53.M.K. en F.C; Bezorgdheid bewoners Spijkenisse inzake windmolenpark bijlage 1
Tekst van het document
Zij staan negatiever tegenover de verdeling van de lusten en lasten (distributieve rechtvaardigheid), voelen zich minder respectvol behandeld en verhouden zich negatief tot de responsiviteit van initiërende partijen. Zorg ervoor dat bewoners die veel belangstelling hebben en het proces intensief volgen niet dit negatieve sentiment krijgen. Maak van te voren duidelijk wat er verwacht kan worden wat betreft de invloed op het proces. Met de toename van betrokkenheid kan de verwachting over de invloed ook toenemen. Een responsieve instelling in een vroeg stadium van het traject kan hier een tegenwicht bieden. Plan voldoende tijd om de stem van bewoners te interpreteren en verwerk de input van bewoners op een actieve manier (responsiviteit) (Rijnveld
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
71 / 106
& van Schie, 2019). Doe dit vanaf het begin met het ontwerpproces in de zoektocht naar een locatie. Besteed voldoende aandacht aan de verdeling van lusten en lasten De mogelijkheid en de kans van slagen van een eerlijkere verdeling van de lusten, als basis van distributieve rechtvaardigheid (Rijnveld & van Schie, 2019), is onlosmakelijk verbonden met de beleving tijdens het proces. Het is een belangrijke verklarende factor voor de beleving van bewoners bij de onderzochte windparken. De gedragscode van NWEA (2020) geeft aan dat onderling vertrouwen de basis is voor afspraken over financiële participatie. Uit het huidige onderzoek blijkt dat mate van compensatie (hoogte van de bedragen) en financiële participatie, en de vormen ervan (de manier waarop bijvoorbeeld een omgevingsfonds ingezet kon worden) verschilden per windpark. Alleen financiële participatie is onvoldoende om te komen tot een goede beleving van bewoners na realisatie van het windpark. Wanneer bewoners onvoldoende betrokken zijn tijdens het proces, dan kan alleen financiële participatie dit niet rechtzetten. Zo zijn gezondheidsrisico’s een steeds vaker voorkomend thema bij het verdelingsvraagstuk.
Richt voldoende tijd en ruimte in voor het bepalen van de besteding van een omgevingsfonds De benodigde tijd en energie om een gezamenlijk doel voor de besteding van een ruimtelijk kwaliteitsfonds of omgevingsfonds te vinden wordt onderschat. Toekomstige initiatiefnemers moeten hier voldoende tijd en mankracht voor in ruimen om dit samen met bewoners vorm te geven. Volgens het Werkblad Lokaal Eigendom van NP RES (2021b) kan het helpen om op regionaal niveau de definitie van financiële participatie en lokaal eigendom vast te leggen. Dit draagt bij aan duidelijkheid over procesafspraken en verdelingsprincipes. Zo ontstaat er bij alle partijen van te voren meer duidelijkheid over de mogelijkheden voor de nog te realiseren hernieuwbare energieprojecten. Zo kan er rekening worden gehouden met de verdeling van de lusten en lasten, een belangrijke voorspeller van de houding ten opzichte van een windpark. Zorg voor een collectieve kennisbasis door daar gezamenlijk aan te werken Bij veel burgers ontbreekt kennis van de ruimtelijke ordening, die volgens betrokkenen nodig is voor de locatiekeuze van een windpark. Om mee te kunnen beslissen over het ontwerp van een windpark is vrij veel technische kennis vereist. Een gezamenlijke collectieve kennisbasis is essentieel voor een gelijk speelveld voor verschillende belanghebbenden (McCauley et al., 2013).
Richt een mogelijk ‘co-creatie proces’ zo in, dat omwonenden niet geconfronteerd worden met beperkte kennis op het moment dat ze zich aanmelden voor een dergelijk traject. Een goede manier om een co-creatieproces vorm te geven is via het inrichten van een burgerforum, waarbij de eerste stap is om gezamenlijk te zorgen voor een collectieve kennisbasis (Adviescommissie Burgerbetrokkenheid bij klimaatbeleid, 2021). Reserveer middelen om dit te ondersteunen en houdt bij dit proces rekening met diverse participatiebehoeften en beschikbare middelen van bewoners.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
6
72 / 106
Methodologische uitdagingen en mogelijkheden vervolgonderzoek In dit hoofdstuk reflecteren we op dit onderzoek. We doen dit met een beschrijving van methodologische uitdagingen gecombineerd met een aantal suggesties voor vervolgonderzoek). De uitdagingen en suggesties zijn verdeeld over de vragenlijst (paragraaf 6.1), de interviews (paragraaf 6.2) en een aantal algemene uitdagingen en suggesties (paragraaf 6.3).
6.1
Kwantitatief onderzoek – vragenlijst Lange looptijd participatieprocessen De uitkomsten van participatieprocessen zijn vaak niet objectief eenduidig vast te stellen. Ook hebben realisatie processen van windmolens de neiging langer te duren dan gepland. De doorlooptijd van de participatieprocessen heeft invloed op de respons in dit onderzoek. Al zijn de windparken al enige tijd geleden gerealiseerd, de beleving van bewoners wordt nog steeds beïnvloed door actuele ontwikkelingen. Zo wordt bij sommige windparken nog gewacht op de uitspraak in planschade-claims. Dit kan invloed hebben op de huidige respons. Geen longitudinaal onderzoek Bij het interpreteren van de resultaten moet er rekening gehouden worden met de beperkte betrouwbaarheid van de antwoorden op vragen over gebeurtenissen in het verleden. Zoals eerder genoemd kan de betrouwbaarheid van antwoorden op vragen over het verleden worden geschaad door de recall bias. Dat wil zeggen dat ervaringen uit het verleden kunnen worden verkleurd door ervaringen die daarop zijn gevolgd, zeker als de bevraagde ervaringen lang geleden zijn. Met deze potentiële recall bias is bij het opstellen van de vragenlijst rekening gehouden.
De vragen over de toenmalige houding ten opzichte van het windpark zijn dusdanig geformuleerd, dat het respondenten vraagt terug te gaan naar het moment dat zij voor het eerst over de plannen van het windpark hoorden. Dat maakt dat huidige en toenmalige houding ten opzichte van het windpark niet met dezelfde items zijn uitgevraagd. Onder andere om deze twee redenen kun je geen zuivere vergelijking maken tussen de scores op deze twee concepten. Om de verandering in houding ten opzichte van het windpark over de tijd op een goede manier in kaart te brengen, zou er een longitudinaal onderzoek moeten plaatsvinden. Dezelfde metingen zouden op verschillende tijdstippen moeten worden herhaald. Uitdaging van meten factoren De vragenlijst is grotendeels geïnspireerd op het werk van Rijnveld en van Schie (zie Hoofdstuk 2). De factoren die genoemd worden in de Green Deal (2020) zijn de leidraad geweest voor de factoren die in de vragenlijst zijn uitgevraagd. De vragenlijst is vervolgens voorgelegd aan onze klankbordgroep met experts uit het veld. Zij hebben feedback aangeleverd om de vraagstelling aan te scherpen. De verschillende schalen blijken geschikt op basis van betrouwbaarheid (Appendix B), maar over de validiteit van de schalen kunnen we geen uitspraak doen. Omdat dit de eerste keer is dat er met deze vragenlijst is gewerkt, is er vervolgonderzoek nodig voor de validatie.
