CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuursverslag Sociaal Domein over 2020

Commissie Sociaal Domein 28 oktober 2021, gemeente NissewaardBij agendapunt: Bestuursverslag Sociaal Domein over 2020 (in samenhang met punt 7B)27.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestuursverslag Sociaal Domein over 2020

datum augustus 2021 versie 0.3 Auteur(s)

Indra Caerteling; Luc van Schijndel; Frans Verhoeks

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 1. Inleiding ........................................................................................................................................... 3 2. Samenvatting................................................................................................................................... 6 3. Werk, inkomen, armoede en schulden ......................................................................................... 10 3.1 Beroep op gemeentelijke uitkering per wijk in Nissewaard...................................................... 10 3.2 Ontwikkeling aantal uitkeringen ............................................................................................... 12 3.3 Instroom en uitstroom .............................................................................................................. 13 3.4 Populatie in de bijstand ............................................................................................................. 14 3.5 Inburgering ................................................................................................................................

15 3.6 Schuldproblematiek en armoede .............................................................................................. 16 3.7 Wat er in 2020 is gedaan binnen werk, inkomen, armoede en schulden ................................. 18 3.8 Cliëntervaringen minimaregelingen en schuldhulpverlening ................................................... 19 4. Jeugdhulp ...................................................................................................................................... 21 4.1 Jeugdhulp per wijk in Nissewaard ............................................................................................. 21 4.2 Ontwikkeling jeugdigen met indicatie jeugdhulp...................................................................... 22 4.3 Soorten jeugdhulp ..................................................................................................................... 24 4.4 Verwijzers naar jeugdhulp ......................................................................................................... 24 4.5 Voor- en vroegschoolse educatie en onderwijs ........................................................................ 26 4.6 Wat er in 2020 is gedaan binnen de Jeugdwet en jeugdgezondheidszorg ...............................

27 4.7 Cliëntervaringen Jeugdwet 2020 ............................................................................................... 29 5. Maatschappelijke ondersteuning .................................................................................................. 30 5.1 Wmo-voorzieningen per wijk in Nissewaard............................................................................. 30 5.2 Ontwikkeling Wmo-gebruik (exclusief centrumtaken) ............................................................. 31 5.3 Mantelzorg ................................................................................................................................ 34 5.4 Wat in 2020 is gedaan binnen de Wmo .................................................................................... 34 5.5 Cliëntervaringen Wmo 2020 ..................................................................................................... 36 6. Monitoren van maatschappelijke effecten ................................................................................... 38 6.1 Doelstelling 1: kinderen en jeugdigen ....................................................................................... 38 6.2 Doelstelling 2: zelfredzame inwoners .......................................................................................

42 6.3 Doelstelling 3: sociaal betrokken inwoners die meedoen ........................................................ 43 7. Financiële ontwikkelingen ............................................................................................................. 45 7.1 Het hek om budgetten sociaal domein ..................................................................................... 45 7.2 Stelpost en reserve sociaal domein........................................................................................... 45 7.3 Financiële ontwikkelingen in 2020 en 2021 .............................................................................. 46 7.4 Risico’s en beheersing hiervan over 2020 ................................................................................. 48 8. Inhoudelijke ontwikkelingen ......................................................................................................... 49 8.1 Sociaal domein-brede ontwikkelingen ...................................................................................... 49 8.2 Werk, inkomen, armoede en schulden ..................................................................................... 50 8.3 Jeugdhulp ..................................................................................................................................

52 8.4 Maatschappelijke ondersteuning .............................................................................................. 55 9. Speerpunten voor 2021 en verder ................................................................................................ 56 9.1 Speerpunten sociaal domein-breed .......................................................................................... 56 9.2 Speerpunten werk, inkomen, armoede en schulden ................................................................ 57 9.3 Speerpunten Jeugdhulp ............................................................................................................ 57 9.4 Speerpunten maatschappelijke ondersteuning ........................................................................ 58 Bijlage 1: Het meten van vrijwilligerswerk en eenzaamheid ................................................................ 60

2

1. Inleiding In dit derde bestuursverslag geven wij een breed beeld over het sociaal domein Nissewaard in 2020, specifiek over de Participatiewet (inclusief inburgering, armoedebestrijding en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening - Wgs), de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). De informatie in dit verslag geeft de feitelijke (cijfermatige) staat van het sociaal domein in Nissewaard. Daarnaast is kwalitatieve informatie toegevoegd over bijvoorbeeld cliëntervaring en verrichte inspanningen in het sociaal domein om doelen beter te bereiken. Dit bestuursverslag kan de raad ondersteunen bij de kaderstellende en controlerende rol. Het is aan het college om gegevens nader te analyseren en, gegeven de kaders, keuzes te maken waarop (extra) wordt ingezet binnen het sociaal domein. Wat we willen bereiken in het sociaal domein De doelen die de raad reeds heeft vastgesteld voor het sociaal domein zijn: 1. Kinderen en jeugdigen groeien gezond, kansrijk en veilig op en zijn straks als volwassenen in staat te functioneren in de samenleving 2. Inwoners kunnen voor zichzelf en hun directe omgeving zorgen 3. Inwoners zijn sociaal betrokken en dragen naar vermogen bij aan de samenleving Er zijn veranderopgaven in het sociaal domein geformuleerd om deze doelen te kunnen (blijven) behalen. Deze hebben betrekking op de volgende twee aspecten: 1.

Anders werken: om een groeiende groep kwetsbare inwoners zodanig te ondersteunen dat dit beter past bij hun behoeften en leefsituatie, is het noodzakelijk anders (en passender) te werken. Gemeente, welzijnsorganisaties en zorgaanbieders bieden zodanige kwalitatief goede ondersteuning in samenhang met elkaar, dat de inwoner zoveel mogelijk voor zichzelf en anderen kan zorgen en meedoet in de samenleving. Ondersteuning wordt daarom anders van aard, namelijk niet altijd meer een professional die individueel met een inwoner aan de slag gaat, maar de professional die met de inwoner zelfhulp gaat organiseren met behulp van de sociale omgeving en een sterker netwerk van vrijwilligers en ervaringsdeskundigen dat meer verantwoordelijkheid en taken op kan en wil pakken. Hierdoor worden steunstructuren duurzamer dan de tijdelijke hulp van een professional kan zijn. De inwoner is geen passieve ontvanger van hulp, maar wordt geholpen zelf actiever te worden en weer meer invloed uit te oefenen op zijn/haar eigen leven (regiebehoud van de cliënt stimuleren). Anders werken is ook zicht hebben op de groep inwoners die altijd een vorm van ondersteuning zal moeten behouden en oog voor de mate waarin ook die cliënten regie kunnen houden. 2. Betaalbare zorg: vanwege beperkte rijksmiddelen en het groeiend aantal kwetsbare inwoners (o.a.

door vergrijzing), moet de gemeente actie blijven ondernemen om de hulp en ondersteuning betaalbaar te houden. Doel is maximaal effect te bereiken met de beschikbare middelen. Hierdoor moet de ondersteuning goedkoper worden of voorkomen worden door preventief (welzijns)aanbod. Er wordt daarom onder meer gekeken waar een professional ingezet moet worden en waar een vrijwilliger een rol kan spelen en of digitale ondersteuning soelaas biedt. We kijken hoe zelfredzaamheid en inzet van het netwerk bevorderd kan worden zodat ondersteuning duurzamer wordt en minder professionele hulp nodig is. We bezien of de (aangevraagde) ondersteuning wel nodig is en uitgaven rechtmatig worden gedaan en of het doel dat geformuleerd is bereikt wordt. We doen aanpassingen waar dubbelingen zitten in ondersteuning en waar hiaten in laagdrempelige hulp, waardoor nu een beroep wordt gedaan op dure zorg. Op inhoudelijk gebied hebben we doelen en te behalen resultaten gesteld voor het sociaal domein. Deze zijn opgenomen in het programmaplan Toekomstbestendig Sociaal Domein (TSD) en waar aan de orde wordt hieraan gerefereerd in dit bestuursverslag. 3

Hoe we het sociaal domein inrichten Het sociaal domein bestaat uit verschillende typen preventie, hulp en ondersteuning. Vanaf 2020 gebruiken we een ander soort schema om de inrichting van het sociaal domein weer te geven dan in voorgaande jaren. Deze inrichting is nog steeds in ontwikkeling.

