Bestuursverslag Sociaal Domein over 2020
Tekst van het document
Onderstaande grafiek geeft de metingen weer die aan de gekozen meetmethode voor vrijwilligerswerk voldoen. Vandaar dat er geen metingen in Nissewaard zijn over de jaren tussen 2016 en 2020. Doel is eind 2022 minimaal 70% van het landelijke percentage vrijwilligers te hebben. Dit zou bij gelijkblijvende landelijke cijfers betekenen dat ongeveer 34% van de Nissewaardse volwassenen aan vrijwilligerswerk doet. Nu het landelijke percentage is gedaald, zou het doel behaald zijn bij een kleine 31%. Met 34% vrijwilligers, hebben we het gestelde doel gehaald.
50%
45%
40%
35%
2016
2017
2018
2019
2020
Nederland
49,7%
48,5%
47,6%
46,7%
43,8%
Nissewaard
31,2%
34,0%
Grafiek 15. Percentage inwoners dat aan vrijwilligerswerk doet
Het percentage inwoners dat deelneemt aan activiteiten in de wijk of van clubs en verenigingen is met 46,7% lager dan het landelijk gemiddelde, maar nog net wel binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland. De dalende trend die hierbij in Nederland te zien is, herkennen we ook binnen Nissewaard, al is die in Nissewaard iets sterker.
43
65%
60%
55%
50%
2018
2019
2020
Nederland
57,8%
2016
2017
56,2%
56,5%
55,6%
Nissewaard
50,9%
48,7%
46,7%
Grafiek 16. Percentage inwoners dat deelneemt aan activiteiten in wijkgebouw, van clubs of van verenigingen
Ook met betrekking tot eenzaamheid is gekeken hoe dit het beste kan worden gemeten (zie bijlage). Uit onderstaande grafiek blijkt dat de meting uit de Nissewaard Peiling over 2020, waarin de gekozen meetmethode is gehanteerd, nauwelijks afwijkt van de landelijke meting in 2019. Hiermee is voor volwassenen het doel behaald dat eind 2022 niet meer inwoners van Nissewaard zich (zeer) ernstig eenzaam voelen dan gemiddeld in Nederland.
10%
8%
6%
2016 Nederland
2017
2018
7,0%
2019
2020
9,0%
Nissewaard
9,1%
Grafiek 17. Percentage volwassen inwoners dat sterk eenzaam is
44
7. Financiële ontwikkelingen In dit hoofdstuk wordt uitleg gegeven over de financiën sociaal domein en worden ontwikkelingen geschetst over 2020 en 2021. 7.1 Het hek om budgetten sociaal domein Bij de start van de decentralisaties in 2015 heeft de raad besloten een financieel ‘hek’ om het sociaal domein te plaatsen. Dat wil zeggen dat alle middelen die we van het rijk krijgen voor het sociaal domein, plus alle gemeentelijke middelen die Spijkenisse en Bernisse in 2014 al beschikbaar hadden voor het sociaal domein, gezamenlijk een gesloten systeem vormen. Binnen de budgetten van het sociaal domein kunnen verschuivingen plaatsvinden, al naar gelang behoefte. Zo kunnen tekorten op het ene beleidsveld binnen het sociaal domein, gecompenseerd worden door overschotten elders binnen het ‘hek’. Feitelijk zijn er twee aparte hekken; één om de lokale taken sociaal domein en één om de centrumtaken Wmo, die wij ook voor andere gemeenten in de regio uitvoeren. In het sociaal domein gaat circa € 126 miljoen om, exclusief de centrumtaken voor de Wmo. De uitgaven zijn grofweg onder te verdelen in de volgende grote onderdelen: Ongeveer een derde van het sociaal domeinbudget wordt gebruikt voor uitkeringen, inclusief € 8,2 miljoen voor de TOZO-regeling in verband met Corona.
Ongeveer € 35 miljoen wordt besteed aan taken of producten die andere partijen leveren en die wij via een inkoopopdracht of subsidieverlening bekostigen. Dit betreft met name Wmoen Jeugdwet-taken. Ongeveer 16% van het sociaal- domein-budget gaat naar de GR-JR voor specialistische jeugdhulp (circa € 20 miljoen). Ruim € 12 miljoen wordt besteed aan re-integratie en werkvoorziening voor uitkeringsgerechtigden en WSW-ers (mensen die onder de Wet Sociale Werkvoorziening vallen). Circa € 7,3 miljoen gaat naar onderwijsbeleid (exclusief huisvesting), zoals onderwijsachterstandenbeleid, kinderopvang, leerplicht en bestrijding voortijdig schoolverlaten. Circa € 4 miljoen betreft uitgaven voor armoedebestrijding. Circa € 1,3 miljoen betreft persoonsgebonden budgetten Wmo en Jeugdwet. Aan de GR GGD Rotterdam Rijnmond wordt € 0,7 miljoen betaald voor taken op grond van de Wet Publieke Gezondheid, Wmo kwaliteitstoezicht (incl. toezicht centrumtaken) en toezicht op de kinderopvangorganisaties. Aan Wmo-centrumtaken wordt hiernaast ruim € 24 miljoen besteed: Binnen Beschermd Wonen is ruim € 18 miljoen beschikbaar aan wonen met begeleiding van volwassenen die door psychische of psychosociale problemen behoefte hebben aan intensieve en onplanbare ondersteuning en/of toezicht.
In totaal wordt € 3,3 miljoen uitgegeven aan het opvangen en begeleiden van jongvolwassenen, alleenstaanden en gezinnen die dakloos zijn. Een bedrag van bijna € 3 miljoen is bestemd voor het regionaal bestrijden van huiselijk geweld en kindermishandeling en het opvangen van personen die wegens geweld de thuissituatie hebben moeten verlaten. 7.2 Stelpost en reserve sociaal domein De budgetten binnen het ‘lokale hek’ worden beïnvloed door inkomsten van het rijk uit circulaires en door uitgaven die we op het sociaal domein doen. Het resultaat daarvan levert een stelpost sociaal domein op. In 2020 zijn de spelregels voor het hek om het sociaal domein aangepast. De stelpost is de uitkomst van de volgende som: 45
Beschikbare budgetten sociaal domein in begroting (incl. indexatiesaldo) + inkomsten van het rijk in circulaires - uitnames uit het sociaal domein in circulaires +/- aandeel sociaal domein acres algemene uitkering (37%) - uitgaven aan sociaal domein in Nissewaard Stelpost: restant beschikbare budget sociaal domein De stelpost is meerjarig, dat wil zeggen dat het resultaat van ieder afzonderlijk jaar een resultaat oplevert dat de stelpost vormt. De stelpost sociaal domein kan zowel positief zijn als negatief en hoeft niet ieder jaar gelijk te zijn. Ook wisselt de stelpost enkele malen per jaar omdat er meer of minder uitgaven worden gedaan, of omdat het rijk meer of minder middelen beschikbaar stelt via de circulaires. Als aan het einde van het jaar een positieve stelpost resteert, wordt het saldo gestort in de reserve sociaal domein. Als er een negatieve stelpost staat, dan wordt onttrokken aan de reserve sociaal domein. De reserve sociaal domein ziet er als volgt uit (stand perspectiefnota 2022, juni 2021): Reserve sociaal domein Saldo 1 januari (in € x 1.000) Dec circ. 2019 SU integratie SD Reeds besloten onttrekkingen Overheveling 2019/2020 PPN 2021: aanvulling vanuit Eneco gelden PPN 2021: aanvulling stelpost SD PPN 2021: afkoop vlaktaks GR/GR BEGR 2021-2024 2e turap 2020: def afkoop vlaktaks GR/JR 2e turap 2020: saldo 2e tussenrapp.
