CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

74.Gezamenlijke zienswijze op module energietransitie omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland; Ontwerp herziening omgevingsbeleid module energietransitie

Gemeenteraad 14 september 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken en mededelingen26.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Concept Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie Juni 2022

1

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Inhoudsopgave AMBITIE 3: SCHONE ENERGIE VOOR IEDEREEN ..................................................................... 4 BELEIDSDOELEN VOOR AMBITIE 3 ....................................................................................... 7 Toelichting op de aanpassingen ambitie en beleidsdoelen ................................................... 9

3-1-1 WINDENERGIE OP LAND ......................................................................................... 10 Toelichting en aanpassing Omgevingsvisie windenergie op land ........................................ 14

TEKSTVOORSTELLEN ZUID HOLLANDSE OMGEVINGSVERORDENING WINDENERGIE OP LAND ...................... 15 AANPASSINGEN OMGEVINGSVERORDENING ZUID HOLLAND WINDENERGIE OP LAND ............................... 15 Toelichting Aanpassing Zuid Hollandse Omgevingsverordening Windenergie op land ......... 16 Toelichting Aanpassing Omgevingsverordening Zuid Holland Windenergie op land ............ 18

OMGEVINGSPROGRAMMA WINDENERGIE OP LAND........................................................................... 19 Toelichting en aanpassing Omgevingsprogramma windenergie op land ............................. 28

3-1-2 ZONNE-ENERGIE .................................................................................................... 29 TEKSTVOORSTELLEN ZUID HOLLANDSE OMGEVINGSVERORDENING ZONNEVELDEN ................................. 36 TEKSTVOORSTELLEN OMGEVINGSVERORDENING ZUID HOLLAND ZONNEVELDEN .................................... 38 Toelichting Tekstvoorstellen Zuid Hollandse Omgevingsverordening Zonnevelden ............. 39 Toelichting Tekstvoorstellen Omgevingsverordening Zuid Holland Zonnevelden ................. 41

OMGEVINGSPROGRAMMA ZONNE-ENERGIE .................................................................................. 45 Toelichting aanpassingen Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma Zonne-energie ......... 48

3-1-3 BEVORDEREN ENERGIETRANSITIE ............................................................................ 54 OMGEVINGSPROGRAMMA RES-ZOEKGEBIEDEN ZON EN WIND ........................................................... 57 Kaarten uit de RES’en ............................................................................................................ 57

OMGEVINGSPROGRAMMA RUIMTE EN LANDSCHAP IN DE ENERGIETRANSITIE/RES ................................... 68 Toelichting aanpassingen Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma Bevorderen energietransitie ................................................................................................................. 70

3-1-4 LOKAAL EIGENDOM ............................................................................................... 72 OMGEVINGSPROGRAMMA LOKAAL EIGENDOM ............................................................................... 75 Toelichting beleidskeuze en omgevingsprogramma lokaal eigendom ................................. 76

3-2-1 WARMTETRANSITIE IN DE GEBOUWDE OMGEVING.................................................... 79 3-2-2 BOVENLOKAAL WARMTENETWERK .......................................................................... 83 3-3-1 REGIONALE ENERGIE-INFRASTRUCTUUR ................................................................. 85 OMGEVINGSPROGRAMMA PROGRAMMEREN EN EVENTUEEL PRIORITEREN VAN REGIONALE ENERGIE INFRASTRUCTUUR .................................................................................................................. 87

OMGEVINGSPROGRAMMA STIMULEREN VAN FLEXIBILITEIT EN EFFICIËNTIE VAN HET ENERGIESYSTEEM ........... 89 OMGEVINGSVERORDENING ZUID HOLLAND REGIONALE ENERGIE-INFRASTRUCTUUR ................................ 91 Toelichting Omgevingsverordening Zuid Holland Regionale energie-infrastructuur ............ 91

ZUID HOLLANDSE OMGEVINGSVERORDENING REGIONALE ENERGIE-INFRASTRUCTUUR ............................. 91 Toelichting Zuid Hollandse Omgevingsverordening Regionale energie-infrastructuur ......... 91 Toelichting aanpassingen Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma Regionale energieinfrastructuur .................................................................................................................... 93

3-3-2 CO2 EMISSIEARME EN CIRCULAIRE INDUSTRIE ......................................................... 94 2

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

OMGEVINGSPROGRAMMA BIJDRAGEN AAN EEN CO2 EMISSIEARME EN CIRCULAIRE INDUSTRIE .................... 97 Toelichting aanpassingen Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma Bijdragen aan een CO2 emissiearme en circulaire industrie .................................................................................... 99

3

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Ambitie 3: Schone energie voor iedereen Ambitie 3: Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen Zuid-Holland is één van de meest energie intensieve regio’s van Europa. Dat komt door de unieke industriële en stedelijke structuur, met de haven, petrochemie en logistiek. Dit maakt ons extra afhankelijk van de beschikbaarheid van brand- en grondstoffen. Daarmee is de transitie van fossiele brand- en grondstoffen naar duurzame bronnen een uitdaging, maar het brengt ook nieuwe kansen met zich mee. Zo beschikt onze regio over een groot aanbod van restwarmte die gebruikt kan worden in steden en de glastuinbouw. In 2015 sloten 195 landen het historische klimaatakkoord van Parijs. De wereld kwam overeen dat de opwarming van de aarde ruim onder de 2 graden moet blijven. Afgesproken is de stijging van de uitstoot van broeikasgassen te stoppen. Het klimaatakkoord luidt daarmee het einde in van een economie gebaseerd op fossiele brandstoffen. Het Nederlandse Klimaatakkoord uit 2019 is de landelijke uitwerking, de provincie onderschrijft dit Klimaatakkoord. Hiermee werken we toe naar een samenleving en economie gebaseerd op een duurzaam en circulair energie- en grondstoffensysteem, onder andere voor stoom, warmte, elektriciteit, CO2 en waterstof en richten ons op het beperken van de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen.

Dat raakt alle inwoners en bedrijven van Zuid-Holland. Met de aanwezigheid van energieintensieve sectoren als de haven en de glastuinbouw en met gerenommeerde kennisinstellingen kan Zuid-Holland profiteren van de energietransitie.

4

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Vanuit onze provinciale verantwoordelijkheid dragen wij bij aan de nationale doelen uit het Klimaatakkoord. Wij sluiten ons aan bij de doelstelling om de opwarming van de aarde tot minder dan 2 graden te beperken en streven naar 1,5 graad.

De nieuwe Zuid-Hollandse energieaanpak wordt geborgd in een uitvoeringsprogramma (Schone Energie 2020-2023) voor iedereen, waarin In de Zuid-Hollandse aanpak is uitgewerkt. Besparen en efficiënt benutten van de juiste vorm van energie is ons vertrekpunt. De energietransitie is in Zuid-Holland van en voor iedereen; het is haalbaar en betaalbaar. Onze focus ligt op de gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit, en landen glastuinbouw. Wij willen een slimme en schone economie zijn waar fossiele bronnen zijn vervangen door hernieuwbare bronnen. Dat brengt nieuwe verdienmodellen, nieuwe exportproducten en nieuwe banen met zich mee. Wij zetten in op het benutten van duurzame energiebronnen en hernieuwbare opwek die als bewezen technieken kunnen worden ingezet. Wij sluiten op voorhand geen CO2emissievrije technieken uit. Verbranding van groene grondstoffen (zoals hout) voor energie is een laagwaardige toepassing en heeft niet onze voorkeur. We zijn geen voorstander van nieuwe aardgasboringen en schaliegaswinning en maken ons hard voor een afbouw van de huidige aardgaswinning.