De factor landschappelijke inpassing is bijvoorbeeld
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
73 / 106
gemeten aan de hand van één stelling en het is moeilijk om te duiden hoe respondenten de betreffende stelling (“Bij het ontwerp van de windturbine(s) is er rekening gehouden met het effect van de turbines op het landschap.”) geïnterpreteerd hebben. Voorbeelden van ontwerpkeuzes die het effect van de turbines op het landschap kunnen beïnvloeden zijn het beperken van de lichten op de masten of het aanbrengen van verschillende tinten groen op de onderkant van de paal van de windmolens. Het is echter denkbaar dat de bewoners bij deze stelling hun antwoord hebben gebaseerd op hoe de aanwezigheid van de windturbine het landschap verstoort en niet zo zeer op de specifieke die ontwerpkeuzes de landschappelijke inpassing ten goede komen. Ondanks dat de vragenlijst is voorgelegd aan onze klankbordgroep met experts uit het veld blijft het risico op misinterpretatie van vragen in een vragenlijst bestaan. Deze onzekerheid over de interpretatie van vragen kan in het vervolg worden ondervangen door bewoners te interviewen. Dit stelt de bewoner in staat verduidelijkende vragen te stellen en de onderzoekers in staat verdiepende vragen te stellen over bepaalde onderwerpen. Vervolgonderzoek kan zich richten op het valideren van de vragenlijst.
Beperkt inzicht in specifieke belangen van omwonenden In verband met de privacy van de bewoners hebben we slechts beperkte informatie over de respondenten verzameld. Met het kleine aantal bewoners binnen de 0-1000 meter rond de windturbines kan men aan de hand van minimale informatie al specifieke individuen herleiden. Informatie over rollen van bewoners (lid van een energiecoöperatie, initiatiefnemer of lid van een tegenbeweging) zou onze analyse kunnen verdiepen. Bij verschillende rollen horen verschillende perspectieven en deze kunnen invloed hebben op de houding ten opzichte van het windpark. Vervolgonderzoek kan de resultaten uit het vragenlijstonderzoek combineren met aanvullende kwalitatief onderzoek (interviews en/of focusgroepen) om zo het perspectief van deze groepen nader in kaart te brengen. 6.2
Kwalitatief onderzoek – interviews Schetsen van de context aan de hand van alleen interviews is niet volledig Het bleek lastig om met alleen interviews een goed beeld te schetsen van de context per windpark aan de hand van de factoren interafhankelijkheid en betrokkenheid. Met een aantal interviews zijn perspectieven per windpark opgehaald. Gezien de uitgebreide historie van het proces, die bij sommige windparken meer dan vijftien jaar beslaat, bleek het niet mogelijk om het volledige beeld te schetsen. We hebben gekozen voor diversiteit in stakeholders, verdeeld over de vier windparken. Een implicatie hiervan is dat we niet hetzelfde type stakeholder per park hebben gesproken. Huidig onderzoek laat zien dat het mogelijk is om op deze manier nuttige inzichten te verzamelen. Een uitgebreider vervolgonderzoek kan voor de volledigheid een casestudie per windpark uitvoeren en een bredere groep stakeholders interviewen, waaronder; een projectontwikkelaar, energiecoöperatie, lokale overheid (gemeente en/of provincie) en bewonersvertegenwoordiging. Bij de contextschets (zie paragraaf 4.2) hebben we ons binnen de scope beperkt tot de belangrijkste thema’s die van invloed waren op de beleving van bewoners. Deze contextschets per windpark en de analyse met verschillen en overeenkomsten zijn vooral ondersteunend aan de resultaten van de vragenlijst. Ze zijn bedoeld om de
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
74 / 106
resultaten van de vragenlijst in de context te kunnen plaatsen. Een vervolgonderzoek waar het doel is om de context zo compleet mogelijk in kaart te brengen, zou zich kunnen focussen op de ‘learning history’-methode. Dit is een diepgaandere analyse op basis van diepte-interviews en een documenten-analyse van de ontwikkeling van een project en belangrijke keuzes daarbinnen (Willems, Roelofs & Weterings, 2009). Factoren geven structuur, maar bemoeilijken de analyse De categorieën betrokkenheid en interafhankelijkheid vormden de basis voor het interviewprotocol, waarbij iedere vraag op een eigen factor was gebaseerd. In de praktijk bleek dat we de antwoorden niet per factor konden analyseren, omdat de antwoorden vaak op meerdere factoren van toepassing waren (bijvoorbeeld op partijen in het gebied en belang van partijen). Onze ervaring op basis van deze analyse is dat er veel overlap is tussen de verschillende factoren. Bij een vervolg van het gebruik van deze methode raden we aan om te focussen op de categorieën interafhankelijkheid en betrokkenheid omdat deze voldoende basis geven voor een analyse. Invloed van beperkt aantal interviews met bewoners bij windpark Spui In het kwalitatieve deel is er gesproken met bewoners die verhuisd zijn. Dit was alleen bij Windpark Spui het geval. Dit zijn bewoners met een specifieke beleving: ze zijn verhuisd vanwege de windmolens.
Aangezien de focus lag op de belangrijkste thema’s die van invloed waren op de beleving van bewoners, hadden gesprekken met meer bewoners bij de andere windparken een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de contextschets en een beter beeld kunnen geven van hun beleving. Binnen de looptijd van het huidige onderzoek was het niet mogelijk om meer bewoners te spreken. 6.3
Algemeen Het methodisch opsplitsen (kwantitatief/kwalitatief) van de vier factoren van Rijnveld en van Schie (2019) bleek effectief Eerder gaven we aan dat er veel overlap is tussen de factoren interafhankelijkheid en betrokkenheid op basis van de analyse van de kwalitatief onderzochte factoren. Wanneer we naar de overeenkomsten en verschillen tussen de vier categorieën (procescriteria, inhoudelijke criteria, betrokkenheid en interafhankelijkheid) kijken, zien we hier ook veel overlap en samenhang. Zo zijn de factoren stem geven (onderdeel van procescriteria) en responsiviteit (inhoudelijke criteria) afhankelijk van elkaar. En kan het belang van bewoners als stakeholder (betrokkenheid) gaan over distributieve rechtvaardigheid en over een balans in verdeling van lusten en lasten (inhoudelijke criteria). Het huidige onderzoek heeft bewust gekozen om de factoren op te splitsen en de onderzoeksvragen met verschillende methoden te onderzoeken. Volgens onze interpretatie kwam de beleving van bewoners vooral bij de factoren inhoudelijke criteria en procescriteria naar voren, en waren de factoren interafhankelijkheid en betrokkenheid meer gefocust op de context. Door het splitsen van deze factoren en deze met verschillende methoden uit te vragen hebben we niet meer het verband tussen de context en de beleving van de bewoners kunnen onderzoeken.