2021 Septembercirculaire 2020 Subsidie Vluchtelingenwerk Decembercirculaire 2020 IVH-trajecten (JOT's) Overheveling 2020/2021 saldo jaarrekening 2020 SD (12-05) Saldo 31 december
2020 10.430 -765 -4.557 -1.743 5.488 -2.619
-1.302
4.651 -2.688 6.895
2021 6.895
2022 -347
-1.516
-140
-941 -1.600 -634 1.600 509 680 -116 -159 -413 -4.651
-329
-347
-1.312
2023 -1.312
2024 -1.312
2025 -1.312
-1.312
-1.312
-1.312
329
-826
Met de Perspectiefnota 2021 is bijna € 5,5 miljoen toegevoegd aan de reserve sociaal domein, vanuit de algemene reserve. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de reserve sociaal domein meerjarig (wederom) negatief wordt. Zoals in de perspectiefnota aangegeven zal in de aanloop naar de programmabegroting 2022-2025 nader geadviseerd worden over hoe te komen tot een meerjarige positieve Reserve Sociaal Domein. Voor overige cijfers wordt verwezen naar de jaarrekening over 2020 en de begroting voor 2021. 7.3 Financiële ontwikkelingen in 2020 en 2021 Vanaf maart 2020 heeft de coronacrisis een grote impact op het sociaal domein, zo blijkt uit landelijk beeld. Mensen raken hun baan of onderneming kwijt en raken in een schuldsituatie. Sommige 46
ondersteuning kan niet meer worden geleverd, sommige ondersteuning wordt op andere wijze (bijvoorbeeld digitaal of telefonisch) geleverd en andere zorg kan onverkort wel doorgaan. Een deel van de jeugdigen loopt (grote) leerachterstand op en ggz-problematiek onder jeugdigen verergert. Huiselijk geweld neemt eind 2020 toe en het is moeilijker zicht te hebben op kinderen in problematische gezinssituaties. Eenzaamheid lijkt toe te nemen en mantelzorgers raken zwaarder belast omdat professionele zorg deels uitvalt. Mensen die wel behoefte hebben aan ondersteuning zijn huiverig deze aan te vragen of te gebruiken. Deze problematiek is in Nissewaard nog niet overal terug te zien in de cijfers. Veel effecten zullen de komende jaren ook pas zichtbaar worden, bijvoorbeeld wanneer mensen hulp gaan zoeken als hun schuldenlast te problematisch wordt. Door het college is, na advisering hierover door het Rijk en de VNG, het besluit genomen in 2020 en ook deels in 2021 gedeeltelijke compensatie te bieden aan zorgpartijen voor het wegvallen van inkomsten. Ook is besloten op welke wijze kan worden omgegaan met ondersteuning die op andere wijze dan in de contracten aangegeven, moet worden uitgevoerd. Hiermee kan het noodzakelijke zorglandschap behouden blijven en kan ondersteuning die op andere wijze wordt geboden, rechtmatig worden uitgevoerd.
Nissewaard heeft hierbij zoveel als mogelijk de landelijke richtlijnen en formats gevolgd. Om de wijzigingen als gevolg van corona door te kunnen voeren en extra kosten op te vangen, is ook vanuit het sociaal domein een beroep gedaan op de gemeentelijke Coronareserve. Deze reserve is gevuld uit de algemene reserve en uit rijksmiddelen voor coronakosten. De middelen die door het rijk toebedeeld werden voor coronakosten op het gebied van Wmo-centrumtaken, zijn uit de coronareserve gehaald en apart gezet op het budget voor centrumtaken. Vanaf 2021 gaat een deel van de doelgroep beschermd wonen over naar de Wet langdurige zorg. Hiertoe is een uitname gedaan uit de centrummiddelen Wmo. Onduidelijk is nog of dit overeenkomt met feitelijke kostenvermindering door overgang van cliënten, omdat de feitelijke indicering van cliënten en overgang naar de Wlz landelijk vertraging in de uitvoering heeft opgelopen. Naar aanleiding van de feitelijke overgang van cliënten, komt een herberekening van de uitname uit de gemeentelijke middelen. Omdat dit centrumtaken betreffen, is dit niet van invloed op de stelpost sociaal domein. In het voorjaar van 2021 heeft de arbitragecommissie die was ingeroepen door het Rijk en de VNG, uitspraak gedaan over de rijksmiddelen jeugdhulp.
Naast enkele inhoudelijke adviezen (zie hoofdstuk 8), heeft de commissie aangegeven dat gemeenten fors geld tekort komen voor de uitvoering van de jeugdhulp. Inmiddels is het bedrag voor 2022 toegezegd en mag voor 2023 en verder 75% van het bedrag dat de arbitragecommissie heeft bepaald, worden opgenomen in de meerjarenraming zo hebben Rijk, IPO en VNG gezamenlijk bepaald. Voor Nissewaard betekent dit de volgende extra middelen die opgenomen mogen worden in de begroting sociaal domein:
Percentage advies arbitragecommissie Indicatief bedrag (in € x 1.000)
2022 100%
2023 75%
2024 75%
2025 75%
7.117
4.279
3.916
3.483
In de perspectiefnota 2022 stonden nog vele PM-posten in de begroting sociaal domein. Nu wordt getracht zoveel mogelijk van deze PM-posten in te vullen ten behoeve van de begroting 2022 en de meerjarenraming. Hiermee hebben de extra middelen jeugdhulp ook al een bestemming gevonden. Omdat er nog geen nieuw kabinet en regeerakkoord is, is onduidelijk welke wijzigingen er in het sociaal domein vanuit de Rijk de komende jaren te verwachten zijn. Wel is helder dat het Wmo abonnementstarief, in ieder geval voor de voorziening huishoudelijke hulp, wel ter discussie staat. 47
Onduidelijk is nog of dit tot wijzigingen leidt, bijvoorbeeld een beleidswijziging of toekenning van extra middelen voor de aanzuigende werking. 7.4 Risico’s en beheersing hiervan over 2020 De volgende risico’s in het sociaal domein, waren onderdeel van de risicoparagraaf in de begroting en jaarrekening 2020 en daarmee onderdeel van de top 25 grootste risico’s binnen de gemeente. Waren er in 2018 nog acht sociaal domein-risico’s binnen de top 25, in 2019 waren dit er twee en in 2020 zijn deze nagenoeg ongewijzigd gebleven. Top 25 van risico’s (alleen sociaal domein)
Kans %
15. Door de combinatie van bestaande capaciteit, een stijgend aantal cliënten op Wmo en Jeugd en een tranformatieopgave, bestaat de kans op wachttijden, dat de transformatieopgave onvoldoende wordt gehaald of de kwaliteit van hulp en ondersteuning vermindert. 17. Als gevolg van de jaarlijkse aanpassing in het BUIG budget door de rijksoverheid, bestaat de kans dat de gemeente een lagere bijdrage ontvangt bij een ongewijzigde situatie.
60%
Max. fin. Invloed gevolg € 500.000 1,29%
50%
€ 500.000
1,16%
De volgende maatregelen zijn genomen om deze risico’s beheersbaar te houden: 1. Stijgend cliëntaantal Wmo en Jeugdwet: In 2019 en wederom in 2021 is gekozen op met name de Wmo om personele capaciteit tijdelijk uit te breiden om de wachtlijsten voor behandeling van aanvragen niet te hoog te laten oplopen. De eerdere tijdelijke uitbreiding van de JOT-capaciteit is voortgezet, hetgeen ertoe heeft geleid dat er nauwelijks nog wachtlijsten voor hulp via de JOT’s zijn. Ook de POH GGZ-jeugd vervult een goede rol in het tegengaan van wachtlijsten en het bieden van overbruggingszorg als een jeugdige wel doorverwezen moet worden naar specialistische hulp, maar er een wachtlijst is. Ook de regionale samenwerking met gemeenten, huisartsen en zorgverzekeraars om de wachtlijsten in met name de GGZ aan te pakken is een belangrijke actie. Daarnaast is in 2021 het besluit genomen om intensieve vrijwillige hulpverlening van de jeugdbescherming te beleggen bij het JOT (met capaciteitsuitbreiding), waardoor de wachtlijsten bij de jeugdbescherming kunnen dalen. Voor de transformatie-opgave is het programma Toekomstbestendig Sociaal Domein ingericht om transformatie-opgaven te realiseren die in de reguliere organisatie niet kunnen worden opgepakt.
Er is blijvende aandacht geweest voor kwaliteit, onder andere met realiseren van functies als kwaliteitsmedewerker (proceskwaliteit), toezichthouder en accountmanager. Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat de kwaliteit van hulp en ondersteuning nog steeds voldoende tot goed is, ondanks de coronamaatregelen in 2020. 2. BUIG-budget: Bij voorlopige toekenningen van het rijksbudget voor uitkeringen (BUIG) wordt binnen de gemeente beoordeeld in hoeverre dit reëel is of een te hoog bedrag zou kunnen zijn. Indien de inschatting is dat het bedrag te hoog is, mede op basis van de dan lopende (economische) ontwikkelingen, wordt er een bedrag op een aparte stelpost gezet als reservering voor eventuele lagere definitieve vaststelling BUIG. Zolang de systematiek van voorlopige en definitieve berekening van het landelijke BUIG-budget niet wijzigt, zal dit risico voor gemeenten blijven bestaan.