5

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Als provincie geven wij graag het goede voorbeeld. Dat geldt voor besparen, het benutten van kansen om energie op te wekken of mogelijkheden om CO2- uitstoot te verminderen. Daarom worden onze eigen projecten, gebouwen en wegen zoveel mogelijk energieneutraal gerealiseerd en onderhouden.

6

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Beleidsdoelen voor ambitie 3 3.1 Schone en duurzame elektriciteitsvoorziening

Het zorgvuldig benutten van onze beschikbare fysieke ruimte heeft onze volle aandacht. Wij vinden het van belang dat voor het opwekken van duurzame energie in eerste instantie de gebouwen goed worden benut. Participatie is van groot belang bij de ontwikkeling en uitvoering van onze ambities. In de Regionale Energiestrategieën geven we daar met onze partners invulling aan en wij ondersteunen lokale initiatieven om de energietransitie vorm te geven. Ook lokaal eigendom van opwekinstallaties is van belang om lokaal te kunnen benutten wat daar wordt opgewekt. Ons doel: een stabiel en slim energiesysteem dat betaalbare, schone energie levert voor iedereen.

Beleidskeuze •

Windenergie op land

•

Zonne-energie

•

Bevorderen energietransitie

•

Lokaal Eigendom

3.2. Verduurzaming gebouwde omgeving

Voor het benutten van beschikbare warmte werken wij aan het uitbreiden van warmtenetten. In de toekomst zijn de regionale warmtetransportnetten de verbinding tussen aanbieders en gebruikers van warmte; prima geschikt om kassen en steden te verwarmen. Nieuwe woningen en gebouwen worden zoveel mogelijk energieneutraal opgeleverd. Beleidskeuze •

Warmtetransitie in de Gebouwde Omgeving

•

Bovenlokaal Warmtenetwerk

7

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

3.3. Duurzaam energie- en grondstoffensysteem

Een goede energievoorziening heeft een efficiënte, robuuste en slimme energieinfrastructuur nodig. Om de energietransitie aan te jagen zet de provincie ook stevig in op innovatie. We zetten hierbij onder meer in op het vernieuwen van zowel het energieals het grondstoffensysteem. In de grondstoffentransitie zetten we in op zorgvuldig omgaan met zowel schaarse grond- als brandstoffen. Beleidskeuze •

Regionale energie-infrastructuur

•

CO2-emissiearme en circulaire industrie

8

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Toelichting op de aanpassingen ambitie en beleidsdoelen Onderdeel van: Hier wil Zuid-Holland naar toe 7 provinciale vernieuwingsambities (bij Omgevingsbeleid) Bewerkt voor herziene tekst – Module Energietransitie De tekst uit de Ambitie is geactualiseerd v.w.b. Ambitie 3 - Schone energie voor iedereen. Een deel van de tekst is verplaatst naar de tekst over de beleidsdoelen. De tekst over de beleidsdoelen is een nieuwe tekst.

9

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

3-1-1 Windenergie op land

Wat wil de provincie bereiken? De provincie biedt ruimtelijk mogelijkheden voor windenergie. Rijk en provincies hebben hierover afspraken gemaakt in het Nationaal Energieakkoord (wat integraal is opgenomen in het Klimaatakkoord) uit 2019. Hiermee verbindt de provincie zich aan het realiseren van de internationale en nationale doelstellingen om de CO2-uitstoot te verminderen en het energieverbruik te reduceren. Windenergie is, naast o.a. zonneenergie en warmte, een van de duurzame energiebronnen waar de provincie op inzet om dit doel te bereiken. Voor windenergie is het Nationaal Energieakkoord uitgewerkt in een bestuursakkoord tussen Rijk en provincies over de realisatie van 6000 MW windenergie in Nederland, waarvan 735,5 in Zuid-Holland. . Provinciale Staten hebben in juni 2021 over de zeven RES-regio’s een besluit genomen en deze vastgesteld als strategische verkenning.

Provinciaal Belang: De Elektriciteitswet 1988 bepaalt dat voor windparken met een opgesteld vermogen tussen 5 en 100 MW de provincie bevoegd gezag is voor de omgevingsvergunning als de gemeente naar aanleiding van een verzoek van een initiatiefnemer geen bestemmingsplan wil opstellen. Voor de omgevingsvergunning is de gemeente bevoegd gezag als sprake is van een vermogen dat minder bedraagt dan 5 MW. Boven de 5 MW zijn GS rechtstreeks bevoegd gezag. Gedeputeerde Staten kunnen ervoor kiezen deze bevoegdheid aan de gemeente over te laten als daardoor versnelling van de ontwikkeling wordt bereikt. In Zuid-Holland leggen GS de bevoegdheid bij de gemeente als voldoende verzekerd is dat de gemeente zich inzet voor de ontwikkeling van windenergie. Daarvoor worden overeenkomsten gesloten. Private partijen zijn aan zet voor initiatieven tot plaatsing van windturbines. Naast de bevoegdheid rond de omgevingsvergunning heeft de provincie uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en zorgvuldig ruimtegebruik (ruimtelijke kwaliteit) een belang bij de afwegingen van (grotere) windturbines. Met het oog op de verwachte klimaatveranderingen en energieschaarste is het voorzien in een groter aandeel duurzame energie urgenter geworden. Het bieden van ruimtelijke mogelijkheden voor windenergie is daarbij van groot belang.

10

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Voor kleinere windturbines wordt meer ruimte geboden vanwege het feit dat deze een lokaler effect hebben op de omgeving. Gemeenten zijn hier aan zet. Voor windturbines met een ashoogte tot 45 meter maakt de gemeente daarin haar afwegingen vanuit het lokale effect op de energieopwekking en ruimtelijke impact. Indien daarbij provinciale belangen rond landschap, cultuurhistorie, kroonjuwelen, ecologie en recreatie in het geding komen, zal de provincie daarover een zienswijze kunnen indienen. Vooroverleg hierover is daarom aan te bevelen.

Toelichting:

Ruimtelijke uitgangspunten Mede door de omvang en invloed op de ruimtelijke kwaliteit en het landschap van grote windturbines is het van belang een zorgvuldige en bovenregionale afweging op provinciaal niveau te maken over de locatiekeuze. De provincie wil grote turbines geconcentreerd plaatsen in daarvoor geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie voorkomen. De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (snelwegen), op grote bedrijventerreinen of op de grote scheidslijnen tussen land en water. Windturbines plaatsen we ‘daar waar het waait’ (denk aan kustgebieden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (denk aan industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren (havengebied). De voorkeur wordt gegeven aan eenvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen. Bestaande opstellingen van grote windturbines kunnen ter plaatse worden vervangen en -binnen de in de verordening opgenomen voorwaarden- opgeschaald worden.

Naast de grote windturbines is er in de provincie ruimte voor kleinere windturbines. Turbines met een as-hoogte tot 15 meter mogen binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied worden geplaatst, mits rekening gehouden wordt met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Voor windturbines met een as-hoogte tot 45 meter kan de gemeente daarin haar afwegingen maken vanuit het lokale effect op de energieopwekking en ruimtelijke impact. Indien daarbij provinciale belangen rond landschap, cultuurhistorie, kroonjuwelen, ecologie en recreatie in het geding komen, zal de provincie daarover een zienswijze kunnen indienen. Vooroverleg hierover is daarom aan te bevelen. 11

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Uitgangspunten windturbines naar ashoogte

Grote windturbines (ashoogte is hoger dan 45 meter) •

Geconcentreerd plaatsen en voorkomen van versnippering

•

Langs grootschalige infrastructuur (snelwegen, rivieren)

•

Bij grootschalige bedrijvigheid (energievragers)

•

Grootschalige scheidslijnen tussen land en water en grote landschappelijke structuren (daar waar het waait)

•

Voorkeur voor enkelvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen

Windturbines met een ashoogte tot 45 meter •

Binnen bestaand stads- en dorpsgebied

•

Glastuinbouwgebied passend bij de lokale situatie

•

Bedrijventerreinen

•

Dit is ter beoordeling aan de gemeente. De provincie kan wel een zienswijze indienen, indien te weinig rekening is gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten.

