44.Raadsinformatiebrief THV beleid fysieke leefomgeving 2023-2026
Tekst van het document
Er zijn algemene uitgangspunten (paragraaf 4.3.2 Omgevingswet) die zaken als veiligheid en het beschermen van de gezondheid in het kader van maatwerkvoorschriften waarborgen.
Het toetsniveau wat wij als basis hanteren per type activiteit en aanvraag is weergegeven in
Verder zijn er ook meer specifieke uitgangspunten, zoals toegankelijkheid van bouwwerken
bijlage 2. Dit niveau voor het toetsen van aanvragen aan de van toepassing zijnde regelgeving,
voor mensen met een functiebeperking en het toepassen van de beste beschikbare technieken.
wordt toegepast bij de verschillende activiteiten en meldingen en aanvragen, tenzij een specifiek
Maatwerkvoorschriften zijn niet onbeperkt mogelijk. Beoordelingsregels voor vergunningen en de
niveau in dit beleid of aanhangend uitvoeringsplan is opgenomen. Daarnaast kunnen niet voorziene
eisen aan vergunningvoorschriften gelden vaak ook voor maatwerkvoorschriften. Mogelijkheden
gevallen en omstandigheden leiden tot een afwijking van dit basisniveau.
zijn aangeduid in het Bal en Bbl.
6.1.4.4 Besluit
Bij het opstellen van maatwerkvoorschriften is het belangrijk dat ook aandacht wordt besteedt aan
Wij nemen een besluit op een ontvankelijke aanvraag. Dit besluit is schriftelijk en zenden wij toe
de handhaafbaarheid van deze voorschriften. Daarom zal de gemeente Nissewaard bij het opstellen
aan de aanvrager dan wel zijn gemachtigde. Aan dit besluit kunnen wij voorwaarden verbinden.
van eventuele maatwerkvoorschriften zowel toezichthouders als handhavers betrekken zodat
Het besluit wordt door ons gepubliceerd. Wij houden rekening met de wettelijke beslistermijnen en
inzichtelijk wordt hoe we hier ook na vergunning of na het maatwerkbesluit mee opgegaan moet
kunnen deze ook eenzijdig en of in overleg met de aanvrager verlengen.
worden.
6.1.4.5 Maatwerkvoorschriften
6.1.4.6 Gelijkwaardige maatregel
Het Bal en Bbl bieden mogelijkheid tot maatwerkvoorschriften. Er zijn twee typen
Op grond van artikel 4.7, eerste lid, van de Omgevingswet kan in plaats van een in een algemene
maatwerkvoorschriften:
regel voorgeschreven maatregel (zoals een technische bouw eis in het Bbl) toestemming worden verleend om in plaats daarvan een gelijkwaardige maatregel te treffen. We bedoelen hiermee
• gekoppeld aan vergunning, dan is een maatwerkvoorschrift een vergunningvoorschrift;
regels waaruit een vergunningplicht voortvloeit. De gelijkwaardige maatregel moet ten minste
• een separaat maatwerkbesluit (los van een vergunning).
hetzelfde resultaat bereiken als met de voorgeschreven maatregel is beoogd. Maatregelen op het gebied van omgevingsveiligheid hebben als doel om mensen in gebouwen te beschermen tegen
Met een maatwerkvoorschrift kan de gemeente afwijken van algemene regels. De gemeente kan
de effecten van een van buiten komende brand of explosie. Een voorbeeld is een opvanggeul
met maatwerkvoorschriften bijvoorbeeld:
voor uitstromende brandbare vloeistoffen die soms gelijkwaardig of beter beschermt dan een brandwerende gevel (wat eigenlijk de technische eis is).
• algemene regels nader invullen of aanvullen; • eisen opstellen die strenger of minder streng zijn dan de algemene regels; en
De gelijkwaardige maatregel wordt opgenomen als extra voorschrift in de vergunning.
• afwijken van een verbod in algemene regels.
Ketenpartners zoals de Veiligheidsregio (VRR) en de Omgevingsdienst (DCMR) kunnen hierover adviseren.
26
6.1.4.7 Overige activiteiten in het kader van vergunningverlening
Het Bouwbesluit 2012 en Bbl geven landelijk geldende regels voor de technische eisen waaraan
De volgende activiteiten zijn overige activiteiten die mogelijk zijn in het kader van
bouwwerken dienen te voldoen. Het bevat voorschriften met betrekking tot het bouwen van
vergunningverlening. Indien zij in grote mate voorkomen dan kunnen zij van invloed zijn op de
bouwwerken uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en
capaciteit.
milieu.
• Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit;
Het toetsen van elke aanvraag aan alle aspecten van het Bouwbesluit 2012 is binnen de huidige
• Wijzigen omgevingsvergunning;
formatie niet mogelijk en ook niet noodzakelijk. Bij vergunningverlening vindt prioritering plaats
• Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning;
door specifieke keuzes te maken in het niveau van diepgang van toetsing van de aanvraag. Niet alle
• Intrekken omgevingsvergunning;
aspecten van het Bouwbesluit 2012 zijn namelijk voor alle bouwwerken van even groot belang bij
• Beoordeling onderzoeksrapporten (zonder omgevingsvergunning);
een preventieve toets.
• Niet genoemd besluit op aanvraag; • Magneet activiteiten.
Bij het toetsen van bouwaanvragen aan het Bouwbesluit 2012 (of Bbl) legt de gemeente nadruk op de constructieve veiligheid en brandveiligheid. Dit is vertaald in de Landelijke de toets matrixtoets
6.1.4.8 Activiteiten
matrix Bouwbesluit, zie bijlage 4. Deze matrix geldt als specifieke basis voor de bouwtechnische
Vanuit bovenstaande algemene uitgangspunten voor vergunningen is hieronder verder uitgewerkt
toets en voor toetsing aan het Bbl, waarbij op basis van inhoud een vertaling van bouwbesluit naar
hoe wij omgaan met specifieke activiteiten.
Bbl kan worden verkregen. De aandacht voor de overige aspecten uit het Bouwbesluit kan per jaar afhankelijk van factoren verschillen, zoals de ervaringen uit voorgaande jaren, werkaanbod
6.1.4.8.1 Bestemmingsplan / Omgevingsplan
en capaciteit. In het jaarlijkse uitvoeringsplan kan worden aangegeven waar in dat jaar specifiek
Aanvragen van omgevingsvergunningen voor het bouwen worden beoordeeld aan het vigerende
aandacht aan wordt geschonken.
bestemmingsplan, beheersverordening, voorbereidingsbesluit, exploitatieplan (hierna: bestemmingsplan) overeenkomstig artikel 2.10 lid 1 onder c van de Wabo en andere bepalingen
Op basis van risicomatrix (Infoblad Veiligheid en gezondheid Bouw- en sloopwerkzaamheden,
waar een beoordeling aan het bestemmingsplan is opgenomen, zoals in de Apv.
VNG feb 2023, of recenter) bepalen wij óf en welke fase een bouwveiligheidsplan nodig is. Dit kan betekenen dat wij het bouwveiligheidsplan in de vooroverleg of de vergunningen fase opvragen.
6.1.4.8.2 Bouw (technisch) Uitgangpunt bij vergunningen is dat burgers en bedrijven verantwoordelijk zijn voor het indienen van goede en volledige aanvragen. De aanvraag vormt immers de basis voor de te verlenen vergunning. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag voor het bouwen maken wij de knip tussen Bouwtechnisch (Bouwbesluit of Bbl) en het overige beoordelingskader, zoals de bouwverordening, welstand en het bestemmingsplan. Hiermee anticiperen wij op de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) ook wat betreft de toets niveau.
27
6.1.4.8.3 Sloop en Bouwhinder
Bij haar advisering kijkt de commissie naar hoe het plan past in de omgeving, hoe het ontwerp
Bij de uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden, en de hinder daarvan zoals bedoeld in
eruit komt te zien en welke materialen zijn gebruikt. Bij het formuleren van haar advies hanteert
afdeling 8.1 van het Bouwbesluit 2012, of diens rechtsopvolger (Bbl), kunnen wij aan de uitvoerder
de commissie de actuele beleidsrichtlijnen van de gemeente, en werkt in de geest van de
van de werkzaamheden vragen om een plan op te stellen om hinder aantoonbaar te voorkomen
Omgevingswet.
en te monitoren. De communicatie met de omgeving over bouw-en sloopwerkzaamheden is een primaire verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer.