48
8. Inhoudelijke ontwikkelingen In dit hoofdstuk geven we de belangrijkste inhoudelijke ontwikkelingen weer op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Dit zijn ontwikkelingen waar we niet aan ontkomen of waarin we samen met andere gemeenten participeren. 8.1 Sociaal domein-brede ontwikkelingen Er zijn enkele ontwikkelingen die op het gehele sociaal domein of anders op meerdere onderdelen daarbinnen betrekking hebben. Die ontwikkelingen staan in deze paragraaf opgenomen. Corona De corona-crisis vanaf maart 2020 leidt tot verandering in vraag en behoefte, mogelijkheden voor aanbod (bijvoorbeeld digitalisering) en vermoedelijk extra kosten de komende jaren. Verwachting is dat het aantal bijstandsuitkeringen stijgt wanneer rijksregelingen voor looncompensatie stoppen en/of WW-termijnen zijn afgelopen. Ook ondernemers die (moeten) stoppen zouden op bijstand aangewezen kunnen raken. We verwachten (op termijn) extra armoede- en schuldproblematiek doordat mensen hun inkomsten of baan hebben verloren of schulden hebben moeten maken om in hun levensonderhoud en vaste lasten te voorzien. Daarnaast zal er mogelijk een grotere ondersteuningsvraag komen omdat in de coronatijd minder ondersteuning kon worden geboden, waardoor problematiek is verergerd.
Denk aan leerachterstanden bij kinderen, gevolgen van huiselijk geweld, meer ggz-problematiek vooral onder jeugdigen, (v)echtscheidingen, gezondheidsproblematiek, overbelasting van mantelzorgers en eenzaamheidsproblematiek. De impact van de coronapandemie op langere termijn is op dit moment nog niet duidelijk. Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (multiproblematiek) De Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) is momenteel in een voorbereidende fase. Er is nog geen datum van inwerkingtreding bekend. Deze wet beoogt het makkelijker te maken om personen of gezinnen waarin meerdere soorten problemen binnen het sociaal domein spelen, integraal te ondersteunen. Vooral wordt de mogelijkheid juridisch geborgd om gegevens uit de verschillende sociaal-domein-wetten binnen de gemeente en met andere partijen uit te wisselen en te gebruiken. Het betreft de wetten Wmo, Participatiewet, Jeugdwet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, maar ook informatie vanuit onderwijs, justitie of zorg (medische gegevens). Deze juridische verankering gebeurt door de Wmo uit te breiden en in de andere genoemde wetten korte artikelen op te nemen die hiernaar verwijzen. Deze wet zal de uitvoeringspraktijk van gemeenten in het sociaal domein verbeteren en vergemakkelijken.
Domeinoverstijgende financiering Het kabinet werkt aan een wet om meer samenwerking over zorgdomeinen heen te stimuleren (Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning en Zorgverzekeringswet). Met deze wet moet het voor de inkopende partijen meer lonen om te investeren in preventieve maatregelen om duurdere zorg te voorkomen of uit te stellen. Digitale toepassingen worden steeds belangrijker in de overgang van zorg naar preventie. Ook hier geldt echter dat opschaling vaak belemmerd wordt door een gebrek aan domein-overstijgende financiering. Dit wetsvoorstel moet het mogelijk maken dat zorgkantoren mee-investeren in deze samenwerkingsverbanden. Zo kunnen zij bijdragen aan de gezamenlijke domein-overstijgende initiatieven waarvan ook zij de vruchten plukken. Ook stimuleert dit zorgkantoren om preventieve maatregelen te monitoren en evalueren, zodat zij kunnen leren en verbeteren in het herkennen van doeltreffende en doelmatige maatregelen. Voorbeelden zijn initiatieven die bevorderen dat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen, waardoor ze minder snel een beroep hoeven te doen op Wlz-zorg.
49
Herverdeling gemeentefonds Gemeenten en provincies ontvangen jaarlijks geld van het Rijk om hun taken uit te voeren. Een groot deel daarvan krijgen gemeenten via het gemeentefonds. Sinds de laatste herziening van de Financiële-verhoudingswet in 1997 is er veel veranderd. Zo pakken gemeenten meer taken op in het sociaal domein en werken overheden steeds meer samen. De minister van BZK kondigde daarom in de Tweede Kamer aan de financiële verhouding op een aantal punten te herzien. Een belangrijk onderdeel van de herziening van de financiële verhoudingen is de herijking van het gemeentefonds. De jaarlijkse bijdrage aan gemeenten via dit fonds bedraagt zo’n € 30 miljard en wordt vanaf 2023 anders verdeeld. De fondsbeheerders (de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën) onderzoeken samen met gemeenten hoe het geld het best verdeeld kan worden. Daarnaast moet door herijking de verdeling eenvoudiger worden. Dit onderzoek bestaat uit 2 delen: de verdeelmodellen in het sociaal domein; en de overige onderdelen van het gemeentefonds (klassiek domein). De onderdelen worden tegelijkertijd, maar apart van elkaar onderzocht. Onderwerpen die beide onderdelen raken, worden in samenhang bekeken. Denk hierbij aan de indeling van het gemeentefonds naar beleidsterreinen (clusterindeling). Het onderzoek heeft betrekking op bijna het hele gemeentefonds.
Of de wijziging van het gemeentefonds voor Nissewaard positief, neutraal of negatief zal uitpakken, is nog niet bekend. Omdat het sociaal domein conform de huidige spelregels van het ‘hek sociaal domein’ een aandeel heeft van 37% in het acres van het gemeentefonds (zie paragraaf 7.2), is het gemeentefonds als geheel (inclusief het klassiek domein) voor het sociaal domein relevant. Wet Open Overheid De Wet Open Overheid (Woo) is bedoeld om overheden transparanter te maken en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Als de Woo van kracht wordt, vervangt deze wet de Wob (Wet openbaarheid van bestuur). Het grote verschil tussen het initiatiefwetsvoorstel Woo en de huidige Wob betreft de actieve openbaarmaking van overheidsinformatie. Zo worden overheden verplicht documenten in elf categorieën actief en snel openbaar te maken. Dat betekent: niet meer wachten tot ernaar wordt gevraagd. Daarnaast verplicht de Woo gemeenten hun informatiehuishouding op orde te brengen. Dat is overigens ook al geregeld in de Archiefwet, die stelt dat gemeenten hun documenten in een goede, geordende en toegankelijke staat moeten bewaren. De nieuwe wet moet voor een cultuuromslag zorgen bij de overheid in het actief openbaar maken van overheidsinformatie.
Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) volgt dit initiatiefwetsvoorstel vrijwel geheel de Wob. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen in de Eerste Kamer, zal de Woo waarschijnlijk in 2022 in werking treden. 8.2 Werk, inkomen, armoede en schulden De ontwikkelingen op het gebied van werk, inkomen armoede en schulden zijn de volgende. Nieuwe Inburgeringswet Per 1 januari 2022 zal de nieuwe Inburgeringswet ingaan (invoering is enkele malen uitgesteld). Gemeenten krijgen een belangrijke rol in het nieuwe stelsel: zij voeren regie en leggen verbinding met andere velden binnen het sociaal domein. Gemeenten worden verantwoordelijk voor een brede intake voor elke inburgeringsplichtige nieuwkomer die bij hen wordt gehuisvest. Op basis van deze brede intake en een leerbaarheidstoets (afgenomen door een onafhankelijke organisatie) moet de gemeente een Plan Inburgering en Participatie (PIP) opstellen met elke inburgeraar en zorgen voor monitoring van de voortgang. Er komen drie leerroutes voor inburgering. Voor vluchtelingen worden gemeenten verantwoordelijk voor de inkoop ervan. Overige nieuwkomers zorgen zelf voor de inkoop, eventueel met gebruik van een lening van DUO. Ook gaan gemeenten de asielstatushouders die bijstand ontvangen ontzorgen.