De brede blauwe pijl geeft de gemeentelijke rol weer om regie te voeren over het sociaal domein. De gemeente werkt actief aan het realiseren van de maatschappelijke doelen met de instrumenten die ons vanuit wettelijke kaders ter beschikking staan. Dit betekent:  dat de samenleving zodanig wordt versterkt dat er betere condities zijn voor inwoners om problemen te voorkomen en om zichzelf en elkaar te helpen,  dat er voldoende passende voorzieningen zijn die inwoners doelmatig kunnen ondersteunen bij hun hulpvragen,  dat de uitvoerende partners voldoende met elkaar samenwerken waar dit nodig is,  dat de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende is, en  dat de rechtmatigheid is gewaarborgd. In onze visie uit 2017, het Thuis in de Wijk-concept, is geschetst welke transformatiebeweging wenselijk is om het sociaal domein toekomstbestendig te maken. Deze transformatiebeweging is gebaseerd op de landelijke uitgangspunten die aan de decentralisaties ten grondslag lagen, namelijk dichterbij de inwoner en meer toegesneden op de individuele situatie. De transformatie richtte zich in eerste instantie met name op het witte deel van het schema, namelijk versterken van eigen kracht, preventie en algemeen toegankelijke voorzieningen. Dit vormt het ‘voorveld’ en noemen we Thuis in de Wijk.

Momenteel werken we aan het opzetten en verbeteren van het netwerk van organisaties die hierin actief zijn, zowel organisaties van vrijwilligers als van professionals. Met het netwerk en de wijkaanpakken per gebied, willen we vroegsignalering en samenwerking versterken, zodat vragen en problemen van inwoners eerder kunnen worden opgelost en dat ondersteuning beter aansluit bij de behoefte in een bepaald gebied binnen Nissewaard. We werken dus samen met partijen om de transformatie te realiseren, waarbij we van onze essentiële partners een grotere verantwoordelijkheid vragen dan van andere partijen. Inmiddels is helder dat het versterken van het voorveld niet automatisch leidt tot vermindering van hulp in maatwerkvoorzieningen (zie rapport SCP ‘Sociaal domein op koers?’ uit november 2020). Dit vergt regievoering en sturing. Daarom geven we (in lichtgroen in het schema) de integrale Thuis in de Wijk-Ingang vorm, waarin verschillende organisaties in een samenwerkingsverband informatie en advies aan inwoners bieden en vraagverheldering uitvoeren op vraagstukken die meer nodig hebben dan alleen een advies.

Doel van deze ingang is dat door gebundelde expertise de vraag van de inwoner en diens huishouden breder kan worden verkend en dat er zoveel mogelijk gericht oplossingen binnen het eigen netwerk en voorzieningen in het voorveld kunnen worden gerealiseerd, die passen bij de prioriteiten van dat moment. De ingang moet er dus voor zorgen dat 4

als oplossingen in eigen netwerk en het voorveld nog onvoldoende worden gebruikt, hier actief naar wordt toegeleid. Indien er toch maatwerk nodig lijkt, wordt die vraag doorgeleid naar de gemeentelijke toegang. In de gemeentelijke toegang wordt bepaald of er een maatwerkvoorziening nodig is en zo ja, welke voorziening, met welke verwachte duur en intensiteit en met welk doel en te behalen resultaat. Dit wordt vastgelegd in een beschikking. Ook de uitvoerende partij wordt op dat moment gekozen. Tijdens inzet van de maatwerkvoorziening wordt gemonitord in hoeverre het (deel)resultaat wordt bereikt en er meer, minder of andere ondersteuning wenselijk is. Zonder deze monitoring is onze ervaring dat hulp steeds wordt verlengd met als gevolg dat de kosten oplopen, maar ook dat de beschikbaarheid van hulp voor nieuwe cliënten onder druk komt te staan (wachtlijsten). Bij samenhangende hulpvragen wordt er casusregie ingezet zodat de benodigde hulp goed op elkaar aansluit en elkaar versterkt in het bereiken van de gestelde doelen. Wanneer de situatie zeer complex is en het doelbereik in het geding komt, kan er procesregie vanuit de gemeente worden ingezet die het proces begeleidt en zorgt dat barrières om te komen tot goede oplossingen worden geslecht.

Het meest donkergroene vlak betreft de geïndiceerde maatwerkvoorzieningen zelf, die worden uitgevoerd door uitvoerende partijen (Jeugdwet en Wmo) of de gemeente (Participatiewet en Wgs). We werken hierbij samen in regionale samenwerkingsverbanden, zoals Voorne-Putten Werkt! (VPW), de arbeidsmarktregio, de samenwerking op Wmo-centrumtaken en de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (GR JR). Maatwerkvoorzieningen zullen altijd een belangrijke rol spelen in het sociaal domein en een groot deel van de middelen wordt hieraan besteed. Ook binnen de maatwerkvoorzieningen moet daarom de transformatie (anders werken en betaalbare zorg) worden vormgegeven om het sociaal domein toekomstbestendig te maken. En dat brengt ons weer bij de gemeentelijke regievoering en sturing als cruciale rol om de transformatie binnen het sociaal domein te realiseren. Om grip te hebben op het sociaal domein en te kunnen sturen, moeten we voldoende en toegankelijke informatie hebben en een werkwijze om hieraan opvolging te geven (data- en informatie gestuurd werken) en duidelijk onze gewenste resultaten voor ogen hebben.

Met verschillende instrumenten kan hierop vervolgens in de uitvoering worden gestuurd, zoals inkoop en subsidie, kwaliteitstoezicht (via landelijke inspectie of GGD), rechtmatigheidstoezicht (via gemeentelijke toezichthouders), accountmanagement om te borgen dat (contract)afspraken worden nagekomen en verbetering en innovatie plaatsvindt waar dit wenselijk is, alsmede casus- en procesregie om de goede voortgang op casusniveau te sturen. Leeswijzer Na de samenvatting in hoofdstuk 2, volgen drie hoofdstukken over respectievelijk de Participatiewet (inclusief aanpak van inburgering, armoede en schuldproblematiek), de Jeugdwet (inclusief een deel onderwijs) en de Wet maatschappelijke ondersteuning. De hoofstukken kennen een cijfermatig beeld en inzicht in wat in 2020 is gedaan op dat gebied en geven ook informatie uit cliëntervaringsonderzoeken. Hoofdstuk 6 geeft in grafieken de ontwikkeling weer op een aantal effectindicatoren, om te bezien in hoeverre we op de goede weg zijn om onze doelen te realiseren. In hoofdstuk 7 volgen financiële ontwikkelingen op hoofdlijnen. Inhoudelijke ontwikkelingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau staan beschreven in hoofdstuk 8. Tenslotte geeft hoofdstuk 9 de speerpunten voor het lopende en het komende jaar weer. Cijfers die gebruikt zijn, zijn over 2020 veelal nog niet definitief.

Dit betekent dat in het bestuursverslag over 2021 mogelijk net afwijkende cijfers worden gepresenteerd over 2020 dan in het onderliggende bestuursverslag. De cijfers over 2019 zijn grotendeels wel definitief.

