53.M.K. en F.C; Bezorgdheid bewoners Spijkenisse inzake windmolenpark bijlage 1
Tekst van het document
In deze gesprekken was het belangrijkste doel om inzicht te krijgen in de beleving van de verhuisde bewoners voor, tijdens en na de realisatie van de windparken.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
4.1.4
50 / 106
Analyse Met behulp van een codeerschema, gebaseerd op de project-specifieke categorieën mate van interafhankelijkheid en mate van betrokkenheid en de bijbehorende factoren, zijn de interviewverslagen gecodeerd (zie Appendix E). In de analyse waren de factoren leidend. Om te komen tot een contextschets per windpark is de analyse in vijf stappen uitgevoerd. Bij de eerste stap zijn de antwoorden op vragen per factor per interview en per windpark verzameld en samengevoegd. In de tweede stap is er bij de gegroepeerde antwoorden gekeken of deze antwoorden beter bij een andere factor geplaatst konden worden. Bij stap 3 is er een verhaallijn over interafhankelijkheid en betrokkenheid geconstrueerd. In stap vier is de overlap tussen deze verhaallijnen onderzocht en is er gekozen om een verhaallijn per windpark op te stellen. Deze verhaallijn is zoveel mogelijk afgestemd op de beleving van omwonenden voor en na de realisatie van het windpark. In deze verhaallijn zijn ook resultaten meegenomen die betrekking hadden op de overige drie categorieën van factoren (inhoudelijke criteria, procescriteria en overige criteria). De vier verhaallijnen worden in stap 5 naast elkaar gelegd voor de verschillen en overeenkomsten tussen de windparken. Gezien het verschil in interviewopzet, is ook de analyse van de vier interviews met verhuisde bewoners anders.
In de interviewverslagen van de bewoners is gezocht naar een aantal gemeenschappelijk thema’s met betrekking tot beleving. Daarbij zijn de verschillende partijen waartoe deze bewoners zich hebben verhouden in het proces gerangschikt op niveau; de EU, nationale overheid, provinciale overheid, gemeente, lokale grondeigenaar. De uitgebreidere verslaglegging van deze interviews is samengevat in een kader.
4.2
Resultaten In deze resultaten wordt de context geschetst aan de hand van de windparken Autena (4.2.1), AVRI (4.2.2), Spui (4.2.3) en De Veenwieken (4.2.4). Hierbij wordt geen chronologische volgorde aangehouden, maar een indeling voor- en na de projectrealisatie. De subthema’s verschillen per windpark. Daarbij hebben we voor het windpark Spui vier verhuisde bewoners gesproken middels een nietgestructureerd interview; de samenvatting van deze gesprekken wordt weergegeven in een apart kader (4.2.3.3).
4.2.1
Windpark Autena
4.2.1.1
Voor de realisatie Conflicten voor de bouw Voor de bouw van de windmolens van windpark Autena was er onenigheid tussen verschillende partijen over de bestemming van de grond. De onderwerpen die tot onenigheid leidde tussen verschillende partijen waren: de komst van een golfbaan, de verbreding van de Rijksweg A2, de komst van een reclamemast langs diezelfde A2 en een GSM paal. Voor het behoud van de golfbaan zijn er in het ontwerp van het windpark aanpassingen gedaan. Bij de bekendmaking van de eerste plannen voor de komst van het windpark zijn enkele bewoners in actie gekomen tegen de plannen. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan voor het windpark is er een anterieure overeenkomst gesloten
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
51 / 106
tussen de gemeente en Eneco. In deze anterieure overeenkomst worden een aantal belangrijke afspraken vastgelegd, waaronder waar eventuele kosten verhaald kunnen worden. Deze overeenkomst werd met een kleine meerderheid van de gemeenteraad goedgekeurd. Betrekken en informeren van bewoners Voor de realisatie van de windmolens speelden er voor de gemeente meerdere belangen: de duurzaamheidsdoelstellingen en het betrekken van bewoners. De gemeente zag Eneco als initiatiefnemer en verantwoordelijke partij om de bewoners te betrekken. De gemeente heeft samen met de initiatiefnemer Eneco uitnodigingen gestuurd voor informatieavonden om bewoners te betrekken. Ook zijn er met bewoners gesprekken gevoerd en is er een klankbordgroep opgericht, bestaande uit een vertegenwoordiging van omwonenden, de gemeente en Eneco. Desalniettemin hebben de tegenstanders van het windpark het gevoel gehad dat ze onvoldoende zijn betrokken in het proces. Volgens hen was er een lage opkomst bij de informatieavonden. De gemeente geeft aan dit te erkennen, maar geeft ook aan dat ze bewoners voldoende hebben geprobeerd te betrekken. Er zijn meerdere zienswijzen ingediend en enkele omwonenden hebben een advocaat in de arm genomen en zich verenigd als Team Bescherm Autena.
De tegenstanders van het windpark geven aan dat er wel geprobeerd is om bewoners te betrekken, maar dat de bewoners het gevoel hebben gehad weinig in te kunnen brengen. Zo waren er zorgen over de hoogte van de windmolens en was er in het begin van het proces een conceptplan voor een windpark met drie windmolens zonder specificaties van de maten. Tijdens het proces werd duidelijk dat de windturbines groter werden dan aanvankelijk medegedeeld. Verder heeft de Crisis- en herstelwet volgens de tegenstanders een negatieve rol gespeeld; daardoor hebben ze het gevoel gehad dat ze buitenspel zijn gezet vanwege de beperkte inspraak van bewoners. Afstand en geluid Voor de realisatie van het windpark gaven bewoners aan dat de belangen groot zijn voor hen die dichtbij de beoogde plaats van het windpark wonen. De zorgen van de omwonenden hadden met name betrekking op de gezondheid, de omgeving, het woon- en leefklimaat, het woongenot en het behoud van natuur. Er was een groep, woonachtig binnen een straal van 1500 meter, die sterk tegen de komst van de windmolens was. De gemeente hield tevens deze 1500-meter-grens aan voor bewoners om aangemerkt te worden als belanghebbende voor eventuele compensatie. Onder andere bewoners van de gemeente was er minder weerstand. De grootste zorg bij bewoners voor de realisatie was het geluid van de windmolens.
Er is een toets uitgevoerd en meerdere nulmetingen om te onderzoeken welk geluidseffect de windmolens zouden hebben. Volgens een gedeelte van de bewoners was er over meerdere zorgen niet voldoende duidelijkheid van te voren, waaronder de mogelijke geluidsoverlast. Tijdens de informatieavonden werd hier uitgebreid naar gevraagd. 4.2.1.2
Na de realisatie Nazorg Een groep bewoners heeft zijn teleurstelling geuit over de betrokkenheid van de gemeente nu de windmolens gerealiseerd zijn. Volgens hen is er niemand van de
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
52 / 106
gemeente langs geweest om te ervaren hoe de windmolens door de bewoners beleefd worden. Financiële participatie en compensatieregelingen Er zijn verschillende compensatieregelingen voor omwonenden, zoals een planschaderegeling, een stilstandvoorziening bij slagschaduw en een ruimtelijk kwaliteitsfonds. De projectontwikkelaar betaalt dit fonds een bedrag als compensatie voor de ruimtelijke kwaliteit. De klankbordgroep was verantwoordelijk voor de besteding van de helft van dit bedrag ter bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Er zijn ten tijde van het verschijnen van dit onderzoek nog weinig projecten van de grond gekomen. Daarnaast is er via een energiecoöperatie gekeken of er voldoende animo was voor financiële participatie wanneer één van de windturbines overgenomen zou worden. Vanwege gebrek aan draagvlak heeft dit plan het niet gehaald. 4.2.2
Windpark AVRI
4.2.2.1
Voor de realisatie Conflicten Voor de bouw van het windpark was er sprake van onenigheid over de beoogde locatie voor de windmolens tussen de initiatiefnemers en de bewoners. In de omgeving van het beoogde windpark zijn meerdere projecten geweest, zoals de verbreding van een snelweg en bedrijvigheid vanuit de vuilstort, waar vanuit de omgeving weerstand tegen is geweest. Rol van de gemeente, provincie en energiecoöperatie De gemeente Geldermalsen was het bevoegd gezag voor het bestemmingsplan. Omdat de gemeente dichter bij de bewoners staat dan de provincie, kon de gemeente er zo op toezien dat de voordelen van de windmolens bij haar bewoners terecht zouden komen. Om verder draagvlak te creëren is de energiecoöperatie Betuwewind betrokken om bewoners te informeren over het proces. De energiecoöperatie Betuwewind is ontstaan na een overname van het beheer van de windmolens van de initiatiefnemer Windvast. Er is samenwerking geweest tussen de grondeigenaar AVRI, de gemeente en de energiecoöperatie. Vanuit de energiecoöperatie is gebouwd aan een relatie met de bewoners. In het verloop van het proces bleek er een negatief sentiment aanwezig bij een deel van de omwonenden, die tegen de windmolens waren. Tijdens het proces bleek dat er door bewoners allerlei verschillende informatiebronnen werden gebruikt.
