CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

74.Gezamenlijke zienswijze op module energietransitie omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland; Ontwerp herziening omgevingsbeleid module energietransitie

Gemeenteraad 14 september 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken en mededelingen26.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

naar meekoppelkansen bijvoorbeeld op het gebied van recreatie, klimaatadaptatie en landbouwkundige opgaven. Uiteraard is het omgevingsbeleid en daarmee het ruimtelijke kwaliteitsbeleid en de daarin opgenomen regels voor de beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit van toepassing. Dit betekent dat zonnevelden binnen het natuurnetwerk Nederland, de graslanden in de Bollenstreek (beide gelegen in beschermingscategorie 1) en belangrijke weidevogelgebieden (beschermingscategorie 2) hiermee nagenoeg uitgesloten zijn.

Circulair De provincie zet in op een 100% circulaire economie in 2050. Dit geldt ook voor de energietransitie. Daarom zal de provincie desgevraagd het experimenteren met circulaire zonnepanelen binnen locaties, die ruimtelijk passen in het beleid, faciliteren. Zonnepanelen bevatten (schaarse) grondstoffen, we werken ernaartoe om deze materialen steeds beter terug te winnen en opnieuw in te zetten. Daarom wil de provincie inzetten op een toename van zonnepanelen die steeds meer circulair zijn en het zorgvuldige hergebruiken en terugwinnen van grondstoffen uit zonnepanelen stimuleren.

Energie infrastructuur Efficiënt benutten van (geplande) netcapaciteit is onderdeel van het provinciale beleid en inzet. Bij nieuwe locaties en realisatie van projecten voor zonne-energie is het daarom van belang de inpassingsmogelijkheden op de (geplande) energie-infrastructuur mee te wegen (zie beleidskeuze energie-infrastructuur).

Zonthermie Naar verwachting zal, met name in gebieden waar andere warmtebronnen niet voorhanden zijn of minder efficiënt of de netcapaciteit geen ruimte biedt voor de aansluiting van zon-PV, in de toekomst meer ingezet worden op het gebruik van warmte gewonnen met behulp van zonnepanelen. Niet alleen met daksystemen maar ook in de vorm van zonthermie/velden. Voor deze zonthermie velden gelden dezelfde ruimtelijke en beleidsmatige uitgangspunten als voor zon-PV velden. Wel zal bij de uitwerking van zonthermie velden nadrukkelijk aandacht besteed moeten worden aan de bijbehorende opslag van warmte. Zeker als die bovengronds is kan de ruimtelijke impact daarvan aanzienlijk zijn.

Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Om handvaten te bieden voor het ontwikkelen van zonnevelden met een meerwaarde voor de omgeving heeft de provincie een Handreiking ‘ruimtelijke kwaliteit zonneenergie Zuid-Holland’ ontwikkeld. De handreiking is voor ontwikkelaars en gemeenten 33

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

en bevat een toelichting op het beleid, een stappenplan, praktische informatie en voorbeelden voor het uitwerken van zonnevelden. Een goed ontworpen en beheerd zonneveld kan bijdragen aan de verbetering van de biodiversiteit ter plaatse. Daartoe zal de provincie ook de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie uitbreiden met voorbeelden en suggesties voor inrichting en beheer gericht op het bevorderen van de biodiversiteit.

34

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Beleidsuitwerking

In het Omgevingsprogramma is opgenomen:

- Maatregel uitvoering Zonne-energie -

Stimuleren Zonne-energie op daken

-

Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie-actualiseren

-

Onderzoek ruimtelijke impact zonthermie

-

Onderzoek zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening

- Maatregel RES Zoekgebieden zon en wind In de Omgevingsverordening is een artikel zon op land opgenomen.

35

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Tekstvoorstellen Zuid Hollandse Omgevingsverordening Zonnevelden Na artikel 7.76 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 7.76a (zonnevelden) 1. Dit artikel is van toepassing op een nieuw zonneveld buiten bestaand stads- en dorpsgebied. 2. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een nieuw zonneveld laat het omgevingsplan dit allen toe op de volgende locaties: a. agrarische bouwblokken; b. locaties waaraan de functie verkeersinfrastructuur is toegedeeld; c. voormalige stortplaatsen, slibdepots, waterbassins en spaarbekkens; d. glastuinbouwgebied, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied; e. een locatie waar een andere stedelijke functie is toegedeeld, maar waar die functie nog niet is gerealiseerd of waar een combinatie met zon mogelijk is; f. een windturbinepark. 3. In afwijking van het tweede lid kan een omgevingsplan in zoekgebieden voor zon uit Regionale Energie Strategieën die door provinciale staten zijn vastgesteld zonnevelden toelaten mits het zoekgebied verder is uitgewerkt en gedeputeerde staten hebben ingestemd met de in het kader van de Regionale Energie Strategieën uitwerking van de zoekgebieden. 4. Het omgevingsplan dat voorziet in het toelaten van een nieuw zonneveld, als bedoeld in het tweede en derde lid, bevat een motivering over: a. de locatiekeuze; b.

de manier waarop een bijdrage wordt geleverd aan het behouden en versterken van de biodiversiteit en een zorgvuldige landschappelijke inpassing; c. het combineren met andere relevante opgaven. 5. Een omgevingsplan dat voorziet in het toelaten van een nieuw zonneveld, als bedoeld in het tweede lid, onder d, e en f, en het derde lid, verzekert dat er voor het zonneveld: a. voorwaarden worden gesteld over de instandhouding van te nemen inrichtingsmaatregelen op het gebied van de ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke inpassing en het bevorderen van de biodiversiteit; 36

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

b. een gebruikstermijn van maximaal 25 jaar is; c. wordt voorzien in een opruimplicht na het beëindigen van de opwekking van energie uit zon; d. er wordt ingezet op het zo veel mogelijk hergebruiken van grondstoffen en materialen bij het ontmantelen van het zonneveld.

37

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Tekstvoorstellen Omgevingsverordening Zuid Holland zonnevelden Nieuw artikel 6.28a Zonnevelden 1. Dit artikel is van toepassing op een nieuw zonneveld buiten bestaand stads- en dorpsgebied. 2. Een bestemmingsplan kan voorzien in het plaatsen en in werking hebben van een nieuw zonneveld buiten bestaand stads- en dorpsgebied op de volgende locaties: a. agrarisch bouwblokken; b. locaties waarbij de functie verkeersinfrastructuur is toebedeeld; c. voormalige stortplaatsen, slibdepots, waterbassins en spaarbekkens; d. glastuinbouwgebied, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied; e. locaties waar een andere stedelijke functie is bestemd die vooralsnog niet is gerealiseerd of waar een combinatie met zon mogelijk is; f.

een windturbinepark.

3. In aanvulling op het tweede lid zijn, in de door provinciale staten vastgestelde zoekgebieden voor zon uit de Regionale Energiestrategieën ook buiten deze locaties zonnevelden mogelijk, mits het zoekgebied verder is uitgewerkt en gedeputeerde staten hebben ingestemd met de uitwerking van het zoekgebied. 4. Een bestemmingsplan dat voorziet in het toelaten van een nieuw zonneveld als bedoeld in het tweede en derde lid bevat een motivering over: a. de locatiekeuze; b. de manier waarop een bijdrage wordt geleverd aan het behouden en versterken van de biodiversiteit en een zorgvuldige landschappelijke inpassing; c. het combineren met andere relevante opgaven. 5. Een bestemmingsplan dat voorziet in het plaatsen van een nieuw zonneveld als bedoeld in het tweede lid, onder d, e en f en het derde lid, verzekert dat er voor het zonneveld: a. beoordelingsregels worden opgenomen/ voorwaarden worden gesteld over de instandhouding te nemen inrichtingsmaatregelen op het gebied van de ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke inpassing en het bevorderen van de biodiversiteit; b. een gebruikstermijn van maximaal 25 jaar is; c. voorziet in een opruimplicht na het beëindigen van de opwekking van energie uit zon; d. er wordt ingezet op het zo veel mogelijk hergebruiken van grondstoffen en materialen bij het ontmantelen van het zonneveld.