De gemeenten gaan voor deze groep de eerste zes maanden de huur, zorgverzekering en rekeningen voor gas, water en licht vanuit de bijstand betalen. Deze 50
begeleiding moet zorgen voor rust en stabiliteit bij het begin van de inburgering. Hier staat tegenover dat inburgeraars die zich onvoldoende inzetten, vaker en sneller dan in het huidige stelsel te maken krijgen met sancties, zoals een boete. Momenteel vindt de voorbereiding op invoering plaats, waarbij Nissewaard gezamenlijk optrekt met de gemeenten op Voorne-Putten en (op onderdelen) binnen het Rijnmond-gebied. Wetswijziging Breed Offensief (Participatiewet) Om de arbeidskansen van mensen met een beperking te vergroten heeft het kabinet een breed offensief gelanceerd met verschillende maatregelen die ervoor moeten zorgen dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen en blijven. Belangrijke onderdelen zijn het vereenvoudigen van de inzet van het instrument loonkostensubsidie, het bevorderen van ondersteuning op maat, bijvoorbeeld door een adequate inzet van persoonlijke ondersteuning, en werken lonender maken voor mensen met een arbeidsbeperking. Voor een aantal van de voorstellen is wijziging van de Participatiewet en de Ziektewet noodzakelijk. Het wetsvoorstel is controversieel verklaard en daarom nog niet behandeld in de Tweede Kamer. Een eerder genoemde inwerkingtreding van 1 juli 2021 gaat niet worden gehaald en een nieuwe ingangsdatum is nog niet gegeven.
Samenwerking arbeidsmarktregio Het UWV, de gemeenten en Sociale werkbedrijven voeren samen een aantal wettelijke taken uit voor werkzoekenden en werkgevers. Dit is vastgesteld in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI). Recent is hier een wijziging in doorgevoerd. In het kader van het nieuwe besluit Suwi moet voor de regionale samenwerking binnen de arbeidsmarktregio Rijnmond bestuurlijk en ambtelijk (management en uitvoering) een aantal zaken concreter worden geregeld en afgesproken. De gemeenten in de arbeidsmarktregio hebben besloten de onderlinge samenwerking vast te leggen in een samenwerkingsovereenkomst. Inhoudelijk hebben we in de arbeidsmarktregio de ambitie tot het verbeteren van de (publieke en publiek private) samenwerking en de coördinatie van integrale dienstverlening. Drie interventies worden als noodzakelijk gezien: 1. De regio gaat werken conform het idee van de Werkhub (stelselvernieuwing): de bestuurders in de regio en triple helix partners (Overheid, Onderwijs en Ondernemers) zullen bijeen worden gebracht om gezamenlijke ambities en doelen in Rijnmond te bepalen. 2.
In de regio zal worden ingezet op verbeteren van de regie, middelenverdeling en de coördinatie van de uitvoering (verbetering sturing en coördinatie): het management van publieke partners bereidt de bestuurlijke besluitvorming voor, coördineert en regisseert de uitvoering en middelentoewijzing en borgt de integrale en samenhangende dienstverlening in de uitvoering. 3. In de regio geven we de inhoud van en samenwerking in de dienstverlening vorm langs drie sporen (school-werk, werk-werk en weer aan het werk) en via samenwerking met private partners door hun kennis en expertise op dit vlak te benutten. Regio Deal Zuid-Hollandse Delta In een Regio Deal werken Rijk en regio samen aan gebiedsgerichte opgaven om de kwaliteit van leven, werken, wonen, ondernemen, veiligheid, leren en recreëren in regio’s verspreid over Nederland te vergroten. Onder de naam Zuid-Hollandse Delta hebben de vier gemeenten op VoornePutten, de gemeente Hoeksche Waard en de gemeente Goeree-Overflakkee de handen ineen geslagen om door duurzame en innovatieve groei de economische structuur en het woon- en leefklimaat te versterken. Vanuit het sociaal domein wordt (als programma-secretaris en beleidsinhoudelijk) ingezet op een van de inhoudelijke programmalijnen, te weten onderwijs en arbeidsmarkt.
In 2030 wil de regio Zuid-Hollandse Delta dat er voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten zijn om aan de toenemende (vervangings-) vraag naar arbeid te kunnen voldoen in de sectoren agrifood, toerisme en recreatie, duurzaamheid, zorgeninnovatie-techniek. Daarnaast zijn er aansprekende opleidingen ontwikkeld binnen deze sectoren voor innovatieve toepassingen voor de werknemers van de toekomst en is de arbeidsparticipatie toegenomen. 51
Om dit alles te bereiken, wordt in de programmalijn Onderwijs en Arbeidsmarkt onder andere ingezet op vier actielijnen en businesscases: Netwerk van werkleerbedrijven Netwerk van campussen Leven Lang Ontwikkelen Innovatie Governance Voorne-putten Werkt! Het college van Brielle heeft op 22 december 2020 aangegeven de aanvullende overeenkomst met betrekking tot de uitvoering van de Participatiewet per 2023 stop te zetten in verband met de fusie tot Voorne aan Zee. Naar verwachting blijven Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne vanaf 2023 als nieuwe gemeente Voorne aan Zee wel de uitvoering van de Wsw bij Nissewaard beleggen. Op 1 juli 2020 is binnen de gemeente Nissewaard een organisatiewijziging doorgevoerd. Sinds deze datum is een tijdelijke wijziging binnen VPW ingevoerd, met de toezegging om op termijn te komen met een definitief voorstel. Door het vertrek van de directeur VPW in april 2021 is een natuurlijk momentum ontstaan voor Nissewaard om de positionering en inrichting van VPW opnieuw te bezien en daarbij rekening te houden met de hiervoor geschetste ontwikkelingen. Toeslagenaffaire De kinderopvangtoeslag van veel ouders is door de Belastingdienst/Toeslagen onterecht stopgezet. Hierdoor zijn veel ouders in financiële problemen gekomen en onterecht als fraudeur bestempeld.
Binnen Nissewaard zijn er op moment van schrijven van dit bestuursverslag circa 600 gedupeerden, maar dit aantal loopt nog op. De Belastingdienst/Toeslagen en de gemeenten werken samen om ouders te helpen die door de problemen met kinderopvangtoeslag getroffen zijn. Deze samenwerking zorgt ervoor dat ouders naast financiële compensatie indien nodig ook andere ondersteuning ontvangen om hun leven weer op orde te krijgen. Binnen Nissewaard is hiertoe een team opgezet die de mensen die dit willen hulp bieden op allerlei vlak. 8.3 Jeugdhulp Ook op het gebied van jeugdhulp zijn diverse ontwikkelingen gaande. Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen Het kabinet wil de regionale samenwerking van gemeenten bij de inkoop van jeugdzorg verbeteren met de Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen, die delen van de Jeugdwet wijzigt. De samenwerking bij de organisatie van jeugdhulp, kinderbescherming en jeugdreclassering is volgens het kabinet nu te vrijblijvend. Het wil een stabieler jeugdhulplandschap realiseren, waarin gemeenten en jeugdzorgaanbieders langdurige samenwerkingsafspraken maken. Ook moet de beschikbaarheid en continuïteit van specialistische jeugdhulp verbeteren. De wetswijziging is ook bedoeld om de administratieve lasten voor jeugdzorgaanbieders te verlagen en de bovenregionale samenwerking te verbeteren.
Verder moet er per jeugdzorgregio één aanspreekpunt zijn waar aanbieders de aangesloten gemeenten collectief kunnen aanspreken op hun verantwoordelijkheid voor een passend jeugdhulpaanbod. De wetswijziging verplicht gemeenten een gezamenlijke regiovisie op te stellen (in de GR JR reeds gerealiseerd), waarin staat hoe zij samen kinderbescherming, jeugdreclassering en jeugdhulp inkopen en hoe zij op bovenregionaal niveau de beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp willen regelen. Daarvoor moeten de gemeenten een gemeenschappelijke regeling treffen volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), hetgeen in onze regio vanaf 2015 al een feit was. Het kabinet wil dat de wetswijziging begin 2023 in werking treedt.