Het aantal onderzochte windparken geeft geen compleet beeld voor windparken in Nederland
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
75 / 106
Op basis van de vier verschillende windparken in het huidige onderzoek kunnen we geen conclusies trekken over de beleving van omwonenden bij alle verschillende soorten windparken die inmiddels gebouwd zijn. Wij adviseren toekomstige initiatiefnemers en ontwikkelaars van windparken om hier rekening mee te houden bij de interpretatie van de resultaten. Zo zijn er grotere windparken die onder de Rijkscoördinatieregeling (RCR) vallen en waar de nationale overheid een rol heeft gespeeld. Het is met het huidige onderzoek wel mogelijk gebleken om inzicht te bieden in de verschillende factoren die van invloed zijn op de beleving van bewoners bij een specifiek type windpark. Uit het onderzoek blijkt ook het belang van de specifieke context van de locatie. Vervolgonderzoek zou zich meer kunnen focussen op de invloed van de locatie-specifieke context van een windpark op de beleving van bewoners. Een breder opgezet onderzoek onder meer verschillende type windparken zou interessant zijn om meer grip te krijgen op de verschillende contextfactoren. Uitbreiding van het concept beleving is interessant We hebben de factoren van Rijnveld en van Schie (2019) genomen als basis om de beleving van bewoners op verschillende momenten te meten, aangevuld met een aantal concepten uit andere onderzoeken.
Om een uitgebreider beeld van beleving te geven, kunnen andere psychologische mechanismen zoals verliesaversie (van de omgeving) en plaatshechting (place attachment) een interessante aanvulling zijn. De veranderde participatiestandaarden voor ruimtelijke energieprojecten Bij de vier windparken in het huidige onderzoek is het participatietraject in sommige gevallen enkele jaren geleden al begonnen. De initiatiefnemers van het participatieproces hebben tijdens de start de richtlijnen gehanteerd die in die tijd van toepassing waren. Uit het huidige onderzoek blijkt dat de richtlijnen voor participatie de afgelopen jaren zijn aangescherpt en meer eisen van de initiërende partij. Wij realiseren ons dat er inmiddels strengere richtlijnen voor participatie zijn opgesteld. Zo is de Gedragscode Acceptatie & Participatie Wind op Land (2021) opgesteld door de NWEA, NLVOW en EnergieSamen. De eerste versie hiervan komt uit 2015 is geleidelijk aan uitgebreid. Daarnaast heeft de NPRES een Werkblad Participatie in de RES (2021a), opgesteld. Dit heeft initiatiefnemers de mogelijkheid gegeven om in huidige projecten de lessen uit vorige projecten reeds implementeren. De conclusies van het huidige onderzoek zijn desalniettemin van belang. Ze geven op grote schaal een beeld van de beleving van bewoners in de praktijk van recent gerealiseerde windmolens (vanaf 2018).
Het zijn tevens projecten waarvan de omvang representatief is voor de parken die nog in planfase/ ontwikkeling zitten. Er zijn bijvoorbeeld geen Rijkscoördinatieregeling projecten meegenomen in onze selectie. De huidige selectie zijn de meest recent gerealiseerde windparken waarbij het mogelijk was om de beleving op verschillende momenten te onderzoeken.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
76 / 106
Referenties Adviescommissie Burgerbetrokkenheid bij klimaatbeleid (2021). Betrokken bij klimaat. Burgerfora aanbevolen. Geraadpleegd van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/03/21/adviesrappor t-betrokken-bij-klimaat Akkerman, F. (2021, 1 mei). Windmolens? Graag, maar niet óók naast de overlast van spoor, snelweg en Schiphol. Trouw. Geraadpleegd van https://www.trouw.nl/binnenland/windmolens-graag-maar-niet-ook-naast-deoverlast-van-spoor-snelweg-en-schiphol~bbfe789c/ Amerongen van, W. (2020, 14 mei). Massaal verzet in Cothen tegen zonneweide bij dorpsentree. AD. Geraadpleegd van https://www.ad.nl/utrecht/massaalverzet-in-cothen-tegen-zonneweide-bij-dorpsentree~a0d62e2c/ Bakker, M. (2021, 9 april). Is het geluid van windmolens ziekmakend? ‘Toen we verhuisden was ik binnen twee weken van alle klachten af’. De Volkskrant. Geraadpleegd van https://www.volkskrant.nl/wetenschap/is-het-geluid-vanwindmolens-ziekmakend-toen-we-verhuisden-was-ik-binnen-twee-wekenvan-alle-klachten-af~b338801a/ Bemmel, van N. (2021, 6 januari). Ze zijn voorstanders van windmolens. Maar toch niet zo dicht bij hun Amsterdamse woonwijk IJburg. De Volkskrant. Geraadpleegd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/ze-zijnvoorstanders-van-windmolens-maar-toch-niet-zo-dicht-bij-hun-amsterdamsewoonwijk-ijburg~bab29de3/ Berg, van den J. (2021, 16 maart).
Het verzet tegen windmolens nam in Groningen en Drenthe ‘extremistische vormen’ aan. Jan en Jan ontkennen alles. De Volkskrant. Geraadpleegd van https://www.volkskrant.nl/nieuwsachtergrond/het-verzet-tegen-windmolens-nam-in-groningen-en-drentheextremistische-vormen-aan-jan-en-jan-ontkennen-alles~bd9df9df/ Bomgaars, A. (2020, 13 maart). Politici verbijsterd over windpark Spui: ‘Dit had nooit gemogen’. AD. Geraadpleegd van https://www.ad.nl/hoekschewaard/politici-verbijsterd-over-windpark-spui-dit-had-nooitgemogen~a7e4be61/ CBS (2021). Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020. Geraadpleegd van https://www.cbs.nl/nlnl/longread/rapportages/2021/klimaatverandering-en-energietransitieopvattingen-en-gedrag-van-nederlanders-in-2020?onepage=true#c-3-Opvattingen-over-energietransitie Devine-Wright, P. (2005). Beyond NIMBYism: Towards an integrated framework for understanding public perceptions of wind energy. Wind Energy, 8(2), 125139. doi:10.1002/we.124 Energieparticipatie (2020). Financiële participatie. Geraadpleegd van https://www.energieparticipatie.nl/leren/participatie-van-beleid-totuitvoering/hoe-zit-het-met-financiele-participatie Evers, D., Nabielek, P., & Tennekes, J. (2019). Wind-op-land: lessen en ervaringen. Een reflectie op de implementatie van windenergie vanuit een ruimtelijk perspectief.
Den Haag: PBL Planbureau voor de Leefomgeving.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
77 / 106
GGD Nederland (2009). Richtlijn wegen voor GGD-epidemiologen. Geraadpleegd van https://www.ggdgezondheidinbeeld.nl/wpcontent/uploads/2018/11/Richtlijn-wegen_GGD.pdf Green Deal (2020). Green Deal 221 Participatie van de Omgeving bij Duurzame Energieprojecten. Geraadpleegd van https://www.greendeals.nl/nieuws/watzijn-dos-en-donts-voor-participatie-duurzame-energieprojecten Hagenaars, C. (2020, 22 juli). Weer verzet tegen zonnepark in Roosendaal: ‘We kunnen net zo goed gelijk op Borchwerf gaan wonen’. BN DeStem. Geraadpleegd van https://www.bndestem.nl/roosendaal/weer-verzet-tegenzonnepark-in-roosendaal-we-kunnen-net-zo-goed-gelijk-op-borchwerf-gaanwonen~ab711d27/ Hof van Justitie van de Europese Unie (2016, 27 oktober). D'Oultremont e.a. (C290/15). Geraadpleegd van https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/?uri=CELEX:62015CJ0290 Janssen, S. A., Vos, H., & Eisses, A. R. (2008). Hinder door geluid van windturbines. Dosis-effectrelaties op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens. Delft: TNO. Geraadpleegd van https://www.tno.nl/media/2187/hinder_door_geluid_van_windturbines.pdf Kamp, van I., & van den Berg, G. P. (2021). Gezondheidseffecten van windturbinegeluid. Bilthoven: RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Geraadpleegd van https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/20200214.pdf KRO-NCRV Pointer (2021, 26 mei).