Windturbines tot 15 meter ashoogte •

Kunnen overal, mits rekening gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten.

•

Dit is ter beoordeling aan de gemeente. De provincie kan wel een zienswijze indienen, indien te weinig rekening is gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten.

De aangewezen locaties zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening op kaart 16. De locaties zijn het resultaat van een afweging tussen eisen vanuit windenergie en voorwaarden vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit. Mochten die om technische of 12

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

andere redenen niet haalbaar zijn, dan moet het opnemen van nieuwe locaties worden overwogen. Daarvoor is dan aanpassing van de verordening nodig. De provincie zet in op een 100% circulaire economie in 2050. Dit geldt ook voor de energietransitie. Voor windenergie zet de provincie zich in om in het bestemmingsplan een passage op te nemen dat men rekening houdt met de sloop van de bouwwerken na het beëindigen van die opwekking. Waarbij zoveel mogelijk wordt ingezet op hergebruik van de grondstoffen en materialen bij het ontmantelen van de windlocatie.

Te onderzoeken effecten Bij de plaatsing van windturbines dienen op projectniveau effecten ten aanzien van o.m. natuur, flora en fauna, bescherming van waardevol cultureel erfgoed, geluid, externe veiligheid, radar, slagschaduw, lichtschittering, vaarwegen en waterstaatswerken, landschappelijke inpassing, netinfrastructuur, watertoets en archeologie te worden onderzocht. Het voorgaande dient in een MER en/of een ruimtelijke onderbouwing te worden vastgelegd.

Beleidsuitwerking De provincie maakt de realisatie van het Klimaatakkoord ruimtelijk mogelijk in een aantal specifieke gebieden (Omgevingsverordening kaart 16). Actuele informatie over de realisatie (aantal MW en gerealiseerde locaties) is terug te vinden in de jaarlijkse voortgangsrapportage ‘Meterstand’

13

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Toelichting en aanpassing Omgevingsvisie windenergie op land De aanpassingen hebben betrekking op het actualiseren en verhelderen van de tekst, zoals de aanvulling van de nog lopende afspraken uit het Energieakkoord en dat deze integraal zijn opnemen in het Klimaatakkoord. Verder zijn enkele tekstblokken verplaatst naar de juiste paragraaf/tekstkop. De provincie zet in op een circulaire economie, ook voor windenergie en neemt hiertoe een passage op waarbij in ruimtelijke plannen van de gemeente rekening wordt gehouden met sloop. Bij de te onderzoeken effecten zijn de elementen radar en netinfrastructuur toegevoegd, wegens de mogelijke impact hiervan op windenergielocaties.

14

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Tekstvoorstellen Zuid Hollandse Omgevingsverordening Windenergie op land A Voor artikel 7.75 wordt in § 7.3.21 artikel 7.74a ingevoegd, luidende: Artikel 7.74a (regionale energie-infrastructuur) Een omgevingsplan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met eventuele effecten op de regionale energie-infrastructuur. B Artikel 7.76 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede lid komt te luiden: 2. In het omgevingsplan kan de begrenzing van de in het eerste lid bedoelde locaties worden aangepast, waarbij rekening wordt gehouden met de lokale omstandigheden, ten behoeve van: a. de inpassing van de windenergielocatie in de omgeving; b. de uitbreiding van de windenergielocatie. 2. Het vierde lid komt te luiden: 4. Er wordt voorzien in een opruimplicht na het beëindigen van de opwekking van energie uit wind.

Aanpassingen Omgevingsverordening Zuid Holland Windenergie op land Omgevingsverordening Zuid-Holland HOOFDSTUK 6 INSTRUCTIEREGELS Afdeling 6.2 Bestemmingsplannen § 6.2.9 Energie Artikel 6.28 wordt als volgt gewijzigd: Het tweede lid komt te luiden:

2. In het bestemmingsplan kan de begrenzing van de in het eerste lid bedoelde locaties worden aangepast, waarbij rekening wordt gehouden met de lokale omstandigheden, ten behoeve van: a. de inpassing van de windenergielocatie in de omgeving; b. de uitbreiding van de windenergielocatie. 15

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

3. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan voor gronden buiten het bestaand stads-en dorpsgebied kleine windturbines met een ashoogte tot 15 m toelaten en kan een bestemmingsplan voor gronden binnen het bestaand stads- en dorpsgebied of voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, kleine en middelgrote windturbines met een ashoogte tot 45 m toelaten, voor zover dat passend is bij de lokale situatie. Het vierde lid komt te luiden: 4. Een bestemmingsplan dat plaatsing van windturbines en andere bouwwerken gericht op de opwekking van energie uit wind mogelijk maakt, voorziet in een opruimplicht na het beëindigen van de opwekking van energie uit wind.

Toelichting Aanpassing Zuid Hollandse Omgevingsverordening Windenergie op land Artikel 7.76 (windenergie) De provincie biedt ruimtelijke mogelijkheden voor windenergie. Voor windenergie is het Nationaal Energieakkoord akkoord uitgewerkt in een bestuursakkoord tussen Rijk en provincies over de realisatie van 6000 MW windenergie in Nederland, waarvan 735,5 MW in Zuid-Holland. De aangewezen locaties zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening in bijlage II. Provinciale Staten hebben over de zeven RES-regio’s een besluit genomen en deze vastgesteld als strategische verkenning. Met het oog op de verwachte klimaatveranderingen en energieschaarste is het voorzien in een groter aandeel duurzame energie urgenter geworden. Het bieden van ruimtelijke mogelijkheden voor windenergie is daarbij van groot belang. Naast de bevoegdheid rond de omgevingsvergunning heeft de provincie uit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en zorgvuldig ruimtegebruik (ruimtelijke kwaliteit) een belang bij de afwegingen van (grotere) windturbines. Mede door de omvang en invloed op de ruimtelijke kwaliteit en het landschap van moderne windturbines is het van belang een zorgvuldige en bovenregionale afweging op provinciaal niveau te maken over de locatiekeuze.