6.1.4.11 Beoordeling Bouwverordening De beoordeling aan de bouwverordening ziet op de milieukundige bodemkwaliteit. Hierbij treedt
6.1.4.9 Brandveiligheid
de DCMR op als adviseur bij de beoordeling van ingediende rapporten.
Aanvragen om vergunningen in verband met nieuwbouw, uitbreiding en verbouw (minimaal voor zover dit ziet op gevolg klasse 2 of hoger) worden door ons, ter beoordeling en advies
6.1.4.12 Slopen /asbest
(met betrekking tot het Bbl) voorgelegd aan de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (hierna;
Voor slopen geldt een meldingsplicht of (indien in bestemmingsplannen of Erfgoedverordening
VRR). Voorliggende casuïstiek kan aanleiding geven om beoordeling en advies te vragen aan de
bepaald) een vergunningplicht (Opa). De beoordeling en behandeling van de sloopmelding op het
VRR. Gelijkwaardigheden en of gelijkwaardige maatregelen worden aan de VRR voorgelegd, ter
aspect asbest wordt door de DCMR namens de gemeente gedaan.
beoordeling en advies. De aanvraag om een vergunning voor het slopen (in verband met bestemmingsplan of Meldingen en vergunningen die zien op brandveilig gebruik zenden wij ter behandeling en
Erfgoedverordening) wordt op de van toepassing zijnde thema’s beoordeeld.
beoordeling door aan de VRR. 6.1.4.13 Erfgoed Onder de Ow is de gebruiksvergunning vervallen, maar geldt voor bepaalde gebouwen nog wel een
De omgevingsvergunning voor monumenten (wijziging), beeldbepalende panden (cultuurhistorisch
meldingsplicht. In artikel 6.6 Bbl is een tabel opgenomen waarin per gebruiksfunctie is aangegeven
waardevolle objecten) en beschermde stads- en dorpsgezichten vergt bijzondere aandacht om
vanaf welk aantal mogelijk aanwezige personen sprake is van een meldingsplicht voor brandveilig
te voorkomen dat onomkeerbare schade wordt toegebracht aan (cultuurhistorisch) erfgoed. De
gebruik van het bouwwerk.
Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zal in de wettelijk voorgeschreven gevallen voor advies worden gevraagd.
Op grond van artikel 6.7 Bbl moet de gebruiksmelding 4 weken voor het begin van het gebruik worden gedaan. In artikel 6.8 staan de gegevens en bescheiden die moeten worden ingediend.
Naast de gebruikelijke beoordeling van de aanvraag via de (gemeentelijke) monumentencommissie ligt het voor de hand dat bij de toetsing van aanvragen om monumentenvergunningen wordt
6.1.4.10 Beoordeling welstand
aangesloten bij de toetsingsstrategie voor omgevingsvergunningen activiteit bouwen. Immers, voor
De beoordeling aan redelijke eisen van welstand wordt gedaan op grond van criteria die voor
vrijwel alle veranderingen aan een monument is ook een omgevingsvergunning vereist. Door de
welstand van toepassing zijn. Deze beoordeling wordt ambtelijk uitgevoerd in aangewezen gevallen.
intensiteit van toetsing en toezicht te vergroten als het een monument betreft, kan een afdoende
De welstandscommissie / gemeentelijke advies commissie beoordeeld in de overige gevallen. De
waarborg tegen vernietiging van monumentale waarden worden verkregen.
boordelingen worden vastgelegd.
28
29
6.1.4.14 Ruimtelijke ordening
bevoegd gezag (Provincie Zuid-Holland) van de Wet natuurbescherming om daar afstemming over
Bij de beoordeling van aanvragen voor het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening
de wetnatuurbescherming te verkrijgen. Het toezicht van de Wet natuurbescherming heeft het
(zoals bepaalt in artikel 2.1, lid 1 sub c van de Wabo ) hanteren wij het wettelijk beoordelingskader
bevoegd gezag bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid belegd.
van goede ruimtelijke ordening. Dit wordt nader vormgegeven door de onderhavige aanvraag, jurisprudentie en aanverwante regels van bestuursorganen. De gemeenteraad van de gemeente
6.1.4.18 Evenementen
Nissewaard heeft aangegeven in welke gevallen het afgeven van een verklaring van geen
Aanvragen en meldingen voor evenementen worden onder andere getoetst aan de leidraad
bedenkingen is overgelaten aan het college. Hiervoor in de plaats zal het adviesrecht van de raad
evenementen van de gemeente Nissewaard en het bestemmingsplan. Indien B en C evenementen
komen, na inwerkingtreding van de Omgevingswet.
plaatsvinden in tijdelijke bouwwerken, vindt de toetsing plaats aan het Bouwbesluit 2012, overeenkomstig COBc Richtlijn “Constructieve Toetsingscriteria Evenementenvergunning” versie
6.1.4.15 Omgevingsplanactiviteit
november 2018. De overige evenementen worden getoetst overeenkomstig het algemene toets
De evenwichtige toebedeling van functies onder de Omgevingswet is bij vergunningaanvragen
niveautoets niveau. Alle categorie evenementen worden aan de VRR voorgelegd, ter beoordeling
met een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit ((B)opa) aan de orde. De gemeente bereidt een
en advies. De VRR beoordeeld aan de hand van de regionale handreiking Publieksevenementen
stappenplan Bopa voor om dit proces vorm te geven. Het vooraf aan de vergunningaanvraag
Rotterdam-Rijnmond, Besluit brandveilig gebruik en de basishulpverlening overige plaatsen (hierna
doorlopen van het proces Verkennen en begeleiden initiatief (VBI) bevordert de behandeling
Bgbop), en overige relevante kaders.
van een aanvraag voor deze activiteit. Indien blijkt dat een initiatiefnemer het proces VBI heeft overgeslagen en direct een vergunningaanvraag indient, dan kunnen wij de
Het is van belang dat organisatoren een melding of vergunningaanvraag tijdig indienen. Bij een
uitgebreide voorbereidingsprocedure op die aanvraag hanteren, in plaats van de reguliere
niet tijdige indiening spreken wij de organisatoren daarop aan en wijzen hen op het belang van
voorbereidingsprocedure. Tevens kunnen wij aandringen op het intrekken van de aanvraag het
tijdig indienen en hun eigen verantwoordelijkheid hierin. De aanvraag kan om deze reden buiten
alsnog doorlopen van het VBI proces.
behandeling worden gelaten. Afhankelijk van het soort evenement en de complexiteit maken we een afweging of de vergunningaanvraag alsnog kan worden behandeld.
Onder de omgevingsplanactiviteit vallen de onderwerpen van omgevingsplan van rechtswege. Deze bandbreedte zal veranderen gedurende transitie fase van bestemmingsplan naar omgevingsplan.
6.1.4.19 Apv overig
Wij werken hierbij aan het continu verbeteren van deze processen, mede op basis van praktijk
De overige vergunningen, meldingen en ontheffing in de APV die binnen de scope van dit VTH
ervaringen.
beleid vallen worden overeenkomstig het beoordelingskader behandeld. Daarbij is het algemene toets niveautoets niveau van toepassing.
6.1.4.16 APV kap en inritten Voor het realiseren van activiteiten die als wettelijke basis in de APV zijn geregeld, vindt toetsing primair plaats op basis van de bepalingen in de APV. 6.1.4.17 Natuurbescherming Indien een activiteit van een omgevingsvergunning gevolgen kan hebben voor beschermde diersoorten en gebieden als bedoeld in de Wet natuurbescherming, dan heeft het nadrukkelijk niet de voorkeur om de beoordeling en toestemming in brede zin via de gemeente te laten lopen. De gemeente verwijst hiervoor naar de uitvoerende partij (omgevingsdienst Haaglanden) van het
30
6.1.4.20 Exploitatie horeca
6.1.4.23 Samenwerking bij de vergunningen
De exploitatievergunning biedt de mogelijkheid preventief te toetsen. Daarbij is mede van belang
Vergunningaanvragen worden besproken in een afstemmingsoverleg, waarbij vanuit de benodigde
in welke mate van het bedrijf zelf overlast is te verwachten, maar ook in welke mate de komst
disciplines wordt beoordeeld of een toetsing noodzakelijk is. Afhankelijk van de aangevraagde
van het bedrijf de leefbaarheid en het karakter van de buurt aantasten. Bij de beoordeling van de
activiteit vindt samenwerking plaats met diverse interne en externe adviseurs.
aanvraag let de burgemeester op de aard van de inrichting, de mate van de te constateren overlast, het karakter van de omgeving (de straat en de wijk) en de (justitiële) achtergrond van de beheerder.