5

2. Samenvatting In deze samenvatting zijn de belangrijkste zaken uit dit bestuursverslag weergegeven. Werk, inkomen armoede en schulden Op 31 december 2020 bedroeg het aantal uitkeringsgerechtigden 2298. Dit is een daling van 1,2% ten opzichte van 2019 en maar liefst een daling van 7,5% ten opzichte van 31 december 2017. Ten opzichte van andere gemeenten heeft Nissewaard in 2020 beter gepresteerd; in veel gemeenten is het aantal uitkeringsgerechtigden door corona gestegen. Hiermee zitten we gemeten per 1000 inwoners nog boven het landelijk gemiddelde, maar wel binnen de range van de 50% meest gemiddelde gemeenten. Omdat landelijk het aantal bijstandsgerechtigden is gestegen van 20 naar 21 bijstandsgerechtigden per 1000 inwoners en Nissewaard gelijk is gebleven op 24 per 1000 inwoners, is het verschil tot het landelijk gemiddelde wel kleiner geworden. Het aantal langdurige bijstandsgerechtigden (meer dan 5 jaar) binnen het bestand stijgt, terwijl de korter durende uitkeringen dalen. Enige uitzondering hierop is de groep ‘korter dan 6 maanden’ die stijgt vanwege (vermoedelijk) de coronacrisis. Dit treft met name jongeren tot 27 jaar en in mindere mate de groep 35-45 jaar. Het aantal uitkeringsgerechtigden dat (binnen een jaar) terugkeert in de uitkering daalt al enige jaren, hetgeen vermoedelijk een effect is van de inzet op duurzame uitstroom.

In Gildenwijk, Groenewoud en Akkers ligt het aantal bijstandsgerechtigden per 1000 inwoners sterk hoger dan gemiddeld. Maaswijk, Simonshaven, Heenvliet en Zuidland hebben een sterk lager gemiddelde. Eind 2020 bedroeg het aantal schuldhulpverleningstrajecten 662, dit is 9,9% minder dan eind 2019. Het aantal minimavoorzieningen is stabiel gebleven, met uitzondering van de energiebijdrage die is gedaald met 7,6%. Voor het eerst is in dit bestuursverslag informatie opgenomen over inburgering. Deze cijfers kunnen gebruikt worden om later te vergelijken met de gegevens binnen de nieuwe inburgeringswet, die per 2022 ingaat. Een willekeurige greep uit de activiteiten over 2020 op dit onderdeel van het sociaal domein:  Enkele leerlijnen van Voorne-Putten Werkt! zijn aangepast en de pilot Activering en Participatietrajecten is gestart. Ook zijn twee nieuwe versies van VCA-trainingen ontwikkeld.  De minimavoorzieningen zijn verruimd en op enkele andere punten aangepast.  Met betrekking tot schuldhulpverlening is een pilot voor ondernemers gestart, is de aanpak vroegsignalering met onder andere corporaties opgezet en zijn we bij de audit door de NVVK goed beoordeeld.  Voorbereidingen voor de nieuwe inburgeringswet zijn getroffen, waaronder voorbereidingen voor het inkooptraject. Jeugdhulp Voor het eerst is er een daling zichtbaar in het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt.

De daling bedraagt 4,3%. Voor het tweede jaar op rij bewegen we toe naar het landelijk gemiddelde, doordat in Nissewaard het percentage jeugdigen met jeugdhulp harder daalt dan gemiddeld. In Nissewaard hebben echter nog steeds meer jeugdigen jeugdhulp dan de 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland. Jeugdhulp met verblijf is gestegen, maar binnen de jeugdhulp met verblijf zijn de gesloten plaatsingen zeer sterk gedaald, omdat er (nagenoeg) geen gesloten plaatsingen hebben plaatsgevonden in 2020. In de meeste wijken is het beroep op jeugdhulp gedaald, behalve in Gildenwijk, Simonshaven en Sterrenkwartier. Het hoogste percentage beroep op jeugdhulp is over 2020 in Gildenwijk met 24%, waarbij het verschil met de andere wijken ten opzichte van 2019 groter is geworden. Voor het eerst is over 2020 schoolverzuim en doelgroepkinderen voor- en vroegschoolse educatie toegevoegd aan dit rapport. In Nissewaard is het verzuim van kinderen die op een school staan ingeschreven fors hoger dan in Nederland, terwijl het percentage kinderen dat niet op een school 6

staat ingeschreven juist fors lager is dan het landelijk gemiddelde. Het aantal doelgroepkinderen ligt in Nissewaard hoger. Een willekeurige greep uit de activiteiten over 2020 op dit onderdeel van het sociaal domein:  We hebben extra geïnvesteerd in schoolmaatschappelijk werk, netwerkregisseurs per gebied en jongerenwerk, alsmede digitale vormen om jongeren in coronatijd te bereiken en eenzaamheid onder jongeren te beperken.  Er is extra aandacht gegaan naar het jonge kind door te investeren in het programma Kansrijke Start (eerste 1000 dagen van een kind) en urenuitbreiding van voor- en vroegschoolse educatie.  Regionaal is aandacht geweest voor uniformering van de inzet POH GGZ-jeugd en intensieve vrijwillige hulpverlening op Voorne-Putten/Goeree-Overflakkee en het opstellen van een Regiovisie met alle gemeenten binnen de jeugdhulpregio Rijnmond.  Er is binnen de gemeente extra geïnvesteerd op toezichthouders en accountmanagers (ook voor Wmo) om de regierol van de gemeente te versterken. De accountmanagers hebben ook een belangrijke rol gespeeld in het realiseren van zorgcontinuïteit en landelijk geadviseerde compensatie van zorgaanbieders tijdens corona. Daarnaast is de koppeling versterkt tussen de ‘regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (RMC)’ en leerplicht.

Maatschappelijke ondersteuning In 2020 is er een grillige ontwikkeling binnen het aantal inwoners met een indicatie voor een Wmovoorziening. Als we puur kijken naar het aantal Wmo-cliënten op 31 december 2020 is er een daling te zien van 1,9% ten opzichte van eind 2019. Als we kijken naar het gemiddeld aantal Wmo-cliënten in het gehele jaar, is ten opzichte van het gemiddelde in 2019 een stijging te zien. Eind 2020 zijn er namelijk veel indicaties geëindigd, waardoor het getal op 31 december lager ligt. Er zijn in 2020 fors meer aanvragen ingediend dan over 2019, namelijk 11,5% meer. Gemiddeld worden ook iets meer voorzieningen ingezet dan vorig jaar (nu 2,05 voorzieningen per gebruiker). Dit heeft (groten)deels te maken met de aanzuigende werking van het abonnementstarief, zoals voorafgaand aan de invoering verwacht en gevreesd. Per 1000 inwoners gebruiken in Nissewaard 86 inwoners een Wmovoorziening, ten opzichte van 67 landelijk gemiddeld. In vrijwel alle wijken en kernen is het beroep op Wmo eind 2020 procentueel afgenomen ten opzichte van eind 2019, zowel onder de groep jonger dan 66 jaar, als onder de groep ouderen. De voorziening waarvan het meest gebruik wordt gemaakt is (net als over 2019) het collectief vervoer (4.625), op afstand gevolgd door huishoudelijke hulp (2.164 gebruikers).

Een willekeurige greep uit de activiteiten over 2020 op dit onderdeel van het sociaal domein:  Er is extra ingezet, samen met de partners Thuis in de Wijk, op het beperken van eenzaamheid in coronatijd.  Er is met diverse partners in Nissewaard een inventarisatie gemaakt van de (gewenste) situatie rondom personen met verward gedrag.  Er is gestart met de uitvoering van een actieplan huishoudelijke hulp, om de aanzuigende werking van het abonnementstarief te beperken.  Er is gestart met de uitvoering van het regionaal actieplan op grond van de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling en de crisisopvang voor vrouwen en kinderen die met geweld te maken hebben is verhuisd naar een geschiktere locatie.  Er is een plan van aanpak opgesteld voor het terugdringen van dak- en thuisloosheid. Hiervoor is subsidie ontvangen vanuit de rijksoverheid.  Er is binnen de gemeente extra geïnvesteerd in (kwaliteit van) personeel, te weten op toezichthouders en accountmanagers (zie samenvatting jeugdhulp), alsmede training van procesregisseurs op een methodiek voor intensieve casusregie en training van een brede groep medewerkers op toepassing van de meldcode huiselijk geweld.  Er is uitwerking gegeven aan het programma Toekomstbestendig Sociaal Domein (sociaal domein-breed), te weten het versterken van de samenleving, algemene voorzieningen, 7