De provincie wil grote turbines geconcentreerd plaatsen in daarvoor geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie voorkomen De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (snelwegen), op grote bedrijventerreinen of op de grote scheidslijnen tussen land en water. Windturbines plaatsen we ‘daar waar het waait’ (denk aan kustgebieden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (denk aan industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren (havengebied)). De voorkeur wordt gegeven aan enkelvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen. 16

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Bestaande opstellingen van grote windturbines kunnen ter plaatse worden vervangen en -binnen de in de verordening opgenomen voorwaarden- opgeschaald worden. In het omgevingsplan kan de begrenzing van deze locaties worden aangepast d.w.z. verschuiven of vergroten ten opzichte van de locatie vastgelegd in bijlage II en deze aanpassing betreft een maximale verdubbeling van de bestaande locatie. De ruimtelijke uitgangspunten, het meewegen van andere belangen waaronder voor omwonenden en de omgeving, en landschappelijke inpassing zijn hierop van toepassing. In Zuid-Holland leggen Gedeputeerde Staten de bevoegdheid bij de gemeente als voldoende verzekerd is dat de gemeente zich inzet voor de ontwikkeling van windenergie. Daarvoor worden overeenkomsten gesloten. Private partijen zijn aan zet voor initiatieven tot plaatsing van windturbines. In het kader van deze herziening is in dit ontwerp een voorstel voor de aanpassing van artikel 7.76 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (bij inwerkingtreding van de Omgevingswet) voorgesteld. Met de aanpassing van dit lid wil de provincie duidelijker zijn over de omvang van de mogelijke uitbreiding van bestaande locaties voor windenergie. Met deze regel in de verordening wordt ruimte geboden om uitbreiding van bestaande locaties mogelijk te maken en daarmee ruimte te bieden om het aandeel opwek van windenergie te kunnen vergroten.

In de huidige voorstellen is opgenomen dat de uitbreiding niet meer kan zijn dan een verdubbeling van de huidige vastgestelde windlocaties op kaart 16 behalve windpark Spui. De provinciale criteria en uitgangspunten, voor onder meer landschappelijke inpassing, ruimtelijke kwaliteit, participatie en draagvlak, blijven van kracht. We willen de zienswijze periode gebruiken om input te krijgen op de precieze formulering en omvang van deze uitbreidingsmogelijkheid en vragen daarom nadrukkelijk input hierop.

Bij de plaatsing van windturbines dienen op projectniveau effecten ten aanzien van onder meer natuur, flora en fauna, bescherming van waardevol cultureel erfgoed, geluid, externe veiligheid, radar, slagschaduw, lichtschittering, vaarwegen en waterstaatswerken, landschappelijke inpassing, netinfrastructuur, watertoets en archeologie te worden onderzocht. Het voorgaande dient in een MER en/of een ruimtelijke onderbouwing te worden vastgelegd. Het plaatsen van windturbines buiten de locaties voor windenergie is in het omgevingsplan uitgesloten. Naast de grote windturbines is er in de provincie ruimte voor kleinere windturbines. Turbines met een as-hoogte tot 15 meter mogen binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied worden geplaatst, mits rekening gehouden wordt met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Voor windturbines met een as-hoogte tot 45 meter kan de gemeente daarin haar afwegingen maken vanuit het lokale effect op de energieopwekking en ruimtelijke impact. Indien daarbij provinciale belangen rond landschap, cultuurhistorie, kroonjuwelen, ecologie en recreatie in het geding komen, zal de provincie daarover een zienswijze kunnen indienen. Vooroverleg hierover is daarom aan te bevelen. Het omgevingsplan voorziet in een opruimplicht d.w.z.

dat een omgevingsplan dat een bouwactiviteit toelaat voor een bouwwerk gericht op de opwekking van energie uit wind bepaalt dat bij het beëindigen van die opwekking de bouwwerken worden gesloopt. Daarbij wordt zoveel mogelijk ingezet op hergebruik van de grondstoffen en materialen. 17

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

De meeste windturbines worden grondig nagekeken, herkeurd voor een nieuwe draaiperiode en geplaatst in het buitenland of blijven voor een nieuwe periode staan. Niet langer bruikbare molens gaan een recyclingtraject in, waarbij de bruikbare onderdelen veelal worden ingezet als reserveonderdelen en de andere onderdelen van de materialen worden verwerkt. Samen met partners in de windbranche, het rijk en andere overheden, kennisinstellingen, universiteiten en bedrijven w.o. overheden worden er gesprekken gevoerd over ieders rol. Toelichting Aanpassing Omgevingsverordening Zuid Holland Windenergie op land Algemene toelichting Aanleiding vormt de besluitvorming over de RES-en en hiermee samenhangend de aanpassing van het beleid en voorts de verordening. Artikelsgewijze toelichting Artikel 6.28 Het tweede lid van artikel 6.28 is uitgesplitst in een a en b deel om de mogelijkheid te bieden om een windpark, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 16, uit te breiden. In het bestemmingsplan kan de begrenzing van deze locaties worden aangepast d.w.z. verschuiven of vergroten ten opzichte van de geometrisch bepaalde locatie op kaart 16 en deze aanpassing betreft een maximale verdubbeling van de bestaande locatie.

De ruimtelijke uitgangspunten, het meewegen van andere belangen waaronder voor omwonenden en de omgeving, en landschappelijke inpassing zijn hierop van toepassing. In het kader van deze herziening is in dit ontwerp een voorstel voor de aanpassing van artikel 7.76 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (bij inwerkingtreding van de Omgevingswet) voorgesteld. Met de aanpassing van dit lid wil de provincie duidelijker zijn over de omvang van de mogelijke uitbreiding van bestaande locaties voor windenergie. Met deze regel in de verordening wordt ruimte geboden om uitbreiding van bestaande locaties mogelijk te maken en daarmee ruimte te bieden om het aandeel opwek van windenergie te kunnen vergroten. In de huidige voorstellen is opgenomen dat de uitbreiding niet meer kan zijn dan een verdubbeling van de huidige vastgestelde windlocaties op kaart 16 behalve windpark Spui. De provinciale criteria en uitgangspunten, voor onder meer landschappelijke inpassing, ruimtelijke kwaliteit, participatie en draagvlak, blijven van kracht. We willen de zienswijze periode gebruiken om input te krijgen op de precieze formulering en omvang van deze uitbreidingsmogelijkheid en vragen daarom nadrukkelijk input hierop.

Het ‘oude’ lid “4. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden buiten de locaties voor windenergie, bedoeld in het eerste lid, kan vervanging van bestaande grote windturbines door nieuwe windturbines mogelijk maken” is geschrapt omdat alle windlocaties op kaart 16 staan. Een nieuw lid 4 is toegevoegd. De provincie zet in op een circulaire economie en bepaalt dat een bestemmingsplan voorziet in een opruimplicht na het beëindigen van de opwekking van energie uit wind. Op kaart 16 in de Omgevingsverordening wordt windlocatie Avelingen gelegen in de gemeente Gorinchem toegevoegd. Deze locatie komt voort uit de RES Alblasserwaard. 18

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Omgevingsprogramma windenergie op land Rolkeuze Faciliteren, ondersteunen, realiseren en reguleren.

Beleidskeuzes •

Windenergie op land

•

Zonne-energie

•

Warmtetransitie in de gebouwde omgeving

•

Ruimtelijke Kwaliteit

•

Regionale energie-infrastructuur

•

Bovenlokaal Warmtenetwerk

•

Lokaal eigendom (nieuw)

Is de maatregel gebiedsspecifiek? Ja, betreft aangewezen locaties voor windenergie (Omgevingsverordening kaart 16), zoals deze voortvloeien uit de afspraken van het Nationaal Energieakkoord die integraal zijn opgenomen in het Klimaatakkoord. Voorts zijn in de maatregel “RES zoekgebieden wind en zon” de uitwerking van de zoekgebieden en locaties opgenomen.

Toelichting maatregel De provincie draagt bij aan schone en duurzame elektriciteitsvoorziening. Windenergie levert een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen voor schone en duurzame elektriciteit.

Windenergie op zee Het realiseren van windenergie op zee is een rijksaangelegenheid. De locatie en het tracé waarlangs de energie naar het elektriciteitsnet op land wordt geleid, worden bepaald met inspraak van de provincie als onderdeel van de regio. In dit overleg tussen Rijk, provincie, kustgemeenten en andere betrokken partijen richt de provincie zich met name op het borgen van belangen vanuit ruimtelijke kwaliteit, waterveiligheid, de transitie van de haven, recreatie- & natuurdoelen en de relatie met windenergie op land.