Voor de kwaliteit van de specialistische bouwplantoetsing (bouwfysica, bouwakoestiek,
Bij de “aard van de inrichting” wordt gekeken naar het soort horeca (bijvoorbeeld discotheek of
constructieve veiligheid) werken wij samen met externe adviseurs. Toetsing van de
lunchroom) in relatie tot overlast en het bestemmingsplan. Bij de mate van overlast valt te denken
brandveiligheidsaspecten vindt plaats door de VRR . Bouwplannen in de gebieden waarvoor
aan de overschrijding van de sluitingstijden die de exploitant hanteert en overlast van bezoekers
welstandseisen gelden en aanvragen voor monumenten worden voorgelegd aan de gemeentelijke
(door parkeren en verkeerslawaai). Bij het karakter van de omgeving moet worden gedacht aan
adviescommissie.
de verkeersituatie, aantal beschikbare parkeerplaatsen voor bezoekers, afstand tot woningen, breedte van de straat, etc. De gemeente heeft hiermee een middel in handen om overlast gevende horeca inrichtingen aan te pakken. Deze vorm van reguleren biedt voordelen in het kader van het waarborgen van de leefomgeving. Tevens kan een dergelijke vergunning preventief werken. De gemeente hanteert een handhavingsprotocol voor horeca. Dit wordt geactualiseerd en eiland breed (Voorne-Putten) van toepassing zal worden verklaard. In het handhavingsprotocol wordt opgenomen hoe de gemeente zal acteren op overtredingen in en rondom horeca inrichtingen. Het gaat dan met name om overtredingen die te herleiden zijn naar ondernemers en/of klanten. De gemeente hanteert daarnaast ook een Bibob beleid. 6.1.4.21 Alcoholvergunning Een Alcoholvergunning is vereist voor ieder bedrijf dat, of andere organisatie die, alcoholhoudende dranken schenkt en/of verkoopt. Deze vergunning wordt verleend op grond van de Alcoholwet, maar ook de APV bevat bepalingen rondom horecagelegenheden en paracommerciële inrichtingen, zoals buurthuizen en sportkantines. 6.1.4.22 Ontheffing alcoholwet Naast een vergunning kent de Alcoholwet ook een ontheffing (artikel 35 Alcoholwet). Het betreft een tijdelijke ontheffing voor de verstrekking van zwak-alcoholische dranken.
Artikel 35 is niet alleen van toepassing bij evenementen maar bij “bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen”.
31
6.1.5 TOEZICHTSTRATEGIE
daaropvolgende handhaving zijn gerelateerd aan de mate van toezicht. Deze vertaling komt terug in
Het besluit omgevingsrecht (Bor) geeft slechts in algemene bewoordingen aan hoe toezicht
het jaarlijks uitvoeringsplan.
georganiseerd dient te worden. Op grond van het Bor moet het bestuursorgaan inzicht geven in de wijze waarop toezicht op de naleving van wet- en regelgeving wordt uitgeoefend. In de gemeente
Door het stellen van prioriteiten is niet gezegd dat geen aandacht wordt besteed aan de
Nissewaard vindt toezicht in een vorm en intensiteit plaats welke leidt tot een adequate naleving
beleidsvelden met een lage prioriteit. Daarbij moet ook steeds in acht worden genomen dat een
van wet en regelgeving.
verzoek om handhaving in behandeling moet worden genomen, vanwege de beginselplicht tot handhaving en niet zomaar terzijde kan worden geschoven. De beginselplicht tot handhaving kan
6.1.5.1 Vormen van toezicht
dus de prioriteiten uit dit beleid doorkruisen.
Bij het houden van toezicht kunnen verschillende methoden worden gebruikt. Het onderscheid is van belang omdat per activiteit en per beleidsterrein de aspecten waar de controle zich op richt
Elk beleidsveld heeft zijn specifieke taken die uitgevoerd moeten worden. Wel is de wijze waarop
verschillend kan zijn. Het is effectief om verschillende vormen van controles te hanteren, welke
toezicht en handhaving wordt uitgevoerd verschillend qua frequentie van toezicht en intensiteit. Dit
zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden.
vertaalt zich uiteindelijk ook in de inzet van mensen en middelen.
• Toezicht op naleving van vergunningen, meldingen en ontheffingen.
6.1.5.3 Basis toezicht niveau
• Toezicht naar aanleiding van meldingen, klachten en verzoeken van derden.
Het niveau van toezicht wat plaatsvindt op basis een vergunning, melding, ontheffing of andere
• Thema / branche toezicht; op initiatief van bevoegd gezag, gericht op thema of branche.
toestemming valt onder de noemer vergunning gebonden toezicht. Dit toezicht is er op gericht
• Gebied / locatie toezicht; op initiatief van bevoegd gezag, gericht op gebied of locatie.
om na te gaan of en in welke mate aan de vergunning en aan de daaraan verbonden voorschriften
• Veldtoezicht / surveillance; algemeen, zonder directe aanleiding tijdens rondgang toezichthouder.
wordt voldaan.
• Administratief toezicht; toezicht aan de hand van databronnen. • Routine / planmatig toezicht; gepland of terugkerend toezicht.
Het toezicht niveau dat wij hierbij als basis hanteren is per activiteit weergegeven in bijlage 2. Dit niveau voor toezicht wordt toegepast bij de verschillende activiteiten en meldingen en aanvragen,
Onder toezicht wordt verstaan: het feitelijk toezien op naleving van wet- en regelgeving door het
tenzij een specifiek niveau in dit beleid of uitvoeringsplan is opgenomen. Daarnaast kunnen niet
uitvoeren van controles.
voorziene gevallen en omstandigheden leiden tot een afwijking van dit basis niveau.
In de uitvoering is er een onderscheid gemaakt tussen vergunning gebonden toezicht (preventief)
Reactief en actief toezicht
en de overige toezicht soorten (repressief). Dit onderscheid is ingegeven door de aanleiding,
Als basis wordt toezicht gehouden op de naleving van vergunningen, meldingen en ontheffingen.
doelstelling en inzet van het toezicht.
We hanteren in de basis dat het overige toezicht plaats vindt op basis van (externe) meldingen. Dit is reactief en wordt doorgaans beschreven als het zogenaamde ‘piep systeem’. Uitzonderingen op het
6.1.5.2 Prioriteiten bij toezicht
reactieve toezicht is de toezicht op het brandveilig gebruik. Ook in het VTH uitvoeringsplan kunnen
Het is niet mogelijk om toezicht te houden op alle activiteiten en op elk onderdeel daarvan.
onderwerpen en projecten van reactief toezicht worden opgenomen.
Daarom is het nodig om risicogericht en geprioriteerd toezicht te houden. Dit heeft een algemene en specifieke doorwerking. Algemeen in de zin van waarop en wanneer toezicht plaatsvindt. Specifiek in de zin van welke mate en op welke (deel) onderwerpen toezicht plaatsvindt. Dit verschilt sterk per onderwerp. De beschikbare capaciteit van de voor de uitvoering van toezicht en
32
6.1.5.4 Toezicht op de bouw (technisch)
Bij grote bouwwerken (zoals gevolg klasse GK 2 en 3) of onderwerpen waaraan prioriteit is
Het toezicht op technische bouwactiviteiten en de omgevingsveiligheid vindt plaats in de
toegekend, ligt het voor de hand dat (vrijwel) alle toezichtmomenten worden ingevuld. Het is
realisatiefase. Dit toezicht ziet op de naleving van de omgevingsvergunning en de algemene
dan zelfs mogelijk dat binnen deze toezichtmomenten meerdere controlebezoeken op meerdere
voorschriften (zoals omgevingsveiligheid) uit het Bouwbesluit en BBL. Het is van belang dat
aspecten binnen de betreffende bouwfase voor het invullen van één toezichtmoment nodig zijn.
er tijdens het bouwen van een bouwwerk toezicht wordt gehouden op een aantal belangrijke
In het toezichtprotocol voor bouwen wordt per type bouwwerk het daadwerkelijke toezichtniveau
aspecten uit het bouwproces. Het is echter niet efficiënt en daarnaast praktisch onmogelijk om elk
en het aantal momenten vastgelegd evenals welke van de gedefinieerde momenten tijdens het
bouwwerk op elk bouwonderdeel in de realisatiefase te controleren. Toezicht zal zich dan ook juist
bouwproces worden gecontroleerd.
richten op de cruciale momenten/fasen in een bouwproces, afhankelijk van het type bouwwerk en de prioriteit die aan de betreffende taak is gegeven.