38

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Toelichting Tekstvoorstellen Zuid Hollandse Omgevingsverordening Zonnevelden Artikel 7.76a (zonnevelden) Lid 1 De voorkeur gaat uit naar het plaatsen van zonnepanelen op daken of binnen bestaand stads- en dorpsgebied. De verwachting is, en dat blijkt ook uit de Regionale energiestrategieën, dat er daarnaast aanvullend behoefte is aan locaties waar duurzame elektriciteit opgewekt kan worden met behulp van zonnepanelen ook buiten het bestaand stads- en dorpsgebied. Onder bepaalde voorwaarden kunnen zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Lid 2 Op basis van een viertal principes, bescherming schaarse open ruimte, meervoudig ruimtegebruik, ruimtelijke kwaliteit, vraag en aanbod bij elkaar, zijn in de hele provincie zonnevelden buiten het bestaand stads- en dorpsgebied in beginsel mogelijk op de volgende locaties (de provinciale uitwerking van de zonneladder): Locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied - meervoudig ruimtegebruik - Agrarische bouwblokken. Zij hebben een functie waar bouwwerken kunnen worden opgericht. Het is derhalve logisch om naast benutting van daken ook ruimte te bieden voor zonnepanelen op het nog voor bebouwing onbenutte deel van het bouwblok. Installaties met zonnepanelen passen bij de agrarische bijgebouwen, stallen, schuren en kassen.

Bij zonnevelden op het agrarische bouwblok zal het gaan om relatief kleine velden (< 2,5 ha) waarbij de energie opgewekt wordt waar deze (deels) wordt gebruikt. - Locaties die vallen onder de functie verkeersinfrastructuur. Het betreft hier bermen en taluds van rijks- en provinciale wegen, spoorwegen en parkeerplaatsen. Zonnepanelen en infrastructuur sluiten door hun ‘technische’ uitstraling goed op elkaar aan, zeker bij geluidschermen, waarbij wel voldaan moet worden aan de regels voor verkeersveiligheid. In een stedelijke omgeving kan de plaatsing van zonnepanelen logisch zijn. Daar waar infrastructuur een open landschap doorsnijdt is een zorgvuldige afweging nodig. Op parkeerplaatsen kan een dak van zonnepanelen worden gerealiseerd, met aandacht voor en afhankelijk van het omliggende gebied. Een overkapping van een parkeerterrein mag geen afbreuk doen aan aanwezige landschappelijke openheid. - Voormalige stortplaatsen, slibdepots, waterbassins (bijvoorbeeld bij kassen) en spaarbekkens. Zij bieden kansen voor meervoudig ruimtegebruik in combinatie met (drijvende) zonnepanelen, afhankelijk van de omgeving en mits deze goed worden ingepast. Overige locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied In een provincie waarin onbebouwde ruimte een schaars en waardevol goed is, is een terughoudende benadering van zonnevelden in die open ruimte op zijn plaats.

Als met de hierboven genoemde locaties onvoldoende opwekking van elektriciteit kan worden gerealiseerd is het realiseren van zonnevelden in beperkte mate en onder voorwaarden mogelijk op de volgende locaties: Locaties in glastuinbouwgebied. Realisering van een zonneveld is mogelijk, mits dit geen verdringend effect heeft op de functie glastuinbouw. Dit sluit tevens aan bij de provinciale ambitie om de energiehuishouding in de glastuinbouwgebieden in grote mate verder te verduurzamen. Qua 39

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

uitstraling sluiten zonnevelden goed aan bij glastuinbouw, maar er moet behoedzaam omgegaan worden met de groene ruimtes in de vaak dichtbebouwde kassengebieden. Locaties waar een andere functie is toegedeeld (bijvoorbeeld bedrijventerrein, haven, woningbouw), maar waar die functie om diverse redenen vooralsnog niet wordt gerealiseerd (pauzelandschap) of waar een combinatie met zon mogelijk is (bijvoorbeeld het inrichten van waterbergingsgebieden). Locaties in combinatie met een windturbinepark. Een zonneveld in combinatie met een windturbinepark kan technisch en economisch gunstig zijn vanuit energieopwekking, -opslag en – distributie: het aanvullende productieprofiel. Windparken en zonnevelden hebben verschillende ruimtelijke effecten en gebruik van de locatie. De windturbines staan vaak met minimale verharding in open landschappen, indien hier een zonneveld wordt toegevoegd kan door de toevoeging van deze meer stedelijke voorziening het landschappelijk beeld en het gebruik van de locatie aanzienlijk veranderen. De plaatsing en omvang van het zonneveld in relatie tot die van het (agrarisch)landschap is bepalend voor de aanvaardbaarheid van het zonneveld. Uitgangspunt is het zorgvuldig omgaan met de bestaande functies en kwaliteiten van het gebied. Een zonneveld in combinatie met een windpark betreft daarom altijd maatwerk.

Naast deze locaties zijn er buiten de zoekgebieden voor zon in principe geen mogelijkheden voor zonnevelden. Het blijft wel mogelijk om een ontheffing aan te vragen. Dit is uitsluitend mogelijk als het gaat om een in de omgeving passende ontwikkeling, van een lokaal initiatief dat tot stand is gekomen na een zorgvuldig doorlopen participatieproces en kan rekenen op maatschappelijk draagvlak. Lid 3 In de Regionale Energiestrategieën zijn zoekgebieden voor wind en/of zon opgenomen. Deze zoekgebieden worden in de regio’s verder uitgewerkt. De inzet van de provincie daarbij is opgenomen in het omgevingsprogramma bij de maatregel “RES-zoekgebieden zon en wind”. Het gaat hier om zoekgebieden zon die door Provinciale Staten zijn vastgesteld bij de besluitvorming over de Regionale Energiestrategieën. In aanvulling op de locaties in het tweede lid is in de zoekgebieden meer ruimte voor zonnevelden nadat Gedeputeerde Staten hebben ingestemd met de in de Regionale Energiestrategieën vastgestelde uitwerking van de zoekgebieden. Lid 4 In alle gevallen is het provinciaal ruimtelijk kwaliteitsbeleid (de kwaliteit van de plek blijft tenminste behouden, wordt liefst verbeterd) van belang; kwaliteitskaart, gebiedsprofielen, handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie.