Windenergie op land De provincie zet zich in om de met gemeenten, regio’s en rijk gemaakte afspraken voor windenergie op land te realiseren. De locaties waar de provincie plaatsing van windturbines toestaat, zijn opgenomen in de Omgevingsverordening.

19

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Zuid-Holland is een drukbevolkte provincie met weinig open ruimte. Naast wind- en zonne-energie zetten verstedelijking en oprukkende bedrijvigheid ook druk op het open landschap. Ontwerpend onderzoek

- We starten, naar aanleiding van inbreng in het participatieproces rond de RES’en, een onderzoek (onder meer de relatie met ruimtelijke kwaliteit) naar grotere windturbines op boerenerven (tot 35 meter as-hoogte); - Ontwerpend onderzoek naar toekomstige opstellingen van windenergie (hoge en middelhoge turbines) vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit. Hierna wordt per regio ingegaan op de locaties windenergie. Het aantal vermeldde MW per regio heeft betrekking op de afspraken uit het Klimaatakkoord (2019) tussen het Rijk en de provincies. Regio Alblasserwaard In de regio Alblasserwaard liggen twee windlocaties. De locatie ‘Bedrijventerrein Gorinchem Noord' ligt in de gemeente Gorinchem. Met de gemeente Gorinchem is een overeenkomst gesloten tot het overdragen van de provinciale bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning. De locatie dient in combinatie met het bedrijventerrein ontwikkeld te worden. De andere locatie is de locatie ‘windpark Giessenwind'. Deze locatie ligt in de gemeente Giessenlanden. Deze windlocaties maken samen de realisatie van minimaal 15 MW mogelijk. In de maatregel “RES zoekgebieden zon en wind” is een beschrijving opgenomen van de verdere uitwerking van de zoeklocatie voor wind in Avelingen in de gemeente Gorinchem. In dit kader vindt tevens een draagvlakonderzoek plaats.

Regio Drechtsteden In de regio Drechtsteden liggen zeven windlocaties. De windlocaties Dordtse Kil IV, Merwedehaven, Krabbepolder, Duivelseiland/Krabbegors en Dordtse Kil III liggen in de gemeente Dordrecht. Bij de ontwikkeling van de locaties moeten voldoende doorzichten worden gegarandeerd. Met de gemeente Dordrecht is een overeenkomst gesloten tot het overdragen van de provinciale bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Dit is ook het geval voor de gemeente Zwijndrecht. In de gemeente Zwijndrecht ligt de locatie Groote Lindt. In de gemeente Papendrecht ligt de locatie Oosteinde, deze is opgenomen in de provinciale Koepelstartnotitie Inpassingsplannen Locaties Windenergie. Deze windlocaties maken samen de realisatie van minimaal 30 MW mogelijk.

20

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Regio Goeree-Overflakkee Op Goeree-Overflakkee liggen tien windlocaties. Het gaat om de locaties windpark Haringvliet, windpark Hellegatsplein, windpark Piet de Wit, windpark Herkingen, windpark Battenoert, windpark Van Pallandt, windpark Martine Cornelia en de locaties Blaakweg/Suyderlandt, Kroningswind en Anna Wilhelminapolder. Binnen deze locaties mogen windparken in clusters of lijnopstelling worden gerealiseerd. Met de gemeente Goeree-Overflakkee is een overeenkomst gesloten tot het overdragen van de provinciale bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning. De genoemde windlocaties maken de realisatie van 245 MW mogelijk. Voor de onderbouwing van de locatiekeuze is door de gemeente het planMER Windenergie Goeree Overflakkee opgesteld. Regio Hoeksche Waard In de gemeente Hoeksche Waard liggen vijf windlocaties: Oude Maas, Oude Mol/Mariapolder, Westersepolder, Hogezandse polder en de locatie Spui. Met uitzondering van windpark Spui is voor alle gemeenten een overeenkomst gesloten tot het overdragen van de provinciale bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning. De locatie Westerse Polder Cromstrijen is in 2021 opgeschaald en de locatie Mariapolder Strijen wordt nog opgeschaald tot zo'n 15 MW, aangezien de locaties landschappelijk aanvaardbaar worden geacht. Voor de locatie Spui is een provinciaal inpassingsplan opgesteld.

De locaties in de Hoeksche Waard maken de realisatie van minimaal 87 MW mogelijk. Regio Holland-Rijnland In de regio Holland-Rijnland liggen vijf windlocaties. In de gemeente Zoeterwoude- ligt de locatie windpark Barrepolder (Heineken) en de windlocatie Papemeer. In de RES Holland-Rijnland liggen aansluitend op de bestaande windlocaties langs de N11 en A4 zoekgebieden voor windenergie. Deze sluiten aan bij de infrastructuur en zijn ruim in omvang. In deze zoekgebieden wordt onderzocht en verkend of uitbreiding van de bestaande windlocatie(s) mogelijk is. In de gemeente Alphen aan de Rijn ligt de locatie windpark Rijnwoude (Spookverlaat). Verder gaat het om de locatie Akzo-Nobel in de gemeente Teylingen en de locatie Valkenburgse meer in de gemeente Katwijk. Met de gemeente Katwijk is een overeenkomst gesloten tot het overdragen van de provinciale bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning. De locaties in deze regio maken de realisatie van minimaal 47 MW mogelijk.

21

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Regio Midden-Holland In de regio Midden-Holland liggen twee windlocaties. Het gaat om de locatie Gouwevogel in de gemeente Gouda en de locatie Distripark in de gemeente Waddinxveen. Op de locatie Distripark is uitbreiding mogelijk aansluitend op de bestaande turbines. Indien mogelijk mag hier een cluster worden gerealiseerd. Een eventuele vijfde turbine ten oosten van de bestaande 4 turbines lijkt o.b.v. nader onderzoek door de gemeente niet haalbaar. De windlocaties maken de realisatie van minimaal 16 MW mogelijk. Regio Haaglanden In de regio Haaglanden liggen vier locaties voor windenergie. Het gaat om windpark Lansinghage in de gemeente Zoetermeer, windturbine Leehove in de gemeente Westland, windturbine De Haagse Molen/CEVA in de gemeente Den Haag en windlocatie A20 in de gemeente Westland/Midden-Delfland. Voor de laatstgenoemde locatie hebben Gedeputeerde Staten de Koepelstartnotitie Inpassingsplannen Locaties Windenergie vastgesteld. De windlocaties maken de realisatie van minimaal 21 MW windenergie mogelijk. De regio’s Haaglanden en Rotterdam vormen samen de RES-regio MRDH (Metropoolregio Rotterdam Den Haag). Regio Rotterdam In de regio is het Convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam (2012) van toepassing. De provincie heeft dit convenant ondertekend. Het convenant is vertaald in het provinciaal beleid.