De energiecoöperatie heeft als reactie daarop in het proces een belangrijke rol gespeeld in de informatievoorziening. De bezwaren van omwonenden tegen de gemeente zijn gebleven, maar de uitwisseling van informatie met de energiecoöperatie zorgde voor begrip bij de meeste bewoners. Zo is er een cursus gegeven door de coöperatie over hoe het mogelijk is om samen met bewoners een windpark te bouwen. Om de bewoners te betrekken zijn er brieven gestuurd en openbare informatieavonden georganiseerd. Ook kregen bewoners via persoonlijk contact uitleg over de plannen en werden vragen aan omwonenden gesteld, zoals wat zij belangrijk vonden, wat wensen waren en wat zij wilden behouden aan de omgeving.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
53 / 106
Timing van informeren en weerstand Bij het windpark AVRI was er vanaf het begin af aan een vorm van georganiseerd verzet tegen de komst van de windmolens. Dit verzet ontstond nadat de plannen voor het windpark al bekend waren bij de bewoners nog voordat de initiatiefnemers er formeel over hadden gecommuniceerd. Bewoners hebben toen zelf informatie ingewonnen en zich georganiseerd in enkele burgerinitiatieven, verenigd onder de naam Tegenwind. De volgorde van informatievoorziening heeft zo een rol gespeeld in de vroeg ontstane weerstand. Uit de eerdere conflicten rondom informatievoorziening is de moeizame relatie met de gemeente ontstaan. Verder bleek de weerstand ook uit het relatief hoge aantal zienswijzen ten opzichte van de andere parken dat is ingediend op de ontwerpbestemmingsplanwijziging en het concept-projectplan. Omwonenden hebben zich voor de realisatie van het windpark vooral zorgen gemaakt om geluidsoverlast, slagschaduw, gezondheidseffecten en de waardevermindering van hun woning. De bevolkingsdichtheid in het stedelijk gebied rondom het windpark AVRI heeft volgens de geïnterviewden ook bijgedragen aan de weerstand. Om de bewoners een beeld te geven van hoe de windmolens in het landschap zouden passen, is een VR-simulatie opgezet. Aanwezige kennis Om bewoners goed te kunnen betrekken bij het ontwerpproces is kennis en expertise nodig bij de bewoners.
In de praktijk van het participatieproces bij dit windpark bleek het lastig om bewoners te motiveren om in gesprek te gaan over wat het beste ontwerp of de beste oplossing zou zijn. Volgens de geïnterviewden zijn de ontwerpaspecten en criteria voor ruimtelijke ordening voor bewoners vaak te complex en bewoners hebben hier doorgaans te weinig verstand van. Dit kan leiden tot frustratie en/of een afwachtende houding omdat bewoners overvraagd worden. 4.2.2.2
Na de realisatie De meeste zorgen zijn na de realisatie van de windmolens afgenomen. Zo zijn er bijna geen geluidsklachten geweest bij dit windpark. De klachten over slagschaduw zijn wel gebleven. Bij dit park is een stilstandregeling getroffen. Uit de ervaring bij dit windpark blijkt dat de wettelijk norm aan bewoners niet altijd even goed is uit te leggen; experts hebben bij dit windpark ook aangegeven dat ze de wettelijke norm lastig te interpreteren vinden en moeilijk uit te leggen. Bij dit windpark hebben bewoners hinder ondervonden van een verzwakt signaal voor hun tv. De bewoners waar deze klachten aanhielden zijn hiervoor gecompenseerd. Op initiatief van de gemeente is een omgevingsfonds ingesteld. Dit fonds wordt gevuld met een bedrag per opgewekte megawattuur. Verder is er een individuele compensatie van € 200-300 per jaar beschikbaar voor bewoners die binnen een straal van 1200 meter wonen.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
4.2.3
Windpark Spui
4.2.3.1
Voor de realisatie
54 / 106
Weerstand De gemeente was op eigen initiatief begonnen met een zoektocht naar een geschikte locatie voor de windmolens. De bewoners waren hiervan op de hoogte. Vanuit de gemeente was er geen draagvlak voor de uiteindelijke locatie die met het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) bepaald werd. Het Provinciaal Inpassingsplan heeft bij windpark Spui daardoor invloed gehad op de samenwerking tussen de provincie, de gemeente, de projectontwikkelaar en de bewoners. Een gedeelte van de bewoners heeft daarmee het gevoel gehad de zeggenschap over de eigen omgeving te hebben verloren. Dit heeft voor een negatief effect gezorgd op de beleving bij bewoners. Van te voren hebben bewoners hun zorgen geuit over slagschaduw, het (laag frequent) geluid, de kwaliteit van het bodemleven, de hoogte van de turbines en het dalen van de woningwaarde. Dit heeft onder meer geleid tot een relatief hoog aantal zienswijzen. Deze zienswijzen waren vooral gericht op een belemmering van het uitzicht en geluidsoverlast. Betrekken bewoners De provincie heeft geprobeerd samen te werken met bewoners door ze te betrekken in het proces. De bewoners zijn, ongeacht de woonafstand tot de windmolens, uitgenodigd voor inspraak. Het betrekken van bewoners is, mogelijk door het PIP, erg moeilijk gebleken.
In het begin van het traject hebben bewoners deelgenomen aan informatieavonden, keukentafelgesprekken en een klankbordgroep. De bewoners waren in het begin van het traject betrokken bij de klankbordgroep. Met deze klankbordgroep werden nog onderdelen van het windpark aangepast, zoals het aantal windmolens en de lijn waarin de turbines staan. De bewoners die in eerste instantie onderdeel waren van deze klankbordgroep zijn hier uitgestapt. Ze hadden het gevoel dat ze geen invloed meer hadden op de locatie via de klankbordgroep. Op een gegeven moment hebben de bewoners aangegeven niet meer in gesprek te willen met de provincie. Ook heeft een door de provincie georganiseerde informatieavond tot veel rumoer geleid. Rol provincie en gemeente De gemeente heeft naar verschillende alternatieve locaties voor opwek gekeken naast de locatie Spui. De provincie heeft een directe opgave van het Rijk waar ze aan moeten voldoen. In het geval van windpark Spui was de provincie bevoegd gezag met het PIP. Zij waren zodoende, samen met de projectontwikkelaar, bezig met het betrekken van de bewoners. De gemeente was op de achtergrond betrokken. 4.2.3.2
Na de realisatie Compensatie/financiële participatie Bij het windpark Spui is het belangrijk volgens de provincie dat het financieel participeren en compenseren transparant verloopt. De provincie had daarbij het idee dat huishoudens individueel compenseren met een geldbedrag niet zou bijdragen aan deze transparantie. De provincie heeft samen met de
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
55 / 106
projectontwikkelaar ingezet op het afhandelen van schadeclaims via planschaderegelingen. Zo konden bewoners gecompenseerd worden voor waardevermindering van woningen binnen 1500 meter van de windmolens. Er zijn relatief veel planschade-zaken ingediend bij windpark Spui in vergelijking met andere parken. Een aantal daarvan lopen nog ten tijde van dit onderzoek. Verder heeft de provincie samen met de ontwikkelaar de volgende mogelijkheden tot financiële participatie aangeboden; Gebiedsfonds Windpark Spui voor initiatieven in de dorpen rondom het windpark, een burenregeling voor aanpassingen van woningen in de directe nabijheid van het windpark, planschaderegeling voor waardevermindering van onroerend goed, obligatieregeling en een inrichtingsbudget voor ruimtelijke maatregelen. De financiële compensatie die bedoeld was voor de omgeving was volgens de bewoners niet voldoende. Aanvullend op de burenregeling heeft de exploitant extra geld vrijgemaakt om ook woningen in de dorpskernen te kunnen aanpassen. Dit is volgens de groep bewoners nog niet toereikend. Een groep bewoners gaf de voorkeur aan een individuele vergoeding, bijvoorbeeld voor het isoleren van de woning tegen de geluidsoverlast. Met een omgevingsmanager werd opnieuw contact gezocht met de bewoners en is het omgevingsproces weer opgepakt.