Bij de kwaliteitskaart is een richtpunt voor zonne-energie opgenomen, de Handreiking ‘ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland’ bevat praktische handvaten en ideeën voor het uitwerken van een zonneveld. Het plaatsen en ontwerpen van een zonneveld is altijd maatwerk. Op basis van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid kan tot de conclusie worden gekomen dat een zonneveld op een specifieke plek niet wenselijk is, ook al gaat het om een voorkeurslocatie uit het beleid. Daar waar een zonneveld wordt gerealiseerd blijft de biodiversiteit ten minste gelijk, wordt het liefst verbeterd, en is een goede landschappelijke inpassing van belang. De provincie heeft een handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie. In deze handreiking staan adviezen/ideeën voor ontwikkelen van een zonneveld met meerwaarde voor de omgeving. De werkwijze die in de handreiking wordt gepresenteerd voorziet nadrukkelijk ook in het inventariseren van andere 40

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

relevante meekoppelkansen en het leveren van een bijdrage daaraan met de realisatie van een zonneveld. Gedacht kan worden aan meekoppelkansen op het gebied van recreatie, bodemdaling, waterberging, ecologische verbindingen. In artikel 7.43b zijn voor ontwikkelingen in de beschermingscategorieën expliciet een aantal voorwaarden opgenomen. Deze zijn uiteraard ook onverkort van toepassing op de eventuele ontwikkeling van zonnevelden binnen deze gebieden. Zonnevelden binnen het natuurnetwerk Nederland, de graslanden in de bollenstreek (beide gelegen in beschermingscategorie 1) en belangrijke weidevogelgebieden (beschermingscategorie 2) zijn hiermee nagenoeg uitgesloten. Lid 5 Op dit moment hebben zonneparken een beoogde levensduur van zo’n 25 jaar. Het is goed om aan de einde van gebruikstermijn te heroverwegen of continuering van de functie logisch is of dat er nieuwe inzichten zijn waardoor continuering niet langer gewenst is. Zonnevelden nemen relatief veel ruimte in beslag. De technologische ontwikkelingen rond zonneenergie blijven doorgaan (steeds meer opbrengst per ha en steeds meer toepassingsmogelijkheden), ook kan er over 25 jaar een ander inzicht bestaan rond de gewenste mix aan CO2 vrij opgewekte elektriciteit waardoor een zonneveld op de vergunde plek niet meer gewenst of nodig is en kan worden verwijderd.

In het omgevingsplan wordt voorzien in een opruimplicht na het beëindigen van de opwekking van energie uit zon. Inrichtingsmaatregelen ter versterking van de biodiversiteit en de landschappelijke kwaliteit zouden na verwijdering behouden moeten blijven. Zonnepanelen bevatten (schaarse) grondstoffen die in de toekomst, mogelijk beter dan nu, kunnen worden teruggewonnen en hergebruikt. Daarom zet de provincie in op het zorgvuldige hergebruiken en terugwinnen van grondstoffen uit panelen. Toelichting Tekstvoorstellen Omgevingsverordening Zuid Holland Zonnevelden Nieuw artikel 6.28a Zonnevelden Lid 1: De voorkeur gaat uit naar het plaatsen van zonnepanelen op daken of binnen bestaand stads- en dorpsgebied. De verwachting is, en dat blijkt ook uit de Regionale energiestrategieën, dat er daarnaast aanvullend behoefte is aan locaties waar duurzame elektriciteit opgewekt kan worden met behulp van zonnepanelen ook buiten het bestaand stads- en dorpsgebied. Onder bepaalde voorwaarden kunnen zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied.

Lid 2: Op basis van een viertal principes, (bescherming schaarse open ruimte, meervoudig ruimtegebruik, ruimtelijke kwaliteit, vraag en aanbod bij elkaar) zijn in de hele provincie zonnevelden buiten het bestaand stads- en dorpsgebied in beginsel mogelijk op de volgende locaties (de provinciale uitwerking van de zonneladder): Locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied - meervoudig ruimtegebruik - Agrarische bouwblokken. Zij hebben een bebouwingsbestemming. Het is derhalve logisch om naast benutting van daken ook ruimte te bieden voor zonnepanelen op het - nog voor bebouwing onbenutte deel van het bouwblok. Installaties met zonnepanelen passen bij de agrarische bijgebouwen, stallen, schuren en kassen. Bij zonnevelden op het agrarische bouwblok zal het gaan 41

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

om relatief kleine velden (< 2,5 ha) waarbij de energie opgewekt wordt waar deze (deels) wordt gebruikt. - Locaties die vallen onder de bestemming verkeersinfrastructuur. Het betreft hier bermen en taluds van rijks- en provinciale wegen, spoorwegen en parkeerplaatsen. Zonnepanelen en infrastructuur sluiten door hun ‘technische’ uitstraling goed op elkaar aan, zeker bij geluidschermen, waarbij wel voldaan moet worden aan de regels voor verkeersveiligheid. In een stedelijke omgeving kan de plaatsing van zonnepanelen logisch zijn. Daar waar infrastructuur een open landschap doorsnijdt is een zorgvuldige afweging nodig. Op parkeerplaatsen kan een dak van zonnepanelen worden gerealiseerd, met aandacht voor en afhankelijk van het omliggende gebied. Een overkapping van een parkeerterrein mag geen afbreuk doen aan aanwezige landschappelijke openheid.

- Voormalige stortplaatsen, slibdepots en waterbassins (bijvoorbeeld bij kassen), spaarbekkens. Zij bieden kansen voor meervoudig ruimtegebruik in combinatie met (drijvende) zonnepanelen, afhankelijk van de omgeving en mits deze goed worden ingepast. Overige locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied In een provincie waarin onbebouwde ruimte een schaars en waardevol goed is, is een terughoudende benadering van zonnevelden in die open ruimte op zijn plaats. Als met de hierboven genoemde locaties onvoldoende opwek kan worden gerealiseerd is het realiseren van zonnevelden in beperkte mate en onder voorwaarden mogelijk op de volgende locaties: Locaties in glastuinbouwgebied. Realisering van een zonneveld is mogelijk, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Dit sluit tevens aan bij de provinciale ambitie om de energiehuishouding in de glastuinbouwgebieden in grote mate verder te verduurzamen. Qua uitstraling sluiten zonnevelden goed aan bij glastuinbouw, maar er moet behoedzaam omgegaan worden met de groene ruimtes in de vaak dichtbebouwde kassengebieden.

Locaties waar een andere functie is bestemd (bijvoorbeeld bedrijventerrein, haven, woningbouw), maar waar die bestemming om diverse redenen vooralsnog niet wordt gerealiseerd (pauzelandschap) of waar een combinatie met zon mogelijk is (bijvoorbeeld het inrichten van waterbergingsgebieden). Locaties in combinatie met een windturbinepark. Een zonneveld in combinatie met een windturbinepark kan technisch en economisch gunstig zijn vanuit energieopwekking, -opslag en – distributie, het aanvullende productieprofiel. Windparken en zonnevelden hebben verschillende ruimtelijke effecten en grondgebruik. De windturbines staan vaak met minimale verharding in open landschappen, indien hier een zonneveld wordt toegevoegd kan door de toevoeging van deze meer stedelijke voorziening het landschappelijk beeld en grondgebruik aanzienlijk veranderen. De plaatsing en omvang van het zonneveld in relatie tot die van het (agrarisch)landschap is bepalend voor de aanvaardbaarheid van het zonneveld. Uitgangspunt is het zorgvuldig omgaan met de bestaande functies en kwaliteiten van het gebied. Een zonneveld in combinatie met een windpark betreft daarom altijd maatwerk. Naast deze locaties zijn er buiten de zoekgebieden voor zon in principe geen mogelijkheden voor zonnevelden. Het blijft wel mogelijk om een ontheffing aan te vragen. Dit is uitsluitend mogelijk als 42

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

het gaat om een in de omgeving passende ontwikkeling, van een lokaal initiatief dat tot stand is gekomen na een zorgvuldig doorlopen participatieproces en kan rekenen op maatschappelijk draagvlak. Lid 3 In de Regionale Energiestrategieën zijn zoekgebieden voor wind en/of zon opgenomen. Deze zoekgebieden worden in de regio’s verder uitgewerkt. De inzet van de provincie daarbij is opgenomen in het omgevingsprogramma bij de maatregel “RES-zoekgebieden zon en wind”. Het gaat hier om zoekgebieden zon die door Provinciale Staten zijn vastgesteld bij de besluitvorming over de Regionale Energiestrategieën. In aanvulling op de locaties in lid 2 is in de zoekgebieden meer ruimte voor zonnevelden nadat GS hebben ingestemd met de in de RES vastgestelde uitwerking van de zoekgebieden. Lid 4 In alle gevallen is het provinciaal ruimtelijk kwaliteitsbeleid (de kwaliteit van de plek blijft tenminste behouden, wordt liefst verbeterd) van belang; kwaliteitskaart, gebiedsprofielen, handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie. Bij de kwaliteitskaart is een richtpunt voor zonne-energie opgenomen, de Handreiking ‘ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland’ bevat praktische handvaten en ideeën voor het uitwerken van een zonneveld. Het plaatsen en ontwerpen van een zonneveld is altijd maatwerk.