Een constatering tijdens bouwproces kunnen aanleiding geven om (eventueel na intern overleg) het toezichtniveau op een specifieke vergunning te veranderen.
De gemeente Nissewaard past als basis het landelijke toezichtprotocol van vereniging Bouw- en woningtoezicht Nederland toe bij het risicogericht toezicht op de technische bouwactiviteit. Dit toezichtprotocol van de vereniging Bouw- en woningtoezicht Nederland is een landelijk instrument voor het bepalen van de mate van toezicht. Dit toezichtprotocol beschrijft op een transparante wijze wat een toezichthouder dient te controleren op de bouw. Hiervoor worden objectieve criteria gegeven en de resultaten van de controle worden traceerbaar vastgelegd. Door het toezicht niveau eenduidig (bestuurlijk) vast te leggen, wordt de algehele kwaliteit van toezicht verbeterd en de uitvoering van adequaat toezicht geborgd. Kenmerkend is een heldere keuze voor prioriteiten: aandachtspunten met een hoge prioriteit krijgen meer tijd dan deze met een lage prioriteit. Hierdoor kan op een efficiënte wijze met middelen (tijd/capaciteit) worden omgegaan. In de toezichtmatrix is een gewogen basisniveau aangegeven. Het huidige werkaanbod maakt dat de toepassing van dit basisniveau niet te realiseren is met de beperkt beschikbare capaciteit. Dit aangepaste niveau wordt vastgelegd in het jaarlijks uitvoeringsplan. Een goede afstemming tussen de vergunningverlener en de bouwkundig toezichthouder is van belang. Dit zodat aandachtspunten kunnen worden doorgegeven en meegenomen in het toezicht.
Het is voorstelbaar dat bij kleinere bouwwerken (zoals gevolg klasse 0) volstaan kan worden met een selectie van voornoemde toezichtmomenten. Enkel een gevel controle, of controle op basis van ‘Streetview’ kan voldoende zijn om te beoordelen of aannemelijk is dat de activiteiten overeenkomstig de vergunning zijn uitgevoerd.
33
6.1.5.5 Toezicht bouwactiviteiten ruimtelijk Het toezicht op de naleving van omgevingsvergunningen voor het ruimtelijke aspect (zoals welstand en ruimtelijke ordening) vindt plaats al dan niet gecombineerd met het toezicht op de samenhangende bouwactiviteit en omgevingsveiligheid. Dit overeenkomstig het van toepassing zijn de toezicht niveau 6.1.5.6 Toezicht op sloopwerken Preventieve toezicht op sloopwerkzaamheden vindt plaats naar aanleiding van meldingen (Bouwbesluit en BBL). Er kan sprake zijn van samenhang tussen asbest sanering, bouwwerkzaamheden en bijzondere lokale omstandigheden (zoals centrum gebied en nabij gelegen monumenten, beschermd stadsgezicht). Toezicht op asbest werkzaamheden is gelegen bij de DCMR. Als sprake is van samenhangende werkzaamheden en of omstandigheden dan zal dit betrokken worden in het toezichtniveau. Er is onderscheid gemaakt in sloopactiviteiten waar asbest vrij komt en sloopactiviteiten zonder asbestverwijdering. Als de sloopactiviteit enkel ziet op het saneren van asbest, dan is de volledige toezichttaak bij de DCMR belegd. Als naast asbest sanering, ook andere (bouwkundige) sloop werkzaamheden (> 10m³ sloopafval) aan de orde zijn, dan vindt toezicht op de sloopwerkzaamheden plaats door de gemeente, terwijl DCMR toezicht houdt op de asbest sanering. Hierover vindt over en weer actieve afstemming en communicatie plaats.
34
6.1.5.7 Toezicht op brandveiligheid
De VRR hanteert risico gericht toezicht, op basis waarvan bepaald wordt welk bouwwerk, wanneer,
Het preventief toezicht op de brandveiligheid onderscheidt zich in;
op welke punten en in welke mate wordt gecontroleerd. Gelet op de inwerkingtreding van de Wkb en de Ow wordt dat nog nader uitgewerkt door de VRR. In het uitvoeringsplan kan dit (jaarlijks)
• Toezicht op de uitvoering van bouwwerkzaamheden op basis van een omgevingsvergunning
worden vastgelegd.
bouwtechnisch. • Toezicht op de oplevering van een omgevingsvergunning en/of melding brandveilig gebruik.
6.1.5.8 Preventief toezicht op aanleg en kap
• Het risicogericht toezicht op naleving van de brandveiligheidsvoorschriften bij bestaand gebruik.
In geval van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit wordt volstaan met maximaal één toezichtmoment op het moment van aanvang van de werkzaamheden. Dan wordt met de
Bij toezicht op gebouwen in gevolgklasse 2 en 3 wordt met het oog op de brandveiligheid, het
vergunninghouder doorgesproken waarop de vergunning betrekking heeft en hoe het werk
toezicht en de eindoplevering van de vergunning (bouwtechnisch) gezamenlijk met de VRR
uitgevoerd dient te worden. Opleveringscontroles zijn – in sommige gevallen - niet noodzakelijk, de
uitgevoerd, indien de VRR hierom in het advies heeft verzocht. Bij grote projecten wordt de VRR
eindcontrole op de werkzaamheden kunnen waar mogelijk en tenzij een bijzondere omstandigheid
al vroeg in het proces betrokken. Afstemming kan dan plaats hebben over bijvoorbeeld de aan te
veelal worden uitgevoerd tijdens de reguliere gebiedscontroles. Deze aanpak is voornamelijk
leveren certificaten en de toezichtmomenten. Toezicht op de uitvoering van bouwwerkzaamheden,
gebaseerd op het geringe aantal vergunningen wat de laatste jaren is verleend. Voor de activiteiten
vindt plaats overeenkomstig het toezichtprotocol van de bouwtechnische vergunningen. De
reclame aanbrengen en kappen van bomen beperken wij ons echter tot het steekproefsgewijs
toezichtstaak op brandveilig gebruik van gebouwen is specialistisch werk en vindt daarom plaats
controleren. In dit kader gaan wij uit van de eigen verantwoordelijkheid van de uitvoerder van de
door de VRR.
werkzaamheden. In het gebiedstoezicht wordt de uitvoering verder beoordeeld. In het geval er sprake is van een herplantplicht kan een controle van een toezichthouder wel van belang zijn.
Tijdens het toezicht wordt er in dit kader met name gecontroleerd op: 6.1.5.9 Preventief toezicht op monumenten • De aanwezigheid van een vergunning brandveilig gebruik/melding op basis van het Bouwbesluit 2012 /Bbl;
Nadat een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw en monumenten is afgegeven, zullen de monument specifieke aspecten worden meegenomen in de reguliere bouwinspecties, tenzij
• De voorschriften van een vergunning brandveilig gebruik/melding Bouwbesluit 2012/Bbl;
in een specifieke zaak extra toezicht nodig is. Hierdoor blijft dit toezicht beperkt van omvang.
• De aanwezigheid van vereiste documenten, logboeken en certificaten;
In de gebruiksfase houden wij in onze gemeente toezicht op monumentale waarden. Voor het
• De vluchtmogelijkheden;
toezichtprotocol zijn de verschillende onderdelen van controle benoemd. Per onderdeel is
• De ontruimings- en alarmeringsinstallaties;
beschreven op welke wijze het toezicht wordt uitgevoerd.
• Aanpassingen aan de bouwkundige en brandpreventieve voorzieningen.
35
6.1.5.10 Preventief toezicht: gebiedscontroles Zolang geen (nieuwe) activiteiten plaatsvinden, vindt slechts beheer van het grondgebied plaats. Tijdens het beheer gaan wij met toezichthouders na of het gebruik volgens de regels plaatsvindt. Gebiedsgericht toezicht wordt toegepast met aandacht voor diverse, vastgelegde controlepunten ten aanzien van ruimtelijke ordening, bouwen, (brand-)veiligheid, milieu, APV en bijzondere wetten. Afhankelijk van het type gebied en/of bestuurlijke prioriteit kan de nadruk meer of juist minder op enig rechtsgebied liggen. In het algemeen vindt toezicht plaats vanaf de openbare weg en is het gericht op het voorkomen en tegengaan van excessen. Voor deze wijze van controle worden zowel bouw- als milieutechnische toezichthouders ingezet. Bij nader te bepalen feiten wordt een collega toezichthouder geïnformeerd, die op dat specifieke terrein vakbekwaam is. Het gaat vooral om zaken die geen vakinhoudelijke kennis verlangen. Hoewel iedere toezichthouder van oorsprong een bepaalde specialiteit (bouw, milieu, brandveiligheid, etc.) heeft, worden zijn of haar vaardigheden tevens benut voor het toepassen van de ‘oog- en oorfunctie’ voor zaken die buiten zijn of haar specialisme liggen. Op deze manier denken wij de integrale handhaving verder te optimaliseren.