Dit wordt bemoeilijkt door de ontstane weerstand bij een deel van de bewoners door eerdere gebeurtenissen. Effecten Bij het windpark Spui zijn er relatief veel klachten over voornamelijk geluid, trillingen en slagschaduw. Bij dit windpark is stilstand regeling voor slagschaduw toepast. De zorgen van bewoners zijn gebleven na de realisatie van het windpark. Bij een gedeelte van bewoners heeft dit een effect op hun woongenot. Een aantal bewoners zijn verhuisd vanwege het windpark. Er blijken veel factoren mee te spelen, zoals de frequentie van de trillingen, de windrichting en de locatie van de woning ten opzichte van de turbine. De beleving bij bewoners wordt beïnvloed door deze effecten: het leidt volgens de bewoners tot slaapgebrek en veel stress- en gezondheidsklachten. In sommige gevallen zijn aanpassingen aan de woningen gedaan, zoals het plaatsen van rolluiken, tegen de geluidsoverlast. Hier wordt door de desbetreffende bewoners positief op gereageerd. Kennisniveau Vooral na de realisatie van het windpark is er bij windpark Spui een discussie tussen de bewoners en de provincie ontstaan over de betrouwbaarheid van informatie. Zo hadden de bewoners hun eigen informatiebronnen met contrasterende uitkomsten over bijvoorbeeld de gezondheidsaspecten van windmolens.
Om de discussie te faciliteren over het gebiedsfonds en inrichtingsmaatregelen tussen provincie en omwonenden, heeft de provincie de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines als onafhankelijk gespreksleider ingehuurd.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
4.2.3.3
56 / 106
Aanvullend kader: perspectief verhuisde bewoners windpark Spui In het onderstaande kader is het verhaal en de beleving van een aantal verhuisde bewoners van het windpark Spui samengevat. In bijlage H staat een uitgebreidere versie. Geen of te weinig communicatie, en geen zeggenschap Door de gebrekkige communicatie met de initiatiefnemers, de gemeente en de provincie hebben de verhuisde bewoners het gevoel gehad er alleen voor te staan. Het geeft hen een gevoel van onrecht, omdat er geen bijsturing voor inwoners kon plaatsvinden. Omwonenden hadden niet dezelfde middelen als deze partijen tot hun beschikking om tegen de plannen in te gaan. De verhuisde bewoners vonden het vreemd dat de gemeente hierin geen inspraak meer had en dat de provincie verantwoordelijk was voor het windpark. Voor hen lijkt het alsof de gemeente geen verantwoordelijkheid neemt en inwoners niet kan bijstaan. Tijdens de gesprekken met de provincie voelden de verhuisde bewoners zich niet gehoord en van de vele door hen gestelde vragen zijn er slechts enkele beantwoord. Achtergehouden informatievoorziening Ze konden wel visies indienen en inspraken doen, maar het merendeel werd niet ontvankelijk verklaard omdat het juridische pad correct is doorlopen. Dit voelde voor de bewoners als schijnparticipatie.
Volgens de omwonenden was de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaak d‘Oultremont (2016) ten tijde van de Raad van State-zitting in 2017 reeds bekend bij onder andere betrokken advocaten, de NLVOW en de Raad van State zelf. Deze uitspraak had er voor kunnen zorgen dat bewoners sterker zouden staan om het windpark er niet te laten komen. Dit werd de bewoners echter niet verteld, wat bijdraagt aan het gebrek aan vertrouwen. Overlast en overschrijding geluidsnorm waar geen actie op werd ondernomen In de eerste maand na de realisatie hebben omwonenden honderden klachten bij de provincie en exploitant ingediend, met name over de geluidsoverlast ‘s nachts en vanaf windkracht 3. Vanuit de provincie werd aangegeven dat zij hier niks aan konden doen. Voor de bewoners voelt dit als onrechtvaardig en niet als erkenning van de ervaren problematiek. De verhuisde bewoners vinden de geluidsnormen in Nederland niet kloppen, omdat die uitgaan van gemiddelden en geen maximalen. Tijdens technische metingen in woningen is op momenten 70 tot 80 dB gemeten, ver boven het toegestane gemiddelde van 41 dB overdag. De geluidsoverlast van de windturbines resulteerde in chronische slaaptekort en serieuze gezondheidsklachten. Compensatie en huidige gang van zaken De mogelijkheden om overlast tegen te gaan zijn onderzocht.
Echter, er was in totaal voor alle omwonenden een niet toereikend bedrag ter compensatie beschikbaar. De verhuisde bewoners zien dat er ook niets wordt geleerd van het windpark: andere windparken volgen een soortgelijke procedure. Ze vinden dat er misbruik is gemaakt van de Crisis- en herstelwet.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
4.2.4
Windpark De Veenwieken
4.2.4.1
Voor de realisatie
57 / 106
Rol gemeenten en provincie De tien windmolens van het windpark De Veenwieken zijn gelijk verdeeld over de gemeenten Ommen en Hardenberg. De samenwerking tussen deze gemeenten speelde een belangrijke rol in de totstandkoming van De Veenwieken. De provincie Overijssel is met beide gemeenten in gesprek gegaan over de mogelijke locatie van het beoogde windpark. De provincie heeft het bevoegd gezag voor het deel van windpark binnen de gemeente Ommen op eigen initiatief voor haar rekening genomen. Er zijn een aantal verschillen tussen de gemeenten. De gemeente Hardenberg heeft verdergaande ambities op het gebied van duurzame energie en positioneert zichzelf als duurzame gemeente. Er is in eerste instantie aan de bewoners van de gemeente Ommen gecommuniceerd dat er geen windpark zou komen. Nadat duidelijk werd dat de windmolens er wel kwamen, voelden de bewoners zich niet serieus genomen. Het participatietraject is zoveel mogelijk gelijktijdig uitgevoerd in beide gemeenten (behalve in het begin toen omwonenden dachten dat er geen park zou komen), waarbij het aantal deelnemers afnam naarmate het traject vorderde. De communicatie over onder meer het bestemmingsplan liep via beide gemeenten omdat ze dichterbij bewoners staan.