voorbereidingen van een integrale ingang en inzicht in data en financiën. Dit alles (mede) om de regierol van de gemeente te versterken. Cliëntervaringen in Nissewaard De gemeente Nissewaard meet jaarlijks ervaringen van cliënten binnen de Wmo en Jeugdwet. Zowel binnen de Jeugdwet als de Wmo zijn mensen over het algemeen tevreden over de bejegening, de kwaliteit van hulp en ondersteuning en het resultaat. Bij Wmo is de bekendheid waar ondersteuning kan worden verkregen weer gedaald, na een stijging in 2019. Binnen de Wmo geeft driekwart aan dat de ondersteuning tijdens corona onveranderd is gebleven. Binnen jeugdhulp is dit minder dan de helft. Over het algemeen zijn de ervaringen met jeugdhulp in 2020 iets minder positief dan in 2019. Alleen de tevredenheid over de snelheid waarmee hulp wordt geboden is gestegen naar 55% (was in 2019 47%). Op het gebied van mantelzorgondersteuning is de bekendheid onder cliënten een aandachtspunt. Vanaf 2020 zijn er ook cliëntervaringsonderzoeken beschikbaar voor minimaregelingen en schuldhulpverlening. Vanaf 2021 is er ook op de Participatiewet een onderzoek beschikbaar. Bij zowel minimaregelingen als schuldhulpverlening is de bereikbaarheid goed en is het gebruik van de website toegenomen en verbeterd. De tevredenheid over de minimaregelingen en schuldhulpverlening is over het algemeen hoog.

Monitoren van maatschappelijke effecten Om de drie hoofddoelstellingen in het sociaal domein te monitoren zijn effectindicatoren bepaald. Op de indicatoren die kinderen en jeugdigen betreffen, scoort Nissewaard structureel minder goed dan het landelijk gemiddelde. Er zijn meer kinderen in een bijstandsgezin, het percentage kinderen dat het fundamentele niveau taal en rekenen niet haalt ligt hoger dan gemiddeld en het schooladvies voor de middelbare school ligt qua niveau lager. Alleen het aantal voortijdig schoolverlaters ligt binnen de range van de 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland. Het percentage kinderen met jeugdbescherming en jeugdhulp met verblijf is eveneens hoger dan gemiddeld. Wat betreft zelfredzaamheid van inwoners is er een divers beeld. Het aandeel van de beroepsbevolking dat werkt, ligt sinds 2015 net onder het landelijk gemiddelde en binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland. Het percentage 75-plussers dat zelfstandig woont, ligt hoger dan in Nederland gebruikelijk is. De doelstelling rondom meedoen in de samenleving meten we door het aantal vrijwilligers en deelname aan activiteiten te meten, alsmede eenzaamheid. Het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk doet ligt ver onder het landelijk gemiddelde.

Het percentage inwoners dat actief is in verenigingen of bij wijkactiviteiten ligt onder het gemiddelde maar nog net binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Het percentage sterk eenzamen is in Nissewaard vergelijkbaar met gemiddeld in Nederland. Financiële ontwikkeling in 2020 en 2021 In 2020 zijn de spelregels rondom het ‘hek om het sociaal domein’ aangepast, zodat ze beter beantwoorden aan de veranderde Rijks-financiering (minder doeluitkeringen en meer algemene uitkering). In 2020 is veel aandacht gegeven aan de (financiële) effecten van de coronacrisis. Voorspelde effecten (bijvoorbeeld stijging van uitkeringsgerechtigden en schulden, ernstigere problematiek op gebied van Wmo en jeugdhulp) zien we nog niet terug in de cijfers, maar worden voor de toekomst wel verwacht. Financieel zijn zorgaanbieders gecompenseerd voor uitgevallen ondersteuning, om te voorkomen dat deze partijen failliet gaan. Dit op dringend advies van Rijk en VNG, om zo het zorglandschap in stand te houden. Vanaf 2021 gaat een deel van de doelgroep Beschermd Wonen naar de Wet langdurige zorg. Of de financiële uitname uit gemeentemiddelen ook overeenkomt met de feitelijke overgang van cliënten, is nog onduidelijk, maar hieromtrent volgt nog een definitieve berekening van de uitname.

In 2021 heeft een arbitragecommissie uitspraak gedaan dat gemeenten extra jeugdmiddelen nodig hebben en dat het Rijk hierin moet voorzien. Voor 2022 ontvangt Nissewaard naar verwachting ruim 8

€ 7 miljoen extra. Structureel mogen gemeenten 75% van de door de arbitragecommissie geadviseerde middelen opnemen in de begroting en meerjarenraming, in afwachting van definitieve besluiten door een nieuw kabinet. Voor de twee risico’s die in 2020 in begroting en jaarverslag waren opgenomen (stijgende vraag versus beschikbare capaciteit en aanpassingen landelijke BUIG-budget), zijn beheersmaatregelen getroffen om het risico te verkleinen. Ontwikkelingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau De belangrijkste ontwikkelingen voor 2021 en verder zijn op het sociaal domein:  Impact van effecten van corona in de komende jaren zoals meer uitkeringen en schuldproblematiek, meer huiselijk geweld, meer leerachterstanden bij kinderen, meer eenzaamheidsproblematiek en grotere belasting van mantelzorgers.  Diverse wetgeving is in voorbereiding of wordt binnenkort ingevoerd: woonplaatsbeginsel jeugdhulp, verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen, verlenging duur pleegzorg en vervallen beschikking bij uithuisplaatsing en gesloten jeugdhulp, doorbraakaanpak onderwijs en jeugdhulp, wet inzake multiproblematiek, domeinoverstijgende financiering, nieuwe inburgeringswet, wetswijziging breed offensief (Participatiewet).  Het Rijk werkt aan herverdeling van het gemeentefonds, een houtskoolschets acute zorg (en samenwerking sociaal domein) en o.a.

de VNG heeft verzocht tijdens de formatie het abonnementstarief voor in ieder geval de huishoudelijke hulp ter discussie te stellen.  Regionaal werken we aan: verbetering van de samenwerking binnen de arbeidsmarktregio, de Regio Deal Zuid-Hollandse Delta, de governance van Voorne Putten Werkt! en die van de GR JR, de regionale transformatie jeugdhulp Rijnmond en doorontwikkeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Speerpunten voor 2021 en verder De speerpunten voor 2021 en verder op het sociaal domein zijn onder andere:  Voorbereiding op en implementatie van de wetswijzingen die in het sociaal domein de komende jaren worden verwacht (zie ontwikkelingen hierboven).  Zicht krijgen en inspelen op de effecten van corona op het sociaal domein, waaronder kansengelijkheid in het onderwijs, eenzaamheidsbestrijding en mantelzorgondersteuning.  Inspelen op de voornemens uit een nieuw regeerakkoord.  Afronding van het programma Toekomstbestendig Sociaal Domein voor eind 2022.  Verbetering van de toegang tot maatwerkvoorzieningen en monitoring daarvan, alsmede procesregie op complexe casuïstiek.  Verbetering van onze aanpak van fraude sociaal domein breed.  Uitwerken van de aanpak personen met verward gedrag en verbetering van de uitvoering Wet verplichte GGZ.

 Versterking en doorontwikkeling van de regionale samenwerking in de arbeidsmarktregio, GR JR en op gebied van de Wmo-centrumtaken.  Ondersteunen van gezinnen die gedupeerd zijn door de Toeslagenaffaire.  Verbetering van de aansluiting kinderopvang-onderwijs-jeugdhulp (o.a. via programma Kinderogen) en doorontwikkeling van de Jeugdondersteuningsteams (JOT’s).  Inkoop van jeugdhulp die vanuit de GR JR naar gemeenten komt, alsmede waar nodig aanpassing van de reeds ingekochte voorzieningen Wmo en Jeugdhulp en implementatie en uitvoering van de inkoop Beschermd Wonen.  Vormgeven, samen met corporaties, zorgaanbieders en welzijnsorganisaties van een woonzorgvisie.