Op basis van ons ruimtelijk kwaliteitsbeleid kan tot de conclusie worden gekomen dat een zonneveld op een specifieke plek niet wenselijk is, ook al gaat het om een voorkeurslocatie uit het beleid. Daar waar een zonneveld wordt gerealiseerd blijft de biodiversiteit ten minste gelijk, liefst verbeterd, en is een goede landschappelijke inpassing van belang. De provincie heeft een handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie. In deze handreiking staan adviezen/ideeën voor ontwikkelen van een zonne-veld met meerwaarde voor de omgeving. Deze handreiking zal worden geactualiseerd en aangevuld met maatregelen ter bevordering van de biodiversiteit. De werkwijze die in de handreiking wordt gepresenteerd voorziet nadrukkelijk ook in het inventariseren van andere relevante meekoppelkansen en het leveren van een bijdrage daaraan met de realisatie van een zonneveld. Gedacht kan worden aan meekoppelkansen op het gebied van recreatie, bodemdaling, waterberging, ecologische verbindingen. In artikel 6.9 van deze verordening zijn voor ontwikkelingen in de beschermingscategorieën expliciet een aantal voorwaarden opgenomen. Deze zijn uiteraard ook onverkort van toepassing op de eventuele ontwikkeling van zonnevelden binnen deze gebieden.

Zonnevelden binnen het natuurnetwerk Nederland, de graslanden in de bollenstreek (beide gelegen in beschermingscategorie 1) en belangrijke weidevogelgebieden (beschermingscategorie 2) zijn hiermee nagenoeg uitgesloten. Lid 5: Op dit moment hebben zonneparken een beoogde levensduur van zo’n 25 jaar. Het is goed om aan de einde van gebruikstermijn te heroverwegen of continuering van de bestemming logisch is of dat er nieuwe inzichten zijn waardoor continuering niet langer gewenst is. Zonnevelden nemen relatief veel ruimte in beslag. De technologische ontwikkelingen rond zonneenergie blijven doorgaan (steeds meer opbrengst per ha en steeds meer toepassingsmogelijkheden), ook kan er over 25 jaar een ander inzicht bestaan rond de gewenste mix aan CO2 vrij opgewekte elektriciteit waardoor een zonneveld op de vergunde plek niet meer gewenst of nodig is en kan 43

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

worden verwijderd. In het bestemmingsplan wordt voorzien in een opruimplicht na het beëindigen van de opwekking van energie uit zon. Inrichtingsmaatregelen ter versterking van de biodiversiteit en de landschappelijke kwaliteit zouden na verwijdering behouden moeten blijven. Zonnepanelen bevatten (schaarse) grondstoffen die in de toekomst, mogelijk beter dan nu, kunnen worden teruggewonnen en hergebruikt. Daarom zet de provincie in op het zorgvuldige hergebruiken en terugwinnen van grondstoffen uit panelen.

44

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Omgevingsprogramma Zonne-energie

Betreft diverse maatregelen waaronder een handreiking, subsidieregeling en enkele onderzoeken.

Rolkeuze Stimuleren en faciliteren.

Beleidskeuzes •

Windenergie op land

•

Warmtetransitie in de gebouwde omgeving

•

Ruimtelijke Kwaliteit

•

Regionale energie-infrastructuur (nieuw)

•

Lokaal eigendom (nieuw)

Is de maatregel gebiedsspecifiek? Geheel Zuid-Holland.

Toelichting maatregel Stimuleren Zonne-energie op daken Zuid-Holland heeft veel daken die kunnen worden benut voor het opwekken van zonneenergie. Met het Aanvalsplan ‘Zon op Dak’ stimuleert de provincie dat op zoveel mogelijk hiervoor geschikte daken zonnepanelen worden geplaatst. Dit doet de provincie door:

•

aanmoedigen zon op dak en dubbel ruimtegebruik, conform provinciale uitwerking van de zonneladder

•

energiecoöperaties en eigenaren van daken bij elkaar te brengen;

•

het bieden van ondersteuning en advies bij het aanvragen van subsidies;

•

de ontwikkeling van kennis over bijvoorbeeld nieuwe financieringsmogelijkheden;

•

de ‘zonnewijzer’, een online tool waarin de beschikbare ruimte voor zonnepanelen op bijvoorbeeld daken en bedrijventerreinen in kaart is gebracht.

Met de subsidieregeling ‘Zonnig Zuid-Holland’ stimuleert de provincie de toepassing van zonnepanelen op met name grote daken. Deze subsidieregeling draagt bij aan:

45

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

•

het onderbrengen van daken bij energiecoöperaties

•

de kosten die nodig zijn om zonnepanelen op moeilijkere (maar wel geschikte) plaatsen te installeren.

•

Zon op waterbassins, indien er eerst een constructie gebouwd moet worden

•

Zon op parkeerterreinen, indien er eerst een constructie gebouwd moet worden

Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie-actualiseren De provincie wil het opwekken van zonne-energie ondersteunen, maar ook het landschap en de onbebouwde ruimte in Zuid-Holland beschermen. Daarom kijken we vooral naar de mogelijkheden om zonne-energie op te wekken binnen bestaand stadsen dorpsgebied, bij voorkeur op het dak. Toch zijn er ook steeds meer initiatieven om zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) aan te leggen. Hoe zorg je ervoor dat die passen in de omgeving? De kaders hiervoor heeft de provincie opgenomen in de omgevingsvisie. In deze handreiking lichten we het provinciaal beleid nader toe en geven we tips voor het ontwikkelen van een goede inrichting van een zonneveld met meerwaarde voor de omgeving. Het doel: realiseren van plannen met kwaliteit.

Gemeenten en initiatiefnemers van zonnevelden vinden in de handreiking verschillende handvaten om zonnevelden te ontwikkelen die een meerwaarde vormen voor de omgeving: -

Een stappenplan voor het ontwikkelen van zonnevelden met ruimtelijke kwaliteit

-

Ontwerpprincipes: hoe zorg je voor een ontwerp dat kwaliteit, functie en belangen bij elkaar brengt?

-

Passend in de verschillende landschappen van Zuid-Holland

-

Inspirerende voorbeelden

De handreiking wordt de komende periode geactualiseerd en uitgebreid met suggesties en ideeën rond het inrichten en beheren van zonnevelden gericht op het stimuleren van de biodiversiteit en de uitkomsten van de hierna opgenomen onderzoeken wanneer relevant.

Onderzoeken - Onderzoek ruimtelijke impact zonthermie

46

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

De provincie start een onderzoek om inzichtelijk te maken of en welke voorwaarden van toepassing zijn bij de realisatie van een zonthermie-veld. Het onderzoek moet leiden tot aanbevelingen voor de ruimtelijke inpassing van zonthermie. Op basis hiervan kan, indien nodig, het omgevingsbeleid worden aangepast en de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie worden aangevuld. Dit als handvat bij het uitwerken en beoordelen van initiatieven voor zonthermie velden en installaties.