De provincie heeft het gevoel een stap harder te moeten zetten dan de gemeente in dit proces, minder effectief te zijn, en daarom gekozen dit gedeelte (het bestemmingsplan) over te laten aan de gemeenten. Locatiekeuze Voor de locatiekeuze bij De Veenwieken bleek het lastig om bewoners te betrekken. De provincie had een inspanningsverplichting met een aantal megawatt met windenergie te realiseren, en daarbij zijn verschillende locaties bekeken en is op basis hiervan een beslissing gemaakt. Desondanks kwam het voor de gemeente Ommen over alsof de keuze voor de locatie al een voldongen feit was. Betrokken bewoners De provincie heeft een lokale stichting ingezet om werkateliers met verschillende partijen te organiseren voor het bepalen van de locaties. Ook zijn er een aantal plaatselijke groepen bewoners betrokken. Het idee hierbij was om bewoners vroeg mee te nemen zodat ze betrokken zouden blijven bij het verdere proces. Voordat de windmolens er waren hebben de bewoners een aantal suggesties voor verbeteringen in de omgeving aangegeven die gefinancierd konden worden met de opbrengsten van de windmolens. Het veranderen van de logistieke situatie rondom de N-weg met een brug of tunnel bleek echter niet haalbaar. Verschil kennisniveau Uit de werkateliers en gesprekken met bewoners bleek een groot verschil in kennisniveau tussen de bewoners en professionals.
Er bleek aanvullende kennis voor bewoners nodig op het gebied van ruimtelijke planvorming. Door dit verschil in kennisniveau kwam het gesprek met bewoners soms moeilijk verder. Er is geprobeerd om deze kennislacune op te vangen door architecten te betrekken bij de sessies zodat bewoners de windmolens zelf in de omgeving kunnen inpassen.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
58 / 106
De geïnterviewden gaven aan dat een energiecoöperatie voor het verschil van kennisniveau en de communicatie bij de locatiebepaling een oplossing kan zijn. Waarborgcommissie Een groep bewoners heeft het initiatief genomen voor het opzetten van een waarborgcommissie parallel aan de werkateliers. De commissie behandelt klachten uit de omgeving en bestaat uit een aantal omwonenden, de initiatiefnemers, beide gemeenten en de provincie. De commissie werkt goed samen en heeft vooral tijdens de bouw van de windmolens zijn rol vervuld. De commissie was er ook om bewoners het gevoel te geven dat ze gehoord werden. Weerstand Bij dit windpark leek er meer weerstand vanuit de bewoners bij de gemeente Ommen in vergelijking met Hardenberg. De zienswijzen die zijn ingediend kwamen van bewoners uit Ommen. De windmolens waren hier dichter op de woonkern van Ommen gepland dan van de gemeente Hardenberg. Er is tijdens het proces een kleine groep geweest die niet wilde dat de windmolens er kwamen. Het verzet vanuit deze bewoners is ook gebleven. Zij hebben zich niet erkend gevoeld en hebben de wens uitgesproken dat ze niet óver de locatie wilde meebeslissen, maar óf de windmolens er zouden komen. Voor de komst van de windmolens hebben bewoners aangegeven dat ze zorgen hadden over mogelijke geluidoverlast.
Daarnaast waren er zorgen over slagschaduw, laagfrequent geluid en de waardevermindering van woningen. Op basis van deze zorgen is er in een onderzoek extra aandacht besteed aan het aspect gezondheid. Er is vanwege de zorgen in de realisatie ook rekening gehouden met de hoogte van de windmolens. 4.2.4.2
Na de realisatie Na de realisatie van windpark De Veenwieken hebben bewoners hun onbegrip geuit over de wettelijke normen voor de minimale afstand tot de turbines, slagschaduw en geluid. Bewoners hebben belang bij rust en geven aan dat de windmolens dit verstoren. Een aantal bewoners hebben aangegeven dat ze ziek worden van windmolens. Ze geven aan dat ze veel stress ervaren en zich niet gehoord voelen. In sommige gevallen hebben bewoners het idee dat ze niet op kunnen tegen de gemeente, de provincie en de grondeigenaar die wel voorstander zijn van de windmolens. Dit geeft ze het gevoel dat ze onrechtvaardig worden behandeld. Bij het windpark De Veenwieken staat relatief weinig bebouwing rondom de windmolens. Er is een onderzoek uitgevoerd waaruit bleek dat er geen waardedaling van de huizen was. Zodoende is er geen planschade toegekend. Een aantal agrariërs woont relatief dichtbij, zij worden wel financieel gecompenseerd. Zij werden onderdeel gemaakt van het bedrijf dat in naam van het windpark is opgericht. Voor de ruimtelijke impact van windmolens is een bedrag ter compensatie bedongen bij de initiatiefnemers van de windparken. Het proces om dit te besteden loopt nog, omdat de eerste plannen, waaronder een fietspad en een bos, niet haalbaar zijn gebleken. Daarnaast wordt er nog cofinanciering gezocht zodat er
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
59 / 106
meer aan de bewoners kan worden aangeboden. Verder hebben een aantal voorstellen voor compensatie, zoals zonnepanelen op daken en obligaties voor bewoners binnen een straal van twee kilometer, niet op de benodigde steun kunnen rekenen.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
5
60 / 106
Conclusie Het doel van dit onderzoek was om meer inzicht te krijgen in hoe omwonenden een windpark in hun directe leefomgeving ervaren, en factoren te identificeren die die beleving kunnen beïnvloeden. De intentie daarbij was om terug te kijken en de beleving voor, tijdens en na de realisatie van het windpark in kaart te brengen. Middels een vragenlijst hebben we de omwonenden van vier verschillende windparken naar deze beleving gevraagd. Een tweede doel was de context van de vier verschillende windparken te schetsen, aan de hand van locatie-specifieke factoren. Dit hebben we gedaan middels een aantal kwalitatieve semigestructureerde interviews met belanghebbende partijen per windpark. Deze kwalitatieve interviews zijn ondersteunend aan de resultaten en conclusies van het vragenlijstonderzoek. In dit hoofdstuk beginnen we met het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Dit doen we op basis van de kwantitatieve resultaten van de vragenlijst (paragraaf 5.1) en de kwalitatieve resultaten (paragraaf 5.2). Vervolgens beschrijven we nog een aantal algemene conclusies (paragraaf 5.3) en geven we een aantal aanbevelingen (paragaaf 5.4).
5.1
Conclusies kwantitatieve resultaten (vragenlijst onder omwonenden) Om de eerste twee onderzoeksvragen van dit onderzoek te beantwoorden volgen hieronder de conclusies op basis van de vragenlijst resultaten. De onderzoeksvragen zijn: 1. Hoe beleven omwonenden de nabijheid van een windpark? 2. Welke factoren beïnvloeden de initiële beleving voor het realisatieproces en de huidige beleving van omwonenden van een windpark? Voor het beantwoorden van deze vragen heeft dit gedeelte van het onderzoek zich voornamelijk gefocust op de factoren: • Fysieke projectkenmerken (zie paragraaf 2.2) ‐ Landschappelijke inpassing • Procescriteria (zie paragraaf 2.3) ‐ Stem geven ‐ Respectvolle en eerlijke behandeling ‐ Procesinformatie • Inhoudelijke criteria (zie paragraaf 2.4) ‐ Distributieve rechtvaardigheid ‐ Vertrouwde en gezamenlijk kennisbasis ‐ Responsiviteit.
