,0%

65,5%

66,4%

67,4%

67,1%

Grafiek 13. Netto Arbeidsparticipatie - Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking

Het percentage zelfstandig wonende 75-plussers ligt in Nissewaard beduidend hoger dan gemiddeld in Nederland, zoals blijkt uit onderstaande grafiek.

96,0%

95,0%

94,0%

93,0%

92,0%

91,0% 2016

2017

2018

2019

2020

Nederland

92,2%

92,2%

92,2%

92,4%

92,4%

Nissewaard

95,9%

95,9%

95,1%

95,1%

95,1%

Grafiek 14. Percentage zelfstandig wonende 75-plussers

42

In andere gemeenten wonen meer mensen in een instelling. Mogelijk is er een verband tussen het hoge percentage zelfstandig wonende 75-plussers en het hoge beroep op de Wmo in Nissewaard, al kan dit niet het gehele verschil verklaren. In Nissewaard is over 2018 een daling te zien in het aantal zelfstandig wonende 75-plussers. In 2019 is het percentage stabiel gebleven, terwijl het landelijk licht is gestegen. In 2020 is zowel landelijk als in Nissewaard het percentage stabiel gebleven. Het verschil is daarmee niet kleiner geworden. Doel is eind 2022 nog steeds boven de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland te zitten. 6.3 Doelstelling 3: sociaal betrokken inwoners die meedoen Het meten van betrokkenheid van inwoners bij de samenleving is lastig. Hoe meet je buurtactiviteit en informele hulp aan je naasten? Zeker landelijke vergelijking is erg ingewikkeld. Ook komen onderstaande cijfers van verschillende (landelijke en gemeentelijke) bronnen en is dus niet exact dezelfde vragenlijst gehanteerd. Dit maakt dat cijfers kunnen afwijken. Er is gekozen voor een drietal indicatoren (vrijwilligerswerk, deelname aan activiteiten en eenzaamheid), waarbij voor twee indicatoren (vrijwilligerswerk en eenzaamheid) onderzoek is gedaan naar de beste meetmethode voor vergelijking met landelijke gegevens. In de bijlage is hierover verantwoording gegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10661281/4