9

3. Werk, inkomen, armoede en schulden Dit hoofdstuk geeft een beeld over de gemeentelijke uitkeringen (Participatiewet en aanverwante regelingen), inburgering, schuldhulpverlening en aanpak van armoede in Nissewaard. Als eerste geven we een beeld van het beroep op gemeentelijke uitkering per wijk. Vervolgens wordt dieper ingegaan op de cijfermatige ontwikkeling van het uitkeringsbestand en cijfers over inburgering, armoede en schuldproblematiek. De cijfers over inburgering zijn nog beperkt, omdat de nieuwe wet Inburgering nog niet is ingegaan. Tot slot beschrijven we wat in 2020 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein. Toelichting op grafieken In dit hoofdstuk zijn grafieken gebruikt. Om deze goed te interpreteren geven we de volgende algemene toelichting:  Blauwe lijn: deze lijn is altijd Nissewaard  Oranje lijn: deze lijn is altijd het gemiddelde in Nederland  Grijze vlak: het grijze vlak is de range waarbinnen de helft van de gemeenten die het dichtst bij het gemiddelde zitten, zich beweegt. Hierop heeft wel een correctie plaatsgevonden om (toevallige) uitschieters bij kleine gemeenten te neutraliseren. Oftewel: als je de helft van de gemeenten bekijkt, die het meest het gemiddelde benaderen (eronder of erboven), dan laat het grijze vlak het minimum en het maximum van de helft van de gemeenten zien.

Hiermee krijg je een beeld van de spreiding in Nederlandse gemeenten. Als de blauwe lijn (Nissewaard) buiten het grijze vlak ligt, betekent dit dus dat Nissewaard afwijkt van de 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland op dat onderwerp. 3.1 Beroep op gemeentelijke uitkering per wijk in Nissewaard De wijkenkaart in deze paragraaf geeft verschillen visueel weer. De kaart is gebaseerd op een combinatie van percentages per wijk en absolute aantallen per wijk. De daaronder staande tabel geeft (afgeronde) percentages of promillages per wijk weer. Doordat de kaart ook absolute aantallen meeweegt, komen de kleurverschillen niet altijd overeen met de percentages in de tabel.

Kaart 1. Beroep op uitkeringen per wijk eind 2020

10

In Gildenwijk, Groenewoud en Akkers ligt het aantal uitkeringsgerechtigden per 1000 inwoners bij 18-66 jaar sterk hoger dan gemiddeld. Ook Hoogwerf, Sterrenkwartier en De Hoek kennen een hoger aantal uitkeringsgerechtigden. Maaswijk, Simonshaven, Heenvliet en Zuidland hebben een sterk lager gemiddelde (maximaal 10 per 1000). Ten opzichte van 2019 is De Elementen uit dit rijtje verdwenen. De wijken geven een wisselend beeld qua stijging of daling van het aantal uitkeringsgerechtigden per 1000 inwoners ten opzichte van vorig jaar. Sterke stijgers zijn Geervliet en Groenewoud, terwijl in Heenvliet een sterke daling te zien is. Niet alleen het aantal uitkeringsgerechtigden is veranderd, ook de bevolkingsopbouw is gewijzigd. In alle wijken en kernen is het aantal inwoners van 18 tot 66 jaar (veelal door vergrijzing) verminderd. Uitzonderingen zijn De Elementen, Zuidland en in mindere mate Hekelingen waar de afgelopen jaren (gezins)woningen bij zijn gekomen, maar ook Schiekamp en Simonshaven kennen een groeiende beroepsbevolking. Ook dit heeft effect op het aantal uitkeringsgerechtigden per 1000 inwoners tussen 18 en 66 jaar. Het hoogste wijkaantal uitkeringsgerechtigden per 1000 inwoners in de beroepsbevolking bedraagt in 2020 90 (Gildenwijk). Dit is een stijging van 5 ten opzichte van 2019 en een evenaring van het aantal in 2018 (90 per 1000 inwoners ook in Gildenwijk).

In de 232 uitkeringsgerechtigden in Centrum (zie onderstaande tabel) zitten 38 dak- en thuislozen die ingeschreven staan op het briefadres ‘Raadhuislaan 106’. Tabel 1. Overzichtscijfers uitkeringen per wijk op eind 20201

Wijk

Aantal uitkeringsuitkeringen

Aantal inwoners van 18 tot 66 jaar

Abbenbroek Buitengebied Centrum De Akkers De Elementen De Hoek Geervliet Gildenwijk Groenewoud Halfweg Heenvliet Hekelingen Hoogwerf Maaswijk Schenkel Schiekamp Simonshaven Sterrenkwartier Vierambachten Vogelenzang Vriesland Waterland Zuidland

9 0 232 527 18 113 30 90 159 0 11 16 169 72 78 72 4 180 18 160 97 169 36

785 0 3570 6655 1665 1690 970 1000 1945 0 1520 975 2415 7630 2440 2010 405 2595 565 3460 1835 5210 3555

1

Bijstandsuitkeringen per 1000 inwoners van 18 tot 66 jaar 11 0 65 79 11 67 31 90 82 7 16 70 9 32 36 10 69 32 46 53 32 10

Om administratieve redenen kunnen deze cijfers in beperkte mate verschillen van de cijfers in de andere tabellen van dit hoofdstuk.

11

3.2 Ontwikkeling aantal uitkeringen In deze paragraaf schetsen we een beeld van hoe het bestand van uitkeringsgerechtigden2 zich heeft ontwikkeld. In onderstaande tabel staat het aantal uitkeringsgerechtigden in Nissewaard op 31 december 2020, ten opzichte van een jaar eerder. In totaal ontvangen 2298 huishoudens van de gemeente Nissewaard een uitkering, een daling van 1,2%. Ten opzichte van 31 december 2017 (2482 uitkeringsgerechtigden) is het aantal uitkeringsgerechtigden zelfs met 7,5% gedaald. Het grootste deel is uitkeringen vanuit de Participatiewet (bijstand). Een klein deel van de uitkeringsgerechtigden ontvangt een ander type uitkering, namelijk voor oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen (IOAW) of oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte voormalig zelfstandigen (IOAZ). De daling in 2020 ten opzichte van 2019 is met name veroorzaakt door het grote aantal IOAW-ers dat is uitgestroomd, in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Echter, in veel gemeenten is het aantal bijstandsgerechtigden door corona gestegen, terwijl het aantal Participatiewet-uitkeringen in Nissewaard nagenoeg gelijk is gebleven. Nissewaard is in de arbeidsmarktregio over 2020 op dit gebied de op een na best presterende gemeente. Tabel 2. Aantal uitkeringen

Aantal uitkeringen

2018 2.392

2019 2.326

waarvan Pwet uitkering (bijstand)

2.199

2.136

waarvan IOAW

181

180

waarvan IOAZ

12

10

% Ontwikkeling 2020 2020 tov 2019 2.298 -1,2 0,2 2.140 -17,2 149 -10,0 9

Als we kijken naar de verhouding tot landelijke ontwikkelingen van bijstandsgerechtigden (dus alleen Participatiewet), dan kunnen we dit het beste vergelijken door het aantal bijstandsgerechtigden per 1000 inwoners te bezien. De landelijke (oranje) lijn laat na 2016 een daling zien en over 2020 weer een stijging. De daling is in Nissewaard (blauwe lijn) pas een jaar later ingezet, maar houdt tot en met 2019 wel ongeveer gelijke tred met het landelijk gemiddelde. 30

25

20

15 2016

2017

2018

2019

2020

Nederland

23

23

21

20

21

Nissewaard

25

26

25

24

24

Grafiek 1. Aantal bijstandsuitkeringen per 1000 inwoners

2

Bij uitkeringsgerechtigden tellen het aantal bijstandsuitkering (Participatiewet), Ioaw-uitkering en Ioazuitkeringen mee. Bij bijstandsuitkeringen worden alleen het aantal Participatiewet-uitkeringen geteld.