- Onderzoek zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening Zonnepanelen kunnen ook worden ingezet als teeltondersteunende functie. Het zou dan echter gaan om een permanente voorziening en vorm van meervoudig ruimtegebruik. De provincie vindt dit een interessante ontwikkeling en start een onderzoek om inzichtelijk te maken of en onder welke voorwaarde zonnepanelen kunnen worden ingezet als teelt ondersteunende voorziening. Daarbij wordt onderzocht: de verschijningsvorm, het mogelijke toepassingsgebied, eventuele randvoorwaarden voor de toepassing en aanbevelingen voor de landschappelijke inpassing.

Op basis van de resultaten van het onderzoek kan, indien nodig, een voorstel worden gedaan voor aanpassing van het omgevingsbeleid en de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie. Hangende dit onderzoek worden initiatieven voor zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening beoordeeld op basis van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid en landschappelijke inpassing

47

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Toelichting aanpassingen Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma Zonne-energie Inleiding Het huidige provinciale beleid voor zonne-energie is in 2018 opgesteld en sluit aan bij de zonne-ladder zoals deze in 2020 in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is opgenomen. Het beleid voor zonne-energie bestaat naast een beleidskeuze Zonne-energie uit een aantalondersteunende instrumenten: De maatregel stimuleren zon op dak in het omgevingsprogramma. De handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie: deze biedt handvaten voor een zorgvuldige inpassing van zonnevelden in hun omgeving. De zonne- wijzer in de Staat van Zuid-Holland waarin informatie is te vinden voor de potentie van daken voor zon. In de vigerende omgevingsverordening zijn geen specifieke regels voor zonne-energie opgenomen. Deze worden dus beoordeeld op basis van de algemene eisen aan omgevingskwaliteit en de uitwerking in de visie. Naast de vaststelling van de RES’en vormen de ervaringen met de uitvoering van het huidige beleidaanleiding voor de aanpassing van het omgevingsbeleid voor zonne-energie. De aanpassingen betreffen zowel de omgevingsvisie, de omgevingsverordening als het omgevingsprogramma. Provinciaal heeft zon op dak de voorkeur.

De verwachting is, en dat blijkt ook uit de RES’en, dat er daarnaast aanvullende behoefte is aan plekken waar duurzame elektriciteit opgewekt kan worden met behulp van zonnepanelen zowel binnen als buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De provincie heeft de verantwoordelijkheid om in het kader van de gemaakte afspraken in het Klimaatakkoord mee te werken aan de geformuleerde doelstellingen en ruimte te bieden voor duurzame opwek van elektriciteit. Daarbij is het de rol en taak van de provincie om hierbij te sturen op een zorgvuldige afweging tussen beschermen van de kostbare en schaarse open ruimte de ruimtelijke kwaliteit in het bestaand stads- en dorpsgebied en het faciliteren van de ambities die voortkomen uit de klimaatwet.

Met de voorstellen in deze herziening van het omgevingsbeleid bestaat het provinciale beleid voor zonneenergie uit 2 componenten: In de hele provincie is zon op land mogelijk op locaties die passen binnen de zonneladder voor zon op land in de provincie: op daken en binnen bestaand stads- en dorpsgebied, zon op agrarische bouwblokken, infrastructuur, voormalige stortplaatsen, slibdepots, spaarbekkens, glastuinbouwgebied, stads- en dorpsranden, locaties waar een andere functie is bestemd (pauzelandschap) en of een combinatie met zon mogelijk is, combinatie met windpark --> de keuze voor deze locaties is gebaseerd op de principes: bescherming schaarse open ruimte en landschapswaarden, meervoudig ruimtegebruik, ruimtelijke kwaliteit, goede ruimtelijke ordening (vraag en aanbod bij elkaar) In de zoekgebieden zon uit de RES 1.0 is op basis van een door GS ingestemde gebiedsgerichte uitwerking, zon op land mogelijk. Hiervoor heeft de provincie in het omgevingsprogramma de maatregel ‘RESzoekgebieden zon en wind’ opgenomen. Daarin geeft ze haar visie op de uitwerking of haar kaders voor de verdere uitwerking van de zoekgebieden als het gaat om kaders, proces, scope en product. Toelichting op de aanpassingen Voor onderstaande onderwerpen zijn aanpassingen in het omgevingsinstrumentarium aan de orde: Omgevingsverordening 48

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Experimenteerruimte en knikpuntgebieden Relatie met andere beleidsterreinen en ontwikkelingen Energie-infrastructuur Zonthermie en zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening Zoekgebieden zon Algemeen: actualiseren teksten Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Omgevingsverordening Het huidige ruimtelijke beleid voor zonnevelden is in 2018 opgenomen in de Visie Ruimte en mobiliteit en het bijbehorende Programma Ruimte. Vanuit het idee dat het beleid zich nog verder moet uitkristalliseren en ontwikkelen zijn er destijds geen regels in de verordening opgenomen. Inmiddels zijn we een aantal jaren verder, hebben we ervaringen opgedaan met het beleid en zien we dat ook landelijk en in een aantal gemeenten beleid voor zon is ontwikkeld. Op 1 juni 2021 zijn alle RES’en vastgesteld (waarin hoge ambities voor de realisatie van zon op land zijn opgenomen) en met de vaststelling van de Energiewet wordt de provincie in de toekomst bevoegd gezag voor zonnevelden met een vermogen groter dan 50 MW. Dit is dan ook het moment om ook regels in de omgevingsverordening op te nemen om helder te zijn over wat de provincie belangrijk vindt als het gaat om het opnemen van zon in de bestemmingsplannen van de gemeenten of het verlenen van een omgevingsvergunning. Voorstel: Aan de omgevingsverordening worden regels voor zon op land toegevoegd.

Experimenteerruimte en knikpuntgebieden Experimenteerruimte Tussen 2016 tot 2019 heeft de provincie ingestemd met een viertal zonnevelden op locaties die niet pasten binnen het destijds vigerende omgevingsbeleid voor zonnevelden. . Gebruik werd gemaakt van de experimenteerruimte voor zon die ons beleid toen bood. Daarnaast zijn er in de afgelopen jaren diverse initiateven voor zonnevelden geweest die wel pasten binnen het geldende beleid voor zon. Bij twee van de experimentele zonnevelden, hadden de leervragen betrekking op de inzet van ons ruimtelijke kwaliteitsinstrumentarium. De ervaringen met deze twee zonnevelden zijn gebruikt bij de aanpassing van het ruimtelijk beleid voor zonne-energie in 2018 en de ontwikkeling van de Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie. Een tweetal experimenten loopt nog. Een experiment richt zich op de effecten van een zonneveld op de biodiversiteit. De monitoring daarvan loopt tot 2029. De eerste meetronden zijn uitgevoerd. Het andere experiment richt zich op het combineren van wind en zon. Dit project is recentelijk gerealiseerd en in gebruik genomen. Het effect van de combi wind/zon op net en de inzet van tussenopslag in een batterij wordt daarbij onderzocht. Sinds die tijd is de provincie terughoudend met het aanwijzen van nieuwe pilots en biedt zij in het huidige beleid uitsluitend nog experimenteerruimte voor:

49

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Initiatieven waarbij nieuwe innoverende technieken worden uitgeprobeerd, die bijdragen aan de doelstelling van meervoudig ruimtegebruik. Bijvoorbeeld het toepassen van ‘wisselteelt’ met folies voor zonne-energieopwekking. Initiatieven van een zonneveld in combinatie met een innoverende opslag van energie. Traditionele zonnevelden (ook met batterijen als opslagmedium) worden niet als (innovatief) experiment beschouwd. Stand van zaken Sinds het opnemen van bovenstaande tekst in de omgevingsvisie zijn er weinig verzoeken binnen gekomen voor experimenten met zonnevelden. De verzoeken die binnen kwamen hadden niet noodzakelijkerwijs een locatie nodig die niet past binnen het huidig ruimtelijke beleid voor zonnevelden. Denk bijvoorbeeld aan het experimenteren met licht doorlatende panelen of panelen die circulair zijn. Wel is er medewerking verleend aan een kleine pilot met mobiele zonnepanelen in combinatie met bollenteelt en zit er een vergelijkbare kleine pilot in de pijplijn op Goeree Overflakkee. De experimenteerruimte lijkt vaak als ‘excuus’ te worden gebruikt om een zonne-veld te mogen bouwen op een plek die niet in ons ruimtelijke beleid voor zon past. Gelet op het voorgaande zal bij deze herziening het expliciet bieden van ruimte voor experimenten geschrapt worden uit de beleidskeuze zonne-energie.