52
Verlenging duur pleegzorg en vervallen beschikking bij uithuisplaatsing en gesloten jeugdhulp De ministerraad heeft ingestemd met het wetsvoorstel ‘verlenging duur pleegzorg en vervallen verleningsbeschikking bij machtigingen tot uithuisplaatsing en gesloten jeugdhulp’. Het wetsvoorstel regelt dat pleegkinderen voortaan standaard tot hun 21ste in een pleeggezin kunnen verblijven als ze dat willen. Jeugdhulp, waaronder pleegzorg, stopt doorgaans als het kind 18 jaar wordt, terwijl pleegkinderen dan vaak nog niet toe zijn aan volledige zelfstandigheid. Over het verlengen van pleegzorg tot 21 jaar was al een bestuurlijke afspraak gemaakt met de VNG en Jeugdzorg Nederland. Het Rijk heeft hier financiële middelen voor uitgetrokken en gemeenten voeren deze afspraak inmiddels uit. Dit wetsvoorstel geeft deze afspraak de benodigde juridische basis. Rapport arbitragecommissie In mei 2021 heeft de arbitragecommissie inzake het geschil tussen Rijk (ministerie van VWS) en gemeenten (VNG) over de structurele financiering van de jeugdzorg uitspraak gedaan en een rapport opgeleverd. Naast de uitspraak dat de rijksoverheid gemeenten een fors hoger bedrag moet betalen voor uitvoering van de Jeugdwet (zie hoofdstuk 7), doet de commissie ook enkele inhoudelijke aanbevelingen. De eerste aanbeveling is de jeugdhulpplicht (wettelijk) te begrenzen en in te zetten op normaliseren.
Dit zou betekenen dat alleen jeugdhulp ingezet wordt in situaties waar de veiligheid in het geding is, als er een aandoening is geconstateerd of, in overige gevallen, waar de jeugdige niet kan participeren in de maatschappij. De tweede aanbeveling is de beleidsvrijheid van gemeenten te versterken. Dit vergt aanpassing van wetgeving. De derde is om het potentieel beter te benutten en van elkaar te leren. Dit vergt ook het breder beschikbaar stellen en delen van informatie. Ten vierde adviseert de commissie de sturing op kwaliteit te verbeteren en landelijke standaarden hiervoor te ontwikkelen. Tot slot adviseert de commissie te overwegen de landelijke inkoop van hoogspecialistische voorzieningen uit te breiden. De VNG heeft zich inmiddels achter het rapport geschaard. Vanuit het Rijk is aangegeven dat dit een aangelegenheid is voor een nieuw kabinet. GR JR transformatie Transformatie van de specialistische hulp staat centraal in de GR-JR, naast uiteraard de daadwerkelijke zorgverlening aan jeugdigen. Het Algemeen Bestuur (AB) van de GR JR heeft het uitvoeringsplan ‘Transformeren is samen leren’ vastgesteld. Dit plan is bedoeld ter onderbouwing van de inzet van de middelen uit het landelijke Transformatiefonds. Dit betekent dat er tijdelijke middelen beschikbaar zijn om de jeugdhulp in beweging te krijgen. Nissewaard is bestuurlijk trekker van de regionale transformatie-agenda.
Binnen de subregio Voorne-Putten/Goeree-Overflakkee werken we samen aan concrete maatregelen. Deze hebben betrekking op een gezamenlijk afspraken kader voor POH-GGZ-jeugd, een programma voor de introductie van onderwijszorg (op basis van een gezamenlijke visie) en de overheveling van drangtrajecten (IVH) vanuit de jeugdbescherming naar onze lokale toegang. Een deel van deze transformatie-agenda is inmiddels gerealiseerd, zoals overheveling van de IVH. Andere onderdelen zijn nog volop in ontwikkeling. Uiteraard wordt de vastgestelde regiovisie in deze agenda meegenomen. Governance GR JR De governance binnen de GR JR is vastgelegd binnen een gemeenschappelijke regeling. Na een aantal jaren te hebben samengewerkt, wordt momenteel de balans opgemaakt omtrent de wijze van samenwerken. De aankomende Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen en de regiovisie hebben duidelijk gemaakt dat samenwerking op een breed gebied gewenst is en dat we van elkaar en met elkaar willen leren. De huidige regeling biedt hiertoe onvoldoende ruimte. Ook loopt alle besluitvorming altijd een bestuurlijke route, terwijl in afzonderlijke gemeenten veel besluiten in mandaat kunnen worden genomen. Dit maakt dat bestuurlijke overleggen volstromen met besluitvorming over uitvoering, terwijl het wenselijk is meer aandacht en tijd te besteden aan discussie over belangrijke sturingsonderwerpen.
Dit vraagt heroverweging van governance. Deze discussie wordt in 2021 gevoerd. 53
Woonplaatsbeginsel Jeugdwet Op 1 januari 2022 (de ingangsdatum is eerder uitgesteld) treedt een wetswijziging in werking waarmee de definitie voor het woonplaatsbeginsel voor de jeugdzorg wordt gewijzigd. Uitgangspunt in de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel wordt de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (de BRP). Bij jeugdhulp met verblijf is het uitgangspunt dat als woonplaats geldt: de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan een of meerdere verblijfstrajecten zijn woonadres volgens de BRP had. De gemeente waar de jeugdige vandaan komt, blijft dus verantwoordelijk voor de jeugdige en voor de kosten van de jeugdhulp voor deze jeugdige. Door de wijziging zal in sommige gevallen een andere gemeente verantwoordelijk worden voor de zorg voor jeugdigen waar ze nu voor verantwoordelijk zijn. Het is de bedoeling dat al deze jeugdigen op 1 januari 2022 administratief worden overgedragen van gemeente A naar gemeente B. Het is dus belangrijk dat gemeenten inzichtelijk hebben welke kinderen zij administratief moeten overdragen, en welke kinderen ze van andere gemeenten ‘ontvangen’. De voorbereidingen op deze wijziging zijn in Nissewaard in volle gang.
Doorbraakaanpak voor onderwijs en jeugdhulp Er is een wetswijziging in voorbereiding voor het tegengaan van verzuim voor kinderen die onvoldoende passend onderwijs kunnen ontvangen (doorbraakaanpak onderwijs en jeugdhulp). Het doel van het wetsvoorstel is om te voorkomen dat leerlingen thuis komen te zitten doordat er vanuit onderwijs en jeugdhulp niet tijdig een passend aanbod komt. Het voorstel regelt dat de taak voor samenwerkingsverbanden om te zorgen voor een dekkend aanbod explicieter in de wet komt. Ook wordt een verplichting gecreëerd voor samenwerkingsverbanden en voor gemeenten om een gezamenlijke doorbraakaanpak met casusregie vast te leggen om te komen tot een aanbod bij vastgelopen casuïstiek. Een ingangsdatum voor deze wetswijziging is nog niet bekend. Landelijk Actieplan tegen wapenbezit onder jongeren Het actieplan Wapenbezit Jongeren is gezamenlijk opgesteld door de rijksoverheid, 15 gemeenten (waaronder Nissewaard), het OM, de politie, Halt, de William Schrikker Stichting voor Jeugdreclassering en Jeugdbescherming, de Raad voor de Kinderbescherming, de VNG en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Het actieplan, dat medio 2021 is opgeleverd en uitgevoerd wordt in 2021 en 2022, heeft tot doel om het wapenbezit en wapengebruik (met name steekwapens) onder jongeren tot 17 jaar te verminderen.