5.1.1
Houding De meeste respondenten staan redelijk positief ten opzichte van het windpark, maar de respondenten die rondom windpark Spui wonen zijn over het algemeen negatief over het windpark. Een vijfde van de respondenten van windpark Spui geeft het windpark een 1 als rapportcijfer. Bij de overige windparken is het meest gegeven rapportcijfer een 7. Bij windpark Spui wonen relatief veel respondenten in de eerste cirkel (0-1000 meter) rondom de windturbines. Mensen die dichterbij de
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
61 / 106
windturbines wonen hebben over het algemeen een negatievere houding ten opzichte van het windpark bij hen in de buurt. Daarnaast blijkt dat mensen die na de bouw van het windpark in de buurt van het windpark zijn komen wonen over het algemeen positiever tegenover het windpark bij hen in de buurt staan dan mensen die er voor die tijd al woonden. Een verklaring hiervoor kan zijn dat mensen die later in de buurt van een windpark zijn komen wonen rekening konden houden met het bestaan van het windpark in hun keuze om in die omgeving een huis te kopen of te huren. Mensen die al in de omgeving woonden, hebben niet bewust kunnen kiezen. Dat kan een gevoel van onmacht met zich meebrengen. Dit zou een negatievere houding ten opzichte van het park kunnen verklaren. 5.1.2
Invloed van afstand en belangstelling op houding Over het algemeen lijkt er een verband te zijn tussen de afstand tot de windturbines, de ervaren overlast door de windturbines en de houding ten opzichte van het windpark. Respondenten in de eerste afstandscirkel (0-1000 meter) zijn over het algemeen negatiever over het windpark dan respondenten in de middelste cirkel (1000-2000 meter) en respondenten in de middelste weer negatiever dan de respondenten in de buitenste cirkel (2000-3000 meter). Op grotere afstand van de windturbines wonen staat over het algemeen gelijk aan het ervaren van minder overlast. Ten slotte is er een sterk negatief verband tussen de mate van overlast die mensen ervaren en hun houding ten opzichte van het windpark bij hen in de buurt: meer overlast leidt over het algemeen tot een negatievere houding. Daarnaast blijkt dat respondenten die dichterbij de windturbines wonen over het algemeen meer belangstelling voor het windpark hebben. Zij hebben zich over het algemeen in grotere mate actief bezig gehouden met het (realisatieproces van) het windpark, terwijl respondenten in de buitenste cirkels een minder duidelijke mening over het proces lijken te hebben. De mate van belangstelling voor het windpark hangt zowel negatief samen met de toenmalige beleving, de huidige beleving als met veel van de procesfactoren.
Deze mate van belangstelling voor het windpark hangt positief samenhangt met de ervaren overlast. Dit suggereert dat de respondenten die meer overlast verwachtten en ervaren, ook meer belangstelling hebben getoond in het realisatieproces en zich daar meer mee hebben bezig gehouden. Tegelijkertijd scoren de respondenten met grotere belangstelling voor het windpark, lager op distributieve rechtvaardigheid, respectvolle en eerlijke behandeling en responsiviteit. Respondenten die zich meer in het proces hebben verdiept, hebben veel onderdelen van het proces negatiever ervaren. Het is voorstelbaar dat juist de mensen die energie hebben gestopt in het contact met de initiatiefnemers of procesbegeleiders om hun mening te laten horen, zich niet rechtvaardig en eerlijk behandeld voelen en niet het gevoel hebben dat er iets met hun input is gedaan. Daar tegenover staat een grote groep omwonenden die zich in mindere mate met het realisatieproces heeft bezig gehouden en dus ook geen of een minder duidelijke mening heeft over hoe zij behandeld zijn. Zo heeft een groot deel van de respondenten ‘neutraal’ geantwoord op de vragen horende bij respectvolle en eerlijke behandeling en gezamenlijke en objectieve kennisbasis. (Er was geen ‘niet van toepassing’ optie).
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
5.1.3
62 / 106
Voorspellers van de houding t.o.v. van het windpark Toenmalige houding ten opzichte van het windpark blijkt bij alle windparken een belangrijke voorspeller van de huidige beleving van het windpark. Daarnaast zijn de belangrijkste voorspellers voor de huidige beleving van het windpark over het algemeen op te delen in drie categorieën: procesfactoren, overlast en opinie over klimaat. Qua procesfactoren komen distributieve rechtvaardigheid en landschappelijke inpassing het vaakst voor als belangrijkste voorspellers. Daarnaast behoren responsiviteit bij windpark Autena en respectvolle en eerlijke behandeling bij windpark De Veenwieken tot de belangrijkste voorspellers. Bij windpark AVRI en bij windpark De Veenwieken behoren ook klimaatfactoren tot de belangrijkste voorspellers: zorgen over het klimaat en/of houding ten opzichte van de energietransitie. Uit zowel de kruisverbanden als de regressieanalyses blijkt de huidige houding ten opzichte van het windpark sterk samen te hangen met toenmalige houding ten opzichte van het windpark. Dit betreft de beleving van omwonenden ten aanzien van het windpark voor en na de realisatie. De sterke correlatie zou erop kunnen wijzen dat mensen niet snel van mening veranderen over het windpark bij hen in de buurt.
Dat wil zeggen dat mensen bij wie het idee van een windpark in de buurt in eerste instantie weerstand opriep, het windpark niet positiever zijn gaan beoordelen. Tegelijkertijd betekent het dat wanneer er weinig tot geen weerstand was, voorafgaand aan de realisatie, er ook weinig weerstand is na de realisatie. De hoge correlatie tussen beleving toen en nu kan ook deels verklaard worden door de eerder genoemde recall bias (zie A.1); ervaringen uit het verleden kunnen sterk worden verkleurd door ervaringen die daarop zijn gevolgd, zeker als de bevraagde ervaringen lang geleden zijn. In dit geval is het een aantal jaren geleden dat de omwonenden voor het eerst over het windpark hoorden. Dat mensen door deze onbewuste denkpatroon hun huidige gevoelens op het verleden projecteren zou dus ook deels de hoge correlatie kunnen verklaren. De procesfactoren distributieve rechtvaardigheid, landschappelijke inpassing, respectvolle en eerlijke behandeling en de inhoudelijke factor responsiviteit hangen sterk samen met huidige houding ten opzichte van het windpark.
Dat wil zeggen dat de mensen die het gevoel hebben dat de lusten en lasten van het windpark rechtvaardig verdeeld zijn, dat er bij het ontwerp van de turbines is nagedacht over landschappelijke inpassing, dat ze respectvol zijn behandeld en dat de mensen die het gevoel hebben dat er iets met hun inbreng is gedaan, over het algemeen positiever tegenover het windpark staan dan mensen die dat in mindere mate zo hebben ervaren. Landschappelijke inpassing en distributieve rechtvaardigheid hangen sterk negatief samen met ervaren overlast (d.w.z. meer overlast = minder rechtvaardigheid) en blijken belangrijke voorspellers van de houding ten opzichte van het windpark. Distributieve rechtvaardigheid is gemeten aan de hand van drie stellingen over 1) een eerlijke verdeling van de lusten en lasten van het windpark, 2) het gevoel als omgeving een offer te hebben gebracht in vergelijking met andere gebieden en 3) het gevoel persoonlijk benadeeld te zijn. Distributieve rechtvaardigheid hangt bij alle windparken sterk negatief samen met de mate van overlast die mensen ervaren en is van grote invloed op de beleving van het windpark van omwonenden.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
5.1.4
63 / 106
Overlast Uit de kruisverbanden blijkt dat overlast negatief samenhangt met huidige houding ten opzichte van het windpark. Daaruit kunnen we afleiden dat hoe meer overlast mensen ervaren, des te negatiever ze zijn over het windpark. Ook hangen de verschillende vormen van overlast negatief samen met de procesfactoren distributieve rechtvaardigheid, landschappelijke inpassing, respectvolle en eerlijke behandeling en responsiviteit. Dat wil zeggen dat mensen die meer overlast ervaren, meer het gevoel hebben dat de lusten en lasten van het windpark onrechtvaardig verdeeld zijn, dat er bij het ontwerp van de turbines niet goed is nagedacht over landschappelijke inpassing, dat ze minder respectvol zijn behandeld en het gevoel hebben dat er minder met hun inbreng is gedaan. Op basis van dit onderzoek kunnen we enkel de samenhang vaststellen, maar niets zeggen over de richting van dit effect. Meer dan de helft van de ondervraagden (57%, n = 811) merkt niets van de windturbines. Van de respondenten die aangeven dat ze iets van de windturbines merken, ervaart 76% (n = 467) dit ook als overlast. Over het algemeen neemt de proportie respondenten die iets van de windturbines merkt en die er overlast door ervaart af per afstandscirkel.