Geluidsoverlast door windmolens: tussen de oren of een serieus probleem? Geraadpleegd van https://pointer.kroncrv.nl/geluidsoverlast-door-windmolens-tussen-de-oren-of-een-serieusprobleem Laconi, P. (2021, 9 januari). Experts vrezen overal windmolens: ‘Ons land gaat in de uitverkoop’. AD. Geraadpleegd van https://www.ad.nl/binnenland/expertsvrezen-overal-windmolens-ons-land-gaat-in-de-uitverkoop~a8590fbc/ Laws, D., & Forester, J. (2007). Public policy mediation: From argument to collaboration. In F. Fischer, G. J. Miller (eds.), Handbook of public policy analysis. Theory, politics, and methods (pp. 513-534). New York: Routlegde. Lind, E., & Arndt, C. (2016). Perceived fairness and regulatory policy: A behavioural science perspective on government-citizen interactions. OECD Regulatory Policy Working Papers, No. 6, OECD Publishing, Paris. doi:10.1787/1629d397-en Matijssen, J. (2019). The cooperative wind of change? A research on the effect of cooperative ownership and vicinity of existing wind turbines on the development of wind projects in the Netherlands. [Master thesis, Radboud University]. Geraadpleegd van https://theses.ubn.ru.nl/bitstream/handle/123456789/9109/Matijssen%2c_Jacl ijn_1.pdf?sequence=1 McCauley, D., Heffron, R., Stephan, H., & Jenkins, K. E. H. (2013). Advancing energy justice: The triumvirate of tenets and systems thinking.
International Energy Law Review, 32(3), 107-116. Motivaction (2021). Publieksmonitor Klimaat en Energie 2021. Amsterdam: Motivaction. Geraadpleegd van
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
78 / 106
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/10/11/publieksmonit or-klimaat-en-energie-2021-motivaction Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (2021a). Werkblad Participatie. Geraadpleegd van https://www.regionaleenergiestrategie.nl/ondersteuning/handreiking2/2049228.aspx Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (2021b). Werkblad Lokaal Eigendom. Geraadpleegd van https://www.regionaleenergiestrategie.nl/ondersteuning/handreiking2/2049228.aspx Natuur & Milieu (2021a). De effecten van windmolens op omwonenden. Geraadpleegd van https://www.natuurenmilieu.nl/themas/energie/projectenenergie/windenergie-op-land/het-effect-van-windmolens-op-omwonenden/ Natuur & Milieu (2021b). Participatie bij windenergie op land. Geraadpleegd van https://www.natuurenmilieu.nl/themas/energie/projectenenergie/windenergie-op-land/participatie-bij-windenergie-op-land/ Nederlandse Vereniging Duurzame Energie et al. (2019). Participatiewaaier – opties voor projectparticipatie bij zon- en windprojecten op land. Geraadpleegd van https://www.klimaatakkoord.nl/participatie/documenten/publicaties/2019/11/18 /participatiewaaier Nederlandse WindEnergie Associatie (2020). Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land. Geraadpleegd van https://www.nwea.nl/wp-content/uploads/2020/11/20201103-GedragscodeWoL-opgemaakt-FINAL.pdf Niemantsverdriet, T. (2021, 13 april).
Windmolens? Goed idee, maar zeker niet hier. NRC. Geraadpleegd van https://www.nrc.nl/nieuws/2021/04/13/windmolens-goed-idee-maar-zekerniet-hier-a4039652 Nieuwsuur (2021, 13 april). Verzet tegen windmolens leidde tot meer inspraak, maar het gaat toch weer mis. NOS. Geraadpleegd van https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2376535-verzet-tegen-windmolens-leidde-totmeer-inspraak-maar-het-gaat-toch-weer-mis Olde Monnikhof, E. (2019). Hoe is het nu echt? Belevingsonderzoek windturbines Deventer. [Bachelor thesis, Hogeschool Saxion]. Geraadpleegd van https://pureenergie.nl/assets/Uploads/Documenten/Windenergie/BelevingsonderzoekWP-Kloosterlanden-openbaar-v2.pdf Paradies, G. L., Peuchen, R. A., Hoekstra, M., Geurts, A., Marsman, G., & Roelofs, M. (2021). Burgerparticipatie in Nederland: participatiemethoden bij thema’s nationaal klimaatbeleid, windenergie op land en aardgasvrije wijken. Amsterdam: TNO. Geraadpleegd van https://energy.nl/publication/burgerparticipatie Participatiewaaier (2019). Klimaatakkoord. Geraadpleegd van https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/11/18/participatie waaier Rijksoverheid (2019). Klimaatakkoord. Geraadpleegd van https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakk oord
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
79 / 106
Rijnsoever, van F., & Harmsen, R. (2018). Belevingsonderzoek proef draaiprogramma Windpark Houten. Utrecht: Universiteit Utrecht, Copernicus Institute of Sustainable Development. Rijnveld, M. & van Schie, N. (2019). Kader voor het vormgeven van participatie bij duurzame energieprojecten. Geraadpleegd van https://www.greendeals.nl/nieuws/wat-zijn-dos-en-donts-voor-participatieduurzame-energieprojecten Rogerson, P. A. (2019). Statistical methods for geography: a student’s guide (5 ed.). Thousand Oaks, California: Sage Publications Limited. RVO (2021). Monitor Wind op Land 2020. Den Haag: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Geraadpleegd van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/06/01/monitor-windop-land-over-2020 Schwencke, A. M., van Rijn, R., Hoenkamp, R., & Schreurs, L. (2020). Monitor Participatie Hernieuwbare Energie op Land. Resultaten nulmeting. Geraadpleegd van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/06/30/monitorparticipatie-hernieuwbare-energie-op-land Sociaal-Economische Raad (2013). Energieakkoord voor duurzame groei. Geraadpleegd van https://www.ser.nl/nl/thema/energie-enduurzaamheid/energieakkoord//media/5A6DE312EAB948BEADF43DECF2DF5669.ashx VPRO (2020). Nieuw onderzoek: ‘Onhoorbaar' geluid schadelijk voor gezondheid.
Geraadpleegd van https://www.vpro.nl/argos/lees/onderwerpen/windmolens/2020/onhoorbaargeluid-schadelijk-voor-gezondheid.html Willems, M., Roelofs, E.M.G. & Weterings, R. (2009, 10-12 september). Learning history as an evaluation method for the policy formulation of the Dutch Societal Innovation Agenda on Energy [Paper presentatie]. European Consortium of Policy Research Conference, Potsdam, Duitsland. Wolsink, M. (2000). Wind power and the NIMBY-myth: Institutional capacity and the limited significance of public support. Renewable Energy, 21(1), 49-64. doi:10.1016/S0960-1481(99)00130-5 Wolsink, M. (2012). Wind power: Basic challenge concerning social acceptance. In R.A. Meyers (ed.), Encyclopedia of sustainability science and technology (pp. 12218-12254). New York: Springer. Zoelen, van B. (2021, 7 maart). Hoe bevalt dat in Nijmegen en Houten, wonen bij windmolens? Het Parool. Geraadpleegd van https://www.parool.nl/nederland/hoe-bevalt-dat-in-nijmegen-en-houtenwonen-bij-windmolens~b661a9cc/.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
A
Bijlage A | 1/7
Vragenlijstconstructie In de volgende sectie wordt de opbouw van de vragenlijst per factor uiteengezet. Tenzij anders aangegeven zijn de vragen gesteld met een antwoordschaal van 1 (helemaal mee oneens) tot 5 (helemaal mee eens).