Mochten er zich toch situaties voordoen waarin bepaalde proefopstellingen of onderzoeksvragen rond zonne-energie terecht een locatie nodig hebben buiten het provinciale ruimtelijk beleid voor zonneenergie dan kan gebruik worden gemaakt van artikel 6.29 ‘ontheffing’ of artikel 6.34 ‘maatwerk’ van de provinciale omgevingsverordening. Knikpuntgebieden Het huidige beleid geeft ruimte voor het realiseren van zonnevelden in zogenaamde knikpuntgebieden. In de beleidskeuze zonne-energie is daarvoor de volgende tekst opgenomen: Locaties in knikpuntgebieden: Waar het huidige grondgebruik financieel niet langer houdbaar is vanwege de waterhuishouding en waarbij in een integrale gebiedsvisie wordt gezocht naar nieuwe economische dragers en waar energieopwekking onderdeel is van deze integrale afweging, kunnen zonnevelden een optie zijn. In de verkenning restveengebied Zuidplas wordt deze mogelijkheid onderzocht. Resultaten uit deze verkenning worden betrokken bij verdere beleidsvorming. De term knikpuntgebied wordt sinds een paar jaar niet meer gebruikt in het provinciale beleid. Wel zijn er nog steeds gebieden waar bijvoorbeeld door bodemdaling of stikstofbelasting het huidige grondgebruik niet langer houdbaar is en er gezocht wordt naar nieuwe economische dragers en nieuw toekomst perspectief.

Energieopwekking kan hier een optie zijn als onderdeel van een samenhangende visie en uitkomst van een gebiedsproces. Specifiek voor het restveengebied in Zuidplas geldt dat tot op heden dit nog niet geleid heeft tot de genoemde integrale afweging. Wel is het restveengebied Zuidplas opgenomen in de RES Midden Holland als onderdeel van een zoekgebied zon dat de komende periode naar verwachting verder wordt uitgewerkt. Op de verdere uitwerking van dit zoekgebied is de maatregel ‘RES zoekgebieden wind en zon’ van toepassing die opgenomen gaat worden in het omgevingsprogramma. De uitkomsten van de genoemde gebiedsprocessen kunnen worden ingebracht in de toekomstige RES’en. (RES2.0) en na vaststelling daarvan worden opgenomen in het omgevingsbeleid of afgedwongen tegen de dan huidige kaders. 50

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Gelet op het voorgaande is het handhaven van de ‘knikpuntgebieden’ als onderdeel van de provinciale voorkeurslocaties niet langer nodig en kan deze worden geschrapt uit de beleidskeuze zonne-energie. Relatie met andere beleidsterreinen en ontwikkelingen De ontwikkeling van duurzame opwek met zonne-energie raakt direct aan andere opgaven waar de provincie aan werkt: klimaat, biodiversiteit, circulariteit, participatie, lokaal eigendom. Daarom is de inzet van de provincie dat bij de ontwikkeling van een zonne-veld er altijd gekeken wordt naar de kansen die de ontwikkeling biedt voor het meekoppelen van deze opgaven. In de beleidskeuze zon wordt hierover tekst toegevoegd. Energie Infrastructuur Het produceren van duurzaam opgewekte elektriciteit met zon of wind leidt tot een ander gebruik van de netinfrastructuur. Steeds vaker lopen we tegen de grenzen van de bestaande infrastructuur aan. Inmiddels is ook duidelijk dat het aanpassen en opschalen van de bestaande infrastructuur aan het nieuwe gebruik daarvan tijd, geld en menskracht vraagt. In de beleidskeuze zon wordt hierover tekst toegevoegd.

Zonthermie en zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening Zonthermie De verwachting is dat de productie van warmte uit zon, zonthermie, zal toenemen zeker in die gebieden waar andere warmtebronnen niet voorhanden zijn of minder efficiënt of de netcapaciteit geen ruimte biedt voor de aansluiting van zon-PV. Naast zonthermie systemen voor op de daken komt ook het opwekken van warmte via zonthermie- velden in beeld. Qua verschijningsvorm lijken zonnethermievelden in grote lijnen op die van zon- PV - velden met uitzondering van de benodigde infrastructuur die er nodig is voor de opslag. Dit kan gaan om boven- of ondergrondse opslag in vaten of reservoirs van een behoorlijk omvang. Onderzocht gaat worden of deze benodigde infrastructuur voor de opslag nog aanleiding geeft voor het aanpassen van het omgevingsbeleid of het verrijken van de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie. Voor zonthermie-velden geldt hetzelfde ruimtelijke beleid als voor zon-PV velden. Omdat zonthermie dichtbij de afnemers van de warmte moet worden gebouwd komen met name die locaties binnen ons beleid in beeld die liggen nabij bebouwing. In het geval een zonthermie veld gebouwd wordt is er wel nadrukkelijk extra aandacht nodig voor de ruimtelijke inpassing van de bijbehorende opslag. In de beleidskeuze zon wordt hierover tekst toegevoegd.

In het omgevingsprogramma wordt in de maatregel uitvoering zonne-energie het Onderzoek ruimtelijke impact Zonthermie opgenomen. Zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening De provincie wordt steeds vaker benaderd over het inzetten van zonnepanelen als teeltondersteunende voorziening. Voorbeelden zijn het overdekken van een boomgaard, zacht fruit of Boskoopse sierteelt. Teelt ondersteunende voorzieningen zien we nu vooral in de vorm van (tijdelijke) schermen, netten, zeilen, plastic kassen. Zonnepanelen kunnen ook worden ingezet als teeltondersteunende functie. Het zou dan echter gaan om een permanente voorziening en vorm van meervoudig ruimtegebruik. De provincie wil een onderzoek starten of en onder welke voorwaarden zonnepanelen zijn in te zetten als teelt ondersteunende voorziening. 51

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

In het omgevingsprogramma wordt in de maatregel uitvoering zonne-energie het Onderzoek zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening opgenomen. Zoekgebieden zon Provinciale Staten hebben bij de vaststelling van de RES’en 1.0 de zoekgebieden voor zon vastgesteld en daarbij een aandachtspunt meegegeven voor de verdere uitwerking: De uitwerking van de zoekgebieden voor zon op land passen in provinciaal beleid (dat is gebaseerd op de zonneladder) en/of zijn onderdeel van een gebiedsgerichte uitwerking, waarbij opgaves rond de landbouw vanwege bodemdaling, waterkwaliteit, stikstof en biodiversiteit integraal aangepakt worden. Dit binnen de algemene uitgangspunten van ruimtelijke kwaliteit en in aansluiting bij het PARK-advies. De aard, omvang en mate van uitwerking van de zoekgebieden in de RES’en verschilt. De komende periode geven de RES-regio’s uitvoering aan de RES1.0 en werken zij toe naar een RES 2.0 in juli 2023. In dit proces worden de zoekgebieden uit de RES1.0 verder uitgewerkt, de provincie blijft daarbij betrokken. De RES-regio’s vragen daarbij om helderheid over de provinciale inzet in het komende proces. In de beleidskeuze zon wordt hierover tekst toegevoegd. De inzet van de provincie bij de uitwerking van de zoekgebieden wordt opgenomen in het omgevingsprogramma.