5.1.5
Klimaat Het is opvallend dat bij windpark AVRI en bij windpark de Veenwieken de factoren gerelateerd aan klimaat (zorgen over het klimaat en houding ten opzichte van de energietransitie) tot de belangrijkste voorspellers behoren van houding ten opzichte van het windpark. Deze voorspellers zijn positief, dus hoe groter de zorgen die mensen hebben over het klimaat en hoe positiever ze tegenover de energietransitie in het algemeen staan, des te positiever ze zijn over het windpark in de buurt. De volgende grafiek toont de antwoordverdeling voor zorgen over het klimaat en houding ten opzichte van de energietransitie per windpark per afstandscirkel. Uit deze grafiek is op te maken dat er weinig verschil zit in de mate waarin omwonenden zich zorgen maken over het klimaat. Ongeacht bij welk windpark of op welke afstand tot de windturbines ze wonen, maken de meeste mensen zich zorgen over het klimaat. Zorgen over het klimaat 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Veel zorgen 5 Enige zorgen 4 Niet veel zorgen 3 Helemaal geen zorgen 2 Weet ik niet 1 0-1 km
1-2 km
2-3 km
Autena
0-1 km
1-2 km
2-3 km
AVRI
0-1 km
1-2 km
2-3 km
Spui
0-1 km
1-2 km
2-3 km
Veenwieken
Figuur 5.1 Frequentieverdeling van antwoorden op de vraag “Maakt u zich in het algemeen zorgen over de uitstoot van broeikasgassen (CO2), klimaatverandering en de effecten
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
64 / 106
daarvan voor het milieu? Zo ja, in welk mate?”, weergegeven per afstandscirkel per windpark.
Hetzelfde geldt voor houding ten opzichte van de energietransitie. De volgende grafiek toont de antwoordverdeling voor houding ten opzichte van de energietransitie per windpark per afstandscirkel.
Ik sta positief tegenover de energietransitie. 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Helemaal mee eens Mee eens Neutraal Mee oneens Helemaal mee oneens 0-1 1-2 2-3 km km km Autena
0-1 1-2 2-3 km km km AVRI
0-1 1-2 2-3 km km km Spui
0-1 1-2 2-3 km km km
Weet ik niet
Veenwieken
Figuur 5.2 Frequentieverdeling van antwoorden op de stelling “Ik sta positief tegen over de energietransitie”, weergegeven per afstandscirkel per windpark.
Uit de regressie analyses blijkt dat klimaatfactoren bij de windparken de Veenwieken en AVRI tot de belangrijkste voorspellers van houding ten opzichte van het windpark behoren. Bovenstaande frequentieverdeling tonen echter geen afwijkende mate van zorgen over het klimaat bij de omwonenden van dit windpark. De twee windparken waar klimaatfactoren van invloed zijn op de houding ten opzichte van het windpark, zijn ook de twee parken waar het merendeel van de omwonenden in de buitenste afstandscirkel wonen (2000-3000 m). Mensen die verder van het windpark af wonen, hebben over het algemeen minder overlast, hebben minder meegekregen van het realisatieproces en het proces als neutraal of als minder negatief beleefd dan mensen die dichterbij het windpark wonen (zie ook paragraaf 3.2.5). Bij de andere twee windparken wordt er op vergelijkbare wijze over het klimaat gedacht, maar wordt de invloed van de factor klimaat overschaduwd door andere factoren. In de andere parken speelt overlast bijvoorbeeld een dusdanig grote rol dat klimaat erbij in het niet valt. 5.1.6
Fysieke kenmerken De factor landschappelijke inpassing blijkt bij elk van de onderzochte windparken van grote invloed op de huidige beleving van het windpark. Landschappelijke inpassing hangt sterk samen met zowel de huidige beleving (positieve samenhang; betere inpassing hangt samen met een positievere beleving) als overlast (negatieve samenhang; slechtere inpassing is meer overlast). Gezien de sterke samenhang met overlast is het mogelijk dat mensen die veel overlast ervaren de windturbine per definitie slecht in het landschap vinden passen (anders zouden ze geen overlast ervaren). Of ze interpreteren de vraag zo dat de windturbines vanwege hun aanwezigheid of locatie een negatief effect hebben op het landschap (want ze veroorzaken overlast), los van het ontwerp.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
65 / 106
5.1.7
Inhoudelijke criteria Voor de factor inhoudelijke criteria zijn met name de factoren distributieve rechtvaardigheid en responsiviteit van invloed op de huidige beleving van het windpark. Dat wil zeggen dat de mensen die het gevoel hebben dat de lusten en lasten van het windpark rechtvaardig verdeeld zijn, over het algemeen positiever tegenover het windpark staan dan mensen die dat in mindere maten zo hebben ervaren. Het gevoel van onrecht over de verdeling van lusten en lasten hangt bij alle windparken sterk samen met de mate van overlast die mensen ervaren en is in elk van de onderzochte windparken van grote invloed op de beleving van het windpark van omwonenden. Daarnaast staan de mensen die het gevoel hebben dat er iets met hun inbreng is gedaan over het algemeen positiever tegenover het windpark dan mensen die dat in mindere mate zo hebben ervaren. Met name bij windpark Autena blijkt responsiviteit een belangrijke voorspeller van de huidige beleving van het windpark.
5.1.8
Procescriteria Qua procesfactoren is met name de factor respectvolle en eerlijke behandeling van invloed op de huidige beleving van het windpark. Dat wil zeggen dat de mensen die het gevoel hebben dat ze respectvol zijn behandeld, over het algemeen positiever tegenover het windpark staan dan mensen die dat in mindere mate zo hebben ervaren. Met name bij windpark de Veenwieken blijkt respectvolle en eerlijke behandeling een belangrijke voorspeller van de huidige beleving van het windpark.
5.2
Conclusies kwalitatieve resultaten (interviews over context van de windparken) Deze paragraaf bevat de conclusie van de contextschets. Paragraaf 5.2.1 bevat een overzicht van de verschillen en overeenkomsten tussen de windparken. Paragraaf 5.2.2 bevat de conclusies over de factor interafhankelijkheid en paragraaf 5.2.3 over de factor betrokkenheid. Zo ontstaat een beeld van welke factoren vanuit de context invloed hebben op de beleving van bewoners. We geven hiermee antwoord op de derde onderzoeksvraag: Welke rol hebben de project-specifieke kenmerken in dit proces? Voor het beantwoorden heeft dit gedeelte van het onderzoek zich voornamelijk gefocust op de factoren: • Mate van interafhankelijkheid (2.6) ‐ Partijen in het gebied ‐ Historie van beleids- en besluitvorming ‐ Historie van een gebied of locatie. • Mate van betrokkenheid (2.7) ‐ Het belang van partijen ‐ Risico’s en onzekerheid ‐ Perspectief op participatie ‐ Lokale opbrengsten.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
5.2.1
66 / 106
Verschillen en overeenkomsten windparken Rol van Provinciaal Inpassingsplan Bij de windparken Spui en De Veenwieken speelde de provincie een grotere rol dan bij de andere twee parken. Dit kwam door de rol van Provinciaal Inpassingsplan (PIP) bij deze twee parken. Bewoners voelen zich niet meegenomen omdat ze niet meer met de gemeente in gesprek konden gaan over de plannen voor een windpark. De relatie tussen de provincie en de gemeente kwam bij deze parken onder druk te staan. Voor bewoners is het niet altijd duidelijk wie het bevoegd gezag is, en daarmee wie welke beslissing neemt. Deze onduidelijkheid kan een gevolg zijn van het ontbreken van heldere informatievoorziening. In beide gevallen was de provincie zich wel bewust van de afstand tot bewoners en probeerde dit te voorkomen door met de gemeenten samen te werken. Hier spelen de factoren partijen in het gebied en belang van verschillende partijen een rol. Betrokkenheid bewoners Er waren zowel bij windpark Spui als Autena verschillen in perceptie tussen omwonenden en de initiatiefnemers over het wel of niet voldoende informeren over de mogelijkheden om betrokken te worden. De verantwoordelijke partijen voor het participatieproces gaven bij beide parken aan dat er voldoende mogelijkheden zijn geboden om bewoners te betrekken.