12

Nissewaard is niet sterk afwijkend ten opzichte van alle gemeenten. Dit laat het grijze vlak zien. De helft van de gemeenten die rondom het gemiddelde zitten, vormen samen het grijze vlak. Nissewaard valt daarbinnen en het verschil met het landelijk gemiddelde is over 2020 zelfs iets kleiner geworden. De door Nissewaard na 2017 ingezette koers heeft gezorgd voor een positieve interne trendbreuk, waardoor we weer gelijk lopen met de landelijke trend en in 2020 zelfs een positievere ontwikkeling hebben dan landelijk. In het koersplan is het doel gesteld dat eind 2022 er maximaal 2200 uitkeringsgerechtigden zijn, waarvan bijstandsgerechtigden het grootste deel uitmaken. In 2020 stijgt het aantal bijstandsgerechtigden landelijk door de corona-crisis. In Nissewaard is er nog een lichte daling over het jaar 2020. Dit geeft vertrouwen voor toekomstige ontwikkelingen, ook als is deze door corona nog zeer onzeker. 3.3 Instroom en uitstroom In het uitkeringsbestand zit beweging. Er komen nieuwe mensen in (instroom) en er gaan mensen uit (uitstroom). Onderstaande tabel laat deze beweging zien3.

Tabel 3. Instroom en uitstroom in de uitkering

% Ontwikkeling 2020 2020 tov 2019 563 1,1

2018 610

2019 557

waarvan eerder in uitkering

213

198

155

waarvan binnen 1 jaar terug

95

86

72

% Instroom binnen 1 jaar

15,6

15,4

12,8

Uitstroom

667

623

556

waarvan uitstroom naar werk

284

274

195

% uitstroom naar werk

42,6

44,0

35,1

Uitstroom binnen 1 jaar

270

255

227

% Uitstroom binnen 1 jaar

40,5

40,9

40,8

Instroom

-10,8

In 2020 zijn in totaal 563 mensen (huishoudens) in de uitkering gekomen. Hierbij nemen we alleen de Participatiewet in aanmerking en niet de IOAW en IOAZ. In totaal zijn 556 uitkeringen beëindigd. Het aantal uitkeringen is dus zeer licht toegenomen met 0,2% (zie tabel 2). De toename in Nissewaard is echter te verwaarlozen, terwijl de toename van het aantal bijstandsuitkeringen in andere gemeenten groter is. Omtrent de instroom en uitstroom kan het volgende worden vermeld:  Van de 563 ingestroomde huishoudens had ruim 27% eerder een uitkering. Het percentage instroom dat eerder een uitkering had, daalt al meerdere jaren op rij. Dit laat zien dat de uitstroom uit de uitkering de laatste jaren steeds duurzamer wordt.  Van de 563 nieuwe uitkeringen had bijna 13% minder dan een jaar geleden ook een bijstandsuitkering en is dus maar kort onafhankelijk geweest van een uitkering. Ook dit percentage daalt al enkele jaren op rij.

3

Omdat cijfers met terugwerkende kracht nog kunnen worden aangepast, lopen de cijfers over instroom en uitstroom (tabel 3) en totaal aantal uitkeringsgerechtigden (tabel 2) niet gelijk. Dit leidt ertoe dat uit tabel 3 blijkt dat het aantal uitkeringen zou moeten zijn gestegen (instroom is hoger dan de uitstroom), terwijl uit tabel 2 blijkt dat het aantal uitkeringen iets is gedaald.

13

 

Er zijn minder mensen uitgestroomd dan in 2019. Er zijn ook beduidend minder mensen uitgestroomd naar werk, zowel absoluut als procentueel. Sterk vermoeden bestaat dat de coronacrisis hiervan de oorzaak is. Ruim 40% van de mensen die in de uitkering komt, is er binnen een jaar weer uit. Dit is ongeveer gelijk aan 2018 en 2019.

Ondanks de coronacrisis is het bijstandsbestand nagenoeg gelijk gebleven. Oorzaak van de daling van het totale uitkeringsbestand ligt in daling van het aantal IOAW-ers wegens pensioen. In het vorige bestuursverslag is gemeld dat de daling van het uitkeringsbestand met name kwam door de goede economische situatie in combinatie met een goed poortproces. In de coronacrisis was de verwachting het bijstandsbestand te zien stijgen. Dit heeft nauwelijks plaatsgevonden. Gezien de al jaren dalende trend van (snelle) terugkeer in de bijstand, lijkt de inzet op duurzame uitstroom zijn vruchten af te werpen, ondanks de coronacrisis. Uiteraard mede omdat de rijksoverheid regelingen in het leven heeft geroepen om personeelslasten te kunnen doorbetalen in getroffen branches. Ook in vergelijking met andere grotere gemeenten in de arbeidsmarktregio is de ontwikkeling in Nissewaard gunstig, omdat in andere gemeenten het bijstandsbestand meer is gestegen. Op VoornePutten is in Brielle en Westvoorne het aantal uitkeringsgerechtigden gelijk gebleven en in Hellevoetsluis gestegen. 3.4 Populatie in de bijstand Niet alle mensen in de bijstand kunnen werken. Die mensen ontvangen een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de arbeidsplicht. Tabel 4. Vrijstellingen arbeidsplicht

Totaal vrijstellingen arbeidsplicht

2018 720

2019 689

% Ontwikkeling 2020 2020 tov 2019 787 14,2

% totale vrijstellingen t.o.v. uitkeringen

30,1%

29,6%

34,2%

Vanaf 2019 zijn de personen die enkele jaren geleden vrijstelling kregen gesproken en gekoppeld aan een werkadviseur; dat waren er ongeveer 800. Eind 2020 moeten nog 222 personen worden herbeoordeeld, die in bovenstaande cijfers niet zijn meegenomen. Van een deel van de herbeoordeelde mensen was de vrijstelling automatisch verlopen en werden daardoor in de cijfers geteld als arbeidsplichtig. Dit terwijl uit het gesprek bleek dat de vrijstelling toch had moeten worden gecontinueerd. Dit verklaart de toename van vrijgestelden. Overigens hebben de meeste vrijgestelden wel de verplichting indien mogelijk mee te werken aan behandeltrajecten en te kijken naar studiemogelijkheden. Ook bestaat een deel van de groep vrijgestelden uit gedeeltelijk vrijgestelden, die bijvoorbeeld een beperkt aantal uren moeten voldoen aan de arbeidsplicht. Omdat het aantal uitkeringen sinds 2018 is gedaald en het aantal vrijstellingen (door zorgvuldiger beoordeling) is gestegen, is het percentage vrijgestelden ten opzichte van de uitkeringen sterk gestegen. In tabel 5 zoomen we nader in op de populatie in de uitkering. Het aantal uitkeringsgerechtigden dat meer dan 6 maanden en korter dan 5 jaar in de uitkering zit, is in 2020 gedaald. Het aantal uitkeringen dat korter duurt dan zes maanden is gestegen.

Met name in de 2e helft van 2020 zijn er mensen ingestroomd in de bijstand, die niet snel konden uitstromen. Deze mensen ontvangen op 3112-2020 immers minder dan zes maanden een uitkering. Vermoedelijk houdt dit verband met corona. Met name de groep die 2-3 jaar in de uitkering zat, is sterk gedaald met zo’n 20%. Dit heeft te maken met lagere instroom in 2018; doordat er toen minder mensen instroomden, zitten er nu minder mensen 2-3 jaar in de bijstand. De groep die vorig jaar 2-3 jaar in de uitkering zat, is (voor 14

zover niet uitgestroomd uit de uitkering) nu doorgestoomd naar de groep die 3-5 jaar in de uitkering zit is en die is veel minder gedaald. Het aantal langdurig uitkeringsgerechtigden stijgt al jaren, al is de stijging in 2020 iets minder dan over 2019. Tabel 5. Opbouw uitkeringsbestand

2018

2019

% Ontwikkeling 2020 2020 tov 2019

Uitkeringsduur t/m 6 maanden 7 t/m 12 maanden 1-2 jaar 2-3 jaar 3-5 jaar 5 jaar en langer