Algemeen: actualiseren teksten Los van de onder punt 1 tot en met 6 voorgestelde wijzingen worden de teksten van de beleidskeuze zonne-energie, op basis van de ervaringen met het beleid de afgelopen jaren, geactualiseerd en verhelderd en wordt de relatie gelegd met de vaststelling van de RES’en 1.0 als strategische verkenning en bouwsteen voor ons omgevingsbeleid. De belangrijkste zijn: Locaties in stads- en dorpsranden zijn geschrapt uit de provinciale uitwerking van de zonneladder. Tijdelijkheid en circulariteit: Op dit moment hebben zonneparken een beoogde levensduur van zo’n 25 jaar. Zonnevelden nemen relatief veel ruimte in beslag. De technologische ontwikkelingen rond zonneenergie blijven doorgaan (steeds meer opbrengst per ha en steeds meer toepassingsmogelijkheden), ook kan er over 25 jaar een ander inzicht bestaan rond de gewenste mix aan CO2 vrij opgewekte elektriciteit waardoor een zonneveld op de vergunde plek niet meer gewenst of nodig is en het open landschap weer kan worden hersteld. Waarbij gerealiseerde inrichtingsmaatregelen ter versterking van de biodiversiteit en de landschappelijke kwaliteit behouden kunnen blijven.

Vanwege het belang dat de provincie hecht aan de provinciale uitwerking van de zonneladder, een zorgvuldige landschappelijke inpassing, ruimtelijke kwaliteit, het bevorderen van de biodiversiteit, de tijdelijkheid en circulariteit zullen deze onderwerpen worden opgenomen in de omgevingsverordening. Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie De handreiking ruimtelijke kwaliteit is in 2019 opgesteld als toelichting op het beleid voor zonne-energie in de omgevingsvisie. De handreiking bevat nadrukkelijk geen nieuw beleid maar geeft vooral handvaten en tips voor het ontwikkelen van een zonneveld met meerwaarde voor de omgeving binnen de kaders van het omgevingsbeleid. In de beleidskeuze zonne-energie wordt een verwijzing naar deze handreiking opgenomen. De zal worden geactualiseerd naar aanleiding van deze herziening van het omgevingsbeleid en worden aangevuld onder andere met suggesties en ideeën rond het inrichten en beheren van zonnevelden gericht 52

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

op het stimuleren van de biodiversiteit en, indien nodig, de uitkomsten uit de onderzoeken naar zonthermie, zon als teelt ondersteunende voorziening en zon op water. Daartoe wordt in het omgevingsprogramma in de maatregel uitvoering zonne-energie het actualiseren van de Handreiking ‘ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland’ opgenomen.

53

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

3-1-3 Bevorderen energietransitie Beleidskeuze: De uitstoot van het broeikasgassen willen we in 2030 hebben teruggedrongen met 49% van de uitstoot in 1990 en in 2050 naar 5% van de uitstoot die we in 1990 hadden. Dit alles is er op gericht om de klimaatverandering tot stilstand te brengen en de stijging van de zeespiegel te beperken en niet in de laatste plaats om het effect in Zuid-Holland met de kwetsbare ligging te beperken.

De beste manier om het gebruik van fossiele bronnen terug te dringen, is het goed en slim inzetten van de trias energetica. Op de eerste plaats door besparen. Op de tweede plaats hernieuwbare bronnen benutten. Op de derde plaats onvermijdbare koolstofbronnen zó gebruiken zodat ze tot een zo min mogelijk CO2-uitstoot leiden. Wij zien hierin niet een harde volgtijdelijkheid, maar een bewuste en slimme keuze. Om een substantiële verhoging van het aandeel duurzame energie in 2020 in ZuidHolland te realiseren wordt rekening gehouden met de (omgevings)kenmerken van Zuid-Holland, zoals relatief veel industrie, en weinig onbebouwde ruimte. Wij hebben hierbij aandacht voor (kosten)efficiëntie en kwaliteit. De provincie werkt op een integrale manier aan het bevorderen van de energietransitie, waarbij alle 5 onderdelen van het Klimaatakkoord de aandacht hebben. Vijf hoofdthema’s zijn van belang: warmte, wind, zon, energie-efficiëntie en mobiliteit. . Daarbij sluiten we op voorhand geen CO2-neutrale technieken uit. Samenwerking in de energietransitie vinden we van belang. We zijn partner in de zeven Regionale Energie Strategieën in Zuid-Holland, we nemen hieraan deel vanuit onze provinciale verantwoordelijkheid.

In de RES werken overheden met maatschappelijke partners, netbeheerders (voor gas, elektriciteit en warmte), het bedrijfsleven en waar mogelijk bewoners regionaal gedragen keuzes uit. Dit doen zij voor de opwekking van duurzame elektriciteit (35 TWh), de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (van fossiele naar duurzame bronnen) en de daarvoor benodigde opslag- en energie-infrastructuur. Hiernaast ondersteunen we lokale initiatieven in de energietransitie en vinden we het van belang dat iedereen kan bijdragen aan de energietransitie. Participatie We vinden het belangrijk om onze besluitvorming op een open en transparante manier vorm te geven. We willen ons beleid en onze plannen verrijken door zoveel mogelijk verschillende perspectieven van Zuid-Hollandse gemeenten, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners daarin mee te nemen. 54

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Daarom hechten we waarde aan een goed participatieproces, voorafgaande aan een besluit over nieuw beleid of een project. Een goed en afgestemd participatieplan is de basis van een goed participatieproces. Wij hebben een aantal uitgangspunten geformuleerd (samengevat in de ‘4D’s’), die we graag terug zien komen in elk participatieplan en -proces. DOELEN In het participatieplan wordt vooraf beschreven welke doelen wordt nagestreefd en wat dat betekent voor de organisatie van participatie-momenten. DIALOOG Het gesprek is met een open houding aangegaan, waarbij ruimte is voor zowel argumenten als emoties. DIVERSITEIT Een zo breed mogelijke groep mensen en belangen wordt vertegenwoordigd in het participatieproces. DOORWERKING Aan het begin van het participatieproces wordt duidelijk gemaakt aan burgers wat de ruimte is voor invloed. Achteraf wordt gecommuniceerd wat voor invloed de inbreng in het participatieproces al dan niet heeft gehad op het besluit. Draagvlak Ruimtelijke projecten, zoals energieprojecten, kunnen een aanzienlijke impact hebben op onze leefomgeving. We streven ernaar projecten te realiseren met zoveel mogelijk maatschappelijk draagvlak.