6.1.5.11 Preventief toezicht: themacontroles In het verleden zijn op basis van landelijke incidenten thema’s gevonden waarvoor controles nodig waren. Dit gaat bijvoorbeeld over onderzoeken naar Wateraccumulatie op platte daken, balkons, breedplaatvloeren, brandveiligheid gevels. Indien aanleiding ontstaat, wordt hierop ingezet, met thema specifieke aanpak. Daarnaast vinden controles plaats door de DCMR op de energiezuinigheid van utiliteitsgebouwen. 6.1.5.12 Repressief toezicht Onder repressief toezicht wordt verstaan: toezicht dat plaatsvindt op basis van klachten, meldingen, verzoeken om handhaving en calamiteiten/incidenten.
36
37
6.1.6 Handhavingsstrategie
de melding niet mogelijk is. Ook is bij een anonieme klacht of melding onvoldoende bekend of
Er zullen altijd situatie aan de orde zijn die niet voldoen aan de gestelde regelgeving. De oorzaken
iemand belanghebbende is of niet. De identiteit van melders wordt niet gedeeld met een eventueel
hiervan zijn uiteenlopend. Handhaving ziet in hoofdlijn op het beëindigen van geconstateerde
overtreder.
overtredingen en het voorkomen van toekomstige (nieuwe) overtredingen, of herhalen van geconstateerde overtredingen. Overtredingen worden in beginsel geconstateerd op basis van de
Bij de afhandeling van klachten wordt een onderscheid gemaakt in de risico’s en prioriteit van de
toezichtstrategie.
afhandeling van klachten/meldingen. Indien de klacht/melding een taakonderdeel betreft die, volgens het VTH-beleid, een hoge prioriteit heeft gekregen, krijgt deze voorrang op klachten en
Hoe wij deze handhaving inzetten beschrijven wij in algemene zin hiernavolgend.
meldingen waarvan de prioriteit op gemiddeld tot laag is vastgesteld. Het is daarom van belang dat er bij binnenkomst van de klachten en meldingen gelijk een goed beeld ontstaat van (het belang
6.1.6.1 Klachten en meldingen
van) de melding en het taakonderdeel waarop de klacht/melding betrekking heeft. Uiteraard wordt
Klachten en meldingen over vermoedelijke illegale situaties kunnen via verschillende kanalen bij de
afhankelijk van het belang en de spoedeisendheid van de klacht/melding ingeschat of directe
gemeente binnenkomen. Deze worden centraal geregistreerd in één systeem. De registraties in dit
afhandeling van de melding noodzakelijk is. Het is voorstelbaar dat in bepaalde gevallen kan
systeem wordt gezien als de werkvoorraad.
worden afgeweken van de prioriteit die aan het betreffende taakonderdeel is toegekend. Uiteraard worden bijzondere klachten/meldingen waarbij sprake lijkt te zijn van direct gevaar en/of een
In principe worden klachten en meldingen, afhankelijk van de prioriteit, zo veel mogelijk
onveilige situatie altijd direct behandeld.
meegenomen tijdens het reguliere gebiedsgericht toezicht. Het streven is om de melder binnen een redelijke termijn op de hoogte te stellen over hoe de klacht of melding is opgepakt en wat de
6.1.6.2 Wraken
vervolgstappen zijn.
Het kan voorkomen dat een overtreding wordt geconstateerd waarbij op basis van de prioritering niet direct actie wordt ondernomen bijvoorbeeld door gebrek aan beschikbare capaciteit. In dat
In het kader van het VTH-beleid heeft een klacht of een melding over de fysieke leefomgeving
geval kan een wrakingsbrief worden gestuurd. Hierin wordt de overtreder in kennis gesteld van
betrekking op een handhavingstaak binnen de scope van dit beleid. Bijvoorbeeld klachten over
de overtreding waarbij hij/zij op zijn/haar eigen verantwoordelijkheid wordt gewezen om de
buren die (ver)bouwen of een klacht over een voorwerp op of naast de openbare weg.
overtreding ongedaan te maken. Ook kan het aan de orde zijn dat de gemeente wil nagaan of een beleidswijziging mogelijk is. Ook wordt hiermee het recht uitgesproken om in de toekomst alsnog
Bij de beoordeling van een klacht wordt bepaald of deze bij de juiste afdeling van de gemeente
sanctionerend op te treden. Zodra in de uitvoering of beleidsmatig aan deze overtredingen meer
of bestuursorgaan is ingediend. Zo nodig wordt de melding doorgestuurd. Ook wordt bepaald of
prioriteit wordt gegeven, dan wordt bepaald of tegen die overtredingen alsnog wordt opgetreden.
sprake is van een overtreding. Bestaat er onduidelijkheid over de aard van de klacht, dan wordt contact gezocht met de klager om vastgesteld te krijgen hoe de klacht dient te worden opgevat en hoe de klacht vervolgens dient te worden afgehandeld. Een klacht wordt in beginsel behandeld binnen de reikwijdte van de melding. Uitgangspunt voor de afhandeling van klachten en meldingen met een onderwerp met een hoog risico of hoge prioriteit is dat deze binnen een redelijke termijn worden behandeld. Een anonieme klacht wordt in beginsel niet in behadeling genomen. Dit omdat bij een anonieme melding niet een toelichting kan worden gevraagd en het geven van een terugkoppeling over
38
6.1.6.3 Verzoeken om handhaving
haar zienswijze te geven (tenzij er sprake is van spoed, dan wordt de mogelijkheid om eerst een
Uitgangspunt bij verzoeken om handhaving is dat op alle schriftelijke handhavingsverzoeken wordt
zienswijze in te dienen achterwege gelaten). Pas daarna volgt het definitieve handhavingsbesluit.
gereageerd. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt “een beginselplicht tot handhaving”, zeker als derden hierom verzoeken. Het is daarom van belang
Ad.3) Van het besluit tot opleggen van een sanctie kan worden afgezien indien de verzoeker ermee
dat bij de afhandeling van verzoeken om handhavend op te treden extra zorgvuldig te werk wordt
instemt dat een mededeling dat er wordt gehandhaafd voldoende is. In sommige gevallen krijgt
gegaan. Door mogelijkheden voor de verzoeker om, bij niet tijdige besluitvorming op een verzoek
dan verzoeker een e-mail of een telefoontje dat wij gaan handhaven of een constateringsbrief
om handhaving, na een ingebrekestelling aanspraak te maken op een dwangsom van de gemeente,
sturen. Vaak gaan de verzoekers daarmee akkoord. Dit is aan de orde bij gevallen met een laag of
is naast zorgvuldigheid ook tijdigheid van besluitvorming essentieel. De beslistermijn kunnen wij
gemiddeld risico.
verlengen, mede in belang van zorgvuldigheid en het oplossen van de situatie. Op verzoeken om handhaving dient een besluit te volgen, inhoudende: 1. een besluit tot afwijzing van het verzoek; 2. een besluit tot het opleggen van een sanctie, zoals een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang aan de overtreder. Ad. 1) Indien een verzoek om handhaving wordt afgewezen dient de verzoeker dit bij formeel besluit kenbaar te worden gemaakt. Het afwijzingsbesluit dient net als alle overige besluiten te voldoen aan de vereisten van de Awb. Redenen voor afwijzing van het verzoek kunnen zijn: • na controle en juridische toetsing blijkt dat er geen sprake is van een overtreding; • na controle en juridische toetsing blijkt dat er wel sprake is van een overtreding, maar dat er daarbij sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan van handhaving kan worden afgezien (bijvoorbeeld in het geval van concreet zicht op legalisatie of indien handhavend optreden onevenredig is ten opzichte van de overtreding). Ad. 2) Indien er na controle en juridische toetsing blijkt dat er sprake is van een overtreding, waarbij er tevens geen bijzondere omstandigheden bekend zijn op grond waarvan van handhaving kan worden afgezien, dient er op het verzoek om handhaving altijd een handhavingsbesluit te volgen.