Andere partijen bij deze parken (bewoners, gemeente en projectontwikkelaar) geven aan dat er geen ruimte meer was om bewoners mee te nemen. Deze tegenstelling geeft aan dat het perspectief op participatie van een belanghebbende een belangrijke rol speelt bij beantwoording van de vraag in hoeverre bewoners voldoende betrokken zijn. Geluidsoverlast Geluidsoverlast en de norm voor geluidsoverlast was een belangrijk thema en bron voor weerstand bij alle parken. Zo werd er bij de windparken Spui en AVRI door bewoners aangegeven dat de norm van een gemiddeld aantal dB’s onvoldoende bescherming biedt voor bewoners. Bij windpark Autena werden bij de informatieavonden voor de realisatie van windmolens de meeste vragen over het onderwerp geluidsoverlast gesteld. Geluidsoverlast droeg zo bij aan de risico’s en onzekerheden bij Rijnveld en van Schie (2019). Klankbordgroep Omwonenden van de windparken Spui en Autena hebben zich tijdens het realisatieproces niet altijd gehoord gevoeld. Dit heeft betrekking op de factor belang van de partij en in hoeverre dit belang meegenomen wordt in beslissingen. Bij beide parken is er op een moment in het proces een klankbordgroep met bewonersvertegenwoordiging geweest. Deze klankbordgroepen hebben over verschillende aspecten mee kunnen praten; de lijn van de windmolens, het aantal windmolens en het besteden van het geld uit een omgevingsfonds.
Bij beide parken werd gedurende het proces duidelijk dat er hogere windmolens zouden komen dan aanvankelijk was medegedeeld. Bewoners hebben aangegeven dat ze niet op de hoogte waren van deze informatie. Afstand tot de windmolens De afstand tot de windmolens is bij alle windparken een onderwerp van discussie. Bij het windpark Spui, waar de meeste bewoners op relatief korte afstand van het windpark wonen, blijkt dat deze bewoners al vroeg in het proces hun weerstand
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
67 / 106
tegen de komst van de windmolens kenbaar hebben gemaakt. Bij de overige drie windparken bleken veel bewoners die dicht op het windpark wonen steeds meer betrokken te raken bij het realisatieproces. Dit sluit aan bij de categorie fysieke kenmerken en de factor afstand woning tot windturbine. Financiële compensatie en verdeling van de lusten en lasten De windparken verschillen in hoe ze omgaan met de (financiële) compensatie. Windpark AVRI is het enige windpark dat gekozen heeft voor een jaarlijkse individuele compensatie voor bewoners die binnen een bepaalde straal van het windpark wonen. De overige windparken hebben wel gebruik gemaakt van verschillende opties om bewoners tegemoet te komen zoals een omgevingsfonds, stilstandregelingen van de windmolens, obligaties en planschaderegelingen. Bij meerdere windparken is nog veel tijd besteed aan de vraag over het besteden van het omgevingsfonds. Bewoners dragen daarbij mogelijke bestemmingsdoelen aan. Volgens de betrokkenen vraagt het vinden van een bestemmingsdoel veel tijd. Dit heeft betrekking op de factor spreiding van lokale opbrengsten binnen en gemeente. Bij alle windparken geeft, in ieder geval een groep bewoners, aan het oneens te zijn met de verdeling van de lusten en lasten van het betreffende windpark (categorie inhoudelijke criteria, factor distributieve rechtvaardigheid).
Bij de windparken Spui en de Veenwieken was men het bijvoorbeeld niet eens over opbrengsten voor de agrariër als grondbezitter, terwijl omwonenden dezelfde lasten ervaren (uitzichtbelemmering, geluidsoverlast). Bij alle onderzochte windparken blijkt een groep bewoners weerstand te blijven houden tegen de windmolens. Dit betreft vaak bewoners die op relatief korte afstand van de windmolens wonen. Rol van de energiecoöperatie De windparken verschillen in de mate waarin een energiecoöperatie een rol heeft gespeeld: van helemaal niet, voor de realisatie, tot pas er na. Bij het windpark AVRI heeft de energiecoöperatie een belangrijke rol gespeeld in het participatieproces. De energiecoöperatie heeft gezorgd voor draagvlak onder omwonenden, ondanks dat er sprake was van weerstand. Bij het windpark Autena was een coöperatie aanwezig na de realisatie. De energiecoöperatie kan een waardevolle rol spelen in de communicatie richting de bewoners over de financiële participatiemogelijkheden en in het financiële participatieproces. Ze vertegenwoordigen zo het belang van bewoners. Dit laat zien dat verschillende partijen kunnen opkomen voor elkaars belangen (factor belang van partijen).
Conflicten uit het verleden Bij meerdere windparken speelden conflicten uit het verleden een rol, zoals de verbreding van een snelweg, andere bouwprojecten, het verschil in opvatting tussen twee gemeenten of de aanwezigheid van een vuilstortplaats. In het geval van AVRI was er een conflict over de ruimtelijke ordening van de locatie voor het windpark: verschillende belanghebbenden hadden liever iets anders op de locatie zien komen. De factoren historie van een gebied en historie van beleids- en besluitvorming spelen hier een rol. Aanwezige kennis Bij de windparken Veenwieken en Autena was er volgens de initiatiefnemers van het participatieproces bij bewoners onvoldoende kennis aanwezig over de
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
68 / 106
ruimtelijke ordening in de beleids- en ontwerpfase. Dit maakte het lastig om bewoners voldoende te betrekken. Gemeenten en andere betrokken initiatiefnemers vroegen zich tijdens het proces al af hoe bewoners vroeg bij de locatiekeuze betrokken konden worden terwijl er onvoldoende kennis bij bewoners aanwezig was. Dit benadrukt het belang van de factor vertrouwde en gezamenlijke kennisbasis in de categorie inhoudelijke criteria. 5.2.2
Mate van Interafhankelijkheid De mate van interafhankelijkheid geeft aan in hoeverre partijen afhankelijk van elkaar zijn om het doel in een proces te bereiken. Bij de vier windparken lijkt deze interafhankelijkheid niet groot te zijn geweest. Met name bij een PIP lijken de beslissingen van de provincie leidend te zijn. Deze beslissingen lijken niet afhankelijk van de input van gemeenten en omwonenden. Deze laatst genoemde partijen hebben een (zeer) beperkte rol bij de beslissing voor de totstandkoming van de parken wanneer er sprake is van een PIP. Omwonenden worden dan ook voornamelijk slechts geïnformeerd voor en tijdens het realisatieproces. De betrokken energiecoöperaties speelden een rol in het informatieproces, maar in mindere mate in de besluitvorming. De provincie was bij een aantal parken wel afhankelijk van de gemeenten om informatie te kunnen bieden aan omwonenden. Dit vergt goede afstemming en timing tussen deze twee overheidslagen om ervoor te zorgen dat er een duidelijke boodschap naar omwonenden gaat.
5.2.3
Mate van betrokkenheid De mate van betrokkenheid bij de windparken varieert. Dit blijkt onder andere uit de verschillende momenten en manieren waarop bewoners worden betrokken, informatie krijgen en financieel kunnen participeren. Daarnaast is ook hier duidelijk dat energiecoöperaties verschillende rollen kunnen spelen. Zij kunnen zorgen voor (extra) draagvlak bij omwonenden. Dit pleit voor aanvullend onderzoek over de rol van energiecoöperaties en het effect op de beleving van bewoners. Bewoners tijdig betrekken en laten meebeslissen over een mogelijk ontwerp, kan helpen om meer draagvlak te creëren.