Startpunt in de aanpak is dat er goed zicht is op jeugd en jongerengroepen die wapens dragen. Van groot belang is vervolgens dat alle betrokken partijen – scholen, jongerenwerk, gemeente, horeca, politie en OM – in de aanpak goed samenwerken en dat deze aanpak vanuit het Rijk wordt ondersteund en versterkt met landelijke maatregelen. Het actieplan kent een totaalaanpak van zowel preventieve als proactieve en repressieve maatregelen. De preventieve pijler bestaat uit bewustwording en ontmoediging via campagnes tegen wapenbezit onder jongeren en hun sociale omgeving, bijvoorbeeld op school en in risico-situaties. Ook het verbeteren van de informatiepositie van de betrokken partijen is hierin van belang. Bij proactieve en repressieve maatregelen die het wapenbezit en -gebruik bemoeilijken en aanpakken, gaat het bijvoorbeeld om controles op school en in de horeca, wapen-inleveracties en het verbod op verkoop van messen aan minderjarigen (wetgeving is in voorbereiding). VE-coach Het ministeriele Besluit van 20 september 20199 over de kwaliteit van voorschoolse educatie (VE) in de kinderopvang, regelt dat per 1 januari 2022 een VE-coach moet zijn aangesteld in de meeste organisaties voor kinderopvang. Een VE-coach is een hbo’er die als coach met regelmaat aanwezig op één of meerdere vve-groepen om de pedagogisch medewerkers te begeleiden bij het realiseren van 9
Besluit van 20 september 2019 tot wijziging van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in verband met de verhoging van het minimaal aantal uren aanbod voorschoolse educatie en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker
54
een vve-aanbod met een hoge kwaliteit. De rol van de gemeente hierbij is, naast financier van deze functie, ook het stellen van doelen en samenwerkingsafspraken over de rol van de VE-coach in het verbeteren van de kwaliteit. In 2021 zijn hierover binnen Nissewaard afspraken gemaakt. 8.4 Maatschappelijke ondersteuning Tot slot de ontwikkelingen op het gebied van de (wet) maatschappelijke ondersteuning. Abonnementstarief Wmo en aanzuigende werking De stapeling van zorgkosten is voor het kabinet aanleiding geweest om per 2019 een abonnementstarief van € 17,50 per vier weken per huishouden in te voeren voor het gebruik van Wmo-voorzieningen. Deze is per 2020 gewijzigd in € 19 per maand. Dit ongeacht de hoogte van het inkomen. Overigens is het collectief vraagafhankelijk vervoer van het verplichte abonnementstarief uitgezonderd. We zien sinds de invoering van het abonnementstarief het aantal aanvragen voor met name de huishoudelijke hulp, maar ook bijvoorbeeld scootmobielen sterk stijgen. Dit heeft gevolgen voor de gemeentelijke uitgaven en voor de benodigde capaciteit om aanvragen en herindicaties te kunnen behandelen. Begin 2020 is gestart met een project om te bezien hoe de instroom in de huishoudelijke hulp kan worden beperkt.
Ook is er een lobby gestart, waarin Nissewaard actief participeert, om de rijksoverheid te dwingen deze maatregel in te trekken of gemeenten financieel te compenseren. Deze lobby lijkt effect te hebben gehad, omdat het onderwerp op de agenda staat van formatie-onderhandelingen voor een nieuw kabinet. Het lijkt waarschijnlijk dat er een aanpassing komt, waarbij in ieder geval de voorziening huishoudelijke hulp in relatie tot het abonnementstarief wordt bekeken. Doorontwikkeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang Beschermd wonen en maatschappelijke opvang zijn nu taken van centrumgemeenten, waarvan Nissewaard er een is. In de komende jaren worden beschermd wonen en maatschappelijke opvang de verantwoordelijkheid van álle gemeenten, niet alleen van de centrumgemeenten. Dit heeft (mogelijke) gevolgen voor financiële herverdeling (vanaf 2023), spreiding van voorzieningen en de wijze van aanpak. Verder hebben gemeenten de landelijke visie omarmt, van een inclusieve samenleving, waarbij cliënten Beschermd Wonen in de wijk wonen en niet langer in apart staande voorzieningen. Nissewaard werkt hierin samen met de regiogemeenten op de Zuid Hollandse Eilanden.
Houtskoolschets Acute Zorg De houtskoolschets van VWS over de Acute Zorg stelt dat het voorkomen van acute zorg beter kan en dat voor zorgverleners en burgers niet altijd duidelijk is waar iemand met een acute zorgvraag heen moet – dat betekent ook dat patiënten vaak te lang op een verkeerde plek blijven. Verder vindt het ministerie dat de acute zorg thuis ‘nog niet groots wordt opgepakt’, VWS stipt het groeiende personeelstekort aan en wijst op de onvolledige data-overdracht tussen partijen in de zorg. In de houtskoolschets wordt onder andere aangegeven dat het medische zorgdomein en het sociaal domein meer met elkaar moeten samenwerken zodat deels acute zorg zou kunnen worden voorkomen, maar ook dat er sneller afgeschaald kan worden doordat er betere ondersteuning thuis wordt geregeld. De houtskoolschets is een discussiestuk en (nog) geen wetsvoorstel. Het is onduidelijk in hoeverre een nieuw kabinet hiermee verder gaat. In Nissewaard zijn al wel stappen ondernomen om de samenwerking tussen gemeente (sociaal domein) en het zorgdomein (huisartsen, zorgverzekeraars, acute zorg) te versterken.
55
9. Speerpunten voor 2021 en verder Speerpunten zijn onderwerpen met een groot belang, die gerichte inzet van de gemeente vragen in een bepaalde periode. Speerpunten komen zowel uit het programma Toekomstbestendig Sociaal Domein als vanuit de reguliere lijnorganisatie. Onderstaande speerpunten gelden voor 2021 en 2022, al geldt voor sommige dat ze pas later afgerond zullen zijn. Naast deze speerpunten, vinden nog vele werkzaamheden plaats in uitvoering en beleid, maar deze zijn meer structureel van aard of hebben een beperktere impact. Bij alle onderdelen wordt de impact van de corona-crisis meegenomen. 9.1 Speerpunten sociaal domein-breed Op de volgende speerpunten wordt in 2021 en 2022 ingezet binnen het sociaal domein als geheel, of binnen meerdere onderdelen van het sociaal domein. Zicht op en aanpak van ontwikkelingen door corona: We houden goed bij welke ontwikkelingen we zien door de coronacrisis en spelen hierop in. Specifiek is aandacht voor kansenongelijkheid in het onderwijs. Maar ook belasting van mantelzorgers, eenzaamheidsproblematiek, huiselijk geweld, jeugdhulp en financiële problemen staan sterk op het vizier. Afronding van programma Toekomstbestendig Sociaal Domein eind 2022: Het huidige programma Toekomstbestendig Sociaal Domein loopt tot eind 2022. De in het programmaplan opgenomen resultaten moeten dan zijn opgeleverd.
We werken daarom in 2021 en 2022 vol inzet op het versterken van de samenleving, algemene voorzieningen, integrale ingang tot ondersteuning en de regierol van de gemeente. Communicatie-strategie Sociaal Domein: We stellen een (externe en interne) communicatiestrategie voor het sociaal domein op. Onderdeel hiervan vormt een duidelijk en eenvoudig te begrijpen basisverhaal van de transformatie in het sociaal domein. Dit kan de basis zijn voor de grote diversiteit aan verhalen die het sociaal domein kent en voor voorlichting op verschillende terreinen. Ook wordt vorm gegeven aan de wijze waarop de communicatie plaatsvindt, zoals toonzetting, look & feel en communicatie-instrumenten. Dit alles zodat vanuit het sociaal domein, door gemeente en samenwerkingspartners, op een eenduidige wijze wordt gecommuniceerd, vanuit een gezamenlijk (mens)beeld en visie. Toegang tot maatwerkvoorzieningen en procesregie: We geven de toegang tot maatwerkvoorzieningen jeugdhulp, Wmo (lokaal) en schuldhulpverlening vorm, op een wijze die aansluit op de integrale ingang. Onderdeel van het toegangsproces is een betere toewijzing van maatwerkvoorzieningen, monitoring van voorzieningen tijdens de uitvoeringsfase en procesregie op huishoudens met complexe problematiek op meerdere terreinen. Toegang tot Wmo-centrumtaken en uitkeringen wordt vooralsnog apart geregeld.
Implementeren van het zaakgericht werken: een randvoorwaarde voor integraal werken is dat dit softwarematig wordt ondersteund. Implementatie van zaakgericht werken zal hier naar verwachting de tools voor bieden. Beleidskader sociaal domein: Er wordt een integraal beleidskader voor het sociaal domein opgesteld (besluitvorming eind 2021), waarin de visie vanuit de ontwikkelingen over de afgelopen jaren wordt vastgelegd. Gezondheidsbeleid: mede op basis van uitkomsten uit de nieuwe gezondheidsmonitor (eens per 4 jaar) en de effecten van de coronapandemie, wordt eind 2021 een nieuw gezondheidsbeleidsplan ter vaststelling aangeboden. Gebiedsopgaven: we geven meer invulling aan de gebiedsopgaven, onder andere door wijkaanpakken uit te breiden van alleen jeugd naar 0-100+. Inkoop Wmo en Jeugdhulp: we passen onze inkoop aan op basis van evaluatie, innovatiemogelijkheden en jurisprudentie. Binnen de voorziening begeleiding worden de mogelijkheid tot afschalen, regievoering door de cliënt en (financiële) sturingsmogelijkheden door de gemeente verbeterd, alsmede aanpassingen gedaan op grond van jurisprudentie.