Concreet betekent dit dat er alsdan een bestuursrechtelijk sanctiemiddel dient te worden opgelegd aan de overtreder. Om te voorkomen dat de overtreder ineens geconfronteerd wordt met een handhavingsbesluit, wordt overtreder alvorens dit besluit wordt opgelegd eerst in de gelegenheid gesteld om zijn/
39
6.1.6.4 Mediation Klachten, meldingen en verzoeken om handhaving worden om verschillende redenen bij de gemeente ingebracht. Het komt voor dat een zakelijk geschil of een relationeel moeilijke situatie een achterliggende reden is. Dan wordt het de gemeente als derde partij ingeschakeld om op te treden iets bij een andere partij te bewerkstelligen. Daarbij is de vermoedelijke overtreding een middel en geen doel. Beëindiging van de overtreding leidt in veel gevallen niet tot beëindiging van een relationeel moeilijke situatie. Een dergelijke situatie kost (negatieve) energie, middelen en tijd van betrokkenen. Een mediation zaak wordt doorgezonden naar de behandelende afdeling. Met de inzet van mediation willen wij een doeltreffende positie innemen en met partijen bereiken dat het juiste wordt opgepakt. Ook willen wij bewaken dat dergelijke situaties een onevenredig beslag op capaciteit van het team VTH leggen, ten koste van geprioriteerde zaken. 6.1.6.5 Calamiteiten Hoewel buiten de scope van het VTH-Beleid vermelden wij dat de gemeente beschikt over een crisisorganisatie. Milieuklachten kunnen (ook) buiten kantooruren worden gemeld bij de klachtenlijn van de DCMR.
40
41
6.1.7 Sanctiestrategie
6.1.7.4 Vergunnen
Indien een overtreding is geconstateerd, dan is het handelen van de gemeente in beginsel gericht
Indien bij een vergunbare situatie geen sprake is van opzet, calculerend/malafide gedrag en
op het beëindigen van de overtreding. Daarbij onderschrijven we de in najaar 2022 opgeleverde
geen sprake van recidive, wordt afgezien van een sanctionerende tik. In sommige situaties is het
‘Landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht’ (LHSO). Wij onderschrijven ook de aan de LHSO
denkbaar dat ondersteuning wordt geboden om de situatie te verbeteren.
verbonden actuele leidraden, zoals de leidraad-handhavingsacties-en-begunstigingstermijnen en de leidraad dwangsombedragen en-begunstigingstermijnen. De essentiële onderdelen van de
6.1.7.5 Vergunnen met bestuursrechtelijke handhaving
landelijke handhavingsstrategie zijn in onderstaande alinea’s uitgewerkt en aangevuld met lokale
Als een situatie legaliseerbaar is, kunnen wij bestuursrechtelijk toch handhavend optreden zolang
overwegingen.
de illegale situatie voortduurt en/of de vergunningaanvraag nog niet is ingediend. Er dient immers concreet zicht op legalisatie te zijn. De aard van de sanctie is beschreven in deze sanctiestrategie.
Als basis geldt dat de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder invloed hebben op de sanctie. Het toepassen van de LHSO betekend dat op landelijk en regionaal niveau het handelen van de verschillende overheden in een grotere mate overeenkomt en bij integrale acties er een gelijk handelingskader bestaat. 6.1.7.1 Formele overtreding, gelijkwaardige oplossingen Er kan sprake zijn van een formele afwijking van de voorschriften, maar dat er maatregelen zijn getroffen die het door de rechtsregel beschermde belang in dezelfde mate of beter waarborgen. Indien op een andere wijze dezelfde veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu wordt gerealiseerd, kan deze oplossing als voldoende worden geacht en is geen vervolgactie noodzakelijk. 6.1.7.2 Formele, legaliseerbare overtreding Is er wel sprake van een formele overtreding en is er geen sprake van een gelijkwaardige oplossing, dan is een eerste vraag of het in principe een vergunbare situatie is. Als dit het geval is, wordt in beginsel een vergunningprocedure gestart. Voor aanvragen die achteraf worden ingediend, hanteert de gemeente een verhoogd legestarief overeenkomstig de leges verordening.
Afhankelijk van de ernst van de overtreding (is er een verhoogd risico? Is er al schade opgetreden?) en het profiel van de overtreder zijn er de volgende aanvullende opties. 6.1.7.3 Vergunnen met sanctionerende tik Indien de illegale situatie is ontstaan uit opzet calculerend/malafide gedrag en/of sprake is van recidive, wordt tevens proces-verbaal opgemaakt. Ook ingevallen waarbij een overtreding een onomkeerbaar effect heeft, zoals het aanzienlijk aantasten van erfgoed, kan een sanctionerende tik aan de orde zijn. Wat de aard van de sanctie wordt, is beschreven in deze sanctiestrategie.
42
6.1.7.6 Sanctie instrumenten
In de Omgevingswet is het gebruik van de bestuurlijke boete vergroot. In hoofdstuk 18 van de
In deze paragraaf wordt stilgestaan bij de wijze waarop wordt opgetreden bij geconstateerde
Omgevingswet staan artikelen over de situaties waarin het bevoegd gezag een bestuurlijke boete
overtredingen. Hiervoor zijn bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en privaatrechtelijke instrumenten
kan opleggen. Het gaat hier vooralsnog om:
in te zetten. • Milieuregels Seveso-richtlijn (artikel 18.11 Omgevingswet), nieuw; Bestuursrechtelijk zijn dat:
• Regels over bouwen, slopen gebruik en in stand houden van bouwwerken (artikel 18.12
• Een bestuursrechtelijke (vooraankondiging)sanctiebeschikking:
• Erfgoedregels (artikel 18.13 Omgevingswet) nieuw;
Omgevingswet); • (preventieve) last onder dwangsom (LOD);
• Beperkingengebied luchthaven (artikel 18.14 Omgevingswet);
• last onder bestuursdwang (LOB);
• Beperkingengebied spoor (artikel 18.15 Omgevingswet); en
• wrakingsbrief;
• Regels over handel in dieren, planten, hout of producten daarvan (artikel 18.15a Omgevingswet).
• constateringsbrief; • Bestuurlijke waarschuwing. • Schorsen of intrekken van de vergunning, certificaat of erkenning;
De privaatrechtelijke handhaving valt buiten de scope van dit VTH-beleid. In dat geval is het eigendomsrecht van de gemeente in het geding en treedt de gemeente op als rechtspersoon.
• Een bouwstop (tijdelijk stilleggen activiteiten); • Verscherpt toezicht. Bij een bestuursrechtelijke sanctiebeschikking (last onder dwangsom of last onder bestuursdwang) krijgt de overtreder een hersteltermijn aangeboden waarbinnen de overtreding moet zijn beëindigd. Als de overtreding na deze termijn niet is beëindigd dan wordt de sanctie geëffectueerd. Bij spoedeisende bestuursdwang kan een begunstigingstermijn achterwege blijven. In samenhang met de sanctiebeschikking of los daarvan kan de strafrechtelijke sanctie worden toegepast. Strafrechtelijke instrumenten zijn: • Een proces verbaal (PV); • De bestuurlijke boete; • De bestuurlijke strafbeschikking (BSB). In onze organisatie zijn twee toezichthouders aangewezen om strafrechtelijk op te treden tegen overtredingen in Domein 2 (Milieu, Welzijn en Infrastructuur). Wij signaleren richting onze partners (onder andere de DCMR), waarna zij strafrechtelijk kunnen optreden. Bij strafrechtelijke handhaving is naast het bereiken van de gewenste situatie tevens het bestraffende element van belang.
43
44
6.1.8 Gedoogstrategie De gedoogstrategie is ten opzichte van de overige strategieën bewust kort beschreven. Dit omdat gedogen in beginsel niet aan de orde is. Gedogen wordt overwogen is zeer specifieke situaties, waarvoor geen gedoog kader in voorziet. Derhalve is om discussie over het gedoog kader te voorkomen en een discretionaire handelingsvrijheid te waarborgen gekozen tot onderstaande gedoog strategie. Onder gedogen wordt verstaan het expliciete besluit van een bestuursorgaan om tegen een bepaalde overtreding niet handhavend op te treden. De nota ‘Gedogen in Nederland’ (TK 25085, nr. 2, 1996-1997) bevat het landelijke kader voor gedogen. De gedoogstrategie volgt deze landelijke nota.