Het convenant voor de voormalige Stadsregio Rotterdam is verlengd en heeft als doelstelling 150 MW en daarbij afgesproken om zoveel als mogelijk van de 150 MW voor eind 2025 te realiseren op het grondgebied van de voormalige Stadsregio buiten het haven- en industriegebied.. Binnen het convenant windenergie voor de voormalige stadsregio zijn op de locaties Groote Lucht (Vlaardingen), Rivium/Kralingse Veer (Capelle aan den IJssel) en Haringvlietdam/buitenzijde (Hellevoetsluis), Nieuwe Waterweg (Rotterdam) en Noordzeeboulevard/Slufterdam (Westvoorne) windturbines gerealiseerd. Voor de locaties Nieuw Reijerwaard (Ridderkerk) en Oeverbos (Vlaardingen) is de bestemming gewijzigd en de vergunning verleend. Van de nieuwe locaties die in 2017 zijn opgenomen in de omgevingsverordening zijn er enkele locaties die geheel of gedeeltelijk binnen beschermingscategorie 1 en/of 2 voor ruimtelijke kwaliteit liggen. Het gaat om de locaties Beneluxplein, N57 Entree Noord, Haringvlietdam, Oeverbos Vlaardingen/Maassluis, Hartel Oost en Plaatweg (nu: Brielse Maasdijk), Rozenburg Landtong en Noordzeeboulevard. In artikel 6.9 Ruimtelijke Kwaliteit lid 1b en c van de Omgevingsverordening is bepaald dat binnen de beschermingscategorieën beperkingen gelden voor ‘aanpassen’ en ‘transformeren’ tenzij het gaat om een in de Omgevingsverordening uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling. De plaatsing van 22

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

windturbines binnen de genoemde locaties is een uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling, vanwege het belang en de urgentie van de energietransitie. Voor deze locaties blijft artikel 6.9 Ruimtelijke Kwaliteit lid 1b en c van toepassing. De planMER –resultaten leiden tot aandachtspunten per locatie. De belangrijkste zijn opgenomen in onderstaand overzicht. Voor alle locaties geldt dat de resultaten en bevindingen in het planMER onderzoek betrokken moeten worden in het vervolgtraject. Bij de verdere uitwerking van locaties zijn de wettelijke eisen en de regels uit de Omgevingsverordening (bijvoorbeeld voor ruimtelijke kwaliteit, molenbiotopen, landgoederen biotopen) van toepassing zoals gebruikelijk bij elk bestemmingsplan en omgevingsvergunning waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Locatie windenergie: Distripark Eemhaven Aandachtspunten: •

Plaatsing in noordzijde gebied leidt tot een beperking van effect op aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw) en aansluiting van de opstelling bij de snelweg.

•

Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met de locaties Beneluxplein en Poort van Charlois

Locatie windenergie: Beneluxplein Aandachtspunten: •

Aansluiting van de opstelling bij de snelweg.

•

Samenhang met de locaties Distripark Eemhaven en Poort van Charlois

•

Beschermingscategorie 2: recreatie en groene buffer in deel van de locatie

Locatie windenergie: Oost Aandachtspunt: •

Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met locatie Nieuw Reijerwaard.

Locatie windenergie: Vaanplein Aandachtspunten: •

Het ontzien van meest westelijke deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw);

•

Aansluiting van de opstelling bij de snelweg;

•

Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met locatie Oost, Nieuw Reijerwaard en Poort van Charlois.

Locatie windenergie: N57 Entree Noord 23

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Aandachtspunten: •

Ecologie

•

Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met de bestaande turbines aan de noordzijde van het Hartelkanaal.

•

Beschermingscategorie 2: recreatie in deel van de locatie

Locatie windenergie: Haringvlietdam/binnenzijde Aandachtspunten: •

Ecologie

•

Beschermingscategorie 2: recreatie in deel locatie

Locatie windenergie: Stormpolder Aandachtspunt: •

Plaatsing langs de Nieuwe Maas leidt tot beperking effect op aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw) en aansluiting van de opstelling bij het water.

Locatie windenergie: Prisma / Bleizo (Lansingerland) Voor deze locatie onderzoekt de gemeente Lansingerland alternatieve locaties. Aandachtspunten: •

Het ontzien van meest oostelijke en zuidelijk deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw);

•

Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met de bestaande turbines op Lansingerhaghe

Locatie windenergie: Oeverbos Vlaardingen/Maassluis Aandachtspunten: •

Ecologie

•

Het ontzien van meest westelijke deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (slagschaduw);

•

Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met locatie Het Scheur.

•

Ontwikkeling afstemmen met ontwikkeling Blankenburgtunnel inclusief het kwaliteitsprogramma Blankenburgtunnel

•

Beschermingscategorie 1: natuur in deel locatie

•

Beschermingscategorie 2: recreatie en groene buffer

Locatie windenergie: Hartel Oost en Plaatweg (nu: Brielse Maasdijk) 24

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Aandachtspunten: •

Het ontzien van Zuid-Oostelijke en meest westelijk deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw);

•

Beschermingscategorie 2: recreatie

Locatie windenergie: Poort van Charlois Aandachtspunten: •

Plaatsing in zuidzijde gebied leidt tot beperking effect op aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw) en aansluiting van de opstelling bij de snelweg.

•

Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met de locatie Distripark Eemhaven en Vaanplein.

Locatie windenergie: Verlenging Nieuwe Waterweg/Stenaterrein Aandachtspunten: •

Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met vergunde locatie Nieuwe Waterweg.

•

Het ontzien van meest westelijke deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw)

Locatie windenergie: Rozenburg Landtong Aandachtspunten: •

Het ontzien van meest oostelijke deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid);

•

Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met de bestaande windturbines op de landtong.

•

Beschermingscategorie 2: recreatie

Locatie windenergie: Beneluxtunnel Aandachtspunten: •

Het ontzien van meest noordelijk deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw);

•

Vanuit landschappelijk oogpunt aansluiting zoeken met de Nieuwe Maas.

Locatie windenergie: Het Scheur Aandachtspunten:

25

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

•

Vanuit landschappelijk oogpunt aansluiting zoeken met het water (Het Scheur) en de locatie Oeverbos Vlaardingen/Maassluis

•

Plaatsing in zuidzijde gebied leidt tot beperking effect op aantal gevoelige objecten (geluid, slagschaduw en veiligheid).

Locatie windenergie: Noordzeeboulevard Aandachtsgebieden: •

Ecologie

•

Vanuit landschappelijk oogpunt aansluiting zoeken bij vergunde windturbine op deze locatie. (onderdeel windpark Slufterdam)

•

Beschermingscategorie 1: Natuur in deel locatie

Ecologie De locatie Noordzeeboulevard ligt gedeeltelijk in Natura 2000 gebied/het Natuurnetwerk Nederland. Op de locatie Noordzeeboulevard is er kans op effecten voor ecologie aanwezig maar is de mate en omvang onduidelijk. Dit geldt ook voor de locatie Haringvlietdam. Voor deze locaties geldt dat ecologie een belangrijk aandachtspunt is en vervolgonderzoek nodig is om aard en omvang van de effecten te kunnen bepalen. Daarnaast geldt voor de locaties N57 Entree Noord en Oeverbos Vlaardingen/Maassluis dat mogelijke effecten van de windturbines op de ecologie niet zijn uit te sluiten maar naar verwachting wel te mitigeren zijn. Voor alle bovengenoemde locaties geldt dat in de uitwerking naar aantal en plaatsing van de windturbines, nadrukkelijk de effecten op de specifieke natuurwaarden en cumulatieve effecten veroorzaakt door deze locaties in combinatie met andere windenergie locaties onderzocht moeten worden. Voor locaties in het Natuurnetwerk Nederland is mogelijk compensatie aan de orde conform artikel 2.3.2 van de Omgevingsverordening. Significante effecten moeten mogelijk worden gemitigeerd of gecompenseerd.