56
Aanpak en preventie van fraude: In 2022 willen we op basis van het in 2021 op te stellen beleidsplan 'Fraude en Handhaving Wmo en Jeugdwet' komen tot een regeling waarin is vastgelegd hoe de gemeente Nissewaard de verschillende vormen van toezicht organiseert (structureel, proactief, signaal, reactief en preventief toezicht). Hiermee willen we bereiken dat er zo min mogelijk voorzieningen onterecht worden ingezet, dat oneigenlijk gebruik van voorzieningen voorkomen wordt, dat fraude wordt aangepakt en dat de inwoners van Nissewaard weten dat de gemeente ook toeziet op een correcte verstrekking van middelen in Jeugdwet en Wmo. Binnen de Participatiewet wordt een nieuwe werkwijze voor het uitvoeren van rechtmatigheidsonderzoeken ingevoerd. Trainingen medewerkers: Gemeentelijke medewerkers en medewerkers van samenwerkingspartijen worden door de Uitvoeringsbrigade getraind in een werkwijze die passend is bij de gemeentelijke transformatievisie. We zetten specifiek in op stress-sensitieve dienstverlening om de ervaren stress te verminderen bij inwoners die kampen met een langdurige stresssituatie. Geldgebrek is daar een voorbeeld van. Ook wordt specifiek getraind op de werkwijze meldcode huiselijk geweld.
Inspelen op een nieuw regeerakkoord: Zodra een nieuw regeerakkoord is gesloten, zal worden bekeken op welke manier dit het sociaal domein kan beïnvloeden en welke wijzigingen de komende jaren op stapel staan. Waar mogelijk zal hierop in 2022 al worden voorgesorteerd. Inspelen op een nieuw coalitieakkoord in Nissewaard: In 2022 start een nieuwe collegeperiode met een nieuw coalitieakkoord. In 2022 wordt bekeken wanneer en hoe aan de verschillende onderdelen uitvoering kan worden gegeven.
9.2 Speerpunten werk, inkomen, armoede en schulden Op het gebied van werk, inkomen armoede en schulden zijn de volgende speerpunten opgesteld: Regionale samenwerking en eigen organisatie: We werken toe naar een langetermijnvisie van Werk en Inkomen in relatie tot het (lokale en regionale) arbeidsmarktbeleid. Dit mede in relatie tot de ontwikkelingen zoals genoemd in het vorige hoofdstuk (Regio Deal, VPW, arbeidsmarktregio). Wet vroegsignalering: We zetten ons in op vroegsignalering in schuldhulpverlening. Dit doen we in samenspraak met private schuldeisers, zoals woningbouwcorporaties, zorgverzekeraars, drinkwater- en energiebedrijven. Om hiermee tijdig/ sneller te zijn en om de omvang van de schulden te beperken en vroegtijdig te werken aan oplossingen. Tevens zetten we extra in op preventie. Hiervoor houden we een ‘armoedetour’ door langs scholen te gaan, wijkcentra, ouderenzorg, etc. Inburgeringswet: In 2021 worden de laatste voorbereidingen getroffen voor invoering van de wet en vanaf 2022 wordt de nieuwe wet inburgering uitgevoerd. Toeslagenaffaire: We ondersteunen gedupeerde gezinnen die in de problemen zijn gekomen door de toeslagenaffaire, wanneer dat door hen gewenst is.
9.3 Speerpunten Jeugdhulp Voor jeugdhulp kennen we in 2021 en 2022 de volgende speerpunten: Doorontwikkeling JOT’s: De functie en werkwijze van de JOT’s wordt doorontwikkeld, op basis van het eindbeeld van de integrale ingang en toegang en de regiovisie jeugdhulp, met beide als doel het zorggebruik van jeugdigen terug te brengen naar het landelijk gemiddelde, de werkdruk te verminderen, de kwaliteit hoog te houden en een betere aansluiting tussen lokale en (sub)regionale verantwoordelijkheid te bewerkstelligen. VVE, onderwijs en jeugdhulp: We versterken de samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs en jeugdhulp, onder andere via het programma kinderogen. We zetten bijvoorbeeld in op verbetering van de toeleiding en informatievoorziening over VVE en peuterdagopvang zodat meer doelgroepkinderen worden bereikt. Tevens wordt er 57
toegewerkt naar een integrale zorgstructuur voor kinderen in de leeftijd 2 tot en met 4 jaar, waarbij ook specifiek aandacht is voor het plaatsen van het kind in de best passende vorm van onderwijs. Ook het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en dyslexiezorg is een actiepunt. Intensieve vrijwilliger hulpverlening: per 1 juli 2021 voeren we binnen VoornePutten/Goeree-Overflakkee als eerste subregio binnen de jeugdhulpregio Rijnmond de intensieve vrijwillige hulpverlening uit, zodat de jeugdbescherming zich kan richten op de gedwongen hulpverlening. GR Jeugdhulp Rijnmond: binnen de GR JR werken we aan de transformatie (waaronder uitwerking van de Regiovisie), inkoop van regionale jeugdhulp per 2023 en het realiseren van een nieuwe governance voor de samenwerking in de jeugdhulpregio. Inkoop van uit de regio overgekomen jeugdhulp: Onderdeel van de regiovisie is dat een deel van de nu regionaal ingekochte jeugdhulp naar gemeenten overkomt per 2023. Dit vergt lokale borging van voorzieningen, bijvoorbeeld door lokale inkoop hiervan. Hierbij worden hierboven genoemde ontwikkelingen zoals de versterking onderwijs en jeugdhulp betrokken. POH-GGZ Jeugd: Besluitvorming omtrent de toekomstige inzet van de POH-GGZ jeugd bij de huisartsenpraktijken in Nissewaard.
Aanpassing woonplaatsbeginsel: alle noodzakelijke werkzaamheden die verbonden zijn aan aanpassing van het woonplaatsbeginsel worden in 2021 ondernomen. Voortijdig schoolverlaten: de aanpak voortijdig schoolverlaten wordt geïntensiveerd (er zijn extra middelen beschikbaar) en sterker verbonden met leerplicht. Actieplan tegen wapenbezit: in 2021 en 2022 wordt het actieplan tegen wapenbezit onder jongeren uitgevoerd, in samenwerking met alle betrokken partijen.
9.4 Speerpunten maatschappelijke ondersteuning Tot slot zijn er op het gebied van de Wmo de volgende speerpunten in 2021 en 2022: Personen met verward gedrag: De aanpak van personen met verward gedrag wordt in 2021 verder uitgewerkt in een plan op basis van de in 2020 gehouden inventarisatie. Tevens wordt de werkwijze in het kader van de Wet verplichte GGZ op grond van ervaringen in de praktijk verder doorontwikkeld. Wonen met zorg: De Woonzorgvisie, die in 2021 wordt ontwikkeld samen met woningcorporaties, zorgaanbieders en welzijnsorganisaties, vertalen we in 2022 naar een uitvoeringsprogramma met prestatieafspraken. Focus ligt op voldoende woonzorgvoorzieningen voor ouderen. Huishoudelijke hulp: we zetten met de voorziening ‘huishoudelijke ondersteuning’ in op het (weer) zelfstandig uit kunnen voeren van het huishoudelijk werk. In de loop van 2022 wordt een aangepaste werkwijze geïmplementeerd. Bestrijding van eenzaamheidsproblematiek: In 2021 en 2022 wordt gewerkt aan verdere uitvoering van ‘Elkaar Waard’, waaronder het invoeren van ‘AutoMaatje’ (een vervoerservice waarbij vrijwillige chauffeurs met hun eigen auto minder mobiele plaatsgenoten vervoeren) dat gedurende coronatijd niet kon worden geïmplementeerd.