45
7. BORGING UITVOERING
team VTH werken toezichthouders, Goa’s, parkeerwachten, vergunningverleners, administratie, handhavingsjuristen en Ro-juristen en een adviseur VTH onder één teamleider. Het opstellen van de VTH beleid en jaarlijkse uitvoeringsplan en de evaluaties daarvan zijn belegd in het team VTH.
Om de VTH-taken uit te voeren en de beleidsdoelen te behalen zijn voldoende personele en financiële middelen nodig. Daarnaast is een goede ondersteuning van de taakuitvoering door
7.3 VERORDENING KWALITEIT VTH
middel van werkprocessen, werkafspraken, ICT-voorzieningen, meet en randapparatuur, kleding
De huidige Verordening Kwaliteit Vergunningen, Toezicht en Handhaving van de gemeente
en dergelijke nodig. De uitvoering van de VTH-taken staat niet los van de samenwerkingspartners,
Nissewaard heeft zijn grondslag in de Wabo. Deze verordening zal naar model van de VNG actueel
waar afspraken en samenwerkingskaders voor nodig zijn.
worden gehouden, mede ook met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In deze Verordening ziet de gemeenteraad toe op de hoofdlijnen van het beleid voor de kwaliteit
7.1 BASIS BORGEN
van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het licht van de door de gemeente
De mate waarin financiële en personele middelen nodig zijn, is afhankelijk van de inzet die in
vastgestelde beleidskaders voor de fysieke leefomgeving. En het college van burgemeester en
het uitvoeringsplan jaarlijks wordt vastgelegd. Daarbij geldt dat er een zeker basisniveau is voor
wethouders beoordelen de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in
de uitvoering van de wettelijke taken. Dit maakt dat het budget voor de uitvoering deze basis
het licht van daarvoor door hen krachtens artikel 7.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht
geborgd moet zijn in de begroting. Eventuele extra inzet vraagt om extra middelen. Daarnaast zijn
gestelde doelen. Deze verordening vormt mede de basis voor de bestuurlijke rolverdeling.
de kwaliteitscriteria 2.3 een continu aandachtspunt om te borgen dat wij voldoende mensen met voldoende kennis en ervaring inzetten. De Verordening Kwaliteit VTH borgt het commitment van de
7.4 KWALITEITSCRITERIA 2.3
Raad aan de kwalitatieve taakuitvoering.
Het rijk, provincies en gemeenten hebben vanaf 2009 gewerkt aan het opstellen en actualiseren van criteria voor de uitvoering door gemeenten en omgevingsdiensten van wettelijke taken op het
De afgelopen jaren is aandacht besteed aan ondersteunende voorziening zoals kleding, voertuigen
gebied van VTH. Dit heeft geleid tot de zogenaamde Kwaliteitscriteria 2.3. Deze zijn aangepast aan
en communicatiemiddelen. Ook is en wordt gewerkt aan de implementatie van een VTH-systeem
de OW.
voor de behandeling van zaken. Dit zal het werkproces ondersteunen en de administratieve kwaliteit bevorderen. Verdere doorontwikkeling en verheldering van taken, rollen en processen
De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht
zijn ook vanuit het programma Omgevingswet een inspanning voor de komende periode. Daarin
en handhaving (de VTH-taken) door gemeenten en provincies in het Omgevingsrecht te
worden ook nieuwe processen zoals het Proces verkennen en begeleiden Initiatief meegenomen
professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. De criteria gaan over proces, inhoud
en het beleggen van de rol casemanagement. Ook wordt gewerkt aan een actueel handboek
en kritieke massa. Het voldoen aan de criteria zorgt ervoor dat het bevoegde gezag in staat is om
Buitenplanse omgevingsplan activiteiten (Bopa) en de verwerking van de Wkb in de processen.
de gewenste kwaliteit en continuïteit te leveren. De set maakt inzichtelijk welke kwaliteit van de
Vanuit de rijmondregio wordt de samenwerking met de veiligheidsregio en de omgevingsdienst en
VTH-taken burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en als opdrachtgevers,
het waterschap opgepakt. Deze ontwikkelingen zullen verder doorwerken en bijdragen aan kwaliteit
mogen verwachten.
en efficiëntie op vele accenten. De gemeente Nissewaard zal nagaan of en in hoeverre haar VTH-organisatie en ketenpartners zoals
7.2 VTH-ORGANISATIE
de DCMR en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond voldoen aan deze criteria voor kritieke massa,
Binnen de gemeente Nissewaard is het team VTH verantwoordelijk voor de uitvoering van de
binnen de scope van dit beleid. Deze zelfevaluatie zal input zijn voor een eventueel verbeterplan.
VTH-taken. Dit team geeft uitvoering aan de breedte van de VTH-taken en daaronder vallen zowel college als burgemeester bevoegdheden. Dit team valt binnen de eenheid ruimtelijk beheer. In het
46
7.5 CAPACITEIT VTH-ORGANISATIE De capaciteit van de VTH-rganisatie zit hoofdzakelijk in het team VTH. Adviserende functies buiten het team VTH zijn buiten beschouwing gelaten. De capaciteit kent een vaste formatie met een flexibele laag. In onderstaande overizcht is de periode 2020 tot heden en een prognose weer gegeven van deze capaciteit binnen het team VTH onderverdeel naar taakvelden. De formatie in dit overzicht wordt naast uitvoering de VTH taken in deze scope ingezet op de overige taak uitvoering en projecten buiten de scope van dit VTH beleid.
2020
2021
Vergunningen Wabo / OW (uitvoering
4900
6060
Formatie vast
4900 0
Ruimtelijke Ordening (uitvoering)
2022
2023
2024 e.v.
9002
9002
9002
4900
4900
7700
7700
1160
4102
1302
1302
3290
3640
3291
3994
3994
Formatie vast
2240
2240
2123
2240
2240
Flexibel
1050
1400
1167
1754
1754
Vergunningen APV
4480
5024
5024
5024
5024
Formatie vast
3547
3547
3547
3547
3547
Flexibel
933
1478
1478
1478
1478
Toezicht omgevingsvergunning (uitvoering)
3850
4825
5444
5133
5133
Formatie vast
2800
2800
2800
2800
2800
Flexibel
1050
2025
2644
2333
233
Handhaving APV Wabo, bijzondere wetten (uitvoering)
3617
3500
3500
4410
4410
Formatie vast
3617
3500
3500
3360
3360
0
0
0
1050
1050
Ondersteuning VTH (niet zijnde overhead)
2932
3962
3962
3962
3962
Formatie vast
Uren
Flexibel
Flexibel
2932
3962
3962
3962
3962
Flexibel
0
0
0
0
0
GOA
21949
21238
21238
21238
21238
Formatie vast
21949
21238
21238
21238
21238
Flexibel
0
0
0
0
0
Overhead
1400
1400
1867
2800
2800
Formatie vast
1400
1400
1867
2800
2800
Flexibel
0
0
0
0
0
Totaal
46418
49649
53328
55563
55563
47
In onderstaande overzicht is het aantal zaken voor het Wabo deel opgenomen
Wabo zaken Team VTH
2020
2021
2022
2023
Aantal vergunning aanvragen
525
781
664
657
Aantal vergunningen verleend
336
403
340
360
Aantal vooroverleggen
57
127
77
87
Aantal meldingen (sloop en brandveilig gebruik)
52
73
24
50
Totaal zaken
634
981
765
793
Toezicht vergunningen afgehandeld
252
235
463
435
Aantal zaken vergunningen toezicht per 31-12
406
575
443
356
Aantal zaken hh hoge prio
10
0
0
10
Aantal zaken hh lage prio
50
0
0
50
Het vergelijk van deze overzichten laat een knelpunt zien tussen werkaanbod en beschikbare capaciteit in de jaren 2020 en 2021 met de inzet van extra capaciteit in de jaren 2021 en 2022 en vaste formatie vanaf 2023 is dit opgevangen. De leges inkomsten bewegen mee in deze toename van werkaanbod en kosten.
In het onderstaande overzicht zijn de aantallen van de Apv vergunningen, meldingen en ontheffingen opgenomen. Dit overzicht is gebaseerd op tellingen achteraf in registratie systemen. Het ontbrak aan een overzicht van de zaken, waardoor deze aantallen indicatief zijn en geen betrouwbare prognose is te maken. Daarnaast heeft de Corona pandemie een sterke invloed gehad op de aantallen, met name voorover gerelateerd aan horeca en evenementen.