A.1
Houding ten opzichte van het windpark (toen en nu) Om de beleving van omwonenden te onderzoeken, zijn de manier waarop zij tegen het windpark aankeken voor de realisatie en hoe zij daar nu tegenaan kijken belangrijke aspecten. De Huidige houding ten opzichte van het windpark is in de vragenlijst aan de hand van de volgende items uitgevraagd. De items 1, 2, 4 en 8 zijn overgenomen uit het belevingsonderzoek naar het windpark in Houten (Van Rijnsoever & Harmsen, 2018). Huidige houding ten opzichte van het windpark 1
Ik sta positief tegenover het windpark.
2
Het windpark mag blijven.
3
Ik heb geen moeite met het windpark.
4
Ik ervaar het windpark als een verslechtering van mijn woonomgeving.*
5
Ik sta onverschillig tegenover het windpark.**
6
Het windpark heeft een positieve invloed op hoe ik mijn omgeving beleef.
7
Het windpark zorgt ervoor dat ik overweeg om te verhuizen.*
8
Als u uw algemene beleving van het windpark op dit moment een rapportcijfer moest geven (van 1 tot 10), welk cijfer geeft u het dan?
* Item is omgekeerd (negatief in plaats van positief) en voor de analyse tegengesteld gecodeerd. ** Item is uiteindelijk verwijderd voor de analyse.
De Toenmalige houding ten opzichte van het windpark is in de vragenlijst aan de hand van de volgende items uitgevraagd. Toenmalige houding ten opzichte van het windpark 1
Wanneer hoorde u voor het eerst over de plannen van het windpark? Een schatting volstaat.
2
Via welke weg hoorde u voor het eerst over de plannen van het windpark?
3
Toen ik voor het eerst hoorde over de plannen voor het windpark, riep dit weerstand bij mij op*
4
Ik had geen moeite met de plannen voor het windpark.
* Item is omgekeerd (negatief in plaats van positief) en voor de analyse tegengesteld gecodeerd.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
Bijlage A | 2/7
Items 3 en 4 vormen samen de variabele toenmalige houding ten opzichte van het windpark. Items 1 en 2 bij toenmalige houding ten opzichte van het windpark waren bedoeld om bij de respondent een herinnering op te roepen aan het moment dat hij/zij voor het eerst over het windpark hoorde. Antwoorden op vragen over het verleden worden over algemeen gekleurd door de zogenaamde recall bias (Hassan, 2006). Het menselijk geheugen is feilbaar en herinneringen veranderen vaak over tijd. Emoties als gevolg van bepaalde gebeurtenissen kunnen bijvoorbeeld de herinnering aan de werkelijke emoties tijdens of over de desbetreffende gebeurtenissen onbewust beïnvloeden. Des te langer geleden het bevraagde moment, des te groter de invloed van de recall bias. Het kan dus zijn dat respondenten wel degelijk van mening zijn veranderd, maar vanwege een feilbare geheugen blijken antwoorden op vragen met betrekking tot gebeurtenissen van jaren terug minder betrouwbaar dan antwoorden over het heden. Hoewel dit niet geheel kan worden voorkomen, is het mogelijk om het effect te verkleinen, bijvoorbeeld door de herinnering te concretiseren aan de hand van hulpvragen.
Vragen over waar en wanneer een moment plaatsvond, vergroten de kans dat men zich de details rondom het moment, inclusief de toenmalige gevoelens met betrekking tot die gebeurtenis, correcter herinneren (Berney & Blane, 1997; Hassan, 2006; Khare & Vedel, 2019). Door middel van de eerste twee items is geprobeerd het effect van de recall bias te minimaliseren. A.1.1
Fysieke projectkenmerken Het fysieke projectkenmerk Inpassing landschap is uitgevraagd aan de hand van één item, gebaseerd op Rijnveld en van Schie (2019). Inpassing landschap 1
A.1.2
Bij het ontwerp van de windturbine(s) is er rekening gehouden met het effect van de turbines op het landschap.
Procescriteria Zoals besproken in 2.3 bestaat de factor Procescriteria uit drie factoren, die hierna één voor één in onderstaande volgorde worden behandeld: • Het geven van een stem aan omwonenden; • Omwonenden respectvol en eerlijk behandelen; • Het op een goede manier verstrekken van heldere procesinformatie. De items bij Het geven van een stem aan omwonenden zijn deels gebaseerd op een passage uit Rijnveld & van Schie (2019). Zij zeggen over deze factor dat “omwonenden en belanghebbenden van een duurzaam energieproject de mogelijkheid [moeten] krijgen om te participeren. Daarin kunnen zij hun zorgen laten horen, meedenken over aanpassingen van het plan en zelfs meebeslissen over investeren. Zij kunnen hun stem laten horen.” Daarnaast werd in het belevingsonderzoek in Deventer (Olde Monnikhof, 2019) het volgende geconcludeerd: "Participeren in windpark Kloosterlanden is voor velen een grote stap en voor velen onbekende mogelijkheid". Hieruit concludeerden wij
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
Bijlage A | 3/7
dat het dus niet alleen van belang is of men het gevoel heeft dat er mogelijkheden zijn om je stem te kunnen laten horen, maar dat het voor sommigen niet duidelijk is hoe en wanneer dat kan. Op basis daarvan hebben we items 4 en 5 toegevoegd. Het zesde en laatste item is deels gebaseerd op Rijnveld en van Schie (2019): “Niet iedere burger voelt zich geroepen om op de bres te klimmen als de waarden van de omgeving in het geding komen. Iets meer dan de helft van de Nederlandse bevolking gelooft dat het zin heeft om te participeren. Dat betekent dat de andere helft daar niet in gelooft”. Ook Wolsink (2000) geeft aan dat de mate van participatie afhankelijk is van het gevoel van eigen effectiviteit (self-efficacy); burgers die twijfelen aan hun vermogen om beslissingen te beïnvloeden zijn minder geneigd om politieke actie te ondernemen dan personen die meer zelfvertrouwen hebben. Op basis hiervan is item 6 toegevoegd. Het geven van een stem aan omwonenden 1 2 3 4 5 6
Ik heb mijn stem kunnen laten horen in het proces rondom de ontwikkeling van het windpark. Ik heb de mogelijkheid gekregen om mijn zorgen over het windpark te uiten. Ik heb de mogelijkheid gekregen om mee te denken over de plannen rondom de ontwikkeling van het windpark. Het was voor mij duidelijk hoe ik vanaf het begin betrokken kon zijn in het proces rondom de ontwikkeling van het windpark. Ik heb moeite moeten doen om betrokken te raken bij het proces rondom de ontwikkeling van het windpark.* Ik ben ervan overtuigd dat ik het vermogen heb om beslissingen van hogerop te beïnvloeden.