Recreatie De locaties Beneluxplein, N57 Entree Noord, Haringvlietdam, Oeverbos Vlaardingen/Maassluis, Hartel Oost en Plaatweg (nu: Brielse Maasdijk) en Rozenburg Landtong liggen (gedeeltelijk) in recreatiegebieden of landschappelijk waardevolle gebieden (beschermingscategorie 2). Voor deze locaties geldt dat een zorgvuldige afweging nodig is om te komen tot een turbineopstelling passend bij de aard, de inrichting en het recreatieve gebruik van de locatie. Aspecten die daarbij een rol spelen zijn bijvoorbeeld de gevolgen voor de toegankelijkheid, de gebruiksmogelijkheden en voor de beleving van landschap, stilte en/of rust. In deze gebieden is de Beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 van toepassing. Landschap 26

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

De opgenomen locaties zijn geschikt voor het creëren van een lijnopstelling of cluster aansluitend aan technische infrastructuur, grootschalige bedrijvigheid of grootschalige scheidslijnen land/water. Voor een aantal locaties is dat binnen de locatie zelf mogelijk voor anderen niet. Op die locaties is de lijn te creëren in samenhang met bestaande windturbines of andere nog te realiseren locaties voor windenergie. Bij de ontwikkeling van locaties moet nadrukkelijk naar deze samenhang worden gezocht. Ook moet de mogelijke interferentie met andere of bestaande locaties voor windenergie worden onderzocht.

27

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

Toelichting en aanpassing Omgevingsprogramma windenergie op land Enkele teksten zijn verhelderd en of geactualiseerd. Naast het realiseren en reguleren, heeft de provincie een rol in het faciliteren en ondersteunen van partijen in de realisatie van windenergie. De rolkeuze is hierop aangevuld. Hiernaast worden de beleidskeuzes Ruimtelijke Kwaliteit en Energie infrastructuur betrokken bij de beleidskeuze voor windenergie. Deze betrokkenheid is hiermee vormgegeven. Bij de gebiedsspecifieke maatregel is de toevoeging opgenomen van de maatregel RES-zoekgebieden voor zon en wind. Op kaart 16 staan de locaties windenergie. Naar aanleiding van de besluitvorming over de RES-en wordt de windlocatie Avelingen aan kaart 16 in de Verordening toegevoegd. Met het behoud van kaart 16 en het huidige beleidskader is een nieuwe plaatsingsvisie voor windturbines niet aan de orde, vandaar dat deze passage is geschrapt. Naar aanleiding van het RES-proces worden enkele onderzoeken gestart, te weten een onderzoek naar grotere windturbines op boerenerven en een ontwerpend onderzoek naar toekomstige opstellingen van windenergie (hoge en middelhoge turbines) vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit. In de Regio Alblasserwaard is uit het RES-proces de zoeklocatie Avelingen (Gemeente Gorinchem) naar voren gekomen en deze is toegevoegd aan de tekst voor deze regio.

In dit kader vindt een draagvlakonderzoek plaats, wat tevens is vermeld in de tekst. Bij de regio Goeree Overflakkee is een zin over de te ontwikkelen locaties en het meenemen van elementen uit het planMER geschrapt, omdat de windlocaties op Goeree Overflakkee inmiddels gerealiseerd en of in ontwikkeling zijn. In de Regio Hoeksche Waard is de locatie Westerse Polder Cromstrijen in 2021 opgeschaald. De tekst is hierop aangepast. In de Regio Holland-Rijnland is een aanvulling opgenomen n.a.v. de RES, waarbij langs de N11 en A4 zoekgebieden voor windenergie zijn opgenomen. Voor deze zoekgebieden wordt verkend en onderzocht of uitbreiding van de bestaande windlocatie(s) mogelijk is. Aan de regio Haaglanden is toegevoegd dat de regio’s Haaglanden en Rotterdam samen de RES-regio MRDH (Metropoolregio Rotterdam Den Haag) vormen. Voor de Regio Rotterdam is de tekst geactualiseerd. Het convenant Realisatie Windenergie Rotterdamse Haven is afgelopen en verwijderd uit de tekst. Voorts is het convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam verlengd. De tekst is hierop aangepast. Evenals enkele actualiseringen rondom windlocaties.

28

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

3-1-2 Zonne-energie Tekstvoorstellen omgevingsvisie zonne-energie

Wat wil de provincie bereiken? De provincie wil het gebruik van zonne-energie actief faciliteren en ondersteunen, omdat zonne-energie een groeiende bijdrage levert aan de productie van hernieuwbare energie. Voorop staat de voorkeur voor meervoudig ruimtegebruik, zoals het benutten van daken en overige geschikte functies. In een provincie waarin onbebouwde ruimte een schaars en waardevol goed is, is een terughoudende benadering van zonnevelden in die open ruimte op zijn plaats, in combinatie met een stimulerende benadering voor zonnepanelen en warmtecollectoren op dak. Aanleiding Het aantal initiatieven voor het opwekken van duurzame energie door middel van zonne- energie blijft toenemen. Ook in de RES’en 1.0 (juli 2021) wordt een belangrijk deel van de geformuleerde ambitie van de regio’s voor de opwek van duurzame elektriciteit ingevuld met zonne-energie. Zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied hebben invloed op de kwaliteit van het landschap en de ruimte voor voedselproductie. In de provincie Zuid-Holland is onbebouwde ruimte een schaars en waardevol goed. Zorgvuldig omgaan met deze schaarse ruimte is daarom uitgangspunt van beleid. Provinciaal belang De provincie werkt mee aan Europese en nationale energiedoelen om de CO2-uitstoot te verminderen en het energieverbruik te reduceren.

Zonne-energie, is naast onder andere windenergie en warmte een van de duurzame energiebronnen waar de provincie op inzet om dit doel te bereiken. Daarnaast heeft de provincie een bovenregionale rol in het ruimtelijke domein en participeert zij in de Regionale Energie strategieën. Vanuit deze rollen legt de provincie haar ruimtelijk beleid voor zonne-energie vast in de omgevingsvisie. Toelichting Het beleid voor zonne-energie is gebaseerd op de volgende principes: 1. Meervoudig ruimtegebruik. Benut bestaande en nieuwe bebouwing en overige functies die combinaties kunnen vormen met zonne-energie. (PV en warmtecollectoren) 29

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

2. Bescherming van de schaarse open ruimte en landschapswaarden. Dit betekent dat de provincie terughoudend is met het toestaan van zonnevelden met enkelvoudig ruimtegebruik. 3.

Een goede ruimtelijke ordening, waarbij infrastructuur (energienetwerk) als leidend principe wordt gehanteerd. Wek energie op daar waar het gebruikt wordt (in of nabij de bebouwde omgeving) en waar aansluiting op het energienetwerk logisch is.

4. Ruimtelijke kwaliteit, zorgvuldig omgaan met de bestaande functies en kwaliteiten van het gebied. Bij de locatiekeuze, omvang en inrichting van een zonneveld zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit uit de Omgevingsverordening altijd van toepassing. Uitgaande van deze principes maakt de provincie de realisatie van zonne-energie ruimtelijk mogelijk, binnen het bestaande stads- en dorpsgebied en onder voorwaarden op een aantal voorkeurslocaties en functies daar buiten. (de provinciale uitwerking van de zonneladder)

1. Op daken en binnen bestaand stads- en dorpsgebied Binnen bestaand stads- en dorpsgebied en daarbuiten ligt er een grote opgave om bestaande en nieuwe bebouwing (mogelijk in de toekomst ook kassen) te benutten voor de plaatsing van zonnepanelen en warmtecollectoren. De provincie streeft er naar dat bij bestaande en nieuwbouw (ook bedrijventerreinen) gemeenten en ontwikkelaars de daken/bebouwing benut voor zonne-energie. De provincie stimuleert en faciliteert dit actief en heeft hiervoor een aanvalsplan zon op dak. In bestaand stads- en dorpsgebied zijn er naast de daken meer kansen voor meervoudig ruimtegebruik, zoals bijvoorbeeld parkeerterreinen, gebouwde sport- en recreatievoorzieningen (bermen van) wegen of tijdelijk gebruik van terreinen waar bestemmingen wel zijn vastgelegd in omgevingsplannen maar vooralsnog niet zijn gerealiseerd. Binnen het bestaand stads- en dorpsgebied ligt de verantwoordelijkheid voor de plaatsingsmogelijkheden van zonnepanelen bij de gemeenten, rekeninghoudend met de provinciale belangen zoals opgenomen in het omgevingsbeleid.

2. Locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied - meervoudig ruimtegebruik Zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied zijn alleen toegestaan als blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie op daken en in stedelijk gebied onvoldoende is en de gemeenten aannemelijk maken dat zij het benutten van zon op dak voldoende stimuleren.

- Agrarische bouwblokken. Zij hebben een bebouwingsbestemming. Het is derhalve logisch om naast benutting van daken ook ruimte te bieden voor zonnepanelen op het nog voor bebouwing onbenutte deel van het bouwblok. Installaties met zonnepanelen 30

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

passen bij de agrarische bijgebouwen, stallen, schuren en kassen. Bij zonnevelden op het agrarische bouwblok zal het gaan om relatief kleine velden (< 2,5 ha) waarbij de energie opgewekt wordt waar deze (deels) wordt gebruikt. - Locaties die vallen onder de bestemming verkeersinfrastructuur. Het betreft hier bermen en taluds van rijks- en provinciale wegen, spoorwegen en parkeerplaatsen. Zonnepanelen en infrastructuur sluiten door hun ‘technische’ uitstraling goed op elkaar aan, zeker bij geluidschermen, waarbij wel voldaan moet worden aan de regels voor verkeersveiligheid. In een stedelijke omgeving kan de plaatsing van zonnepanelen logisch zijn. Daar waar infrastructuur een open landschap doorsnijdt is een zorgvuldige afweging nodig. Op parkeerplaatsen kan een dak van zonnepanelen worden gerealiseerd, met aandacht voor en afhankelijk van het omliggende gebied. Een overkapping van een parkeerterrein moet wel passen binnen het landschap. - Voormalige stortplaatsen, slibdepots en waterbassins (bijvoorbeeld bij kassen), spaarbekkens. Zij bieden kansen voor meervoudig ruimtegebruik in combinatie met (drijvende) zonnepanelen, afhankelijk van de omgeving en mits deze goed worden ingepast.

3. Overige locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied Als met de hierboven genoemde locaties onvoldoende opwek kan worden gerealiseerd is in aanvulling op de locaties onder ‘1’ en ‘2’ het realiseren van zonnevelden in beperkte mate en onder voorwaarden mogelijk op de volgende locaties: -

Locaties in glastuinbouwgebied. Realisering van een zonneveld is mogelijk, mits

aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en

-

de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Dit sluit tevens aan bij de provinciale ambitie om de energiehuishouding in de glastuinbouwgebieden in grote mate verder te verduurzamen. Qua uitstraling sluiten zonnevelden goed aan bij glastuinbouw, maar er moet behoedzaam omgegaan worden met de groene ruimtes in de vaak dichtbebouwde kassengebieden. Locaties waar een andere functie is bestemd (denk aan bedrijventerrein, haven, woningbouw),maar waar die bestemming om diverse redenen vooralsnog niet wordt gerealiseerd (pauzelandschap) of waar een combinatie met zon mogelijk is (denk aan het inrichten van waterbergingsgebieden)

-

Locaties in combinatie met een windturbinepark. Een zonneveld in combinatie met een windturbinepark kan technisch en economisch gunstig zijn vanuit energieopwekking, -opslag en –distributie, en het aanvullende productieprofiel. Windparken en zonnevelden hebben verschillende ruimtelijke effecten en grondgebruik. De windturbines staan vaak met minimale verharding in open landschappen, indien hier een zonneveld wordt toegevoegd kan door de toevoeging van deze meer stedelijke voorziening het landschappelijk beeld en grondgebruik aanzienlijk veranderen. De plaatsing en omvang van het zonneveld in relatie tot die van het (agrarisch)landschap is bepalend voor de 31

Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022

aanvaardbaarheid van het zonneveld. Uitgangspunt is het zorgvuldig omgaan met de bestaande functies en kwaliteiten van het gebied. Een zonneveld in combinatie met een windpark betreft daarom altijd maatwerk.

- Zoekgebieden zon RES1.0 In een aantal RES-regio’s zijn in de RES1.0 zoekgebieden voor zon opgenomen. De aard, omvang en mate van uitwerking van deze zoekgebieden verschilt per RES-regio. Ook verschilt de basis waarop tot de keuze van een zoekgebied is gekomen en ligt er nog niet altijd een integrale afweging met andere ruimtelijke opgaven aan het zoekgebied ten grondslag. De komende periode geven de RES-regio’s uitvoering aan de RES1.0 en werken zij toe naar een RES 2.0 in juli 2023. In dit proces worden de zoekgebieden uit de RES1.0 verder uitgewerkt en afgewogen. De provincie blijft daarbij betrokken.

In aanvulling op de provinciale uitwerking van de zonneladder kan het zijn dat in deze zoekgebieden, die door Provinciale Staten zijn vastgesteld, meer mogelijkheden komen voor zonnevelden. Randvoorwaarde is dan wel dat een integrale nadere verkenning en uitwerking van deze zoekgebieden is uitgevoerd waarbij onder andere opgaven rond de landbouw vanwege bijvoorbeeld bodemdaling, waterkwaliteit, stikstof en biodiversiteit, maar ook mogelijk andere ruimtelijke opgaven die spelen in het gebied, mee worden genomen. Dit binnen de algemene uitgangspunten en regels van ruimtelijke kwaliteit en in aansluiting bij het PARK-advies. Dit geldt ook voor buiten de zoekgebieden. In het omgevingsprogramma neemt de provincie haar inzet voor de uitwerking van de zoekgebieden op. Zonnevelden in deze zoekgebieden zijn pas daadwerkelijk aan de orde als GS hebben ingestemd met de in de RES vastgestelde uitwerking van een zoekgebied.

Ruimtelijke kwaliteit, biodiversiteit, meekoppelkansen Zonnevelden zijn veelal een vorm van enkelvoudig ruimtegebruik. Ze sluiten andere functies op dezelfde plaats nagenoeg uit. Ze hebben in beginsel een duidelijke invloed op de kwaliteit van het landschap en beperken de ruimte voor voedselproductie. Afhankelijk van de identiteit en structuur van het landschap, de locatiekeuze, omvang en landschappelijke inpassing van het zonneveld ziet de provincie zonnevelden als een vorm van aanpassing dan wel transformatie van het landschap. De provincie hecht daarom in alle gevallen grote waarde aan meervoudig ruimtegebruik, een zorgvuldige locatiekeuze, vormgeving en inrichting van zonnevelden waarbij in ieder geval een bijdrage wordt geleverd aan het behouden, liefst versterken van de biodiversiteit ter plaatse, sprake is van een goede landschappelijke inpassing en de bodemkwaliteit niet nadelig wordt beïnvloed. Daarnaast wordt nadrukkelijk gezocht 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11785798/2