150 189 321 272 397 1.063

148 153 264 255 390 1.116

172 149 247 203 385 1.142

16,2 -2,6 -6,4 -20,4 -1,3 2,3

Leeftijd tot 27 jaar 27-35 jaar 35-45 jaar 45-55 jaar 55 jaar en ouder

194 444 520 560 674

168 415 498 536 709

179 409 518 508 684

6,5 -1,4 4,0 -5,2 -3,5

In de leeftijdsopbouw zien we dat de groep 55 jaar en ouder voor het eerst in jaren is gedaald, vermoedelijk vooral vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De groepen boven de 45 jaar zijn gedaald en groepen daaronder nagenoeg allemaal gestegen. Met name onder de jongeren (onder 27 jaar) is een grote stijging te zien. Dit is een tegenovergestelde ontwikkeling ten opzichte van vorig bestuursverslag is zal vermoedelijk grotendeels te maken hebben met corona. 3.5 Inburgering Op 1 januari 2022 treedt de Wet inburgering 2021 in werking. Hierin krijgen gemeenten een grotere rol in de inburgering van nieuwkomers (zie voor toelichting hoofdstuk 8). In het huidige stelsel is de gemeentelijke rol beperkt tot het toezien op het feit of de nieuwkomer aan diens inburgeringsplicht voldoet. In de meeste gevallen moet binnen drie jaar aan de inburgeringsplicht zijn voldaan. Vooruitlopend op de nieuwe rol van de gemeente, nemen we vanaf dit bestuursverslag enkele cijfers hierover op. Met de inrichting van het nieuwe inburgeringsstelsel, wijzigen ook de wensen omtrent monitoring. De komende bestuursverslagen kan de weergegeven informatie daarom wijzigen. Zowel in het huidige als in het nieuwe inburgeringsstelsel zijn vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel inburgeringsplichtig.

Dit zijn zowel asielstatushouders en hun familie- of gezinsleden (vluchtelingen) als gezinsmigranten/overige migranten. De meeste statushouders die sinds 2013 naar Nederland zijn gekomen, zijn mensen uit Syrië, Eritrea, Somalië, Afghanistan, Iran en Irak. In tabel 6 staat eerste informatie over de inburgeringsplicht van asielstatushouders en hun gezinsleden in Nissewaard. Op 1 september 2020 hadden 38 inburgeringsplichtigen die in 2017 inburgeringsplichtig werden inmiddels voldaan aan hun inburgeringsplicht. Van de personen die in 2018 en later inburgeringsplichtig werden, is nagenoeg iedereen nog bezig aan deze plicht te voldoen. Vanaf 2018 is geen asielgerechtigde statushouder meer ontheven van de inburgeringsplicht; voor 2017 was dat nog wel het geval. Overigens heeft de gemeente geen rol in het geven van vrijstellingen. Dit wordt op 15

aanvraag door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bepaald. Vanaf 1 mei 2020 zijn Turkse asielstatushouders inburgeringsplichtig, waardoor het aantal inburgeringsplichtigen kan stijgen. Tabel 6. Resultaat inburgeringsplicht van asielstatushouders die in dat jaar inburgeringsplichtig werden

Asielgerechtigde statushouders Peildatum 1-9-2020 Voldaan Ontheven Nog inburgeringsplichtig Totaal inburgeringsplichtig geworden

2017

2018

2019

2020

38 13 54 105

* 0 55 55

* 0 38 38

0 0 67 67

* Aantallen te klein om weer te geven, omdat deze naar personen te herleiden zijn

Naast asielstatushouders, is er de groep gezinsmigranten/overige migranten. Gezinsmigranten zijn personen die van buiten de EU naar Nederland komen, in de meeste gevallen om een huwelijk of partnerschap aan te gaan met een in Nederland gevestigde persoon. Binnen de groep gezinsmigranten is de diversiteit aan herkomst groot; zij komen uit veel verschillende landen. Overeenkomst is dat ze over het algemeen (80%) vrouw zijn. Daarnaast is er een kleine groep ‘overige migranten’: dit zijn geestelijk bedienaren (voorgangers van een eredienst bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie) en familieleden van kinderen die onder het kinderpardon vallen. Deze laatste zijn geen asielstatushouders en vallen onder gezinsmigranten. Tabel 7. Resultaat inburgeringsplicht van migranten die in dat jaar inburgeringsplichtig werden

Gezins- en overige migranten peildatum 1-9-2020 Voldaan Ontheven Nog inburgeringsplichtig Totaal

2017

2018

2019

2020

17 0 10 37

9 0 20 29

9 0 45 52

0 0 21 21

Ten opzichte van de asielgerechtigde statushouders, verloopt inburgering bij een grote groep gezinsmigranten sneller. Deze groep is beter voorbereid naar Nederland gekomen, want zij moeten al in het land van herkomst een basisexamen inburgering afleggen. 3.6 Schuldproblematiek en armoede Het aantal schuldhulpverleningstrajecten is over 2020 gedaald met 9,9% naar 662 cliënten en daarmee zet de dalende trend van 2019 door. Dit ondanks de coronacrisis in 2020. Naar verwachting zal op het gebied van schuldproblematiek de coronacrisis pas (veel) later een stijging laten zien in het aantal cliënten schuldhulpverlening. Dit omdat inwoners pas aankloppen voor schuldhulpverlening als ze zelf alles hebben geprobeerd om de schulden op te lossen. De daling van het aantal cliënten komt zowel door fors minder aanmeldingen over 2020 als door een groter aantal beëindigingen. Tabel 8. Cliënten schuldhulpverlening

2018

2019

2020

Aantal cliënten schuldhulpverlening

803

735

662

waarvan jonger dan 27 jaar

58

45

45

Aantal aanmeldingen Aantal beëindigingen

403 395

423 486

341 437

16

% Ontwikkeling 2020 tov 2019 -9,9 0,0 -19,4 -10,1

Vanaf 1 januari 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gewijzigd. Kort gezegd betekent de gewijzigde wet dat de gemeente verplicht is om actief te reageren op meldingen van betalingsachterstand bij woningcorporaties, energie– en waterleveranciers en zorgverzekeraars. Het gaat er hierbij om dat er een handreiking wordt gedaan naar de betrokken inwoner. Dit kan een brief zijn, sms of whatsapp, telefonisch contact etc. Hierin wordt een aanbod gedaan om hulp/ondersteuning te bieden. Mocht de inwoner hiervan gebruik willen maken, dan dient de gemeente binnen vier weken een inwoner een aanbod te doen voor een eerste gesprek over mogelijke schuldhulpverlening of een andere vorm van hulpverlening. Teneinde ons zo goed mogelijk voor te bereiden op de praktische uitvoering van deze wet is besloten om in de periode 1 september 2020 t/m 31 december 2020 een pilot uit te voeren met deze partners. Doel van de pilot vroegsignalering was om een aantal methodieken (met name in de benadering van de betreffende inwoner) met elkaar te vergelijken om zo de effectiviteit te bepalen. Hierbij wordt uiteraard een afweging gemaakt van de te maken kosten in relatie tot de verwachte opbrengsten. Gedurende deze pilot is tevens (voor zover mogelijk) de tijdsinvestering gepeild en de profielen van deze inwoners in kaart gebracht.

De ervaringen vanuit de pilot worden gebruikt om vanaf 1 januari 2021 op zo een goed mogelijke manier invulling te geven aan de eisen die de aangepaste Wet Schuldhulpverlening van ons vraagt. Per 2020 is het armoedebeleid gewijzigd en daarmee de minimavoorzieningen. De voorzieningen kennen net iets andere voorwaarden dan voorheen, waardoor de aantallen niet helemaal vergelijkbaar zijn met voorgaande jaren. Eind 2021 zal een evaluatie van het nieuwe armoedebeleid plaatsvinden. Het aantal CZ verzekerden is na een grote stijging in 2018, en de lichte stijging in 2019, in 2020 gedaald. Dit komt omdat de inkomensgrens om in aanmerking te komen is verlaagd van 130% naar 120% van de bijstandsnorm, zodat het in overeenstemming is met de andere minimaregelingen. Het aantal CZ verzekerden in 2020 zit met 2764 nog wel ruim boven het aantal van 2017 (2585). De Individuele Inkomenstoeslag (IIT) en de kindtoeslag zijn in 2020 nagenoeg gelijk aan de Individuele Minimatoeslag en kindtoeslag in 2019. De energiebijdrage (een financiële bijdrage voor weinig draagkrachtige ouderen) is gedaald ten opzichte van 2018 en 2019. Tabel 9. Aantal cliënten per armoedevoorziening