* Item is omgekeerd (negatief in plaats van positief) en voor de analyse tegengesteld gecodeerd.
De items bij Omwonenden respectvol en eerlijk behandelen komen deels voort uit de omschrijving van deze factor in Rijnveld en van Schie (2019), maar zijn daarnaast ook deels geïnspireerd op een artikel uit het Parool (Van Zoelen, 2021), waarin een omwonende van een windpark vertelt over zijn ervaringen van het realisatieproces: “Als zo’n proces eenmaal als niet eerlijk wordt ervaren, komt het niet meer goed”. Het Parool schrijft verder “Pogingen om de overlast terug te dringen werden door de bewoners niet meer vertrouwd of omarmd”. Omwonenden respectvol en eerlijk behandelen 1
Tijdens het proces ben ik respectvol en eerlijk behandeld.
2
Ik heb een slecht gevoel overgehouden aan de manier waarop ik tijdens het proces ben behandeld. In het proces rondom de ontwikkeling van het windpark heeft de initiatiefnemer mijn vertrouwen geschaad.*
3 4
Ik voelde mij tijdens het proces serieus genomen door de initiatiefnemer.
* Item is omgekeerd (negatief in plaats van positief) en voor de analyse tegengesteld gecodeerd.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
Bijlage A | 4/7
Rijnveld en van Schie zeggen over de factor Het op een goede manier verstrekken van heldere procesinformatie dat mensen een sterke behoefte hebben om te begrijpen in welke situatie zij zich in bevinden. Heldere informatie over bijvoorbeeld de duur van het proces en de planning van beslismomenten, wie nog meer participeren en wie zij representeren en wat er gebeurt met de inbreng van alle partijen, kan daarbij helpen. Ook is timing een belangrijk onderdeel: “als omwonenden te laat worden betrokken, op het moment dat al een besluit is genomen, dan kan dat weerstand opwekken”. Ook is het van belang dat mensen snappen waarom het project (op die plek) wordt gerealiseerd: “Als er weerstand ontstaat tegen duurzame energieprojecten dan stellen omgevingspartijen in veel gevallen het nut en de noodzaak van het project ter discussie. Partijen die zich dicht bij het beoogde project bevinden vragen zich af waarom het moet worden ontwikkeld en waarom op die plek”. Het op een goede manier verstrekken van heldere procesinformatie 1
Ik kon voldoende informatie vinden over waarom de windturbines werden geplaatst.
2
Ik wist waar ik terecht kon als ik vragen had.
3
De gemeente of provincie heeft mij op de hoogte gesteld van het proces en de planning van belangrijke beslismomenten. Ik ben tijdig geïnformeerd over alle stappen in het proces rondom de ontwikkeling van het windpark.
4
A.1.3
5
Het was voor mij helder welke partijen er nog meer betrokken waren in het proces.
6
Ik begrijp hoe besluitvormers tot een keuze zijn gekomen.
Inhoudelijke criteria Ook de factor Inhoudelijke criteria bestaat zoals besproken in 2.4 uit drie factoren, die hierna één voor één in onderstaande volgorde worden behandeld: • Distributieve rechtvaardigheid (bijvoorbeeld door financiële participatie, de mate daarvan en de spreiding ervan binnen een gemeente); • Vertrouwde en gezamenlijke kennisbasis: men is het eens over de informatie die is ingewonnen en ten grondslag ligt aan het project; • Responsiviteit: hoe wordt omgegaan met signalen en zorgen uit de omgeving. De items voor Distributieve rechtvaardigheid komen met name voort uit de omschrijving van deze factor in Rijnveld en van Schie (2019): “Distributieve rechtvaardigheid heeft betrekking op een eerlijke verdeling tussen de lusten en de lasten van een project”.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
Bijlage A | 5/7
Distributieve rechtvaardigheid 1
De lusten en lasten van het windpark zijn op een eerlijke manier verdeeld.
2
Onze omgeving heeft een offer gebracht voor andere gebieden.*
3
Bij de ontwikkeling van het windpark ben ik benadeeld.*
* Item is omgekeerd (negatief in plaats van positief) en voor de analyse tegengesteld gecodeerd.
De items voor Vertrouwde en gezamenlijke kennisbasis komen met name voort uit de omschrijving van deze factor in Rijnveld en van Schie (2019). Item 4 komt voort uit een conclusie uit de Monitor Participatie hernieuwbare energie op land (Schwencke, van Rijn, Hoenkamp & Schreurs, 2020): “Het beste is als de direct omwonenden in een vroeg stadium persoonlijk benaderd worden.” Vertrouwde en gezamenlijke kennisbasis 1
Wanneer ik vragen had, werden deze snel en op heldere wijze beantwoord.
2
Ik heb de beschikbare informatie vanuit de initiatiefnemer als objectief en betrouwbaar ervaren.
3
De beschikbare informatie vanuit de initiatiefnemer was voor mij helder en begrijpelijk.
4
Ik ben persoonlijk benaderd door de initiatiefnemer van het windpark (bijvoorbeeld met een brief of e-mail).**
** Item is uiteindelijk verwijderd voor de analyse.
De items voor Responsiviteit komen met name voort uit de omschrijving van deze factor in Rijnveld en van Schie (2019): “Participatie biedt belanghebbenden de ruimte om hun ideeën en zorgen te delen met de initiatiefnemer en met anderen. (…) Het is voor de omgeving wel belangrijk dat er ook iets met hun inbreng wordt gedaan.” Responsiviteit
A.1.4
1
Ik heb het gevoel dat er iets met de inbreng en zorgen van de omwonenden is gedaan.
2
Ik voelde me gehoord door de initiatiefnemers.
Mate van interafhankelijkheid en mate van betrokkenheid Hoewel de laatste twee factoren van Rijnveld en van Schie (2019) met name in het kwalitatieve onderzoek terugkomen, hebben we er toch een aantal vragen over opgenomen in de vragenlijst. Het betreft een selectie van onderwerpen waarvan wij denken dat er ook een subjectieve kant aan zit, waarbij de beleving van omwonenden een rol zou kunnen spelen. Een voorbeeld is de factor Historie van een gebied of locatie waarbij er sprake kan zijn van verschillen tussen wat feitelijk is gebeurd en hoe dat door betrokken partijen is waargenomen of ervaren . Dit komt
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
Bijlage A | 6/7
bijvoorbeeld aan bod in het eerdere benoemde artikel uit het Parool (Van Zoelen, 2021), waarin een omwonende van een windpark vertelt over haar beleving: “Ik dacht: we hebben de Betuweroute en krijgen een railterminal. Waarom moet dat allemaal in onze achtertuin?”. Mate van interafhankelijkheid Evenwicht partijen in het gebied 1
Ik heb het gevoel dat de belangen van bepaalde betrokken partijen zwaarder meewogen dan die van mij.* Historie van een gebied of locatie
1 2
Voor mijn gevoel is deze omgeving vaker dan andere gebieden doelwit van grote projectplannen.* Mijn ervaring met andere projecten in de omgeving had een negatieve invloed gehad op mijn beleving van het proces rondom het windpark.*
* Item is omgekeerd (negatief in plaats van positief) en voor de analyse tegengesteld gecodeerd.