5.3
Conclusies algemeen
5.3.1
Gevoel van onrecht als belangrijke indicatie van beleving Bij de locatiekeuze van een windpark kan er een spanningsveld ontstaan, waarbij verschillende partijen verschillende belangen hebben. Gemeenten en provincies hebben bijvoorbeeld duurzaamheidsdoelstellingen. Hogere windturbines met meer megawatt, kunnen aan deze doelstellingen bijdragen. Bewoners zijn vooral bezorgd om hun omgeving en de impact van de oplossingen om deze doelstellingen te realiseren. Uit kwalitatieve deel van dit onderzoek blijkt dat omwonenden het idee kunnen hebben dat hun belangen niet opwegen tegen die van de gemeente of provincie, waarbij ze zich onrechtvaardig behandeld voelen. Het kwantitatieve deel van dit onderzoek laat verder zien dat het gevoel van onrecht samenhangt met ervaren overlast. Als gevolg van een onrechtvaardig ervaren proces kan een blijvend gevoel van wantrouwen ontstaan (Van Zoelen, 2021). Rijnveld en van Schie (2019) bevestigen de erkenning van de belangen van verschillende stakeholders in de acceptatie en beleving van windparken (mate van betrokkenheid). Het is een uitdaging om de belangen van verschillende stakeholders te verenigingen. Laws en Forester (2007) pleiten voor het opstellen van een gezamenlijke agenda. Bij de onderzochte windparken lijkt het goed te
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
69 / 106
werken om vroegtijdig duidelijkheid te scheppen in de doelstellingen en in de mate van inspraak van bewoners in het realiseren hiervan. 5.3.2
Ervaren overlast heeft een effect op distributieve rechtvaardigheid, landschappelijke inpassing, respectvolle en eerlijke behandeling en responsiviteit. Uit dit onderzoek blijkt dat hoe dichterbij bewoners bij de windmolens wonen, des te groter de ervaren overlast is. Wanneer bewoners meer overlast ervaren, staan ze negatiever tegenover de uitgevoerde invulling van distributieve rechtvaardigheid, landschappelijke inpassing, respectvolle en eerlijke behandeling en responsiviteit. Verder blijkt dat overlast een terugkerend thema is. Bewoners ageren steeds meer tegen de maximale objectieve geluidsbelasting. Uit eerder onderzoek blijkt geluidsbeleving van meerdere factoren afhankelijk te zijn, zoals persoonlijke kenmerken en het betrokken worden bij besluitvormingsprocessen rondom de realisatie van windmolens (Olde Monnikhof, 2019). Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van windmolens in Nederland (RIVM, 2021).
5.3.3
Inzicht in de oorzaak van weerstand bij groep omwonenden op relatief korte afstand Uit dit onderzoek blijkt dat er bij alle windparken een groep, die op relatief korte afstand van het windpark woont of woonde, overlast ervaart en een zeer negatieve beleving van het windpark heeft. Vervolgonderzoek kan onderzoeken welke bezwaren en zorgen er spelen bij de bewoners die dicht bij de windmolens wonen. Er zijn verschillende rollen voor een bewoners mogelijk; grondeigenaar, initiatiefnemer, lid van een coöperatie of lid van een tegenbeweging. De rol van een bewoner kan van invloed zijn op de mate van zorgen en bezwaren.
5.4
Aanbevelingen De onderstaande aanbevelingen zijn voornamelijk bedoeld voor regionale en lokale bestuurders en initiatiefnemers om hun aanpak voor windparkprojecten binnen de RES verder te verbeteren, zoals het beter betrekken van omwonenden en het beter vormgeven van de informatievoorziening richting die omwonenden. Houd rekening met weerstand tijdens het proces en organiseer een tijdige gebiedsdiagnose Alle windparken hadden voor de realisatie te maken met een bepaalde mate van weerstand en zorgen van de omwonenden. De zorgen betroffen voornamelijk risico’s voor de gezondheid, geluidsoverlast, de afstand van de woning tot de windmolens en wat de komst van het windpark voor het woongenot en de omgeving van omwonenden zou betekenen. Bij de windparken zijn verschillende participatiemethoden gebruikt. Ook werden de bewoners op verschillende momenten betrokken. Bij alle windparken speelde een vorm van historisch conflict een rol. Bij sommige windparken speelt dit meer dan 15 jaar en blijft het conflict na de realisatie van het windpark aanwezig. Er zijn bij alle windparken zienswijzen en klachten ingediend. De verkenning van potentiële gebieden met het vroegtijdig in kaart brengen van de historie van het gebied helpt om te weten waar de mogelijke zorgen zich bevinden.
Het besteden van aandacht aan mogelijke zorgen van bewoners tijdens de bekendmaking van de plannen en het communiceren van het ‘waarom’ draagt bij aan erkenning van bewoners. Dit onderzoek erkent hierbij de uitdaging van de participatieparadox, waarbij bewoners pas geïnteresseerd zijn wanneer het project concreet gaat spelen (Natuur & Milieu, 2021b). Wij adviseren toekomstige ontwikkelaars zo vroeg mogelijk te beginnen met betrekken van
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
70 / 106
bewoners om te starten met een collectieve kennisbasis (zie ook advies collectieve kennisbasis) Houd rekening met belangrijke voorspellers van de beleving van bewoners Windenergie heeft een belangrijke rol in het behalen van de klimaatdoelstellingen (Klimaatakkoord, 2019). Gezien de invloed van acceptatie door bewoners bij deze projecten, benadrukt dit onderzoek het belang van de beleving van deze bewoners. Voor partijen die verantwoordelijk zijn voor het participatieproces met bewoners is het van belang om rekening te houden met belangrijke voorspellers van de beleving van het windpark: • De houding tegenover het windparken vóór de realisatie; • De verdeling van de lusten en lasten (distributieve rechtvaardigheid); • Landschappelijke inpassing; • Afstand tot de windmolen(s). Hanteer een divers participatiepalet dat aansluit bij de behoeften van bewoners en neem een actieve en flexibele houding tijdens participatieproces Er is een grote variatie in de manier waarop bewoners hebben kunnen participeren en de perceptie van hoe dit is gedaan. Zorg ervoor dat de participatiemethoden aansluiten bij de behoeften van bewoners. De verschillende behoeftes van bewoners ten aanzien van participatiemethoden laten zien dat het nodig is deze methoden zorgvuldig uit te kiezen. Er is geen ‘one size fits all’.
Daarbij is ruimte nodig voor uitleg voor de keuze van methoden richting de bewoners en verbetering en opnieuw afstemmen wanneer dit gevraagd wordt. Toekomstige ontwikkelaars van windparken dienen er tevens rekening mee te houden dat meer belangstelling voor het proces met negatief sentiment bij bewoners gepaard kan gaan. Zorg ervoor dat bewoners die veel belangstelling hebben en het proces intensief volgen ergens terecht kunnen, bijvoorbeeld door hen vanaf het begin in een ‘gebiedsontwikkelgroep’ op te nemen en zo mee te laten denken over de mogelijke locatie voor het windpark. Een responsieve instelling in een vroeg stadium van het traject kan hier een tegenwicht bieden. Dit onderzoek laat zien dat responsiviteit een belangrijke voorspeller is voor de houding ten opzichte van het windpark. Plan voldoende tijd om de stem van bewoners te interpreteren en verwerk de input van bewoners op een actieve manier (responsiviteit) (Rijnveld & van Schie, 2019). Neem een responsieve houding om gesprek met bewoners gaande te houden Toekomstige ontwikkelaars van windparken dienen er rekening mee te houden dat meer belangstelling voor het proces met negatief sentiment gepaard kan gaan. Uit het huidige onderzoek blijkt dat bewoners die aangeven meer belangstelling te hebben voor het proces, meer overlast ervaren.