2018 2.850 2.475 1.595 438

Aantal CZ verzekerden Individuele InkomensToeslag Kindtoeslag Energiebijdrage

2019 2.883 2.568 1.558 447

2020 2.764 2.549 1.551 413

% Ontwikkeling 2020 tov 2019 -4,1 -0,7 -0,4 -7,6

Vanaf februari 2020 is de gemeente Nissewaard, als nieuw onderdeel van het armoedebeleid, aangesloten bij de Rotterdampas. Minima kunnen de pas tegen gereduceerd tarief (€ 5) aanschaffen en voor hun kinderen is de pas gratis. Ook niet-minima kunnen de pas kopen, tegen niet gereduceerd tarief (€ 60 voor volwassenen en € 12,50 voor kinderen). Tabel 10. Verkoop Rotterdampas in 2020

Balie Internet Totaal

Reductie Volw 603 1341 1944

Regulier Volw 108 500 608 17

Reductie Kind 440 952 1392

Regulier Kind 98 326 424

Totaal 1249 3119 4368

Ondanks dat door Corona veel uitjes en activiteiten gesloten waren is de totale verkoop van de pas nog vrij hoog geweest. Er waren namelijk ook andere mogelijkheden met de pas zoals het volgen van een digitale workshop of korting op afhaalmaaltijden. Daarnaast zijn veel passen al aangeschaft net voordat Corona uitbrak halverwege maart 2020. In totaal zijn 4368 passen verkocht, terwijl er bij de vaststelling van het armoedebeleid uitgegaan was van 7100 passen in totaal. 3.7 Wat er in 2020 is gedaan binnen werk, inkomen, armoede en schulden In het gemeentebrede jaarverslag over 2020, is per programma en vervolgens per onderdeel aangegeven wat in 2020 is gedaan. Dit zijn extra acties, speerpunten of bijzonderheden geweest. Reguliere taken, zoals het verstrekken van bijstandsuitkeringen, verlenen van diverse subsidies, behandelen van aanvragen etc is hierin niet opgenomen. Hieronder zijn deze bijzondere punten uit het jaarverslag (grotendeels) weergegeven die betrekking hebben op werk, inkomen, inburgering, armoede en schulden.  De leerlijnen groen, logistiek/vervoer en schoonmaak startten binnen Voorne Putten Werkt! voor een snellere aansluiting op de veranderende vraagstelling uit de arbeidsmarkt. Ook werd voor de doelgroep de mogelijkheid geboden om een opleiding te volgen, zoals VCA, Heftruck en Reachtruck.

 In 2020 werkten we via de FIP-methode aan een verbeterslag voor de kandidaten binnen de Participatiewet. FIP staat voor Frequent, Intensief en Persoonlijk klantcontact, waarbij kandidaten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt gedurende een jaar meerdere keren worden gesproken, om hun leefsituatie breder te bezien en de kandidaat te activeren.  De regionale samenwerking met de arbeidsmarktregio stond nog steeds hoog in het vaandel. Er werd onder andere en start gemaakt met de zogenoemde 'regiodeal'.  We startten de pilot Sociale Activering en Participatietrajecten.  We startten de training voor Wsw en nieuw beschut werken om een ontwikkelstap te kunnen realiseren.  De digitale dienstverlening werd ontwikkeld voor de re-integratiekandidaten vanuit de Participatiewet en digitaal ontwikkelaanbod werd voor de Wsw-doelgroep ingezet. Dit laatste om sociaal isolement en het verliezen van vaardigheden te voorkomen.  Door de accountmanagers Werk werd intensief op relatiebeheer ingezet, waardoor voortijdige stopzetting van dienstverbanden werd voorkomen.  Er werd een marktbewerkingsplan 2020 opgesteld en uitgevoerd. Daarnaast werd er een trainingsprogramma 2.0 opgesteld.  Er werden twee nieuwe versies voor het VCA-certificaat ontwikkeld; VCA moeilijk lerenden en VCA Tygrinia.

Tygrinia is een Semitische taal die wordt gesproken door zo'n 6,7 miljoen mensen in vooral Eritrea en de Ethiopische regio Tigray. Beide VCA-trajecten zijn inmiddels ook succesvol uitgevoerd. De VCA voor moeilijk lerenden wordt inmiddels ook door scholen en ondernemers bij ons ingekocht.  De minimavoorzieningen werden verruimd, zoals het verhogen van de inkomensgrens, het wijzigen van de premievergoeding van de collectieve ziektekostenvergoeding en het vergoeden van het eigen risico. In tegenstelling tot diverse andere gemeenten, konden wij de collectieve ziektekostenverzekering behouden.  Alle kinderen konden deelnemen aan sport en cultuur via afspraken met Stichting Leergeld Voorne Putten en Stichting Jeugdfonds sport en cultuur Nederland.  Op 14 december 2020 ondertekenden de gemeente Nissewaard en SUN Nissewaard een convenant waarin zij de afspraken hierover hebben vastgelegd. Doel van SUNN is om aan mensen die tussen wal en schip dreigen te vallen, hulp te bieden bij acute financiële nood.  De aanpak op het signaleren en voorkomen van armoede en schulden werd doorontwikkeld, zoals vroegsignalering binnen schuldhulpverlening (o.a. met corporaties) en het preventieproject met zorgverzekeraar CZ. 18

    

De pilot schuldhulpverlening voor ondernemers startte in 2020. Er hebben acht ondernemers uit Nissewaard hieraan deelgenomen. Daarnaast startten binnen de schuldhulpverlening de pilots stress sensitief hulpverlenen, structureel financiële dienstverlening en budgetcursus. De audit NVVK was uitgevoerd op het gebied van schuldhulpverlening en Nissewaard kreeg een goede beoordeling. Voorbereidingen voor de aanbesteding van de nieuwe inburgeringswet werden getroffen. We werkten proces- en ketengericht en daarbij richten we klantprocessen in naar logica van de inwoners als klant, zoals bijvoorbeeld is gedaan bij nieuwkomers en meervoudig complex. Met Unique werden afspraken gemaakt om vanuit Social Return on Investment (SROI) in te zetten op de doelgroep met een lange afstand op de arbeidsmarkt. Er werden ter promotie van SROI kennisbijeenkomsten georganiseerd, nieuwe trainingen gevolgd voor SROI en werd een nieuwe regionale werkwijze geïmplementeerd. Rotterdam heeft de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) voor ons uitgevoerd, een van de Corona-compensatieregelingen van de rijksoverheid. Van Tozo 1 (t/m 31-05) hebben 930 inwoners gebruik gemaakt en van de 2e regeling 285 (t/m 30-09).

3.8 Cliëntervaringen minimaregelingen en schuldhulpverlening Gekozen is om naast de Jeugdwet en de Wmo, ook in de Participatiewet en de Wgs de cliëntervaring te meten. De rapportage over de Participatiewet is nog niet gereed, maar die over de Wgs en armoederegelingen kan worden opgenomen in dit bestuursverslag. 367 inwoners die gebruik maken van gemeentelijke schuldbemiddeling werden uitgenodigd voor het onderzoek. Van hen vulden 110 inwoners de vragenlijst volledig in, een respons van 30%. Van de inwoners met minimaregelingen, ontvingen 1.189 inwoners een uitnodiging en namen 329 inwoners deel aan het onderzoek (waarvan 79 uit Brielle). Dit is een respons van 27%. De respons is voldoende om uitspraken te kunnen doen over beide populaties. Waar de uitkomsten specifiek over inwoners uit Brielle gaan, is deze in onderstaande samenvatting weggelaten. Waar mogelijk zijn ervaringen vergeleken met 2016, toen incidenteel onderzoek is uitgevoerd. Met betrekking tot de minimaregelingen is de ervaring de volgende: Bereikbaarheid gemeente is goed: Over het algemeen vinden inwoners met een minimaregeling de gemeente goed bereikbaar. Over de bereikbaarheid van het stadhuis is 90% van deze inwoners tevreden. Driekwart van de inwoners van Nissewaard met een minimaregeling is van mening dat de gemeente ook telefonisch goed bereikbaar is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10661281/4