Mate van betrokkenheid Risico’s en onzekerheid 1
De eventuele risico's die het windpark met zich meebracht waren mij onduidelijk.*
* Item is omgekeerd (negatief in plaats van positief) en voor de analyse tegengesteld gecodeerd.
A.1.5
Belangstelling in het windpark Voor de betrouwbaarheid van de antwoorden, is het van belang dat respondenten bekend zijn met het windpark waarover ze bevraagd worden. Daarnaast is het interessant om te weten in welke mate respondenten belangstelling hebben (gehad) voor de ontwikkelingen rondom het windpark. Om te controleren voor bekendheid en belangstelling zijn de volgende vragen opgenomen in de vragenlijst. Bekendheid en belangstelling 1
Ik ben bekend met het windpark bij mij in de buurt.*
2
Ik voel me een omwonende van het windpark.
3
Ik heb me verdiept in de ontwikkeling van het windpark.
4
Ik heb een duidelijke mening over het windpark.
5
Ik heb interesse getoond in de ontwikkeling van het windpark.
* Item 1 is uiteindelijk als aparte factor ‘Bekendheid met het windpark’ opgenomen in de analyse.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
A.1.6
Bijlage A | 7/7
Overlast Om te controleren voor de ervaring van overlast zijn de volgende vragen opgenomen in de vragenlijst. De meeste vragen waren conditioneel. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat alleen wanneer respondenten aangaven dat zij op dit moment iets van windturbines merkten (vraag 2), zij de vraag kregen of ze overlast ervaren (vraag 2b). De antwoordopties (meerdere antwoorden mogelijk) voor item 1a en 2c waren: geluid; slagschaduw; natuur en milieu; financieel; gezondheid; horizonvervuiling; veiligheid; anders, namelijk… Overlast 1
Verwachtte u overlast of andere nadelige effecten van de windturbines voordat ze er stonden? [Ja of Nee]
1a Zo ja, op welk gebied? 2
Merkt u op dit moment iets van de windturbines? [Ja of Nee]
2b Ervaart u overlast of andere nadelige effecten van de windturbines? [Ja of Nee] 2c Zo ja, op welk gebied?
2d
Als u de mate van ervaren overlast of nadelige effecten een rapportcijfer moest geven waarbij '1' weinig betekent en '10' veel, welk cijfer geeft u het dan? [1 tot 10]
2e In hoeverre vindt u de ervaren overlast of nadelige effecten aanvaardbaar? [1 tot 5]
A.1.7
Klimaat Er zijn twee vragen opgenomen over de houding ten opzichte van het klimaat. Op vraag 1 konden de respondenten antwoorden op een schaal van 1 (veel zorgen) tot 4 (weinig zorgen), met 5 (weet ik niet). Klimaat 1
Maakt u zich in het algemeen zorgen over de uitstoot van broeikasgassen (CO2), klimaatverandering en de effecten daarvan voor het milieu? Zo ja, in welk mate?
2
Ik sta positief tegenover de energietransitie. Geef voor onderstaande stelling aan of u het hiermee oneens of eens bent.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
B
Bijlage B | 1/2
Betrouwbaarheidsanalyses Bij het opstellen van de vragenlijst is er gewerkt aan de hand van factoren. In Tabel B 1 is uiteengezet met welke stellingen de verschillende factoren en factoren zijn uitgevraagd. De verzameling stellingen waarmee een factor of factor wordt uitgevraagd noemen we een schaal. De volgende analyse is erop gericht inzicht te krijgen in de mate van samenhang (interne consistentie) tussen meerdere stellingen. De mate van samenhang, ook wel de betrouwbaarheid genoemd, van een schaal wordt uitgedrukt met de Cronbach’s alfa (α). Voor elk van de gebruikte schalen is de Cronbach’s alfa berekend om te bepalen of de items binnen die schaal inderdaad hetzelfde meten. Bij een aantal schalen bleek dat de Cronbach’s alpha, en dus de mate van samenhang, van de schaal zou toenemen bij het verwijderen van een stelling. Dit is een indicatie dat de betreffende stelling niet goed bij de overkoepelende factor past5. Wanneer dit het geval was, wordt dat hieronder aangegeven en toegelicht. Tabel B 1 Betrouwbaarheidsanalyse per schaal Cronbach’s alfa
Aantal stellingen
Bekendheid en belangstelling met het windpark*
.807
5
Houding ten opzichte van het windpark (toen)
.862
2
Houding ten opzichte van het windpark (nu)*
.909
8
Het geven van een stem aan omwonenden*
.793
6
Eerlijke en respectvolle behandeling
.799
4
Heldere procesinformatie
.889
6
Distributieve rechtvaardigheid
.755
3
Gezamenlijke kennisbasis*
.770
4
Responsiviteit
.827
2
Historie van het gebied
.670
2
Factor
*Om de mate van samenhang (de betrouwbaarheid) van de schaal te verhogen zijn er stellingen verwijderd.
Bekendheid met en belangstelling voor het windpark Cronbach’s alfa voor de 5-item schaal Bekendheid en belangstelling met het windpark was .807. Hoewel dit voor onderzoeksdoeleinden als adequaat kan worden beschouwd, bleek uit nadere analyse van de item-totaal statistieken van de vragenlijst dat de alfa zou toenemen naar .814 wanneer het item ‘Ik ben bekend met het windpark bij mij in de buurt’ verwijderd zou worden. Derhalve is het item uit 5
Dit is uit te leggen aan de hand van het voorbeeld belangstelling voor het windpark en bekendheid met het windpark. Hoewel deze twee factoren in een eerste instantie bedoeld waren als één factor, bleek uit de analyses dat de antwoorden op de stelling ‘Ik ben bekend met het windpark bij mij in de buurt’ afweken van de antwoorden op de andere stelling binnen de schaal. Dit is een indicatie dat deze stelling iets anders meet dan de andere stellingen.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
Bijlage B | 2/2
de schaal verwijderd. De analyses zijn dus gebaseerd op de antwoorden van de respondenten op de resterende vier items, onder de noemer Belangstelling voor het windpark. Het verwijderde item wordt apart meegenomen als Bekendheid met het park. Houding ten opzichte van het windpark (nu) Cronbach’s alfa voor de 8-item schaal Houding ten opzichte van het windpark (nu) was .909. Hoewel dit voor onderzoeksdoeleinden als uitstekend kan worden beschouwd, bleek uit nadere analyse van de item-totaal statistieken van de vragenlijst dat de alfa zou toenemen naar .925 wanneer het item ‘Ik sta onverschillig tegenover het windpark’ verwijderd zou worden. Derhalve is het item uit de schaal verwijderd. De analyses zijn dus gebaseerd op de antwoorden van de respondenten op de resterende zeven items. Het geven van een stem aan omwonenden Cronbach’s alfa voor de 6-item schaal Het geven van een stem aan omwonenden was .793. Hoewel dit voor onderzoeksdoeleinden als acceptabel kan worden beschouwd, bleek uit nadere analyse van de item-totaal statistieken van de vragenlijst dat de alfa zou toenemen naar .817 wanneer het item ‘Ik heb moeite moeten doen om betrokken te raken bij het proces rondom de ontwikkeling van het windpark (Reversed)’ verwijderd zou worden. Derhalve is het item uit de schaal verwijderd.