Mantelzorgbeleid: Als onderdeel van een nieuw mantelzorgbeleid (2021) gaan we in 2022 fors inzetten op een beter bereik van mantelzorgers, zodat zij meer gebruik gaan maken van de verschillende ondersteuningsvormen die er zijn. Dit om overbelasting te verminderen. Doorontwikkeling Beschermd Wonen: We bereiden regionaal en lokaal de (financiële) doordecentralisatie van Beschermd wonen voor en de hiermee samenhangende keuzes over toekomstige regionale samenwerking op de Zuid-Hollandse Eilanden. Onderdeel hiervan is de inkoop per 2022 van Beschermd Wonen (was subsidieverlening). Doorontwikkeling maatschappelijke opvang: We geven een vervolg aan de in 2021 gestarte projecten in het kader van het landelijke programma ‘Een (t)huis, een toekomst’ en besluiten over of en zo ja in welke vorm (onderdelen van) de pilots een structureel karakter krijgen. Dit 58
is onderdeel van een breder traject van beleidsontwikkeling op de Zuid-Hollandse Eilanden, gericht op het in lijn brengen van de voorzieningen met onze visie en doelstellingen op de ZHE en het komen tot een koers voor de regionale samenwerking in de komende jaren. Huiselijk geweld: Aan het actieprogramma Geweld hoort nergens thuis 2019-2021 is een verbeterplan gekoppeld voor de periode 2021-2023. We willen de drempel te verlagen om hulp te vragen en we zorgen ervoor dat er in het lokale veld voldoende en de juiste expertise is. We werken hierbij samen met de regiogemeenten, ketenpartners en ervaringsdeskundigen aan een eenduidige aanpak. We bieden de inwoners informatie aan over huiselijk geweld en kindermishandeling en wat je kunt doen als je hiermee te maken hebt.
59
Bijlage 1: Het meten van vrijwilligerswerk en eenzaamheid In 2018 heeft de gemeente Nissewaard een stap gezet in het meten van de effecten in het sociaal domein. Dit heeft bijgedragen aan het ontstaan van het bestuursverslag sociaal domein. In dit proces zijn ook stappen gezet qua kennis en ervaring met het meten van indicatoren. Dit document gaat specifiek in op de indicatoren vrijwilligerswerk en eenzaamheid, op welke verschillende manieren deze gemeten zijn en hoe deze in het vervolg zullen worden gemeten. Vrijwilligerswerk Vrijwilligerswerk werd al gemeten in de Nissewaardpeiling van 2016 en in de inwoners enquête van 2015. Figuur A geeft de resultaten weer voor de verschillende jaren.
Percentage volwassenen dat vrijwilligerswerk doet 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2015
2016 Nissewaard
2017
2018
Nederland
Figuur A: vergelijking van het percentage volwassenen dat vrijwilligerswerk doet voor Nederland en Nissewaard van 2015-2018
Na de Nissewaardpeiling van 2018 viel op dat waar de gegevens voor Nederland rond de 50% schommelen, het resultaat voor Nissewaard in 2016 sterk verschilde van de resultaten in 2015 en 2018. Uit nader onderzoek bleek dat de vraagstelling uit 2016 verschilde van die in 2015 en 2018. In 2015 en 2018 wordt het percentage vrijwilligers berekend op basis van een voorvraag: “Doet u vrijwilligerswerk?” In 2016 daarentegen werd de respondenten meteen een lijst voorgelegd waaruit zij konden kiezen, zie figuur B.
60
31. Bent u op één of andere manier actief als vrijwilliger? MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK ja, bij een sportvereniging en/of club
ja, bij een religieuze instelling, zoals kerk of moskee ja, bij een politieke organisatie ja, bij een culturele instelling (museum, bibliotheek, muziekschool, toneel e.d.) ja, bij een belangenvereniging (bijv. beroeps- of vakorganisatie, winkeliersvereniging e.d.) ja, bij een school/crèche ja, in een wijkcentrum, jongerencentrum ja, bij een wijkgroep, migrantenorganisatie ja, bij een bewonersorganisatie ja, bij een zorginstelling (verzorgingshuis of instelling voor gehandicapten e.d.) ja, overig nee
Figuur B: Vraagstelling Vrijwilligerswerk Nissewaardpeiling 2016
De hypothese was daarmee dat deze vraagstelling zorgde voor de verschillen en dat de resultaten geen maatschappelijke trend weergaven. Voor de Nissewaardpeiling 2020 werd door de lengte van de vragenlijst gekozen voor twee varianten ‘vrijwilligersvraag’, waarbij inwoners uit de steekproef willekeurig één van de twee varianten krijgen. Hierdoor kon er ook getest worden of de vraagstelling inderdaad impact heeft op het resultaat. De helft van de respondenten kreeg de variant met voorvraag, de andere helft zonder voorvraag. Figuur C geeft de resultaten weer.
Percentage volwassenen dat aangeeft vrijwilligerswerk te doen 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Met voorvraag
Zonder voorvraag
Figuur C: Resultaten voor vrijwilligerswerk in Nissewaardpeiling 2020, uitgesplitst naar vraagstelling
De conclusie is dat de vraagstelling inderdaad een grote invloed heeft op de resultaten. Wanneer er geen voorvraag wordt gesteld, verdubbelt het percentage volwassenen dat vrijwilligerswerk doet.
61
Voor de keuze naar welke methode het meest gepast is, wordt gekeken naar het CBS onderzoek ‘Sociale samenhang en welzijn’10. Het percentage vrijwilligers in Nederland waarmee de cijfers van Nissewaard vergeleken kunnen worden komt uit dit onderzoek. In dit onderzoek krijgen respondenten eerst een uitleg: “Kunt u bij de volgende organisaties en verenigingen steeds aangeven of u daarvoor in de afgelopen 12 maanden, dus sinds (…), als vrijwilliger bepaald soort werk heeft gedaan?” Hierna wordt voor ieder type vrijwilligerswerk een vraag gesteld, zoals: “Heeft u in de afgelopen 12 maanden wel eens vrijwilligerswerk gedaan in het jeugd- en buurthuiswerk of als leider van scouting?” “Heeft u in de afgelopen 12 maanden wel eens vrijwilligerswerk gedaan op school, zoals bijvoorbeeld hulp op school, de oudercommissie, schoolbestuur, werken in bibliotheek of als leesouder?” De Nissewaardpeiling wordt gebruikt om een breed scala aan onderwerpen te onderzoeken, waardoor het niet praktisch is om exact dezelfde vraagstelling te gebruiken. De vraagstelling zonder voorvraag sluit het beste aan bij de vraagstelling in het CBS onderzoek. In de toekomst zal dan ook uitsluitend deze vraagstelling gebruikt worden in de Nissewaardpeiling. Voor het bestuursverslag sociaal domein is het percentage vrijwilligers in 2020 gebaseerd op de vraagstelling zonder voorvraag.
De resultaten uit 2015 en 2018 zullen niet meer worden opgenomen, gezien de afwijkende vraagstelling. Eenzaamheid In wetenschappelijk onderzoek zijn er twee gebruikelijke vragenlijsten voor het meten van Eenzaamheid, de Eenzaamheidsschaal van De Jong Gierveld (Jong Gierveld & Kamphuis, 1985) en de UCLA Loneliness Scale (Russell, Peplau, & Ferguson, 1978). Van beide schalen bestaat er een uitgebreide vragenlijst en een verkorte vragenlijst. Het CBS heeft in 2018 een uitgebreid rapport (Beuningen, Coumans, & Moonen, 2018) geschreven waarin beide schalen worden vergeleken. In de gezondheidsmonitor van 2016 is de volledige vragenlijst van de Eenzaamheidsschaal van De Jong Gierveld opgenomen. Als onderdeel van het meten van de effecten in het sociaal domein is in 2018 de verkorte UCLA vragenlijst opgenomen in de Nissewaardpeiling. Dit werd gedaan om de resultaten te kunnen vergelijken met het jaarlijkse CBS onderzoek ‘Sociale samenhang & Welzijn’. In de verkorte UCLA vragenlijst worden respondenten geclassificeerd als ‘niet eenzaam’, ‘enigszins eenzaam’ of ‘sterk eenzaam’. Voor de volledige De Jong Gierveld schaal is dat ‘niet eenzaam’, ‘matig eenzaam’ en ‘ernstig eenzaam’.
10
https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/onderzoeksomschrijvingen/korteonderzoeksbeschrijvingen/sociale-samenhang-en-welzijn