48
Scope VTH beleid fysieke leefomgeving Apv Artikel Vergunning 2:10.3 C Voorwerp op de weg 2:11.2 C Aanleggen weg 2:11.1 C Uitweg 2:25.4 B Evenement Cat A, B, C 2:28.1 B Exploitaite inrichting 2:37b.1 C Kamerverhuur bedrijf 2:39.1 B Speelgelegenheid 2:72.1 C Ter beschikking stellen consumentenvuurwerk 3:3.1 C Sekbedrijf uitoefenen 3:12.1 C Openingstijden sekbedrijf 4:11.1 C (omgevings)vergunning vellen houtopstand 5:13.1 C Collecteren 5:18.1 C Standplaats innemen en hebben 2:23.1
B Snuffelmarkt
Artikel 2:34b.7 3:10.0 4:3.1 4:3.2 5:24.2
Melding B Schenken alcohol paraconmerciële rechtspersoon C Meldplicht gewijzigde omstandigheden C Geluid incidentele festiviteit/inclusief collectieve C Licht voor sport incidentele activiteit C Steiger, meerpaal of anders in openbaar water
Artikel 2:30.2 2:64a.5 2:73a.3 4:6.2 4:6c 4:18.3 5:2.4 5:3.2 5:7.2 5:8.4 5:33.5
Ontheffing B Tijdelijke (incidentele) sluitingstijd en de collectieve C Bijen houden C Carbidschieten C Geluidhinder inrichting C (Geluid)hinder vrachtwagens C Voor recreatief nachtverblijf buiten terrein C Bedrijfsmatige werkzaamheden aan voertuigen C Verbod verkoop voertuigen op de weg C Verbod reclame overtuigen C Verbod groot en ontsierend voertuig C Verbod rijden en crossen in natuur
Aantal zaken (Apv) 2020 2021 2022 2023 244 251 257
7.6 SCHEIDING VTH-TAKEN Binnen de teams Vergunningen, Toezicht en Handhaving zijn de vergunningen-, toezichtsen handhavingstaken op functieniveau en zaakniveau gescheiden. Dit betekent in de uitvoeringspraktijk dat niet door 1 en dezelfde medewerker een vergunning wordt verleend om daar vervolgens ook toezicht op te houden. Ook wordt na constatering het legalisatie onderzoek
40 26
4
30 14 2
87 36 11
4
4
96 12 15
niet door dezelfde toezichthouder uitgevoerd.
7.7 ROULATIESYSTEEM TOEZICHTHOUDERS Om te voorkomen dat er een te nauwe band ontstaat tussen toezichthouder en personen werkzaam bij de te controleren objecten en/of in gebieden (vaste toezichts-/ handhavingsrelatie) rouleren de toezichthouders periodiek van gebied en/of object. Hiermee wordt voorkomen dat dezelfde toezichthouder voortdurend wordt belast met het toezicht op dezelfde gebieden en/of
11
40 10
42 6
53 27
objecten. Voor de andere medewerkers wordt per dossier bekeken of rouleren na verloop van tijd wenselijk is.
7.8 AANWIJZINGEN Ten aanzien van een toezichthouder/ BOA geldt dat er een wettelijke verplichting bestaat om zijn/ haar bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden op schrift vast te leggen. Alle toezichthouders 9
6
39
40
zijn als zodanig aangewezen en aangesteld door het bevoegde bestuursorgaan (college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester), al dan niet onder mandaat. Bij de aanwijzingsbesluiten is vastgelegd ten aanzien van welke regelgeving zij de toezichthoudende bevoegdheden hebben. De toezichthouders zijn tevens beëdigd als buitengewoon
1
20
36
C 7
1 8
1 10
4
4
4
opsporingsambtenaar.
7.9 ACTUEEL BELEID Met het vaststellen van dit VTH beleid en de hieraan gekoppelde jaarlijkse uitvoeringsplanen en jaarverslagen VTH hebben wij een actueel beleid.
7.10 WERKPROCESSEN BESCHREVEN Onze (actuele)werkprocessen voor VTH-taken liggen vast en/of zijn verwerkt/opgenomen in onze digitale werkomgeving van de VTH Applicatie. Wij werken continu aan het actualiseren en verbeteren van deze processen.
49
7.11 UITVOERING CONFORM WERKPROCESSEN Wij geven uitvoering aan onze VTH-taken conform onze werkprocessen en sturen zondig bij.
7.14.1 Beleidsevaluatie Sluitstuk van de toepassing en uitvoering van dit VTH beleid evaluatie aan het einde van de
7.12 AFSTEMMING
bewindsperiode. Daarin staat de vraag centraal of de uitvoering van de strategieën hebben
Het VTH beleid is, voor vaststelling, gedeeld, besproken en afgestemd met de ketenpartners VRR
bijgedragen aan het realiseren van de gestelde doelen en of de ingezette maatregelen succesvol
en de DCMR. De uitvoeringsplannen zullen ook met ketenpartners afgestemd worden. Met het
zijn geweest. Daarom moet beleid periodiek geëvalueerd en gemonitord worden. Zo wordt de
Openbaar Ministerie (hierna: OM) zijn reguliere contacten, waarbij casuïstiek aan de orde kan
beleidscirkel gesloten.
komen. Gezien de transitie periode naar de Ow en de Wkb is het nodig over processen, afspraken en afstemming met elkaar in gesprek te blijven.
De evaluatie bestaat uit het beoordelen van jaarresultaten en het effect hiervan op de uitgangspunten en doelstellingen uit het beleid. Er wordt periodiek gemonitord aan de hand van
7.13 MELDKAMER DCMR
het beleid om de tussenresultaten te beoordelen, jaarlijks verslag gelegd over het uitvoeringsplan
De DCMR heeft een meldkamer welke 24/7 bereikbaar is. Deze Meldkamer is bereikbaar voor
VTH en het beleid wordt tussentijds geëvalueerd. Hieronder worden monitoring, verantwoording
bedrijf gerelateerde meldingen.
en evaluatie van het beleid verder toegelicht.
7.14 VOORTGANGSBEWAKING EN VERANTWOORDING
7.14.2 Monitoring
In het VTH beleid hebben we de missie, visie en doelstellingen voor de komende vier jaar
Een goede registratie vergemakkelijkt het vervolgtraject (repressief toezicht en sancties) en
vastgelegd. De doelstellingen geven invulling aan onze missie en visie. De activiteiten die we
verschaft inzicht in de hele keten vanaf een vergunning tot en met een overtreding en de naleving.
uitvoeren om de doelen te bereiken, krijgen vorm in de uitvoering van de strategieën. Het
Het voordeel hiervan is dat alle ketenpartners profiteren van de informatie. Het registreren van
monitoren van deze activiteiten krijgt verder vorm in het uitvoeringsplan. In het jaarverslag leggen
kwantitatieve en kwalitatieve gegevens is met name van belang voor het uit te voeren beleid, de in
wij verantwoording af over de uitgevoerde activiteiten en in hoeverre deze activiteiten hebben
te zetten capaciteit en de verantwoording naar het bestuur en management.
bijgedragen aan het bereiken van onze doelstellingen. Dit jaarverslag wordt door het college vastgesteld en ter kennisname aan de raad gezonden. De Provincie Zuid-Holland ontvangt van ons
De voortgang van VTH wordt periodiek gemonitord op basis van het uitvoeringsplan VTH en de
het uitvoeringsplan en jaarverslag, in het kader van het interbestuurlijk toezicht (IBT).
monitoringstool doelstellingen en acties. Deze monitoring wordt gebruikt om te beoordelen of de gestelde doelen uit het VTH beleidsplan worden behaald.
Indien uit de monitoring van de activiteiten blijkt dat de doelstelling niet gerealiseerd wordt, wordt (afhankelijk van het moment van constateren) hiervoor een verklaring opgenomen in het jaarverslag. Indien nodig worden verbetermaatregelen voorgesteld die ertoe dienen te leiden dat in de komende periode de doelstelling wel gerealiseerd wordt. In het verslag over deze komende periode wordt ingegaan op het effect van de verbetermaatregelen. Naast de monitoring voor de verslaglegging vindt door het betrokken team VTH continue monitoring van de uitvoering plaats. Deze gegevens worden gebruikt voor inzet van capaciteit, werkverdeling en termijnbewaking.