De analyses zijn dus gebaseerd op de antwoorden van de respondenten op de resterende vijf items. Gezamenlijke kennisbasis Cronbach’s alfa voor de 6-item schaal Gezamenlijke kennisbasis was .770. Hoewel dit voor onderzoeksdoeleinden als acceptabel kan worden beschouwd, bleek uit nadere analyse van de item-totaal statistieken van de vragenlijst dat de alfa zou toenemen naar .857 wanneer het item ‘Ik ben persoonlijk benaderd door de initiatiefnemer van het windpark (bijvoorbeeld met een brief of e-mail)’ verwijderd zou worden. Derhalve is het item uit de schaal verwijderd. De analyses zijn dus gebaseerd op de antwoorden van de respondenten op de resterende vijf items.
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
C
Bijlage C | 1/1
Demografische gegevens Tabel C 1 Overzicht aantal respondenten per windpark (n=2203) Alle respondenten (n = 2203)
Windpark
Succesvol beëindigde vragenlijst & bekend met het windpark (n = 1871)
Procesvragen ontvangen (n = 1427)
n
%
n
%
n
%
Autena
531
24,1%
429
22,9%
281
19,7
AVRI
576
26,1%
496
26,5%
373
26,1
Spui
551
25,0%
474
25,3%
368
25,8
Veenwieken
545
24,7%
472
25,2%
405
28,4
totaal
2203
100%
1871
100%
1427
100%
Het grote verschil (sterke afname) in het aantal respondenten van windpark Autena tussen dataset 1871 naar 1427 wordt verklaard door de antwoorden op de vraag “Was het windpark al gebouwd toen u in deze omgeving kwam wonen?” (Tabel C2). Hieruit wordt duidelijk dat er bij windpark Autena aanzienlijk meer mensen dan bij de andere windparken pas na de bouw van het windpark in de omgeving zijn komen wonen. Tabel C 2 Overzicht van antwoorden op de vraag “Was het windpark al gebouwd toen u in deze omgeving kwam wonen?” per windpark (n=1871)
Autena AVRI Spui Veenwieken totaal
Was het windpark al gebouwd toen u in deze omgeving kwam wonen? Ja Nee Zeg ik liever niet totaal 112 311 6 429 75 420 1 496 57 417 0 474 43 429 0 472 287 1577 7 1871
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
D
Bijlage D | 1/12
Representativiteit respondentengroep
Tabel D 1 Populatiecijfers van CBS zonder leeftijdscategorieën <= 15 (N = 77365) in % (ratio "n per categorie geslacht + leeftijd" / "n per windpark") Populatie zonder leeftijdscategorieën <17 (N = 77365) in % (ratio "n per categorie geslacht + leeftijd" / "n per windpark") Autena Mannen
Vrouwen
18-20
3,8%
21-29
6,4%
30-39 40-49
AVRI totaal
Mannen
Vrouwen
3,4%
7,2%
4,2%
6,9%
13,3%
6,9%
7,9%
8,4%
16,3%
7,5%
7,6%
15,1%
50-59
8,2%
8,4%
60 of ouder
14,7%
48,5%
Spui totaal
Mannen
Vrouwen
4,2%
8,3%
3,8%
6,2%
13,2%
6,8%
6,8%
6,7%
13,5%
7,5%
8,1%
15,7%
16,7%
9,3%
9,1%
16,8%
31,5%
14,4%
51,5%
100,0%
49,2%
De Veenwieken totaal
Mannen
Vrouwen
totaal
3,5%
7,2%
4,2%
3,9%
8,1%
6,5%
13,4%
6,9%
6,3%
13,2%
7,5%
8,0%
15,5%
6,8%
6,3%
13,1%
7,2%
7,8%
15,0%
7,7%
7,8%
15,4%
18,4%
8,1%
8,8%
16,8%
9,0%
8,5%
17,5%
16,5%
30,9%
15,5%
16,6%
32,1%
16,1%
16,7%
32,7%
50,8%
100,0%
48,9%
51,1%
100,0%
50,6%
49,4%
100,0%
17 of jonger
zeg ik liever niet totaal per categorie
Tabel D 2 Gegevens respondenten (n = 1871) in percentages. Ratio "n per categorie geslacht + leeftijd" / "n per windpark") Steekproef (n = 1871) in % (ratio "n per categorie geslacht + leeftijd" / "n per windpark"), Autena
AVRI
Spui
De Veenwieken
Mannen
Vrouwen
totaal
Mannen
Vrouwen
totaal
Mannen
Vrouwen
totaal
Mannen
Vrouwen
totaal
17 of jonger
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,2%
0,0%
0,2%
18-20
0,5%
0,5%
0,9%
0,2%
0,0%
0,2%
0,4%
0,2%
0,6%
0,2%
0,4%
0,6%
21-29
1,9%
2,6%
4,5%
4,1%
3,9%
8,0%
1,9%
2,2%
4,1%
3,4%
1,5%
4,9%
30-39
11,1%
6,1%
17,2%
8,2%
6,7%
14,9%
6,0%
3,4%
9,5%
7,7%
4,5%
12,2%
40-49
8,7%
5,9%
14,6%
11,5%
5,3%
16,8%
10,3%
6,7%
17,0%
9,2%
6,8%
16,0%
50-59
12,5%
8,7%
21,2%
13,9%
8,4%
22,3%
13,8%
7,1%
20,9%
16,2%
9,2%
25,4%
60 of ouder
28,7%
12,2%
40,9%
27,8%
10,0%
37,8%
34,3%
13,1%
47,4%
28,0%
12,0%
40,0%
zeg ik liever niet
0,2%
0,5%
0,7%
0,0%
0,0%
0,0%
0,4%
0,0%
0,4%
0,2%
0,4%
0,6%
totaal per categorie
63,5%
36,5%
100,0%
65,6%
34,4%
100,0%
67,2%
32,8%
100,0%
65,2%
34,8%
100,0%
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
E
Boxplots per windpark
E.1.1
Bekendheid met het windpark
E.1.2
Betrokkenheid bij het windpark
Bijlage E | 2/12
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
E.1.3
Toenmalige houding ten opzichte van het windpark
E.1.4
Huidige houding ten opzichte van het windpark
Bijlage E | 3/12
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
E.1.5
Rapportcijfer windpark nu
E.1.6
Inpassing landschap
Bijlage E | 4/12
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
E.1.7
Het geven van een stem aan omwonenden
E.1.8
Respectvolle en eerlijke behandeling
Bijlage E | 5/12
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
E.1.9
Heldere procesinformatie
E.1.10
Distributieve rechtvaardigheid
Bijlage E | 6/12
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
E.1.11
Gezamenlijke en objectieve kennisbasis
E.1.12
Responsiviteit
Bijlage E | 7/12
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
E.1.13
Evenwicht partijen en belangen in het gebied
E.1.14
Beleving historie van het gebied/locatie
Bijlage E | 8/12
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
E.1.15
Beleving risico’s en onduidelijkheden
E.1.16
Verwachte soorten overlast (keuze uit 8 soorten overlast in totaal)
Bijlage E | 9/12
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
E.1.17
Ervaren soorten overlast (keuze uit 8 soorten overlast in totaal)
E.1.18
Ernst van de ervaren overlast (op een schaal van 1-10)
Bijlage E | 10/12
TNO-rapport | TNO 2022 P10127
E.1.19
Onaanvaardbaarheid van de ervaren overlast
E.1.20
Zorgen klimaat
Bijlage E | 11/12