We realiseren ons dat draagvlak dynamisch is en we daar beperkt invloed op hebben – hoewel we daar zoveel mogelijk aan werken door in te zetten op een goed participatieproces en het stimuleren van lokaal eigendom en andere vormen van financiële participatie. We willen bij besluitvorming over energieprojecten het (ingeschatte) draagvlak meewegen naast overwegingen als bijdrage aan de totale opgave, goede (landschappelijke) inpassing en de mogelijkheid om aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk. Aanleiding: Het Klimaatakkoord hebben wij onderschreven en wordt met deze herziening verwerkt in de beleidskeuze in het provinciale Omgevingsbeleid. Motivering Provinciaal Belang: Rijk en provincies hebben afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord voor het realiseren van de nationale doelstellingen om de energietransitie te versnellen. Hier speelt ook het provinciaal belang vanwege de invloed op het leef- en vestigingsklimaat van de provincie. 55

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Toelichting: De provincie wil de doelstellingen bereiken door in te zetten op windenergie, warmte, bodemenergie, biomassa, hydro- en zonne-energie. Vanwege de onderlinge relaties en de ruimtevraag is de provincie samen met haar partners op regionaal niveau regionale energiestrategieën aan het opstellen. Ook zet de provincie in op energietransitie en besparing bij industrie, gebouwde omgeving en mobiliteit. De provincie ziet urgentie voor de energietransitie en heeft hierin verschillende rollen (regulerende, presterend, samenwerkend en faciliterend) en verantwoordelijkheden (zoals een goede ruimtelijke ordening, vergunningverlening, toezicht en handhaving, aanbesteding van concessies openbaar vervoer. Vanuit deze rollen en de wens voor meervoudig ruimtegebruik zal de provincie in het ruimtelijk beleid zoveel mogelijk de kansen benutten om bij specifieke opgaven de mogelijkheden voor energietransitie en klimaatmitigatie benutten.

In het omgevingsprogramma zijn de RES zoekgebieden zon en wind opgenomen. De provincie hecht bijzondere waarde aan een goed participatieproces en het meewegen van draagvlak bij de energietransitie.

56

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Omgevingsprogramma RES-zoekgebieden zon en wind Rolkeuze Realiseren en reguleren Beleidskeuzes Zonne-energie Windenergie Ruimtelijke kwaliteit Lokaal eigendom

Is de maatregel gebiedsspecifiek? Ja. Deze maatregel heeft betrekking op de zoekgebieden zoals deze zijn opgenomen in de door Provinciale Staten vastgestelde RES 1.0. Kaarten uit de RES’en

57

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

58

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

59

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

60

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Toelichting maatregel Provinciale Staten hebben de RES’en 1.0 vastgesteld als strategische verkenning en bouwsteen voor het omgevingsbeleid. In een aantal RES-regio’s zijn zoekgebieden voor wind en/of zon opgenomen De aard, omvang en mate van uitwerking van deze zoekgebieden verschilt per RES-regio. De komende periode geven de RES-regio’s uitvoering aan de RES1.0 en werken zij toe naar een RES 2.0 in juli 2023. In dit proces worden de zoekgebieden uit de RES1.0 verder uitgewerkt de provincie blijft daarbij betrokken.

Met deze maatregel geeft de provincie haar visie en inzet op de uitwerking van de zoekgebieden als het gaat om kaders, proces, scope, product. Waarbij onze inzet is dat in deze fase een integrale afweging en uitwerking plaatsvindt waarbij rekening wordt gehouden met andere opgaven en ruimtelijke ontwikkelingen. In aanvulling op de locaties zoals die zijn opgenomen in de provinciale uitwerking van de zonneladder, is in de zoekgebieden meer ruimte voor zonnevelden nadat GS hebben ingestemd met de in de RES vastgestelde uitwerking van de zoekgebieden.

61

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Bij de totstandkoming van de RES’en is bij de keuze van de zoekgebieden niet in alle gevallen sprake geweest van een integrale afweging met andere opgaven en ruimtelijke claims. De verdere uitwerking van de zoekgebieden kan dan ook leiden tot nieuwe inzichten waarbij (delen van) zoekgebieden niet geschikt blijken voor wind en/of zon en nieuwe zoekgebieden mogelijk in beeld komen.

Beleid zon Het beleid voor zonne-energie bestaat naast een beleidskeuze Zonne-energie uit regels in de omgevingsverordening. Daarnaast is het ruimtelijke kwaliteitsinstrumentarium van belang met onder andere een richtpunt voor zon bij de kwaliteitskaart, de beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit en de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie. Beleid wind Het beleid voor windenergie bestaat naast een beleidskeuze Windenergie uit regels in de omgevingsverordening. Bij een verkenning naar nieuwe locaties voor wind is de provinciale omgevingsvisie leidend. De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (op snelwegen), op grote bedrijventerreinen, of op de grote scheidslijnen tussen land en water. Windturbines plaatsen we ‘daar waar het waait’ (denk aan kustgebieden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (denk aan industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren (havengebied).

Definitie zoeklocaties- en zoekgebieden

Zoeklocatie Gaat om een concrete plek voor de realisatie van wind (en/of zon). Voor deze zoeklocaties is een nadere uitwerking, verbeelding en onderzoek naar effecten op bijvoorbeeld natuur, radar, andere opgaven aan de orde. De uitkomsten van deze uitwerking kan leiden tot opname van deze locaties op de kaart in de Omgevingsverordening. Op dit moment speelt dit op 1 plek: Avelingen.

Zoekgebieden: zijn plekken/zones/grotere gebieden waar een nadere uitwerking, verfijning en afweging nodig is over de realisatie van duurzame opwek. Het kan gaan om zon en/of wind. Uitwerking De provincie zet bij de uitwerking van de zoekgebieden op het volgende in: 1. Maken van afspraken over proces, scope, product 2. Kaders

62

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Ad 1 Proces, scope, product Bij de uitwerking van de RES 1.0 en het toewerken naar de RES2.0 maken de partners in de RES-regio’s afspraken over het te doorlopen proces, de scope en het op te leveren product. Bij het maken van deze afspraken vindt de provincie de volgende aspecten van belang vindt: Participatie Voorafgaand aan het uitwerken van de zoekgebieden en zoeklocaties stemmen wij graag met onze RES-partners en/of de initiatiefnemers van een project een participatieplan af, waarin de 4D’s zijn opgenomen. Ten behoeve van de besluitvorming geven wij een terugkoppeling van het participatieproces en in hoeverre we erin zijn geslaagd de gestelde doelen te bereiken. Hieronder staan de 4D’s nader uitgewerkt. DOELEN In het participatieplan wordt vooraf beschreven welke doelen wordt nagestreefd en wat dat betekent voor de organisatie van participatie-momenten. ▪

zorg voor onderbouwde doelstellingen, maak daarbij onderscheid tussen procesdoelen, inhoudelijke doelen en resultaatdoelen;

▪

maak je doelen expliciet en waar mogelijk zo goed mogelijk kwalitatief of kwantitatief meetbaar om het hiermee goed bij te kunnen sturen tijdens het proces;

▪

doelen kunnen dynamisch zijn; benoem momenten waarop je deze evalueert en indien nodig aanpast.

DIALOOG Het gesprek is met een open houding aangegaan, waarbij ruimte is voor zowel argumenten als emoties. ▪

het gesprek wordt gevoerd via een platform dat voor een brede doelgroep beschikbaar is. Het voeren van een constructief gesprek wordt gefaciliteerd door een gespreksleider die kundig, sociaal sterk en onafhankelijk is t.a.v. de uitkomst van het besluitvormingsproces;

▪

zorg dat deelnemers voldoende ruimte krijgen om zowel voor en tegen argumenten naar voren te kunnen brengen, en ook met elkaar in gesprek te kunnen gaan;

▪

in het gesprek wordt niet alleen gekeken naar standpunten, maar ook de onderliggende argumenten, waarden, emoties. Elke standpunt is op zichzelf waardevol, maar het is ook belangrijk om te begrijpen waarom iemand een bepaald standpunt heeft, wat als katalysator kan dienen om het gesprek verder te brengen.

63

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

DIVERSITEIT Een zo breed mogelijke groep mensen en belangen wordt vertegenwoordigd in het participatieproces. ▪

definieer vooraf welke doelgroepen idealiter meedoen aan het participatieproces. Hanteer hierbij niet alleen demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, etc.) als criterium, maar ook andere gegevens zoals woningeigenaar-huurder of het geografische gebied waarbinnen je actief betrokkenen benadert;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11785798/2